← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 15/2021 van 28 januari 2021 Rolnummers 7264 en 7323 In zake
: de prejudiciële vragen over artikel 43 van de wet van 2 mei 2019 « houdende diverse bepalingen inzake
economie » Het
Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en F. Daoût, en de rechters (...)"
Uittreksel uit arrest nr. 15/2021 van 28 januari 2021 Rolnummers 7264 en 7323 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 43 van de wet van 2 mei 2019 « houdende diverse bepalingen inzake economie » Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en F. Daoût, en de rechters (...) | Uittreksel uit arrest nr. 15/2021 van 28 januari 2021 Rolnummers 7264 en 7323 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 43 van de wet van 2 mei 2019 « houdende diverse bepalingen inzake economie » Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en F. Daoût, en de rechters (...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 15/2021 van 28 januari 2021 | Uittreksel uit arrest nr. 15/2021 van 28 januari 2021 |
Rolnummers 7264 en 7323 | Rolnummers 7264 en 7323 |
In zake : de prejudiciële vragen over artikel 43 van de wet van 2 mei | In zake : de prejudiciële vragen over artikel 43 van de wet van 2 mei |
2019 « houdende diverse bepalingen inzake economie » (artikel 2bis van | 2019 « houdende diverse bepalingen inzake economie » (artikel 2bis van |
de wet van 21 november 1989 « betreffende de verplichte | de wet van 21 november 1989 « betreffende de verplichte |
aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen »), gesteld door | aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen »), gesteld door |
de Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent. | de Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en F. Daoût, en de | samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en F. Daoût, en de |
rechters J.-P. Moerman, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet, R. | rechters J.-P. Moerman, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet, R. |
Leysen, J. Moerman, M. Pâques en Y. Kherbache, bijgestaan door de | Leysen, J. Moerman, M. Pâques en Y. Kherbache, bijgestaan door de |
griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter L. | griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter L. |
Lavrysen, | Lavrysen, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging |
a. Bij vonnis van 8 oktober 2019, waarvan de expeditie ter griffie van | a. Bij vonnis van 8 oktober 2019, waarvan de expeditie ter griffie van |
het Hof is ingekomen op 15 oktober 2019, heeft de Rechtbank van eerste | het Hof is ingekomen op 15 oktober 2019, heeft de Rechtbank van eerste |
aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, de volgende prejudiciële vragen | aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, de volgende prejudiciële vragen |
gesteld : | gesteld : |
« 1. Schendt artikel 43 Wet van 2 mei 2019 houdende diverse bepalingen | « 1. Schendt artikel 43 Wet van 2 mei 2019 houdende diverse bepalingen |
inzake economie, de bepalingen over de fundamentele rechten en | inzake economie, de bepalingen over de fundamentele rechten en |
vrijheden gewaarborgd in titel II van de Grondwet, (met name de | vrijheden gewaarborgd in titel II van de Grondwet, (met name de |
artikelen 10, 11 en 13 van de Grondwet) én artikel 6.1 E.V.R.M., in | artikelen 10, 11 en 13 van de Grondwet) én artikel 6.1 E.V.R.M., in |
zoverre deze bepaling de verzekeringsplicht handhaaft voor bromfietsen | zoverre deze bepaling de verzekeringsplicht handhaaft voor bromfietsen |
klasse A, zoals omschreven in art. 2.17.1 Wegverkeersreglement, doch | klasse A, zoals omschreven in art. 2.17.1 Wegverkeersreglement, doch |
niet voor voertuigen die niet onder het toepassingsveld van art. | niet voor voertuigen die niet onder het toepassingsveld van art. |
2.17.1 Wegverkeersreglement sorteren en een autonome snelheid van | 2.17.1 Wegverkeersreglement sorteren en een autonome snelheid van |
maximaal 25 km/u hebben, doch via ondersteuning een hogere snelheid | maximaal 25 km/u hebben, doch via ondersteuning een hogere snelheid |
kunnen halen en bijgevolg een evenwaardige dan wel grotere kinetische | kunnen halen en bijgevolg een evenwaardige dan wel grotere kinetische |
energie hebben dan bromfietsen klasse A ? | energie hebben dan bromfietsen klasse A ? |
2. Schendt artikel 43 Wet van 2 mei 2019 houdende diverse bepalingen | 2. Schendt artikel 43 Wet van 2 mei 2019 houdende diverse bepalingen |
inzake economie, de bepalingen over de fundamentele rechten en | inzake economie, de bepalingen over de fundamentele rechten en |
vrijheden gewaarborgd in titel II van de Grondwet, (met name de | vrijheden gewaarborgd in titel II van de Grondwet, (met name de |
artikelen 10, 11 en 13 van de Grondwet) én artikel 6.1 E.V.R.M., in | artikelen 10, 11 en 13 van de Grondwet) én artikel 6.1 E.V.R.M., in |
zoverre deze bepaling de verzekeringsplicht handhaaft voor bromfietsen | zoverre deze bepaling de verzekeringsplicht handhaaft voor bromfietsen |
klasse A, zoals omschreven in art. 2.17.1 Wegverkeersreglement, doch | klasse A, zoals omschreven in art. 2.17.1 Wegverkeersreglement, doch |
niet voor voertuigen die niet onder het toepassingsveld van art. | niet voor voertuigen die niet onder het toepassingsveld van art. |
2.17.1 Wegverkeersreglement sorteren en een autonome snelheid van | 2.17.1 Wegverkeersreglement sorteren en een autonome snelheid van |
maximaal 25 km/u hebben, doch gemiddeld een grotere massa hebben dan | maximaal 25 km/u hebben, doch gemiddeld een grotere massa hebben dan |
bromfietsen klasse A en bijgevolg een grotere kinetische energie | bromfietsen klasse A en bijgevolg een grotere kinetische energie |
hebben dan bromfietsen klasse A ? ». | hebben dan bromfietsen klasse A ? ». |
b. Bij vonnis van 28 november 2019, waarvan de expeditie ter griffie | b. Bij vonnis van 28 november 2019, waarvan de expeditie ter griffie |
van het Hof is ingekomen op 5 december 2019, heeft de Rechtbank van | van het Hof is ingekomen op 5 december 2019, heeft de Rechtbank van |
eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, de volgende prejudiciële | eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, de volgende prejudiciële |
vraag gesteld : | vraag gesteld : |
« Schendt artikel 43 Wet van 2 mei 2019 houdende diverse bepalingen | « Schendt artikel 43 Wet van 2 mei 2019 houdende diverse bepalingen |
inzake economie, de bepalingen over de fundamentele rechten en | inzake economie, de bepalingen over de fundamentele rechten en |
vrijheden gewaarborgd in titel II van de Grondwet, (met name de | vrijheden gewaarborgd in titel II van de Grondwet, (met name de |
artikelen 10, 11 en 13 van de Grondwet) én artikel 6.1 E.V.R.M., in | artikelen 10, 11 en 13 van de Grondwet) én artikel 6.1 E.V.R.M., in |
zoverre deze bepaling de verzekeringsplicht handhaaft voor bromfietsen | zoverre deze bepaling de verzekeringsplicht handhaaft voor bromfietsen |
klasse A, zoals omschreven in artikel 2.17.1 Wegverkeersreglement, | klasse A, zoals omschreven in artikel 2.17.1 Wegverkeersreglement, |
doch niet voor voertuigen die niet onder het toepassingsveld van | doch niet voor voertuigen die niet onder het toepassingsveld van |
artikel 2.17.1 Wegverkeersreglement sorteren en een autonome snelheid | artikel 2.17.1 Wegverkeersreglement sorteren en een autonome snelheid |
van maximaal 25 km/u hebben, doch gemiddeld een grotere massa hebben | van maximaal 25 km/u hebben, doch gemiddeld een grotere massa hebben |
dan bromfietsen klasse A en bijgevolg een grotere kinetische energie | dan bromfietsen klasse A en bijgevolg een grotere kinetische energie |
hebben dan bromfietsen klasse A ? ». | hebben dan bromfietsen klasse A ? ». |
Die zaken, ingeschreven onder de nummers 7264 en 7323 van de rol van | Die zaken, ingeschreven onder de nummers 7264 en 7323 van de rol van |
het Hof, werden samengevoegd. | het Hof, werden samengevoegd. |
(...) | (...) |
II. In rechte | II. In rechte |
(...) | (...) |
Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de zaak nr. 7323 | Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de zaak nr. 7323 |
B.1.1. De Ministerraad voert aan dat het antwoord op de prejudiciële | B.1.1. De Ministerraad voert aan dat het antwoord op de prejudiciële |
vraag in de zaak nr. 7323 niet nuttig is voor het oplossen van het | vraag in de zaak nr. 7323 niet nuttig is voor het oplossen van het |
geschil, omdat de vraag gebaseerd is op de verkeerde veronderstelling | geschil, omdat de vraag gebaseerd is op de verkeerde veronderstelling |
dat een hoogtewerker onder het toepassingsgebied van de in het geding | dat een hoogtewerker onder het toepassingsgebied van de in het geding |
zijnde bepaling valt. | zijnde bepaling valt. |
B.1.2. In de regel komt het de verwijzende rechter toe te oordelen of | B.1.2. In de regel komt het de verwijzende rechter toe te oordelen of |
het antwoord op de prejudiciële vraag nuttig is voor het oplossen van | het antwoord op de prejudiciële vraag nuttig is voor het oplossen van |
het geschil. Alleen indien dat klaarblijkelijk niet het geval is, kan | het geschil. Alleen indien dat klaarblijkelijk niet het geval is, kan |
het Hof beslissen dat de vraag geen antwoord behoeft. | het Hof beslissen dat de vraag geen antwoord behoeft. |
B.1.3. Uit de motieven van de verwijzingsbeslissing kan worden | B.1.3. Uit de motieven van de verwijzingsbeslissing kan worden |
afgeleid dat de verwijzende rechter van oordeel is dat de hoogtewerker | afgeleid dat de verwijzende rechter van oordeel is dat de hoogtewerker |
onder het toepassingsgebied valt van artikel 2bis van de wet van 21 | onder het toepassingsgebied valt van artikel 2bis van de wet van 21 |
november 1989 « betreffende de verplichte | november 1989 « betreffende de verplichte |
aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen » (hierna : | aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen » (hierna : |
WAM-Wet), zoals ingevoegd bij artikel 43 van de wet van 2 mei 2019 « | WAM-Wet), zoals ingevoegd bij artikel 43 van de wet van 2 mei 2019 « |
houdende diverse bepalingen inzake economie » (hierna : de wet van 2 | houdende diverse bepalingen inzake economie » (hierna : de wet van 2 |
mei 2019). De Ministerraad, in zijn exceptie, vermeldt zelf de | mei 2019). De Ministerraad, in zijn exceptie, vermeldt zelf de |
mogelijkheid dat de in het geding zijnde bepaling van toepassing is op | mogelijkheid dat de in het geding zijnde bepaling van toepassing is op |
de hoogtewerker, en voert bijgevolg geen elementen aan waaruit blijkt | de hoogtewerker, en voert bijgevolg geen elementen aan waaruit blijkt |
dat de in het geding zijnde bepaling klaarblijkelijk niet van | dat de in het geding zijnde bepaling klaarblijkelijk niet van |
toepassing is op het voor de verwijzende rechter voorgelegde geschil. | toepassing is op het voor de verwijzende rechter voorgelegde geschil. |
B.1.4. De exceptie wordt verworpen. | B.1.4. De exceptie wordt verworpen. |
Ten aanzien van de in het geding zijnde bepaling | Ten aanzien van de in het geding zijnde bepaling |
B.2.1. Artikel 1, eerste lid, van de WAM-Wet definieert het begrip « | B.2.1. Artikel 1, eerste lid, van de WAM-Wet definieert het begrip « |
motorrijtuig » als volgt : | motorrijtuig » als volgt : |
« Motorrijtuigen : rij- of voertuigen, bestemd om zich over de grond | « Motorrijtuigen : rij- of voertuigen, bestemd om zich over de grond |
te bewegen en die door een mechanische kracht kunnen worden gedreven, | te bewegen en die door een mechanische kracht kunnen worden gedreven, |
zonder aan spoorstaven te zijn gebonden; al wat aan het rij- of | zonder aan spoorstaven te zijn gebonden; al wat aan het rij- of |
voertuig is gekoppeld, wordt als een deel daarvan aangemerkt ". | voertuig is gekoppeld, wordt als een deel daarvan aangemerkt ". |
Wanneer een voertuig als een motorrijtuig wordt beschouwd, heeft dit | Wanneer een voertuig als een motorrijtuig wordt beschouwd, heeft dit |
tot gevolg dat de eigenaar in principe verplicht is een verzekering | tot gevolg dat de eigenaar in principe verplicht is een verzekering |
inzake de burgerrechtelijke aansprakelijkheid te sluiten wanneer het | inzake de burgerrechtelijke aansprakelijkheid te sluiten wanneer het |
voertuig zich in het verkeer begeeft op de openbare weg en op | voertuig zich in het verkeer begeeft op de openbare weg en op |
terreinen die toegankelijk zijn voor het publiek of slechts voor een | terreinen die toegankelijk zijn voor het publiek of slechts voor een |
zeker aantal personen die het recht hebben om er te komen (artikel 2 | zeker aantal personen die het recht hebben om er te komen (artikel 2 |
van de WAM-Wet). Die verplichte verzekering is onder andere bedoeld om | van de WAM-Wet). Die verplichte verzekering is onder andere bedoeld om |
de vergoeding van de schade geleden door slachtoffers van een | de vergoeding van de schade geleden door slachtoffers van een |
verkeersongeval en hun rechthebbenden, te waarborgen. | verkeersongeval en hun rechthebbenden, te waarborgen. |
B.2.2. Bij artikel 43 van de wet van 2 mei 2019, wordt een artikel | B.2.2. Bij artikel 43 van de wet van 2 mei 2019, wordt een artikel |
2bis ingevoegd in de WAM-Wet : | 2bis ingevoegd in de WAM-Wet : |
« Zijn niet onderworpen aan de verzekeringsplicht bedoeld in artikel | « Zijn niet onderworpen aan de verzekeringsplicht bedoeld in artikel |
2, § 1, de motorrijtuigen bedoeld in artikel 1, eerste lid, die door | 2, § 1, de motorrijtuigen bedoeld in artikel 1, eerste lid, die door |
de mechanische kracht 25 km/u niet overschrijden. | de mechanische kracht 25 km/u niet overschrijden. |
Blijven onderworpen aan de verzekeringsplicht bedoeld in artikel 2, § | Blijven onderworpen aan de verzekeringsplicht bedoeld in artikel 2, § |
1, de bromfietsen van klasse A zoals gedefinieerd in artikel 2, 2.17, | 1, de bromfietsen van klasse A zoals gedefinieerd in artikel 2, 2.17, |
1), van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen | 1), van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen |
reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de | reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de |
openbare weg ». | openbare weg ». |
B.2.3. Volgens de parlementaire voorbereiding past de vrijstelling van | B.2.3. Volgens de parlementaire voorbereiding past de vrijstelling van |
de verzekeringsplicht in het kader van de mogelijkheid, geboden door | de verzekeringsplicht in het kader van de mogelijkheid, geboden door |
artikel 5 van de richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en | artikel 5 van de richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en |
de Raad van 16 september 2009 « betreffende de verzekering tegen de | de Raad van 16 september 2009 « betreffende de verzekering tegen de |
wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van | wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van |
motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering | motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering |
tegen deze aansprakelijkheid », om elektrische fietsen of andere | tegen deze aansprakelijkheid », om elektrische fietsen of andere |
nieuwe elektrische motorrijtuigen van de wettelijke | nieuwe elektrische motorrijtuigen van de wettelijke |
aansprakelijkheidsverzekering uit te sluiten. Met de invoering van | aansprakelijkheidsverzekering uit te sluiten. Met de invoering van |
artikel 2bis van de WAM-Wet had de wetgever de bedoeling de | artikel 2bis van de WAM-Wet had de wetgever de bedoeling de |
verzekeringsplicht aan te passen aan de recente opkomst van nieuwe | verzekeringsplicht aan te passen aan de recente opkomst van nieuwe |
elektrische motorrijtuigen : | elektrische motorrijtuigen : |
« De wijziging wordt ingegeven door de vaststelling dat de enge | « De wijziging wordt ingegeven door de vaststelling dat de enge |
interpretatie van de definitie in artikel 1 WAM, en meer in het | interpretatie van de definitie in artikel 1 WAM, en meer in het |
bijzonder het aspect autonoom kunnen rijden, ertoe leidt dat : | bijzonder het aspect autonoom kunnen rijden, ertoe leidt dat : |
1° bepaalde elektrische fietsen, de gemotoriseerde | 1° bepaalde elektrische fietsen, de gemotoriseerde |
voortbewegingstoestellen en elektrische rolstoelen in de regel onder | voortbewegingstoestellen en elektrische rolstoelen in de regel onder |
de verzekeringsplicht vallen en; | de verzekeringsplicht vallen en; |
2° de bestuurders ervan buiten het toepassingsgebied zouden vallen van | 2° de bestuurders ervan buiten het toepassingsgebied zouden vallen van |
de automatische wettelijke vergoedingsregeling van artikel 29bis WAM | de automatische wettelijke vergoedingsregeling van artikel 29bis WAM |
(zwakke gebruikers) » (Parl. St., Kamer, 2018-2019, DOC 54-3570/001, | (zwakke gebruikers) » (Parl. St., Kamer, 2018-2019, DOC 54-3570/001, |
p. 33). | p. 33). |
B.2.4. Artikel 29bis van de WAM-Wet organiseert een systeem van | B.2.4. Artikel 29bis van de WAM-Wet organiseert een systeem van |
objectieve aansprakelijkheid van de bestuurders van motorrijtuigen dat | objectieve aansprakelijkheid van de bestuurders van motorrijtuigen dat |
afwijkt van het gemeen recht van de burgerlijke aansprakelijkheid, | afwijkt van het gemeen recht van de burgerlijke aansprakelijkheid, |
aangezien de bestuurder van een motorrijtuig dat bij een ongeval is | aangezien de bestuurder van een motorrijtuig dat bij een ongeval is |
betrokken, zich niet kan onttrekken aan zijn verplichting om de door | betrokken, zich niet kan onttrekken aan zijn verplichting om de door |
de slachtoffers geleden schade te herstellen door zich te beroepen op | de slachtoffers geleden schade te herstellen door zich te beroepen op |
de afwezigheid van een door hem begane fout. De verplichting om de | de afwezigheid van een door hem begane fout. De verplichting om de |
door de slachtoffers van een verkeersongeval en hun rechthebbenden | door de slachtoffers van een verkeersongeval en hun rechthebbenden |
geleden schade te vergoeden, wordt ten laste gelegd van de | geleden schade te vergoeden, wordt ten laste gelegd van de |
verzekeraars die de aansprakelijkheid van de eigenaar, de bestuurder | verzekeraars die de aansprakelijkheid van de eigenaar, de bestuurder |
of de houder van de motorrijtuigen dekken. | of de houder van de motorrijtuigen dekken. |
B.2.5. Artikel 46 van de wet van 2 mei 2019 wijzigt artikel 29bis, § | B.2.5. Artikel 46 van de wet van 2 mei 2019 wijzigt artikel 29bis, § |
3, van de WAM-Wet, waardoor, voor de toepassing van de objectieve | 3, van de WAM-Wet, waardoor, voor de toepassing van de objectieve |
aansprakelijkheid van artikel 29bis, de voertuigen bedoeld in het | aansprakelijkheid van artikel 29bis, de voertuigen bedoeld in het |
nieuwe artikel 2bis, eerste lid, van de WAM-Wet niet als | nieuwe artikel 2bis, eerste lid, van de WAM-Wet niet als |
motorrijtuigen worden beschouwd, maar als voertuigen van zwakke | motorrijtuigen worden beschouwd, maar als voertuigen van zwakke |
weggebruikers. | weggebruikers. |
B.2.6. Artikel 2, 2.17, 1), van het koninklijk besluit van 1 december | B.2.6. Artikel 2, 2.17, 1), van het koninklijk besluit van 1 december |
1975 « houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en | 1975 « houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en |
van het gebruik van de openbare weg », definieert een bromfiets klasse | van het gebruik van de openbare weg », definieert een bromfiets klasse |
A als : | A als : |
« elk twee- of driewielig voertuig uitgerust met een motor met | « elk twee- of driewielig voertuig uitgerust met een motor met |
inwendige verbranding waarvan de cilinderinhoud ten hoogste 50 cm3 | inwendige verbranding waarvan de cilinderinhoud ten hoogste 50 cm3 |
bedraagt met een netto-maximumvermogen van ten hoogste 4 kW, of met | bedraagt met een netto-maximumvermogen van ten hoogste 4 kW, of met |
een elektrische motor met een nominaal continu maximumvermogen van ten | een elektrische motor met een nominaal continu maximumvermogen van ten |
hoogste 4 kW en met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid | hoogste 4 kW en met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid |
van 25 km per uur, met uitsluiting van de gemotoriseerde | van 25 km per uur, met uitsluiting van de gemotoriseerde |
voortbewegingstoestellen ». | voortbewegingstoestellen ». |
In haar advies merkte de afdeling wetgeving van de Raad van State op | In haar advies merkte de afdeling wetgeving van de Raad van State op |
dat de keuze om bromfietsen klasse A niet mee te nemen in de | dat de keuze om bromfietsen klasse A niet mee te nemen in de |
uitzondering, niet kon worden verantwoord door de vaststelling dat die | uitzondering, niet kon worden verantwoord door de vaststelling dat die |
bromfietsen reeds geruime tijd aan de verzekeringsplicht onderworpen | bromfietsen reeds geruime tijd aan de verzekeringsplicht onderworpen |
zijn : | zijn : |
« De gemachtigde werd om een verantwoording verzocht in het licht van | « De gemachtigde werd om een verantwoording verzocht in het licht van |
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet voor het gemaakte onderscheid | de artikelen 10 en 11 van de Grondwet voor het gemaakte onderscheid |
tussen de bestuurders van de voertuigen bedoeld in het ontworpen | tussen de bestuurders van de voertuigen bedoeld in het ontworpen |
artikel 2bis, eerste lid, van de wet van 21 november 1989, enerzijds, | artikel 2bis, eerste lid, van de wet van 21 november 1989, enerzijds, |
en bestuurders van bromfietsen klasse A, anderzijds, waarbij onder | en bestuurders van bromfietsen klasse A, anderzijds, waarbij onder |
meer werd gewezen op het voormelde arrest van het Grondwettelijk Hof. | meer werd gewezen op het voormelde arrest van het Grondwettelijk Hof. |
De gemachtigde verantwoordde het gemaakte onderscheid als volgt : | De gemachtigde verantwoordde het gemaakte onderscheid als volgt : |
[' In het arrest nr. 23/2002 van 23 januari 2002 van het | [' In het arrest nr. 23/2002 van 23 januari 2002 van het |
Grondwettelijk Hof wordt nadrukkelijk gewezen op de doelstellingen die | Grondwettelijk Hof wordt nadrukkelijk gewezen op de doelstellingen die |
de wetgever nastreeft met de aanneming van de automatische | de wetgever nastreeft met de aanneming van de automatische |
schadevergoeding voor de zwak geachte slachtoffers van | schadevergoeding voor de zwak geachte slachtoffers van |
verkeersongevallen. | verkeersongevallen. |
De in aanmerking genomen criteria om die " zwakheid " te kenmerken, | De in aanmerking genomen criteria om die " zwakheid " te kenmerken, |
zijn, enerzijds, het feit dat men niet de bestuurder van een | zijn, enerzijds, het feit dat men niet de bestuurder van een |
motorrijtuig is en, anderzijds, het gevaar dat de inverkeerstelling | motorrijtuig is en, anderzijds, het gevaar dat de inverkeerstelling |
van een motorrijtuig op de openbare weg in se betekent. | van een motorrijtuig op de openbare weg in se betekent. |
Het criterium dat in het wetsontwerp is gekozen, neemt het criterium | Het criterium dat in het wetsontwerp is gekozen, neemt het criterium |
van het gevaar van een voertuig in aanmerking, daar de maximumsnelheid | van het gevaar van een voertuig in aanmerking, daar de maximumsnelheid |
is beperkt tot 25 km/u. | is beperkt tot 25 km/u. |
De uitsluiting van klasse A houdt rekening ermee dat die voertuigen | De uitsluiting van klasse A houdt rekening ermee dat die voertuigen |
reeds vele jaren zijn onderworpen (aan de inschrijving, alsook) aan de | reeds vele jaren zijn onderworpen (aan de inschrijving, alsook) aan de |
verzekeringsplicht '.] | verzekeringsplicht '.] |
Het gegeven dat de bromfietsen van klasse A reeds sedert verschillende | Het gegeven dat de bromfietsen van klasse A reeds sedert verschillende |
jaren onderworpen zijn aan de verzekeringsplicht kan in het licht van | jaren onderworpen zijn aan de verzekeringsplicht kan in het licht van |
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet bezwaarlijk worden beschouwd als | de artikelen 10 en 11 van de Grondwet bezwaarlijk worden beschouwd als |
een pertinente en objectieve verantwoording die het in het voorontwerp | een pertinente en objectieve verantwoording die het in het voorontwerp |
gemaakte onderscheid vermag te billijken » (Parl. St., Kamer, | gemaakte onderscheid vermag te billijken » (Parl. St., Kamer, |
2018-2019, DOC 54-3570/004, p. 35). | 2018-2019, DOC 54-3570/004, p. 35). |
B.2.7. De wetgever heeft het verschil tussen de vrijgestelde | B.2.7. De wetgever heeft het verschil tussen de vrijgestelde |
voertuigen en de bromfietsen klasse A bijkomend verantwoord op basis | voertuigen en de bromfietsen klasse A bijkomend verantwoord op basis |
van de zogenaamde kinetische energie van het voertuig, waarbij | van de zogenaamde kinetische energie van het voertuig, waarbij |
enerzijds de snelheid en anderzijds de massa van het voertuig in | enerzijds de snelheid en anderzijds de massa van het voertuig in |
overweging worden genomen om de risico's die de inverkeerstelling met | overweging worden genomen om de risico's die de inverkeerstelling met |
zich meebrengt, te evalueren : | zich meebrengt, te evalueren : |
« Via deze bepaling worden een aantal nieuwe elektrische | « Via deze bepaling worden een aantal nieuwe elektrische |
motorrijtuigen van de verzekeringsverplichting ontheven. Omwille van | motorrijtuigen van de verzekeringsverplichting ontheven. Omwille van |
consistentie en rechtszekerheid voor de rechtsonderhorige werd | consistentie en rechtszekerheid voor de rechtsonderhorige werd |
geopteerd voor een uniform plafond van autonome snelheid van 25 km/u. | geopteerd voor een uniform plafond van autonome snelheid van 25 km/u. |
Het criterium dat wordt gehanteerd om al dan niet aan de | Het criterium dat wordt gehanteerd om al dan niet aan de |
verzekeringsplicht onderworpen te zijn, is de kinetische energie van | verzekeringsplicht onderworpen te zijn, is de kinetische energie van |
het voertuig. | het voertuig. |
Kinetische energie is de vorm van energie die een lichaam of voorwerp | Kinetische energie is de vorm van energie die een lichaam of voorwerp |
in zich heeft doordat het beweegt. De massa en de snelheid van het | in zich heeft doordat het beweegt. De massa en de snelheid van het |
lichaam of het voorwerp bepalen de hoeveelheid kinetische energie. | lichaam of het voorwerp bepalen de hoeveelheid kinetische energie. |
Aangezien een bromfiets klasse A al snel 80 tot 100 kg weegt en een | Aangezien een bromfiets klasse A al snel 80 tot 100 kg weegt en een |
elektrische fiets gemiddeld 20 tot 30 kg weegt, inclusief de batterij, | elektrische fiets gemiddeld 20 tot 30 kg weegt, inclusief de batterij, |
is het gerechtvaardigd dat de bromfiets klasse A onderhevig blijft aan | is het gerechtvaardigd dat de bromfiets klasse A onderhevig blijft aan |
de verzekeringsplicht. De kinetische energie aan eenzelfde snelheid | de verzekeringsplicht. De kinetische energie aan eenzelfde snelheid |
[is immers] significant [...] groter. | [is immers] significant [...] groter. |
Voorbeelden van geviseerde motorrijtuigen : de elektrische rolstoel, | Voorbeelden van geviseerde motorrijtuigen : de elektrische rolstoel, |
die reeds werd uitgesloten van artikel 29bis, het hoverboard, de | die reeds werd uitgesloten van artikel 29bis, het hoverboard, de |
zelfbalancerende toestellen, het elektrisch skateboard, de elektrische | zelfbalancerende toestellen, het elektrisch skateboard, de elektrische |
fiets, de miniquad, de minimoto, voor zover ze rijden met een maximum | fiets, de miniquad, de minimoto, voor zover ze rijden met een maximum |
snelheid van 25 km/u. Deze lijst is geenszins exhaustief en louter | snelheid van 25 km/u. Deze lijst is geenszins exhaustief en louter |
indicatief. | indicatief. |
Ook motorrijtuigen met de volgende functies kunnen hieronder begrepen | Ook motorrijtuigen met de volgende functies kunnen hieronder begrepen |
worden : de boost-, launch-, garage-, walk-assist-, parkeerfunctie, | worden : de boost-, launch-, garage-, walk-assist-, parkeerfunctie, |
ongeacht hun benaming en vorm. De wandel-, garage-, parkeerassistentie | ongeacht hun benaming en vorm. De wandel-, garage-, parkeerassistentie |
is bijvoorbeeld bedoeld om de elektrische fiets in onbereden toestand | is bijvoorbeeld bedoeld om de elektrische fiets in onbereden toestand |
gemakkelijker te kunnen manipuleren en niet om de fiets aan te drijven | gemakkelijker te kunnen manipuleren en niet om de fiets aan te drijven |
bij het rijden, zodat het verkeersrisico quasi verwaarloosbaar is (de | bij het rijden, zodat het verkeersrisico quasi verwaarloosbaar is (de |
autonome snelheid ligt immers zeer laag, meestal rond 6 km/u). | autonome snelheid ligt immers zeer laag, meestal rond 6 km/u). |
De burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst waartoe | De burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst waartoe |
deze vervoermiddelen aanleiding kunnen geven, zou kunnen worden | deze vervoermiddelen aanleiding kunnen geven, zou kunnen worden |
verzekerd middels een andere verzekeringspolis dan de B.A. auto (bv. | verzekerd middels een andere verzekeringspolis dan de B.A. auto (bv. |
BA-privéleven) » (Parl. St., Kamer, 2018-2019, DOC 54-3570/001, pp. | BA-privéleven) » (Parl. St., Kamer, 2018-2019, DOC 54-3570/001, pp. |
33-34). | 33-34). |
Uit die bespreking in de parlementaire voorbereiding blijkt dat de | Uit die bespreking in de parlementaire voorbereiding blijkt dat de |
wetgever ervan uitgaat dat de definitie van motorrijtuig, zoals | wetgever ervan uitgaat dat de definitie van motorrijtuig, zoals |
vermeld in artikel 1 van de WAM-Wet, enkel betrekking heeft op | vermeld in artikel 1 van de WAM-Wet, enkel betrekking heeft op |
voertuigen die door mechanische kracht worden gedreven, zonder dat | voertuigen die door mechanische kracht worden gedreven, zonder dat |
daarbij spierkracht moet worden gebruikt. Dit veronderstelt eveneens | daarbij spierkracht moet worden gebruikt. Dit veronderstelt eveneens |
dat de maximale snelheid waarvan sprake in artikel 43 van de wet van 2 | dat de maximale snelheid waarvan sprake in artikel 43 van de wet van 2 |
mei 2019, de snelheid is die bereikt kan worden op basis van de motor | mei 2019, de snelheid is die bereikt kan worden op basis van de motor |
alleen, zonder bijkomende ondersteuning door spierkracht. | alleen, zonder bijkomende ondersteuning door spierkracht. |
Ten aanzien van het verschil in behandeling tussen bromfietsen klasse | Ten aanzien van het verschil in behandeling tussen bromfietsen klasse |
A en voertuigen met een grotere massa | A en voertuigen met een grotere massa |
B.3.1. De prejudiciële vraag in de zaak nr. 7323 is identiek aan de | B.3.1. De prejudiciële vraag in de zaak nr. 7323 is identiek aan de |
tweede prejudiciële vraag in de zaak nr. 7264. Het Hof wordt | tweede prejudiciële vraag in de zaak nr. 7264. Het Hof wordt |
ondervraagd over de bestaanbaarheid, van artikel 2bis van de WAM-Wet, | ondervraagd over de bestaanbaarheid, van artikel 2bis van de WAM-Wet, |
zoals ingevoerd bij artikel 43 van de wet van 2 mei 2019, met onder | zoals ingevoerd bij artikel 43 van de wet van 2 mei 2019, met onder |
andere de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat die bepaling een | andere de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat die bepaling een |
verschil in behandeling invoert tussen bromfietsen klasse A, | verschil in behandeling invoert tussen bromfietsen klasse A, |
enerzijds, en andere voertuigen waarvan de autonome snelheid eveneens | enerzijds, en andere voertuigen waarvan de autonome snelheid eveneens |
beperkt is tot 25 km/u en die een grotere massa hebben dan de | beperkt is tot 25 km/u en die een grotere massa hebben dan de |
bromfietsen klasse A, anderzijds. Die laatste voertuigen vallen immers | bromfietsen klasse A, anderzijds. Die laatste voertuigen vallen immers |
wel onder de uitzondering op de verzekeringsplicht, terwijl | wel onder de uitzondering op de verzekeringsplicht, terwijl |
bromfietsen klasse A uitdrukkelijk aan de verzekeringsplicht worden | bromfietsen klasse A uitdrukkelijk aan de verzekeringsplicht worden |
onderworpen. | onderworpen. |
B.3.2. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie sluit niet | B.3.2. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie sluit niet |
uit dat een verschil in behandeling tussen categorieën van personen | uit dat een verschil in behandeling tussen categorieën van personen |
wordt ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief criterium | wordt ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief criterium |
berust en het redelijk verantwoord is. | berust en het redelijk verantwoord is. |
Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld | Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld |
rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel | rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel |
en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het beginsel van | en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het beginsel van |
gelijkheid en niet-discriminatie is geschonden wanneer vaststaat dat | gelijkheid en niet-discriminatie is geschonden wanneer vaststaat dat |
er geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de | er geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de |
aangewende middelen en het beoogde doel. | aangewende middelen en het beoogde doel. |
B.3.3. De wetgever had met de in het geding zijnde bepaling de | B.3.3. De wetgever had met de in het geding zijnde bepaling de |
bedoeling de bestuurders van bepaald motorrijtuigen alsnog als zwakke | bedoeling de bestuurders van bepaald motorrijtuigen alsnog als zwakke |
weggebruikers in de zin van artikel 29bis te beschouwen, en hen vrij | weggebruikers in de zin van artikel 29bis te beschouwen, en hen vrij |
te stellen van de verzekeringsplicht voor motorrijtuigen. Zoals blijkt | te stellen van de verzekeringsplicht voor motorrijtuigen. Zoals blijkt |
uit de in B.2.7 vermelde parlementaire voorbereiding, wou de wetgever | uit de in B.2.7 vermelde parlementaire voorbereiding, wou de wetgever |
bromfietsen klasse A alsnog specifiek aan de verzekeringsplicht | bromfietsen klasse A alsnog specifiek aan de verzekeringsplicht |
onderwerpen, ondanks het feit dat hun maximale snelheid 25 km/u niet | onderwerpen, ondanks het feit dat hun maximale snelheid 25 km/u niet |
overschrijdt, omdat de massa van dergelijke bromfietsen, in combinatie | overschrijdt, omdat de massa van dergelijke bromfietsen, in combinatie |
met de toegestane maximale snelheid, bepaalde risico's inhoudt. | met de toegestane maximale snelheid, bepaalde risico's inhoudt. |
Daarnaast beroept de wetgever zich op het arrest van het Hof nr. | Daarnaast beroept de wetgever zich op het arrest van het Hof nr. |
23/2002 van 26 maart 2002. Bij dat arrest oordeelde het Hof dat de | 23/2002 van 26 maart 2002. Bij dat arrest oordeelde het Hof dat de |
wetgever redelijkerwijze vermocht te oordelen dat bestuurders van | wetgever redelijkerwijze vermocht te oordelen dat bestuurders van |
bromfietsen klasse A tot de niet-zwakke weggebruikers behoren, in | bromfietsen klasse A tot de niet-zwakke weggebruikers behoren, in |
zoverre zij een soort motorrijtuig besturen waarvan de | zoverre zij een soort motorrijtuig besturen waarvan de |
inverkeerstelling op zich een gevaar betekent voor de andere | inverkeerstelling op zich een gevaar betekent voor de andere |
gebruikers van de openbare weg. | gebruikers van de openbare weg. |
Hoewel de definitie van een bromfiets klasse A, zoals is vermeld in | Hoewel de definitie van een bromfiets klasse A, zoals is vermeld in |
B.2.6, op zich niet verwijst naar de massa van het voertuig, maar | B.2.6, op zich niet verwijst naar de massa van het voertuig, maar |
enkel betrekking heeft op het vermogen en de snelheid, is het niet | enkel betrekking heeft op het vermogen en de snelheid, is het niet |
onredelijk te oordelen dat de bestuurder van een voertuig dat aan die | onredelijk te oordelen dat de bestuurder van een voertuig dat aan die |
definitie voldoet, tot de niet-zwakke weggebruikers behoort, omdat de | definitie voldoet, tot de niet-zwakke weggebruikers behoort, omdat de |
inverkeerstelling van het voertuig in kwestie op zich een gevaar | inverkeerstelling van het voertuig in kwestie op zich een gevaar |
betekent voor de andere gebruikers van de openbare weg. Bijgevolg is | betekent voor de andere gebruikers van de openbare weg. Bijgevolg is |
het niet zonder redelijke verantwoording om bromfietsen klasse A, | het niet zonder redelijke verantwoording om bromfietsen klasse A, |
waarvan de massa, in combinatie met de toegelaten maximale snelheid, | waarvan de massa, in combinatie met de toegelaten maximale snelheid, |
over het algemeen tot een grotere kinetische energie leidt, te | over het algemeen tot een grotere kinetische energie leidt, te |
onderwerpen aan de verzekeringsplicht. | onderwerpen aan de verzekeringsplicht. |
B.3.4. Gelet op de in B.3.3 vermelde doelstelling is het daarentegen | B.3.4. Gelet op de in B.3.3 vermelde doelstelling is het daarentegen |
niet redelijk verantwoord dat voor alle andere voertuigen die niet aan | niet redelijk verantwoord dat voor alle andere voertuigen die niet aan |
de definitie van een bromfiets klasse A voldoen, wel een vrijstelling | de definitie van een bromfiets klasse A voldoen, wel een vrijstelling |
van de verzekeringsplicht geldt, ongeacht hun massa, louter op basis | van de verzekeringsplicht geldt, ongeacht hun massa, louter op basis |
van hun maximale autonome snelheid. Uit de niet-exhaustieve opsomming | van hun maximale autonome snelheid. Uit de niet-exhaustieve opsomming |
van de voertuigen in de parlementaire voorbereiding blijkt dat de | van de voertuigen in de parlementaire voorbereiding blijkt dat de |
wetgever veronderstelt dat alle andere voertuigen die een maximale | wetgever veronderstelt dat alle andere voertuigen die een maximale |
snelheid van 25 km/u hebben, noodzakelijk een minder grote massa | snelheid van 25 km/u hebben, noodzakelijk een minder grote massa |
hebben dan bromfietsen klasse A. Anderzijds veronderstelt de wetgever | hebben dan bromfietsen klasse A. Anderzijds veronderstelt de wetgever |
dat voor die voertuigen, die toch een grotere massa hebben en die | dat voor die voertuigen, die toch een grotere massa hebben en die |
bijgevolg een motorische aandrijving vereisen om eenvoudig hanteerbaar | bijgevolg een motorische aandrijving vereisen om eenvoudig hanteerbaar |
te zijn, de autonome snelheid aanzienlijk lager zal zijn dan 25 km/u, | te zijn, de autonome snelheid aanzienlijk lager zal zijn dan 25 km/u, |
wat zou verantwoorden dat zij eveneens worden uitgesloten. | wat zou verantwoorden dat zij eveneens worden uitgesloten. |
In tegenstelling tot wat die opsomming laat vermoeden, bevat de in het | In tegenstelling tot wat die opsomming laat vermoeden, bevat de in het |
geding zijnde bepaling zelf echter enkel een vereiste inzake de | geding zijnde bepaling zelf echter enkel een vereiste inzake de |
maximale snelheid, en wordt voor de vrijstelling geen rekening | maximale snelheid, en wordt voor de vrijstelling geen rekening |
gehouden met de massa van het betrokken voertuig. | gehouden met de massa van het betrokken voertuig. |
De nood aan flexibiliteit om rekening te houden met de snelle evolutie | De nood aan flexibiliteit om rekening te houden met de snelle evolutie |
van dit nieuw soort voertuigen verantwoordt evenmin dat die voertuigen | van dit nieuw soort voertuigen verantwoordt evenmin dat die voertuigen |
louter op basis van de maximale autonome snelheid, en het feit dat zij | louter op basis van de maximale autonome snelheid, en het feit dat zij |
niet als bromfietsen klasse A worden beschouwd, worden vrijgesteld van | niet als bromfietsen klasse A worden beschouwd, worden vrijgesteld van |
de verzekeringsplicht. Die snelle evolutie maakt het immers eveneens | de verzekeringsplicht. Die snelle evolutie maakt het immers eveneens |
moeilijk om bijvoorbeeld de massa, en in het algemeen het | moeilijk om bijvoorbeeld de massa, en in het algemeen het |
verkeersrisico, van dergelijke nieuwe voertuigen te voorspellen. | verkeersrisico, van dergelijke nieuwe voertuigen te voorspellen. |
B.4.1. Artikel 2bis, eerste lid, van de WAM-Wet, zoals ingevoerd bij | B.4.1. Artikel 2bis, eerste lid, van de WAM-Wet, zoals ingevoerd bij |
artikel 43 van de wet van 2 mei 2019, schendt de artikelen 10 en 11 | artikel 43 van de wet van 2 mei 2019, schendt de artikelen 10 en 11 |
van de Grondwet, in zoverre het bepaalt dat de motorrijtuigen bedoeld | van de Grondwet, in zoverre het bepaalt dat de motorrijtuigen bedoeld |
in artikel 1, eerste lid, die door de mechanische kracht 25 km/u niet | in artikel 1, eerste lid, die door de mechanische kracht 25 km/u niet |
overschrijden, zijn uitgezonderd van de verzekeringsplicht bedoeld in | overschrijden, zijn uitgezonderd van de verzekeringsplicht bedoeld in |
artikel 2, § 1, van de WAM-Wet, zonder de massa van die motorrijtuigen | artikel 2, § 1, van de WAM-Wet, zonder de massa van die motorrijtuigen |
in aanmerking te nemen. | in aanmerking te nemen. |
De prejudiciële vraag dient bevestigend te worden beantwoord. | De prejudiciële vraag dient bevestigend te worden beantwoord. |
B.4.2. De toetsing van de in het geding zijnde bepalingen aan de | B.4.2. De toetsing van de in het geding zijnde bepalingen aan de |
andere in de prejudiciële vraag vermelde bepalingen kan niet tot een | andere in de prejudiciële vraag vermelde bepalingen kan niet tot een |
ruimere vaststelling van ongrondwettigheid leiden. | ruimere vaststelling van ongrondwettigheid leiden. |
B.4.3. Nu het onderzoek van de eerste prejudiciële vraag heeft geleid | B.4.3. Nu het onderzoek van de eerste prejudiciële vraag heeft geleid |
tot een vaststelling van schending van de artikelen 10 en 11 van de | tot een vaststelling van schending van de artikelen 10 en 11 van de |
Grondwet, is er geen aanleiding om over te gaan tot een onderzoek van | Grondwet, is er geen aanleiding om over te gaan tot een onderzoek van |
de andere prejudiciële vraag in de zaak nr. 7264, dat niet zou kunnen | de andere prejudiciële vraag in de zaak nr. 7264, dat niet zou kunnen |
leiden tot een ruimere vaststelling van ongrondwettigheid. | leiden tot een ruimere vaststelling van ongrondwettigheid. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
Artikel 2bis, eerste lid, van de wet van 21 november 1989 « | Artikel 2bis, eerste lid, van de wet van 21 november 1989 « |
betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake | betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake |
motorrijtuigen », zoals ingevoegd bij artikel 43 van de wet van 2 mei | motorrijtuigen », zoals ingevoegd bij artikel 43 van de wet van 2 mei |
2019 « houdende diverse bepalingen inzake economie », schendt de | 2019 « houdende diverse bepalingen inzake economie », schendt de |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het bepaalt dat de | artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het bepaalt dat de |
motorrijtuigen bedoeld in artikel 1, eerste lid, die door de | motorrijtuigen bedoeld in artikel 1, eerste lid, die door de |
mechanische kracht 25 km/u niet overschrijden, zijn uitgezonderd van | mechanische kracht 25 km/u niet overschrijden, zijn uitgezonderd van |
de verzekeringsplicht bedoeld in artikel 2, § 1, van de voormelde wet | de verzekeringsplicht bedoeld in artikel 2, § 1, van de voormelde wet |
van 21 november 1989, zonder de massa van die motorrijtuigen in | van 21 november 1989, zonder de massa van die motorrijtuigen in |
aanmerking te nemen. | aanmerking te nemen. |
Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel | Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel |
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, | 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, |
op 28 januari 2021. | op 28 januari 2021. |
De griffier, | De griffier, |
P.-Y. Dutilleux | P.-Y. Dutilleux |
De voorzitter, | De voorzitter, |
L. Lavrysen | L. Lavrysen |