Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21/06/2012
← Terug naar "Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot bepaling van de voorschriften voor de tenuitvoerlegging van de sorteerplicht voor producenten of -houders van afvalstoffen andere dan huishoudelijke "
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot bepaling van de voorschriften voor de tenuitvoerlegging van de sorteerplicht voor producenten of -houders van afvalstoffen andere dan huishoudelijke Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot bepaling van de voorschriften voor de tenuitvoerlegging van de sorteerplicht voor producenten of -houders van afvalstoffen andere dan huishoudelijke
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
21 JUNI 2012. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot 21 JUNI 2012. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot
bepaling van de voorschriften voor de tenuitvoerlegging van de bepaling van de voorschriften voor de tenuitvoerlegging van de
sorteerplicht voor producenten of -houders van afvalstoffen andere dan sorteerplicht voor producenten of -houders van afvalstoffen andere dan
huishoudelijke huishoudelijke
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, De Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
Gelet op de artikelen 10, 13 en 15 van de ordonnantie van 7 maart 1991 Gelet op de artikelen 10, 13 en 15 van de ordonnantie van 7 maart 1991
betreffende de preventie en het beheer van afvalstoffen. betreffende de preventie en het beheer van afvalstoffen.
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 28 juni Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 28 juni
2011; 2011;
Gelet op het akkoord van de minister van Begroting van het Brussels Gelet op het akkoord van de minister van Begroting van het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest van 15 september 2011 : Hoofdstedelijk Gewest van 15 september 2011 :
Gelet op het advies van de Raad voor het Leefmilieu van het Brussels Gelet op het advies van de Raad voor het Leefmilieu van het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest, gegeven op 8 september 2010; Hoofdstedelijk Gewest, gegeven op 8 september 2010;
Gelet op het advies van de Economische en Sociale Raad voor het Gelet op het advies van de Economische en Sociale Raad voor het
Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gegeven op 21 september 2010; Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gegeven op 21 september 2010;
Gelet op het advies nr. 50.370/3 van de Raad van State, gegeven op 18 Gelet op het advies nr. 50.370/3 van de Raad van State, gegeven op 18
oktober2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de oktober2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Gelet op het advies nr. 51.120/3 van de Raad van State, gegeven op 11 Gelet op het advies nr. 51.120/3 van de Raad van State, gegeven op 11
april 2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de april 2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de minister van Leefmilieu; Op voorstel van de minister van Leefmilieu;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :
TITEL I. - Algemene bepalingen en toepassingsgebied TITEL I. - Algemene bepalingen en toepassingsgebied

Artikel 1.Dit besluit strekt tot de gedeeltelijke omzetting van

Artikel 1.Dit besluit strekt tot de gedeeltelijke omzetting van

richtlijn 2008/98 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een richtlijn 2008/98 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een
aantal richtlijnen. aantal richtlijnen.

Art. 2.Toepassingsgebied

Art. 2.Toepassingsgebied

Dit besluit is van toepassing op de producenten of houders van Dit besluit is van toepassing op de producenten of houders van
afvalstoffen andere dan huishoudelijke. afvalstoffen andere dan huishoudelijke.

Art. 3.Sorteermodaliteiten

Art. 3.Sorteermodaliteiten

§ 1. Overeenkomstig artikel 10 van de ordonnantie van 7 maart 1991 § 1. Overeenkomstig artikel 10 van de ordonnantie van 7 maart 1991
betreffende de preventie en het beheer van afvalstoffen, de betreffende de preventie en het beheer van afvalstoffen, de
producenten of -houders van afval andere dan huishoudelijk afval, zijn producenten of -houders van afval andere dan huishoudelijk afval, zijn
ertoe gehouden de volgende fracties bij de inzameling gescheiden van ertoe gehouden de volgende fracties bij de inzameling gescheiden van
elkaar aan te bieden : elkaar aan te bieden :
? plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen en drankkartons ? plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen en drankkartons
(PMD) : plastic flessen en flacons van frisdranken, water, melk, (PMD) : plastic flessen en flacons van frisdranken, water, melk,
detergenten en verzorgingsproducten, metalen dozen (blikjes) van bier, detergenten en verzorgingsproducten, metalen dozen (blikjes) van bier,
frisdranken en water, conservendozen, aluminium schotels en frisdranken en water, conservendozen, aluminium schotels en
schaaltjes, kroonkurken, metalen deksels, schroefdoppen van flessen en schaaltjes, kroonkurken, metalen deksels, schroefdoppen van flessen en
bokalen en drankkartons, leeg en proper; bokalen en drankkartons, leeg en proper;
? papier en karton, droog en proper, zoals verpakkingen die volledig ? papier en karton, droog en proper, zoals verpakkingen die volledig
bestaan uit papier en uit karton, kranten, tijdschriften, bestaan uit papier en uit karton, kranten, tijdschriften,
reclamefolders, schrijfpapier, papier voor fotokopieerapparaat, reclamefolders, schrijfpapier, papier voor fotokopieerapparaat,
computerpapier, boeken, telefoonboeken; computerpapier, boeken, telefoonboeken;
? afval van kleurloos en gekleurd verpakkingsglas; ? afval van kleurloos en gekleurd verpakkingsglas;
? restafval, te weten alle afval dat niet aan de gescheiden ophaling ? restafval, te weten alle afval dat niet aan de gescheiden ophaling
mag worden aangeboden of afval dat niet het voorwerp uitmaakt van een mag worden aangeboden of afval dat niet het voorwerp uitmaakt van een
verbod van aanbieding aan de ophaling; verbod van aanbieding aan de ophaling;
? plantenafval afkomstig van het onderhoud van groenzones en tuinen : ? plantenafval afkomstig van het onderhoud van groenzones en tuinen :
gazon, dorre bladeren, snoeihout van bomen en struiken, gazon, dorre bladeren, snoeihout van bomen en struiken,
beplantingsresten en takken; beplantingsresten en takken;
? gevaarlijk afval bepaald in artikel 2.2 van de ordonnantie van 7 ? gevaarlijk afval bepaald in artikel 2.2 van de ordonnantie van 7
maart 1991 betreffende de preventie en het beheer van afvalstoffen; maart 1991 betreffende de preventie en het beheer van afvalstoffen;
? ander afval dat het voorwerp uitmaakt van een terugnameplicht met ? ander afval dat het voorwerp uitmaakt van een terugnameplicht met
toepassing van een besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering. toepassing van een besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.
§ 2. In afwijking van § 1 kunnen de verschillende afvalfracties § 2. In afwijking van § 1 kunnen de verschillende afvalfracties
bedoeld in § 1 in dezelfde container verzameld worden voor zover deze bedoeld in § 1 in dezelfde container verzameld worden voor zover deze
fracties van elkaar gescheiden worden in verschillende houders. fracties van elkaar gescheiden worden in verschillende houders.
§ 3. De bepalingen opgenomen in §§ 1 en 2 moeten worden nageleefd door § 3. De bepalingen opgenomen in §§ 1 en 2 moeten worden nageleefd door
de afvalproducenten en -houders en door de geregistreerde ophalers en de afvalproducenten en -houders en door de geregistreerde ophalers en
vervoerders. vervoerders.
§ 4. De bepalingen van § 1 zijn niet van toepassing op afvalstoffen § 4. De bepalingen van § 1 zijn niet van toepassing op afvalstoffen
afkomstig van bouwplaatsen die niet meldings- of afkomstig van bouwplaatsen die niet meldings- of
milieuvergunningsplichtig zijn in de zin van de ordonnantie van 5 juni milieuvergunningsplichtig zijn in de zin van de ordonnantie van 5 juni
1997 betreffende de milieuvergunningen. 1997 betreffende de milieuvergunningen.

Art. 4.Ophaalmodaliteiten

Art. 4.Ophaalmodaliteiten

Elke ophaling door een geregistreerde ophaler wordt uitgevoerd door Elke ophaling door een geregistreerde ophaler wordt uitgevoerd door
middel van zakken of containers die door hun kleur, logo, opschrift of middel van zakken of containers die door hun kleur, logo, opschrift of
eender welk ander geschikt middel duidelijk identificeerbaar zijn als eender welk ander geschikt middel duidelijk identificeerbaar zijn als
toebehorende aan de genoemde ophaler. toebehorende aan de genoemde ophaler.

Art. 5.Ophaalcontract

Art. 5.Ophaalcontract

Iedere producent of houder van andere dan huishoudelijke afvalstoffen Iedere producent of houder van andere dan huishoudelijke afvalstoffen
die ervoor kiest zijn afval door een geregistreerde ophaler te laten die ervoor kiest zijn afval door een geregistreerde ophaler te laten
ophalen, sluit een ophaalcontract met deze laatste, wanneer de ophalen, sluit een ophaalcontract met deze laatste, wanneer de
hoeveelheid geproduceerd afval groter is dan : hoeveelheid geproduceerd afval groter is dan :
- 50 liter per week voor de fractie van PMD-afval (plastic flessen en - 50 liter per week voor de fractie van PMD-afval (plastic flessen en
flacons, metalen verpakkingen en drankkartons); flacons, metalen verpakkingen en drankkartons);
- 30 liter per week voor de fractie van proper en droog papier en - 30 liter per week voor de fractie van proper en droog papier en
karton, karton,
- 30 liter per week voor de fractie van restafval vergelijkbaar met - 30 liter per week voor de fractie van restafval vergelijkbaar met
huishoudelijke afvalstoffen. huishoudelijke afvalstoffen.
Hij moet in staat zijn een bewijs te leveren van het bestaan van dat Hij moet in staat zijn een bewijs te leveren van het bestaan van dat
ophaalcontract. Dit bewijs moet bewaard worden door de afvalproducent ophaalcontract. Dit bewijs moet bewaard worden door de afvalproducent
of -houder tot twee jaar na het einde van het contract. of -houder tot twee jaar na het einde van het contract.
De facturen van de geregistreerde ophalers kunnen dienst doen als De facturen van de geregistreerde ophalers kunnen dienst doen als
bewijs, net zoals een door de geregistreerde ophaler afgeleverd bewijs, net zoals een door de geregistreerde ophaler afgeleverd
attest. attest.
Op het contract of andere bewijsstukken is ten minste de volgende Op het contract of andere bewijsstukken is ten minste de volgende
informatie vermeld : informatie vermeld :
- identiteit van de contractpartijen; - identiteit van de contractpartijen;
- aard van het afval en capaciteit van de opgehaalde containers; - aard van het afval en capaciteit van de opgehaalde containers;
- frequentie en plaatsen van inzameling. - frequentie en plaatsen van inzameling.

Art. 6.Verwerkingscontract

Art. 6.Verwerkingscontract

Iedere producent of houder van afval ander dan huishoudelijk afval die Iedere producent of houder van afval ander dan huishoudelijk afval die
ervoor kiest, rechtstreeks of via een afvalvervoerder, een beroep te ervoor kiest, rechtstreeks of via een afvalvervoerder, een beroep te
doen op een afvalverwerkingsinstallatie, is ertoe gehouden, met een doen op een afvalverwerkingsinstallatie, is ertoe gehouden, met een
ontvangstbewijs opgesteld door een vergunde inrichting te bewijzen dat ontvangstbewijs opgesteld door een vergunde inrichting te bewijzen dat
hij zijn afval heeft laten verwerken overeenkomstig de geldende hij zijn afval heeft laten verwerken overeenkomstig de geldende
regelgeving. regelgeving.
De bewijzen van het bestaan van die verwerking moeten door de De bewijzen van het bestaan van die verwerking moeten door de
afvalproducent of -houder bewaard worden tijdens de volledige afvalproducent of -houder bewaard worden tijdens de volledige
uitvoeringsduur ervan en tot twee jaar na de indieningsdatum van het uitvoeringsduur ervan en tot twee jaar na de indieningsdatum van het
afval. Ze vermelden ten minste de identiteit van de partijen bij het afval. Ze vermelden ten minste de identiteit van de partijen bij het
contract, de aard en de hoeveelheid verwerkt afval. contract, de aard en de hoeveelheid verwerkt afval.

Art. 7.Controle

Art. 7.Controle

Niettegenstaande de bepalingen van het afvalregister is iedere Niettegenstaande de bepalingen van het afvalregister is iedere
producent of houder van afval ander dan huishoudelijk ertoe gehouden producent of houder van afval ander dan huishoudelijk ertoe gehouden
het bewijs van het bestaan van het ophaalcontract of het bewijs van het bewijs van het bestaan van het ophaalcontract of het bewijs van
verwerking voor te leggen aan de ambtenaren die door de regering verwerking voor te leggen aan de ambtenaren die door de regering
gemachtigd zijn op grond van artikel 4 van de ordonnantie van 25 maart gemachtigd zijn op grond van artikel 4 van de ordonnantie van 25 maart
1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de
bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu. bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu.
TITEL II. - Overgangs- en slotbepalingen TITEL II. - Overgangs- en slotbepalingen

Art. 8.Inwerkingtreding

Art. 8.Inwerkingtreding

De bepalingen van artikel 2 van dit besluit treden in werking 6 De bepalingen van artikel 2 van dit besluit treden in werking 6
maanden na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad voor wat maanden na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad voor wat
het sorteren van papier/karton betreft en 18 maanden na de het sorteren van papier/karton betreft en 18 maanden na de
bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad voor wat de overige bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad voor wat de overige
afvalstromen betreft. afvalstromen betreft.
De bepalingen van de artikelen 4, 5 en 6 treden in werking 6 maanden De bepalingen van de artikelen 4, 5 en 6 treden in werking 6 maanden
na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad. na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.

Art. 9.De minister bevoegd voor Leefmilieu is belast met de

Art. 9.De minister bevoegd voor Leefmilieu is belast met de

uitvoering van dit besluit. uitvoering van dit besluit.
Brussel, 21 juni 2012. Brussel, 21 juni 2012.
Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
De Minister-President De Minister-President
van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
Ch. PICQUE Ch. PICQUE
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering
bevoegd voor Leefmilieu, bevoegd voor Leefmilieu,
Mevr. E. HUYTEBROECK Mevr. E. HUYTEBROECK
^