Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot bepaling van de modaliteiten voor de toepassing van de artikelen 9, 20, 37 en 51 van het decreet van 20 juli 2000 tot bepaling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van jeugdhuizen, van ontmoetings- en huisvestingscentra, van informatiecentra voor jongeren en van hun federaties | Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot bepaling van de modaliteiten voor de toepassing van de artikelen 9, 20, 37 en 51 van het decreet van 20 juli 2000 tot bepaling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van jeugdhuizen, van ontmoetings- en huisvestingscentra, van informatiecentra voor jongeren en van hun federaties |
---|---|
MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP |
20 DECEMBER 2001. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap | 20 DECEMBER 2001. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap |
tot bepaling van de modaliteiten voor de toepassing van de artikelen | tot bepaling van de modaliteiten voor de toepassing van de artikelen |
9, 20, 37 en 51 van het decreet van 20 juli 2000 tot bepaling van de | 9, 20, 37 en 51 van het decreet van 20 juli 2000 tot bepaling van de |
voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van jeugdhuizen, van | voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van jeugdhuizen, van |
ontmoetings- en huisvestingscentra, van informatiecentra voor jongeren | ontmoetings- en huisvestingscentra, van informatiecentra voor jongeren |
en van hun federaties | en van hun federaties |
De Regering van de Franse Gemeenschap, | De Regering van de Franse Gemeenschap, |
Gelet op het decreet van 20 juli 2000 tot bepaling van de voorwaarden | Gelet op het decreet van 20 juli 2000 tot bepaling van de voorwaarden |
voor de erkenning en de subsidiëring van jeugdhuizen, van ontmoetings- | voor de erkenning en de subsidiëring van jeugdhuizen, van ontmoetings- |
en huisvestingscentra, van informatiecentra voor jongeren en van hun | en huisvestingscentra, van informatiecentra voor jongeren en van hun |
federaties, inzonderheid op de artikelen 9, 20, 37 en 51; | federaties, inzonderheid op de artikelen 9, 20, 37 en 51; |
Gelet op het advies van de Adviescommissie voor de Jeugdcentra, | Gelet op het advies van de Adviescommissie voor de Jeugdcentra, |
gegeven op 7 november 2000; | gegeven op 7 november 2000; |
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 13 | Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 13 |
november 2000, | november 2000, |
Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 16 | Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 16 |
november 2000; | november 2000; |
Gelet op de beraadslaging van de Regering van de Franse Gemeenschap | Gelet op de beraadslaging van de Regering van de Franse Gemeenschap |
over de aanvraag om advies te geven door de Raad van State binnen een | over de aanvraag om advies te geven door de Raad van State binnen een |
termijn van hoogstens een maand; | termijn van hoogstens een maand; |
Gelet op het advies van de Raad van State 30.931/4, gegeven bij | Gelet op het advies van de Raad van State 30.931/4, gegeven bij |
toepassing van artikel 84, lid 1, 1°, van de gecoördineerde wetten op | toepassing van artikel 84, lid 1, 1°, van de gecoördineerde wetten op |
de Raad van State; | de Raad van State; |
Op de voordracht van de Minister van Jeugdzaken, Cultuur, Begroting, | Op de voordracht van de Minister van Jeugdzaken, Cultuur, Begroting, |
Ambtenarenzaken en Sport; | Ambtenarenzaken en Sport; |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK I. - De procedures voor de erkenning van verenigingen, de | HOOFDSTUK I. - De procedures voor de erkenning van verenigingen, de |
erkenning van hun actieplans, de erkenning van deze in het kader van | erkenning van hun actieplans, de erkenning van deze in het kader van |
bijzondere regelingen (socio-cultureel beleid voor gelijke kansen, | bijzondere regelingen (socio-cultureel beleid voor gelijke kansen, |
partnerschap en decentralisatie), hierna bijzondere regelingen | partnerschap en decentralisatie), hierna bijzondere regelingen |
genoemd, respectievelijk bedoeld in de artikelen 16, 17 en 18 van het | genoemd, respectievelijk bedoeld in de artikelen 16, 17 en 18 van het |
decreet van 20 juli 2000 tot bepaling van de voorwaarden voor de | decreet van 20 juli 2000 tot bepaling van de voorwaarden voor de |
erkenning en de subsidiëring van jeugdhuizen, van ontmoetings- en | erkenning en de subsidiëring van jeugdhuizen, van ontmoetings- en |
huisvestingscentra, van informatiecentra voor jongeren en van hun | huisvestingscentra, van informatiecentra voor jongeren en van hun |
federaties, hierna het decreet genoemd, de vernieuwing van deze | federaties, hierna het decreet genoemd, de vernieuwing van deze |
erkenningen en de kwalificatie van de coördinerende animators | erkenningen en de kwalificatie van de coördinerende animators |
Afdeling I. - De procedure betreffende de aanvragen om erkenning van | Afdeling I. - De procedure betreffende de aanvragen om erkenning van |
een vereniging, | een vereniging, |
om erkenning van een actieplan en om erkenning ervan in het kader van | om erkenning van een actieplan en om erkenning ervan in het kader van |
de bijzondere regelingen | de bijzondere regelingen |
Artikel 1.De vereniging dient de aanvraag in bij de Jeugddienst van |
Artikel 1.De vereniging dient de aanvraag in bij de Jeugddienst van |
de Algemene Directie voor Cultuur van het Ministerie van de Franse | de Algemene Directie voor Cultuur van het Ministerie van de Franse |
Gemeenschap, hierna de Jeugddienst genoemd, volgens de bepalingen die | Gemeenschap, hierna de Jeugddienst genoemd, volgens de bepalingen die |
hij haar meedeelt en voegt er alle nodige documenten aan die de | hij haar meedeelt en voegt er alle nodige documenten aan die de |
aanvraag staven. | aanvraag staven. |
Art. 2.De vereniging gebruikt daartoe de modelformulieren die haar |
Art. 2.De vereniging gebruikt daartoe de modelformulieren die haar |
gratis door de Jeugddienst worden verschaft, die deze opstelt en voor | gratis door de Jeugddienst worden verschaft, die deze opstelt en voor |
advies aan de Adviescommissie voor Jeugdhuizen en- centra voorlegt, | advies aan de Adviescommissie voor Jeugdhuizen en- centra voorlegt, |
hierna de Commissie genoemd. | hierna de Commissie genoemd. |
Art. 3.De vereniging vraagt haar erkenning aan als jeugdhuis of |
Art. 3.De vereniging vraagt haar erkenning aan als jeugdhuis of |
ontmoetings- en huisvestingscentrum of informatiecentrum voor jongeren | ontmoetings- en huisvestingscentrum of informatiecentrum voor jongeren |
of federatie. | of federatie. |
Art. 4.De vereniging die de erkenning van haar actieplan aanvraagt, |
Art. 4.De vereniging die de erkenning van haar actieplan aanvraagt, |
voegt het bij de aanvraag bij. Zij bepaalt : | voegt het bij de aanvraag bij. Zij bepaalt : |
1° het niveau onder de drie erkenningsniveaus voor het actieplan | 1° het niveau onder de drie erkenningsniveaus voor het actieplan |
bepaald bij de artikelen 10, 11 of 14 van het decreet, hierna het | bepaald bij de artikelen 10, 11 of 14 van het decreet, hierna het |
erkenningsniveau genoemd, waarop zij denkt recht te hebben; | erkenningsniveau genoemd, waarop zij denkt recht te hebben; |
2° de bijzondere regeling die zij eventueel wenst te genieten. | 2° de bijzondere regeling die zij eventueel wenst te genieten. |
Art. 5.Na de ontvangst van een aanvraag, verzoekt de Jeugddienst bij |
Art. 5.Na de ontvangst van een aanvraag, verzoekt de Jeugddienst bij |
de vereniging om de ontbrekende informatie opdat het dossier volledig | de vereniging om de ontbrekende informatie opdat het dossier volledig |
zou zijn. | zou zijn. |
De aanvraag wordt in acht genomen op de datum waarop de Jeugddienst | De aanvraag wordt in acht genomen op de datum waarop de Jeugddienst |
beschikt over het volledige dossier. | beschikt over het volledige dossier. |
De Jeugddienst meldt dan zonder verwijl uitdrukkelijk ontvangst van de | De Jeugddienst meldt dan zonder verwijl uitdrukkelijk ontvangst van de |
aanvraag en informeert de vereniging over de datum van de inachtneming | aanvraag en informeert de vereniging over de datum van de inachtneming |
van deze. | van deze. |
Totdat de beslissing is genomen, is de vereniging ertoe gehouden de | Totdat de beslissing is genomen, is de vereniging ertoe gehouden de |
Jeugddienst op de hoogte te houden van elke wijziging van het | Jeugddienst op de hoogte te houden van elke wijziging van het |
ingediende dossier, die deze aan de Algemene Inspectiedienst van de | ingediende dossier, die deze aan de Algemene Inspectiedienst van de |
Algemene Directie Cultuur van het Ministerie van de Franse | Algemene Directie Cultuur van het Ministerie van de Franse |
Gemeenschap, hierna de Inspectie genoemd, en aan de Commissie | Gemeenschap, hierna de Inspectie genoemd, en aan de Commissie |
meedeelt. | meedeelt. |
Art. 6.Slechts de aanvragen voor 1 september van een kalenderjaar |
Art. 6.Slechts de aanvragen voor 1 september van een kalenderjaar |
worden behandeld, komen in aanmerking voor een beslissing in de loop | worden behandeld, komen in aanmerking voor een beslissing in de loop |
van dat jaar. Ten laatste op deze datum zendt de Jeugddienst deze | van dat jaar. Ten laatste op deze datum zendt de Jeugddienst deze |
aanvragen voor advies aan de Inspectie en aan de Commissie over. | aanvragen voor advies aan de Inspectie en aan de Commissie over. |
Art. 7.Zodra een aanvraag ontvangen wordt, wordt deze door de |
Art. 7.Zodra een aanvraag ontvangen wordt, wordt deze door de |
Commissie behandeld volgens de procedure die ze in haar huidhoudelijk | Commissie behandeld volgens de procedure die ze in haar huidhoudelijk |
reglement bepaalt. | reglement bepaalt. |
Zij stelt een stemgerechtigd lid aan dat belast is met het | Zij stelt een stemgerechtigd lid aan dat belast is met het |
voorbereiden van het advies van de Commissie. | voorbereiden van het advies van de Commissie. |
Het aangestelde lid is ertoe gehouden de verantwoordelijken van de | Het aangestelde lid is ertoe gehouden de verantwoordelijken van de |
vereniging te ontmoeten en te horen op de zetel van deze. | vereniging te ontmoeten en te horen op de zetel van deze. |
Art. 8.Zodra een aanvraag voor advies aan de Inspectie en de |
Art. 8.Zodra een aanvraag voor advies aan de Inspectie en de |
Commissie wordt overgezonden, informeren ze elk afzonderlijk de | Commissie wordt overgezonden, informeren ze elk afzonderlijk de |
Jeugddienst en de vereniging over de naam van de persoon die ermee | Jeugddienst en de vereniging over de naam van de persoon die ermee |
belast wordt het advies voor te bereiden. | belast wordt het advies voor te bereiden. |
Algemeen en permanent : | Algemeen en permanent : |
1° informeert de Jeugddienst de Inspectie en de Commissie over elk | 1° informeert de Jeugddienst de Inspectie en de Commissie over elk |
element met het oog op het voorbereiden van hun advies; | element met het oog op het voorbereiden van hun advies; |
2° voert de Inspectie haar opdracht uit, waarbij zij het lid van de | 2° voert de Inspectie haar opdracht uit, waarbij zij het lid van de |
Commissie belast met het voorbereiden van het advies, informeert. | Commissie belast met het voorbereiden van het advies, informeert. |
Art. 9.De Inspectie deelt haar advies mee aan de Jeugddienst, die een |
Art. 9.De Inspectie deelt haar advies mee aan de Jeugddienst, die een |
kopie aan de Commissie ten laatste vijf werkdagen voorafgaand aan 1 | kopie aan de Commissie ten laatste vijf werkdagen voorafgaand aan 1 |
oktober overzendt. | oktober overzendt. |
Art. 10.Na ontvangst van elk advies van de Inspectie en ten laatste |
Art. 10.Na ontvangst van elk advies van de Inspectie en ten laatste |
op 1 oktober, deelt de Jeugddienst aan de Commissie een voorstel mee | op 1 oktober, deelt de Jeugddienst aan de Commissie een voorstel mee |
van beslissing betreffende de aanvragen die voor 1 september behandeld | van beslissing betreffende de aanvragen die voor 1 september behandeld |
zijn. | zijn. |
Ten laatste op 1 oktober, deelt de Jeugddienst aan de Commissie een | Ten laatste op 1 oktober, deelt de Jeugddienst aan de Commissie een |
nota mee die de budgettaire gevolgen van de verschillende behandelde | nota mee die de budgettaire gevolgen van de verschillende behandelde |
aanvragen evalueert. | aanvragen evalueert. |
Art. 11.De Commissie is ertoe gehouden haar adviezen te formuleren en |
Art. 11.De Commissie is ertoe gehouden haar adviezen te formuleren en |
die aan de Jeugddienst mee te delen ten laatste vijf werkdagen voor de | die aan de Jeugddienst mee te delen ten laatste vijf werkdagen voor de |
datum waarop hij zijn voorstel van beslissing aan het Regeringslid tot | datum waarop hij zijn voorstel van beslissing aan het Regeringslid tot |
wiens bevoegdheid de Jeugdzaken behoren, hierna de Minister genoemd, | wiens bevoegdheid de Jeugdzaken behoren, hierna de Minister genoemd, |
moet overzenden. | moet overzenden. |
Wordt de termijn binnen welke de Commissie haar adviezen moet | Wordt de termijn binnen welke de Commissie haar adviezen moet |
formuleren en meedelen niet nageleefd, dan worden die geacht in | formuleren en meedelen niet nageleefd, dan worden die geacht in |
overeenstemming te zijn met de voorstellen van de Jeugddienst. | overeenstemming te zijn met de voorstellen van de Jeugddienst. |
Art. 12.Op 30 november ten laatste, deelt de Jeugddienst voorstellen |
Art. 12.Op 30 november ten laatste, deelt de Jeugddienst voorstellen |
van beslissingen aan de Minister mee betreffende de behandelde | van beslissingen aan de Minister mee betreffende de behandelde |
aanvragen, samen met adviezen van de Inspectie en de Commissie. | aanvragen, samen met adviezen van de Inspectie en de Commissie. |
Art. 13.De beslissing wordt ten laatste op 31 december door de |
Art. 13.De beslissing wordt ten laatste op 31 december door de |
Minister genomen en aan de vereniging door de Jeugddienst meegedeeld. | Minister genomen en aan de vereniging door de Jeugddienst meegedeeld. |
Art. 14.De beslissingen hebben uitwerking met ingang van 1 januari |
Art. 14.De beslissingen hebben uitwerking met ingang van 1 januari |
volgend op de datum van mededeling. | volgend op de datum van mededeling. |
De Minister kan een andere datum vaststellen op de voordracht van de | De Minister kan een andere datum vaststellen op de voordracht van de |
Commissie. | Commissie. |
Afdeling 2. - De procedure voor de vernieuwing van de erkenning van de | Afdeling 2. - De procedure voor de vernieuwing van de erkenning van de |
actieplannen | actieplannen |
en van de erkenning van deze in het kader van bijzondere regelingen | en van de erkenning van deze in het kader van bijzondere regelingen |
Art. 15.De artikelen 1 tot 5, 7, leden 1 en 2 en 8 tot 14 zijn van |
Art. 15.De artikelen 1 tot 5, 7, leden 1 en 2 en 8 tot 14 zijn van |
toepassing op de procedures bepaald in deze afdeling. | toepassing op de procedures bepaald in deze afdeling. |
Art. 16.De verenigingen moeten de aanvragen indienen tussen 1 en 15 |
Art. 16.De verenigingen moeten de aanvragen indienen tussen 1 en 15 |
april. | april. |
Slechts de aanvragen die voor 30 april van een kalenderjaar worden | Slechts de aanvragen die voor 30 april van een kalenderjaar worden |
behandeld, komen in aanmerking voor en beslissing in de loop van dat | behandeld, komen in aanmerking voor en beslissing in de loop van dat |
jaar. Ten laatste op deze datum zendt de Jeugddienst een kopie aan de | jaar. Ten laatste op deze datum zendt de Jeugddienst een kopie aan de |
Inspectie en de Commissie over. | Inspectie en de Commissie over. |
Art. 17.Buiten de elementen bedoeld in artikel 4, bevat de aanvraag |
Art. 17.Buiten de elementen bedoeld in artikel 4, bevat de aanvraag |
om vernieuwing van erkenning een evaluatie van het vervallen actieplan | om vernieuwing van erkenning een evaluatie van het vervallen actieplan |
en als de aanvraag over de vernieuwing van de erkenning gaat binnen | en als de aanvraag over de vernieuwing van de erkenning gaat binnen |
het kader van een bijzondere regeling, een evaluatie van de actie die | het kader van een bijzondere regeling, een evaluatie van de actie die |
ze ontwikkeld heeft binnen dat kader. | ze ontwikkeld heeft binnen dat kader. |
Afdeling 3. - De procedure betreffende de kwalificatie van de | Afdeling 3. - De procedure betreffende de kwalificatie van de |
coördinerende animators | coördinerende animators |
Art. 18.De artikelen 1, 2, 5, 7, leden 1 en 2, zijn van toepassing op |
Art. 18.De artikelen 1, 2, 5, 7, leden 1 en 2, zijn van toepassing op |
de procedures bepaald bij deze afdeling. | de procedures bepaald bij deze afdeling. |
Art. 19.De vereniging die de kwalificatie van haar coördinerende |
Art. 19.De vereniging die de kwalificatie van haar coördinerende |
animator aanvraagt, bepaalt er het aangevraagde kwalificatietype van | animator aanvraagt, bepaalt er het aangevraagde kwalificatietype van |
overeenkomstig artikel 37 van het decreet. De Jeugddienst deelt het | overeenkomstig artikel 37 van het decreet. De Jeugddienst deelt het |
volledige dossier voor advies aan de Inspectie mee. | volledige dossier voor advies aan de Inspectie mee. |
Art. 20.De Subcommissie neemt beslissingen binnen de zes maanden |
Art. 20.De Subcommissie neemt beslissingen binnen de zes maanden |
volgend op de behandeling van de aanvragen en ten laatste op 30 | volgend op de behandeling van de aanvragen en ten laatste op 30 |
november voor de aanvragen die behandeld zijn vóór 1 september van | november voor de aanvragen die behandeld zijn vóór 1 september van |
datzelfde jaar. | datzelfde jaar. |
HOOFDSTUK 2. - De procedures voor de erkenning van de verenigingen, de | HOOFDSTUK 2. - De procedures voor de erkenning van de verenigingen, de |
erkenning van hun actieplannen | erkenning van hun actieplannen |
en de erkenning van deze in het kader van de bijzondere regelingen, | en de erkenning van deze in het kader van de bijzondere regelingen, |
uitgevoerd in 2001 | uitgevoerd in 2001 |
Afdeling 1. - De procedures betreffende de Jeugdhuizen, de | Afdeling 1. - De procedures betreffende de Jeugdhuizen, de |
ontmoetings- | ontmoetings- |
en huisvestingscentra en de informatiecentra voor jongeren | en huisvestingscentra en de informatiecentra voor jongeren |
Art. 21.De artikelen 1 tot 5, 7, leden 1 en 2, en 8 tot 14 zijn van |
Art. 21.De artikelen 1 tot 5, 7, leden 1 en 2, en 8 tot 14 zijn van |
toepassing op de procedures bepaald in deze afdeling. | toepassing op de procedures bepaald in deze afdeling. |
Art. 22.De verenigingen moeten de volledige aanvragen tussen 1 april |
Art. 22.De verenigingen moeten de volledige aanvragen tussen 1 april |
en 31 mei indienen. | en 31 mei indienen. |
Slechts de aanvragen die voor 31 mei van een kalenderjaar behandeld | Slechts de aanvragen die voor 31 mei van een kalenderjaar behandeld |
zijn, komen in aanmerking voor een beslissing in de loop van dat jaar. | zijn, komen in aanmerking voor een beslissing in de loop van dat jaar. |
Ten laatste op deze datum zendt de Jeugddienst een kopie aan de | Ten laatste op deze datum zendt de Jeugddienst een kopie aan de |
Inspectie en de Commissie over. | Inspectie en de Commissie over. |
Afdeling 2. - De procedures betreffende de federaties | Afdeling 2. - De procedures betreffende de federaties |
Art. 23.De artikelen 1, 5, 7, leden 1 en 2, en 8 zijn van toepassing |
Art. 23.De artikelen 1, 5, 7, leden 1 en 2, en 8 zijn van toepassing |
op de procedures bedoeld in deze afdeling. | op de procedures bedoeld in deze afdeling. |
Art. 24.De verenigingen moeten de aanvragen ten laatste op 14 maart |
Art. 24.De verenigingen moeten de aanvragen ten laatste op 14 maart |
indienen. | indienen. |
Slechts de aanvragen die behandeld zijn voor 14 maart kunnen voor 31 | Slechts de aanvragen die behandeld zijn voor 14 maart kunnen voor 31 |
april in aanmerking komen voor een beslissing. | april in aanmerking komen voor een beslissing. |
Ten laatste op deze datum zendt de jeugddienst een kopie over aan de | Ten laatste op deze datum zendt de jeugddienst een kopie over aan de |
Inspectie en de Commissie. | Inspectie en de Commissie. |
Art. 25.De Inspectie deelt haar advies mee aan de Jeugddienst, die |
Art. 25.De Inspectie deelt haar advies mee aan de Jeugddienst, die |
een kopie aan de Commissie overzendt. | een kopie aan de Commissie overzendt. |
Art. 26.Ten laatste op 5 mei, deelt de Jeugddienst een voorstel van |
Art. 26.Ten laatste op 5 mei, deelt de Jeugddienst een voorstel van |
beslissing mee betreffende de behandelde aanvragen aan de Commissie. | beslissing mee betreffende de behandelde aanvragen aan de Commissie. |
Art. 27.De Commissie is ertoe gehouden haar adviezen te formuleren en |
Art. 27.De Commissie is ertoe gehouden haar adviezen te formuleren en |
die ten laatste op 5 mei aan de Jeugddienst mee te delen. | die ten laatste op 5 mei aan de Jeugddienst mee te delen. |
Art. 28.De Jeugddienst deelt aan de Minister zijn voorstellen van |
Art. 28.De Jeugddienst deelt aan de Minister zijn voorstellen van |
beslissingen mee samen met de adviezen van de Inspectie en de | beslissingen mee samen met de adviezen van de Inspectie en de |
Commissie. | Commissie. |
Art. 29.De Minister neemt zijn beslissingen, die aan de verenigingen |
Art. 29.De Minister neemt zijn beslissingen, die aan de verenigingen |
door de Jeugddienst worden meegedeeld, ten laatste op 15 juni. Deze | door de Jeugddienst worden meegedeeld, ten laatste op 15 juni. Deze |
beslissingen hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2001. | beslissingen hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2001. |
HOOFDSTUK 3. - De procedure betreffende de terugtrekking van de | HOOFDSTUK 3. - De procedure betreffende de terugtrekking van de |
erkenning, de wijziging van het niveau of de terugtrekking van de | erkenning, de wijziging van het niveau of de terugtrekking van de |
erkenning van een actieplan en terugtrekking van de erkenning ervan | erkenning van een actieplan en terugtrekking van de erkenning ervan |
binnen het kader van een bijzondere regeling gedurende hun toepassing | binnen het kader van een bijzondere regeling gedurende hun toepassing |
Art. 30.Wanneer de Jeugddienst na advies van de Inspectie een |
Art. 30.Wanneer de Jeugddienst na advies van de Inspectie een |
voorstel van terugtrekking van erkenning, van wijziging van het niveau | voorstel van terugtrekking van erkenning, van wijziging van het niveau |
of terugtrekking van de erkenning van een actieplan of van | of terugtrekking van de erkenning van een actieplan of van |
terugtrekking van de erkenning ervan binnen het kader van een | terugtrekking van de erkenning ervan binnen het kader van een |
bijzondere regeling gedurende hun toepassing formuleert, brengt zij de | bijzondere regeling gedurende hun toepassing formuleert, brengt zij de |
vereniging ervan op de hoogte per aangetekende brief en onderwerpt die | vereniging ervan op de hoogte per aangetekende brief en onderwerpt die |
samen met het advies van de Inspectie voor advies aan de Commissie. | samen met het advies van de Inspectie voor advies aan de Commissie. |
De artikelen 7 en 8 zijn van toepassing op de procedures bedoeld in | De artikelen 7 en 8 zijn van toepassing op de procedures bedoeld in |
deze afdeling. | deze afdeling. |
De Commissie is ertoe gehouden haar advies te formuleren en aan de | De Commissie is ertoe gehouden haar advies te formuleren en aan de |
Jeugddienst mee te delen binnen de drie maanden volgend op de | Jeugddienst mee te delen binnen de drie maanden volgend op de |
ontvangst van het voorstel van dat advies. | ontvangst van het voorstel van dat advies. |
Wordt die termijn niet nageleefd, dan wordt haar advies geacht in | Wordt die termijn niet nageleefd, dan wordt haar advies geacht in |
overeenstemming te zijn met het voorstel van de Jeugddienst. | overeenstemming te zijn met het voorstel van de Jeugddienst. |
De beslissingen hebben uitwerking met ingang van hun mededeling door | De beslissingen hebben uitwerking met ingang van hun mededeling door |
de Jeugddienst met uitzondering van deze die betrekking hebben op de | de Jeugddienst met uitzondering van deze die betrekking hebben op de |
opklimming in erkenningsniveaus van actieplan die uitwerking hebben | opklimming in erkenningsniveaus van actieplan die uitwerking hebben |
met ingang van 1 januari volgend op hun mededeling of een andere datum | met ingang van 1 januari volgend op hun mededeling of een andere datum |
die door de Minister kan worden vastgesteld op voordracht van de | die door de Minister kan worden vastgesteld op voordracht van de |
Commissie. | Commissie. |
HOOFDSTUK 4. - De procedure betreffende de opschorting van het recht | HOOFDSTUK 4. - De procedure betreffende de opschorting van het recht |
op de jaarlijkse gewone subsidie | op de jaarlijkse gewone subsidie |
Art. 31.Wanneer de Jeugddienst na advies van de Inspectie een |
Art. 31.Wanneer de Jeugddienst na advies van de Inspectie een |
voorstel doet tot opschorting van het recht op de jaarlijkse gewone | voorstel doet tot opschorting van het recht op de jaarlijkse gewone |
subsidie, stuurt hij aan de betrokken vereniging een aangetekende | subsidie, stuurt hij aan de betrokken vereniging een aangetekende |
brief op die haar informeert over het feit dat een procedure tot | brief op die haar informeert over het feit dat een procedure tot |
opschorting van haar recht op subsidie wordt aangevat tegen haar en | opschorting van haar recht op subsidie wordt aangevat tegen haar en |
die bepaalt welke erkenningscriteria zij niet meer naleeft. | die bepaalt welke erkenningscriteria zij niet meer naleeft. |
Deze brief bepaalt daarenboven de datum waarop de beslissing tot | Deze brief bepaalt daarenboven de datum waarop de beslissing tot |
opschorting uitwerking heeft. | opschorting uitwerking heeft. |
Hij informeert tegelijkertijd de Commissie erover. | Hij informeert tegelijkertijd de Commissie erover. |
De artikelen 7 tot 8 zijn van toepassing op de procedures bepaald in | De artikelen 7 tot 8 zijn van toepassing op de procedures bepaald in |
deze afdeling. | deze afdeling. |
Art. 32.Vanaf de datum waarop deze brief wordt opgestuurd, beschikt |
Art. 32.Vanaf de datum waarop deze brief wordt opgestuurd, beschikt |
de vereniging over veertien werkdagen om aan de Jeugddienst de | de vereniging over veertien werkdagen om aan de Jeugddienst de |
informatie die ze als nuttig acht mee te delen. | informatie die ze als nuttig acht mee te delen. |
Art. 33.Op het einde van deze termijn beschikt de Jeugddienst over |
Art. 33.Op het einde van deze termijn beschikt de Jeugddienst over |
zeven werkdagen om, in voorkomend geval, aan de Commissie een voorstel | zeven werkdagen om, in voorkomend geval, aan de Commissie een voorstel |
tot opschorting van het recht op de gewone subsidie over te zenden. | tot opschorting van het recht op de gewone subsidie over te zenden. |
Art. 34.Vanaf de ontvangst van het voorstel beschikt de Commissie |
Art. 34.Vanaf de ontvangst van het voorstel beschikt de Commissie |
over hoogstens drie maanden om haar advies te geven en die aan de | over hoogstens drie maanden om haar advies te geven en die aan de |
Jeugddienst mee te delen. | Jeugddienst mee te delen. |
Wordt die termijn niet nageleefd, dan wordt haar advies geacht in | Wordt die termijn niet nageleefd, dan wordt haar advies geacht in |
overeenstemming te zijn met het voorstel van de jeugddienst. | overeenstemming te zijn met het voorstel van de jeugddienst. |
Art. 35.De Jeugddienst deelt zijn voorstel aan de Minister mee. |
Art. 35.De Jeugddienst deelt zijn voorstel aan de Minister mee. |
Art. 36.De Minister neemt zijn beslissing door, in voorkomend geval, |
Art. 36.De Minister neemt zijn beslissing door, in voorkomend geval, |
de datum van het begin van de uitwerking en de duur van de opschorting | de datum van het begin van de uitwerking en de duur van de opschorting |
te bepalen en deelt die aan de Jeugddienst mee. | te bepalen en deelt die aan de Jeugddienst mee. |
Art. 37.Vanaf de ontvangst van de beslissing, beschikt de Jeugddienst |
Art. 37.Vanaf de ontvangst van de beslissing, beschikt de Jeugddienst |
over zeven werkdagen om die aan de vereniging mee te delen. | over zeven werkdagen om die aan de vereniging mee te delen. |
HOOFDSTUK 5. - De procedures voor beroep | HOOFDSTUK 5. - De procedures voor beroep |
Afdeling 1. - Het beroep tegen een beslissing betreffende een aanvraag | Afdeling 1. - Het beroep tegen een beslissing betreffende een aanvraag |
om erkenning, van een actieplan en erkenning ervan in het kader van | om erkenning, van een actieplan en erkenning ervan in het kader van |
een bijzondere regeling, een terugtrekking van een erkenning, | een bijzondere regeling, een terugtrekking van een erkenning, |
betreffende het niveau van erkenning van het actieplan, een | betreffende het niveau van erkenning van het actieplan, een |
terugtrekking van erkenning van een actieplan of een terugtrekking van | terugtrekking van erkenning van een actieplan of een terugtrekking van |
erkenning ervan in het kader van een bijzondere regeling gedurende hun | erkenning ervan in het kader van een bijzondere regeling gedurende hun |
toepassing | toepassing |
Art. 38.Vanaf de ontvangst van de mededeling van de beslissing |
Art. 38.Vanaf de ontvangst van de mededeling van de beslissing |
beschikt de vereniging over veertien werkdagen om tegen de beslissing | beschikt de vereniging over veertien werkdagen om tegen de beslissing |
beroep aan te tekenen per aangetekende brief geadresseerd aan de | beroep aan te tekenen per aangetekende brief geadresseerd aan de |
Jeugddienst. | Jeugddienst. |
Art. 39.Zodra het beroep wordt ontvangen, zorgt de Jeugddienst ervoor |
Art. 39.Zodra het beroep wordt ontvangen, zorgt de Jeugddienst ervoor |
: | : |
dat een kopie aan de Inspectie en de Commissie wordt opgestuurd die | dat een kopie aan de Inspectie en de Commissie wordt opgestuurd die |
elk haar lid aanstelt dat belast is met het onderzoeken van het | elk haar lid aanstelt dat belast is met het onderzoeken van het |
beroep; | beroep; |
dat een ontvangstbewijs aan de vereniging wordt opgestuurd dat haar | dat een ontvangstbewijs aan de vereniging wordt opgestuurd dat haar |
informeert over de datum van behandeling van haar beroep. | informeert over de datum van behandeling van haar beroep. |
Art. 40.Het lid van de Inspectie of de Commissie dat hun adviezen |
Art. 40.Het lid van de Inspectie of de Commissie dat hun adviezen |
moet voorbereiden betreffende een beroep mag niet het lid zijn dat de | moet voorbereiden betreffende een beroep mag niet het lid zijn dat de |
aanvraag in eerste instantie heeft onderzocht. | aanvraag in eerste instantie heeft onderzocht. |
Art. 41.Vanaf de ontvangst van het beroep beschikt de Inspectie over |
Art. 41.Vanaf de ontvangst van het beroep beschikt de Inspectie over |
veertien werkdagen om haar advies aan de Jeugddienst mee te delen. | veertien werkdagen om haar advies aan de Jeugddienst mee te delen. |
Art. 42.Vanaf de ontvangst van het advies van de Inspectie beschikt |
Art. 42.Vanaf de ontvangst van het advies van de Inspectie beschikt |
de Jeugddienst over tien werkdagen om een voorstel tot beslissing voor | de Jeugddienst over tien werkdagen om een voorstel tot beslissing voor |
advies aan de Commissie voor te leggen. | advies aan de Commissie voor te leggen. |
De Commissie : | De Commissie : |
1° brengt de vereniging op de hoogte van de datum waarop haar dossier | 1° brengt de vereniging op de hoogte van de datum waarop haar dossier |
behandeld wordt; | behandeld wordt; |
2° mag haar op eigen initiatief horen en moet haar horen als de | 2° mag haar op eigen initiatief horen en moet haar horen als de |
vereniging erom vraagt; | vereniging erom vraagt; |
3° mag de vereniging vragen om haar opmerkingen schriftelijk te | 3° mag de vereniging vragen om haar opmerkingen schriftelijk te |
formuleren. | formuleren. |
Zij is ertoe gehouden haar advies te formuleren en die aan de | Zij is ertoe gehouden haar advies te formuleren en die aan de |
Jeugddienst mee te delen binnen de twee maanden vanaf de datum van | Jeugddienst mee te delen binnen de twee maanden vanaf de datum van |
ontvangst van zijn voorstel. | ontvangst van zijn voorstel. |
Wordt deze termijn niet nageleefd, dan wordt hij geacht in | Wordt deze termijn niet nageleefd, dan wordt hij geacht in |
overeenstemming te zijn met dit voorstel. | overeenstemming te zijn met dit voorstel. |
Art. 43.Vanaf de ontvangst van het advies van de Commissie beschikt |
Art. 43.Vanaf de ontvangst van het advies van de Commissie beschikt |
de Jeugddienst over zeven werkdagen om aan de Minister zijn voorstel | de Jeugddienst over zeven werkdagen om aan de Minister zijn voorstel |
voor beslissing voor te leggen samen met de adviezen van de Inspectie | voor beslissing voor te leggen samen met de adviezen van de Inspectie |
en de Commissie. | en de Commissie. |
De Jeugddienst informeert tegelijkertijd de vereniging over de datum | De Jeugddienst informeert tegelijkertijd de vereniging over de datum |
en de inhoud van het aan de Minister voorgelegde voorstel. | en de inhoud van het aan de Minister voorgelegde voorstel. |
Vanaf de ontvangst van het voorstel beschikt de Minister over tien | Vanaf de ontvangst van het voorstel beschikt de Minister over tien |
werkdagen om zijn beslissing te nemen en die aan de Jeugddienst mee te | werkdagen om zijn beslissing te nemen en die aan de Jeugddienst mee te |
delen. | delen. |
Vanaf de ontvangst van de beslissing van de Minister beschikt de | Vanaf de ontvangst van de beslissing van de Minister beschikt de |
Jeugddienst over tien werkdagen om die aan de vereniging mee te delen. | Jeugddienst over tien werkdagen om die aan de vereniging mee te delen. |
Afdeling 2. - Het beroep betreffende een beslissing tot opschorting | Afdeling 2. - Het beroep betreffende een beslissing tot opschorting |
van het recht op de gewone subsidie | van het recht op de gewone subsidie |
Art. 44.De artikelen 38 tot 43 zijn van toepassing op de procedures |
Art. 44.De artikelen 38 tot 43 zijn van toepassing op de procedures |
in deze afdeling. | in deze afdeling. |
Art. 45.Een beslissing die een beslissing tot opschorting van het |
Art. 45.Een beslissing die een beslissing tot opschorting van het |
recht op de subsidie bevestigt, heeft uitwerking met ingang van de | recht op de subsidie bevestigt, heeft uitwerking met ingang van de |
datum waarop de Jeugddienst diezelfde beslissing heeft meegedeeld aan | datum waarop de Jeugddienst diezelfde beslissing heeft meegedeeld aan |
de vereniging in het kader van de oorspronkelijke procedure. | de vereniging in het kader van de oorspronkelijke procedure. |
Afdeling 3. - Het beroep betreffende een beslissing inzake de | Afdeling 3. - Het beroep betreffende een beslissing inzake de |
kwalificatie van de coördinerende animators | kwalificatie van de coördinerende animators |
Art. 46.Vanaf de ontvangst van de mededeling van de beslissing |
Art. 46.Vanaf de ontvangst van de mededeling van de beslissing |
beschikt de vereniging over veertien werkdagen om per aangetekende | beschikt de vereniging over veertien werkdagen om per aangetekende |
brief aan de Jeugddienst beroep aan te tekenen tegen de beslissing. | brief aan de Jeugddienst beroep aan te tekenen tegen de beslissing. |
De Jeugddienst deelt onmiddellijk het beroep aan de Commissie mee die | De Jeugddienst deelt onmiddellijk het beroep aan de Commissie mee die |
over veertien werkdagen beschikt om hem haar advies mee te delen | over veertien werkdagen beschikt om hem haar advies mee te delen |
alsmede aan de Subcommissie Kwalificatie. | alsmede aan de Subcommissie Kwalificatie. |
Art. 47.Vanaf de ontvangst van het advies van de Commissie beschikt |
Art. 47.Vanaf de ontvangst van het advies van de Commissie beschikt |
de Jeugddienst over vijf werkdagen om aan de Subcommissie Kwalificatie | de Jeugddienst over vijf werkdagen om aan de Subcommissie Kwalificatie |
een voorstel tot beslissing mee te delen die vanaf zijn ontvangst over | een voorstel tot beslissing mee te delen die vanaf zijn ontvangst over |
twee maanden beschikt om definitief een beslissing te nemen. | twee maanden beschikt om definitief een beslissing te nemen. |
Als ze erom vraagt, kan de vereniging gehoord worden door de | Als ze erom vraagt, kan de vereniging gehoord worden door de |
Commissie. | Commissie. |
De Jeugddienst deelt de beslissing aan de vereniging mee. | De Jeugddienst deelt de beslissing aan de vereniging mee. |
HOOFDSTUK 6. - Slotbepaling | HOOFDSTUK 6. - Slotbepaling |
Art. 48.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2001. |
Art. 48.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2001. |
Art. 49.De Minister van Jeugdzaken wordt belast met de uitvoering van |
Art. 49.De Minister van Jeugdzaken wordt belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Brussel, 20 december 2001. | Brussel, 20 december 2001. |
Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap : | Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap : |
De Minister van Jeugdzaken, | De Minister van Jeugdzaken, |
R. DEMOTTE | R. DEMOTTE |