Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot bepaling van de samenstelling en de werking van de Commissie voor het Getuigschrift van Pedagogische Bekwaamheid voor het Hoger Onderwijs (CAPAES) ("Certificat d'aptitude pédagogique approprié à l'enseignement supérieur") | Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot bepaling van de samenstelling en de werking van de Commissie voor het Getuigschrift van Pedagogische Bekwaamheid voor het Hoger Onderwijs (CAPAES) ("Certificat d'aptitude pédagogique approprié à l'enseignement supérieur") |
---|---|
MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP |
12 JULI 2017. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot | 12 JULI 2017. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot |
bepaling van de samenstelling en de werking van de Commissie voor het | bepaling van de samenstelling en de werking van de Commissie voor het |
Getuigschrift van Pedagogische Bekwaamheid voor het Hoger Onderwijs | Getuigschrift van Pedagogische Bekwaamheid voor het Hoger Onderwijs |
(GPBHO) (CAPAES) ("Certificat d'aptitude pédagogique approprié à | (GPBHO) (CAPAES) ("Certificat d'aptitude pédagogique approprié à |
l'enseignement supérieur") | l'enseignement supérieur") |
De Regering van de Franse Gemeenschap, | De Regering van de Franse Gemeenschap, |
Gelet op het decreet van 17 juli 2002 tot bepaling van het | Gelet op het decreet van 17 juli 2002 tot bepaling van het |
getuigschrift van pedagogische bekwaamheid voor het hoger onderwijs | getuigschrift van pedagogische bekwaamheid voor het hoger onderwijs |
(CAPAES - "Certificat d'aptitude pédagogique approprié à | (CAPAES - "Certificat d'aptitude pédagogique approprié à |
l'enseignement supérieur") in de hogescholen en in het hoger onderwijs | l'enseignement supérieur") in de hogescholen en in het hoger onderwijs |
voor sociale promotie en van de voorwaarden voor het verkrijgen ervan, | voor sociale promotie en van de voorwaarden voor het verkrijgen ervan, |
artikel 8, § 2 in fine, § 4 in fine, en § 5; | artikel 8, § 2 in fine, § 4 in fine, en § 5; |
Gelet op het besluit van 21 november 2002 tot bepaling van de | Gelet op het besluit van 21 november 2002 tot bepaling van de |
samenstelling en de werking van de GPBHO-Commissie genomen bij | samenstelling en de werking van de GPBHO-Commissie genomen bij |
toepassing van artikel 8 van het decreet van 17 juli 2002 tot bepaling | toepassing van artikel 8 van het decreet van 17 juli 2002 tot bepaling |
van het Getuigschrift van Pedagogische Bekwaamheid voor het Hoger | van het Getuigschrift van Pedagogische Bekwaamheid voor het Hoger |
Onderwijs (GPBHO) (CAPAES) ("Certificat d'aptitude pédagogique | Onderwijs (GPBHO) (CAPAES) ("Certificat d'aptitude pédagogique |
approprié à l'enseignement supérieur") in de Hogescholen en van de | approprié à l'enseignement supérieur") in de Hogescholen en van de |
voorwaarden voor het verkrijgen ervan, gewijzigd bij het decreet van | voorwaarden voor het verkrijgen ervan, gewijzigd bij het decreet van |
19 oktober 2007; | 19 oktober 2007; |
Op de voordracht van de Minister van Hoger Onderwijs en van de | Op de voordracht van de Minister van Hoger Onderwijs en van de |
Minister van Onderwijs voor Sociale promotie; | Minister van Onderwijs voor Sociale promotie; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder : |
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder : |
1° "Decreet" : het decreet van 17 juli 2002 tot bepaling van het | 1° "Decreet" : het decreet van 17 juli 2002 tot bepaling van het |
getuigschrift van pedagogische bekwaamheid voor het hoger onderwijs | getuigschrift van pedagogische bekwaamheid voor het hoger onderwijs |
(GPBHO-CAPAES - "Certificat d'aptitude pédagogique approprié à | (GPBHO-CAPAES - "Certificat d'aptitude pédagogique approprié à |
l'enseignement supérieur") in de hogescholen en in het hoger onderwijs | l'enseignement supérieur") in de hogescholen en in het hoger onderwijs |
voor sociale promotie en van de voorwaarden voor het verkrijgen ervan; | voor sociale promotie en van de voorwaarden voor het verkrijgen ervan; |
2° "Commissie" : de GPBHO-commissie, opgericht bij artikel 8 van het | 2° "Commissie" : de GPBHO-commissie, opgericht bij artikel 8 van het |
decreet; | decreet; |
3° "GPBHO-opleiding" : de GPBHO-opleiding bedoeld in artikel 4, tweede | 3° "GPBHO-opleiding" : de GPBHO-opleiding bedoeld in artikel 4, tweede |
en derde lid, in artikel 5, en in artikel 6 van het decreet; | en derde lid, in artikel 5, en in artikel 6 van het decreet; |
4° "Beroepsdossier" : het beroepsdossier bedoeld in artikel 4 van het | 4° "Beroepsdossier" : het beroepsdossier bedoeld in artikel 4 van het |
decreet; | decreet; |
5° "Kandidaat" : de kandidaat voor het GPBHO. | 5° "Kandidaat" : de kandidaat voor het GPBHO. |
Art. 2.De Commissie is samengesteld als volgt : |
Art. 2.De Commissie is samengesteld als volgt : |
1° een voorzitter : de directeur-generaal van de Algemene Directie | 1° een voorzitter : de directeur-generaal van de Algemene Directie |
Niet-Verplicht Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek of diens | Niet-Verplicht Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek of diens |
vertegenwoordiger, personeelslid van die directie dat minstens een | vertegenwoordiger, personeelslid van die directie dat minstens een |
rang 12 bekleedt; | rang 12 bekleedt; |
2° twee ondervoorzitters : de adjunct-directeur-generaal bevoegd voor | 2° twee ondervoorzitters : de adjunct-directeur-generaal bevoegd voor |
hoger onderwijs of diens vertegenwoordiger, personeelslid van die | hoger onderwijs of diens vertegenwoordiger, personeelslid van die |
directie dat minstens een rang 12 bekleedt, en de | directie dat minstens een rang 12 bekleedt, en de |
adjunct-directeur-generaal bevoegd voor het onderwijs voor sociale | adjunct-directeur-generaal bevoegd voor het onderwijs voor sociale |
promotie of diens vertegenwoordiger, personeelslid van de boven | promotie of diens vertegenwoordiger, personeelslid van de boven |
genoemd algemene directie dat minstens een rang 12 bekleedt; | genoemd algemene directie dat minstens een rang 12 bekleedt; |
3° de volgende leden : | 3° de volgende leden : |
zes werkende leden en hun plaatsvervangers, die de in artikel 8, § 2, | zes werkende leden en hun plaatsvervangers, die de in artikel 8, § 2, |
eerste lid, 2e streepje, van het decreet bedoelde onderwijsnetten | eerste lid, 2e streepje, van het decreet bedoelde onderwijsnetten |
vertegenwoordigen. | vertegenwoordigen. |
onder de zes werkende leden, vertegenwoordigen drie het hoger | onder de zes werkende leden, vertegenwoordigen drie het hoger |
onderwijs in hogescholen en drie andere het hoger onderwijs voor | onderwijs in hogescholen en drie andere het hoger onderwijs voor |
sociale promotie; | sociale promotie; |
onder de zes plaatsvervangende leden, vertegenwoordigen drie het hoger | onder de zes plaatsvervangende leden, vertegenwoordigen drie het hoger |
onderwijs in hogescholen en drie andere het hoger onderwijs voor | onderwijs in hogescholen en drie andere het hoger onderwijs voor |
sociale promotie. | sociale promotie. |
De werkende leden die het net van het vrij gesubsidieerd onderwijs | De werkende leden die het net van het vrij gesubsidieerd onderwijs |
vertegenwoordigen, behoren tot het confessioneel vrij onderwijs, | vertegenwoordigen, behoren tot het confessioneel vrij onderwijs, |
alsook hun plaatsvervangers. Die werkende leden hebben bovendien een | alsook hun plaatsvervangers. Die werkende leden hebben bovendien een |
tweede plaatsvervanger die tot het niet confessioneel vrij onderwijs | tweede plaatsvervanger die tot het niet confessioneel vrij onderwijs |
behoort. | behoort. |
Die tweede plaatsvervangers van het niet confessioneel vrij onderwijs | Die tweede plaatsvervangers van het niet confessioneel vrij onderwijs |
zijn aanwezig bij het onderzoek van het dossier van een kandidaat die | zijn aanwezig bij het onderzoek van het dossier van een kandidaat die |
lid is van het personeel van een hogeschool of van een instituut van | lid is van het personeel van een hogeschool of van een instituut van |
het niet confessioneel vrij onderwijs voor sociale promotie. | het niet confessioneel vrij onderwijs voor sociale promotie. |
Bij het onderzoek van het dossier van een kandidaat die lid is van het | Bij het onderzoek van het dossier van een kandidaat die lid is van het |
personeel van een hogeschool of van een instituut van het niet | personeel van een hogeschool of van een instituut van het niet |
confessioneel vrij onderwijs voor sociale promotie, worden de werkende | confessioneel vrij onderwijs voor sociale promotie, worden de werkende |
en plaatsvervangende leden die het net van het confessioneel vrij | en plaatsvervangende leden die het net van het confessioneel vrij |
onderwijs vertegenwoordigen, geacht verhinderd te zijn; | onderwijs vertegenwoordigen, geacht verhinderd te zijn; |
zes werkende leden en hun plaatsvervangers, die de in artikel 8, § 2, | zes werkende leden en hun plaatsvervangers, die de in artikel 8, § 2, |
eerste lid, 3e streepje, van het decreet bedoelde vakorganisaties | eerste lid, 3e streepje, van het decreet bedoelde vakorganisaties |
vertegenwoordigen. | vertegenwoordigen. |
Die werkende en plaatsvervangende leden worden door de Regering op de | Die werkende en plaatsvervangende leden worden door de Regering op de |
voordracht van hun respectieve vakorganisatie gekozen uit de in vast | voordracht van hun respectieve vakorganisatie gekozen uit de in vast |
verband benoemde of aangeworven personeelsleden. Die vakorganisaties | verband benoemde of aangeworven personeelsleden. Die vakorganisaties |
beschikken elk over minstens één mandaat van werkend lid en één | beschikken elk over minstens één mandaat van werkend lid en één |
mandaat van plaatsvervangend lid; | mandaat van plaatsvervangend lid; |
4° een vertegenwoordiger van de instelling of de inrichting voor de | 4° een vertegenwoordiger van de instelling of de inrichting voor de |
GPBHO-opleiding, die, overeenkomstig artikel 7 van het decreet, het | GPBHO-opleiding, die, overeenkomstig artikel 7 van het decreet, het |
slaagattest aan de kandidaat heeft uitgereikt; | slaagattest aan de kandidaat heeft uitgereikt; |
5° twee deskundigen die bevoegd zijn voor de specialiteit van de | 5° twee deskundigen die bevoegd zijn voor de specialiteit van de |
kandidaat, met toepassing van artikel 8, § 2, eerste lid, 5e streepje, | kandidaat, met toepassing van artikel 8, § 2, eerste lid, 5e streepje, |
van het decreet; | van het decreet; |
6° een secretaris : personeelslid van de Algemene Directie | 6° een secretaris : personeelslid van de Algemene Directie |
Niet-Verplicht Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek of diens | Niet-Verplicht Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek of diens |
vertegenwoordiger, personeelslid van die directie dat minstens van | vertegenwoordiger, personeelslid van die directie dat minstens van |
niveau 1 is. | niveau 1 is. |
Art. 3.De kandidaten sturen hun beroepsdossier aan de voorzitter van |
Art. 3.De kandidaten sturen hun beroepsdossier aan de voorzitter van |
de commissie via de post, door neerlegging bij het secretariaat of via | de commissie via de post, door neerlegging bij het secretariaat of via |
een elektronisch formulier. | een elektronisch formulier. |
Er wordt een ontvangstbericht aan de kandidaat gestuurd of overhandigd | Er wordt een ontvangstbericht aan de kandidaat gestuurd of overhandigd |
binnen de 10 werkdagen. | binnen de 10 werkdagen. |
Art. 4.De commissie onderzoekt de beroepsdossiers binnen een termijn |
Art. 4.De commissie onderzoekt de beroepsdossiers binnen een termijn |
van zes maanden. Die termijn wordt gedurende de maanden juli en | van zes maanden. Die termijn wordt gedurende de maanden juli en |
augustus onderbroken. | augustus onderbroken. |
Art. 5.Als de Commissie het beroepsdossier gunstig onderzoekt, legt |
Art. 5.Als de Commissie het beroepsdossier gunstig onderzoekt, legt |
de secretaris van de Commissie de Regering de met redenen omklede | de secretaris van de Commissie de Regering de met redenen omklede |
beslissing tot toekenning van het GPBHO ter homologatie voor, en | beslissing tot toekenning van het GPBHO ter homologatie voor, en |
stuurt hij dan het GPBHP-getuigschrift aan de kandidaat. | stuurt hij dan het GPBHP-getuigschrift aan de kandidaat. |
Art. 6.Als de Commissie geen gunstig gevolg geeft aan het |
Art. 6.Als de Commissie geen gunstig gevolg geeft aan het |
beroepsdossier, brengt de secretaris van de Commissie bij aangetekend | beroepsdossier, brengt de secretaris van de Commissie bij aangetekend |
schrijven de kandidaat daar op de hoogte van, waarbij hij het | schrijven de kandidaat daar op de hoogte van, waarbij hij het |
standpunt van de Commissie met redenen omkleedt. | standpunt van de Commissie met redenen omkleedt. |
Ofwel dient de kandidaat een klacht bij de Commissie in binnen een | Ofwel dient de kandidaat een klacht bij de Commissie in binnen een |
termijn van vijftien werkdagen vanaf de datum van de toezending van | termijn van vijftien werkdagen vanaf de datum van de toezending van |
het in het vorige lid bedoelde aangetekend schrijven. | het in het vorige lid bedoelde aangetekend schrijven. |
Ofwel dient de kandidaat een nieuw beroepsdossier in binnen een | Ofwel dient de kandidaat een nieuw beroepsdossier in binnen een |
termijn van één jaar na de indiening van het eerste beroepsdossier | termijn van één jaar na de indiening van het eerste beroepsdossier |
overeenkomstig artikel 8, § 6, van het decreet. | overeenkomstig artikel 8, § 6, van het decreet. |
Art. 7.De klacht neemt de vorm aan van een aanvulling van een dossier |
Art. 7.De klacht neemt de vorm aan van een aanvulling van een dossier |
die beantwoordt aan de opmerkingen die door de Commissie in de | die beantwoordt aan de opmerkingen die door de Commissie in de |
motivering van haar standpunt werden weergegeven. | motivering van haar standpunt werden weergegeven. |
De kandidaten sturen hun klacht bij de voorzitter van de Commissie via | De kandidaten sturen hun klacht bij de voorzitter van de Commissie via |
de post of door een neerlegging op het secretariaat of via een | de post of door een neerlegging op het secretariaat of via een |
elektronisch formulier. | elektronisch formulier. |
Binnen de 10 werkdagen wordt een ontvangstbericht aan de kandidaat | Binnen de 10 werkdagen wordt een ontvangstbericht aan de kandidaat |
gestuurd of bezorgd. | gestuurd of bezorgd. |
De Commissie onderzoekt de klachten binnen een termijn van drie | De Commissie onderzoekt de klachten binnen een termijn van drie |
maanden. Die termijn wordt gedurende de maanden juli en augustus | maanden. Die termijn wordt gedurende de maanden juli en augustus |
onderbroken. | onderbroken. |
Art. 8.Als de Commissie de klacht gunstig onderzoekt, legt de |
Art. 8.Als de Commissie de klacht gunstig onderzoekt, legt de |
secretaris van de Commissie de Regering de met redenen omklede | secretaris van de Commissie de Regering de met redenen omklede |
beslissing tot toekenning van het GPBHO ter homologatie voor, en | beslissing tot toekenning van het GPBHO ter homologatie voor, en |
stuurt hij dan het GPBHP-getuigschrift aan de kandidaat. | stuurt hij dan het GPBHP-getuigschrift aan de kandidaat. |
Art. 9.Als de Commissie geen gunstig gevolg geeft aan de klacht, |
Art. 9.Als de Commissie geen gunstig gevolg geeft aan de klacht, |
brengt de secretaris van de Commissie de kandidaat bij aangetekend | brengt de secretaris van de Commissie de kandidaat bij aangetekend |
schrijven daar op de hoogte van, waarbij hij het standpunt van de | schrijven daar op de hoogte van, waarbij hij het standpunt van de |
Commissie met redenen omkleedt. | Commissie met redenen omkleedt. |
Overeenkomstig artikel 8, § 6, van het decreet, kan de kandidaat een | Overeenkomstig artikel 8, § 6, van het decreet, kan de kandidaat een |
nieuw beroepsdossier indienen binnen een termijn van één jaar vanaf de | nieuw beroepsdossier indienen binnen een termijn van één jaar vanaf de |
datum van indiening van het eerste beroepsdossier. | datum van indiening van het eerste beroepsdossier. |
Art. 10.Het besluit van 21 november 2002 tot bepaling van de |
Art. 10.Het besluit van 21 november 2002 tot bepaling van de |
samenstelling en de werking van de GPBHO-Commissie genomen bij | samenstelling en de werking van de GPBHO-Commissie genomen bij |
toepassing van artikel 8 van het decreet van 17 juli 2002 tot bepaling | toepassing van artikel 8 van het decreet van 17 juli 2002 tot bepaling |
van het Getuigschrift van Pedagogische Bekwaamheid voor het Hoger | van het Getuigschrift van Pedagogische Bekwaamheid voor het Hoger |
Onderwijs (GPBHO) (CAPAES) ("Certificat d'aptitude pédagogique | Onderwijs (GPBHO) (CAPAES) ("Certificat d'aptitude pédagogique |
approprié à l'enseignement supérieur") in de Hogescholen en van de | approprié à l'enseignement supérieur") in de Hogescholen en van de |
voorwaarden voor het verkrijgen ervan, gewijzigd bij het decreet van | voorwaarden voor het verkrijgen ervan, gewijzigd bij het decreet van |
19 oktober 2007, wordt opgeheven. | 19 oktober 2007, wordt opgeheven. |
Art. 11.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het wordt |
Art. 11.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het wordt |
ondertekend. | ondertekend. |
Brussel, 12 juli 2017. | Brussel, 12 juli 2017. |
De Minister-President, | De Minister-President, |
R. DEMOTTE | R. DEMOTTE |
De Minister van Hoger Onderwijs, Onderzoek en Media, | De Minister van Hoger Onderwijs, Onderzoek en Media, |
J.-Cl. MARCOURT | J.-Cl. MARCOURT |
De Minister van Onderwijs voor Sociale Promotie, Jeugd, Vrouwenrechten | De Minister van Onderwijs voor Sociale Promotie, Jeugd, Vrouwenrechten |
en Gelijke Kansen, | en Gelijke Kansen, |
I. SIMONIS | I. SIMONIS |