Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Besluit Van De Franse Gemeenschapscommissie van 04/05/2006
← Terug naar "Besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de betoelaging van de erkende centra voor de permanente vorming ten behoeve van de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen "
Besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de betoelaging van de erkende centra voor de permanente vorming ten behoeve van de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen Besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de betoelaging van de erkende centra voor de permanente vorming ten behoeve van de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen
FRANSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST FRANSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
4 MEI 2006. - Besluit van het College van de Franse 4 MEI 2006. - Besluit van het College van de Franse
Gemeenschapscommissie betreffende de betoelaging van de erkende centra Gemeenschapscommissie betreffende de betoelaging van de erkende centra
voor de permanente vorming ten behoeve van de middenstand en de kleine voor de permanente vorming ten behoeve van de middenstand en de kleine
en middelgrote ondernemingen en middelgrote ondernemingen
Het College van de Franse Gemeenschapscommissie, Het College van de Franse Gemeenschapscommissie,
Gelet op het samenwerkingsakkoord van 20 februari 1995 voor de Gelet op het samenwerkingsakkoord van 20 februari 1995 voor de
permanente vorming ten behoeve van de middenstand en de K.M.O.'s en de permanente vorming ten behoeve van de middenstand en de K.M.O.'s en de
voogdij over het « Institut de Formation permanente pour les Classes voogdij over het « Institut de Formation permanente pour les Classes
moyennes et les Petites et Moyennes Entreprises » (Instituut voor moyennes et les Petites et Moyennes Entreprises » (Instituut voor
Permanente Vorming ten behoeve van de Middenstand en de K.M.O.'s), Permanente Vorming ten behoeve van de Middenstand en de K.M.O.'s),
goedgekeurd bij decreet van 18 december 1995, inzonderheid op de goedgekeurd bij decreet van 18 december 1995, inzonderheid op de
artikelen 5, 8 en 20bis, vervangen of ingevoegd door het aanhangsel artikelen 5, 8 en 20bis, vervangen of ingevoegd door het aanhangsel
van 4 juni 2003, goedgekeurd bij decreet van 17 juli 2003; van 4 juni 2003, goedgekeurd bij decreet van 17 juli 2003;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 24 Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 24
februari 2006; februari 2006;
Gelet op het akkoord van het Lid van het College belast met Begroting; Gelet op het akkoord van het Lid van het College belast met Begroting;
Gelet op het advies 40.115/2 van de Raad van State, gegeven op 24 Gelet op het advies 40.115/2 van de Raad van State, gegeven op 24
april 2006, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de april 2006, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de
gecoördineerde wetten op de Raad van State; gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op voordracht van het Lid van het College belast met beroepsopleiding Op voordracht van het Lid van het College belast met beroepsopleiding
en permanente vorming ten behoeve van de middenstand; en permanente vorming ten behoeve van de middenstand;
Na beraadslaging, Na beraadslaging,
Besluit : Besluit :
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Dit besluit regelt overeenkomstig artikel 138 van de

Artikel 1.Dit besluit regelt overeenkomstig artikel 138 van de

Grondwet een materie bedoeld in artikel 127 van de Grondwet. Grondwet een materie bedoeld in artikel 127 van de Grondwet.

Art. 2.In dit besluit wordt verstaan onder :

Art. 2.In dit besluit wordt verstaan onder :

- Minister : het Lid van het College van de Franse - Minister : het Lid van het College van de Franse
Gemeenschapscommissie belast met beroepsopleiding en Permanente Gemeenschapscommissie belast met beroepsopleiding en Permanente
Vorming ten behoeve van de Middenstand en de Kleine en Middelgrote Vorming ten behoeve van de Middenstand en de Kleine en Middelgrote
Ondernemingen; Ondernemingen;
- Commissie : de Franse Gemeenschapscommissie; - Commissie : de Franse Gemeenschapscommissie;
- Dienst : de dienst met afzonderlijk beheer « Dienst Vorming K.M.O.'s - Dienst : de dienst met afzonderlijk beheer « Dienst Vorming K.M.O.'s
»; »;
- Centrum : elk centrum voor permanente vorming ten behoeve van de - Centrum : elk centrum voor permanente vorming ten behoeve van de
middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen dat door de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen dat door de
Franse Gemeenschapscommissie erkend is; Franse Gemeenschapscommissie erkend is;
- samenwerkingsakkoord : het samenwerkingsakkoord gesloten op 20 - samenwerkingsakkoord : het samenwerkingsakkoord gesloten op 20
februari 1995 door de Franse Gemeenschapscommissie, de Franse februari 1995 door de Franse Gemeenschapscommissie, de Franse
Gemeenschap en het Waals Gewest betreffende de permanente vorming ten Gemeenschap en het Waals Gewest betreffende de permanente vorming ten
behoeve van de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen behoeve van de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen
en de voogdij over het Instituut voor Permanente Vorming ten behoeve en de voogdij over het Instituut voor Permanente Vorming ten behoeve
van de Middenstand en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, van de Middenstand en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen,
gewijzigd bij aanhangsel van 4 juni 2003; gewijzigd bij aanhangsel van 4 juni 2003;
- vorming : de permanente vorming ten behoeve van de middenstand en de - vorming : de permanente vorming ten behoeve van de middenstand en de
kleine en middelgrote ondernemingen; kleine en middelgrote ondernemingen;
- vormingswerkers : de vormingswerkers, zoals bedoeld in het reglement - vormingswerkers : de vormingswerkers, zoals bedoeld in het reglement
van 16 december 1999 dat van toepassing is op de vormingswerkers van van 16 december 1999 dat van toepassing is op de vormingswerkers van
de permanente vorming, die voor onbepaalde tijd aangeworven zijn; de permanente vorming, die voor onbepaalde tijd aangeworven zijn;
- educatieve medewerkers : de educatieve medewerkers, zoals bedoeld in - educatieve medewerkers : de educatieve medewerkers, zoals bedoeld in
het reglement betreffende de educatieve medewerkers van 20 december het reglement betreffende de educatieve medewerkers van 20 december
2001, die voor onbepaalde tijd aangeworven zijn; 2001, die voor onbepaalde tijd aangeworven zijn;
- lesgevers : de vormingswerkers, sprekers of elke andere persoon die - lesgevers : de vormingswerkers, sprekers of elke andere persoon die
prestaties verricht in het kader van de erkende cursussen, die niet prestaties verricht in het kader van de erkende cursussen, die niet
voor onbepaalde tijd aangeworven zijn; voor onbepaalde tijd aangeworven zijn;
- leertijd : de leertijd zoals bepaald in artikel 2 van het - leertijd : de leertijd zoals bepaald in artikel 2 van het
samenwerkingsakkoord; samenwerkingsakkoord;
- ondernemersopleiding : de ondernemersopleiding zoals bepaald in - ondernemersopleiding : de ondernemersopleiding zoals bepaald in
artikel 6 van het samenwerkingsakkoord; artikel 6 van het samenwerkingsakkoord;
- voortgezette opleiding : de voortgezette opleiding zoals bepaald in - voortgezette opleiding : de voortgezette opleiding zoals bepaald in
artikel 9 van het samenwerkingsakkoord; artikel 9 van het samenwerkingsakkoord;
- basisopleiding : de basisopleiding heeft betrekking op de leertijd - basisopleiding : de basisopleiding heeft betrekking op de leertijd
en de ondernemersopleiding. en de ondernemersopleiding.
HOOFDSTUK II. - Betoelaging HOOFDSTUK II. - Betoelaging
Afdeling I. - Algemene bepalingen Afdeling I. - Algemene bepalingen

Art. 3.Binnen de perken van de begrotingskredieten wordt aan het

Art. 3.Binnen de perken van de begrotingskredieten wordt aan het

Centrum een jaarlijkse toelage toegekend voor de uitoefening van de in Centrum een jaarlijkse toelage toegekend voor de uitoefening van de in
artikel 22 van het samenwerkingsakkoord bepaalde opdrachten. artikel 22 van het samenwerkingsakkoord bepaalde opdrachten.
De Minister stelt jaarlijks het bedrag vast van de toelage die aan het De Minister stelt jaarlijks het bedrag vast van de toelage die aan het
Centrum wordt toegekend. Centrum wordt toegekend.

Art. 4.De in artikel 2 van dit besluit bedoelde jaarlijkse toelage

Art. 4.De in artikel 2 van dit besluit bedoelde jaarlijkse toelage

wordt bestemd voor het dekken van : wordt bestemd voor het dekken van :
- de werkingskosten; - de werkingskosten;
- de personeelskosten; - de personeelskosten;
- de infrastructuurkosten; - de infrastructuurkosten;
- de bijzondere kosten. - de bijzondere kosten.
Afdeling II. - Werkingskosten Afdeling II. - Werkingskosten

Art. 5.De werkingskosten hebben betrekking op de kosten voor de

Art. 5.De werkingskosten hebben betrekking op de kosten voor de

organisatie en de werking van de in artikel 22 van het organisatie en de werking van de in artikel 22 van het
samenwerkingsakkoord bedoelde erkende activiteiten en staan vermeld in samenwerkingsakkoord bedoelde erkende activiteiten en staan vermeld in
de in bijlage I van dit besluit opgenomen lijst met werkingskosten. de in bijlage I van dit besluit opgenomen lijst met werkingskosten.

Art. 6.De werkingskosten kunnen onder meer dienen om, na ontvangst

Art. 6.De werkingskosten kunnen onder meer dienen om, na ontvangst

van het opportuniteitsadvies van de Dienst en mits toelating van de van het opportuniteitsadvies van de Dienst en mits toelating van de
Minister, de kosten te dekken die verbonden zijn aan de aankoop of het Minister, de kosten te dekken die verbonden zijn aan de aankoop of het
huren van kantoormeubilair en -materiaal, schoolmeubilair en huren van kantoormeubilair en -materiaal, schoolmeubilair en
-materiaal, didactisch materiaal en de uitrusting voor werkplaatsen en -materiaal, didactisch materiaal en de uitrusting voor werkplaatsen en
laboratoria en die meer dan 250 euro excl. BTW bedragen. laboratoria en die meer dan 250 euro excl. BTW bedragen.

Art. 7.Het aangekochte meubilair en materiaal is eigendom van het

Art. 7.Het aangekochte meubilair en materiaal is eigendom van het

Centrum, maar moet afzonderlijk ingeschreven worden in de inventaris Centrum, maar moet afzonderlijk ingeschreven worden in de inventaris
van het vermogen van het Centrum. van het vermogen van het Centrum.

Art. 8.§ 1. Het aangekochte meubilair en materiaal kunnen worden

Art. 8.§ 1. Het aangekochte meubilair en materiaal kunnen worden

vervreemd na machtiging van de Minister. vervreemd na machtiging van de Minister.
§ 2. De opbrengst van de verkoop van het aangekochte meubilair of § 2. De opbrengst van de verkoop van het aangekochte meubilair of
materiaal moet bestemd worden voor de kosten die door de toelage materiaal moet bestemd worden voor de kosten die door de toelage
gedekt worden. gedekt worden.

Art. 9.§ 1. De werkingskosten omvatten ook de uitbetaling van de

Art. 9.§ 1. De werkingskosten omvatten ook de uitbetaling van de

presentiegelden : presentiegelden :
- van de lesgevers die in het kader van de vorming op missie zijn; - van de lesgevers die in het kader van de vorming op missie zijn;
- van de vormingswerkers die aanwezig zijn bij het mondelinge - van de vormingswerkers die aanwezig zijn bij het mondelinge
eindexamen van de vorming; eindexamen van de vorming;
- van de leden van de examencommissies die in het kader van de vorming - van de leden van de examencommissies die in het kader van de vorming
georganiseerd worden, met uitzondering van de commissieleden die georganiseerd worden, met uitzondering van de commissieleden die
aangeworven zijn onder arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. aangeworven zijn onder arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
§ 2. Er wordt presentiegeld toegekend voor vergaderingen van minstens § 2. Er wordt presentiegeld toegekend voor vergaderingen van minstens
twee en een half uur. twee en een half uur.
§ 3. Het presentiegeld bedraagt euro 24,17. Als er dezelfde dag een § 3. Het presentiegeld bedraagt euro 24,17. Als er dezelfde dag een
tweede vergadering wordt gehouden, wordt het bedrag van het tweede vergadering wordt gehouden, wordt het bedrag van het
presentiegeld voor de tweede vergadering teruggebracht tot euro 16,36. presentiegeld voor de tweede vergadering teruggebracht tot euro 16,36.
Als een vergadering langer dan 5 uur duurt, bedraagt het presentiegeld Als een vergadering langer dan 5 uur duurt, bedraagt het presentiegeld
euro 40,53. euro 40,53.

Art. 10.De werkingskosten omvatten eveneens de terugbetaling :

Art. 10.De werkingskosten omvatten eveneens de terugbetaling :

- van de verplaatsingskosten van het in artikel 10 bedoelde personeel - van de verplaatsingskosten van het in artikel 10 bedoelde personeel
dat in het kader van de vorming op missie is, mits voorlegging van dat in het kader van de vorming op missie is, mits voorlegging van
bewijsstukken en overeenkomstig de regels bepaald in het besluit van 7 bewijsstukken en overeenkomstig de regels bepaald in het besluit van 7
februari 2002 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van februari 2002 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van
het Brussels Hoofdstedelijk Gewest houdende reglementering inzake het Brussels Hoofdstedelijk Gewest houdende reglementering inzake
parkoerskosten. parkoerskosten.
- van de verplaatsingskosten van de leerlingen die tijdens de leertijd - van de verplaatsingskosten van de leerlingen die tijdens de leertijd
regelmatig cursussen beroepskennis volgen en mits voorlegging van regelmatig cursussen beroepskennis volgen en mits voorlegging van
bewijsstukken. De tussenkomst wordt beperkt tot het deel van de kosten bewijsstukken. De tussenkomst wordt beperkt tot het deel van de kosten
dat het bedrag van 5,00 euro overschrijdt voor een heen- en terugreis. dat het bedrag van 5,00 euro overschrijdt voor een heen- en terugreis.
Afdeling III. - Personeelskosten Afdeling III. - Personeelskosten

Art. 11.§ 1. De personeelskosten omvatten de bezoldigingen van de

Art. 11.§ 1. De personeelskosten omvatten de bezoldigingen van de

vormingswerkers en de educatieve medewerkers, evenals de bezoldigingen vormingswerkers en de educatieve medewerkers, evenals de bezoldigingen
en honoraria van de lesgevers. en honoraria van de lesgevers.

Art. 12.De in artikel 10 bedoelde bezoldigingen en honoraria worden

Art. 12.De in artikel 10 bedoelde bezoldigingen en honoraria worden

berekend op basis van de in bijlagen II, III, IV en V van dit besluit berekend op basis van de in bijlagen II, III, IV en V van dit besluit
vastgestelde salarisschalen. vastgestelde salarisschalen.

Art. 13.De personeelskosten omvatten ook de werkgeverslasten met

Art. 13.De personeelskosten omvatten ook de werkgeverslasten met

betrekking tot de in artikel 10 bedoelde bezoldigingen en honoraria en betrekking tot de in artikel 10 bedoelde bezoldigingen en honoraria en
de uitbetaling van het vakantiegeld. de uitbetaling van het vakantiegeld.
Afdeling IV. - Infrastructuurkosten Afdeling IV. - Infrastructuurkosten

Art. 14.§ 1. De infrastructuurkosten hebben betrekking op de kosten

Art. 14.§ 1. De infrastructuurkosten hebben betrekking op de kosten

voor het huren, aankopen, bouwen, uitbreiden, verbouwen of inrichten voor het huren, aankopen, bouwen, uitbreiden, verbouwen of inrichten
van de gebouwen waarin de activiteiten van de vorming georganiseerd van de gebouwen waarin de activiteiten van de vorming georganiseerd
worden. worden.
§ 2. Indien de gebouwen waarin de activiteiten van de vorming § 2. Indien de gebouwen waarin de activiteiten van de vorming
georganiseerd worden, gehuurd worden, hangt de toekenning van de georganiseerd worden, gehuurd worden, hangt de toekenning van de
toelage voor infrastructuurkosten af van de voorlegging van een toelage voor infrastructuurkosten af van de voorlegging van een
huurovereenkomst waarvan de bepalingen door de Minister goedgekeurd huurovereenkomst waarvan de bepalingen door de Minister goedgekeurd
moeten zijn. moeten zijn.
§ 3. Indien het gaat om het aankopen, bouwen, uitbreiden, verbouwen of § 3. Indien het gaat om het aankopen, bouwen, uitbreiden, verbouwen of
inrichten van gebouwen waarin de activiteiten van de vorming inrichten van gebouwen waarin de activiteiten van de vorming
georganiseerd worden, moet de toelage voor infrastructuurkosten het georganiseerd worden, moet de toelage voor infrastructuurkosten het
Centrum toelaten de lasten te dragen van een lening waarvan het bedrag Centrum toelaten de lasten te dragen van een lening waarvan het bedrag
en de voorwaarden door de Minister bepaald of aanvaard zijn. en de voorwaarden door de Minister bepaald of aanvaard zijn.

Art. 15.De infrastructuurkosten kunnen, na akkoord van de Minister,

Art. 15.De infrastructuurkosten kunnen, na akkoord van de Minister,

ook zware herstellingswerken omvatten voor een minimumwaarde van ook zware herstellingswerken omvatten voor een minimumwaarde van
12.500,00 euro excl. BTW, evenals herstellingen met betrekking tot de 12.500,00 euro excl. BTW, evenals herstellingen met betrekking tot de
ruwbouw of werken om de gebouwen in overeenstemming te brengen met de ruwbouw of werken om de gebouwen in overeenstemming te brengen met de
milieu- en veiligheidsvoorschriften. milieu- en veiligheidsvoorschriften.

Art. 16.De Dienst ziet toe op het goede verloop van de werkzaamheden

Art. 16.De Dienst ziet toe op het goede verloop van de werkzaamheden

waarvoor een toelage wordt toegekend bij de voorlopige en de waarvoor een toelage wordt toegekend bij de voorlopige en de
definitieve oplevering van de genoemde werkzaamheden. definitieve oplevering van de genoemde werkzaamheden.
Afdeling V. - Bijzondere kosten Afdeling V. - Bijzondere kosten

Art. 17.Mits toelating van de Minister kunnen bijzondere kosten die

Art. 17.Mits toelating van de Minister kunnen bijzondere kosten die

verband houden met kosten die voor de vorming gemaakt worden door de verband houden met kosten die voor de vorming gemaakt worden door de
jaarlijkse toelage gedekt worden. jaarlijkse toelage gedekt worden.
HOOFDSTUK III. - Vaststelling, vereffening en controle van de toelage HOOFDSTUK III. - Vaststelling, vereffening en controle van de toelage

Art. 18.Onverminderd zijn wettelijke verplichtingen, dient het

Art. 18.Onverminderd zijn wettelijke verplichtingen, dient het

Centrum een boekhouding bij te houden waarin een onderscheid wordt Centrum een boekhouding bij te houden waarin een onderscheid wordt
gemaakt tussen de kosten die door de toelage gedekt worden en de gemaakt tussen de kosten die door de toelage gedekt worden en de
kosten die door de eigen inkomsten van het Centrum gedekt worden. kosten die door de eigen inkomsten van het Centrum gedekt worden.

Art. 19.Het Centrum dient bij de opmaak van zijn begroting de

Art. 19.Het Centrum dient bij de opmaak van zijn begroting de

uitgaven en inkomsten op te delen per type opleiding. Onder type uitgaven en inkomsten op te delen per type opleiding. Onder type
opleiding wordt verstaan : de leertijd, de ondernemersopleiding en de opleiding wordt verstaan : de leertijd, de ondernemersopleiding en de
voortgezette opleiding. Deze opdeling dient op haar beurt verder te voortgezette opleiding. Deze opdeling dient op haar beurt verder te
worden opgesplitst op grond van de verschillende soorten kosten, zoals worden opgesplitst op grond van de verschillende soorten kosten, zoals
bepaald in artikel 3 van dit besluit. bepaald in artikel 3 van dit besluit.

Art. 20.De ontwerpbegroting wordt jaarlijks ingediend bij de Dienst.

Art. 20.De ontwerpbegroting wordt jaarlijks ingediend bij de Dienst.

Ze dient vergezeld te zijn van een tabel met de voorziene toegestane Ze dient vergezeld te zijn van een tabel met de voorziene toegestane
uitgaven per soort kosten. uitgaven per soort kosten.

Art. 21.De vereffening van het geordonnanceerde bedrag gebeurt via

Art. 21.De vereffening van het geordonnanceerde bedrag gebeurt via

driemaandelijkse schijven en op grond van de volgende modaliteiten : driemaandelijkse schijven en op grond van de volgende modaliteiten :
- een eerste schijf van 30 % die uiterlijk op 15 februari wordt - een eerste schijf van 30 % die uiterlijk op 15 februari wordt
gestort; gestort;
- een tweede schijf van 30 % die uiterlijk op 15 mei wordt gestort; - een tweede schijf van 30 % die uiterlijk op 15 mei wordt gestort;
- een derde schijf van 30 % die uiterlijk op 15 september wordt - een derde schijf van 30 % die uiterlijk op 15 september wordt
gestort. gestort.
Het restbedrag wordt, na verificatie van de bewijsstukken door de Het restbedrag wordt, na verificatie van de bewijsstukken door de
Dienst, uiterlijk op 30 oktober van het volgende jaar gestort. Dienst, uiterlijk op 30 oktober van het volgende jaar gestort.

Art. 22.Deze bewijsstukken moeten ten laatste op 30 juni van het

Art. 22.Deze bewijsstukken moeten ten laatste op 30 juni van het

volgende jaar door het Centrum worden overgemaakt, vergezeld van een volgende jaar door het Centrum worden overgemaakt, vergezeld van een
samenvattende tabel van alle toegestane uitgaven opgemaakt per soort samenvattende tabel van alle toegestane uitgaven opgemaakt per soort
kosten, zoals bepaald in artikel 3 van dit besluit. kosten, zoals bepaald in artikel 3 van dit besluit.
Deze bewijsstukken omvatten alle facturen, ontvangstbewijzen, nota's, Deze bewijsstukken omvatten alle facturen, ontvangstbewijzen, nota's,
contracten en alle andere betalingsbewijzen ter staving van de contracten en alle andere betalingsbewijzen ter staving van de
werkelijke uitgaven. werkelijke uitgaven.
Elke niet gerechtvaardigde uitgave of uitgave waarvan de Elke niet gerechtvaardigde uitgave of uitgave waarvan de
verantwoording niet aanvaardbaar is, wordt afgetrokken van het verantwoording niet aanvaardbaar is, wordt afgetrokken van het
restbedrag. restbedrag.
Als het niet gerechtvaardigde deel van de jaarlijkse toelage groter is Als het niet gerechtvaardigde deel van de jaarlijkse toelage groter is
dan het restbedrag, wordt het deel dat groter is dan het restbedrag dan het restbedrag, wordt het deel dat groter is dan het restbedrag
afgetrokken van de toelage waar het Centrum het volgende boekjaar afgetrokken van de toelage waar het Centrum het volgende boekjaar
aanspraak op kan maken. aanspraak op kan maken.
De samenvattende tabel van de personeelskosten dient vergezeld te zijn De samenvattende tabel van de personeelskosten dient vergezeld te zijn
van een bewijsstuk met het aantal erkende en gepresteerde lesuren, van een bewijsstuk met het aantal erkende en gepresteerde lesuren,
samen met de loonfiches en honorariumfiches voor dit aantal lesuren. samen met de loonfiches en honorariumfiches voor dit aantal lesuren.
HOOFDSTUK IV. - Kosten voor de samenstelling van de dossiers HOOFDSTUK IV. - Kosten voor de samenstelling van de dossiers

Art. 23.De kosten voor de samenstelling van de dossiers, voortkomend

Art. 23.De kosten voor de samenstelling van de dossiers, voortkomend

uit het afsluiten van een leercontract of stageovereenkomst, die ten uit het afsluiten van een leercontract of stageovereenkomst, die ten
laste zijn van de bedrijfsleider, worden geïnd door de Dienst. laste zijn van de bedrijfsleider, worden geïnd door de Dienst.
De kosten voor de samenstelling van de dossiers bedragen : De kosten voor de samenstelling van de dossiers bedragen :
- 75 euro voor de leercontracten; - 75 euro voor de leercontracten;
- 128 euro voor de stageovereenkomsten. - 128 euro voor de stageovereenkomsten.

Art. 24.§ 1. In afwijking van artikel 23 van dit besluit zullen er

Art. 24.§ 1. In afwijking van artikel 23 van dit besluit zullen er

geen dossierkosten worden aangerekend in de volgende gevallen : geen dossierkosten worden aangerekend in de volgende gevallen :
- als er een nieuw contract wordt afgesloten nadat het oorspronkelijke - als er een nieuw contract wordt afgesloten nadat het oorspronkelijke
contract tijdens de proeftijd werd verbroken, voor zover dat het contract tijdens de proeftijd werd verbroken, voor zover dat het
nieuwe contract binnen de zes maanden na het verbreken van het oude nieuwe contract binnen de zes maanden na het verbreken van het oude
contract getekend wordt; contract getekend wordt;
- als de rechtsvorm, de handelsnaam of het adres wijzigt; - als de rechtsvorm, de handelsnaam of het adres wijzigt;
- als er tijdens de looptijd van het contract sprake is van een - als er tijdens de looptijd van het contract sprake is van een
wijziging van beroep binnen dezelfde onderneming; wijziging van beroep binnen dezelfde onderneming;
- als er een verandering van dossierbeheerder plaatsvindt. - als er een verandering van dossierbeheerder plaatsvindt.
§ 2. Als het leercontract wordt omgezet in een stageovereenkomst, § 2. Als het leercontract wordt omgezet in een stageovereenkomst,
wordt aan de bedrijfsleider een toeslag van 53 euro gevraagd. wordt aan de bedrijfsleider een toeslag van 53 euro gevraagd.
§ 3. Als de stageovereenkomst wordt omgezet in een leercontract, wordt § 3. Als de stageovereenkomst wordt omgezet in een leercontract, wordt
het verschil niet terugbetaald aan de bedrijfsleider. het verschil niet terugbetaald aan de bedrijfsleider.

Art. 25.De verbreking van een contract zonder dat een nieuw contract

Art. 25.De verbreking van een contract zonder dat een nieuw contract

wordt afgesloten, geeft geen recht op terugbetaling van de wordt afgesloten, geeft geen recht op terugbetaling van de
dossierkosten. dossierkosten.

Art. 26.De opbrengsten uit de dossierkosten worden voor 66 % aan het

Art. 26.De opbrengsten uit de dossierkosten worden voor 66 % aan het

Centrum gestort en moeten voor de in Afdeling II van dit besluit Centrum gestort en moeten voor de in Afdeling II van dit besluit
bedoelde werkingskosten worden bestemd. bedoelde werkingskosten worden bestemd.
HOOFDSTUK V. - Slot- en opheffingsbepalingen HOOFDSTUK V. - Slot- en opheffingsbepalingen

Art. 27.De winsten die het Centrum maakt, moeten prioritair worden

Art. 27.De winsten die het Centrum maakt, moeten prioritair worden

bestemd voor de kosten die voortkomen uit de basisopleiding en na bestemd voor de kosten die voortkomen uit de basisopleiding en na
goedkeuring door de Minister van een door het Centrum voorgesteld goedkeuring door de Minister van een door het Centrum voorgesteld
herbestemmingsplan. herbestemmingsplan.

Art. 28.Het reglement van de Raad van Bestuur van het Instituut voor

Art. 28.Het reglement van de Raad van Bestuur van het Instituut voor

Permanente vorming ten behoeve van de Middenstand en de Kleine en Permanente vorming ten behoeve van de Middenstand en de Kleine en
Middelgrote Ondernemingen van 20 mei 1999 tot vaststelling van de Middelgrote Ondernemingen van 20 mei 1999 tot vaststelling van de
financiële tussenkomst van het Instituut in de Permanente Vorming ten financiële tussenkomst van het Instituut in de Permanente Vorming ten
behoeve van de Middenstand en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, behoeve van de Middenstand en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen,
die door het samenwerkingsakkoord wordt geregeld, wordt opgeheven wat die door het samenwerkingsakkoord wordt geregeld, wordt opgeheven wat
betreft de bevoegdheid van de Permanente Vorming ten behoeve van de betreft de bevoegdheid van de Permanente Vorming ten behoeve van de
Middenstand en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen die ressorteert Middenstand en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen die ressorteert
onder de Franse Gemeenschapscommissie. onder de Franse Gemeenschapscommissie.

Art. 29.Het Lid van het College dat bevoegd is voor de

Art. 29.Het Lid van het College dat bevoegd is voor de

Beroepsopleiding en de Permanente Vorming ten behoeve van de Beroepsopleiding en de Permanente Vorming ten behoeve van de
Middenstand en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen wordt belast met Middenstand en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen wordt belast met
de uitvoering van dit besluit. de uitvoering van dit besluit.

Art. 30.Dit besluit treedt in werking op 1 juni 2006.

Art. 30.Dit besluit treedt in werking op 1 juni 2006.

Brussel op 4 mei 2006. Brussel op 4 mei 2006.
Voor het College : Voor het College :
Mevr. F. DUPUIS, Mevr. F. DUPUIS,
Minister, Lid van het College, bevoegd voor Beroepsopleiding en Minister, Lid van het College, bevoegd voor Beroepsopleiding en
Permanente Vorming van de Middenstand en de Kleine en Middelgrote Permanente Vorming van de Middenstand en de Kleine en Middelgrote
Ondernemingen Ondernemingen
B. CEREXHE, B. CEREXHE,
Minister-Voorzitter van het College Minister-Voorzitter van het College
BIJLAGEN BIJLAGEN
Bijlage I. - Toegestane uitgaven ter verantwoording van de Bijlage I. - Toegestane uitgaven ter verantwoording van de
werkingskosten die gedekt worden door de jaarlijkse toelage toegekend werkingskosten die gedekt worden door de jaarlijkse toelage toegekend
aan de erkende centra voor permanente vorming ten behoeve van de aan de erkende centra voor permanente vorming ten behoeve van de
middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen
1. De in artikel 9 van dit besluit bedoelde verplaatsingskosten 1. De in artikel 9 van dit besluit bedoelde verplaatsingskosten
2. De kosten verbonden aan de examens, met inbegrip van de in artikel 2. De kosten verbonden aan de examens, met inbegrip van de in artikel
8 bedoelde presentiegelden 8 bedoelde presentiegelden
3. De verzekeringskosten 3. De verzekeringskosten
4. De kosten in verband met de interne administratieve en 4. De kosten in verband met de interne administratieve en
boekhoudkundige prestaties van het Centrum boekhoudkundige prestaties van het Centrum
5. De kosten voor extern revisoraat 5. De kosten voor extern revisoraat
6. De kosten voor het sociaal secretariaat 6. De kosten voor het sociaal secretariaat
7. De kosten gekoppeld aan het gebruik van de lokalen (water, 7. De kosten gekoppeld aan het gebruik van de lokalen (water,
elektriciteit, verwarming) elektriciteit, verwarming)
8. De kosten voor de bevoorrading van grondstoffen en benodigdheden 8. De kosten voor de bevoorrading van grondstoffen en benodigdheden
die rechtstreeks verband houden met de basisopleiding die rechtstreeks verband houden met de basisopleiding
9. De kosten voor de in artikel 5 van dit besluit bedoelde uitrusting 9. De kosten voor de in artikel 5 van dit besluit bedoelde uitrusting
10.De kosten voor het onderhoud en het herstellen van het 10.De kosten voor het onderhoud en het herstellen van het
schoolmeubilair en -materiaal, het didactisch materiaal en de schoolmeubilair en -materiaal, het didactisch materiaal en de
uitrusting voor werkplaatsen en laboratoria uitrusting voor werkplaatsen en laboratoria
11. De bureaukosten 11. De bureaukosten
12.De publiciteits- en promotiekosten 12.De publiciteits- en promotiekosten
13.De telecommunicatiekosten (telefoon, fax, fiscale zegels,...) 13.De telecommunicatiekosten (telefoon, fax, fiscale zegels,...)
14.De kosten verbonden aan de fiscale bedrijfslasten 14.De kosten verbonden aan de fiscale bedrijfslasten
15.De kosten voor ondersteuning en consultancy op het gebied van 15.De kosten voor ondersteuning en consultancy op het gebied van
informatica informatica
16.De kosten voor bewaking en toezicht 16.De kosten voor bewaking en toezicht
17.De kosten voor erelonen van advocaten 17.De kosten voor erelonen van advocaten
18.De kosten verbonden aan het consortium voor de validering van de 18.De kosten verbonden aan het consortium voor de validering van de
competenties competenties
Gezien om bij het besluit van 4 mei 2006 te worden gevoegd. Gezien om bij het besluit van 4 mei 2006 te worden gevoegd.
Voor het College van de Franse Gemeenschapscommissie : Voor het College van de Franse Gemeenschapscommissie :
B. CEREXHE, B. CEREXHE,
Minister-Voorzitter Minister-Voorzitter
Mevr. F. DUPUIS, Mevr. F. DUPUIS,
Minister bevoegd voor Beroepsopleiding en Permanente Vorming van de Minister bevoegd voor Beroepsopleiding en Permanente Vorming van de
Middenstand en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen Middenstand en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen
Bijlage II. - Salarisschalen voor hoofdvormingswerkers Bijlage II. - Salarisschalen voor hoofdvormingswerkers
De hoofdvormingswerkers zijn deze die bedoeld worden in het reglement De hoofdvormingswerkers zijn deze die bedoeld worden in het reglement
van 29 juni 2000 dat van toepassing is op de hoofdvormingswerkers van van 29 juni 2000 dat van toepassing is op de hoofdvormingswerkers van
het IFPME-netwerk en op 1 september 2000 van kracht is geworden. het IFPME-netwerk en op 1 september 2000 van kracht is geworden.
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Deze bedragen worden geïndexeerd overeenkomstig de bepalingen van de Deze bedragen worden geïndexeerd overeenkomstig de bepalingen van de
wet van 1 maart 1977 houdende de inrichting van een stelsel waarbij wet van 1 maart 1977 houdende de inrichting van een stelsel waarbij
sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de
consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld en worden gekoppeld consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld en worden gekoppeld
aan de spilindex 1,3728 van 1 september 2005. aan de spilindex 1,3728 van 1 september 2005.
Gezien om bij het besluit van 4 mei 2006 te worden gevoegd. Gezien om bij het besluit van 4 mei 2006 te worden gevoegd.
Voor het College van de Franse Gemeenschapscommissie : Voor het College van de Franse Gemeenschapscommissie :
B. CEREXHE, B. CEREXHE,
Minister-Voorzitter Minister-Voorzitter
Mevr. F. DUPUIS, Mevr. F. DUPUIS,
Minister bevoegd voor Beroepsopleiding en Permanente Vorming van de Minister bevoegd voor Beroepsopleiding en Permanente Vorming van de
Middenstand en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen Middenstand en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen
Bijlage III. - Salarisschalen voor de vormingswerkers « algemene Bijlage III. - Salarisschalen voor de vormingswerkers « algemene
kennis » kennis »
De vormingswerkers « algemene kennis » zijn deze die bedoeld worden in De vormingswerkers « algemene kennis » zijn deze die bedoeld worden in
het reglement van 16 december 1999 dat van toepassing is op de het reglement van 16 december 1999 dat van toepassing is op de
vormingswerkers van de permanente vorming en op 1 januari 2000 van vormingswerkers van de permanente vorming en op 1 januari 2000 van
kracht is geworden. kracht is geworden.
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Deze bedragen worden geïndexeerd overeenkomstig de bepalingen van de Deze bedragen worden geïndexeerd overeenkomstig de bepalingen van de
wet van 1 maart 1977 houdende de inrichting van een stelsel waarbij wet van 1 maart 1977 houdende de inrichting van een stelsel waarbij
sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de
consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld en worden gekoppeld consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld en worden gekoppeld
aan de spilindex 1,3728 van 1 september 2005. aan de spilindex 1,3728 van 1 september 2005.
Gezien om bij het besluit van 4 mei 2006 te worden gevoegd. Gezien om bij het besluit van 4 mei 2006 te worden gevoegd.
Voor het College van de Franse Gemeenschapscommissie : Voor het College van de Franse Gemeenschapscommissie :
B. CEREXHE, B. CEREXHE,
Minister-Voorzitter Minister-Voorzitter
Mevr. F. DUPUIS, Mevr. F. DUPUIS,
Minister bevoegd voor Beroepsopleiding en Permanente Vorming van de Minister bevoegd voor Beroepsopleiding en Permanente Vorming van de
Middenstand en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen Middenstand en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen
Bijlage IV. - Salarisschalen voor de educatieve medewerkers Bijlage IV. - Salarisschalen voor de educatieve medewerkers
De educatieve medewerkers zijn deze die bedoeld worden in het De educatieve medewerkers zijn deze die bedoeld worden in het
reglement betreffende de educatieve medewerkers van 20 december 2001. reglement betreffende de educatieve medewerkers van 20 december 2001.
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Deze bedragen worden geïndexeerd overeenkomstig de bepalingen van de Deze bedragen worden geïndexeerd overeenkomstig de bepalingen van de
wet van 1 maart 1977 houdende de inrichting van een stelsel waarbij wet van 1 maart 1977 houdende de inrichting van een stelsel waarbij
sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de
consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld en worden gekoppeld consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld en worden gekoppeld
aan de spilindex 1,3728 van 1 september 2005. aan de spilindex 1,3728 van 1 september 2005.
Gezien om bij het besluit van 4 mei 2006 te worden gevoegd. Gezien om bij het besluit van 4 mei 2006 te worden gevoegd.
Voor het College van de Franse Gemeenschapscommissie : Voor het College van de Franse Gemeenschapscommissie :
B. CEREXHE, B. CEREXHE,
Minister-Voorzitter Minister-Voorzitter
Mevr. F. DUPUIS, Mevr. F. DUPUIS,
Minister bevoegd voor Beroepsopleiding en Permanente Vorming van de Minister bevoegd voor Beroepsopleiding en Permanente Vorming van de
Middenstand en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen Middenstand en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen
Bijlage V. Salarisschalen voor de lesgevers Bijlage V. Salarisschalen voor de lesgevers
De bruto-uurkosten van de lesgevers zijn de volgende : De bruto-uurkosten van de lesgevers zijn de volgende :
1. leertijd : euro 21,26 1. leertijd : euro 21,26
2. ondernemersopleiding : euro 25,16 2. ondernemersopleiding : euro 25,16
3. voortgezette opleiding : euro 32,50 3. voortgezette opleiding : euro 32,50
Als de lesgevers zelfstandige zijn, worden de salarisschalen met 30 % Als de lesgevers zelfstandige zijn, worden de salarisschalen met 30 %
verhoogd. verhoogd.
Gezien om bij het besluit van 4 mei 2006 te worden gevoegd. Gezien om bij het besluit van 4 mei 2006 te worden gevoegd.
Voor het College van de Franse Gemeenschapscommissie : Voor het College van de Franse Gemeenschapscommissie :
B. CEREXHE, B. CEREXHE,
Minister-Voorzitter Minister-Voorzitter
Mevr. F. DUPUIS, Mevr. F. DUPUIS,
Minister bevoegd voor Beroepsopleiding en Permanente Vorming van de Minister bevoegd voor Beroepsopleiding en Permanente Vorming van de
Middenstand en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen Middenstand en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen
^