Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende toepassing van artikel 29 van het decreet van 17 mei 1999 betreffende het hoger kunstonderwijs | Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende toepassing van artikel 29 van het decreet van 17 mei 1999 betreffende het hoger kunstonderwijs |
---|---|
MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP |
16 SEPTEMBER 2002. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap | 16 SEPTEMBER 2002. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap |
houdende toepassing van artikel 29 van het decreet van 17 mei 1999 | houdende toepassing van artikel 29 van het decreet van 17 mei 1999 |
betreffende het hoger kunstonderwijs | betreffende het hoger kunstonderwijs |
De Regering van de Franse Gemeenschap, | De Regering van de Franse Gemeenschap, |
Gelet op het decreet van 17 mei 1999 betreffende het hoger | Gelet op het decreet van 17 mei 1999 betreffende het hoger |
kunstonderwijs, inzonderheid op artikel 29; | kunstonderwijs, inzonderheid op artikel 29; |
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 9 mei | Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 9 mei |
2002; | 2002; |
Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 16 mei | Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 16 mei |
2002; | 2002; |
Gelet op het overleg met de Inrichtende Machten gevoerd op 24 mei | Gelet op het overleg met de Inrichtende Machten gevoerd op 24 mei |
2002; | 2002; |
Gelet op het onderhandelingsprotocol van 12 juli 2002 van het | Gelet op het onderhandelingsprotocol van 12 juli 2002 van het |
Sectorcomité IX en van het Comité voor de provinciale en plaatselijke | Sectorcomité IX en van het Comité voor de provinciale en plaatselijke |
overheidsdiensten, afdeling II, in gezamenlijke vergadering; | overheidsdiensten, afdeling II, in gezamenlijke vergadering; |
Gelet op de beraadslaging van de Regering van de Franse Gemeenschap | Gelet op de beraadslaging van de Regering van de Franse Gemeenschap |
betreffende de aanvraag om advies te geven door de Raad van State | betreffende de aanvraag om advies te geven door de Raad van State |
binnen een termijn van hoogstens één maand; | binnen een termijn van hoogstens één maand; |
Gelet op het advies nr. 33.857/2 van de Raad van State, gegeven op 21 | Gelet op het advies nr. 33.857/2 van de Raad van State, gegeven op 21 |
augustus 2002, met toepassing van artikel 84, lid 1, 1°, van de | augustus 2002, met toepassing van artikel 84, lid 1, 1°, van de |
gecoördineerde wetten op de Raad van State; | gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Op de voordracht van de Minister belast met het Hoger Onderwijs; | Op de voordracht van de Minister belast met het Hoger Onderwijs; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK I. - Beeldende, visuele en ruimtekunsten | HOOFDSTUK I. - Beeldende, visuele en ruimtekunsten |
Artikel 1.§ 1. De bekwaamheidsbewijzen uitgereikt vóór het |
Artikel 1.§ 1. De bekwaamheidsbewijzen uitgereikt vóór het |
academiejaar 2002/2003 door de onderwijsinstellingen op het gebied van | academiejaar 2002/2003 door de onderwijsinstellingen op het gebied van |
de beeldende, visuele en ruimtekunsten, bedoeld bij artikel 1 van het | de beeldende, visuele en ruimtekunsten, bedoeld bij artikel 1 van het |
decreet van 17 mei 1999 betreffende het hoger kunstonderwijs, worden | decreet van 17 mei 1999 betreffende het hoger kunstonderwijs, worden |
gelijkgesteld met de graden vastgesteld bij artikel 7 van hetzelfde | gelijkgesteld met de graden vastgesteld bij artikel 7 van hetzelfde |
decreet, onder de voorwaarden, bepaald bij dit artikel. | decreet, onder de voorwaarden, bepaald bij dit artikel. |
§ 2. De houders van een diploma van gegradueerde in de beeldende | § 2. De houders van een diploma van gegradueerde in de beeldende |
kunsten, gegradueerde architectuurtekening, gegradueerde fotografie, | kunsten, gegradueerde architectuurtekening, gegradueerde fotografie, |
uitgereikt door een instelling gerangschikt in het hoger | uitgereikt door een instelling gerangschikt in het hoger |
kunstonderwijs van het korte type bij toepassing van de artikelen 2 en | kunstonderwijs van het korte type bij toepassing van de artikelen 2 en |
4 van de wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het | 4 van de wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het |
hoger onderwijs worden beschouwd als houder van de graad en het | hoger onderwijs worden beschouwd als houder van de graad en het |
diploma van gegradueerde beeldende, visuele en ruimtekunsten. | diploma van gegradueerde beeldende, visuele en ruimtekunsten. |
De houders van een diploma van gegradueerde industrieel design, | De houders van een diploma van gegradueerde industrieel design, |
uitgereikt door het « Institut supérieur Saint-Luc » te Luik op het | uitgereikt door het « Institut supérieur Saint-Luc » te Luik op het |
einde van een cyclus van vier studiejaren erkend bij ministeriële | einde van een cyclus van vier studiejaren erkend bij ministeriële |
aanschrijving van 13 maart 1964 en gerangschikt in het hoger | aanschrijving van 13 maart 1964 en gerangschikt in het hoger |
kunstonderwijs van het korte type bij toepassing van de artikelen 2 en | kunstonderwijs van het korte type bij toepassing van de artikelen 2 en |
4 van de voormelde wet van 7 juli 1970 worden beschouwd als houder van | 4 van de voormelde wet van 7 juli 1970 worden beschouwd als houder van |
de graad en het diploma van licentiaat in de beeldende, visuele en | de graad en het diploma van licentiaat in de beeldende, visuele en |
ruimtekunsten. | ruimtekunsten. |
§ 3. De houders van een diploma van kunstonderwijs, gerangschikt in | § 3. De houders van een diploma van kunstonderwijs, gerangschikt in |
het hoger kunstonderwijs van de tweede graad, bij toepassing van het | het hoger kunstonderwijs van de tweede graad, bij toepassing van het |
koninklijk besluit van 31 augustus 1978 betreffende de voorwaarden | koninklijk besluit van 31 augustus 1978 betreffende de voorwaarden |
voor de rangschikking van het onderwijs van de beeldende kunsten met | voor de rangschikking van het onderwijs van de beeldende kunsten met |
volledig leerplan in de drie graden van het hoger kunstonderwijs, | volledig leerplan in de drie graden van het hoger kunstonderwijs, |
worden beschouwd als houder van de graad en het diploma van licentiaat | worden beschouwd als houder van de graad en het diploma van licentiaat |
beeldende, visuele en ruimtekunsten. | beeldende, visuele en ruimtekunsten. |
De houders van een diploma van kunstonderwijs, gerangschikt in het | De houders van een diploma van kunstonderwijs, gerangschikt in het |
hoger kunstonderwijs van de derde graad, bij toepassing van het | hoger kunstonderwijs van de derde graad, bij toepassing van het |
voormeld koninklijk besluit van 31 augustus 1978, worden beschouwd als | voormeld koninklijk besluit van 31 augustus 1978, worden beschouwd als |
houder van de graad en het diploma van licentiaat beeldende, visuele | houder van de graad en het diploma van licentiaat beeldende, visuele |
en ruimtekunsten. | en ruimtekunsten. |
§ 4. De houders van een diploma van hoger kunstonderwijs, uitgereikt | § 4. De houders van een diploma van hoger kunstonderwijs, uitgereikt |
vóór 1 oktober 1980 door een afdeling met volledig leerplan, die | vóór 1 oktober 1980 door een afdeling met volledig leerplan, die |
studies bekrachtigt georganiseerd in een cyclus van vier jaar, worden | studies bekrachtigt georganiseerd in een cyclus van vier jaar, worden |
beschouwd als houder van de graad en het diploma van licentiaat | beschouwd als houder van de graad en het diploma van licentiaat |
beeldende, visuele en ruimtekunsten. | beeldende, visuele en ruimtekunsten. |
De houders van een diploma van hoger kunstonderwijs, uitgereikt vóór 1 | De houders van een diploma van hoger kunstonderwijs, uitgereikt vóór 1 |
oktober 1980, door een afdeling met volledig leerplan, die studies | oktober 1980, door een afdeling met volledig leerplan, die studies |
bekrachtigt georganiseerd in een cyclus van twee of drie jaar, worden | bekrachtigt georganiseerd in een cyclus van twee of drie jaar, worden |
beschouwd als houder van de graad en het diploma van licentiaat | beschouwd als houder van de graad en het diploma van licentiaat |
beeldende, visuele en ruimtekunsten. | beeldende, visuele en ruimtekunsten. |
HOOFDSTUK II. - Vertoningkunsten en technieken voor de verspreiding en | HOOFDSTUK II. - Vertoningkunsten en technieken voor de verspreiding en |
de communicatie | de communicatie |
Art. 2.§ 1. De bekwaamheidsbewijzen uitgereikt vóór het academiejaar |
Art. 2.§ 1. De bekwaamheidsbewijzen uitgereikt vóór het academiejaar |
2002/2003 door de onderwijsinstellingen op het gebied van de | 2002/2003 door de onderwijsinstellingen op het gebied van de |
vertoningkunsten en technieken voor de verspreiding en de | vertoningkunsten en technieken voor de verspreiding en de |
communicatie, bedoeld bij artikel 1 van het voormeld decreet van 17 | communicatie, bedoeld bij artikel 1 van het voormeld decreet van 17 |
mei 1999, worden gelijkgesteld met de graden vastgesteld bij artikel | mei 1999, worden gelijkgesteld met de graden vastgesteld bij artikel |
22 van voormeld decreet van 17 mei 1999, onder de voorwaarden bepaald | 22 van voormeld decreet van 17 mei 1999, onder de voorwaarden bepaald |
bij dit artikel. | bij dit artikel. |
§ 2. De houders van een diploma van gegradueerde vertoningkunsten en | § 2. De houders van een diploma van gegradueerde vertoningkunsten en |
technieken voor de verspreiding, uitgereikt door een instelling | technieken voor de verspreiding, uitgereikt door een instelling |
gerangschikt in het hoger kunstonderwijs van het korte type, afdeling | gerangschikt in het hoger kunstonderwijs van het korte type, afdeling |
vertoningkunsten en technieken voor de verspreiding, bij toepassing | vertoningkunsten en technieken voor de verspreiding, bij toepassing |
van de artikelen 2 en 4 van de voormelde wet van 7 juli 1970, worden | van de artikelen 2 en 4 van de voormelde wet van 7 juli 1970, worden |
beschouwd als houder van de graad en het diploma van gegradueerde | beschouwd als houder van de graad en het diploma van gegradueerde |
vertoningkunsten en technieken voor de verspreiding en de | vertoningkunsten en technieken voor de verspreiding en de |
communicatie. | communicatie. |
De houders van een diploma vertoningkunsten en technieken voor de | De houders van een diploma vertoningkunsten en technieken voor de |
verspreiding, uitgereikt overeenkomstig het koninklijk besluit van 15 | verspreiding, uitgereikt overeenkomstig het koninklijk besluit van 15 |
april 1965 houdende regeling in de derde graad van het hoger technisch | april 1965 houdende regeling in de derde graad van het hoger technisch |
onderwijs, van de studiën ter verkrijging van het diploma voor | onderwijs, van de studiën ter verkrijging van het diploma voor |
cultuurspreidingstechnieken, worden beschouwd als houder van de graad | cultuurspreidingstechnieken, worden beschouwd als houder van de graad |
en het diploma van licentiaat vertoningkunsten en de technieken voor | en het diploma van licentiaat vertoningkunsten en de technieken voor |
de verspreiding en de communicatie. | de verspreiding en de communicatie. |
HOOFDSTUK III. - Muziek | HOOFDSTUK III. - Muziek |
Art. 3.§ 1. De bekwaamheidsbewijzen uitgereikt door de |
Art. 3.§ 1. De bekwaamheidsbewijzen uitgereikt door de |
onderwijsinstellingen op het gebied van de muziek, bedoeld bij artikel | onderwijsinstellingen op het gebied van de muziek, bedoeld bij artikel |
1 van het voormeld decreet van 17 mei 1999 worden gelijkgesteld met de | 1 van het voormeld decreet van 17 mei 1999 worden gelijkgesteld met de |
graden vastgesteld bij artikel 13 van hetzelfde decreet, onder de | graden vastgesteld bij artikel 13 van hetzelfde decreet, onder de |
voorwaarden bepaald bij dit artikel. | voorwaarden bepaald bij dit artikel. |
§ 2. De bekwaamheidsbewijzen uitgereikt vóór het academiejaar | § 2. De bekwaamheidsbewijzen uitgereikt vóór het academiejaar |
2002/2003 door het Instituut voor kerkmuziek en muziekpedagogie worden | 2002/2003 door het Instituut voor kerkmuziek en muziekpedagogie worden |
gelijkgesteld met de graden vastgesteld bij artikel 13 van voormeld | gelijkgesteld met de graden vastgesteld bij artikel 13 van voormeld |
decreet van 17 mei 1999, onder de hierna bepaalde voorwaarden. | decreet van 17 mei 1999, onder de hierna bepaalde voorwaarden. |
De houders van een diploma van regent muziekpedagogie, uitgereikt door | De houders van een diploma van regent muziekpedagogie, uitgereikt door |
het Instituut voor kerkmuziek en muziekpedagogie behaald op het einde | het Instituut voor kerkmuziek en muziekpedagogie behaald op het einde |
van een cyclus van drie studiejaren hoger kunstonderwijs met volledig | van een cyclus van drie studiejaren hoger kunstonderwijs met volledig |
leerplan worden beschouwd als houder van de graad en het diploma van | leerplan worden beschouwd als houder van de graad en het diploma van |
geaggregeerde van het lager secundair muziekonderwijs. | geaggregeerde van het lager secundair muziekonderwijs. |
De houders van een diploma van laureaat, uitgereikt door het Instituut | De houders van een diploma van laureaat, uitgereikt door het Instituut |
voor kerkmuziek en muziekpedagogie behaald op het einde van een cyclus | voor kerkmuziek en muziekpedagogie behaald op het einde van een cyclus |
van vijf studiejaren hoger kunstonderwijs met volledig leerplan worden | van vijf studiejaren hoger kunstonderwijs met volledig leerplan worden |
beschouwd als houder van de graad en het diploma van licentiaat in de | beschouwd als houder van de graad en het diploma van licentiaat in de |
muziek. | muziek. |
§ 3. De diploma's van eerste prijs en de hogere diploma's, uitgereikt | § 3. De diploma's van eerste prijs en de hogere diploma's, uitgereikt |
vóór de vervaldatum van de overgangstelsels bepaald bij de artikelen | vóór de vervaldatum van de overgangstelsels bepaald bij de artikelen |
462 tot 464 van het voormeld decreet van 20 december 2001, door de | 462 tot 464 van het voormeld decreet van 20 december 2001, door de |
koninklijke muziekconservatoria die niet gerangschikt zijn in het | koninklijke muziekconservatoria die niet gerangschikt zijn in het |
hoger kunstonderwijs maar gelijkgesteld met dit onderwijs krachtens de | hoger kunstonderwijs maar gelijkgesteld met dit onderwijs krachtens de |
bepalingen van het koninklijk besluit van 5 mei 1976 houdende | bepalingen van het koninklijk besluit van 5 mei 1976 houdende |
gelijkstelling van de bekwaamheidsbewijzen van het kunstonderwijs | gelijkstelling van de bekwaamheidsbewijzen van het kunstonderwijs |
worden voortaan gelijkgesteld met diploma's van hoger kunstonderwijs. | worden voortaan gelijkgesteld met diploma's van hoger kunstonderwijs. |
Zij worden gelijkgesteld met de graden vastgesteld bij artikel 13 van | Zij worden gelijkgesteld met de graden vastgesteld bij artikel 13 van |
voormeld decreet van 17 mei 1999, onder de hierna bepaalde | voormeld decreet van 17 mei 1999, onder de hierna bepaalde |
voorwaarden. | voorwaarden. |
De houders van een diploma van eerste prijs compositie, uitgereikt | De houders van een diploma van eerste prijs compositie, uitgereikt |
door een koninklijk muziekconservatorium, worden beschouwd als houder | door een koninklijk muziekconservatorium, worden beschouwd als houder |
van de graad en het diploma van licentiaat in de muziek. | van de graad en het diploma van licentiaat in de muziek. |
De houders van een ander diploma van eerste prijs dan dit vermeld in | De houders van een ander diploma van eerste prijs dan dit vermeld in |
lid 2 van deze paragraaf, uitgereikt door een koninklijk | lid 2 van deze paragraaf, uitgereikt door een koninklijk |
muziekconservatorium kunnen vragen dat dit bekwaamheidsbewijs | muziekconservatorium kunnen vragen dat dit bekwaamheidsbewijs |
beschouwd wordt als een diploma behorend tot de graad van kandidaat in | beschouwd wordt als een diploma behorend tot de graad van kandidaat in |
de muziek. | de muziek. |
Deze beslissing tot gelijkstelling kan genomen worden door de Minister | Deze beslissing tot gelijkstelling kan genomen worden door de Minister |
tot wiens bevoegdheid het hoger onderwijs behoort, hierna de Minister | tot wiens bevoegdheid het hoger onderwijs behoort, hierna de Minister |
genoemd, na gunstig advies van de Commissie voor gelijkstelling | genoemd, na gunstig advies van de Commissie voor gelijkstelling |
opgericht overeenkomstig artikel 5. | opgericht overeenkomstig artikel 5. |
De houders van een diploma van eerste prijs, uitgereikt door een | De houders van een diploma van eerste prijs, uitgereikt door een |
koninklijk muziekconservatorium, aangevuld met het diploma van | koninklijk muziekconservatorium, aangevuld met het diploma van |
pedagogische bekwaamheid, uitgereikt voor dezelfde specialiteit als | pedagogische bekwaamheid, uitgereikt voor dezelfde specialiteit als |
het diploma van eerste prijs kunnen vragen dat die | het diploma van eerste prijs kunnen vragen dat die |
bekwaamheidsbewijzen beschouwd worden als een diploma behorend tot de | bekwaamheidsbewijzen beschouwd worden als een diploma behorend tot de |
graad van geaggregeerde voor het lager secundair muziekonderwijs. | graad van geaggregeerde voor het lager secundair muziekonderwijs. |
Deze beslissing tot gelijkstelling kan genomen worden door de | Deze beslissing tot gelijkstelling kan genomen worden door de |
Minister, na gunstig advies van de Commissie voor gelijkstelling. | Minister, na gunstig advies van de Commissie voor gelijkstelling. |
§ 4. De houders van een hoger diploma, uitgereikt door een koninklijk | § 4. De houders van een hoger diploma, uitgereikt door een koninklijk |
muziekconservatorium voor een van de hierna vermelde instrumentale | muziekconservatorium voor een van de hierna vermelde instrumentale |
disciplines worden beschouwd als houder van de graad en het diploma | disciplines worden beschouwd als houder van de graad en het diploma |
van licentiaat in de muziek : | van licentiaat in de muziek : |
- hoger diploma orgel; | - hoger diploma orgel; |
- hoger diploma piano; | - hoger diploma piano; |
- hoger diploma klavecimbel; | - hoger diploma klavecimbel; |
- hoger diploma snaarinstrumenten (viool, altviool, cello, contrabas); | - hoger diploma snaarinstrumenten (viool, altviool, cello, contrabas); |
- hoger diploma harp en hoger diploma gitaar; | - hoger diploma harp en hoger diploma gitaar; |
- hoger diploma blaasinstrumenten (houten blaasinstrumenten : fluit, | - hoger diploma blaasinstrumenten (houten blaasinstrumenten : fluit, |
hobo, klarinet, saxofoon, fagot); | hobo, klarinet, saxofoon, fagot); |
- hoger diploma blaasinstrumenten (koper : trompet, hoorn, trombone, | - hoger diploma blaasinstrumenten (koper : trompet, hoorn, trombone, |
tuba); | tuba); |
- hoger diploma slaginstrumenten; | - hoger diploma slaginstrumenten; |
- hoger diploma klassieke accordeon. | - hoger diploma klassieke accordeon. |
De houders van een hoger diploma, uitgereikt door een koninklijk | De houders van een hoger diploma, uitgereikt door een koninklijk |
muziekconservatorium voor een van de hierna vermelde vocale | muziekconservatorium voor een van de hierna vermelde vocale |
disciplines, worden beschouwd als houder van de graad en het diploma | disciplines, worden beschouwd als houder van de graad en het diploma |
van licentiaat in de muziek : | van licentiaat in de muziek : |
- hoger diploma operazang; | - hoger diploma operazang; |
- hoger diploma concertzang; | - hoger diploma concertzang; |
- hoger diploma lyrische kunst. | - hoger diploma lyrische kunst. |
De houders van een hoger diploma orkestleider, uitgereikt door een | De houders van een hoger diploma orkestleider, uitgereikt door een |
koninklijk muziekconservatorium, worden beschouwd als houder van de | koninklijk muziekconservatorium, worden beschouwd als houder van de |
graad en het diploma van licentiaat in de muziek : | graad en het diploma van licentiaat in de muziek : |
§ 5. De houders van een attest, uitgereikt door het Koninklijk | § 5. De houders van een attest, uitgereikt door het Koninklijk |
Muziekconservatorium van Brussel, na het behalen van een eerste prijs | Muziekconservatorium van Brussel, na het behalen van een eerste prijs |
van de afdeling jazz, aangevuld met het slagen voor de gelijklopende | van de afdeling jazz, aangevuld met het slagen voor de gelijklopende |
leergangen, bepaald overeenkomstig het studieprogramma goedgekeurd | leergangen, bepaald overeenkomstig het studieprogramma goedgekeurd |
door de Minister op 6 september 1988, kunnen vragen dat dit | door de Minister op 6 september 1988, kunnen vragen dat dit |
bekwaamheidsbewijs beschouwd wordt als een diploma behorend tot de | bekwaamheidsbewijs beschouwd wordt als een diploma behorend tot de |
graad van kandidaat in de muziek. | graad van kandidaat in de muziek. |
Deze beslissing tot gelijkstelling kan genomen worden door de | Deze beslissing tot gelijkstelling kan genomen worden door de |
Minister, na gunstig advies van de Commissie voor gelijkstelling. | Minister, na gunstig advies van de Commissie voor gelijkstelling. |
HOOFDSTUK IV. - Toneelkunst en woordkunsten | HOOFDSTUK IV. - Toneelkunst en woordkunsten |
Art. 4.§ 1. De bekwaamheidsbewijzen uitgereikt door de |
Art. 4.§ 1. De bekwaamheidsbewijzen uitgereikt door de |
onderwijsinstellingen op het gebied van de toneelkunst en de | onderwijsinstellingen op het gebied van de toneelkunst en de |
woordkunsten, bedoeld bij artikel 1 van het voormeld decreet van 17 | woordkunsten, bedoeld bij artikel 1 van het voormeld decreet van 17 |
mei 1999, worden gelijkgesteld met de graden vastgesteld bij artikel | mei 1999, worden gelijkgesteld met de graden vastgesteld bij artikel |
18 van hetzelfde decreet, onder de voorwaarden bepaald bij dit | 18 van hetzelfde decreet, onder de voorwaarden bepaald bij dit |
artikel. | artikel. |
De diploma's van eerste prijs en de hogere diploma's, uitgereikt vóór | De diploma's van eerste prijs en de hogere diploma's, uitgereikt vóór |
de vervaldatum van de overgangstelsels bepaald bij de artikelen 462 | de vervaldatum van de overgangstelsels bepaald bij de artikelen 462 |
tot 464 van het voormeld decreet van 20 december 2001, door de | tot 464 van het voormeld decreet van 20 december 2001, door de |
koninklijke muziekconservatoria die niet gerangschikt zijn in het | koninklijke muziekconservatoria die niet gerangschikt zijn in het |
hoger kunstonderwijs maar gelijkgesteld met dit onderwijs krachtens de | hoger kunstonderwijs maar gelijkgesteld met dit onderwijs krachtens de |
bepalingen van het koninklijk besluit van 5 mei 1976 houdende | bepalingen van het koninklijk besluit van 5 mei 1976 houdende |
gelijkstelling van de titels van het kunstonderwijs worden voortaan | gelijkstelling van de titels van het kunstonderwijs worden voortaan |
gelijkgesteld met diploma's van hoger kunstonderwijs. Zij worden | gelijkgesteld met diploma's van hoger kunstonderwijs. Zij worden |
gelijkgesteld met de graden vastgesteld bij artikel 18 van voormeld | gelijkgesteld met de graden vastgesteld bij artikel 18 van voormeld |
decreet van 17 mei 1999, onder de in dit artikel bepaalde voorwaarden. | decreet van 17 mei 1999, onder de in dit artikel bepaalde voorwaarden. |
§ 2. De houders van een diploma van eerste prijs, uitgereikt door een | § 2. De houders van een diploma van eerste prijs, uitgereikt door een |
koninklijk muziekconservatorium op het gebied van de toneelkunst en de | koninklijk muziekconservatorium op het gebied van de toneelkunst en de |
woordkunsten, kunnen vragen dat dit bekwaamheidsbewijs beschouwd wordt | woordkunsten, kunnen vragen dat dit bekwaamheidsbewijs beschouwd wordt |
als een diploma behorend tot de graad van kandidaat toneelkunst en | als een diploma behorend tot de graad van kandidaat toneelkunst en |
woordkunsten. | woordkunsten. |
Deze beslissing tot gelijkstelling kan genomen worden door de | Deze beslissing tot gelijkstelling kan genomen worden door de |
Minister, na gunstig advies van de Commissie voor gelijkstelling. | Minister, na gunstig advies van de Commissie voor gelijkstelling. |
§ 3. De houders van een hoger diploma toneelkunst, aangevuld met een | § 3. De houders van een hoger diploma toneelkunst, aangevuld met een |
diploma eerste prijs voordrachtkunst, uitgereikt door een koninklijk | diploma eerste prijs voordrachtkunst, uitgereikt door een koninklijk |
muziekconservatorium, worden beschouwd als houder van de graad en het | muziekconservatorium, worden beschouwd als houder van de graad en het |
diploma van licentiaat toneelkunst en woordkunsten. | diploma van licentiaat toneelkunst en woordkunsten. |
De houders van een hoger diploma, voordrachtkunst, aangevuld met een | De houders van een hoger diploma, voordrachtkunst, aangevuld met een |
diploma eerste prijs toneelkunst, uitgereikt door een koninklijk | diploma eerste prijs toneelkunst, uitgereikt door een koninklijk |
muziekconservatorium, worden beschouwd als houder van de graad en het | muziekconservatorium, worden beschouwd als houder van de graad en het |
diploma van licentiaat toneelkunst en woordkunsten. | diploma van licentiaat toneelkunst en woordkunsten. |
HOOFDSTUK V. - De Commissie voor gelijkstelling | HOOFDSTUK V. - De Commissie voor gelijkstelling |
Art. 5.Er wordt een Commissie voor gelijkstelling opgericht. Zij |
Art. 5.Er wordt een Commissie voor gelijkstelling opgericht. Zij |
heeft als opdracht de aanvragen te onderzoeken die ingediend worden op | heeft als opdracht de aanvragen te onderzoeken die ingediend worden op |
het gebied van de muziek en van de toneelkunst en woordkunsten en de | het gebied van de muziek en van de toneelkunst en woordkunsten en de |
kwalificaties te evalueren die verworven werden in de loop van de | kwalificaties te evalueren die verworven werden in de loop van de |
opleiding die in de conservatoria werd genoten. Deze kwalificaties | opleiding die in de conservatoria werd genoten. Deze kwalificaties |
moeten geschat worden met inachtneming van de doelstellingen van | moeten geschat worden met inachtneming van de doelstellingen van |
voormeld decreet van 17 mei 1999. | voormeld decreet van 17 mei 1999. |
Art. 6.§ 1. De Commissie voor gelijkstelling is als volgt |
Art. 6.§ 1. De Commissie voor gelijkstelling is als volgt |
samengesteld : | samengesteld : |
1° een voorzitter : de directeur-generaal van het niet-verplicht | 1° een voorzitter : de directeur-generaal van het niet-verplicht |
onderwijs van de Franse Gemeenschap of zijn gemachtigde van ten minste | onderwijs van de Franse Gemeenschap of zijn gemachtigde van ten minste |
rang 15; | rang 15; |
2° de volgende leden : | 2° de volgende leden : |
a) de inspecteurs tot wier bevoegdheid het toezicht op de instellingen | a) de inspecteurs tot wier bevoegdheid het toezicht op de instellingen |
voor hoger kunstonderwijs behoort; | voor hoger kunstonderwijs behoort; |
b) vier leden en hun plaatsvervangers gekozen door de Regering van de | b) vier leden en hun plaatsvervangers gekozen door de Regering van de |
Franse Gemeenschap onder 16 leden van het leidend en onderwijzend | Franse Gemeenschap onder 16 leden van het leidend en onderwijzend |
personeel van de hogere kunstscholen voorgedragen door de Hoge | personeel van de hogere kunstscholen voorgedragen door de Hoge |
Kunstraad bedoeld bij artikel 2, § 1, 10° van het voormeld decreet van | Kunstraad bedoeld bij artikel 2, § 1, 10° van het voormeld decreet van |
20 december 2001; | 20 december 2001; |
c) vier deskundigen, aangesteld door de Regering van de Franse | c) vier deskundigen, aangesteld door de Regering van de Franse |
Gemeenschap; | Gemeenschap; |
d) drie leden en hun plaatsvervangers die de vakverenigingen | d) drie leden en hun plaatsvervangers die de vakverenigingen |
vertegenwoordigen die zetelen in het Sectorcomité IX of in het Comité | vertegenwoordigen die zetelen in het Sectorcomité IX of in het Comité |
voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten, afdeling II; | voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten, afdeling II; |
deze worden door de Regering van de Franse Gemeenschap gekozen op de | deze worden door de Regering van de Franse Gemeenschap gekozen op de |
voordracht van hun respectievelijke vakvereniging onder de | voordracht van hun respectievelijke vakvereniging onder de |
personeelsleden die in vast verband zijn benoemd of aangeworven. Elke | personeelsleden die in vast verband zijn benoemd of aangeworven. Elke |
vakorganisatie beschikt over ten minste een mandaat. | vakorganisatie beschikt over ten minste een mandaat. |
De voorzitter, de werkende leden en de plaatsvervangende leden worden | De voorzitter, de werkende leden en de plaatsvervangende leden worden |
door de Regering van de Franse Gemeenschap aangesteld voor een | door de Regering van de Franse Gemeenschap aangesteld voor een |
hernieuwbare termijn van vier jaar. | hernieuwbare termijn van vier jaar. |
§ 2. De Commissie voor gelijkstelling wordt bijgestaan door een | § 2. De Commissie voor gelijkstelling wordt bijgestaan door een |
secretaris en een plaatsvervangend secretaris aangesteld door de | secretaris en een plaatsvervangend secretaris aangesteld door de |
Regering onder de ambtenaren van het Ministerie van de Franse | Regering onder de ambtenaren van het Ministerie van de Franse |
Gemeenschap, houder van de graad van attaché. | Gemeenschap, houder van de graad van attaché. |
De secretaris en de plaatsvervangend secretaris hebben raadgevende | De secretaris en de plaatsvervangend secretaris hebben raadgevende |
stem. | stem. |
Art. 7.De Commissie voor gelijkstelling stelt haar huishoudelijk |
Art. 7.De Commissie voor gelijkstelling stelt haar huishoudelijk |
reglement op. Dit wordt door de Regering van de Franse Gemeenschap | reglement op. Dit wordt door de Regering van de Franse Gemeenschap |
goedgekeurd. | goedgekeurd. |
Art. 8.Iedere persoon die een aanvraag om gelijkstelling van zijn |
Art. 8.Iedere persoon die een aanvraag om gelijkstelling van zijn |
(haar) bekwaamheidsbewijzen indient, moet deze aanvraag bij een ter | (haar) bekwaamheidsbewijzen indient, moet deze aanvraag bij een ter |
post aangetekende brief indienen, gericht tot de voorzitter van de | post aangetekende brief indienen, gericht tot de voorzitter van de |
Commissie voor gelijkstelling. | Commissie voor gelijkstelling. |
In die aanvraag moeten er gegevens voorkomen die de Commissie toelaten | In die aanvraag moeten er gegevens voorkomen die de Commissie toelaten |
met volle kennis van zaken een advies uit te brengen alsook stukken | met volle kennis van zaken een advies uit te brengen alsook stukken |
die toelaten deze gegevens te controleren. | die toelaten deze gegevens te controleren. |
Iedere persoon die een aanvraag om gelijkstelling van de | Iedere persoon die een aanvraag om gelijkstelling van de |
bekwaamheidsbewijzen heeft ingediend, kan door de Commissie voor | bekwaamheidsbewijzen heeft ingediend, kan door de Commissie voor |
gelijkstelling gehoord worden indien deze persoon dit wenst. | gelijkstelling gehoord worden indien deze persoon dit wenst. |
De secretaris van de Commissie deelt aan de Minister alle aanvragen om | De secretaris van de Commissie deelt aan de Minister alle aanvragen om |
gelijkstelling van de bekwaamheidsbewijzen mee die regelmatig bij de | gelijkstelling van de bekwaamheidsbewijzen mee die regelmatig bij de |
voorzitter van de Commissie werden ingediend. | voorzitter van de Commissie werden ingediend. |
Art. 9.De Commissie voor gelijkstelling beraadslaagt en beslist |
Art. 9.De Commissie voor gelijkstelling beraadslaagt en beslist |
geldig indien ten minste de helft van de leden aanwezig is. | geldig indien ten minste de helft van de leden aanwezig is. |
De adviezen worden gegeven bij volstrekte meerderheid van stemmen van | De adviezen worden gegeven bij volstrekte meerderheid van stemmen van |
de aanwezige leden. Bij staking van stemmen is de stem van de | de aanwezige leden. Bij staking van stemmen is de stem van de |
voorzitter beslissend. | voorzitter beslissend. |
Ieder werkend lid dat verhinderd wordt aan een vergadering deel te | Ieder werkend lid dat verhinderd wordt aan een vergadering deel te |
nemen, verwittigt de voorzitter ervan en vraagt aan zijn | nemen, verwittigt de voorzitter ervan en vraagt aan zijn |
plaatsvervanger in zijn plaats te zetelen. | plaatsvervanger in zijn plaats te zetelen. |
Art. 10.Binnen de vier maanden die volgen op de datum van ontvangst |
Art. 10.Binnen de vier maanden die volgen op de datum van ontvangst |
van de aanvraag : | van de aanvraag : |
1° ofwel brengt de Commissie een advies uit waarbij zij aan de | 1° ofwel brengt de Commissie een advies uit waarbij zij aan de |
Minister voorstelt de gelijkstelling te erkennen; | Minister voorstelt de gelijkstelling te erkennen; |
2° ofwel verwittigt de Commissie bij een ter post aangetekende brief | 2° ofwel verwittigt de Commissie bij een ter post aangetekende brief |
de kandidaat dat zij zich voorneemt een advies aan de Minister uit te | de kandidaat dat zij zich voorneemt een advies aan de Minister uit te |
brengen waarbij zij hem voorstelt de gelijkstelling niet te erkennen. | brengen waarbij zij hem voorstelt de gelijkstelling niet te erkennen. |
De kandidaat heeft veertien werkdagen te rekenen vanaf de mededeling | De kandidaat heeft veertien werkdagen te rekenen vanaf de mededeling |
om bijkomende informatie aan de Commissie voor gelijkstelling te | om bijkomende informatie aan de Commissie voor gelijkstelling te |
bezorgen. In dat geval is de Commissie voor gelijkstelling ertoe | bezorgen. In dat geval is de Commissie voor gelijkstelling ertoe |
verplicht haar advies aan de Minister mee te delen binnen de zes | verplicht haar advies aan de Minister mee te delen binnen de zes |
maanden die volgen op de datum van ontvangst van de eerste aanvraag. | maanden die volgen op de datum van ontvangst van de eerste aanvraag. |
Art. 11.De bij artikel 10 bepaalde termijnen zijn opgeschort tijdens |
Art. 11.De bij artikel 10 bepaalde termijnen zijn opgeschort tijdens |
de maanden juli en augustus. | de maanden juli en augustus. |
Art. 12.Het mandaat van de voorzitter en de leden van de Commissie |
Art. 12.Het mandaat van de voorzitter en de leden van de Commissie |
voor gelijkstelling is kosteloos. Zij hebben recht op de reglementaire | voor gelijkstelling is kosteloos. Zij hebben recht op de reglementaire |
vergoedingen voor reis- en verblijfkosten. | vergoedingen voor reis- en verblijfkosten. |
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen |
Art. 13.Dit besluit treedt in werking op 1 september 2002. |
Art. 13.Dit besluit treedt in werking op 1 september 2002. |
Art. 14.De Minister tot wier bevoegdheid het Hoger Onderwijs behoort, |
Art. 14.De Minister tot wier bevoegdheid het Hoger Onderwijs behoort, |
is belast met de uitvoering van dit besluit. | is belast met de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 16 september 2002. | Brussel, 16 september 2002. |
Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap : | Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap : |
De Minister van Hoger Onderwijs, Onderwijs voor sociale promotie en | De Minister van Hoger Onderwijs, Onderwijs voor sociale promotie en |
Wetenschappelijk Onderzoek, | Wetenschappelijk Onderzoek, |
Mevr. F. DUPUIS | Mevr. F. DUPUIS |