Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 155/2021 van 28 oktober 2021 Rolnummer 7411 In zake : het beroep tot vernietiging van hoofdstuk 7, afdeling 2 , van het Vlaamse programmadecreet « bij de begroting van 2020 » van (...) Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en P. Nihoul, de rechters J.(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 155/2021 van 28 oktober 2021 Rolnummer 7411 In zake : het beroep tot vernietiging van hoofdstuk 7, afdeling 2 , van het Vlaamse programmadecreet « bij de begroting van 2020 » van (...) Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en P. Nihoul, de rechters J.(...) Uittreksel uit arrest nr. 155/2021 van 28 oktober 2021 Rolnummer 7411 In zake : het beroep tot vernietiging van hoofdstuk 7, afdeling 2 , van het Vlaamse programmadecreet « bij de begroting van 2020 » van (...) Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en P. Nihoul, de rechters J.(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 155/2021 van 28 oktober 2021 Uittreksel uit arrest nr. 155/2021 van 28 oktober 2021
Rolnummer 7411 Rolnummer 7411
In zake : het beroep tot vernietiging van hoofdstuk 7, afdeling 2 In zake : het beroep tot vernietiging van hoofdstuk 7, afdeling 2
(inzonderheid de artikelen 26 tot 28), van het Vlaamse (inzonderheid de artikelen 26 tot 28), van het Vlaamse
programmadecreet « bij de begroting van 2020 » van 20 december 2019, programmadecreet « bij de begroting van 2020 » van 20 december 2019,
ingesteld door de gemeente Tessenderlo en het openbaar centrum voor ingesteld door de gemeente Tessenderlo en het openbaar centrum voor
maatschappelijk welzijn van Tessenderlo. maatschappelijk welzijn van Tessenderlo.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en P. Nihoul, de rechters samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en P. Nihoul, de rechters
J.-P. Moerman, T. Giet, R. Leysen, J. Moerman, M. Pâques, Y. J.-P. Moerman, T. Giet, R. Leysen, J. Moerman, M. Pâques, Y.
Kherbache, T. Detienne en D. Pieters, en, overeenkomstig artikel 60bis Kherbache, T. Detienne en D. Pieters, en, overeenkomstig artikel 60bis
van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof,
emeritus voorzitter F. Daoût en emeritus rechter T. Merckx-Van Goey, emeritus voorzitter F. Daoût en emeritus rechter T. Merckx-Van Goey,
bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van
voorzitter L. Lavrysen, voorzitter L. Lavrysen,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 29 juni 2020 Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 29 juni 2020
ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 1 juli ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 1 juli
2020, is beroep tot vernietiging ingesteld van hoofdstuk 7, afdeling 2 2020, is beroep tot vernietiging ingesteld van hoofdstuk 7, afdeling 2
(inzonderheid de artikelen 26 tot 28), van het Vlaamse (inzonderheid de artikelen 26 tot 28), van het Vlaamse
programmadecreet « bij de begroting van 2020 » van 20 december 2019 programmadecreet « bij de begroting van 2020 » van 20 december 2019
(bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 30 december 2019) door (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 30 december 2019) door
de gemeente Tessenderlo en het openbaar centrum voor maatschappelijk de gemeente Tessenderlo en het openbaar centrum voor maatschappelijk
welzijn van Tessenderlo, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. S. welzijn van Tessenderlo, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. S.
Taelemans, advocaat bij de balie van Antwerpen. Taelemans, advocaat bij de balie van Antwerpen.
(...) (...)
II. In rechte II. In rechte
(...) (...)
Ten aanzien van de bestreden bepalingen en de context ervan Ten aanzien van de bestreden bepalingen en de context ervan
B.1.1. De verzoekende partijen, de gemeente Tessenderlo en het B.1.1. De verzoekende partijen, de gemeente Tessenderlo en het
openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (hierna : het OCMW) van openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (hierna : het OCMW) van
Tessenderlo, vorderen de vernietiging van de artikelen 26 tot 28 van Tessenderlo, vorderen de vernietiging van de artikelen 26 tot 28 van
het Vlaamse programmadecreet « bij de begroting van 2020 » van 20 het Vlaamse programmadecreet « bij de begroting van 2020 » van 20
december 2019 (hierna : het programmadecreet van 20 december 2019). december 2019 (hierna : het programmadecreet van 20 december 2019).
Die bepalingen voorzien in de toekenning van een dotatie, vanaf het Die bepalingen voorzien in de toekenning van een dotatie, vanaf het
jaar 2020, ten behoeve van de Vlaamse gemeenten, OCMW's, autonome jaar 2020, ten behoeve van de Vlaamse gemeenten, OCMW's, autonome
gemeentebedrijven, havenbedrijven, hulpverleningszones, politiezones, gemeentebedrijven, havenbedrijven, hulpverleningszones, politiezones,
ziekenhuizen en welzijnsverenigingen die, in het kader van de ziekenhuizen en welzijnsverenigingen die, in het kader van de
financiering van de pensioenen van hun vastbenoemde personeelsleden, financiering van de pensioenen van hun vastbenoemde personeelsleden,
een responsabiliseringsbijdrage verschuldigd zijn zoals bedoeld in de een responsabiliseringsbijdrage verschuldigd zijn zoals bedoeld in de
artikelen 19 en 20 van de wet van 24 oktober 2011 « tot vrijwaring van artikelen 19 en 20 van de wet van 24 oktober 2011 « tot vrijwaring van
een duurzame financiering van de pensioenen van de vastbenoemde een duurzame financiering van de pensioenen van de vastbenoemde
personeelsleden van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten personeelsleden van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten
en van de lokale politiezones, tot wijziging van de wet van 6 mei 2002 en van de lokale politiezones, tot wijziging van de wet van 6 mei 2002
tot oprichting van het fonds voor de pensioenen van de geïntegreerde tot oprichting van het fonds voor de pensioenen van de geïntegreerde
politie en houdende bijzondere bepalingen inzake sociale zekerheid en politie en houdende bijzondere bepalingen inzake sociale zekerheid en
houdende diverse wijzigingsbepalingen » (hierna : de wet van 24 houdende diverse wijzigingsbepalingen » (hierna : de wet van 24
oktober 2011). oktober 2011).
B.1.2. De bestreden bepalingen luidden in hun oorspronkelijke versie B.1.2. De bestreden bepalingen luidden in hun oorspronkelijke versie
als volgt : als volgt :
« Afdeling 2. - Financiering lokale besturen : « Afdeling 2. - Financiering lokale besturen :
responsabiliseringsbijdragen responsabiliseringsbijdragen

Art. 26.Vanaf 2020 kent de Vlaamse Regering aan de Vlaamse gemeenten,

Art. 26.Vanaf 2020 kent de Vlaamse Regering aan de Vlaamse gemeenten,

OCMW's, autonome gemeentebedrijven, havenbedrijven, OCMW's, autonome gemeentebedrijven, havenbedrijven,
hulpverleningszones, politiezones, ziekenhuizen en hulpverleningszones, politiezones, ziekenhuizen en
welzijnsverenigingen een dotatie toe ten belope van de helft van de welzijnsverenigingen een dotatie toe ten belope van de helft van de
door hen verschuldigde responsabiliseringsbijdragen, vermeld in door hen verschuldigde responsabiliseringsbijdragen, vermeld in
artikel 19 van de wet van 24 oktober 2011 tot vrijwaring van een artikel 19 van de wet van 24 oktober 2011 tot vrijwaring van een
duurzame financiering van de pensioenen van de vastbenoemde duurzame financiering van de pensioenen van de vastbenoemde
personeelsleden van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten personeelsleden van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten
en van de lokale politiezones, tot wijziging van de wet van 6 mei 2002 en van de lokale politiezones, tot wijziging van de wet van 6 mei 2002
tot oprichting van het fonds voor de pensioenen van de geïntegreerde tot oprichting van het fonds voor de pensioenen van de geïntegreerde
politie en houdende bijzondere bepalingen inzake sociale zekerheid en politie en houdende bijzondere bepalingen inzake sociale zekerheid en
houdende diverse wijzigingsbepalingen. houdende diverse wijzigingsbepalingen.
De dotatie houdt geen rekening met de korting die de besturen kunnen De dotatie houdt geen rekening met de korting die de besturen kunnen
krijgen op de responsabiliseringsbijdrage door de verschuldigde premie krijgen op de responsabiliseringsbijdrage door de verschuldigde premie
voor een aanvullende pensioenregeling voor hun contractueel personeel voor een aanvullende pensioenregeling voor hun contractueel personeel
in mindering te brengen. in mindering te brengen.
Voor de percentages van de wettelijke basisbijdrage en voor de Voor de percentages van de wettelijke basisbijdrage en voor de
responsabiliseringscoëfficiënt wordt uitgegaan van de percentages responsabiliseringscoëfficiënt wordt uitgegaan van de percentages
waarop de ramingen van de responsabiliseringsbijdragen van de Federale waarop de ramingen van de responsabiliseringsbijdragen van de Federale
Pensioendienst van mei 2019 gebaseerd zijn. Pensioendienst van mei 2019 gebaseerd zijn.
Wijzigingen aan de percentages voor de wettelijke basisbijdrage of aan Wijzigingen aan de percentages voor de wettelijke basisbijdrage of aan
de responsabiliseringscoëfficiënt worden enkel in rekening gebracht de responsabiliseringscoëfficiënt worden enkel in rekening gebracht
als ze een daling van de responsabiliseringsbijdrage van dat bestuur als ze een daling van de responsabiliseringsbijdrage van dat bestuur
tot gevolg hebben. tot gevolg hebben.

Art. 27.Voor het jaar 2020 wordt de dotatie voor elk bestuur

Art. 27.Voor het jaar 2020 wordt de dotatie voor elk bestuur

vastgesteld op basis van de ramingen van de vastgesteld op basis van de ramingen van de
responsabiliseringsbijdrage van de Federale Pensioendienst van mei responsabiliseringsbijdrage van de Federale Pensioendienst van mei
2019. 2019.
Vanaf 2021 stelt de Vlaamse Regering de dotatie, vermeld in artikel Vanaf 2021 stelt de Vlaamse Regering de dotatie, vermeld in artikel
26, voor elk bestuur vast op basis van de ramingen van de 26, voor elk bestuur vast op basis van de ramingen van de
responsabiliseringsbijdragen van de Federale Pensioendienst die op 31 responsabiliseringsbijdragen van de Federale Pensioendienst die op 31
oktober van elk jaar beschikbaar zijn. Dit bedrag wordt gecorrigeerd oktober van elk jaar beschikbaar zijn. Dit bedrag wordt gecorrigeerd
met het verschil tussen de toegekende dotatie voor het voorgaande jaar met het verschil tussen de toegekende dotatie voor het voorgaande jaar
en effectieve dotatie waar het bestuur recht op had na het definitief en effectieve dotatie waar het bestuur recht op had na het definitief
worden van de cijfers. worden van de cijfers.

Art. 28.De vastgestelde bedragen worden aan de besturen volledig

Art. 28.De vastgestelde bedragen worden aan de besturen volledig

betaald op de eerste werkdag van de maand december van elk jaar ». betaald op de eerste werkdag van de maand december van elk jaar ».
B.1.3. De memorie van toelichting van het programmadecreet van 20 B.1.3. De memorie van toelichting van het programmadecreet van 20
december 2019 vermeldt : december 2019 vermeldt :
« In tegenstelling tot andere overheidsniveaus, staan de lokale « In tegenstelling tot andere overheidsniveaus, staan de lokale
besturen zelf in voor de financiering van de pensioenen van hun besturen zelf in voor de financiering van de pensioenen van hun
(gewezen) statutair personeel. Daartoe zijn de meeste lokale besturen (gewezen) statutair personeel. Daartoe zijn de meeste lokale besturen
aangesloten bij het Gesolidariseerd Pensioenfonds van de provinciale aangesloten bij het Gesolidariseerd Pensioenfonds van de provinciale
en plaatselijke besturen. Dat fonds beheert de reserves en maakt de en plaatselijke besturen. Dat fonds beheert de reserves en maakt de
nodige middelen over aan de Federale Pensioendienst die instaat voor nodige middelen over aan de Federale Pensioendienst die instaat voor
de uitbetaling van de pensioenen. de uitbetaling van de pensioenen.
Om het hoofd te bieden aan de toenemende pensioenuitgaven werd het Om het hoofd te bieden aan de toenemende pensioenuitgaven werd het
percentage van de basisbijdragen stelselmatig verhoogd. Zo nam dit percentage van de basisbijdragen stelselmatig verhoogd. Zo nam dit
voor de besturen die oorspronkelijk bij het Fonds aangesloten waren voor de besturen die oorspronkelijk bij het Fonds aangesloten waren
(pool 1) toe van 27,5 % in 2009 tot 38,5 % in 2019. Tot en met 2011 (pool 1) toe van 27,5 % in 2009 tot 38,5 % in 2019. Tot en met 2011
droegen alle aangesloten besturen solidair bij in de lasten van de droegen alle aangesloten besturen solidair bij in de lasten van de
pensioenen van die besturen. Omdat de basisbijdragen, ondanks de pensioenen van die besturen. Omdat de basisbijdragen, ondanks de
snelle toename van de bijdragevoeten, niet langer volstonden, heeft de snelle toename van de bijdragevoeten, niet langer volstonden, heeft de
federale wetgever die solidariteit deels opgeheven door de invoering federale wetgever die solidariteit deels opgeheven door de invoering
van een responsabiliseringsbijdrage (wet van 24 oktober 2011 tot van een responsabiliseringsbijdrage (wet van 24 oktober 2011 tot
vrijwaring van een duurzame financiering van de pensioenen van de vrijwaring van een duurzame financiering van de pensioenen van de
vastbenoemde personeelsleden van de provinciale en plaatselijke vastbenoemde personeelsleden van de provinciale en plaatselijke
overheidsdiensten en van de lokale politiezones, tot wijziging van de overheidsdiensten en van de lokale politiezones, tot wijziging van de
wet van 6 mei 2002 tot oprichting van het fonds voor de pensioenen van wet van 6 mei 2002 tot oprichting van het fonds voor de pensioenen van
de geïntegreerde politie en houdende bijzondere bepalingen inzake de geïntegreerde politie en houdende bijzondere bepalingen inzake
sociale zekerheid en houdende diverse wijzigingsbepalingen). Als de sociale zekerheid en houdende diverse wijzigingsbepalingen). Als de
basisbijdragen die een bestuur betaalt op basis van de statutaire basisbijdragen die een bestuur betaalt op basis van de statutaire
loonmassa niet toereikend zijn om de pensioenen te betalen van de loonmassa niet toereikend zijn om de pensioenen te betalen van de
gewezen statutaire personeelsleden van het bestuur, dan moet dat gewezen statutaire personeelsleden van het bestuur, dan moet dat
bestuur sinds 2012 een bijkomende bijdrage betalen : de bestuur sinds 2012 een bijkomende bijdrage betalen : de
responsabiliseringbijdrage. Deze bijkomende responsabiliseringbijdrage. Deze bijkomende
responsabiliseringsbijdrage is een onvoorziene factor, die de responsabiliseringsbijdrage is een onvoorziene factor, die de
gemeentefinanciën sindsdien steeds sterker onder druk zet. gemeentefinanciën sindsdien steeds sterker onder druk zet.
Door de toename van het aantal gepensioneerde (voormalige statutaire) Door de toename van het aantal gepensioneerde (voormalige statutaire)
personeelsleden stijgt de pensioenmassa gestaag, terwijl de statutaire personeelsleden stijgt de pensioenmassa gestaag, terwijl de statutaire
loonmassa (basis voor de berekening van de basisbijdrage) gestaag loonmassa (basis voor de berekening van de basisbijdrage) gestaag
daalt als gevolg van de afnemende statutaire tewerkstelling. Dat daalt als gevolg van de afnemende statutaire tewerkstelling. Dat
noodzaakt het Gesolidariseerd Pensioenfonds enerzijds tot het verhogen noodzaakt het Gesolidariseerd Pensioenfonds enerzijds tot het verhogen
van het percentage van de bijdragen op de loonmassa en anderzijds tot van het percentage van de bijdragen op de loonmassa en anderzijds tot
het verhogen van de mate van responsabilisering (de zogenaamde het verhogen van de mate van responsabilisering (de zogenaamde
responsabiliseringscoëfficiënt). Overeenkomstig artikel 19 van de responsabiliseringscoëfficiënt). Overeenkomstig artikel 19 van de
voormelde wet wordt die jaarlijks, voor het voorbije jaar, in de loop voormelde wet wordt die jaarlijks, voor het voorbije jaar, in de loop
van het derde kwartaal van het lopende jaar, vastgesteld door het van het derde kwartaal van het lopende jaar, vastgesteld door het
beheerscomité van het Fonds. Bovendien mag die niet minder bedragen beheerscomité van het Fonds. Bovendien mag die niet minder bedragen
dan 50 % van het verschil tussen de in het voorbije jaar betaalde dan 50 % van het verschil tussen de in het voorbije jaar betaalde
pensioenen en de voor dat jaar betaalde basisbijdragen. Tot nog toe pensioenen en de voor dat jaar betaalde basisbijdragen. Tot nog toe
kon het beheerscomité die 50 % aanhouden, maar volgens prognoses van kon het beheerscomité die 50 % aanhouden, maar volgens prognoses van
de Federale Pensioendienst zal die coëfficiënt moeten toenemen tot 75 de Federale Pensioendienst zal die coëfficiënt moeten toenemen tot 75
% in 2024. % in 2024.
Die evolutie heeft een belangrijke impact op de financiën van de Die evolutie heeft een belangrijke impact op de financiën van de
lokale besturen. De Federale Pensioendienst maakt periodiek (en lokale besturen. De Federale Pensioendienst maakt periodiek (en
meerdere keren per jaar) aangepaste ramingen over de evolutie van de meerdere keren per jaar) aangepaste ramingen over de evolutie van de
basis- en de responsabiliseringsbijdragen voor de komende jaren. De basis- en de responsabiliseringsbijdragen voor de komende jaren. De
jongste ramingen dateren van mei 2019 en ramen de noodzakelijke jongste ramingen dateren van mei 2019 en ramen de noodzakelijke
bedragen voor de periode 2020-2024. bedragen voor de periode 2020-2024.
De enorme stijging van de geraamde responsabiliseringsbijdragen dreigt De enorme stijging van de geraamde responsabiliseringsbijdragen dreigt
de gemeentelijke financiën (of de gemeentelijke dienstverlening of de gemeentelijke financiën (of de gemeentelijke dienstverlening of
investeringen) al vanaf 2020 (te) sterk onder druk te zetten indien investeringen) al vanaf 2020 (te) sterk onder druk te zetten indien
het bedrag van de huidige financieringsmechanismen van de Vlaamse het bedrag van de huidige financieringsmechanismen van de Vlaamse
gemeenten (in essentie het Gemeentefonds en de aanvullende dotaties gemeenten (in essentie het Gemeentefonds en de aanvullende dotaties
van het Gemeentefonds) ongewijzigd zouden blijven. van het Gemeentefonds) ongewijzigd zouden blijven.
Het hr-beleid van de lokale besturen en vooral de wijze van Het hr-beleid van de lokale besturen en vooral de wijze van
aanstelling van personeel hebben een belangrijke impact op de hoogte aanstelling van personeel hebben een belangrijke impact op de hoogte
en de evolutie van de responsabiliseringsbijdrage. Deze maatregel wil en de evolutie van de responsabiliseringsbijdrage. Deze maatregel wil
dat effect milderen en de lokale besturen meer mogelijkheden geven dat effect milderen en de lokale besturen meer mogelijkheden geven
voor het voeren van een zelfstandig personeelsbeleid. voor het voeren van een zelfstandig personeelsbeleid.
Daarom stelt de Vlaamse overheid, bovenop de bestaande dotaties, vanaf Daarom stelt de Vlaamse overheid, bovenop de bestaande dotaties, vanaf
2020 een nieuwe algemene financieringslijn in voor de lokale besturen 2020 een nieuwe algemene financieringslijn in voor de lokale besturen
ten belope van de helft van de responsabiliseringsbijdrage die de ten belope van de helft van de responsabiliseringsbijdrage die de
Vlaamse gemeenten, OCMW's, autonome gemeentebedrijven, havenbedrijven, Vlaamse gemeenten, OCMW's, autonome gemeentebedrijven, havenbedrijven,
hulverleningszones, politiezones, ziekenhuizen en welzijnsverenigingen hulverleningszones, politiezones, ziekenhuizen en welzijnsverenigingen
moeten betalen. moeten betalen.
De korting die besturen kunnen krijgen op de De korting die besturen kunnen krijgen op de
responsabiliseringsbijdrage door de verschuldigde premie voor een responsabiliseringsbijdrage door de verschuldigde premie voor een
aanvullende pensioenregeling voor hun contractueel personeel (tweede aanvullende pensioenregeling voor hun contractueel personeel (tweede
pensioenpijler) in mindering te brengen, wordt in deze pensioenpijler) in mindering te brengen, wordt in deze
financieringsregeling niet in rekening gebracht. De Vlaamse overheid financieringsregeling niet in rekening gebracht. De Vlaamse overheid
gaat in deze uit van de ' bruto responsabiliseringsbijdrage '. gaat in deze uit van de ' bruto responsabiliseringsbijdrage '.
Voor de berekening van de dotatie wordt uitgegaan van de percentages Voor de berekening van de dotatie wordt uitgegaan van de percentages
van de wettelijke basisbijdrage en van de van de wettelijke basisbijdrage en van de
responsabiliseringscoëfficiënt die de Federale Pensioendienst heeft responsabiliseringscoëfficiënt die de Federale Pensioendienst heeft
gehanteerd bij de ramingen van de responsabiliseringsbijdragen van mei gehanteerd bij de ramingen van de responsabiliseringsbijdragen van mei
2019. Wijzigingen aan de percentages voor de wettelijke basisbijdrage 2019. Wijzigingen aan de percentages voor de wettelijke basisbijdrage
of aan de responsabiliseringscoëfficiënt worden enkel in rekening of aan de responsabiliseringscoëfficiënt worden enkel in rekening
gebracht als ze een daling van de responsabiliseringsbijdrage van dat gebracht als ze een daling van de responsabiliseringsbijdrage van dat
bestuur tot gevolg hebben. De gevolgen van wijzigingen in de loonmassa bestuur tot gevolg hebben. De gevolgen van wijzigingen in de loonmassa
van de statutaire personeelsleden worden wel altijd meegenomen in de van de statutaire personeelsleden worden wel altijd meegenomen in de
berekening van de dotatie (zowel in plus als in min) » (Parl. St., berekening van de dotatie (zowel in plus als in min) » (Parl. St.,
Vlaams Parlement, 2019-2020, nr. 152/1, pp. 14-15). Vlaams Parlement, 2019-2020, nr. 152/1, pp. 14-15).
B.1.4. De bestreden bepalingen werden inmiddels gedeeltelijk gewijzigd B.1.4. De bestreden bepalingen werden inmiddels gedeeltelijk gewijzigd
bij de artikelen 55 tot 57 van het programmadecreet « bij de bij de artikelen 55 tot 57 van het programmadecreet « bij de
aanpassing van de begroting 2020 » van 26 juni 2020 (hierna : het aanpassing van de begroting 2020 » van 26 juni 2020 (hierna : het
programmadecreet van 26 juni 2020), die bepalen : programmadecreet van 26 juni 2020), die bepalen :
«

Art. 55.In artikel 26 van het programmadecreet van 20 december 2019

«

Art. 55.In artikel 26 van het programmadecreet van 20 december 2019

bij de begroting 2020, worden het derde en het vierde lid vervangen bij de begroting 2020, worden het derde en het vierde lid vervangen
door wat volgt : door wat volgt :
' Voor de percentages van de wettelijke basisbijdrage en voor de ' Voor de percentages van de wettelijke basisbijdrage en voor de
responsabiliseringscoëfficiënt wordt uitgegaan van de percentages responsabiliseringscoëfficiënt wordt uitgegaan van de percentages
waarop de ramingen van de responsabiliseringsbijdragen door de waarop de ramingen van de responsabiliseringsbijdragen door de
Federale Pensioendienst van mei 2019 gebaseerd zijn. Wijzigingen aan Federale Pensioendienst van mei 2019 gebaseerd zijn. Wijzigingen aan
die percentages worden enkel in rekening gebracht als ze een daling die percentages worden enkel in rekening gebracht als ze een daling
van de responsabiliseringsbijdrage van dat bestuur tot gevolg hebben. van de responsabiliseringsbijdrage van dat bestuur tot gevolg hebben.
'. '.

Art. 56.Artikel 27 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat

Art. 56.Artikel 27 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat

volgt : volgt :
'

Art. 27.Vanaf 2020 stelt de Vlaamse Regering de dotatie, vermeld in

'

Art. 27.Vanaf 2020 stelt de Vlaamse Regering de dotatie, vermeld in

artikel 26, voor elk bestuur vast op basis van de meest recente artikel 26, voor elk bestuur vast op basis van de meest recente
ramingen van de responsabiliseringsbijdragen die de Federale ramingen van de responsabiliseringsbijdragen die de Federale
Pensioendienst haar op 30 september van het betrokken begrotingsjaar Pensioendienst haar op 30 september van het betrokken begrotingsjaar
ter beschikking stelt. Vanaf 2021 wordt die dotatie gecorrigeerd met ter beschikking stelt. Vanaf 2021 wordt die dotatie gecorrigeerd met
het verschil tussen de toegekende dotatie voor het voorgaande jaar en het verschil tussen de toegekende dotatie voor het voorgaande jaar en
de effectieve dotatie waarop het bestuur recht had na het definitief de effectieve dotatie waarop het bestuur recht had na het definitief
worden van de responsabiliseringsbijdrage. worden van de responsabiliseringsbijdrage.
Als de correctie, vermeld in het eerste lid, leidt tot een negatief Als de correctie, vermeld in het eerste lid, leidt tot een negatief
bedrag, kan de Vlaamse Regering dat bedrag van het bestuur bedrag, kan de Vlaamse Regering dat bedrag van het bestuur
terugvorderen. ' terugvorderen. '

Art. 57.Aan artikel 28 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid

Art. 57.Aan artikel 28 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid

toegevoegd, dat luidt als volgt : toegevoegd, dat luidt als volgt :
' Als het begrotingskrediet voor een bepaald jaar ontoereikend is, ' Als het begrotingskrediet voor een bepaald jaar ontoereikend is,
worden de dotaties aan de besturen pro rata het beschikbare worden de dotaties aan de besturen pro rata het beschikbare
begrotingskrediet betaald op de eerste werkdag van de maand december begrotingskrediet betaald op de eerste werkdag van de maand december
van dat jaar. Het nog te betalen saldo voor dat jaar wordt toegevoegd van dat jaar. Het nog te betalen saldo voor dat jaar wordt toegevoegd
aan het begrotingskrediet van het volgende jaar en betaald binnen de aan het begrotingskrediet van het volgende jaar en betaald binnen de
twee maanden nadat daarvoor het nodige krediet op de begroting werd twee maanden nadat daarvoor het nodige krediet op de begroting werd
ingeschreven. ' ». ingeschreven. ' ».
Die wijzigingen, die in werking zijn getreden op 27 juli 2020, hebben Die wijzigingen, die in werking zijn getreden op 27 juli 2020, hebben
geen invloed op het onderzoek van het huidige beroep tot vernietiging. geen invloed op het onderzoek van het huidige beroep tot vernietiging.
B.2. Bij ministerieel besluit van 19 november 2020 « tot vaststelling B.2. Bij ministerieel besluit van 19 november 2020 « tot vaststelling
en toekenning van een dotatie voor het jaar 2020 aan de Vlaamse en toekenning van een dotatie voor het jaar 2020 aan de Vlaamse
gemeenten, OCMW's, autonome gemeentebedrijven, havenbedrijven, gemeenten, OCMW's, autonome gemeentebedrijven, havenbedrijven,
hulpverleningszones, politiezones, ziekenhuizen en hulpverleningszones, politiezones, ziekenhuizen en
welzijnsverenigingen op basis van de helft van hun welzijnsverenigingen op basis van de helft van hun
responsabiliseringsbijdrage » werd de aldus vastgestelde dotatie voor responsabiliseringsbijdrage » werd de aldus vastgestelde dotatie voor
de eerste maal toegekend. De bedragen van de individuele dotaties voor de eerste maal toegekend. De bedragen van de individuele dotaties voor
het jaar 2020 worden vermeld in de bijlage bij het ministerieel het jaar 2020 worden vermeld in de bijlage bij het ministerieel
besluit. Daaruit blijkt dat aan de verzoekende partijen geen dotatie besluit. Daaruit blijkt dat aan de verzoekende partijen geen dotatie
werd toegekend. werd toegekend.
B.3.1. De voormelde wet van 24 oktober 2011, waarnaar het bestreden B.3.1. De voormelde wet van 24 oktober 2011, waarnaar het bestreden
artikel 26 van het programmadecreet van 20 december 2019 verwijst, artikel 26 van het programmadecreet van 20 december 2019 verwijst,
heeft een hervorming tot stand gebracht van de financiering van de heeft een hervorming tot stand gebracht van de financiering van de
pensioenen voor het vastbenoemd personeel van de provinciale en pensioenen voor het vastbenoemd personeel van de provinciale en
plaatselijke overheidsdiensten en van de lokale politiezones. In plaatselijke overheidsdiensten en van de lokale politiezones. In
tegenstelling tot de werkgevers in de privésector of tot de federale tegenstelling tot de werkgevers in de privésector of tot de federale
overheidsdiensten en de ministeries van de gemeenschappen en de overheidsdiensten en de ministeries van de gemeenschappen en de
gewesten, dragen die besturen integraal de pensioenlasten van hun gewesten, dragen die besturen integraal de pensioenlasten van hun
vastbenoemde personeelsleden en hun rechthebbenden, dus zonder vastbenoemde personeelsleden en hun rechthebbenden, dus zonder
tegemoetkoming van de federale Staat (Parl. St., Kamer, 2010-2011, DOC tegemoetkoming van de federale Staat (Parl. St., Kamer, 2010-2011, DOC
53-1770/001, p. 5). 53-1770/001, p. 5).
De aldus hervormde financieringsregeling berust op een systeem van De aldus hervormde financieringsregeling berust op een systeem van
verdeling, dat inhoudt dat de basispensioenbijdragen die door elke verdeling, dat inhoudt dat de basispensioenbijdragen die door elke
werkgever worden betaald op de loonmassa die overeenstemt met de lonen werkgever worden betaald op de loonmassa die overeenstemt met de lonen
die in de loop van het jaar aan het vastbenoemd personeel worden die in de loop van het jaar aan het vastbenoemd personeel worden
uitbetaald, dienen om de pensioenen te financieren van de gewezen uitbetaald, dienen om de pensioenen te financieren van de gewezen
vastbenoemde personeelsleden van de betrokken besturen en hun vastbenoemde personeelsleden van de betrokken besturen en hun
rechthebbenden die tijdens hetzelfde jaar een pensioen ontvangen. rechthebbenden die tijdens hetzelfde jaar een pensioen ontvangen.
B.3.2. Vóór de inwerkingtreding van de wet van 24 oktober 2011 vielen B.3.2. Vóór de inwerkingtreding van de wet van 24 oktober 2011 vielen
de provinciale en plaatselijke besturen onder verschillende systemen, de provinciale en plaatselijke besturen onder verschillende systemen,
zogenaamde « pools », om de wettelijke pensioenen van hun vastbenoemde zogenaamde « pools », om de wettelijke pensioenen van hun vastbenoemde
personeelsleden en hun rechthebbenden te financieren (ibid., pp. 4-5). personeelsleden en hun rechthebbenden te financieren (ibid., pp. 4-5).
Bij de wet van 24 oktober 2011 werden die pools samengevoegd in één Bij de wet van 24 oktober 2011 werden die pools samengevoegd in één
enkel fonds dat werd opgericht binnen de Rijksdienst voor Sociale enkel fonds dat werd opgericht binnen de Rijksdienst voor Sociale
Zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten (hierna Zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten (hierna
: de RSZPPO), oorspronkelijk het « Gesolidariseerde Pensioenfonds van : de RSZPPO), oorspronkelijk het « Gesolidariseerde Pensioenfonds van
de RSZPPO » en sedert de inwerkingtreding van de wet van 12 mei 2014 « de RSZPPO » en sedert de inwerkingtreding van de wet van 12 mei 2014 «
tot oprichting van de Dienst voor de bijzondere tot oprichting van de Dienst voor de bijzondere
socialezekerheidsstelsels » het « Gesolidariseerde Pensioenfonds van socialezekerheidsstelsels » het « Gesolidariseerde Pensioenfonds van
de provinciale en plaatselijke besturen » (hierna : het de provinciale en plaatselijke besturen » (hierna : het
Gesolidariseerde Pensioenfonds) genaamd. In dat fonds worden de Gesolidariseerde Pensioenfonds) genaamd. In dat fonds worden de
uitgaven en de ontvangsten solidair verdeeld tussen alle deelnemers, uitgaven en de ontvangsten solidair verdeeld tussen alle deelnemers,
die ook zijn onderworpen aan één identieke basispensioenbijdragevoet. die ook zijn onderworpen aan één identieke basispensioenbijdragevoet.
B.3.3. Uit de artikelen 5 en 6 van de wet van 24 oktober 2011 volgt B.3.3. Uit de artikelen 5 en 6 van de wet van 24 oktober 2011 volgt
dat de provinciale en plaatselijke besturen die de pensioenen van hun dat de provinciale en plaatselijke besturen die de pensioenen van hun
vastbenoemd personeel voorheen hetzij zelf, hetzij via een vastbenoemd personeel voorheen hetzij zelf, hetzij via een
voorzorgsinstelling beheerden, ambtshalve werden aangesloten bij het voorzorgsinstelling beheerden, ambtshalve werden aangesloten bij het
Gesolidariseerde Pensioenfonds. Artikel 5, § 3, van diezelfde wet bood Gesolidariseerde Pensioenfonds. Artikel 5, § 3, van diezelfde wet bood
hun echter de mogelijkheid om zich tegen die ambtshalve aansluiting te hun echter de mogelijkheid om zich tegen die ambtshalve aansluiting te
verzetten. Krachtens artikel 5, § 5, blijft een bestuur dat zich verzetten. Krachtens artikel 5, § 5, blijft een bestuur dat zich
verzet heeft tegen een ambtshalve aansluiting bij het Gesolidariseerde verzet heeft tegen een ambtshalve aansluiting bij het Gesolidariseerde
Pensioenfonds vrij om op een later tijdstip een aansluiting aan te Pensioenfonds vrij om op een later tijdstip een aansluiting aan te
vragen. vragen.
B.3.4. De artikelen 19 en 20 van de wet van 24 oktober 2011 leggen aan B.3.4. De artikelen 19 en 20 van de wet van 24 oktober 2011 leggen aan
bepaalde provinciale en plaatselijke besturen die lid zijn van het bepaalde provinciale en plaatselijke besturen die lid zijn van het
Gesolidariseerde Pensioenfonds een responsabiliseringsbijdrage op die Gesolidariseerde Pensioenfonds een responsabiliseringsbijdrage op die
een aanvulling is op de werkgeversbijdragen inzake pensioenen. Zoals een aanvulling is op de werkgeversbijdragen inzake pensioenen. Zoals
vermeld in B.1.1, kunnen enkel de besturen die een dergelijke vermeld in B.1.1, kunnen enkel de besturen die een dergelijke
responsabiliseringsbijdrage verschuldigd zijn aanspraak maken op de responsabiliseringsbijdrage verschuldigd zijn aanspraak maken op de
bij de bestreden bepalingen ingevoerde dotatie. bij de bestreden bepalingen ingevoerde dotatie.
De responsabiliseringsbijdrage is verschuldigd wanneer de eigen De responsabiliseringsbijdrage is verschuldigd wanneer de eigen
pensioenbijdragevoet van de betrokken werkgever groter is dan de pensioenbijdragevoet van de betrokken werkgever groter is dan de
basispensioenbijdragevoet die is vastgesteld met toepassing van basispensioenbijdragevoet die is vastgesteld met toepassing van
artikel 16 van de wet van 24 oktober 2011. De eigen artikel 16 van de wet van 24 oktober 2011. De eigen
pensioenbijdragevoet is de verhouding tussen, enerzijds, de uitgaven pensioenbijdragevoet is de verhouding tussen, enerzijds, de uitgaven
inzake pensioenen die het Gesolidariseerde Pensioenfonds gedurende het inzake pensioenen die het Gesolidariseerde Pensioenfonds gedurende het
beschouwde jaar heeft gedragen voor de gewezen personeelsleden van de beschouwde jaar heeft gedragen voor de gewezen personeelsleden van de
betrokken werkgever en hun rechthebbenden en, anderzijds, de loonmassa betrokken werkgever en hun rechthebbenden en, anderzijds, de loonmassa
die overeenstemt met het aan pensioenbijdragen onderworpen loon dat die overeenstemt met het aan pensioenbijdragen onderworpen loon dat
voor datzelfde jaar door die werkgever werd uitbetaald aan zijn voor datzelfde jaar door die werkgever werd uitbetaald aan zijn
vastbenoemd personeel dat bij het fonds is aangesloten. vastbenoemd personeel dat bij het fonds is aangesloten.
B.3.5. Zoals blijkt uit de parlementaire voorbereiding van de wet van B.3.5. Zoals blijkt uit de parlementaire voorbereiding van de wet van
24 oktober 2011, « zijn [het] inderdaad slechts de 24 oktober 2011, « zijn [het] inderdaad slechts de
geresponsabiliseerde werkgevers die in een rechtvaardiger mate moeten geresponsabiliseerde werkgevers die in een rechtvaardiger mate moeten
bijdragen tot de solidariteit vermits ze er momenteel niet voldoende bijdragen tot de solidariteit vermits ze er momenteel niet voldoende
aan deelnemen en zulks een deficit doet ontstaan » (ibid., p. 38). De aan deelnemen en zulks een deficit doet ontstaan » (ibid., p. 38). De
geresponsabiliseerde werkgevers zijn die van wie de loonmassa van de geresponsabiliseerde werkgevers zijn die van wie de loonmassa van de
aan het benoemde personeel uitbetaalde lonen te laag is ten opzichte aan het benoemde personeel uitbetaalde lonen te laag is ten opzichte
van de last van de pensioenen verschuldigd aan hun voormalige benoemde van de last van de pensioenen verschuldigd aan hun voormalige benoemde
personeelsleden en hun rechthebbenden. personeelsleden en hun rechthebbenden.
B.3.6. De aanvulling van de werkgeversbijdrage inzake pensioenen, B.3.6. De aanvulling van de werkgeversbijdrage inzake pensioenen,
verschuldigd als individuele responsabilisering en berekend met verschuldigd als individuele responsabilisering en berekend met
toepassing van de voormelde bepalingen, heeft tot doel een specifiek toepassing van de voormelde bepalingen, heeft tot doel een specifiek
fenomeen te compenseren dat het probleem van de financiering fenomeen te compenseren dat het probleem van de financiering
verergert, of althans het bijdragepercentage verhoogt : verergert, of althans het bijdragepercentage verhoogt :
« In het bijzonder gaat het om de vermindering van het aantal « In het bijzonder gaat het om de vermindering van het aantal
vastbenoemde ambtenaren en daardoor om de daling van de vastbenoemde ambtenaren en daardoor om de daling van de
pensioenbijdragen. In combinatie met de stijgende pensioenlasten en pensioenbijdragen. In combinatie met de stijgende pensioenlasten en
rekening houdend met de manier waarop het bijdragepercentage rekening houdend met de manier waarop het bijdragepercentage
vastgesteld wordt op basis van ' ontvangsten en uitgaven in evenwicht vastgesteld wordt op basis van ' ontvangsten en uitgaven in evenwicht
', leidt dit tot een constante stijging van het bijdragepercentage dat ', leidt dit tot een constante stijging van het bijdragepercentage dat
nodig is om de uitgaven te dekken » (ibid., p. 6). nodig is om de uitgaven te dekken » (ibid., p. 6).
Om dat fenomeen in te dijken heeft de wetgever een gedeeltelijke Om dat fenomeen in te dijken heeft de wetgever een gedeeltelijke
responsabilisering van bepaalde werkgevers willen organiseren : responsabilisering van bepaalde werkgevers willen organiseren :
« Een identieke ' responsabiliseringscoëfficiënt ' wordt toegepast op « Een identieke ' responsabiliseringscoëfficiënt ' wordt toegepast op
alle geresponsabiliseerde besturen. Hij is van toepassing op de alle geresponsabiliseerde besturen. Hij is van toepassing op de
elementen die eigen zijn aan de individuele situatie bij elk van de elementen die eigen zijn aan de individuele situatie bij elk van de
betrokken besturen, met name op het verschil tussen de pensioenlast betrokken besturen, met name op het verschil tussen de pensioenlast
gedragen door de solidariteit voor het beschouwde bestuur en de gedragen door de solidariteit voor het beschouwde bestuur en de
pensioenbijdragen die dit bestuur betaalt aan het basispercentage in pensioenbijdragen die dit bestuur betaalt aan het basispercentage in
het kader van de solidariteit. [...] het kader van de solidariteit. [...]
[...] [...]
De bijkomende pensioenbijdragen zijn enkel patronaal, zonder aandeel De bijkomende pensioenbijdragen zijn enkel patronaal, zonder aandeel
van het personeelslid. Enerzijds, vloeien zij voort uit de houding van van het personeelslid. Enerzijds, vloeien zij voort uit de houding van
de werkgever en zijn niet ten laste van de personeelsleden » (ibid., de werkgever en zijn niet ten laste van de personeelsleden » (ibid.,
pp. 18-19). pp. 18-19).
B.3.7. Zoals het Hof bij zijn arrest nr. 71/2013 van 22 mei 2013 heeft B.3.7. Zoals het Hof bij zijn arrest nr. 71/2013 van 22 mei 2013 heeft
geoordeeld, is het niet zonder verantwoording dat de wetgever heeft geoordeeld, is het niet zonder verantwoording dat de wetgever heeft
getracht de moeilijkheden inzake financiering van de pensioenen die getracht de moeilijkheden inzake financiering van de pensioenen die
worden teweeggebracht door een vermindering, door bepaalde werkgevers, worden teweeggebracht door een vermindering, door bepaalde werkgevers,
van het aantal benoemde personeelsleden en, bijgevolg, van de van het aantal benoemde personeelsleden en, bijgevolg, van de
loonmassa waarop de basispensioenbijdrage wordt berekend, te loonmassa waarop de basispensioenbijdrage wordt berekend, te
corrigeren door die werkgevers een gedeelte van de financiële gevolgen corrigeren door die werkgevers een gedeelte van de financiële gevolgen
van hun keuze inzake de benoeming van hun personeel te laten dragen, van hun keuze inzake de benoeming van hun personeel te laten dragen,
door de betaling van een responsabiliseringsbijdrage die het mogelijk door de betaling van een responsabiliseringsbijdrage die het mogelijk
maakt de bijkomende pensioenlast die die werkgevers op alle bij het maakt de bijkomende pensioenlast die die werkgevers op alle bij het
Gesolidariseerde Pensioenfonds aangesloten besturen doen rusten, te Gesolidariseerde Pensioenfonds aangesloten besturen doen rusten, te
compenseren, zij het gedeeltelijk. compenseren, zij het gedeeltelijk.
B.3.8. Met artikel 12 van de wet van 30 maart 2018 « met betrekking B.3.8. Met artikel 12 van de wet van 30 maart 2018 « met betrekking
tot het niet in aanmerking nemen van diensten gepresteerd als tot het niet in aanmerking nemen van diensten gepresteerd als
nietvastbenoemd personeelslid voor een pensioen van de nietvastbenoemd personeelslid voor een pensioen van de
overheidssector, tot wijziging van de individuele responsabilisering overheidssector, tot wijziging van de individuele responsabilisering
van de provinciale en lokale overheden binnen het Gesolidariseerde van de provinciale en lokale overheden binnen het Gesolidariseerde
pensioenfonds, tot aanpassing van de reglementering inzake aanvullende pensioenfonds, tot aanpassing van de reglementering inzake aanvullende
pensioenen, tot wijziging van de modaliteiten van de financiering van pensioenen, tot wijziging van de modaliteiten van de financiering van
het Gesolidariseerde pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke het Gesolidariseerde pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke
besturen en tot bijkomende financiering van het Gesolidariseerde besturen en tot bijkomende financiering van het Gesolidariseerde
pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke besturen » wenste de pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke besturen » wenste de
wetgever de individuele responsabilisering van de werkgevers zoals die wetgever de individuele responsabilisering van de werkgevers zoals die
was ingevoerd bij de wet van 24 oktober 2011 nog meer te verfijnen, was ingevoerd bij de wet van 24 oktober 2011 nog meer te verfijnen,
door te bepalen dat 50 % van de kosten die zijn gemaakt voor de opbouw door te bepalen dat 50 % van de kosten die zijn gemaakt voor de opbouw
van een aanvullend pensioen voor het contractueel personeel kan worden van een aanvullend pensioen voor het contractueel personeel kan worden
afgetrokken van de verschuldigde responsabiliseringsbijdrage (Parl. afgetrokken van de verschuldigde responsabiliseringsbijdrage (Parl.
St., Kamer, 2017-2018, DOC 54-2718/001, pp. 6 en 19, en DOC St., Kamer, 2017-2018, DOC 54-2718/001, pp. 6 en 19, en DOC
54-2718/003, p. 8). 54-2718/003, p. 8).
Uit de bestreden bepalingen blijkt dat bij de berekening van de Uit de bestreden bepalingen blijkt dat bij de berekening van de
betwiste dotatie geen rekening wordt gehouden met die vermindering van betwiste dotatie geen rekening wordt gehouden met die vermindering van
de responsabiliseringsbijdrage. In de in B.1.3 vermelde passage uit de de responsabiliseringsbijdrage. In de in B.1.3 vermelde passage uit de
memorie van toelichting is te lezen dat in dat opzicht wordt uitgegaan memorie van toelichting is te lezen dat in dat opzicht wordt uitgegaan
van de « bruto responsabiliseringsbijdrage » (Parl. St., Vlaams van de « bruto responsabiliseringsbijdrage » (Parl. St., Vlaams
Parlement, 2019-2020, nr. 152/1, p. 15). Parlement, 2019-2020, nr. 152/1, p. 15).
Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het beroep tot vernietiging. Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het beroep tot vernietiging.
B.4. De Vlaamse Regering voert aan dat de verzoekende partijen geen B.4. De Vlaamse Regering voert aan dat de verzoekende partijen geen
grieven aanvoeren tegen de bestreden bepalingen, voor zover die grieven aanvoeren tegen de bestreden bepalingen, voor zover die
bepalingen een dotatie toekennen aan autonome gemeentebedrijven, bepalingen een dotatie toekennen aan autonome gemeentebedrijven,
havenbedrijven, hulpverleningszones, politiezones, ziekenhuizen en havenbedrijven, hulpverleningszones, politiezones, ziekenhuizen en
welzijnsverenigingen. Evenmin zouden de verzoekende partijen doen welzijnsverenigingen. Evenmin zouden de verzoekende partijen doen
blijken van het vereiste belang om de vernietiging te vorderen van die blijken van het vereiste belang om de vernietiging te vorderen van die
aspecten van de bestreden bepalingen. aspecten van de bestreden bepalingen.
B.5.1. Het Hof bepaalt de omvang van het beroep tot vernietiging aan B.5.1. Het Hof bepaalt de omvang van het beroep tot vernietiging aan
de hand van de inhoud van het verzoekschrift en in het bijzonder op de hand van de inhoud van het verzoekschrift en in het bijzonder op
basis van de uiteenzetting van de middelen. Het Hof beperkt zijn basis van de uiteenzetting van de middelen. Het Hof beperkt zijn
onderzoek tot de bepalingen en de aspecten daarvan waartegen onderzoek tot de bepalingen en de aspecten daarvan waartegen
daadwerkelijk grieven zijn aangewend. daadwerkelijk grieven zijn aangewend.
B.5.2. Uit de uiteenzetting van de middelen blijkt dat de grieven van B.5.2. Uit de uiteenzetting van de middelen blijkt dat de grieven van
de verzoekende partijen niet zijn gericht tegen de toekenning, bij de de verzoekende partijen niet zijn gericht tegen de toekenning, bij de
bestreden bepalingen, van een dotatie aan autonome gemeentebedrijven, bestreden bepalingen, van een dotatie aan autonome gemeentebedrijven,
havenbedrijven, hulpverleningszones, politiezones, ziekenhuizen en havenbedrijven, hulpverleningszones, politiezones, ziekenhuizen en
welzijnsverenigingen. Hoewel de verzoekende partijen in de memorie van welzijnsverenigingen. Hoewel de verzoekende partijen in de memorie van
antwoord aanvoeren dat zij de vernietiging beogen van de bestreden antwoord aanvoeren dat zij de vernietiging beogen van de bestreden
bepalingen in hun geheel, zetten zij niet uiteen in welk opzicht de bepalingen in hun geheel, zetten zij niet uiteen in welk opzicht de
voormelde aspecten van de bestreden bepalingen in strijd zouden zijn voormelde aspecten van de bestreden bepalingen in strijd zouden zijn
met de regels waarvan het Hof de naleving waarborgt. met de regels waarvan het Hof de naleving waarborgt.
B.5.3. Bijgevolg onderzoekt het Hof de bestreden bepalingen enkel voor B.5.3. Bijgevolg onderzoekt het Hof de bestreden bepalingen enkel voor
zover die bepalingen een dotatie toekennen aan de gemeenten en OCMW's. zover die bepalingen een dotatie toekennen aan de gemeenten en OCMW's.
B.6. In die omstandigheden dient het Hof niet te onderzoeken of de B.6. In die omstandigheden dient het Hof niet te onderzoeken of de
verzoekende partijen doen blijken van het vereiste belang bij de verzoekende partijen doen blijken van het vereiste belang bij de
vernietiging van de andere aspecten van de bestreden bepalingen, met vernietiging van de andere aspecten van de bestreden bepalingen, met
name voor zover daarbij een dotatie wordt toegekend aan autonome name voor zover daarbij een dotatie wordt toegekend aan autonome
gemeentebedrijven, havenbedrijven, hulpverleningszones, politiezones, gemeentebedrijven, havenbedrijven, hulpverleningszones, politiezones,
ziekenhuizen en welzijnsverenigingen. ziekenhuizen en welzijnsverenigingen.
Ten gronde Ten gronde
Wat betreft het eerste middel Wat betreft het eerste middel
B.7. Het eerste middel is afgeleid uit de schending van de B.7. Het eerste middel is afgeleid uit de schending van de
bevoegdheidverdelende regels, meer bepaald artikel 5, § 1, II, 2°, en bevoegdheidverdelende regels, meer bepaald artikel 5, § 1, II, 2°, en
artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 1°, vijfde streepje, 9° en 10°, van artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 1°, vijfde streepje, 9° en 10°, van
de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen
(hierna : de bijzondere wet van 8 augustus 1980). Volgens de (hierna : de bijzondere wet van 8 augustus 1980). Volgens de
verzoekende partijen zou de decreetgever niet bevoegd zijn om de verzoekende partijen zou de decreetgever niet bevoegd zijn om de
betwiste dotatie in te voeren, omdat die is bedoeld om de pensioenen betwiste dotatie in te voeren, omdat die is bedoeld om de pensioenen
van de vastbenoemde personeelsleden van de plaatselijke besturen te van de vastbenoemde personeelsleden van de plaatselijke besturen te
financieren. Die aangelegenheid zou behoren tot de bevoegdheid van de financieren. Die aangelegenheid zou behoren tot de bevoegdheid van de
federale overheid. In tegenstelling tot wat de Vlaamse Regering federale overheid. In tegenstelling tot wat de Vlaamse Regering
aanvoert, zijn de verzoekende partijen van oordeel dat de bestreden aanvoert, zijn de verzoekende partijen van oordeel dat de bestreden
bepalingen geen bevoegdheidsrechtelijke grondslag kunnen vinden in de bepalingen geen bevoegdheidsrechtelijke grondslag kunnen vinden in de
gewestbevoegdheid inzake de algemene financiering van de gemeenten, gewestbevoegdheid inzake de algemene financiering van de gemeenten,
en, voor wat de OCMW's betreft, evenmin in de gemeenschapsbevoegdheid en, voor wat de OCMW's betreft, evenmin in de gemeenschapsbevoegdheid
inzake maatschappelijk welzijn. inzake maatschappelijk welzijn.
B.8. Krachtens artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 1°, vijfde streepje, B.8. Krachtens artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 1°, vijfde streepje,
van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 zijn de gewesten bevoegd van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 zijn de gewesten bevoegd
voor de ondergeschikte besturen en meer bepaald voor « de voor de ondergeschikte besturen en meer bepaald voor « de
samenstelling, organisatie, bevoegdheid en werking van de provinciale samenstelling, organisatie, bevoegdheid en werking van de provinciale
en gemeentelijke instellingen en van de bovengemeentelijke besturen », en gemeentelijke instellingen en van de bovengemeentelijke besturen »,
met uitzondering van « de pensioenstelsels van het personeel en de met uitzondering van « de pensioenstelsels van het personeel en de
mandatarissen ». mandatarissen ».
B.9.1. In haar advies over het voorontwerp dat heeft geleid tot het B.9.1. In haar advies over het voorontwerp dat heeft geleid tot het
programmadecreet van 20 december 2019, merkt de afdeling wetgeving van programmadecreet van 20 december 2019, merkt de afdeling wetgeving van
de Raad van State op dat « het regelen van de pensioenstelsels van het de Raad van State op dat « het regelen van de pensioenstelsels van het
personeel en de mandatarissen van de ondergeschikte besturen [...] personeel en de mandatarissen van de ondergeschikte besturen [...]
overeenkomstig artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 1°, vijfde streepje, overeenkomstig artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 1°, vijfde streepje,
van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 een aan de federale overheid van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 een aan de federale overheid
voorbehouden bevoegdheid [is], met inbegrip van de regeling van de voorbehouden bevoegdheid [is], met inbegrip van de regeling van de
financiering ervan » (RvSt, advies nr. 66.660/1/3 van 25 oktober 2019, financiering ervan » (RvSt, advies nr. 66.660/1/3 van 25 oktober 2019,
Parl. St., Vlaams Parlement, 2019-2020, nr. 152/1, p. 105). Parl. St., Vlaams Parlement, 2019-2020, nr. 152/1, p. 105).
B.9.2. Bij zijn voormelde arrest nr. 71/2013, waarbij uitspraak werd B.9.2. Bij zijn voormelde arrest nr. 71/2013, waarbij uitspraak werd
gedaan over de beroepen tot vernietiging van de voormelde wet van 24 gedaan over de beroepen tot vernietiging van de voormelde wet van 24
oktober 2011, heeft het Hof uit artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 1°, oktober 2011, heeft het Hof uit artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 1°,
vijfde streepje, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 afgeleid vijfde streepje, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 afgeleid
dat de federale overheid exclusief bevoegd is gebleven om de dat de federale overheid exclusief bevoegd is gebleven om de
aangelegenheid van de pensioenen van de vastbenoemde personeelsleden aangelegenheid van de pensioenen van de vastbenoemde personeelsleden
van de provinciale en lokale besturen te regelen, zodat het de van de provinciale en lokale besturen te regelen, zodat het de
federale wetgever toekomt de vereiste maatregelen te nemen om de federale wetgever toekomt de vereiste maatregelen te nemen om de
financiering van de pensioenen van het betrokken personeel te financiering van de pensioenen van het betrokken personeel te
waarborgen. Aldus was de federale wetgever bevoegd om met de artikelen waarborgen. Aldus was de federale wetgever bevoegd om met de artikelen
19 en 20 van de wet van 24 oktober 2011 aan die besturen een 19 en 20 van de wet van 24 oktober 2011 aan die besturen een
responsabiliseringsbijdrage op te leggen die een aanvulling is op de responsabiliseringsbijdrage op te leggen die een aanvulling is op de
werkgeversbijdragen inzake pensioenen. werkgeversbijdragen inzake pensioenen.
B.10. Krachtens artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 9° en 10°, van de B.10. Krachtens artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 9° en 10°, van de
bijzondere wet van 8 augustus 1980 zijn de gewesten bevoegd voor : bijzondere wet van 8 augustus 1980 zijn de gewesten bevoegd voor :
« 9° de algemene financiering van de gemeenten, de agglomeraties en « 9° de algemene financiering van de gemeenten, de agglomeraties en
federaties van gemeenten, de bovengemeentelijke besturen en de federaties van gemeenten, de bovengemeentelijke besturen en de
provincies; provincies;
10° de financiering van de opdrachten uit te voeren door de gemeenten, 10° de financiering van de opdrachten uit te voeren door de gemeenten,
de agglomeraties en federaties van gemeenten, de bovengemeentelijke de agglomeraties en federaties van gemeenten, de bovengemeentelijke
besturen, de provincies en door andere publiekrechtelijke besturen, de provincies en door andere publiekrechtelijke
rechtspersonen in de tot de bevoegdheid van de gewesten behorende rechtspersonen in de tot de bevoegdheid van de gewesten behorende
aangelegenheden, behalve wanneer die opdrachten betrekking hebben op aangelegenheden, behalve wanneer die opdrachten betrekking hebben op
een aangelegenheid waarvoor de federale overheid of de gemeenschappen een aangelegenheid waarvoor de federale overheid of de gemeenschappen
bevoegd zijn ». bevoegd zijn ».
B.11.1. De gewestelijke bevoegdheid inzake de algemene financiering B.11.1. De gewestelijke bevoegdheid inzake de algemene financiering
van de gemeenten, zoals bepaald in artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, van de gemeenten, zoals bepaald in artikel 6, § 1, VIII, eerste lid,
9°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, heeft betrekking op de 9°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, heeft betrekking op de
« algemene financieringswijzen door middel waarvan de gemeenten [...] « algemene financieringswijzen door middel waarvan de gemeenten [...]
gefinancierd worden, volgens criteria die niet rechtstreeks gebonden gefinancierd worden, volgens criteria die niet rechtstreeks gebonden
zijn aan een specifieke taak of opdracht » (Parl. St., Kamer, 1988, zijn aan een specifieke taak of opdracht » (Parl. St., Kamer, 1988,
nr. 516/1, p. 18). Wanneer de financiering door het gewest daarentegen nr. 516/1, p. 18). Wanneer de financiering door het gewest daarentegen
betrekking heeft op een specifieke opdracht die door de gemeente moet betrekking heeft op een specifieke opdracht die door de gemeente moet
worden uitgevoerd, dan vereist artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 10°, worden uitgevoerd, dan vereist artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 10°,
van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 dat die opdracht betrekking van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 dat die opdracht betrekking
heeft op een aangelegenheid waarvoor het gewest bevoegd is. heeft op een aangelegenheid waarvoor het gewest bevoegd is.
B.11.2. De in artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 9°, bedoelde algemene B.11.2. De in artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 9°, bedoelde algemene
financiering maakt het gemeenten mogelijk om taken te vervullen die financiering maakt het gemeenten mogelijk om taken te vervullen die
deel uitmaken van de lokale autonomie. In het kader van de hun deel uitmaken van de lokale autonomie. In het kader van de hun
krachtens die bepaling toegekende bevoegdheid hebben de gewesten de krachtens die bepaling toegekende bevoegdheid hebben de gewesten de
mogelijkheid om maatregelen te nemen om de structurele financiële mogelijkheid om maatregelen te nemen om de structurele financiële
moeilijkheden tegen te gaan die deze besturen ondervinden, moeilijkheden tegen te gaan die deze besturen ondervinden,
bijvoorbeeld door de pensioenlasten die op hen rusten. Die bevoegdheid bijvoorbeeld door de pensioenlasten die op hen rusten. Die bevoegdheid
laat de decreetgever echter niet toe om inbreuk te maken op de laat de decreetgever echter niet toe om inbreuk te maken op de
bevoegdheden van de federale overheid. bevoegdheden van de federale overheid.
B.12.1. Overeenkomstig het bestreden artikel 26 van het B.12.1. Overeenkomstig het bestreden artikel 26 van het
programmadecreet van 20 december 2019 wordt onder meer aan de Vlaamse programmadecreet van 20 december 2019 wordt onder meer aan de Vlaamse
gemeenten een dotatie toegekend ten belope van de helft van de door gemeenten een dotatie toegekend ten belope van de helft van de door
hen verschuldigde responsabiliseringsbijdragen, zoals bedoeld in de hen verschuldigde responsabiliseringsbijdragen, zoals bedoeld in de
artikelen 19 en 20 van de wet van 24 oktober 2011. artikelen 19 en 20 van de wet van 24 oktober 2011.
Zoals blijkt uit de in B.1.3 vermelde parlementaire voorbereiding, en Zoals blijkt uit de in B.1.3 vermelde parlementaire voorbereiding, en
zoals ook door de Vlaamse Regering voor het Hof wordt aangevoerd, zoals ook door de Vlaamse Regering voor het Hof wordt aangevoerd,
heeft de decreetgever beslist de gemeenten financieel te ondersteunen, heeft de decreetgever beslist de gemeenten financieel te ondersteunen,
omdat de responsabiliseringsbijdragen die zij dienen te betalen in het omdat de responsabiliseringsbijdragen die zij dienen te betalen in het
kader van de federale pensioenregeling, de gemeentelijke financiën kader van de federale pensioenregeling, de gemeentelijke financiën
dermate bezwaren, dat de gemeenten niet langer in staat zijn om hun dermate bezwaren, dat de gemeenten niet langer in staat zijn om hun
taken als lokale besturen waar te nemen. Aldus begrepen beogen de taken als lokale besturen waar te nemen. Aldus begrepen beogen de
bestreden bepalingen op algemene wijze de budgettaire situatie van de bestreden bepalingen op algemene wijze de budgettaire situatie van de
gemeenten te verbeteren en de normale werking van de ondergeschikte gemeenten te verbeteren en de normale werking van de ondergeschikte
besturen en de lokale autonomie te vrijwaren, wat behoort tot de besturen en de lokale autonomie te vrijwaren, wat behoort tot de
bevoegdheid van de gewesten zoals bepaald in artikel 6, § 1, VIII, bevoegdheid van de gewesten zoals bepaald in artikel 6, § 1, VIII,
eerste lid, 9°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980. eerste lid, 9°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980.
B.12.2. De omstandigheid dat voor de vaststelling van het bedrag dat B.12.2. De omstandigheid dat voor de vaststelling van het bedrag dat
aan elke gemeente toekomt rekening wordt gehouden met de omvang van de aan elke gemeente toekomt rekening wordt gehouden met de omvang van de
responsabiliseringsbijdrage die de gemeente verschuldigd is op grond responsabiliseringsbijdrage die de gemeente verschuldigd is op grond
van de wet van 24 oktober 2011, betekent niet dat het gaat om een van de wet van 24 oktober 2011, betekent niet dat het gaat om een
financiering van een bijzondere taak of opdracht die betrekking heeft financiering van een bijzondere taak of opdracht die betrekking heeft
op een aangelegenheid waarvoor de federale overheid bevoegd is, zoals op een aangelegenheid waarvoor de federale overheid bevoegd is, zoals
bedoeld in artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 10°, van de bijzondere bedoeld in artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 10°, van de bijzondere
wet van 8 augustus 1980, of dat, meer in het algemeen, inbreuk wordt wet van 8 augustus 1980, of dat, meer in het algemeen, inbreuk wordt
gemaakt op de in B.9 vermelde bevoegdheid van de federale overheid om gemaakt op de in B.9 vermelde bevoegdheid van de federale overheid om
de aangelegenheid van de pensioenen van de vastbenoemde de aangelegenheid van de pensioenen van de vastbenoemde
personeelsleden van de provinciale en lokale besturen te regelen. personeelsleden van de provinciale en lokale besturen te regelen.
De bestreden bepalingen ontslaan de gemeenten niet van de De bestreden bepalingen ontslaan de gemeenten niet van de
verplichtingen die hun door de wet van 24 oktober 2011 worden opgelegd verplichtingen die hun door de wet van 24 oktober 2011 worden opgelegd
met betrekking tot de financiering van de pensioenen voor het met betrekking tot de financiering van de pensioenen voor het
vastbenoemd personeel. Evenmin doen die bepalingen afbreuk aan het vastbenoemd personeel. Evenmin doen die bepalingen afbreuk aan het
beleid dat de federale wetgever met de responsabiliseringsbijdrage beleid dat de federale wetgever met de responsabiliseringsbijdrage
nastreeft, zijnde de werkgevers de financiële gevolgen van hun keuze nastreeft, zijnde de werkgevers de financiële gevolgen van hun keuze
inzake de benoeming van hun personeel te laten dragen. De gemeenten inzake de benoeming van hun personeel te laten dragen. De gemeenten
blijven overigens vrij om de bestemming van de toegekende financiële blijven overigens vrij om de bestemming van de toegekende financiële
middelen te kiezen. middelen te kiezen.
B.12.3. De bij de bestreden bepalingen toegekende dotatie moet aldus B.12.3. De bij de bestreden bepalingen toegekende dotatie moet aldus
worden beschouwd als een bijkomende algemene financiering, naast de worden beschouwd als een bijkomende algemene financiering, naast de
algemene financiering die gebeurt via het Gemeentefonds en andere algemene financiering die gebeurt via het Gemeentefonds en andere
algemene werkingssubsidies, die past in het kader van de bevoegdheid algemene werkingssubsidies, die past in het kader van de bevoegdheid
die aan de gewesten is toegewezen in artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, die aan de gewesten is toegewezen in artikel 6, § 1, VIII, eerste lid,
9°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980. Die dotatie doet geen 9°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980. Die dotatie doet geen
afbreuk aan de federale bevoegdheid inzake de pensioenstelsels van het afbreuk aan de federale bevoegdheid inzake de pensioenstelsels van het
personeel en de mandatarissen van de ondergeschikte besturen zoals personeel en de mandatarissen van de ondergeschikte besturen zoals
bepaald in artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 1°, vijfde streepje, van bepaald in artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 1°, vijfde streepje, van
de bijzondere wet van 8 augustus 1980. de bijzondere wet van 8 augustus 1980.
B.13.1. Krachtens artikel 5, § 1, II, 2°, van de bijzondere wet van 8 B.13.1. Krachtens artikel 5, § 1, II, 2°, van de bijzondere wet van 8
augustus 1980 zijn de gemeenschappen bevoegd voor « het beleid inzake augustus 1980 zijn de gemeenschappen bevoegd voor « het beleid inzake
maatschappelijk welzijn, met inbegrip van de organieke regels maatschappelijk welzijn, met inbegrip van de organieke regels
betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn ». betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn ».
B.13.2. De algemene financiering van de OCMW's behoort eveneens tot B.13.2. De algemene financiering van de OCMW's behoort eveneens tot
die bevoegdheid van de gemeenschappen. In zoverre de bestreden die bevoegdheid van de gemeenschappen. In zoverre de bestreden
bepalingen beogen het financieel beleid van de OCMW's te ondersteunen, bepalingen beogen het financieel beleid van de OCMW's te ondersteunen,
vallen zij bijgevolg onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap. vallen zij bijgevolg onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap.
B.13.3. Bij de aanwending van die bevoegdheid mogen de gemeenschappen B.13.3. Bij de aanwending van die bevoegdheid mogen de gemeenschappen
evenwel geen afbreuk doen aan de bevoegdheden van de federale evenwel geen afbreuk doen aan de bevoegdheden van de federale
overheid. overheid.
B.13.4. Wat de OCMW's betreft, heeft de aangelegenheid van de B.13.4. Wat de OCMW's betreft, heeft de aangelegenheid van de
pensioenen van de vastbenoemde personeelsleden niet het voorwerp pensioenen van de vastbenoemde personeelsleden niet het voorwerp
uitgemaakt van een uitdrukkelijke bevoegdheidstoewijzing aan de uitgemaakt van een uitdrukkelijke bevoegdheidstoewijzing aan de
gemeenschappen of de gewesten. Als regeling in verband met de sociale gemeenschappen of de gewesten. Als regeling in verband met de sociale
zekerheid is die aangelegenheid een federale bevoegdheid gebleven zekerheid is die aangelegenheid een federale bevoegdheid gebleven
krachtens artikel 6, § 1, VI, vijfde lid, 12°, van diezelfde krachtens artikel 6, § 1, VI, vijfde lid, 12°, van diezelfde
bijzondere wet. bijzondere wet.
B.13.5. Om mutatis mutandis dezelfde redenen als die welke zijn B.13.5. Om mutatis mutandis dezelfde redenen als die welke zijn
vermeld in B.12, schenden de bestreden bepalingen, in zoverre zij vermeld in B.12, schenden de bestreden bepalingen, in zoverre zij
betrekking hebben op de dotaties die worden toegekend aan de OCMW's, betrekking hebben op de dotaties die worden toegekend aan de OCMW's,
niet de aan de federale overheid voorbehouden bevoegdheid inzake de niet de aan de federale overheid voorbehouden bevoegdheid inzake de
sociale zekerheid. sociale zekerheid.
B.14. Het eerste middel is niet gegrond. B.14. Het eerste middel is niet gegrond.
Wat betreft het tweede middel Wat betreft het tweede middel
B.15. In het tweede middel voeren de verzoekende partijen aan dat de B.15. In het tweede middel voeren de verzoekende partijen aan dat de
bestreden bepalingen in strijd zijn met het beginsel van gelijkheid en bestreden bepalingen in strijd zijn met het beginsel van gelijkheid en
niet-discriminatie, zoals gewaarborgd bij de artikelen 10 en 11 van de niet-discriminatie, zoals gewaarborgd bij de artikelen 10 en 11 van de
Grondwet, in zoverre zij uitsluitend een dotatie toekennen aan de Grondwet, in zoverre zij uitsluitend een dotatie toekennen aan de
lokale besturen die zijn aangesloten bij het Gesolidariseerde lokale besturen die zijn aangesloten bij het Gesolidariseerde
Pensioenfonds en niet aan de andere lokale besturen. Daarnaast zouden Pensioenfonds en niet aan de andere lokale besturen. Daarnaast zouden
de bestreden bepalingen ook afbreuk doen aan het beginsel van de de bestreden bepalingen ook afbreuk doen aan het beginsel van de
lokale autonomie en aan artikel 9, lid 4, van het Europees Handvest lokale autonomie en aan artikel 9, lid 4, van het Europees Handvest
inzake lokale autonomie van 15 oktober 1985 (hierna : het Europees inzake lokale autonomie van 15 oktober 1985 (hierna : het Europees
Handvest inzake lokale autonomie). Handvest inzake lokale autonomie).
B.16. In het middel wordt niet concreet uiteengezet in welk opzicht B.16. In het middel wordt niet concreet uiteengezet in welk opzicht
artikel 9, lid 4, van het Europees Handvest inzake lokale autonomie artikel 9, lid 4, van het Europees Handvest inzake lokale autonomie
door de bestreden bepalingen wordt geschonden. In die mate is het door de bestreden bepalingen wordt geschonden. In die mate is het
middel onontvankelijk. middel onontvankelijk.
B.17. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie sluit niet uit B.17. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie sluit niet uit
dat een verschil in behandeling tussen categorieën van personen wordt dat een verschil in behandeling tussen categorieën van personen wordt
ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief criterium berust ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief criterium berust
en het redelijk verantwoord is. en het redelijk verantwoord is.
Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld
rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel
en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het beginsel van en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het beginsel van
gelijkheid en niet-discriminatie is geschonden wanneer vaststaat dat gelijkheid en niet-discriminatie is geschonden wanneer vaststaat dat
er geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de er geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de
aangewende middelen en het beoogde doel. aangewende middelen en het beoogde doel.
B.18. Het door de verzoekende partijen bekritiseerde verschil in B.18. Het door de verzoekende partijen bekritiseerde verschil in
behandeling tussen, enerzijds, de bij het Gesolidariseerde behandeling tussen, enerzijds, de bij het Gesolidariseerde
Pensioenfonds aangesloten lokale besturen, die een Pensioenfonds aangesloten lokale besturen, die een
responsabiliseringsbijdrage zoals bedoeld in de artikelen 19 en 20 van responsabiliseringsbijdrage zoals bedoeld in de artikelen 19 en 20 van
de wet van 24 oktober 2011 moeten betalen en aan wie op grond van de de wet van 24 oktober 2011 moeten betalen en aan wie op grond van de
bestreden bepalingen een dotatie wordt toegekend, en, anderzijds, de bestreden bepalingen een dotatie wordt toegekend, en, anderzijds, de
lokale besturen die niet aangesloten zijn bij hetzelfde Pensioenfonds lokale besturen die niet aangesloten zijn bij hetzelfde Pensioenfonds
en die geen recht hebben op een dergelijke dotatie, berust op een en die geen recht hebben op een dergelijke dotatie, berust op een
objectief criterium van onderscheid, namelijk het al dan niet objectief criterium van onderscheid, namelijk het al dan niet
aangesloten zijn bij het Gesolidariseerde Pensioenfonds. aangesloten zijn bij het Gesolidariseerde Pensioenfonds.
B.19. De dotatie waarin de bestreden bepalingen voorzien en die bij B.19. De dotatie waarin de bestreden bepalingen voorzien en die bij
wege van algemene financiering wordt toegekend, beoogt de structurele wege van algemene financiering wordt toegekend, beoogt de structurele
financiële moeilijkheden tegen te gaan die de gemeenten en de OCMW's financiële moeilijkheden tegen te gaan die de gemeenten en de OCMW's
ondervinden door de pensioenlasten die op hen rusten. Door a priori ondervinden door de pensioenlasten die op hen rusten. Door a priori
van die dotatie de besturen uit te sluiten die niet zijn aangesloten van die dotatie de besturen uit te sluiten die niet zijn aangesloten
bij het Gesolidariseerde Pensioenfonds, hanteert de decreetgever een bij het Gesolidariseerde Pensioenfonds, hanteert de decreetgever een
criterium van onderscheid dat niet relevant is in het licht van dat criterium van onderscheid dat niet relevant is in het licht van dat
doel. Ook die besturen moeten immers instaan voor de financiering van doel. Ook die besturen moeten immers instaan voor de financiering van
de pensioenen van hun vastbenoemd personeel, en zij kunnen zich de pensioenen van hun vastbenoemd personeel, en zij kunnen zich
daarbij evengoed in een situatie bevinden waarin de loonmassa dermate daarbij evengoed in een situatie bevinden waarin de loonmassa dermate
laag is ten opzichte van de pensioenlasten, dat zulks leidt tot laag is ten opzichte van de pensioenlasten, dat zulks leidt tot
structurele financiële moeilijkheden. structurele financiële moeilijkheden.
B.20. De bestreden bepalingen schenden bijgevolg de artikelen 10 en 11 B.20. De bestreden bepalingen schenden bijgevolg de artikelen 10 en 11
van de Grondwet, in zoverre zij niet in een dotatie voorzien die, van de Grondwet, in zoverre zij niet in een dotatie voorzien die,
wegens de pensioenlasten van hun vastbenoemd personeel, wordt wegens de pensioenlasten van hun vastbenoemd personeel, wordt
toegekend aan de gemeenten en de OCMW's die niet zijn aangesloten bij toegekend aan de gemeenten en de OCMW's die niet zijn aangesloten bij
het Gesolidariseerde Pensioenfonds. het Gesolidariseerde Pensioenfonds.
Het komt evenwel uitsluitend aan de decreetgever toe een einde te Het komt evenwel uitsluitend aan de decreetgever toe een einde te
maken aan de vastgestelde lacune en de criteria te bepalen voor de maken aan de vastgestelde lacune en de criteria te bepalen voor de
toekenning van een financiële tegemoetkoming aan de bedoelde gemeenten toekenning van een financiële tegemoetkoming aan de bedoelde gemeenten
en OCMW's. en OCMW's.
B.21. Het tweede middel is in die mate gegrond. B.21. Het tweede middel is in die mate gegrond.
Ten aanzien van de handhaving van de gevolgen Ten aanzien van de handhaving van de gevolgen
B.22.1. De Vlaamse Regering vraagt om, in geval van een vernietiging, B.22.1. De Vlaamse Regering vraagt om, in geval van een vernietiging,
de gevolgen van de bestreden bepalingen te handhaven overeenkomstig de gevolgen van de bestreden bepalingen te handhaven overeenkomstig
artikel 8, derde lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het artikel 8, derde lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het
Grondwettelijk Hof, in essentie omdat een niet in de tijd gemoduleerde Grondwettelijk Hof, in essentie omdat een niet in de tijd gemoduleerde
vernietiging tot budgettaire moeilijkheden zou leiden voor de vernietiging tot budgettaire moeilijkheden zou leiden voor de
begunstigde lokale besturen. begunstigde lokale besturen.
B.22.2. De vastgestelde ongrondwettigheid heeft geen betrekking op de B.22.2. De vastgestelde ongrondwettigheid heeft geen betrekking op de
bestreden bepalingen, in de mate waarin zij voorzien in een financiële bestreden bepalingen, in de mate waarin zij voorzien in een financiële
tegemoetkoming ten aanzien van de bij het Gesolidariseerde tegemoetkoming ten aanzien van de bij het Gesolidariseerde
Pensioenfonds aangesloten gemeenten en OCMW's die een Pensioenfonds aangesloten gemeenten en OCMW's die een
responsabiliseringsbijdrage moeten betalen, maar op de ontstentenis responsabiliseringsbijdrage moeten betalen, maar op de ontstentenis
van een vergelijkbare financiële tegemoetkoming ten aanzien van de van een vergelijkbare financiële tegemoetkoming ten aanzien van de
gemeenten en OCMW's die niet zijn aangesloten bij hetzelfde gemeenten en OCMW's die niet zijn aangesloten bij hetzelfde
Pensioenfonds. Bijgevolg zal het vernietigingsarrest niet ertoe leiden Pensioenfonds. Bijgevolg zal het vernietigingsarrest niet ertoe leiden
dat de financiële tegemoetkoming wordt ontzegd aan de reeds door de dat de financiële tegemoetkoming wordt ontzegd aan de reeds door de
bestreden bepalingen begunstigde besturen en is er geen aanleiding om bestreden bepalingen begunstigde besturen en is er geen aanleiding om
in te gaan op het verzoek van de Vlaamse Regering tot handhaving van in te gaan op het verzoek van de Vlaamse Regering tot handhaving van
de gevolgen. de gevolgen.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
vernietigt de artikelen 26 tot 28 van het Vlaamse programmadecreet « vernietigt de artikelen 26 tot 28 van het Vlaamse programmadecreet «
bij de begroting van 2020 » van 20 december 2019, doch enkel in bij de begroting van 2020 » van 20 december 2019, doch enkel in
zoverre zij niet in een dotatie voorzien die, wegens de pensioenlasten zoverre zij niet in een dotatie voorzien die, wegens de pensioenlasten
van hun vastbenoemd personeel, wordt toegekend aan de gemeenten en de van hun vastbenoemd personeel, wordt toegekend aan de gemeenten en de
OCMW's die niet zijn aangesloten bij het Gesolidariseerde OCMW's die niet zijn aangesloten bij het Gesolidariseerde
Pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke besturen. Pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke besturen.
Aldus gewezen in het Nederlands, het Frans en het Duits, Aldus gewezen in het Nederlands, het Frans en het Duits,
overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op
het Grondwettelijk Hof, op 28 oktober 2021. het Grondwettelijk Hof, op 28 oktober 2021.
De griffier, De griffier,
F. Meersschaut F. Meersschaut
De voorzitter, De voorzitter,
L. Lavrysen L. Lavrysen
^