← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 93/2023 van 15 juni 2023 Rolnummer 7803 In zake : de prejudiciële
vraag betreffende artikel I.1, 1°, van het Wetboek van economisch recht, gelezen in samenhang met artikel
573 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld d Het
Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en P. Nihoul, en de rechters(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 93/2023 van 15 juni 2023 Rolnummer 7803 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel I.1, 1°, van het Wetboek van economisch recht, gelezen in samenhang met artikel 573 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld d Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en P. Nihoul, en de rechters(...) | Uittreksel uit arrest nr. 93/2023 van 15 juni 2023 Rolnummer 7803 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel I.1, 1°, van het Wetboek van economisch recht, gelezen in samenhang met artikel 573 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld d Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en P. Nihoul, en de rechters(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 93/2023 van 15 juni 2023 | Uittreksel uit arrest nr. 93/2023 van 15 juni 2023 |
Rolnummer 7803 | Rolnummer 7803 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel I.1, 1°, van het | In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel I.1, 1°, van het |
Wetboek van economisch recht, gelezen in samenhang met artikel 573 van | Wetboek van economisch recht, gelezen in samenhang met artikel 573 van |
het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door de Nederlandstalige Rechtbank | het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door de Nederlandstalige Rechtbank |
van eerste aanleg te Brussel. | van eerste aanleg te Brussel. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en P. Nihoul, en de | samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en P. Nihoul, en de |
rechters T. Giet, M. Pâques, T. Detienne, D. Pieters en S. de Bethune, | rechters T. Giet, M. Pâques, T. Detienne, D. Pieters en S. de Bethune, |
bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van | bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van |
voorzitter L. Lavrysen, | voorzitter L. Lavrysen, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Bij vonnis van 6 mei 2022, waarvan de expeditie ter griffie van het | Bij vonnis van 6 mei 2022, waarvan de expeditie ter griffie van het |
Hof is ingekomen op 17 mei 2022, heeft de Nederlandstalige Rechtbank | Hof is ingekomen op 17 mei 2022, heeft de Nederlandstalige Rechtbank |
van eerste aanleg te Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld : | van eerste aanleg te Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld : |
« Schendt artikel I.1, 1° van het Wetboek van economisch recht, | « Schendt artikel I.1, 1° van het Wetboek van economisch recht, |
gelezen in samenhang met artikel 573 van het Gerechtelijk Wetboek, de | gelezen in samenhang met artikel 573 van het Gerechtelijk Wetboek, de |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat zij de verenigingen van | artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat zij de verenigingen van |
mede-eigenaars op dezelfde wijze behandelt als de andere | mede-eigenaars op dezelfde wijze behandelt als de andere |
rechtspersonen, waardoor er een verschil van behandeling ontstaat | rechtspersonen, waardoor er een verschil van behandeling ontstaat |
tussen de rechtssubjecten die instaan voor het beheer en het behoud | tussen de rechtssubjecten die instaan voor het beheer en het behoud |
van een gebouw naargelang zij een natuurlijke persoon (die deze taken | van een gebouw naargelang zij een natuurlijke persoon (die deze taken |
niet beroepsmatig uitoefent) dan wel een vereniging van mede-eigenaars | niet beroepsmatig uitoefent) dan wel een vereniging van mede-eigenaars |
zijn ? ». | zijn ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1. De prejudiciële vraag betreft artikel I.1, 1°, van het Wetboek | B.1. De prejudiciële vraag betreft artikel I.1, 1°, van het Wetboek |
van economisch recht, in samenhang gelezen met artikel 573 van het | van economisch recht, in samenhang gelezen met artikel 573 van het |
Gerechtelijk Wetboek. | Gerechtelijk Wetboek. |
B.2.1. Artikel I.1, 1°, van het Wetboek van economisch recht bepaalt : | B.2.1. Artikel I.1, 1°, van het Wetboek van economisch recht bepaalt : |
« Behoudens andersluidende bepaling wordt voor de toepassing van dit | « Behoudens andersluidende bepaling wordt voor de toepassing van dit |
Wetboek verstaan onder : | Wetboek verstaan onder : |
1° onderneming : elk van volgende organisaties : | 1° onderneming : elk van volgende organisaties : |
(a) iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit | (a) iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit |
uitoefent; | uitoefent; |
(b) iedere rechtspersoon; | (b) iedere rechtspersoon; |
(c) iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid. | (c) iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid. |
Niettegenstaande het voorgaande zijn geen ondernemingen, behoudens | Niettegenstaande het voorgaande zijn geen ondernemingen, behoudens |
voor zover anders bepaald in de hierna volgende boeken of andere | voor zover anders bepaald in de hierna volgende boeken of andere |
wettelijke bepalingen die in dergelijke toepassing voorzien : | wettelijke bepalingen die in dergelijke toepassing voorzien : |
(a) iedere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid die geen | (a) iedere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid die geen |
uitkeringsoogmerk heeft en die ook in feite geen uitkeringen verricht | uitkeringsoogmerk heeft en die ook in feite geen uitkeringen verricht |
aan haar leden of aan personen die een beslissende invloed uitoefenen | aan haar leden of aan personen die een beslissende invloed uitoefenen |
op het beleid van de organisatie; | op het beleid van de organisatie; |
(b) iedere publiekrechtelijke rechtspersoon die geen goederen of | (b) iedere publiekrechtelijke rechtspersoon die geen goederen of |
diensten aanbiedt op een markt; | diensten aanbiedt op een markt; |
(c) de Federale Staat, de gewesten, de gemeenschappen, de provincies, | (c) de Federale Staat, de gewesten, de gemeenschappen, de provincies, |
de hulpverleningszones, de prezones, de Brusselse Agglomeratie, de | de hulpverleningszones, de prezones, de Brusselse Agglomeratie, de |
gemeenten, de meergemeentezones, de binnengemeentelijke territoriale | gemeenten, de meergemeentezones, de binnengemeentelijke territoriale |
organen, de Franse Gemeenschapscommissie, de Vlaamse | organen, de Franse Gemeenschapscommissie, de Vlaamse |
Gemeenschapscommissie, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en | Gemeenschapscommissie, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en |
de openbare centra voor maatschappelijk welzijn ». | de openbare centra voor maatschappelijk welzijn ». |
B.2.2. Het begrip « onderneming », zoals gedefinieerd in artikel I.1, | B.2.2. Het begrip « onderneming », zoals gedefinieerd in artikel I.1, |
1°, van het Wetboek van economisch recht, werd hervormd bij de wet van | 1°, van het Wetboek van economisch recht, werd hervormd bij de wet van |
15 april 2018 « houdende hervorming van het ondernemingsrecht » | 15 april 2018 « houdende hervorming van het ondernemingsrecht » |
(hierna : de wet van 15 april 2018). | (hierna : de wet van 15 april 2018). |
Bij die nieuwe hervorming beoogde de wetgever aan het | Bij die nieuwe hervorming beoogde de wetgever aan het |
ondernemingsbegrip een ruimere invulling te geven (Parl. St., Kamer, | ondernemingsbegrip een ruimere invulling te geven (Parl. St., Kamer, |
2017-2018, DOC 54-2828/001, p. 6) door het « op een coherentere wijze | 2017-2018, DOC 54-2828/001, p. 6) door het « op een coherentere wijze |
te omschrijven en een einde te maken aan problemen die verband houden | te omschrijven en een einde te maken aan problemen die verband houden |
met het bestaande ondernemingsbegrip. Daartoe zal de nieuwe algemene | met het bestaande ondernemingsbegrip. Daartoe zal de nieuwe algemene |
definitie gebruik maken van formele criteria in de plaats van het | definitie gebruik maken van formele criteria in de plaats van het |
huidige materiële criterium (nl. de uitoefening van een economische | huidige materiële criterium (nl. de uitoefening van een economische |
activiteit) » (ibid., p. 3) met als gevolg dat er zowel economische | activiteit) » (ibid., p. 3) met als gevolg dat er zowel economische |
als niet-economische ondernemingen zijn (ibid., p. 6). | als niet-economische ondernemingen zijn (ibid., p. 6). |
De nadere invulling van het ondernemingsbegrip wordt in de | De nadere invulling van het ondernemingsbegrip wordt in de |
parlementaire voorbereiding toegelicht als volgt : | parlementaire voorbereiding toegelicht als volgt : |
« De nieuwe algemene ondernemingsdefinitie omvat vooreerst iedere | « De nieuwe algemene ondernemingsdefinitie omvat vooreerst iedere |
natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent. | natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent. |
De keuze voor de begrippen ` zelfstandig ' en ` beroepsactiviteit ' | De keuze voor de begrippen ` zelfstandig ' en ` beroepsactiviteit ' |
hebben tot gevolg dat vroegere discussies met betrekking tot ` een | hebben tot gevolg dat vroegere discussies met betrekking tot ` een |
duurzame economische activiteit ' worden geëlimineerd. Immers, het | duurzame economische activiteit ' worden geëlimineerd. Immers, het |
begrip ` zelfstandig ' is de tegenpool van ` in dienstverband ' (het | begrip ` zelfstandig ' is de tegenpool van ` in dienstverband ' (het |
onderscheid tussen een zelfstandige en een werknemer), terwijl ` | onderscheid tussen een zelfstandige en een werknemer), terwijl ` |
duurzaamheid ' inherent is aan een ` beroepsactiviteit '. Bij wijze | duurzaamheid ' inherent is aan een ` beroepsactiviteit '. Bij wijze |
van voorbeeld kan hier worden gedacht aan natuurlijke personen die | van voorbeeld kan hier worden gedacht aan natuurlijke personen die |
handelaars, ambachtsmannen, vrij beroepers of bestuurders van | handelaars, ambachtsmannen, vrij beroepers of bestuurders van |
vennootschappen zijn. Ook duurzame activiteiten in het kader van de | vennootschappen zijn. Ook duurzame activiteiten in het kader van de |
deeleconomie worden door de definitie gevat in de mate dat ze een | deeleconomie worden door de definitie gevat in de mate dat ze een |
beroepsactiviteit uitmaken. In de mate een activiteit in de | beroepsactiviteit uitmaken. In de mate een activiteit in de |
deeleconomie bestaat uit een netwerk dat vraag en aanbod bij elkaar | deeleconomie bestaat uit een netwerk dat vraag en aanbod bij elkaar |
brengt om onderbenutte goederen en diensten te ontsluiten en dat | brengt om onderbenutte goederen en diensten te ontsluiten en dat |
hieruit geen inkomen uit wordt nagestreefd, zal er geen sprake zijn | hieruit geen inkomen uit wordt nagestreefd, zal er geen sprake zijn |
van een beroepsactiviteit, en dus ook niet van een onderneming. | van een beroepsactiviteit, en dus ook niet van een onderneming. |
[...] | [...] |
Anderzijds is het belangrijk te onderstrepen dat niet elke activiteit | Anderzijds is het belangrijk te onderstrepen dat niet elke activiteit |
van een natuurlijke persoon onder het ondernemingsbegrip moet vallen. | van een natuurlijke persoon onder het ondernemingsbegrip moet vallen. |
Zo kan een activiteit die louter kadert in het normale beheer van het | Zo kan een activiteit die louter kadert in het normale beheer van het |
persoonlijk vermogen van een natuurlijke persoon niet onder het | persoonlijk vermogen van een natuurlijke persoon niet onder het |
ondernemingsbegrip vallen. In die zin wordt de loutere inschrijving | ondernemingsbegrip vallen. In die zin wordt de loutere inschrijving |
op, verwerving van of aanhouden van aandelen, effecten of deelbewijzen | op, verwerving van of aanhouden van aandelen, effecten of deelbewijzen |
in een vennootschap met rechtspersoonlijkheid door een natuurlijke | in een vennootschap met rechtspersoonlijkheid door een natuurlijke |
persoon vermoed te kaderen in het normale beheer van zijn persoonlijk | persoon vermoed te kaderen in het normale beheer van zijn persoonlijk |
vermogen. | vermogen. |
De nieuwe ondernemingsdefinitie omvat vervolgens iedere rechtspersoon, | De nieuwe ondernemingsdefinitie omvat vervolgens iedere rechtspersoon, |
met uitzondering van publiekrechtelijke rechtspersonen die geen | met uitzondering van publiekrechtelijke rechtspersonen die geen |
goederen of diensten aanbieden op een markt. | goederen of diensten aanbieden op een markt. |
Voor privaatrechtelijke rechtspersonen is aldus de statutaire of | Voor privaatrechtelijke rechtspersonen is aldus de statutaire of |
feitelijke activiteit niet relevant voor de kwalificatie als | feitelijke activiteit niet relevant voor de kwalificatie als |
onderneming. | onderneming. |
Dat vennootschappen met rechtspersoonlijkheid (bv. NV, BVBA, V.O.F) in | Dat vennootschappen met rechtspersoonlijkheid (bv. NV, BVBA, V.O.F) in |
de regel ondernemingen zijn, behoeft geen verdere uitleg. Dit is geen | de regel ondernemingen zijn, behoeft geen verdere uitleg. Dit is geen |
wijziging ten opzichte van het bestaande recht. | wijziging ten opzichte van het bestaande recht. |
Wel nieuw is dat andere privaatrechtelijke rechtspersonen, zoals | Wel nieuw is dat andere privaatrechtelijke rechtspersonen, zoals |
verenigingen en stichtingen, eveneens als onderneming moeten worden | verenigingen en stichtingen, eveneens als onderneming moeten worden |
gekwalificeerd, ook indien ze geen economisch doel nastreven. Dit is | gekwalificeerd, ook indien ze geen economisch doel nastreven. Dit is |
verantwoord omdat deze organisaties, ongeacht hun activiteiten, wegens | verantwoord omdat deze organisaties, ongeacht hun activiteiten, wegens |
hun vorm met rechtspersoonlijkheid een structuur vormen met soms | hun vorm met rechtspersoonlijkheid een structuur vormen met soms |
verregaande gevolgen voor derden (bv. afgescheiden vermogen, | verregaande gevolgen voor derden (bv. afgescheiden vermogen, |
niet-aansprakelijkheid van leden of ` capital lock-in '). De vorm en | niet-aansprakelijkheid van leden of ` capital lock-in '). De vorm en |
de derdenwerkende gevolgen daarvan verantwoorden de toepassing van | de derdenwerkende gevolgen daarvan verantwoorden de toepassing van |
regels zoals het insolventierecht of publiciteit. Deze regels | regels zoals het insolventierecht of publiciteit. Deze regels |
veronderstellen en induceren een zekere vorm van professionalisering | veronderstellen en induceren een zekere vorm van professionalisering |
en zijn erop gericht om derden (zoals schuldeisers, werknemers of het | en zijn erop gericht om derden (zoals schuldeisers, werknemers of het |
publiek) te informeren en te beschermen. | publiek) te informeren en te beschermen. |
Voor publiekrechtelijke rechtspersonen is het uitgangspunt dat ze niet | Voor publiekrechtelijke rechtspersonen is het uitgangspunt dat ze niet |
als een onderneming worden gekwalificeerd. Dit is verantwoord door de | als een onderneming worden gekwalificeerd. Dit is verantwoord door de |
waarborgen die het publiekrecht biedt met betrekking tot deze | waarborgen die het publiekrecht biedt met betrekking tot deze |
rechtspersonen. Bovendien zou de toepassing van regels zoals het | rechtspersonen. Bovendien zou de toepassing van regels zoals het |
insolventierecht de werking van de overheid onevenredig kunnen | insolventierecht de werking van de overheid onevenredig kunnen |
verstoren. | verstoren. |
Van dit uitgangspunt wordt afgeweken voor publiekrechtelijke | Van dit uitgangspunt wordt afgeweken voor publiekrechtelijke |
rechtspersonen die goederen of diensten aanbieden op een markt. Omdat | rechtspersonen die goederen of diensten aanbieden op een markt. Omdat |
ze deelnemen aan het economische leven en in concurrentie treden met | ze deelnemen aan het economische leven en in concurrentie treden met |
privaatrechtelijke actoren, is het verantwoord dat ze principieel aan | privaatrechtelijke actoren, is het verantwoord dat ze principieel aan |
dezelfde regels als privaatrechtelijke ondernemingen worden | dezelfde regels als privaatrechtelijke ondernemingen worden |
onderworpen. | onderworpen. |
Deze uitzondering voor rechtspersonen van publiek recht die goederen | Deze uitzondering voor rechtspersonen van publiek recht die goederen |
of diensten aanbieden op de markt moet samen worden gelezen met de | of diensten aanbieden op de markt moet samen worden gelezen met de |
laatste alinea van het tweede lid van de definitie waarbij de Federale | laatste alinea van het tweede lid van de definitie waarbij de Federale |
Staat, de gewesten, de gemeenschappen, de provincies, de | Staat, de gewesten, de gemeenschappen, de provincies, de |
hulpverleningszones en de prezones, de Brusselse agglomeratie, de | hulpverleningszones en de prezones, de Brusselse agglomeratie, de |
gemeenten, de meergemeentezones, de binnengemeentelijke territoriale | gemeenten, de meergemeentezones, de binnengemeentelijke territoriale |
organen, de Franse Gemeenschapscommissie, de Vlaamse | organen, de Franse Gemeenschapscommissie, de Vlaamse |
Gemeenschapscommissie, de gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en | Gemeenschapscommissie, de gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en |
de openbare centra voor maatschappelijk welzijn niet als een | de openbare centra voor maatschappelijk welzijn niet als een |
onderneming worden gekwalificeerd. | onderneming worden gekwalificeerd. |
Deze regel is ingegeven door de idee dat deze rechtspersonen door de | Deze regel is ingegeven door de idee dat deze rechtspersonen door de |
regels van het publiek recht worden beheerst waardoor het verantwoord | regels van het publiek recht worden beheerst waardoor het verantwoord |
is ze conform artikel 5 van het Strafwetboek te behandelen. | is ze conform artikel 5 van het Strafwetboek te behandelen. |
De nieuwe ondernemingsdefinitie omvat ten slotte ook iedere andere | De nieuwe ondernemingsdefinitie omvat ten slotte ook iedere andere |
organisatie zonder rechtspersoonlijkheid. Daarbij wordt in de eerste | organisatie zonder rechtspersoonlijkheid. Daarbij wordt in de eerste |
plaats gedacht aan de maatschap of andere vennootschappen zonder | plaats gedacht aan de maatschap of andere vennootschappen zonder |
rechtspersoonlijkheid [...]. Het ` for profit ' karakter van deze | rechtspersoonlijkheid [...]. Het ` for profit ' karakter van deze |
vormen verantwoordt dat door de toepassing van regels van het | vormen verantwoordt dat door de toepassing van regels van het |
ondernemingsrecht een professionalisering wordt opgelegd die derden | ondernemingsrecht een professionalisering wordt opgelegd die derden |
beschermt. | beschermt. |
[...] | [...] |
Net als in het bestaande recht en artikel 5 van het Strafwetboek omvat | Net als in het bestaande recht en artikel 5 van het Strafwetboek omvat |
de definitie van onderneming niet de verenigingen zonder | de definitie van onderneming niet de verenigingen zonder |
rechtspersoonlijkheid (zgn. ` feitelijke vereniging '). Deze | rechtspersoonlijkheid (zgn. ` feitelijke vereniging '). Deze |
organisaties missen zowel de rechtspersoonlijkheid als de aanwezigheid | organisaties missen zowel de rechtspersoonlijkheid als de aanwezigheid |
van uitkeringen of een uitkeringsoogmerk die determinerend zijn om een | van uitkeringen of een uitkeringsoogmerk die determinerend zijn om een |
organisatie aan de algemene ondernemingsdefinitie te onderwerpen. | organisatie aan de algemene ondernemingsdefinitie te onderwerpen. |
[...] | [...] |
Het belangrijkste kenmerk dat een vereniging zonder | Het belangrijkste kenmerk dat een vereniging zonder |
rechtspersoonlijkheid onderscheidt van een maatschap bestaat erin dat | rechtspersoonlijkheid onderscheidt van een maatschap bestaat erin dat |
zij haar eventuele winst niet mag uitkeren. Een vereniging mag dus | zij haar eventuele winst niet mag uitkeren. Een vereniging mag dus |
winst nastreven om haar voorwerp te verwezenlijken en zonder subsidies | winst nastreven om haar voorwerp te verwezenlijken en zonder subsidies |
of nieuwe financiële injecties vanwege leden te overleven. | of nieuwe financiële injecties vanwege leden te overleven. |
Een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid die haar winst uitkeert | Een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid die haar winst uitkeert |
zal wel als een onderneming [worden] beschouwd » (Parl. St., Kamer, | zal wel als een onderneming [worden] beschouwd » (Parl. St., Kamer, |
2017-2018, DOC 54-2828/001, pp. 10-13). | 2017-2018, DOC 54-2828/001, pp. 10-13). |
B.2.3. Artikel 573 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt : | B.2.3. Artikel 573 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt : |
« De ondernemingsrechtbank neemt in eerste aanleg kennis van de | « De ondernemingsrechtbank neemt in eerste aanleg kennis van de |
geschillen tussen ondernemingen als bedoeld in artikel I.1, 1°, van | geschillen tussen ondernemingen als bedoeld in artikel I.1, 1°, van |
het Wetboek van economisch recht, die niet vallen onder de bijzondere | het Wetboek van economisch recht, die niet vallen onder de bijzondere |
bevoegdheid van andere rechtscolleges en die, wat betreft natuurlijke | bevoegdheid van andere rechtscolleges en die, wat betreft natuurlijke |
personen, betrekking hebben op een handeling die niet kennelijk vreemd | personen, betrekking hebben op een handeling die niet kennelijk vreemd |
is aan de onderneming. | is aan de onderneming. |
De vordering gericht tegen een onderneming kan onder de in het eerste | De vordering gericht tegen een onderneming kan onder de in het eerste |
lid bepaalde voorwaarden eveneens voor de ondernemingsrechtbank worden | lid bepaalde voorwaarden eveneens voor de ondernemingsrechtbank worden |
gebracht, zelfs indien de eiser geen onderneming is. Elk beding tot | gebracht, zelfs indien de eiser geen onderneming is. Elk beding tot |
aanwijzing van een bevoegde rechter dat is gemaakt voor het ontstaan | aanwijzing van een bevoegde rechter dat is gemaakt voor het ontstaan |
van het geschil is, in dat opzicht, nietig ». | van het geschil is, in dat opzicht, nietig ». |
B.2.4. In het verlengde van de in B.2.2 vermelde hervorming beoogde de | B.2.4. In het verlengde van de in B.2.2 vermelde hervorming beoogde de |
wetgever de nieuwe systematiek van het Wetboek van economisch recht | wetgever de nieuwe systematiek van het Wetboek van economisch recht |
naar het Gerechtelijk Wetboek door te trekken teneinde de bevoegdheid | naar het Gerechtelijk Wetboek door te trekken teneinde de bevoegdheid |
van de ondernemingsrechtbank te bepalen (Parl. St., Kamer, 2017-2018, | van de ondernemingsrechtbank te bepalen (Parl. St., Kamer, 2017-2018, |
DOC 54-2828/001, p. 47). | DOC 54-2828/001, p. 47). |
B.3.1. Voor het verwijzende rechtscollege is door een vereniging van | B.3.1. Voor het verwijzende rechtscollege is door een vereniging van |
mede-eigenaars een vordering ingesteld met betrekking tot een geschil | mede-eigenaars een vordering ingesteld met betrekking tot een geschil |
over de tienjarige aansprakelijkheid van een aannemer en een | over de tienjarige aansprakelijkheid van een aannemer en een |
architect, die de rechtsvorm van een vennootschap hebben aangenomen, | architect, die de rechtsvorm van een vennootschap hebben aangenomen, |
voor de ontstane waterschade in de gemeenschappelijke delen van een | voor de ontstane waterschade in de gemeenschappelijke delen van een |
appartementsgebouw. | appartementsgebouw. |
B.3.2. Een vereniging van mede-eigenaars beschikt overeenkomstig | B.3.2. Een vereniging van mede-eigenaars beschikt overeenkomstig |
artikel 3.86, § 1, van het Burgerlijk Wetboek in beginsel over | artikel 3.86, § 1, van het Burgerlijk Wetboek in beginsel over |
rechtspersoonlijkheid, die steeds door derden tegen de vereniging kan | rechtspersoonlijkheid, die steeds door derden tegen de vereniging kan |
worden aangevoerd (artikel 3.86, § 2, van hetzelfde Wetboek). De in | worden aangevoerd (artikel 3.86, § 2, van hetzelfde Wetboek). De in |
B.3.1 vermelde vordering betreft aldus een geschil tussen | B.3.1 vermelde vordering betreft aldus een geschil tussen |
rechtspersonen. Overeenkomstig artikel I.1, 1°, van het Wetboek van | rechtspersonen. Overeenkomstig artikel I.1, 1°, van het Wetboek van |
economisch recht zijn rechtspersonen in beginsel ondernemingen zodat | economisch recht zijn rechtspersonen in beginsel ondernemingen zodat |
het in B.3.1 vermelde geschil ook een geschil tussen « ondernemingen » | het in B.3.1 vermelde geschil ook een geschil tussen « ondernemingen » |
betreft. | betreft. |
B.3.3. Artikel 568, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, wijst | B.3.3. Artikel 568, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, wijst |
aan de rechtbank van eerste aanleg de algemene, residuaire bevoegdheid | aan de rechtbank van eerste aanleg de algemene, residuaire bevoegdheid |
toe om kennis te nemen van alle vorderingen, behalve die welke | toe om kennis te nemen van alle vorderingen, behalve die welke |
rechtstreeks voor het hof van beroep en het Hof van Cassatie komen, of | rechtstreeks voor het hof van beroep en het Hof van Cassatie komen, of |
die welke aan andere rechtscolleges zijn toegewezen. De | die welke aan andere rechtscolleges zijn toegewezen. De |
ondernemingsrechtbank is daarentegen op grond van artikel 573, eerste | ondernemingsrechtbank is daarentegen op grond van artikel 573, eerste |
lid, van het Gerechtelijk Wetboek bevoegd om kennis te nemen van de | lid, van het Gerechtelijk Wetboek bevoegd om kennis te nemen van de |
geschillen tussen ondernemingen, bedoeld in artikel I.1, 1°, van het | geschillen tussen ondernemingen, bedoeld in artikel I.1, 1°, van het |
Wetboek van economisch recht, voor zover die geschillen niet vallen | Wetboek van economisch recht, voor zover die geschillen niet vallen |
onder de bijzondere bevoegdheid van andere rechtscolleges. | onder de bijzondere bevoegdheid van andere rechtscolleges. |
B.3.4. Voor het verwijzende rechtscollege is evenwel discussie gerezen | B.3.4. Voor het verwijzende rechtscollege is evenwel discussie gerezen |
over de materiële bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg om | over de materiële bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg om |
krachtens artikel 568, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, | krachtens artikel 568, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, |
alsook over de materiële bevoegdheid van de ondernemingsrechtbank om | alsook over de materiële bevoegdheid van de ondernemingsrechtbank om |
krachtens artikel 573, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, kennis te | krachtens artikel 573, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, kennis te |
nemen van de in B.3.1 vermelde vordering. Die discussie wordt door het | nemen van de in B.3.1 vermelde vordering. Die discussie wordt door het |
verwijzende rechtscollege toegespitst op de invulling van het begrip « | verwijzende rechtscollege toegespitst op de invulling van het begrip « |
onderneming », dat het aanknopingspunt vormt voor de toewijzing van | onderneming », dat het aanknopingspunt vormt voor de toewijzing van |
geschillen aan de ondernemingsrechtbank en dus de onttrekking ervan | geschillen aan de ondernemingsrechtbank en dus de onttrekking ervan |
aan de rechtbank van eerste aanleg. | aan de rechtbank van eerste aanleg. |
Het stelt vast dat op basis van de omschrijving van het begrip « | Het stelt vast dat op basis van de omschrijving van het begrip « |
onderneming » in de zin van artikel I.1, 1°, van het Wetboek van | onderneming » in de zin van artikel I.1, 1°, van het Wetboek van |
economisch recht de vereniging van mede-eigenaars, evenals andere | economisch recht de vereniging van mede-eigenaars, evenals andere |
rechtspersonen, als een « onderneming » dient te worden | rechtspersonen, als een « onderneming » dient te worden |
gekwalificeerd. Het vraagt zich af of artikel I.1, 1°, van het Wetboek | gekwalificeerd. Het vraagt zich af of artikel I.1, 1°, van het Wetboek |
van economisch recht niet zonder redelijke verantwoording de | van economisch recht niet zonder redelijke verantwoording de |
vereniging van mede-eigenaars ten aanzien van andere rechtspersonen | vereniging van mede-eigenaars ten aanzien van andere rechtspersonen |
identiek behandelt door die vereniging als rechtspersoon niet uit te | identiek behandelt door die vereniging als rechtspersoon niet uit te |
sluiten van het begrip « onderneming ». Dit zou een bijkomend | sluiten van het begrip « onderneming ». Dit zou een bijkomend |
ongerechtvaardigd verschil in behandeling met zich meebrengen doordat | ongerechtvaardigd verschil in behandeling met zich meebrengen doordat |
geschillen met ondernemingen tot de bevoegdheid van onderscheiden | geschillen met ondernemingen tot de bevoegdheid van onderscheiden |
rechtscolleges behoren naar gelang van de aard van de persoon die de | rechtscolleges behoren naar gelang van de aard van de persoon die de |
vordering instelt tegen een « onderneming ». | vordering instelt tegen een « onderneming ». |
B.4. Het verwijzende rechtscollege wenst met zijn prejudiciële vraag | B.4. Het verwijzende rechtscollege wenst met zijn prejudiciële vraag |
bijgevolg in wezen te vernemen of artikel 573, eerste lid, van het | bijgevolg in wezen te vernemen of artikel 573, eerste lid, van het |
Gerechtelijk Wetboek, in samenhang gelezen met artikel I.1, 1°, van | Gerechtelijk Wetboek, in samenhang gelezen met artikel I.1, 1°, van |
het Wetboek van economisch recht, bestaanbaar is met de artikelen 10 | het Wetboek van economisch recht, bestaanbaar is met de artikelen 10 |
en 11 van de Grondwet in zoverre het de bevoegdheid om kennis te nemen | en 11 van de Grondwet in zoverre het de bevoegdheid om kennis te nemen |
van geschillen tussen een vereniging van mede-eigenaars en | van geschillen tussen een vereniging van mede-eigenaars en |
ondernemingen in de zin van voormelde bepaling van het Wetboek van | ondernemingen in de zin van voormelde bepaling van het Wetboek van |
economisch recht toewijst aan de ondernemingsrechtbank (artikel 573, | economisch recht toewijst aan de ondernemingsrechtbank (artikel 573, |
eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek), terwijl identieke | eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek), terwijl identieke |
geschillen tussen een natuurlijke persoon die niet valt onder het | geschillen tussen een natuurlijke persoon die niet valt onder het |
ondernemingsbegrip en diezelfde ondernemingen vallen onder de | ondernemingsbegrip en diezelfde ondernemingen vallen onder de |
residuaire bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg (artikel | residuaire bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg (artikel |
568, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek). | 568, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek). |
B.5.1. Volgens de Ministerraad is de prejudiciële vraag evenwel niet | B.5.1. Volgens de Ministerraad is de prejudiciële vraag evenwel niet |
ontvankelijk omdat ze niet nuttig is voor het oplossen van het | ontvankelijk omdat ze niet nuttig is voor het oplossen van het |
geschil. | geschil. |
B.5.2. In de regel komt het aan het verwijzende rechtscollege toe te | B.5.2. In de regel komt het aan het verwijzende rechtscollege toe te |
oordelen of het antwoord op de prejudiciële vraag nuttig is om het | oordelen of het antwoord op de prejudiciële vraag nuttig is om het |
geschil op te lossen. Alleen indien dit klaarblijkelijk niet het geval | geschil op te lossen. Alleen indien dit klaarblijkelijk niet het geval |
is, kan het Hof beslissen dat zij geen antwoord behoeft. | is, kan het Hof beslissen dat zij geen antwoord behoeft. |
B.5.3. Volgens het verwijzende rechtscollege rijst, gelet op hetgeen | B.5.3. Volgens het verwijzende rechtscollege rijst, gelet op hetgeen |
in B.3 is vermeld, in het voorliggende bodemgeschil de vraag of, in | in B.3 is vermeld, in het voorliggende bodemgeschil de vraag of, in |
zoverre de rechtbank van eerste aanleg niet bevoegd is om op grond van | zoverre de rechtbank van eerste aanleg niet bevoegd is om op grond van |
artikel 568, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek kennis te nemen | artikel 568, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek kennis te nemen |
van geschillen tussen, enerzijds, een vereniging van mede-eigenaars | van geschillen tussen, enerzijds, een vereniging van mede-eigenaars |
en, anderzijds, ondernemingen, er sprake is van een discriminatie. | en, anderzijds, ondernemingen, er sprake is van een discriminatie. |
Aangezien het antwoord op de prejudiciële vraag aldus bepalend is voor | Aangezien het antwoord op de prejudiciële vraag aldus bepalend is voor |
de bevoegdheid van het verwijzende rechtscollege om kennis te nemen | de bevoegdheid van het verwijzende rechtscollege om kennis te nemen |
van het voor dat rechtscollege hangende geschil, is dat antwoord | van het voor dat rechtscollege hangende geschil, is dat antwoord |
nuttig om het geschil op te lossen. | nuttig om het geschil op te lossen. |
De exceptie wordt verworpen. | De exceptie wordt verworpen. |
B.6. Het verschil in behandeling tussen bepaalde categorieën van | B.6. Het verschil in behandeling tussen bepaalde categorieën van |
personen dat voortvloeit uit de toepassing van verschillende | personen dat voortvloeit uit de toepassing van verschillende |
procedureregels in verschillende omstandigheden houdt op zich geen | procedureregels in verschillende omstandigheden houdt op zich geen |
discriminatie in. Van discriminatie zou slechts sprake zijn indien het | discriminatie in. Van discriminatie zou slechts sprake zijn indien het |
verschil in behandeling dat voortvloeit uit de toepassing van die | verschil in behandeling dat voortvloeit uit de toepassing van die |
procedureregels een onevenredige beperking van de rechten van de | procedureregels een onevenredige beperking van de rechten van de |
daarbij betrokken personen met zich zou meebrengen. | daarbij betrokken personen met zich zou meebrengen. |
B.7. Het recht op toegang tot de rechter omvat niet het recht op een | B.7. Het recht op toegang tot de rechter omvat niet het recht op een |
rechter naar keuze. | rechter naar keuze. |
Het behoort tot de beoordelingsbevoegdheid van de wetgever om te | Het behoort tot de beoordelingsbevoegdheid van de wetgever om te |
beslissen welke rechter het meest geschikt is om een bepaald soort van | beslissen welke rechter het meest geschikt is om een bepaald soort van |
geschillen te beslechten. | geschillen te beslechten. |
B.8. De hervorming van het begrip « onderneming », bij de wet van 15 | B.8. De hervorming van het begrip « onderneming », bij de wet van 15 |
april 2018, houdt in dat de uitoefening van een economische activiteit | april 2018, houdt in dat de uitoefening van een economische activiteit |
niet langer het criterium is dat het mogelijk maakt de onderneming te | niet langer het criterium is dat het mogelijk maakt de onderneming te |
definiëren, en dat er voortaan economische ondernemingen en | definiëren, en dat er voortaan economische ondernemingen en |
niet-economische ondernemingen bestaan. | niet-economische ondernemingen bestaan. |
Gelet op het in B.2.2 vermelde doel is de keuze van de wetgever die | Gelet op het in B.2.2 vermelde doel is de keuze van de wetgever die |
erin bestaat dat alle rechtspersonen, behoudens uitzondering, met | erin bestaat dat alle rechtspersonen, behoudens uitzondering, met |
inbegrip dus van de verenigingen van mede-eigenaars, voortaan onder | inbegrip dus van de verenigingen van mede-eigenaars, voortaan onder |
het begrip « onderneming » vallen, niet zonder redelijke | het begrip « onderneming » vallen, niet zonder redelijke |
verantwoording. | verantwoording. |
In die context vermocht de wetgever redelijkerwijs te oordelen dat de | In die context vermocht de wetgever redelijkerwijs te oordelen dat de |
verenigingen van mede-eigenaars meer gelijkenissen vertonen met de | verenigingen van mede-eigenaars meer gelijkenissen vertonen met de |
andere rechtspersonen, ongeacht of die al dan niet een economische | andere rechtspersonen, ongeacht of die al dan niet een economische |
activiteit verrichten, alsook met de natuurlijke personen die | activiteit verrichten, alsook met de natuurlijke personen die |
zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefenen, dan met natuurlijke | zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefenen, dan met natuurlijke |
personen die niet beroepsmatig instaan voor het beheer en het behoud | personen die niet beroepsmatig instaan voor het beheer en het behoud |
van een gebouw. | van een gebouw. |
De bevoegdheid van de ondernemingsrechtbank om kennis te nemen van de | De bevoegdheid van de ondernemingsrechtbank om kennis te nemen van de |
geschillen tussen een vereniging van mede-eigenaars en een andere | geschillen tussen een vereniging van mede-eigenaars en een andere |
onderneming vloeit voort uit het feit dat het begrip « onderneming » | onderneming vloeit voort uit het feit dat het begrip « onderneming » |
het aanknopingspunt vormt voor de bevoegdheid van de | het aanknopingspunt vormt voor de bevoegdheid van de |
ondernemingsrechtbank. | ondernemingsrechtbank. |
De toewijzing, door de wetgever, van de bevoegdheid om kennis te nemen | De toewijzing, door de wetgever, van de bevoegdheid om kennis te nemen |
van de geschillen tegen een onderneming aan verschillende | van de geschillen tegen een onderneming aan verschillende |
rechtscolleges naar gelang van de aard van de persoon die de vordering | rechtscolleges naar gelang van de aard van de persoon die de vordering |
instelt, doet op zich niet op onevenredige wijze afbreuk aan de | instelt, doet op zich niet op onevenredige wijze afbreuk aan de |
rechten van de betrokken personen. Die kunnen hun rechten op | rechten van de betrokken personen. Die kunnen hun rechten op |
gelijkwaardige wijze doen gelden voor de ondernemingsrechtbank of de | gelijkwaardige wijze doen gelden voor de ondernemingsrechtbank of de |
rechtbank van eerste aanleg. In het bijzonder blijkt niet dat de | rechtbank van eerste aanleg. In het bijzonder blijkt niet dat de |
bewijsregeling ingevolge de kwalificatie van een vereniging van | bewijsregeling ingevolge de kwalificatie van een vereniging van |
mede-eigenaars als een « onderneming » en de procedurele context voor | mede-eigenaars als een « onderneming » en de procedurele context voor |
de ondernemingsrechtbank de betrokkenen benadelen. | de ondernemingsrechtbank de betrokkenen benadelen. |
B.9. Uit het voorgaande volgt dat de toewijzing aan de | B.9. Uit het voorgaande volgt dat de toewijzing aan de |
ondernemingsrechtbank van de geschillen tussen een vereniging van | ondernemingsrechtbank van de geschillen tussen een vereniging van |
mede-eigenaars en andere ondernemingen in de zin van artikel I.1, 1°, | mede-eigenaars en andere ondernemingen in de zin van artikel I.1, 1°, |
van het Wetboek van economisch recht, redelijk verantwoord is en geen | van het Wetboek van economisch recht, redelijk verantwoord is en geen |
afbreuk doet aan het recht van rechtzoekenden op toegang tot een | afbreuk doet aan het recht van rechtzoekenden op toegang tot een |
bevoegde rechter. | bevoegde rechter. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
Artikel 573, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, in samenhang | Artikel 573, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, in samenhang |
gelezen met artikel I.1, 1°, van het Wetboek van economisch recht, | gelezen met artikel I.1, 1°, van het Wetboek van economisch recht, |
schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. | schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. |
Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans overeenkomstig artikel 65 | Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans overeenkomstig artikel 65 |
van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op | van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op |
15 juni 2023. | 15 juni 2023. |
De griffier, De voorzitter, | De griffier, De voorzitter, |
F. Meersschaut L. Lavrysen | F. Meersschaut L. Lavrysen |