← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 103/2019 van 27 juni 2019 Rolnummer 6930 In zake : de prejudiciële
vraag over artikel 26bis van het decreet van het Vlaamse Gewest van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud
en het natuurlijk milieu, gesteld do Het Grondwettelijk
Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. L(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 103/2019 van 27 juni 2019 Rolnummer 6930 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 26bis van het decreet van het Vlaamse Gewest van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, gesteld do Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. L(...) | Uittreksel uit arrest nr. 103/2019 van 27 juni 2019 Rolnummer 6930 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 26bis van het decreet van het Vlaamse Gewest van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, gesteld do Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. L(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 103/2019 van 27 juni 2019 | Uittreksel uit arrest nr. 103/2019 van 27 juni 2019 |
Rolnummer 6930 | Rolnummer 6930 |
In zake : de prejudiciële vraag over artikel 26bis van het decreet van | In zake : de prejudiciële vraag over artikel 26bis van het decreet van |
het Vlaamse Gewest van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en | het Vlaamse Gewest van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en |
het natuurlijk milieu, gesteld door de Raad voor | het natuurlijk milieu, gesteld door de Raad voor |
Vergunningsbetwistingen. | Vergunningsbetwistingen. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. | samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. |
Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke en P. Nihoul, | Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke en P. Nihoul, |
bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van | bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van |
voorzitter A. Alen, | voorzitter A. Alen, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Bij arrest van 8 mei 2018 in zake H. V.C. tegen de gewestelijke | Bij arrest van 8 mei 2018 in zake H. V.C. tegen de gewestelijke |
stedenbouwkundige ambtenaar van het agentschap Ruimte Vlaanderen, | stedenbouwkundige ambtenaar van het agentschap Ruimte Vlaanderen, |
waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 23 mei | waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 23 mei |
2018, heeft de Raad voor Vergunningsbetwistingen de volgende | 2018, heeft de Raad voor Vergunningsbetwistingen de volgende |
prejudiciële vraag gesteld : | prejudiciële vraag gesteld : |
« Schendt artikel 26bis van het decreet van 21 oktober 1997 | « Schendt artikel 26bis van het decreet van 21 oktober 1997 |
betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu de artikelen 10 | betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu de artikelen 10 |
en 11 van de Grondwet, in de mate dat voormeld artikel zo moet | en 11 van de Grondwet, in de mate dat voormeld artikel zo moet |
uitgelegd worden dat deze bepaling geen beoordelingsvrijheid voor de | uitgelegd worden dat deze bepaling geen beoordelingsvrijheid voor de |
rechter of een grenswaarde zou toelaten en er zich tegen verzet dat er | rechter of een grenswaarde zou toelaten en er zich tegen verzet dat er |
een vergunning wordt verleend voor activiteiten die, rekening houdende | een vergunning wordt verleend voor activiteiten die, rekening houdende |
met de milderende maatregelen, slechts zeer beperkte of | met de milderende maatregelen, slechts zeer beperkte of |
niet-betekenisvolle negatieve effecten kunnen hebben op de natuur in | niet-betekenisvolle negatieve effecten kunnen hebben op de natuur in |
een VEN-gebied, terwijl overeenkomstig artikel 36ter van hetzelfde | een VEN-gebied, terwijl overeenkomstig artikel 36ter van hetzelfde |
decreet in de speciale beschermingszones aangeduid in het kader van de | decreet in de speciale beschermingszones aangeduid in het kader van de |
Habitat- en Vogelrichtlijn slechts een principieel verbod bestaat om | Habitat- en Vogelrichtlijn slechts een principieel verbod bestaat om |
een vergunning te verlenen ingeval er sprake is van een ' | een vergunning te verlenen ingeval er sprake is van een ' |
betekenisvolle aantasting ' van de natuurlijke kenmerken van de | betekenisvolle aantasting ' van de natuurlijke kenmerken van de |
speciale beschermingszone ? ». | speciale beschermingszone ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1. Het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) is een samenhangend en | B.1. Het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) is een samenhangend en |
georganiseerd geheel van gebieden van de open ruimte waarin een | georganiseerd geheel van gebieden van de open ruimte waarin een |
specifiek beleid inzake het natuurbehoud, gebaseerd op de kenmerken en | specifiek beleid inzake het natuurbehoud, gebaseerd op de kenmerken en |
elementen van het natuurlijk milieu, de onderlinge samenhang tussen de | elementen van het natuurlijk milieu, de onderlinge samenhang tussen de |
gebieden van de open ruimte en de aanwezige en potentiële | gebieden van de open ruimte en de aanwezige en potentiële |
natuurwaarden wordt gevoerd (artikel 17, § 1, van het decreet van het | natuurwaarden wordt gevoerd (artikel 17, § 1, van het decreet van het |
Vlaamse Gewest van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het | Vlaamse Gewest van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het |
natuurlijk milieu). | natuurlijk milieu). |
De bescherming van het VEN gebeurt op drievoudige wijze : door | De bescherming van het VEN gebeurt op drievoudige wijze : door |
instandhoudingsmaatregelen van de bevoegde overheid, zoals het | instandhoudingsmaatregelen van de bevoegde overheid, zoals het |
bevorderen van natuurgerichte bosbouw (artikel 25, § 1), door het | bevorderen van natuurgerichte bosbouw (artikel 25, § 1), door het |
verbod van bepaalde activiteiten, zoals het wijzigen van de vegetatie | verbod van bepaalde activiteiten, zoals het wijzigen van de vegetatie |
(artikel 25, § 3) en door de zogenaamde VEN-toets (artikel 26bis). | (artikel 25, § 3) en door de zogenaamde VEN-toets (artikel 26bis). |
Die laatste maatregel is het onderwerp van de prejudiciële vraag. Hij | Die laatste maatregel is het onderwerp van de prejudiciële vraag. Hij |
houdt in dat de overheid voor een activiteit die onvermijdbare en | houdt in dat de overheid voor een activiteit die onvermijdbare en |
onherstelbare schade aan de natuur in het VEN kan veroorzaken, geen | onherstelbare schade aan de natuur in het VEN kan veroorzaken, geen |
toestemming of vergunning mag verlenen (artikel 26bis, § 1, eerste | toestemming of vergunning mag verlenen (artikel 26bis, § 1, eerste |
lid), behalve om dwingende redenen van groot openbaar belang (artikel | lid), behalve om dwingende redenen van groot openbaar belang (artikel |
26bis, § 3). | 26bis, § 3). |
B.2. De verwijzende rechter interpreteert artikel 26bis, § 1, eerste | B.2. De verwijzende rechter interpreteert artikel 26bis, § 1, eerste |
lid, van het decreet van 21 oktober 1997 zo dat de overheid geen | lid, van het decreet van 21 oktober 1997 zo dat de overheid geen |
toestemming of vergunning mag verlenen voor activiteiten die negatieve | toestemming of vergunning mag verlenen voor activiteiten die negatieve |
effecten kunnen hebben op de natuur in een VEN-gebied, zelfs indien | effecten kunnen hebben op de natuur in een VEN-gebied, zelfs indien |
het gaat om niet-betekenisvolle negatieve effecten. | het gaat om niet-betekenisvolle negatieve effecten. |
Hij vergelijkt die bepaling met artikel 36ter van hetzelfde decreet, | Hij vergelijkt die bepaling met artikel 36ter van hetzelfde decreet, |
dat betrekking heeft op de speciale beschermingszones. Dat zijn door | dat betrekking heeft op de speciale beschermingszones. Dat zijn door |
de Vlaamse Regering aangewezen gebieden met toepassing van de | de Vlaamse Regering aangewezen gebieden met toepassing van de |
Vogelrichtlijn (richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 | Vogelrichtlijn (richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 |
inzake het behoud van de vogelstand, inmiddels vervangen door de | inzake het behoud van de vogelstand, inmiddels vervangen door de |
richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 | richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 |
november 2009 inzake het behoud van de vogelstand), of de | november 2009 inzake het behoud van de vogelstand), of de |
Habitatrichtlijn (richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 | Habitatrichtlijn (richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 |
inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora | inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora |
en fauna). Die gebieden vormen binnen het grondgebied van de Europese | en fauna). Die gebieden vormen binnen het grondgebied van de Europese |
Unie een ecologisch netwerk dat bekendstaat onder de naam « Natura | Unie een ecologisch netwerk dat bekendstaat onder de naam « Natura |
2000 ». De overheid mag op grond van artikel 36ter een vergunning | 2000 ». De overheid mag op grond van artikel 36ter een vergunning |
slechts toestaan indien de uitvoering van de voorgenomen activiteit « | slechts toestaan indien de uitvoering van de voorgenomen activiteit « |
geen betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van de | geen betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van de |
betrokken speciale beschermingszone kan veroorzaken ». | betrokken speciale beschermingszone kan veroorzaken ». |
De aanvragers van een vergunning worden aldus verschillend behandeld | De aanvragers van een vergunning worden aldus verschillend behandeld |
naargelang hun aanvraag activiteiten betreft in het VEN of in een | naargelang hun aanvraag activiteiten betreft in het VEN of in een |
speciale beschermingszone. In beide gevallen gaat het om een | speciale beschermingszone. In beide gevallen gaat het om een |
gebiedsgerichte natuurtoets. In het eerste geval, bij toepassing van | gebiedsgerichte natuurtoets. In het eerste geval, bij toepassing van |
de VEN-toets, zou de minste schade aan de natuur tot gevolg hebben dat | de VEN-toets, zou de minste schade aan de natuur tot gevolg hebben dat |
de aanvraag wordt afgewezen. In het tweede geval, bij toepassing van | de aanvraag wordt afgewezen. In het tweede geval, bij toepassing van |
de habitat-toets, heeft enkel een betekenisvolle aantasting van de | de habitat-toets, heeft enkel een betekenisvolle aantasting van de |
natuurlijke kenmerken van het gebied hetzelfde gevolg. | natuurlijke kenmerken van het gebied hetzelfde gevolg. |
Het verschil in behandeling bestaat enkel indien de speciale | Het verschil in behandeling bestaat enkel indien de speciale |
beschermingszone niet in het VEN is gelegen. Indien dat wel het geval | beschermingszone niet in het VEN is gelegen. Indien dat wel het geval |
is, dient de strengere VEN-toets immers in beide gevallen te worden | is, dient de strengere VEN-toets immers in beide gevallen te worden |
toegepast. Het Hof onderzoekt de prejudiciële vraag bijgevolg in de | toegepast. Het Hof onderzoekt de prejudiciële vraag bijgevolg in de |
hypothese dat de speciale beschermingszone geen deel uitmaakt van het | hypothese dat de speciale beschermingszone geen deel uitmaakt van het |
VEN. | VEN. |
B.3.1. Artikel 26bis, § 1, eerste lid, van het decreet van 21 oktober | B.3.1. Artikel 26bis, § 1, eerste lid, van het decreet van 21 oktober |
1997 bepaalt : | 1997 bepaalt : |
« De overheid mag geen toestemming of vergunning verlenen voor een | « De overheid mag geen toestemming of vergunning verlenen voor een |
activiteit die onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in | activiteit die onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in |
het VEN kan veroorzaken ». | het VEN kan veroorzaken ». |
Die bepaling werd ingevoegd bij decreet van 19 juli 2002. In de | Die bepaling werd ingevoegd bij decreet van 19 juli 2002. In de |
parlementaire voorbereiding van dat decreet wordt het onderscheid | parlementaire voorbereiding van dat decreet wordt het onderscheid |
tussen vermijdbare en onvermijdbare schade verder verduidelijkt : | tussen vermijdbare en onvermijdbare schade verder verduidelijkt : |
« Vermijdbare schade is die schade die kan vermeden worden door de | « Vermijdbare schade is die schade die kan vermeden worden door de |
activiteit op een andere wijze uit te voeren (bvb. met andere | activiteit op een andere wijze uit te voeren (bvb. met andere |
materialen, op een andere plaats,...). Onvermijdbare schade is de | materialen, op een andere plaats,...). Onvermijdbare schade is de |
schade die men hoe dan ook zal veroorzaken, op welke wijze men de | schade die men hoe dan ook zal veroorzaken, op welke wijze men de |
activiteit ook uitvoert » (Parl. St., Vlaams Parlement, 2001-2002, nr. | activiteit ook uitvoert » (Parl. St., Vlaams Parlement, 2001-2002, nr. |
967/1, p. 17). | 967/1, p. 17). |
B.3.2. Artikel 36ter, § 4, van hetzelfde decreet bepaalt : | B.3.2. Artikel 36ter, § 4, van hetzelfde decreet bepaalt : |
« De overheid die over een vergunningsaanvraag, een plan of programma | « De overheid die over een vergunningsaanvraag, een plan of programma |
moet beslissen, mag de vergunning slechts toestaan of het plan of | moet beslissen, mag de vergunning slechts toestaan of het plan of |
programma slechts goedkeuren indien het plan of programma of de | programma slechts goedkeuren indien het plan of programma of de |
uitvoering van de activiteit geen betekenisvolle aantasting van de | uitvoering van de activiteit geen betekenisvolle aantasting van de |
natuurlijke kenmerken van de betrokken speciale beschermingszone kan | natuurlijke kenmerken van de betrokken speciale beschermingszone kan |
veroorzaken. De bevoegde overheid draagt er steeds zorg voor dat door | veroorzaken. De bevoegde overheid draagt er steeds zorg voor dat door |
het opleggen van voorwaarden er geen betekenisvolle aantasting van de | het opleggen van voorwaarden er geen betekenisvolle aantasting van de |
natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone kan ontstaan | natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone kan ontstaan |
». | ». |
Een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een | Een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een |
speciale beschermingszone is « een aantasting die meetbare en | speciale beschermingszone is « een aantasting die meetbare en |
aantoonbare gevolgen heeft voor de natuurlijke kenmerken van een | aantoonbare gevolgen heeft voor de natuurlijke kenmerken van een |
speciale beschermingszone, in de mate er meetbare en aantoonbare | speciale beschermingszone, in de mate er meetbare en aantoonbare |
gevolgen zijn voor de staat van instandhouding van de soort(en) of de | gevolgen zijn voor de staat van instandhouding van de soort(en) of de |
habitat(s) waarvoor de betreffende speciale beschermingszone is | habitat(s) waarvoor de betreffende speciale beschermingszone is |
aangewezen of voor de staat van instandhouding van de soort(en) | aangewezen of voor de staat van instandhouding van de soort(en) |
vermeld in bijlage III van dit decreet voor zover voorkomend in de | vermeld in bijlage III van dit decreet voor zover voorkomend in de |
betreffende speciale beschermingszone » (artikel 2, 30°, van hetzelfde | betreffende speciale beschermingszone » (artikel 2, 30°, van hetzelfde |
decreet). | decreet). |
B.4.1. Volgens de Vlaamse Regering gaat de prejudiciële vraag uit van | B.4.1. Volgens de Vlaamse Regering gaat de prejudiciële vraag uit van |
de verkeerde rechtsopvatting dat krachtens artikel 26bis, § 1, eerste | de verkeerde rechtsopvatting dat krachtens artikel 26bis, § 1, eerste |
lid, van het decreet van 21 oktober 1997 geen vergunning mogelijk is | lid, van het decreet van 21 oktober 1997 geen vergunning mogelijk is |
voor activiteiten die slechts niet-betekenisvolle negatieve effecten | voor activiteiten die slechts niet-betekenisvolle negatieve effecten |
kunnen hebben op de natuur in het VEN. | kunnen hebben op de natuur in het VEN. |
B.4.2. Uit de parlementaire voorbereiding van die bepaling blijkt dat | B.4.2. Uit de parlementaire voorbereiding van die bepaling blijkt dat |
onvermijdbare schade niet per definitie moet leiden tot het afwijzen | onvermijdbare schade niet per definitie moet leiden tot het afwijzen |
van een vergunningsaanvraag voor de betrokken activiteit : | van een vergunningsaanvraag voor de betrokken activiteit : |
« In de regeling voor vergunningen wordt thans ingevoerd dat de | « In de regeling voor vergunningen wordt thans ingevoerd dat de |
vergunningverlenende overheid maatregelen moet nemen om onvermijdbare | vergunningverlenende overheid maatregelen moet nemen om onvermijdbare |
schade te beperken, herstellen of eventueel te compenseren. Deze | schade te beperken, herstellen of eventueel te compenseren. Deze |
regeling geldt voor het gehele grondgebied van het Vlaamse Gewest. De | regeling geldt voor het gehele grondgebied van het Vlaamse Gewest. De |
mogelijkheid om een compensatieverplichting in de | mogelijkheid om een compensatieverplichting in de |
vergunningsvoorwaarden op te leggen is geen verplichting maar wordt | vergunningsvoorwaarden op te leggen is geen verplichting maar wordt |
voorzien voor die gevallen dat dit redelijkerwijs verantwoord lijkt. | voorzien voor die gevallen dat dit redelijkerwijs verantwoord lijkt. |
Een herstel beoogt op de plaats van beschadiging op lange termijn een | Een herstel beoogt op de plaats van beschadiging op lange termijn een |
kwantitatief en kwalitatief gelijkaardige habitat te ontwikkelen als | kwantitatief en kwalitatief gelijkaardige habitat te ontwikkelen als |
er voor de beschadiging aanwezig was. Bij compensatie wordt er naar | er voor de beschadiging aanwezig was. Bij compensatie wordt er naar |
gestreefd om de globale natuurkwaliteit te herstellen doch niet | gestreefd om de globale natuurkwaliteit te herstellen doch niet |
noodzakelijk op dezelfde plaats en/of met de realisatie van een | noodzakelijk op dezelfde plaats en/of met de realisatie van een |
identiek habitat(type) » (Parl. St., Vlaams Parlement, 2001-2002, nr. | identiek habitat(type) » (Parl. St., Vlaams Parlement, 2001-2002, nr. |
967/1, pp. 17-18). | 967/1, pp. 17-18). |
B.4.3. De in het geding zijnde bepaling verbiedt met andere woorden | B.4.3. De in het geding zijnde bepaling verbiedt met andere woorden |
enkel het verlenen van een vergunning in geval van onvermijdbare | enkel het verlenen van een vergunning in geval van onvermijdbare |
schade die tegelijk onherstelbaar is : | schade die tegelijk onherstelbaar is : |
« Onvermijdbare schade die wel herstelbaar is, mag wel worden | « Onvermijdbare schade die wel herstelbaar is, mag wel worden |
veroorzaakt. Onder herstel wordt een herstel van de schade verstaan op | veroorzaakt. Onder herstel wordt een herstel van de schade verstaan op |
de plaats van beschadiging met een kwantitatief en kwalitatief | de plaats van beschadiging met een kwantitatief en kwalitatief |
gelijkaardige habitat als deze die er voor de beschadiging aanwezig | gelijkaardige habitat als deze die er voor de beschadiging aanwezig |
was » (ibid., p. 20). | was » (ibid., p. 20). |
B.4.4. De verwijzende rechter, die de voormelde parlementaire | B.4.4. De verwijzende rechter, die de voormelde parlementaire |
voorbereiding aanhaalt, is zich ervan bewust dat krachtens artikel | voorbereiding aanhaalt, is zich ervan bewust dat krachtens artikel |
26bis, § 1, eerste lid, van het decreet van 21 oktober 1997 een | 26bis, § 1, eerste lid, van het decreet van 21 oktober 1997 een |
vergunning mogelijk is voor activiteiten die slechts | vergunning mogelijk is voor activiteiten die slechts |
niet-betekenisvolle negatieve effecten kunnen hebben op de natuur in | niet-betekenisvolle negatieve effecten kunnen hebben op de natuur in |
een VEN-gebied, voor zover het gaat om herstelbare schade. Uit de | een VEN-gebied, voor zover het gaat om herstelbare schade. Uit de |
motivering van de verwijzingsbeslissing blijkt evenwel dat de | motivering van de verwijzingsbeslissing blijkt evenwel dat de |
verwijzende rechter inzonderheid de situatie beoogt van onvermijdbare | verwijzende rechter inzonderheid de situatie beoogt van onvermijdbare |
schade die tevens onherstelbaar is. | schade die tevens onherstelbaar is. |
B.5. Op het vlak van het milieubeleid dient het Hof, rekening houdend | B.5. Op het vlak van het milieubeleid dient het Hof, rekening houdend |
met de verplichting die op grond van artikel 23, derde lid, 4°, van de | met de verplichting die op grond van artikel 23, derde lid, 4°, van de |
Grondwet voor de gewestwetgevers geldt om het recht op de bescherming | Grondwet voor de gewestwetgevers geldt om het recht op de bescherming |
van een gezond leefmilieu te waarborgen, het oordeel van die wetgevers | van een gezond leefmilieu te waarborgen, het oordeel van die wetgevers |
betreffende het algemeen belang te eerbiedigen, tenzij dat oordeel | betreffende het algemeen belang te eerbiedigen, tenzij dat oordeel |
onredelijk is. | onredelijk is. |
B.6. De bescherming van het VEN beoogt een algehele doelstelling van | B.6. De bescherming van het VEN beoogt een algehele doelstelling van |
natuurbehoud. Onder natuurbehoud wordt verstaan « het instandhouden, | natuurbehoud. Onder natuurbehoud wordt verstaan « het instandhouden, |
herstellen en ontwikkelen van de natuur en het natuurlijk milieu door | herstellen en ontwikkelen van de natuur en het natuurlijk milieu door |
natuurbescherming, natuurontwikkeling en natuurbeheer en het streven | natuurbescherming, natuurontwikkeling en natuurbeheer en het streven |
naar een zo groot mogelijke biologische diversiteit in de natuur en | naar een zo groot mogelijke biologische diversiteit in de natuur en |
naar een gunstige staat van instandhouding van habitats en soorten » | naar een gunstige staat van instandhouding van habitats en soorten » |
(artikel 2, 10°, van het decreet van 21 oktober 1997). Met de natuur | (artikel 2, 10°, van het decreet van 21 oktober 1997). Met de natuur |
wordt bedoeld « de levende organismen, hun habitats, de ecosystemen | wordt bedoeld « de levende organismen, hun habitats, de ecosystemen |
waarvan zij deel uitmaken en de daarmee verbonden uit zichzelf | waarvan zij deel uitmaken en de daarmee verbonden uit zichzelf |
functionerende ecologische processen, ongeacht of deze al dan niet | functionerende ecologische processen, ongeacht of deze al dan niet |
voorkomen in aansluiting op menselijk handelen, met uitsluiting van de | voorkomen in aansluiting op menselijk handelen, met uitsluiting van de |
cultuurgewassen, de landbouwdieren en de huisdieren » (artikel 2, 7°, | cultuurgewassen, de landbouwdieren en de huisdieren » (artikel 2, 7°, |
van hetzelfde decreet). | van hetzelfde decreet). |
De speciale beschermingszones zijn meer specifiek gericht op de | De speciale beschermingszones zijn meer specifiek gericht op de |
instandhouding van in het wild levende vogelsoorten en van natuurlijke | instandhouding van in het wild levende vogelsoorten en van natuurlijke |
habitats en populaties van wilde dier- en plantensoorten, in | habitats en populaties van wilde dier- en plantensoorten, in |
respectieve uitvoering van de reeds vermelde Vogelrichtlijn en | respectieve uitvoering van de reeds vermelde Vogelrichtlijn en |
Habitatrichtlijn. Zij hebben derhalve een specifieke doelstelling die | Habitatrichtlijn. Zij hebben derhalve een specifieke doelstelling die |
niet volledig samenvalt met de bescherming van het VEN. Zoals reeds | niet volledig samenvalt met de bescherming van het VEN. Zoals reeds |
werd opgemerkt, kan een speciale beschermingszone deel uitmaken van | werd opgemerkt, kan een speciale beschermingszone deel uitmaken van |
het VEN, maar kan zij ook buiten het VEN gelegen zijn. Anders dan voor | het VEN, maar kan zij ook buiten het VEN gelegen zijn. Anders dan voor |
het VEN, gelden voor de speciale beschermingszones bijzondere | het VEN, gelden voor de speciale beschermingszones bijzondere |
instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van de betrokken soorten of | instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van de betrokken soorten of |
habitats. De mogelijke gevolgen van een activiteit moeten worden | habitats. De mogelijke gevolgen van een activiteit moeten worden |
beoordeeld « in het licht van de specifieke bijzonderheden en | beoordeeld « in het licht van de specifieke bijzonderheden en |
milieukenmerken van het beschermde gebied waarop de activiteit | milieukenmerken van het beschermde gebied waarop de activiteit |
betrekking heeft, waarbij met name rekening moet worden gehouden met | betrekking heeft, waarbij met name rekening moet worden gehouden met |
de instandhoudingsdoelstellingen » (Parl. St., Vlaams Parlement, | de instandhoudingsdoelstellingen » (Parl. St., Vlaams Parlement, |
2001-2002, nr. 967/1, p. 35). | 2001-2002, nr. 967/1, p. 35). |
B.7. Gelet op de verschillende focus en finaliteit van de bescherming | B.7. Gelet op de verschillende focus en finaliteit van de bescherming |
van de betrokken natuurgebieden, is het een objectieve en pertinente | van de betrokken natuurgebieden, is het een objectieve en pertinente |
keuze van de decreetgever om de maatstaf van de natuurtoets daarop af | keuze van de decreetgever om de maatstaf van de natuurtoets daarop af |
te stemmen en de vergunningsaanvraag te laten toetsen aan het | te stemmen en de vergunningsaanvraag te laten toetsen aan het |
criterium van onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in | criterium van onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in |
het geval van de VEN-toets, en aan het criterium van betekenisvolle | het geval van de VEN-toets, en aan het criterium van betekenisvolle |
aantasting van de natuurlijke kenmerken in het geval van de | aantasting van de natuurlijke kenmerken in het geval van de |
habitat-toets. Bij de uitoefening van zijn toetsing aan het beginsel | habitat-toets. Bij de uitoefening van zijn toetsing aan het beginsel |
van de gelijkheid en niet-discriminatie komt het niet aan het Hof toe | van de gelijkheid en niet-discriminatie komt het niet aan het Hof toe |
een oordeel te vellen over de opportuniteit van die keuze. | een oordeel te vellen over de opportuniteit van die keuze. |
B.8. Bovendien heeft de in het geding zijnde bepaling geen | B.8. Bovendien heeft de in het geding zijnde bepaling geen |
onevenredige gevolgen. Zij staat toe dat een activiteit die | onevenredige gevolgen. Zij staat toe dat een activiteit die |
onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN kan | onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN kan |
veroorzaken, bij afwezigheid van een alternatief toch kan worden | veroorzaken, bij afwezigheid van een alternatief toch kan worden |
toegelaten of uitgevoerd « om dwingende redenen van groot openbaar | toegelaten of uitgevoerd « om dwingende redenen van groot openbaar |
belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard ». In | belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard ». In |
dat geval dienen « alle schadebeperkende en compenserende maatregelen | dat geval dienen « alle schadebeperkende en compenserende maatregelen |
» te worden genomen (artikel 26bis, § 3, van het decreet van 21 | » te worden genomen (artikel 26bis, § 3, van het decreet van 21 |
oktober 1997). | oktober 1997). |
De formulering van die afwijkingsregeling, zo blijkt uit de | De formulering van die afwijkingsregeling, zo blijkt uit de |
parlementaire voorbereiding, werd « op dit punt afgestemd op deze | parlementaire voorbereiding, werd « op dit punt afgestemd op deze |
voorzien in artikel 36ter met betrekking tot speciale | voorzien in artikel 36ter met betrekking tot speciale |
beschermingszones » (Parl. St., Vlaams Parlement, 2001-2002, nr. | beschermingszones » (Parl. St., Vlaams Parlement, 2001-2002, nr. |
967/1, pp. 20-21). | 967/1, pp. 20-21). |
B.9. Ten slotte, zoals de Vlaamse Regering opmerkt, dient de | B.9. Ten slotte, zoals de Vlaamse Regering opmerkt, dient de |
vergunningverlenende overheid op grond van de concrete omstandigheden | vergunningverlenende overheid op grond van de concrete omstandigheden |
te beoordelen of een activiteit onvermijdbare en onherstelbare schade | te beoordelen of een activiteit onvermijdbare en onherstelbare schade |
aan de natuur in een VEN-gebied kan veroorzaken. In de uitoefening van | aan de natuur in een VEN-gebied kan veroorzaken. In de uitoefening van |
zijn wettigheidstoezicht beschikt de Raad voor Vergunningsbetwistingen | zijn wettigheidstoezicht beschikt de Raad voor Vergunningsbetwistingen |
vervolgens over de bevoegdheid om na te gaan of de overheid geen | vervolgens over de bevoegdheid om na te gaan of de overheid geen |
kennelijke beoordelingsfout heeft begaan door te beslissen dat de | kennelijke beoordelingsfout heeft begaan door te beslissen dat de |
onvermijdbare schade al dan niet herstelbaar is. | onvermijdbare schade al dan niet herstelbaar is. |
B.10. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. | B.10. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
Artikel 26bis van het decreet van het Vlaamse Gewest van 21 oktober | Artikel 26bis van het decreet van het Vlaamse Gewest van 21 oktober |
1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu schendt de | 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu schendt de |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. | artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. |
Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel | Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel |
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, | 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, |
op 27 juni 2019. | op 27 juni 2019. |
De griffier, De voorzitter, | De griffier, De voorzitter, |
F. Meersschaut A. Alen | F. Meersschaut A. Alen |