Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de waarborgen in het kader van de inhaalbeweging voor schoolinfrastructuur Vlaanderen | Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de waarborgen in het kader van de inhaalbeweging voor schoolinfrastructuur Vlaanderen |
---|---|
VLAAMSE OVERHEID | VLAAMSE OVERHEID |
5 OKTOBER 2007. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de | 5 OKTOBER 2007. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de |
waarborgen in het kader van de inhaalbeweging voor | waarborgen in het kader van de inhaalbeweging voor |
schoolinfrastructuur Vlaanderen | schoolinfrastructuur Vlaanderen |
De Vlaamse Regering, | De Vlaamse Regering, |
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der | Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der |
instellingen, inzonderheid op artikel 20; | instellingen, inzonderheid op artikel 20; |
Gelet op het decreet van 7 mei 2004 houdende bepalingen inzake kas-, | Gelet op het decreet van 7 mei 2004 houdende bepalingen inzake kas-, |
schuld- en waarborgbeheer van de Vlaamse Gemeenschap en van het | schuld- en waarborgbeheer van de Vlaamse Gemeenschap en van het |
Vlaamse Gewest, inzonderheid de artikel 6 tot 10; | Vlaamse Gewest, inzonderheid de artikel 6 tot 10; |
Gelet op het decreet van 7 juli 2006 betreffende de inhaalbeweging | Gelet op het decreet van 7 juli 2006 betreffende de inhaalbeweging |
voor schoolinfrastructuur, inzonderheid op de artikelen 37 en 38; | voor schoolinfrastructuur, inzonderheid op de artikelen 37 en 38; |
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën van 28 juni 2007; | Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën van 28 juni 2007; |
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de | Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de |
Begroting, gegeven op 19 juli 2007; | Begroting, gegeven op 19 juli 2007; |
Gelet op het advies met nummer 43.456/1/V van de Raad van State, | Gelet op het advies met nummer 43.456/1/V van de Raad van State, |
gegeven op 4 september 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, | gegeven op 4 september 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, |
eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; | eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Op voordracht van de Vlaamse minister van Onderwijs; | Op voordracht van de Vlaamse minister van Onderwijs; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK I. - Gemeenschapswaarborg voor de terugbetaling van bepaalde | HOOFDSTUK I. - Gemeenschapswaarborg voor de terugbetaling van bepaalde |
leningen aangegaan door de DBFM-vennootschap | leningen aangegaan door de DBFM-vennootschap |
Artikel 1.§ 1. De gemeenschapswaarborg wordt op de wijze bepaald in |
Artikel 1.§ 1. De gemeenschapswaarborg wordt op de wijze bepaald in |
dit besluit verleend aan de leningen aangegaan door de | dit besluit verleend aan de leningen aangegaan door de |
DBFM-vennootschap ter financiering van het DBFM-programma. De | DBFM-vennootschap ter financiering van het DBFM-programma. De |
terugbetaling van zichtrekeningen, converteerbare leningen en | terugbetaling van zichtrekeningen, converteerbare leningen en |
achtergestelde leningen kunnen niet vallen onder deze waarborg. | achtergestelde leningen kunnen niet vallen onder deze waarborg. |
Het totaal van de leningen waarvoor conform dit hoofdstuk een | Het totaal van de leningen waarvoor conform dit hoofdstuk een |
waarborgbesluit wordt afgeleverd, mag niet meer bedragen dan de limiet | waarborgbesluit wordt afgeleverd, mag niet meer bedragen dan de limiet |
zoals vastgesteld door het Vlaams Parlement. | zoals vastgesteld door het Vlaams Parlement. |
§ 2. De waarborg voor de leningen voor de realisatie van het | § 2. De waarborg voor de leningen voor de realisatie van het |
DBFM-programma van de DBFM-vennootschap dekt maximaal 100% van het | DBFM-programma van de DBFM-vennootschap dekt maximaal 100% van het |
kapitaalgedeelte van de lening, en 100% van de conform § 3 bepaalde | kapitaalgedeelte van de lening, en 100% van de conform § 3 bepaalde |
interesten, van toepassing voor de beëindiging van het contract. | interesten, van toepassing voor de beëindiging van het contract. |
Verwijlinteresten, vergoedingen voor wederbelegging en alle andere | Verwijlinteresten, vergoedingen voor wederbelegging en alle andere |
kosten toegepast bij de opeisbaarheid van het krediet worden niet | kosten toegepast bij de opeisbaarheid van het krediet worden niet |
gewaarborgd. De waarborg voor de leningen van de DBFM-vennootschap | gewaarborgd. De waarborg voor de leningen van de DBFM-vennootschap |
heeft bovendien enkel betrekking op het effectief uitstaand verlies, | heeft bovendien enkel betrekking op het effectief uitstaand verlies, |
nadat alle zakelijke en persoonlijke zekerheden, waarover de financier | nadat alle zakelijke en persoonlijke zekerheden, waarover de financier |
beschikt ter dekking van de gewaarborgde lening, door de financier | beschikt ter dekking van de gewaarborgde lening, door de financier |
zijn uitgewonnen. | zijn uitgewonnen. |
§ 3. De toepasselijke rentevoet voor het bepalen van de in § 2 | § 3. De toepasselijke rentevoet voor het bepalen van de in § 2 |
bedoelde interesten, is de contractuele rentevoet, in voorkomend geval | bedoelde interesten, is de contractuele rentevoet, in voorkomend geval |
beperkt tot de rentevoet voor lineaire obligaties, uitgegeven door de | beperkt tot de rentevoet voor lineaire obligaties, uitgegeven door de |
Belgische Staat met een duurtijd gelijk aan 30 jaar zoals gepubliceerd | Belgische Staat met een duurtijd gelijk aan 30 jaar zoals gepubliceerd |
op Reuters pagina SRF/OLOYIELD, vastgesteld op opnamedatum van de | op Reuters pagina SRF/OLOYIELD, vastgesteld op opnamedatum van de |
initiële lening. | initiële lening. |
Art. 2.Voor iedere initiële lening of leningsopname zal er op |
Art. 2.Voor iedere initiële lening of leningsopname zal er op |
voordracht van het departement Financiën en Begroting een | voordracht van het departement Financiën en Begroting een |
waarborgbesluit worden uitgevaardigd door de Vlaamse minister van | waarborgbesluit worden uitgevaardigd door de Vlaamse minister van |
onderwijs. | onderwijs. |
Het waarborgbesluit zal het gewaarborgde bedrag, de wijze waarop de | Het waarborgbesluit zal het gewaarborgde bedrag, de wijze waarop de |
lineaire obligatie op 30 jaar wordt bepaald, de aflossingsformule en | lineaire obligatie op 30 jaar wordt bepaald, de aflossingsformule en |
het bankrekeningnummer waarop de waarborgpremie zoals bepaald in | het bankrekeningnummer waarop de waarborgpremie zoals bepaald in |
artikel 4 moet betaald worden, bevatten. | artikel 4 moet betaald worden, bevatten. |
De aflossingsformule wordt bepaald op basis van een lening met | De aflossingsformule wordt bepaald op basis van een lening met |
constante annuïteiten, postnumerando betaald, met een looptijd van 30 | constante annuïteiten, postnumerando betaald, met een looptijd van 30 |
jaar en een rentevoet op 30 jaar zoals bepaald in artikel 1 § 3, op | jaar en een rentevoet op 30 jaar zoals bepaald in artikel 1 § 3, op |
opnamedatum. | opnamedatum. |
Bij herfinanciering van de initiële lening gaat dit waarborgbesluit | Bij herfinanciering van de initiële lening gaat dit waarborgbesluit |
over op de nieuwe lening en zal er geen nieuw waarborgbesluit | over op de nieuwe lening en zal er geen nieuw waarborgbesluit |
uitgevaardigd worden. | uitgevaardigd worden. |
Art. 3.Indien beroep wordt gedaan op de waarborg zal het maximale |
Art. 3.Indien beroep wordt gedaan op de waarborg zal het maximale |
bedrag dat wordt uitgekeerd op volgende wijze worden bepaald : | bedrag dat wordt uitgekeerd op volgende wijze worden bepaald : |
- Het kapitaal dat kan worden betaald is maximaal gelijk aan het | - Het kapitaal dat kan worden betaald is maximaal gelijk aan het |
uitstaand kapitaal in het jaar van aanvraag tot uitbetaling, zoals | uitstaand kapitaal in het jaar van aanvraag tot uitbetaling, zoals |
berekend in de aflossingsformule in artikel 2. | berekend in de aflossingsformule in artikel 2. |
- De interest die kan worden betaald is maximaal gelijk aan het | - De interest die kan worden betaald is maximaal gelijk aan het |
interestgedeelte van de aflossingsformule bepaald in artikel 2. De | interestgedeelte van de aflossingsformule bepaald in artikel 2. De |
periode waarop deze interest betrekking heeft neemt aanvang op datum | periode waarop deze interest betrekking heeft neemt aanvang op datum |
van de eerste niet volledige rentebetaling en loopt tot de datum van | van de eerste niet volledige rentebetaling en loopt tot de datum van |
effectieve uitbetaling van de waarborg. | effectieve uitbetaling van de waarborg. |
Art. 4.De toekenning van de gemeenschapswaarborg is afhankelijk van |
Art. 4.De toekenning van de gemeenschapswaarborg is afhankelijk van |
het betalen van de bijdrage, zoals voorzien in artikel 8 van het | het betalen van de bijdrage, zoals voorzien in artikel 8 van het |
decreet van 7 mei 2004 houdende bepalingen inzake kas-, schuld- en | decreet van 7 mei 2004 houdende bepalingen inzake kas-, schuld- en |
waarborgbeheer van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest. | waarborgbeheer van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest. |
De berekening van de waarborgpremie zal gebeuren op basis van de | De berekening van de waarborgpremie zal gebeuren op basis van de |
aflossingsformule in artikel 2. Bij herfinanciering is geen nieuwe | aflossingsformule in artikel 2. Bij herfinanciering is geen nieuwe |
waarborgpremie verschuldigd. | waarborgpremie verschuldigd. |
HOOFDSTUK II. - Gemeenschapswaarborg voor de betaling van het gedeelte | HOOFDSTUK II. - Gemeenschapswaarborg voor de betaling van het gedeelte |
van de beschikbaarheidsvergoeding voor het gesubsidieerd onderwijs dat | van de beschikbaarheidsvergoeding voor het gesubsidieerd onderwijs dat |
niet in aanmerking komt voor een DBFM-toelage, REG-toelage of | niet in aanmerking komt voor een DBFM-toelage, REG-toelage of |
pilootproject-toelage | pilootproject-toelage |
Art. 5.§ 1. De gemeenschapswaarborg wordt op de wijze bepaald in dit |
Art. 5.§ 1. De gemeenschapswaarborg wordt op de wijze bepaald in dit |
besluit verleend aan de DBFM-vennootschap voor de terugbetaling van | besluit verleend aan de DBFM-vennootschap voor de terugbetaling van |
het gedeelte van de beschikbaarheidsvergoeding voor het gesubsidieerd | het gedeelte van de beschikbaarheidsvergoeding voor het gesubsidieerd |
onderwijs dat ingevolge artikel 19 van het decreet van 7 juli 2006 | onderwijs dat ingevolge artikel 19 van het decreet van 7 juli 2006 |
betreffende de inhaalbeweging voor schoolinfrastructuur niet in | betreffende de inhaalbeweging voor schoolinfrastructuur niet in |
aanmerking komt voor een DBFM-toelage en dat evenmin in aanmerking | aanmerking komt voor een DBFM-toelage en dat evenmin in aanmerking |
komt voor een toelage zoals bedoeld in artikel 3 van het decreet | komt voor een toelage zoals bedoeld in artikel 3 van het decreet |
betreffende energieprestaties in schoolgebouwen (REG-toelage) of in | betreffende energieprestaties in schoolgebouwen (REG-toelage) of in |
artikel 5 van hetzelfde decreet (Pilootproject-toelage). | artikel 5 van hetzelfde decreet (Pilootproject-toelage). |
§ 2. De waarborg voor terugbetaling van het gedeelte van de | § 2. De waarborg voor terugbetaling van het gedeelte van de |
beschikbaarheidsvergoeding dat niet in aanmerking komt voor toelagen | beschikbaarheidsvergoeding dat niet in aanmerking komt voor toelagen |
zoals bepaald in § 1 van dit artikel, dekt maximaal 100% van dit | zoals bepaald in § 1 van dit artikel, dekt maximaal 100% van dit |
bedrag. De waarborg heeft echter enkel betrekking op het effectief | bedrag. De waarborg heeft echter enkel betrekking op het effectief |
uitstaand verlies, nadat alle zakelijke en persoonlijke zekerheden, | uitstaand verlies, nadat alle zakelijke en persoonlijke zekerheden, |
waarover de DBFM-vennootschap beschikt ter dekking van dit bedrag, | waarover de DBFM-vennootschap beschikt ter dekking van dit bedrag, |
door de DBFM-vennootschap zijn uitgewonnen of de oninbaarheid ervan | door de DBFM-vennootschap zijn uitgewonnen of de oninbaarheid ervan |
vaststaat. Verwijlinteresten en alle andere kosten, waaronder de | vaststaat. Verwijlinteresten en alle andere kosten, waaronder de |
invorderingskosten, worden niet gewaarborgd. | invorderingskosten, worden niet gewaarborgd. |
Art. 6.§ 1. Op basis van de door AGIOn overgemaakte periodieke |
Art. 6.§ 1. Op basis van de door AGIOn overgemaakte periodieke |
informatie vaardigt de Vlaamse minister van onderwijs binnen de perken | informatie vaardigt de Vlaamse minister van onderwijs binnen de perken |
van de machtiging, hem verleend door het Vlaams Parlement, op | van de machtiging, hem verleend door het Vlaams Parlement, op |
voordracht van het Departement van Financiën en Begroting een | voordracht van het Departement van Financiën en Begroting een |
waarborgbesluit uit dat, onverminderd de desgevallend contractueel | waarborgbesluit uit dat, onverminderd de desgevallend contractueel |
voorziene prijsherzieningen, per overeenkomst het gewaarborgde bedrag | voorziene prijsherzieningen, per overeenkomst het gewaarborgde bedrag |
omvat. | omvat. |
§ 2. Op basis van de door AGIOn overgemaakte periodieke informatie | § 2. Op basis van de door AGIOn overgemaakte periodieke informatie |
verklaart het Departement van Financiën en Begroting de in het | verklaart het Departement van Financiën en Begroting de in het |
waarborgbesluit opgenomen overeenkomsten voor waarborg-uitvoering | waarborgbesluit opgenomen overeenkomsten voor waarborg-uitvoering |
vatbaar, na aftrek van de door AGIOn opgegeven minwaarde. | vatbaar, na aftrek van de door AGIOn opgegeven minwaarde. |
Art. 7.Voor de toekenning van de gemeenschapswaarborg voor de |
Art. 7.Voor de toekenning van de gemeenschapswaarborg voor de |
terugbetaling van het gedeelte van de beschikbaarheidsvergoeding dat | terugbetaling van het gedeelte van de beschikbaarheidsvergoeding dat |
niet in aanmerking komt voor toelagen zoals bepaald in artikel 5 § 1 | niet in aanmerking komt voor toelagen zoals bepaald in artikel 5 § 1 |
van dit besluit is geen waarborgpremie zoals bepaald in artikel 8 van | van dit besluit is geen waarborgpremie zoals bepaald in artikel 8 van |
het decreet van 7 mei 2004 houdende bepalingen inzake kas-, schuld- en | het decreet van 7 mei 2004 houdende bepalingen inzake kas-, schuld- en |
waarborgbeheer van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest | waarborgbeheer van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest |
verschuldigd. | verschuldigd. |
HOOFDSTUK III. - Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de | HOOFDSTUK III. - Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de |
waarborgen in het kader van de inhaalbeweging voor | waarborgen in het kader van de inhaalbeweging voor |
schoolinfrastructuur vlaanderen | schoolinfrastructuur vlaanderen |
Art. 8.De onder toepassing van de waarborg gebrachte verbintenissen |
Art. 8.De onder toepassing van de waarborg gebrachte verbintenissen |
worden geacht als opeisbaar te zijn gesteld op het ogenblik dat: | worden geacht als opeisbaar te zijn gesteld op het ogenblik dat: |
- voor wat de waarborg voor terugbetaling van het gedeelte van de | - voor wat de waarborg voor terugbetaling van het gedeelte van de |
beschikbaarheidsvergoeding dat niet in aanmerking komt voor toelagen | beschikbaarheidsvergoeding dat niet in aanmerking komt voor toelagen |
zoals bepaald in artikel 6 § 1 betreft, de inrichtende macht niet tot | zoals bepaald in artikel 6 § 1 betreft, de inrichtende macht niet tot |
die betaling is overgegaan zoals vastgesteld conform hetgeen bepaald | die betaling is overgegaan zoals vastgesteld conform hetgeen bepaald |
is in de overeenkomst bedoeld in artikel 7 van het decreet van 7 juli | is in de overeenkomst bedoeld in artikel 7 van het decreet van 7 juli |
2006 betreffende de inhaalbeweging voor schoolinfrastructuur | 2006 betreffende de inhaalbeweging voor schoolinfrastructuur |
- voor wat de gewaarborgde leningen van de DBFM-vennootschap betreft, | - voor wat de gewaarborgde leningen van de DBFM-vennootschap betreft, |
de betrokken financier de leningsovereenkomst formeel heeft opgezegd | de betrokken financier de leningsovereenkomst formeel heeft opgezegd |
én de DBFM-vennootschap heeft aangemaand over te gaan tot integrale | én de DBFM-vennootschap heeft aangemaand over te gaan tot integrale |
terugbetalingen van de totale verbintenissen die voortvloeien uit die | terugbetalingen van de totale verbintenissen die voortvloeien uit die |
overeenkomst. | overeenkomst. |
Art. 9.§ 1. De Vlaamse minister van Onderwijs beslist over de |
Art. 9.§ 1. De Vlaamse minister van Onderwijs beslist over de |
betaalbaarstelling van een afgeroepen waarborg, na beoordeling van de | betaalbaarstelling van een afgeroepen waarborg, na beoordeling van de |
afroep door AGIOn. | afroep door AGIOn. |
De beslissing om niet over te gaan tot betaalbaarstelling van het | De beslissing om niet over te gaan tot betaalbaarstelling van het |
bedrag waarvoor de waarborg werd afgeroepen, kan door de Vlaamse | bedrag waarvoor de waarborg werd afgeroepen, kan door de Vlaamse |
minister worden genomen wanneer: | minister worden genomen wanneer: |
a. aan de voorwaarden voor het onder de waarborg brengen van de | a. aan de voorwaarden voor het onder de waarborg brengen van de |
verbintenis niet is voldaan; | verbintenis niet is voldaan; |
b. de waarborghouder onjuiste verklaringen heeft afgelegd; | b. de waarborghouder onjuiste verklaringen heeft afgelegd; |
c. de waarborghouder in strijd heeft gehandeld met het Decreet, de | c. de waarborghouder in strijd heeft gehandeld met het Decreet, de |
overeenkomst bedoeld in artikel 7 van het decreet van 7 juli 2006 | overeenkomst bedoeld in artikel 7 van het decreet van 7 juli 2006 |
betreffende de inhaalbeweging voor schoolinfrastructuur of de | betreffende de inhaalbeweging voor schoolinfrastructuur of de |
beslissing tot toekenning van de waarborg. | beslissing tot toekenning van de waarborg. |
Een beslissing waarin de (gedeeltelijke) voorlopige betaalbaarstelling | Een beslissing waarin de (gedeeltelijke) voorlopige betaalbaarstelling |
van de afroep van de waarborg wordt geweigerd, wordt gemotiveerd en | van de afroep van de waarborg wordt geweigerd, wordt gemotiveerd en |
vermeldt in elk geval de redenen waarom niet tot de voorlopige | vermeldt in elk geval de redenen waarom niet tot de voorlopige |
betaling van het bedrag waarvoor de waarborg was afgeroepen wordt | betaling van het bedrag waarvoor de waarborg was afgeroepen wordt |
overgegaan. | overgegaan. |
§ 2. Ingeval beslist wordt om de afroep van de waarborg voorlopig | § 2. Ingeval beslist wordt om de afroep van de waarborg voorlopig |
betaalbaar te stellen, gaat de Vlaamse Gemeenschap binnen de 2 maand | betaalbaar te stellen, gaat de Vlaamse Gemeenschap binnen de 2 maand |
na de datum waarop die beslissing is genomen, ten provisionele titel, | na de datum waarop die beslissing is genomen, ten provisionele titel, |
over tot de betaling van het bedrag van de afroep, door overmaking van | over tot de betaling van het bedrag van de afroep, door overmaking van |
dit bedrag op de bankrekening van de waarborghouder aangegeven op het | dit bedrag op de bankrekening van de waarborghouder aangegeven op het |
verzoek. Deze betaling ten provisionele titel geschiedt onder | verzoek. Deze betaling ten provisionele titel geschiedt onder |
voorbehoud van een eventuele herroeping. In voorkomend geval zal de | voorbehoud van een eventuele herroeping. In voorkomend geval zal de |
uitbetaling van de waarborg aan de DBFM-vennootschap aangerekend | uitbetaling van de waarborg aan de DBFM-vennootschap aangerekend |
worden op de kredieten van het beleidsdomein onderwijs. | worden op de kredieten van het beleidsdomein onderwijs. |
§ 3. De betaalbaarstelling van een waarborg en elke provisionele | § 3. De betaalbaarstelling van een waarborg en elke provisionele |
betaling die daarop volgt, bevrijden resp. de inrichtende machten en | betaling die daarop volgt, bevrijden resp. de inrichtende machten en |
de DBFM-vennootschap niet van hun verbintenissen tegenover de | de DBFM-vennootschap niet van hun verbintenissen tegenover de |
waarborghouders, die voortvloeien uit de overeenkomsten in kwestie. | waarborghouders, die voortvloeien uit de overeenkomsten in kwestie. |
§ 4. Onverminderd andere wettelijke, reglementaire en contractuele | § 4. Onverminderd andere wettelijke, reglementaire en contractuele |
bepalingen zal, in geval van uitwinning van een waarborg, de Vlaamse | bepalingen zal, in geval van uitwinning van een waarborg, de Vlaamse |
Gemeenschap conform artikel 10 van het decreet van 7 mei 2004 houdende | Gemeenschap conform artikel 10 van het decreet van 7 mei 2004 houdende |
bepalingen inzake kas-, schuld- en waarborgbeheer van de Vlaamse | bepalingen inzake kas-, schuld- en waarborgbeheer van de Vlaamse |
Gemeenschap en het Vlaamse Gewest, de uitgewonnen waarborg - | Gemeenschap en het Vlaamse Gewest, de uitgewonnen waarborg - |
desgevallend verhoogd met de verwijlinteresten - terugvorderen bij de | desgevallend verhoogd met de verwijlinteresten - terugvorderen bij de |
gewaarborgde debiteur. De verwijlinteresten worden met terugwerkende | gewaarborgde debiteur. De verwijlinteresten worden met terugwerkende |
kracht berekend aan de wettelijke rentevoet vanaf de datum van de | kracht berekend aan de wettelijke rentevoet vanaf de datum van de |
uitbetaling van de waarborg. | uitbetaling van de waarborg. |
Art. 10.§ 1. De DBFM-vennootschap is ertoe gehouden de modaliteiten |
Art. 10.§ 1. De DBFM-vennootschap is ertoe gehouden de modaliteiten |
inzake waarborg-verlening opgenomen in dit besluit en in de | inzake waarborg-verlening opgenomen in dit besluit en in de |
overeenkomst bedoeld in artikel 11 over te nemen in de door haar | overeenkomst bedoeld in artikel 11 over te nemen in de door haar |
aangegane financieringsovereenkomsten en ze door de betrokken externe | aangegane financieringsovereenkomsten en ze door de betrokken externe |
financiers te laten aanvaarden. | financiers te laten aanvaarden. |
§ 2. Onverminderd de gevallen, voorzien in artikel 7 van het decreet | § 2. Onverminderd de gevallen, voorzien in artikel 7 van het decreet |
van 7 mei 2004 houdende bepalingen inzake kas-, schuld- en | van 7 mei 2004 houdende bepalingen inzake kas-, schuld- en |
waarborgbeheer van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest is het | waarborgbeheer van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest is het |
de DBFM-vennootschap verboden, op straffe van verval van de waarborg | de DBFM-vennootschap verboden, op straffe van verval van de waarborg |
van rechtswege, om enige wijziging of aanvulling aan de rechten of | van rechtswege, om enige wijziging of aanvulling aan de rechten of |
verplichtingen met betrekking tot de gewaarborgde gedeelte van de | verplichtingen met betrekking tot de gewaarborgde gedeelte van de |
beschikbaarheidsvergoeding of lening aan te brengen, zonder hiervoor | beschikbaarheidsvergoeding of lening aan te brengen, zonder hiervoor |
de voorafgaande en schriftelijke toestemming te hebben ontvangen van | de voorafgaande en schriftelijke toestemming te hebben ontvangen van |
de Vlaamse minister van onderwijs, op voordracht van het Departement | de Vlaamse minister van onderwijs, op voordracht van het Departement |
van Financiën en Begroting. Indien de wijziging of aanvulling een | van Financiën en Begroting. Indien de wijziging of aanvulling een |
uitbreiding van de waarborg met zich kan meebrengen, kan deze slechts | uitbreiding van de waarborg met zich kan meebrengen, kan deze slechts |
worden doorgevoerd na een aangepast waarborgbesluit te hebben | worden doorgevoerd na een aangepast waarborgbesluit te hebben |
ontvangen uitgevaardigd door de minister, bevoegd voor het Onderwijs, | ontvangen uitgevaardigd door de minister, bevoegd voor het Onderwijs, |
binnen de perken van de machtiging, hem verleend door het Vlaams | binnen de perken van de machtiging, hem verleend door het Vlaams |
Parlement, op voordracht van het Departement van Financiën en | Parlement, op voordracht van het Departement van Financiën en |
Begroting. | Begroting. |
Art. 11.§ 1. De nadere modaliteiten van de waarborgverlening worden |
Art. 11.§ 1. De nadere modaliteiten van de waarborgverlening worden |
opgenomen in de overeenkomst bedoeld in artikel 7 van het decreet van | opgenomen in de overeenkomst bedoeld in artikel 7 van het decreet van |
7 juli 2006 betreffende de inhaalbeweging voor schoolinfrastructuur. | 7 juli 2006 betreffende de inhaalbeweging voor schoolinfrastructuur. |
§ 2. Deze overeenkomst kan onder meer de volgende aangelegenheden | § 2. Deze overeenkomst kan onder meer de volgende aangelegenheden |
nader regelen: | nader regelen: |
1° de wijze van afroeping van de waarborg en nadere modaliteiten | 1° de wijze van afroeping van de waarborg en nadere modaliteiten |
inzake de opeisbaarheid van de onder waarborg gebrachte | inzake de opeisbaarheid van de onder waarborg gebrachte |
verbintenissen, de (provisionele) betaalbaarstelling van het bedrag | verbintenissen, de (provisionele) betaalbaarstelling van het bedrag |
waarvoor de waarborg werd afgeroepen en de gevallen waarin en wijze | waarvoor de waarborg werd afgeroepen en de gevallen waarin en wijze |
waarop tot herroeping van een provisionele betaling kan worden | waarop tot herroeping van een provisionele betaling kan worden |
overgegaan; | overgegaan; |
2° de beoordeling van de afroeping door AGIOn, die minstens moet | 2° de beoordeling van de afroeping door AGIOn, die minstens moet |
nagaan of de afroep formeel voldoet aan de voorgeschreven voorwaarden. | nagaan of de afroep formeel voldoet aan de voorgeschreven voorwaarden. |
AGIOn verifieert tevens of de berekeningwijze van het bedrag van de | AGIOn verifieert tevens of de berekeningwijze van het bedrag van de |
afroep juist berekend en derhalve gerechtvaardigd is; | afroep juist berekend en derhalve gerechtvaardigd is; |
3° de nadere verplichtingen van de waarborghouder en de | 3° de nadere verplichtingen van de waarborghouder en de |
DBFM-vennootschap; | DBFM-vennootschap; |
4° de nadere controlebevoegdheden van de overheid inzake waarborgen. | 4° de nadere controlebevoegdheden van de overheid inzake waarborgen. |
Art. 12.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2008. |
Art. 12.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2008. |
Art. 13.De Vlaamse minister van onderwijs is bevoegd voor de |
Art. 13.De Vlaamse minister van onderwijs is bevoegd voor de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 5 oktober 2007. | Brussel, 5 oktober 2007. |
De Minister-president van de Vlaamse Regering, | De Minister-president van de Vlaamse Regering, |
K. PEETERS | K. PEETERS |
De Vlaamse minister van Onderwijs, Werk en Vorming, | De Vlaamse minister van Onderwijs, Werk en Vorming, |
F. VANDENBROUCKE | F. VANDENBROUCKE |