Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de methodologie en de criteria van de voortgangstoets voor de academisch gerichte opleidingen van de hogescholen in Vlaanderen | Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de methodologie en de criteria van de voortgangstoets voor de academisch gerichte opleidingen van de hogescholen in Vlaanderen |
---|---|
VLAAMSE OVERHEID | VLAAMSE OVERHEID |
7 MAART 2008. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van | 7 MAART 2008. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van |
de methodologie en de criteria van de voortgangstoets voor de | de methodologie en de criteria van de voortgangstoets voor de |
academisch gerichte opleidingen van de hogescholen in Vlaanderen | academisch gerichte opleidingen van de hogescholen in Vlaanderen |
De Vlaamse Regering, | De Vlaamse Regering, |
Gelet op het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering | Gelet op het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering |
van het hoger onderwijs in Vlaanderen, inzonderheid op artikel 124, | van het hoger onderwijs in Vlaanderen, inzonderheid op artikel 124, |
gewijzigd bij de decreten van 19 maart 2004 en 30 april 2004; | gewijzigd bij de decreten van 19 maart 2004 en 30 april 2004; |
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de | Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de |
begroting, gegeven op 17 januari 2008; | begroting, gegeven op 17 januari 2008; |
Gelet op het advies nr. 44.040/1 van de Raad van State, gegeven op 7 | Gelet op het advies nr. 44.040/1 van de Raad van State, gegeven op 7 |
februari 2008, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van | februari 2008, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van |
de gecoördineerde wetten op de Raad van State; | de gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming; | Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : |
1° Erkenningscommissie : de commissie bedoeld in artikel 9 van het | 1° Erkenningscommissie : de commissie bedoeld in artikel 9 van het |
decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger | decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger |
onderwijs in Vlaanderen; | onderwijs in Vlaanderen; |
2° associatie : een vereniging zonder winstoogmerk bedoeld in artikel | 2° associatie : een vereniging zonder winstoogmerk bedoeld in artikel |
97 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering | 97 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering |
van het hoger onderwijs in Vlaanderen. | van het hoger onderwijs in Vlaanderen. |
Art. 2.§ 1. Onder de verantwoordelijkheid van de Erkenningscommissie |
Art. 2.§ 1. Onder de verantwoordelijkheid van de Erkenningscommissie |
wordt door de associaties een indicatieve voortgangstoets uitgevoerd | wordt door de associaties een indicatieve voortgangstoets uitgevoerd |
op de opleidingen opgesomd in de bijlage 1 bij dit besluit, maar met | op de opleidingen opgesomd in de bijlage 1 bij dit besluit, maar met |
uitzondering van de opleidingen die georganiseerd worden met | uitzondering van de opleidingen die georganiseerd worden met |
toepassing van artikel 24bis van het decreet van 4 april 2003 | toepassing van artikel 24bis van het decreet van 4 april 2003 |
betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen. | betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen. |
§ 2. Deze voortgangstoets heeft als doel de sinds de omvorming | § 2. Deze voortgangstoets heeft als doel de sinds de omvorming |
gerealiseerde voortgang te evalueren inzake de versterking van de | gerealiseerde voortgang te evalueren inzake de versterking van de |
wetenschappelijke ondersteuning en de verwevenheid van het onderwijs | wetenschappelijke ondersteuning en de verwevenheid van het onderwijs |
met onderzoek, hierna academisering te noemen. | met onderzoek, hierna academisering te noemen. |
§ 3. De Erkenningscommissie kan nadere operationele afspraken maken | § 3. De Erkenningscommissie kan nadere operationele afspraken maken |
met de associaties over de opbouw van de voortgangs- en | met de associaties over de opbouw van de voortgangs- en |
evaluatierapporten. | evaluatierapporten. |
Art. 3.De indicatieve voortgangstoets wordt uitgevoerd aan de hand |
Art. 3.De indicatieve voortgangstoets wordt uitgevoerd aan de hand |
van de volgende elementen : | van de volgende elementen : |
1° de verwevenheid van het onderzoek met het onderwijs in het | 1° de verwevenheid van het onderzoek met het onderwijs in het |
curriculum : | curriculum : |
a) de ontwikkeling van onderzoeksvaardigheden en -attitudes bij de | a) de ontwikkeling van onderzoeksvaardigheden en -attitudes bij de |
studenten : training in het gebruik van onderzoekstechnieken en | studenten : training in het gebruik van onderzoekstechnieken en |
methoden van verzameling van gegevens, aanleren van interpretatie en | methoden van verzameling van gegevens, aanleren van interpretatie en |
verwerking van gegevens, aanleren van reflectie over en oriëntering | verwerking van gegevens, aanleren van reflectie over en oriëntering |
van creatieve onderzoeksprocessen ...; | van creatieve onderzoeksprocessen ...; |
b) het bieden van mogelijkheden aan studenten om zelf projecten en | b) het bieden van mogelijkheden aan studenten om zelf projecten en |
onderzoeken uit te voeren met het oog op kennisontwikkeling en | onderzoeken uit te voeren met het oog op kennisontwikkeling en |
-creatie, analyse en synthese, reflectie, interpretatie en toepassing; | -creatie, analyse en synthese, reflectie, interpretatie en toepassing; |
c) de ontwikkeling van de masterproef als instrument om | c) de ontwikkeling van de masterproef als instrument om |
onderzoeksvaardigheden bij de studenten aan te leren en te toetsen; | onderzoeksvaardigheden bij de studenten aan te leren en te toetsen; |
2° de intensiteit van de onderzoeksactiviteiten van het personeel : | 2° de intensiteit van de onderzoeksactiviteiten van het personeel : |
a) het aandeel onderzoeksactieve personeelsleden ten opzichte van het | a) het aandeel onderzoeksactieve personeelsleden ten opzichte van het |
totale personeelsbestand; | totale personeelsbestand; |
b) het aandeel van het personeel met een diploma van doctor ten | b) het aandeel van het personeel met een diploma van doctor ten |
opzichte van het totale personeelsbestand binnen de opleiding; | opzichte van het totale personeelsbestand binnen de opleiding; |
c) inkomsten uit contractonderzoek; | c) inkomsten uit contractonderzoek; |
d) onderzoeksmatige reputatie en externe waardering van de | d) onderzoeksmatige reputatie en externe waardering van de |
personeelsleden; | personeelsleden; |
3° de onderzoeks- en valorisatieoutput van het personeel, opgesplitst | 3° de onderzoeks- en valorisatieoutput van het personeel, opgesplitst |
in de gangbare categorieën die gelden binnen het studiegebied; | in de gangbare categorieën die gelden binnen het studiegebied; |
4° de inzet van financiële middelen : | 4° de inzet van financiële middelen : |
a) een overzicht van de lopende onderzoeksprojecten met een | a) een overzicht van de lopende onderzoeksprojecten met een |
personeelslid van de hogeschool als promotor of copromotor, en de | personeelslid van de hogeschool als promotor of copromotor, en de |
wijze en omvang van de financiering ervan; | wijze en omvang van de financiering ervan; |
b) ingezette middelen voor onderzoek ten opzichte van de totale | b) ingezette middelen voor onderzoek ten opzichte van de totale |
middelen vanuit de verschillende geldstromen, gemeenschappelijke | middelen vanuit de verschillende geldstromen, gemeenschappelijke |
investeringen van hogeschool en universiteit; | investeringen van hogeschool en universiteit; |
5° de onderzoeksinfrastructuur en -faciliteiten. | 5° de onderzoeksinfrastructuur en -faciliteiten. |
Art. 4.Ter uitvoering van de voortgangstoets stelt elke betrokken |
Art. 4.Ter uitvoering van de voortgangstoets stelt elke betrokken |
hogeschool voor de in artikel 2 bedoelde opleidingen een | hogeschool voor de in artikel 2 bedoelde opleidingen een |
voortgangsrapport samen waarin de nodige gegevens worden aangeleverd | voortgangsrapport samen waarin de nodige gegevens worden aangeleverd |
om de toets uit te voeren. Dat rapport omvat minimaal de volgende | om de toets uit te voeren. Dat rapport omvat minimaal de volgende |
rubrieken : | rubrieken : |
1° de gegevens, vermeld in artikel 3 van dit besluit; | 1° de gegevens, vermeld in artikel 3 van dit besluit; |
2° een toelichting bij die gegevens, waarbij ook de evolutie die al | 2° een toelichting bij die gegevens, waarbij ook de evolutie die al |
heeft plaatsgevonden met betrekking tot deze gegevens en de te | heeft plaatsgevonden met betrekking tot deze gegevens en de te |
verwachten ontwikkeling worden toegelicht; | verwachten ontwikkeling worden toegelicht; |
3° een eigen evaluatie van de gerealiseerde voortgang en van de nog te | 3° een eigen evaluatie van de gerealiseerde voortgang en van de nog te |
realiseren voortgang tot het ogenblik dat de voldoende generieke | realiseren voortgang tot het ogenblik dat de voldoende generieke |
kwaliteitswaarborgen, vermeld in artikel 58 van het decreet van 4 | kwaliteitswaarborgen, vermeld in artikel 58 van het decreet van 4 |
april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in | april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in |
Vlaanderen, aanwezig moeten zijn. | Vlaanderen, aanwezig moeten zijn. |
Art. 5.De associatie waarvan de betrokken hogeschoolbesturen partner |
Art. 5.De associatie waarvan de betrokken hogeschoolbesturen partner |
zijn, maakt op basis van de in artikel 4 vermelde voortgangsrapporten | zijn, maakt op basis van de in artikel 4 vermelde voortgangsrapporten |
en per cluster van opleidingen een eigen evaluatierapport dat de | en per cluster van opleidingen een eigen evaluatierapport dat de |
volgende rubrieken omvat : | volgende rubrieken omvat : |
1° een evaluatie van de voortgang van het academiseringsproces van de | 1° een evaluatie van de voortgang van het academiseringsproces van de |
betrokken opleidingen; | betrokken opleidingen; |
2° een evaluatie van de nog te realiseren voortgang tot het ogenblik | 2° een evaluatie van de nog te realiseren voortgang tot het ogenblik |
dat de voldoende generieke kwaliteitswaarborgen, vermeld in artikel 58 | dat de voldoende generieke kwaliteitswaarborgen, vermeld in artikel 58 |
van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van | van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van |
het hoger onderwijs in Vlaanderen, aanwezig moeten zijn; | het hoger onderwijs in Vlaanderen, aanwezig moeten zijn; |
3° een evaluatie van het lopende onderzoeksbeleid en de | 3° een evaluatie van het lopende onderzoeksbeleid en de |
onderzoeksorganisatie van elke betrokken hogeschool; | onderzoeksorganisatie van elke betrokken hogeschool; |
4° een toelichting bij het onderzoeksbeleid voor de komende jaren, | 4° een toelichting bij het onderzoeksbeleid voor de komende jaren, |
alsook een toelichting bij het meerjarenplan voor onderzoek, het | alsook een toelichting bij het meerjarenplan voor onderzoek, het |
gezamenlijk opgezette systeem van kwaliteitszorg voor het onderzoek en | gezamenlijk opgezette systeem van kwaliteitszorg voor het onderzoek en |
het algemene onderzoeks- en samenwerkingsreglement van de associatie, | het algemene onderzoeks- en samenwerkingsreglement van de associatie, |
en een evaluatie van de inmiddels bereikte resultaten. | en een evaluatie van de inmiddels bereikte resultaten. |
De associatie moet haar oordeel afdoende motiveren. | De associatie moet haar oordeel afdoende motiveren. |
Uiterlijk op 30 april 2008 bezorgen de associaties hun | Uiterlijk op 30 april 2008 bezorgen de associaties hun |
evaluatierapport en de voortgangsrapporten van de individuele | evaluatierapport en de voortgangsrapporten van de individuele |
opleidingen aan de Erkenningscommissie. | opleidingen aan de Erkenningscommissie. |
Art. 6.§ 1. De Erkenningscommissie maakt een meta-evaluatie van de |
Art. 6.§ 1. De Erkenningscommissie maakt een meta-evaluatie van de |
voortgang van de academisering door middel van een analyse en een | voortgang van de academisering door middel van een analyse en een |
beoordeling van de ingediende evaluatierapporten van de associaties en | beoordeling van de ingediende evaluatierapporten van de associaties en |
van een plaatsbezoek aan elke associatie. De Erkenningscommissie wordt | van een plaatsbezoek aan elke associatie. De Erkenningscommissie wordt |
voor de uitvoering van deze meta-evaluatie uitgebreid met twee | voor de uitvoering van deze meta-evaluatie uitgebreid met twee |
leden-experts. | leden-experts. |
§ 2. De Erkenningscommissie bezorgt haar ontwerprapport aan de | § 2. De Erkenningscommissie bezorgt haar ontwerprapport aan de |
associaties, die binnen een termijn van dertig kalenderdagen te | associaties, die binnen een termijn van dertig kalenderdagen te |
rekenen vanaf de dag na de ontvangst ervan, commentaar op het | rekenen vanaf de dag na de ontvangst ervan, commentaar op het |
ontwerprapport aan de Erkenningscommissie kunnen bezorgen. De | ontwerprapport aan de Erkenningscommissie kunnen bezorgen. De |
Erkenningscommissie moet haar oordeel afdoende motiveren. | Erkenningscommissie moet haar oordeel afdoende motiveren. |
§ 3. De Erkenningscommissie brengt haar eindrapport uiterlijk op 31 | § 3. De Erkenningscommissie brengt haar eindrapport uiterlijk op 31 |
juli 2008 uit. | juli 2008 uit. |
Art. 7.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met |
Art. 7.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met |
de uitvoering van dit besluit. | de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 7 maart 2008. | Brussel, 7 maart 2008. |
De minister-president van de Vlaamse Regering, | De minister-president van de Vlaamse Regering, |
K. PEETERS | K. PEETERS |
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, | De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, |
F. VANDENBROUCKE | F. VANDENBROUCKE |
Bijlage 1 : de opleidingen die onderworpen zullen worden aan de | Bijlage 1 : de opleidingen die onderworpen zullen worden aan de |
voortgangstoets | voortgangstoets |
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld | Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld |
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering | Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering |
van 7 maart 2008 tot vaststelling van de methodologie en de criteria | van 7 maart 2008 tot vaststelling van de methodologie en de criteria |
van de voortgangstoets van de academisch gerichte opleidingen van de | van de voortgangstoets van de academisch gerichte opleidingen van de |
hogescholen in Vlaanderen. | hogescholen in Vlaanderen. |
De Minister-president van de Vlaamse Regering, | De Minister-president van de Vlaamse Regering, |
K. PEETERS | K. PEETERS |
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, | De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, |
F. VANDENBROUCKE | F. VANDENBROUCKE |