Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Vlaamse Regering van 05/06/2009
← Terug naar "Besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de instanties die over een vergunningsaanvraag advies verlenen "
Besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de instanties die over een vergunningsaanvraag advies verlenen Besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de instanties die over een vergunningsaanvraag advies verlenen
VLAAMSE OVERHEID VLAAMSE OVERHEID
5 JUNI 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de 5 JUNI 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de
instanties die over een vergunningsaanvraag advies verlenen instanties die over een vergunningsaanvraag advies verlenen
De Vlaamse Regering, De Vlaamse Regering,
Gelet op artikel 4.7.16, § 1, en 4.7.26, § 4, eerste lid, 2°, van de Gelet op artikel 4.7.16, § 1, en 4.7.26, § 4, eerste lid, 2°, van de
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening; Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
Gelet op artikel 12/2 van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming Gelet op artikel 12/2 van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming
van monumenten, stads- en dorpsgezichten; van monumenten, stads- en dorpsgezichten;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000 Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000
betreffende de adviesverlening inzake aanvragen tot stedenbouwkundige betreffende de adviesverlening inzake aanvragen tot stedenbouwkundige
vergunning en verkavelingsaanvragen; vergunning en verkavelingsaanvragen;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor begroting, Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor begroting,
gegeven op 25 maart 2009; gegeven op 25 maart 2009;
Gelet op advies 46.438/1 van de Raad van State, gegeven op 19 mei Gelet op advies 46.438/1 van de Raad van State, gegeven op 19 mei
2009, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de 2009, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Op voorstel van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en
Ruimtelijke Ordening; Ruimtelijke Ordening;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :

Artikel 1.De instanties die overeenkomstig artikel 4.7.16, § 1,

Artikel 1.De instanties die overeenkomstig artikel 4.7.16, § 1,

respectievelijk 4.7.26, § 4, eerste lid, 2°, van de Vlaamse Codex respectievelijk 4.7.26, § 4, eerste lid, 2°, van de Vlaamse Codex
Ruimtelijke Ordening, om advies worden verzocht, zijn : Ruimtelijke Ordening, om advies worden verzocht, zijn :
1°de entiteit van het agentschap RO-Vlaanderen, die met de zorg voor 1°de entiteit van het agentschap RO-Vlaanderen, die met de zorg voor
het onroerend erfgoed belast is, voor volgende aanvragen : het onroerend erfgoed belast is, voor volgende aanvragen :
a) aanvragen met betrekking tot voorlopig of definitief beschermde a) aanvragen met betrekking tot voorlopig of definitief beschermde
monumenten; monumenten;
b) aanvragen met betrekking tot percelen die gelegen zijn in voorlopig b) aanvragen met betrekking tot percelen die gelegen zijn in voorlopig
of definitief beschermde stads- en dorpsgezichten; of definitief beschermde stads- en dorpsgezichten;
c) aanvragen met betrekking tot percelen die gelegen zijn in voorlopig c) aanvragen met betrekking tot percelen die gelegen zijn in voorlopig
of definitief beschermde landschappen en in erfgoedlandschappen; of definitief beschermde landschappen en in erfgoedlandschappen;
d) aanvragen in een voorlopig of definitief aangeduide ankerplaats die d) aanvragen in een voorlopig of definitief aangeduide ankerplaats die
onderworpen zijn aan de zorgplicht volgens artikel 26 van het decreet onderworpen zijn aan de zorgplicht volgens artikel 26 van het decreet
van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, met name als een van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, met name als een
administratieve overheid opdrachtgever is van een eigen werk of administratieve overheid opdrachtgever is van een eigen werk of
handeling; handeling;
e) aanvragen met betrekking tot voorlopig of definitief beschermde e) aanvragen met betrekking tot voorlopig of definitief beschermde
archeologische monumenten of tot percelen die gelegen zijn in archeologische monumenten of tot percelen die gelegen zijn in
voorlopig of definitief beschermde archeologische zones; voorlopig of definitief beschermde archeologische zones;
f) aanvragen binnen het gezichtsveld, beperkt tot uiterlijk een straal f) aanvragen binnen het gezichtsveld, beperkt tot uiterlijk een straal
van 50 meter, van een voorlopig of definitief beschermd monument, met van 50 meter, van een voorlopig of definitief beschermd monument, met
dien verstande dat indien het monument voorkomt op de dien verstande dat indien het monument voorkomt op de
Werelderfgoedlijst van de UNESCO, de adviesvereiste geldt in de Werelderfgoedlijst van de UNESCO, de adviesvereiste geldt in de
volledige bufferzone rond dat werelderfgoed, afgebakend in uitvoering volledige bufferzone rond dat werelderfgoed, afgebakend in uitvoering
van artikel 11, § 5, van de UNESCO World Heritage Convention; van artikel 11, § 5, van de UNESCO World Heritage Convention;
g) aanvragen die de sloping van gebouwen of constructies omvatten, g) aanvragen die de sloping van gebouwen of constructies omvatten,
opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed, vermeld in opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed, vermeld in
artikel 12/1 van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van artikel 12/1 van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van
monumenten, stads- en dorpsgezichten, met dien verstande dat deze monumenten, stads- en dorpsgezichten, met dien verstande dat deze
adviesverlening uitgeoefend wordt bij wijze van uitvoering van de adviesverlening uitgeoefend wordt bij wijze van uitvoering van de
algemene onroerenderfgoedtoets, vermeld in artikel 12/2 van voormeld algemene onroerenderfgoedtoets, vermeld in artikel 12/2 van voormeld
decreet van 3 maart 1976; decreet van 3 maart 1976;
h) aanvragen voor : h) aanvragen voor :
1) verkavelingen van ten minste tien loten bestemd voor woningbouw, of 1) verkavelingen van ten minste tien loten bestemd voor woningbouw, of
met een grondoppervlakte groter dan een halve hectare, ongeacht het met een grondoppervlakte groter dan een halve hectare, ongeacht het
aantal loten; aantal loten;
2) groepswoningbouwprojecten waarbij ten minste tien woongelegenheden 2) groepswoningbouwprojecten waarbij ten minste tien woongelegenheden
ontwikkeld worden; ontwikkeld worden;
3) de bouw of de herbouw van appartementsgebouwen waarbij ten minste 3) de bouw of de herbouw van appartementsgebouwen waarbij ten minste
vijftig appartementen gecreëerd worden; vijftig appartementen gecreëerd worden;
i) aanvragen voor nieuwbouwprojecten met een bebouwd oppervlak van 500 i) aanvragen voor nieuwbouwprojecten met een bebouwd oppervlak van 500
m2 of meer in woongebieden en recreatiegebieden; m2 of meer in woongebieden en recreatiegebieden;
j) aanvragen voor ontginningsgebieden en uitbreiding van j) aanvragen voor ontginningsgebieden en uitbreiding van
ontginningsgebieden zoals omschreven in het koninklijk besluit van 28 ontginningsgebieden zoals omschreven in het koninklijk besluit van 28
december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de
ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen, respectievelijk artikel ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen, respectievelijk artikel
17.6.3 en artikel 18.7.1; 17.6.3 en artikel 18.7.1;
2° de wegbeheerder voor aanvragen met betrekking tot percelen die 2° de wegbeheerder voor aanvragen met betrekking tot percelen die
gelegen zijn op minder dan 30 meter van het domein van autosnelwegen, gelegen zijn op minder dan 30 meter van het domein van autosnelwegen,
hoofdwegen of primaire wegen categorie I volgens het Ruimtelijk hoofdwegen of primaire wegen categorie I volgens het Ruimtelijk
Structuurplan Vlaanderen of langs gewest- of provinciewegen; Structuurplan Vlaanderen of langs gewest- of provinciewegen;
3° het departement Landbouw en Visserij voor alle aanvragen die 3° het departement Landbouw en Visserij voor alle aanvragen die
verband houden met landbouw, alsook voor alle aanvragen waarbij verband houden met landbouw, alsook voor alle aanvragen waarbij
toepassing wordt gemaakt van de bepalingen van artikel 4.4.6, artikel toepassing wordt gemaakt van de bepalingen van artikel 4.4.6, artikel
4.4.10 tot en met 4.4.23, en artikel 4.4.26, § 2, van de Vlaamse Codex 4.4.10 tot en met 4.4.23, en artikel 4.4.26, § 2, van de Vlaamse Codex
Ruimtelijke Ordening, in gebieden die een agrarische bestemming Ruimtelijke Ordening, in gebieden die een agrarische bestemming
hebben; hebben;
4° in voorkomend geval het polderbestuur voor aanvragen, gelegen op 4° in voorkomend geval het polderbestuur voor aanvragen, gelegen op
minder dan 5 meter afstand van de kruin van de talud van onbevaarbare minder dan 5 meter afstand van de kruin van de talud van onbevaarbare
waterlopen van derde categorie; waterlopen van derde categorie;
5° de administratie van de provincie ofwel in voorkomend geval het 5° de administratie van de provincie ofwel in voorkomend geval het
polderbestuur voor aanvragen, gelegen op minder dan 5 meter afstand polderbestuur voor aanvragen, gelegen op minder dan 5 meter afstand
van de kruin van de talud van onbevaarbare waterlopen van tweede van de kruin van de talud van onbevaarbare waterlopen van tweede
categorie; categorie;
6° de Vlaamse Milieumaatschappij voor aanvragen gelegen op minder dan 6° de Vlaamse Milieumaatschappij voor aanvragen gelegen op minder dan
20 meter afstand van de kruin van de talud van onbevaarbare waterlopen 20 meter afstand van de kruin van de talud van onbevaarbare waterlopen
van eerste categorie; van eerste categorie;
7° NV De Scheepvaart, Waterwegen en Zeekanaal NV, het Agentschap voor 7° NV De Scheepvaart, Waterwegen en Zeekanaal NV, het Agentschap voor
Maritieme Dienstverlening en Kust of het Departement Mobiliteit en Maritieme Dienstverlening en Kust of het Departement Mobiliteit en
Openbare Werken, afdeling Maritieme Toegang, telkens binnen hun Openbare Werken, afdeling Maritieme Toegang, telkens binnen hun
ambtsgebied, voor aanvragen, gelegen op minder dan 50 meter afstand ambtsgebied, voor aanvragen, gelegen op minder dan 50 meter afstand
van de kruin van de talud van bestaande of geplande bevaarbare van de kruin van de talud van bestaande of geplande bevaarbare
waterlopen of voor aanvragen, gelegen op minder dan 50 meter afstand waterlopen of voor aanvragen, gelegen op minder dan 50 meter afstand
van haveninfrastructuur binnen de afgebakende zeehavengebieden; van haveninfrastructuur binnen de afgebakende zeehavengebieden;
8° de afdeling Kust van het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening 8° de afdeling Kust van het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening
en Kust, voor aanvragen met betrekking tot gebieden gelegen zeewaarts en Kust, voor aanvragen met betrekking tot gebieden gelegen zeewaarts
van de veiligheidslijn. Deze veiligheidslijn wordt als volgt van de veiligheidslijn. Deze veiligheidslijn wordt als volgt
gedefinieerd : gedefinieerd :
a) in bebouwde gebieden is het de meest zeewaartse grens van bewoning; a) in bebouwde gebieden is het de meest zeewaartse grens van bewoning;
b) in onbebouwde gebieden is het de landwaartse grens van de 7m TAW; b) in onbebouwde gebieden is het de landwaartse grens van de 7m TAW;
9° het agentschap voor Natuur en Bos voor de volgende aanvragen : 9° het agentschap voor Natuur en Bos voor de volgende aanvragen :
a) aanvragen in ruimtelijk kwetsbare gebieden; a) aanvragen in ruimtelijk kwetsbare gebieden;
b) aanvragen binnen de perimeter van de vogelrichtlijngebieden, met b) aanvragen binnen de perimeter van de vogelrichtlijngebieden, met
uitzondering van de woongebieden in de ruime zin; uitzondering van de woongebieden in de ruime zin;
c) aanvragen in een gebied aangewezen krachtens de Overeenkomst inzake c) aanvragen in een gebied aangewezen krachtens de Overeenkomst inzake
watergebieden die van internationale betekenis zijn, opgemaakt te watergebieden die van internationale betekenis zijn, opgemaakt te
Ramsar op 2 februari 1971; Ramsar op 2 februari 1971;
d) aanvragen gelegen binnen de perimeter van de door de Vlaamse d) aanvragen gelegen binnen de perimeter van de door de Vlaamse
Regering voorgestelde habitatgebieden in het kader van de EG-Richtlijn Regering voorgestelde habitatgebieden in het kader van de EG-Richtlijn
92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de
natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna; natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna;
e) aanvragen in parken en bossen, zoals gedefinieerd in het e) aanvragen in parken en bossen, zoals gedefinieerd in het
Bosdecreet, alsmede in gebieden die overeenkomstig de plannen van Bosdecreet, alsmede in gebieden die overeenkomstig de plannen van
aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen bestemd zijn voor parken aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen bestemd zijn voor parken
en bossen; en bossen;
10° de afdeling binnen het departement Leefmilieu, Natuur en Energie 10° de afdeling binnen het departement Leefmilieu, Natuur en Energie
die bevoegd is voor natuurlijke rijkdommen voor alle aanvragen gelegen die bevoegd is voor natuurlijke rijkdommen voor alle aanvragen gelegen
in gebieden die bestemd zijn als ontginningsgebied of een ermee in gebieden die bestemd zijn als ontginningsgebied of een ermee
vergelijkbaar gebied; vergelijkbaar gebied;
11° Infrabel voor aanvragen, gelegen op minder dan 20 meter afstand 11° Infrabel voor aanvragen, gelegen op minder dan 20 meter afstand
van de vrije rand van bestaande of geplande spoorlijnen; van de vrije rand van bestaande of geplande spoorlijnen;
12° het Departement Mobiliteit en Openbare Werken voor alle aanvragen 12° het Departement Mobiliteit en Openbare Werken voor alle aanvragen
waarbij een mobiliteitstudie bij de aanvraag gevoegd moet worden; waarbij een mobiliteitstudie bij de aanvraag gevoegd moet worden;
13° het havenbedrijf, voor alle aanvragen binnen een havengebied 13° het havenbedrijf, voor alle aanvragen binnen een havengebied
waarvan de grenzen zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 3, § 1, van waarvan de grenzen zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 3, § 1, van
het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de
zeehavens. zeehavens.

Art. 2.Het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000 betreffende

Art. 2.Het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000 betreffende

de adviesverlening inzake aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning de adviesverlening inzake aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning
en verkavelingsaanvragen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse en verkavelingsaanvragen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse
Regering van 8 maart 2002 en 23 juni 2006, wordt opgeheven. Regering van 8 maart 2002 en 23 juni 2006, wordt opgeheven.

Art. 3.Dit besluit treedt in werking op 1 september 2009.

Art. 3.Dit besluit treedt in werking op 1 september 2009.

Art. 4.De Vlaamse minister, bevoegd voor de Ruimtelijke Ordening, is

Art. 4.De Vlaamse minister, bevoegd voor de Ruimtelijke Ordening, is

belast met de uitvoering van dit besluit. belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 5 juni 2009. Brussel, 5 juni 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering, De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS K. PEETERS
De Viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van De Viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van
Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening, Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening,
D. VAN MECHELEN D. VAN MECHELEN
^