Besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van de regels inzake de financiële ondersteuning van het projectmatig werken van bepaalde organisaties voor sociaal-cultureel werk | Besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van de regels inzake de financiële ondersteuning van het projectmatig werken van bepaalde organisaties voor sociaal-cultureel werk |
---|---|
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP |
7 SEPTEMBER 2001. - Besluit van de Vlaamse regering houdende | 7 SEPTEMBER 2001. - Besluit van de Vlaamse regering houdende |
vaststelling van de regels inzake de financiële ondersteuning van het | vaststelling van de regels inzake de financiële ondersteuning van het |
projectmatig werken van bepaalde organisaties voor sociaal-cultureel | projectmatig werken van bepaalde organisaties voor sociaal-cultureel |
werk | werk |
De Vlaamse regering, | De Vlaamse regering, |
Gelet op het decreet van 22 december 2000 houdende bepalingen tot | Gelet op het decreet van 22 december 2000 houdende bepalingen tot |
begeleiding van de begroting 2001, inzonderheid op artikel 49; | begeleiding van de begroting 2001, inzonderheid op artikel 49; |
Gelet op het advies van de Raad voor Volksontwikkeling en | Gelet op het advies van de Raad voor Volksontwikkeling en |
Cultuurspreiding, gegeven op 17 januari 2001; | Cultuurspreiding, gegeven op 17 januari 2001; |
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de | Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de |
Begroting, gegeven op 21 augustus 2001; | Begroting, gegeven op 21 augustus 2001; |
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari | Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari |
1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli | 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli |
1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; | 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; |
Gelet op de dringende noodzakelijkheid; | Gelet op de dringende noodzakelijkheid; |
Overwegende dat per 31 december 2000 de overgangsperiode eindigde | Overwegende dat per 31 december 2000 de overgangsperiode eindigde |
waardoor bepaalde organisaties hun structurele subsidie verliezen; dat | waardoor bepaalde organisaties hun structurele subsidie verliezen; dat |
bijgevolg, in afwachting van de geplande nieuwe regelgeving met | bijgevolg, in afwachting van de geplande nieuwe regelgeving met |
betrekking tot het sociaal-cultureel werk, snel een regeling moet | betrekking tot het sociaal-cultureel werk, snel een regeling moet |
kunnen worden getroffen om de toepasselijke bepaling van het | kunnen worden getroffen om de toepasselijke bepaling van het |
programmadecreet van 22 december 2001 uit te voeren; | programmadecreet van 22 december 2001 uit te voeren; |
Overwegende dat deze organisaties, waarvan een aantal waardevolle | Overwegende dat deze organisaties, waarvan een aantal waardevolle |
doelstellingen hebben en een interessante werking hieromtrent kunnen | doelstellingen hebben en een interessante werking hieromtrent kunnen |
ontwikkelen, in het licht van de geplande nieuwe regelgeving | ontwikkelen, in het licht van de geplande nieuwe regelgeving |
ondersteund moeten kunnen worden: | ondersteund moeten kunnen worden: |
Overwegende dat met het oog op het behoud van hun functionele en | Overwegende dat met het oog op het behoud van hun functionele en |
financiële overlevingskansen in het licht van de geplande nieuwe | financiële overlevingskansen in het licht van de geplande nieuwe |
regelgeving, de gelegenheid moet kunnen gegeven worden om hun | regelgeving, de gelegenheid moet kunnen gegeven worden om hun |
projectmatige werking vooralsnog financieel te laten ondersteunen; | projectmatige werking vooralsnog financieel te laten ondersteunen; |
Overwegende dat de Inspectie van Financiën eerst een positief advies | Overwegende dat de Inspectie van Financiën eerst een positief advies |
kon geven na de goedkeuring van de begrotingscontrole 2001, nl. op 19 | kon geven na de goedkeuring van de begrotingscontrole 2001, nl. op 19 |
juli 2001; | juli 2001; |
Overwegende dat een subsidiebeslissing moet worden genomen voor het | Overwegende dat een subsidiebeslissing moet worden genomen voor het |
einde van het bedoelde werkingsjaar 2001; | einde van het bedoelde werkingsjaar 2001; |
Op voorstel van de Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport, | Op voorstel van de Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport, |
Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking; | Brusselse Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.De organisaties, bedoeld in artikel 30, § 1 en § 2 van het |
Artikel 1.De organisaties, bedoeld in artikel 30, § 1 en § 2 van het |
decreet van 19 april 1995 houdende een subsidieregeling voor diensten | decreet van 19 april 1995 houdende een subsidieregeling voor diensten |
voor sociaal-cultureel werk voor volwassenen en houdende een wijziging | voor sociaal-cultureel werk voor volwassenen en houdende een wijziging |
van het decreet van 2 januari 1976 tot erkenning en subsidiëring van | van het decreet van 2 januari 1976 tot erkenning en subsidiëring van |
de Nederlandstalige koepelorganisaties voor beleidsvoorbereidend | de Nederlandstalige koepelorganisaties voor beleidsvoorbereidend |
overleg in de sector van het sociaal-cultureel werk voor volwassenen, | overleg in de sector van het sociaal-cultureel werk voor volwassenen, |
die bij het verstrijken van de overgangsperiode nog niet erkend waren, | die bij het verstrijken van de overgangsperiode nog niet erkend waren, |
kunnen binnen de beschikbare begrotingskredieten voor de werkjaren | kunnen binnen de beschikbare begrotingskredieten voor de werkjaren |
2001 en 2002 een aanvraag indienen tot financiële ondersteuning van | 2001 en 2002 een aanvraag indienen tot financiële ondersteuning van |
een projectmatige werking. | een projectmatige werking. |
Art. 2.Om voor financiële ondersteuning in aanmerking te komen moet |
Art. 2.Om voor financiële ondersteuning in aanmerking te komen moet |
de projectmatige werking van de organisatie zich situeren rond een | de projectmatige werking van de organisatie zich situeren rond een |
maatschappelijk relevant thema of een cluster van nauw verwante | maatschappelijk relevant thema of een cluster van nauw verwante |
thema's met maatschappelijke relevantie. De werking situeert zich op | thema's met maatschappelijke relevantie. De werking situeert zich op |
het vlak van de sensibilisatie en vorming van personen en groepen, | het vlak van de sensibilisatie en vorming van personen en groepen, |
wordt gekenmerkt door een methodische en procesmatige aanpak, heeft | wordt gekenmerkt door een methodische en procesmatige aanpak, heeft |
een emancipatorisch karakter en betekent een meerwaarde voor de | een emancipatorisch karakter en betekent een meerwaarde voor de |
samenleving. | samenleving. |
Art. 3.§ 1. De projectmatige werking richt zich, langs diverse |
Art. 3.§ 1. De projectmatige werking richt zich, langs diverse |
kanalen, tot het brede publiek in Vlaanderen en in Brussel. Aanvullend | kanalen, tot het brede publiek in Vlaanderen en in Brussel. Aanvullend |
kan een werking ontplooid worden via non-profitorganisaties. | kan een werking ontplooid worden via non-profitorganisaties. |
§ 2. De projectmatige werking bestaat uit sensibilisatie-activiteiten | § 2. De projectmatige werking bestaat uit sensibilisatie-activiteiten |
met minstens een jaarlijkse campagne, een aanbod aan cursussen, een | met minstens een jaarlijkse campagne, een aanbod aan cursussen, een |
documentatiecentrum, publicaties en hulp- en leermiddelen. | documentatiecentrum, publicaties en hulp- en leermiddelen. |
§ 3. De projectmatige werking wordt uitgeschreven in een projectplan, | § 3. De projectmatige werking wordt uitgeschreven in een projectplan, |
waarin de organisatie voor elk onderdeel realistische | waarin de organisatie voor elk onderdeel realistische |
resultaatindicatoren aangeeft. Het projectplan wordt uitgeschreven | resultaatindicatoren aangeeft. Het projectplan wordt uitgeschreven |
voor de beide werkjaren waarbij per werkjaar wordt aangegeven welke | voor de beide werkjaren waarbij per werkjaar wordt aangegeven welke |
realisaties gepland worden en welke financiële gevolgen hieraan | realisaties gepland worden en welke financiële gevolgen hieraan |
verbonden zijn. | verbonden zijn. |
Art. 4.Het jaarlijkse maximumbedrag van de financiële ondersteuning |
Art. 4.Het jaarlijkse maximumbedrag van de financiële ondersteuning |
is hoogstens gelijk aan het bedrag dat de aanvragende organisatie | is hoogstens gelijk aan het bedrag dat de aanvragende organisatie |
voorheen voor haar werking ontving op basis van het decreet van 19 | voorheen voor haar werking ontving op basis van het decreet van 19 |
april 1995 houdende een subsidieregeling voor diensten voor | april 1995 houdende een subsidieregeling voor diensten voor |
sociaal-cultureel werk voor volwassenen en houdende een wijziging van | sociaal-cultureel werk voor volwassenen en houdende een wijziging van |
het decreet van 2 januari 1976 tot erkenning en subsidiëring van de | het decreet van 2 januari 1976 tot erkenning en subsidiëring van de |
Nederlandstalige koepelorganisaties voor beleidsvoorbereidend overleg | Nederlandstalige koepelorganisaties voor beleidsvoorbereidend overleg |
in de sector van het sociaal-cultureel werk voor volwassenen. | in de sector van het sociaal-cultureel werk voor volwassenen. |
Art. 5.Voor de beoordeling van de projectplannen stelt de Vlaamse |
Art. 5.Voor de beoordeling van de projectplannen stelt de Vlaamse |
minister, bevoegd voor de Cultuur, een adviescommissie van deskundigen | minister, bevoegd voor de Cultuur, een adviescommissie van deskundigen |
in. | in. |
Art. 6.§ 1. De aanvraag tot financiële ondersteuning wordt ingediend |
Art. 6.§ 1. De aanvraag tot financiële ondersteuning wordt ingediend |
bij de afdeling Volksontwikkeling en Bibliotheken van de administratie | bij de afdeling Volksontwikkeling en Bibliotheken van de administratie |
Cultuur tegen 1 oktober 2001. | Cultuur tegen 1 oktober 2001. |
§ 2. Naast de documenten die aantonen dat de projectmatige werking | § 2. Naast de documenten die aantonen dat de projectmatige werking |
voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2 en 3, geeft de | voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2 en 3, geeft de |
organisatie in een projectplan en in een jaarlijkse begroting aan hoe | organisatie in een projectplan en in een jaarlijkse begroting aan hoe |
het project concreet gerealiseerd zal worden. De dossiervorming heeft | het project concreet gerealiseerd zal worden. De dossiervorming heeft |
tevens betrekking op de projectmatige werking die voorafgaat aan de | tevens betrekking op de projectmatige werking die voorafgaat aan de |
inwerkingtreding van dit besluit voor zover zij betrekking heeft op | inwerkingtreding van dit besluit voor zover zij betrekking heeft op |
een periode na 1 januari 2001. | een periode na 1 januari 2001. |
§ 3. De Vlaamse minister, bevoegd voor de Cultuur, neemt een | § 3. De Vlaamse minister, bevoegd voor de Cultuur, neemt een |
beslissing tegen 1 november 2001. | beslissing tegen 1 november 2001. |
Art. 7.De uitkering van de financiële ondersteuning gebeurt door |
Art. 7.De uitkering van de financiële ondersteuning gebeurt door |
middel van een voorschot van 75 percent van het subsidiebedrag, | middel van een voorschot van 75 percent van het subsidiebedrag, |
vermeld in artikel 4. Het voorschot vereist een jaarplan en een | vermeld in artikel 4. Het voorschot vereist een jaarplan en een |
begroting. Het saldo van 25 percent wordt uitbetaald na het indienen | begroting. Het saldo van 25 percent wordt uitbetaald na het indienen |
van het financieel verslag en van het werkingsverslag, waarin wordt | van het financieel verslag en van het werkingsverslag, waarin wordt |
aangetoond hoe de resultaatsindicatoren zijn bereikt. | aangetoond hoe de resultaatsindicatoren zijn bereikt. |
Art. 8.Dit besluit treedt in werking op 1 september 2001. |
Art. 8.Dit besluit treedt in werking op 1 september 2001. |
Art. 9.De Vlaamse minister, bevoegd voor de Cultuur, is belast met de |
Art. 9.De Vlaamse minister, bevoegd voor de Cultuur, is belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 7 september 2001. | Brussel, 7 september 2001. |
De minister-president van de Vlaamse regering, | De minister-president van de Vlaamse regering, |
P. DEWAEL | P. DEWAEL |
De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport, Brusselse | De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport, Brusselse |
Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking, | Aangelegenheden en Ontwikkelingssamenwerking, |
B. ANCIAUX | B. ANCIAUX |