Besluit van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van het decreet van 22 december 2000 betreffende de amateurkunsten | Besluit van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van het decreet van 22 december 2000 betreffende de amateurkunsten |
---|---|
VLAAMSE OVERHEID | VLAAMSE OVERHEID |
7 SEPTEMBER 2007. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de | 7 SEPTEMBER 2007. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de |
uitvoering van het decreet van 22 december 2000 betreffende de | uitvoering van het decreet van 22 december 2000 betreffende de |
amateurkunsten | amateurkunsten |
De Vlaamse Regering, | De Vlaamse Regering, |
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der | Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der |
instellingen, inzonderheid op artikel 20; | instellingen, inzonderheid op artikel 20; |
Gelet op het decreet van 22 december 2000 betreffende de | Gelet op het decreet van 22 december 2000 betreffende de |
amateurkunsten, gewijzigd bij de decreten van 6 juli 2001, 21 december | amateurkunsten, gewijzigd bij de decreten van 6 juli 2001, 21 december |
2001, 20 december 2002 en 17 november 2006; | 2001, 20 december 2002 en 17 november 2006; |
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2001 | Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2001 |
houdende uitvoering van het decreet van 22 december 2000 betreffende | houdende uitvoering van het decreet van 22 december 2000 betreffende |
de amateurkunsten, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering | de amateurkunsten, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering |
van 11 juni 2004; | van 11 juni 2004; |
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de | Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de |
Begroting, gegeven op 12 juli 2007; | Begroting, gegeven op 12 juli 2007; |
Gelet op advies 43.417/1/V van de Raad van State, gegeven op 9 | Gelet op advies 43.417/1/V van de Raad van State, gegeven op 9 |
augustus 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van | augustus 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van |
de gecoördineerde wetten op de Raad van State; | de gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Gelet op het advies van de Raad voor Volksontwikkeling en | Gelet op het advies van de Raad voor Volksontwikkeling en |
Cultuurspreiding, gegeven op 22 november 2006; | Cultuurspreiding, gegeven op 22 november 2006; |
Op voorstel van de Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en | Op voorstel van de Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en |
Brussel; | Brussel; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
TITEL I. - Definities | TITEL I. - Definities |
Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : |
Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : |
1° het decreet : het decreet van 22 december 2000 betreffende de | 1° het decreet : het decreet van 22 december 2000 betreffende de |
amateurkunsten; | amateurkunsten; |
2° de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de Culturele | 2° de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de Culturele |
Aangelegenheden; | Aangelegenheden; |
3° de administratie : het agentschap van de Vlaamse overheid dat | 3° de administratie : het agentschap van de Vlaamse overheid dat |
bevoegd is voor de amateurkunsten; | bevoegd is voor de amateurkunsten; |
4° de organisatie : de organisatie voor amateurkunsten, vermeld in | 4° de organisatie : de organisatie voor amateurkunsten, vermeld in |
artikel 4 van het decreet; | artikel 4 van het decreet; |
5° het Centrum : het Forum voor Amateurkunsten, zoals opgericht door | 5° het Centrum : het Forum voor Amateurkunsten, zoals opgericht door |
de erkende organisaties voor amateurkunsten; | de erkende organisaties voor amateurkunsten; |
6° de jaarplanning : het jaarlijkse actieplan van de organisatie; | 6° de jaarplanning : het jaarlijkse actieplan van de organisatie; |
7° de beleidsperiode : de vijfjaarlijkse periode, vermeld in artikel | 7° de beleidsperiode : de vijfjaarlijkse periode, vermeld in artikel |
9, § 1, van het decreet. | 9, § 1, van het decreet. |
TITEL II. - Erkenningen | TITEL II. - Erkenningen |
Art. 2.§ 1. De minister erkent een organisatie voor amateurkunsten |
Art. 2.§ 1. De minister erkent een organisatie voor amateurkunsten |
nadat hiertoe in de loop van januari van het jaar dat voorafgaat aan | nadat hiertoe in de loop van januari van het jaar dat voorafgaat aan |
de beleidsperiode, een aangetekende schriftelijke aanvraag bij de | de beleidsperiode, een aangetekende schriftelijke aanvraag bij de |
administratie werd ingediend. | administratie werd ingediend. |
Bij die aanvraag moeten de nodige bewijsstukken gevoegd zijn, waaruit | Bij die aanvraag moeten de nodige bewijsstukken gevoegd zijn, waaruit |
blijkt dat de organisatie voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, | blijkt dat de organisatie voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, |
vermeld in artikel 6 van het decreet. | vermeld in artikel 6 van het decreet. |
§ 2. De aanvraag voor erkenning is onontvankelijk als niet voldaan is | § 2. De aanvraag voor erkenning is onontvankelijk als niet voldaan is |
aan één van de volgende voorwaarden : | aan één van de volgende voorwaarden : |
1° de aanvraag wordt tijdig ingediend; | 1° de aanvraag wordt tijdig ingediend; |
2° ze bevat alle documenten en gegevens, vermeld in § 1; | 2° ze bevat alle documenten en gegevens, vermeld in § 1; |
3° uit de ingediende stukken blijkt dat de doelstellingen van het | 3° uit de ingediende stukken blijkt dat de doelstellingen van het |
decreet door de organisatie voldoende kunnen worden gerealiseerd. | decreet door de organisatie voldoende kunnen worden gerealiseerd. |
De administratie brengt de aanvragende organisatie binnen een maand, | De administratie brengt de aanvragende organisatie binnen een maand, |
te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag, op de hoogte | te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag, op de hoogte |
van het feit of de aanvraag al dan niet ontvankelijk is. Bij | van het feit of de aanvraag al dan niet ontvankelijk is. Bij |
niet-ontvankelijkheid op basis van het eerste lid, 2° en 3°, heeft de | niet-ontvankelijkheid op basis van het eerste lid, 2° en 3°, heeft de |
organisatie één maand, vanaf de ontvangst van bericht van de | organisatie één maand, vanaf de ontvangst van bericht van de |
niet-ontvankelijkheid, de tijd om de nodige aanvullingen te bezorgen. | niet-ontvankelijkheid, de tijd om de nodige aanvullingen te bezorgen. |
§ 3. De administratie onderzoekt de aanvraag, indien nodig ter | § 3. De administratie onderzoekt de aanvraag, indien nodig ter |
plaatse, en brengt voor 15 april van het lopende jaar advies uit bij | plaatse, en brengt voor 15 april van het lopende jaar advies uit bij |
de minister. | de minister. |
De beslissing van de minister over de aanvraag voor erkenning wordt | De beslissing van de minister over de aanvraag voor erkenning wordt |
voor 15 mei meegedeeld aan de organisatie. | voor 15 mei meegedeeld aan de organisatie. |
§ 4. Voor 15 november van het kalenderjaar waarin de aanvraag werd | § 4. Voor 15 november van het kalenderjaar waarin de aanvraag werd |
gedaan, dient de organisatie het beleidsplan, vermeld in artikel 9, § | gedaan, dient de organisatie het beleidsplan, vermeld in artikel 9, § |
2, van het decreet, in bij de administratie. | 2, van het decreet, in bij de administratie. |
§ 5. De erkenning gaat in op 1 januari van het jaar dat volgt op de | § 5. De erkenning gaat in op 1 januari van het jaar dat volgt op de |
betekening van de beslissing tot erkenning. | betekening van de beslissing tot erkenning. |
§ 6. De erkenning kan ingetrokken worden als blijkt dat de organisatie | § 6. De erkenning kan ingetrokken worden als blijkt dat de organisatie |
niet langer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 6 | niet langer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 6 |
van het decreet. De intrekking van de erkenning gaat in op 1 januari | van het decreet. De intrekking van de erkenning gaat in op 1 januari |
van het jaar dat volgt op de mededeling van de beslissing en betekent | van het jaar dat volgt op de mededeling van de beslissing en betekent |
vanaf dat ogenblik het verlies van de jaarlijkse subsidie-enveloppe. | vanaf dat ogenblik het verlies van de jaarlijkse subsidie-enveloppe. |
TITEL III. - Subsidiëring | TITEL III. - Subsidiëring |
HOOFDSTUK I. - Procedure | HOOFDSTUK I. - Procedure |
Art. 3.§ 1. Uiterlijk op 1 maart van het jaar dat voorafgaat aan een |
Art. 3.§ 1. Uiterlijk op 1 maart van het jaar dat voorafgaat aan een |
nieuwe beleidsperiode, dient de organisatie een financieel | nieuwe beleidsperiode, dient de organisatie een financieel |
behoefteplan in met als doel een meerwaarde te realiseren ten aanzien | behoefteplan in met als doel een meerwaarde te realiseren ten aanzien |
van de werking tijdens de voorbije beleidsperiode. | van de werking tijdens de voorbije beleidsperiode. |
De administratie brengt voor 1 juni advies uit aan de minister over de | De administratie brengt voor 1 juni advies uit aan de minister over de |
aanpassing van de subsidie-enveloppe van de erkende organisatie. Het | aanpassing van de subsidie-enveloppe van de erkende organisatie. Het |
advies van de administratie bevat minstens een evaluatie van de | advies van de administratie bevat minstens een evaluatie van de |
werking van de organisatie gedurende de voorbije beleidsperiode, een | werking van de organisatie gedurende de voorbije beleidsperiode, een |
samenvatting van het financiële behoefteplan van de organisatie en de | samenvatting van het financiële behoefteplan van de organisatie en de |
verwijzing naar de beleidsintenties van de Vlaamse Regering, die | verwijzing naar de beleidsintenties van de Vlaamse Regering, die |
bekend zijn bij de opmaak van het beleidsplan. | bekend zijn bij de opmaak van het beleidsplan. |
Uiterlijk op 1 oktober van het jaar dat voorafgaat aan een nieuwe | Uiterlijk op 1 oktober van het jaar dat voorafgaat aan een nieuwe |
beleidsperiode bepaalt de minister de subsidie-enveloppe. | beleidsperiode bepaalt de minister de subsidie-enveloppe. |
§ 2. De organisatie dient een beleidsplan in, uiterlijk op 31 december | § 2. De organisatie dient een beleidsplan in, uiterlijk op 31 december |
van het jaar dat voorafgaat aan een nieuwe beleidsperiode. | van het jaar dat voorafgaat aan een nieuwe beleidsperiode. |
De administratie deelt voor 31 januari van het volgende jaar mee of | De administratie deelt voor 31 januari van het volgende jaar mee of |
het beleidsplan als voldoende basis aanvaard is ter subsidiëring van | het beleidsplan als voldoende basis aanvaard is ter subsidiëring van |
de organisatie. | de organisatie. |
§ 3. Als het beleidsplan niet aanvaard wordt, heeft de betreffende | § 3. Als het beleidsplan niet aanvaard wordt, heeft de betreffende |
organisatie drie maanden de tijd, te rekenen van de postdatum van de | organisatie drie maanden de tijd, te rekenen van de postdatum van de |
verzending van de mededeling van de administratie, om het beleidsplan | verzending van de mededeling van de administratie, om het beleidsplan |
bij te sturen. | bij te sturen. |
De administratie legt in dat geval het beleidsplan voor aan de | De administratie legt in dat geval het beleidsplan voor aan de |
minister en die beslist voor 1 mei van het eerste jaar van de nieuwe | minister en die beslist voor 1 mei van het eerste jaar van de nieuwe |
beleidsperiode over het aanvaarden van het beleidsplan. Als het | beleidsperiode over het aanvaarden van het beleidsplan. Als het |
beleidsplan niet aanvaard wordt, dan verliest de organisatie haar | beleidsplan niet aanvaard wordt, dan verliest de organisatie haar |
subsidie vanaf 1 januari van het volgende jaar. | subsidie vanaf 1 januari van het volgende jaar. |
§ 4. De nieuwe subsidie-enveloppe wordt toegekend vanaf 1 januari van | § 4. De nieuwe subsidie-enveloppe wordt toegekend vanaf 1 januari van |
het eerste jaar van elke beleidsperiode, tenzij het beleidsplan niet | het eerste jaar van elke beleidsperiode, tenzij het beleidsplan niet |
wordt aanvaard. In dat geval behoudt de organisatie gedurende één jaar | wordt aanvaard. In dat geval behoudt de organisatie gedurende één jaar |
de subsidie-enveloppe van de vorige beleidsperiode. | de subsidie-enveloppe van de vorige beleidsperiode. |
HOOFDSTUK II. - Beleidsplan en evaluatie | HOOFDSTUK II. - Beleidsplan en evaluatie |
Art. 4.§ 1. Het beleidsplan, vermeld in artikel 9, § 2, van het |
Art. 4.§ 1. Het beleidsplan, vermeld in artikel 9, § 2, van het |
decreet, omschrijft de missie, de algemene doelstellingen en de | decreet, omschrijft de missie, de algemene doelstellingen en de |
uitgangspunten van de organisatie. Het beleidsplan wordt gesitueerd in | uitgangspunten van de organisatie. Het beleidsplan wordt gesitueerd in |
een maatschappelijk kader en geeft een verdere uitwerking van de door | een maatschappelijk kader en geeft een verdere uitwerking van de door |
de minister aanvaarde punten uit het financiële behoefteplan. | de minister aanvaarde punten uit het financiële behoefteplan. |
§ 2. In het beleidsplan worden de volgende aspecten beschreven : | § 2. In het beleidsplan worden de volgende aspecten beschreven : |
1° de financiële middelen die worden ingezet voor de werking, het | 1° de financiële middelen die worden ingezet voor de werking, het |
personeel en de infrastructuur van de organisatie; | personeel en de infrastructuur van de organisatie; |
2° een nauwkeurige beschrijving van het doelpubliek, in het bijzonder | 2° een nauwkeurige beschrijving van het doelpubliek, in het bijzonder |
van de aangesloten groepen met vermelding van het aantal leden van de | van de aangesloten groepen met vermelding van het aantal leden van de |
groepen en van de individuele leden en de ontwikkeling ervan in de | groepen en van de individuele leden en de ontwikkeling ervan in de |
voorbije beleidsperiode; | voorbije beleidsperiode; |
3° de communicatie met de aangesloten groepen, de individuele leden en | 3° de communicatie met de aangesloten groepen, de individuele leden en |
de geïnteresseerde burger; | de geïnteresseerde burger; |
4° de vorming en de opleiding; | 4° de vorming en de opleiding; |
5° de doelgerichte begeleidingen aan de groepen en aan de individuele | 5° de doelgerichte begeleidingen aan de groepen en aan de individuele |
leden; | leden; |
6° de aandacht die besteed wordt aan de verschillende uitingsvormen | 6° de aandacht die besteed wordt aan de verschillende uitingsvormen |
van de discipline; | van de discipline; |
7° de opties inzake publieksgerichte activiteiten en evenementen; | 7° de opties inzake publieksgerichte activiteiten en evenementen; |
8° de samenwerking met het Forum voor Amateurkunsten voor de | 8° de samenwerking met het Forum voor Amateurkunsten voor de |
disciplineoverschrijdende materies, de samenwerkingsprojecten, de | disciplineoverschrijdende materies, de samenwerkingsprojecten, de |
samenwerking met de belendende sectoren en de kwaliteitszorg; | samenwerking met de belendende sectoren en de kwaliteitszorg; |
9° de participatie en het publieksbereik; | 9° de participatie en het publieksbereik; |
10° de culturele diversiteit en in het bijzonder de | 10° de culturele diversiteit en in het bijzonder de |
interculturaliteit. De organisaties moeten in hun beleidsplan een open | interculturaliteit. De organisaties moeten in hun beleidsplan een open |
beleid aantonen voor mensen en groepen met een etnisch-cultureel | beleid aantonen voor mensen en groepen met een etnisch-cultureel |
diverse achtergrond. Dit weerspiegelt zich in het aanbod, in het | diverse achtergrond. Dit weerspiegelt zich in het aanbod, in het |
vrijwilligersbeleid, in de samenwerkingsverbanden, in het bereik, in | vrijwilligersbeleid, in de samenwerkingsverbanden, in het bereik, in |
de vertegenwoordiging in de bestuursorganen en in de | de vertegenwoordiging in de bestuursorganen en in de |
personeelssamenstelling; | personeelssamenstelling; |
11° de initiatieven in het kader van product- of procesgerichte | 11° de initiatieven in het kader van product- of procesgerichte |
vernieuwing en verbreding; | vernieuwing en verbreding; |
12° de intenties in het kader van de semiprofessionele kunstbeoefening | 12° de intenties in het kader van de semiprofessionele kunstbeoefening |
en meer in het bijzonder de projecten die de organisatie zal indienen | en meer in het bijzonder de projecten die de organisatie zal indienen |
naar aanleiding van het subsidiereglement over de semiprofessionele | naar aanleiding van het subsidiereglement over de semiprofessionele |
aanpak; | aanpak; |
13° de wijze waarop de organisatie zich in internationale netwerken | 13° de wijze waarop de organisatie zich in internationale netwerken |
engageert en profileert; | engageert en profileert; |
14° de wijze waarop het beleidsplan rekening houdt met de accenten die | 14° de wijze waarop het beleidsplan rekening houdt met de accenten die |
de Vlaamse Regering legt in het kader van haar beleidsintenties voor | de Vlaamse Regering legt in het kader van haar beleidsintenties voor |
de amateurkunsten, die bekend zijn bij de opmaak van het beleidsplan. | de amateurkunsten, die bekend zijn bij de opmaak van het beleidsplan. |
Art. 5.§ 1. De jaarplanning, vermeld in artikel 12, § 3, 3°, van het |
Art. 5.§ 1. De jaarplanning, vermeld in artikel 12, § 3, 3°, van het |
decreet, vermeldt per concrete actie een beoogd resultaat, waarbij een | decreet, vermeldt per concrete actie een beoogd resultaat, waarbij een |
of meer resultaatsindicatoren worden aangegeven, evenals de manier | of meer resultaatsindicatoren worden aangegeven, evenals de manier |
waarop de organisatie de bereikte resultaten zal evalueren ten aanzien | waarop de organisatie de bereikte resultaten zal evalueren ten aanzien |
van de vastgelegde doelstellingen. | van de vastgelegde doelstellingen. |
§ 2. Bij de jaarplanning wordt een door de algemene vergadering | § 2. Bij de jaarplanning wordt een door de algemene vergadering |
goedgekeurde begroting gevoegd, en ze moet uiterlijk op 15 maart van | goedgekeurde begroting gevoegd, en ze moet uiterlijk op 15 maart van |
het lopende jaar worden ingediend. | het lopende jaar worden ingediend. |
§ 3. De organisatie bezorgt uiterlijk op 15 maart een werkingsverslag | § 3. De organisatie bezorgt uiterlijk op 15 maart een werkingsverslag |
en een financieel verslag van het voorgaande jaar aan de | en een financieel verslag van het voorgaande jaar aan de |
administratie. Die documenten zijn ondertekend door de voorzitter en | administratie. Die documenten zijn ondertekend door de voorzitter en |
de penningmeester of secretaris. Een uittreksel uit de notulen en de | de penningmeester of secretaris. Een uittreksel uit de notulen en de |
agenda van de bijeenkomst van de algemene vergadering waarin de | agenda van de bijeenkomst van de algemene vergadering waarin de |
documenten goedgekeurd werden, zijn daarbij gevoegd. | documenten goedgekeurd werden, zijn daarbij gevoegd. |
In het werkingsverslag wordt de in het jaarplan vastgelegde werking | In het werkingsverslag wordt de in het jaarplan vastgelegde werking |
getoetst aan de behaalde resultaten. | getoetst aan de behaalde resultaten. |
Art. 6.Gedurende de looptijd van elke beleidsperiode zal de |
Art. 6.Gedurende de looptijd van elke beleidsperiode zal de |
administratie minstens eenmaal een bezoek ter plaatse brengen om de | administratie minstens eenmaal een bezoek ter plaatse brengen om de |
werking van de organisatie te evalueren. Het uitgangspunt hiervoor is | werking van de organisatie te evalueren. Het uitgangspunt hiervoor is |
het door de administratie goedgekeurde en door de organisatie | het door de administratie goedgekeurde en door de organisatie |
eventueel bijgestuurde beleidsplan, de jaarplanningen, de | eventueel bijgestuurde beleidsplan, de jaarplanningen, de |
werkingsverslagen en de financiële verslagen. | werkingsverslagen en de financiële verslagen. |
De administratie deelt haar bevindingen schriftelijk mee aan de | De administratie deelt haar bevindingen schriftelijk mee aan de |
organisatie in een verslag met aanbevelingen. Bij negatieve | organisatie in een verslag met aanbevelingen. Bij negatieve |
vaststellingen moet de organisatie uiterlijk binnen een jaar na de | vaststellingen moet de organisatie uiterlijk binnen een jaar na de |
ontvangst van het verslag van de administratie een rapport indienen | ontvangst van het verslag van de administratie een rapport indienen |
bij de administratie waarin wordt aangetoond dat de uitvoering van | bij de administratie waarin wordt aangetoond dat de uitvoering van |
haar beleid conform het goedgekeurde beleidsplan is en dat het | haar beleid conform het goedgekeurde beleidsplan is en dat het |
beantwoordt aan de vaststellingen van de administratie. | beantwoordt aan de vaststellingen van de administratie. |
Als de administratie het rapport, vermeld in het tweede lid, negatief | Als de administratie het rapport, vermeld in het tweede lid, negatief |
evalueert, legt zij het dossier voor aan de minister. Na onderzoek | evalueert, legt zij het dossier voor aan de minister. Na onderzoek |
beslist de minister om de subsidies van de lopende beleidsperiode | beslist de minister om de subsidies van de lopende beleidsperiode |
vanaf 1 januari van het volgende jaar al dan niet stop te zetten. | vanaf 1 januari van het volgende jaar al dan niet stop te zetten. |
TITEL IV. - De subsidiëring van projecten | TITEL IV. - De subsidiëring van projecten |
HOOFDSTUK I. - Nieuwe disciplines of deeldisciplines | HOOFDSTUK I. - Nieuwe disciplines of deeldisciplines |
Art. 7.De subsidies voor projecten die betrekking hebben op een |
Art. 7.De subsidies voor projecten die betrekking hebben op een |
kunstdiscipline of deeldisciplines ervan die niet gesubsidieerd worden | kunstdiscipline of deeldisciplines ervan die niet gesubsidieerd worden |
op basis van het decreet, als vermeld in artikel 15, § 2, 1°, van het | op basis van het decreet, als vermeld in artikel 15, § 2, 1°, van het |
decreet, kunnen enkel worden toegekend aan verenigingen of | decreet, kunnen enkel worden toegekend aan verenigingen of |
instellingen die voldoen aan de volgende voorwaarden : | instellingen die voldoen aan de volgende voorwaarden : |
1° ze beschikken over rechtspersoonlijkheid; | 1° ze beschikken over rechtspersoonlijkheid; |
2° ze zijn gevestigd in het Nederlandse taalgebied of in het | 2° ze zijn gevestigd in het Nederlandse taalgebied of in het |
tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, voorzover het gaat om | tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, voorzover het gaat om |
verenigingen of instellingen die wegens hun activiteiten moeten worden | verenigingen of instellingen die wegens hun activiteiten moeten worden |
beschouwd uitsluitend te behoren tot de Vlaamse Gemeenschap. | beschouwd uitsluitend te behoren tot de Vlaamse Gemeenschap. |
Art. 8.Een project is duidelijk afgelijnd in de tijd en de uitvoering |
Art. 8.Een project is duidelijk afgelijnd in de tijd en de uitvoering |
ervan kan gespreid worden over meerdere jaren als de beleidsperiode in | ervan kan gespreid worden over meerdere jaren als de beleidsperiode in |
kwestie niet overschreden wordt. | kwestie niet overschreden wordt. |
De projectaanvraag zelf bevat alle financiële, organisatorische en | De projectaanvraag zelf bevat alle financiële, organisatorische en |
artistieke aspecten die een inhoudelijke beoordeling van het project | artistieke aspecten die een inhoudelijke beoordeling van het project |
in het raam van de decreetbepalingen mogelijk maken. Er moet worden | in het raam van de decreetbepalingen mogelijk maken. Er moet worden |
aangetoond dat met de projectmiddelen een werking uitgebouwd zal | aangetoond dat met de projectmiddelen een werking uitgebouwd zal |
worden die tegen het begin van de volgende beleidsperiode in | worden die tegen het begin van de volgende beleidsperiode in |
aanmerking kan komen voor de procedure tot erkenning als volwaardige | aanmerking kan komen voor de procedure tot erkenning als volwaardige |
amateurkunstenorganisatie. | amateurkunstenorganisatie. |
Art. 9.Een projectaanvraag kan elk jaar voor 1 oktober ingediend |
Art. 9.Een projectaanvraag kan elk jaar voor 1 oktober ingediend |
worden bij de administratie. | worden bij de administratie. |
Voor de beoordeling van de ingediende projectaanvragen stelt de | Voor de beoordeling van de ingediende projectaanvragen stelt de |
minister een adviescommissie in. | minister een adviescommissie in. |
De minister deelt zijn beslissing mee voor 15 december van het | De minister deelt zijn beslissing mee voor 15 december van het |
kalenderjaar in kwestie. De financiële ondersteuning gaat in op 1 | kalenderjaar in kwestie. De financiële ondersteuning gaat in op 1 |
januari van het daaropvolgende kalenderjaar. | januari van het daaropvolgende kalenderjaar. |
Art. 10.Een projectaanvraag bevat per kalenderjaar een begroting en |
Art. 10.Een projectaanvraag bevat per kalenderjaar een begroting en |
een activiteitenschema die telkens worden ingediend voor 1 oktober. | een activiteitenschema die telkens worden ingediend voor 1 oktober. |
Per kalenderjaar worden voor 1 april een afrekening en een | Per kalenderjaar worden voor 1 april een afrekening en een |
activiteitenverslag ingediend. | activiteitenverslag ingediend. |
HOOFDSTUK II. - Internationale culturele projecten in de | HOOFDSTUK II. - Internationale culturele projecten in de |
amateurkunstensector | amateurkunstensector |
Art. 11.Een vereniging met rechtspersoonlijkheid of een vereniging |
Art. 11.Een vereniging met rechtspersoonlijkheid of een vereniging |
die aangesloten is bij een erkende organisatie voor amateurkunsten, | die aangesloten is bij een erkende organisatie voor amateurkunsten, |
gevestigd in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied | gevestigd in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied |
Brussel-Hoofdstad, voor zover het gaat om verenigingen of instellingen | Brussel-Hoofdstad, voor zover het gaat om verenigingen of instellingen |
die wegens hun activiteiten moeten worden beschouwd uitsluitend te | die wegens hun activiteiten moeten worden beschouwd uitsluitend te |
behoren tot de Vlaamse Gemeenschap, die activiteiten ontplooit op het | behoren tot de Vlaamse Gemeenschap, die activiteiten ontplooit op het |
terrein van de amateurkunsten, kan een aanvraag indienen tot het | terrein van de amateurkunsten, kan een aanvraag indienen tot het |
verkrijgen van een subsidie voor een internationaal cultureel project. | verkrijgen van een subsidie voor een internationaal cultureel project. |
Voor de tegemoetkomingen in de buitenlandse reizen, vermeld in artikel | Voor de tegemoetkomingen in de buitenlandse reizen, vermeld in artikel |
16, kunnen ook individuele amateurkunstenaars een aanvraag indienen. | 16, kunnen ook individuele amateurkunstenaars een aanvraag indienen. |
Minstens tien procent van de projectmiddelen voor internationale | Minstens tien procent van de projectmiddelen voor internationale |
culturele projecten wordt voorbehouden voor interculturele projecten | culturele projecten wordt voorbehouden voor interculturele projecten |
of voor projecten, die ingediend zijn door groepen met een | of voor projecten, die ingediend zijn door groepen met een |
etnisch-cultureel diverse achtergrond. | etnisch-cultureel diverse achtergrond. |
Afdeling I. - Internationale culturele projecten in Vlaanderen | Afdeling I. - Internationale culturele projecten in Vlaanderen |
georganiseerd | georganiseerd |
Art. 12.§ 1. Om in aanmerking te komen voor de subsidiëring van |
Art. 12.§ 1. Om in aanmerking te komen voor de subsidiëring van |
internationale culturele projecten in de amateurkunstensector moeten | internationale culturele projecten in de amateurkunstensector moeten |
de projecten tot een van de volgende categorieën behoren : | de projecten tot een van de volgende categorieën behoren : |
1° een internationaal evenement dat in het Nederlandse taalgebied | 1° een internationaal evenement dat in het Nederlandse taalgebied |
wordt georganiseerd, waar een publiek platform wordt geboden aan | wordt georganiseerd, waar een publiek platform wordt geboden aan |
kwalitatief hoogstaande binnen- en buitenlandse amateurkunstengroepen | kwalitatief hoogstaande binnen- en buitenlandse amateurkunstengroepen |
en amateurkunstenaars uit meer dan drie landen; | en amateurkunstenaars uit meer dan drie landen; |
2° een internationaal congres, in het Nederlandse taalgebied | 2° een internationaal congres, in het Nederlandse taalgebied |
georganiseerd, met een ruime omkadering en rond specifieke thema's op | georganiseerd, met een ruime omkadering en rond specifieke thema's op |
het terrein van de amateurkunsten; | het terrein van de amateurkunsten; |
3° een internationaal evenement in het Nederlandse taalgebied met | 3° een internationaal evenement in het Nederlandse taalgebied met |
deelnemers uit meer dan drie landen waaraan Vlaamse | deelnemers uit meer dan drie landen waaraan Vlaamse |
amateurkunstgroepen of amateurkunstenaars deelnemen en waarbij de | amateurkunstgroepen of amateurkunstenaars deelnemen en waarbij de |
inhoud en de methodiek vanwege het experimentele, vernieuwende of | inhoud en de methodiek vanwege het experimentele, vernieuwende of |
interdisciplinaire karakter een waardevolle bijdrage betekenen op het | interdisciplinaire karakter een waardevolle bijdrage betekenen op het |
vlak van ervaringsuitwisseling. | vlak van ervaringsuitwisseling. |
§ 2. Paragraaf 1 geldt eveneens voor internationale culturele | § 2. Paragraaf 1 geldt eveneens voor internationale culturele |
projecten die doorgaan in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, | projecten die doorgaan in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, |
voor zover het gaat om verenigingen of instellingen die wegens hun | voor zover het gaat om verenigingen of instellingen die wegens hun |
activiteiten moeten worden beschouwd uitsluitend te behoren tot de | activiteiten moeten worden beschouwd uitsluitend te behoren tot de |
Vlaamse Gemeenschap. | Vlaamse Gemeenschap. |
Art. 13.De aanvraag voor projecten moet bij de administratie worden |
Art. 13.De aanvraag voor projecten moet bij de administratie worden |
ingediend uiterlijk op 1 oktober van het jaar dat voorafgaat aan het | ingediend uiterlijk op 1 oktober van het jaar dat voorafgaat aan het |
jaar waarin het internationale project plaatsvindt. | jaar waarin het internationale project plaatsvindt. |
Art. 14.Het ingediende dossier bevat minstens : |
Art. 14.Het ingediende dossier bevat minstens : |
1° een precieze omschrijving van het project, waarbij melding wordt | 1° een precieze omschrijving van het project, waarbij melding wordt |
gemaakt van de inhoud en vormgeving, de deelnemers, de concrete | gemaakt van de inhoud en vormgeving, de deelnemers, de concrete |
planning, de locaties en de eventuele partners. Daarbij moet duidelijk | planning, de locaties en de eventuele partners. Daarbij moet duidelijk |
worden aangetoond dat het gaat om amateurkunstenaars; | worden aangetoond dat het gaat om amateurkunstenaars; |
2° een overzicht van de programmering van het project, waarin | 2° een overzicht van de programmering van het project, waarin |
aangetoond wordt welke inbreng de deelnemende Vlaamse | aangetoond wordt welke inbreng de deelnemende Vlaamse |
amateurkunstengroep of amateurkunstenaar heeft; | amateurkunstengroep of amateurkunstenaar heeft; |
3° een overzicht van de voorbije programmering en activiteiten van de | 3° een overzicht van de voorbije programmering en activiteiten van de |
amateurkunstengroep of de amateurkunstenaar, waaruit blijkt dat de | amateurkunstengroep of de amateurkunstenaar, waaruit blijkt dat de |
inbreng op het internationale project een meerwaarde kan betekenen | inbreng op het internationale project een meerwaarde kan betekenen |
voor de deelnemende landen en de deelnemers; | voor de deelnemende landen en de deelnemers; |
4° een omstandige toelichting over het publieksbereik, over de wijze | 4° een omstandige toelichting over het publieksbereik, over de wijze |
waarop de media en pers zullen worden betrokken bij het project, en | waarop de media en pers zullen worden betrokken bij het project, en |
over de uitstraling van het project voor Vlaanderen; | over de uitstraling van het project voor Vlaanderen; |
5° een uitgewerkte begroting, waarin duidelijk moet worden aangetoond | 5° een uitgewerkte begroting, waarin duidelijk moet worden aangetoond |
welke de verwachte inkomsten en uitgaven zijn, met aandacht voor de | welke de verwachte inkomsten en uitgaven zijn, met aandacht voor de |
eigen inbreng van de aanvragende vereniging en de andere partners. Er | eigen inbreng van de aanvragende vereniging en de andere partners. Er |
moet duidelijk vermeld worden welk bedrag aan subsidies er wordt | moet duidelijk vermeld worden welk bedrag aan subsidies er wordt |
gevraagd. Uit de begroting moet blijken dat de aangevraagde subsidie | gevraagd. Uit de begroting moet blijken dat de aangevraagde subsidie |
noodzakelijk is om het project te kunnen realiseren. De subsidie kan | noodzakelijk is om het project te kunnen realiseren. De subsidie kan |
nooit meer bedragen dan 75 % van de effectieve uitgaven. | nooit meer bedragen dan 75 % van de effectieve uitgaven. |
Art. 15.§ 1. De bevoegde adviescommissie die is aangesteld door de |
Art. 15.§ 1. De bevoegde adviescommissie die is aangesteld door de |
minister geeft advies over de subsidieaanvragen. Bij de advisering | minister geeft advies over de subsidieaanvragen. Bij de advisering |
over de ingediende projecten zal de adviescommissie rekening houden | over de ingediende projecten zal de adviescommissie rekening houden |
met de volgende elementen : | met de volgende elementen : |
1° de mogelijkheden die aan de bevolking in Vlaanderen worden geboden | 1° de mogelijkheden die aan de bevolking in Vlaanderen worden geboden |
om in contact te komen en kennis te maken met buitenlandse | om in contact te komen en kennis te maken met buitenlandse |
cultuuruitingen; | cultuuruitingen; |
2° de bevordering van internationale samenwerkingsverbanden, | 2° de bevordering van internationale samenwerkingsverbanden, |
uitwisseling en expertisevorming; | uitwisseling en expertisevorming; |
3° de kansen die aan amateurkunstengroepen geboden worden om hun | 3° de kansen die aan amateurkunstengroepen geboden worden om hun |
artistieke kwaliteit te meten met die van andere nationaliteiten; | artistieke kwaliteit te meten met die van andere nationaliteiten; |
4° de internationale dimensie die op een kwalitatieve manier in het | 4° de internationale dimensie die op een kwalitatieve manier in het |
project aanwezig moet zijn; | project aanwezig moet zijn; |
5° de internationale uitstraling die de locatie en de deelname van | 5° de internationale uitstraling die de locatie en de deelname van |
andere partners aan het gebeuren geven; | andere partners aan het gebeuren geven; |
6° de indiening van een goed gemotiveerd en gedocumenteerd dossier. | 6° de indiening van een goed gemotiveerd en gedocumenteerd dossier. |
§ 2. De administratie legt aan de minister voor beslissing een | § 2. De administratie legt aan de minister voor beslissing een |
voorstel van subsidiëring voor, rekening houdend met het advies van de | voorstel van subsidiëring voor, rekening houdend met het advies van de |
adviescommissie. De minister deelt voor 31 december zijn beslissing | adviescommissie. De minister deelt voor 31 december zijn beslissing |
mee. | mee. |
Afdeling II. - Tegemoetkomingen in de buitenlandse reizen | Afdeling II. - Tegemoetkomingen in de buitenlandse reizen |
Art. 16.§ 1. Naast de subsidiëring van internationale projecten in |
Art. 16.§ 1. Naast de subsidiëring van internationale projecten in |
het binnenland bestaat eveneens de mogelijkheid om een financiële | het binnenland bestaat eveneens de mogelijkheid om een financiële |
tegemoetkoming aan te vragen in de reiskosten van sommige | tegemoetkoming aan te vragen in de reiskosten van sommige |
internationale projecten in het buitenland, namelijk bij : | internationale projecten in het buitenland, namelijk bij : |
1° deelname door Vlaamse amateurkunstengroepen en amateurkunstenaars, | 1° deelname door Vlaamse amateurkunstengroepen en amateurkunstenaars, |
met een behoorlijk artistiek niveau, aan een internationale wedstrijd | met een behoorlijk artistiek niveau, aan een internationale wedstrijd |
met een grote internationale uitstraling, waarbij er deelnemers zijn | met een grote internationale uitstraling, waarbij er deelnemers zijn |
uit minstens drie landen; | uit minstens drie landen; |
2° deelname door Vlaamse amateurkunstengroepen en amateurkunstenaars, | 2° deelname door Vlaamse amateurkunstengroepen en amateurkunstenaars, |
met een behoorlijk artistiek niveau, aan een festival met een grote | met een behoorlijk artistiek niveau, aan een festival met een grote |
internationale uitstraling, waarbij er deelnemers zijn uit minstens | internationale uitstraling, waarbij er deelnemers zijn uit minstens |
drie landen; | drie landen; |
3° het uitsturen van een Vlaamse dirigent, regisseur, choreograaf, | 3° het uitsturen van een Vlaamse dirigent, regisseur, choreograaf, |
docent, deskundige, of een Vlaams jurylid naar internationale | docent, deskundige, of een Vlaams jurylid naar internationale |
activiteiten met als bedoeling een bijdrage of meerwaarde te bieden | activiteiten met als bedoeling een bijdrage of meerwaarde te bieden |
voor de deelnemers van een activiteit in het buitenland; | voor de deelnemers van een activiteit in het buitenland; |
4° de deelname van Vlaamse amateurkunstenaars of amateurkunstengroepen | 4° de deelname van Vlaamse amateurkunstenaars of amateurkunstengroepen |
aan buitenlandse cursussen of workshops met deelnemers uit minstens | aan buitenlandse cursussen of workshops met deelnemers uit minstens |
drie landen met als bedoeling bijscholing en kwaliteitsverhoging van | drie landen met als bedoeling bijscholing en kwaliteitsverhoging van |
de eigen kennis of werking. | de eigen kennis of werking. |
§ 2. De tegemoetkomingen in de reiskosten voor die projecten bedragen | § 2. De tegemoetkomingen in de reiskosten voor die projecten bedragen |
maximaal 75 % van de totale reiskosten met een maximum van duizend | maximaal 75 % van de totale reiskosten met een maximum van duizend |
euro voor individuele deelnemers en een maximum van vijfduizend euro | euro voor individuele deelnemers en een maximum van vijfduizend euro |
voor amateurkunstengroepen. | voor amateurkunstengroepen. |
Bij projecten waarvoor een hogere tegemoetkoming aangevraagd wordt, | Bij projecten waarvoor een hogere tegemoetkoming aangevraagd wordt, |
kan de bevoegde minister een afwijking toestaan, na advies van de | kan de bevoegde minister een afwijking toestaan, na advies van de |
adviescommissie. De termijnen voor het indienen van die projecten zijn | adviescommissie. De termijnen voor het indienen van die projecten zijn |
vermeld in § 4. | vermeld in § 4. |
De subsidiabele reiskosten zijn beperkt tot de internationale | De subsidiabele reiskosten zijn beperkt tot de internationale |
vervoerkosten naar het buitenland en terug. Vervoerkosten in het | vervoerkosten naar het buitenland en terug. Vervoerkosten in het |
betreffende land zelf worden niet aanvaard. | betreffende land zelf worden niet aanvaard. |
§ 3. De aanvragen voor tegemoetkomingen in de buitenlandse reiskosten | § 3. De aanvragen voor tegemoetkomingen in de buitenlandse reiskosten |
moeten bij de administratie worden ingediend uiterlijk één maand voor | moeten bij de administratie worden ingediend uiterlijk één maand voor |
het project in kwestie plaatsvindt. | het project in kwestie plaatsvindt. |
§ 4. Bij projecten waarvoor een hogere tegemoetkoming aangevraagd | § 4. Bij projecten waarvoor een hogere tegemoetkoming aangevraagd |
wordt dan de bedragen, vermeld in § 2, gelden de volgende indiendata : | wordt dan de bedragen, vermeld in § 2, gelden de volgende indiendata : |
1° voor projecten die plaatsvinden in de eerste helft van het jaar : | 1° voor projecten die plaatsvinden in de eerste helft van het jaar : |
vóór 1 oktober van het voorgaande jaar; | vóór 1 oktober van het voorgaande jaar; |
2° voor projecten die plaatsvinden in de tweede helft van het jaar : | 2° voor projecten die plaatsvinden in de tweede helft van het jaar : |
vóór 1 mei van het lopende jaar. | vóór 1 mei van het lopende jaar. |
§ 5. Op basis van een voorstel van de administratie beslist de | § 5. Op basis van een voorstel van de administratie beslist de |
minister over de subsidiëring van de aanvraag. | minister over de subsidiëring van de aanvraag. |
TITEL V. - Slotbepalingen | TITEL V. - Slotbepalingen |
Art. 17.Het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2001 |
Art. 17.Het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2001 |
houdende uitvoering van het decreet van 22 december 2000 betreffende | houdende uitvoering van het decreet van 22 december 2000 betreffende |
de amateurkunsten, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering | de amateurkunsten, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering |
van 11 juni 2004, wordt opgeheven. | van 11 juni 2004, wordt opgeheven. |
Art. 18.Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking. |
Art. 18.Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking. |
Art. 19.De Vlaamse minister, bevoegd voor de Culturele |
Art. 19.De Vlaamse minister, bevoegd voor de Culturele |
Aangelegenheden, is belast met de uitvoering van dit besluit. | Aangelegenheden, is belast met de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 7 september 2007. | Brussel, 7 september 2007. |
De minister-president van de Vlaamse Regering, | De minister-president van de Vlaamse Regering, |
K. PEETERS | K. PEETERS |
De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel, | De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel, |
B. ANCIAUX | B. ANCIAUX |