Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 180/2019 van 14 november 2019 Rolnummer 7022 In zake : het beroep tot vernietiging van het Vlaamse decreet van 27 april 2018 « betreffende de uitzendarbeid in de Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen », ing Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters T. M(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 180/2019 van 14 november 2019 Rolnummer 7022 In zake : het beroep tot vernietiging van het Vlaamse decreet van 27 april 2018 « betreffende de uitzendarbeid in de Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen », ing Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters T. M(...) Uittreksel uit arrest nr. 180/2019 van 14 november 2019 Rolnummer 7022 In zake : het beroep tot vernietiging van het Vlaamse decreet van 27 april 2018 « betreffende de uitzendarbeid in de Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen », ing Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters T. M(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 180/2019 van 14 november 2019 Uittreksel uit arrest nr. 180/2019 van 14 november 2019
Rolnummer 7022 Rolnummer 7022
In zake : het beroep tot vernietiging van het Vlaamse decreet van 27 In zake : het beroep tot vernietiging van het Vlaamse decreet van 27
april 2018 « betreffende de uitzendarbeid in de Vlaamse april 2018 « betreffende de uitzendarbeid in de Vlaamse
overheidsdiensten en de lokale besturen », ingesteld door het Algemeen overheidsdiensten en de lokale besturen », ingesteld door het Algemeen
Christelijk Vakverbond Openbare Diensten. Christelijk Vakverbond Openbare Diensten.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters T. samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters T.
Merckx-Van Goey, T. Giet, R. Leysen, J. Moerman en M. Pâques, Merckx-Van Goey, T. Giet, R. Leysen, J. Moerman en M. Pâques,
bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van
voorzitter A. Alen, voorzitter A. Alen,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 15 oktober Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 15 oktober
2018 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 16 2018 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 16
oktober 2018, heeft het Algemeen Christelijk Vakverbond Openbare oktober 2018, heeft het Algemeen Christelijk Vakverbond Openbare
Diensten, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. P. Lahousse, Diensten, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. P. Lahousse,
advocaat bij de balie te Antwerpen, beroep tot vernietiging ingesteld advocaat bij de balie te Antwerpen, beroep tot vernietiging ingesteld
van het Vlaamse decreet van 27 april 2018 « betreffende de van het Vlaamse decreet van 27 april 2018 « betreffende de
uitzendarbeid in de Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen » uitzendarbeid in de Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen »
(bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 16 mei 2018). (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 16 mei 2018).
(...) (...)
II. In rechte II. In rechte
(...) (...)
B.1. De verzoekende partij vordert de vernietiging van het Vlaamse B.1. De verzoekende partij vordert de vernietiging van het Vlaamse
decreet van 27 april 2018 « betreffende de uitzendarbeid in de Vlaamse decreet van 27 april 2018 « betreffende de uitzendarbeid in de Vlaamse
overheidsdiensten en de lokale besturen » (hierna : het decreet van 27 overheidsdiensten en de lokale besturen » (hierna : het decreet van 27
april 2018). Het enige middel is afgeleid uit de schending, door het april 2018). Het enige middel is afgeleid uit de schending, door het
bestreden decreet, van de artikelen 10, 11 en 23 van de Grondwet en bestreden decreet, van de artikelen 10, 11 en 23 van de Grondwet en
van artikel 2, § 1, 2°, van de wet van 19 december 1974 « tot regeling van artikel 2, § 1, 2°, van de wet van 19 december 1974 « tot regeling
van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar
personeel » (hierna : de wet van 19 december 1974), doordat het personeel » (hierna : de wet van 19 december 1974), doordat het
bestreden decreet niet zou voorzien in de verplichting van bestreden decreet niet zou voorzien in de verplichting van
voorafgaande onderhandelingen met de representatieve vakorganisaties voorafgaande onderhandelingen met de representatieve vakorganisaties
wanneer de Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen een beroep wanneer de Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen een beroep
wensen te doen op uitzendarbeid en doordat het decreet het gebruik van wensen te doen op uitzendarbeid en doordat het decreet het gebruik van
uitzendkrachten in het geval van een staking of een lock-out niet zou uitzendkrachten in het geval van een staking of een lock-out niet zou
uitsluiten. uitsluiten.
Allereerst zou hierdoor een niet-verantwoord verschil in behandeling Allereerst zou hierdoor een niet-verantwoord verschil in behandeling
ontstaan, aangezien het koninklijk besluit van 7 december 2018 « ontstaan, aangezien het koninklijk besluit van 7 december 2018 «
inzake de toepassing van uitzendarbeid in bepaalde federale diensten, inzake de toepassing van uitzendarbeid in bepaalde federale diensten,
in overheidsbedrijven en in HR Rail in uitvoering van artikel 48 van in overheidsbedrijven en in HR Rail in uitvoering van artikel 48 van
de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de
uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten
behoeve van gebruikers » (hierna : het koninklijk besluit van 7 behoeve van gebruikers » (hierna : het koninklijk besluit van 7
december 2018) en de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 108 van 16 december 2018) en de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 108 van 16
juli 2013 « betreffende de tijdelijke arbeid en uitzendarbeid » wel juli 2013 « betreffende de tijdelijke arbeid en uitzendarbeid » wel
zouden voorzien in de verplichting van voorafgaande onderhandelingen zouden voorzien in de verplichting van voorafgaande onderhandelingen
met de representatieve vakorganisaties wanneer een beroep wordt gedaan met de representatieve vakorganisaties wanneer een beroep wordt gedaan
op uitzendarbeid in diensten die afhangen van de federale overheid en op uitzendarbeid in diensten die afhangen van de federale overheid en
in de private sector. Daarenboven zou het bestreden decreet in de private sector. Daarenboven zou het bestreden decreet
verhinderen dat de verzoekende partij haar prerogatieven als verhinderen dat de verzoekende partij haar prerogatieven als
vakorganisatie kan uitoefenen, waardoor het niveau van sociale vakorganisatie kan uitoefenen, waardoor het niveau van sociale
bescherming van de ambtenaren en de uitzendkrachten in de Vlaamse bescherming van de ambtenaren en de uitzendkrachten in de Vlaamse
overheidsdiensten en lokale besturen aanzienlijk zou achteruitgaan, overheidsdiensten en lokale besturen aanzienlijk zou achteruitgaan,
zonder dat redenen van algemeen belang dit kunnen verantwoorden. zonder dat redenen van algemeen belang dit kunnen verantwoorden.
B.2. Het bestreden decreet bepaalt het juridisch kader voor de B.2. Het bestreden decreet bepaalt het juridisch kader voor de
invoering van uitzendarbeid in de Vlaamse overheidsdiensten en in de invoering van uitzendarbeid in de Vlaamse overheidsdiensten en in de
lokale besturen. Dat kader omvat het toepassingsgebied, de vormen van lokale besturen. Dat kader omvat het toepassingsgebied, de vormen van
uitzendarbeid waarvan de betrokken besturen gebruik kunnen maken, de uitzendarbeid waarvan de betrokken besturen gebruik kunnen maken, de
maximale duur van de uitzendarbeid, het beslissingskader binnen de maximale duur van de uitzendarbeid, het beslissingskader binnen de
Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen en de wijze waarop de Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen en de wijze waarop de
betrokken besturen jaarlijks globale informatie verstrekken over de betrokken besturen jaarlijks globale informatie verstrekken over de
uitzendkrachten (Parl. St., Vlaams Parlement, 2017-2018, nr. 1515/1, uitzendkrachten (Parl. St., Vlaams Parlement, 2017-2018, nr. 1515/1,
p. 3). p. 3).
B.3. Het decreet van 27 april 2018 bepaalt : B.3. Het decreet van 27 april 2018 bepaalt :
« HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen « HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen

Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschaps- en

Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschaps- en

gewestaangelegenheid. gewestaangelegenheid.

Art. 2.Dit decreet is van toepassing op de volgende Vlaamse

Art. 2.Dit decreet is van toepassing op de volgende Vlaamse

overheidsdiensten : overheidsdiensten :
1° de departementen; 1° de departementen;
2° de intern verzelfstandigde agentschappen; 2° de intern verzelfstandigde agentschappen;
3° de publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde 3° de publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde
agentschappen met uitzondering van de Vlaamse Vervoermaatschappij - De agentschappen met uitzondering van de Vlaamse Vervoermaatschappij - De
Lijn; Lijn;
4° de strategische adviesraden; 4° de strategische adviesraden;
5° de met rechtspersoonlijkheid beklede patrimonia; 5° de met rechtspersoonlijkheid beklede patrimonia;
6° de administratieve diensten van de Raad van het 6° de administratieve diensten van de Raad van het
Gemeenschapsonderwijs, afgekort als ' Raad GO ! '; Gemeenschapsonderwijs, afgekort als ' Raad GO ! ';
7° de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening, afgekort ' De 7° de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening, afgekort ' De
Watergroep '; Watergroep ';
8° het Vlaams Fonds voor de Letteren; 8° het Vlaams Fonds voor de Letteren;
9° de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. 9° de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.
Dit decreet is van toepassing op de volgende lokale besturen : Dit decreet is van toepassing op de volgende lokale besturen :
1° de provincies en de publiekrechtelijke agentschappen die ervan 1° de provincies en de publiekrechtelijke agentschappen die ervan
afhangen; afhangen;
2° de gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de 2° de gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de
openbare instellingen en publiekrechtelijke agentschappen en openbare instellingen en publiekrechtelijke agentschappen en
verenigingen die ervan afhangen; verenigingen die ervan afhangen;
3° de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden; 3° de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden;
4° de openbare instellingen van de erkende erediensten zoals vermeld 4° de openbare instellingen van de erkende erediensten zoals vermeld
in het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en in het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en
werking van de erkende erediensten. werking van de erkende erediensten.

Art. 3.In dit decreet wordt verstaan onder :

Art. 3.In dit decreet wordt verstaan onder :

1° uitzendarbeid : de tijdelijke arbeid uitgevoerd door een 1° uitzendarbeid : de tijdelijke arbeid uitgevoerd door een
uitzendkracht in het kader van een arbeidsovereenkomst voor uitzendkracht in het kader van een arbeidsovereenkomst voor
uitzendarbeid, in de zin van artikel 7 van de wet van 24 juli 1987 uitzendarbeid, in de zin van artikel 7 van de wet van 24 juli 1987
betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter
beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers; beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers;
2° Vlaamse overheidsdienst : elk van de Vlaamse overheidsdiensten, 2° Vlaamse overheidsdienst : elk van de Vlaamse overheidsdiensten,
vermeld in artikel 2, eerste lid; vermeld in artikel 2, eerste lid;
3° lokaal bestuur : elk bestuur van de lokale besturen, vermeld in 3° lokaal bestuur : elk bestuur van de lokale besturen, vermeld in
artikel 2, tweede lid; artikel 2, tweede lid;
4° de wet : de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, 4° de wet : de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid,
de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten
behoeve van gebruikers. behoeve van gebruikers.
HOOFDSTUK 2. - Vormen van uitzendarbeid HOOFDSTUK 2. - Vormen van uitzendarbeid

Art. 4.De Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen kunnen een

Art. 4.De Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen kunnen een

beroep doen op uitzendarbeid in de hierna volgende gevallen, vermeld beroep doen op uitzendarbeid in de hierna volgende gevallen, vermeld
in artikel 1, § 1 tot en met § 4, § 6 en § 7, van de wet : in artikel 1, § 1 tot en met § 4, § 6 en § 7, van de wet :
1° tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid van wie de 1° tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid van wie de
arbeidsovereenkomst is geschorst; arbeidsovereenkomst is geschorst;
2° tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid van wie de 2° tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid van wie de
arbeidsovereenkomst is beëindigd; arbeidsovereenkomst is beëindigd;
3° tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid met 3° tijdelijke vervanging van een contractueel personeelslid met
deeltijdse loopbaanonderbreking of met vermindering van de deeltijdse loopbaanonderbreking of met vermindering van de
arbeidsprestaties in het kader van het zorgkrediet; arbeidsprestaties in het kader van het zorgkrediet;
4° tijdelijke vervanging van een ambtenaar die zijn ambt niet of 4° tijdelijke vervanging van een ambtenaar die zijn ambt niet of
slechts deeltijds uitoefent; slechts deeltijds uitoefent;
5° een tijdelijke vermeerdering van werk; 5° een tijdelijke vermeerdering van werk;
6° uitvoering van uitzonderlijk werk; 6° uitvoering van uitzonderlijk werk;
7° in het kader van tewerkstellingstrajecten; 7° in het kader van tewerkstellingstrajecten;
8° voor artistieke prestaties of artistieke werken. 8° voor artistieke prestaties of artistieke werken.
HOOFDSTUK 3. - Beslissingskader binnen de Vlaamse overheidsdiensten HOOFDSTUK 3. - Beslissingskader binnen de Vlaamse overheidsdiensten

Art. 5.Het hoofd van een Vlaamse overheidsdienst is bevoegd om

Art. 5.Het hoofd van een Vlaamse overheidsdienst is bevoegd om

uitzendkrachten in dienst te nemen. uitzendkrachten in dienst te nemen.
Het hoofd van een Vlaamse overheidsdienst of zijn gemachtigde brengt Het hoofd van een Vlaamse overheidsdienst of zijn gemachtigde brengt
de representatieve vakorganisaties vooraf op de hoogte van de de representatieve vakorganisaties vooraf op de hoogte van de
indienstnemingen van uitzendkrachten. indienstnemingen van uitzendkrachten.
HOOFDSTUK 4. - Beslissingskader binnen de lokale besturen HOOFDSTUK 4. - Beslissingskader binnen de lokale besturen

Art. 6.In dit artikel wordt verstaan onder :

Art. 6.In dit artikel wordt verstaan onder :

1° raad : 1° raad :
a) de gemeenteraad van een gemeente; a) de gemeenteraad van een gemeente;
b) de raad van bestuur van een autonoom gemeentebedrijf; b) de raad van bestuur van een autonoom gemeentebedrijf;
c) de raad van bestuur van een autonoom gemeentelijk havenbedrijf; c) de raad van bestuur van een autonoom gemeentelijk havenbedrijf;
d) de provincieraad van een provincie; d) de provincieraad van een provincie;
e) de raad van bestuur van een autonoom provinciebedrijf; e) de raad van bestuur van een autonoom provinciebedrijf;
f) de raad voor maatschappelijk welzijn van een openbaar centrum voor f) de raad voor maatschappelijk welzijn van een openbaar centrum voor
maatschappelijk welzijn; maatschappelijk welzijn;
g) de algemene vergadering voor de publieke extern verzelfstandigde g) de algemene vergadering voor de publieke extern verzelfstandigde
verenigingen, vermeld in hoofdstuk I van titel VIII van het decreet verenigingen, vermeld in hoofdstuk I van titel VIII van het decreet
van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra
voor maatschappelijk welzijn; voor maatschappelijk welzijn;
h) de raad van bestuur van een projectvereniging; h) de raad van bestuur van een projectvereniging;
i) de algemene vergadering van een dienstverlenende en i) de algemene vergadering van een dienstverlenende en
opdrachthoudende vereniging; opdrachthoudende vereniging;
j) de kerkraad van een kerkfabriek; j) de kerkraad van een kerkfabriek;
k) de bestuursraad van een kerkgemeente; k) de bestuursraad van een kerkgemeente;
l) de bestuursraad van een israëlitische gemeente; l) de bestuursraad van een israëlitische gemeente;
m) de kerkfabriekraad van een orthodoxe kerkfabriek; m) de kerkfabriekraad van een orthodoxe kerkfabriek;
n) het comité van een islamitische gemeenschap; n) het comité van een islamitische gemeenschap;
2° uitvoerend orgaan: het uitvoerend orgaan van de lokale besturen. 2° uitvoerend orgaan: het uitvoerend orgaan van de lokale besturen.
De raad bepaalt in welke gevallen uitzendarbeid mogelijk is binnen de De raad bepaalt in welke gevallen uitzendarbeid mogelijk is binnen de
krijtlijnen van dit decreet. De raad stelt hierover de nadere regels krijtlijnen van dit decreet. De raad stelt hierover de nadere regels
vast. vast.
Het uitvoerend orgaan is bevoegd om, binnen deze regels, Het uitvoerend orgaan is bevoegd om, binnen deze regels,
uitzendkrachten in dienst te nemen. uitzendkrachten in dienst te nemen.
Het uitvoerend orgaan kan die bevoegdheid aan het hoofd van het Het uitvoerend orgaan kan die bevoegdheid aan het hoofd van het
personeel toevertrouwen. Een subdelegatie van de voormelde bevoegdheid personeel toevertrouwen. Een subdelegatie van de voormelde bevoegdheid
is niet mogelijk. is niet mogelijk.
Het lokaal bestuur brengt in voorkomend geval de representatieve Het lokaal bestuur brengt in voorkomend geval de representatieve
vakorganisaties vooraf op de hoogte van de gevraagde indienstnemingen vakorganisaties vooraf op de hoogte van de gevraagde indienstnemingen
van uitzendkrachten, ermee rekening houdend dat in sommige van de als van uitzendkrachten, ermee rekening houdend dat in sommige van de als
lokale besturen omschreven instellingen geen syndicale lokale besturen omschreven instellingen geen syndicale
vertegenwoordiging voorhanden is. vertegenwoordiging voorhanden is.
HOOFDSTUK 5. - Duur van de uitzendarbeid HOOFDSTUK 5. - Duur van de uitzendarbeid

Art. 7.Voor elke vorm van uitzendarbeid als vermeld in artikel 4, is

Art. 7.Voor elke vorm van uitzendarbeid als vermeld in artikel 4, is

uitzendarbeid toegelaten voor een maximale periode van 12 maanden, met uitzendarbeid toegelaten voor een maximale periode van 12 maanden, met
inbegrip van de eventuele verlengingen. inbegrip van de eventuele verlengingen.
HOOFDSTUK 6. - Informatieverstrekking en monitoring HOOFDSTUK 6. - Informatieverstrekking en monitoring

Art. 8.§ 1. In dit artikel wordt verstaan onder globale informatie

Art. 8.§ 1. In dit artikel wordt verstaan onder globale informatie

over de uitzendkrachten : over de uitzendkrachten :
1° per motief het aantal uitzendkrachten en de uren die ze gepresteerd 1° per motief het aantal uitzendkrachten en de uren die ze gepresteerd
hebben; hebben;
2° de totale kostprijs van de uitzendkrachten. 2° de totale kostprijs van de uitzendkrachten.
§ 2. Elke Vlaamse overheidsdienst bezorgt jaarlijks globale informatie § 2. Elke Vlaamse overheidsdienst bezorgt jaarlijks globale informatie
over de uitzendkrachten aan het Agentschap Overheidspersoneel, dat over de uitzendkrachten aan het Agentschap Overheidspersoneel, dat
daarover jaarlijks een rapport bezorgt aan de Vlaamse minister bevoegd daarover jaarlijks een rapport bezorgt aan de Vlaamse minister bevoegd
voor het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling voor het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling
in de Vlaamse administratie. in de Vlaamse administratie.
De Vlaamse minister bevoegd voor het algemeen beleid inzake personeel De Vlaamse minister bevoegd voor het algemeen beleid inzake personeel
en organisatieontwikkeling in de Vlaamse administratie rapporteert en organisatieontwikkeling in de Vlaamse administratie rapporteert
jaarlijks aan de Vlaamse Regering en bezorgt jaarlijks een rapport aan jaarlijks aan de Vlaamse Regering en bezorgt jaarlijks een rapport aan
het Hoog Overlegcomité Vlaamse Gemeenschap en Vlaams Gewest. het Hoog Overlegcomité Vlaamse Gemeenschap en Vlaams Gewest.
§ 3. Het lokaal bestuur bezorgt jaarlijks globale informatie over de § 3. Het lokaal bestuur bezorgt jaarlijks globale informatie over de
uitzendkrachten aan het plaatselijke Hoog Overlegcomité ». uitzendkrachten aan het plaatselijke Hoog Overlegcomité ».
B.4.1. Artikel 87, § 4, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot B.4.1. Artikel 87, § 4, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot
hervorming der instellingen, zoals vervangen bij artikel 42 van de hervorming der instellingen, zoals vervangen bij artikel 42 van de
bijzondere wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde bijzondere wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde
Staatshervorming, bepaalt : Staatshervorming, bepaalt :
« De gemeenschappen en de gewesten leggen de procedures, voorwaarden « De gemeenschappen en de gewesten leggen de procedures, voorwaarden
en regels vast volgens dewelke er een beroep kan worden gedaan op en regels vast volgens dewelke er een beroep kan worden gedaan op
uitzendarbeid in hun diensten, in de publiekrechtelijke rechtspersonen uitzendarbeid in hun diensten, in de publiekrechtelijke rechtspersonen
die afhangen van de gemeenschappen en de gewesten, in de die afhangen van de gemeenschappen en de gewesten, in de
ondergeschikte besturen en in de openbare centra voor maatschappelijk ondergeschikte besturen en in de openbare centra voor maatschappelijk
welzijn, evenals in de in artikel 24 van de Grondwet bedoelde welzijn, evenals in de in artikel 24 van de Grondwet bedoelde
instellingen wat hun door de overheid betaalde of gesubsidieerde instellingen wat hun door de overheid betaalde of gesubsidieerde
personeel betreft, onverminderd artikel 6, § 1, VI, vijfde lid, 12° ». personeel betreft, onverminderd artikel 6, § 1, VI, vijfde lid, 12° ».
B.4.2. Aldus beschikken de gemeenschappen en gewesten over de B.4.2. Aldus beschikken de gemeenschappen en gewesten over de
bevoegdheid om de procedures, voorwaarden en regels vast te leggen bevoegdheid om de procedures, voorwaarden en regels vast te leggen
voor het gebruik van uitzendarbeid in hun overheidsdiensten en de voor het gebruik van uitzendarbeid in hun overheidsdiensten en de
lokale besturen. Zij dienen hierbij wel de bevoegdheid van de federale lokale besturen. Zij dienen hierbij wel de bevoegdheid van de federale
overheid te respecteren inzake het arbeidsrecht, zoals bepaald in overheid te respecteren inzake het arbeidsrecht, zoals bepaald in
artikel 6, § 1, VI, vijfde lid, 12°, van de bijzondere wet van 8 artikel 6, § 1, VI, vijfde lid, 12°, van de bijzondere wet van 8
augustus 1980 tot hervorming der instellingen (RvSt, advies nr. augustus 1980 tot hervorming der instellingen (RvSt, advies nr.
61.553/1 van 3 juli 2017, Parl. St., Vlaams Parlement, 2017-2018, nr. 61.553/1 van 3 juli 2017, Parl. St., Vlaams Parlement, 2017-2018, nr.
1515/1, pp. 57-58). 1515/1, pp. 57-58).
B.4.3. Met betrekking tot de bevoegdheidsverdeling inzake B.4.3. Met betrekking tot de bevoegdheidsverdeling inzake
uitzendarbeid vermeldt de parlementaire voorbereiding van de uitzendarbeid vermeldt de parlementaire voorbereiding van de
bijzondere wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde bijzondere wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde
Staatshervorming : Staatshervorming :
« De gemeenschappen en gewesten worden aldus, elk voor zich, bevoegd « De gemeenschappen en gewesten worden aldus, elk voor zich, bevoegd
om uitwerking te geven aan artikel 48 van de wet van 24 juli 1987 om uitwerking te geven aan artikel 48 van de wet van 24 juli 1987
betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter
beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers en dit beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers en dit
op dezelfde wijze zoals de Koning dit nu kan op grond van artikel 48 op dezelfde wijze zoals de Koning dit nu kan op grond van artikel 48
van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de
uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten
behoeve van gebruikers. Daarom wordt de terminologie van het behoeve van gebruikers. Daarom wordt de terminologie van het
voornoemde artikel 48 letterlijk hernomen in het dispositief, waarmee voornoemde artikel 48 letterlijk hernomen in het dispositief, waarmee
de bevoegdheidsoverdracht aan de gemeenschappen en de gewesten wordt de bevoegdheidsoverdracht aan de gemeenschappen en de gewesten wordt
omschreven, zonder de inhoud of de draagwijdte van het bestaande omschreven, zonder de inhoud of de draagwijdte van het bestaande
artikel 48 te wijzigen. De mogelijkheid om artikel 1, § 4, van de wet artikel 48 te wijzigen. De mogelijkheid om artikel 1, § 4, van de wet
van 1987 uit te voeren wordt daarentegen niet overgedragen. van 1987 uit te voeren wordt daarentegen niet overgedragen.
Alle arbeidsrechtelijke bepalingen die de uitzendarbeid regelen Alle arbeidsrechtelijke bepalingen die de uitzendarbeid regelen
blijven federaal. blijven federaal.
Onverminderd de mogelijkheid waarover de gewesten beschikken om Onverminderd de mogelijkheid waarover de gewesten beschikken om
uitzendarbeid toe te staan in het kader van tewerkstellingstrajecten uitzendarbeid toe te staan in het kader van tewerkstellingstrajecten
en onverminderd de mogelijkheid waarover de gemeenschappen en gewesten en onverminderd de mogelijkheid waarover de gemeenschappen en gewesten
beschikken om uitzendarbeid toe te staan in hun respectievelijke beschikken om uitzendarbeid toe te staan in hun respectievelijke
overheidsdiensten, met daarin begrepen de instellingen van openbaar overheidsdiensten, met daarin begrepen de instellingen van openbaar
nut, en lokale besturen, blijft de federale overheid bevoegd voor de nut, en lokale besturen, blijft de federale overheid bevoegd voor de
wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de
uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten
behoeve van gebruikers. De federale overheid blijft als enige bevoegd behoeve van gebruikers. De federale overheid blijft als enige bevoegd
om andere uitzonderingen op de wet van 24 juli 1987 betreffende de om andere uitzonderingen op de wet van 24 juli 1987 betreffende de
tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van
werknemers ten behoeve van gebruikers in te stellen. Zo blijft de werknemers ten behoeve van gebruikers in te stellen. Zo blijft de
federale overheid inzonderheid bevoegd voor de arbeidsovereenkomst federale overheid inzonderheid bevoegd voor de arbeidsovereenkomst
voor uitzendarbeid. voor uitzendarbeid.
Het begrip 'ondergeschikte besturen' moet ruim opgevat worden. Het Het begrip 'ondergeschikte besturen' moet ruim opgevat worden. Het
omvat in elk geval de provincies, de gemeenten, de agglomeraties en omvat in elk geval de provincies, de gemeenten, de agglomeraties en
federaties van gemeenten, de kerkfabrieken, de verenigingen van federaties van gemeenten, de kerkfabrieken, de verenigingen van
provincies en gemeenten, alsook alle instellingen die hiervan afhangen provincies en gemeenten, alsook alle instellingen die hiervan afhangen
» (Parl. St., Senaat, 2012-2013, nr. 5-2232/1, pp. 178-179). » (Parl. St., Senaat, 2012-2013, nr. 5-2232/1, pp. 178-179).
B.5.1. De Vlaamse Regering merkt met betrekking tot het eerste B.5.1. De Vlaamse Regering merkt met betrekking tot het eerste
onderdeel van het enige middel in hoofdorde op dat de verzoekende onderdeel van het enige middel in hoofdorde op dat de verzoekende
partij een verschil in behandeling bekritiseert tussen, enerzijds, het partij een verschil in behandeling bekritiseert tussen, enerzijds, het
bestreden decreet en, anderzijds, de regeling van de uitzendarbeid in bestreden decreet en, anderzijds, de regeling van de uitzendarbeid in
de private sector en in de federale publieke sector. De verzoekende de private sector en in de federale publieke sector. De verzoekende
partij gaat er volgens de Regering echter aan voorbij dat een toetsing partij gaat er volgens de Regering echter aan voorbij dat een toetsing
aan het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie maar zinvol kan aan het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie maar zinvol kan
gebeuren wanneer het gaat om vergelijkbare categorieën, wat te dezen gebeuren wanneer het gaat om vergelijkbare categorieën, wat te dezen
niet het geval zou zijn. niet het geval zou zijn.
B.5.2. Zoals is vermeld in B.4.3, is artikel 87, § 4, van de B.5.2. Zoals is vermeld in B.4.3, is artikel 87, § 4, van de
bijzondere wet van 8 augustus 1980 geïnspireerd op artikel 48 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 geïnspireerd op artikel 48 van de
wet van 24 juli 1987. De beide bepalingen beogen, bij de regeling van wet van 24 juli 1987. De beide bepalingen beogen, bij de regeling van
de uitzendarbeid in de overheidssector, andere procedures mogelijk te de uitzendarbeid in de overheidssector, andere procedures mogelijk te
maken op het vlak van het collectief overleg dan diegene die gelden in maken op het vlak van het collectief overleg dan diegene die gelden in
de privésector (RvSt, advies nr. 61.553/1 van 3 juli 2017, Parl. St., de privésector (RvSt, advies nr. 61.553/1 van 3 juli 2017, Parl. St.,
Vlaams Parlement, 2017-2018, nr. 1515/1, p. 58). Vlaams Parlement, 2017-2018, nr. 1515/1, p. 58).
B.5.3. Met het bestreden decreet maakt de decreetgever gebruik van de B.5.3. Met het bestreden decreet maakt de decreetgever gebruik van de
bevoegdheid die hem in artikel 87, § 4, van de bijzondere wet van 8 bevoegdheid die hem in artikel 87, § 4, van de bijzondere wet van 8
augustus 1980 is toegewezen om de procedures, de voorwaarden en de augustus 1980 is toegewezen om de procedures, de voorwaarden en de
regels vast te leggen volgens welke een beroep kan worden gedaan op regels vast te leggen volgens welke een beroep kan worden gedaan op
uitzendarbeid in de Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen. uitzendarbeid in de Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen.
B.5.4. Het door de verzoekende partij bekritiseerde verschil in B.5.4. Het door de verzoekende partij bekritiseerde verschil in
behandeling wordt verklaard door de uitoefening, door de federale behandeling wordt verklaard door de uitoefening, door de federale
overheid, enerzijds, en de Vlaamse decreetgever, anderzijds, van hun overheid, enerzijds, en de Vlaamse decreetgever, anderzijds, van hun
respectieve bevoegdheid inzake uitzendarbeid. Onverminderd de respectieve bevoegdheid inzake uitzendarbeid. Onverminderd de
mogelijke toepassing van het evenredigheidsbeginsel bij de mogelijke toepassing van het evenredigheidsbeginsel bij de
bevoegdheidsuitoefening, zou de autonomie die de gemeenschappen en bevoegdheidsuitoefening, zou de autonomie die de gemeenschappen en
gewesten door of krachtens de Grondwet is toegekend, geen betekenis gewesten door of krachtens de Grondwet is toegekend, geen betekenis
hebben indien een verschil in behandeling tussen adressaten van, hebben indien een verschil in behandeling tussen adressaten van,
enerzijds, federale regels en, anderzijds, decretale regels als enerzijds, federale regels en, anderzijds, decretale regels als
zodanig strijdig zou worden geacht met het beginsel van gelijkheid en zodanig strijdig zou worden geacht met het beginsel van gelijkheid en
niet-discriminatie. niet-discriminatie.
B.6.1. De verzoekende partij voert in het eerste onderdeel van het B.6.1. De verzoekende partij voert in het eerste onderdeel van het
enige middel de schending aan van artikel 2, § 1, 2°, van de wet van enige middel de schending aan van artikel 2, § 1, 2°, van de wet van
19 december 1974, doordat afbreuk zou worden gedaan aan de federale 19 december 1974, doordat afbreuk zou worden gedaan aan de federale
bevoegdheid inzake het collectieve arbeidsrecht. bevoegdheid inzake het collectieve arbeidsrecht.
B.6.2. Artikel 2 van de voormelde wet bepaalt : B.6.2. Artikel 2 van de voormelde wet bepaalt :
« § 1. Behoudens in de door de Koning bepaalde spoedgevallen en in de « § 1. Behoudens in de door de Koning bepaalde spoedgevallen en in de
andere door Hem bepaalde gevallen, kunnen de bevoegde administratieve andere door Hem bepaalde gevallen, kunnen de bevoegde administratieve
overheden niet dan na onderhandeling met de representatieve overheden niet dan na onderhandeling met de representatieve
vakorganisaties in de daartoe opgerichte comités vaststellen : vakorganisaties in de daartoe opgerichte comités vaststellen :
1° grondregelingen ter zake van : 1° grondregelingen ter zake van :
a) het administratief statuut, met inbegrip van de vakantie- en a) het administratief statuut, met inbegrip van de vakantie- en
verlofregeling; verlofregeling;
b) de bezoldigingsregeling; b) de bezoldigingsregeling;
c) de pensioenregeling; c) de pensioenregeling;
d) de betrekkingen met de vakorganisaties; d) de betrekkingen met de vakorganisaties;
e) de organisatie van de sociale diensten. e) de organisatie van de sociale diensten.
De Koning wijst de grondregelingen aan, met opgaaf, hetzij van de De Koning wijst de grondregelingen aan, met opgaaf, hetzij van de
daarin behandelde stof, hetzij van de daarin opgenomen bepalingen. Aan daarin behandelde stof, hetzij van de daarin opgenomen bepalingen. Aan
de daartoe vast te stellen besluiten gaan de in dit artikel de daartoe vast te stellen besluiten gaan de in dit artikel
voorgeschreven onderhandelingen vooraf. voorgeschreven onderhandelingen vooraf.
De grondregelingen die de Koning ter uitvoering van de punten a), b) De grondregelingen die de Koning ter uitvoering van de punten a), b)
en c), van het eerste lid heeft bepaald en die alleen van toepassing en c), van het eerste lid heeft bepaald en die alleen van toepassing
zijn op de personeelsleden die onder statutaire regels vallen, zijn zijn op de personeelsleden die onder statutaire regels vallen, zijn
van overeenkomstige toepassing op de bij arbeidsovereenkomst in dienst van overeenkomstige toepassing op de bij arbeidsovereenkomst in dienst
genomen personeelsleden; genomen personeelsleden;
2° verordeningsbepalingen welke zij uitvaardigen, algemene maatregelen 2° verordeningsbepalingen welke zij uitvaardigen, algemene maatregelen
van inwendige orde en algemene richtlijnen, met het oog op de latere van inwendige orde en algemene richtlijnen, met het oog op de latere
vaststelling van de personeelsformatie of inzake arbeidsduur en vaststelling van de personeelsformatie of inzake arbeidsduur en
organisatie van het werk. organisatie van het werk.
De Koning bepaalt wat onder organisatie van het werk dient te worden De Koning bepaalt wat onder organisatie van het werk dient te worden
verstaan in de zin van deze wet. Aan de daartoe vast te stellen verstaan in de zin van deze wet. Aan de daartoe vast te stellen
besluiten gaan de in dit artikel voorgeschreven onderhandelingen besluiten gaan de in dit artikel voorgeschreven onderhandelingen
vooraf. vooraf.
§ 2. Vooraleer wetsontwerpen of ontwerpen van decreet of van § 2. Vooraleer wetsontwerpen of ontwerpen van decreet of van
ordonnantie betreffende een van de in § 1 bedoelde aangelegenheden ordonnantie betreffende een van de in § 1 bedoelde aangelegenheden
worden ingediend, wordt ook onderhandeld overeenkomstig deze bepaling. worden ingediend, wordt ook onderhandeld overeenkomstig deze bepaling.
Ingeval het ontwerp eveneens betrekking heeft op de autonome Ingeval het ontwerp eveneens betrekking heeft op de autonome
overheidsbedrijven gerangschikt in artikel 1, § 4, van de wet van 21 overheidsbedrijven gerangschikt in artikel 1, § 4, van de wet van 21
maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische
overheidsbedrijven, wint het betrokken comité het advies in van het overheidsbedrijven, wint het betrokken comité het advies in van het
Comité Overheidsbedrijven bedoeld in artikel 31 van vernoemde wet, Comité Overheidsbedrijven bedoeld in artikel 31 van vernoemde wet,
vooraleer met de onderhandeling aan te vatten. vooraleer met de onderhandeling aan te vatten.
§ 3. De Koning bepaalt de nadere regelen voor de § 3. De Koning bepaalt de nadere regelen voor de
onderhandelingsprocedure ». onderhandelingsprocedure ».
B.7.1. Volgens de Vlaamse Regering is het Hof niet bevoegd om een B.7.1. Volgens de Vlaamse Regering is het Hof niet bevoegd om een
decreet te toetsen aan een wet en moet subsidiair worden vastgesteld decreet te toetsen aan een wet en moet subsidiair worden vastgesteld
dat het bestreden decreet artikel 2, § 1, 2°, van de wet van 19 dat het bestreden decreet artikel 2, § 1, 2°, van de wet van 19
december 1974 naleeft. december 1974 naleeft.
B.7.2. Het Hof is niet bevoegd om wettelijke bepalingen te toetsen aan B.7.2. Het Hof is niet bevoegd om wettelijke bepalingen te toetsen aan
andere wettelijke bepalingen die geen regels zijn inzake de verdeling andere wettelijke bepalingen die geen regels zijn inzake de verdeling
van de bevoegdheden tussen de federale overheid, de gemeenschappen en van de bevoegdheden tussen de federale overheid, de gemeenschappen en
de gewesten. de gewesten.
B.7.3. Artikel 87, § 5, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 B.7.3. Artikel 87, § 5, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980
bepaalt : bepaalt :
« De regels die van toepassing zijn op de betrekkingen tussen de « De regels die van toepassing zijn op de betrekkingen tussen de
openbare overheden en de syndicale organisaties van de ambtenaren die openbare overheden en de syndicale organisaties van de ambtenaren die
van deze overheid afhangen, evenals met de leden van deze syndicale van deze overheid afhangen, evenals met de leden van deze syndicale
organisaties behoren tot de bevoegdheid van de federale overheid voor organisaties behoren tot de bevoegdheid van de federale overheid voor
wat betreft de Gemeenschappen, de Gewesten en de publiekrechtelijke wat betreft de Gemeenschappen, de Gewesten en de publiekrechtelijke
rechtspersonen die ervan afhangen, met inbegrip van het onderwijs, de rechtspersonen die ervan afhangen, met inbegrip van het onderwijs, de
openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de verenigingen van openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de verenigingen van
gemeenten tot nut van het algemeen, uitgezonderd voor wat betreft de ' gemeenten tot nut van het algemeen, uitgezonderd voor wat betreft de '
Radio Télévision belge de la Communauté française ' en het ' Radio Télévision belge de la Communauté française ' en het '
Commissariat général aux relations internationales de la Communauté Commissariat général aux relations internationales de la Communauté
française'. De betrokken Regering kan echter beslissen om voor die française'. De betrokken Regering kan echter beslissen om voor die
instellingen de voorheen vernoemde wettelijke beschikkingen toe te instellingen de voorheen vernoemde wettelijke beschikkingen toe te
passen ». passen ».
B.7.4. Overeenkomstig artikel 6, § 1, VI, vijfde lid, 12°, en artikel B.7.4. Overeenkomstig artikel 6, § 1, VI, vijfde lid, 12°, en artikel
87, § 5, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der 87, § 5, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der
instellingen is de federale overheid bevoegd voor het collectief instellingen is de federale overheid bevoegd voor het collectief
arbeidsrecht en de collectieve arbeidsbetrekkingen in de arbeidsrecht en de collectieve arbeidsbetrekkingen in de
overheidssector, ook die van de gemeenschappen en de gewesten (RvSt, overheidssector, ook die van de gemeenschappen en de gewesten (RvSt,
advies nr. 61.553/1 van 3 juli 2017, Parl. St., Vlaams Parlement, advies nr. 61.553/1 van 3 juli 2017, Parl. St., Vlaams Parlement,
2017-2018, nr. 1515/1, p. 58). 2017-2018, nr. 1515/1, p. 58).
B.7.5. De wet van 19 december 1974 vormt thans de concretisering van B.7.5. De wet van 19 december 1974 vormt thans de concretisering van
de in artikel 87, § 5, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 in de in artikel 87, § 5, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 in
algemene bewoordingen opgenomen beperking die de gemeenschappen en de algemene bewoordingen opgenomen beperking die de gemeenschappen en de
gewesten bij de uitoefening van hun bevoegdheden in acht moeten nemen. gewesten bij de uitoefening van hun bevoegdheden in acht moeten nemen.
Aldus behoren de bepalingen van die wet tot de regels die de Aldus behoren de bepalingen van die wet tot de regels die de
respectieve bevoegdheid van de federale overheid, de gemeenschappen en respectieve bevoegdheid van de federale overheid, de gemeenschappen en
de gewesten bepalen, over de naleving van welke regels het Hof de gewesten bepalen, over de naleving van welke regels het Hof
krachtens artikel 1, 1°, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op krachtens artikel 1, 1°, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op
het Grondwettelijk Hof uitspraak vermag te doen. het Grondwettelijk Hof uitspraak vermag te doen.
B.8.1. In haar advies bij het voorontwerp dat tot het bestreden B.8.1. In haar advies bij het voorontwerp dat tot het bestreden
decreet heeft geleid, heeft de afdeling wetgeving van de Raad van decreet heeft geleid, heeft de afdeling wetgeving van de Raad van
State opgemerkt : State opgemerkt :
« Hoewel artikel 87, § 5, van de bijzondere wet aldus inhoudt dat de « Hoewel artikel 87, § 5, van de bijzondere wet aldus inhoudt dat de
federale overheid niet enkel bevoegd is voor de regelingen vervat in federale overheid niet enkel bevoegd is voor de regelingen vervat in
de wet van 19 december 1974 ' tot regeling van de betrekkingen tussen de wet van 19 december 1974 ' tot regeling van de betrekkingen tussen
de overheid en de vakbonden van haar personeel ' en de de overheid en de vakbonden van haar personeel ' en de
uitvoeringsbesluiten van die wet, maar ook voor alle andere regelingen uitvoeringsbesluiten van die wet, maar ook voor alle andere regelingen
die op die verhouding betrekking hebben, betekent dit niet dat de die op die verhouding betrekking hebben, betekent dit niet dat de
gemeenschappen en gewesten bij het regelen van de 'procedure' inzake gemeenschappen en gewesten bij het regelen van de 'procedure' inzake
uitzendarbeid in hun diensten en de lokale besturen geen regels inzake uitzendarbeid in hun diensten en de lokale besturen geen regels inzake
de betrokkenheid van de vakorganisaties zouden mogen invoeren, voor de betrokkenheid van de vakorganisaties zouden mogen invoeren, voor
zover daarbij geen afbreuk wordt gedaan aan de toepassing van de zover daarbij geen afbreuk wordt gedaan aan de toepassing van de
voornoemde wet van 19 december 1974 en de uitvoeringsbesluiten ervan » voornoemde wet van 19 december 1974 en de uitvoeringsbesluiten ervan »
(RvSt, advies nr. 61.553/1 van 3 juli 2017, Parl. St., Vlaams (RvSt, advies nr. 61.553/1 van 3 juli 2017, Parl. St., Vlaams
Parlement, 2017-2018, nr. 1515/1, p. 58). Parlement, 2017-2018, nr. 1515/1, p. 58).
B.8.2. Het in B.6.2 vermelde artikel 2 van de wet van 19 december 1974 B.8.2. Het in B.6.2 vermelde artikel 2 van de wet van 19 december 1974
legt inzake de onderhandelingen met de representatieve vakorganisaties legt inzake de onderhandelingen met de representatieve vakorganisaties
verplichtingen op aan zowel de wetgevende als de uitvoerende machten. verplichtingen op aan zowel de wetgevende als de uitvoerende machten.
Zoals is vermeld in B.7.5, zouden de gemeenschappen en de gewesten Zoals is vermeld in B.7.5, zouden de gemeenschappen en de gewesten
geen afbreuk mogen doen aan die verplichtingen. geen afbreuk mogen doen aan die verplichtingen.
B.8.3. In tegenstelling tot artikel 2, § 2, dat de verplichtingen B.8.3. In tegenstelling tot artikel 2, § 2, dat de verplichtingen
bepaalt van de onderscheiden wetgevende machten, en dat door de bepaalt van de onderscheiden wetgevende machten, en dat door de
verzoekende partij niet wordt aangevoerd, legt artikel 2, § 1, 2°, verzoekende partij niet wordt aangevoerd, legt artikel 2, § 1, 2°,
uitsluitend verplichtingen op aan de onderscheiden administratieve uitsluitend verplichtingen op aan de onderscheiden administratieve
overheden. overheden.
Overeenkomstig de laatstvermelde bepaling dienen de bevoegde Overeenkomstig de laatstvermelde bepaling dienen de bevoegde
administratieve overheden van de gemeenschappen en de gewesten administratieve overheden van de gemeenschappen en de gewesten
voorafgaandelijk te onderhandelen met de representatieve voorafgaandelijk te onderhandelen met de representatieve
vakorganisaties, wanneer zij verordeningsbepalingen uitvaardigen, vakorganisaties, wanneer zij verordeningsbepalingen uitvaardigen,
algemene maatregelen van inwendige aard en algemene richtlijnen, met algemene maatregelen van inwendige aard en algemene richtlijnen, met
het oog op de latere vaststelling van de personeelsformatie of inzake het oog op de latere vaststelling van de personeelsformatie of inzake
arbeidsduur en organisatie van het werk. In zoverre de bedoelde arbeidsduur en organisatie van het werk. In zoverre de bedoelde
administratieve overheden regels uitvaardigen inzake uitzendarbeid administratieve overheden regels uitvaardigen inzake uitzendarbeid
zoals bedoeld in het bestreden decreet, die onder die verplichting zoals bedoeld in het bestreden decreet, die onder die verplichting
vallen, dienen ze derhalve voorafgaandelijk met de representatieve vallen, dienen ze derhalve voorafgaandelijk met de representatieve
vakorganisaties te onderhandelen. vakorganisaties te onderhandelen.
B.8.4. Uit het bovenstaande volgt dat het decreet geen afbreuk doet B.8.4. Uit het bovenstaande volgt dat het decreet geen afbreuk doet
aan artikel 2, § 1, 2°, van de wet van 19 december 1974, dat aan artikel 2, § 1, 2°, van de wet van 19 december 1974, dat
cumulatief van toepassing is met het bestreden decreet. cumulatief van toepassing is met het bestreden decreet.
Bovendien behoort de controle op de naleving van artikel 2, § 1, 2°, Bovendien behoort de controle op de naleving van artikel 2, § 1, 2°,
van de wet van 19 december 1974 door de administratieve overheden van van de wet van 19 december 1974 door de administratieve overheden van
de gemeenschappen en de gewesten niet tot de bevoegdheid van het Hof, de gemeenschappen en de gewesten niet tot de bevoegdheid van het Hof,
maar tot die van de bevoegde rechter. maar tot die van de bevoegde rechter.
B.9. In zoverre de artikelen 5, 6 en 8 van het bestreden decreet in B.9. In zoverre de artikelen 5, 6 en 8 van het bestreden decreet in
welbepaalde gevallen informatieverstrekking aan de representatieve welbepaalde gevallen informatieverstrekking aan de representatieve
vakorganisaties opleggen, vallen zij binnen de bevoegdheid die artikel vakorganisaties opleggen, vallen zij binnen de bevoegdheid die artikel
87, § 4, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 aan de 87, § 4, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 aan de
gemeenschappen en de gewesten toekent. De decreetgever kan immers bij gemeenschappen en de gewesten toekent. De decreetgever kan immers bij
het regelen van de procedure inzake uitzendarbeid in de Vlaamse het regelen van de procedure inzake uitzendarbeid in de Vlaamse
overheidsdiensten en de lokale besturen bijkomende regels inzake de overheidsdiensten en de lokale besturen bijkomende regels inzake de
betrokkenheid van de vakorganisaties invoeren, voor zover daarbij geen betrokkenheid van de vakorganisaties invoeren, voor zover daarbij geen
afbreuk wordt gedaan aan de toepassing van de wet van 19 december 1974 afbreuk wordt gedaan aan de toepassing van de wet van 19 december 1974
en de uitvoeringsbesluiten ervan (RvSt, advies nr. 61.553/1 van 3 juli en de uitvoeringsbesluiten ervan (RvSt, advies nr. 61.553/1 van 3 juli
2017, Parl. St., Vlaams Parlement, 2017-2018, nr. 1515/1, p. 58). 2017, Parl. St., Vlaams Parlement, 2017-2018, nr. 1515/1, p. 58).
B.10. Rekening houdend met hetgeen is vermeld in B.8 en B.9, is het B.10. Rekening houdend met hetgeen is vermeld in B.8 en B.9, is het
enige middel, in zijn eerste onderdeel, niet gegrond. enige middel, in zijn eerste onderdeel, niet gegrond.
B.11.1. In het tweede onderdeel van het enige middel voert de B.11.1. In het tweede onderdeel van het enige middel voert de
verzoekende partij aan dat het bestreden decreet een schending inhoudt verzoekende partij aan dat het bestreden decreet een schending inhoudt
van artikel 23 van de Grondwet, dat het recht op collectief van artikel 23 van de Grondwet, dat het recht op collectief
onderhandelen waarborgt. onderhandelen waarborgt.
B.11.2. Artikel 23 van de Grondwet bevat inzake het recht op B.11.2. Artikel 23 van de Grondwet bevat inzake het recht op
collectief onderhandelen een standstill-verplichting die eraan in de collectief onderhandelen een standstill-verplichting die eraan in de
weg staat dat de bevoegde wetgever het beschermingsniveau dat geboden weg staat dat de bevoegde wetgever het beschermingsniveau dat geboden
wordt door de van toepassing zijnde wetgeving, in aanzienlijke mate wordt door de van toepassing zijnde wetgeving, in aanzienlijke mate
vermindert zonder dat daarvoor redenen zijn die verband houden met het vermindert zonder dat daarvoor redenen zijn die verband houden met het
algemeen belang. algemeen belang.
B.11.3. Zoals blijkt uit B.8.2, dienen de Vlaamse overheidsdiensten en B.11.3. Zoals blijkt uit B.8.2, dienen de Vlaamse overheidsdiensten en
de lokale besturen bij het gebruik van uitzendarbeid de verplichtingen de lokale besturen bij het gebruik van uitzendarbeid de verplichtingen
die artikel 2, § 1, 2°, van de wet van 19 december 1974 oplegt inzake die artikel 2, § 1, 2°, van de wet van 19 december 1974 oplegt inzake
de onderhandelingen met de representatieve vakorganisaties, na te de onderhandelingen met de representatieve vakorganisaties, na te
leven. In die omstandigheden kan er geen sprake zijn van een leven. In die omstandigheden kan er geen sprake zijn van een
vermindering van het beschermingsniveau dat geboden wordt door de van vermindering van het beschermingsniveau dat geboden wordt door de van
toepassing zijnde wetgeving. toepassing zijnde wetgeving.
B.11.4. Ten overvloede kan erop worden gewezen dat artikel 4 van het B.11.4. Ten overvloede kan erop worden gewezen dat artikel 4 van het
bestreden decreet op limitatieve wijze bepaalt in welke gevallen de bestreden decreet op limitatieve wijze bepaalt in welke gevallen de
Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen een beroep kunnen doen Vlaamse overheidsdiensten en de lokale besturen een beroep kunnen doen
op uitzendarbeid. Uit de parlementaire voorbereiding blijkt dat die op uitzendarbeid. Uit de parlementaire voorbereiding blijkt dat die
bepaling zo dient te worden geïnterpreteerd dat zij in geen geval bepaling zo dient te worden geïnterpreteerd dat zij in geen geval
uitzendarbeid toelaat in het kader van een staking of een lock-out uitzendarbeid toelaat in het kader van een staking of een lock-out
(Parl. St., Vlaams Parlement, 2017-2018, nr. 1515/1, pp. 11-13). (Parl. St., Vlaams Parlement, 2017-2018, nr. 1515/1, pp. 11-13).
B.11.5. Ten slotte dient te worden opgemerkt dat het bestreden decreet B.11.5. Ten slotte dient te worden opgemerkt dat het bestreden decreet
in samenhang moet worden gelezen met artikel 9, § 2, 9°, van het in samenhang moet worden gelezen met artikel 9, § 2, 9°, van het
Vlaamse decreet van 10 december 2010 « betreffende de private Vlaamse decreet van 10 december 2010 « betreffende de private
arbeidsbemiddeling », dat uitdrukkelijk bepaalt dat een van de arbeidsbemiddeling », dat uitdrukkelijk bepaalt dat een van de
voorwaarden tot erkenning als uitzendbureau is dat het uitzendbureau voorwaarden tot erkenning als uitzendbureau is dat het uitzendbureau
geen diensten uitoefent die verband houden met een staking of een geen diensten uitoefent die verband houden met een staking of een
uitsluiting. uitsluiting.
B.12. Het enige middel, in zijn tweede onderdeel, is niet gegrond. B.12. Het enige middel, in zijn tweede onderdeel, is niet gegrond.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof, het Hof,
rekening houdend met hetgeen is vermeld in B.8 en B.9, verwerpt het rekening houdend met hetgeen is vermeld in B.8 en B.9, verwerpt het
beroep. beroep.
Aldus gewezen in het Nederlands, het Frans en het Duits, Aldus gewezen in het Nederlands, het Frans en het Duits,
overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op
het Grondwettelijk Hof, op 14 november 2019. het Grondwettelijk Hof, op 14 november 2019.
De griffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux P.-Y. Dutilleux
De voorzitter, De voorzitter,
A. Alen A. Alen
^