Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Vlaamse Regering van 03/07/2009
← Terug naar "Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een deontologische code voor de leden van de Vlaamse, provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening "
Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een deontologische code voor de leden van de Vlaamse, provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van een deontologische code voor de leden van de Vlaamse, provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening
VLAAMSE OVERHEID VLAAMSE OVERHEID
3 JULI 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van 3 JULI 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van
een deontologische code voor de leden van de Vlaamse, provinciale en een deontologische code voor de leden van de Vlaamse, provinciale en
gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening
De Vlaamse Regering, De Vlaamse Regering,
Gelet op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, inzonderheid artikel Gelet op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, inzonderheid artikel
1.3.4; 1.3.4;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 30 Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 30
maart 2009; maart 2009;
Gelet op het advies van de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Gelet op het advies van de Strategische Adviesraad Ruimtelijke
Ordening, gegeven op 30 april 2009; Ordening, gegeven op 30 april 2009;
Gelet op het advies van de Vereniging van Vlaamse Provincies, gegeven Gelet op het advies van de Vereniging van Vlaamse Provincies, gegeven
op 7 mei 2009; op 7 mei 2009;
Gelet op het advies van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, Gelet op het advies van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten,
gegeven op 29 april 2009; gegeven op 29 april 2009;
Gelet op advies 46.756/1 van de Raad van State, gegeven op 18 juni Gelet op advies 46.756/1 van de Raad van State, gegeven op 18 juni
2009, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de 2009, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Op voorstel van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en
Ruimtelijke Ordening; Ruimtelijke Ordening;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :

Artikel 1.De beginselen, gedragsregels en richtlijnen, opgenomen in

Artikel 1.De beginselen, gedragsregels en richtlijnen, opgenomen in

de deontologische code, toegevoegd als bijlage bij dit besluit, dienen de deontologische code, toegevoegd als bijlage bij dit besluit, dienen
de leden van de Vlaamse, provinciale en gemeentelijke commissies voor de leden van de Vlaamse, provinciale en gemeentelijke commissies voor
ruimtelijke ordening tot leidraad bij de uitoefening van hun mandaat. ruimtelijke ordening tot leidraad bij de uitoefening van hun mandaat.
De onderscheiden commissies voor ruimtelijke ordening zijn ertoe De onderscheiden commissies voor ruimtelijke ordening zijn ertoe
gemachtigd de deontologische code aan te vullen, zonder er evenwel gemachtigd de deontologische code aan te vullen, zonder er evenwel
afbreuk aan te kunnen doen. afbreuk aan te kunnen doen.

Art. 2.Dit besluit treedt in werking op 1 september 2009.

Art. 2.Dit besluit treedt in werking op 1 september 2009.

Art. 3.De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, is

Art. 3.De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, is

belast met de uitvoering van dit besluit. belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 3 juli 2009. Brussel, 3 juli 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering, De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS K. PEETERS
De Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke De Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke
Ordening, Ordening,
D. VAN MECHELEN D. VAN MECHELEN
Bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van Bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van
een deontologische code voor de leden van de Vlaamse, provinciale en een deontologische code voor de leden van de Vlaamse, provinciale en
gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening
Deontologische code voor de leden van de Vlaamse, provinciale en Deontologische code voor de leden van de Vlaamse, provinciale en
gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening

Artikel 1.De in deze deontologische code opgenomen beginselen,

Artikel 1.De in deze deontologische code opgenomen beginselen,

gedragsregels en richtlijnen dienen de leden van de Vlaamse, gedragsregels en richtlijnen dienen de leden van de Vlaamse,
provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening tot provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening tot
leidraad bij de uitoefening van hun mandaat, overeenkomstig artikel leidraad bij de uitoefening van hun mandaat, overeenkomstig artikel
1.3.4 van de Vlaamse Code Ruimtelijke Ordening. 1.3.4 van de Vlaamse Code Ruimtelijke Ordening.
HOOFDSTUK 1. - Algemeen belang HOOFDSTUK 1. - Algemeen belang

Art. 2.§ 1. De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening

Art. 2.§ 1. De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening

houden bij de uitoefening van hun mandaat steeds het algemeen belang houden bij de uitoefening van hun mandaat steeds het algemeen belang
voor ogen. voor ogen.
Alle leden onderschrijven de opdrachtverklaring voor de ruimtelijke Alle leden onderschrijven de opdrachtverklaring voor de ruimtelijke
ordening, verwoord in artikel 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening, verwoord in artikel 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke
Ordening, die luidt als volgt : Ordening, die luidt als volgt :
De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke
ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de
huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige
generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de
ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke
activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening
gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het
leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale
gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit. gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.
§ 2. De commissievoorzitter stelt zich steeds onafhankelijk en § 2. De commissievoorzitter stelt zich steeds onafhankelijk en
neutraal op. neutraal op.
§ 3. De leden die zetelen als deskundige vertegenwoordigen geen § 3. De leden die zetelen als deskundige vertegenwoordigen geen
maatschappelijke belangengroep, geleding, vereniging of wat dan ook. maatschappelijke belangengroep, geleding, vereniging of wat dan ook.
§ 4. De leden die zetelen als vertegenwoordiger van maatschappelijke § 4. De leden die zetelen als vertegenwoordiger van maatschappelijke
belangengroepen, kunnen een standpunt aanbrengen en beargumenteren dat belangengroepen, kunnen een standpunt aanbrengen en beargumenteren dat
aangehouden wordt door de betrokken maatschappelijke belangengroep. De aangehouden wordt door de betrokken maatschappelijke belangengroep. De
commissies ruimtelijke ordening zijn evenwel niet bedoeld als een commissies ruimtelijke ordening zijn evenwel niet bedoeld als een
forum dat enkel dient om het standpunt van een belangengroep of forum dat enkel dient om het standpunt van een belangengroep of
vereniging te vertolken. De betrokken leden streven er dan ook naar om vereniging te vertolken. De betrokken leden streven er dan ook naar om
het belang dat verdedigd wordt door een maatschappelijke belangengroep het belang dat verdedigd wordt door een maatschappelijke belangengroep
te overstijgen en mee te werken aan adviezen die gericht zijn op het te overstijgen en mee te werken aan adviezen die gericht zijn op het
algemeen belang en de geciteerde doelstelling van de ruimtelijke algemeen belang en de geciteerde doelstelling van de ruimtelijke
ordening. ordening.
HOOFDSTUK 2. - Verbod op belangenvermenging - Principes van HOOFDSTUK 2. - Verbod op belangenvermenging - Principes van
integriteit integriteit

Art. 3.§ 1. De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening zijn

Art. 3.§ 1. De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening zijn

gebonden door het verbod op belangenvermenging dat vastgesteld is in gebonden door het verbod op belangenvermenging dat vastgesteld is in
de artikelen 1.3.1, § 5, 1.3.2, § 5 en 1.3.3, § 5, van de Vlaamse de artikelen 1.3.1, § 5, 1.3.2, § 5 en 1.3.3, § 5, van de Vlaamse
Codex Ruimtelijke Ordening, die telkens luiden als volgt : Codex Ruimtelijke Ordening, die telkens luiden als volgt :
Het is voor een lid van de (...) commissie voor ruimtelijke ordening Het is voor een lid van de (...) commissie voor ruimtelijke ordening
verboden deel te nemen aan de bespreking en de stemming over verboden deel te nemen aan de bespreking en de stemming over
aangelegenheden waarin hij een rechtstreeks belang heeft, hetzij aangelegenheden waarin hij een rechtstreeks belang heeft, hetzij
persoonlijk, hetzij als gelastigde, of waarbij de echtgenoot, of persoonlijk, hetzij als gelastigde, of waarbij de echtgenoot, of
bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad een persoonlijk en bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad een persoonlijk en
rechtstreeks belang hebben. rechtstreeks belang hebben.
Voor de toepassing van het eerste lid worden personen die wettelijk Voor de toepassing van het eerste lid worden personen die wettelijk
samenwonen, met echtgenoten gelijkgesteld. samenwonen, met echtgenoten gelijkgesteld.
Het lid dat een dergelijk belang heeft bij een aangelegenheid Het lid dat een dergelijk belang heeft bij een aangelegenheid
verontschuldigt zich voor de vergadering waarop die aangelegenheid verontschuldigt zich voor de vergadering waarop die aangelegenheid
wordt behandeld, of verlaat de vergaderruimte voor de behandeling van wordt behandeld, of verlaat de vergaderruimte voor de behandeling van
het betrokken agendapunt. het betrokken agendapunt.
§ 2. Een lid hoeft zich niet te onthouden van de bespreking, § 2. Een lid hoeft zich niet te onthouden van de bespreking,
beraadslaging en eventuele stemming van een aangelegenheid indien er beraadslaging en eventuele stemming van een aangelegenheid indien er
slechts sprake is van een collectief belang dat het betrokken lid slechts sprake is van een collectief belang dat het betrokken lid
deelt met een reeks andere rechtsonderhorigen. Zo is er geen verboden deelt met een reeks andere rechtsonderhorigen. Zo is er geen verboden
belangenvermenging in hoofde van leden die inwoner zijn van een belangenvermenging in hoofde van leden die inwoner zijn van een
gemeente op het ogenblik dat het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan gemeente op het ogenblik dat het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan
wordt besproken. Er is evenmin belangenvermenging in hoofde van een wordt besproken. Er is evenmin belangenvermenging in hoofde van een
lid dat bijvoorbeeld woonachtig is binnen de perimeter van een lid dat bijvoorbeeld woonachtig is binnen de perimeter van een
ontwerpplan indien het behandelde plan geen specifieke voor- of ontwerpplan indien het behandelde plan geen specifieke voor- of
nadelen oplevert voor het betrokken lid (bijvoorbeeld wat betreft nadelen oplevert voor het betrokken lid (bijvoorbeeld wat betreft
patrimoniale belangen). patrimoniale belangen).

Art. 4.Onverminderd de naleving van het verbod op belangenvermenging,

Art. 4.Onverminderd de naleving van het verbod op belangenvermenging,

vermijden de leden dat een schijn van partijdigheid of vermijden de leden dat een schijn van partijdigheid of
vooringenomenheid ontstaat met betrekking tot hun deelname aan de vooringenomenheid ontstaat met betrekking tot hun deelname aan de
werkzaamheden van de commissie in concrete dossiers : werkzaamheden van de commissie in concrete dossiers :
1°Het lid dat door zijn professionele bezigheden (bijvoorbeeld als 1°Het lid dat door zijn professionele bezigheden (bijvoorbeeld als
advocaat, architect, notaris,...) een vertrouwensband heeft met de advocaat, architect, notaris,...) een vertrouwensband heeft met de
aanvrager van een vergunning of een attest, onthoudt zich best bij de aanvrager van een vergunning of een attest, onthoudt zich best bij de
bespreking van en de beraadslaging en eventuele stemming over een bespreking van en de beraadslaging en eventuele stemming over een
advies met betrekking tot die vergunningsaanvraag of dat attest, ook advies met betrekking tot die vergunningsaanvraag of dat attest, ook
al heeft het lid geen rechtstreeks, actueel of in geld waardeerbaar al heeft het lid geen rechtstreeks, actueel of in geld waardeerbaar
belang bij het concrete dossier. Het verdient de voorkeur dat het belang bij het concrete dossier. Het verdient de voorkeur dat het
betrokken lid zich uit eigen beweging verontschuldigt of de betrokken lid zich uit eigen beweging verontschuldigt of de
vergaderruimte verlaat. vergaderruimte verlaat.
2° Het is courant dat de commissie de ruimtelijk planner die 2° Het is courant dat de commissie de ruimtelijk planner die
verantwoordelijk is voor de opmaak van een plan van aanleg, ruimtelijk verantwoordelijk is voor de opmaak van een plan van aanleg, ruimtelijk
uitvoeringsplan of ruimtelijk structuurplan, uitnodigt voor uitvoeringsplan of ruimtelijk structuurplan, uitnodigt voor
toelichting en deelname aan de bespreking van een plan. De toelichting en deelname aan de bespreking van een plan. De
reglementering bepaalt dat personen die uitgenodigd worden voor reglementering bepaalt dat personen die uitgenodigd worden voor
toelichting en bespreking niet meer aanwezig kunnen zijn bij de toelichting en bespreking niet meer aanwezig kunnen zijn bij de
beraadslaging over het advies en de eventuele stemming erover (behalve beraadslaging over het advies en de eventuele stemming erover (behalve
in geval van openbaarheid, maar ook dan kunnen ze in ieder geval niet in geval van openbaarheid, maar ook dan kunnen ze in ieder geval niet
meer deelnemen aan die beraadslaging en stemming). Indien een lid van meer deelnemen aan die beraadslaging en stemming). Indien een lid van
de commissie als ruimtelijk planner verantwoordelijk is voor de opmaak de commissie als ruimtelijk planner verantwoordelijk is voor de opmaak
van een plan van aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan of ruimtelijk van een plan van aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan of ruimtelijk
structuurplan, dan kan hij wel toelichting verstrekken en een bijdrage structuurplan, dan kan hij wel toelichting verstrekken en een bijdrage
leveren aan de bespreking, maar moet hij zich onthouden en de leveren aan de bespreking, maar moet hij zich onthouden en de
vergaderruimte verlaten bij de beraadslaging en eventuele stemming vergaderruimte verlaten bij de beraadslaging en eventuele stemming
over een advies met betrekking tot dat plan. In sommige gevallen kan over een advies met betrekking tot dat plan. In sommige gevallen kan
er sprake zijn van belangenvermenging, bijvoorbeeld als de ruimtelijk er sprake zijn van belangenvermenging, bijvoorbeeld als de ruimtelijk
planner niet in overheidsdienst is en een financieel belang zou hebben planner niet in overheidsdienst is en een financieel belang zou hebben
bij de voortgang van een planningsdossier. Maar ook indien de bij de voortgang van een planningsdossier. Maar ook indien de
ruimtelijk planner geen rechtstreeks, actueel of in geld waardeerbaar ruimtelijk planner geen rechtstreeks, actueel of in geld waardeerbaar
belang heeft bij het concrete dossier, is het beter dat hij de belang heeft bij het concrete dossier, is het beter dat hij de
vergaderruimte verlaat na de toelichting en bespreking. Gevallen vergaderruimte verlaat na de toelichting en bespreking. Gevallen
waarbij een vennoot of medewerker van een lid optreedt als ruimtelijk waarbij een vennoot of medewerker van een lid optreedt als ruimtelijk
planner, kunnen op analoge manier benaderd worden. planner, kunnen op analoge manier benaderd worden.
3° Het lid van wie een concurrent als architect of als ruimtelijk 3° Het lid van wie een concurrent als architect of als ruimtelijk
planner verantwoordelijk is voor de opmaak van een planner verantwoordelijk is voor de opmaak van een
vergunningsaanvraag, een aanvraag tot een attest of een plan van vergunningsaanvraag, een aanvraag tot een attest of een plan van
aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan of ruimtelijk structuurplan, grijpt aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan of ruimtelijk structuurplan, grijpt
de bespreking, de beraadslaging en de stemming niet aan om de bespreking, de beraadslaging en de stemming niet aan om
ongefundeerde kritiek te uiten of het dossier te dwarsbomen. In ongefundeerde kritiek te uiten of het dossier te dwarsbomen. In
sommige gevallen kan het aangewezen zijn geen standpunt in te nemen of sommige gevallen kan het aangewezen zijn geen standpunt in te nemen of
geen stem ten gunste of ten ongunste uit te brengen. geen stem ten gunste of ten ongunste uit te brengen.

Art. 5.De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening

Art. 5.De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening

aanvaarden geen geschenken, gunsten of geld die op enigerlei wijze te aanvaarden geen geschenken, gunsten of geld die op enigerlei wijze te
maken hebben met het lidmaatschap van de betrokken commissie. maken hebben met het lidmaatschap van de betrokken commissie.
HOOFDSTUK 3. - Objectiviteit HOOFDSTUK 3. - Objectiviteit

Art. 6.De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening laten

Art. 6.De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening laten

zich bij de uitoefening van hun mandaat niet leiden door eigen zich bij de uitoefening van hun mandaat niet leiden door eigen
partijpolitieke voorkeuren of door motieven die te maken hebben met partijpolitieke voorkeuren of door motieven die te maken hebben met
ras, herkomst, overtuiging of seksuele geaardheid van de betrokkenen ras, herkomst, overtuiging of seksuele geaardheid van de betrokkenen
in een dossier. in een dossier.

Art. 7.De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening

Art. 7.De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening

aanvaarden geen beïnvloeding of poging tot beïnvloeding in dossiers. aanvaarden geen beïnvloeding of poging tot beïnvloeding in dossiers.
Zonodig brengen zij de commissievoorzitter op de hoogte. Zonodig brengen zij de commissievoorzitter op de hoogte.
Zij onthouden zich ervan om bij mandatarissen of bij burgers de indruk Zij onthouden zich ervan om bij mandatarissen of bij burgers de indruk
te wekken dat het advies te danken is aan hun individuele inbreng of te wekken dat het advies te danken is aan hun individuele inbreng of
houding in de commissie. houding in de commissie.
HOOFDSTUK 4. - Discretie en spreekrecht - Relatie met de media HOOFDSTUK 4. - Discretie en spreekrecht - Relatie met de media

Art. 8.De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening delen de

Art. 8.De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening delen de

inhoud van besprekingen in besloten zitting en het verloop van de inhoud van besprekingen in besloten zitting en het verloop van de
stemmingen in de commissie niet mee aan de media. Zij onthouden zich stemmingen in de commissie niet mee aan de media. Zij onthouden zich
van (publieke) commentaren op de werkzaamheden van de commissie in van (publieke) commentaren op de werkzaamheden van de commissie in
concrete dossiers. concrete dossiers.
Vragen om informatie of afschriften van verslagen en adviezen worden Vragen om informatie of afschriften van verslagen en adviezen worden
behandeld conform de regelgeving inzake de openbaarheid van bestuur. behandeld conform de regelgeving inzake de openbaarheid van bestuur.

Art. 9.De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening hebben

Art. 9.De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening hebben

het recht om na de eindberaadslaging door de commissie, onder meer het recht om na de eindberaadslaging door de commissie, onder meer
tegenover de media, een eigen standpunt in te nemen over dossiers of tegenover de media, een eigen standpunt in te nemen over dossiers of
over de werking van de commissie, voorzover daarbij : over de werking van de commissie, voorzover daarbij :
1° duidelijk is dat het betrokken lid in eigen naam spreekt of voor 1° duidelijk is dat het betrokken lid in eigen naam spreekt of voor
rekening van de belangengroep waarvoor hij als vertegenwoordiger in de rekening van de belangengroep waarvoor hij als vertegenwoordiger in de
commissie zetelt; commissie zetelt;
2° niet aangegeven wordt wie welke andere of gelijke standpunten 2° niet aangegeven wordt wie welke andere of gelijke standpunten
ingenomen heeft tijdens commissievergaderingen; ingenomen heeft tijdens commissievergaderingen;
3° eventuele algemene kritiek op de werking van de commissie, 3° eventuele algemene kritiek op de werking van de commissie,
onverminderd het gestelde in artikel 8, eerste lid, gereserveerd wordt onverminderd het gestelde in artikel 8, eerste lid, gereserveerd wordt
gebracht; gebracht;
4° het recht op privacy van betrokkenen in dossiers of het 4° het recht op privacy van betrokkenen in dossiers of het
vertrouwelijk karakter van gegevens niet in het gedrang wordt vertrouwelijk karakter van gegevens niet in het gedrang wordt
gebracht. gebracht.
HOOFDSTUK 5. - Verantwoord omgaan met vertrouwelijke informatie en HOOFDSTUK 5. - Verantwoord omgaan met vertrouwelijke informatie en
voorzieningen of kredieten ter beschikking gesteld door het voorzieningen of kredieten ter beschikking gesteld door het
commissiesecretariaat of het bestuur commissiesecretariaat of het bestuur

Art. 10.De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening nemen de

Art. 10.De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening nemen de

nodige voorzorgen om te vermijden dat persoonlijke gegevens of nodige voorzorgen om te vermijden dat persoonlijke gegevens of
gevoelige informatie in handen vallen van buitenstaanders. gevoelige informatie in handen vallen van buitenstaanders.

Art. 11.De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening maken

Art. 11.De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening maken

geen oneigenlijk gebruik van voorzieningen of faciliteiten die door geen oneigenlijk gebruik van voorzieningen of faciliteiten die door
het commissiesecretariaat of het bestuur ter beschikking worden het commissiesecretariaat of het bestuur ter beschikking worden
gesteld met het oog op het uitoefenen van hun mandaat, zoals gesteld met het oog op het uitoefenen van hun mandaat, zoals
bijvoorbeeld toegang tot beveiligde sites. bijvoorbeeld toegang tot beveiligde sites.

Art. 12.In zoverre de commissie beschikt over werkingsmiddelen die

Art. 12.In zoverre de commissie beschikt over werkingsmiddelen die

bedoeld zijn om individueel gemaakte kosten van leden van de bedoeld zijn om individueel gemaakte kosten van leden van de
commissies voor ruimtelijke ordening te vergoeden, geven de leden commissies voor ruimtelijke ordening te vergoeden, geven de leden
alleen kosten aan die werkelijk zijn gemaakt in de uitoefening van hun alleen kosten aan die werkelijk zijn gemaakt in de uitoefening van hun
mandaat. Zij geven geen kosten aan die reeds op een andere manier mandaat. Zij geven geen kosten aan die reeds op een andere manier
worden vergoed, bijvoorbeeld door hun werkgever of door de vereniging worden vergoed, bijvoorbeeld door hun werkgever of door de vereniging
die hen voor de commissie heeft afgevaardigd. die hen voor de commissie heeft afgevaardigd.
HOOFDSTUK 6. - Motivatie en betrokkenheid - Goede werking van de HOOFDSTUK 6. - Motivatie en betrokkenheid - Goede werking van de
commissie commissie

Art. 13.De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening spannen

Art. 13.De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening spannen

zich in om de vergaderingen van de commissie zoveel als mogelijk bij zich in om de vergaderingen van de commissie zoveel als mogelijk bij
te wonen en een actieve inbreng te hebben. te wonen en een actieve inbreng te hebben.
Effectieve leden brengen bij verhindering tijdig het secretariaat en Effectieve leden brengen bij verhindering tijdig het secretariaat en
het plaatsvervangend lid op de hoogte. het plaatsvervangend lid op de hoogte.
Plaatsvervangende leden doen, voor wat betreft de vergaderingen Plaatsvervangende leden doen, voor wat betreft de vergaderingen
waarvoor zij niet zetelen in de plaats van een effectief lid, het waarvoor zij niet zetelen in de plaats van een effectief lid, het
nodige om op de hoogte te blijven van de werkzaamheden. Het nodige om op de hoogte te blijven van de werkzaamheden. Het
secretariaat van de commissie draagt hiertoe bij. secretariaat van de commissie draagt hiertoe bij.

Art. 14.De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening spannen

Art. 14.De leden van de commissies voor ruimtelijke ordening spannen

zich in om kennis te vergaren over de ruimtelijke ordening en op de zich in om kennis te vergaren over de ruimtelijke ordening en op de
hoogte te blijven van evoluties in het vakgebied. hoogte te blijven van evoluties in het vakgebied.

Art. 15.De voorzitter zorgt ervoor dat alle standpunten en argumenten

Art. 15.De voorzitter zorgt ervoor dat alle standpunten en argumenten

aan bod kunnen komen. De leden van de commissies voor ruimtelijke aan bod kunnen komen. De leden van de commissies voor ruimtelijke
ordening geven de voorzitter daartoe de nodige ruimte. ordening geven de voorzitter daartoe de nodige ruimte.
De leden spannen zich in om tegenstellingen te overbruggen en samen De leden spannen zich in om tegenstellingen te overbruggen en samen
tot afgewogen adviezen van de commissie te komen. Zij vermijden zoveel tot afgewogen adviezen van de commissie te komen. Zij vermijden zoveel
als mogelijk polarisatie bij de besprekingen en beraadslagingen. als mogelijk polarisatie bij de besprekingen en beraadslagingen.

Art. 16.De voorzitter bewaakt het onderscheid tussen enerzijds de

Art. 16.De voorzitter bewaakt het onderscheid tussen enerzijds de

toelichting en bespreking van een onderwerp of van de onderwerpen en toelichting en bespreking van een onderwerp of van de onderwerpen en
anderzijds de beraadslaging en eventuele stemming over het advies. anderzijds de beraadslaging en eventuele stemming over het advies.
Hij houdt de hand aan de reglementering met betrekking tot de Hij houdt de hand aan de reglementering met betrekking tot de
aanwezigheid van externen. Deze reglementering bepaalt dat externen aanwezigheid van externen. Deze reglementering bepaalt dat externen
(bijvoorbeeld deskundigen die een toelichting komen verstrekken, of (bijvoorbeeld deskundigen die een toelichting komen verstrekken, of
bij een gemeentelijke commissie de vertegenwoordigers van de fracties) bij een gemeentelijke commissie de vertegenwoordigers van de fracties)
de beraadslaging en stemming niet (meer) kunnen bijwonen, behalve als de beraadslaging en stemming niet (meer) kunnen bijwonen, behalve als
de vergadering openbaar is. In dat laatste geval kunnen de externen de vergadering openbaar is. In dat laatste geval kunnen de externen
nog wel aanwezig blijven, maar niet langer deelnemen. nog wel aanwezig blijven, maar niet langer deelnemen.
HOOFDSTUK 7. - Handhaving van de deontologische code HOOFDSTUK 7. - Handhaving van de deontologische code

Art. 17.De voorzitter ziet toe op de goede naleving van deze

Art. 17.De voorzitter ziet toe op de goede naleving van deze

deontologische code en vervult ter zake een voorbeeldfunctie. deontologische code en vervult ter zake een voorbeeldfunctie.
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering
tot vaststelling van een deontologische code voor de leden van de tot vaststelling van een deontologische code voor de leden van de
Vlaamse, provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke Vlaamse, provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke
ordening. ordening.
Brussel, 3 juli 2009. Brussel, 3 juli 2009.
De minister-president van de Vlaamse Regering, De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS K. PEETERS
De Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke De Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke
Ordening, Ordening,
D. VAN MECHELEN D. VAN MECHELEN
^