Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap genomen met toepassing van artikel 321 van het decreet van 24 juli 1997 dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de Hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap | Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap genomen met toepassing van artikel 321 van het decreet van 24 juli 1997 dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de Hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap |
---|---|
MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP |
4 JANUARI 1999. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap | 4 JANUARI 1999. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap |
genomen met toepassing van artikel 321 van het decreet van 24 juli | genomen met toepassing van artikel 321 van het decreet van 24 juli |
1997 dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend | 1997 dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend |
personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de Hogescholen | personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de Hogescholen |
ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap | ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap |
De Regering van de Franse Gemeenschap, | De Regering van de Franse Gemeenschap, |
Gelet op het decreet van 24 juli 1997 dat het statuut bepaalt van het | Gelet op het decreet van 24 juli 1997 dat het statuut bepaalt van het |
bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel | bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel |
van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse | van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse |
Gemeenschap, inzonderheid op artikel 321; | Gemeenschap, inzonderheid op artikel 321; |
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 12 | Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 12 |
januari 1998; | januari 1998; |
Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 19 | Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 19 |
januari 1998; | januari 1998; |
Gelet op het protocol van 22 juni 1998 waarin de conclusies van de | Gelet op het protocol van 22 juni 1998 waarin de conclusies van de |
onderhandelingen binnen de comités van de sectoren IX en CII vervat | onderhandelingen binnen de comités van de sectoren IX en CII vervat |
zijn; | zijn; |
Gelet op de beraadslaging van de Regering van de Franse Gemeenschap | Gelet op de beraadslaging van de Regering van de Franse Gemeenschap |
van 30 juni 1998 omtrent de aanvraag om advies door de Raad van State | van 30 juni 1998 omtrent de aanvraag om advies door de Raad van State |
binnen maximum één maand; | binnen maximum één maand; |
Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 21 oktober 1998, | Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 21 oktober 1998, |
met toepassing van artikel 84, lid 1, 2°, van de gecoördineerde wetten | met toepassing van artikel 84, lid 1, 2°, van de gecoördineerde wetten |
op de Raad van State; | op de Raad van State; |
Op de voordracht van de Minister-Voorzitster, belast met het | Op de voordracht van de Minister-Voorzitster, belast met het |
Onderwijs, de Audiovisuele Sector, de Hulpverlening aan de Jeugd, het | Onderwijs, de Audiovisuele Sector, de Hulpverlening aan de Jeugd, het |
Kinderwelzijn en de Gezondheidspromotie, van de Minister van Hoger | Kinderwelzijn en de Gezondheidspromotie, van de Minister van Hoger |
Onderwijs, Wetenschappelijk Onderzoek, Sport en Internationale | Onderwijs, Wetenschappelijk Onderzoek, Sport en Internationale |
Betrekkingen en van de Minister van Begroting, Financiën en | Betrekkingen en van de Minister van Begroting, Financiën en |
Ambtenarenzaken; | Ambtenarenzaken; |
Gelet op de beraadslaging van de Regering van 4 januari 1999, | Gelet op de beraadslaging van de Regering van 4 januari 1999, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK 1. - De leden van het opvoedend hulppersoneel van de | HOOFDSTUK 1. - De leden van het opvoedend hulppersoneel van de |
Hogescholen van de Franse Gemeenschap | Hogescholen van de Franse Gemeenschap |
Afdeling 1. - Wervingsambten | Afdeling 1. - Wervingsambten |
Artikel 1.Ieder personeelslid dat vastbenoemd was in een wervingsambt |
Artikel 1.Ieder personeelslid dat vastbenoemd was in een wervingsambt |
van het opvoedend hulppersoneel en aangewezen werd voor een Hogeschool | van het opvoedend hulppersoneel en aangewezen werd voor een Hogeschool |
van de Franse Gemeenschap vóór 1 september 1996 kan een aanvraag tot | van de Franse Gemeenschap vóór 1 september 1996 kan een aanvraag tot |
verandering van aanwijzing voor een inrichting van een ander | verandering van aanwijzing voor een inrichting van een ander |
onderwijsniveau indienen. | onderwijsniveau indienen. |
Art. 2.Ieder bij artikel 1 bedoeld personeelslid dat wenst een |
Art. 2.Ieder bij artikel 1 bedoeld personeelslid dat wenst een |
verandering van aanwijzing te bekomen binnen de voorwaarden bedoeld | verandering van aanwijzing te bekomen binnen de voorwaarden bedoeld |
bij artikel 48, § 1, 1°, van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 | bij artikel 48, § 1, 1°, van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 |
tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en | tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en |
onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het | onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het |
paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, | paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, |
buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de | buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de |
Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en | Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en |
van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op | van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op |
deze inrichtingen, dient, per aangetekende brief, een aanvraag in | deze inrichtingen, dient, per aangetekende brief, een aanvraag in |
wegens uitzonderlijke omstandigheden bij de Minister gedurende de | wegens uitzonderlijke omstandigheden bij de Minister gedurende de |
maand januari. Hij stuurt er afschrift van naar de voorzitter van de | maand januari. Hij stuurt er afschrift van naar de voorzitter van de |
zonale aanstellingscommissie of, naargelang het geval, naar de | zonale aanstellingscommissie of, naargelang het geval, naar de |
voorzitter van de zonale aanstellingscommissie voor het onderwijs voor | voorzitter van de zonale aanstellingscommissie voor het onderwijs voor |
sociale promotie binnen dezelfde termijn. | sociale promotie binnen dezelfde termijn. |
Ieder bij artikel 1 bedoeld personeelslid, dat wenst een verandering | Ieder bij artikel 1 bedoeld personeelslid, dat wenst een verandering |
van aanwijzing te bekomen onder de voorwaarden bedoeld bij artikel 48, | van aanwijzing te bekomen onder de voorwaarden bedoeld bij artikel 48, |
§ 1, 2°, van het bovenvermelde koninklijk besluit van 22 maart 1969, | § 1, 2°, van het bovenvermelde koninklijk besluit van 22 maart 1969, |
dient, per aangetekende brief, een aanvraag om uitzonderlijke redenen | dient, per aangetekende brief, een aanvraag om uitzonderlijke redenen |
bij de Minister gedurende de maand januari. Hij stuurt er afschrift | bij de Minister gedurende de maand januari. Hij stuurt er afschrift |
van naar de voorzitter van de interzonale aanstellingscommissie of, | van naar de voorzitter van de interzonale aanstellingscommissie of, |
naargelang het geval, naar de voorzitter van de interzonale | naargelang het geval, naar de voorzitter van de interzonale |
aanstellingscommissie voor het onderwijs voor sociale promotie binnen | aanstellingscommissie voor het onderwijs voor sociale promotie binnen |
dezelfde termijn. | dezelfde termijn. |
Afdeling 2. - Selectieambten | Afdeling 2. - Selectieambten |
Art. 3.Ieder personeelslid dat vastbenoemd is in een selectieambt van |
Art. 3.Ieder personeelslid dat vastbenoemd is in een selectieambt van |
het opvoedend hulppersoneel en dat aangewezen werd voor een Hogeschool | het opvoedend hulppersoneel en dat aangewezen werd voor een Hogeschool |
van de Franse Gemeenschap vóór 1 september 1996, kan een aanvraag tot | van de Franse Gemeenschap vóór 1 september 1996, kan een aanvraag tot |
verandering van aanwijzing voor een inrichting van een ander | verandering van aanwijzing voor een inrichting van een ander |
onderwijsniveau indienen. | onderwijsniveau indienen. |
Art. 4.Het bij artikel 3 bedoeld personeelslid dat een verandering |
Art. 4.Het bij artikel 3 bedoeld personeelslid dat een verandering |
van aanwijzing wenst te bekomen krachtens artikel 80, § 1, 1°, van het | van aanwijzing wenst te bekomen krachtens artikel 80, § 1, 1°, van het |
koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut | koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut |
van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het | van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het |
opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der | opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der |
inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, | inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, |
technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der | technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der |
internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de | internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de |
inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, | inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, |
dient, via een aangetekende brief, een aanvraag in wegens | dient, via een aangetekende brief, een aanvraag in wegens |
uitzonderlijke omstandigheden bij de Minister gedurende de maand | uitzonderlijke omstandigheden bij de Minister gedurende de maand |
januari. Hij stuurt er afschrift van naar de voorzitter van de zonale | januari. Hij stuurt er afschrift van naar de voorzitter van de zonale |
aanstellingscommissie of, naargelang het geval, naar de voorzitter van | aanstellingscommissie of, naargelang het geval, naar de voorzitter van |
de zonale aanstellingscommissie voor het onderwijs voor sociale | de zonale aanstellingscommissie voor het onderwijs voor sociale |
promotie binnen dezelfde termijn. | promotie binnen dezelfde termijn. |
Het bij artikel 3 bedoeld personeelslid dat een verandering van | Het bij artikel 3 bedoeld personeelslid dat een verandering van |
aanwijzing wenst te bekomen krachtens artikel 80, § 1, 2°, van het | aanwijzing wenst te bekomen krachtens artikel 80, § 1, 2°, van het |
bovenvermelde koninklijk besluit van 22 maart 1969, dient, via een | bovenvermelde koninklijk besluit van 22 maart 1969, dient, via een |
aangetekende brief, een aanvraag in wegens uitzonderlijke | aangetekende brief, een aanvraag in wegens uitzonderlijke |
omstandigheden bij de Minister gedurende de maand januari. Hij stuurt | omstandigheden bij de Minister gedurende de maand januari. Hij stuurt |
er afschrift van naar de voorzitter van de interzonale | er afschrift van naar de voorzitter van de interzonale |
aanstellingscommissie of, naargelang het geval, naar de voorzitter van | aanstellingscommissie of, naargelang het geval, naar de voorzitter van |
de interzonale aanstellingscommissie voor het onderwijs voor sociale | de interzonale aanstellingscommissie voor het onderwijs voor sociale |
promotie binnen dezelfde termijn. | promotie binnen dezelfde termijn. |
HOOFDSTUK II. - De leden van het opvoedend hulppersoneel van de | HOOFDSTUK II. - De leden van het opvoedend hulppersoneel van de |
gesubsidieerde vrije Hogescholen | gesubsidieerde vrije Hogescholen |
Afdeling 1. - Wervingsambten | Afdeling 1. - Wervingsambten |
Art. 5.Ieder personeelslid dat in vast verband aangeworven werd in |
Art. 5.Ieder personeelslid dat in vast verband aangeworven werd in |
een wervingsambt van het opvoedend hulppersoneel en dat aangewezen | een wervingsambt van het opvoedend hulppersoneel en dat aangewezen |
werd voor een gesubsidieerde vrije Hogeschool vóór 1 september 1996, | werd voor een gesubsidieerde vrije Hogeschool vóór 1 september 1996, |
kan een aanvraag tot overplaatsing naar een inrichting van een ander | kan een aanvraag tot overplaatsing naar een inrichting van een ander |
onderwijsniveau indienen. | onderwijsniveau indienen. |
Art. 6.Het bij artikel 5 bedoeld personeelslid dat wenst een |
Art. 6.Het bij artikel 5 bedoeld personeelslid dat wenst een |
overplaatsing te bekomen onder de voorwaarden van artikel 41 van het | overplaatsing te bekomen onder de voorwaarden van artikel 41 van het |
decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde | decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde |
personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs, dient, per | personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs, dient, per |
aangetekende brief, een aanvraag in bij de betrokken Inrichtende Macht | aangetekende brief, een aanvraag in bij de betrokken Inrichtende Macht |
die een te begeven vacante betrekking heeft. | die een te begeven vacante betrekking heeft. |
Afdeling 2. - Selectieambten | Afdeling 2. - Selectieambten |
Art. 7.Ieder personeelslid dat in vast verband aangeworven werd in |
Art. 7.Ieder personeelslid dat in vast verband aangeworven werd in |
een selectieambt van het opvoedend hulppersoneel en dat aangewezen | een selectieambt van het opvoedend hulppersoneel en dat aangewezen |
werd voor een gesubsidieerde vrije Hogeschool vóór 1 september 1996, | werd voor een gesubsidieerde vrije Hogeschool vóór 1 september 1996, |
kan een aanvraag tot overplaatsing naar een inrichting van een ander | kan een aanvraag tot overplaatsing naar een inrichting van een ander |
onderwijsniveau indienen. | onderwijsniveau indienen. |
Art. 8.Het bij artikel 7 bedoeld personeelslid dat wenst een |
Art. 8.Het bij artikel 7 bedoeld personeelslid dat wenst een |
overplaatsing te bekomen onder de voorwaarden van artikel 49 van het | overplaatsing te bekomen onder de voorwaarden van artikel 49 van het |
decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde | decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde |
personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs, dient, per | personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs, dient, per |
aangetekende brief, een aanvraag in bij de betrokken Inrichtende Macht | aangetekende brief, een aanvraag in bij de betrokken Inrichtende Macht |
die een te begeven vacante betrekking heeft. | die een te begeven vacante betrekking heeft. |
HOOFDSTUK III. - De leden van het opvoedend hulppersoneel van de | HOOFDSTUK III. - De leden van het opvoedend hulppersoneel van de |
gesubdisieerde officiële Hogescholen | gesubdisieerde officiële Hogescholen |
Afdeling 1. - Wervingsambten | Afdeling 1. - Wervingsambten |
Art. 9.Ieder personeelslid dat in vast verband aangeworven werd in |
Art. 9.Ieder personeelslid dat in vast verband aangeworven werd in |
een wervingsambt van het opvoedend hulppersoneel en dat aangewezen | een wervingsambt van het opvoedend hulppersoneel en dat aangewezen |
werd voor een gesubsidieerde officiële Hogeschool vóór 1 september | werd voor een gesubsidieerde officiële Hogeschool vóór 1 september |
1996, kan een aanvraag tot overplaatsing naar of tot verandering van | 1996, kan een aanvraag tot overplaatsing naar of tot verandering van |
aanwijzing voor een inrichting van een ander onderwijsniveau indienen. | aanwijzing voor een inrichting van een ander onderwijsniveau indienen. |
Art. 10.Het bij artikel 9 bedoeld personeelslid dat wenst een |
Art. 10.Het bij artikel 9 bedoeld personeelslid dat wenst een |
overplaatsing of een verandering van aanwijzing te bekomen onder de | overplaatsing of een verandering van aanwijzing te bekomen onder de |
voorwaarden van artikel 29 van het decreet van 6 juni 1994 houdende | voorwaarden van artikel 29 van het decreet van 6 juni 1994 houdende |
het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het | het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het |
gesubsidieerd officieel onderwijs, dient, per aangetekende brief, een | gesubsidieerd officieel onderwijs, dient, per aangetekende brief, een |
aanvraag in bij de betrokken Inrichtende Macht die een te begeven | aanvraag in bij de betrokken Inrichtende Macht die een te begeven |
vacante betrekking heeft. | vacante betrekking heeft. |
Afdeling 2. - Selectieambten | Afdeling 2. - Selectieambten |
Art. 11.Ieder personeelslid dat in vast verband aangeworven werd in |
Art. 11.Ieder personeelslid dat in vast verband aangeworven werd in |
een selectieambt van het opvoedend hulppersoneel en dat aangewezen | een selectieambt van het opvoedend hulppersoneel en dat aangewezen |
werd voor een gesubsidieerde officiële Hogeschool vóór 1 september | werd voor een gesubsidieerde officiële Hogeschool vóór 1 september |
1996, kan een aanvraag tot verandering van aanwijzing voor een | 1996, kan een aanvraag tot verandering van aanwijzing voor een |
inrichting van een ander onderwijsniveau indienen. | inrichting van een ander onderwijsniveau indienen. |
Art. 12.Het bij artikel 11 bedoeld personeelslid dat wenst een |
Art. 12.Het bij artikel 11 bedoeld personeelslid dat wenst een |
verandering van aanwijzing te bekomen onder de voorwaarden van artikel | verandering van aanwijzing te bekomen onder de voorwaarden van artikel |
38 van het decreet van 6 juni 1994 houdende het statuut van de | 38 van het decreet van 6 juni 1994 houdende het statuut van de |
gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd officieel | gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd officieel |
onderwijs, dient, per aangetekende brief, een aanvraag in bij de | onderwijs, dient, per aangetekende brief, een aanvraag in bij de |
betrokken Inrichtende Macht die een te begeven vacante betrekking | betrokken Inrichtende Macht die een te begeven vacante betrekking |
heeft. | heeft. |
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen | HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen |
Art. 13.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1999. |
Art. 13.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1999. |
Art. 14.De Minister- Voorzitster, belast met het onderwijs, de |
Art. 14.De Minister- Voorzitster, belast met het onderwijs, de |
Minister van Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek en de | Minister van Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek en de |
Minister van Begroting, Financiën en Ambtenarenzaken, zijn belast met | Minister van Begroting, Financiën en Ambtenarenzaken, zijn belast met |
de uitvoering van dit besluit. | de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 4 januari 1999. | Brussel, 4 januari 1999. |
De Minister-Voorzitster belast met het Onderwijs, | De Minister-Voorzitster belast met het Onderwijs, |
Mevr. L. ONKELINX | Mevr. L. ONKELINX |
De Minister van Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek, | De Minister van Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek, |
W. ANCION | W. ANCION |
De Minister van Begroting, Financiën en Ambtenarenzaken, | De Minister van Begroting, Financiën en Ambtenarenzaken, |
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE | J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE |