Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Franse Gemeenschapscommissie van 10/06/2004
← Terug naar "Besluit nr. 2003/008 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot wijziging van het besluit van 20 oktober 1994 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest houdende het statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest "
Besluit nr. 2003/008 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot wijziging van het besluit van 20 oktober 1994 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest houdende het statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Besluit nr. 2003/008 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot wijziging van het besluit van 20 oktober 1994 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest houdende het statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
FRANSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST FRANSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
10 JUNI 2004. - Besluit nr. 2003/008 van het College van de Franse 10 JUNI 2004. - Besluit nr. 2003/008 van het College van de Franse
Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot
wijziging van het besluit van 20 oktober 1994 van het College van de wijziging van het besluit van 20 oktober 1994 van het College van de
Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
houdende het statuut van de ambtenaren van de instellingen van houdende het statuut van de ambtenaren van de instellingen van
openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels openbaar nut van de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest Hoofdstedelijk Gewest
Het College, Het College,
Gelet op de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 Gelet op de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8
augustus 1980, inzonderheid op artikel 87, § 3, gewijzigd door de augustus 1980, inzonderheid op artikel 87, § 3, gewijzigd door de
bijzondere wetten van 8 augustus 1988; bijzondere wetten van 8 augustus 1988;
Gelet op het decreet van de Franse Gemeenschapscommissie van 17 maart Gelet op het decreet van de Franse Gemeenschapscommissie van 17 maart
1994 houdende oprichting van het « Institut bruxellois francophone 1994 houdende oprichting van het « Institut bruxellois francophone
pour la Formation professionnelle », inzonderheid op artikel 22; pour la Formation professionnelle », inzonderheid op artikel 22;
Gelet op het besluit van het College van de Franse Gelet op het besluit van het College van de Franse
Gemeenschapscommissie van 20 oktober 1994 houdende het statuut van de Gemeenschapscommissie van 20 oktober 1994 houdende het statuut van de
ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van de Franse ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van de Franse
Gemeenschapscommissie, inzonderheid op de artikelen 46 tot 52; Gemeenschapscommissie, inzonderheid op de artikelen 46 tot 52;
Gelet op het advies van het Beheerscomité van het « Institut Gelet op het advies van het Beheerscomité van het « Institut
bruxellois francophone pour la Formation professionnelle », verleend bruxellois francophone pour la Formation professionnelle », verleend
op 28 juni 2002; op 28 juni 2002;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, verleend op 29 Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, verleend op 29
mei 2002; mei 2002;
Gelet op het akkoord van het Lid van het College belast met de Gelet op het akkoord van het Lid van het College belast met de
Begroting, verleend op 22 mai 2003; Begroting, verleend op 22 mai 2003;
Gelet op het akkoord van het Lid van het College belast met het Gelet op het akkoord van het Lid van het College belast met het
Openbaar Ambt, verleend op 15 januari 2004; Openbaar Ambt, verleend op 15 januari 2004;
Gelet op het akkoord van de federale Minister van Pensioenen; Gelet op het akkoord van de federale Minister van Pensioenen;
Gelet op het protocol nr. 2003/5 van het Comité van de Sector XV van Gelet op het protocol nr. 2003/5 van het Comité van de Sector XV van
de Franse Gemeenschapscommissie, ondertekend op 17 februari 2003 de Franse Gemeenschapscommissie, ondertekend op 17 februari 2003
Gelet op de beraadslaging van het College van de Franse Gelet op de beraadslaging van het College van de Franse
Gemeenschapscommissie op datum van 15 januari 2004 betreffende de Gemeenschapscommissie op datum van 15 januari 2004 betreffende de
adviesaanvraag binnen de maand; adviesaanvraag binnen de maand;
Gelet op het advies 36.631/2 van de Raad van State, verleend op 25 Gelet op het advies 36.631/2 van de Raad van State, verleend op 25
februari 2004, in toepassing van artikel 84, lid 1, 1°, van de februari 2004, in toepassing van artikel 84, lid 1, 1°, van de
gecoördineerde wetten op de Raad van State; gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op voordracht van de Leden van het College bevoegd voor de Op voordracht van de Leden van het College bevoegd voor de
Beroepsopleiding, Onderwijs en het Openbaar Ambt; Beroepsopleiding, Onderwijs en het Openbaar Ambt;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :

Artikel 1.Dit artikel regelt, in toepassing van artikel 138 van de

Artikel 1.Dit artikel regelt, in toepassing van artikel 138 van de

Grondwet, een aangelegenheid bedoeld in de artikelen 127 en 128 van de Grondwet, een aangelegenheid bedoeld in de artikelen 127 en 128 van de
Grondwet. Grondwet.

Art. 2.De bepalingen van artikel 32 van het Besluit van 20 oktober

Art. 2.De bepalingen van artikel 32 van het Besluit van 20 oktober

1994 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie houdende het 1994 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie houdende het
statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van de statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van de
Franse Gemeenschapscommissie worden als volgt vervangen : Franse Gemeenschapscommissie worden als volgt vervangen :

Art. 32.§ 1. De Leidend Ambtenaar van de instelling wijst een

Art. 32.§ 1. De Leidend Ambtenaar van de instelling wijst een

vormingsdirecteur aan onder de ambtenaren van rang 11 minstens, met vormingsdirecteur aan onder de ambtenaren van rang 11 minstens, met
een anciënniteit in niveau 1 van minstens vijf jaar. een anciënniteit in niveau 1 van minstens vijf jaar.
De vormingsdirecteur wordt aangewezen voor een hernieuwbare periode De vormingsdirecteur wordt aangewezen voor een hernieuwbare periode
van vijf jaar. van vijf jaar.
§ 2. Vóór zijn aanwijzing moet de vormingsdirecteur een § 2. Vóór zijn aanwijzing moet de vormingsdirecteur een
geschiktheidsbrevet behalen dat wordt afgeleverd na een geschiktheidsbrevet behalen dat wordt afgeleverd na een
opleidingsperiode van ten minste tien dagen en waarvan de nadere opleidingsperiode van ten minste tien dagen en waarvan de nadere
regels worden bepaald door het College. regels worden bepaald door het College.
Komen in aanmerking voor de opleidingsperiode, de kandidaten die door Komen in aanmerking voor de opleidingsperiode, de kandidaten die door
de Directieraad werden weerhouden onder de ambtenaren van niveau 11 de Directieraad werden weerhouden onder de ambtenaren van niveau 11
ten minste en die op hun beoordelingsstaat de gunstigste vermelding ten minste en die op hun beoordelingsstaat de gunstigste vermelding
hebben bekomen. hebben bekomen.
Ten hoogste drie kandidaten volgen de in de voorgaande leden bedoelde Ten hoogste drie kandidaten volgen de in de voorgaande leden bedoelde
opleidingsperiode opleidingsperiode
De kandidaten van wie de deelname aan de opleidingsperiode werd De kandidaten van wie de deelname aan de opleidingsperiode werd
geweigerd, kunnen binnen de acht dagen na kennisgeving van de geweigerd, kunnen binnen de acht dagen na kennisgeving van de
beslissing beroep indienen bij de Stagecommissie. Deze zal binnen beslissing beroep indienen bij de Stagecommissie. Deze zal binnen
vijftien dagen uitspraak doen. vijftien dagen uitspraak doen.
§ 3. 3° Benevens de bevoegdheden die hem door dit besluit § 3. 3° Benevens de bevoegdheden die hem door dit besluit
uitdrukkelijk worden toegekend, heeft de vormingsdirecteur als uitdrukkelijk worden toegekend, heeft de vormingsdirecteur als
opdracht : opdracht :
- adviezen uitbrengen aangaande de onthaal- en opleidingsprogramma's, - adviezen uitbrengen aangaande de onthaal- en opleidingsprogramma's,
op zijn initiatief, op initiatief van de Leidend Ambtenaar van de op zijn initiatief, op initiatief van de Leidend Ambtenaar van de
instelling of van zijn afgevaardigde, of op aanvraag van de afdeling instelling of van zijn afgevaardigde, of op aanvraag van de afdeling
Human Resources van de in artikel 2 bedoelde instellingen; Human Resources van de in artikel 2 bedoelde instellingen;
- de stagiaires begeleiden en op hen toezicht houden; - de stagiaires begeleiden en op hen toezicht houden;
4° Tijdens de duur van zijn opdracht verkrijgt de vormingsdirecteur de 4° Tijdens de duur van zijn opdracht verkrijgt de vormingsdirecteur de
wedde verbonden aan de eerste graad van rang 13, behalve indien hij wedde verbonden aan de eerste graad van rang 13, behalve indien hij
ten minste een gelijke wedde geniet. ten minste een gelijke wedde geniet.
Tijdens de duur van zijn opdracht moet de vormingsdirecteur kunnen Tijdens de duur van zijn opdracht moet de vormingsdirecteur kunnen
deelnemen aan vervolmakende activiteiten. deelnemen aan vervolmakende activiteiten.
§ 4. Wat de begeleiding van de stagiairs aangaat, stelt de § 4. Wat de begeleiding van de stagiairs aangaat, stelt de
vormingsdirecteur drie uitvoerige verslagen op ter omkleding van zijn vormingsdirecteur drie uitvoerige verslagen op ter omkleding van zijn
evaluatie en maakt deze over aan de personeelsdienst. evaluatie en maakt deze over aan de personeelsdienst.
Het eerste verslag wordt overgemaakt vóór het einde van de tweede Het eerste verslag wordt overgemaakt vóór het einde van de tweede
maand voor de stagiaires van niveau 2 en 3 en vóór het einde van de maand voor de stagiaires van niveau 2 en 3 en vóór het einde van de
vierde maand voor de stagiaires van niveau 1 en 2+. vierde maand voor de stagiaires van niveau 1 en 2+.
Het tweede verslag wordt overgemaakt vóór het einde van de vierde Het tweede verslag wordt overgemaakt vóór het einde van de vierde
maand voor de stagiaires van niveau 2 en 3 en vóór het einde van de maand voor de stagiaires van niveau 2 en 3 en vóór het einde van de
achtste maand voor de stagiaires van niveau 1 en 2+. achtste maand voor de stagiaires van niveau 1 en 2+.
Het derde verslag wordt overgemaakt vóór het einde van de zesde maand Het derde verslag wordt overgemaakt vóór het einde van de zesde maand
voor de stagiaires van niveau 2 en 3 en vóór het einde van de twaalfde voor de stagiaires van niveau 2 en 3 en vóór het einde van de twaalfde
maand voor de stagiaires van niveau 1 en 2+. maand voor de stagiaires van niveau 1 en 2+.
Ieder verslag wordt ter kennis gebracht van de stagiair, die er Ieder verslag wordt ter kennis gebracht van de stagiair, die er
eventueel zijn opmerkingen aan toevoegt die in zijn persoonlijk eventueel zijn opmerkingen aan toevoegt die in zijn persoonlijk
dossier worden opgenomen. dossier worden opgenomen.
§ 5. In afwachting van de benoeming van een vormingsdirecteur, oefent § 5. In afwachting van de benoeming van een vormingsdirecteur, oefent
de ambtenaar verantwoordelijk voor de afdeling Human Resources van de de ambtenaar verantwoordelijk voor de afdeling Human Resources van de
instelling, tijdelijk de bevoegdheden uit die door dit besluit aan de instelling, tijdelijk de bevoegdheden uit die door dit besluit aan de
vormingsdirecteur worden toegekend. vormingsdirecteur worden toegekend.

Art. 3.De bepalingen van deel V - Het Onthaal en de Vorming in de

Art. 3.De bepalingen van deel V - Het Onthaal en de Vorming in de

artikelen 46 tot 52 van het besluit van 20 oktober 1994 van het artikelen 46 tot 52 van het besluit van 20 oktober 1994 van het
College van de Franse Gemeenschapscommissie houdende het statuut van College van de Franse Gemeenschapscommissie houdende het statuut van
de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van de Franse de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van de Franse
Gemeenschapscommissie worden als volgt vervangen : Gemeenschapscommissie worden als volgt vervangen :
DEEL V. - HET ONTHAAL EN DE VORMING DEEL V. - HET ONTHAAL EN DE VORMING
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Art. 46.De bepalingen van dit deel zijn van toepassing op :

Art. 46.De bepalingen van dit deel zijn van toepassing op :

- 1° de leden van het vastbenoemde statutair personeel van de in - 1° de leden van het vastbenoemde statutair personeel van de in
artikel 2 van het statuut bedoelde instellingen; artikel 2 van het statuut bedoelde instellingen;
- 2° op de stagiairs met uitzondering van de bepalingen van de - 2° op de stagiairs met uitzondering van de bepalingen van de
artikelen 48 tot 52 van het statuut; artikelen 48 tot 52 van het statuut;
- 3° op de leden van het contractueel personeel (administratief) van - 3° op de leden van het contractueel personeel (administratief) van
genoemde instellingen; genoemde instellingen;
HOOFDSTUK II. - Het onthaal HOOFDSTUK II. - Het onthaal

Art. 47.Onder onthaal dient elke maatregel te worden verstaan ter

Art. 47.Onder onthaal dient elke maatregel te worden verstaan ter

bevordering van de integratie van de nieuwe personeelsleden in de bevordering van de integratie van de nieuwe personeelsleden in de
schoot van de instellingen bedoeld in artikel 2 van het statuut. schoot van de instellingen bedoeld in artikel 2 van het statuut.

Art. 47/2.§ 1. Het College neemt, op voordracht van het Lid van het

Art. 47/2.§ 1. Het College neemt, op voordracht van het Lid van het

College bevoegd voor het Openbaar Ambt, de richtsnoeren aan inzake College bevoegd voor het Openbaar Ambt, de richtsnoeren aan inzake
onthaal. onthaal.
§ 2. De Leidend Ambtenaar van elke in artikel 2 bedoelde instelling, § 2. De Leidend Ambtenaar van elke in artikel 2 bedoelde instelling,
bepaalt, na advies van de Directieraad overeenkomstig de krachtens in bepaalt, na advies van de Directieraad overeenkomstig de krachtens in
de vorige paragraaf bepaalde richtsnoeren, het onthaalprogramma dat de vorige paragraaf bepaalde richtsnoeren, het onthaalprogramma dat
beantwoordt aan de behoeften van zijn administratie en van zijn beantwoordt aan de behoeften van zijn administratie en van zijn
personeel. personeel.

Art. 47/3.De afdeling Human Resources wordt belast met de uitvoering

Art. 47/3.De afdeling Human Resources wordt belast met de uitvoering

van het onthaalprogramma. van het onthaalprogramma.

Art. 47/4.Tijdens de periodes van afwezigheid die gerechtvaardigd

Art. 47/4.Tijdens de periodes van afwezigheid die gerechtvaardigd

worden door toepassing van de bepalingen van deze paragraaf, is de worden door toepassing van de bepalingen van deze paragraaf, is de
ambtenaar in actieve dienst. ambtenaar in actieve dienst.
HOOFDSTUK III. - De opleiding HOOFDSTUK III. - De opleiding

Art. 48.Onder beroepsopleiding dient men te verstaan, elke opleiding

Art. 48.Onder beroepsopleiding dient men te verstaan, elke opleiding

die rechtstreeks betrekking heeft op de uitgeoefende of de in de die rechtstreeks betrekking heeft op de uitgeoefende of de in de
toekomst uit te oefenen betrekking in de schoot van de instelling. toekomst uit te oefenen betrekking in de schoot van de instelling.
Worden ambtshalve beschouwd als beroepsopleidingen : Worden ambtshalve beschouwd als beroepsopleidingen :
- de voorbereidende opleidingen op een vergelijkend wervingsexamen - de voorbereidende opleidingen op een vergelijkend wervingsexamen
georganiseerd door SELOR, georganiseerd door SELOR,
- de voorbereidende opleidingen op een loopbaanexamen. - de voorbereidende opleidingen op een loopbaanexamen.

Art. 48/2.Er wordt een dienstvrijstelling van drie dagen toegekend

Art. 48/2.Er wordt een dienstvrijstelling van drie dagen toegekend

aan elk personeelslid of aan een groep personeelsleden die deelnemen aan elk personeelslid of aan een groep personeelsleden die deelnemen
aan het loopbaanexamen of aan een examen georganiseerd door SELOR en aan het loopbaanexamen of aan een examen georganiseerd door SELOR en
die geen specifieke opleiding volgen. die geen specifieke opleiding volgen.

Art. 48/3.§ 1. Jaarlijks wordt een indicatief opleidingsplan

Art. 48/3.§ 1. Jaarlijks wordt een indicatief opleidingsplan

uitgewerkt voor elke personeelslid of elke groep personeelsleden die uitgewerkt voor elke personeelslid of elke groep personeelsleden die
dezelfde betrekking uitoefenen : deze laatste heeft betrekking op de dezelfde betrekking uitoefenen : deze laatste heeft betrekking op de
periode tussen 1 september en 31 augustus van het volgende jaar. periode tussen 1 september en 31 augustus van het volgende jaar.
§ 2. Het opleidingsplan wordt uitgewerkt door de afdeling Human § 2. Het opleidingsplan wordt uitgewerkt door de afdeling Human
Resources. Resources.
§ 3. Dit plan doet melding van : § 3. Dit plan doet melding van :
1° De verplichte beroepsopleiding die het personeelslid zal moeten 1° De verplichte beroepsopleiding die het personeelslid zal moeten
volgen gedurende het jaar waarop het opleidingsplan betrekking heeft. volgen gedurende het jaar waarop het opleidingsplan betrekking heeft.
Men verstaat onder verplichte beroepsopleiding, de opleiding opgelegd Men verstaat onder verplichte beroepsopleiding, de opleiding opgelegd
door de Instelling met het oog op de uitgeoefende of uit te oefenen door de Instelling met het oog op de uitgeoefende of uit te oefenen
betrekkingen. betrekkingen.
2° De beroepsopleiding die het personeelslid wenst te volgen gedurende 2° De beroepsopleiding die het personeelslid wenst te volgen gedurende
het jaar waarop het opleidingsplan betrekking heeft. het jaar waarop het opleidingsplan betrekking heeft.

Art. 49.Voor de verplichte beroepsopleiding georganiseerd binnen of

Art. 49.Voor de verplichte beroepsopleiding georganiseerd binnen of

buiten de instelling verkrijgt de ambtenaar een dienstvrijstelling. De buiten de instelling verkrijgt de ambtenaar een dienstvrijstelling. De
opleidingsuren buiten de diensturen worden gecompenseerd in toepassing opleidingsuren buiten de diensturen worden gecompenseerd in toepassing
van het reglement dat van toepassing is op het betrokken van het reglement dat van toepassing is op het betrokken
personeelslid. personeelslid.

Art. 49/2.Er wordt een opleidingsverlof toegekend voor de

Art. 49/2.Er wordt een opleidingsverlof toegekend voor de

beroepsopleiding op voorwaarde dat de gekozen opleidingsverstrekker beroepsopleiding op voorwaarde dat de gekozen opleidingsverstrekker
geaccrediteerd is. geaccrediteerd is.
De opleidingsverstrekkers die in bijlage IV van dit besluit vermeld De opleidingsverstrekkers die in bijlage IV van dit besluit vermeld
worden, zijn geaccrediteerd en de opleidingen van de instellingen die worden, zijn geaccrediteerd en de opleidingen van de instellingen die
bepaald worden door de afdeling Human Resources. bepaald worden door de afdeling Human Resources.
Art. 49/ 3. § 1. Voor het verkrijgen van een opleidingsverlof deelt Art. 49/ 3. § 1. Voor het verkrijgen van een opleidingsverlof deelt
het personeelslid de gekozen opleiding mee aan zijn hiërarchische het personeelslid de gekozen opleiding mee aan zijn hiërarchische
overste. Deze laatste maakt zijn aanvraag met zijn gemotiveerd advies overste. Deze laatste maakt zijn aanvraag met zijn gemotiveerd advies
binnen tien dagen over aan de afdeling Human Resources. binnen tien dagen over aan de afdeling Human Resources.
De afdeling Human Resources verleent het opleidingsverlof binnen tien De afdeling Human Resources verleent het opleidingsverlof binnen tien
dagen na de overbrenging van de aanvraag. dagen na de overbrenging van de aanvraag.
Indien er geen beslissing komt binnen de vooropgestelde termijn wordt Indien er geen beslissing komt binnen de vooropgestelde termijn wordt
de beslissing gunstig geacht. de beslissing gunstig geacht.
Wanneer de afdeling Human Resources het opleidingsverlof weigert, kan Wanneer de afdeling Human Resources het opleidingsverlof weigert, kan
beroep worden ingesteld bij de Beroepscommissie inzake opleiding beroep worden ingesteld bij de Beroepscommissie inzake opleiding
waarvan de samenstelling en de werkingswijzen in artikel 52 worden waarvan de samenstelling en de werkingswijzen in artikel 52 worden
vastgelegd. vastgelegd.
§ 2. Het opleidingsverlof mag in geen geval worden geweigerd voor de § 2. Het opleidingsverlof mag in geen geval worden geweigerd voor de
in artikel 48, lid 2, bedoelde opleidingen, wanneer het een eerste in artikel 48, lid 2, bedoelde opleidingen, wanneer het een eerste
deelname betreft aan het examen of de proef in kwestie. deelname betreft aan het examen of de proef in kwestie.

Art. 49/4.Tijdens de door de deelname aan de georganiseerde

Art. 49/4.Tijdens de door de deelname aan de georganiseerde

activiteiten in het kader van dit hoofdstuk gemotiveerde afwezigheden, activiteiten in het kader van dit hoofdstuk gemotiveerde afwezigheden,
is de ambtenaar in actieve dienst. is de ambtenaar in actieve dienst.

Art. 49/5.§ 1. Het opleidingsverlof is gelijk aan het aantal

Art. 49/5.§ 1. Het opleidingsverlof is gelijk aan het aantal

opleidingsuren, zonder evenwel per referentiejaar het plafond van 120 opleidingsuren, zonder evenwel per referentiejaar het plafond van 120
uren te mogen overtreffen. uren te mogen overtreffen.
Het aantal uren waarvan de ambtenaar die is vrijgesteld wegens vorige Het aantal uren waarvan de ambtenaar die is vrijgesteld wegens vorige
of huidige studies, wordt in dezelfde mate in vermindering gebracht of huidige studies, wordt in dezelfde mate in vermindering gebracht
van het plafond. van het plafond.
Men verstaat onder « referentiejaar » de periode vanaf 1 september van Men verstaat onder « referentiejaar » de periode vanaf 1 september van
een academisch jaar tot 31 augustus van het volgende jaar. een academisch jaar tot 31 augustus van het volgende jaar.
Het aantal opleidingsuren wordt, voor de opleiding die geen Het aantal opleidingsuren wordt, voor de opleiding die geen
regelmatige aanwezigheid vereist, gelijkgesteld met het aantal lessen regelmatige aanwezigheid vereist, gelijkgesteld met het aantal lessen
van het leerprogramma. van het leerprogramma.
§ 2. Het opleidingsverlof kan worden geweigerd indien het niet § 2. Het opleidingsverlof kan worden geweigerd indien het niet
verenigbaar is met het belang van de dienst. Een dergelijke weigering verenigbaar is met het belang van de dienst. Een dergelijke weigering
mag geen twee opeenvolgende jaren geschieden. mag geen twee opeenvolgende jaren geschieden.
§ 3. Het opleidingsverlof mag niet meer dan tweemaal voor dezelfde § 3. Het opleidingsverlof mag niet meer dan tweemaal voor dezelfde
opleiding worden toegekend. opleiding worden toegekend.

Art. 49/6.Het recht op een dienstvrijstelling of op een

Art. 49/6.Het recht op een dienstvrijstelling of op een

opleidingsverlof wordt geschorst indien na afloop van een opleiding, opleidingsverlof wordt geschorst indien na afloop van een opleiding,
blijkt uit het over te maken getuigschrift van nauwgezetheid dat de blijkt uit het over te maken getuigschrift van nauwgezetheid dat de
ambtenaar ongewettigd afwezig is geweest op de opleidingslessen en dit ambtenaar ongewettigd afwezig is geweest op de opleidingslessen en dit
gedurende meer dan één vijfde van de duur ervan. gedurende meer dan één vijfde van de duur ervan.

Art. 50.Het toezicht op de dienstvrijstelling en op het

Art. 50.Het toezicht op de dienstvrijstelling en op het

opleidingsverlof gebeurt op grond van volgende getuigschriften : opleidingsverlof gebeurt op grond van volgende getuigschriften :
1° een getuigschrift van regelmatige inschrijving met vermelding van 1° een getuigschrift van regelmatige inschrijving met vermelding van
de opleiding waarvoor de ambtenaar is ingeschreven, het aantal uren de opleiding waarvoor de ambtenaar is ingeschreven, het aantal uren
van de opleiding en ook het tijdsschema. van de opleiding en ook het tijdsschema.
2° in het geval deze kan worden uitgereikt, een getuigschrift over de 2° in het geval deze kan worden uitgereikt, een getuigschrift over de
nauwgezetheid waarmee de ambtenaar de opleiding heeft gevolgd nauwgezetheid waarmee de ambtenaar de opleiding heeft gevolgd
De attesten zijn conform de modellen uit bijlagen 5 en 6 van dit De attesten zijn conform de modellen uit bijlagen 5 en 6 van dit
besluit. besluit.

Art. 50/2.Het formulier van getuigschrift van regelmatige

Art. 50/2.Het formulier van getuigschrift van regelmatige

inschrijving wordt door de ambtenaar overgemaakt aan de inschrijving wordt door de ambtenaar overgemaakt aan de
opleidingsverstrekker. opleidingsverstrekker.
De ambtenaar dient het getuigschrift van inschrijving behoorlijk De ambtenaar dient het getuigschrift van inschrijving behoorlijk
ingevuld over te maken aan de afdeling Human Resources. ingevuld over te maken aan de afdeling Human Resources.

Art. 50/3.§ 1. Het formulier van getuigschrift over de nauwgezetheid

Art. 50/3.§ 1. Het formulier van getuigschrift over de nauwgezetheid

wordt overgemaakt door de ambtenaar aan de opleidingsverstrekker na wordt overgemaakt door de ambtenaar aan de opleidingsverstrekker na
afloop van de opleiding of van het leerprogramma. afloop van de opleiding of van het leerprogramma.
Deze reikt het getuigschrift uit binnen twintig dagen na het Deze reikt het getuigschrift uit binnen twintig dagen na het
beëindigen van de opleiding. beëindigen van de opleiding.
Binnen dertig dagen na het beëindigen van de opleiding of het Binnen dertig dagen na het beëindigen van de opleiding of het
leerprogramma, overhandigt de ambtenaar het getuigschrift aan de leerprogramma, overhandigt de ambtenaar het getuigschrift aan de
afdeling Human Resources. afdeling Human Resources.
Dezelfde verplichting geldt voor de ambtenaar die voortijdig de Dezelfde verplichting geldt voor de ambtenaar die voortijdig de
opleiding opgeeft. opleiding opgeeft.
§ 2. Het opgeven van de opleiding dient onverwijld te worden gemeld § 2. Het opgeven van de opleiding dient onverwijld te worden gemeld
aan de opleidingsverstrekker. aan de opleidingsverstrekker.

Art. 50/4.Voor de opleiding die geen regelmatige aanwezigheid

Art. 50/4.Voor de opleiding die geen regelmatige aanwezigheid

vereist, moet de dienstvrijstelling of het opleidingsverlof opgenomen vereist, moet de dienstvrijstelling of het opleidingsverlof opgenomen
worden tussen het aanvatten van de opgelegde taken en het beëindigen worden tussen het aanvatten van de opgelegde taken en het beëindigen
ervan. Wanneer deze opleiding gevolgd wordt door de deelname aan een ervan. Wanneer deze opleiding gevolgd wordt door de deelname aan een
examen, wordt de periode verlengd tot het einde van de eerste of examen, wordt de periode verlengd tot het einde van de eerste of
eventueel tweede examenzittijd. eventueel tweede examenzittijd.

Art. 50/5.Rekening houdend met de behoeften van de dienst en met het

Art. 50/5.Rekening houdend met de behoeften van de dienst en met het

aantal uren of lessen van de opleiding vermeld op het getuigschrift aantal uren of lessen van de opleiding vermeld op het getuigschrift
van regelmatige inschrijving, kan desgevallend een planning voor de van regelmatige inschrijving, kan desgevallend een planning voor de
dienstvrijstelling of het opleidingsverlof opgelegd worden. De dienstvrijstelling of het opleidingsverlof opgelegd worden. De
planning wordt opgesteld door het diensthoofd, na raadpleging van de planning wordt opgesteld door het diensthoofd, na raadpleging van de
betrokken ambtenaar. Zij wordt overgemaakt aan de afdeling Human betrokken ambtenaar. Zij wordt overgemaakt aan de afdeling Human
Resources. Resources.

Art. 51.De ambtenaar die door zijn hiërarchische meerdere en/of de

Art. 51.De ambtenaar die door zijn hiërarchische meerdere en/of de

afdeling Human Resources verplicht wordt een opleiding te volgen, afdeling Human Resources verplicht wordt een opleiding te volgen,
heeft recht op terugbetaling van de reiskosten. heeft recht op terugbetaling van de reiskosten.
De kosten verbonden aan een door de hiërarchische meerdere of de De kosten verbonden aan een door de hiërarchische meerdere of de
afdeling Human Resources verplichte opleiding worden integraal door de afdeling Human Resources verplichte opleiding worden integraal door de
instelling ten laste genomen. instelling ten laste genomen.

Art. 51/2.De kosten verbonden aan een opleiding die de ambtenaar op

Art. 51/2.De kosten verbonden aan een opleiding die de ambtenaar op

eigen verzoek volgt, kunnen het voorwerp uitmaken van een financiële eigen verzoek volgt, kunnen het voorwerp uitmaken van een financiële
tussenkomst vanwege de instelling. De modaliteiten en voorwaarden tussenkomst vanwege de instelling. De modaliteiten en voorwaarden
waaronder deze wordt toegekend, worden vastgesteld door het College waaronder deze wordt toegekend, worden vastgesteld door het College
van de Franse Gemeenschapscommissie en ten uitvoer gelegd door de van de Franse Gemeenschapscommissie en ten uitvoer gelegd door de
Directeur-generaal. Directeur-generaal.

Art. 52.§ 1. Het personeelslid kan beroep aantekenen tegen de

Art. 52.§ 1. Het personeelslid kan beroep aantekenen tegen de

beslissing tot afwijzing van zijn aanvraag om een opleiding te volgen beslissing tot afwijzing van zijn aanvraag om een opleiding te volgen
of tegen de beslissing de opleiding te beëindigen. of tegen de beslissing de opleiding te beëindigen.
Te dien einde wordt bij de instelling een Beroepscommissie inzake Te dien einde wordt bij de instelling een Beroepscommissie inzake
opleiding opgericht. opleiding opgericht.
§ 2. De commissie is samengesteld uit : § 2. De commissie is samengesteld uit :
Een voorzitter en een plaatsvervangende voorzitter, aangewezen door Een voorzitter en een plaatsvervangende voorzitter, aangewezen door
het Beheerscomité op voordracht van de Directeur-generaal; het Beheerscomité op voordracht van de Directeur-generaal;
Drie effectieve en drie plaatsvervangende leden, aangewezen door de Drie effectieve en drie plaatsvervangende leden, aangewezen door de
Directeur-generaal; Directeur-generaal;
Drie effectieve en drie plaatsvervangende leden, aangewezen door de Drie effectieve en drie plaatsvervangende leden, aangewezen door de
representatieve werknemersorganisaties van het Instituut (één lid per representatieve werknemersorganisaties van het Instituut (één lid per
representatieve vakorganisatie); representatieve vakorganisatie);
Een secretaris, aangewezen door de Directeur-generaal, die niet Een secretaris, aangewezen door de Directeur-generaal, die niet
stemgerechtigd is. stemgerechtigd is.
De Commissie stelt een huishoudelijk reglement op en legt het ter De Commissie stelt een huishoudelijk reglement op en legt het ter
goedkeuring voor aan het Beheerscomité. goedkeuring voor aan het Beheerscomité.
§ 3. De ambtenaar beschikt over tien dagen tijd om beroep aan te § 3. De ambtenaar beschikt over tien dagen tijd om beroep aan te
tekenen, te rekenen, al naargelang het geval, vanaf de datum waarop tekenen, te rekenen, al naargelang het geval, vanaf de datum waarop
hem de beslissing tot afwijzing van zijn aanvraag wordt medegedeeld of hem de beslissing tot afwijzing van zijn aanvraag wordt medegedeeld of
vanaf de datum waarop hij ervan op de hoogte wordt gesteld dat een vanaf de datum waarop hij ervan op de hoogte wordt gesteld dat een
einde wordt gemaakt aan zijn opleiding. einde wordt gemaakt aan zijn opleiding.
§ 4. Behalve bij wettige verhindering verschijnt de ambtenaar § 4. Behalve bij wettige verhindering verschijnt de ambtenaar
persoonlijk voor de Commissie; hij kan zich laten bijstaan door een persoonlijk voor de Commissie; hij kan zich laten bijstaan door een
personeelslid van het Instituut of door een afgevaardigde van een personeelslid van het Instituut of door een afgevaardigde van een
representatieve vakorganisatie van het Instituut. Deze raadsman mag in representatieve vakorganisatie van het Instituut. Deze raadsman mag in
geen geval deel uitmaken van de Commissie. geen geval deel uitmaken van de Commissie.
De verdediging van de aangevochten maatregel wordt waargenomen door De verdediging van de aangevochten maatregel wordt waargenomen door
een ambtenaar die door de Directeur-generaal wordt aangewezen. een ambtenaar die door de Directeur-generaal wordt aangewezen.
Noch deze ambtenaar, noch de appellant of zijn raadsman mogen bij de Noch deze ambtenaar, noch de appellant of zijn raadsman mogen bij de
beraadslaging aanwezig zijn. beraadslaging aanwezig zijn.
Tegen de beslissing van de Commissie is geen intern beroep mogelijk. Tegen de beslissing van de Commissie is geen intern beroep mogelijk.

Art. 4.Overgangs- en slotbepalingen.

Art. 4.Overgangs- en slotbepalingen.

§ 1. De dienstvrijstelling en het opleidingsverlof volgens de nieuwe § 1. De dienstvrijstelling en het opleidingsverlof volgens de nieuwe
artikelen 48 tot 52, zijn toepasbaar op de opleidingen die aanvangen artikelen 48 tot 52, zijn toepasbaar op de opleidingen die aanvangen
vanaf 1 september volgend op de datum van inwerkingtreding van dit vanaf 1 september volgend op de datum van inwerkingtreding van dit
besluit. besluit.
§ 2. Het stelsel van dienstvrijstelling en opleidingsverlof dat in § 2. Het stelsel van dienstvrijstelling en opleidingsverlof dat in
voege is vóór de eerste september volgend op de datum van voege is vóór de eerste september volgend op de datum van
inwerkingtreding van dit besluit, blijft van toepassing op de inwerkingtreding van dit besluit, blijft van toepassing op de
opleiding waarvoor reeds een dienstvrijstelling of opleidingsverlof opleiding waarvoor reeds een dienstvrijstelling of opleidingsverlof
werd toegekend. werd toegekend.

Art. 5.De leden van het College, bevoegd voor Beroepsopleiding,

Art. 5.De leden van het College, bevoegd voor Beroepsopleiding,

Onderwijs en het Openbaar Ambt worden belast met de uitvoering van dit Onderwijs en het Openbaar Ambt worden belast met de uitvoering van dit
besluit. besluit.
Brussel, 10 juni 2004. Brussel, 10 juni 2004.
E. TOMAS, E. TOMAS,
Voorzitter van het College, bevoegd voor Onderwijs, Voorzitter van het College, bevoegd voor Onderwijs,
Beroepsomschakeling en Bijscholing, Schoolvervoer, Cohabitatie met de Beroepsomschakeling en Bijscholing, Schoolvervoer, Cohabitatie met de
plaatselijke leefgemeenschappen, Relaties met de Franse Gemeenschap en plaatselijke leefgemeenschappen, Relaties met de Franse Gemeenschap en
het Waals Gewest, en de Internationale Betrekkingen het Waals Gewest, en de Internationale Betrekkingen
J. SIMONET, J. SIMONET,
Lid van het College, belast met het Openbaar Ambt Lid van het College, belast met het Openbaar Ambt
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van 20 oktober 1994 van Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van 20 oktober 1994 van
het College van de Franse Gemeenschapscommissie houdende het statuut het College van de Franse Gemeenschapscommissie houdende het statuut
van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van de Franse van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van de Franse
Gemeenschapscommissie. Gemeenschapscommissie.
Bijlage 4 Bijlage 4
Erkenning Erkenning
Artikel 1 Artikel 1
De volgende opleidingsverstrekkers zijn erkend; de opleidingen geven De volgende opleidingsverstrekkers zijn erkend; de opleidingen geven
recht op de toekenning van opleidingsverlof : recht op de toekenning van opleidingsverlof :
1. De afstandsonderwijscursus van de dienst Afstandsonderwijs van het 1. De afstandsonderwijscursus van de dienst Afstandsonderwijs van het
Ministerie van Opvoeding, Onderzoek en Vorming van de Franse Ministerie van Opvoeding, Onderzoek en Vorming van de Franse
Gemeenschap. Gemeenschap.
2. De cursussen die georganiseerd worden in het kader van het 2. De cursussen die georganiseerd worden in het kader van het
onderwijs voor sociale promotie en die georganiseerd, gesubsidieerd of onderwijs voor sociale promotie en die georganiseerd, gesubsidieerd of
erkend zijn door een Gemeenschap. erkend zijn door een Gemeenschap.
3. De cursussen van het hoger niet-universitair onderwijs van het 3. De cursussen van het hoger niet-universitair onderwijs van het
korte type met volledig leerplan die 's avonds of tijdens het korte type met volledig leerplan die 's avonds of tijdens het
weekeinde georganiseerd worden in instellingen van het hoger weekeinde georganiseerd worden in instellingen van het hoger
onderwijs, overeenkomstig artikel 5bis van de wet van 7 juli 1970 onderwijs, overeenkomstig artikel 5bis van de wet van 7 juli 1970
betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs. betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs.
4. De cursussen van het hoger niet-universitair onderwijs van het 4. De cursussen van het hoger niet-universitair onderwijs van het
lange type met volledig leerplan die 's avonds of tijdens het lange type met volledig leerplan die 's avonds of tijdens het
weekeinde georganiseerd worden in instellingen van het hoger weekeinde georganiseerd worden in instellingen van het hoger
onderwijs, overeenkomstig artikel 5bis van de wet van 7 juli 1970 onderwijs, overeenkomstig artikel 5bis van de wet van 7 juli 1970
betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs. betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs.
5. De cursussen van het universitair onderwijs van de eerste en tweede 5. De cursussen van het universitair onderwijs van de eerste en tweede
cyclus die 's avonds of tijdens het weekeinde georganiseerd worden in cyclus die 's avonds of tijdens het weekeinde georganiseerd worden in
de universiteiten en de daarmee gelijkgestelde instellingen met het de universiteiten en de daarmee gelijkgestelde instellingen met het
oog op het behalen van een wettelijke of wetenschappelijke titel oog op het behalen van een wettelijke of wetenschappelijke titel
bedoeld in de wet van 11 september 1933 op de bescherming van de bedoeld in de wet van 11 september 1933 op de bescherming van de
titels van hoger onderwijs. titels van hoger onderwijs.
6. De cursussen van elke aanvullende studiecyclus georganiseerd door 6. De cursussen van elke aanvullende studiecyclus georganiseerd door
de universiteiten en de daarmee gelijkgestelde instellingen. de universiteiten en de daarmee gelijkgestelde instellingen.
7. De verstrekkers die opleidingen, bijscholing (al dan niet in een 7. De verstrekkers die opleidingen, bijscholing (al dan niet in een
bedrijf), seminaries organiseren die beantwoorden aan de specifieke bedrijf), seminaries organiseren die beantwoorden aan de specifieke
noden van de functies uitgeoefend door de ambtenaar. noden van de functies uitgeoefend door de ambtenaar.
Bijlage 5 Bijlage 5
Getuigschrift van regelmatige inschrijving en in voorkomend geval Getuigschrift van regelmatige inschrijving en in voorkomend geval
getuigschrift van nauwgezetheid getuigschrift van nauwgezetheid
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Bijlage 6 Bijlage 6
A. Getuigschrift van regelmatige inschrijving voor het A. Getuigschrift van regelmatige inschrijving voor het
afstandsonderwijs van het Ministerie van de Franse Gemeenschap afstandsonderwijs van het Ministerie van de Franse Gemeenschap
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
C. Getuigschrift van nauwgezetheid C. Getuigschrift van nauwgezetheid
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van 20 oktober 1994 van Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van 20 oktober 1994 van
het College van de Franse Gemeenschapscommissie houdende het statuut het College van de Franse Gemeenschapscommissie houdende het statuut
van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van de Franse van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van de Franse
Gemeenschapscommissie. Gemeenschapscommissie.
Brussel, 10 juni 2004. Brussel, 10 juni 2004.
E. TOMAS, E. TOMAS,
Voorzitter van het College, bevoegd voor Onderwijs, Voorzitter van het College, bevoegd voor Onderwijs,
Beroepsomschakeling en Bijscholing, Schoolvervoer, Cohabitatie met de Beroepsomschakeling en Bijscholing, Schoolvervoer, Cohabitatie met de
plaatselijke leefgemeenschappen, Relaties met de Franse Gemeenschap en plaatselijke leefgemeenschappen, Relaties met de Franse Gemeenschap en
het Waals Gewest, en de Internationale Betrekkingen het Waals Gewest, en de Internationale Betrekkingen
J. SIMONET, J. SIMONET,
Lid van het College, belast met het Openbaar Ambt. Lid van het College, belast met het Openbaar Ambt.
^