Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van de kwaliteitsopvangcode | Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van de kwaliteitsopvangcode |
---|---|
MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP |
17 DECEMBER 2003. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap | 17 DECEMBER 2003. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap |
tot vaststelling van de kwaliteitsopvangcode | tot vaststelling van de kwaliteitsopvangcode |
De Regering van de Franse Gemeenschap, | De Regering van de Franse Gemeenschap, |
Gelet op het decreet van 17 juli 2002 tot hervorming van de Office de | Gelet op het decreet van 17 juli 2002 tot hervorming van de Office de |
la Naissance et de l'Enfance, O.N.E. afgekort, inzonderheid op artikel | la Naissance et de l'Enfance, O.N.E. afgekort, inzonderheid op artikel |
6; | 6; |
Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 31 | Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 31 |
mei 1999 tot vaststelling van de voorschriften voor een degelijke | mei 1999 tot vaststelling van de voorschriften voor een degelijke |
opvang; | opvang; |
Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 27 | Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 27 |
februari 2003 houdende algemene reglementering inzake | februari 2003 houdende algemene reglementering inzake |
opvangvoorzieningen; | opvangvoorzieningen; |
Gelet op het advies van de Office de la Naissance et de l'Enfance, | Gelet op het advies van de Office de la Naissance et de l'Enfance, |
gegeven op 3 september 2003; | gegeven op 3 september 2003; |
Gelet op het advies van de Raad van State nr.35.964/4, gegeven op 18 | Gelet op het advies van de Raad van State nr.35.964/4, gegeven op 18 |
november 2003; | november 2003; |
Gelet op het Internationaal Verdrag van 20 november 1989 betreffende | Gelet op het Internationaal Verdrag van 20 november 1989 betreffende |
de rechten van het kind; | de rechten van het kind; |
Gelet op de aanbeveling van de Raad van de Europese Gemeenschappen van | Gelet op de aanbeveling van de Raad van de Europese Gemeenschappen van |
31 maart 1992 betreffende kinderopvang; | 31 maart 1992 betreffende kinderopvang; |
Gelet op de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door | Gelet op de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door |
racisme of xenofobie ingegeven daden; | racisme of xenofobie ingegeven daden; |
Gelet op het decreet van 14 juli 1997 houdende organisatie van de | Gelet op het decreet van 14 juli 1997 houdende organisatie van de |
gezondheidspromotie in de Franse Gemeenschap; | gezondheidspromotie in de Franse Gemeenschap; |
Gelet op het decreet van 16 maart 1998 inzake hulpverlening aan | Gelet op het decreet van 16 maart 1998 inzake hulpverlening aan |
mishandelde kinderen; | mishandelde kinderen; |
Overwegende dat het Handvest voor de Toekomst van de Franse | Overwegende dat het Handvest voor de Toekomst van de Franse |
Gemeenschap Wallonië - Brussel aangenomen door de Regering van de | Gemeenschap Wallonië - Brussel aangenomen door de Regering van de |
Franse Gemeenschap van 26 september 2001 preciseert dat "de | Franse Gemeenschap van 26 september 2001 preciseert dat "de |
Gemeenschap moet instaan voor het waarborgen aan alle kinderen van | Gemeenschap moet instaan voor het waarborgen aan alle kinderen van |
optimale kansen op een kwaliteitsopvang; | optimale kansen op een kwaliteitsopvang; |
Overwegende dat de behoeften inzake opvang niet alleen betrekking | Overwegende dat de behoeften inzake opvang niet alleen betrekking |
hebben op het toezicht over een kind gedurende de periodes tijdens | hebben op het toezicht over een kind gedurende de periodes tijdens |
welke de personen die het kind toevertrouwen, niet voor hem kunnen | welke de personen die het kind toevertrouwen, niet voor hem kunnen |
zorgen, maar ook inzonderheid op zijn lichamelijke, psychologische, | zorgen, maar ook inzonderheid op zijn lichamelijke, psychologische, |
cognitieve, affectieve en sociale ontwikkeling; | cognitieve, affectieve en sociale ontwikkeling; |
Overwegende dat de veelvuldigheid en de diversiteit van de bestaande | Overwegende dat de veelvuldigheid en de diversiteit van de bestaande |
opvangdiensten een weerspiegeling zijn van de behoeften terzake; | opvangdiensten een weerspiegeling zijn van de behoeften terzake; |
Overwegende dat deze veelvuldigheid en diversiteit, die op zichzelf | Overwegende dat deze veelvuldigheid en diversiteit, die op zichzelf |
een rijkdom vormen, geïntegreerd moeten worden in een coherent kader | een rijkdom vormen, geïntegreerd moeten worden in een coherent kader |
waarbij wordt de continuïteit van de opvangpraktijk gegarandeerd, | waarbij wordt de continuïteit van de opvangpraktijk gegarandeerd, |
continuïteit die nog meer noodzakelijk is aangezien een groot aantal | continuïteit die nog meer noodzakelijk is aangezien een groot aantal |
kinderen ertoe verplicht kunnen zijn soms gedurende eenzelfde dag | kinderen ertoe verplicht kunnen zijn soms gedurende eenzelfde dag |
verschillende opvangdiensten te bezoeken waarvan de institutionele | verschillende opvangdiensten te bezoeken waarvan de institutionele |
aard, de nadere regels van werking, de overtuiging inzake actie alsook | aard, de nadere regels van werking, de overtuiging inzake actie alsook |
de aangeboden types activiteiten verschillend zijn; | de aangeboden types activiteiten verschillend zijn; |
Overwegende dat deze coherentie verstevigd dient te worden door het | Overwegende dat deze coherentie verstevigd dient te worden door het |
vaststellen van basisbeginselen die de grondslag zullen leggen voor de | vaststellen van basisbeginselen die de grondslag zullen leggen voor de |
verschillende aanpakken inzake praktijk met betrekking tot | verschillende aanpakken inzake praktijk met betrekking tot |
kinderopvang, beginsels die onder andere op de wetenschappelijke | kinderopvang, beginsels die onder andere op de wetenschappelijke |
kennis van de ontwikkeling van het kind steunen; | kennis van de ontwikkeling van het kind steunen; |
Overwegende dat deze basisbeginselen verwoord kunnen worden in | Overwegende dat deze basisbeginselen verwoord kunnen worden in |
doeleinden; | doeleinden; |
Overwegende dat een kwaliteitsopvang beredeneerd moet worden met | Overwegende dat een kwaliteitsopvang beredeneerd moet worden met |
inachtneming van een dynamisch, continu, overlegd proces waaraan de | inachtneming van een dynamisch, continu, overlegd proces waaraan de |
professionalisering ten grondslag ligt; | professionalisering ten grondslag ligt; |
Op de voordracht van de Minister van Kinderwelzijn, | Op de voordracht van de Minister van Kinderwelzijn, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied | HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied |
Artikel 1.Krachtens artikel 6 van het decreet van 17 juli 2002 |
Artikel 1.Krachtens artikel 6 van het decreet van 17 juli 2002 |
houdende hervorming van de "Office de la Naissance et de l'Enfance", | houdende hervorming van de "Office de la Naissance et de l'Enfance", |
"O.N.E." afgekort, mag geen persoon die niet behoort tot het familiaal | "O.N.E." afgekort, mag geen persoon die niet behoort tot het familiaal |
leefmilieu van het kind de opvang van kinderen die jonger zijn dan | leefmilieu van het kind de opvang van kinderen die jonger zijn dan |
twaalf jaar regelmatig organiseren zonder deze kwaliteitsopvangcode in | twaalf jaar regelmatig organiseren zonder deze kwaliteitsopvangcode in |
acht te nemen, onverminderd andere bepalingen genomen door of | acht te nemen, onverminderd andere bepalingen genomen door of |
krachtens een decreets- of reglementaire bepaling, inzonderheid deze | krachtens een decreets- of reglementaire bepaling, inzonderheid deze |
betreffende de erkenning van en de toekenning van toelagen aan de | betreffende de erkenning van en de toekenning van toelagen aan de |
instellingen en diensten inzake geboorte en kinderwelzijn, jeugdzaken | instellingen en diensten inzake geboorte en kinderwelzijn, jeugdzaken |
of hulpverlening aan de jeugd. | of hulpverlening aan de jeugd. |
Voor de toepassing van dit besluit, dient verstaan te worden door | Voor de toepassing van dit besluit, dient verstaan te worden door |
opvangmilieu, iedere persoon, dienst of instelling, die, alhoewel niet | opvangmilieu, iedere persoon, dienst of instelling, die, alhoewel niet |
behorend tot het familiaal leefmilieu van het kind, regelmatig de | behorend tot het familiaal leefmilieu van het kind, regelmatig de |
opvang van kinderen van minder dan twaalf organiseert en door | opvang van kinderen van minder dan twaalf organiseert en door |
opvangende persoon, iedere persoon die kinderen opvangt. | opvangende persoon, iedere persoon die kinderen opvangt. |
HOOFDSTUK II. - Doelstellingen | HOOFDSTUK II. - Doelstellingen |
Afdeling 1. - De psychopedagogische beginselen | Afdeling 1. - De psychopedagogische beginselen |
Art. 2.Om voor ieder kind de bestgeschikte opvangvoorwaarden te |
Art. 2.Om voor ieder kind de bestgeschikte opvangvoorwaarden te |
garanderen met het oog op zijn geïntegreerde ontwikkeling op de | garanderen met het oog op zijn geïntegreerde ontwikkeling op de |
lichamelijke, psychologische, cognitieve, affectieve en sociale | lichamelijke, psychologische, cognitieve, affectieve en sociale |
vlakken, probeert het opvangmilieu de ontdekkingslust van het kind te | vlakken, probeert het opvangmilieu de ontdekkingslust van het kind te |
behouden en te bevorderen door leefruimtes in te richten die aan zijn | behouden en te bevorderen door leefruimtes in te richten die aan zijn |
behoeften beantwoorden, door het kind materiaal beschikbaar te maken | behoeften beantwoorden, door het kind materiaal beschikbaar te maken |
en door het toegang te verlenen tot, zo nodig, verscheidene | en door het toegang te verlenen tot, zo nodig, verscheidene |
activiteiten. | activiteiten. |
Art. 3.Het opvangmilieu zorgt voor de kwaliteit van de relatie van de |
Art. 3.Het opvangmilieu zorgt voor de kwaliteit van de relatie van de |
opvangende persoon (personen) met het kind. | opvangende persoon (personen) met het kind. |
Art. 4.Het opvangmilieu laat het kind toe zijn persoonlijke en |
Art. 4.Het opvangmilieu laat het kind toe zijn persoonlijke en |
spontane meningen bekend te maken en bevordert de ontwikkeling van | spontane meningen bekend te maken en bevordert de ontwikkeling van |
zelfvertrouwen en autonomie. | zelfvertrouwen en autonomie. |
Art. 5.Het opvangmilieu draagt bij tot de ontwikkeling van de |
Art. 5.Het opvangmilieu draagt bij tot de ontwikkeling van de |
socialisering van het kind. Rekening houdend met zijn leeftijd, | socialisering van het kind. Rekening houdend met zijn leeftijd, |
moedigt het de ontwikkeling van het groepleven aan met als doel het | moedigt het de ontwikkeling van het groepleven aan met als doel het |
aankweken van solidariteit en coöperatie. | aankweken van solidariteit en coöperatie. |
Afdeling 2. - Inrichting van de activiteiten en van de gezondheid | Afdeling 2. - Inrichting van de activiteiten en van de gezondheid |
Art. 6.Het opvangmilieu richt de kindergroepen in met als doel de |
Art. 6.Het opvangmilieu richt de kindergroepen in met als doel de |
bestgeschikte voorwaarden te scheppen zowel voor het goede verloop van | bestgeschikte voorwaarden te scheppen zowel voor het goede verloop van |
de activiteiten als voor het totstandbrengen van een kwaliteitsrelatie | de activiteiten als voor het totstandbrengen van een kwaliteitsrelatie |
met de opvangende persoon (personen) en het inachtnemen van de | met de opvangende persoon (personen) en het inachtnemen van de |
behoeften en verwachtingen van de kinderen. | behoeften en verwachtingen van de kinderen. |
Art. 7.Het opvangmilieu zorgt, tijdens de inrichting van de |
Art. 7.Het opvangmilieu zorgt, tijdens de inrichting van de |
activiteiten, ervoor dat ieder kind vrije uitdrukking kan geven tot | activiteiten, ervoor dat ieder kind vrije uitdrukking kan geven tot |
zijn initiatief en dat de notie van vrije tijd behouden blijft, | zijn initiatief en dat de notie van vrije tijd behouden blijft, |
inzonderheid wanneer de opvangperiode plaats ingrijpt na pedagogische | inzonderheid wanneer de opvangperiode plaats ingrijpt na pedagogische |
activiteiten. | activiteiten. |
Art. 8.Het opvangmilieu, met het oog op de bevordering van de |
Art. 8.Het opvangmilieu, met het oog op de bevordering van de |
gezondheid en van de gemeenschapsgezondheid, zorgt ervoor dat het kind | gezondheid en van de gemeenschapsgezondheid, zorgt ervoor dat het kind |
een gezond leven leidt. | een gezond leven leidt. |
Afdeling 3. - Toegangsvoorwaarden | Afdeling 3. - Toegangsvoorwaarden |
Art. 9.Het opvangmilieu vermijdt elke vorm van discriminatie |
Art. 9.Het opvangmilieu vermijdt elke vorm van discriminatie |
gebaseerd op het geslacht, de ras of de socioculturele of | gebaseerd op het geslacht, de ras of de socioculturele of |
socio-economische afkomst ten opzichte van de kinderen, de personen | socio-economische afkomst ten opzichte van de kinderen, de personen |
die ze toevertrouwen en de opvangende persoon (personen). | die ze toevertrouwen en de opvangende persoon (personen). |
Art. 10.Het opvangmilieu moedigt een harmonieuze integratie aan van |
Art. 10.Het opvangmilieu moedigt een harmonieuze integratie aan van |
kinderen die specifieke behoeften aan de dag leggen, met inachtneming | kinderen die specifieke behoeften aan de dag leggen, met inachtneming |
van hun verschil. | van hun verschil. |
Art. 11.Het opvangmilieu zorgt er met alle krachten voor dat zijn |
Art. 11.Het opvangmilieu zorgt er met alle krachten voor dat zijn |
toegang niet beperkt wordt door het bedrag van de mogelijke geldelijke | toegang niet beperkt wordt door het bedrag van de mogelijke geldelijke |
bijdrage vereist van de personen die het kind toevertrouwen. | bijdrage vereist van de personen die het kind toevertrouwen. |
Art. 12.Het opvangmilieu zorgt voor de gelijkheid van kansen voor |
Art. 12.Het opvangmilieu zorgt voor de gelijkheid van kansen voor |
alle kinderen bij het beheer van de activiteiten en/of van het | alle kinderen bij het beheer van de activiteiten en/of van het |
dagelijks leven. | dagelijks leven. |
Afdeling 4. - De begeleiding | Afdeling 4. - De begeleiding |
Art. 13.Het opvangmilieu zorgt ervoor dat de begeleiding waargenomen |
Art. 13.Het opvangmilieu zorgt ervoor dat de begeleiding waargenomen |
wordt door bevoegd personeel dat over de nodige bevoegdheden beschikt | wordt door bevoegd personeel dat over de nodige bevoegdheden beschikt |
om aan de behoeften van de kinderen en aan de specifieke vereisten van | om aan de behoeften van de kinderen en aan de specifieke vereisten van |
het type ingerichte opvang gevolg te kunnen geven. | het type ingerichte opvang gevolg te kunnen geven. |
Art. 14.Het opvangmilieu moedigt de opvangende persoon (personen) |
Art. 14.Het opvangmilieu moedigt de opvangende persoon (personen) |
ertoe aan, wat haar (hun) basisbevoegdheid ook zij, een voortgezette | ertoe aan, wat haar (hun) basisbevoegdheid ook zij, een voortgezette |
opleiding te genieten met betrekking tot de beroepsaard van het | opleiding te genieten met betrekking tot de beroepsaard van het |
begeleidingsambt en tot de kennis inzake ontwikkeling van het kind. | begeleidingsambt en tot de kennis inzake ontwikkeling van het kind. |
Afdeling 5 : De betrekkingen van het opvangmilieu met de personen die | Afdeling 5 : De betrekkingen van het opvangmilieu met de personen die |
hun kind toevertrouwen en met de omgeving | hun kind toevertrouwen en met de omgeving |
Art. 15.Het opvangmilieu zorgt voor het verenigen van de noties van |
Art. 15.Het opvangmilieu zorgt voor het verenigen van de noties van |
opvang en toezicht door het aanbieden van een dienst die de kinderen | opvang en toezicht door het aanbieden van een dienst die de kinderen |
en hun behoeften tegemoet gaat met inachtneming van de vraag van de | en hun behoeften tegemoet gaat met inachtneming van de vraag van de |
personen die het kind toevertrouwen. | personen die het kind toevertrouwen. |
Art. 16.Het opvangmilieu informeert de personen die het kind |
Art. 16.Het opvangmilieu informeert de personen die het kind |
toevertrouwen over zijn project en vraagt naar de verwachtingen van | toevertrouwen over zijn project en vraagt naar de verwachtingen van |
deze personen. Hij richt een opvangmode in die hun toelaat het kind in | deze personen. Hij richt een opvangmode in die hun toelaat het kind in |
alle sereniteit toe te vertrouwen en volledig operationeel te zijn, | alle sereniteit toe te vertrouwen en volledig operationeel te zijn, |
zowel psychologisch als lichamelijk, voor hun bezigheden, of die al | zowel psychologisch als lichamelijk, voor hun bezigheden, of die al |
dan niet professioneel zijn. | dan niet professioneel zijn. |
Art. 17.Het opvangmilieu legt met de personen die het kind |
Art. 17.Het opvangmilieu legt met de personen die het kind |
toevertrouwen een betrekking aan die de complementariteit tussen de | toevertrouwen een betrekking aan die de complementariteit tussen de |
verschillende leefmilieus van het kind in de hand werkt en bevordert. | verschillende leefmilieus van het kind in de hand werkt en bevordert. |
Art. 18.Het opvangmilieu houdt rekening, bij het inrichten van de |
Art. 18.Het opvangmilieu houdt rekening, bij het inrichten van de |
opvang en bij de creatie en de concrete organisatie van de | opvang en bij de creatie en de concrete organisatie van de |
activiteiten, met de sociale, culturele, economische en | activiteiten, met de sociale, culturele, economische en |
milieukenmerken van het leefmilieu van het toevertrouwde kind, met | milieukenmerken van het leefmilieu van het toevertrouwde kind, met |
inachtneming van de specifieke toestanden. | inachtneming van de specifieke toestanden. |
Art. 19.Het opvangmilieu moedigt de betrekkingen met de plaatselijke |
Art. 19.Het opvangmilieu moedigt de betrekkingen met de plaatselijke |
collectiviteiten en verenigingen aan. | collectiviteiten en verenigingen aan. |
HOOFDSTUK III. - Verwezenlijking van de doeleinden | HOOFDSTUK III. - Verwezenlijking van de doeleinden |
Art. 20.§ 1. Het opvangmilieu bepaalt een opvangproject en geeft er |
Art. 20.§ 1. Het opvangmilieu bepaalt een opvangproject en geeft er |
afschrift van aan de personen die een kind toevertrouwen, desnoods al | afschrift van aan de personen die een kind toevertrouwen, desnoods al |
wat geresumeerd en gemakkelijk leesbaar. In ieder geval, houdt het de | wat geresumeerd en gemakkelijk leesbaar. In ieder geval, houdt het de |
volledige versie ter beschikking van de personen die het kind | volledige versie ter beschikking van de personen die het kind |
toevertrouwen, die het aanvragen. | toevertrouwen, die het aanvragen. |
§ 2. Het opvangproject wordt samengesteld in overleg met de opvangende | § 2. Het opvangproject wordt samengesteld in overleg met de opvangende |
personen en maakt het voorwerp uit van een raadpleging waarop, onder | personen en maakt het voorwerp uit van een raadpleging waarop, onder |
anderen, de personen die het kind toevertrouwen uitgenodigd worden. | anderen, de personen die het kind toevertrouwen uitgenodigd worden. |
§ 3. Het opvangproject bevat minstens de volgende inlichtingen : | § 3. Het opvangproject bevat minstens de volgende inlichtingen : |
1° het type ingerichte opvang; | 1° het type ingerichte opvang; |
2° het huishoudelijk reglement, en dit minstens wanneer dit reglement | 2° het huishoudelijk reglement, en dit minstens wanneer dit reglement |
door de reglementering die op het opvangmilieu van toepassing is, het | door de reglementering die op het opvangmilieu van toepassing is, het |
vereist; | vereist; |
3° de institutionele achtergrond waarin de inrichting van de opvang | 3° de institutionele achtergrond waarin de inrichting van de opvang |
geïntegreerd wordt; | geïntegreerd wordt; |
4° de manier waarop de financiële bijdrage van de personen die hun | 4° de manier waarop de financiële bijdrage van de personen die hun |
kind toevertrouwen wordt bepaald; | kind toevertrouwen wordt bepaald; |
5° de gebezigde begeleidingsratio; | 5° de gebezigde begeleidingsratio; |
6° de bevoegdheid van het personeel; | 6° de bevoegdheid van het personeel; |
7° de beschrijving van de methodologische keuzen alsook de concrete | 7° de beschrijving van de methodologische keuzen alsook de concrete |
acties ondernomen om de bij hoofdstuk II van deze kwaliteitsopvangcode | acties ondernomen om de bij hoofdstuk II van deze kwaliteitsopvangcode |
bedoelde doeleinden te verwezenlijken. | bedoelde doeleinden te verwezenlijken. |
§ 4. Het opvangproject maakt het voorwerp uit van een regelmatige | § 4. Het opvangproject maakt het voorwerp uit van een regelmatige |
evaluatie en wordt minstens om de drie jaar bijgewerkt, volgens | evaluatie en wordt minstens om de drie jaar bijgewerkt, volgens |
dezelfde nadere regels als deze bepaald bij § 2. | dezelfde nadere regels als deze bepaald bij § 2. |
§ 5. Het opvangmilieu zendt naar de Office de la Naissance et de | § 5. Het opvangmilieu zendt naar de Office de la Naissance et de |
l'Enfance een afschrift over van het opvangproject en zijn bijgewerkte | l'Enfance een afschrift over van het opvangproject en zijn bijgewerkte |
versies, met uitzondering van de opvangmilieus die onderworpen zijn | versies, met uitzondering van de opvangmilieus die onderworpen zijn |
aan de begeleiding van één van de diensten van de Regering, krachtens | aan de begeleiding van één van de diensten van de Regering, krachtens |
de bepalingen bedoeld bij artikel 6, § 3, van het decreet van 17 juli | de bepalingen bedoeld bij artikel 6, § 3, van het decreet van 17 juli |
2002 houdende hervorming van de Office de la Naissance et de | 2002 houdende hervorming van de Office de la Naissance et de |
l'Enfance, O.N.E. afgekort. In dit geval, zenden de opvangmilieus | l'Enfance, O.N.E. afgekort. In dit geval, zenden de opvangmilieus |
afschrift van hun opvangproject en bijgewerkte versies over | afschrift van hun opvangproject en bijgewerkte versies over |
overeenkomstig de decreets- en reglementaire bepalingen die ze | overeenkomstig de decreets- en reglementaire bepalingen die ze |
betreffen. | betreffen. |
§ 6. Voor het beoordelen van de verwezenlijking van de bij hoofdstuk | § 6. Voor het beoordelen van de verwezenlijking van de bij hoofdstuk |
II bedoelde doelen, wordt rekening gehouden met de werkelijkheid van | II bedoelde doelen, wordt rekening gehouden met de werkelijkheid van |
iedere opvangmode, inzonderheid wat betreft het geval van een opvang | iedere opvangmode, inzonderheid wat betreft het geval van een opvang |
ingericht door een opvangmilieu op de woonplaats van een kind. | ingericht door een opvangmilieu op de woonplaats van een kind. |
HOOFDSTUK IV. - Toekenning van een kwaliteitsattest | HOOFDSTUK IV. - Toekenning van een kwaliteitsattest |
Art. 21.Het opvangmilieu, dat het aanvraagt en dat het toezicht |
Art. 21.Het opvangmilieu, dat het aanvraagt en dat het toezicht |
aanvaardt van de Office de la Naissance et de l'Enfance, bekomt van de | aanvaardt van de Office de la Naissance et de l'Enfance, bekomt van de |
O.N.E. een kwaliteitsattest na : | O.N.E. een kwaliteitsattest na : |
1. een evaluatie van het opvangmilieu met verwijzing naar het | 1. een evaluatie van het opvangmilieu met verwijzing naar het |
opvangproject van dit milieu en naar deze kwaliteitsopvangcode; | opvangproject van dit milieu en naar deze kwaliteitsopvangcode; |
2. een evaluatie van het feit dat het opvangmilieu wel degelijk erop | 2. een evaluatie van het feit dat het opvangmilieu wel degelijk erop |
uit is de kwaliteit van de opvang te verbeteren met als doel één of | uit is de kwaliteit van de opvang te verbeteren met als doel één of |
meer objectieven bedoeld bij hoofdstuk II en een evaluatie van de | meer objectieven bedoeld bij hoofdstuk II en een evaluatie van de |
voorgenomen middelen om dit doel te bereiken. | voorgenomen middelen om dit doel te bereiken. |
Met het oog op de toekenning van een kwaliteitsattest aan de | Met het oog op de toekenning van een kwaliteitsattest aan de |
opvangmilieus die onderworpen zijn aan de begeleiding van een van de | opvangmilieus die onderworpen zijn aan de begeleiding van een van de |
diensten van de Regering, krachtens de bepalingen bedoeld bij artikel | diensten van de Regering, krachtens de bepalingen bedoeld bij artikel |
6, § 3, van het decreet van 17 juli 2002 houdende hervorming van de | 6, § 3, van het decreet van 17 juli 2002 houdende hervorming van de |
Office de la Naissance et de l'Enfance, O.N.E. afgekort, kan de Office | Office de la Naissance et de l'Enfance, O.N.E. afgekort, kan de Office |
de la Naissance et de l'Enfance met deze diensten | de la Naissance et de l'Enfance met deze diensten |
medewerkingsprotocollen sluiten waarbij gezamenlijk de nadere regels | medewerkingsprotocollen sluiten waarbij gezamenlijk de nadere regels |
voor de uitreiking van genoemd attest bepaald worden. | voor de uitreiking van genoemd attest bepaald worden. |
Art. 22.Het kwaliteitsattest uitgereikt door de Office de la |
Art. 22.Het kwaliteitsattest uitgereikt door de Office de la |
Naissance et de l'Enfance is geldig voor een periode van drie jaar en | Naissance et de l'Enfance is geldig voor een periode van drie jaar en |
wordt hernieuwd, inzonderheid rekening houdend met de evaluatie van de | wordt hernieuwd, inzonderheid rekening houdend met de evaluatie van de |
verwezenlijking van het vorige opvangproject, volgens de voorwaarden | verwezenlijking van het vorige opvangproject, volgens de voorwaarden |
en de nadere regels bedoeld bij artikel 21. | en de nadere regels bedoeld bij artikel 21. |
Art. 23.Wanneer de Office de la Naissance et de l'Enfance het |
Art. 23.Wanneer de Office de la Naissance et de l'Enfance het |
kwaliteitsattest meent te moeten weigeren of in te trekken, licht hij | kwaliteitsattest meent te moeten weigeren of in te trekken, licht hij |
er het opvangmilieu in over per met redenen omklede ter post | er het opvangmilieu in over per met redenen omklede ter post |
aangetekende brief. In deze brief wordt bovendien gestipuleerd dat het | aangetekende brief. In deze brief wordt bovendien gestipuleerd dat het |
opvangmilieu over een termijn van 75 dagen beschikt vanaf ontvangst | opvangmilieu over een termijn van 75 dagen beschikt vanaf ontvangst |
van de aangetekende brief om de in de brief vermelde elementen te | van de aangetekende brief om de in de brief vermelde elementen te |
verhelpen, en dat, bij gebrek aan dit, de Office de la Naissance et de | verhelpen, en dat, bij gebrek aan dit, de Office de la Naissance et de |
l'Enfance de vertegenwoordiger van het opvangmilieu zal horen, al dan | l'Enfance de vertegenwoordiger van het opvangmilieu zal horen, al dan |
niet bijgestaan door iedere persoon of instelling van zijn keuze. | niet bijgestaan door iedere persoon of instelling van zijn keuze. |
De Office de la Naissance et de l'Enfance kan aan het opvangmilieu | De Office de la Naissance et de l'Enfance kan aan het opvangmilieu |
elke door hem nuttig geachte termijn toekennen om het toe te laten aan | elke door hem nuttig geachte termijn toekennen om het toe te laten aan |
de bepalingen bedoeld bij deze kwaliteitsopangcode te voldoen. | de bepalingen bedoeld bij deze kwaliteitsopangcode te voldoen. |
Art. 24.De Office de la Naissance et de l'Enfance deelt jaarlijks |
Art. 24.De Office de la Naissance et de l'Enfance deelt jaarlijks |
zijn lijst van de opvangmilieus die over het kwaliteitsattest | zijn lijst van de opvangmilieus die over het kwaliteitsattest |
beschikken mede. | beschikken mede. |
HOOFDSTUK V. - Opheffings- en slotbepalingen | HOOFDSTUK V. - Opheffings- en slotbepalingen |
Art. 25.De Office de la Naissance et de l'Enfance onderneemt de |
Art. 25.De Office de la Naissance et de l'Enfance onderneemt de |
nodige stappen om deze kwaliteitsopvangcode bekend te maken. | nodige stappen om deze kwaliteitsopvangcode bekend te maken. |
Art. 26.In het besluit van 27 februari 2003 van de Regering van de |
Art. 26.In het besluit van 27 februari 2003 van de Regering van de |
Franse Gemeenschap houdende algemene reglementering inzake | Franse Gemeenschap houdende algemene reglementering inzake |
opvangvoorzieningen : | opvangvoorzieningen : |
1. wordt de datum "31 mei 1999" bij artikel 1, 7°, bij artikel 16 en | 1. wordt de datum "31 mei 1999" bij artikel 1, 7°, bij artikel 16 en |
artikel 67, 1°, vervangen door de datum "17 december 2003"; | artikel 67, 1°, vervangen door de datum "17 december 2003"; |
2. worden de woorden "ter uitvoering van artikel 19 van het besluit | 2. worden de woorden "ter uitvoering van artikel 19 van het besluit |
van de Regering van de Franse Gemeenschap van 31 mei 1999 tot | van de Regering van de Franse Gemeenschap van 31 mei 1999 tot |
vaststelling van de voorschriften voor een degelijke opvang" bij | vaststelling van de voorschriften voor een degelijke opvang" bij |
artikel 1, 8°, vervangen door de woorden "ter uitvoering van artikel | artikel 1, 8°, vervangen door de woorden "ter uitvoering van artikel |
20 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 17 | 20 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 17 |
december 2003 tot vaststelling van de kwaliteitsopvangcode"; | december 2003 tot vaststelling van de kwaliteitsopvangcode"; |
3. worden de woorden "ter uitvoering van artikel 23 van het besluit | 3. worden de woorden "ter uitvoering van artikel 23 van het besluit |
van de Regering van de Franse Gemeenschap van 31 mei 1999 tot | van de Regering van de Franse Gemeenschap van 31 mei 1999 tot |
vaststelling van de voorschriften voor een degelijke opvang" bij | vaststelling van de voorschriften voor een degelijke opvang" bij |
artikel 1, 9°, vervangen door de woorden "ter uitvoering van artikel | artikel 1, 9°, vervangen door de woorden "ter uitvoering van artikel |
21 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 17 | 21 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 17 |
december 2003 tot vaststelling van de kwaliteitsopvangcode"; | december 2003 tot vaststelling van de kwaliteitsopvangcode"; |
4. worden de woorden "overeenkomstig artikel 20 van de voorschriften | 4. worden de woorden "overeenkomstig artikel 20 van de voorschriften |
voor een degelijke opvang" bij artikel 50, § 3, afgeschaft; | voor een degelijke opvang" bij artikel 50, § 3, afgeschaft; |
5. worden de woorden "van één jaar vanaf de datum van de bekendmaking | 5. worden de woorden "van één jaar vanaf de datum van de bekendmaking |
van dit besluit" bij artikel 163, § 1, vervangen door de woorden "tot | van dit besluit" bij artikel 163, § 1, vervangen door de woorden "tot |
1 januari 2007 ten laatste". | 1 januari 2007 ten laatste". |
Art. 27.Het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 31 |
Art. 27.Het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 31 |
mei 1999 tot vaststelling van de voorschriften voor een degelijke | mei 1999 tot vaststelling van de voorschriften voor een degelijke |
opvang wordt opgeheven. | opvang wordt opgeheven. |
Art. 28.De Minister van Kinderwelzijn is belast met de uitvoering van |
Art. 28.De Minister van Kinderwelzijn is belast met de uitvoering van |
dit besluit. | dit besluit. |
Art. 29.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2004. |
Art. 29.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2004. |
Brussel, 17 december 2003 | Brussel, 17 december 2003 |
Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap : | Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap : |
De Minister van Kinderwelzijn, | De Minister van Kinderwelzijn, |
J.-M. NOLLET | J.-M. NOLLET |