Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Vlaamse Regering van 08/07/2011
← Terug naar "Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de volledige tenlasteneming door de werkgever in de onderwijssector van de vervoerskosten voor het openbaar vervoer naar en van het werk en de toekenning van een fietsvergoeding voor het woon-werkverkeer "
Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de volledige tenlasteneming door de werkgever in de onderwijssector van de vervoerskosten voor het openbaar vervoer naar en van het werk en de toekenning van een fietsvergoeding voor het woon-werkverkeer Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de volledige tenlasteneming door de werkgever in de onderwijssector van de vervoerskosten voor het openbaar vervoer naar en van het werk en de toekenning van een fietsvergoeding voor het woon-werkverkeer
VLAAMSE OVERHEID VLAAMSE OVERHEID
8 JULI 2011. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de 8 JULI 2011. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de
volledige tenlasteneming door de werkgever in de onderwijssector van volledige tenlasteneming door de werkgever in de onderwijssector van
de vervoerskosten voor het openbaar vervoer naar en van het werk en de de vervoerskosten voor het openbaar vervoer naar en van het werk en de
toekenning van een fietsvergoeding voor het woon-werkverkeer toekenning van een fietsvergoeding voor het woon-werkverkeer
De Vlaamse Regering, De Vlaamse Regering,
Gelet op het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs Gelet op het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs
XIII-Mozaïek, artikel XI.2 en XI.3; XIII-Mozaïek, artikel XI.2 en XI.3;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juli 1993 Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juli 1993
betreffende de tegemoetkoming van de werkgevers in de onderwijssector betreffende de tegemoetkoming van de werkgevers in de onderwijssector
in de vervoerkosten van hun personeelsleden; in de vervoerkosten van hun personeelsleden;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de
begroting, gegeven op 22 april 2010; begroting, gegeven op 22 april 2010;
Gelet op protocol nr. 724 van 16 juli 2010 houdende de conclusies van Gelet op protocol nr. 724 van 16 juli 2010 houdende de conclusies van
de onderhandelingen die werden gevoerd in de gemeenschappelijke de onderhandelingen die werden gevoerd in de gemeenschappelijke
vergadering van Sectorcomité X en van onderafdeling Vlaamse vergadering van Sectorcomité X en van onderafdeling Vlaamse
Gemeenschap van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en Gemeenschap van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en
plaatselijke overheidsdiensten; plaatselijke overheidsdiensten;
Gelet op protocol nr. 491 van 16 juli 2010 houdende de conclusies van Gelet op protocol nr. 491 van 16 juli 2010 houdende de conclusies van
de onderhandelingen die werden gevoerd in het overkoepelend de onderhandelingen die werden gevoerd in het overkoepelend
onderhandelingscomité, vermeld in het decreet van 5 april 1995 tot onderhandelingscomité, vermeld in het decreet van 5 april 1995 tot
oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd
onderwijs; onderwijs;
Gelet op protocol nr. 31 van 16 juli 2010 houdende de conclusies van Gelet op protocol nr. 31 van 16 juli 2010 houdende de conclusies van
de onderhandelingen die gevoerd werden in de vergadering van het de onderhandelingen die gevoerd werden in de vergadering van het
Vlaams onderhandelingscomité voor het hoger onderwijs; Vlaams onderhandelingscomité voor het hoger onderwijs;
Gelet op advies 48.592/1/V van de Raad van State, gegeven op 7 Gelet op advies 48.592/1/V van de Raad van State, gegeven op 7
september 2010, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van september 2010, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van
de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke
Kansen en Brussel; Kansen en Brussel;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :
Hoofdstuk 1. - Algemene bepalingen Hoofdstuk 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° fiets : vervoermiddel met twee of meer wielen dat voorbewogen wordt 1° fiets : vervoermiddel met twee of meer wielen dat voorbewogen wordt
door op pedalen te trappen, waarvoor de eventuele hulpmotor een door op pedalen te trappen, waarvoor de eventuele hulpmotor een
vermogen heeft van niet meer dan 0,3 kW; vermogen heeft van niet meer dan 0,3 kW;
2° woon-werkverkeer : de verplaatsing van en naar het werk met het 2° woon-werkverkeer : de verplaatsing van en naar het werk met het
openbaar vervoer en/of met de fiets vanaf de wettelijke woonplaats, openbaar vervoer en/of met de fiets vanaf de wettelijke woonplaats,
maar ook vanaf de verblijfplaats als het personeelslid : maar ook vanaf de verblijfplaats als het personeelslid :
a) gedurende een bepaalde periode of op geregelde tijdstippen op een a) gedurende een bepaalde periode of op geregelde tijdstippen op een
ander adres dan het domicilieadres verblijft, en; ander adres dan het domicilieadres verblijft, en;
b) de werkgever op de hoogte heeft gebracht van zijn verblijfplaats; b) de werkgever op de hoogte heeft gebracht van zijn verblijfplaats;
3° openbaar vervoer : trein, bus, tram en metro. 3° openbaar vervoer : trein, bus, tram en metro.

Art. 2.Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden vermeld in

Art. 2.Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden vermeld in

artikel XI.1 van het decreet van 13 juli 2001 betreffende het artikel XI.1 van het decreet van 13 juli 2001 betreffende het
onderwijs-XIII-Mozaïek. onderwijs-XIII-Mozaïek.
Hoofdstuk 2. - Openbaar vervoer Hoofdstuk 2. - Openbaar vervoer

Art. 3.De personeelsleden, vermeld in artikel 2, hebben recht op de

Art. 3.De personeelsleden, vermeld in artikel 2, hebben recht op de

volledige terugbetaling van de kosten verbonden aan het volledige terugbetaling van de kosten verbonden aan het
woon-werkverkeer onder de voorwaarden, vermeld in dit besluit. woon-werkverkeer onder de voorwaarden, vermeld in dit besluit.

Art. 4.De terugbetaling is beperkt tot :

Art. 4.De terugbetaling is beperkt tot :

1° de prijs van het goedkoopste vervoerbewijs voor het 1° de prijs van het goedkoopste vervoerbewijs voor het
woon-werktraject dat beschikbaar is bij het gebruikte openbaar woon-werktraject dat beschikbaar is bij het gebruikte openbaar
vervoermiddel of bij de combinatie van deze vervoermiddelen; vervoermiddel of bij de combinatie van deze vervoermiddelen;
2° een afstand per enkele rit van 250 kilometer tussen de wettelijke 2° een afstand per enkele rit van 250 kilometer tussen de wettelijke
woonplaats of de verblijfplaats en de plaats van tewerkstelling. woonplaats of de verblijfplaats en de plaats van tewerkstelling.

Art. 5.Tenzij in het bevoegd lokaal onderhandelingscomité een eerder

Art. 5.Tenzij in het bevoegd lokaal onderhandelingscomité een eerder

tijdstip van uitbetaling is afgesproken, betaalt de werkgever de tijdstip van uitbetaling is afgesproken, betaalt de werkgever de
kosten verbonden aan het woon-werkverkeer uit op het einde van de kosten verbonden aan het woon-werkverkeer uit op het einde van de
maand die volgt op de maand waarin de geldigheidsduur van het maand die volgt op de maand waarin de geldigheidsduur van het
vervoerbewijs verstrijkt. vervoerbewijs verstrijkt.
De kosten voor het openbaar vervoer worden uitbetaald tegen afgifte De kosten voor het openbaar vervoer worden uitbetaald tegen afgifte
van het vervoerbewijs dat uitgereikt wordt door de maatschappijen die van het vervoerbewijs dat uitgereikt wordt door de maatschappijen die
het gemeenschappelijk openbaar vervoer organiseren. het gemeenschappelijk openbaar vervoer organiseren.
Hoofdstuk 3. - Fietsvergoeding Hoofdstuk 3. - Fietsvergoeding

Art. 6.De personeelsleden, vermeld in artikel 2, die het volledige

Art. 6.De personeelsleden, vermeld in artikel 2, die het volledige

traject van het woon-werkverkeer of een gedeelte ervan met de fiets traject van het woon-werkverkeer of een gedeelte ervan met de fiets
afleggen, hebben per effectief gepresteerde dag recht op een afleggen, hebben per effectief gepresteerde dag recht op een
fietsvergoeding op voorwaarde dat de afstand van een enkele rit ten fietsvergoeding op voorwaarde dat de afstand van een enkele rit ten
minste één kilometer bedraagt. minste één kilometer bedraagt.
Per dag wordt slechts één traject, heen en terug, vergoed per school, Per dag wordt slechts één traject, heen en terug, vergoed per school,
instelling of centrum waar het personeelslid werkt. instelling of centrum waar het personeelslid werkt.
Per dag kan de fietsvergoeding voor het volledige traject niet Per dag kan de fietsvergoeding voor het volledige traject niet
gecumuleerd worden met de vergoeding voor de kosten van het openbaar gecumuleerd worden met de vergoeding voor de kosten van het openbaar
vervoer. vervoer.

Art. 7.De fietsvergoeding bedraagt 0,15 euro per kilometer.

Art. 7.De fietsvergoeding bedraagt 0,15 euro per kilometer.

Art. 8.Tenzij in het bevoegd lokaal onderhandelingscomité een eerder

Art. 8.Tenzij in het bevoegd lokaal onderhandelingscomité een eerder

tijdstip van uitbetaling is afgesproken, betaalt de werkgever de tijdstip van uitbetaling is afgesproken, betaalt de werkgever de
kosten verbonden aan het woon-werkverkeer maandelijks uit. De kosten verbonden aan het woon-werkverkeer maandelijks uit. De
fietsvergoeding wordt betaald op grond van een verklaring op erewoord. fietsvergoeding wordt betaald op grond van een verklaring op erewoord.
Hoofdstuk 4. - Terugbetalingsregeling tussen de school, de instelling Hoofdstuk 4. - Terugbetalingsregeling tussen de school, de instelling
of het centrum voor leerlingenbegeleiding en de Vlaamse Gemeenschap of het centrum voor leerlingenbegeleiding en de Vlaamse Gemeenschap

Art. 9.De werkgevers sturen de verklaring van schuldvordering voor de

Art. 9.De werkgevers sturen de verklaring van schuldvordering voor de

terugbetaling van de door hen gedragen vervoerskosten en terugbetaling van de door hen gedragen vervoerskosten en
fietsvergoedingen naar het Agentschap voor Onderwijsdiensten uiterlijk fietsvergoedingen naar het Agentschap voor Onderwijsdiensten uiterlijk
op 28 februari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarop de op 28 februari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarop de
verklaring betrekking heeft. Als de verklaring van schuldvordering verklaring betrekking heeft. Als de verklaring van schuldvordering
niet op tijd wordt ingediend, vervalt het recht op terugbetaling. De niet op tijd wordt ingediend, vervalt het recht op terugbetaling. De
datum van de poststempel geldt als bewijs. datum van de poststempel geldt als bewijs.
De vervoerskosten en de fietsvergoedingen, vermeld op de verklaring De vervoerskosten en de fietsvergoedingen, vermeld op de verklaring
van schuldvordering, worden terugbetaald na controle. van schuldvordering, worden terugbetaald na controle.

Art. 10.De werkgevers ontvangen jaarlijks in juni het bedrag van de

Art. 10.De werkgevers ontvangen jaarlijks in juni het bedrag van de

afrekening van de vervoerskosten van het voorgaande jaar. afrekening van de vervoerskosten van het voorgaande jaar.
De werkgevers ontvangen jaarlijks, ten laatste in september, een De werkgevers ontvangen jaarlijks, ten laatste in september, een
voorschot van minimum 25 % op de middelen voor de vervoerskosten van voorschot van minimum 25 % op de middelen voor de vervoerskosten van
hetzelfde jaar op basis van het totaalbedrag van vervoerskosten en hetzelfde jaar op basis van het totaalbedrag van vervoerskosten en
fietsvergoedingen dat het voorgaande kalenderjaar werd uitgekeerd. fietsvergoedingen dat het voorgaande kalenderjaar werd uitgekeerd.
Hoofdstuk 5. - Slotbepalingen Hoofdstuk 5. - Slotbepalingen

Art. 11.Het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juli 1993

Art. 11.Het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juli 1993

betreffende de tegemoetkoming van de werkgevers in de onderwijssector betreffende de tegemoetkoming van de werkgevers in de onderwijssector
in de vervoerkosten van hun personeelsleden, gewijzigd bij het besluit in de vervoerkosten van hun personeelsleden, gewijzigd bij het besluit
van de Vlaamse Regering van 24 mei 1995, wordt opgeheven met ingang van de Vlaamse Regering van 24 mei 1995, wordt opgeheven met ingang
van 1 januari 2001. van 1 januari 2001.

Art. 12.De vergoedingen voor woon-werkverkeer of de fietsvergoedingen

Art. 12.De vergoedingen voor woon-werkverkeer of de fietsvergoedingen

toegekend tussen 1 januari 2001 en de datum waarop dit besluit in het toegekend tussen 1 januari 2001 en de datum waarop dit besluit in het
Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, alsook de terugbetaling ervan Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, alsook de terugbetaling ervan
aan de werkgever, worden geacht in overeenstemming te zijn met de aan de werkgever, worden geacht in overeenstemming te zijn met de
bepalingen van dit besluit. bepalingen van dit besluit.

Art. 13.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2010,

Art. 13.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2010,

met uitzondering van artikel 2 dat uitwerking heeft op 1 januari 2001. met uitzondering van artikel 2 dat uitwerking heeft op 1 januari 2001.

Art. 14.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast

Art. 14.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast

met de uitvoering van dit besluit. met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 8 juli 2011 Brussel, 8 juli 2011
De minister-president van de Vlaamse Regering, De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS K. PEETERS
De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel,
P. SMET P. SMET
^