Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 15/2021 van 28 januari 2021 Rolnummers 7264 en 7323 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 43 van de wet van 2 mei 2019 « houdende diverse bepalingen inzake economie » Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en F. Daoût, en de rechters (...)"
Uittreksel uit arrest nr. 15/2021 van 28 januari 2021 Rolnummers 7264 en 7323 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 43 van de wet van 2 mei 2019 « houdende diverse bepalingen inzake economie » Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en F. Daoût, en de rechters (...) Uittreksel uit arrest nr. 15/2021 van 28 januari 2021 Rolnummers 7264 en 7323 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 43 van de wet van 2 mei 2019 « houdende diverse bepalingen inzake economie » Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en F. Daoût, en de rechters (...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 15/2021 van 28 januari 2021 Uittreksel uit arrest nr. 15/2021 van 28 januari 2021
Rolnummers 7264 en 7323 Rolnummers 7264 en 7323
In zake : de prejudiciële vragen over artikel 43 van de wet van 2 mei In zake : de prejudiciële vragen over artikel 43 van de wet van 2 mei
2019 « houdende diverse bepalingen inzake economie » (artikel 2bis van 2019 « houdende diverse bepalingen inzake economie » (artikel 2bis van
de wet van 21 november 1989 « betreffende de verplichte de wet van 21 november 1989 « betreffende de verplichte
aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen »), gesteld door aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen »), gesteld door
de Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent. de Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en F. Daoût, en de samengesteld uit de voorzitters L. Lavrysen en F. Daoût, en de
rechters J.-P. Moerman, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet, R. rechters J.-P. Moerman, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet, R.
Leysen, J. Moerman, M. Pâques en Y. Kherbache, bijgestaan door de Leysen, J. Moerman, M. Pâques en Y. Kherbache, bijgestaan door de
griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter L. griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter L.
Lavrysen, Lavrysen,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging
a. Bij vonnis van 8 oktober 2019, waarvan de expeditie ter griffie van a. Bij vonnis van 8 oktober 2019, waarvan de expeditie ter griffie van
het Hof is ingekomen op 15 oktober 2019, heeft de Rechtbank van eerste het Hof is ingekomen op 15 oktober 2019, heeft de Rechtbank van eerste
aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, de volgende prejudiciële vragen aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, de volgende prejudiciële vragen
gesteld : gesteld :
« 1. Schendt artikel 43 Wet van 2 mei 2019 houdende diverse bepalingen « 1. Schendt artikel 43 Wet van 2 mei 2019 houdende diverse bepalingen
inzake economie, de bepalingen over de fundamentele rechten en inzake economie, de bepalingen over de fundamentele rechten en
vrijheden gewaarborgd in titel II van de Grondwet, (met name de vrijheden gewaarborgd in titel II van de Grondwet, (met name de
artikelen 10, 11 en 13 van de Grondwet) én artikel 6.1 E.V.R.M., in artikelen 10, 11 en 13 van de Grondwet) én artikel 6.1 E.V.R.M., in
zoverre deze bepaling de verzekeringsplicht handhaaft voor bromfietsen zoverre deze bepaling de verzekeringsplicht handhaaft voor bromfietsen
klasse A, zoals omschreven in art. 2.17.1 Wegverkeersreglement, doch klasse A, zoals omschreven in art. 2.17.1 Wegverkeersreglement, doch
niet voor voertuigen die niet onder het toepassingsveld van art. niet voor voertuigen die niet onder het toepassingsveld van art.
2.17.1 Wegverkeersreglement sorteren en een autonome snelheid van 2.17.1 Wegverkeersreglement sorteren en een autonome snelheid van
maximaal 25 km/u hebben, doch via ondersteuning een hogere snelheid maximaal 25 km/u hebben, doch via ondersteuning een hogere snelheid
kunnen halen en bijgevolg een evenwaardige dan wel grotere kinetische kunnen halen en bijgevolg een evenwaardige dan wel grotere kinetische
energie hebben dan bromfietsen klasse A ? energie hebben dan bromfietsen klasse A ?
2. Schendt artikel 43 Wet van 2 mei 2019 houdende diverse bepalingen 2. Schendt artikel 43 Wet van 2 mei 2019 houdende diverse bepalingen
inzake economie, de bepalingen over de fundamentele rechten en inzake economie, de bepalingen over de fundamentele rechten en
vrijheden gewaarborgd in titel II van de Grondwet, (met name de vrijheden gewaarborgd in titel II van de Grondwet, (met name de
artikelen 10, 11 en 13 van de Grondwet) én artikel 6.1 E.V.R.M., in artikelen 10, 11 en 13 van de Grondwet) én artikel 6.1 E.V.R.M., in
zoverre deze bepaling de verzekeringsplicht handhaaft voor bromfietsen zoverre deze bepaling de verzekeringsplicht handhaaft voor bromfietsen
klasse A, zoals omschreven in art. 2.17.1 Wegverkeersreglement, doch klasse A, zoals omschreven in art. 2.17.1 Wegverkeersreglement, doch
niet voor voertuigen die niet onder het toepassingsveld van art. niet voor voertuigen die niet onder het toepassingsveld van art.
2.17.1 Wegverkeersreglement sorteren en een autonome snelheid van 2.17.1 Wegverkeersreglement sorteren en een autonome snelheid van
maximaal 25 km/u hebben, doch gemiddeld een grotere massa hebben dan maximaal 25 km/u hebben, doch gemiddeld een grotere massa hebben dan
bromfietsen klasse A en bijgevolg een grotere kinetische energie bromfietsen klasse A en bijgevolg een grotere kinetische energie
hebben dan bromfietsen klasse A ? ». hebben dan bromfietsen klasse A ? ».
b. Bij vonnis van 28 november 2019, waarvan de expeditie ter griffie b. Bij vonnis van 28 november 2019, waarvan de expeditie ter griffie
van het Hof is ingekomen op 5 december 2019, heeft de Rechtbank van van het Hof is ingekomen op 5 december 2019, heeft de Rechtbank van
eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, de volgende prejudiciële eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, de volgende prejudiciële
vraag gesteld : vraag gesteld :
« Schendt artikel 43 Wet van 2 mei 2019 houdende diverse bepalingen « Schendt artikel 43 Wet van 2 mei 2019 houdende diverse bepalingen
inzake economie, de bepalingen over de fundamentele rechten en inzake economie, de bepalingen over de fundamentele rechten en
vrijheden gewaarborgd in titel II van de Grondwet, (met name de vrijheden gewaarborgd in titel II van de Grondwet, (met name de
artikelen 10, 11 en 13 van de Grondwet) én artikel 6.1 E.V.R.M., in artikelen 10, 11 en 13 van de Grondwet) én artikel 6.1 E.V.R.M., in
zoverre deze bepaling de verzekeringsplicht handhaaft voor bromfietsen zoverre deze bepaling de verzekeringsplicht handhaaft voor bromfietsen
klasse A, zoals omschreven in artikel 2.17.1 Wegverkeersreglement, klasse A, zoals omschreven in artikel 2.17.1 Wegverkeersreglement,
doch niet voor voertuigen die niet onder het toepassingsveld van doch niet voor voertuigen die niet onder het toepassingsveld van
artikel 2.17.1 Wegverkeersreglement sorteren en een autonome snelheid artikel 2.17.1 Wegverkeersreglement sorteren en een autonome snelheid
van maximaal 25 km/u hebben, doch gemiddeld een grotere massa hebben van maximaal 25 km/u hebben, doch gemiddeld een grotere massa hebben
dan bromfietsen klasse A en bijgevolg een grotere kinetische energie dan bromfietsen klasse A en bijgevolg een grotere kinetische energie
hebben dan bromfietsen klasse A ? ». hebben dan bromfietsen klasse A ? ».
Die zaken, ingeschreven onder de nummers 7264 en 7323 van de rol van Die zaken, ingeschreven onder de nummers 7264 en 7323 van de rol van
het Hof, werden samengevoegd. het Hof, werden samengevoegd.
(...) (...)
II. In rechte II. In rechte
(...) (...)
Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de zaak nr. 7323 Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de zaak nr. 7323
B.1.1. De Ministerraad voert aan dat het antwoord op de prejudiciële B.1.1. De Ministerraad voert aan dat het antwoord op de prejudiciële
vraag in de zaak nr. 7323 niet nuttig is voor het oplossen van het vraag in de zaak nr. 7323 niet nuttig is voor het oplossen van het
geschil, omdat de vraag gebaseerd is op de verkeerde veronderstelling geschil, omdat de vraag gebaseerd is op de verkeerde veronderstelling
dat een hoogtewerker onder het toepassingsgebied van de in het geding dat een hoogtewerker onder het toepassingsgebied van de in het geding
zijnde bepaling valt. zijnde bepaling valt.
B.1.2. In de regel komt het de verwijzende rechter toe te oordelen of B.1.2. In de regel komt het de verwijzende rechter toe te oordelen of
het antwoord op de prejudiciële vraag nuttig is voor het oplossen van het antwoord op de prejudiciële vraag nuttig is voor het oplossen van
het geschil. Alleen indien dat klaarblijkelijk niet het geval is, kan het geschil. Alleen indien dat klaarblijkelijk niet het geval is, kan
het Hof beslissen dat de vraag geen antwoord behoeft. het Hof beslissen dat de vraag geen antwoord behoeft.
B.1.3. Uit de motieven van de verwijzingsbeslissing kan worden B.1.3. Uit de motieven van de verwijzingsbeslissing kan worden
afgeleid dat de verwijzende rechter van oordeel is dat de hoogtewerker afgeleid dat de verwijzende rechter van oordeel is dat de hoogtewerker
onder het toepassingsgebied valt van artikel 2bis van de wet van 21 onder het toepassingsgebied valt van artikel 2bis van de wet van 21
november 1989 « betreffende de verplichte november 1989 « betreffende de verplichte
aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen » (hierna : aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen » (hierna :
WAM-Wet), zoals ingevoegd bij artikel 43 van de wet van 2 mei 2019 « WAM-Wet), zoals ingevoegd bij artikel 43 van de wet van 2 mei 2019 «
houdende diverse bepalingen inzake economie » (hierna : de wet van 2 houdende diverse bepalingen inzake economie » (hierna : de wet van 2
mei 2019). De Ministerraad, in zijn exceptie, vermeldt zelf de mei 2019). De Ministerraad, in zijn exceptie, vermeldt zelf de
mogelijkheid dat de in het geding zijnde bepaling van toepassing is op mogelijkheid dat de in het geding zijnde bepaling van toepassing is op
de hoogtewerker, en voert bijgevolg geen elementen aan waaruit blijkt de hoogtewerker, en voert bijgevolg geen elementen aan waaruit blijkt
dat de in het geding zijnde bepaling klaarblijkelijk niet van dat de in het geding zijnde bepaling klaarblijkelijk niet van
toepassing is op het voor de verwijzende rechter voorgelegde geschil. toepassing is op het voor de verwijzende rechter voorgelegde geschil.
B.1.4. De exceptie wordt verworpen. B.1.4. De exceptie wordt verworpen.
Ten aanzien van de in het geding zijnde bepaling Ten aanzien van de in het geding zijnde bepaling
B.2.1. Artikel 1, eerste lid, van de WAM-Wet definieert het begrip « B.2.1. Artikel 1, eerste lid, van de WAM-Wet definieert het begrip «
motorrijtuig » als volgt : motorrijtuig » als volgt :
« Motorrijtuigen : rij- of voertuigen, bestemd om zich over de grond « Motorrijtuigen : rij- of voertuigen, bestemd om zich over de grond
te bewegen en die door een mechanische kracht kunnen worden gedreven, te bewegen en die door een mechanische kracht kunnen worden gedreven,
zonder aan spoorstaven te zijn gebonden; al wat aan het rij- of zonder aan spoorstaven te zijn gebonden; al wat aan het rij- of
voertuig is gekoppeld, wordt als een deel daarvan aangemerkt ". voertuig is gekoppeld, wordt als een deel daarvan aangemerkt ".
Wanneer een voertuig als een motorrijtuig wordt beschouwd, heeft dit Wanneer een voertuig als een motorrijtuig wordt beschouwd, heeft dit
tot gevolg dat de eigenaar in principe verplicht is een verzekering tot gevolg dat de eigenaar in principe verplicht is een verzekering
inzake de burgerrechtelijke aansprakelijkheid te sluiten wanneer het inzake de burgerrechtelijke aansprakelijkheid te sluiten wanneer het
voertuig zich in het verkeer begeeft op de openbare weg en op voertuig zich in het verkeer begeeft op de openbare weg en op
terreinen die toegankelijk zijn voor het publiek of slechts voor een terreinen die toegankelijk zijn voor het publiek of slechts voor een
zeker aantal personen die het recht hebben om er te komen (artikel 2 zeker aantal personen die het recht hebben om er te komen (artikel 2
van de WAM-Wet). Die verplichte verzekering is onder andere bedoeld om van de WAM-Wet). Die verplichte verzekering is onder andere bedoeld om
de vergoeding van de schade geleden door slachtoffers van een de vergoeding van de schade geleden door slachtoffers van een
verkeersongeval en hun rechthebbenden, te waarborgen. verkeersongeval en hun rechthebbenden, te waarborgen.
B.2.2. Bij artikel 43 van de wet van 2 mei 2019, wordt een artikel B.2.2. Bij artikel 43 van de wet van 2 mei 2019, wordt een artikel
2bis ingevoegd in de WAM-Wet : 2bis ingevoegd in de WAM-Wet :
« Zijn niet onderworpen aan de verzekeringsplicht bedoeld in artikel « Zijn niet onderworpen aan de verzekeringsplicht bedoeld in artikel
2, § 1, de motorrijtuigen bedoeld in artikel 1, eerste lid, die door 2, § 1, de motorrijtuigen bedoeld in artikel 1, eerste lid, die door
de mechanische kracht 25 km/u niet overschrijden. de mechanische kracht 25 km/u niet overschrijden.
Blijven onderworpen aan de verzekeringsplicht bedoeld in artikel 2, § Blijven onderworpen aan de verzekeringsplicht bedoeld in artikel 2, §
1, de bromfietsen van klasse A zoals gedefinieerd in artikel 2, 2.17, 1, de bromfietsen van klasse A zoals gedefinieerd in artikel 2, 2.17,
1), van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen 1), van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen
reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de
openbare weg ». openbare weg ».
B.2.3. Volgens de parlementaire voorbereiding past de vrijstelling van B.2.3. Volgens de parlementaire voorbereiding past de vrijstelling van
de verzekeringsplicht in het kader van de mogelijkheid, geboden door de verzekeringsplicht in het kader van de mogelijkheid, geboden door
artikel 5 van de richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en artikel 5 van de richtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en
de Raad van 16 september 2009 « betreffende de verzekering tegen de de Raad van 16 september 2009 « betreffende de verzekering tegen de
wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van
motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering
tegen deze aansprakelijkheid », om elektrische fietsen of andere tegen deze aansprakelijkheid », om elektrische fietsen of andere
nieuwe elektrische motorrijtuigen van de wettelijke nieuwe elektrische motorrijtuigen van de wettelijke
aansprakelijkheidsverzekering uit te sluiten. Met de invoering van aansprakelijkheidsverzekering uit te sluiten. Met de invoering van
artikel 2bis van de WAM-Wet had de wetgever de bedoeling de artikel 2bis van de WAM-Wet had de wetgever de bedoeling de
verzekeringsplicht aan te passen aan de recente opkomst van nieuwe verzekeringsplicht aan te passen aan de recente opkomst van nieuwe
elektrische motorrijtuigen : elektrische motorrijtuigen :
« De wijziging wordt ingegeven door de vaststelling dat de enge « De wijziging wordt ingegeven door de vaststelling dat de enge
interpretatie van de definitie in artikel 1 WAM, en meer in het interpretatie van de definitie in artikel 1 WAM, en meer in het
bijzonder het aspect autonoom kunnen rijden, ertoe leidt dat : bijzonder het aspect autonoom kunnen rijden, ertoe leidt dat :
1° bepaalde elektrische fietsen, de gemotoriseerde 1° bepaalde elektrische fietsen, de gemotoriseerde
voortbewegingstoestellen en elektrische rolstoelen in de regel onder voortbewegingstoestellen en elektrische rolstoelen in de regel onder
de verzekeringsplicht vallen en; de verzekeringsplicht vallen en;
2° de bestuurders ervan buiten het toepassingsgebied zouden vallen van 2° de bestuurders ervan buiten het toepassingsgebied zouden vallen van
de automatische wettelijke vergoedingsregeling van artikel 29bis WAM de automatische wettelijke vergoedingsregeling van artikel 29bis WAM
(zwakke gebruikers) » (Parl. St., Kamer, 2018-2019, DOC 54-3570/001, (zwakke gebruikers) » (Parl. St., Kamer, 2018-2019, DOC 54-3570/001,
p. 33). p. 33).
B.2.4. Artikel 29bis van de WAM-Wet organiseert een systeem van B.2.4. Artikel 29bis van de WAM-Wet organiseert een systeem van
objectieve aansprakelijkheid van de bestuurders van motorrijtuigen dat objectieve aansprakelijkheid van de bestuurders van motorrijtuigen dat
afwijkt van het gemeen recht van de burgerlijke aansprakelijkheid, afwijkt van het gemeen recht van de burgerlijke aansprakelijkheid,
aangezien de bestuurder van een motorrijtuig dat bij een ongeval is aangezien de bestuurder van een motorrijtuig dat bij een ongeval is
betrokken, zich niet kan onttrekken aan zijn verplichting om de door betrokken, zich niet kan onttrekken aan zijn verplichting om de door
de slachtoffers geleden schade te herstellen door zich te beroepen op de slachtoffers geleden schade te herstellen door zich te beroepen op
de afwezigheid van een door hem begane fout. De verplichting om de de afwezigheid van een door hem begane fout. De verplichting om de
door de slachtoffers van een verkeersongeval en hun rechthebbenden door de slachtoffers van een verkeersongeval en hun rechthebbenden
geleden schade te vergoeden, wordt ten laste gelegd van de geleden schade te vergoeden, wordt ten laste gelegd van de
verzekeraars die de aansprakelijkheid van de eigenaar, de bestuurder verzekeraars die de aansprakelijkheid van de eigenaar, de bestuurder
of de houder van de motorrijtuigen dekken. of de houder van de motorrijtuigen dekken.
B.2.5. Artikel 46 van de wet van 2 mei 2019 wijzigt artikel 29bis, § B.2.5. Artikel 46 van de wet van 2 mei 2019 wijzigt artikel 29bis, §
3, van de WAM-Wet, waardoor, voor de toepassing van de objectieve 3, van de WAM-Wet, waardoor, voor de toepassing van de objectieve
aansprakelijkheid van artikel 29bis, de voertuigen bedoeld in het aansprakelijkheid van artikel 29bis, de voertuigen bedoeld in het
nieuwe artikel 2bis, eerste lid, van de WAM-Wet niet als nieuwe artikel 2bis, eerste lid, van de WAM-Wet niet als
motorrijtuigen worden beschouwd, maar als voertuigen van zwakke motorrijtuigen worden beschouwd, maar als voertuigen van zwakke
weggebruikers. weggebruikers.
B.2.6. Artikel 2, 2.17, 1), van het koninklijk besluit van 1 december B.2.6. Artikel 2, 2.17, 1), van het koninklijk besluit van 1 december
1975 « houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en 1975 « houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en
van het gebruik van de openbare weg », definieert een bromfiets klasse van het gebruik van de openbare weg », definieert een bromfiets klasse
A als : A als :
« elk twee- of driewielig voertuig uitgerust met een motor met « elk twee- of driewielig voertuig uitgerust met een motor met
inwendige verbranding waarvan de cilinderinhoud ten hoogste 50 cm3 inwendige verbranding waarvan de cilinderinhoud ten hoogste 50 cm3
bedraagt met een netto-maximumvermogen van ten hoogste 4 kW, of met bedraagt met een netto-maximumvermogen van ten hoogste 4 kW, of met
een elektrische motor met een nominaal continu maximumvermogen van ten een elektrische motor met een nominaal continu maximumvermogen van ten
hoogste 4 kW en met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid hoogste 4 kW en met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid
van 25 km per uur, met uitsluiting van de gemotoriseerde van 25 km per uur, met uitsluiting van de gemotoriseerde
voortbewegingstoestellen ». voortbewegingstoestellen ».
In haar advies merkte de afdeling wetgeving van de Raad van State op In haar advies merkte de afdeling wetgeving van de Raad van State op
dat de keuze om bromfietsen klasse A niet mee te nemen in de dat de keuze om bromfietsen klasse A niet mee te nemen in de
uitzondering, niet kon worden verantwoord door de vaststelling dat die uitzondering, niet kon worden verantwoord door de vaststelling dat die
bromfietsen reeds geruime tijd aan de verzekeringsplicht onderworpen bromfietsen reeds geruime tijd aan de verzekeringsplicht onderworpen
zijn : zijn :
« De gemachtigde werd om een verantwoording verzocht in het licht van « De gemachtigde werd om een verantwoording verzocht in het licht van
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet voor het gemaakte onderscheid de artikelen 10 en 11 van de Grondwet voor het gemaakte onderscheid
tussen de bestuurders van de voertuigen bedoeld in het ontworpen tussen de bestuurders van de voertuigen bedoeld in het ontworpen
artikel 2bis, eerste lid, van de wet van 21 november 1989, enerzijds, artikel 2bis, eerste lid, van de wet van 21 november 1989, enerzijds,
en bestuurders van bromfietsen klasse A, anderzijds, waarbij onder en bestuurders van bromfietsen klasse A, anderzijds, waarbij onder
meer werd gewezen op het voormelde arrest van het Grondwettelijk Hof. meer werd gewezen op het voormelde arrest van het Grondwettelijk Hof.
De gemachtigde verantwoordde het gemaakte onderscheid als volgt : De gemachtigde verantwoordde het gemaakte onderscheid als volgt :
[' In het arrest nr. 23/2002 van 23 januari 2002 van het [' In het arrest nr. 23/2002 van 23 januari 2002 van het
Grondwettelijk Hof wordt nadrukkelijk gewezen op de doelstellingen die Grondwettelijk Hof wordt nadrukkelijk gewezen op de doelstellingen die
de wetgever nastreeft met de aanneming van de automatische de wetgever nastreeft met de aanneming van de automatische
schadevergoeding voor de zwak geachte slachtoffers van schadevergoeding voor de zwak geachte slachtoffers van
verkeersongevallen. verkeersongevallen.
De in aanmerking genomen criteria om die " zwakheid " te kenmerken, De in aanmerking genomen criteria om die " zwakheid " te kenmerken,
zijn, enerzijds, het feit dat men niet de bestuurder van een zijn, enerzijds, het feit dat men niet de bestuurder van een
motorrijtuig is en, anderzijds, het gevaar dat de inverkeerstelling motorrijtuig is en, anderzijds, het gevaar dat de inverkeerstelling
van een motorrijtuig op de openbare weg in se betekent. van een motorrijtuig op de openbare weg in se betekent.
Het criterium dat in het wetsontwerp is gekozen, neemt het criterium Het criterium dat in het wetsontwerp is gekozen, neemt het criterium
van het gevaar van een voertuig in aanmerking, daar de maximumsnelheid van het gevaar van een voertuig in aanmerking, daar de maximumsnelheid
is beperkt tot 25 km/u. is beperkt tot 25 km/u.
De uitsluiting van klasse A houdt rekening ermee dat die voertuigen De uitsluiting van klasse A houdt rekening ermee dat die voertuigen
reeds vele jaren zijn onderworpen (aan de inschrijving, alsook) aan de reeds vele jaren zijn onderworpen (aan de inschrijving, alsook) aan de
verzekeringsplicht '.] verzekeringsplicht '.]
Het gegeven dat de bromfietsen van klasse A reeds sedert verschillende Het gegeven dat de bromfietsen van klasse A reeds sedert verschillende
jaren onderworpen zijn aan de verzekeringsplicht kan in het licht van jaren onderworpen zijn aan de verzekeringsplicht kan in het licht van
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet bezwaarlijk worden beschouwd als de artikelen 10 en 11 van de Grondwet bezwaarlijk worden beschouwd als
een pertinente en objectieve verantwoording die het in het voorontwerp een pertinente en objectieve verantwoording die het in het voorontwerp
gemaakte onderscheid vermag te billijken » (Parl. St., Kamer, gemaakte onderscheid vermag te billijken » (Parl. St., Kamer,
2018-2019, DOC 54-3570/004, p. 35). 2018-2019, DOC 54-3570/004, p. 35).
B.2.7. De wetgever heeft het verschil tussen de vrijgestelde B.2.7. De wetgever heeft het verschil tussen de vrijgestelde
voertuigen en de bromfietsen klasse A bijkomend verantwoord op basis voertuigen en de bromfietsen klasse A bijkomend verantwoord op basis
van de zogenaamde kinetische energie van het voertuig, waarbij van de zogenaamde kinetische energie van het voertuig, waarbij
enerzijds de snelheid en anderzijds de massa van het voertuig in enerzijds de snelheid en anderzijds de massa van het voertuig in
overweging worden genomen om de risico's die de inverkeerstelling met overweging worden genomen om de risico's die de inverkeerstelling met
zich meebrengt, te evalueren : zich meebrengt, te evalueren :
« Via deze bepaling worden een aantal nieuwe elektrische « Via deze bepaling worden een aantal nieuwe elektrische
motorrijtuigen van de verzekeringsverplichting ontheven. Omwille van motorrijtuigen van de verzekeringsverplichting ontheven. Omwille van
consistentie en rechtszekerheid voor de rechtsonderhorige werd consistentie en rechtszekerheid voor de rechtsonderhorige werd
geopteerd voor een uniform plafond van autonome snelheid van 25 km/u. geopteerd voor een uniform plafond van autonome snelheid van 25 km/u.
Het criterium dat wordt gehanteerd om al dan niet aan de Het criterium dat wordt gehanteerd om al dan niet aan de
verzekeringsplicht onderworpen te zijn, is de kinetische energie van verzekeringsplicht onderworpen te zijn, is de kinetische energie van
het voertuig. het voertuig.
Kinetische energie is de vorm van energie die een lichaam of voorwerp Kinetische energie is de vorm van energie die een lichaam of voorwerp
in zich heeft doordat het beweegt. De massa en de snelheid van het in zich heeft doordat het beweegt. De massa en de snelheid van het
lichaam of het voorwerp bepalen de hoeveelheid kinetische energie. lichaam of het voorwerp bepalen de hoeveelheid kinetische energie.
Aangezien een bromfiets klasse A al snel 80 tot 100 kg weegt en een Aangezien een bromfiets klasse A al snel 80 tot 100 kg weegt en een
elektrische fiets gemiddeld 20 tot 30 kg weegt, inclusief de batterij, elektrische fiets gemiddeld 20 tot 30 kg weegt, inclusief de batterij,
is het gerechtvaardigd dat de bromfiets klasse A onderhevig blijft aan is het gerechtvaardigd dat de bromfiets klasse A onderhevig blijft aan
de verzekeringsplicht. De kinetische energie aan eenzelfde snelheid de verzekeringsplicht. De kinetische energie aan eenzelfde snelheid
[is immers] significant [...] groter. [is immers] significant [...] groter.
Voorbeelden van geviseerde motorrijtuigen : de elektrische rolstoel, Voorbeelden van geviseerde motorrijtuigen : de elektrische rolstoel,
die reeds werd uitgesloten van artikel 29bis, het hoverboard, de die reeds werd uitgesloten van artikel 29bis, het hoverboard, de
zelfbalancerende toestellen, het elektrisch skateboard, de elektrische zelfbalancerende toestellen, het elektrisch skateboard, de elektrische
fiets, de miniquad, de minimoto, voor zover ze rijden met een maximum fiets, de miniquad, de minimoto, voor zover ze rijden met een maximum
snelheid van 25 km/u. Deze lijst is geenszins exhaustief en louter snelheid van 25 km/u. Deze lijst is geenszins exhaustief en louter
indicatief. indicatief.
Ook motorrijtuigen met de volgende functies kunnen hieronder begrepen Ook motorrijtuigen met de volgende functies kunnen hieronder begrepen
worden : de boost-, launch-, garage-, walk-assist-, parkeerfunctie, worden : de boost-, launch-, garage-, walk-assist-, parkeerfunctie,
ongeacht hun benaming en vorm. De wandel-, garage-, parkeerassistentie ongeacht hun benaming en vorm. De wandel-, garage-, parkeerassistentie
is bijvoorbeeld bedoeld om de elektrische fiets in onbereden toestand is bijvoorbeeld bedoeld om de elektrische fiets in onbereden toestand
gemakkelijker te kunnen manipuleren en niet om de fiets aan te drijven gemakkelijker te kunnen manipuleren en niet om de fiets aan te drijven
bij het rijden, zodat het verkeersrisico quasi verwaarloosbaar is (de bij het rijden, zodat het verkeersrisico quasi verwaarloosbaar is (de
autonome snelheid ligt immers zeer laag, meestal rond 6 km/u). autonome snelheid ligt immers zeer laag, meestal rond 6 km/u).
De burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst waartoe De burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst waartoe
deze vervoermiddelen aanleiding kunnen geven, zou kunnen worden deze vervoermiddelen aanleiding kunnen geven, zou kunnen worden
verzekerd middels een andere verzekeringspolis dan de B.A. auto (bv. verzekerd middels een andere verzekeringspolis dan de B.A. auto (bv.
BA-privéleven) » (Parl. St., Kamer, 2018-2019, DOC 54-3570/001, pp. BA-privéleven) » (Parl. St., Kamer, 2018-2019, DOC 54-3570/001, pp.
33-34). 33-34).
Uit die bespreking in de parlementaire voorbereiding blijkt dat de Uit die bespreking in de parlementaire voorbereiding blijkt dat de
wetgever ervan uitgaat dat de definitie van motorrijtuig, zoals wetgever ervan uitgaat dat de definitie van motorrijtuig, zoals
vermeld in artikel 1 van de WAM-Wet, enkel betrekking heeft op vermeld in artikel 1 van de WAM-Wet, enkel betrekking heeft op
voertuigen die door mechanische kracht worden gedreven, zonder dat voertuigen die door mechanische kracht worden gedreven, zonder dat
daarbij spierkracht moet worden gebruikt. Dit veronderstelt eveneens daarbij spierkracht moet worden gebruikt. Dit veronderstelt eveneens
dat de maximale snelheid waarvan sprake in artikel 43 van de wet van 2 dat de maximale snelheid waarvan sprake in artikel 43 van de wet van 2
mei 2019, de snelheid is die bereikt kan worden op basis van de motor mei 2019, de snelheid is die bereikt kan worden op basis van de motor
alleen, zonder bijkomende ondersteuning door spierkracht. alleen, zonder bijkomende ondersteuning door spierkracht.
Ten aanzien van het verschil in behandeling tussen bromfietsen klasse Ten aanzien van het verschil in behandeling tussen bromfietsen klasse
A en voertuigen met een grotere massa A en voertuigen met een grotere massa
B.3.1. De prejudiciële vraag in de zaak nr. 7323 is identiek aan de B.3.1. De prejudiciële vraag in de zaak nr. 7323 is identiek aan de
tweede prejudiciële vraag in de zaak nr. 7264. Het Hof wordt tweede prejudiciële vraag in de zaak nr. 7264. Het Hof wordt
ondervraagd over de bestaanbaarheid, van artikel 2bis van de WAM-Wet, ondervraagd over de bestaanbaarheid, van artikel 2bis van de WAM-Wet,
zoals ingevoerd bij artikel 43 van de wet van 2 mei 2019, met onder zoals ingevoerd bij artikel 43 van de wet van 2 mei 2019, met onder
andere de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat die bepaling een andere de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat die bepaling een
verschil in behandeling invoert tussen bromfietsen klasse A, verschil in behandeling invoert tussen bromfietsen klasse A,
enerzijds, en andere voertuigen waarvan de autonome snelheid eveneens enerzijds, en andere voertuigen waarvan de autonome snelheid eveneens
beperkt is tot 25 km/u en die een grotere massa hebben dan de beperkt is tot 25 km/u en die een grotere massa hebben dan de
bromfietsen klasse A, anderzijds. Die laatste voertuigen vallen immers bromfietsen klasse A, anderzijds. Die laatste voertuigen vallen immers
wel onder de uitzondering op de verzekeringsplicht, terwijl wel onder de uitzondering op de verzekeringsplicht, terwijl
bromfietsen klasse A uitdrukkelijk aan de verzekeringsplicht worden bromfietsen klasse A uitdrukkelijk aan de verzekeringsplicht worden
onderworpen. onderworpen.
B.3.2. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie sluit niet B.3.2. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie sluit niet
uit dat een verschil in behandeling tussen categorieën van personen uit dat een verschil in behandeling tussen categorieën van personen
wordt ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief criterium wordt ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief criterium
berust en het redelijk verantwoord is. berust en het redelijk verantwoord is.
Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld
rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel
en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het beginsel van en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het beginsel van
gelijkheid en niet-discriminatie is geschonden wanneer vaststaat dat gelijkheid en niet-discriminatie is geschonden wanneer vaststaat dat
er geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de er geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de
aangewende middelen en het beoogde doel. aangewende middelen en het beoogde doel.
B.3.3. De wetgever had met de in het geding zijnde bepaling de B.3.3. De wetgever had met de in het geding zijnde bepaling de
bedoeling de bestuurders van bepaald motorrijtuigen alsnog als zwakke bedoeling de bestuurders van bepaald motorrijtuigen alsnog als zwakke
weggebruikers in de zin van artikel 29bis te beschouwen, en hen vrij weggebruikers in de zin van artikel 29bis te beschouwen, en hen vrij
te stellen van de verzekeringsplicht voor motorrijtuigen. Zoals blijkt te stellen van de verzekeringsplicht voor motorrijtuigen. Zoals blijkt
uit de in B.2.7 vermelde parlementaire voorbereiding, wou de wetgever uit de in B.2.7 vermelde parlementaire voorbereiding, wou de wetgever
bromfietsen klasse A alsnog specifiek aan de verzekeringsplicht bromfietsen klasse A alsnog specifiek aan de verzekeringsplicht
onderwerpen, ondanks het feit dat hun maximale snelheid 25 km/u niet onderwerpen, ondanks het feit dat hun maximale snelheid 25 km/u niet
overschrijdt, omdat de massa van dergelijke bromfietsen, in combinatie overschrijdt, omdat de massa van dergelijke bromfietsen, in combinatie
met de toegestane maximale snelheid, bepaalde risico's inhoudt. met de toegestane maximale snelheid, bepaalde risico's inhoudt.
Daarnaast beroept de wetgever zich op het arrest van het Hof nr. Daarnaast beroept de wetgever zich op het arrest van het Hof nr.
23/2002 van 26 maart 2002. Bij dat arrest oordeelde het Hof dat de 23/2002 van 26 maart 2002. Bij dat arrest oordeelde het Hof dat de
wetgever redelijkerwijze vermocht te oordelen dat bestuurders van wetgever redelijkerwijze vermocht te oordelen dat bestuurders van
bromfietsen klasse A tot de niet-zwakke weggebruikers behoren, in bromfietsen klasse A tot de niet-zwakke weggebruikers behoren, in
zoverre zij een soort motorrijtuig besturen waarvan de zoverre zij een soort motorrijtuig besturen waarvan de
inverkeerstelling op zich een gevaar betekent voor de andere inverkeerstelling op zich een gevaar betekent voor de andere
gebruikers van de openbare weg. gebruikers van de openbare weg.
Hoewel de definitie van een bromfiets klasse A, zoals is vermeld in Hoewel de definitie van een bromfiets klasse A, zoals is vermeld in
B.2.6, op zich niet verwijst naar de massa van het voertuig, maar B.2.6, op zich niet verwijst naar de massa van het voertuig, maar
enkel betrekking heeft op het vermogen en de snelheid, is het niet enkel betrekking heeft op het vermogen en de snelheid, is het niet
onredelijk te oordelen dat de bestuurder van een voertuig dat aan die onredelijk te oordelen dat de bestuurder van een voertuig dat aan die
definitie voldoet, tot de niet-zwakke weggebruikers behoort, omdat de definitie voldoet, tot de niet-zwakke weggebruikers behoort, omdat de
inverkeerstelling van het voertuig in kwestie op zich een gevaar inverkeerstelling van het voertuig in kwestie op zich een gevaar
betekent voor de andere gebruikers van de openbare weg. Bijgevolg is betekent voor de andere gebruikers van de openbare weg. Bijgevolg is
het niet zonder redelijke verantwoording om bromfietsen klasse A, het niet zonder redelijke verantwoording om bromfietsen klasse A,
waarvan de massa, in combinatie met de toegelaten maximale snelheid, waarvan de massa, in combinatie met de toegelaten maximale snelheid,
over het algemeen tot een grotere kinetische energie leidt, te over het algemeen tot een grotere kinetische energie leidt, te
onderwerpen aan de verzekeringsplicht. onderwerpen aan de verzekeringsplicht.
B.3.4. Gelet op de in B.3.3 vermelde doelstelling is het daarentegen B.3.4. Gelet op de in B.3.3 vermelde doelstelling is het daarentegen
niet redelijk verantwoord dat voor alle andere voertuigen die niet aan niet redelijk verantwoord dat voor alle andere voertuigen die niet aan
de definitie van een bromfiets klasse A voldoen, wel een vrijstelling de definitie van een bromfiets klasse A voldoen, wel een vrijstelling
van de verzekeringsplicht geldt, ongeacht hun massa, louter op basis van de verzekeringsplicht geldt, ongeacht hun massa, louter op basis
van hun maximale autonome snelheid. Uit de niet-exhaustieve opsomming van hun maximale autonome snelheid. Uit de niet-exhaustieve opsomming
van de voertuigen in de parlementaire voorbereiding blijkt dat de van de voertuigen in de parlementaire voorbereiding blijkt dat de
wetgever veronderstelt dat alle andere voertuigen die een maximale wetgever veronderstelt dat alle andere voertuigen die een maximale
snelheid van 25 km/u hebben, noodzakelijk een minder grote massa snelheid van 25 km/u hebben, noodzakelijk een minder grote massa
hebben dan bromfietsen klasse A. Anderzijds veronderstelt de wetgever hebben dan bromfietsen klasse A. Anderzijds veronderstelt de wetgever
dat voor die voertuigen, die toch een grotere massa hebben en die dat voor die voertuigen, die toch een grotere massa hebben en die
bijgevolg een motorische aandrijving vereisen om eenvoudig hanteerbaar bijgevolg een motorische aandrijving vereisen om eenvoudig hanteerbaar
te zijn, de autonome snelheid aanzienlijk lager zal zijn dan 25 km/u, te zijn, de autonome snelheid aanzienlijk lager zal zijn dan 25 km/u,
wat zou verantwoorden dat zij eveneens worden uitgesloten. wat zou verantwoorden dat zij eveneens worden uitgesloten.
In tegenstelling tot wat die opsomming laat vermoeden, bevat de in het In tegenstelling tot wat die opsomming laat vermoeden, bevat de in het
geding zijnde bepaling zelf echter enkel een vereiste inzake de geding zijnde bepaling zelf echter enkel een vereiste inzake de
maximale snelheid, en wordt voor de vrijstelling geen rekening maximale snelheid, en wordt voor de vrijstelling geen rekening
gehouden met de massa van het betrokken voertuig. gehouden met de massa van het betrokken voertuig.
De nood aan flexibiliteit om rekening te houden met de snelle evolutie De nood aan flexibiliteit om rekening te houden met de snelle evolutie
van dit nieuw soort voertuigen verantwoordt evenmin dat die voertuigen van dit nieuw soort voertuigen verantwoordt evenmin dat die voertuigen
louter op basis van de maximale autonome snelheid, en het feit dat zij louter op basis van de maximale autonome snelheid, en het feit dat zij
niet als bromfietsen klasse A worden beschouwd, worden vrijgesteld van niet als bromfietsen klasse A worden beschouwd, worden vrijgesteld van
de verzekeringsplicht. Die snelle evolutie maakt het immers eveneens de verzekeringsplicht. Die snelle evolutie maakt het immers eveneens
moeilijk om bijvoorbeeld de massa, en in het algemeen het moeilijk om bijvoorbeeld de massa, en in het algemeen het
verkeersrisico, van dergelijke nieuwe voertuigen te voorspellen. verkeersrisico, van dergelijke nieuwe voertuigen te voorspellen.
B.4.1. Artikel 2bis, eerste lid, van de WAM-Wet, zoals ingevoerd bij B.4.1. Artikel 2bis, eerste lid, van de WAM-Wet, zoals ingevoerd bij
artikel 43 van de wet van 2 mei 2019, schendt de artikelen 10 en 11 artikel 43 van de wet van 2 mei 2019, schendt de artikelen 10 en 11
van de Grondwet, in zoverre het bepaalt dat de motorrijtuigen bedoeld van de Grondwet, in zoverre het bepaalt dat de motorrijtuigen bedoeld
in artikel 1, eerste lid, die door de mechanische kracht 25 km/u niet in artikel 1, eerste lid, die door de mechanische kracht 25 km/u niet
overschrijden, zijn uitgezonderd van de verzekeringsplicht bedoeld in overschrijden, zijn uitgezonderd van de verzekeringsplicht bedoeld in
artikel 2, § 1, van de WAM-Wet, zonder de massa van die motorrijtuigen artikel 2, § 1, van de WAM-Wet, zonder de massa van die motorrijtuigen
in aanmerking te nemen. in aanmerking te nemen.
De prejudiciële vraag dient bevestigend te worden beantwoord. De prejudiciële vraag dient bevestigend te worden beantwoord.
B.4.2. De toetsing van de in het geding zijnde bepalingen aan de B.4.2. De toetsing van de in het geding zijnde bepalingen aan de
andere in de prejudiciële vraag vermelde bepalingen kan niet tot een andere in de prejudiciële vraag vermelde bepalingen kan niet tot een
ruimere vaststelling van ongrondwettigheid leiden. ruimere vaststelling van ongrondwettigheid leiden.
B.4.3. Nu het onderzoek van de eerste prejudiciële vraag heeft geleid B.4.3. Nu het onderzoek van de eerste prejudiciële vraag heeft geleid
tot een vaststelling van schending van de artikelen 10 en 11 van de tot een vaststelling van schending van de artikelen 10 en 11 van de
Grondwet, is er geen aanleiding om over te gaan tot een onderzoek van Grondwet, is er geen aanleiding om over te gaan tot een onderzoek van
de andere prejudiciële vraag in de zaak nr. 7264, dat niet zou kunnen de andere prejudiciële vraag in de zaak nr. 7264, dat niet zou kunnen
leiden tot een ruimere vaststelling van ongrondwettigheid. leiden tot een ruimere vaststelling van ongrondwettigheid.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
Artikel 2bis, eerste lid, van de wet van 21 november 1989 « Artikel 2bis, eerste lid, van de wet van 21 november 1989 «
betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake
motorrijtuigen », zoals ingevoegd bij artikel 43 van de wet van 2 mei motorrijtuigen », zoals ingevoegd bij artikel 43 van de wet van 2 mei
2019 « houdende diverse bepalingen inzake economie », schendt de 2019 « houdende diverse bepalingen inzake economie », schendt de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het bepaalt dat de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het bepaalt dat de
motorrijtuigen bedoeld in artikel 1, eerste lid, die door de motorrijtuigen bedoeld in artikel 1, eerste lid, die door de
mechanische kracht 25 km/u niet overschrijden, zijn uitgezonderd van mechanische kracht 25 km/u niet overschrijden, zijn uitgezonderd van
de verzekeringsplicht bedoeld in artikel 2, § 1, van de voormelde wet de verzekeringsplicht bedoeld in artikel 2, § 1, van de voormelde wet
van 21 november 1989, zonder de massa van die motorrijtuigen in van 21 november 1989, zonder de massa van die motorrijtuigen in
aanmerking te nemen. aanmerking te nemen.
Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof,
op 28 januari 2021. op 28 januari 2021.
De griffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux P.-Y. Dutilleux
De voorzitter, De voorzitter,
L. Lavrysen L. Lavrysen
^