Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van de energienormen die van toepassing zijn op de gesubsidieerde projecten van werken die bijdragen tot een rationeel energiegebruik in de gebouwen die toebehoren aan de gemeenten en O.C.M.W.'s | Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van de energienormen die van toepassing zijn op de gesubsidieerde projecten van werken die bijdragen tot een rationeel energiegebruik in de gebouwen die toebehoren aan de gemeenten en O.C.M.W.'s |
---|---|
MINISTERIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST | MINISTERIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST |
4 JUNI 2009. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot | 4 JUNI 2009. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot |
vaststelling van de energienormen die van toepassing zijn op de | vaststelling van de energienormen die van toepassing zijn op de |
gesubsidieerde projecten van werken die bijdragen tot een rationeel | gesubsidieerde projecten van werken die bijdragen tot een rationeel |
energiegebruik in de gebouwen die toebehoren aan de gemeenten en | energiegebruik in de gebouwen die toebehoren aan de gemeenten en |
O.C.M.W.'s | O.C.M.W.'s |
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, | De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, |
Gelet op de ordonnantie van 16 juli 1998 betreffende de toekenning van | Gelet op de ordonnantie van 16 juli 1998 betreffende de toekenning van |
subsidies om investeringen van openbaar nut aan te moedigen, | subsidies om investeringen van openbaar nut aan te moedigen, |
inzonderheid artikel 22, § 1, vijfde lid, 1°; | inzonderheid artikel 22, § 1, vijfde lid, 1°; |
Overwegende dat de projecten van door het gewest gesubsidieerde werken | Overwegende dat de projecten van door het gewest gesubsidieerde werken |
die bijdragen tot een rationeel energiegebruik, aan volgende | die bijdragen tot een rationeel energiegebruik, aan volgende |
doelstellingen moeten beantwoorden : | doelstellingen moeten beantwoorden : |
1) de verbetering van de energieprestatie van gebouwen te stimuleren, | 1) de verbetering van de energieprestatie van gebouwen te stimuleren, |
rekening houdend met de externe klimatologische omstandigheden en de | rekening houdend met de externe klimatologische omstandigheden en de |
lokale bijzonderheden, alsook met de eisen inzake het binnenklimaat en | lokale bijzonderheden, alsook met de eisen inzake het binnenklimaat en |
de verhouding kost/efficiëntie; | de verhouding kost/efficiëntie; |
2) het binnenklimaat van gebouwen te verbeteren; | 2) het binnenklimaat van gebouwen te verbeteren; |
3) de behoeften aan primaire energie tot een minimum te beperken; | 3) de behoeften aan primaire energie tot een minimum te beperken; |
4) de CO2-uitstoot te verlagen; | 4) de CO2-uitstoot te verlagen; |
5) het goede voorbeeld te tonen voor de privésector. | 5) het goede voorbeeld te tonen voor de privésector. |
Gelet op het advies 46.119/4 van de Raad van State gegeven op 25 maart | Gelet op het advies 46.119/4 van de Raad van State gegeven op 25 maart |
2009 in toepassing van artikel 84, § 1, 1° van de gecoördineerde | 2009 in toepassing van artikel 84, § 1, 1° van de gecoördineerde |
wetten op de Raad van State van 12 januari 1973; | wetten op de Raad van State van 12 januari 1973; |
Gelet op de advies van de Inspectie van Financiën; | Gelet op de advies van de Inspectie van Financiën; |
Gelet op het akkoord van de Minister van de Begroting; | Gelet op het akkoord van de Minister van de Begroting; |
Op de voordracht van de Minister-President van de Brusselse | Op de voordracht van de Minister-President van de Brusselse |
Hoofdstedelijke Regering; | Hoofdstedelijke Regering; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting om van |
Artikel 1.Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting om van |
de Europese richtlijn 2006/32/CE betreffendeenergie-efficiëntie bij | de Europese richtlijn 2006/32/CE betreffendeenergie-efficiëntie bij |
het eindgebruik en energiediensten. | het eindgebruik en energiediensten. |
Art. 2.Elk investeringsproject gericht op het isoleren van een |
Art. 2.Elk investeringsproject gericht op het isoleren van een |
gebouw, dat gesubsidieerd wordt in het kader van artikel 17, 4° van de | gebouw, dat gesubsidieerd wordt in het kader van artikel 17, 4° van de |
ordonnantie van 16 juli 1998 betreffende de toekenning van subsidies | ordonnantie van 16 juli 1998 betreffende de toekenning van subsidies |
om investeringen van openbaar nut aan te moedigen, moet voldoen aan de | om investeringen van openbaar nut aan te moedigen, moet voldoen aan de |
minimumwaarden die opgenomen zijn in bijlage 1. | minimumwaarden die opgenomen zijn in bijlage 1. |
Al deze normen zijn van toepassing op de uitgevoerde werken, ongeacht | Al deze normen zijn van toepassing op de uitgevoerde werken, ongeacht |
of daarvoor een vergunning nodig is of niet. | of daarvoor een vergunning nodig is of niet. |
Art. 3.Voor de projecten gesubsidieerd op grond van artikel 17, 4°, |
Art. 3.Voor de projecten gesubsidieerd op grond van artikel 17, 4°, |
van de ordonnantie van 16 juli 1998 betreffende de toekenning van | van de ordonnantie van 16 juli 1998 betreffende de toekenning van |
subsidies om investeringen van openbaar nut aan te moedigen en | subsidies om investeringen van openbaar nut aan te moedigen en |
waarvoor een princiepsakkoord bestaat over de toekenning van subsidies | waarvoor een princiepsakkoord bestaat over de toekenning van subsidies |
na 1 januari 2010 moeten de in bijlage 2 verstrekte minimumwaarden | na 1 januari 2010 moeten de in bijlage 2 verstrekte minimumwaarden |
worden nageleefd voor investeringen die afwijken van deze vermeld in | worden nageleefd voor investeringen die afwijken van deze vermeld in |
artikel 1 en verleend voor woongebouwen. | artikel 1 en verleend voor woongebouwen. |
Art. 4.Voor de projecten gesubsidieerd op grond van artikel 17, 4°, |
Art. 4.Voor de projecten gesubsidieerd op grond van artikel 17, 4°, |
van de ordonnantie van 16 juli 1998 betreffende de toekenning van | van de ordonnantie van 16 juli 1998 betreffende de toekenning van |
subsidies om investeringen van openbaar nut aan te moedigen en | subsidies om investeringen van openbaar nut aan te moedigen en |
waarvoor een princiepsakkoord bestaat over de toekenning van subsidies | waarvoor een princiepsakkoord bestaat over de toekenning van subsidies |
na 1 januari 2010 moeten de in bijlage 3 verstrekte minimumwaarden | na 1 januari 2010 moeten de in bijlage 3 verstrekte minimumwaarden |
worden nageleefd voor investeringen die afwijken van deze vermeld in | worden nageleefd voor investeringen die afwijken van deze vermeld in |
de artikelen 1 en 2. | de artikelen 1 en 2. |
Art. 5.De Minister, bevoegd voor de plaatselijke besturen, wordt |
Art. 5.De Minister, bevoegd voor de plaatselijke besturen, wordt |
belast met de uitvoering van dit besluit. | belast met de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 4 juni 2009. | Brussel, 4 juni 2009. |
Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : | Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : |
De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, | De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, |
bevoegd voor Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten | bevoegd voor Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten |
en Landschappen, Stadsvernieuwing, Huisvesting en Openbare Netheid, | en Landschappen, Stadsvernieuwing, Huisvesting en Openbare Netheid, |
Ch. PICQUE | Ch. PICQUE |
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, | De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, |
bevoegd voor Financiën, Begroting, Externe Betrekkingen | bevoegd voor Financiën, Begroting, Externe Betrekkingen |
en Gewestelijke Informatica, | en Gewestelijke Informatica, |
G. VANHENGEL | G. VANHENGEL |