Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Vlaamse Regering van 04/05/2018
← Terug naar "Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de lokale samenwerkingsinitiatieven tussen scholen voor basis- en secundair onderwijs, instellingen voor hoger onderwijs en de academies voor deeltijds kunstonderwijs "
Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de lokale samenwerkingsinitiatieven tussen scholen voor basis- en secundair onderwijs, instellingen voor hoger onderwijs en de academies voor deeltijds kunstonderwijs Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de lokale samenwerkingsinitiatieven tussen scholen voor basis- en secundair onderwijs, instellingen voor hoger onderwijs en de academies voor deeltijds kunstonderwijs
VLAAMSE OVERHEID VLAAMSE OVERHEID
4 MEI 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de lokale 4 MEI 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de lokale
samenwerkingsinitiatieven tussen scholen voor basis- en secundair samenwerkingsinitiatieven tussen scholen voor basis- en secundair
onderwijs, instellingen voor hoger onderwijs en de academies voor onderwijs, instellingen voor hoger onderwijs en de academies voor
deeltijds kunstonderwijs deeltijds kunstonderwijs
DE VLAAMSE REGERING, DE VLAAMSE REGERING,
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der
instellingen, artikel 20; instellingen, artikel 20;
Gelet op het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds Gelet op het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds
kunstonderwijs, artikelen 136 tot 146; kunstonderwijs, artikelen 136 tot 146;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de
begroting, gegeven op 15 december 2017; begroting, gegeven op 15 december 2017;
Gelet op het protocol nr. 76 van 9 maart 2018, houdende de conclusies Gelet op het protocol nr. 76 van 9 maart 2018, houdende de conclusies
van de onderhandelingen gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van de onderhandelingen gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering
van Sectorcomité X en van onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" van van Sectorcomité X en van onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" van
afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke
overheidsdiensten; overheidsdiensten;
Gelet op het protocol nr. 76 van 9 maart 2018, houdende de conclusies Gelet op het protocol nr. 76 van 9 maart 2018, houdende de conclusies
van de onderhandelingen gevoerd in het Overkoepelend van de onderhandelingen gevoerd in het Overkoepelend
onderhandelingscomité bedoeld in het decreet van 5 april 1995 tot onderhandelingscomité bedoeld in het decreet van 5 april 1995 tot
oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd
onderwijs; onderwijs;
Gelet op het advies 63.139/1 van de Raad van State, gegeven op 6 april Gelet op het advies 63.139/1 van de Raad van State, gegeven op 6 april
2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs; Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :
Hoofdstuk 1. - Inleidende bepalingen Hoofdstuk 1. - Inleidende bepalingen

Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op gefinancierde of

Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op gefinancierde of

gesubsidieerde academies van het deeltijds kunstonderwijs, de gesubsidieerde academies van het deeltijds kunstonderwijs, de
gefinancierde of gesubsidieerde scholen voor basis- en secundair gefinancierde of gesubsidieerde scholen voor basis- en secundair
onderwijs en de erkende instellingen voor hoger onderwijs. onderwijs en de erkende instellingen voor hoger onderwijs.
Dit besluit regelt de voorwaarden waaronder lokale Dit besluit regelt de voorwaarden waaronder lokale
samenwerkingsinitiatieven kunnen worden toegewezen en georganiseerd. samenwerkingsinitiatieven kunnen worden toegewezen en georganiseerd.

Art. 2.In dit besluit wordt verstaan onder:

Art. 2.In dit besluit wordt verstaan onder:

1° bevoegde dienst van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming: de 1° bevoegde dienst van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming: de
Canon Cultuurcel van het Departement Onderwijs en Vorming; Canon Cultuurcel van het Departement Onderwijs en Vorming;
2° decreet van 9 maart 2018: het decreet van 9 maart 2018 betreffende 2° decreet van 9 maart 2018: het decreet van 9 maart 2018 betreffende
het deeltijds kunstonderwijs; het deeltijds kunstonderwijs;
3° externe partner: een externe partner als vermeld in artikel 137, 3° externe partner: een externe partner als vermeld in artikel 137,
eerste lid, van het decreet van 9 maart 2018, hetzij een organisatie eerste lid, van het decreet van 9 maart 2018, hetzij een organisatie
of een individuele kunstenaar; of een individuele kunstenaar;
4° instelling: een instelling voor hoger onderwijs waarvan de 4° instelling: een instelling voor hoger onderwijs waarvan de
opleidingen geaccrediteerd zijn krachtens de bepalingen van deel II, opleidingen geaccrediteerd zijn krachtens de bepalingen van deel II,
titel 3, hoofdstuk 9 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013; titel 3, hoofdstuk 9 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;
5° lokaal samenwerkingsinitiatief: een samenwerkingsverband als 5° lokaal samenwerkingsinitiatief: een samenwerkingsverband als
vermeld in artikel 137 van het decreet van 9 maart 2018, dat door de vermeld in artikel 137 van het decreet van 9 maart 2018, dat door de
Vlaamse Regering is goedgekeurd; Vlaamse Regering is goedgekeurd;
6° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs; 6° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs;
7° school: een gefinancierde of gesubsidieerde school voor gewoon of 7° school: een gefinancierde of gesubsidieerde school voor gewoon of
buitengewoon basis- of secundair onderwijs. buitengewoon basis- of secundair onderwijs.
Hoofdstuk 2. - Toekenning van de ondersteuning Hoofdstuk 2. - Toekenning van de ondersteuning
Afdeling 1. - Beschikbare middelen Afdeling 1. - Beschikbare middelen

Art. 3.§ 1. Met toepassing van artikel 141 van het decreet van 9

Art. 3.§ 1. Met toepassing van artikel 141 van het decreet van 9

maart 2018 kent de minister binnen de totale beschikbare maart 2018 kent de minister binnen de totale beschikbare
puntenenveloppe en het totale beschikbare werkingsbudget, bepaald en puntenenveloppe en het totale beschikbare werkingsbudget, bepaald en
berekend conform artikel 140 van het voormelde decreet, na advies van berekend conform artikel 140 van het voormelde decreet, na advies van
de beoordelingscommissie, vermeld in artikel 9 van dit besluit, een de beoordelingscommissie, vermeld in artikel 9 van dit besluit, een
puntenenveloppe en een werkingsbudget toe aan de academie die puntenenveloppe en een werkingsbudget toe aan de academie die
samenwerkt met minstens een school of de instelling, vermeld in samenwerkt met minstens een school of de instelling, vermeld in
artikel 137 van het voormelde decreet of met een vestigingsplaats van artikel 137 van het voormelde decreet of met een vestigingsplaats van
die school of instelling. die school of instelling.
Elke academie en elke school voor basis-, secundair of instelling voor Elke academie en elke school voor basis-, secundair of instelling voor
hoger onderwijs kan verschillende aanvragen voor een hoger onderwijs kan verschillende aanvragen voor een
samenwerkingsinitiatief indienen. samenwerkingsinitiatief indienen.
Gedurende de drie schooljaren, vermeld in artikel 137, derde lid, van Gedurende de drie schooljaren, vermeld in artikel 137, derde lid, van
het voormelde decreet, worden de puntenenveloppe en het werkingsbudget het voormelde decreet, worden de puntenenveloppe en het werkingsbudget
jaarlijks toegekend aan de academie, tenzij de minister beslist om het jaarlijks toegekend aan de academie, tenzij de minister beslist om het
samenwerkingsinitiatief vroegtijdig stop te zetten conform artikel 15, samenwerkingsinitiatief vroegtijdig stop te zetten conform artikel 15,
§ 2. § 2.
Het toegekende aantal punten en werkingsmiddelen wordt berekend Het toegekende aantal punten en werkingsmiddelen wordt berekend
conform artikel 141 van het decreet van 9 maart 2018 op basis van het conform artikel 141 van het decreet van 9 maart 2018 op basis van het
aantal deelnemende leerlingen of studenten dat in de aanvraag vermeld aantal deelnemende leerlingen of studenten dat in de aanvraag vermeld
wordt. wordt.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, kan de bevoegde dienst § 2. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, kan de bevoegde dienst
van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, op verzoek van het van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, op verzoek van het
samenwerkingsinitiatief, toestaan dat een samenwerkingsinitiatief in samenwerkingsinitiatief, toestaan dat een samenwerkingsinitiatief in
het tweede of derde schooljaar meer of minder punten inzet dan het tweede of derde schooljaar meer of minder punten inzet dan
toegekend conform paragraaf 1, zolang dat niet raakt aan de inhoud van toegekend conform paragraaf 1, zolang dat niet raakt aan de inhoud van
het samenwerkingsinitiatief, zoals beoordeeld door de het samenwerkingsinitiatief, zoals beoordeeld door de
beoordelingscommissie, en zolang er restpunten beschikbaar zijn en beoordelingscommissie, en zolang er restpunten beschikbaar zijn en
voor zover het maximale aantal punten per samenwerkingsinitiatief, voor zover het maximale aantal punten per samenwerkingsinitiatief,
conform artikel 141 § 2, eerste lid van het decreet van 9 maart 2018 conform artikel 141 § 2, eerste lid van het decreet van 9 maart 2018
niet overschreden wordt. niet overschreden wordt.
De academies, de scholen of de instellingen in kwestie stellen de De academies, de scholen of de instellingen in kwestie stellen de
vraag om meer of minder punten in te zetten na onderling overleg. vraag om meer of minder punten in te zetten na onderling overleg.
Als er restpunten vrijkomen door gehele of gedeeltelijke stopzetting Als er restpunten vrijkomen door gehele of gedeeltelijke stopzetting
van samenwerkingsinitiatieven, kunnen die indien nodig worden van samenwerkingsinitiatieven, kunnen die indien nodig worden
aangewend voor lopende samenwerkingsinitiatieven op voorwaarde dat aangewend voor lopende samenwerkingsinitiatieven op voorwaarde dat
daardoor niet geraakt wordt aan de essentie van het door de minister daardoor niet geraakt wordt aan de essentie van het door de minister
goedgekeurde samenwerkingsinitiatief. De bevoegde dienst van het goedgekeurde samenwerkingsinitiatief. De bevoegde dienst van het
beleidsdomein Onderwijs en Vorming informeert de lopende beleidsdomein Onderwijs en Vorming informeert de lopende
samenwerkingsinitiatieven over de globale hoeveelheid restpunten die samenwerkingsinitiatieven over de globale hoeveelheid restpunten die
voor een bepaald schooljaar beschikbaar zijn. voor een bepaald schooljaar beschikbaar zijn.

Art. 4.De academie richt een of meer betrekkingen op in het ambt van

Art. 4.De academie richt een of meer betrekkingen op in het ambt van

leraar, conform artikel 142 tot en met 144 van het decreet van 9 maart leraar, conform artikel 142 tot en met 144 van het decreet van 9 maart
2018, en brengt daarbij de punten waarop ze jaarlijks recht heeft op 2018, en brengt daarbij de punten waarop ze jaarlijks recht heeft op
de volgende wijze in rekening: de volgende wijze in rekening:
aantal punten aantal punten
1 uur opdracht salarisschaal 300 1 uur opdracht salarisschaal 300
5 5
1 uur opdracht salarisschaal 301 1 uur opdracht salarisschaal 301
5 5
1 uur opdracht salarisschaal 302 1 uur opdracht salarisschaal 302
5 5
1 uur opdracht salarisschaal 384 1 uur opdracht salarisschaal 384
5 5
1 uur opdracht salarisschaal 501 1 uur opdracht salarisschaal 501
7 7
1 uur opdracht salarisschaal 346 1 uur opdracht salarisschaal 346
7 7
1 uur opdracht salarisschaal 347 1 uur opdracht salarisschaal 347
7 7
Een uur opdracht resulteert in veertig leeractiviteiten van vijftig Een uur opdracht resulteert in veertig leeractiviteiten van vijftig
minuten op schooljaarbasis als vermeld in artikel 138 van het decreet minuten op schooljaarbasis als vermeld in artikel 138 van het decreet
van 9 maart 2018. van 9 maart 2018.

Art. 5.De opdracht van de leraar die wordt aangesteld binnen de

Art. 5.De opdracht van de leraar die wordt aangesteld binnen de

lokale samenwerkingsinitiatieven wordt gelijkgesteld met een van de lokale samenwerkingsinitiatieven wordt gelijkgesteld met een van de
vakken, vermeld in artikel 4, 6, 8 en 10 van het besluit van de vakken, vermeld in artikel 4, 6, 8 en 10 van het besluit van de
Vlaamse Regering van 4 mei 2018 betreffende het opleidingsaanbod, de Vlaamse Regering van 4 mei 2018 betreffende het opleidingsaanbod, de
organisatie, de personeelsformatie, de inning van het organisatie, de personeelsformatie, de inning van het
inschrijvingsgeld en de certificering van het deeltijds inschrijvingsgeld en de certificering van het deeltijds
kunstonderwijs. kunstonderwijs.
Afdeling 2. - Aanvraag- en gunningsprocedure Afdeling 2. - Aanvraag- en gunningsprocedure

Art. 6.De oproep wordt bekendgemaakt via de kanalen van het

Art. 6.De oproep wordt bekendgemaakt via de kanalen van het

beleidsdomein Onderwijs en Vorming die daarvoor geschikt zijn. Het beleidsdomein Onderwijs en Vorming die daarvoor geschikt zijn. Het
bericht vermeldt de vormelijke en inhoudelijke vereisten waaraan de bericht vermeldt de vormelijke en inhoudelijke vereisten waaraan de
voorstellen voor lokale samenwerkingsinitiatieven moeten voldoen. voorstellen voor lokale samenwerkingsinitiatieven moeten voldoen.

Art. 7.Het voorstel voor een lokaal samenwerkingsinitiatief wordt

Art. 7.Het voorstel voor een lokaal samenwerkingsinitiatief wordt

uiterlijk ingediend op 1 maart van het schooljaar dat voorafgaat aan uiterlijk ingediend op 1 maart van het schooljaar dat voorafgaat aan
de opstart van het samenwerkingsinitiatief. Het volledig ingevulde de opstart van het samenwerkingsinitiatief. Het volledig ingevulde
online aanvraagformulier wordt ingediend op de website van de bevoegde online aanvraagformulier wordt ingediend op de website van de bevoegde
dienst van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming. Alleen voorstellen dienst van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming. Alleen voorstellen
die op die wijze zijn ingediend, zijn ontvankelijk. die op die wijze zijn ingediend, zijn ontvankelijk.
De academie die een voorstel indient, wijst een verantwoordelijke aan De academie die een voorstel indient, wijst een verantwoordelijke aan
die optreedt als contactpersoon voor de bevoegde dienst van het die optreedt als contactpersoon voor de bevoegde dienst van het
beleidsdomein Onderwijs en Vorming. beleidsdomein Onderwijs en Vorming.
Binnen twee werkdagen na de dag van de ontvangst van het elektronisch Binnen twee werkdagen na de dag van de ontvangst van het elektronisch
aanvraagformulier stuurt de bevoegde dienst van het beleidsdomein aanvraagformulier stuurt de bevoegde dienst van het beleidsdomein
Onderwijs en Vorming met een e-mail een ontvangstbewijs naar de Onderwijs en Vorming met een e-mail een ontvangstbewijs naar de
verantwoordelijke. verantwoordelijke.

Art. 8.De voorstellen worden beoordeeld op basis van volgende

Art. 8.De voorstellen worden beoordeeld op basis van volgende

criteria: criteria:
1° de wijze waarop het delen, aanwenden en verhogen van expertise 1° de wijze waarop het delen, aanwenden en verhogen van expertise
tussen leerkrachten en eventueel een externe partner op de klasvloer tussen leerkrachten en eventueel een externe partner op de klasvloer
tot stand komt; tot stand komt;
2° het aanwezig zijn van een gezamenlijke inschatting van de 2° het aanwezig zijn van een gezamenlijke inschatting van de
beginsituatie inzake kunst- en cultuureducatie van de school voor beginsituatie inzake kunst- en cultuureducatie van de school voor
basis-, secundair of hoger onderwijs, daarbij kan het voorstel zich basis-, secundair of hoger onderwijs, daarbij kan het voorstel zich
baseren op de eerdere kunst- en cultuurervaringen van de school; baseren op de eerdere kunst- en cultuurervaringen van de school;
3° de mate waarin het voorstel tegemoetkomt aan de specifieke 3° de mate waarin het voorstel tegemoetkomt aan de specifieke
behoeften en context van de scholen, de instellingen voor hoger behoeften en context van de scholen, de instellingen voor hoger
onderwijs en de academie in kwestie; onderwijs en de academie in kwestie;
4° het potentieel van het voorstel om leerlingen basis- of secundair 4° het potentieel van het voorstel om leerlingen basis- of secundair
onderwijs naar het deeltijds kunstonderwijs toe te leiden; onderwijs naar het deeltijds kunstonderwijs toe te leiden;
5° de mate waarin de leeractiviteiten die het cultureel bewustzijn en 5° de mate waarin de leeractiviteiten die het cultureel bewustzijn en
de culturele expressie verhogen, worden geïntegreerd in, of aansluiten de culturele expressie verhogen, worden geïntegreerd in, of aansluiten
bij de reguliere lespraktijk van de scholen of de instellingen voor bij de reguliere lespraktijk van de scholen of de instellingen voor
hoger onderwijs in kwestie; hoger onderwijs in kwestie;
6° het procentueel aandeel van leerlingen die beantwoorden aan de 6° het procentueel aandeel van leerlingen die beantwoorden aan de
leerlingenkenmerken, vermeld in artikel 78, § 1, 1°, van het decreet leerlingenkenmerken, vermeld in artikel 78, § 1, 1°, van het decreet
basisonderwijs van 25 februari 1997, of de gelijkekansenindicatoren, basisonderwijs van 25 februari 1997, of de gelijkekansenindicatoren,
vermeld in artikel 225, § 1, en artikel 233 § 1 van de Codex Secundair vermeld in artikel 225, § 1, en artikel 233 § 1 van de Codex Secundair
Onderwijs van 17 december 2010 of de deelname van een school voor Onderwijs van 17 december 2010 of de deelname van een school voor
buitengewoon onderwijs aan het samenwerkingsinitiatief; buitengewoon onderwijs aan het samenwerkingsinitiatief;
7° de relevante deelname van een externe partner aan het 7° de relevante deelname van een externe partner aan het
samenwerkingsinitiatief wordt beoordeeld volgens de criteria, vermeld samenwerkingsinitiatief wordt beoordeeld volgens de criteria, vermeld
in 1° tot en met 5° ; in 1° tot en met 5° ;
8° de deelname van een academie en een school of instelling voor hoger 8° de deelname van een academie en een school of instelling voor hoger
onderwijs, of beide, die nog niet eerder deelnamen aan een lokaal onderwijs, of beide, die nog niet eerder deelnamen aan een lokaal
samenwerkingsinitiatief; samenwerkingsinitiatief;
9° er wordt gestreefd naar een evenwichtige verdeling van de lokale 9° er wordt gestreefd naar een evenwichtige verdeling van de lokale
samenwerkingsverbanden over de verschillende onderwijsnetten. samenwerkingsverbanden over de verschillende onderwijsnetten.
In het eerste lid, 5° wordt in het geval van scholen voor In het eerste lid, 5° wordt in het geval van scholen voor
leerplichtonderwijs onder de reguliere lespraktijk de realisatie van leerplichtonderwijs onder de reguliere lespraktijk de realisatie van
de eindtermen verstaan. de eindtermen verstaan.
In het eerste lid, 9°, wordt verstaan onder onderwijsnet: het In het eerste lid, 9°, wordt verstaan onder onderwijsnet: het
onderwijsnet, vermeld in artikel 3, 47°, van het decreet van 9 maart onderwijsnet, vermeld in artikel 3, 47°, van het decreet van 9 maart
2018. 2018.

Art. 9.De minister stelt een beoordelingscommissie samen op voorstel

Art. 9.De minister stelt een beoordelingscommissie samen op voorstel

van de bevoegde dienst van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming. van de bevoegde dienst van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming.
De beoordelingscommissie bestaat uit ambtenaren van het beleidsdomein De beoordelingscommissie bestaat uit ambtenaren van het beleidsdomein
Onderwijs en Vorming, een vertegenwoordiging van de Vlaamse Onderwijs en Vorming, een vertegenwoordiging van de Vlaamse
Onderwijsraad en externe experts met deskundigheid in de Onderwijsraad en externe experts met deskundigheid in de
doelstellingen, vermeld in artikel 136 van het decreet van 9 maart doelstellingen, vermeld in artikel 136 van het decreet van 9 maart
2018. 2018.
Onder externe experts, vermeld in het tweede lid, worden experts Onder externe experts, vermeld in het tweede lid, worden experts
verstaan die niet behoren tot de Vlaamse Overheid of de Vlaamse verstaan die niet behoren tot de Vlaamse Overheid of de Vlaamse
Onderwijsraad. Onderwijsraad.
De beoordelingscommissie maakt voor 15 april een gemotiveerde De beoordelingscommissie maakt voor 15 april een gemotiveerde
rangschikking van de voorstellen op basis van de criteria, vermeld in rangschikking van de voorstellen op basis van de criteria, vermeld in
artikel 8 en legt die voor aan de minister. Het verslag bevat de artikel 8 en legt die voor aan de minister. Het verslag bevat de
afweging van de voorstellen ten opzichte van de criteria, vermeld in afweging van de voorstellen ten opzichte van de criteria, vermeld in
artikel 8. artikel 8.

Art. 10.De bevoegde dienst van het departement Onderwijs en Vorming

Art. 10.De bevoegde dienst van het departement Onderwijs en Vorming

deelt uiterlijk op 15 mei de beslissing van de minister, mee aan de deelt uiterlijk op 15 mei de beslissing van de minister, mee aan de
academies, de scholen, de instellingen voor hoger onderwijs en de academies, de scholen, de instellingen voor hoger onderwijs en de
externe partners in kwestie. externe partners in kwestie.
Hoofdstuk 3. - Organisatie van een lokaal samenwerkingsinitiatief Hoofdstuk 3. - Organisatie van een lokaal samenwerkingsinitiatief
Afdeling 1. - Planning Afdeling 1. - Planning

Art. 11.De indienende academie en de school voor basis-, secundair of

Art. 11.De indienende academie en de school voor basis-, secundair of

de instelling voor hoger onderwijs sluiten voor 1 maart van het de instelling voor hoger onderwijs sluiten voor 1 maart van het
schooljaar dat voorafgaat aan de opstart van het schooljaar dat voorafgaat aan de opstart van het
samenwerkingsinitiatief een samenwerkingsovereenkomst af, conform samenwerkingsinitiatief een samenwerkingsovereenkomst af, conform
artikel 137, tweede lid, van het decreet van 9 maart 2018. artikel 137, tweede lid, van het decreet van 9 maart 2018.

Art. 12.De aanvraag, die uiterlijk op 1 maart voorafgaand aan het

Art. 12.De aanvraag, die uiterlijk op 1 maart voorafgaand aan het

schooljaar waarin het samenwerkingsinitiatief van start gaat wordt schooljaar waarin het samenwerkingsinitiatief van start gaat wordt
ingediend, wordt vergezeld van een jaarplanning van dat schooljaar, ingediend, wordt vergezeld van een jaarplanning van dat schooljaar,
conform artikel 137, tweede lid, 1° van het decreet van 9 maart 2018. conform artikel 137, tweede lid, 1° van het decreet van 9 maart 2018.
Voor het tweede en derde schooljaar wordt een geactualiseerde Voor het tweede en derde schooljaar wordt een geactualiseerde
jaarplanning bezorgd aan de bevoegde dienst van het departement jaarplanning bezorgd aan de bevoegde dienst van het departement
Onderwijs en Vorming op uiterlijk 31 juli voorafgaand aan het Onderwijs en Vorming op uiterlijk 31 juli voorafgaand aan het
schooljaar in kwestie. schooljaar in kwestie.
De indienende academie kan de leeractiviteiten vrij inplannen in de De indienende academie kan de leeractiviteiten vrij inplannen in de
loop van het schooljaar, na onderhandeling in het lokaal comité en in loop van het schooljaar, na onderhandeling in het lokaal comité en in
samenspraak met de school of de instelling voor hoger onderwijs en de samenspraak met de school of de instelling voor hoger onderwijs en de
externe partners in kwestie. externe partners in kwestie.
Afdeling 2. - Aanwending van de middelen Afdeling 2. - Aanwending van de middelen

Art. 13.De academie kan de puntenenveloppe uitsluitend aanwenden voor

Art. 13.De academie kan de puntenenveloppe uitsluitend aanwenden voor

de opdracht, vermeld in artikel 138 van het decreet van 9 maart 2018. de opdracht, vermeld in artikel 138 van het decreet van 9 maart 2018.
De academie kan het werkingsbudget aanwenden voor: De academie kan het werkingsbudget aanwenden voor:
1° materiaalkosten; 1° materiaalkosten;
2° vervoerskosten en uitrustingskosten voor het lokale 2° vervoerskosten en uitrustingskosten voor het lokale
samenwerkingsinitiatief; samenwerkingsinitiatief;
3° een vergoeding voor externe partners; 3° een vergoeding voor externe partners;
4° toegangsgelden. 4° toegangsgelden.
Hoofdstuk 4. - Kwaliteitszorg Hoofdstuk 4. - Kwaliteitszorg
Afdeling 1. - Interne kwaliteitszorg Afdeling 1. - Interne kwaliteitszorg

Art. 14.De academie en de scholen, instellingen voor hoger onderwijs

Art. 14.De academie en de scholen, instellingen voor hoger onderwijs

en desgevallend externe partners zijn samen verantwoordelijk voor de en desgevallend externe partners zijn samen verantwoordelijk voor de
kwaliteit van het lokale samenwerkingsinitiatief. Ze gaan na in welke kwaliteit van het lokale samenwerkingsinitiatief. Ze gaan na in welke
mate de toegekende ondersteuning bijdraagt tot het realiseren van de mate de toegekende ondersteuning bijdraagt tot het realiseren van de
doelstellingen, vermeld in artikel 136 van het decreet van 9 maart doelstellingen, vermeld in artikel 136 van het decreet van 9 maart
2018. 2018.
Als een van de partners de samenwerking stopzet, wordt bij de bevoegde Als een van de partners de samenwerking stopzet, wordt bij de bevoegde
dienst van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming een verslag over de dienst van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming een verslag over de
periode van samenwerking ingediend op uiterlijk 30 juni voor het begin periode van samenwerking ingediend op uiterlijk 30 juni voor het begin
van het daaropvolgende schooljaar. van het daaropvolgende schooljaar.
Als de samenwerking met een externe partner stopgezet wordt, kan het Als de samenwerking met een externe partner stopgezet wordt, kan het
samenwerkingsinitiatief ervoor kiezen die te vervangen of het samenwerkingsinitiatief ervoor kiezen die te vervangen of het
initiatief zonder externe partner voort te zetten. De academie deelt initiatief zonder externe partner voort te zetten. De academie deelt
die wijziging mee aan de bevoegde dienst van het beleidsdomein die wijziging mee aan de bevoegde dienst van het beleidsdomein
Onderwijs en Vorming. Onderwijs en Vorming.
Afdeling 2. - Verslaggeving en externe kwaliteitszorg Afdeling 2. - Verslaggeving en externe kwaliteitszorg

Art. 15.§ 1. De academie bezorgt jaarlijks in samenspraak met de

Art. 15.§ 1. De academie bezorgt jaarlijks in samenspraak met de

betrokkenen in het samenwerkingsinitiatief een verslag aan de bevoegde betrokkenen in het samenwerkingsinitiatief een verslag aan de bevoegde
dienst van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming uiterlijk 31 juli dienst van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming uiterlijk 31 juli
voor het begin van het daaropvolgende schooljaar waarop de voor het begin van het daaropvolgende schooljaar waarop de
ondersteuning, vermeld in artikel 3, betrekking heeft. ondersteuning, vermeld in artikel 3, betrekking heeft.
De verslaggeving gebeurt via een elektronisch formulier, waarvan het De verslaggeving gebeurt via een elektronisch formulier, waarvan het
model door de minister wordt bepaald. Ze omvat een inhoudelijk en een model door de minister wordt bepaald. Ze omvat een inhoudelijk en een
financieel verslag. Het financieel verslag bevat een overzicht van de financieel verslag. Het financieel verslag bevat een overzicht van de
gemaakte kosten. gemaakte kosten.
§ 2. De onderwijsinspectie kan het samenwerkingsinitiatief evalueren § 2. De onderwijsinspectie kan het samenwerkingsinitiatief evalueren
in het licht van een doorlichting, vermeld in artikel 2, 7° /1 van het in het licht van een doorlichting, vermeld in artikel 2, 7° /1 van het
decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, die zij decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, die zij
uitvoert in een academie of school die aan het samenwerkingsinitiatief uitvoert in een academie of school die aan het samenwerkingsinitiatief
deelneemt. deelneemt.
Op basis van het jaarlijkse verslag, vermeld in paragraaf een, eerste Op basis van het jaarlijkse verslag, vermeld in paragraaf een, eerste
lid, of het ontbreken ervan, kan de minister de onderwijsinspectie lid, of het ontbreken ervan, kan de minister de onderwijsinspectie
gelasten om een onderzoek ter plekke te voeren. gelasten om een onderzoek ter plekke te voeren.
De inspectie en het Agentschap voor Onderwijsdiensten gaan na of de De inspectie en het Agentschap voor Onderwijsdiensten gaan na of de
academie, de scholen, de instellingen voor hoger onderwijs en de academie, de scholen, de instellingen voor hoger onderwijs en de
externe partners de doelstellingen, vermeld in artikel 136 van het externe partners de doelstellingen, vermeld in artikel 136 van het
voormelde decreet van 9 maart 2018, nastreven en daarbij de toegekende voormelde decreet van 9 maart 2018, nastreven en daarbij de toegekende
puntenenveloppe en het toegekende werkingsbudget doelmatig gebruiken. puntenenveloppe en het toegekende werkingsbudget doelmatig gebruiken.
§ 3. Op advies van de onderwijsinspectie kan de minister beslissen om § 3. Op advies van de onderwijsinspectie kan de minister beslissen om
een lokaal samenwerkingsinitiatief stop te zetten. een lokaal samenwerkingsinitiatief stop te zetten.
Afdeling 3. - Delend en lerend netwerk Afdeling 3. - Delend en lerend netwerk

Art. 16.In samenspraak met de pedagogische begeleidingsdiensten, zet

Art. 16.In samenspraak met de pedagogische begeleidingsdiensten, zet

de bevoegde dienst van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming een de bevoegde dienst van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming een
delend en lerend netwerk op waaraan leerkrachten, docenten en externe delend en lerend netwerk op waaraan leerkrachten, docenten en externe
partners die betrokken zijn bij de lokale samenwerkingsinitiatieven, partners die betrokken zijn bij de lokale samenwerkingsinitiatieven,
kunnen deelnemen. kunnen deelnemen.
Op basis van de opgedane ervaring en expertise ontwikkelen de Op basis van de opgedane ervaring en expertise ontwikkelen de
deelnemers aan het netwerk, vermeld in het eerste lid, materialen die deelnemers aan het netwerk, vermeld in het eerste lid, materialen die
andere academies, scholen, instellingen voor hoger onderwijs kunnen andere academies, scholen, instellingen voor hoger onderwijs kunnen
helpen bij het opstarten en vormgeven van lokale helpen bij het opstarten en vormgeven van lokale
samenwerkingsinitiatieven, in relatie tot de doelstellingen, vermeld samenwerkingsinitiatieven, in relatie tot de doelstellingen, vermeld
in artikel 136 van het decreet van 9 maart 2018. in artikel 136 van het decreet van 9 maart 2018.
Hoofdstuk 5. - Slotbepalingen Hoofdstuk 5. - Slotbepalingen

Art. 17.Dit besluit treedt in werking op 1 september 2018.

Art. 17.Dit besluit treedt in werking op 1 september 2018.

Art. 18.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast

Art. 18.De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast

met de uitvoering van dit besluit. met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 4 mei 2018. Brussel, 4 mei 2018.
De minister-president van de Vlaamse Regering, De minister-president van de Vlaamse Regering,
G. BOURGEOIS G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Onderwijs, De Vlaamse minister van Onderwijs,
H. CREVITS H. CREVITS
^