Besluit van de Vlaamse Regering tot oprichting van een technische commissie voor de brandveiligheid in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin | Besluit van de Vlaamse Regering tot oprichting van een technische commissie voor de brandveiligheid in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin |
---|---|
VLAAMSE OVERHEID | VLAAMSE OVERHEID |
5 JUNI 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering tot oprichting van een | 5 JUNI 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering tot oprichting van een |
technische commissie voor de brandveiligheid in de voorzieningen van | technische commissie voor de brandveiligheid in de voorzieningen van |
Welzijn, Volksgezondheid en Gezin | Welzijn, Volksgezondheid en Gezin |
De Vlaamse Regering, | De Vlaamse Regering, |
Gelet op het decreet van 20 maart 2009 houdende diverse bepalingen | Gelet op het decreet van 20 maart 2009 houdende diverse bepalingen |
betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, | betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, |
artikel 2, 3 en 4; | artikel 2, 3 en 4; |
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2007 | Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2007 |
betreffende de oprichting van een technische commissie voor de | betreffende de oprichting van een technische commissie voor de |
brandveiligheid in de kinderdagverblijven, de initiatieven voor | brandveiligheid in de kinderdagverblijven, de initiatieven voor |
buitenschoolse opvang en de minicrèches, gewijzigd bij het Besluit van | buitenschoolse opvang en de minicrèches, gewijzigd bij het Besluit van |
de Vlaamse Regering van 30 april 2009; | de Vlaamse Regering van 30 april 2009; |
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008 | Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008 |
houdende de normen voor de preventie van brand in de voorzieningen | houdende de normen voor de preventie van brand in de voorzieningen |
voor kinderopvang; | voor kinderopvang; |
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de | Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de |
begroting, gegeven op 17 april 2009; | begroting, gegeven op 17 april 2009; |
Gelet op advies 46.547/3 van de Raad van State, gegeven op 26 mei 2009 | Gelet op advies 46.547/3 van de Raad van State, gegeven op 26 mei 2009 |
met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de | met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de |
gecoördineerde wetten op de Raad van State; | gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en | Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en |
Gezin; | Gezin; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : |
Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : |
1° voorziening van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin : een organisatie | 1° voorziening van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin : een organisatie |
die activiteiten uitoefent in de gemeenschapsaangelegenheden, vermeld | die activiteiten uitoefent in de gemeenschapsaangelegenheden, vermeld |
in artikel 5, § 1, I en II, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 | in artikel 5, § 1, I en II, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 |
tot hervorming der instellingen en die tot het beleidsdomein Welzijn, | tot hervorming der instellingen en die tot het beleidsdomein Welzijn, |
Volksgezondheid en Gezin behoren; | Volksgezondheid en Gezin behoren; |
2° bevoegde entiteit : de afdeling van een agentschap van het | 2° bevoegde entiteit : de afdeling van een agentschap van het |
beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin of van het departement | beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin of van het departement |
van dat beleidsdomein, die functioneel bevoegd is voor de | van dat beleidsdomein, die functioneel bevoegd is voor de |
administratieve afhandeling van het verzoek tot afwijking van Vlaamse | administratieve afhandeling van het verzoek tot afwijking van Vlaamse |
normen voor brandveiligheid die van toepassing zijn op de voorziening | normen voor brandveiligheid die van toepassing zijn op de voorziening |
die de afwijking vraagt; | die de afwijking vraagt; |
3° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan | 3° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan |
personen, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid. | personen, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid. |
Art. 2.Binnen het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin wordt |
Art. 2.Binnen het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin wordt |
een technische commissie voor de brandveiligheid in de voorzieningen | een technische commissie voor de brandveiligheid in de voorzieningen |
van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin opgericht, hierna « de | van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin opgericht, hierna « de |
technische commissie » te noemen. | technische commissie » te noemen. |
Art. 3.De technische commissie voor de brandveiligheid heeft als |
Art. 3.De technische commissie voor de brandveiligheid heeft als |
opdracht : | opdracht : |
1° advies verstrekken over de vragen tot afwijking van Vlaamse normen | 1° advies verstrekken over de vragen tot afwijking van Vlaamse normen |
voor brandveiligheid in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid | voor brandveiligheid in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid |
en Gezin; | en Gezin; |
2° advies verstrekken over regelgevende initiatieven voor | 2° advies verstrekken over regelgevende initiatieven voor |
brandpreventie in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en | brandpreventie in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en |
Gezin; | Gezin; |
3° aanbevelingen formuleren voor het beleid op het vlak van | 3° aanbevelingen formuleren voor het beleid op het vlak van |
brandveiligheid in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en | brandveiligheid in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en |
Gezin. | Gezin. |
Art. 4.De beslissing over een verzoek tot afwijking van Vlaamse |
Art. 4.De beslissing over een verzoek tot afwijking van Vlaamse |
normen voor brandveiligheid in een voorziening van Welzijn, | normen voor brandveiligheid in een voorziening van Welzijn, |
Volksgezondheid en Gezin kan pas genomen worden nadat het advies van | Volksgezondheid en Gezin kan pas genomen worden nadat het advies van |
de technische commissie voor de brandveiligheid werd ingewonnen. | de technische commissie voor de brandveiligheid werd ingewonnen. |
Art. 5.De technische commissie is samengesteld als volgt : |
Art. 5.De technische commissie is samengesteld als volgt : |
1° een ambtenaar met minstens rang A1 van het departement Welzijn, | 1° een ambtenaar met minstens rang A1 van het departement Welzijn, |
Volksgezondheid en Gezin, Afdeling Vlaams Infrastructuurfonds voor | Volksgezondheid en Gezin, Afdeling Vlaams Infrastructuurfonds voor |
Persoonsgebonden Aangelegenheden, die de commissie voorzit; | Persoonsgebonden Aangelegenheden, die de commissie voorzit; |
2° een persoon met de kwalificatie van preventieadviseur; | 2° een persoon met de kwalificatie van preventieadviseur; |
3° twee officieren van de brandweer als vertegenwoordigers voor de | 3° twee officieren van de brandweer als vertegenwoordigers voor de |
brandweerdiensten van het Vlaamse Gewest | brandweerdiensten van het Vlaamse Gewest |
4° een persoon uit de academische wereld met een bijzondere | 4° een persoon uit de academische wereld met een bijzondere |
kwalificatie voor brandveiligheid. | kwalificatie voor brandveiligheid. |
5° een persoon als vertegenwoordiger van de sectoren van Welzijn, | 5° een persoon als vertegenwoordiger van de sectoren van Welzijn, |
Volksgezondheid en Gezin. | Volksgezondheid en Gezin. |
Voor elk lid als vermeld in het eerste lid, wordt een plaatsvervanger | Voor elk lid als vermeld in het eerste lid, wordt een plaatsvervanger |
aangewezen. Die vervangt het lid bij verhindering. | aangewezen. Die vervangt het lid bij verhindering. |
Art. 6.De leden van de technische commissie en hun plaatsvervangers |
Art. 6.De leden van de technische commissie en hun plaatsvervangers |
worden benoemd door de minister. | worden benoemd door de minister. |
Art. 7.Voor de adviezen vermeld in artikel 3, 1° wordt de bevoegde |
Art. 7.Voor de adviezen vermeld in artikel 3, 1° wordt de bevoegde |
entiteit uitgenodigd om een personeelslid af te vaardigen dat met | entiteit uitgenodigd om een personeelslid af te vaardigen dat met |
raadgevende stem de beraadslaging van de technische commissie kan | raadgevende stem de beraadslaging van de technische commissie kan |
bijwonen. | bijwonen. |
Art. 8.Het secretariaat van de technische commissie wordt waargenomen |
Art. 8.Het secretariaat van de technische commissie wordt waargenomen |
door een personeelslid van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en | door een personeelslid van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en |
Gezin. | Gezin. |
Art. 9.De technische commissie kan alleen op geldige wijze |
Art. 9.De technische commissie kan alleen op geldige wijze |
beraadslagen als de voorzitter of zijn plaatsvervanger en minstens | beraadslagen als de voorzitter of zijn plaatsvervanger en minstens |
twee leden, of hun plaatsvervangers, aanwezig zijn. | twee leden, of hun plaatsvervangers, aanwezig zijn. |
Art. 10.Een lid van de technische commissie kan geen zitting houden |
Art. 10.Een lid van de technische commissie kan geen zitting houden |
wanneer een dossier wordt behandeld waarbij het een persoonlijk belang | wanneer een dossier wordt behandeld waarbij het een persoonlijk belang |
heeft. | heeft. |
Art. 11.De technische commissie kan, met het oog op het uitbrengen |
Art. 11.De technische commissie kan, met het oog op het uitbrengen |
van een advies als vermeld in artikel 3, 1°, een lid belasten met een | van een advies als vermeld in artikel 3, 1°, een lid belasten met een |
onderzoek ter plaatse. | onderzoek ter plaatse. |
Art. 12.De adviezen van de technische commissie worden met volstrekte |
Art. 12.De adviezen van de technische commissie worden met volstrekte |
meerderheid van stemmen uitgebracht. Ze worden behoorlijk gemotiveerd. | meerderheid van stemmen uitgebracht. Ze worden behoorlijk gemotiveerd. |
In geval van staking van stemmen wordt het advies vervangen door een | In geval van staking van stemmen wordt het advies vervangen door een |
gemotiveerde weergave van beide standpunten. | gemotiveerde weergave van beide standpunten. |
Art. 13.Het advies, vermeld in artikel 3. 1°, wordt aan de bevoegde |
Art. 13.Het advies, vermeld in artikel 3. 1°, wordt aan de bevoegde |
entiteit ter kennis gebracht binnen een termijn van drie maanden na de | entiteit ter kennis gebracht binnen een termijn van drie maanden na de |
ontvangst van de adviesvraag. | ontvangst van de adviesvraag. |
Art. 14.De technische commissie stelt een huishoudelijk reglement op |
Art. 14.De technische commissie stelt een huishoudelijk reglement op |
waarin haar werking wordt geregeld. De minister keurt het | waarin haar werking wordt geregeld. De minister keurt het |
huishoudelijk reglement goed. | huishoudelijk reglement goed. |
Art. 15.De externe leden van de technische commissie kunnen aanspraak |
Art. 15.De externe leden van de technische commissie kunnen aanspraak |
maken op de volgende vergoedingen : | maken op de volgende vergoedingen : |
1° de terugbetaling van hun reiskosten volgens dezelfde normen als die | 1° de terugbetaling van hun reiskosten volgens dezelfde normen als die |
welke gelden voor de ambtenaren van de Vlaamse ministeries; | welke gelden voor de ambtenaren van de Vlaamse ministeries; |
2° een presentiegeld van 75 euro voor elke vergadering van de | 2° een presentiegeld van 75 euro voor elke vergadering van de |
technische commissie, tot maximaal één presentiegeld per maand; | technische commissie, tot maximaal één presentiegeld per maand; |
3° een forfaitaire vergoeding van 150 euro voor de uitvoering van een | 3° een forfaitaire vergoeding van 150 euro voor de uitvoering van een |
onderzoek ter plaatse overeenkomstig artikel 10, tot maximaal één | onderzoek ter plaatse overeenkomstig artikel 10, tot maximaal één |
vergoeding per dossier. | vergoeding per dossier. |
Onder externe leden als vermeld in het eerste lid, worden de leden van | Onder externe leden als vermeld in het eerste lid, worden de leden van |
de technische commissie bedoeld die geen personeelslid zijn van de | de technische commissie bedoeld die geen personeelslid zijn van de |
Vlaamse overheid. | Vlaamse overheid. |
Art. 16.De werkingskosten van de technische commissie en de |
Art. 16.De werkingskosten van de technische commissie en de |
vergoedingen van de leden worden aangerekend op de begroting van het | vergoedingen van de leden worden aangerekend op de begroting van het |
Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. | Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. |
Art. 17.In artikel 24 van het Besluit van de Vlaamse Regering 19 |
Art. 17.In artikel 24 van het Besluit van de Vlaamse Regering 19 |
september 2008 houdende de normen voor de preventie van brand in de | september 2008 houdende de normen voor de preventie van brand in de |
voorzieningen voor kinderopvang worden de woorden « technische | voorzieningen voor kinderopvang worden de woorden « technische |
commissie brandveiligheid voor de kinderopvang » vervangen door de | commissie brandveiligheid voor de kinderopvang » vervangen door de |
woorden « technische commissie voor de brandveiligheid in de | woorden « technische commissie voor de brandveiligheid in de |
voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin ». | voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin ». |
Art. 18.Het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2007 |
Art. 18.Het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2007 |
betreffende de oprichting van een technische commissie voor de | betreffende de oprichting van een technische commissie voor de |
brandveiligheid in de kinderdagverblijven, de initiatieven voor | brandveiligheid in de kinderdagverblijven, de initiatieven voor |
buitenschoolse opvang en de minicrèches, gewijzigd bij het Besluit van | buitenschoolse opvang en de minicrèches, gewijzigd bij het Besluit van |
de Vlaamse Regering van 30 april 2009, wordt opgeheven. | de Vlaamse Regering van 30 april 2009, wordt opgeheven. |
Art. 19.De bepalingen van dit besluit gelden niet voor de verzoeken |
Art. 19.De bepalingen van dit besluit gelden niet voor de verzoeken |
tot afwijking van Vlaamse brandveiligheidsnormen waarover de | tot afwijking van Vlaamse brandveiligheidsnormen waarover de |
technische commissie voor de brandveiligheid in de kinderopvang al een | technische commissie voor de brandveiligheid in de kinderopvang al een |
advies verstrekte uiterlijk op de dag voor de datum waarop dit besluit | advies verstrekte uiterlijk op de dag voor de datum waarop dit besluit |
in werking treedt. | in werking treedt. |
Art. 20.De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen en |
Art. 20.De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen en |
de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, zijn, ieder | de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, zijn, ieder |
wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. | wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 5 juni 2009. | Brussel, 5 juni 2009. |
De minister-president van de Vlaamse Regering, | De minister-president van de Vlaamse Regering, |
K. PEETERS | K. PEETERS |
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, | De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, |
V. HEEREN | V. HEEREN |