Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van de aanvullende procedure voor de benoeming van de inspecteurs-generaal van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid | Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van de aanvullende procedure voor de benoeming van de inspecteurs-generaal van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid |
---|---|
MINISTERIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST | MINISTERIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST |
11 SEPTEMBER 2008. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering | 11 SEPTEMBER 2008. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering |
tot vaststelling van de aanvullende procedure voor de benoeming van de | tot vaststelling van de aanvullende procedure voor de benoeming van de |
inspecteurs-generaal van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid | inspecteurs-generaal van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid |
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, | De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, |
Gelet op de ordonnantie van 19 juli 1990 houdende oprichting van het | Gelet op de ordonnantie van 19 juli 1990 houdende oprichting van het |
Gewestelijk Agentschap voor Netheid, inzonderheid op het artikel 8, § | Gewestelijk Agentschap voor Netheid, inzonderheid op het artikel 8, § |
2; | 2; |
Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 2000 tot bepaling van | Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 2000 tot bepaling van |
de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van | de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van |
de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de | de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de |
diensten van de Gemeenschapsen Gewestregeringen en van de Colleges van | diensten van de Gemeenschapsen Gewestregeringen en van de Colleges van |
de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van de Franse | de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van de Franse |
Gemeenschapscommissie alsook op de publiekrechtelijke rechtspersonen | Gemeenschapscommissie alsook op de publiekrechtelijke rechtspersonen |
die ervan afhangen; | die ervan afhangen; |
Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering | Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering |
houdende vaststelling van de personeelsformatie van het Gewestelijk | houdende vaststelling van de personeelsformatie van het Gewestelijk |
Agentschap voor Netheid; | Agentschap voor Netheid; |
Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 28 | Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 28 |
april 1994 tot vaststelling van de modaliteiten waarop ambtenaren die | april 1994 tot vaststelling van de modaliteiten waarop ambtenaren die |
niet onder het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ressorteren bij het | niet onder het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ressorteren bij het |
Gewestelijk Agentschap voor Netheid « Net Brussel » kunnen worden | Gewestelijk Agentschap voor Netheid « Net Brussel » kunnen worden |
benoemd; | benoemd; |
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 17 juli | Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 17 juli |
2008; | 2008; |
Gelet op het akkoord van de minister van Begroting, gegeven op 22 mei | Gelet op het akkoord van de minister van Begroting, gegeven op 22 mei |
2008; | 2008; |
Gelet op het onderhandelingsprotocol nr. 2008/11 van het Comité van | Gelet op het onderhandelingsprotocol nr. 2008/11 van het Comité van |
Sector XV van 25. juni 2008; | Sector XV van 25. juni 2008; |
Gelet op het advies 45.082/2/V van 3 september 1998, gegeven met | Gelet op het advies 45.082/2/V van 3 september 1998, gegeven met |
toepassing van de gecoördineerde wetten op de Raad van State van 12 | toepassing van de gecoördineerde wetten op de Raad van State van 12 |
januari 1973, inzonderheid op artikel 84, § 1, 1°; | januari 1973, inzonderheid op artikel 84, § 1, 1°; |
Op voorstel van de Minister-Voorzitter, bevoegd voor Openbare Netheid, | Op voorstel van de Minister-Voorzitter, bevoegd voor Openbare Netheid, |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.Wanneer een betrekking in de graad van Inspecteur-generaal |
Artikel 1.Wanneer een betrekking in de graad van Inspecteur-generaal |
door de Regering vacant verklaard is, maar niet ingevuld kan worden | door de Regering vacant verklaard is, maar niet ingevuld kan worden |
bij gebrek aan kandidaten die beantwoorden aan de voorwaarden | bij gebrek aan kandidaten die beantwoorden aan de voorwaarden |
vastgesteld in het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering | vastgesteld in het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering |
van 23. maart 1995 houdende vaststelling van het reglement voor het | van 23. maart 1995 houdende vaststelling van het reglement voor het |
personeel van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid, of indien de | personeel van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid, of indien de |
kandidaten niet geschikt geacht worden om de functie uit te oefenen, | kandidaten niet geschikt geacht worden om de functie uit te oefenen, |
wordt deze betrekking ingevuld bij via werving volgens de procedure en | wordt deze betrekking ingevuld bij via werving volgens de procedure en |
de voorwaarden die in dit besluit vastgelegd zijn. | de voorwaarden die in dit besluit vastgelegd zijn. |
Art. 2.De Regering legt het functieprofiel van de Inspecteur-generaal |
Art. 2.De Regering legt het functieprofiel van de Inspecteur-generaal |
van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid vast. | van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid vast. |
Art. 3.Om te kunnen worden benoemd in de betrekking van |
Art. 3.Om te kunnen worden benoemd in de betrekking van |
Inspecteur-generaal van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid moet | Inspecteur-generaal van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid moet |
de kandidaat : | de kandidaat : |
1° een gedrag hebben dat aan de eisen van de functie beantwoordt; | 1° een gedrag hebben dat aan de eisen van de functie beantwoordt; |
2° in het bezit van zijn burgerlijke en politieke rechten zijn; | 2° in het bezit van zijn burgerlijke en politieke rechten zijn; |
3° voldaan hebben aan de militiewetten; | 3° voldaan hebben aan de militiewetten; |
4° het bezit van de voor de uitoefening van de functie vereiste | 4° het bezit van de voor de uitoefening van de functie vereiste |
lichamelijke geschiktheid aantonen. | lichamelijke geschiktheid aantonen. |
Hij moet houder zijn van een diploma dat toegang verleent tot een | Hij moet houder zijn van een diploma dat toegang verleent tot een |
functie van niveau 1 en een nuttige beroepservaring of een ervaring | functie van niveau 1 en een nuttige beroepservaring of een ervaring |
met betrekking tot de in te vullen functie kunnen aantonen. | met betrekking tot de in te vullen functie kunnen aantonen. |
De Regering legt de kwalificaties vast die voortvloeien uit het | De Regering legt de kwalificaties vast die voortvloeien uit het |
krachtens artikel 2 vastgelegde functieprofiel. Er dient onder | krachtens artikel 2 vastgelegde functieprofiel. Er dient onder |
kwalificaties te worden verstaan het geheel van kennis en vaardigheden | kwalificaties te worden verstaan het geheel van kennis en vaardigheden |
die vereist zijn om de functie uit te oefenen. | die vereist zijn om de functie uit te oefenen. |
Art. 4.De oproep tot het indienen van kandidaturen wordt in het |
Art. 4.De oproep tot het indienen van kandidaturen wordt in het |
Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. | Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. |
Deze oproep vermeldt de vacante betrekking en de overheid waarbij de | Deze oproep vermeldt de vacante betrekking en de overheid waarbij de |
kandidaturen moeten worden ingediend. | kandidaturen moeten worden ingediend. |
De oproep vermeldt het functieprofiel van Inspecteur-generaal van het | De oproep vermeldt het functieprofiel van Inspecteur-generaal van het |
Gewestelijk Agentschap voor Netheid, de nuttige beroepservaring of de | Gewestelijk Agentschap voor Netheid, de nuttige beroepservaring of de |
ervaring met betrekking tot de uit te oefenen functie en de | ervaring met betrekking tot de uit te oefenen functie en de |
kwalificaties voortvloeiend uit het functieprofiel. | kwalificaties voortvloeiend uit het functieprofiel. |
De oproep vermeldt dat de kandidaturen binnen de 15 dagen volgend op | De oproep vermeldt dat de kandidaturen binnen de 15 dagen volgend op |
de bekendmaking van de oproep met een ter post aangetekende brief | de bekendmaking van de oproep met een ter post aangetekende brief |
moeten worden ingediend, ten laatste op de vervaldag van de termijn. | moeten worden ingediend, ten laatste op de vervaldag van de termijn. |
Art. 5.Een college van drie door de Regering aangewezen deskundigen |
Art. 5.Een college van drie door de Regering aangewezen deskundigen |
maakt na het horen van de kandidaten, binnen de 45 dagen volgend op de | maakt na het horen van de kandidaten, binnen de 45 dagen volgend op de |
aanhangigmaking, aan de Regering een advies over elke kandidaat over. | aanhangigmaking, aan de Regering een advies over elke kandidaat over. |
Bovendien maakt het College van Deskundigen aan de Regering een | Bovendien maakt het College van Deskundigen aan de Regering een |
voorstel van rangschikking van de kandidaten over. | voorstel van rangschikking van de kandidaten over. |
De leden van het college beschikken over expertise met betrekking tot | De leden van het college beschikken over expertise met betrekking tot |
de materies die ressorteren onder de te begeven betrekking en/of met | de materies die ressorteren onder de te begeven betrekking en/of met |
betrekking tot overheidsmanagement. | betrekking tot overheidsmanagement. |
De kandidaten voor de betrekking van Inspecteur-generaal overhandigen | De kandidaten voor de betrekking van Inspecteur-generaal overhandigen |
tijdens de hoorzitting aan het College van Deskundigen een | tijdens de hoorzitting aan het College van Deskundigen een |
ontwikkelingsplan dat betrekking heeft op de uit te oefenen functie, | ontwikkelingsplan dat betrekking heeft op de uit te oefenen functie, |
opgesteld op basis van het krachtens artikel 2 vastgelegde | opgesteld op basis van het krachtens artikel 2 vastgelegde |
functieprofiel. | functieprofiel. |
Art. 6.De Inspecteur-generaal van het Gewestelijk Agentschap voor |
Art. 6.De Inspecteur-generaal van het Gewestelijk Agentschap voor |
Netheid legt, bij de voor Openbare Netheid bevoegde Minister, de eed | Netheid legt, bij de voor Openbare Netheid bevoegde Minister, de eed |
af zoals vastgelegd door artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831. | af zoals vastgelegd door artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831. |
Art. 7.In artikel 1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke |
Art. 7.In artikel 1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke |
Regering van 23 maart 1995 houdende vaststelling van het kader voor | Regering van 23 maart 1995 houdende vaststelling van het kader voor |
het personeel van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid, wordt de | het personeel van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid, wordt de |
lijn « Inspecteur-generaal 2 » vervangen door de lijn « | lijn « Inspecteur-generaal 2 » vervangen door de lijn « |
Inspecteur-generaal 4 ». | Inspecteur-generaal 4 ». |
Art. 8.Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 28 |
Art. 8.Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 28 |
april 1994 tot vaststelling van de wijze waarop ambtenaren die niet | april 1994 tot vaststelling van de wijze waarop ambtenaren die niet |
onder het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ressorteren, bij het | onder het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ressorteren, bij het |
Gewestelijk Agentschap voor Netheid « Net Brussel » kunnen worden | Gewestelijk Agentschap voor Netheid « Net Brussel » kunnen worden |
benoemd wordt afgeschaft. | benoemd wordt afgeschaft. |
Art. 9.De Minister-Voorzitter bevoegd voor openbare netheid wordt |
Art. 9.De Minister-Voorzitter bevoegd voor openbare netheid wordt |
belast met de uitvoering van dit besluit. | belast met de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 11 september 2008. | Brussel, 11 september 2008. |
De Minister-Voorzitter, bevoegd voor Lokale Besturen, Ruimtelijke | De Minister-Voorzitter, bevoegd voor Lokale Besturen, Ruimtelijke |
ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing, Huisvesting, | ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing, Huisvesting, |
Openbare Netheid, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, | Openbare Netheid, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, |
Ch. PICQUE | Ch. PICQUE |