Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Document van 30/05/2017
← Terug naar "Besluit van de Regering tot vaststelling van de voorwaarden voor benoeming in het ambt van directeur-generaal en in het ambt van financieel directeur in de gemeenten van het Duitse taalgebied "
Besluit van de Regering tot vaststelling van de voorwaarden voor benoeming in het ambt van directeur-generaal en in het ambt van financieel directeur in de gemeenten van het Duitse taalgebied Besluit van de Regering tot vaststelling van de voorwaarden voor benoeming in het ambt van directeur-generaal en in het ambt van financieel directeur in de gemeenten van het Duitse taalgebied
MINISTERIE VAN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP MINISTERIE VAN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP
30 MEI 2017. - Besluit van de Regering tot vaststelling van de 30 MEI 2017. - Besluit van de Regering tot vaststelling van de
voorwaarden voor benoeming in het ambt van directeur-generaal en in voorwaarden voor benoeming in het ambt van directeur-generaal en in
het ambt van financieel directeur in de gemeenten van het Duitse het ambt van financieel directeur in de gemeenten van het Duitse
taalgebied taalgebied
De Regering van de Duitstalige Gemeenschap, De Regering van de Duitstalige Gemeenschap,
Gelet op het Wetboek van de plaatselijke democratie en Gelet op het Wetboek van de plaatselijke democratie en
decentralisatie, artikel L1124-2, § 1, eerste lid, en § 2, eerste lid, decentralisatie, artikel L1124-2, § 1, eerste lid, en § 2, eerste lid,
L1124-16 en L1124-22, § 1, eerste lid, en § 2, tweede lid; L1124-16 en L1124-22, § 1, eerste lid, en § 2, tweede lid;
Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 11 juli 2013 tot Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 11 juli 2013 tot
vaststelling van de benoemingsvoorwaarden tot de betrekkingen van vaststelling van de benoemingsvoorwaarden tot de betrekkingen van
directeur-generaal, adjunct-directeur-generaal en financieel directeur directeur-generaal, adjunct-directeur-generaal en financieel directeur
in een gemeente; in een gemeente;
Gelet op protocol nr. UA1/2017 van comité C - commissie voor de Gelet op protocol nr. UA1/2017 van comité C - commissie voor de
provinciale en plaatselijke overheidsdiensten - afdeling I - subcomité provinciale en plaatselijke overheidsdiensten - afdeling I - subcomité
van de Duitstalige Gemeenschap van 9 februari 2017; van de Duitstalige Gemeenschap van 9 februari 2017;
Gelet op advies 61.207/4 van de Raad van State, gegeven op 24 april Gelet op advies 61.207/4 van de Raad van State, gegeven op 24 april
2017 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten 2017 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten
op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister bevoegd voor Lokale Besturen; Op de voordracht van de Minister bevoegd voor Lokale Besturen;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :
Algemene bepaling Algemene bepaling

Artikel 1.De gemeenteraad legt in een reglement de voorwaarden en de

Artikel 1.De gemeenteraad legt in een reglement de voorwaarden en de

regels vast voor de benoeming en de bevordering in het ambt van regels vast voor de benoeming en de bevordering in het ambt van
directeur-generaal en in het ambt van financieel directeur, hierna directeur-generaal en in het ambt van financieel directeur, hierna
"directeurs" genoemd, binnen de perken van de bepalingen bedoeld in "directeurs" genoemd, binnen de perken van de bepalingen bedoeld in
dit besluit. dit besluit.
Toelatingsvoorwaarden Toelatingsvoorwaarden

Art. 2.Om benoemd te kunnen worden tot directeur moet de kandidaat :

Art. 2.Om benoemd te kunnen worden tot directeur moet de kandidaat :

1° burger zijn van een staat van de Europese Economische Ruimte of van 1° burger zijn van een staat van de Europese Economische Ruimte of van
de Zwitserse Bondsstaat; de Zwitserse Bondsstaat;
2° de burgerlijke en politieke rechten genieten; 2° de burgerlijke en politieke rechten genieten;
3° van een gedrag zijn in overeenstemming met de vereisten van de 3° van een gedrag zijn in overeenstemming met de vereisten van de
functie; functie;
4° op zijn minst houder zijn van een diploma van het hoger onderwijs 4° op zijn minst houder zijn van een diploma van het hoger onderwijs
van het korte type of behoren tot de groep van personen vermeld in de van het korte type of behoren tot de groep van personen vermeld in de
artikelen 5 en 6; artikelen 5 en 6;
5° geslaagd zijn voor een examen. 5° geslaagd zijn voor een examen.
Het gedrag vermeld in 3° wordt getoetst aan de hand van een uittreksel Het gedrag vermeld in 3° wordt getoetst aan de hand van een uittreksel
uit het strafregister. Als dat uittreksel ongunstige vermeldingen uit het strafregister. Als dat uittreksel ongunstige vermeldingen
bevat, kan de kandidaat een schriftelijke verantwoording indienen. bevat, kan de kandidaat een schriftelijke verantwoording indienen.
Examen Examen

Art. 3.§ 1. De regeling vermeld in artikel 1 bevat op zijn minst :

Art. 3.§ 1. De regeling vermeld in artikel 1 bevat op zijn minst :

1° de voorwaarden voor de deelneming aan het examen vermeld in artikel 1° de voorwaarden voor de deelneming aan het examen vermeld in artikel
2, 5°; 2, 5°;
2° de nadere regels voor de organisatie van dat examen; 2° de nadere regels voor de organisatie van dat examen;
3° de samenstelling van de examencommissie; 3° de samenstelling van de examencommissie;
4° de volgorde, de inhoud en het beoordelingssysteem voor de examens. 4° de volgorde, de inhoud en het beoordelingssysteem voor de examens.
§ 2. Het examen vermeld in § 1 bevat op zijn minst de volgende § 2. Het examen vermeld in § 1 bevat op zijn minst de volgende
examengedeelten die worden aangepast aan de aard van de te bekleden examengedeelten die worden aangepast aan de aard van de te bekleden
betrekking : betrekking :
1° een examen inzake beroepsgeschiktheid waarmee beoordeeld wordt of 1° een examen inzake beroepsgeschiktheid waarmee beoordeeld wordt of
de kandidaten over de vereiste minimale kennis beschikken in de de kandidaten over de vereiste minimale kennis beschikken in de
volgende vakken: volgende vakken:
a) grondwettelijk recht; a) grondwettelijk recht;
b) administratief recht; b) administratief recht;
c) recht inzake overheidsopdrachten; c) recht inzake overheidsopdrachten;
d) burgerlijk recht; d) burgerlijk recht;
e) plaatselijke fiscaliteit en financiën; e) plaatselijke fiscaliteit en financiën;
f) gemeentelijk recht en de organieke wet betreffende de openbare f) gemeentelijk recht en de organieke wet betreffende de openbare
centra voor maatschappelijk welzijn; centra voor maatschappelijk welzijn;
2° een mondeling examen over de beroepsgeschiktheid en de 2° een mondeling examen over de beroepsgeschiktheid en de
leidinggevende kwaliteiten van de kandidaat. Dat examen biedt de leidinggevende kwaliteiten van de kandidaat. Dat examen biedt de
mogelijkheid om de kandidaat te beoordelen, in het bijzonder wat mogelijkheid om de kandidaat te beoordelen, in het bijzonder wat
betreft zijn strategische visie van het ambt en zijn vaardigheden om betreft zijn strategische visie van het ambt en zijn vaardigheden om
die visie toe te passen op het gebied van human resources, management die visie toe te passen op het gebied van human resources, management
en organisatie van de interne controle. en organisatie van de interne controle.
§ 3. De examencommissie vermeld in § 1, 3°, telt een oneven aantal § 3. De examencommissie vermeld in § 1, 3°, telt een oneven aantal
leden en op zijn minst : leden en op zijn minst :
1° twee deskundigen aangewezen door het college; 1° twee deskundigen aangewezen door het college;
2° een leerkracht (universiteit of hogeschool); 2° een leerkracht (universiteit of hogeschool);
3° twee in dienst zijnde of gepensioneerde directeurs. 3° twee in dienst zijnde of gepensioneerde directeurs.
Afsluiting van de examens Afsluiting van de examens

Art. 4.Op basis van het verslag van de examencommissie en na

Art. 4.Op basis van het verslag van de examencommissie en na

eventueel de laureaten te hebben gehoord, stelt het college een eventueel de laureaten te hebben gehoord, stelt het college een
kandidaat-stagiair aan de gemeenteraad voor. kandidaat-stagiair aan de gemeenteraad voor.
Mobiliteit Mobiliteit

Art. 5.De directeurs-generaal, adjunct-directeurs-generaal en

Art. 5.De directeurs-generaal, adjunct-directeurs-generaal en

financiële directeurs van een andere gemeente of van een openbaar financiële directeurs van een andere gemeente of van een openbaar
centrum voor maatschappelijk welzijn, alsook de gewestelijke centrum voor maatschappelijk welzijn, alsook de gewestelijke
ontvangers die op het tijdstip van hun sollicitatie vast benoemd zijn ontvangers die op het tijdstip van hun sollicitatie vast benoemd zijn
in een van die ambten, worden vrijgesteld van het examen vermeld in in een van die ambten, worden vrijgesteld van het examen vermeld in
artikel 3, § 2, 1°. artikel 3, § 2, 1°.
Op straffe van nietigheid mag in het kader van de mobiliteit geen Op straffe van nietigheid mag in het kader van de mobiliteit geen
enkel voorrangsrecht worden toegekend aan de kandidaat die dat ambt in enkel voorrangsrecht worden toegekend aan de kandidaat die dat ambt in
een andere gemeente of in een openbaar centrum voor maatschappelijk een andere gemeente of in een openbaar centrum voor maatschappelijk
welzijn uitoefent. welzijn uitoefent.
Bevordering Bevordering

Art. 6.De gemeenteraad wijst de graad of de graden aan waarvan de

Art. 6.De gemeenteraad wijst de graad of de graden aan waarvan de

personeelsleden houder moeten zijn om te kunnen solliciteren naar het personeelsleden houder moeten zijn om te kunnen solliciteren naar het
ambt van directeur. ambt van directeur.
Het ambt kan toegankelijk worden gemaakt voor de personeelsleden van Het ambt kan toegankelijk worden gemaakt voor de personeelsleden van
niveau A en voor de personeelsleden van niveau D6 tot D10, niveau B, niveau A en voor de personeelsleden van niveau D6 tot D10, niveau B,
niveau C3 en niveau C4 die over tien jaar anciënniteit beschikken in niveau C3 en niveau C4 die over tien jaar anciënniteit beschikken in
deze niveaus. deze niveaus.
Stage Stage

Art. 7.§ 1. Bij hun indiensttreding worden de directeurs aan een

Art. 7.§ 1. Bij hun indiensttreding worden de directeurs aan een

stageperiode van één jaar onderworpen. stageperiode van één jaar onderworpen.
§ 2. Na afloop van de stageperiode gaat het college over tot de § 2. Na afloop van de stageperiode gaat het college over tot de
evaluatie van de directeur en legt het aan de gemeenteraad een verslag evaluatie van de directeur en legt het aan de gemeenteraad een verslag
voor waaruit blijkt of de directeur al dan niet geschikt is om het voor waaruit blijkt of de directeur al dan niet geschikt is om het
ambt uit te oefenen. ambt uit te oefenen.
Als het verslag negatief is, kan de gemeenteraad de betrokken Als het verslag negatief is, kan de gemeenteraad de betrokken
directeur ontslaan. directeur ontslaan.
§ 3. Wanneer de stage wordt afgesloten door een besluit tot ontslag, § 3. Wanneer de stage wordt afgesloten door een besluit tot ontslag,
behoudt het personeelslid dat via de bevorderingsprocedure in dat ambt behoudt het personeelslid dat via de bevorderingsprocedure in dat ambt
was gekomen, in afwijking van paragraaf 2 het recht om het ambt dat was gekomen, in afwijking van paragraaf 2 het recht om het ambt dat
hij vóór de bevordering bekleedde, terug te krijgen. hij vóór de bevordering bekleedde, terug te krijgen.
Opheffingsbepaling Opheffingsbepaling

Art. 8.Het besluit van de Waalse Regering van 11 juli 2013 tot

Art. 8.Het besluit van de Waalse Regering van 11 juli 2013 tot

vaststelling van de benoemingsvoorwaarden tot de betrekkingen van vaststelling van de benoemingsvoorwaarden tot de betrekkingen van
directeur-generaal, adjunct-directeur-generaal en financieel directeur directeur-generaal, adjunct-directeur-generaal en financieel directeur
in een gemeente wordt opgeheven. in een gemeente wordt opgeheven.
Uitvoeringsbepaling Uitvoeringsbepaling

Art. 9.De minister bevoegd voor Lokale Besturen is belast met de

Art. 9.De minister bevoegd voor Lokale Besturen is belast met de

uitvoering van dit besluit. uitvoering van dit besluit.
Eupen, 30 mei 2017. Eupen, 30 mei 2017.
Voor de Regering van de Duitstalige Gemeenschap, Voor de Regering van de Duitstalige Gemeenschap,
De Minister-President, De Minister-President,
O. PAASCH O. PAASCH
De Viceminister-President, De Viceminister-President,
Minister van Cultuur, Werkgelegenheid en Toerisme, Minister van Cultuur, Werkgelegenheid en Toerisme,
I. WEYKMANS I. WEYKMANS
^