← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 123/2020 van 24 september 2020 Rolnummer 7217 In zake :
het beroep tot vernietiging van artikel 19 van de wet van 2 mei 2019 « houdende diverse fiscale bepalingen
2019-I. », ingesteld door Raf Geurts. Het Grondwet samengesteld uit de voorzitters
A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. Lavrysen, J.-P. Moerman, T. (...)"
Uittreksel uit arrest nr. 123/2020 van 24 september 2020 Rolnummer 7217 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 19 van de wet van 2 mei 2019 « houdende diverse fiscale bepalingen 2019-I. », ingesteld door Raf Geurts. Het Grondwet samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. Lavrysen, J.-P. Moerman, T. (...) | Uittreksel uit arrest nr. 123/2020 van 24 september 2020 Rolnummer 7217 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 19 van de wet van 2 mei 2019 « houdende diverse fiscale bepalingen 2019-I. », ingesteld door Raf Geurts. Het Grondwet samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. Lavrysen, J.-P. Moerman, T. (...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 123/2020 van 24 september 2020 | Uittreksel uit arrest nr. 123/2020 van 24 september 2020 |
Rolnummer 7217 | Rolnummer 7217 |
In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 19 van de wet van 2 | In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 19 van de wet van 2 |
mei 2019 « houdende diverse fiscale bepalingen 2019-I. », ingesteld | mei 2019 « houdende diverse fiscale bepalingen 2019-I. », ingesteld |
door Raf Geurts. | door Raf Geurts. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. | samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. |
Lavrysen, J.-P. Moerman, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet, R. | Lavrysen, J.-P. Moerman, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet, R. |
Leysen, J. Moerman en M. Pâques, bijgestaan door de griffier P.-Y. | Leysen, J. Moerman en M. Pâques, bijgestaan door de griffier P.-Y. |
Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter A. Alen, | Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter A. Alen, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging | I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging |
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 20 juni 2019 | Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 20 juni 2019 |
ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 21 juni | ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 21 juni |
2019, heeft Raf Geurts, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. H. | 2019, heeft Raf Geurts, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. H. |
Vandebergh en Mr. A. Lewandowski, advocaten bij de balie van Limburg, | Vandebergh en Mr. A. Lewandowski, advocaten bij de balie van Limburg, |
beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 19 van de wet van 2 mei | beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 19 van de wet van 2 mei |
2019 « houdende diverse fiscale bepalingen 2019-I. » (bekendgemaakt in | 2019 « houdende diverse fiscale bepalingen 2019-I. » (bekendgemaakt in |
het Belgisch Staatsblad van 15 mei 2019). | het Belgisch Staatsblad van 15 mei 2019). |
(...) | (...) |
II. In rechte | II. In rechte |
(...) | (...) |
B.1.1. Krachtens artikel 133, § 1, van het koninklijk besluit van 27 | B.1.1. Krachtens artikel 133, § 1, van het koninklijk besluit van 27 |
augustus 1993 « tot uitvoering van het Wetboek van de | augustus 1993 « tot uitvoering van het Wetboek van de |
inkomstenbelastingen 1992 » (hierna : het KB/WIB 1992) worden | inkomstenbelastingen 1992 » (hierna : het KB/WIB 1992) worden |
belastingaanslagen « op naam van de betrokken belastingschuldigen ten | belastingaanslagen « op naam van de betrokken belastingschuldigen ten |
kohiere gebracht ». Een belastingaanslag die op naam van een andere | kohiere gebracht ». Een belastingaanslag die op naam van een andere |
persoon dan de belastingschuldige ten kohiere wordt gebracht, is | persoon dan de belastingschuldige ten kohiere wordt gebracht, is |
bijgevolg nietig (Cass., 18 juni 2009, F.08.0034.F). | bijgevolg nietig (Cass., 18 juni 2009, F.08.0034.F). |
Het Wetboek van de inkomstenbelastingen (hierna : het WIB 1992) noch | Het Wetboek van de inkomstenbelastingen (hierna : het WIB 1992) noch |
het KB/WIB 1992 bepalen wie de belastingschuldige is voor de belasting | het KB/WIB 1992 bepalen wie de belastingschuldige is voor de belasting |
die was geheven ten aanzien van een vereffende vennootschap. Die | die was geheven ten aanzien van een vereffende vennootschap. Die |
belastingschuldige dient bijgevolg te worden bepaald aan de hand van | belastingschuldige dient bijgevolg te worden bepaald aan de hand van |
de regels van vennootschapsrecht. | de regels van vennootschapsrecht. |
B.1.2. Krachtens artikel 183, § 1, van het Wetboek van vennootschappen | B.1.2. Krachtens artikel 183, § 1, van het Wetboek van vennootschappen |
(hierna : het W.Venn) wordt een vennootschap na haar ontbinding geacht | (hierna : het W.Venn) wordt een vennootschap na haar ontbinding geacht |
voort te bestaan voor haar vereffening. Krachtens artikel 2:76 van het | voort te bestaan voor haar vereffening. Krachtens artikel 2:76 van het |
Wetboek van vennootschappen en verenigingen (hierna : het WVV) wordt | Wetboek van vennootschappen en verenigingen (hierna : het WVV) wordt |
een vennootschap na haar ontbinding geacht voort te bestaan voor haar | een vennootschap na haar ontbinding geacht voort te bestaan voor haar |
vereffening tot aan de sluiting daarvan. Tussen de ontbinding en de | vereffening tot aan de sluiting daarvan. Tussen de ontbinding en de |
sluiting van de vereffening behoudt de vennootschap in vereffening | sluiting van de vereffening behoudt de vennootschap in vereffening |
bijgevolg haar rechtspersoonlijkheid. | bijgevolg haar rechtspersoonlijkheid. |
Het sluiten van de vereffening heeft daarentegen wel het verlies van | Het sluiten van de vereffening heeft daarentegen wel het verlies van |
de rechtspersoonlijkheid tot gevolg (Cass., 14 februari 2012, | de rechtspersoonlijkheid tot gevolg (Cass., 14 februari 2012, |
P.11.1181.N). Door het sluiten van de vereffening houdt de | P.11.1181.N). Door het sluiten van de vereffening houdt de |
vennootschap op te bestaan, is zij geen rechtssubject meer, en heeft | vennootschap op te bestaan, is zij geen rechtssubject meer, en heeft |
zij geen maatschappelijke zetel, geen vermogen en geen organen meer. | zij geen maatschappelijke zetel, geen vermogen en geen organen meer. |
Bijgevolg kan zij niet langer in rechte worden aangesproken. | Bijgevolg kan zij niet langer in rechte worden aangesproken. |
B.1.3. Teneinde de rechten van de schuldeisers van de vereffende | B.1.3. Teneinde de rechten van de schuldeisers van de vereffende |
vennootschap te beschermen, bepalen artikel 198, § 1, derde streepje, | vennootschap te beschermen, bepalen artikel 198, § 1, derde streepje, |
van het W.Venn. en artikel 2:143, § 1, vijfde streepje, van het WVV | van het W.Venn. en artikel 2:143, § 1, vijfde streepje, van het WVV |
dat de vennootschap nog gedurende vijf jaar na de bekendmaking van de | dat de vennootschap nog gedurende vijf jaar na de bekendmaking van de |
sluiting van de vereffening in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad | sluiting van de vereffening in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad |
door haar schuldeisers kan worden aangesproken in de persoon van haar | door haar schuldeisers kan worden aangesproken in de persoon van haar |
vereffenaar. | vereffenaar. |
De vereffenaar kan krachtens die bepalingen door de schuldeisers van | De vereffenaar kan krachtens die bepalingen door de schuldeisers van |
de vennootschap slechts in zijn hoedanigheid van vereffenaar worden | de vennootschap slechts in zijn hoedanigheid van vereffenaar worden |
aangesproken. Aangezien een vordering die op grond van die bepalingen | aangesproken. Aangezien een vordering die op grond van die bepalingen |
is ingesteld, bij wege van een juridische fictie is gericht tegen de | is ingesteld, bij wege van een juridische fictie is gericht tegen de |
vereffende vennootschap, voor schulden die zijn ontstaan toen de | vereffende vennootschap, voor schulden die zijn ontstaan toen de |
vennootschap nog bestond, staat de vereffenaar niet met zijn | vennootschap nog bestond, staat de vereffenaar niet met zijn |
persoonlijke vermogen voor die schulden in. | persoonlijke vermogen voor die schulden in. |
B.1.4. Gelet op het voorgaande moet de fiscale administratie, indien | B.1.4. Gelet op het voorgaande moet de fiscale administratie, indien |
zij naar aanleiding van een controle na de sluiting van de vereffening | zij naar aanleiding van een controle na de sluiting van de vereffening |
van een vennootschap een aanslag in de vennootschapsbelasting vestigt | van een vennootschap een aanslag in de vennootschapsbelasting vestigt |
ten aanzien van de vennootschap als belastingplichtige, die aanslag | ten aanzien van de vennootschap als belastingplichtige, die aanslag |
ten kohiere brengen op naam van de vereffenaar ervan. | ten kohiere brengen op naam van de vereffenaar ervan. |
B.2.1. Het bestreden artikel 19 van de wet van 2 mei 2019 « houdende | B.2.1. Het bestreden artikel 19 van de wet van 2 mei 2019 « houdende |
diverse fiscale bepalingen 2019-I. » (hierna : de wet van 2 mei 2019) | diverse fiscale bepalingen 2019-I. » (hierna : de wet van 2 mei 2019) |
wijzigt artikel 357 van het WIB 1992, dat deel uitmaakt van de | wijzigt artikel 357 van het WIB 1992, dat deel uitmaakt van de |
bepalingen in dat Wetboek die de aanslagtermijnen regelen bij de | bepalingen in dat Wetboek die de aanslagtermijnen regelen bij de |
vestiging en invordering van de inkomstenbelastingen. | vestiging en invordering van de inkomstenbelastingen. |
B.2.2. De verzoekende partij is verwikkeld in een geschil met de | B.2.2. De verzoekende partij is verwikkeld in een geschil met de |
belastingadministratie naar aanleiding van de vereffening van een | belastingadministratie naar aanleiding van de vereffening van een |
vennootschap. Doordat de fiscale administratie de aanslag in de | vennootschap. Doordat de fiscale administratie de aanslag in de |
vennootschapsbelasting ten kohiere heeft gebracht op naam van de | vennootschapsbelasting ten kohiere heeft gebracht op naam van de |
vereffende vennootschap in plaats van op naam van de vereffenaar | vereffende vennootschap in plaats van op naam van de vereffenaar |
ervan, werd die aanslag door de rechter vernietigd. | ervan, werd die aanslag door de rechter vernietigd. |
B.2.3. Artikel 356 van het WIB 1992 bepaalt : | B.2.3. Artikel 356 van het WIB 1992 bepaalt : |
« Wanneer tegen een beslissing van de adviseur-generaal van de | « Wanneer tegen een beslissing van de adviseur-generaal van de |
administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen of | administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen of |
van de door hem gedelegeerde ambtenaar een vordering in rechte is | van de door hem gedelegeerde ambtenaar een vordering in rechte is |
ingesteld en de rechter de aanslag geheel of ten dele nietig | ingesteld en de rechter de aanslag geheel of ten dele nietig |
verklaart, om een andere reden dan verjaring, blijft de zaak gedurende | verklaart, om een andere reden dan verjaring, blijft de zaak gedurende |
een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de rechterlijke | een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de rechterlijke |
beslissing ingeschreven op de rol. Gedurende die termijn van zes | beslissing ingeschreven op de rol. Gedurende die termijn van zes |
maanden die de termijnen om verzet of hoger beroep aan te tekenen of | maanden die de termijnen om verzet of hoger beroep aan te tekenen of |
om een voorziening in cassatie in te dienen schorst, kan de | om een voorziening in cassatie in te dienen schorst, kan de |
administratie een subsidiaire aanslag door middel van conclusies aan | administratie een subsidiaire aanslag door middel van conclusies aan |
het oordeel van de rechter onderwerpen op naam van dezelfde | het oordeel van de rechter onderwerpen op naam van dezelfde |
belastingschuldige en op grond van alle of een deel van dezelfde | belastingschuldige en op grond van alle of een deel van dezelfde |
belastingelementen als de initiële aanslag. | belastingelementen als de initiële aanslag. |
Als de administratie een subsidiaire aanslag binnen de voornoemde | Als de administratie een subsidiaire aanslag binnen de voornoemde |
termijn van zes maanden aan de rechter voorlegt, beginnen, in | termijn van zes maanden aan de rechter voorlegt, beginnen, in |
afwijking van het eerste lid, de termijnen om verzet of hoger beroep | afwijking van het eerste lid, de termijnen om verzet of hoger beroep |
aan te tekenen of om een voorziening in cassatie in te dienen te lopen | aan te tekenen of om een voorziening in cassatie in te dienen te lopen |
vanaf de betekening van de rechterlijke beslissing betreffende de | vanaf de betekening van de rechterlijke beslissing betreffende de |
subsidiaire aanslag. | subsidiaire aanslag. |
Wanneer de aanslag waarvan de nietigheid door de rechter wordt | Wanneer de aanslag waarvan de nietigheid door de rechter wordt |
uitgesproken, aanleiding heeft gegeven tot een teruggave van een | uitgesproken, aanleiding heeft gegeven tot een teruggave van een |
voorheffing of voorafbetaling, wordt bij de berekening van de aan het | voorheffing of voorafbetaling, wordt bij de berekening van de aan het |
oordeel van de rechter onderworpen subsidiaire aanslag rekening | oordeel van de rechter onderworpen subsidiaire aanslag rekening |
gehouden met die teruggave. | gehouden met die teruggave. |
De subsidiaire aanslag is slechts invorderbaar of terugbetaalbaar ter | De subsidiaire aanslag is slechts invorderbaar of terugbetaalbaar ter |
uitvoering van de rechterlijke beslissing. | uitvoering van de rechterlijke beslissing. |
Wanneer de subsidiaire aanslag gevestigd wordt in hoofde van een | Wanneer de subsidiaire aanslag gevestigd wordt in hoofde van een |
overeenkomstig artikel 357 gelijkgestelde belastingschuldige, wordt | overeenkomstig artikel 357 gelijkgestelde belastingschuldige, wordt |
die aanslag aan de rechter onderworpen door een aan de gelijkgestelde | die aanslag aan de rechter onderworpen door een aan de gelijkgestelde |
belastingschuldige betekend verzoekschrift met dagvaarding om te | belastingschuldige betekend verzoekschrift met dagvaarding om te |
verschijnen ». | verschijnen ». |
B.2.4. Vóór de bestreden bepaling kon de belastingadministratie na de | B.2.4. Vóór de bestreden bepaling kon de belastingadministratie na de |
nietigverklaring van de belastingaanslag om de in B.2.2 vermelde | nietigverklaring van de belastingaanslag om de in B.2.2 vermelde |
reden, geen geldige subsidiaire aanslag aan de rechter voorleggen. | reden, geen geldige subsidiaire aanslag aan de rechter voorleggen. |
Artikel 356 van het WIB 1992 vereist immers dat de subsidiaire aanslag | Artikel 356 van het WIB 1992 vereist immers dat de subsidiaire aanslag |
« op naam van dezelfde belastingschuldige » als de vernietigde aanslag | « op naam van dezelfde belastingschuldige » als de vernietigde aanslag |
aan die rechter wordt voorgelegd. Indien de fiscale administratie een | aan die rechter wordt voorgelegd. Indien de fiscale administratie een |
subsidiaire aanslag ten kohiere zou brengen ten aanzien van de | subsidiaire aanslag ten kohiere zou brengen ten aanzien van de |
vereffenaar, zou die dus nietig moeten worden verklaard vanwege | vereffenaar, zou die dus nietig moeten worden verklaard vanwege |
hetzelfde gebrek als de initiële aanslag. | hetzelfde gebrek als de initiële aanslag. |
B.2.5. Krachtens artikel 357 van het WIB 1992 worden weliswaar | B.2.5. Krachtens artikel 357 van het WIB 1992 worden weliswaar |
bepaalde categorieën van personen gelijkgesteld met de | bepaalde categorieën van personen gelijkgesteld met de |
belastingschuldige van de initiële aanslag bedoeld in artikel 356 van | belastingschuldige van de initiële aanslag bedoeld in artikel 356 van |
hetzelfde Wetboek, maar die bepaling bevatte geen gelijkstelling | hetzelfde Wetboek, maar die bepaling bevatte geen gelijkstelling |
tussen de vereffende vennootschap en haar vereffenaar. In de versie | tussen de vereffende vennootschap en haar vereffenaar. In de versie |
ervan die van toepassing was voordat het werd gewijzigd bij de | ervan die van toepassing was voordat het werd gewijzigd bij de |
bestreden bepaling, luidde artikel 357 van het WIB 1992 immers als | bestreden bepaling, luidde artikel 357 van het WIB 1992 immers als |
volgt : | volgt : |
« Voor de toepassing van de artikelen 355 en 356 worden met dezelfde | « Voor de toepassing van de artikelen 355 en 356 worden met dezelfde |
belastingschuldige gelijkgesteld : | belastingschuldige gelijkgesteld : |
1° de erfgenamen van de belastingschuldige; | 1° de erfgenamen van de belastingschuldige; |
2° zijn echtgenoot; | 2° zijn echtgenoot; |
3° naargelang het geval, de vennootschap die een fusie, splitsing, | 3° naargelang het geval, de vennootschap die een fusie, splitsing, |
verrichting gelijkgesteld met een fusie of andere ontbinding zonder | verrichting gelijkgesteld met een fusie of andere ontbinding zonder |
verdeling van het gehele maatschappelijke vermogen heeft doorgevoerd | verdeling van het gehele maatschappelijke vermogen heeft doorgevoerd |
en de opslorpende of verkrijgende vennootschap of de verkrijgende | en de opslorpende of verkrijgende vennootschap of de verkrijgende |
vennootschappen; | vennootschappen; |
4° de leden van het gezin, de vennootschap, de vereniging of de | 4° de leden van het gezin, de vennootschap, de vereniging of de |
gemeenschap waarvan het hoofd, de directeur, de aandeelhouders of de | gemeenschap waarvan het hoofd, de directeur, de aandeelhouders of de |
vennoten oorspronkelijk werden aangeslagen en wederkerig ». | vennoten oorspronkelijk werden aangeslagen en wederkerig ». |
B.2.6. De bestreden bepaling vult artikel 357 van het WIB 1992 daarom | B.2.6. De bestreden bepaling vult artikel 357 van het WIB 1992 daarom |
aan met een gelijkstelling van de vereffenaar en de vereffende | aan met een gelijkstelling van de vereffenaar en de vereffende |
rechtspersoon als belastingschuldige. Het nieuwe artikel 357, 5°, van | rechtspersoon als belastingschuldige. Het nieuwe artikel 357, 5°, van |
het WIB 1992 bepaalt : | het WIB 1992 bepaalt : |
« Voor de toepassing van de artikelen 355 en 356 worden met dezelfde | « Voor de toepassing van de artikelen 355 en 356 worden met dezelfde |
belastingschuldige gelijkgesteld : | belastingschuldige gelijkgesteld : |
[...] | [...] |
5° de vereffenaar van de rechtspersoon waarvan de vereffening gesloten | 5° de vereffenaar van de rechtspersoon waarvan de vereffening gesloten |
is, in die hoedanigheid, of, bij ontstentenis daarvan, de personen die | is, in die hoedanigheid, of, bij ontstentenis daarvan, de personen die |
beschouwd worden als vereffenaar krachtens deel 1, boek 2, titel 8 van | beschouwd worden als vereffenaar krachtens deel 1, boek 2, titel 8 van |
het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, gedurende de periode | het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, gedurende de periode |
voorzien in artikel 2:143, van hetzelfde Wetboek ». | voorzien in artikel 2:143, van hetzelfde Wetboek ». |
B.2.7. In de parlementaire voorbereiding wordt de bestreden bepaling | B.2.7. In de parlementaire voorbereiding wordt de bestreden bepaling |
als volgt verantwoord : | als volgt verantwoord : |
« Met het arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 27 juni 2017 | « Met het arrest van het Hof van beroep te Antwerpen d.d. 27 juni 2017 |
werd geoordeeld dat de aanslagen die gevestigd werden op naam van een | werd geoordeeld dat de aanslagen die gevestigd werden op naam van een |
vereffende vennootschap in feite werden gericht aan een vennootschap | vereffende vennootschap in feite werden gericht aan een vennootschap |
die niet meer bestaat en dat dergelijke aanslagen op naam van de | die niet meer bestaat en dat dergelijke aanslagen op naam van de |
vereffenaar, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van de vereffende | vereffenaar, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van de vereffende |
vennootschap, zouden moeten worden gevestigd. Tegen deze uitspraak was | vennootschap, zouden moeten worden gevestigd. Tegen deze uitspraak was |
geen cassatievoorziening mogelijk. | geen cassatievoorziening mogelijk. |
In artikel 355 WIB 92 wordt de mogelijkheid geboden om, in geval van | In artikel 355 WIB 92 wordt de mogelijkheid geboden om, in geval van |
een vernietiging van een aanslag in een beslissing naar aanleiding van | een vernietiging van een aanslag in een beslissing naar aanleiding van |
een bezwaarschrift, een vervangende aanslag voor te stellen waarbij | een bezwaarschrift, een vervangende aanslag voor te stellen waarbij |
rekening gehouden wordt met de reden van de vernietiging om een andere | rekening gehouden wordt met de reden van de vernietiging om een andere |
reden dan verjaring. Wanneer een gerechtelijke beslissing een aanslag | reden dan verjaring. Wanneer een gerechtelijke beslissing een aanslag |
vernietigt wegens een andere reden dan verjaring, kan overeenkomstig | vernietigt wegens een andere reden dan verjaring, kan overeenkomstig |
artikel 356, WIB 92 een subsidiaire aanslag aan de rechter worden | artikel 356, WIB 92 een subsidiaire aanslag aan de rechter worden |
voorgelegd door middel van conclusies. In beide gevallen wordt als | voorgelegd door middel van conclusies. In beide gevallen wordt als |
voorwaarde gesteld dat de betreffende nieuwe aanslagen worden | voorwaarde gesteld dat de betreffende nieuwe aanslagen worden |
gevestigd op basis van dezelfde belastingelementen en in hoofde van | gevestigd op basis van dezelfde belastingelementen en in hoofde van |
dezelfde belastingschuldige. Artikel 357, WIB 92 bepaalt wie als | dezelfde belastingschuldige. Artikel 357, WIB 92 bepaalt wie als |
dezelfde belastingschuldige kan worden beschouwd. | dezelfde belastingschuldige kan worden beschouwd. |
In de huidige stand van de wetgeving kan in toepassing van artikel | In de huidige stand van de wetgeving kan in toepassing van artikel |
357, WIB 92 de vereffenaar ' qualitate qua ' niet beschouwd worden als | 357, WIB 92 de vereffenaar ' qualitate qua ' niet beschouwd worden als |
dezelfde belastingschuldige zoals bepaald in de artikelen 355 en 356, | dezelfde belastingschuldige zoals bepaald in de artikelen 355 en 356, |
WIB 92. Met de wet van 11 december 2008 (BS 12 januari 2009) werd er | WIB 92. Met de wet van 11 december 2008 (BS 12 januari 2009) werd er |
reeds een bepaling toegevoegd waarbij een gelijkaardige regeling werd | reeds een bepaling toegevoegd waarbij een gelijkaardige regeling werd |
getroffen voor bijvoorbeeld vennootschappen die naar aanleiding van | getroffen voor bijvoorbeeld vennootschappen die naar aanleiding van |
een fusie werden overgenomen. | een fusie werden overgenomen. |
Naar analogie met deze wijziging en teneinde de wettelijk | Naar analogie met deze wijziging en teneinde de wettelijk |
verschuldigde belasting te kunnen handhaven wordt artikel 357, WIB 92 | verschuldigde belasting te kunnen handhaven wordt artikel 357, WIB 92 |
gewijzigd teneinde de vereffenaar ' qualitate qua ' toe te voegen aan | gewijzigd teneinde de vereffenaar ' qualitate qua ' toe te voegen aan |
de lijst van personen gelijkgesteld met de belastingschuldige in het | de lijst van personen gelijkgesteld met de belastingschuldige in het |
kader van de vestiging van een subsidiaire of vervangende aanslag ten | kader van de vestiging van een subsidiaire of vervangende aanslag ten |
gevolge van een vernietiging van de aanslag door een gerechtelijke of | gevolge van een vernietiging van de aanslag door een gerechtelijke of |
een administratieve beslissing. | een administratieve beslissing. |
De inkohiering in hoofde van de vereffenaar ' qualitate qua ' creëert | De inkohiering in hoofde van de vereffenaar ' qualitate qua ' creëert |
geen bijkomende verplichtingen voor de vereffenaar in persoonlijke | geen bijkomende verplichtingen voor de vereffenaar in persoonlijke |
naam » (Parl. St., Kamer, 2018-2019, DOC 54-3699/001, pp. 7-8). | naam » (Parl. St., Kamer, 2018-2019, DOC 54-3699/001, pp. 7-8). |
B.2.8. Ingevolge de bestreden bepaling kan de fiscale administratie | B.2.8. Ingevolge de bestreden bepaling kan de fiscale administratie |
voortaan een geldige subsidiaire aanslag op naam van de vereffenaar | voortaan een geldige subsidiaire aanslag op naam van de vereffenaar |
voorleggen aan de rechter die de initiële belastingaanslag heeft | voorleggen aan de rechter die de initiële belastingaanslag heeft |
vernietigd omdat hij ten onrechte ten kohiere werd gebracht op naam | vernietigd omdat hij ten onrechte ten kohiere werd gebracht op naam |
van de vereffende vennootschap. | van de vereffende vennootschap. |
B.3.1. De verzoeker en de tussenkomende partij onderschrijven de | B.3.1. De verzoeker en de tussenkomende partij onderschrijven de |
doelstelling die met artikel 19 van de wet van 2 mei 2019 wordt | doelstelling die met artikel 19 van de wet van 2 mei 2019 wordt |
nagestreefd. Hun grieven zijn beperkt tot de werking in de tijd van de | nagestreefd. Hun grieven zijn beperkt tot de werking in de tijd van de |
bestreden bepaling. | bestreden bepaling. |
B.3.2. Het eerste middel is afgeleid uit de schending, door de | B.3.2. Het eerste middel is afgeleid uit de schending, door de |
bestreden bepaling, van de artikelen 10 en 11, in samenhang gelezen | bestreden bepaling, van de artikelen 10 en 11, in samenhang gelezen |
met artikel 170, § 1, van de Grondwet, met het fiscaal | met artikel 170, § 1, van de Grondwet, met het fiscaal |
wettigheidsbeginsel, met het rechtszekerheidsbeginsel en met het | wettigheidsbeginsel, met het rechtszekerheidsbeginsel en met het |
beginsel van de minimale voorzienbaarheid van de belastingwet, doordat | beginsel van de minimale voorzienbaarheid van de belastingwet, doordat |
zij in hangende fiscale rechtsgedingen een grondslag zou geven aan een | zij in hangende fiscale rechtsgedingen een grondslag zou geven aan een |
subsidiaire aanslag die anders geen wettelijke grondslag zou hebben. | subsidiaire aanslag die anders geen wettelijke grondslag zou hebben. |
Het tweede middel is afgeleid uit de schending, door de bestreden | Het tweede middel is afgeleid uit de schending, door de bestreden |
bepaling, van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang | bepaling, van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang |
gelezen met het beginsel van de niet-retroactiviteit van de wetten en | gelezen met het beginsel van de niet-retroactiviteit van de wetten en |
met artikel 2 (thans artikel 1) van het Burgerlijk Wetboek, doordat | met artikel 2 (thans artikel 1) van het Burgerlijk Wetboek, doordat |
zij met terugwerkende kracht zou ingrijpen in hangende rechtsgedingen. | zij met terugwerkende kracht zou ingrijpen in hangende rechtsgedingen. |
Het derde middel is afgeleid uit de schending, door de bestreden | Het derde middel is afgeleid uit de schending, door de bestreden |
bepaling, van artikel 16 van de Grondwet, in samenhang gelezen met | bepaling, van artikel 16 van de Grondwet, in samenhang gelezen met |
artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag | artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag |
voor de rechten van de mens, met het rechtszekerheidsbeginsel, met het | voor de rechten van de mens, met het rechtszekerheidsbeginsel, met het |
beginsel van de niet-retroactiviteit van de wetten en met artikel 2 | beginsel van de niet-retroactiviteit van de wetten en met artikel 2 |
(thans artikel 1) van het Burgerlijk Wetboek, doordat zij met | (thans artikel 1) van het Burgerlijk Wetboek, doordat zij met |
terugwerkende kracht verworven rechten zou aantasten. | terugwerkende kracht verworven rechten zou aantasten. |
Het vierde middel is afgeleid uit de schending van de artikelen 10 en | Het vierde middel is afgeleid uit de schending van de artikelen 10 en |
11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met het beginsel van de | 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met het beginsel van de |
scheiding der machten en met het rechtsstaatsbeginsel, doordat de | scheiding der machten en met het rechtsstaatsbeginsel, doordat de |
wetgever met terugwerkende kracht zou ingrijpen in hangende | wetgever met terugwerkende kracht zou ingrijpen in hangende |
rechtsgedingen tussen particulieren en een administratieve overheid. | rechtsgedingen tussen particulieren en een administratieve overheid. |
Het vijfde middel is afgeleid uit de schending van de artikelen 10 en | Het vijfde middel is afgeleid uit de schending van de artikelen 10 en |
11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6 van het | 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6 van het |
Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met het beginsel van | Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met het beginsel van |
een behoorlijke rechtsbedeling, doordat de bestreden bepaling afbreuk | een behoorlijke rechtsbedeling, doordat de bestreden bepaling afbreuk |
zou doen aan de wapengelijkheid tussen de belastingplichtige en de | zou doen aan de wapengelijkheid tussen de belastingplichtige en de |
fiscus in een hangend rechtsgeding. | fiscus in een hangend rechtsgeding. |
B.3.3. Aangezien die vijf middelen onlosmakelijk samenhangen, worden | B.3.3. Aangezien die vijf middelen onlosmakelijk samenhangen, worden |
zij samen onderzocht. | zij samen onderzocht. |
B.3.4. Met betrekking tot het vijfde middel dient te worden opgemerkt | B.3.4. Met betrekking tot het vijfde middel dient te worden opgemerkt |
dat artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens | dat artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens |
niet toepasselijk is op niet-strafrechtelijke fiscale geschillen | niet toepasselijk is op niet-strafrechtelijke fiscale geschillen |
(EHRM, 12 juli 2001, Ferrazzini t. Italië). Niettemin is het recht op | (EHRM, 12 juli 2001, Ferrazzini t. Italië). Niettemin is het recht op |
een eerlijk proces ook gewaarborgd bij een algemeen rechtsbeginsel. | een eerlijk proces ook gewaarborgd bij een algemeen rechtsbeginsel. |
B.4.1. De partijen verschillen van mening over de kwalificatie van de | B.4.1. De partijen verschillen van mening over de kwalificatie van de |
werking in de tijd van de bestreden bepaling. Volgens de verzoekende | werking in de tijd van de bestreden bepaling. Volgens de verzoekende |
partij en de tussenkomende partij grijpt zij met terugwerkende kracht | partij en de tussenkomende partij grijpt zij met terugwerkende kracht |
in hangende rechtsgedingen in en tast zij verworven rechten aan. | in hangende rechtsgedingen in en tast zij verworven rechten aan. |
Volgens de Ministerraad daarentegen heeft zij onmiddellijke werking en | Volgens de Ministerraad daarentegen heeft zij onmiddellijke werking en |
moet zij als procedureregel worden toegepast in hangende | moet zij als procedureregel worden toegepast in hangende |
rechtsgedingen. | rechtsgedingen. |
B.4.2. De bestreden bepaling heeft betrekking op de aanwijzing van de | B.4.2. De bestreden bepaling heeft betrekking op de aanwijzing van de |
categorieën van belastingplichtigen. In tegenstelling tot wat de | categorieën van belastingplichtigen. In tegenstelling tot wat de |
Ministerraad voorhoudt, moet zij beschouwd worden als een regel van | Ministerraad voorhoudt, moet zij beschouwd worden als een regel van |
materieel belastingrecht en niet als een fiscale procedureregel. | materieel belastingrecht en niet als een fiscale procedureregel. |
B.4.3. De onmiddellijke werking van een norm houdt in dat de norm van | B.4.3. De onmiddellijke werking van een norm houdt in dat de norm van |
toepassing is, niet alleen op toestanden die na haar inwerkingtreding | toepassing is, niet alleen op toestanden die na haar inwerkingtreding |
ontstaan, maar eveneens op de gevolgen van de onder de vroegere | ontstaan, maar eveneens op de gevolgen van de onder de vroegere |
regeling ontstane toestanden die zich voordoen of die voortduren onder | regeling ontstane toestanden die zich voordoen of die voortduren onder |
de gelding van de nieuwe regeling, voor zover die toepassing geen | de gelding van de nieuwe regeling, voor zover die toepassing geen |
afbreuk doet aan reeds onherroepelijk vastgestelde rechten. | afbreuk doet aan reeds onherroepelijk vastgestelde rechten. |
Een regel moet als retroactief worden gekwalificeerd wanneer hij van | Een regel moet als retroactief worden gekwalificeerd wanneer hij van |
toepassing is op feiten, handelingen en toestanden die definitief | toepassing is op feiten, handelingen en toestanden die definitief |
waren voltrokken op het ogenblik dat hij in werking is getreden. | waren voltrokken op het ogenblik dat hij in werking is getreden. |
B.5.1. De bestreden bepaling is bekendgemaakt in het Belgisch | B.5.1. De bestreden bepaling is bekendgemaakt in het Belgisch |
Staatsblad van 15 mei 2019 en is in werking getreden op 25 mei 2019. | Staatsblad van 15 mei 2019 en is in werking getreden op 25 mei 2019. |
Ze bevat geen overgangsmaatregelen. | Ze bevat geen overgangsmaatregelen. |
Zij is derhalve niet enkel van toepassing in het geval waarin de | Zij is derhalve niet enkel van toepassing in het geval waarin de |
rechter na 25 mei 2019 een belastingaanslag nietig verklaart omdat hij | rechter na 25 mei 2019 een belastingaanslag nietig verklaart omdat hij |
ten kohiere was gebracht op naam van een vereffende vennootschap, maar | ten kohiere was gebracht op naam van een vereffende vennootschap, maar |
ook in hangende gedingen waarin de fiscale rechter de initiële | ook in hangende gedingen waarin de fiscale rechter de initiële |
belastingaanslag reeds vóór 25 mei 2019 had vernietigd maar waarin de | belastingaanslag reeds vóór 25 mei 2019 had vernietigd maar waarin de |
in artikel 356 van het WIB 1992 bedoelde termijn van zes maanden voor | in artikel 356 van het WIB 1992 bedoelde termijn van zes maanden voor |
het vestigen van een subsidiaire aanslag nog liep. | het vestigen van een subsidiaire aanslag nog liep. |
B.5.2. De bestreden bepaling wijzigt een van de voorwaarden waaronder | B.5.2. De bestreden bepaling wijzigt een van de voorwaarden waaronder |
de belastingadministratie een subsidiaire belastingaanslag kan | de belastingadministratie een subsidiaire belastingaanslag kan |
vestigen nadat de rechter de aanslag geheel of ten dele nietig heeft | vestigen nadat de rechter de aanslag geheel of ten dele nietig heeft |
verklaard, om een andere reden dan verjaring. In een dergelijk geval | verklaard, om een andere reden dan verjaring. In een dergelijk geval |
blijft de zaak gedurende een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf | blijft de zaak gedurende een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf |
de rechterlijke beslissing, ingeschreven op de rol teneinde de | de rechterlijke beslissing, ingeschreven op de rol teneinde de |
belastingadministratie de mogelijkheid te geven een nieuwe aanslag te | belastingadministratie de mogelijkheid te geven een nieuwe aanslag te |
vestigen. Gedurende die periode worden de termijnen om verzet of hoger | vestigen. Gedurende die periode worden de termijnen om verzet of hoger |
beroep aan te tekenen of om een voorziening in cassatie in te dienen, | beroep aan te tekenen of om een voorziening in cassatie in te dienen, |
geschorst. | geschorst. |
B.6.1. In zoverre de bestreden bepaling van toepassing is in | B.6.1. In zoverre de bestreden bepaling van toepassing is in |
procedures waarin de rechter na 25 mei 2019 de initiële | procedures waarin de rechter na 25 mei 2019 de initiële |
belastingaanslag vernietigt omdat hij ten kohiere was gebracht op naam | belastingaanslag vernietigt omdat hij ten kohiere was gebracht op naam |
van de vereffende vennootschap, heeft zij geen terugwerkende kracht. | van de vereffende vennootschap, heeft zij geen terugwerkende kracht. |
B.6.2. De bestreden bepaling heeft evenmin terugwerkende kracht | B.6.2. De bestreden bepaling heeft evenmin terugwerkende kracht |
wanneer zij wordt toegepast in zaken waarin de rechter vóór 25 mei | wanneer zij wordt toegepast in zaken waarin de rechter vóór 25 mei |
2019 de initiële belastingaanslag om die reden heeft vernietigd en de | 2019 de initiële belastingaanslag om die reden heeft vernietigd en de |
termijn van zes maanden gedurende welke de zaak ingeschreven blijft op | termijn van zes maanden gedurende welke de zaak ingeschreven blijft op |
de rol nog niet is verstreken. De rechter heeft in die gevallen een | de rol nog niet is verstreken. De rechter heeft in die gevallen een |
tussenvonnis uitgesproken en aan de fiscale administratie de | tussenvonnis uitgesproken en aan de fiscale administratie de |
mogelijkheid geboden om binnen die termijn een subsidiaire aanslag aan | mogelijkheid geboden om binnen die termijn een subsidiaire aanslag aan |
zijn oordeel voor te leggen, zodat er geen definitieve toestand van | zijn oordeel voor te leggen, zodat er geen definitieve toestand van |
ontheffing van de verschuldigde belasting is ontstaan. De toepassing | ontheffing van de verschuldigde belasting is ontstaan. De toepassing |
van de bestreden bepaling heeft in dat geval niet tot gevolg dat | van de bestreden bepaling heeft in dat geval niet tot gevolg dat |
afbreuk wordt gedaan aan onherroepelijk vastgestelde rechten. | afbreuk wordt gedaan aan onherroepelijk vastgestelde rechten. |
B.6.3. Aldus is de bestreden bepaling niet van toepassing op feiten, | B.6.3. Aldus is de bestreden bepaling niet van toepassing op feiten, |
handelingen en toestanden die definitief waren voltrokken op het | handelingen en toestanden die definitief waren voltrokken op het |
ogenblik dat zij in werking is getreden en kan zij niet als | ogenblik dat zij in werking is getreden en kan zij niet als |
retroactief worden gekwalificeerd. | retroactief worden gekwalificeerd. |
B.6.4. De middelen zijn bijgevolg niet gegrond in zoverre wordt | B.6.4. De middelen zijn bijgevolg niet gegrond in zoverre wordt |
aangevoerd dat de bestreden bepaling met terugwerkende kracht zou | aangevoerd dat de bestreden bepaling met terugwerkende kracht zou |
ingrijpen in hangende rechtsgedingen en verworven rechten zou | ingrijpen in hangende rechtsgedingen en verworven rechten zou |
aantasten. | aantasten. |
B.6.5. Hoewel de bestreden bepaling geen terugwerkende kracht heeft, | B.6.5. Hoewel de bestreden bepaling geen terugwerkende kracht heeft, |
heeft zij tot gevolg dat de afloop van gerechtelijke procedures in een | heeft zij tot gevolg dat de afloop van gerechtelijke procedures in een |
bepaalde zin wordt beïnvloed. | bepaalde zin wordt beïnvloed. |
Het komt in beginsel de wetgever toe om de inwerkingtreding van een | Het komt in beginsel de wetgever toe om de inwerkingtreding van een |
nieuwe wet te regelen en uit te maken of hij al dan niet in | nieuwe wet te regelen en uit te maken of hij al dan niet in |
overgangsmaatregelen dient te voorzien. De artikelen 10 en 11 van de | overgangsmaatregelen dient te voorzien. De artikelen 10 en 11 van de |
Grondwet zijn slechts geschonden indien het tijdstip van | Grondwet zijn slechts geschonden indien het tijdstip van |
inwerkingtreding tot een verschil in behandeling leidt waarvoor geen | inwerkingtreding tot een verschil in behandeling leidt waarvoor geen |
redelijke verantwoording bestaat of indien aan het vertrouwensbeginsel | redelijke verantwoording bestaat of indien aan het vertrouwensbeginsel |
op buitensporige wijze afbreuk wordt gedaan. | op buitensporige wijze afbreuk wordt gedaan. |
Het vertrouwensbeginsel is nauw verbonden met het | Het vertrouwensbeginsel is nauw verbonden met het |
rechtszekerheidsbeginsel, dat de wetgever verbiedt om zonder | rechtszekerheidsbeginsel, dat de wetgever verbiedt om zonder |
objectieve en redelijke verantwoording afbreuk te doen aan het belang | objectieve en redelijke verantwoording afbreuk te doen aan het belang |
van de rechtsonderhorigen om in staat te zijn de rechtsgevolgen van | van de rechtsonderhorigen om in staat te zijn de rechtsgevolgen van |
hun handelingen te voorzien. | hun handelingen te voorzien. |
B.7.1. De mogelijkheid om een subsidiaire belastingaanslag te | B.7.1. De mogelijkheid om een subsidiaire belastingaanslag te |
vestigen, is volgens de wetgever verantwoord doordat het « een zaak | vestigen, is volgens de wetgever verantwoord doordat het « een zaak |
van eenvoudige rechtvaardigheid is, dat elk belastingplichtige zijn | van eenvoudige rechtvaardigheid is, dat elk belastingplichtige zijn |
bijdrage aan de Staat betaalt, zelfs zo de ambtenaar van het Bestuur | bijdrage aan de Staat betaalt, zelfs zo de ambtenaar van het Bestuur |
een procedurevergissing heeft begaan » (Parl. St., Kamer, 1946-1947, | een procedurevergissing heeft begaan » (Parl. St., Kamer, 1946-1947, |
nr. 407, p. 59). | nr. 407, p. 59). |
Ook mag, « wanneer de Administratie in de toepassing der wetten een | Ook mag, « wanneer de Administratie in de toepassing der wetten een |
vergissing heeft begaan, [...] de billijke verdeeling van de fiscale | vergissing heeft begaan, [...] de billijke verdeeling van de fiscale |
lasten daardoor niet worden beïnvloed, behalve wanneer de | lasten daardoor niet worden beïnvloed, behalve wanneer de |
belastingplichtige het voordeel van het rechtsverval heeft verkregen » | belastingplichtige het voordeel van het rechtsverval heeft verkregen » |
(Parl. St., Kamer, 1946-1947, nr. 59, pp. 24-25). | (Parl. St., Kamer, 1946-1947, nr. 59, pp. 24-25). |
Het gaat om een verplichting voor de fiscale administratie zodra de | Het gaat om een verplichting voor de fiscale administratie zodra de |
daartoe gestelde voorwaarden vervuld zijn, aangezien het haar niet | daartoe gestelde voorwaarden vervuld zijn, aangezien het haar niet |
vrijstaat af te zien van de invordering van verschuldigde belastingen | vrijstaat af te zien van de invordering van verschuldigde belastingen |
(Cass., 5 september 1967, Arr. Cass., 1968, p. 23). | (Cass., 5 september 1967, Arr. Cass., 1968, p. 23). |
B.7.2. Uit de in B.2.7 vermelde parlementaire voorbereiding blijkt dat | B.7.2. Uit de in B.2.7 vermelde parlementaire voorbereiding blijkt dat |
met de bestreden bepaling beoogd werd wettelijk verschuldigde | met de bestreden bepaling beoogd werd wettelijk verschuldigde |
belastingen te kunnen innen en de rechtsonzekerheid te verhelpen die | belastingen te kunnen innen en de rechtsonzekerheid te verhelpen die |
ten gevolge van een evolutie in de rechtspraak was ontstaan. Die | ten gevolge van een evolutie in de rechtspraak was ontstaan. Die |
rechtsonzekerheid was des te groter daar de rechtspraak van de fiscale | rechtsonzekerheid was des te groter daar de rechtspraak van de fiscale |
rechtscolleges enkel tussen de partijen geldt. | rechtscolleges enkel tussen de partijen geldt. |
Noch het feit dat sommige belastingplichtigen vermochten te hopen het | Noch het feit dat sommige belastingplichtigen vermochten te hopen het |
voordeel van de rechtspraak van sommige rechtscolleges te genieten, | voordeel van de rechtspraak van sommige rechtscolleges te genieten, |
noch het bestaan van hangende rechtsgedingen hebben op zich tot gevolg | noch het bestaan van hangende rechtsgedingen hebben op zich tot gevolg |
dat de wetgever in de onmogelijkheid zou zijn om de belangen van de | dat de wetgever in de onmogelijkheid zou zijn om de belangen van de |
overheidsfinanciën te beschermen en om een toestand van | overheidsfinanciën te beschermen en om een toestand van |
rechtsonzekerheid te verhelpen. | rechtsonzekerheid te verhelpen. |
B.7.3. De in de bestreden bepaling beoogde vereffenaars konden er niet | B.7.3. De in de bestreden bepaling beoogde vereffenaars konden er niet |
gewettigd op vertrouwen dat na de vernietiging van de initiële aanslag | gewettigd op vertrouwen dat na de vernietiging van de initiële aanslag |
die ten onrechte op naam van de vereffende vennootschap ten kohiere | die ten onrechte op naam van de vereffende vennootschap ten kohiere |
was gebracht, geen subsidiaire aanslag zou worden gevestigd, ook al | was gebracht, geen subsidiaire aanslag zou worden gevestigd, ook al |
was daarvoor eerst een wetswijziging nodig. | was daarvoor eerst een wetswijziging nodig. |
Zij konden immers redelijkerwijze verwachten dat de wetgever ten | Zij konden immers redelijkerwijze verwachten dat de wetgever ten |
gevolge van een evolutie in de rechtspraak maatregelen zou nemen om te | gevolge van een evolutie in de rechtspraak maatregelen zou nemen om te |
vermijden dat sommige belastingplichtigen een fiscaal voordeel zouden | vermijden dat sommige belastingplichtigen een fiscaal voordeel zouden |
genieten waarvan andere belastingplichtigen verstoken blijven. Het | genieten waarvan andere belastingplichtigen verstoken blijven. Het |
vestigen van een aanslag in de gevallen waarin de belasting krachtens | vestigen van een aanslag in de gevallen waarin de belasting krachtens |
de wet verschuldigd is, vormt een verplichting voor de administratie | de wet verschuldigd is, vormt een verplichting voor de administratie |
waardoor de gelijkheid van de burgers voor de fiscale wet wordt | waardoor de gelijkheid van de burgers voor de fiscale wet wordt |
gewaarborgd en de belangen van de overheidsfinanciën worden | gewaarborgd en de belangen van de overheidsfinanciën worden |
gevrijwaard. | gevrijwaard. |
B.7.4. De bestreden bepaling laat de fiscale administratie niet toe om | B.7.4. De bestreden bepaling laat de fiscale administratie niet toe om |
elementen toe te voegen aan de belastbare grondslag. Krachtens artikel | elementen toe te voegen aan de belastbare grondslag. Krachtens artikel |
356 van het WIB 1992 moet de subsidiaire aanslag immers gegrond zijn | 356 van het WIB 1992 moet de subsidiaire aanslag immers gegrond zijn |
op alle of een deel van dezelfde belastingelementen als de initiële | op alle of een deel van dezelfde belastingelementen als de initiële |
aanslag. | aanslag. |
Die subsidiaire aanslag wordt overigens niet naar de | Die subsidiaire aanslag wordt overigens niet naar de |
belastingschuldige verstuurd, maar wordt in de vorm van conclusies | belastingschuldige verstuurd, maar wordt in de vorm van conclusies |
voorgelegd aan de rechter die de initiële aanslag nietig heeft | voorgelegd aan de rechter die de initiële aanslag nietig heeft |
verklaard. Die rechter beschikt over volle rechtsmacht en gaat niet | verklaard. Die rechter beschikt over volle rechtsmacht en gaat niet |
alleen na of de subsidiaire aanslag aan alle vormvereisten voldoet, | alleen na of de subsidiaire aanslag aan alle vormvereisten voldoet, |
maar ook of de ingekohierde belasting wel degelijk verschuldigd was en | maar ook of de ingekohierde belasting wel degelijk verschuldigd was en |
of het bedrag ervan door de fiscale administratie correct werd | of het bedrag ervan door de fiscale administratie correct werd |
berekend. | berekend. |
B.7.5. De werking in de tijd van de bestreden bepaling heeft tenslotte | B.7.5. De werking in de tijd van de bestreden bepaling heeft tenslotte |
geen onevenredige gevolgen voor de betrokken vereffenaar. Zij is | geen onevenredige gevolgen voor de betrokken vereffenaar. Zij is |
slechts van toepassing op toekomstige gedingen en gedingen waarin de | slechts van toepassing op toekomstige gedingen en gedingen waarin de |
initiële aanslag reeds vóór 25 mei 2019 werd vernietigd maar waarin de | initiële aanslag reeds vóór 25 mei 2019 werd vernietigd maar waarin de |
termijn van zes maanden om een subsidiaire aanslag te vestigen, op die | termijn van zes maanden om een subsidiaire aanslag te vestigen, op die |
datum nog niet was verstreken. Zij kan dus niet worden toegepast in | datum nog niet was verstreken. Zij kan dus niet worden toegepast in |
zaken waarin de vernietiging van de initiële aanslag reeds langer dan | zaken waarin de vernietiging van de initiële aanslag reeds langer dan |
zes maanden voordien plaatsvond. Zij kan evenmin worden toegepast in | zes maanden voordien plaatsvond. Zij kan evenmin worden toegepast in |
zaken waarin de rechter vóór die datum de initiële aanslag heeft | zaken waarin de rechter vóór die datum de initiële aanslag heeft |
vernietigd in een eindvonnis, met als argument dat in de toenmalige | vernietigd in een eindvonnis, met als argument dat in de toenmalige |
stand van de wetgeving geen geldige subsidiaire aanslag mogelijk was. | stand van de wetgeving geen geldige subsidiaire aanslag mogelijk was. |
Bovendien wordt de vereffenaar slechts aangesproken in zijn | Bovendien wordt de vereffenaar slechts aangesproken in zijn |
hoedanigheid van vereffenaar. Hij staat in beginsel niet met zijn | hoedanigheid van vereffenaar. Hij staat in beginsel niet met zijn |
persoonlijke vermogen in voor de belastingschuld van de vereffende | persoonlijke vermogen in voor de belastingschuld van de vereffende |
vennootschap. Dat zou slechts het geval zijn indien een rechter in het | vennootschap. Dat zou slechts het geval zijn indien een rechter in het |
kader van een aansprakelijkheidsvordering tegen hem een tekortkoming | kader van een aansprakelijkheidsvordering tegen hem een tekortkoming |
in zijn bestuur zou vaststellen of indien een rechter de nietigheid | in zijn bestuur zou vaststellen of indien een rechter de nietigheid |
van de vereffening uitspreekt. | van de vereffening uitspreekt. |
B.8. De middelen zijn niet gegrond. | B.8. De middelen zijn niet gegrond. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
verwerpt het beroep. | verwerpt het beroep. |
Aldus gewezen in het Nederlands, het Frans en het Duits, | Aldus gewezen in het Nederlands, het Frans en het Duits, |
overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op | overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op |
het Grondwettelijk Hof, op 24 september 2020. | het Grondwettelijk Hof, op 24 september 2020. |
De griffier, | De griffier, |
P.-Y. Dutilleux | P.-Y. Dutilleux |
De voorzitter, | De voorzitter, |
A. Alen | A. Alen |