Besluit van de regering van de Franse Gemeenschap tot wijziging van het besluit van de regering van de Franse Gemeenschap van 20 september 2019 betreffende de kabinetten van de ministers van de regering van de Franse Gemeenschap, het secretariaat van de regering van de Franse Gemeenschap en de SePAC | Besluit van de regering van de Franse Gemeenschap tot wijziging van het besluit van de regering van de Franse Gemeenschap van 20 september 2019 betreffende de kabinetten van de ministers van de regering van de Franse Gemeenschap, het secretariaat van de regering van de Franse Gemeenschap en de SePAC |
---|---|
MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP |
2 JUNI 2022. - Besluit van de regering van de Franse Gemeenschap tot | 2 JUNI 2022. - Besluit van de regering van de Franse Gemeenschap tot |
wijziging van het besluit van de regering van de Franse Gemeenschap | wijziging van het besluit van de regering van de Franse Gemeenschap |
van 20 september 2019 betreffende de kabinetten van de ministers van | van 20 september 2019 betreffende de kabinetten van de ministers van |
de regering van de Franse Gemeenschap, het secretariaat van de | de regering van de Franse Gemeenschap, het secretariaat van de |
regering van de Franse Gemeenschap en de SePAC | regering van de Franse Gemeenschap en de SePAC |
De regering van de Franse Gemeenschap, | De regering van de Franse Gemeenschap, |
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der | Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der |
instellingen, zoals gewijzigd, artikel 87, § 3; | instellingen, zoals gewijzigd, artikel 87, § 3; |
Gelet op het decreet van 20 december 2011 houdende regeling van de | Gelet op het decreet van 20 december 2011 houdende regeling van de |
begroting en de boekhouding van de Diensten van de regering van de | begroting en de boekhouding van de Diensten van de regering van de |
Franse Gemeenschap, zoals gewijzigd, artikel 66; | Franse Gemeenschap, zoals gewijzigd, artikel 66; |
Gelet op het besluit van de regering van de Franse Gemeenschap van 13 | Gelet op het besluit van de regering van de Franse Gemeenschap van 13 |
december 2012 houdende verschillende maatregelen betreffende de | december 2012 houdende verschillende maatregelen betreffende de |
uitvoering van de begroting en betreffende de begrotingsboekhouding en | uitvoering van de begroting en betreffende de begrotingsboekhouding en |
de algemene boekhouding, zoals gewijzigd, artikel 44; | de algemene boekhouding, zoals gewijzigd, artikel 44; |
Gelet op het besluit van de regering van de Franse Gemeenschap van 20 | Gelet op het besluit van de regering van de Franse Gemeenschap van 20 |
september 2019 betreffende de kabinetten van de ministers van de | september 2019 betreffende de kabinetten van de ministers van de |
regering van de Franse Gemeenschap, het secretariaat van de regering | regering van de Franse Gemeenschap, het secretariaat van de regering |
van de Franse Gemeenschap en de SePAC; | van de Franse Gemeenschap en de SePAC; |
Gelet op het akkoordprotocol van 19 november 2014 tussen de Waalse | Gelet op het akkoordprotocol van 19 november 2014 tussen de Waalse |
regering en de regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van | regering en de regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van |
de centralisatie van de activiteiten en de samenwerkingsverbanden | de centralisatie van de activiteiten en de samenwerkingsverbanden |
inzake werking en organisatie met de "Secrétariats pour l'Aide à la | inzake werking en organisatie met de "Secrétariats pour l'Aide à la |
gestion et au Contrôle internes des cabinets (SePAC) » (Secretariaten | gestion et au Contrôle internes des cabinets (SePAC) » (Secretariaten |
voor Steun voor het interne beheer en het interne toezicht op de | voor Steun voor het interne beheer en het interne toezicht op de |
Kabinetten) van de regering van de Franse Gemeenschap en van de Waalse | Kabinetten) van de regering van de Franse Gemeenschap en van de Waalse |
regering; | regering; |
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 20 mei | Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 20 mei |
2022; | 2022; |
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 2 juni | Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 2 juni |
2022; | 2022; |
Op de voordracht van de Minister-President; | Op de voordracht van de Minister-President; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
Artikel 1.Artikel 22 van het besluit van de regering van de Franse |
Artikel 1.Artikel 22 van het besluit van de regering van de Franse |
Gemeenschap van 20 september 2019 betreffende de kabinetten van de | Gemeenschap van 20 september 2019 betreffende de kabinetten van de |
ministers van de regering van de Franse Gemeenschap, het secretariaat | ministers van de regering van de Franse Gemeenschap, het secretariaat |
van de regering van de Franse Gemeenschap en van SePAC, wordt | van de regering van de Franse Gemeenschap en van SePAC, wordt |
vervangen door hetgeen volgt: | vervangen door hetgeen volgt: |
" Art. 22.§ 1. Aan de in de ministeriële kabinetten aangestelde |
" Art. 22.§ 1. Aan de in de ministeriële kabinetten aangestelde |
ambtenaren, met uitzondering van de deskundigen en de studenten, wordt | ambtenaren, met uitzondering van de deskundigen en de studenten, wordt |
een vakantie-uitkering, een eindejaarstoelage, maaltijdcheques en een | een vakantie-uitkering, een eindejaarstoelage, maaltijdcheques en een |
haard- of standplaatstoelage toegekend, indien zij voldoen aan de | haard- of standplaatstoelage toegekend, indien zij voldoen aan de |
toekenningsvoorwaarden bepaald in het besluit van de regering van de | toekenningsvoorwaarden bepaald in het besluit van de regering van de |
Franse Gemeenschap van 30 augustus 2001 houdende toekenning van een | Franse Gemeenschap van 30 augustus 2001 houdende toekenning van een |
haard- of standplaatstoelage aan de ambtenaren van de | haard- of standplaatstoelage aan de ambtenaren van de |
regeringsdiensten, van de Hoge Raad voor de Audiovisuele Sector en van | regeringsdiensten, van de Hoge Raad voor de Audiovisuele Sector en van |
de Instellingen van openbaar nut die onder het Comité van Sector XVII | de Instellingen van openbaar nut die onder het Comité van Sector XVII |
ressorteren. | ressorteren. |
§ 2. Maaltijdcheques worden toegekend aan de bij de ministeriële | § 2. Maaltijdcheques worden toegekend aan de bij de ministeriële |
kabinetten gedetacheerde ambtenaren, ongeacht of het gaat om | kabinetten gedetacheerde ambtenaren, ongeacht of het gaat om |
statutaire dan wel contractuele personeelsleden.". | statutaire dan wel contractuele personeelsleden.". |
Art. 2.Afdeling 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen door hetgeen |
Art. 2.Afdeling 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen door hetgeen |
volgt: | volgt: |
"Afdeling 12 - Medewerkers van ministers die hun ambt neerleggen | "Afdeling 12 - Medewerkers van ministers die hun ambt neerleggen |
Art. 45.Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder: |
Art. 45.Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder: |
1° aftredende regering: de regering van de vorige legislatuur; | 1° aftredende regering: de regering van de vorige legislatuur; |
2° ambtsvoerende regering: de regering die thans aan de macht is; | 2° ambtsvoerende regering: de regering die thans aan de macht is; |
3° minister(s) die zijn/hun ambt heeft/hebben neergelegd: lid (leden) | 3° minister(s) die zijn/hun ambt heeft/hebben neergelegd: lid (leden) |
van de aftredende regering, dat/die niet langer een ministerieel | van de aftredende regering, dat/die niet langer een ministerieel |
mandaat of het ambt van voorzitter van een vergadering | mandaat of het ambt van voorzitter van een vergadering |
bekleedt/bekleden, en dat/die sedert meer dan zes maanden zijn ambt | bekleedt/bekleden, en dat/die sedert meer dan zes maanden zijn ambt |
heeft/hebben bekleed; | heeft/hebben bekleed; |
4° minister-president: de ambtsvoerende minister-president van de | 4° minister-president: de ambtsvoerende minister-president van de |
regering. | regering. |
Art. 46 § 1. Bij elke minister die zijn ambt heeft neergelegd, kunnen | Art. 46 § 1. Bij elke minister die zijn ambt heeft neergelegd, kunnen |
één voltijds of twee halftijds aangestelde of gedetacheerde | één voltijds of twee halftijds aangestelde of gedetacheerde |
personeelsleden worden aangewezen. | personeelsleden worden aangewezen. |
Deze ambtenaren worden hierna "de medewerkers van de minister(s) die | Deze ambtenaren worden hierna "de medewerkers van de minister(s) die |
zijn/hun ambt heeft/hebben neergelegd" genoemd. | zijn/hun ambt heeft/hebben neergelegd" genoemd. |
§ 2. Een minister die zijn ambt heeft neergelegd en lid was van | § 2. Een minister die zijn ambt heeft neergelegd en lid was van |
verschillende regeringen, kan slechts medewerkers krijgen toewezen die | verschillende regeringen, kan slechts medewerkers krijgen toewezen die |
met één enkele regering worden verbonden. | met één enkele regering worden verbonden. |
Art. 47 § 1. De medewerkers van ministers die hun ambt hebben | Art. 47 § 1. De medewerkers van ministers die hun ambt hebben |
neergelegd, worden op voordracht van de minister die zijn ambt heeft | neergelegd, worden op voordracht van de minister die zijn ambt heeft |
neergelegd, door de minister-president aangesteld of gedetacheerd. | neergelegd, door de minister-president aangesteld of gedetacheerd. |
§ 2. Zij worden geplaatst onder de verantwoordelijkheid van de | § 2. Zij worden geplaatst onder de verantwoordelijkheid van de |
minister die zijn ambt heeft neergelegd. Het administratieve beheer | minister die zijn ambt heeft neergelegd. Het administratieve beheer |
van hun dossier is toevertrouwd aan de Vaste dienst voor bijstand, | van hun dossier is toevertrouwd aan de Vaste dienst voor bijstand, |
beheer, audit en controle van de ministeriële kabinetten (SePAC). | beheer, audit en controle van de ministeriële kabinetten (SePAC). |
Art. 48.De medewerkers van ministers die hun ambt hebben neergelegd, |
Art. 48.De medewerkers van ministers die hun ambt hebben neergelegd, |
hebben hetzij een graad van niveau 1, hetzij de graad van medewerker. | hebben hetzij een graad van niveau 1, hetzij de graad van medewerker. |
Art. 49 § 1. De duur van de aanstelling of de detachering van de | Art. 49 § 1. De duur van de aanstelling of de detachering van de |
medewerkers van een minister die zijn ambt heeft neergelegd, wordt | medewerkers van een minister die zijn ambt heeft neergelegd, wordt |
voor iedere minister die zijn ambt heeft neergelegd, berekend naar | voor iedere minister die zijn ambt heeft neergelegd, berekend naar |
evenredigheid van de duur van het uitgeoefende ministeriële mandaat, | evenredigheid van de duur van het uitgeoefende ministeriële mandaat, |
zonder dat deze duur minder dan 6 maanden en meer dan 2 jaar mag | zonder dat deze duur minder dan 6 maanden en meer dan 2 jaar mag |
bedragen. | bedragen. |
§ 2. Voor de vaststelling van de in § 1 bedoelde periode wordt | § 2. Voor de vaststelling van de in § 1 bedoelde periode wordt |
rekening gehouden met de ononderbroken uitoefening van ministeriële | rekening gehouden met de ononderbroken uitoefening van ministeriële |
mandaten binnen een of meer regeringen op enig machtsniveau. | mandaten binnen een of meer regeringen op enig machtsniveau. |
Art. 50 § 1. De bezoldiging die wordt toegekend aan de aangewezen | Art. 50 § 1. De bezoldiging die wordt toegekend aan de aangewezen |
medewerkers van de ministers die hun ambt hebben neergelegd, is | medewerkers van de ministers die hun ambt hebben neergelegd, is |
gebaseerd op de bezoldigingsschalen die van toepassing zijn op het | gebaseerd op de bezoldigingsschalen die van toepassing zijn op het |
personeel van het ministerie van de Federatie Wallonië-Brussel en | personeel van het ministerie van de Federatie Wallonië-Brussel en |
wordt als volgt vastgesteld: | wordt als volgt vastgesteld: |
- voor ambtenaren van niveau 1, salarisschaal 120/1; | - voor ambtenaren van niveau 1, salarisschaal 120/1; |
- voor medewerkers van niveau 2+, salarisschaal 260/3; | - voor medewerkers van niveau 2+, salarisschaal 260/3; |
- voor medewerkers van niveau 2, salarisschaal 210/2. | - voor medewerkers van niveau 2, salarisschaal 210/2. |
De werkelijke anciënniteit zal worden vastgesteld en gewaardeerd | De werkelijke anciënniteit zal worden vastgesteld en gewaardeerd |
overeenkomstig de binnen het ministerie van de Federatie | overeenkomstig de binnen het ministerie van de Federatie |
Wallonië-Brussel geldende regels, op basis van een bijgewerkt | Wallonië-Brussel geldende regels, op basis van een bijgewerkt |
curriculum vitae en een of meer attesten van vroegere | curriculum vitae en een of meer attesten van vroegere |
dienstprestaties. | dienstprestaties. |
§ 2. Aan gedetacheerde medewerkers van ministers die hun ambt hebben | § 2. Aan gedetacheerde medewerkers van ministers die hun ambt hebben |
neergelegd, wordt een vergoeding uitgekeerd die gelijk is aan de | neergelegd, wordt een vergoeding uitgekeerd die gelijk is aan de |
jaarlijkse kabinetsvergoeding, bepaald als volgt op het indexcijfer | jaarlijkse kabinetsvergoeding, bepaald als volgt op het indexcijfer |
138,01: | 138,01: |
- voor ambtenaren van niveau 1, tot een bedrag tussen 3.402,84 euro en | - voor ambtenaren van niveau 1, tot een bedrag tussen 3.402,84 euro en |
6.465,39 euro; | 6.465,39 euro; |
- voor medewerkers, tot een bedrag tussen 2.381,99 euro en 4.423,69 | - voor medewerkers, tot een bedrag tussen 2.381,99 euro en 4.423,69 |
euro. | euro. |
§ 3. Medewerkers van Ministers die hun ambt hebben neergelegd, hebben | § 3. Medewerkers van Ministers die hun ambt hebben neergelegd, hebben |
geen recht op een verhoging, een vergoeding, een abonnement, een | geen recht op een verhoging, een vergoeding, een abonnement, een |
financiële tegenwaarde, maaltijdcheques, een forfaitaire | financiële tegenwaarde, maaltijdcheques, een forfaitaire |
vertrektoelage, kosten of terugbetalingen van welke aard ook. | vertrektoelage, kosten of terugbetalingen van welke aard ook. |
Art. 50/1.De administratieve standplaats van de medewerkers van |
Art. 50/1.De administratieve standplaats van de medewerkers van |
ministers die hun ambt hebben neergelegd, wordt vastgesteld op de | ministers die hun ambt hebben neergelegd, wordt vastgesteld op de |
standplaats van de minister die zijn ambt heeft neergelegd. | standplaats van de minister die zijn ambt heeft neergelegd. |
Art. 50/2.De medewerkers van de minister die zijn ambt heeft |
Art. 50/2.De medewerkers van de minister die zijn ambt heeft |
neergelegd, voeren opdrachten uit die verband houden met de vroegere | neergelegd, voeren opdrachten uit die verband houden met de vroegere |
ministeriële ambten van de ministers die hun ambt hebben neergelegd, | ministeriële ambten van de ministers die hun ambt hebben neergelegd, |
en zorgen inzonderheid voor de follow-up en de afsluiting van de | en zorgen inzonderheid voor de follow-up en de afsluiting van de |
activiteiten in verband met het ministerieel mandaat. | activiteiten in verband met het ministerieel mandaat. |
Art. 50/3 § 1. De minister-president beëindigt de aanstelling of de | Art. 50/3 § 1. De minister-president beëindigt de aanstelling of de |
detachering van medewerkers van ministers die hun ambt hebben | detachering van medewerkers van ministers die hun ambt hebben |
neergelegd uiterlijk bij het verstrijken van de in artikel 49, § 1 | neergelegd uiterlijk bij het verstrijken van de in artikel 49, § 1 |
bedoelde periode. | bedoelde periode. |
§ 2. De minister die zijn ambt heeft neergelegd, kan de | § 2. De minister die zijn ambt heeft neergelegd, kan de |
minister-president in kennis stellen van zijn wil om de aanstelling of | minister-president in kennis stellen van zijn wil om de aanstelling of |
de detachering van de medewerker van de minister die zijn ambt heeft | de detachering van de medewerker van de minister die zijn ambt heeft |
neergelegd, vervroegd te beëindigen, op voorwaarde dat de procedure | neergelegd, vervroegd te beëindigen, op voorwaarde dat de procedure |
voor de beëindiging van zijn ambt wordt nageleefd, zoals bepaald in de | voor de beëindiging van zijn ambt wordt nageleefd, zoals bepaald in de |
omzendbrief van de regering tot vaststelling van de procedures voor de | omzendbrief van de regering tot vaststelling van de procedures voor de |
werking van de ministeriële kabinetten, het regeringssecretariaat en | werking van de ministeriële kabinetten, het regeringssecretariaat en |
de SePAC. ". | de SePAC. ". |
Art. 3.In hetzelfde besluit wordt een artikel 56/1 ingevoegd, luidend |
Art. 3.In hetzelfde besluit wordt een artikel 56/1 ingevoegd, luidend |
als volgt: | als volgt: |
" Art. 56/1.§ 1. In afwijking van artikel 46 behouden ministers die |
" Art. 56/1.§ 1. In afwijking van artikel 46 behouden ministers die |
hun ambt hebben neergelegd, het genot van de medewerkers van een | hun ambt hebben neergelegd, het genot van de medewerkers van een |
ministers die zijn ambt heeft neergelegd en die hun vóór de | ministers die zijn ambt heeft neergelegd en die hun vóór de |
inwerkingtreding van dit besluit ter beschikking werden gesteld. | inwerkingtreding van dit besluit ter beschikking werden gesteld. |
§ 2. In afwijking van artikel 49 wordt de duur van de | § 2. In afwijking van artikel 49 wordt de duur van de |
terbeschikkingstelling van de medewerkers van ministers die hun ambt | terbeschikkingstelling van de medewerkers van ministers die hun ambt |
hebben neergelegd als bedoeld in paragraaf 1 berekend naar | hebben neergelegd als bedoeld in paragraaf 1 berekend naar |
evenredigheid van de duur van het ministerieel mandaat dat werd | evenredigheid van de duur van het ministerieel mandaat dat werd |
uitgeoefend door de minister die zijn ambt heeft neergelegd, doch kan | uitgeoefend door de minister die zijn ambt heeft neergelegd, doch kan |
deze niet korter zijn dan één jaar en niet langer dan vijf jaar. | deze niet korter zijn dan één jaar en niet langer dan vijf jaar. |
§ 3. In geval van vervroegde beëindiging van het ambt kunnen de in | § 3. In geval van vervroegde beëindiging van het ambt kunnen de in |
paragraaf 1 bedoelde medewerkers van de ministers die hun ambt hebben | paragraaf 1 bedoelde medewerkers van de ministers die hun ambt hebben |
neergelegd, niet worden vervangen. | neergelegd, niet worden vervangen. |
Art. 4.Dit besluit treedt in werking 10 dagen na zijn bekendmaking in |
Art. 4.Dit besluit treedt in werking 10 dagen na zijn bekendmaking in |
het Belgisch Staatsblad. | het Belgisch Staatsblad. |
Brussel, 2 juni 2022. | Brussel, 2 juni 2022. |
De minister-president, | De minister-president, |
P.-Y. JEHOLET | P.-Y. JEHOLET |
De vicepresident en minister van Begroting, Ambtenarenzaken, Gelijke | De vicepresident en minister van Begroting, Ambtenarenzaken, Gelijke |
Kansen en het Toezicht op WBE, | Kansen en het Toezicht op WBE, |
F. DAERDEN | F. DAERDEN |
De vicepresident en minister van Kind, Gezondheid, Cultuur, Media en | De vicepresident en minister van Kind, Gezondheid, Cultuur, Media en |
Vrouwenrechten, | Vrouwenrechten, |
B. LINARD | B. LINARD |
De minister van Hoger Onderwijs, Onderwijs voor sociale promotie, | De minister van Hoger Onderwijs, Onderwijs voor sociale promotie, |
Universitaire Ziekenhuizen, Hulpverlening aan de Jeugd, | Universitaire Ziekenhuizen, Hulpverlening aan de Jeugd, |
Justitiehuizen, Jeugd, Sport en de Promotie van Brussel, | Justitiehuizen, Jeugd, Sport en de Promotie van Brussel, |
V. GLATIGNY | V. GLATIGNY |
De minister van Onderwijs, | De minister van Onderwijs, |
C. DESIR | C. DESIR |