Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 123/2020 van 24 september 2020 Rolnummer 7217 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 19 van de wet van 2 mei 2019 « houdende diverse fiscale bepalingen 2019-I. », ingesteld door Raf Geurts. Het Grondwet samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. Lavrysen, J.-P. Moerman, T. (...)"
Uittreksel uit arrest nr. 123/2020 van 24 september 2020 Rolnummer 7217 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 19 van de wet van 2 mei 2019 « houdende diverse fiscale bepalingen 2019-I. », ingesteld door Raf Geurts. Het Grondwet samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. Lavrysen, J.-P. Moerman, T. (...) Uittreksel uit arrest nr. 123/2020 van 24 september 2020 Rolnummer 7217 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 19 van de wet van 2 mei 2019 « houdende diverse fiscale bepalingen 2019-I. », ingesteld door Raf Geurts. Het Grondwet samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. Lavrysen, J.-P. Moerman, T. (...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 123/2020 van 24 september 2020 Uittreksel uit arrest nr. 123/2020 van 24 september 2020
Rolnummer 7217 Rolnummer 7217
In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 19 van de wet van 2 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 19 van de wet van 2
mei 2019 « houdende diverse fiscale bepalingen 2019-I. », ingesteld mei 2019 « houdende diverse fiscale bepalingen 2019-I. », ingesteld
door Raf Geurts. door Raf Geurts.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L.
Lavrysen, J.-P. Moerman, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet, R. Lavrysen, J.-P. Moerman, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet, R.
Leysen, J. Moerman en M. Pâques, bijgestaan door de griffier P.-Y. Leysen, J. Moerman en M. Pâques, bijgestaan door de griffier P.-Y.
Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter A. Alen, Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter A. Alen,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 20 juni 2019 Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 20 juni 2019
ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 21 juni ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 21 juni
2019, heeft Raf Geurts, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. H. 2019, heeft Raf Geurts, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. H.
Vandebergh en Mr. A. Lewandowski, advocaten bij de balie van Limburg, Vandebergh en Mr. A. Lewandowski, advocaten bij de balie van Limburg,
beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 19 van de wet van 2 mei beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 19 van de wet van 2 mei
2019 « houdende diverse fiscale bepalingen 2019-I. » (bekendgemaakt in 2019 « houdende diverse fiscale bepalingen 2019-I. » (bekendgemaakt in
het Belgisch Staatsblad van 15 mei 2019). het Belgisch Staatsblad van 15 mei 2019).
(...) (...)
II. In rechte II. In rechte
(...) (...)
B.1.1. Krachtens artikel 133, § 1, van het koninklijk besluit van 27 B.1.1. Krachtens artikel 133, § 1, van het koninklijk besluit van 27
augustus 1993 « tot uitvoering van het Wetboek van de augustus 1993 « tot uitvoering van het Wetboek van de
inkomstenbelastingen 1992 » (hierna : het KB/WIB 1992) worden inkomstenbelastingen 1992 » (hierna : het KB/WIB 1992) worden
belastingaanslagen « op naam van de betrokken belastingschuldigen ten belastingaanslagen « op naam van de betrokken belastingschuldigen ten
kohiere gebracht ». Een belastingaanslag die op naam van een andere kohiere gebracht ». Een belastingaanslag die op naam van een andere
persoon dan de belastingschuldige ten kohiere wordt gebracht, is persoon dan de belastingschuldige ten kohiere wordt gebracht, is
bijgevolg nietig (Cass., 18 juni 2009, F.08.0034.F). bijgevolg nietig (Cass., 18 juni 2009, F.08.0034.F).
Het Wetboek van de inkomstenbelastingen (hierna : het WIB 1992) noch Het Wetboek van de inkomstenbelastingen (hierna : het WIB 1992) noch
het KB/WIB 1992 bepalen wie de belastingschuldige is voor de belasting het KB/WIB 1992 bepalen wie de belastingschuldige is voor de belasting
die was geheven ten aanzien van een vereffende vennootschap. Die die was geheven ten aanzien van een vereffende vennootschap. Die
belastingschuldige dient bijgevolg te worden bepaald aan de hand van belastingschuldige dient bijgevolg te worden bepaald aan de hand van
de regels van vennootschapsrecht. de regels van vennootschapsrecht.
B.1.2. Krachtens artikel 183, § 1, van het Wetboek van vennootschappen B.1.2. Krachtens artikel 183, § 1, van het Wetboek van vennootschappen
(hierna : het W.Venn) wordt een vennootschap na haar ontbinding geacht (hierna : het W.Venn) wordt een vennootschap na haar ontbinding geacht
voort te bestaan voor haar vereffening. Krachtens artikel 2:76 van het voort te bestaan voor haar vereffening. Krachtens artikel 2:76 van het
Wetboek van vennootschappen en verenigingen (hierna : het WVV) wordt Wetboek van vennootschappen en verenigingen (hierna : het WVV) wordt
een vennootschap na haar ontbinding geacht voort te bestaan voor haar een vennootschap na haar ontbinding geacht voort te bestaan voor haar
vereffening tot aan de sluiting daarvan. Tussen de ontbinding en de vereffening tot aan de sluiting daarvan. Tussen de ontbinding en de
sluiting van de vereffening behoudt de vennootschap in vereffening sluiting van de vereffening behoudt de vennootschap in vereffening
bijgevolg haar rechtspersoonlijkheid. bijgevolg haar rechtspersoonlijkheid.
Het sluiten van de vereffening heeft daarentegen wel het verlies van Het sluiten van de vereffening heeft daarentegen wel het verlies van
de rechtspersoonlijkheid tot gevolg (Cass., 14 februari 2012, de rechtspersoonlijkheid tot gevolg (Cass., 14 februari 2012,
P.11.1181.N). Door het sluiten van de vereffening houdt de P.11.1181.N). Door het sluiten van de vereffening houdt de
vennootschap op te bestaan, is zij geen rechtssubject meer, en heeft vennootschap op te bestaan, is zij geen rechtssubject meer, en heeft
zij geen maatschappelijke zetel, geen vermogen en geen organen meer. zij geen maatschappelijke zetel, geen vermogen en geen organen meer.
Bijgevolg kan zij niet langer in rechte worden aangesproken. Bijgevolg kan zij niet langer in rechte worden aangesproken.
B.1.3. Teneinde de rechten van de schuldeisers van de vereffende B.1.3. Teneinde de rechten van de schuldeisers van de vereffende
vennootschap te beschermen, bepalen artikel 198, § 1, derde streepje, vennootschap te beschermen, bepalen artikel 198, § 1, derde streepje,
van het W.Venn. en artikel 2:143, § 1, vijfde streepje, van het WVV van het W.Venn. en artikel 2:143, § 1, vijfde streepje, van het WVV
dat de vennootschap nog gedurende vijf jaar na de bekendmaking van de dat de vennootschap nog gedurende vijf jaar na de bekendmaking van de
sluiting van de vereffening in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad sluiting van de vereffening in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad
door haar schuldeisers kan worden aangesproken in de persoon van haar door haar schuldeisers kan worden aangesproken in de persoon van haar
vereffenaar. vereffenaar.
De vereffenaar kan krachtens die bepalingen door de schuldeisers van De vereffenaar kan krachtens die bepalingen door de schuldeisers van
de vennootschap slechts in zijn hoedanigheid van vereffenaar worden de vennootschap slechts in zijn hoedanigheid van vereffenaar worden
aangesproken. Aangezien een vordering die op grond van die bepalingen aangesproken. Aangezien een vordering die op grond van die bepalingen
is ingesteld, bij wege van een juridische fictie is gericht tegen de is ingesteld, bij wege van een juridische fictie is gericht tegen de
vereffende vennootschap, voor schulden die zijn ontstaan toen de vereffende vennootschap, voor schulden die zijn ontstaan toen de
vennootschap nog bestond, staat de vereffenaar niet met zijn vennootschap nog bestond, staat de vereffenaar niet met zijn
persoonlijke vermogen voor die schulden in. persoonlijke vermogen voor die schulden in.
B.1.4. Gelet op het voorgaande moet de fiscale administratie, indien B.1.4. Gelet op het voorgaande moet de fiscale administratie, indien
zij naar aanleiding van een controle na de sluiting van de vereffening zij naar aanleiding van een controle na de sluiting van de vereffening
van een vennootschap een aanslag in de vennootschapsbelasting vestigt van een vennootschap een aanslag in de vennootschapsbelasting vestigt
ten aanzien van de vennootschap als belastingplichtige, die aanslag ten aanzien van de vennootschap als belastingplichtige, die aanslag
ten kohiere brengen op naam van de vereffenaar ervan. ten kohiere brengen op naam van de vereffenaar ervan.
B.2.1. Het bestreden artikel 19 van de wet van 2 mei 2019 « houdende B.2.1. Het bestreden artikel 19 van de wet van 2 mei 2019 « houdende
diverse fiscale bepalingen 2019-I. » (hierna : de wet van 2 mei 2019) diverse fiscale bepalingen 2019-I. » (hierna : de wet van 2 mei 2019)
wijzigt artikel 357 van het WIB 1992, dat deel uitmaakt van de wijzigt artikel 357 van het WIB 1992, dat deel uitmaakt van de
bepalingen in dat Wetboek die de aanslagtermijnen regelen bij de bepalingen in dat Wetboek die de aanslagtermijnen regelen bij de
vestiging en invordering van de inkomstenbelastingen. vestiging en invordering van de inkomstenbelastingen.
B.2.2. De verzoekende partij is verwikkeld in een geschil met de B.2.2. De verzoekende partij is verwikkeld in een geschil met de
belastingadministratie naar aanleiding van de vereffening van een belastingadministratie naar aanleiding van de vereffening van een
vennootschap. Doordat de fiscale administratie de aanslag in de vennootschap. Doordat de fiscale administratie de aanslag in de
vennootschapsbelasting ten kohiere heeft gebracht op naam van de vennootschapsbelasting ten kohiere heeft gebracht op naam van de
vereffende vennootschap in plaats van op naam van de vereffenaar vereffende vennootschap in plaats van op naam van de vereffenaar
ervan, werd die aanslag door de rechter vernietigd. ervan, werd die aanslag door de rechter vernietigd.
B.2.3. Artikel 356 van het WIB 1992 bepaalt : B.2.3. Artikel 356 van het WIB 1992 bepaalt :
« Wanneer tegen een beslissing van de adviseur-generaal van de « Wanneer tegen een beslissing van de adviseur-generaal van de
administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen of administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen of
van de door hem gedelegeerde ambtenaar een vordering in rechte is van de door hem gedelegeerde ambtenaar een vordering in rechte is
ingesteld en de rechter de aanslag geheel of ten dele nietig ingesteld en de rechter de aanslag geheel of ten dele nietig
verklaart, om een andere reden dan verjaring, blijft de zaak gedurende verklaart, om een andere reden dan verjaring, blijft de zaak gedurende
een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de rechterlijke een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de rechterlijke
beslissing ingeschreven op de rol. Gedurende die termijn van zes beslissing ingeschreven op de rol. Gedurende die termijn van zes
maanden die de termijnen om verzet of hoger beroep aan te tekenen of maanden die de termijnen om verzet of hoger beroep aan te tekenen of
om een voorziening in cassatie in te dienen schorst, kan de om een voorziening in cassatie in te dienen schorst, kan de
administratie een subsidiaire aanslag door middel van conclusies aan administratie een subsidiaire aanslag door middel van conclusies aan
het oordeel van de rechter onderwerpen op naam van dezelfde het oordeel van de rechter onderwerpen op naam van dezelfde
belastingschuldige en op grond van alle of een deel van dezelfde belastingschuldige en op grond van alle of een deel van dezelfde
belastingelementen als de initiële aanslag. belastingelementen als de initiële aanslag.
Als de administratie een subsidiaire aanslag binnen de voornoemde Als de administratie een subsidiaire aanslag binnen de voornoemde
termijn van zes maanden aan de rechter voorlegt, beginnen, in termijn van zes maanden aan de rechter voorlegt, beginnen, in
afwijking van het eerste lid, de termijnen om verzet of hoger beroep afwijking van het eerste lid, de termijnen om verzet of hoger beroep
aan te tekenen of om een voorziening in cassatie in te dienen te lopen aan te tekenen of om een voorziening in cassatie in te dienen te lopen
vanaf de betekening van de rechterlijke beslissing betreffende de vanaf de betekening van de rechterlijke beslissing betreffende de
subsidiaire aanslag. subsidiaire aanslag.
Wanneer de aanslag waarvan de nietigheid door de rechter wordt Wanneer de aanslag waarvan de nietigheid door de rechter wordt
uitgesproken, aanleiding heeft gegeven tot een teruggave van een uitgesproken, aanleiding heeft gegeven tot een teruggave van een
voorheffing of voorafbetaling, wordt bij de berekening van de aan het voorheffing of voorafbetaling, wordt bij de berekening van de aan het
oordeel van de rechter onderworpen subsidiaire aanslag rekening oordeel van de rechter onderworpen subsidiaire aanslag rekening
gehouden met die teruggave. gehouden met die teruggave.
De subsidiaire aanslag is slechts invorderbaar of terugbetaalbaar ter De subsidiaire aanslag is slechts invorderbaar of terugbetaalbaar ter
uitvoering van de rechterlijke beslissing. uitvoering van de rechterlijke beslissing.
Wanneer de subsidiaire aanslag gevestigd wordt in hoofde van een Wanneer de subsidiaire aanslag gevestigd wordt in hoofde van een
overeenkomstig artikel 357 gelijkgestelde belastingschuldige, wordt overeenkomstig artikel 357 gelijkgestelde belastingschuldige, wordt
die aanslag aan de rechter onderworpen door een aan de gelijkgestelde die aanslag aan de rechter onderworpen door een aan de gelijkgestelde
belastingschuldige betekend verzoekschrift met dagvaarding om te belastingschuldige betekend verzoekschrift met dagvaarding om te
verschijnen ». verschijnen ».
B.2.4. Vóór de bestreden bepaling kon de belastingadministratie na de B.2.4. Vóór de bestreden bepaling kon de belastingadministratie na de
nietigverklaring van de belastingaanslag om de in B.2.2 vermelde nietigverklaring van de belastingaanslag om de in B.2.2 vermelde
reden, geen geldige subsidiaire aanslag aan de rechter voorleggen. reden, geen geldige subsidiaire aanslag aan de rechter voorleggen.
Artikel 356 van het WIB 1992 vereist immers dat de subsidiaire aanslag Artikel 356 van het WIB 1992 vereist immers dat de subsidiaire aanslag
« op naam van dezelfde belastingschuldige » als de vernietigde aanslag « op naam van dezelfde belastingschuldige » als de vernietigde aanslag
aan die rechter wordt voorgelegd. Indien de fiscale administratie een aan die rechter wordt voorgelegd. Indien de fiscale administratie een
subsidiaire aanslag ten kohiere zou brengen ten aanzien van de subsidiaire aanslag ten kohiere zou brengen ten aanzien van de
vereffenaar, zou die dus nietig moeten worden verklaard vanwege vereffenaar, zou die dus nietig moeten worden verklaard vanwege
hetzelfde gebrek als de initiële aanslag. hetzelfde gebrek als de initiële aanslag.
B.2.5. Krachtens artikel 357 van het WIB 1992 worden weliswaar B.2.5. Krachtens artikel 357 van het WIB 1992 worden weliswaar
bepaalde categorieën van personen gelijkgesteld met de bepaalde categorieën van personen gelijkgesteld met de
belastingschuldige van de initiële aanslag bedoeld in artikel 356 van belastingschuldige van de initiële aanslag bedoeld in artikel 356 van
hetzelfde Wetboek, maar die bepaling bevatte geen gelijkstelling hetzelfde Wetboek, maar die bepaling bevatte geen gelijkstelling
tussen de vereffende vennootschap en haar vereffenaar. In de versie tussen de vereffende vennootschap en haar vereffenaar. In de versie
ervan die van toepassing was voordat het werd gewijzigd bij de ervan die van toepassing was voordat het werd gewijzigd bij de
bestreden bepaling, luidde artikel 357 van het WIB 1992 immers als bestreden bepaling, luidde artikel 357 van het WIB 1992 immers als
volgt : volgt :
« Voor de toepassing van de artikelen 355 en 356 worden met dezelfde « Voor de toepassing van de artikelen 355 en 356 worden met dezelfde
belastingschuldige gelijkgesteld : belastingschuldige gelijkgesteld :
1° de erfgenamen van de belastingschuldige; 1° de erfgenamen van de belastingschuldige;
2° zijn echtgenoot; 2° zijn echtgenoot;
3° naargelang het geval, de vennootschap die een fusie, splitsing, 3° naargelang het geval, de vennootschap die een fusie, splitsing,
verrichting gelijkgesteld met een fusie of andere ontbinding zonder verrichting gelijkgesteld met een fusie of andere ontbinding zonder
verdeling van het gehele maatschappelijke vermogen heeft doorgevoerd verdeling van het gehele maatschappelijke vermogen heeft doorgevoerd
en de opslorpende of verkrijgende vennootschap of de verkrijgende en de opslorpende of verkrijgende vennootschap of de verkrijgende
vennootschappen; vennootschappen;
4° de leden van het gezin, de vennootschap, de vereniging of de 4° de leden van het gezin, de vennootschap, de vereniging of de
gemeenschap waarvan het hoofd, de directeur, de aandeelhouders of de gemeenschap waarvan het hoofd, de directeur, de aandeelhouders of de
vennoten oorspronkelijk werden aangeslagen en wederkerig ». vennoten oorspronkelijk werden aangeslagen en wederkerig ».
B.2.6. De bestreden bepaling vult artikel 357 van het WIB 1992 daarom B.2.6. De bestreden bepaling vult artikel 357 van het WIB 1992 daarom
aan met een gelijkstelling van de vereffenaar en de vereffende aan met een gelijkstelling van de vereffenaar en de vereffende
rechtspersoon als belastingschuldige. Het nieuwe artikel 357, 5°, van rechtspersoon als belastingschuldige. Het nieuwe artikel 357, 5°, van
het WIB 1992 bepaalt : het WIB 1992 bepaalt :
« Voor de toepassing van de artikelen 355 en 356 worden met dezelfde « Voor de toepassing van de artikelen 355 en 356 worden met dezelfde
belastingschuldige gelijkgesteld : belastingschuldige gelijkgesteld :
[...] [...]
5° de vereffenaar van de rechtspersoon waarvan de vereffening gesloten 5° de vereffenaar van de rechtspersoon waarvan de vereffening gesloten
is, in die hoedanigheid, of, bij ontstentenis daarvan, de personen die is, in die hoedanigheid, of, bij ontstentenis daarvan, de personen die
beschouwd worden als vereffenaar krachtens deel 1, boek 2, titel 8 van beschouwd worden als vereffenaar krachtens deel 1, boek 2, titel 8 van
het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, gedurende de periode het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, gedurende de periode
voorzien in artikel 2:143, van hetzelfde Wetboek ». voorzien in artikel 2:143, van hetzelfde Wetboek ».
B.2.7. In de parlementaire voorbereiding wordt de bestreden bepaling B.2.7. In de parlementaire voorbereiding wordt de bestreden bepaling
als volgt verantwoord : als volgt verantwoord :
« Met het arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 27 juni 2017 « Met het arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 27 juni 2017
werd geoordeeld dat de aanslagen die gevestigd werden op naam van een werd geoordeeld dat de aanslagen die gevestigd werden op naam van een
vereffende vennootschap in feite werden gericht aan een vennootschap vereffende vennootschap in feite werden gericht aan een vennootschap
die niet meer bestaat en dat dergelijke aanslagen op naam van de die niet meer bestaat en dat dergelijke aanslagen op naam van de
vereffenaar, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van de vereffende vereffenaar, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van de vereffende
vennootschap, zouden moeten worden gevestigd. Tegen deze uitspraak was vennootschap, zouden moeten worden gevestigd. Tegen deze uitspraak was
geen cassatievoorziening mogelijk. geen cassatievoorziening mogelijk.
In artikel 355 WIB 92 wordt de mogelijkheid geboden om, in geval van In artikel 355 WIB 92 wordt de mogelijkheid geboden om, in geval van
een vernietiging van een aanslag in een beslissing naar aanleiding van een vernietiging van een aanslag in een beslissing naar aanleiding van
een bezwaarschrift, een vervangende aanslag voor te stellen waarbij een bezwaarschrift, een vervangende aanslag voor te stellen waarbij
rekening gehouden wordt met de reden van de vernietiging om een andere rekening gehouden wordt met de reden van de vernietiging om een andere
reden dan verjaring. Wanneer een gerechtelijke beslissing een aanslag reden dan verjaring. Wanneer een gerechtelijke beslissing een aanslag
vernietigt wegens een andere reden dan verjaring, kan overeenkomstig vernietigt wegens een andere reden dan verjaring, kan overeenkomstig
artikel 356, WIB 92 een subsidiaire aanslag aan de rechter worden artikel 356, WIB 92 een subsidiaire aanslag aan de rechter worden
voorgelegd door middel van conclusies. In beide gevallen wordt als voorgelegd door middel van conclusies. In beide gevallen wordt als
voorwaarde gesteld dat de betreffende nieuwe aanslagen worden voorwaarde gesteld dat de betreffende nieuwe aanslagen worden
gevestigd op basis van dezelfde belastingelementen en in hoofde van gevestigd op basis van dezelfde belastingelementen en in hoofde van
dezelfde belastingschuldige. Artikel 357, WIB 92 bepaalt wie als dezelfde belastingschuldige. Artikel 357, WIB 92 bepaalt wie als
dezelfde belastingschuldige kan worden beschouwd. dezelfde belastingschuldige kan worden beschouwd.
In de huidige stand van de wetgeving kan in toepassing van artikel In de huidige stand van de wetgeving kan in toepassing van artikel
357, WIB 92 de vereffenaar ' qualitate qua ' niet beschouwd worden als 357, WIB 92 de vereffenaar ' qualitate qua ' niet beschouwd worden als
dezelfde belastingschuldige zoals bepaald in de artikelen 355 en 356, dezelfde belastingschuldige zoals bepaald in de artikelen 355 en 356,
WIB 92. Met de wet van 11 december 2008 (BS 12 januari 2009) werd er WIB 92. Met de wet van 11 december 2008 (BS 12 januari 2009) werd er
reeds een bepaling toegevoegd waarbij een gelijkaardige regeling werd reeds een bepaling toegevoegd waarbij een gelijkaardige regeling werd
getroffen voor bijvoorbeeld vennootschappen die naar aanleiding van getroffen voor bijvoorbeeld vennootschappen die naar aanleiding van
een fusie werden overgenomen. een fusie werden overgenomen.
Naar analogie met deze wijziging en teneinde de wettelijk Naar analogie met deze wijziging en teneinde de wettelijk
verschuldigde belasting te kunnen handhaven wordt artikel 357, WIB 92 verschuldigde belasting te kunnen handhaven wordt artikel 357, WIB 92
gewijzigd teneinde de vereffenaar ' qualitate qua ' toe te voegen aan gewijzigd teneinde de vereffenaar ' qualitate qua ' toe te voegen aan
de lijst van personen gelijkgesteld met de belastingschuldige in het de lijst van personen gelijkgesteld met de belastingschuldige in het
kader van de vestiging van een subsidiaire of vervangende aanslag ten kader van de vestiging van een subsidiaire of vervangende aanslag ten
gevolge van een vernietiging van de aanslag door een gerechtelijke of gevolge van een vernietiging van de aanslag door een gerechtelijke of
een administratieve beslissing. een administratieve beslissing.
De inkohiering in hoofde van de vereffenaar ' qualitate qua ' creëert De inkohiering in hoofde van de vereffenaar ' qualitate qua ' creëert
geen bijkomende verplichtingen voor de vereffenaar in persoonlijke geen bijkomende verplichtingen voor de vereffenaar in persoonlijke
naam » (Parl. St., Kamer, 2018-2019, DOC 54-3699/001, pp. 7-8). naam » (Parl. St., Kamer, 2018-2019, DOC 54-3699/001, pp. 7-8).
B.2.8. Ingevolge de bestreden bepaling kan de fiscale administratie B.2.8. Ingevolge de bestreden bepaling kan de fiscale administratie
voortaan een geldige subsidiaire aanslag op naam van de vereffenaar voortaan een geldige subsidiaire aanslag op naam van de vereffenaar
voorleggen aan de rechter die de initiële belastingaanslag heeft voorleggen aan de rechter die de initiële belastingaanslag heeft
vernietigd omdat hij ten onrechte ten kohiere werd gebracht op naam vernietigd omdat hij ten onrechte ten kohiere werd gebracht op naam
van de vereffende vennootschap. van de vereffende vennootschap.
B.3.1. De verzoeker en de tussenkomende partij onderschrijven de B.3.1. De verzoeker en de tussenkomende partij onderschrijven de
doelstelling die met artikel 19 van de wet van 2 mei 2019 wordt doelstelling die met artikel 19 van de wet van 2 mei 2019 wordt
nagestreefd. Hun grieven zijn beperkt tot de werking in de tijd van de nagestreefd. Hun grieven zijn beperkt tot de werking in de tijd van de
bestreden bepaling. bestreden bepaling.
B.3.2. Het eerste middel is afgeleid uit de schending, door de B.3.2. Het eerste middel is afgeleid uit de schending, door de
bestreden bepaling, van de artikelen 10 en 11, in samenhang gelezen bestreden bepaling, van de artikelen 10 en 11, in samenhang gelezen
met artikel 170, § 1, van de Grondwet, met het fiscaal met artikel 170, § 1, van de Grondwet, met het fiscaal
wettigheidsbeginsel, met het rechtszekerheidsbeginsel en met het wettigheidsbeginsel, met het rechtszekerheidsbeginsel en met het
beginsel van de minimale voorzienbaarheid van de belastingwet, doordat beginsel van de minimale voorzienbaarheid van de belastingwet, doordat
zij in hangende fiscale rechtsgedingen een grondslag zou geven aan een zij in hangende fiscale rechtsgedingen een grondslag zou geven aan een
subsidiaire aanslag die anders geen wettelijke grondslag zou hebben. subsidiaire aanslag die anders geen wettelijke grondslag zou hebben.
Het tweede middel is afgeleid uit de schending, door de bestreden Het tweede middel is afgeleid uit de schending, door de bestreden
bepaling, van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang bepaling, van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang
gelezen met het beginsel van de niet-retroactiviteit van de wetten en gelezen met het beginsel van de niet-retroactiviteit van de wetten en
met artikel 2 (thans artikel 1) van het Burgerlijk Wetboek, doordat met artikel 2 (thans artikel 1) van het Burgerlijk Wetboek, doordat
zij met terugwerkende kracht zou ingrijpen in hangende rechtsgedingen. zij met terugwerkende kracht zou ingrijpen in hangende rechtsgedingen.
Het derde middel is afgeleid uit de schending, door de bestreden Het derde middel is afgeleid uit de schending, door de bestreden
bepaling, van artikel 16 van de Grondwet, in samenhang gelezen met bepaling, van artikel 16 van de Grondwet, in samenhang gelezen met
artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag
voor de rechten van de mens, met het rechtszekerheidsbeginsel, met het voor de rechten van de mens, met het rechtszekerheidsbeginsel, met het
beginsel van de niet-retroactiviteit van de wetten en met artikel 2 beginsel van de niet-retroactiviteit van de wetten en met artikel 2
(thans artikel 1) van het Burgerlijk Wetboek, doordat zij met (thans artikel 1) van het Burgerlijk Wetboek, doordat zij met
terugwerkende kracht verworven rechten zou aantasten. terugwerkende kracht verworven rechten zou aantasten.
Het vierde middel is afgeleid uit de schending van de artikelen 10 en Het vierde middel is afgeleid uit de schending van de artikelen 10 en
11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met het beginsel van de 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met het beginsel van de
scheiding der machten en met het rechtsstaatsbeginsel, doordat de scheiding der machten en met het rechtsstaatsbeginsel, doordat de
wetgever met terugwerkende kracht zou ingrijpen in hangende wetgever met terugwerkende kracht zou ingrijpen in hangende
rechtsgedingen tussen particulieren en een administratieve overheid. rechtsgedingen tussen particulieren en een administratieve overheid.
Het vijfde middel is afgeleid uit de schending van de artikelen 10 en Het vijfde middel is afgeleid uit de schending van de artikelen 10 en
11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6 van het 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6 van het
Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met het beginsel van Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met het beginsel van
een behoorlijke rechtsbedeling, doordat de bestreden bepaling afbreuk een behoorlijke rechtsbedeling, doordat de bestreden bepaling afbreuk
zou doen aan de wapengelijkheid tussen de belastingplichtige en de zou doen aan de wapengelijkheid tussen de belastingplichtige en de
fiscus in een hangend rechtsgeding. fiscus in een hangend rechtsgeding.
B.3.3. Aangezien die vijf middelen onlosmakelijk samenhangen, worden B.3.3. Aangezien die vijf middelen onlosmakelijk samenhangen, worden
zij samen onderzocht. zij samen onderzocht.
B.3.4. Met betrekking tot het vijfde middel dient te worden opgemerkt B.3.4. Met betrekking tot het vijfde middel dient te worden opgemerkt
dat artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens dat artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens
niet toepasselijk is op niet-strafrechtelijke fiscale geschillen niet toepasselijk is op niet-strafrechtelijke fiscale geschillen
(EHRM, 12 juli 2001, Ferrazzini t. Italië). Niettemin is het recht op (EHRM, 12 juli 2001, Ferrazzini t. Italië). Niettemin is het recht op
een eerlijk proces ook gewaarborgd bij een algemeen rechtsbeginsel. een eerlijk proces ook gewaarborgd bij een algemeen rechtsbeginsel.
B.4.1. De partijen verschillen van mening over de kwalificatie van de B.4.1. De partijen verschillen van mening over de kwalificatie van de
werking in de tijd van de bestreden bepaling. Volgens de verzoekende werking in de tijd van de bestreden bepaling. Volgens de verzoekende
partij en de tussenkomende partij grijpt zij met terugwerkende kracht partij en de tussenkomende partij grijpt zij met terugwerkende kracht
in hangende rechtsgedingen in en tast zij verworven rechten aan. in hangende rechtsgedingen in en tast zij verworven rechten aan.
Volgens de Ministerraad daarentegen heeft zij onmiddellijke werking en Volgens de Ministerraad daarentegen heeft zij onmiddellijke werking en
moet zij als procedureregel worden toegepast in hangende moet zij als procedureregel worden toegepast in hangende
rechtsgedingen. rechtsgedingen.
B.4.2. De bestreden bepaling heeft betrekking op de aanwijzing van de B.4.2. De bestreden bepaling heeft betrekking op de aanwijzing van de
categorieën van belastingplichtigen. In tegenstelling tot wat de categorieën van belastingplichtigen. In tegenstelling tot wat de
Ministerraad voorhoudt, moet zij beschouwd worden als een regel van Ministerraad voorhoudt, moet zij beschouwd worden als een regel van
materieel belastingrecht en niet als een fiscale procedureregel. materieel belastingrecht en niet als een fiscale procedureregel.
B.4.3. De onmiddellijke werking van een norm houdt in dat de norm van B.4.3. De onmiddellijke werking van een norm houdt in dat de norm van
toepassing is, niet alleen op toestanden die na haar inwerkingtreding toepassing is, niet alleen op toestanden die na haar inwerkingtreding
ontstaan, maar eveneens op de gevolgen van de onder de vroegere ontstaan, maar eveneens op de gevolgen van de onder de vroegere
regeling ontstane toestanden die zich voordoen of die voortduren onder regeling ontstane toestanden die zich voordoen of die voortduren onder
de gelding van de nieuwe regeling, voor zover die toepassing geen de gelding van de nieuwe regeling, voor zover die toepassing geen
afbreuk doet aan reeds onherroepelijk vastgestelde rechten. afbreuk doet aan reeds onherroepelijk vastgestelde rechten.
Een regel moet als retroactief worden gekwalificeerd wanneer hij van Een regel moet als retroactief worden gekwalificeerd wanneer hij van
toepassing is op feiten, handelingen en toestanden die definitief toepassing is op feiten, handelingen en toestanden die definitief
waren voltrokken op het ogenblik dat hij in werking is getreden. waren voltrokken op het ogenblik dat hij in werking is getreden.
B.5.1. De bestreden bepaling is bekendgemaakt in het Belgisch B.5.1. De bestreden bepaling is bekendgemaakt in het Belgisch
Staatsblad van 15 mei 2019 en is in werking getreden op 25 mei 2019. Staatsblad van 15 mei 2019 en is in werking getreden op 25 mei 2019.
Ze bevat geen overgangsmaatregelen. Ze bevat geen overgangsmaatregelen.
Zij is derhalve niet enkel van toepassing in het geval waarin de Zij is derhalve niet enkel van toepassing in het geval waarin de
rechter na 25 mei 2019 een belastingaanslag nietig verklaart omdat hij rechter na 25 mei 2019 een belastingaanslag nietig verklaart omdat hij
ten kohiere was gebracht op naam van een vereffende vennootschap, maar ten kohiere was gebracht op naam van een vereffende vennootschap, maar
ook in hangende gedingen waarin de fiscale rechter de initiële ook in hangende gedingen waarin de fiscale rechter de initiële
belastingaanslag reeds vóór 25 mei 2019 had vernietigd maar waarin de belastingaanslag reeds vóór 25 mei 2019 had vernietigd maar waarin de
in artikel 356 van het WIB 1992 bedoelde termijn van zes maanden voor in artikel 356 van het WIB 1992 bedoelde termijn van zes maanden voor
het vestigen van een subsidiaire aanslag nog liep. het vestigen van een subsidiaire aanslag nog liep.
B.5.2. De bestreden bepaling wijzigt een van de voorwaarden waaronder B.5.2. De bestreden bepaling wijzigt een van de voorwaarden waaronder
de belastingadministratie een subsidiaire belastingaanslag kan de belastingadministratie een subsidiaire belastingaanslag kan
vestigen nadat de rechter de aanslag geheel of ten dele nietig heeft vestigen nadat de rechter de aanslag geheel of ten dele nietig heeft
verklaard, om een andere reden dan verjaring. In een dergelijk geval verklaard, om een andere reden dan verjaring. In een dergelijk geval
blijft de zaak gedurende een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf blijft de zaak gedurende een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf
de rechterlijke beslissing, ingeschreven op de rol teneinde de de rechterlijke beslissing, ingeschreven op de rol teneinde de
belastingadministratie de mogelijkheid te geven een nieuwe aanslag te belastingadministratie de mogelijkheid te geven een nieuwe aanslag te
vestigen. Gedurende die periode worden de termijnen om verzet of hoger vestigen. Gedurende die periode worden de termijnen om verzet of hoger
beroep aan te tekenen of om een voorziening in cassatie in te dienen, beroep aan te tekenen of om een voorziening in cassatie in te dienen,
geschorst. geschorst.
B.6.1. In zoverre de bestreden bepaling van toepassing is in B.6.1. In zoverre de bestreden bepaling van toepassing is in
procedures waarin de rechter na 25 mei 2019 de initiële procedures waarin de rechter na 25 mei 2019 de initiële
belastingaanslag vernietigt omdat hij ten kohiere was gebracht op naam belastingaanslag vernietigt omdat hij ten kohiere was gebracht op naam
van de vereffende vennootschap, heeft zij geen terugwerkende kracht. van de vereffende vennootschap, heeft zij geen terugwerkende kracht.
B.6.2. De bestreden bepaling heeft evenmin terugwerkende kracht B.6.2. De bestreden bepaling heeft evenmin terugwerkende kracht
wanneer zij wordt toegepast in zaken waarin de rechter vóór 25 mei wanneer zij wordt toegepast in zaken waarin de rechter vóór 25 mei
2019 de initiële belastingaanslag om die reden heeft vernietigd en de 2019 de initiële belastingaanslag om die reden heeft vernietigd en de
termijn van zes maanden gedurende welke de zaak ingeschreven blijft op termijn van zes maanden gedurende welke de zaak ingeschreven blijft op
de rol nog niet is verstreken. De rechter heeft in die gevallen een de rol nog niet is verstreken. De rechter heeft in die gevallen een
tussenvonnis uitgesproken en aan de fiscale administratie de tussenvonnis uitgesproken en aan de fiscale administratie de
mogelijkheid geboden om binnen die termijn een subsidiaire aanslag aan mogelijkheid geboden om binnen die termijn een subsidiaire aanslag aan
zijn oordeel voor te leggen, zodat er geen definitieve toestand van zijn oordeel voor te leggen, zodat er geen definitieve toestand van
ontheffing van de verschuldigde belasting is ontstaan. De toepassing ontheffing van de verschuldigde belasting is ontstaan. De toepassing
van de bestreden bepaling heeft in dat geval niet tot gevolg dat van de bestreden bepaling heeft in dat geval niet tot gevolg dat
afbreuk wordt gedaan aan onherroepelijk vastgestelde rechten. afbreuk wordt gedaan aan onherroepelijk vastgestelde rechten.
B.6.3. Aldus is de bestreden bepaling niet van toepassing op feiten, B.6.3. Aldus is de bestreden bepaling niet van toepassing op feiten,
handelingen en toestanden die definitief waren voltrokken op het handelingen en toestanden die definitief waren voltrokken op het
ogenblik dat zij in werking is getreden en kan zij niet als ogenblik dat zij in werking is getreden en kan zij niet als
retroactief worden gekwalificeerd. retroactief worden gekwalificeerd.
B.6.4. De middelen zijn bijgevolg niet gegrond in zoverre wordt B.6.4. De middelen zijn bijgevolg niet gegrond in zoverre wordt
aangevoerd dat de bestreden bepaling met terugwerkende kracht zou aangevoerd dat de bestreden bepaling met terugwerkende kracht zou
ingrijpen in hangende rechtsgedingen en verworven rechten zou ingrijpen in hangende rechtsgedingen en verworven rechten zou
aantasten. aantasten.
B.6.5. Hoewel de bestreden bepaling geen terugwerkende kracht heeft, B.6.5. Hoewel de bestreden bepaling geen terugwerkende kracht heeft,
heeft zij tot gevolg dat de afloop van gerechtelijke procedures in een heeft zij tot gevolg dat de afloop van gerechtelijke procedures in een
bepaalde zin wordt beïnvloed. bepaalde zin wordt beïnvloed.
Het komt in beginsel de wetgever toe om de inwerkingtreding van een Het komt in beginsel de wetgever toe om de inwerkingtreding van een
nieuwe wet te regelen en uit te maken of hij al dan niet in nieuwe wet te regelen en uit te maken of hij al dan niet in
overgangsmaatregelen dient te voorzien. De artikelen 10 en 11 van de overgangsmaatregelen dient te voorzien. De artikelen 10 en 11 van de
Grondwet zijn slechts geschonden indien het tijdstip van Grondwet zijn slechts geschonden indien het tijdstip van
inwerkingtreding tot een verschil in behandeling leidt waarvoor geen inwerkingtreding tot een verschil in behandeling leidt waarvoor geen
redelijke verantwoording bestaat of indien aan het vertrouwensbeginsel redelijke verantwoording bestaat of indien aan het vertrouwensbeginsel
op buitensporige wijze afbreuk wordt gedaan. op buitensporige wijze afbreuk wordt gedaan.
Het vertrouwensbeginsel is nauw verbonden met het Het vertrouwensbeginsel is nauw verbonden met het
rechtszekerheidsbeginsel, dat de wetgever verbiedt om zonder rechtszekerheidsbeginsel, dat de wetgever verbiedt om zonder
objectieve en redelijke verantwoording afbreuk te doen aan het belang objectieve en redelijke verantwoording afbreuk te doen aan het belang
van de rechtsonderhorigen om in staat te zijn de rechtsgevolgen van van de rechtsonderhorigen om in staat te zijn de rechtsgevolgen van
hun handelingen te voorzien. hun handelingen te voorzien.
B.7.1. De mogelijkheid om een subsidiaire belastingaanslag te B.7.1. De mogelijkheid om een subsidiaire belastingaanslag te
vestigen, is volgens de wetgever verantwoord doordat het « een zaak vestigen, is volgens de wetgever verantwoord doordat het « een zaak
van eenvoudige rechtvaardigheid is, dat elk belastingplichtige zijn van eenvoudige rechtvaardigheid is, dat elk belastingplichtige zijn
bijdrage aan de Staat betaalt, zelfs zo de ambtenaar van het Bestuur bijdrage aan de Staat betaalt, zelfs zo de ambtenaar van het Bestuur
een procedurevergissing heeft begaan » (Parl. St., Kamer, 1946-1947, een procedurevergissing heeft begaan » (Parl. St., Kamer, 1946-1947,
nr. 407, p. 59). nr. 407, p. 59).
Ook mag, « wanneer de Administratie in de toepassing der wetten een Ook mag, « wanneer de Administratie in de toepassing der wetten een
vergissing heeft begaan, [...] de billijke verdeeling van de fiscale vergissing heeft begaan, [...] de billijke verdeeling van de fiscale
lasten daardoor niet worden beïnvloed, behalve wanneer de lasten daardoor niet worden beïnvloed, behalve wanneer de
belastingplichtige het voordeel van het rechtsverval heeft verkregen » belastingplichtige het voordeel van het rechtsverval heeft verkregen »
(Parl. St., Kamer, 1946-1947, nr. 59, pp. 24-25). (Parl. St., Kamer, 1946-1947, nr. 59, pp. 24-25).
Het gaat om een verplichting voor de fiscale administratie zodra de Het gaat om een verplichting voor de fiscale administratie zodra de
daartoe gestelde voorwaarden vervuld zijn, aangezien het haar niet daartoe gestelde voorwaarden vervuld zijn, aangezien het haar niet
vrijstaat af te zien van de invordering van verschuldigde belastingen vrijstaat af te zien van de invordering van verschuldigde belastingen
(Cass., 5 september 1967, Arr. Cass., 1968, p. 23). (Cass., 5 september 1967, Arr. Cass., 1968, p. 23).
B.7.2. Uit de in B.2.7 vermelde parlementaire voorbereiding blijkt dat B.7.2. Uit de in B.2.7 vermelde parlementaire voorbereiding blijkt dat
met de bestreden bepaling beoogd werd wettelijk verschuldigde met de bestreden bepaling beoogd werd wettelijk verschuldigde
belastingen te kunnen innen en de rechtsonzekerheid te verhelpen die belastingen te kunnen innen en de rechtsonzekerheid te verhelpen die
ten gevolge van een evolutie in de rechtspraak was ontstaan. Die ten gevolge van een evolutie in de rechtspraak was ontstaan. Die
rechtsonzekerheid was des te groter daar de rechtspraak van de fiscale rechtsonzekerheid was des te groter daar de rechtspraak van de fiscale
rechtscolleges enkel tussen de partijen geldt. rechtscolleges enkel tussen de partijen geldt.
Noch het feit dat sommige belastingplichtigen vermochten te hopen het Noch het feit dat sommige belastingplichtigen vermochten te hopen het
voordeel van de rechtspraak van sommige rechtscolleges te genieten, voordeel van de rechtspraak van sommige rechtscolleges te genieten,
noch het bestaan van hangende rechtsgedingen hebben op zich tot gevolg noch het bestaan van hangende rechtsgedingen hebben op zich tot gevolg
dat de wetgever in de onmogelijkheid zou zijn om de belangen van de dat de wetgever in de onmogelijkheid zou zijn om de belangen van de
overheidsfinanciën te beschermen en om een toestand van overheidsfinanciën te beschermen en om een toestand van
rechtsonzekerheid te verhelpen. rechtsonzekerheid te verhelpen.
B.7.3. De in de bestreden bepaling beoogde vereffenaars konden er niet B.7.3. De in de bestreden bepaling beoogde vereffenaars konden er niet
gewettigd op vertrouwen dat na de vernietiging van de initiële aanslag gewettigd op vertrouwen dat na de vernietiging van de initiële aanslag
die ten onrechte op naam van de vereffende vennootschap ten kohiere die ten onrechte op naam van de vereffende vennootschap ten kohiere
was gebracht, geen subsidiaire aanslag zou worden gevestigd, ook al was gebracht, geen subsidiaire aanslag zou worden gevestigd, ook al
was daarvoor eerst een wetswijziging nodig. was daarvoor eerst een wetswijziging nodig.
Zij konden immers redelijkerwijze verwachten dat de wetgever ten Zij konden immers redelijkerwijze verwachten dat de wetgever ten
gevolge van een evolutie in de rechtspraak maatregelen zou nemen om te gevolge van een evolutie in de rechtspraak maatregelen zou nemen om te
vermijden dat sommige belastingplichtigen een fiscaal voordeel zouden vermijden dat sommige belastingplichtigen een fiscaal voordeel zouden
genieten waarvan andere belastingplichtigen verstoken blijven. Het genieten waarvan andere belastingplichtigen verstoken blijven. Het
vestigen van een aanslag in de gevallen waarin de belasting krachtens vestigen van een aanslag in de gevallen waarin de belasting krachtens
de wet verschuldigd is, vormt een verplichting voor de administratie de wet verschuldigd is, vormt een verplichting voor de administratie
waardoor de gelijkheid van de burgers voor de fiscale wet wordt waardoor de gelijkheid van de burgers voor de fiscale wet wordt
gewaarborgd en de belangen van de overheidsfinanciën worden gewaarborgd en de belangen van de overheidsfinanciën worden
gevrijwaard. gevrijwaard.
B.7.4. De bestreden bepaling laat de fiscale administratie niet toe om B.7.4. De bestreden bepaling laat de fiscale administratie niet toe om
elementen toe te voegen aan de belastbare grondslag. Krachtens artikel elementen toe te voegen aan de belastbare grondslag. Krachtens artikel
356 van het WIB 1992 moet de subsidiaire aanslag immers gegrond zijn 356 van het WIB 1992 moet de subsidiaire aanslag immers gegrond zijn
op alle of een deel van dezelfde belastingelementen als de initiële op alle of een deel van dezelfde belastingelementen als de initiële
aanslag. aanslag.
Die subsidiaire aanslag wordt overigens niet naar de Die subsidiaire aanslag wordt overigens niet naar de
belastingschuldige verstuurd, maar wordt in de vorm van conclusies belastingschuldige verstuurd, maar wordt in de vorm van conclusies
voorgelegd aan de rechter die de initiële aanslag nietig heeft voorgelegd aan de rechter die de initiële aanslag nietig heeft
verklaard. Die rechter beschikt over volle rechtsmacht en gaat niet verklaard. Die rechter beschikt over volle rechtsmacht en gaat niet
alleen na of de subsidiaire aanslag aan alle vormvereisten voldoet, alleen na of de subsidiaire aanslag aan alle vormvereisten voldoet,
maar ook of de ingekohierde belasting wel degelijk verschuldigd was en maar ook of de ingekohierde belasting wel degelijk verschuldigd was en
of het bedrag ervan door de fiscale administratie correct werd of het bedrag ervan door de fiscale administratie correct werd
berekend. berekend.
B.7.5. De werking in de tijd van de bestreden bepaling heeft tenslotte B.7.5. De werking in de tijd van de bestreden bepaling heeft tenslotte
geen onevenredige gevolgen voor de betrokken vereffenaar. Zij is geen onevenredige gevolgen voor de betrokken vereffenaar. Zij is
slechts van toepassing op toekomstige gedingen en gedingen waarin de slechts van toepassing op toekomstige gedingen en gedingen waarin de
initiële aanslag reeds vóór 25 mei 2019 werd vernietigd maar waarin de initiële aanslag reeds vóór 25 mei 2019 werd vernietigd maar waarin de
termijn van zes maanden om een subsidiaire aanslag te vestigen, op die termijn van zes maanden om een subsidiaire aanslag te vestigen, op die
datum nog niet was verstreken. Zij kan dus niet worden toegepast in datum nog niet was verstreken. Zij kan dus niet worden toegepast in
zaken waarin de vernietiging van de initiële aanslag reeds langer dan zaken waarin de vernietiging van de initiële aanslag reeds langer dan
zes maanden voordien plaatsvond. Zij kan evenmin worden toegepast in zes maanden voordien plaatsvond. Zij kan evenmin worden toegepast in
zaken waarin de rechter vóór die datum de initiële aanslag heeft zaken waarin de rechter vóór die datum de initiële aanslag heeft
vernietigd in een eindvonnis, met als argument dat in de toenmalige vernietigd in een eindvonnis, met als argument dat in de toenmalige
stand van de wetgeving geen geldige subsidiaire aanslag mogelijk was. stand van de wetgeving geen geldige subsidiaire aanslag mogelijk was.
Bovendien wordt de vereffenaar slechts aangesproken in zijn Bovendien wordt de vereffenaar slechts aangesproken in zijn
hoedanigheid van vereffenaar. Hij staat in beginsel niet met zijn hoedanigheid van vereffenaar. Hij staat in beginsel niet met zijn
persoonlijke vermogen in voor de belastingschuld van de vereffende persoonlijke vermogen in voor de belastingschuld van de vereffende
vennootschap. Dat zou slechts het geval zijn indien een rechter in het vennootschap. Dat zou slechts het geval zijn indien een rechter in het
kader van een aansprakelijkheidsvordering tegen hem een tekortkoming kader van een aansprakelijkheidsvordering tegen hem een tekortkoming
in zijn bestuur zou vaststellen of indien een rechter de nietigheid in zijn bestuur zou vaststellen of indien een rechter de nietigheid
van de vereffening uitspreekt. van de vereffening uitspreekt.
B.8. De middelen zijn niet gegrond. B.8. De middelen zijn niet gegrond.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
verwerpt het beroep. verwerpt het beroep.
Aldus gewezen in het Nederlands, het Frans en het Duits, Aldus gewezen in het Nederlands, het Frans en het Duits,
overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op
het Grondwettelijk Hof, op 24 september 2020. het Grondwettelijk Hof, op 24 september 2020.
De griffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux P.-Y. Dutilleux
De voorzitter, De voorzitter,
A. Alen A. Alen
^