Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de tweede verlenging van de proefprojecten over flexibel kortverblijf in erkende groepen van assistentiewoningen | Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de tweede verlenging van de proefprojecten over flexibel kortverblijf in erkende groepen van assistentiewoningen |
---|---|
VLAAMSE OVERHEID | VLAAMSE OVERHEID |
7 JULI 2017. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de tweede | 7 JULI 2017. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de tweede |
verlenging van de proefprojecten over flexibel kortverblijf in erkende | verlenging van de proefprojecten over flexibel kortverblijf in erkende |
groepen van assistentiewoningen | groepen van assistentiewoningen |
De Vlaamse Regering, | De Vlaamse Regering, |
Gelet op het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009, artikel 69; | Gelet op het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009, artikel 69; |
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 29 juni | Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 29 juni |
2017; | 2017; |
Overwegende dat conform artikel 36, § 2, van het Woonzorgdecreet van | Overwegende dat conform artikel 36, § 2, van het Woonzorgdecreet van |
13 maart 2009, een centrum voor kortverblijf, verbonden aan een | 13 maart 2009, een centrum voor kortverblijf, verbonden aan een |
woonzorgcentrum, de toelating kan krijgen om een of meer | woonzorgcentrum, de toelating kan krijgen om een of meer |
woongelegenheden kortverblijf in te zetten in een groep van | woongelegenheden kortverblijf in te zetten in een groep van |
assistentiewoningen; dat, nog volgens die bepaling, de Vlaamse | assistentiewoningen; dat, nog volgens die bepaling, de Vlaamse |
Regering de voorwaarden en de procedure voor die toelating zal | Regering de voorwaarden en de procedure voor die toelating zal |
bepalen; dat artikel 36, § 2, nog niet in werking is gesteld; dat, | bepalen; dat artikel 36, § 2, nog niet in werking is gesteld; dat, |
voor die bepaling in werking wordt gesteld en op algemene wijze de | voor die bepaling in werking wordt gesteld en op algemene wijze de |
voorwaarden voor de toelating zijn bepaald, het aangewezen is om | voorwaarden voor de toelating zijn bepaald, het aangewezen is om |
gedurende een relatief korte periode het inzetten van kortverblijf in | gedurende een relatief korte periode het inzetten van kortverblijf in |
groepen van assistentiewoningen te evalueren in de praktijk; dat | groepen van assistentiewoningen te evalueren in de praktijk; dat |
daarom, na intensief overleg met de ouderensector, de Vlaamse Regering | daarom, na intensief overleg met de ouderensector, de Vlaamse Regering |
vier proefprojecten wil lanceren om de knelpunten van de implementatie | vier proefprojecten wil lanceren om de knelpunten van de implementatie |
op te lijsten voor het concept in de hele ouderensector ingevoerd | op te lijsten voor het concept in de hele ouderensector ingevoerd |
wordt; dat aan de proefprojecten, die geselecteerd zijn op voorstel | wordt; dat aan de proefprojecten, die geselecteerd zijn op voorstel |
van de koepels ouderenzorg, rechtszekerheid geboden moet worden; | van de koepels ouderenzorg, rechtszekerheid geboden moet worden; |
Overwegende dat de proefprojecten flexibel kortverblijf in groepen van | Overwegende dat de proefprojecten flexibel kortverblijf in groepen van |
assistentiewoningen bij besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart | assistentiewoningen bij besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart |
2014 werden goedgekeurd voor een periode van één jaar, van 1 april | 2014 werden goedgekeurd voor een periode van één jaar, van 1 april |
2014 tot 1 april 2015; | 2014 tot 1 april 2015; |
Overwegende dat er slechts een beperkt aantal registraties per | Overwegende dat er slechts een beperkt aantal registraties per |
proefproject waren, waardoor het aangewezen was de proefprojecten te | proefproject waren, waardoor het aangewezen was de proefprojecten te |
verlengen met twee jaar. Op deze manier konden alsnog voldoende | verlengen met twee jaar. Op deze manier konden alsnog voldoende |
gegevens verzameld worden over de voor- en nadelen van de generieke | gegevens verzameld worden over de voor- en nadelen van de generieke |
implementatie van flexibel kortverblijf in groepen van | implementatie van flexibel kortverblijf in groepen van |
assistentiewoningen na deze verlengde proefperiode; | assistentiewoningen na deze verlengde proefperiode; |
Overwegende dat deze vier goedgekeurde proefprojecten over flexibel | Overwegende dat deze vier goedgekeurde proefprojecten over flexibel |
kortverblijf in groepen van assistentiewoningen bij besluit van de | kortverblijf in groepen van assistentiewoningen bij besluit van de |
Vlaamse Regering van 3 april 2015 werden verlengd met een termijn van | Vlaamse Regering van 3 april 2015 werden verlengd met een termijn van |
twee jaar, van 1 april 2015 tot en met 31 maart 2017; | twee jaar, van 1 april 2015 tot en met 31 maart 2017; |
Overwegende dat na overleg met de vier pilootprojecten en de | Overwegende dat na overleg met de vier pilootprojecten en de |
koepelorganisaties in de ouderenzorg, in afwachting van de generieke | koepelorganisaties in de ouderenzorg, in afwachting van de generieke |
implementatie van flexibel kortverblijf in groepen van | implementatie van flexibel kortverblijf in groepen van |
assistentiewoningen, die is gepland voor 1 januari 2018, de vier | assistentiewoningen, die is gepland voor 1 januari 2018, de vier |
pilootprojecten rechtszekerheid moet geboden worden voor de | pilootprojecten rechtszekerheid moet geboden worden voor de |
tussenliggende periode van 1 april 2017 tot en met 31 december 2017; | tussenliggende periode van 1 april 2017 tot en met 31 december 2017; |
Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en | Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en |
Gezin; | Gezin; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.Dit besluit heeft betrekking op de uitvoering van een |
Artikel 1.Dit besluit heeft betrekking op de uitvoering van een |
proefproject als vermeld in artikel 2, door elk van de volgende | proefproject als vermeld in artikel 2, door elk van de volgende |
voorzieningen en initiatiefnemers: | voorzieningen en initiatiefnemers: |
1° WZC Maria Middelares, Pater Lievensstraat 20 in 8890 Moorslede, | 1° WZC Maria Middelares, Pater Lievensstraat 20 in 8890 Moorslede, |
uitgebaat door de vzw Bejaardenzorg Maria Middelares, gevestigd op | uitgebaat door de vzw Bejaardenzorg Maria Middelares, gevestigd op |
hetzelfde adres; | hetzelfde adres; |
2° WZC Solidariteit voor het Gezin, Tentoonstellingslaan 70 in 9000 | 2° WZC Solidariteit voor het Gezin, Tentoonstellingslaan 70 in 9000 |
Gent, uitgebaat door de vzw Solidariteit voor het Gezin, gevestigd op | Gent, uitgebaat door de vzw Solidariteit voor het Gezin, gevestigd op |
hetzelfde adres; | hetzelfde adres; |
3° WZC De Goede Tijd, Bosuilplein 1 in 2100 Antwerpen, uitgebaat door | 3° WZC De Goede Tijd, Bosuilplein 1 in 2100 Antwerpen, uitgebaat door |
Zorgbedrijf Antwerpen, OCMW-vereniging van publiek recht, | Zorgbedrijf Antwerpen, OCMW-vereniging van publiek recht, |
Ballaarstraat 35 in 2018 Antwerpen; | Ballaarstraat 35 in 2018 Antwerpen; |
4° WZC Wommelgheem, Selsaetenstraat 50 in 2160 Wommelgem, uitgebaat | 4° WZC Wommelgheem, Selsaetenstraat 50 in 2160 Wommelgem, uitgebaat |
door de NV Armonea, François Sebrechtslaan 40 in 1080 | door de NV Armonea, François Sebrechtslaan 40 in 1080 |
Sint-Jans-Molenbeek. | Sint-Jans-Molenbeek. |
Art. 2.Het proefproject bestaat erin dat de initiatiefnemer de |
Art. 2.Het proefproject bestaat erin dat de initiatiefnemer de |
erkende woongelegenheden centrum voor kortverblijf die uitgebaat | erkende woongelegenheden centrum voor kortverblijf die uitgebaat |
worden in zijn erkend woonzorgcentrum, kan inzetten binnen een erkende | worden in zijn erkend woonzorgcentrum, kan inzetten binnen een erkende |
groep van assistentiewoningen die in de onmiddellijke nabijheid van | groep van assistentiewoningen die in de onmiddellijke nabijheid van |
het woonzorgcentrum ligt, als voldaan is aan een van de volgende | het woonzorgcentrum ligt, als voldaan is aan een van de volgende |
voorwaarden: | voorwaarden: |
1° de groep van assistentiewoningen wordt uitgebaat door dezelfde | 1° de groep van assistentiewoningen wordt uitgebaat door dezelfde |
initiatiefnemer en vormt functioneel een geheel met het centrum voor | initiatiefnemer en vormt functioneel een geheel met het centrum voor |
kortverblijf; | kortverblijf; |
2° de groep van assistentiewoningen wordt uitgebaat door een andere | 2° de groep van assistentiewoningen wordt uitgebaat door een andere |
initiatiefnemer met wie de initiatiefnemer van het centrum voor | initiatiefnemer met wie de initiatiefnemer van het centrum voor |
kortverblijf een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten. | kortverblijf een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten. |
Art. 3.Na overleg met de initiatiefnemers die instaan voor de |
Art. 3.Na overleg met de initiatiefnemers die instaan voor de |
uitvoering van de proefprojecten en de koepelorganisaties ouderenzorg, | uitvoering van de proefprojecten en de koepelorganisaties ouderenzorg, |
is een laatste verlengingsperiode met negen maanden met ingang van 1 | is een laatste verlengingsperiode met negen maanden met ingang van 1 |
april 2017 tot en met 31 december 2017 noodzakelijk om de algemene | april 2017 tot en met 31 december 2017 noodzakelijk om de algemene |
uitrol van het systeem, gepland op 1 januari 2018, te overbruggen en | uitrol van het systeem, gepland op 1 januari 2018, te overbruggen en |
op die wijze verdere rechtszekerheid te geven aan de vier | op die wijze verdere rechtszekerheid te geven aan de vier |
geselecteerde proefprojecten tot aan de generieke implementatie ervan. | geselecteerde proefprojecten tot aan de generieke implementatie ervan. |
Art. 4.Dit besluit verlengt de duur van het proefproject, zoals |
Art. 4.Dit besluit verlengt de duur van het proefproject, zoals |
opgenomen in de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 maart 2014 en | opgenomen in de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 maart 2014 en |
3 april 2015, met negen maanden met ingang van 1 april 2017 en treedt | 3 april 2015, met negen maanden met ingang van 1 april 2017 en treedt |
buiten werking op 1 januari 2018. | buiten werking op 1 januari 2018. |
Art. 5.De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is |
Art. 5.De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is |
belast met de uitvoering van dit besluit. | belast met de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 7 juli 2017. | Brussel, 7 juli 2017. |
De minister-president van de Vlaamse Regering, | De minister-president van de Vlaamse Regering, |
G. BOURGEOIS | G. BOURGEOIS |
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, | De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, |
J. VANDEURZEN | J. VANDEURZEN |