Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Regering Van De Franse Gemeenschap van 17/05/2017
← Terug naar "Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot uitvoering van het decreet van 13 oktober 2016 betreffende de erkenning en de subsidiëring van partners die hulp verlenen aan rechtzoekenden "
Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot uitvoering van het decreet van 13 oktober 2016 betreffende de erkenning en de subsidiëring van partners die hulp verlenen aan rechtzoekenden Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot uitvoering van het decreet van 13 oktober 2016 betreffende de erkenning en de subsidiëring van partners die hulp verlenen aan rechtzoekenden
MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP
17 MEI 2017. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot 17 MEI 2017. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot
uitvoering van het decreet van 13 oktober 2016 betreffende de uitvoering van het decreet van 13 oktober 2016 betreffende de
erkenning en de subsidiëring van partners die hulp verlenen aan erkenning en de subsidiëring van partners die hulp verlenen aan
rechtzoekenden rechtzoekenden
De Regering van de Franse Gemeenschap, De Regering van de Franse Gemeenschap,
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der
instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli
1993; 1993;
Gelet op het decreet van 13 oktober 2016 betreffende de erkenning en Gelet op het decreet van 13 oktober 2016 betreffende de erkenning en
de subsidiëring van partners die hulp verlenen aan rechtzoekenden; de subsidiëring van partners die hulp verlenen aan rechtzoekenden;
Gelet op het Gerechtelijk Wetboek, de artikelen 508/2, § 3, tweede Gelet op het Gerechtelijk Wetboek, de artikelen 508/2, § 3, tweede
lid, en 508/6, eerste lid, gewijzigd bij het decreet van 13 oktober lid, en 508/6, eerste lid, gewijzigd bij het decreet van 13 oktober
2016; 2016;
Gelet op het koninklijk besluit van 20 december 1999 tot bepaling van Gelet op het koninklijk besluit van 20 december 1999 tot bepaling van
de nadere regels inzake erkenning van de organisaties voor juridische de nadere regels inzake erkenning van de organisaties voor juridische
bijstand, alsook betreffende de samenstelling en de werking van de bijstand, alsook betreffende de samenstelling en de werking van de
commissie voor juridische bijstand en tot vaststelling van de commissie voor juridische bijstand en tot vaststelling van de
objectieve criteria van subsidiëring van de commissies voor juridische objectieve criteria van subsidiëring van de commissies voor juridische
bijstand, overeenkomstig de artikelen 508/2, § 3, tweede lid, en bijstand, overeenkomstig de artikelen 508/2, § 3, tweede lid, en
508/4, van het Gerechtelijk Wetboek; 508/4, van het Gerechtelijk Wetboek;
Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 13 Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 13
december 2001 tot uitvoering van het decreet van 19 juli 2001 december 2001 tot uitvoering van het decreet van 19 juli 2001
betreffende de sociale hulpverlening aan de gedetineerden met het oog betreffende de sociale hulpverlening aan de gedetineerden met het oog
op hun sociale reïntegratie; op hun sociale reïntegratie;
Gelet op het besluit van het College van de Franse Gelet op het besluit van het College van de Franse
Gemeenschapscommissie van 4 juni 2009 houdende toepassing van het Gemeenschapscommissie van 4 juni 2009 houdende toepassing van het
decreet van 5 maart 2009 betreffende het aanbod van ambulante diensten decreet van 5 maart 2009 betreffende het aanbod van ambulante diensten
in het domein van de sociale actie, het gezin en de gezondheid; in het domein van de sociale actie, het gezin en de gezondheid;
Gelet op het Reglementair deel van het Waals Wetboek van Sociale Actie Gelet op het Reglementair deel van het Waals Wetboek van Sociale Actie
en Gezondheid; en Gezondheid;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 22 Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 22
maart 2017; maart 2017;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 30 Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 30
maart 2017; maart 2017;
Gelet op het advies nr. 61.260/2 van de Raad van State, gegeven op 27 Gelet op het advies nr. 61.260/2 van de Raad van State, gegeven op 27
april 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de april 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Gelet op de "gendertest" van 4 mei 2017, uitgevoerd met toepassing van Gelet op de "gendertest" van 4 mei 2017, uitgevoerd met toepassing van
artikel 4, tweede lid, 1°, van het decreet van 7 januari 2016 houdende artikel 4, tweede lid, 1°, van het decreet van 7 januari 2016 houdende
integratie van de genderdimensie in het geheel van de beleidslijnen integratie van de genderdimensie in het geheel van de beleidslijnen
van de Franse Gemeenschap; van de Franse Gemeenschap;
Overwegende de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene Overwegende de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene
bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies
en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook
voor de organisatie van de controle door het Rekenhof; voor de organisatie van de controle door het Rekenhof;
Overwegende het decreet van 20 december 2011 houdende regeling van de Overwegende het decreet van 20 december 2011 houdende regeling van de
begroting en de boekhouding van de diensten van de Regering van de begroting en de boekhouding van de diensten van de Regering van de
Franse Gemeenschap; Franse Gemeenschap;
Op de voordracht van de Minister van Justitiehuizen; Op de voordracht van de Minister van Justitiehuizen;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :
HOOFDSTUK 1. - Definities HOOFDSTUK 1. - Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder :

1° decreet : het decreet van 13 oktober 2016 betreffende de erkenning 1° decreet : het decreet van 13 oktober 2016 betreffende de erkenning
en de subsidiëring van partners die hulp verlenen aan rechtzoekenden; en de subsidiëring van partners die hulp verlenen aan rechtzoekenden;
2° minister : het lid van de Regering die bevoegd is voor de erkenning 2° minister : het lid van de Regering die bevoegd is voor de erkenning
en de subsidiëring van partners die hulp verlenen aan rechtzoekenden; en de subsidiëring van partners die hulp verlenen aan rechtzoekenden;
3° bestuur : de directie van het algemeen bestuur justitiehuizen die 3° bestuur : de directie van het algemeen bestuur justitiehuizen die
bevoegd is voor de erkenning en de subsidiëring van partners die hulp bevoegd is voor de erkenning en de subsidiëring van partners die hulp
verlenen aan rechtzoekenden; verlenen aan rechtzoekenden;
4° commissie voor juridische bijstand : de commissie voor juridische 4° commissie voor juridische bijstand : de commissie voor juridische
bijstand bedoeld in artikel 508/2 van het Gerechtelijk Wetboek; bijstand bedoeld in artikel 508/2 van het Gerechtelijk Wetboek;
5° prestatie : de activiteiten en taken die de uitvoering van een 5° prestatie : de activiteiten en taken die de uitvoering van een
opdracht mogelijk maken, zoals bepaald door de minister; opdracht mogelijk maken, zoals bepaald door de minister;
6° werkdag : dag die geen zaterdag, zondag of feestdag is. 6° werkdag : dag die geen zaterdag, zondag of feestdag is.
HOOFDSTUK 2. - Erkenning HOOFDSTUK 2. - Erkenning
Afdeling 1. - Erkenningsvoorwaarden Afdeling 1. - Erkenningsvoorwaarden

Art. 2.§ 1. De personeelsleden van de instelling en de externe

Art. 2.§ 1. De personeelsleden van de instelling en de externe

professionelen op wie een beroep kan worden gedaan voor de professionelen op wie een beroep kan worden gedaan voor de
activiteiten en taken die de uitvoering van haar opdracht mogelijk activiteiten en taken die de uitvoering van haar opdracht mogelijk
maken, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden : maken, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden :
1° voor de opdracht "juridische eerstelijnsbijstand" : houder zijn van 1° voor de opdracht "juridische eerstelijnsbijstand" : houder zijn van
een diploma van het hoger onderwijs in de rechten; een diploma van het hoger onderwijs in de rechten;
2° voor de opdracht "maatschappelijke hulpverlening" : houder zijn van 2° voor de opdracht "maatschappelijke hulpverlening" : houder zijn van
een diploma van het hoger onderwijs in de sociale wetenschappen, in de een diploma van het hoger onderwijs in de sociale wetenschappen, in de
sociologie, in de psychologische en opvoedkundige wetenschappen, in de sociologie, in de psychologische en opvoedkundige wetenschappen, in de
rechten, in de criminologie, maatschappelijk assistent of rechten, in de criminologie, maatschappelijk assistent of
gespecialiseerde opvoeder; gespecialiseerde opvoeder;
3° voor de opdracht "psychologische hulpverlening" : houder zijn van 3° voor de opdracht "psychologische hulpverlening" : houder zijn van
een diploma van het hoger onderwijs in de psychologische wetenschappen een diploma van het hoger onderwijs in de psychologische wetenschappen
en opvoeding of criminologie; en opvoeding of criminologie;
4° voor de opdracht "hulpverlening voor een betrekking" : houder zijn 4° voor de opdracht "hulpverlening voor een betrekking" : houder zijn
van een diploma van het hoger onderwijs in de sociale wetenschappen, van een diploma van het hoger onderwijs in de sociale wetenschappen,
in de sociologie, in de psychologische en opvoedkundige wetenschappen, in de sociologie, in de psychologische en opvoedkundige wetenschappen,
in de criminologie, maatschappelijk assistent of gespecialiseerde in de criminologie, maatschappelijk assistent of gespecialiseerde
opvoeder; opvoeder;
5° voor de opdracht "hulpverlening voor communicatie" : houder zijn 5° voor de opdracht "hulpverlening voor communicatie" : houder zijn
van een diploma van het hoger onderwijs in de sociale wetenschappen, van een diploma van het hoger onderwijs in de sociale wetenschappen,
in de sociologie, in de psychologische en opvoedkundige wetenschappen, in de sociologie, in de psychologische en opvoedkundige wetenschappen,
in de rechten, in de criminologie, bemiddeling, maatschappelijk in de rechten, in de criminologie, bemiddeling, maatschappelijk
assistent of gespecialiseerde opvoeder; assistent of gespecialiseerde opvoeder;
6° voor de opdracht "begeleiding voor het uitvoeren en opvolgen van 6° voor de opdracht "begeleiding voor het uitvoeren en opvolgen van
rechterlijke beslissingen" : houder zijn van een diploma van het hoger rechterlijke beslissingen" : houder zijn van een diploma van het hoger
onderwijs in de sociale wetenschappen, in de sociologie, in de onderwijs in de sociale wetenschappen, in de sociologie, in de
psychologische en opvoedkundige wetenschappen, in de seksuologie en psychologische en opvoedkundige wetenschappen, in de seksuologie en
gezinswetenschappen, in de rechten, in de criminologie, gezinswetenschappen, in de rechten, in de criminologie,
maatschappelijk assistent of gespecialiseerde opvoeder. maatschappelijk assistent of gespecialiseerde opvoeder.
§ 2. Andere kwalificaties of beroepservaringen kunnen door het bestuur § 2. Andere kwalificaties of beroepservaringen kunnen door het bestuur
worden erkend, indien zij relevant en voldoende worden geacht voor de worden erkend, indien zij relevant en voldoende worden geacht voor de
uitvoering van de betrokken opdracht. uitvoering van de betrokken opdracht.
Daartoe dient de instelling bij het bestuur, langs elektronische weg, Daartoe dient de instelling bij het bestuur, langs elektronische weg,
een met redenen omklede aanvraag om afwijking. De aanvraag omvat een een met redenen omklede aanvraag om afwijking. De aanvraag omvat een
beschrijving van de kwalificaties en van de beroepservaring van de beschrijving van de kwalificaties en van de beroepservaring van de
betrokken personen alsook een afschrift van de eventuele diploma's. betrokken personen alsook een afschrift van de eventuele diploma's.
Indien de in het tweede lid bedoelde aanvraag om afwijking in de loop Indien de in het tweede lid bedoelde aanvraag om afwijking in de loop
van de zesjarige erkenningsperiode wordt ingediend, beslist de van de zesjarige erkenningsperiode wordt ingediend, beslist de
minister over die aanvraag, op grond van een met redenen omkleed minister over die aanvraag, op grond van een met redenen omkleed
advies van het bestuur, en geeft hij kennis van zijn beslissing aan de advies van het bestuur, en geeft hij kennis van zijn beslissing aan de
instelling binnen dertig werkdagen te rekenen vanaf de ontvangst van instelling binnen dertig werkdagen te rekenen vanaf de ontvangst van
de aanvraag. de aanvraag.
§ 3. De vrijwilligers op wie de instelling een beroep kan doen om aan § 3. De vrijwilligers op wie de instelling een beroep kan doen om aan
de uitvoering van de opdracht deel te nemen, werken onder de de uitvoering van de opdracht deel te nemen, werken onder de
verantwoordelijkheid van een personeelslid dat over de in paragraaf 1 verantwoordelijkheid van een personeelslid dat over de in paragraaf 1
vermelde kwalificaties beschikt. vermelde kwalificaties beschikt.
Afdeling 2. - Erkenningsaanvraag Afdeling 2. - Erkenningsaanvraag

Art. 3.De instelling richt een erkenningsaanvraag aan het bestuur

Art. 3.De instelling richt een erkenningsaanvraag aan het bestuur

uiterlijk op 31 mei, om tijdens het daarop volgende jaar te worden uiterlijk op 31 mei, om tijdens het daarop volgende jaar te worden
erkend, langs elektronische weg, in de door de minister vast te erkend, langs elektronische weg, in de door de minister vast te
stellen vorm. stellen vorm.

Art. 4.Om ontvankelijk te zijn, moet de erkenningsaanvraag voldoen

Art. 4.Om ontvankelijk te zijn, moet de erkenningsaanvraag voldoen

aan de volgende cumulatieve voorwaarden : aan de volgende cumulatieve voorwaarden :
1° in de door en krachtens artikel 3 voorgeschreven vorm worden 1° in de door en krachtens artikel 3 voorgeschreven vorm worden
ingediend; ingediend;
2° minstens de volgende gegevens bevatten : 2° minstens de volgende gegevens bevatten :
a) een afschrift van de gecoördineerde statuten van de instelling en a) een afschrift van de gecoördineerde statuten van de instelling en
de samenstelling van haar beheers- of bestuursorgaan; de samenstelling van haar beheers- of bestuursorgaan;
b) het project betreffende de uitvoering van de opdracht, met minstens b) het project betreffende de uitvoering van de opdracht, met minstens
de lijst van de prestaties die de instelling wil uitvoeren, het (de) de lijst van de prestaties die de instelling wil uitvoeren, het (de)
gerechtelijke arrondissement(en) waarvoor ze wenst te worden erkend, gerechtelijke arrondissement(en) waarvoor ze wenst te worden erkend,
de specifieke werkmethode die ze zal toepassen, de dienstregeling voor de specifieke werkmethode die ze zal toepassen, de dienstregeling voor
de uitvoering van de prestaties, alsook een schatting van het aantal de uitvoering van de prestaties, alsook een schatting van het aantal
jaarlijks begeleide rechtzoekenden jaarlijks begeleide rechtzoekenden
per prestatie; per prestatie;
c) een beschrijving van de lokalen, bestemd voor de uitvoering van de c) een beschrijving van de lokalen, bestemd voor de uitvoering van de
opdracht, tot bewijs van de inachtneming van artikel 18, 3°, van het opdracht, tot bewijs van de inachtneming van artikel 18, 3°, van het
decreet; decreet;
d) het bewijs dat de in artikel 18, 4°, van het decreet bedoelde d) het bewijs dat de in artikel 18, 4°, van het decreet bedoelde
aansprakelijkheid wordt gedekt; aansprakelijkheid wordt gedekt;
e) in voorkomend geval, de verantwoording van de niet-kosteloosheid e) in voorkomend geval, de verantwoording van de niet-kosteloosheid
van de therapeutische steun die tot de psychologische steun behoort; van de therapeutische steun die tot de psychologische steun behoort;
f) in voorkomend geval, de andere erkenningen die de instelling f) in voorkomend geval, de andere erkenningen die de instelling
geniet; geniet;
g) indien de instelling reeds bestond, de jaarrekeningen van het g) indien de instelling reeds bestond, de jaarrekeningen van het
vorige jaar en de opgave van de andere openbare financieringsbronnen; vorige jaar en de opgave van de andere openbare financieringsbronnen;
h) de samenstelling van het team dat de opdracht zal uitvoeren, samen h) de samenstelling van het team dat de opdracht zal uitvoeren, samen
met een afschrift of de beschrijving van de vereiste diploma's of met met een afschrift of de beschrijving van de vereiste diploma's of met
de aanvraag om afwijking bedoeld in artikel 2, § 2, tweede lid; de aanvraag om afwijking bedoeld in artikel 2, § 2, tweede lid;
i) een afschrift van het arbeidsreglement. i) een afschrift van het arbeidsreglement.

Art. 5.Het bestuur meldt ontvangst van de aanvraag binnen de drie

Art. 5.Het bestuur meldt ontvangst van de aanvraag binnen de drie

werkdagen. werkdagen.
Het bestuurt onderzoekt de ontvankelijkheid van de aanvraag en, in Het bestuurt onderzoekt de ontvankelijkheid van de aanvraag en, in
voorkomend geval, verzoekt de instelling die aan te vullen of nader te voorkomend geval, verzoekt de instelling die aan te vullen of nader te
bepalen binnen de tien werkdagen te rekenen vanaf zijn verzoek. bepalen binnen de tien werkdagen te rekenen vanaf zijn verzoek.
Het bestuur geeft de instelling kennis van zijn beslissing betreffende Het bestuur geeft de instelling kennis van zijn beslissing betreffende
de ontvankelijkheid van deze aanvraag binnen de twintig werkdagen te de ontvankelijkheid van deze aanvraag binnen de twintig werkdagen te
rekenen vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag of binnen de rekenen vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag of binnen de
dertig werkdagen te rekenen vanaf het verzoek het dossier van de dertig werkdagen te rekenen vanaf het verzoek het dossier van de
erkenningsaanvraag aan te vullen of nader te bepalen. erkenningsaanvraag aan te vullen of nader te bepalen.

Art. 6.Het bestuur deelt de minister de ontvankelijke aanvragen mee,

Art. 6.Het bestuur deelt de minister de ontvankelijke aanvragen mee,

samen met een met redenen omkleed advies betreffende de naleving van samen met een met redenen omkleed advies betreffende de naleving van
de erkenningsvoorwaarden. de erkenningsvoorwaarden.

Art. 7.Binnen de vier maanden volgend op de datum van kennisgeving

Art. 7.Binnen de vier maanden volgend op de datum van kennisgeving

van de beslissing waarbij de erkenningsaanvraag ontvankelijk wordt van de beslissing waarbij de erkenningsaanvraag ontvankelijk wordt
verklaard, beslist de minister over die aanvraag en geeft hij kennis verklaard, beslist de minister over die aanvraag en geeft hij kennis
van zijn beslissing aan de instelling. van zijn beslissing aan de instelling.

Art. 8.De erkenning heeft uitwerking met ingang van 1 januari van het

Art. 8.De erkenning heeft uitwerking met ingang van 1 januari van het

jaar volgend op dat van de beslissing van de minister. jaar volgend op dat van de beslissing van de minister.
Afdeling 3. - Wijziging van de erkenning Afdeling 3. - Wijziging van de erkenning

Art. 9.De partner die het grondgebied of de opdrachten waarop zijn

Art. 9.De partner die het grondgebied of de opdrachten waarop zijn

erkenning betrekking heeft, wenst uit te breiden of te beperken, richt erkenning betrekking heeft, wenst uit te breiden of te beperken, richt
naar het bestuur een met redenen omklede aanvraag om wijziging, langs naar het bestuur een met redenen omklede aanvraag om wijziging, langs
elektronische weg, in de door de minister vast te stellen vorm. elektronische weg, in de door de minister vast te stellen vorm.
De aanvraag om wijziging van de erkenning houdt een bijwerking van de De aanvraag om wijziging van de erkenning houdt een bijwerking van de
in artikel 4, 2° bedoelde gegevens in. in artikel 4, 2° bedoelde gegevens in.

Art. 10.De aanvraag om wijziging van de erkenning wordt onderzocht

Art. 10.De aanvraag om wijziging van de erkenning wordt onderzocht

overeenkomstig de artikelen 5 tot 7. overeenkomstig de artikelen 5 tot 7.
De wijziging van de erkenning heeft uitwerking met ingang van de datum De wijziging van de erkenning heeft uitwerking met ingang van de datum
van de gunstige beslissing over de aanvraag om wijziging. van de gunstige beslissing over de aanvraag om wijziging.
Afdeling 4. - Hernieuwing van de erkenning Afdeling 4. - Hernieuwing van de erkenning

Art. 11.De partner die zijn erkenning wenst te hernieuwen, richt naar

Art. 11.De partner die zijn erkenning wenst te hernieuwen, richt naar

het bestuur, binnen de in artikel 29, § 1, van het decreet bedoelde het bestuur, binnen de in artikel 29, § 1, van het decreet bedoelde
termijn, een aanvraag overeenkomstig artikel 4. termijn, een aanvraag overeenkomstig artikel 4.

Art. 12.De aanvraag om hernieuwing wordt overeenkomstig de artikelen

Art. 12.De aanvraag om hernieuwing wordt overeenkomstig de artikelen

5 tot 8 behandeld. 5 tot 8 behandeld.
Afdeling 5. - Evaluatie van de naleving van de erkenningsvoorwaarden Afdeling 5. - Evaluatie van de naleving van de erkenningsvoorwaarden

Art. 13.Met het oog op de in artikel 26 van het decreet bedoelde

Art. 13.Met het oog op de in artikel 26 van het decreet bedoelde

evaluatie, deelt de partner het bestuur, langs elektronische weg, elke evaluatie, deelt de partner het bestuur, langs elektronische weg, elke
wijziging mee van de inlichtingen die in zijn aanvraag om erkenning wijziging mee van de inlichtingen die in zijn aanvraag om erkenning
krachtens artikel 4 werden verstrekt. krachtens artikel 4 werden verstrekt.
Afdeling 6. - Verplichtingen in verband met de erkenning Afdeling 6. - Verplichtingen in verband met de erkenning

Art. 14.§ 1. De partner verstrekt de in artikel 21 van het decreet

Art. 14.§ 1. De partner verstrekt de in artikel 21 van het decreet

bedoelde inlichtingen langs elektronische weg. bedoelde inlichtingen langs elektronische weg.
§ 2. De minister stelt het in artikel 22 van het decreet bedoelde § 2. De minister stelt het in artikel 22 van het decreet bedoelde
model van jaarlijks verslag vast. model van jaarlijks verslag vast.

Art. 15.De partner stelt het bestuur de documenten ter beschikking

Art. 15.De partner stelt het bestuur de documenten ter beschikking

waarmee de uitvoering van de activiteiten en taken die de uitvoering waarmee de uitvoering van de activiteiten en taken die de uitvoering
van de opdracht mogelijk maken, kan worden gecontroleerd. van de opdracht mogelijk maken, kan worden gecontroleerd.
Afdeling 7. - Intrekking van de erkenning Afdeling 7. - Intrekking van de erkenning

Art. 16.Delegatie wordt de minister verleend om de volgende

Art. 16.Delegatie wordt de minister verleend om de volgende

beslissingen te nemen : beslissingen te nemen :
1° de in artikel 28, § 1, van het decreet bedoelde ingebrekestelling; 1° de in artikel 28, § 1, van het decreet bedoelde ingebrekestelling;
2° het goedkeuren, het weigeren of het opleggen van het in artikel 28, 2° het goedkeuren, het weigeren of het opleggen van het in artikel 28,
§ 1 van het decreet bedoelde actieplan; § 1 van het decreet bedoelde actieplan;
3° de gehele of gedeeltelijke intrekking van de in artikel 28, § 2, 3° de gehele of gedeeltelijke intrekking van de in artikel 28, § 2,
van het decreet bedoelde erkenning. van het decreet bedoelde erkenning.
HOOFDSTUK 3. - Subsidiëring HOOFDSTUK 3. - Subsidiëring
Afdeling 1. - Driejaarlijkse analyse van de aangeboden opdrachten en Afdeling 1. - Driejaarlijkse analyse van de aangeboden opdrachten en
de behoeften van de rechtzoekenden de behoeften van de rechtzoekenden

Art. 17.Om de in artikel 31 van het decreet bedoelde driejaarlijkse

Art. 17.Om de in artikel 31 van het decreet bedoelde driejaarlijkse

analyse uit te voeren, baseert het bestuur zich op minstens één analyse uit te voeren, baseert het bestuur zich op minstens één
informatie- en analyseverslag dat op zijn verzoek wordt uitgebracht informatie- en analyseverslag dat op zijn verzoek wordt uitgebracht
door de Arrondissementscommissie voor partnerschappen van het door de Arrondissementscommissie voor partnerschappen van het
betrokken gerechtelijk arrondissement. betrokken gerechtelijk arrondissement.
Afdeling 2. -Aanvraag om subsidie Afdeling 2. -Aanvraag om subsidie

Art. 18.Om te worden gesubsidieerd, richt de partner een aanvraag

Art. 18.Om te worden gesubsidieerd, richt de partner een aanvraag

naar het bestuur, uiterlijk 15 oktober voorafgaand aan de betrokken naar het bestuur, uiterlijk 15 oktober voorafgaand aan de betrokken
driejarige erkenningsperiode, langs elektronische weg, in de door de driejarige erkenningsperiode, langs elektronische weg, in de door de
minister vastgestelde vorm. minister vastgestelde vorm.

Art. 19.Om ontvankelijk te zijn, moet de aanvraag om subsidiëring de

Art. 19.Om ontvankelijk te zijn, moet de aanvraag om subsidiëring de

volgende gegevens bevatten : volgende gegevens bevatten :
1° voor de eerste driejarige erkenningsperiode : een financieel plan 1° voor de eerste driejarige erkenningsperiode : een financieel plan
voor de financiering van de driejarige erkenningsperiode en het door voor de financiering van de driejarige erkenningsperiode en het door
de partner geplande jaarlijkse aantal begeleide rechtzoekenden; de partner geplande jaarlijkse aantal begeleide rechtzoekenden;
2° voor de tweede driejarige erkenningsperiode : de jaarlijkse 2° voor de tweede driejarige erkenningsperiode : de jaarlijkse
doelstelling inzake begeleide rechtzoekenden, die overeenkomstig doelstelling inzake begeleide rechtzoekenden, die overeenkomstig
artikel 33 wordt vastgesteld. artikel 33 wordt vastgesteld.

Art. 20.§ 1. Voor de eerste driejarige erkenningsperiode, stelt het

Art. 20.§ 1. Voor de eerste driejarige erkenningsperiode, stelt het

bestuur de partner een jaarlijkse doelstelling voor de begeleide bestuur de partner een jaarlijkse doelstelling voor de begeleide
rechtzoekenden per prestatie in elk betrokken gerechtelijk rechtzoekenden per prestatie in elk betrokken gerechtelijk
arrondissement voor. arrondissement voor.
Het voorstel van het bestuur houdt rekening met het aantal jaarlijks Het voorstel van het bestuur houdt rekening met het aantal jaarlijks
begeleide rechtzoekenden die in de aanvraag om subsidiëring voorkomen begeleide rechtzoekenden die in de aanvraag om subsidiëring voorkomen
en met de in artikel 31 van het decreet bedoelde driejaarlijkse en met de in artikel 31 van het decreet bedoelde driejaarlijkse
analyse. analyse.
In afwijking van het tweede lid, voor de periode 2018-2020, houdt het In afwijking van het tweede lid, voor de periode 2018-2020, houdt het
voorstel van het bestuur rekening met het aantal jaarlijks begeleide voorstel van het bestuur rekening met het aantal jaarlijks begeleide
rechtzoekenden die in de aanvraag om subsidiëring voorkomen alsook met rechtzoekenden die in de aanvraag om subsidiëring voorkomen alsook met
alle inlichtingen waarover het bestuur beschikt betreffende de alle inlichtingen waarover het bestuur beschikt betreffende de
aangeboden opdrachten en de behoeften van de rechtzoekenden in het aangeboden opdrachten en de behoeften van de rechtzoekenden in het
betrokken gerechtelijk arrondissement. betrokken gerechtelijk arrondissement.
De partner beschikt over een termijn van twintig werkdagen te rekenen De partner beschikt over een termijn van twintig werkdagen te rekenen
vanaf de kennisgeving van het voorstel om zijn opmerkingen te laten vanaf de kennisgeving van het voorstel om zijn opmerkingen te laten
kennen. kennen.
De minister stelt de jaarlijkse doelstelling van begeleide De minister stelt de jaarlijkse doelstelling van begeleide
rechtzoekenden voor de eerste driejarige erkenningsperiode, op grond rechtzoekenden voor de eerste driejarige erkenningsperiode, op grond
van het voorstel van het bestuur en van de eventuele opmerkingen van van het voorstel van het bestuur en van de eventuele opmerkingen van
de partner, alsook het jaarlijkse bedrag van de subsidie, vast. de partner, alsook het jaarlijkse bedrag van de subsidie, vast.
§ 2. Voor de tweede driejarige erkenningsperiode, stelt de minister § 2. Voor de tweede driejarige erkenningsperiode, stelt de minister
het jaarlijkse bedrag van de subsidie op grond van de jaarlijkse het jaarlijkse bedrag van de subsidie op grond van de jaarlijkse
doelstelling voor de begeleide personen vast overeenkomstig artikel doelstelling voor de begeleide personen vast overeenkomstig artikel
33. 33.

Art. 21.De minister beslist over de aanvraag om subsidie en geeft

Art. 21.De minister beslist over de aanvraag om subsidie en geeft

kennis van haar beslissing aan de partner uiterlijk op 15 december kennis van haar beslissing aan de partner uiterlijk op 15 december
voorafgaande aan de betrokken driejarige erkenningsperiode. voorafgaande aan de betrokken driejarige erkenningsperiode.
Afdeling 3. - Berekening van de subsidie Afdeling 3. - Berekening van de subsidie

Art. 22.Onder begeleiding wordt verstaan :

Art. 22.Onder begeleiding wordt verstaan :

1° voor de juridische eerstelijnsbijstand en voor de psychologische 1° voor de juridische eerstelijnsbijstand en voor de psychologische
hulpverlening voor specifieke slachtoffers : één uur aanwezigheid in hulpverlening voor specifieke slachtoffers : één uur aanwezigheid in
een wachtdienst ten gunste van een gemiddeld aantal rechtzoekenden dat een wachtdienst ten gunste van een gemiddeld aantal rechtzoekenden dat
door de minister wordt bepaald; door de minister wordt bepaald;
2° voor de maatschappelijke hulpverlening, voor een andere 2° voor de maatschappelijke hulpverlening, voor een andere
psychologische hulpverlening dan voor specifieke slachtoffers en voor psychologische hulpverlening dan voor specifieke slachtoffers en voor
de hulpverlening voor een betrekking : een dagelijks aantal begeleide de hulpverlening voor een betrekking : een dagelijks aantal begeleide
rechtzoekenden; rechtzoekenden;
3° voor de hulpverlening voor communicatie : een afgesloten prestatie; 3° voor de hulpverlening voor communicatie : een afgesloten prestatie;
4° voor de begeleiding voor het uitvoeren en opvolgen van de 4° voor de begeleiding voor het uitvoeren en opvolgen van de
rechterlijke beslissingen : rechterlijke beslissingen :
a) in het kader van de in artikel 14, 1°, van het decreet bedoelde a) in het kader van de in artikel 14, 1°, van het decreet bedoelde
prestatie : prestatie :
- voor de collectieve psychisch-sociaal-educatieve programma's : - voor de collectieve psychisch-sociaal-educatieve programma's :
programma van één uur ten voordele van een minimumaantal programma van één uur ten voordele van een minimumaantal
rechtzoekenden dat door de minister wordt bepaald; rechtzoekenden dat door de minister wordt bepaald;
- voor de individuele psychisch-sociaal-educatieve programma's : een - voor de individuele psychisch-sociaal-educatieve programma's : een
dagelijks aantal begeleide rechtzoekenden; dagelijks aantal begeleide rechtzoekenden;
b) in het kader van de in artikel 14, 2°, van het decreet bedoelde b) in het kader van de in artikel 14, 2°, van het decreet bedoelde
prestatie : een dagelijks aantal begeleide rechtzoekenden. prestatie : een dagelijks aantal begeleide rechtzoekenden.
Het gemiddelde aantal rechtzoekenden en het dagelijkse aantal Het gemiddelde aantal rechtzoekenden en het dagelijkse aantal
rechtzoekenden die in het eerste lid bedoeld zijn, worden op rechtzoekenden die in het eerste lid bedoeld zijn, worden op
jaarlijkse basis bepaald. jaarlijkse basis bepaald.

Art. 23.De eenheidssubsidie wordt voor elke prestatie door de

Art. 23.De eenheidssubsidie wordt voor elke prestatie door de

minister bepaald, op grond van de werkelijke personeels-, werkings- en minister bepaald, op grond van de werkelijke personeels-, werkings- en
investeringskosten. investeringskosten.
De eenheidssubsidie wordt elk jaar geïndexeerd volgens de volgende De eenheidssubsidie wordt elk jaar geïndexeerd volgens de volgende
berekeningswijze : het bedrag van de subsidie van het voorafgaande berekeningswijze : het bedrag van de subsidie van het voorafgaande
jaar wordt vermenigvuldigd met het indexcijfer van de jaar wordt vermenigvuldigd met het indexcijfer van de
consumptieprijzen van de maand december van het voorafgaande jaar, consumptieprijzen van de maand december van het voorafgaande jaar,
gedeeld door het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand gedeeld door het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand
december 2017. december 2017.
De eenheidssubsidie wordt eveneens elk jaar met één procent De eenheidssubsidie wordt eveneens elk jaar met één procent
geïndexeerd, tot en met 2023, om rekening te houden met de evolutie geïndexeerd, tot en met 2023, om rekening te houden met de evolutie
van de anciënniteit van het personeel dat voor de uitvoering van de van de anciënniteit van het personeel dat voor de uitvoering van de
prestaties wordt aangewezen. prestaties wordt aangewezen.

Art. 24.Voor de berekening van de eenheidssubsidie die gedurende de

Art. 24.Voor de berekening van de eenheidssubsidie die gedurende de

periode 2018-2023 werd toegekend, zijn de werkelijke kosten deze die periode 2018-2023 werd toegekend, zijn de werkelijke kosten deze die
in 2015 werden gesubsidieerd, geïndexeerd op 1 januari 2018. in 2015 werden gesubsidieerd, geïndexeerd op 1 januari 2018.
In afwijking van het eerste lid, voor de gespecialiseerde In afwijking van het eerste lid, voor de gespecialiseerde
psychologische hulpverlening voor de daders, voor de individuele psychologische hulpverlening voor de daders, voor de individuele
psychisch-sociaal-educatieve begeleiding met het oog op de verwerving psychisch-sociaal-educatieve begeleiding met het oog op de verwerving
van maatschappelijke competenties, en voor de begeleiding van de van maatschappelijke competenties, en voor de begeleiding van de
werkstraffen en dienstverleningen, zijn de werkelijke kosten deze die werkstraffen en dienstverleningen, zijn de werkelijke kosten deze die
in 2016 werden gesubsidieerd. in 2016 werden gesubsidieerd.

Art. 25.§ 1. Voor de periode 2018-2023, wordt het bedrag van de

Art. 25.§ 1. Voor de periode 2018-2023, wordt het bedrag van de

eenheidssubsidie aangepast per gerechtelijk arrondissement, op grond eenheidssubsidie aangepast per gerechtelijk arrondissement, op grond
van de bevolkingsdichtheid per vierkante kilometer, het gemiddelde van de bevolkingsdichtheid per vierkante kilometer, het gemiddelde
inkomen per inwoner en de prijs van een gemiddelde woning, vastgesteld inkomen per inwoner en de prijs van een gemiddelde woning, vastgesteld
overeenkomstig de laatste gegevens die door de federale overeenkomstig de laatste gegevens die door de federale
overheidsdienst economie worden bekendgemaakt. overheidsdienst economie worden bekendgemaakt.
§ 2. De begroting die wordt toegekend voor de aanpassing van het § 2. De begroting die wordt toegekend voor de aanpassing van het
bedrag van de eenheidssubsidie per gerechtelijk arrondissement is bedrag van de eenheidssubsidie per gerechtelijk arrondissement is
gelijk aan 10 procent van de begroting van het betrokken jaar. Die gelijk aan 10 procent van de begroting van het betrokken jaar. Die
begroting wordt gelijk verdeeld over de drie indicatoren die in begroting wordt gelijk verdeeld over de drie indicatoren die in
paragraaf 1 bedoeld zijn. paragraaf 1 bedoeld zijn.
§ 3. Voor elk gerechtelijk arrondissement, wordt het percentage van de § 3. Voor elk gerechtelijk arrondissement, wordt het percentage van de
aanpassing van het bedrag van de eenheidssubsidie berekend als volgt : aanpassing van het bedrag van de eenheidssubsidie berekend als volgt :
1° elk gerechtelijk arrondissement krijgt een cijfer toegekend voor 1° elk gerechtelijk arrondissement krijgt een cijfer toegekend voor
elke in paragraaf 1 bedoelde indicator, gekregen volgens de volgende elke in paragraaf 1 bedoelde indicator, gekregen volgens de volgende
formule : het cijfer van het betrokken gerechtelijk arrondissement, formule : het cijfer van het betrokken gerechtelijk arrondissement,
gedeeld door het cijfer van het gerechtelijk arrondissement met de gedeeld door het cijfer van het gerechtelijk arrondissement met de
ongunstigste gegevens, vermenigvuldigd met honderd, tot de eenheid ongunstigste gegevens, vermenigvuldigd met honderd, tot de eenheid
afgerond; afgerond;
2° voor elk gerechtelijk arrondissement, wordt de afwijking van het 2° voor elk gerechtelijk arrondissement, wordt de afwijking van het
referentiecijfer, dat gelijk is aan honderd, berekend; referentiecijfer, dat gelijk is aan honderd, berekend;
3° elk gerechtelijk arrondissement krijgt een percentage toegekend dat 3° elk gerechtelijk arrondissement krijgt een percentage toegekend dat
wordt berekend door de in 2° gekregen uitkomst door de som van de wordt berekend door de in 2° gekregen uitkomst door de som van de
uitkomsten te delen; uitkomsten te delen;
4° de drie gekregen percentages worden opgeteld, en dan door drie 4° de drie gekregen percentages worden opgeteld, en dan door drie
gedeeld om het globale percentage te vormen dat aan het gerechtelijk gedeeld om het globale percentage te vormen dat aan het gerechtelijk
arrondissement wordt toegekend; arrondissement wordt toegekend;
5° de zes globale percentages worden rechtgezet door een enig 5° de zes globale percentages worden rechtgezet door een enig
correctiecijfer, waardoor de begroting voortvloeiend uit hun correctiecijfer, waardoor de begroting voortvloeiend uit hun
toepassing op de eenheidssubsidies van alle begeleidingen binnen de toepassing op de eenheidssubsidies van alle begeleidingen binnen de
perken van de voor de aanpassing toegekende begroting kan blijven; perken van de voor de aanpassing toegekende begroting kan blijven;
6° voor elk gerechtelijk arrondissement wordt de eenheidssubsidie met 6° voor elk gerechtelijk arrondissement wordt de eenheidssubsidie met
het in 5° gekregen percentage vermeerderd. het in 5° gekregen percentage vermeerderd.

Art. 26.Voor elk gerechtelijk arrondissement is de toegekende

Art. 26.Voor elk gerechtelijk arrondissement is de toegekende

begroting de som van de vermenigvuldigingen van de eenheidssubsidies begroting de som van de vermenigvuldigingen van de eenheidssubsidies
door het aantal begeleidingen dat door het bestuur wordt vastgesteld door het aantal begeleidingen dat door het bestuur wordt vastgesteld
op grond van de driejaarlijkse analyse bedoeld in artikel 31 van het op grond van de driejaarlijkse analyse bedoeld in artikel 31 van het
decreet. decreet.

Art. 27.In afwijking van artikel 24, indien de minister een nieuwe

Art. 27.In afwijking van artikel 24, indien de minister een nieuwe

prestatie gedurende de periode 2018-2023 bepaalt, wordt de voor die prestatie gedurende de periode 2018-2023 bepaalt, wordt de voor die
prestatie toegekende eenheidssubsidie bepaald op grond van de prestatie toegekende eenheidssubsidie bepaald op grond van de
werkelijke personeels-, werkings- en investeringskosten, vastgesteld werkelijke personeels-, werkings- en investeringskosten, vastgesteld
na overleg met de betrokken partners of instellingen. na overleg met de betrokken partners of instellingen.
Afdeling 4. - Opvolging van de begeleidingen Afdeling 4. - Opvolging van de begeleidingen

Art. 28.Het bestuur voert een driemaandelijkse analyse uit van de

Art. 28.Het bestuur voert een driemaandelijkse analyse uit van de

evolutie van het aantal begeleidingen die door de partner worden evolutie van het aantal begeleidingen die door de partner worden
verricht op grond van de in artikel 34 bedoelde inlichtingen. verricht op grond van de in artikel 34 bedoelde inlichtingen.

Art. 29.Het bestuur kan te allen tijde de partner voorstellen in

Art. 29.Het bestuur kan te allen tijde de partner voorstellen in

onderlinge overeenstemming het in artikel 20 bedoelde jaarlijkse onderlinge overeenstemming het in artikel 20 bedoelde jaarlijkse
doelstelling te herzien binnen de volgende perken : doelstelling te herzien binnen de volgende perken :
1° indien de nieuwe doelstelling hoger is dan de vorige, moet ze de 1° indien de nieuwe doelstelling hoger is dan de vorige, moet ze de
beschikbare begrotingskredieten in acht nemen zonder de subsidiëring beschikbare begrotingskredieten in acht nemen zonder de subsidiëring
van de andere partners te beperken; van de andere partners te beperken;
2° indien de nieuwe doelstelling lager is dan de vorige, kan ze niet 2° indien de nieuwe doelstelling lager is dan de vorige, kan ze niet
lager zijn dan tien percent. lager zijn dan tien percent.
Indien een nieuwe doelstelling voor de begeleidingen in onderlinge Indien een nieuwe doelstelling voor de begeleidingen in onderlinge
overeenstemming wordt vastgesteld, stelt de minister, op die basis, overeenstemming wordt vastgesteld, stelt de minister, op die basis,
het nieuwe jaarlijkse bedrag van de subsidie vast. het nieuwe jaarlijkse bedrag van de subsidie vast.

Art. 30.Wanneer het gemiddelde aantal begeleidingen die door de

Art. 30.Wanneer het gemiddelde aantal begeleidingen die door de

partner gedurende een trimester worden verricht lager is dan tachtig partner gedurende een trimester worden verricht lager is dan tachtig
percent of hoger is dan honderd twintig percent van de vastgestelde percent of hoger is dan honderd twintig percent van de vastgestelde
doelstelling, neemt het bestuur contact met de partner op om hem op de doelstelling, neemt het bestuur contact met de partner op om hem op de
hoogte te brengen van die afwijkingen en om de toestand met hem te hoogte te brengen van die afwijkingen en om de toestand met hem te
bespreken. bespreken.

Art. 31.Wanneer het gemiddelde aantal begeleidingen die door de

Art. 31.Wanneer het gemiddelde aantal begeleidingen die door de

partner gedurende twee opeenvolgende trimesters werden verricht lager partner gedurende twee opeenvolgende trimesters werden verricht lager
is dan tachtig percent of hoger is dan honderd twintig percent van de is dan tachtig percent of hoger is dan honderd twintig percent van de
vastgestelde doelstelling, kan het bestuur, na overleg en bespreking vastgestelde doelstelling, kan het bestuur, na overleg en bespreking
van de toestand met de partner, hem vragen, binnen de door het bestuur van de toestand met de partner, hem vragen, binnen de door het bestuur
vast te stellen termijn, die niet langer dan drie maanden kan zijn, vast te stellen termijn, die niet langer dan drie maanden kan zijn,
een actieplan goed te keuren dat structurele middelen inhoudt om de een actieplan goed te keuren dat structurele middelen inhoudt om de
vastgestelde problemen op te lossen binnen de door het bestuur te vastgestelde problemen op te lossen binnen de door het bestuur te
bepalen termijn, die niet langer dan zes maanden kan zijn te rekenen bepalen termijn, die niet langer dan zes maanden kan zijn te rekenen
vanaf de datum van goedkeuring van het plan. vanaf de datum van goedkeuring van het plan.

Art. 32.Wanneer het gemiddelde aantal begeleidingen die door de

Art. 32.Wanneer het gemiddelde aantal begeleidingen die door de

partner gedurende drie opeenvolgende trimesters werden verricht lager partner gedurende drie opeenvolgende trimesters werden verricht lager
is dan tachtig percent van de vastgestelde doelstelling, keurt de is dan tachtig percent van de vastgestelde doelstelling, keurt de
partner, binnen de door het bestuur vast te stellen termijn, die niet partner, binnen de door het bestuur vast te stellen termijn, die niet
langer dan drie maanden kan zijn, een actieplan goed dat structurele langer dan drie maanden kan zijn, een actieplan goed dat structurele
middelen inhoudt om de vastgestelde problemen op te lossen binnen de middelen inhoudt om de vastgestelde problemen op te lossen binnen de
door het bestuur te bepalen termijn, die niet langer dan zes maanden door het bestuur te bepalen termijn, die niet langer dan zes maanden
kan zijn te rekenen vanaf de datum van goedkeuring van het plan, voor kan zijn te rekenen vanaf de datum van goedkeuring van het plan, voor
zover geen actieplan reeds met toepassing van artikel 31 van kracht zover geen actieplan reeds met toepassing van artikel 31 van kracht
is. is.
Wanneer de in het eerste lid bedoelde toestand ontstaat in de loop van Wanneer de in het eerste lid bedoelde toestand ontstaat in de loop van
het laatste jaar van de eerste driejarige erkenningsperiode, neemt de het laatste jaar van de eerste driejarige erkenningsperiode, neemt de
partner de nodige bewarende maatregelen om te beantwoorden aan het partner de nodige bewarende maatregelen om te beantwoorden aan het
opleggen van een nieuwe jaarlijkse doelstelling. opleggen van een nieuwe jaarlijkse doelstelling.

Art. 33.Uiterlijk op 30 september van het laatste jaar van de eerste

Art. 33.Uiterlijk op 30 september van het laatste jaar van de eerste

driejarige erkenningsperiode, stelt de minister de jaarlijkse driejarige erkenningsperiode, stelt de minister de jaarlijkse
doelstelling van begeleidingen voor de tweede driejarige doelstelling van begeleidingen voor de tweede driejarige
erkenningsperiode vast op grond van een analyse van de inlichtingen erkenningsperiode vast op grond van een analyse van de inlichtingen
die werden ingewonnen en geëvalueerd bij het opvolgen van de die werden ingewonnen en geëvalueerd bij het opvolgen van de
begeleidingen zoals bepaald bij deze afdeling, op grond van de begeleidingen zoals bepaald bij deze afdeling, op grond van de
jaarlijkse verslagen die door de partner gedurende de eerste jaarlijkse verslagen die door de partner gedurende de eerste
driejarige erkenning werden uitgebracht en op grond van de driejarige erkenning werden uitgebracht en op grond van de
driejaarlijkse analyse bedoeld in artikel 31 van het decreet. driejaarlijkse analyse bedoeld in artikel 31 van het decreet.
Afdeling 5. - Verantwoording van de subsidie Afdeling 5. - Verantwoording van de subsidie

Art. 34.De inlichtingen die de partner krachtens artikel 36, § 1, van

Art. 34.De inlichtingen die de partner krachtens artikel 36, § 1, van

het decreet maandelijks meedeelt, zijn minstens de volgende : het decreet maandelijks meedeelt, zijn minstens de volgende :
1° de betrokken opdracht en prestaties; 1° de betrokken opdracht en prestaties;
2° het totaal aantal begeleidingen die per prestatie worden verricht, 2° het totaal aantal begeleidingen die per prestatie worden verricht,
per type rechtzoekende; per type rechtzoekende;
3° de datums van het begin, en, in voorkomend geval, van afsluiting 3° de datums van het begin, en, in voorkomend geval, van afsluiting
van elke begeleiding. van elke begeleiding.
De in het eerste lid bedoelde inlichtingen worden uiterlijk de tiende De in het eerste lid bedoelde inlichtingen worden uiterlijk de tiende
dag van de volgende maand aan het bestuur meegedeeld, langs dag van de volgende maand aan het bestuur meegedeeld, langs
elektronische weg, in de door de minister vast te stellen vorm. elektronische weg, in de door de minister vast te stellen vorm.

Art. 35.De voorwaarden voor de toekenning van de subsidie worden

Art. 35.De voorwaarden voor de toekenning van de subsidie worden

geacht als niet in acht te zijn genomen in de zin van artikel 61, 5°, geacht als niet in acht te zijn genomen in de zin van artikel 61, 5°,
a), van het decreet van 20 december 2011 houdende regeling van de a), van het decreet van 20 december 2011 houdende regeling van de
begroting en de boekhouding van de Diensten van de Regering van de begroting en de boekhouding van de Diensten van de Regering van de
Franse Gemeenschap, wanneer de volgende cumulatieve voorwaarden Franse Gemeenschap, wanneer de volgende cumulatieve voorwaarden
vervuld zijn : vervuld zijn :
1° het gemiddelde aantal begeleidingen die in de loop van de laatste 1° het gemiddelde aantal begeleidingen die in de loop van de laatste
negen maanden werden verricht, is lager dan tachtig procent van de negen maanden werden verricht, is lager dan tachtig procent van de
doelstelling; doelstelling;
2° de uitleg van de partner betreffende de context van die afwijking 2° de uitleg van de partner betreffende de context van die afwijking
biedt geen verantwoording; biedt geen verantwoording;
3° de partner wijst elke onderhandeling over de doelstellingen die 3° de partner wijst elke onderhandeling over de doelstellingen die
door het bestuur krachtens artikel 29 wordt voorgesteld, af; door het bestuur krachtens artikel 29 wordt voorgesteld, af;
4° het overeenkomstig artikel 32 ingestelde actieplan maakt het niet 4° het overeenkomstig artikel 32 ingestelde actieplan maakt het niet
mogelijk om de vastgestelde problemen op te lossen. mogelijk om de vastgestelde problemen op te lossen.
HOOFDSTUK 4. - Gemeenschapscommissie voor partnerschappen HOOFDSTUK 4. - Gemeenschapscommissie voor partnerschappen

Art. 36.De leden van de Gemeenschapscommissie voor partnerschappen,

Art. 36.De leden van de Gemeenschapscommissie voor partnerschappen,

bedoeld in artikel 41, eerste lid, 2°, worden aangesteld op de bedoeld in artikel 41, eerste lid, 2°, worden aangesteld op de
voordracht van de partners die voor het betrokken arrondissement voordracht van de partners die voor het betrokken arrondissement
worden erkend, volgens de volgende verdeling : worden erkend, volgens de volgende verdeling :
1° voor het arrondissement Waals Brabant : twee werkende leden en twee 1° voor het arrondissement Waals Brabant : twee werkende leden en twee
plaatsvervangende leden die de opdracht "hulpverlening voor een plaatsvervangende leden die de opdracht "hulpverlening voor een
betrekking" vertegenwoordigen; betrekking" vertegenwoordigen;
2° voor het arrondissement Brussel : twee werkende leden en twee 2° voor het arrondissement Brussel : twee werkende leden en twee
plaatsvervangende leden die de opdracht "juridische bijstand" plaatsvervangende leden die de opdracht "juridische bijstand"
vertegenwoordigen; vertegenwoordigen;
3° voor het arrondissement Henegouwen : twee werkende leden en twee 3° voor het arrondissement Henegouwen : twee werkende leden en twee
plaatsvervangende leden die de opdracht "maatschappelijke plaatsvervangende leden die de opdracht "maatschappelijke
hulpverlening" vertegenwoordigen; hulpverlening" vertegenwoordigen;
4° voor het arrondissement Luik : twee werkende leden en twee 4° voor het arrondissement Luik : twee werkende leden en twee
plaatsvervangende leden die de opdracht "begeleiding voor het plaatsvervangende leden die de opdracht "begeleiding voor het
uitvoeren en opvolgen van rechterlijke beslissingen" uitvoeren en opvolgen van rechterlijke beslissingen"
vertegenwoordigen; vertegenwoordigen;
5° voor het arrondissement Luxemburg : twee werkende leden en twee 5° voor het arrondissement Luxemburg : twee werkende leden en twee
plaatsvervangende leden die de opdracht "psychologische hulpverlening" plaatsvervangende leden die de opdracht "psychologische hulpverlening"
vertegenwoordigen; vertegenwoordigen;
6° voor het arrondissement Namen : twee werkende leden en twee 6° voor het arrondissement Namen : twee werkende leden en twee
plaatsvervangende leden die de opdracht "hulpverlening voor plaatsvervangende leden die de opdracht "hulpverlening voor
communicatie" vertegenwoordigen. communicatie" vertegenwoordigen.
Om de zes jaar wordt die verdeling gewijzigd en neemt elk Om de zes jaar wordt die verdeling gewijzigd en neemt elk
arrondissement de opdracht over van het arrondissement dat volgt in de arrondissement de opdracht over van het arrondissement dat volgt in de
in het eerste lid bedoelde lijst, waarbij het laatste de opdracht van in het eerste lid bedoelde lijst, waarbij het laatste de opdracht van
het eerste overneemt. het eerste overneemt.

Art. 37.Delegatie wordt de minister gegeven om het in artikel 42 van

Art. 37.Delegatie wordt de minister gegeven om het in artikel 42 van

het decreet bedoelde huishoudelijk reglement goed te keuren. het decreet bedoelde huishoudelijk reglement goed te keuren.
HOOFDSTUK 5. - Arrondissementscommissies voor partnerschappen HOOFDSTUK 5. - Arrondissementscommissies voor partnerschappen

Art. 38.§ 1. De minister stelt het huishoudelijk reglement van de

Art. 38.§ 1. De minister stelt het huishoudelijk reglement van de

arrondissementscommissies voor partnerschappen vast. arrondissementscommissies voor partnerschappen vast.
§ 2. Delegatie wordt de minister gegeven om de leden van de § 2. Delegatie wordt de minister gegeven om de leden van de
arrondissementscommissies voor partnerschappen te benoemen. arrondissementscommissies voor partnerschappen te benoemen.
HOOFDSTUK 6. - Thematische commissies voor partnerschappen HOOFDSTUK 6. - Thematische commissies voor partnerschappen

Art. 39.§ 1. Voor de benoeming van de leden van de thematische

Art. 39.§ 1. Voor de benoeming van de leden van de thematische

commissies voor partnerschappen, draagt elke in het gerechtelijk commissies voor partnerschappen, draagt elke in het gerechtelijk
arrondissement erkende partner een werkend lid en een plaatsvervangend arrondissement erkende partner een werkend lid en een plaatsvervangend
lid voor. lid voor.
§ 2. Delegatie wordt de minister gegeven om de leden van de § 2. Delegatie wordt de minister gegeven om de leden van de
thematische commissies voor partnerschappen te benoemen. thematische commissies voor partnerschappen te benoemen.
HOOFDSTUK 7.- Commissies voor juridische bijstand HOOFDSTUK 7.- Commissies voor juridische bijstand

Art. 40.De leden van de commissies voor juridische bijstand worden

Art. 40.De leden van de commissies voor juridische bijstand worden

door de ordes van advocaten van het betrokken gerechtelijk door de ordes van advocaten van het betrokken gerechtelijk
arrondissement aangewezen. arrondissement aangewezen.

Art. 41.De commissies voor juridische bijstand zijn samengesteld uit

Art. 41.De commissies voor juridische bijstand zijn samengesteld uit

een aantal leden dat, op grond van het aantal inwoners van het een aantal leden dat, op grond van het aantal inwoners van het
gerechtelijk arrondissement waarin ze gevestigd zijn, wordt bepaald gerechtelijk arrondissement waarin ze gevestigd zijn, wordt bepaald
als volgt : als volgt :
1° van 250.000 tot 500.000 inwoners : zes leden; 1° van 250.000 tot 500.000 inwoners : zes leden;
2° vanaf 500.001 inwoners : acht leden. 2° vanaf 500.001 inwoners : acht leden.

Art. 42.Niemand kan lid zijn van verschillende commissies voor

Art. 42.Niemand kan lid zijn van verschillende commissies voor

juridische bijstand tegelijk. juridische bijstand tegelijk.

Art. 43.De leden hebben elk een plaatsvervanger, die op dezelfde

Art. 43.De leden hebben elk een plaatsvervanger, die op dezelfde

wijze wordt aangewezen en die dezelfde voorwaarden vervult als de wijze wordt aangewezen en die dezelfde voorwaarden vervult als de
werkende leden. werkende leden.
Het plaatsvervangend lid vervangt het werkend lid dat niet aanwezig Het plaatsvervangend lid vervangt het werkend lid dat niet aanwezig
kan zijn. kan zijn.

Art. 44.Het mandaat van de leden van de commissies voor juridische

Art. 44.Het mandaat van de leden van de commissies voor juridische

bijstand duurt zes jaar en is hernieuwbaar. bijstand duurt zes jaar en is hernieuwbaar.
Wanneer het mandaat van een lid vroegtijdig eindigt, voleindigt zijn Wanneer het mandaat van een lid vroegtijdig eindigt, voleindigt zijn
plaatsvervanger dat mandaat. plaatsvervanger dat mandaat.

Art. 45.Elke commissie voor juridische bijstand wijst uit haar midden

Art. 45.Elke commissie voor juridische bijstand wijst uit haar midden

haar voorzitter, ondervoorzitter, secretaris en penningmeester, die haar voorzitter, ondervoorzitter, secretaris en penningmeester, die
tegenover de openbare schatkist rekenplichtig is, aan. tegenover de openbare schatkist rekenplichtig is, aan.

Art. 46.De voorzitter leidt en coördineert de activiteiten van de

Art. 46.De voorzitter leidt en coördineert de activiteiten van de

commissie voor juridische bijstand waarvan hij deel uitmaakt. Hij commissie voor juridische bijstand waarvan hij deel uitmaakt. Hij
ondertekent alle adviezen, verslagen, brieven en aanbevelingen. ondertekent alle adviezen, verslagen, brieven en aanbevelingen.

Art. 47.De penningmeester beheert de financiën, inzonderheid de

Art. 47.De penningmeester beheert de financiën, inzonderheid de

subsidies die aan de Commissie voor juridische bijstand worden subsidies die aan de Commissie voor juridische bijstand worden
toegekend ter uitvoering van het decreet. toegekend ter uitvoering van het decreet.

Art. 48.Elke commissie voor juridische bijstand vergadert minstens

Art. 48.Elke commissie voor juridische bijstand vergadert minstens

vier keer per jaar; ze wordt door de voorzitter bijeengeroepen. Deze vier keer per jaar; ze wordt door de voorzitter bijeengeroepen. Deze
stelt de dag en de uren van elke vergadering vast. stelt de dag en de uren van elke vergadering vast.

Art. 49.De commissies voor juridische bijstand beraadslagen en

Art. 49.De commissies voor juridische bijstand beraadslagen en

beslissen geldig wanneer de volstrekte meerderheid van de leden beslissen geldig wanneer de volstrekte meerderheid van de leden
aanwezig zijn. De beslissingen worden bij gewone meerderheid genomen. aanwezig zijn. De beslissingen worden bij gewone meerderheid genomen.
Als het quorum van aanwezige leden niet bereikt is, wordt een nieuwe Als het quorum van aanwezige leden niet bereikt is, wordt een nieuwe
vergadering, met dezelfde agenda, georganiseerd. De commissie vergadering, met dezelfde agenda, georganiseerd. De commissie
beraadslaagt en beslist geldig ongeacht het aantal aanwezige leden. beraadslaagt en beslist geldig ongeacht het aantal aanwezige leden.
Bij staking van stemmen, is de stem van de voorzitter of, bij diens Bij staking van stemmen, is de stem van de voorzitter of, bij diens
afwezigheid, die van de ondervoorzitter, beslissend. afwezigheid, die van de ondervoorzitter, beslissend.

Art. 50.De minister stelt het model van het in artikel 508/6 van het

Art. 50.De minister stelt het model van het in artikel 508/6 van het

gerechtelijk wetboek bedoelde jaarverslag vast. gerechtelijk wetboek bedoelde jaarverslag vast.
HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen

Art. 51.Opgeheven worden :

Art. 51.Opgeheven worden :

1° het koninklijk besluit van 20 december 1999 tot bepaling van de 1° het koninklijk besluit van 20 december 1999 tot bepaling van de
nadere regels inzake erkenning van de organisaties voor juridische nadere regels inzake erkenning van de organisaties voor juridische
bijstand, alsook betreffende de samenstelling en de werking van de bijstand, alsook betreffende de samenstelling en de werking van de
commissie voor juridische bijstand en tot vaststelling van de commissie voor juridische bijstand en tot vaststelling van de
objectieve criteria van subsidiëring van de commissies voor juridische objectieve criteria van subsidiëring van de commissies voor juridische
bijstand, overeenkomstig de artikelen 508/2, § 3, tweede lid, en bijstand, overeenkomstig de artikelen 508/2, § 3, tweede lid, en
508/4, van het Gerechtelijk Wetboek; 508/4, van het Gerechtelijk Wetboek;
2° het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 13 2° het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 13
december 2001 tot uitvoering van het decreet van 19 juli 2001 december 2001 tot uitvoering van het decreet van 19 juli 2001
betreffende de sociale hulpverlening aan gedetineerden met het oog op betreffende de sociale hulpverlening aan gedetineerden met het oog op
hun sociale re-integratie; hun sociale re-integratie;
3° de artikelen 39 tot 48 van het besluit van 4 juni 2009 van het 3° de artikelen 39 tot 48 van het besluit van 4 juni 2009 van het
College van de Franse Gemeenschapscommissie houdende toepassing van College van de Franse Gemeenschapscommissie houdende toepassing van
het decreet van 5 maart 2009 betreffende het aanbod van ambulante het decreet van 5 maart 2009 betreffende het aanbod van ambulante
diensten in het domein van de sociale actie, het gezin en de diensten in het domein van de sociale actie, het gezin en de
gezondheid; gezondheid;
4° de artikelen 200 tot 228 en 257 tot 290 van het Reglementair deel 4° de artikelen 200 tot 228 en 257 tot 290 van het Reglementair deel
van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid. van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid.

Art. 52.Dit besluit heeft uitwerking de dag waarop het wordt

Art. 52.Dit besluit heeft uitwerking de dag waarop het wordt

ondertekend, met uitzondering van artikel 32, dat op 1 januari 2021 in ondertekend, met uitzondering van artikel 32, dat op 1 januari 2021 in
werking treedt. werking treedt.

Art. 53.Het lid van de Regering dat bevoegd is voor de erkenning en

Art. 53.Het lid van de Regering dat bevoegd is voor de erkenning en

de subsidiëring van de partners die hulp aan rechtzoekenden verlenen, de subsidiëring van de partners die hulp aan rechtzoekenden verlenen,
wordt belast met de uitvoering van dit besluit. wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 17 mei 2017 Brussel, 17 mei 2017
De Minister-President, De Minister-President,
R. DEMOTTE R. DEMOTTE
De Minister van Hulpverlening aan de Jeugd, Justitiehuizen, Sport en De Minister van Hulpverlening aan de Jeugd, Justitiehuizen, Sport en
Promotie van Brussel, Promotie van Brussel,
R. MADRANE R. MADRANE
^