Besluit van de Regering betreffende de raad van beroep voor het gesubsidieerd officieel onderwijs | Besluit van de Regering betreffende de raad van beroep voor het gesubsidieerd officieel onderwijs |
---|---|
MINISTERIE VAN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP | MINISTERIE VAN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP |
26 APRIL 2005. - Besluit van de Regering betreffende de raad van | 26 APRIL 2005. - Besluit van de Regering betreffende de raad van |
beroep voor het gesubsidieerd officieel onderwijs | beroep voor het gesubsidieerd officieel onderwijs |
De Regering van de Duitstalige Gemeenschap, | De Regering van de Duitstalige Gemeenschap, |
Gelet op de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen | Gelet op de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen |
voor de Duitstalige Gemeenschap, inzonderheid op artikel 7; | voor de Duitstalige Gemeenschap, inzonderheid op artikel 7; |
Gelet op het decreet van 29 maart 2004 houdende het statuut van de | Gelet op het decreet van 29 maart 2004 houdende het statuut van de |
gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd officieel | gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd officieel |
onderwijs en van de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale | onderwijs en van de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale |
centra, inzonderheid op de artikelen 87, 88, 89 en 94; | centra, inzonderheid op de artikelen 87, 88, 89 en 94; |
Gelet op het protocol nr. OSUW 3/2005 van 28 januari 2005 houdende de | Gelet op het protocol nr. OSUW 3/2005 van 28 januari 2005 houdende de |
conclusies van de onderhandelingen gevoerd in het subcomité bepaald in | conclusies van de onderhandelingen gevoerd in het subcomité bepaald in |
artikel 17, § 2, 3°, van het koninklijk besluit van 28 september 1984; | artikel 17, § 2, 3°, van het koninklijk besluit van 28 september 1984; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 1 | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 1 |
februari 2005; | februari 2005; |
Gelet op het akkoord van de Minister-President, bevoegd inzake | Gelet op het akkoord van de Minister-President, bevoegd inzake |
Begroting, gegeven op 24 februari 2005; | Begroting, gegeven op 24 februari 2005; |
Gelet op het advies nr. 38.271/2 van de Raad van State, gegeven op 13 | Gelet op het advies nr. 38.271/2 van de Raad van State, gegeven op 13 |
april 2005 met toepassing van artikel 84, lid 1, 1°, van de | april 2005 met toepassing van artikel 84, lid 1, 1°, van de |
gecoördineerde wetten op de Raad van State; | gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
Op de voordracht van de Minister bevoegd inzake Onderwijs; | Op de voordracht van de Minister bevoegd inzake Onderwijs; |
Na beraadslaging, | Na beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
Aantal werkende en plaatsvervangende leden | Aantal werkende en plaatsvervangende leden |
Artikel 1.Het aantal werkende en plaatsvervangende leden die vermeld |
Artikel 1.Het aantal werkende en plaatsvervangende leden die vermeld |
zijn in artikel 88, § 1, lid 1, 1°, van het decreet van 29 maart 2004 | zijn in artikel 88, § 1, lid 1, 1°, van het decreet van 29 maart 2004 |
houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het | houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het |
gesubsidieerd officieel onderwijs en van de gesubsidieerde officiële | gesubsidieerd officieel onderwijs en van de gesubsidieerde officiële |
psycho-medisch-sociale centra wordt voor elke categorie op 3 | psycho-medisch-sociale centra wordt voor elke categorie op 3 |
vastgelegd. | vastgelegd. |
Duur van de mandaten | Duur van de mandaten |
Art. 2.§ 1 - Het mandaat van de voorzitter, van de plaatsvervangende |
Art. 2.§ 1 - Het mandaat van de voorzitter, van de plaatsvervangende |
voorzitters en van alle werkende en plaatsvervangende leden duurt 5 | voorzitters en van alle werkende en plaatsvervangende leden duurt 5 |
jaar. Het is hernieuwbaar. | jaar. Het is hernieuwbaar. |
§ 2 - Het mandaat van de voorzitter, van de plaatsvervangende | § 2 - Het mandaat van de voorzitter, van de plaatsvervangende |
voorzitters en van alle werkende en plaatsvervangende leden neemt | voorzitters en van alle werkende en plaatsvervangende leden neemt |
voortijdig een einde in geval van : | voortijdig een einde in geval van : |
1° ontslagneming, | 1° ontslagneming, |
2° overlijden. | 2° overlijden. |
Het mandaat van een werkend of plaatsvervangend lid neemt ook een | Het mandaat van een werkend of plaatsvervangend lid neemt ook een |
einde wanneer de inrichtende machten of de vakorganisaties die | einde wanneer de inrichtende machten of de vakorganisaties die |
ditzelfde lid hebben voorgesteld het mandaat intrekken. | ditzelfde lid hebben voorgesteld het mandaat intrekken. |
Een plaatsvervangend lid beëindigt het mandaat. Er wordt een nieuw | Een plaatsvervangend lid beëindigt het mandaat. Er wordt een nieuw |
plaatsvervangend lid benoemd. | plaatsvervangend lid benoemd. |
Verdeling van de mandaten die aan de vakorganisaties toekomen | Verdeling van de mandaten die aan de vakorganisaties toekomen |
Art. 3.De verdeling van de mandaten die aan de vakorganisaties |
Art. 3.De verdeling van de mandaten die aan de vakorganisaties |
toekomen, gebeurt in overeenstemming tussen deze organisaties. | toekomen, gebeurt in overeenstemming tussen deze organisaties. |
Bij gebrek aan overeenstemming beslist de Regering, waarbij elke | Bij gebrek aan overeenstemming beslist de Regering, waarbij elke |
organisatie ten minste één mandaat toegekend wordt. | organisatie ten minste één mandaat toegekend wordt. |
Secretaris en adjunct-secretaris | Secretaris en adjunct-secretaris |
Art. 4.De Regering wijst de secretaris en de adjunct-secretaris aan |
Art. 4.De Regering wijst de secretaris en de adjunct-secretaris aan |
onder de ambtenaren van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap. | onder de ambtenaren van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap. |
Vergoedingen | Vergoedingen |
Art. 5.De voorzitter of plaatsvervangende voorzitter alsmede alle |
Art. 5.De voorzitter of plaatsvervangende voorzitter alsmede alle |
leden van de raad verkrijgen een reiskostenvergoeding, toegekend | leden van de raad verkrijgen een reiskostenvergoeding, toegekend |
overeenkomstig artikel 2 van het besluit van de Regering van 12 juli | overeenkomstig artikel 2 van het besluit van de Regering van 12 juli |
2001 tot harmonisatie van het presentiegeld en van de reisvergoedingen | 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld en van de reisvergoedingen |
in instellingen en raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap. | in instellingen en raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap. |
De voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter verkrijgen per | De voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter verkrijgen per |
zitting een presentiegeld van 37 euro . | zitting een presentiegeld van 37 euro . |
Huishoudelijk reglement | Huishoudelijk reglement |
Art. 6.Binnen 30 dagen na de eerste benoeming van zijn leden maakt de |
Art. 6.Binnen 30 dagen na de eerste benoeming van zijn leden maakt de |
raad een huishoudelijk reglement op dat hij ter goedkeuring aan de | raad een huishoudelijk reglement op dat hij ter goedkeuring aan de |
Regering voorlegt. | Regering voorlegt. |
Uitvoering | Uitvoering |
Art. 7.De Minister bevoegd inzake Onderwijs is belast met de |
Art. 7.De Minister bevoegd inzake Onderwijs is belast met de |
uitvoering van dit besluit. | uitvoering van dit besluit. |
Inwerkingtreding | Inwerkingtreding |
Art. 8.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het wordt |
Art. 8.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het wordt |
aangenomen. | aangenomen. |
Eupen, 26 april 2005. | Eupen, 26 april 2005. |
Voor de Regering van de Duitstalige Gemeenschap : | Voor de Regering van de Duitstalige Gemeenschap : |
De Minister-President, Minister van Lokale Besturen, | De Minister-President, Minister van Lokale Besturen, |
K.-H. LAMBERTZ | K.-H. LAMBERTZ |
De Minister van Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek, | De Minister van Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek, |
O. PAASCH | O. PAASCH |