Besluit van de Vlaamse Regering over de uitvoering van een hulpprogramma geblokkeerde ontwikkelingstrajecten | Besluit van de Vlaamse Regering over de uitvoering van een hulpprogramma geblokkeerde ontwikkelingstrajecten |
---|---|
VLAAMSE OVERHEID | VLAAMSE OVERHEID |
5 MEI 2023. - Besluit van de Vlaamse Regering over de uitvoering van | 5 MEI 2023. - Besluit van de Vlaamse Regering over de uitvoering van |
een hulpprogramma geblokkeerde ontwikkelingstrajecten | een hulpprogramma geblokkeerde ontwikkelingstrajecten |
Rechtsgronden | Rechtsgronden |
Dit besluit is gebaseerd op: | Dit besluit is gebaseerd op: |
-het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor | -het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor |
persoonsgebonden aangelegenheden, artikel 6, § 1; | persoonsgebonden aangelegenheden, artikel 6, § 1; |
-het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, | -het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, |
artikel 8, 1° tot 4° en 6° en 7°, 16, 67, en 78/1, § 2, eerste lid. | artikel 8, 1° tot 4° en 6° en 7°, 16, 67, en 78/1, § 2, eerste lid. |
Vormvereisten | Vormvereisten |
De volgende vormvereisten zijn vervuld: | De volgende vormvereisten zijn vervuld: |
- De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 8 februari 2023. | - De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 8 februari 2023. |
- De Raad van State heeft advies gegeven op 22 maart 2023, met | - De Raad van State heeft advies gegeven op 22 maart 2023, met |
toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de | toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de |
Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. | Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. |
Initiatiefnemer | Initiatiefnemer |
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Welzijn, | Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Welzijn, |
Volksgezondheid en Gezin. | Volksgezondheid en Gezin. |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
DE VLAAMSE REGERING BESLUIT: | DE VLAAMSE REGERING BESLUIT: |
HOOFDSTUK 1. - Definities | HOOFDSTUK 1. - Definities |
Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: |
Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: |
1° decreet van 12 juli 2013: het decreet van 12 juli 2013 betreffende | 1° decreet van 12 juli 2013: het decreet van 12 juli 2013 betreffende |
de integrale jeugdhulp; | de integrale jeugdhulp; |
2° hulpprogramma: een hulpprogramma als vermeld in artikel 2, § 1, | 2° hulpprogramma: een hulpprogramma als vermeld in artikel 2, § 1, |
20°, van het decreet 12 juli 2013; | 20°, van het decreet 12 juli 2013; |
3° jeugdhulpaanbieder: een jeugdhulpaanbieder als vermeld in artikel | 3° jeugdhulpaanbieder: een jeugdhulpaanbieder als vermeld in artikel |
2, § 1, 27°, van het decreet 12 juli 2013; | 2, § 1, 27°, van het decreet 12 juli 2013; |
4° jongere: een minderjarige als vermeld in artikel 2, § 1, 36°, van | 4° jongere: een minderjarige als vermeld in artikel 2, § 1, 36°, van |
het decreet van 12 juli 2013, of een persoon die daarmee wordt | het decreet van 12 juli 2013, of een persoon die daarmee wordt |
gelijkgesteld conform artikel 18, § 3, van het voormelde decreet; | gelijkgesteld conform artikel 18, § 3, van het voormelde decreet; |
5° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het welzijn. | 5° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het welzijn. |
HOOFDSTUK 2. - Hulpprogramma geblokkeerde ontwikkelingstrajecten | HOOFDSTUK 2. - Hulpprogramma geblokkeerde ontwikkelingstrajecten |
Afdeling 1. - Doelstellingen en doelgroep | Afdeling 1. - Doelstellingen en doelgroep |
Art. 2.De jeugdhulp voert een hulpprogramma uit met het doel om |
Art. 2.De jeugdhulp voert een hulpprogramma uit met het doel om |
trajecten van jongeren te deblokkeren door geïntegreerde zorg en | trajecten van jongeren te deblokkeren door geïntegreerde zorg en |
ondersteuning op de verschillende levensdomeinen te organiseren. | ondersteuning op de verschillende levensdomeinen te organiseren. |
De doelgroep van het hulpprogramma, vermeld in het eerste lid, bestaat | De doelgroep van het hulpprogramma, vermeld in het eerste lid, bestaat |
uit jongeren die aan al de volgende voorwaarden voldoen: | uit jongeren die aan al de volgende voorwaarden voldoen: |
1° het ontwikkelingstraject van de jongere is geblokkeerd op | 1° het ontwikkelingstraject van de jongere is geblokkeerd op |
verschillende levensdomeinen; | verschillende levensdomeinen; |
2° de jongere kan niet voltijds thuis wonen of alleen met zeer | 2° de jongere kan niet voltijds thuis wonen of alleen met zeer |
intensieve ondersteuning; | intensieve ondersteuning; |
3° de jongere brengt de psychische of fysieke integriteit van zichzelf | 3° de jongere brengt de psychische of fysieke integriteit van zichzelf |
of anderen in gevaar; | of anderen in gevaar; |
4° de jongere gaat met een hoge ambivalentie de hulpverleningsrelatie | 4° de jongere gaat met een hoge ambivalentie de hulpverleningsrelatie |
aan; | aan; |
5° er is geen sprake van een ernstige meervoudige beperking. | 5° er is geen sprake van een ernstige meervoudige beperking. |
Afdeling 2. - Toeleiding naar het hulpprogramma | Afdeling 2. - Toeleiding naar het hulpprogramma |
Art. 3.Een jeugdhulpaanbieder of de sociale dienst van de |
Art. 3.Een jeugdhulpaanbieder of de sociale dienst van de |
jeugdrechtbank kan een jongere aanmelden bij het hulpprogramma van het | jeugdrechtbank kan een jongere aanmelden bij het hulpprogramma van het |
werkingsgebied dat aan een van de volgende voorwaarden voldoet: | werkingsgebied dat aan een van de volgende voorwaarden voldoet: |
1° de minderjarige heeft zijn domicilie in het werkingsgebied; | 1° de minderjarige heeft zijn domicilie in het werkingsgebied; |
2° de minderjarige heeft zijn feitelijke verblijfplaats in het | 2° de minderjarige heeft zijn feitelijke verblijfplaats in het |
werkingsgebied; | werkingsgebied; |
3° de ouders of de opvoedingsverantwoordelijken van de minderjarige | 3° de ouders of de opvoedingsverantwoordelijken van de minderjarige |
hebben hun feitelijke verblijfplaats in het werkingsgebied. | hebben hun feitelijke verblijfplaats in het werkingsgebied. |
In afwijking van het eerste lid kan in het belang van de jongere of | In afwijking van het eerste lid kan in het belang van de jongere of |
met een bijzondere motivering een aanmelding gebeuren in een ander | met een bijzondere motivering een aanmelding gebeuren in een ander |
werkingsgebied. | werkingsgebied. |
Afdeling 3. - Werkingsprincipes en opdrachten van het hulpprogramma | Afdeling 3. - Werkingsprincipes en opdrachten van het hulpprogramma |
Onderafdeling 1. - Werkingsprincipes | Onderafdeling 1. - Werkingsprincipes |
Art. 4.Bij de organisatie en uitoefening van zijn opdrachten neemt |
Art. 4.Bij de organisatie en uitoefening van zijn opdrachten neemt |
het hulpprogramma al de volgende werkingsprincipes in acht: | het hulpprogramma al de volgende werkingsprincipes in acht: |
1° maximale regie bij de jongere en de context van de jongere; | 1° maximale regie bij de jongere en de context van de jongere; |
2° participatie: de hulpverlening komt tot stand in voortdurende | 2° participatie: de hulpverlening komt tot stand in voortdurende |
dialoog en gelijkwaardige samenwerking met de jongere en de context | dialoog en gelijkwaardige samenwerking met de jongere en de context |
van de jongere; | van de jongere; |
3° differentiatie: de hulpverlening wordt verleend op maat van elke | 3° differentiatie: de hulpverlening wordt verleend op maat van elke |
jongere; | jongere; |
4° nabijheid: de hulpverlening sluit zo veel mogelijk aan bij het | 4° nabijheid: de hulpverlening sluit zo veel mogelijk aan bij het |
dagelijks leven en de leefwereld van de jongere en de context van de | dagelijks leven en de leefwereld van de jongere en de context van de |
jongere; | jongere; |
5° redelijke termijn: de hulpverlening wordt onmiddellijk opgestart en | 5° redelijke termijn: de hulpverlening wordt onmiddellijk opgestart en |
duurt niet langer dan noodzakelijk; | duurt niet langer dan noodzakelijk; |
6° multidisciplinaire en intersectorale samenwerking met alle actoren | 6° multidisciplinaire en intersectorale samenwerking met alle actoren |
die relevant zijn voor de hulpverlening aan de jongere; | die relevant zijn voor de hulpverlening aan de jongere; |
7° continuïteit van de hulpverlening met bijzondere aandacht voor de | 7° continuïteit van de hulpverlening met bijzondere aandacht voor de |
overgang naar jongvolwassenheid. | overgang naar jongvolwassenheid. |
Onderafdeling 2. - Opdrachten | Onderafdeling 2. - Opdrachten |
Art. 5.Het hulpprogramma staat in voor het uitvoeren van |
Art. 5.Het hulpprogramma staat in voor het uitvoeren van |
interdisciplinaire diagnostiek die gebaseerd is op vastgelegde | interdisciplinaire diagnostiek die gebaseerd is op vastgelegde |
kwaliteitsnormen met het oog op een deskundige indicatiestelling via: | kwaliteitsnormen met het oog op een deskundige indicatiestelling via: |
1° het verzamelen en beoordelen van de diagnostiek die al beschikbaar | 1° het verzamelen en beoordelen van de diagnostiek die al beschikbaar |
is; | is; |
2° het uitvoeren van diagnostiek als er onvoldoende of onvoldoende | 2° het uitvoeren van diagnostiek als er onvoldoende of onvoldoende |
actuele diagnostiek voorhanden is; | actuele diagnostiek voorhanden is; |
3° het uitvoeren van procesdiagnostiek om zorg en interventies verder | 3° het uitvoeren van procesdiagnostiek om zorg en interventies verder |
te verfijnen en bij te sturen; | te verfijnen en bij te sturen; |
4° het outreachend inzetten van kennis en expertise om meer specifieke | 4° het outreachend inzetten van kennis en expertise om meer specifieke |
zorg en ondersteuning bij te schakelen. | zorg en ondersteuning bij te schakelen. |
In het eerste lid, 3°, wordt verstaan onder procesdiagnostiek: de | In het eerste lid, 3°, wordt verstaan onder procesdiagnostiek: de |
voortzetting van het traject van elke jongere wordt minstens jaarlijks | voortzetting van het traject van elke jongere wordt minstens jaarlijks |
geëvalueerd samen met de jongere en de context van de jongere en de | geëvalueerd samen met de jongere en de context van de jongere en de |
betrokken jeugdhulpaanbieders. | betrokken jeugdhulpaanbieders. |
De diagnostiek, vermeld in het eerste lid, komt neutraal ten opzichte | De diagnostiek, vermeld in het eerste lid, komt neutraal ten opzichte |
van het aanbod van het hulpprogramma tot stand. De partners die | van het aanbod van het hulpprogramma tot stand. De partners die |
instaan voor het vervullen van de diagnostiek, vermeld in het eerste | instaan voor het vervullen van de diagnostiek, vermeld in het eerste |
lid, brengen een advies uit aan de aanmelder, vermeld in artikel 3, | lid, brengen een advies uit aan de aanmelder, vermeld in artikel 3, |
over de volgende elementen: | over de volgende elementen: |
1° de vraag of de jongere behoort tot de doelgroep; | 1° de vraag of de jongere behoort tot de doelgroep; |
2° welke zorg en ondersteuning tegemoetkomt aan de behoeften van de | 2° welke zorg en ondersteuning tegemoetkomt aan de behoeften van de |
jongere, ook als die jongere niet tot de doelgroep behoort; | jongere, ook als die jongere niet tot de doelgroep behoort; |
3° de urgentie; | 3° de urgentie; |
4° welke reguliere capaciteit ingezet kan worden. | 4° welke reguliere capaciteit ingezet kan worden. |
De diagnostiek, vermeld in het eerste lid, voldoet aan de | De diagnostiek, vermeld in het eerste lid, voldoet aan de |
kwaliteitseisen van de algemene intersectorale richtlijn diagnostiek. | kwaliteitseisen van de algemene intersectorale richtlijn diagnostiek. |
Art. 6.§ 1. Het hulpprogramma voorziet in gepaste zorg en |
Art. 6.§ 1. Het hulpprogramma voorziet in gepaste zorg en |
ondersteuning voor jongeren met geblokkeerde ontwikkelingstrajecten | ondersteuning voor jongeren met geblokkeerde ontwikkelingstrajecten |
door de volgende acties uit te voeren: | door de volgende acties uit te voeren: |
1° het advies vanuit de diagnostiek vertalen in een aangepast | 1° het advies vanuit de diagnostiek vertalen in een aangepast |
geïntegreerd traject en daarbij systematisch evalueren wat de impact | geïntegreerd traject en daarbij systematisch evalueren wat de impact |
is op de ontwikkeling van de jongere, om bij te schakelen of terug te | is op de ontwikkeling van de jongere, om bij te schakelen of terug te |
schakelen; | schakelen; |
2° met de jongere en de context van de jongere een zorg- en | 2° met de jongere en de context van de jongere een zorg- en |
ondersteuningsplan opstellen met doelstellingen in een taal die voor | ondersteuningsplan opstellen met doelstellingen in een taal die voor |
iedereen begrijpelijk is; | iedereen begrijpelijk is; |
3° voor elke jongere en de context van de jongere trajectondersteuning | 3° voor elke jongere en de context van de jongere trajectondersteuning |
aanbieden; | aanbieden; |
4° als dat nodig is een antwoord bieden op vragen naar een vorm van | 4° als dat nodig is een antwoord bieden op vragen naar een vorm van |
geslotenheid, inclusief snel inzetbare en tijdelijke | geslotenheid, inclusief snel inzetbare en tijdelijke |
verblijfscapaciteit; | verblijfscapaciteit; |
5° bij de opstart en tijdens het traject snel handelen waar | 5° bij de opstart en tijdens het traject snel handelen waar |
aangewezen; | aangewezen; |
6° gepast omgaan met verontrusting; | 6° gepast omgaan met verontrusting; |
7° een onafhankelijk overzicht houden van het geheel van jongeren die | 7° een onafhankelijk overzicht houden van het geheel van jongeren die |
bij het hulpprogramma zijn aangemeld, om vraag en aanbod in het | bij het hulpprogramma zijn aangemeld, om vraag en aanbod in het |
werkingsgebied op elkaar af te stemmen; | werkingsgebied op elkaar af te stemmen; |
8° een duurzaam vervolgperspectief realiseren. | 8° een duurzaam vervolgperspectief realiseren. |
Het agentschap Opgroeien regie kan de toekenning van een aanvullend | Het agentschap Opgroeien regie kan de toekenning van een aanvullend |
geïndividualiseerd budget in een individueel traject goedkeuren nadat | geïndividualiseerd budget in een individueel traject goedkeuren nadat |
het heeft gecontroleerd of de beschikbare middelen correct worden | het heeft gecontroleerd of de beschikbare middelen correct worden |
beheerd, rekening houdend met de vraag en aanbod in een werkingsgebied | beheerd, rekening houdend met de vraag en aanbod in een werkingsgebied |
van het hulpprogramma. | van het hulpprogramma. |
§ 2. Het hulpprogramma kan binnen de beschikbare capaciteit geen | § 2. Het hulpprogramma kan binnen de beschikbare capaciteit geen |
jongeren weigeren waarvan de diagnostiek uitwijst dat ze behoren tot | jongeren weigeren waarvan de diagnostiek uitwijst dat ze behoren tot |
de doelgroep, vermeld in artikel 2, tweede lid. | de doelgroep, vermeld in artikel 2, tweede lid. |
De begeleiding van de jongere binnen het hulpprogramma kan op een van | De begeleiding van de jongere binnen het hulpprogramma kan op een van |
de volgende manieren worden beëindigd: | de volgende manieren worden beëindigd: |
1° eenzijdig door de jongere, tenzij het gaat om gerechtelijke | 1° eenzijdig door de jongere, tenzij het gaat om gerechtelijke |
jeugdhulpverlening; | jeugdhulpverlening; |
2° in onderling akkoord tussen hulpprogramma en de jongere, op | 2° in onderling akkoord tussen hulpprogramma en de jongere, op |
voorwaarde dat er gepaste vervolghulp wordt geïnstalleerd; | voorwaarde dat er gepaste vervolghulp wordt geïnstalleerd; |
3° automatisch als de jongere de leeftijd van 26 jaar bereikt, op | 3° automatisch als de jongere de leeftijd van 26 jaar bereikt, op |
voorwaarde dat er gepaste vervolghulp wordt geïnstalleerd. | voorwaarde dat er gepaste vervolghulp wordt geïnstalleerd. |
Art. 7.Het hulpprogramma verbindt zich ertoe om vanuit specifieke |
Art. 7.Het hulpprogramma verbindt zich ertoe om vanuit specifieke |
expertise en in gedeelde verantwoordelijkheid trajecten die dreigen te | expertise en in gedeelde verantwoordelijkheid trajecten die dreigen te |
escaleren, te versterken door te verbinden met andere | escaleren, te versterken door te verbinden met andere |
jeugdhulpaanbieders via outreachend werken, preventie en vroegdetectie | jeugdhulpaanbieders via outreachend werken, preventie en vroegdetectie |
samen met de jeugdhulpaanbieders die al betrokken zijn. | samen met de jeugdhulpaanbieders die al betrokken zijn. |
Art. 8.Het hulpprogramma verbindt zich tot leren en ontwikkelen door |
Art. 8.Het hulpprogramma verbindt zich tot leren en ontwikkelen door |
de volgende acties uit te voeren: | de volgende acties uit te voeren: |
1° de blijvende ontwikkeling, actualisering en innovatie van | 1° de blijvende ontwikkeling, actualisering en innovatie van |
richtlijnen rond kwaliteitsvolle diagnostiek en werkzame interventies | richtlijnen rond kwaliteitsvolle diagnostiek en werkzame interventies |
garanderen; | garanderen; |
2° een voortdurende wisselwerking initiëren tussen individuele | 2° een voortdurende wisselwerking initiëren tussen individuele |
medewerkers en organisaties, de academische wereld en het | medewerkers en organisaties, de academische wereld en het |
hulpprogramma om kennis en expertise op te bouwen en kwaliteit te | hulpprogramma om kennis en expertise op te bouwen en kwaliteit te |
garanderen; | garanderen; |
3° de impact van interventies monitoren; | 3° de impact van interventies monitoren; |
4° afstemmen met relevante jeugdhulpaanbieders uit het eigen of een | 4° afstemmen met relevante jeugdhulpaanbieders uit het eigen of een |
ander werkingsgebied; | ander werkingsgebied; |
5° beleid ontwikkelen en implementeren op basis van signalen van | 5° beleid ontwikkelen en implementeren op basis van signalen van |
jongeren en gezinnen; | jongeren en gezinnen; |
6° netwerkaanpak blijvend ontwikkelen en bijsturen om te groeien in | 6° netwerkaanpak blijvend ontwikkelen en bijsturen om te groeien in |
gedeelde verantwoordelijkheid. | gedeelde verantwoordelijkheid. |
Afdeling 4. - Werkingsgebied | Afdeling 4. - Werkingsgebied |
Art. 9.Het hulpprogramma is gebiedsdekkend voor het Nederlandse |
Art. 9.Het hulpprogramma is gebiedsdekkend voor het Nederlandse |
taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. | taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. |
Het werkingsgebied van elk hulpprogramma in het Nederlandse taalgebied | Het werkingsgebied van elk hulpprogramma in het Nederlandse taalgebied |
bestaat uit een clustering van referentieregio's zoals vastgesteld | bestaat uit een clustering van referentieregio's zoals vastgesteld |
door de Vlaamse Regering en is maximaal afgestemd op de gerechtelijke | door de Vlaamse Regering en is maximaal afgestemd op de gerechtelijke |
arrondissementen en het werkingsgebied van de netwerken in de | arrondissementen en het werkingsgebied van de netwerken in de |
geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en jongere. | geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en jongere. |
In het tweede lid wordt verstaan onder: | In het tweede lid wordt verstaan onder: |
1° referentieregio's: een gebiedsafbakening van verschillende | 1° referentieregio's: een gebiedsafbakening van verschillende |
gemeenten samen zoals vastgesteld in het decreet van 3 februari 2023 | gemeenten samen zoals vastgesteld in het decreet van 3 februari 2023 |
over regiovormingen tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 | over regiovormingen tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 |
over het lokaal bestuur; | over het lokaal bestuur; |
2° netwerken in de geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en | 2° netwerken in de geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en |
jongeren: de netwerken zoals goedgekeurd door de Interministeriële | jongeren: de netwerken zoals goedgekeurd door de Interministeriële |
Conferentie Volksgezondheid op 15 maart 2015. | Conferentie Volksgezondheid op 15 maart 2015. |
Voor het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad kan het hulpprogramma | Voor het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad kan het hulpprogramma |
georganiseerd worden samen met een hulpprogramma uit het Nederlandse | georganiseerd worden samen met een hulpprogramma uit het Nederlandse |
taalgebied. | taalgebied. |
Afdeling 5. - Erkenning en subsidiëring van het hulpprogramma | Afdeling 5. - Erkenning en subsidiëring van het hulpprogramma |
Art. 10.§ 1. De minister kent binnen de beschikbare kredieten en met |
Art. 10.§ 1. De minister kent binnen de beschikbare kredieten en met |
behoud van de toepassing van de sectorale subsidieregels die van | behoud van de toepassing van de sectorale subsidieregels die van |
toepassing zijn, middelen toe aan een samenwerkingsverband om de | toepassing zijn, middelen toe aan een samenwerkingsverband om de |
doelstellingen van het hulpprogramma conform dit besluit uit te | doelstellingen van het hulpprogramma conform dit besluit uit te |
voeren. | voeren. |
§ 2. Het samenwerkingsverband, vermeld in paragraaf 1, bestaat uit | § 2. Het samenwerkingsverband, vermeld in paragraaf 1, bestaat uit |
partners met de nodige specifieke expertise voor de doelgroep en omvat | partners met de nodige specifieke expertise voor de doelgroep en omvat |
minimaal de volgende actoren: | minimaal de volgende actoren: |
1° de gemandateerde voorzieningen, de sociale dienst en de | 1° de gemandateerde voorzieningen, de sociale dienst en de |
toegangspoort; | toegangspoort; |
2° de gemeenschapsinstellingen om de opdracht, vermeld in 48, § 1, | 2° de gemeenschapsinstellingen om de opdracht, vermeld in 48, § 1, |
eerste lid, 9°, van het decreet van 12 juli 2013, uit te voeren; | eerste lid, 9°, van het decreet van 12 juli 2013, uit te voeren; |
3° relevante voorzieningen die erkend zijn door het agentschap | 3° relevante voorzieningen die erkend zijn door het agentschap |
Opgroeien regie; | Opgroeien regie; |
4° relevante voorzieningen die erkend zijn door het Vlaams Agentschap | 4° relevante voorzieningen die erkend zijn door het Vlaams Agentschap |
voor Personen met een Handicap; | voor Personen met een Handicap; |
5° relevante partners op het vlak van geestelijke | 5° relevante partners op het vlak van geestelijke |
gezondheidsbevordering en -zorg. | gezondheidsbevordering en -zorg. |
In het eerste lid, 4°, wordt verstaan onder Vlaams Agentschap voor | In het eerste lid, 4°, wordt verstaan onder Vlaams Agentschap voor |
Personen met een Handicap: het intern verzelfstandigd agentschap met | Personen met een Handicap: het intern verzelfstandigd agentschap met |
rechtspersoonlijkheid dat is opgericht bij artikel 3 van het decreet | rechtspersoonlijkheid dat is opgericht bij artikel 3 van het decreet |
van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd | van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd |
agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen | agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen |
met een Handicap. | met een Handicap. |
Het samenwerkingsverband, vermeld in paragraaf 1, bouwt een nauwe | Het samenwerkingsverband, vermeld in paragraaf 1, bouwt een nauwe |
samenwerkingsrelatie uit met de volgende actoren: | samenwerkingsrelatie uit met de volgende actoren: |
1° relevante partners uit de sectoren onderwijs om een passend | 1° relevante partners uit de sectoren onderwijs om een passend |
onderwijstraject aan te bieden; | onderwijstraject aan te bieden; |
2° relevante partners uit het beleidsdomein werk om een alternatieve | 2° relevante partners uit het beleidsdomein werk om een alternatieve |
dagbesteding of beroepsaanbod aan te bieden; | dagbesteding of beroepsaanbod aan te bieden; |
3° de jeugdmagistratuur. | 3° de jeugdmagistratuur. |
Art. 11.Het samenwerkingsverband, vermeld in artikel 10, voorziet een |
Art. 11.Het samenwerkingsverband, vermeld in artikel 10, voorziet een |
gepaste aansturing. De voormelde aansturing zorgt ervoor dat de | gepaste aansturing. De voormelde aansturing zorgt ervoor dat de |
opdrachten van het hulpprogramma op het niveau van de individuele | opdrachten van het hulpprogramma op het niveau van de individuele |
trajecten en op het niveau van het voormelde samenwerkingsverband | trajecten en op het niveau van het voormelde samenwerkingsverband |
gerealiseerd worden in gedeelde verantwoordelijkheid. | gerealiseerd worden in gedeelde verantwoordelijkheid. |
Art. 12.Een samenwerkingsverband als vermeld in artikel 10, kan |
Art. 12.Een samenwerkingsverband als vermeld in artikel 10, kan |
erkend worden en blijft erkend als het voldoet aan al de volgende | erkend worden en blijft erkend als het voldoet aan al de volgende |
voorwaarden: | voorwaarden: |
1° de partners sluiten een samenwerkingsprotocol dat de minister | 1° de partners sluiten een samenwerkingsprotocol dat de minister |
goedkeurt en dat al de volgende elementen bevat: | goedkeurt en dat al de volgende elementen bevat: |
a) de samenstelling van het voormelde samenwerkingsverband en de | a) de samenstelling van het voormelde samenwerkingsverband en de |
engagementen tot samenwerking tussen de betrokken partners in het | engagementen tot samenwerking tussen de betrokken partners in het |
hulprogramma; | hulprogramma; |
b) het werkingsgebied van het hulpprogramma; | b) het werkingsgebied van het hulpprogramma; |
c) de afspraken over de informatie- en kennisdeling binnen het | c) de afspraken over de informatie- en kennisdeling binnen het |
voormelde samenwerkingsverband; | voormelde samenwerkingsverband; |
d) de wijze waarop het voormelde samenwerkingsverband wordt | d) de wijze waarop het voormelde samenwerkingsverband wordt |
aangestuurd; | aangestuurd; |
e) het aanspreekpunt voor het agentschap Opgroeien regie; | e) het aanspreekpunt voor het agentschap Opgroeien regie; |
2° tweejaarlijks een inhoudelijk actieplan opmaken en rapporteren over | 2° tweejaarlijks een inhoudelijk actieplan opmaken en rapporteren over |
de realisatie van het voormelde samenwerkingsverband aan het | de realisatie van het voormelde samenwerkingsverband aan het |
agentschap Opgroeien regie; | agentschap Opgroeien regie; |
3° meewerken aan alle initiatieven die het agentschap Opgroeien regie | 3° meewerken aan alle initiatieven die het agentschap Opgroeien regie |
neemt om het hulpprogramma op te volgen en te evalueren. | neemt om het hulpprogramma op te volgen en te evalueren. |
4° jaarlijks zijn uitgaven bewijzen door een kopie van de | 4° jaarlijks zijn uitgaven bewijzen door een kopie van de |
boekhoudkundige uitgavenstukken voor te leggen aan het agentschap | boekhoudkundige uitgavenstukken voor te leggen aan het agentschap |
Opgroeien regie. | Opgroeien regie. |
Afdeling 6. - Handhaving | Afdeling 6. - Handhaving |
Art. 13.Als het hulpprogramma niet voldoet aan de voorwaarden, |
Art. 13.Als het hulpprogramma niet voldoet aan de voorwaarden, |
vermeld in afdeling 3, of het samenwerkingsverband, vermeld in artikel | vermeld in afdeling 3, of het samenwerkingsverband, vermeld in artikel |
10 van dit besluit, niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in | 10 van dit besluit, niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in |
afdeling 5, kan het agentschap Opgroeien regie beslissen om een van de | afdeling 5, kan het agentschap Opgroeien regie beslissen om een van de |
volgende maatregelen te nemen: | volgende maatregelen te nemen: |
1° Zorginspectie, conform het decreet van 19 januari 2018 houdende het | 1° Zorginspectie, conform het decreet van 19 januari 2018 houdende het |
overheidstoezicht in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid, | overheidstoezicht in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid, |
vragen een externe controle uit te voeren; | vragen een externe controle uit te voeren; |
2° een specifiek ondersteunings- of verbetertraject opleggen; | 2° een specifiek ondersteunings- of verbetertraject opleggen; |
3° maatregelen nemen die ingrijpen op de samenstelling of aansturing | 3° maatregelen nemen die ingrijpen op de samenstelling of aansturing |
van het voormelde samenwerkingsverband of de werking van het | van het voormelde samenwerkingsverband of de werking van het |
hulpprogramma; | hulpprogramma; |
4° de erkenning van het samenwerkingsverband intrekken en de | 4° de erkenning van het samenwerkingsverband intrekken en de |
bijbehorende subsidies intrekken. | bijbehorende subsidies intrekken. |
In de beslissing van het agentschap Opgroeien regie, vermeld in het | In de beslissing van het agentschap Opgroeien regie, vermeld in het |
eerste lid, worden al de volgende elementen opgenomen: | eerste lid, worden al de volgende elementen opgenomen: |
1° een omschrijving van de maatregel en de redenen om de maatregel te | 1° een omschrijving van de maatregel en de redenen om de maatregel te |
nemen; | nemen; |
2° de voorwaarden die in voorkomend geval vervuld moeten zijn en de | 2° de voorwaarden die in voorkomend geval vervuld moeten zijn en de |
termijn waarin ze vervuld moeten zijn. | termijn waarin ze vervuld moeten zijn. |
Het agentschap Opgroeien regie kan in de volgende gevallen beslissen | Het agentschap Opgroeien regie kan in de volgende gevallen beslissen |
om de erkenning van het hulpprogramma in te trekken en de bijbehorende | om de erkenning van het hulpprogramma in te trekken en de bijbehorende |
subsidie in te trekken: | subsidie in te trekken: |
1° de partners van het samenwerkingsverband, vermeld in artikel 10, | 1° de partners van het samenwerkingsverband, vermeld in artikel 10, |
verhinderen het toezicht op de erkenningsvoorwaarden; | verhinderen het toezicht op de erkenningsvoorwaarden; |
2° een inbreuk wordt niet weggewerkt binnen de termijn die bepaald is | 2° een inbreuk wordt niet weggewerkt binnen de termijn die bepaald is |
in de beslissing tot het nemen van maatregelen, vermeld in het eerste | in de beslissing tot het nemen van maatregelen, vermeld in het eerste |
lid; | lid; |
3° het hulpprogramma heeft op basis van onjuiste gegevens een | 3° het hulpprogramma heeft op basis van onjuiste gegevens een |
erkenning verkregen. | erkenning verkregen. |
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen | HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen |
Afdeling 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van | Afdeling 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van |
18 juni 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de | 18 juni 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de |
bouwtechnische en bouwfysische normen voor de door het agentschap | bouwtechnische en bouwfysische normen voor de door het agentschap |
Opgroeien regie erkende voorzieningen en vergunde diensten | Opgroeien regie erkende voorzieningen en vergunde diensten |
Art. 14.In artikel 8, § 1, en artikel 9, § 1, van het besluit van de |
Art. 14.In artikel 8, § 1, en artikel 9, § 1, van het besluit van de |
Vlaamse Regering van 18 juni 2010 tot vaststelling van de | Vlaamse Regering van 18 juni 2010 tot vaststelling van de |
investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor | investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor |
de door het agentschap Opgroeien regie erkende voorzieningen en | de door het agentschap Opgroeien regie erkende voorzieningen en |
vergunde diensten, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering | vergunde diensten, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering |
van 5 september 2014, 17 mei 2019 en 20 maart 2020, wordt het woord | van 5 september 2014, 17 mei 2019 en 20 maart 2020, wordt het woord |
"beveiligend" vervangen door het woord "veilig". | "beveiligend" vervangen door het woord "veilig". |
Afdeling 2. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 | Afdeling 2. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 |
april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen | april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen |
voor voorzieningen in de jeugdhulp | voor voorzieningen in de jeugdhulp |
Art. 15.In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 |
Art. 15.In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 |
april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen | april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen |
voor voorzieningen in de jeugdhulp, gewijzigd bij de besluiten van de | voor voorzieningen in de jeugdhulp, gewijzigd bij de besluiten van de |
Vlaamse Regering van 20 maart 2020, 12 maart 2021 en 17 december 2021, | Vlaamse Regering van 20 maart 2020, 12 maart 2021 en 17 december 2021, |
wordt een punt 4° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt: | wordt een punt 4° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt: |
"4° /1 besluit van 5 mei 2023: het besluit van de Vlaamse Regering van | "4° /1 besluit van 5 mei 2023: het besluit van de Vlaamse Regering van |
5 mei 2023 over de uitvoering van een hulpprogramma geblokkeerde | 5 mei 2023 over de uitvoering van een hulpprogramma geblokkeerde |
ontwikkelingstrajecten;". | ontwikkelingstrajecten;". |
Art. 16.In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de |
Art. 16.In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de |
besluiten van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 en 17 december | besluiten van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 en 17 december |
2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht: | 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht: |
1° in het derde lid wordt het woord "beveiligend" vervangen door het | 1° in het derde lid wordt het woord "beveiligend" vervangen door het |
woord "veilig"; | woord "veilig"; |
2° in het vijfde lid worden tussen het woord "verblijven" en de | 2° in het vijfde lid worden tussen het woord "verblijven" en de |
zinsnede ", moet" de woorden "of die toegewezen zijn aan een | zinsnede ", moet" de woorden "of die toegewezen zijn aan een |
typemodule veilig verblijf" ingevoegd. | typemodule veilig verblijf" ingevoegd. |
Art. 17.In artikel 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het |
Art. 17.In artikel 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het |
besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020, worden de volgende | besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020, worden de volgende |
wijzigingen aangebracht: | wijzigingen aangebracht: |
1° in de inleidende zin wordt het woord "beveiligend" vervangen door | 1° in de inleidende zin wordt het woord "beveiligend" vervangen door |
het woord "veilig"; | het woord "veilig"; |
2° punt 1° wordt vervangen door wat volgt: | 2° punt 1° wordt vervangen door wat volgt: |
"1° de voorziening neemt in de typemodule veilig verblijf uitsluitend | "1° de voorziening neemt in de typemodule veilig verblijf uitsluitend |
minderjarigen op die in aanmerking komen voor het hulpprogramma | minderjarigen op die in aanmerking komen voor het hulpprogramma |
geblokkeerde ontwikkelingstrajecten, vermeld in artikel 2 van het | geblokkeerde ontwikkelingstrajecten, vermeld in artikel 2 van het |
besluit van 5 mei 2023, en voor wie een vorm van geslotenheid | besluit van 5 mei 2023, en voor wie een vorm van geslotenheid |
tijdelijk noodzakelijk is voor de bescherming van de psychische of | tijdelijk noodzakelijk is voor de bescherming van de psychische of |
fysieke integriteit van de minderjarige;"; | fysieke integriteit van de minderjarige;"; |
3° punt 2° wordt opgeheven; | 3° punt 2° wordt opgeheven; |
4° punt 7° en punt 7/1° worden vervangen door wat volgt: | 4° punt 7° en punt 7/1° worden vervangen door wat volgt: |
"7° de voorziening is partner in een samenwerkingsverband om de | "7° de voorziening is partner in een samenwerkingsverband om de |
doelstellingen van het hulpprogramma geblokkeerde | doelstellingen van het hulpprogramma geblokkeerde |
ontwikkelingstrajecten te organiseren als vermeld in artikel 10 van | ontwikkelingstrajecten te organiseren als vermeld in artikel 10 van |
het besluit van 5 mei 2023, en ontwikkelt, in afstemming en via | het besluit van 5 mei 2023, en ontwikkelt, in afstemming en via |
regelmatige bijsturing met de andere partners van het hulpprogramma | regelmatige bijsturing met de andere partners van het hulpprogramma |
binnen het werkingsgebied, een pedagogisch beleid rond veiligheid dat | binnen het werkingsgebied, een pedagogisch beleid rond veiligheid dat |
is neergelegd in het huishoudelijk reglement van de voorziening en | is neergelegd in het huishoudelijk reglement van de voorziening en |
waarbij al de volgende elementen worden beschreven: | waarbij al de volgende elementen worden beschreven: |
a) de visie op relationele veiligheid; | a) de visie op relationele veiligheid; |
b) de visie op infrastructurele veiligheid die minstens de | b) de visie op infrastructurele veiligheid die minstens de |
mogelijkheid tot geslotenheid omvat; | mogelijkheid tot geslotenheid omvat; |
c) de modaliteiten waaronder geslotenheid op maat en individueel | c) de modaliteiten waaronder geslotenheid op maat en individueel |
gedifferentieerd wordt in het traject van de minderjarige; | gedifferentieerd wordt in het traject van de minderjarige; |
7° /1 de voorziening die het noodzakelijk vindt om minderjarigen soms | 7° /1 de voorziening die het noodzakelijk vindt om minderjarigen soms |
tijdelijk af te zonderen of andere vrijheidsbeperkende maatregelen te | tijdelijk af te zonderen of andere vrijheidsbeperkende maatregelen te |
nemen om de veiligheid te herstellen bij acuut en ernstig gevaar of om | nemen om de veiligheid te herstellen bij acuut en ernstig gevaar of om |
de veiligheid te behouden bij potentieel gevaar, ter preventie van | de veiligheid te behouden bij potentieel gevaar, ter preventie van |
acuut en ernstig gevaar voor de minderjarigen of anderen, ent zich | acuut en ernstig gevaar voor de minderjarigen of anderen, ent zich |
daarvoor volledig op de modaliteiten van het decreet van 7 mei 2004. | daarvoor volledig op de modaliteiten van het decreet van 7 mei 2004. |
In het huishoudelijk reglement van de voorziening worden minstens de | In het huishoudelijk reglement van de voorziening worden minstens de |
volgende elementen beschreven: | volgende elementen beschreven: |
a) het preventiebeleid op afzondering; | a) het preventiebeleid op afzondering; |
b) de infrastructurele vertaling van de afzondering; | b) de infrastructurele vertaling van de afzondering; |
c) de wijze van registratie van elke afzondering; | c) de wijze van registratie van elke afzondering; |
d) de duur van de afzondering; | d) de duur van de afzondering; |
e) het toezicht op en de mogelijkheden tot contact van de minderjarige | e) het toezicht op en de mogelijkheden tot contact van de minderjarige |
tijdens de afzondering; | tijdens de afzondering; |
f) de opvolging van de afzondering in het ruimere pedagogisch traject | f) de opvolging van de afzondering in het ruimere pedagogisch traject |
van de jongere;". | van de jongere;". |
Art. 18.Aan artikel 27/2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het |
Art. 18.Aan artikel 27/2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het |
besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020, wordt een punt 10° | besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020, wordt een punt 10° |
toegevoegd, dat luidt als volgt: | toegevoegd, dat luidt als volgt: |
"10° de voorziening zet haar aanbod uitsluitend in voor minderjarigen | "10° de voorziening zet haar aanbod uitsluitend in voor minderjarigen |
die in aanmerking komen voor het hulpprogramma geblokkeerde | die in aanmerking komen voor het hulpprogramma geblokkeerde |
ontwikkelingstrajecten, vermeld in artikel 2 van het besluit van 5 mei | ontwikkelingstrajecten, vermeld in artikel 2 van het besluit van 5 mei |
2023. De administrateur-generaal kan afwijkingen toestaan op | 2023. De administrateur-generaal kan afwijkingen toestaan op |
organisatieniveau wegens de specificiteit van de doelgroep.". | organisatieniveau wegens de specificiteit van de doelgroep.". |
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen |
Art. 19.Dit besluit treedt in werking op 1 september 2023. |
Art. 19.Dit besluit treedt in werking op 1 september 2023. |
Art. 20.De Vlaamse minister, bevoegd voor het welzijn, is belast met |
Art. 20.De Vlaamse minister, bevoegd voor het welzijn, is belast met |
de uitvoering van dit besluit. | de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 5 mei 2023. | Brussel, 5 mei 2023. |
De minister-president van de Vlaamse Regering, | De minister-president van de Vlaamse Regering, |
J. JAMBON | J. JAMBON |
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, | De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, |
H. CREVITS | H. CREVITS |