Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 27/04/2006
← Terug naar "Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering ter bescherming van de personeelsleden van het ministerie en van sommige openbare instellingen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk "
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering ter bescherming van de personeelsleden van het ministerie en van sommige openbare instellingen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering ter bescherming van de personeelsleden van het ministerie en van sommige openbare instellingen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk
MINISTERIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST MINISTERIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
27 APRIL 2006. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering ter 27 APRIL 2006. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering ter
bescherming van de personeelsleden van het ministerie en van sommige bescherming van de personeelsleden van het ministerie en van sommige
openbare instellingen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tegen openbare instellingen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tegen
geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, De Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989. met betrekking tot de Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989. met betrekking tot de
Brusselse instellingen, inzonderheid op het artikel 40, § 1; Brusselse instellingen, inzonderheid op het artikel 40, § 1;
Gelet op de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige Gelet op de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige
instellingen van openbaar nut, inzonderheid op artikel 11; instellingen van openbaar nut, inzonderheid op artikel 11;
Gelet op de wet van 21 augustus 1987 tot wijziging van de wet houdende Gelet op de wet van 21 augustus 1987 tot wijziging van de wet houdende
organisatie van de agglomeraties en de federaties van gemeenten en organisatie van de agglomeraties en de federaties van gemeenten en
houdende bepalingen betreffende het Brusselse Gewest, inzonderheid op houdende bepalingen betreffende het Brusselse Gewest, inzonderheid op
artikel 27; artikel 27;
Gelet op het koninklijk besluit van 8 maart 1989. tot oprichting van Gelet op het koninklijk besluit van 8 maart 1989. tot oprichting van
het Brussels Instituut voor Milieubeheer, bekrachtigd door de wet van het Brussels Instituut voor Milieubeheer, bekrachtigd door de wet van
16 juni 1989; 16 juni 1989;
Gelet op de ordonnantie van 19 juli 1990. houdende oprichting van de Gelet op de ordonnantie van 19 juli 1990. houdende oprichting van de
Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische
Hulp, inzonderheid op artikel 8, tweede lid; Hulp, inzonderheid op artikel 8, tweede lid;
Gelet op de ordonnantie van 19 juli 1990. houdende oprichting van het Gelet op de ordonnantie van 19 juli 1990. houdende oprichting van het
Gewestelijke Agentschap voor netheid, inzonderheid op artikel 8, § 2; Gewestelijke Agentschap voor netheid, inzonderheid op artikel 8, § 2;
Gelet op het koninklijk besluit van 13 maart 1991. houdende Gelet op het koninklijk besluit van 13 maart 1991. houdende
coördinatie van de wetten van 28. december 1984 en van 26 juni 1990 coördinatie van de wetten van 28. december 1984 en van 26 juni 1990
betreffende de afschaffing en de herstructurering van instellingen van betreffende de afschaffing en de herstructurering van instellingen van
openbaar nut en andere overheidsdiensten, inzonderheid op artikelen 9 openbaar nut en andere overheidsdiensten, inzonderheid op artikelen 9
en 16; en 16;
Gelet op de ordonnantie van 3 december 1992. betreffende de Gelet op de ordonnantie van 3 december 1992. betreffende de
exploitatie en de ontwikkeling van het kanaal, de haven, de voorhaven exploitatie en de ontwikkeling van het kanaal, de haven, de voorhaven
en de aanhorigheden ervan in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, en de aanhorigheden ervan in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest,
inzonderheid op artikel 17; inzonderheid op artikel 17;
Gelet op de ordonnantie van 8 april 1993. houdende oprichting van het Gelet op de ordonnantie van 8 april 1993. houdende oprichting van het
Brussels Gewestelijk Herfinancieringsfonds van de gemeentelijke Brussels Gewestelijk Herfinancieringsfonds van de gemeentelijke
thesaurieën; thesaurieën;
Gelet op de ordonnantie van 8 september 1994. houdende oprichting van Gelet op de ordonnantie van 8 september 1994. houdende oprichting van
de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk
Gewest, inzonderheid op artikel 8 vervangen door de ordonnantie van 8 Gewest, inzonderheid op artikel 8 vervangen door de ordonnantie van 8
december 2005; december 2005;
Gelet op de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de Gelet op de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de
werknemers bij de uitvoering van hun werk, inzonderheid op de werknemers bij de uitvoering van hun werk, inzonderheid op de
artikelen 32bis tot 32tredecies, ingevoegd door de wet van 11 juni artikelen 32bis tot 32tredecies, ingevoegd door de wet van 11 juni
2002 betreffende de bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst 2002 betreffende de bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst
seksueel gedrag op het werk; seksueel gedrag op het werk;
Gelet op de ordonnantie van 18 januari 2001. houdende organisatie en Gelet op de ordonnantie van 18 januari 2001. houdende organisatie en
werking van de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling, werking van de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling,
inzonderheid op artikel 34, § 1; inzonderheid op artikel 34, § 1;
Gelet op de ordonnantie van 12 juni 2003. houdende oprichting van het Gelet op de ordonnantie van 12 juni 2003. houdende oprichting van het
Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de
Innovatie van Brussel, inzonderheid op artikel 9; Innovatie van Brussel, inzonderheid op artikel 9;
Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 25 Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 25
februari 1999 ter bescherming van de personeelsleden tegen seksuele februari 1999 ter bescherming van de personeelsleden tegen seksuele
intimidatie op het werk bij het ministerie, evenals in sommige intimidatie op het werk bij het ministerie, evenals in sommige
instellingen van openbaar nut; instellingen van openbaar nut;
Gelet op het advies van het Bureau van de Economische en Sociale Raad Gelet op het advies van het Bureau van de Economische en Sociale Raad
voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, van 4 juli 2005; voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, van 4 juli 2005;
Gelet op het advies van de raad van bestuur van de Brusselse Gelet op het advies van de raad van bestuur van de Brusselse
Huisvestingsmaatschappij van 5 juli 2005; Huisvestingsmaatschappij van 5 juli 2005;
Gelet op het advies van de raad van bestuur van de Gewestelijke Gelet op het advies van de raad van bestuur van de Gewestelijke
Vennootschap van de Haven van Brussel van 6 september 2005; Vennootschap van de Haven van Brussel van 6 september 2005;
Gelet op het advies van het beheerscomité van de Brusselse Gelet op het advies van het beheerscomité van de Brusselse
Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling van 10 november 2005; Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling van 10 november 2005;
Gelet op het protocol nr. 2005/27 van 29. november 2005 van Gelet op het protocol nr. 2005/27 van 29. november 2005 van
Sectorcomité XV; Sectorcomité XV;
Gelet op het advies 39.873 /4 van de Raad van State, gegeven op 6 Gelet op het advies 39.873 /4 van de Raad van State, gegeven op 6
maart 2006, in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de maart 2006, in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de
gecoördineerde wetten op de Raad van State; gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van de Minister belast met Openbaar Ambt, Op de voordracht van de Minister belast met Openbaar Ambt,
Besluit : Besluit :

Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden :

Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden :

- van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; - van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
- van het Centrum voor Informatica van het Brussels Hoofdstedelijk - van het Centrum voor Informatica van het Brussels Hoofdstedelijk
Gewest; Gewest;
- van het Gewestelijk Herfinancieringsfonds van de gemeentelijke - van het Gewestelijk Herfinancieringsfonds van de gemeentelijke
thesaurieën; thesaurieën;
- van het Brussels Instituut voor Milieubeheer; - van het Brussels Instituut voor Milieubeheer;
- van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende - van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende
Medische Hulp; Medische Hulp;
- van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid; - van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid;
- van het Instituut ter Bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek - van het Instituut ter Bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek
en de Innovatie van Brussel, en de Innovatie van Brussel,
- van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij; - van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij;
- van de Brusselse Dienst voor Arbeidsbemiddeling; - van de Brusselse Dienst voor Arbeidsbemiddeling;
- van de Gewestelijke Vennootschap van de Haven van Brussel; - van de Gewestelijke Vennootschap van de Haven van Brussel;
- van de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk - van de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk
Gewest. Gewest.

Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit, dient te worden verstaan

Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit, dient te worden verstaan

onder leidende ambtenaar : de ambtena(a)r(en) belast met de hoge onder leidende ambtenaar : de ambtena(a)r(en) belast met de hoge
leiding van het ministerie of de openbare instellingen van het leiding van het ministerie of de openbare instellingen van het
Brussels Hoofdstedelijk Gewest, bedoeld in artikel 1 van dit besluit. Brussels Hoofdstedelijk Gewest, bedoeld in artikel 1 van dit besluit.

Art. 3.Een of meerdere vertrouwenspersonen van elke taalrol kunnen

Art. 3.Een of meerdere vertrouwenspersonen van elke taalrol kunnen

aangesteld worden binnen het ministerie en elke openbare instelling aangesteld worden binnen het ministerie en elke openbare instelling
bedoeld in artikel 1. bedoeld in artikel 1.
Een tweetalig ambtenaar kan evenwel worden aangewezen als Een tweetalig ambtenaar kan evenwel worden aangewezen als
vertrouwenspersoon. Hij moet voldoende kennis van de taal van de vertrouwenspersoon. Hij moet voldoende kennis van de taal van de
andere taalrol als de zijne bezitten ofwel omdat hij een ambtenaar van andere taalrol als de zijne bezitten ofwel omdat hij een ambtenaar van
het tweetalig kader is, die krachtens artikel 43, § 3, derde lid van het tweetalig kader is, die krachtens artikel 43, § 3, derde lid van
de gecoördineerde wetten van 18. juli 1966 op het gebruik van de talen de gecoördineerde wetten van 18. juli 1966 op het gebruik van de talen
in bestuurszaken het bewijs heeft geleverd de tweede taal voldoende te in bestuurszaken het bewijs heeft geleverd de tweede taal voldoende te
beheersen, ofwel omdat hij in het bezit is van een getuigschrift beheersen, ofwel omdat hij in het bezit is van een getuigschrift
waaruit de voldoende kennis van de andere taal blijkt dat uitgereikt waaruit de voldoende kennis van de andere taal blijkt dat uitgereikt
is op grond van de artikelen 7, 11 en 12 van het koninklijk besluit is op grond van de artikelen 7, 11 en 12 van het koninklijk besluit
van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het
uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij
artikel 53. van dezelfde wetten. artikel 53. van dezelfde wetten.

Art. 4.De vertrouwenspersonen worden aangesteld door de leidende

Art. 4.De vertrouwenspersonen worden aangesteld door de leidende

ambtenaar, naar aanleiding van een oproep tot de kandidaten en volgens ambtenaar, naar aanleiding van een oproep tot de kandidaten en volgens
de modaliteiten bepaald bij artikel 32sexies van voormelde wet van 4 de modaliteiten bepaald bij artikel 32sexies van voormelde wet van 4
augustus 1996. augustus 1996.

Art. 5.Het mandaat van de vertrouwenspersonen duurt drie jaar en is

Art. 5.Het mandaat van de vertrouwenspersonen duurt drie jaar en is

hernieuwbaar. hernieuwbaar.
Het mandaat wordt hernieuwd door de leidende ambtenaar, met akkoord Het mandaat wordt hernieuwd door de leidende ambtenaar, met akkoord
van de vertrouwenspersoon en van het basisoverlegcomité. van de vertrouwenspersoon en van het basisoverlegcomité.

Art. 6.De vertrouwenspersonen worden verplicht een vorming te volgen

Art. 6.De vertrouwenspersonen worden verplicht een vorming te volgen

die aangepast is aan hun opdrachten. die aangepast is aan hun opdrachten.
Voor de uitoefening van hun opdrachten hangen de vertrouwenspersonen Voor de uitoefening van hun opdrachten hangen de vertrouwenspersonen
rechtstreeks van de leidende ambtenaar af. rechtstreeks van de leidende ambtenaar af.
De leidende ambtenaar ziet erop toe dat de vertrouwenspersonen over de De leidende ambtenaar ziet erop toe dat de vertrouwenspersonen over de
nodige tijd en middelen beschikken voor de uitoefening van hun nodige tijd en middelen beschikken voor de uitoefening van hun
opdracht. opdracht.

Art. 7.De vertrouwenspersonen zijn tot geheimhouding verplicht bij de

Art. 7.De vertrouwenspersonen zijn tot geheimhouding verplicht bij de

uitoefening van hun opdrachten. uitoefening van hun opdrachten.

Art. 8.De vertrouwenspersonen kunnen op elke moment een einde stellen

Art. 8.De vertrouwenspersonen kunnen op elke moment een einde stellen

aan hun mandaat. aan hun mandaat.
Indien een einde wordt gemaakt aan het mandaat van een Indien een einde wordt gemaakt aan het mandaat van een
vertrouwenspersoon, wordt een nieuwe vertrouwenspersoon aangesteld vertrouwenspersoon, wordt een nieuwe vertrouwenspersoon aangesteld
overeenkomstig artikel 4 van dit besluit. Deze laatste maakt het overeenkomstig artikel 4 van dit besluit. Deze laatste maakt het
lopende mandaat af. lopende mandaat af.

Art. 9.Het mandaat van vertrouwenspersoon mag geen nadeel inhouden

Art. 9.Het mandaat van vertrouwenspersoon mag geen nadeel inhouden

noch enig voordeel opleveren voor de houder. noch enig voordeel opleveren voor de houder.

Art. 10.De bescherming van de aanklager, en de getuigen bedoeld in

Art. 10.De bescherming van de aanklager, en de getuigen bedoeld in

artikel 32tredecies van voormelde wet van 4 augustus 1996, wordt hen artikel 32tredecies van voormelde wet van 4 augustus 1996, wordt hen
verzekerd vanaf het neerleggen van de gemotiveerde klacht. verzekerd vanaf het neerleggen van de gemotiveerde klacht.

Art. 11.Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 25

Art. 11.Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 25

februari 1999 ter bescherming van de personeelsleden tegen seksuele februari 1999 ter bescherming van de personeelsleden tegen seksuele
intimidatie op het werk bij het ministerie, evenals in sommige intimidatie op het werk bij het ministerie, evenals in sommige
instellingen van openbaar nut wordt opgeheven. instellingen van openbaar nut wordt opgeheven.
Niettemin blijven de krachtens voormeld besluit van de Brusselse Niettemin blijven de krachtens voormeld besluit van de Brusselse
Hoofdstedelijke Regering van 25 februari 1999 aangestelde Hoofdstedelijke Regering van 25 februari 1999 aangestelde
vertrouwenspersonen in functie tot aan de aanstelling van de vertrouwenspersonen in functie tot aan de aanstelling van de
vertrouwenspersonen bepaald in dit besluit. In dat geval worden hun vertrouwenspersonen bepaald in dit besluit. In dat geval worden hun
bevoegdheden, middels de aangepaste vorming bedoeld in artikel 6, bevoegdheden, middels de aangepaste vorming bedoeld in artikel 6,
eerste lid van dit besluit, uitgebreid tot de specifieke bepalingen eerste lid van dit besluit, uitgebreid tot de specifieke bepalingen
betreffende geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het betreffende geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het
werk, overeenkomstig hoofdstuk Vbis met de artikelen 32ter tot werk, overeenkomstig hoofdstuk Vbis met de artikelen 32ter tot
32tredecies van voormelde wet van 4 augustus 1996. 32tredecies van voormelde wet van 4 augustus 1996.

Art. 12.De Minister bevoegd voor Ambtenarenzaken wordt belast met de

Art. 12.De Minister bevoegd voor Ambtenarenzaken wordt belast met de

uitvoering van dit besluit. uitvoering van dit besluit.
Brussel, 27 april 2006. Brussel, 27 april 2006.
De Minister-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, De Minister-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en
Landschappen, Stadsvernieuwing, Huisvesting, Openbare Netheid en Landschappen, Stadsvernieuwing, Huisvesting, Openbare Netheid en
Ontwikkelingssamenwerking, Ontwikkelingssamenwerking,
Ch. PICQUE Ch. PICQUE
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
belast met Financiën, Begroting, Openbaar Ambt en Externe belast met Financiën, Begroting, Openbaar Ambt en Externe
Betrekkingen, Betrekkingen,
G. VANHENGEL G. VANHENGEL
^