Besluit nr. 2000/1295 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie tot instelling van het verlof op politieke gronden of voor de uitoefening van een politiek mandaat voor de personeelsleden van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie | Besluit nr. 2000/1295 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie tot instelling van het verlof op politieke gronden of voor de uitoefening van een politiek mandaat voor de personeelsleden van de diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie |
---|---|
FRANSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST | FRANSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST |
23 MEI 2002. - Besluit nr. 2000/1295 van het College van de Franse | 23 MEI 2002. - Besluit nr. 2000/1295 van het College van de Franse |
Gemeenschapscommissie tot instelling van het verlof op politieke | Gemeenschapscommissie tot instelling van het verlof op politieke |
gronden of voor de uitoefening van een politiek mandaat voor de | gronden of voor de uitoefening van een politiek mandaat voor de |
personeelsleden van de diensten van het College van de Franse | personeelsleden van de diensten van het College van de Franse |
Gemeenschapscommissie | Gemeenschapscommissie |
Het College van de Franse Gemeenschapscommissie, | Het College van de Franse Gemeenschapscommissie, |
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 betreffende de | Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 betreffende de |
hervorming van de instellingen, inzonderheid artikel 87, § 3, zoals | hervorming van de instellingen, inzonderheid artikel 87, § 3, zoals |
gewijzigd door de bijzondere wet van 8 augustus 1988; | gewijzigd door de bijzondere wet van 8 augustus 1988; |
Gelet op het besluit van het College van de Franse | Gelet op het besluit van het College van de Franse |
Gemeenschapscommissie van 13 april 1995 houdende het statuut van de | Gemeenschapscommissie van 13 april 1995 houdende het statuut van de |
ambtenaren van de diensten van het College van de Franse | ambtenaren van de diensten van het College van de Franse |
Gemeenschapscommissie, inzonderheid op artikelen 146 en 151; | Gemeenschapscommissie, inzonderheid op artikelen 146 en 151; |
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën uitgebracht op 21 | Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën uitgebracht op 21 |
mei 2001 en 25 februari 2002; | mei 2001 en 25 februari 2002; |
Gelet op het akkoord van het Lid van het College belast met Begroting | Gelet op het akkoord van het Lid van het College belast met Begroting |
uitgebracht op 25 februari 2002; | uitgebracht op 25 februari 2002; |
Gelet op het akkoord van de federale minister belast met pensioenen | Gelet op het akkoord van de federale minister belast met pensioenen |
uitgebracht op 21 maart 2002; | uitgebracht op 21 maart 2002; |
Gelet op het protocol nr. 2001/6 van 23 maart 2001 van het | Gelet op het protocol nr. 2001/6 van 23 maart 2001 van het |
Sectorcomité XV van de Franse Gemeenschapscommissie; | Sectorcomité XV van de Franse Gemeenschapscommissie; |
Gelet op het protocol nr. 2001/41 van 9 oktober 2001 van het | Gelet op het protocol nr. 2001/41 van 9 oktober 2001 van het |
Sectorcomité XV van de Franse Gemeenschapscommissie; | Sectorcomité XV van de Franse Gemeenschapscommissie; |
Gelet op de beraadslaging van het College van de Franse | Gelet op de beraadslaging van het College van de Franse |
Gemeenschapscommissie van 18 januari 2001 over de aanvraag tot het | Gemeenschapscommissie van 18 januari 2001 over de aanvraag tot het |
verstrekken van een advies door de Raad van State binnen een termijn | verstrekken van een advies door de Raad van State binnen een termijn |
die de maand niet overschrijdt; | die de maand niet overschrijdt; |
Gelet op het advies 33.092/2 van de Raad van State uitgebracht op 15 | Gelet op het advies 33.092/2 van de Raad van State uitgebracht op 15 |
april 2002, in toepassing van artikel 84, 1e lid, 1°, van de | april 2002, in toepassing van artikel 84, 1e lid, 1°, van de |
gecoördineerde wetten over de Raad van State; | gecoördineerde wetten over de Raad van State; |
Overwegende dat het belangrijk is het aantal dagen politiek verlof te | Overwegende dat het belangrijk is het aantal dagen politiek verlof te |
bepalen die de leden van het personeel van de diensten van het College | bepalen die de leden van het personeel van de diensten van het College |
van de Franse Gemeenschapscommissie kunnen genieten; | van de Franse Gemeenschapscommissie kunnen genieten; |
Op voorstel van het Lid van het College belast met Ambtenarenzaken, Na | Op voorstel van het Lid van het College belast met Ambtenarenzaken, Na |
beraadslaging, | beraadslaging, |
Besluit : | Besluit : |
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen | HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen |
Artikel 1.Dit artikel regelt, in toepassing van artikel 138 van de |
Artikel 1.Dit artikel regelt, in toepassing van artikel 138 van de |
Grondwet, een aangelegenheid bedoeld in de grondwetsartikelen 127 en | Grondwet, een aangelegenheid bedoeld in de grondwetsartikelen 127 en |
128. | 128. |
Art. 2.Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden van de |
Art. 2.Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden van de |
diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie. | diensten van het College van de Franse Gemeenschapscommissie. |
Onder personeelsleden van de diensten van het College van de Franse | Onder personeelsleden van de diensten van het College van de Franse |
Gemeenschapscommissie dient te worden verstaan de ambtenaren, de | Gemeenschapscommissie dient te worden verstaan de ambtenaren, de |
stagiaires en de personeelsleden die zijn aangeworven met een | stagiaires en de personeelsleden die zijn aangeworven met een |
arbeidsovereenkomst. | arbeidsovereenkomst. |
HOOFDSTUK II. - Verloven op politieke gronden | HOOFDSTUK II. - Verloven op politieke gronden |
Afdeling 1. - Verlof om zich voor verkiezingen kandidaat te stellen | Afdeling 1. - Verlof om zich voor verkiezingen kandidaat te stellen |
Art. 3.Het personeelslid kan verlof krijgen om zich kandidaat te |
Art. 3.Het personeelslid kan verlof krijgen om zich kandidaat te |
stellen voor wetgevende, gewestelijke, provinciale, gemeenteraads- of | stellen voor wetgevende, gewestelijke, provinciale, gemeenteraads- of |
Europese verkiezingen. | Europese verkiezingen. |
Dit verlof wordt toegestaan voor de duur van de verkiezingscampagne | Dit verlof wordt toegestaan voor de duur van de verkiezingscampagne |
waaraan de geïnteresseerde als kandidaat deelneemt. | waaraan de geïnteresseerde als kandidaat deelneemt. |
Art. 4.Dit verlof is onbezoldigd. Het wordt bovendien gelijkgesteld |
Art. 4.Dit verlof is onbezoldigd. Het wordt bovendien gelijkgesteld |
met een periode van dienstactiviteit. | met een periode van dienstactiviteit. |
Afdeling 2. - Verlof voor de uitoefening van een functie bij een | Afdeling 2. - Verlof voor de uitoefening van een functie bij een |
erkende politieke fractie | erkende politieke fractie |
Art. 5.Onder politieke fractie dient te worden verstaan een groep |
Art. 5.Onder politieke fractie dient te worden verstaan een groep |
gekozenen die als dusdanig wordt erkend overeenkomstig het reglement | gekozenen die als dusdanig wordt erkend overeenkomstig het reglement |
van de wetgevende vergadering waartoe deze gekozenen behoren. | van de wetgevende vergadering waartoe deze gekozenen behoren. |
Art. 6.Het personeelslid kan verlof krijgen om een functie uit te |
Art. 6.Het personeelslid kan verlof krijgen om een functie uit te |
oefenen bij een erkende politieke fractie. | oefenen bij een erkende politieke fractie. |
De Voorzitter van een politieke fractie dient hiertoe een aanvraag in | De Voorzitter van een politieke fractie dient hiertoe een aanvraag in |
bij de Leidende Ambtenaar. | bij de Leidende Ambtenaar. |
De directieraad controleert of dit verlof niet in tegenspraak is met | De directieraad controleert of dit verlof niet in tegenspraak is met |
het belang van de dienst. | het belang van de dienst. |
Met het akkoord van de functioneel bevoegde minister kent het lid van | Met het akkoord van de functioneel bevoegde minister kent het lid van |
het College belast met Ambtenarenzaken het verlof toe. | het College belast met Ambtenarenzaken het verlof toe. |
Art. 7.Het besluit vermeldt de duur van het toegekende verlof en de |
Art. 7.Het besluit vermeldt de duur van het toegekende verlof en de |
politieke fractie waarin het personeelslid een functie zal uitoefenen. | politieke fractie waarin het personeelslid een functie zal uitoefenen. |
Art. 8.Met het akkoord van de functioneel bevoegde minister kan het |
Art. 8.Met het akkoord van de functioneel bevoegde minister kan het |
lid van het College belast met Ambtenarenzaken omwille van | lid van het College belast met Ambtenarenzaken omwille van |
dienstredenen een einde maken aan het verlof mits inachtneming van een | dienstredenen een einde maken aan het verlof mits inachtneming van een |
opzegtermijn van één maand. | opzegtermijn van één maand. |
Art. 9.Dit verlof wordt gelijkgesteld met een periode van |
Art. 9.Dit verlof wordt gelijkgesteld met een periode van |
dienstactiviteit. Het wordt niet vergoed. | dienstactiviteit. Het wordt niet vergoed. |
Afdeling 3. - Verlof voor detachering naar een ministerieel kabinet | Afdeling 3. - Verlof voor detachering naar een ministerieel kabinet |
Art. 10.Het personeelslid krijgt verlof wanneer het is aangewezen |
Art. 10.Het personeelslid krijgt verlof wanneer het is aangewezen |
voor de uitoefening van een functie in het kabinet van een minister of | voor de uitoefening van een functie in het kabinet van een minister of |
een staatssecretaris: | een staatssecretaris: |
1) van de federale Regering; | 1) van de federale Regering; |
2) van een Gemeenschaps- of Gewestregering; | 2) van een Gemeenschaps- of Gewestregering; |
3) van het College van de Franse Gemeenschapscommissie, de Vlaamse | 3) van het College van de Franse Gemeenschapscommissie, de Vlaamse |
Gemeenschapscommissie of de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. | Gemeenschapscommissie of de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. |
Met het akkoord van de functioneel bevoegde minister kent het lid van | Met het akkoord van de functioneel bevoegde minister kent het lid van |
het College belast met Ambtenarenzaken het verlof toe. | het College belast met Ambtenarenzaken het verlof toe. |
Na afloop van zijn detachering en behoudens een nieuwe detachering | Na afloop van zijn detachering en behoudens een nieuwe detachering |
naar een ander kabinet, krijgt het personeelslid één dag verlof per | naar een ander kabinet, krijgt het personeelslid één dag verlof per |
maand activiteit in een kabinet, met een minimum van drie en een | maand activiteit in een kabinet, met een minimum van drie en een |
maximum van vijftien werkdagen. | maximum van vijftien werkdagen. |
Art. 11.Dit verlof wordt gelijkgesteld met een periode van |
Art. 11.Dit verlof wordt gelijkgesteld met een periode van |
dienstactiviteit. Het wordt niet vergoed. | dienstactiviteit. Het wordt niet vergoed. |
HOOFDSTUK III. - Verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat | HOOFDSTUK III. - Verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat |
Art. 12.De personeelsleden van de diensten van de Franse |
Art. 12.De personeelsleden van de diensten van de Franse |
Gemeenschapscommissie hebben recht op politiek verlof voor de | Gemeenschapscommissie hebben recht op politiek verlof voor de |
uitoefening van een politiek mandaat of van een functie die daarmee | uitoefening van een politiek mandaat of van een functie die daarmee |
gelijkgesteld kan worden. | gelijkgesteld kan worden. |
De personeelsleden kunnen slechts politiek verlof genieten rekening | De personeelsleden kunnen slechts politiek verlof genieten rekening |
houdend met de onverzoenbaarheden en de verboden die op hen van | houdend met de onverzoenbaarheden en de verboden die op hen van |
toepassing zijn uit hoofde van wettelijke of reglementaire bepalingen. | toepassing zijn uit hoofde van wettelijke of reglementaire bepalingen. |
Art. 13.Onder politiek verlof voor de uitoefening van een politiek |
Art. 13.Onder politiek verlof voor de uitoefening van een politiek |
mandaat of een functie die daarmee kan worden gelijkgesteld, dient te | mandaat of een functie die daarmee kan worden gelijkgesteld, dient te |
worden begrepen: | worden begrepen: |
1) hetzij een vrijstelling van dienst die geen enkele invloed heeft op | 1) hetzij een vrijstelling van dienst die geen enkele invloed heeft op |
de administratieve en geldelijke situatie van de personeelsleden; | de administratieve en geldelijke situatie van de personeelsleden; |
2) hetzij een facultatief politiek verlof toegekend op vraag van de | 2) hetzij een facultatief politiek verlof toegekend op vraag van de |
personeelsleden; | personeelsleden; |
3) hetzij een van ambtswege politiek verlof dat het personeelslid niet | 3) hetzij een van ambtswege politiek verlof dat het personeelslid niet |
kan weigeren. | kan weigeren. |
Art. 14.Het personeelslid kan, op eigen vraag, een vrijstelling van |
Art. 14.Het personeelslid kan, op eigen vraag, een vrijstelling van |
dienst krijgen a rato van: | dienst krijgen a rato van: |
1) een halve dag per maand voor de uitoefening van een mandaat van | 1) een halve dag per maand voor de uitoefening van een mandaat van |
gemeenteraadslid, burgemeester, schepen of lid van de raad voor | gemeenteraadslid, burgemeester, schepen of lid van de raad voor |
maatschappelijk welzijn, voorzitter inbegrepen, in een gemeente van | maatschappelijk welzijn, voorzitter inbegrepen, in een gemeente van |
maximaal 10 000 inwoners; | maximaal 10 000 inwoners; |
2) een dag per maand voor de uitoefening van een mandaat van: | 2) een dag per maand voor de uitoefening van een mandaat van: |
a) gemeenteraadslid of lid van de raad voor maatschappelijk welzijn in | a) gemeenteraadslid of lid van de raad voor maatschappelijk welzijn in |
een gemeente van 10 001 inwoners of meer; | een gemeente van 10 001 inwoners of meer; |
b) Burgemeester, schepen of voorzitter van de raad voor | b) Burgemeester, schepen of voorzitter van de raad voor |
maatschappelijk welzijn in een gemeente van 10 001 tot 30 000 | maatschappelijk welzijn in een gemeente van 10 001 tot 30 000 |
inwoners; | inwoners; |
c) schepen of voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn in | c) schepen of voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn in |
een gemeente van 30 001 tot 50 000 inwoners; | een gemeente van 30 001 tot 50 000 inwoners; |
d) provincieraadslid maar geen lid van de bestendige deputatie. | d) provincieraadslid maar geen lid van de bestendige deputatie. |
Art. 15.De vrijstelling van dienst waarin artikel 14 voorziet wordt |
Art. 15.De vrijstelling van dienst waarin artikel 14 voorziet wordt |
opgenomen met een hele of een halve dag naargelang dit het | opgenomen met een hele of een halve dag naargelang dit het |
personeelslid schikt. | personeelslid schikt. |
Art. 16.Het personeelslid kan, op eigen vraag, een facultatief |
Art. 16.Het personeelslid kan, op eigen vraag, een facultatief |
politiek verlof krijgen a rato van: | politiek verlof krijgen a rato van: |
1) één of twee dagen per maand voor de uitoefening van een mandaat van | 1) één of twee dagen per maand voor de uitoefening van een mandaat van |
burgemeester, schepen, voorzitter of lid van het permanent bureau van | burgemeester, schepen, voorzitter of lid van het permanent bureau van |
de raad voor maatschappelijk welzijn in een gemeente van maximaal 10 | de raad voor maatschappelijk welzijn in een gemeente van maximaal 10 |
000 inwoners; | 000 inwoners; |
2) één tot drie dagen per maand voor de uitoefening van een mandaat | 2) één tot drie dagen per maand voor de uitoefening van een mandaat |
van: | van: |
a) burgemeester in een gemeente van 10 001 tot 30 000 inwoners; | a) burgemeester in een gemeente van 10 001 tot 30 000 inwoners; |
b) schepen of voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn in | b) schepen of voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn in |
een gemeente van 10 001 tot 50 000 inwoners; | een gemeente van 10 001 tot 50 000 inwoners; |
c) lid van het permanent bureau van de raad voor maatschappelijk | c) lid van het permanent bureau van de raad voor maatschappelijk |
welzijn in een gemeente van 10 001 tot 20 000 inwoners. | welzijn in een gemeente van 10 001 tot 20 000 inwoners. |
3) één tot vijf dagen per maand voor de uitoefening van een mandaat | 3) één tot vijf dagen per maand voor de uitoefening van een mandaat |
van lid van het permanent bureau van de raad voor maatschappelijk | van lid van het permanent bureau van de raad voor maatschappelijk |
welzijn in een gemeente van meer dan 20 000 inwoners; | welzijn in een gemeente van meer dan 20 000 inwoners; |
4) een vierde van een voltijdse baan om een mandaat uit te oefenen | 4) een vierde van een voltijdse baan om een mandaat uit te oefenen |
van: | van: |
a) burgemeester in een gemeente van 30 001 tot 50 000 inwoners; | a) burgemeester in een gemeente van 30 001 tot 50 000 inwoners; |
b) schepen of voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn in | b) schepen of voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn in |
een gemeente van 50 001 tot 80 000 inwoners. | een gemeente van 50 001 tot 80 000 inwoners. |
5) vijftig procent van een voltijdse baan voor de uitoefening van een | 5) vijftig procent van een voltijdse baan voor de uitoefening van een |
mandaat van: | mandaat van: |
a) burgemeester in een gemeente van 50 001 tot 80 000 inwoners; | a) burgemeester in een gemeente van 50 001 tot 80 000 inwoners; |
b) schepen of voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn in | b) schepen of voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn in |
een gemeente van 80 001 tot 130 000 inwoners. | een gemeente van 80 001 tot 130 000 inwoners. |
Het personeelslid kan de vrijstelling van dienst en het facultatief | Het personeelslid kan de vrijstelling van dienst en het facultatief |
politiek verlof cumuleren. | politiek verlof cumuleren. |
Art. 17.Het personeelslid is van ambtswege met politiek verlof, a |
Art. 17.Het personeelslid is van ambtswege met politiek verlof, a |
rato van: | rato van: |
1) twee dagen per maand voor de uitoefening van een mandaat van: | 1) twee dagen per maand voor de uitoefening van een mandaat van: |
a) burgemeester in een gemeente van 20 001 tot 30 000 inwoners; | a) burgemeester in een gemeente van 20 001 tot 30 000 inwoners; |
b) schepen of voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn in | b) schepen of voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn in |
een gemeente van 20 001 tot 50 000 inwoners. | een gemeente van 20 001 tot 50 000 inwoners. |
2) een vierde van een voltijdse baan voor de uitoefening van een | 2) een vierde van een voltijdse baan voor de uitoefening van een |
mandaat van: | mandaat van: |
a) burgemeester in een gemeente van 30 001 tot 50 000 inwoners; | a) burgemeester in een gemeente van 30 001 tot 50 000 inwoners; |
b) schepen of voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn in | b) schepen of voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn in |
een gemeente van 50 001 tot 80 000 inwoners. | een gemeente van 50 001 tot 80 000 inwoners. |
3) vijftig procent van een voltijdse baan voor de uitoefening van een | 3) vijftig procent van een voltijdse baan voor de uitoefening van een |
mandaat van: | mandaat van: |
a) burgemeester in een gemeente van 50 001 tot 80 000 inwoners; | a) burgemeester in een gemeente van 50 001 tot 80 000 inwoners; |
b) schepen of voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn in | b) schepen of voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn in |
een gemeente van 80 001 tot 130 000 inwoners. | een gemeente van 80 001 tot 130 000 inwoners. |
4) een voltijdse baan voor de uitoefening van een mandaat van: | 4) een voltijdse baan voor de uitoefening van een mandaat van: |
a) burgemeester in een gemeente van meer dan 80 000 inwoners; | a) burgemeester in een gemeente van meer dan 80 000 inwoners; |
b) schepen of voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn in | b) schepen of voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn in |
een gemeente van meer dan 130 000 inwoners; | een gemeente van meer dan 130 000 inwoners; |
c) lid van de bestendige deputatie van een provincieraad | c) lid van de bestendige deputatie van een provincieraad |
Art. 18.De personeelsleden worden van ambtswege voltijds met politiek |
Art. 18.De personeelsleden worden van ambtswege voltijds met politiek |
verlof gezonden voor de uitoefening van de volgende politieke | verlof gezonden voor de uitoefening van de volgende politieke |
mandaten: | mandaten: |
- Lid van een van de Wetgevende Kamers of de federale regering; | - Lid van een van de Wetgevende Kamers of de federale regering; |
- Lid van een Gemeenschaps- of Gewestraad; | - Lid van een Gemeenschaps- of Gewestraad; |
- Lid van een Gemeenschaps- of Gewestregering; | - Lid van een Gemeenschaps- of Gewestregering; |
- Lid van het Europees Parlement of van de Europese Commissie. | - Lid van het Europees Parlement of van de Europese Commissie. |
Art. 19.Het politiek verlof begint op de dag van de eedaflegging. |
Art. 19.Het politiek verlof begint op de dag van de eedaflegging. |
Art. 20.Voor de toepassing van de artikelen 14, 16 en 17, wordt het |
Art. 20.Voor de toepassing van de artikelen 14, 16 en 17, wordt het |
aantal inwoners bepaald in overeenstemming met de bepalingen van de | aantal inwoners bepaald in overeenstemming met de bepalingen van de |
artikelen 5 en 29 van de nieuwe gemeentewet. | artikelen 5 en 29 van de nieuwe gemeentewet. |
Art. 21.Het personeelslid dat geen voltijdse functie uitoefent wordt |
Art. 21.Het personeelslid dat geen voltijdse functie uitoefent wordt |
van ambtswege met voltijds politiek verlof gezonden wanneer zijn | van ambtswege met voltijds politiek verlof gezonden wanneer zijn |
politiek mandaat reeds overeenstemt met een van ambtswege politiek | politiek mandaat reeds overeenstemt met een van ambtswege politiek |
verlof van ten minste vijftig procent van een voltijdse baan. | verlof van ten minste vijftig procent van een voltijdse baan. |
Art. 22.Het personeelslid dat recht heeft op een politiek verlof |
Art. 22.Het personeelslid dat recht heeft op een politiek verlof |
waarvan de duur de helft van een voltijdse baan niet overschrijdt, | waarvan de duur de helft van een voltijdse baan niet overschrijdt, |
kan, op zijn vraag, een halftijds of voltijds politiek verlof krijgen. | kan, op zijn vraag, een halftijds of voltijds politiek verlof krijgen. |
Het personeelslid dat recht heeft op een halftijds politiek verlof, | Het personeelslid dat recht heeft op een halftijds politiek verlof, |
kan, op zijn vraag, een voltijds politiek verlof krijgen. | kan, op zijn vraag, een voltijds politiek verlof krijgen. |
Art. 23.De periodes die gedekt zijn door het facultatief politiek |
Art. 23.De periodes die gedekt zijn door het facultatief politiek |
verlof of het van ambtswege politiek verlof, worden gelijkgesteld met | verlof of het van ambtswege politiek verlof, worden gelijkgesteld met |
periodes van dienstactiviteit. Zij worden echter niet vergoed. | periodes van dienstactiviteit. Zij worden echter niet vergoed. |
Voor de personeelsleden die zijn aangeworven met een arbeidscontract, | Voor de personeelsleden die zijn aangeworven met een arbeidscontract, |
vormen de periodes die gedekt zijn door een facultatief politiek | vormen de periodes die gedekt zijn door een facultatief politiek |
verlof of door een van ambtswege politiek verlof periodes van | verlof of door een van ambtswege politiek verlof periodes van |
opschorting van dienst die moeten worden beschouwd als diensten die in | opschorting van dienst die moeten worden beschouwd als diensten die in |
aanmerking komen voor de weddeverhoging. | aanmerking komen voor de weddeverhoging. |
Art. 24.Het politiek verlof verloopt uiterlijk op de laatste dag van |
Art. 24.Het politiek verlof verloopt uiterlijk op de laatste dag van |
de maand die volgt op het einde van het mandaat. | de maand die volgt op het einde van het mandaat. |
Op dat ogenblik geniet de belanghebbende opnieuw zijn rechten. Indien | Op dat ogenblik geniet de belanghebbende opnieuw zijn rechten. Indien |
hij niet vervangen werd in zijn betrekking bekleedt hij deze | hij niet vervangen werd in zijn betrekking bekleedt hij deze |
betrekking opnieuw wanneer hij zijn activiteiten hervat. Indien hij | betrekking opnieuw wanneer hij zijn activiteiten hervat. Indien hij |
vervangen werd wordt hij aangesteld op een andere betrekking in | vervangen werd wordt hij aangesteld op een andere betrekking in |
overeenstemming met de bepalingen die voor hem van toepassing zijn | overeenstemming met de bepalingen die voor hem van toepassing zijn |
inzake reaffectatie en mobiliteit. | inzake reaffectatie en mobiliteit. |
Art. 25.Na het herstel in zijn ambt mag het personeelslid zijn wedde |
Art. 25.Na het herstel in zijn ambt mag het personeelslid zijn wedde |
niet cumuleren met de voordelen die aan de uitoefening van een | niet cumuleren met de voordelen die aan de uitoefening van een |
politiek mandaat verbonden zijn en die de reclasseringstoelage | politiek mandaat verbonden zijn en die de reclasseringstoelage |
vervangen. | vervangen. |
HOOFDSTUK IV. - Overgangs - en slotbepalingen | HOOFDSTUK IV. - Overgangs - en slotbepalingen |
Art. 26.De artikelen 146, 1° en 151, 6° van het besluit van het |
Art. 26.De artikelen 146, 1° en 151, 6° van het besluit van het |
College van de Franse Gemeenschapscommissie van 13 april 1995 houdende | College van de Franse Gemeenschapscommissie van 13 april 1995 houdende |
het statuut van de personeelsleden van de diensten van het College van | het statuut van de personeelsleden van de diensten van het College van |
de Franse Gemeenschapscommissie worden afgeschaft. | de Franse Gemeenschapscommissie worden afgeschaft. |
Art. 27.De verloven die zijn toegekend vóór de datum van |
Art. 27.De verloven die zijn toegekend vóór de datum van |
inwerkingtreding van onderhavig besluit blijven tot het verstrijken | inwerkingtreding van onderhavig besluit blijven tot het verstrijken |
ervan onderhevig aan de oude wetgeving. | ervan onderhevig aan de oude wetgeving. |
Art. 28.Het lid van het College dat bevoegd is voor Ambtenarenzaken |
Art. 28.Het lid van het College dat bevoegd is voor Ambtenarenzaken |
wordt belast met de uitvoering van dit besluit. | wordt belast met de uitvoering van dit besluit. |
Brussel, 23 mei 2002. | Brussel, 23 mei 2002. |
Door het College, | Door het College, |
F.-X. de DONNEA, | F.-X. de DONNEA, |
Lid van het College belast met Ambtenarenzaken | Lid van het College belast met Ambtenarenzaken |
E. TOMAS, | E. TOMAS, |
Voorzitter van het College | Voorzitter van het College |
A. HUTCHINSON, | A. HUTCHINSON, |
Lid van het College belast met Begroting. | Lid van het College belast met Begroting. |