← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 28/2019 van 14 februari 2019 Rolnummer 6817 In zake : de
prejudiciële vraag betreffende artikel 194 van het Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli 2005, gesteld
door het Hof van Beroep te Brussel. Het Grondwettelijk samengesteld uit de voorzitters
A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. Lavrysen, J.-P. Snappe, P. N(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 28/2019 van 14 februari 2019 Rolnummer 6817 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 194 van het Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli 2005, gesteld door het Hof van Beroep te Brussel. Het Grondwettelijk samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. Lavrysen, J.-P. Snappe, P. N(...) | Uittreksel uit arrest nr. 28/2019 van 14 februari 2019 Rolnummer 6817 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 194 van het Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli 2005, gesteld door het Hof van Beroep te Brussel. Het Grondwettelijk samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. Lavrysen, J.-P. Snappe, P. N(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 28/2019 van 14 februari 2019 | Uittreksel uit arrest nr. 28/2019 van 14 februari 2019 |
Rolnummer 6817 | Rolnummer 6817 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 194 van het | In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 194 van het |
Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli 2005, gesteld door het Hof van | Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli 2005, gesteld door het Hof van |
Beroep te Brussel. | Beroep te Brussel. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. | samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. |
Lavrysen, J.-P. Snappe, P. Nihoul, T. Giet en J. Moerman, bijgestaan | Lavrysen, J.-P. Snappe, P. Nihoul, T. Giet en J. Moerman, bijgestaan |
door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter | door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter |
A. Alen, | A. Alen, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Bij arrest van 5 december 2017 in zake de gemeente Oud-Heverlee, | Bij arrest van 5 december 2017 in zake de gemeente Oud-Heverlee, |
vertegenwoordigd door René Decoster, tegen Domien Michiels, met als | vertegenwoordigd door René Decoster, tegen Domien Michiels, met als |
tussenkomende partij de gemeente Oud-Heverlee, vertegenwoordigd door | tussenkomende partij de gemeente Oud-Heverlee, vertegenwoordigd door |
haar college van burgemeester en schepenen, waarvan de expeditie ter | haar college van burgemeester en schepenen, waarvan de expeditie ter |
griffie van het Hof is ingekomen op 18 januari 2018, heeft het Hof van | griffie van het Hof is ingekomen op 18 januari 2018, heeft het Hof van |
Beroep te Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld : | Beroep te Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld : |
« Schendt artikel 194 van het gemeentedecreet van 15 juli 2005 de | « Schendt artikel 194 van het gemeentedecreet van 15 juli 2005 de |
artikelen 41 en 162, eerste lid [lees : tweede lid], 1° en 2°, van de | artikelen 41 en 162, eerste lid [lees : tweede lid], 1° en 2°, van de |
Grondwet en de artikelen 3, 9 en 11 van het Europees Handvest inzake | Grondwet en de artikelen 3, 9 en 11 van het Europees Handvest inzake |
lokale autonomie, gedaan te Straatsburg op 15 oktober 1985, gelezen in | lokale autonomie, gedaan te Straatsburg op 15 oktober 1985, gelezen in |
samenhang met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in de mate dat | samenhang met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in de mate dat |
het voormelde artikel 194 het mogelijk maakt dat inwoners in de plaats | het voormelde artikel 194 het mogelijk maakt dat inwoners in de plaats |
van het schepencollege namens de gemeente in rechte vorderen, in de | van het schepencollege namens de gemeente in rechte vorderen, in de |
hypothese dat de betekening van een bevel tot betaling ressorteert | hypothese dat de betekening van een bevel tot betaling ressorteert |
onder het begrip in rechte vorderen, terwijl artikel 41 en artikel | onder het begrip in rechte vorderen, terwijl artikel 41 en artikel |
162, eerste lid, 1° en 2°, van de Grondwet, [die] het beginsel van de | 162, eerste lid, 1° en 2°, van de Grondwet, [die] het beginsel van de |
gemeentelijke autonomie vooropstellen, vereisen dat uitsluitend | gemeentelijke autonomie vooropstellen, vereisen dat uitsluitend |
gemeentelijke belangen, al dan niet met een rechtstreekse invloed op | gemeentelijke belangen, al dan niet met een rechtstreekse invloed op |
de gemeentelijke financiën, door de gemeenteraad, waarvan de | de gemeentelijke financiën, door de gemeenteraad, waarvan de |
rechtstreekse verkiezing is verzekerd, moeten worden geregeld en | rechtstreekse verkiezing is verzekerd, moeten worden geregeld en |
waarbij, in het licht van het Europees Handvest inzake lokale | waarbij, in het licht van het Europees Handvest inzake lokale |
autonomie, het recht om rechtsmiddelen aan te wenden rechtstreeks is | autonomie, het recht om rechtsmiddelen aan te wenden rechtstreeks is |
verbonden aan het vereiste van de zelfstandige uitoefening van de | verbonden aan het vereiste van de zelfstandige uitoefening van de |
gemeentelijke bevoegdheden door de gemeenteraad of, in voorkomend | gemeentelijke bevoegdheden door de gemeenteraad of, in voorkomend |
geval, door het schepencollege als uitvoerend orgaan dat aan de raad | geval, door het schepencollege als uitvoerend orgaan dat aan de raad |
verantwoording verschuldigd is, terwijl de inwoners die [in rechte | verantwoording verschuldigd is, terwijl de inwoners die [in rechte |
treden] met toepassing van het substitutierecht bepaald in art. 194 | treden] met toepassing van het substitutierecht bepaald in art. 194 |
van het gemeentedecreet van 15 juli 2005 geen enkele verantwoording | van het gemeentedecreet van 15 juli 2005 geen enkele verantwoording |
aan de gemeenteraad zijn verschuldigd ? ». | aan de gemeenteraad zijn verschuldigd ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1. Artikel 194 van het Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli 2005 | B.1. Artikel 194 van het Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli 2005 |
(hierna : het Gemeentedecreet) bepaalt : | (hierna : het Gemeentedecreet) bepaalt : |
« Als het college van burgemeester en schepenen of de gemeenteraad | « Als het college van burgemeester en schepenen of de gemeenteraad |
nalaten in rechte op te treden, kunnen een of meer inwoners in rechte | nalaten in rechte op te treden, kunnen een of meer inwoners in rechte |
optreden namens de gemeente, mits zij onder zekerheidstelling | optreden namens de gemeente, mits zij onder zekerheidstelling |
aanbieden om persoonlijk de kosten van het geding te dragen en in te | aanbieden om persoonlijk de kosten van het geding te dragen en in te |
staan voor de veroordeling tot schadevergoeding of boete wegens | staan voor de veroordeling tot schadevergoeding of boete wegens |
tergend en roekeloos geding of hoger beroep die kan worden | tergend en roekeloos geding of hoger beroep die kan worden |
uitgesproken. | uitgesproken. |
Dit recht staat ook open voor de rechtspersonen waarvan de | Dit recht staat ook open voor de rechtspersonen waarvan de |
maatschappelijke zetel in de gemeente is gevestigd. | maatschappelijke zetel in de gemeente is gevestigd. |
De gemeente kan over het geding geen dading aangaan of er afstand van | De gemeente kan over het geding geen dading aangaan of er afstand van |
doen zonder instemming van degene die het geding in haar naam heeft | doen zonder instemming van degene die het geding in haar naam heeft |
gevoerd. | gevoerd. |
Op straffe van onontvankelijkheid kunnen personen vermeld in het | Op straffe van onontvankelijkheid kunnen personen vermeld in het |
eerste en tweede lid slechts namens de gemeente in rechte optreden | eerste en tweede lid slechts namens de gemeente in rechte optreden |
indien zij de gedinginleidende akte aan het college van burgemeester | indien zij de gedinginleidende akte aan het college van burgemeester |
en schepenen hebben betekend en, daaraan voorafgaand, het college van | en schepenen hebben betekend en, daaraan voorafgaand, het college van |
burgemeester en schepenen wegens het niet-optreden in gebreke hebben | burgemeester en schepenen wegens het niet-optreden in gebreke hebben |
gesteld en na een termijn van tien dagen na de betekening van deze | gesteld en na een termijn van tien dagen na de betekening van deze |
ingebrekestelling geen optreden in rechte vanwege het gemeentebestuur | ingebrekestelling geen optreden in rechte vanwege het gemeentebestuur |
heeft plaatsgevonden. In geval van hoogdringendheid is geen | heeft plaatsgevonden. In geval van hoogdringendheid is geen |
voorafgaande ingebrekestelling vereist ». | voorafgaande ingebrekestelling vereist ». |
B.2. Uit de verwijzingsbeslissing blijkt dat het verwijzende | B.2. Uit de verwijzingsbeslissing blijkt dat het verwijzende |
rechtscollege die bepaling interpreteert in die zin dat een inwoner | rechtscollege die bepaling interpreteert in die zin dat een inwoner |
van een gemeente niet alleen namens die gemeente een geschil aanhangig | van een gemeente niet alleen namens die gemeente een geschil aanhangig |
kan maken bij een rechterlijke instantie, maar eveneens de | kan maken bij een rechterlijke instantie, maar eveneens de |
rechterlijke uitspraak die het gevolg is van zulk een procedure, | rechterlijke uitspraak die het gevolg is van zulk een procedure, |
namens de gemeente kan laten uitvoeren wanneer die uitspraak niet | namens de gemeente kan laten uitvoeren wanneer die uitspraak niet |
wordt nageleefd, onder meer door middel van het betekenen van een | wordt nageleefd, onder meer door middel van het betekenen van een |
bevel tot betaling van de dwangsommen waartoe de rechterlijke | bevel tot betaling van de dwangsommen waartoe de rechterlijke |
instantie heeft beslist. | instantie heeft beslist. |
B.3. Het Hof wordt gevraagd of die bepaling, in de voormelde | B.3. Het Hof wordt gevraagd of die bepaling, in de voormelde |
interpretatie, bestaanbaar is met de artikelen 41 en 162, tweede lid, | interpretatie, bestaanbaar is met de artikelen 41 en 162, tweede lid, |
1° en 2°, van de Grondwet en de artikelen 3, 9 en 11 van het Europees | 1° en 2°, van de Grondwet en de artikelen 3, 9 en 11 van het Europees |
Handvest inzake lokale autonomie, in samenhang gelezen met de | Handvest inzake lokale autonomie, in samenhang gelezen met de |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat een inwoner die namens de | artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat een inwoner die namens de |
gemeente optreedt, in tegenstelling tot het college van burgemeester | gemeente optreedt, in tegenstelling tot het college van burgemeester |
en schepenen, geen verantwoording verschuldigd is aan de gemeenteraad, | en schepenen, geen verantwoording verschuldigd is aan de gemeenteraad, |
en doordat aldus afbreuk zou worden gedaan aan het door de voormelde | en doordat aldus afbreuk zou worden gedaan aan het door de voormelde |
grondwets- en internationale bepalingen gewaarborgde beginsel van de | grondwets- en internationale bepalingen gewaarborgde beginsel van de |
lokale autonomie. | lokale autonomie. |
B.4.1. De tussenkomende partijen voeren aan dat de prejudiciële vraag | B.4.1. De tussenkomende partijen voeren aan dat de prejudiciële vraag |
niet ontvankelijk is, omdat het Hof niet bevoegd zou zijn om een | niet ontvankelijk is, omdat het Hof niet bevoegd zou zijn om een |
wetskrachtige bepaling rechtstreeks te toetsen aan de artikelen 41 en | wetskrachtige bepaling rechtstreeks te toetsen aan de artikelen 41 en |
162 van de Grondwet en aan de artikelen 3, 9 en 11 van het Europees | 162 van de Grondwet en aan de artikelen 3, 9 en 11 van het Europees |
Handvest inzake lokale autonomie. | Handvest inzake lokale autonomie. |
B.4.2. In de prejudiciële vraag worden de voormelde grondwets- en | B.4.2. In de prejudiciële vraag worden de voormelde grondwets- en |
internationale bepalingen aangevoerd « in samenhang [gelezen] met de | internationale bepalingen aangevoerd « in samenhang [gelezen] met de |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet ». | artikelen 10 en 11 van de Grondwet ». |
De artikelen 10 en 11 van de Grondwet hebben een algemene draagwijdte. | De artikelen 10 en 11 van de Grondwet hebben een algemene draagwijdte. |
Zij verbieden elke discriminatie, ongeacht de oorsprong ervan : de | Zij verbieden elke discriminatie, ongeacht de oorsprong ervan : de |
grondwettelijke regels van de gelijkheid en van de niet-discriminatie | grondwettelijke regels van de gelijkheid en van de niet-discriminatie |
zijn toepasselijk ten aanzien van alle rechten en alle vrijheden, met | zijn toepasselijk ten aanzien van alle rechten en alle vrijheden, met |
inbegrip van die welke voortvloeien uit internationale verdragen die | inbegrip van die welke voortvloeien uit internationale verdragen die |
België binden. | België binden. |
Het Hof wordt aldus niet gevraagd om de in het geding zijnde bepaling | Het Hof wordt aldus niet gevraagd om de in het geding zijnde bepaling |
rechtstreeks te toetsen aan de artikelen 41 en 162 van de Grondwet en | rechtstreeks te toetsen aan de artikelen 41 en 162 van de Grondwet en |
aan de artikelen 3, 9 en 11 van het Europees Handvest inzake lokale | aan de artikelen 3, 9 en 11 van het Europees Handvest inzake lokale |
autonomie, maar wel om na te gaan of het verschil in behandeling dat | autonomie, maar wel om na te gaan of het verschil in behandeling dat |
door de in het geding zijnde bepaling in het leven wordt geroepen, | door de in het geding zijnde bepaling in het leven wordt geroepen, |
naar gelang namens de gemeente in rechte wordt opgetreden door een of | naar gelang namens de gemeente in rechte wordt opgetreden door een of |
meerdere inwoners, dan wel door het college van burgemeester en | meerdere inwoners, dan wel door het college van burgemeester en |
schepenen, bestaanbaar is met het beginsel van gelijkheid en | schepenen, bestaanbaar is met het beginsel van gelijkheid en |
niet-discriminatie, in samenhang gelezen met het beginsel van de | niet-discriminatie, in samenhang gelezen met het beginsel van de |
lokale autonomie. | lokale autonomie. |
B.4.3. De exceptie van de tussenkomende partijen wordt verworpen. | B.4.3. De exceptie van de tussenkomende partijen wordt verworpen. |
B.5.1. In de materies die tot de gemeentelijke bevoegdheden behoren, | B.5.1. In de materies die tot de gemeentelijke bevoegdheden behoren, |
komt het in beginsel aan de gemeentelijke overheden toe om onwettige | komt het in beginsel aan de gemeentelijke overheden toe om onwettige |
handelingen te doen ophouden of te voorkomen en om daartoe desnoods in | handelingen te doen ophouden of te voorkomen en om daartoe desnoods in |
rechte op te treden. Krachtens artikel 193 van het Gemeentedecreet | rechte op te treden. Krachtens artikel 193 van het Gemeentedecreet |
vertegenwoordigt het college van burgemeester en schepenen de gemeente | vertegenwoordigt het college van burgemeester en schepenen de gemeente |
in gerechtelijke en buitengerechtelijke gevallen en beslist het om op | in gerechtelijke en buitengerechtelijke gevallen en beslist het om op |
te treden in rechte namens de gemeente. De gemeenteraad kan evenwel | te treden in rechte namens de gemeente. De gemeenteraad kan evenwel |
beslissen om deze bevoegdheden in de plaats van het college uit te | beslissen om deze bevoegdheden in de plaats van het college uit te |
oefenen. | oefenen. |
B.5.2. Artikel 194 van het Gemeentedecreet beoogt de inwoners van een | B.5.2. Artikel 194 van het Gemeentedecreet beoogt de inwoners van een |
gemeente in de mogelijkheid te stellen om namens de gemeente in rechte | gemeente in de mogelijkheid te stellen om namens de gemeente in rechte |
op te treden indien het college van burgemeester en schepenen dat ten | op te treden indien het college van burgemeester en schepenen dat ten |
onrechte nalaat. | onrechte nalaat. |
Dat artikel gaat terug op artikel 271, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet | Dat artikel gaat terug op artikel 271, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet |
en op artikel 150 van de Gemeentewet van 30 maart 1836. | en op artikel 150 van de Gemeentewet van 30 maart 1836. |
Volgens de parlementaire voorbereiding van artikel 150 van de | Volgens de parlementaire voorbereiding van artikel 150 van de |
Gemeentewet van 30 maart 1836 beoogde die bepaling het geval waarbij | Gemeentewet van 30 maart 1836 beoogde die bepaling het geval waarbij |
de gemeente weigert op te treden en inbreuken laat geschieden ten | de gemeente weigert op te treden en inbreuken laat geschieden ten |
koste van bepaalde inwoners (Pasin., 1836, p. 388). Aldus worden de | koste van bepaalde inwoners (Pasin., 1836, p. 388). Aldus worden de |
belangen van de gemeente beschermd tegen het stilzitten van haar eigen | belangen van de gemeente beschermd tegen het stilzitten van haar eigen |
bestuur. | bestuur. |
B.6.1. Een inwoner van een gemeente die op grond van artikel 194 van | B.6.1. Een inwoner van een gemeente die op grond van artikel 194 van |
het Gemeentedecreet in rechte optreedt, treedt niet op uit eigen naam, | het Gemeentedecreet in rechte optreedt, treedt niet op uit eigen naam, |
maar enkel uit naam en als vertegenwoordiger van de gemeente. De | maar enkel uit naam en als vertegenwoordiger van de gemeente. De |
vordering dient te steunen op een recht van de gemeente en heeft tot | vordering dient te steunen op een recht van de gemeente en heeft tot |
doel een collectief belang te verdedigen. Bijgevolg vermag een inwoner | doel een collectief belang te verdedigen. Bijgevolg vermag een inwoner |
van een gemeente slechts namens haar in rechte op te treden voor zover | van een gemeente slechts namens haar in rechte op te treden voor zover |
de gemeente in kwestie zelf een ontvankelijke vordering kan instellen. | de gemeente in kwestie zelf een ontvankelijke vordering kan instellen. |
Het komt daarbij aan de rechter bij wie de zaak aanhangig is gemaakt, | Het komt daarbij aan de rechter bij wie de zaak aanhangig is gemaakt, |
toe om de vordering of het beroep onontvankelijk te verklaren indien | toe om de vordering of het beroep onontvankelijk te verklaren indien |
de inwoners die namens de gemeente in rechte optreden, geen | de inwoners die namens de gemeente in rechte optreden, geen |
collectief, maar een louter persoonlijk belang zouden nastreven. | collectief, maar een louter persoonlijk belang zouden nastreven. |
Bovendien zal de rechter de vordering of het beroep ongegrond | Bovendien zal de rechter de vordering of het beroep ongegrond |
verklaren indien geen onwettigheid werd begaan. | verklaren indien geen onwettigheid werd begaan. |
B.6.2. Krachtens artikel 194, eerste lid, van het Gemeentedecreet | B.6.2. Krachtens artikel 194, eerste lid, van het Gemeentedecreet |
kunnen een of meer inwoners slechts namens de gemeente in rechte | kunnen een of meer inwoners slechts namens de gemeente in rechte |
optreden wanneer zij onder zekerheidstelling aanbieden om persoonlijk | optreden wanneer zij onder zekerheidstelling aanbieden om persoonlijk |
de kosten van het geding te dragen en in te staan voor de veroordeling | de kosten van het geding te dragen en in te staan voor de veroordeling |
tot schadevergoeding of boete wegens tergend en roekeloos geding of | tot schadevergoeding of boete wegens tergend en roekeloos geding of |
hoger beroep die kan worden uitgesproken. Bovendien kunnen de inwoners | hoger beroep die kan worden uitgesproken. Bovendien kunnen de inwoners |
van de gemeente, krachtens artikel 194, laatste lid, van het | van de gemeente, krachtens artikel 194, laatste lid, van het |
Gemeentedecreet, slechts namens de gemeente in rechte optreden nadat | Gemeentedecreet, slechts namens de gemeente in rechte optreden nadat |
zij het college van burgemeester en schepenen wegens het niet-optreden | zij het college van burgemeester en schepenen wegens het niet-optreden |
in gebreke hebben gesteld en nadat een termijn van tien dagen na de | in gebreke hebben gesteld en nadat een termijn van tien dagen na de |
betekening van deze ingebrekestelling is verstreken en er geen | betekening van deze ingebrekestelling is verstreken en er geen |
optreden in rechte vanwege het gemeentebestuur heeft plaatsgevonden. | optreden in rechte vanwege het gemeentebestuur heeft plaatsgevonden. |
Op straffe van onontvankelijkheid dienen zij eveneens de | Op straffe van onontvankelijkheid dienen zij eveneens de |
gedinginleidende akte aan het college van burgemeester en schepenen te | gedinginleidende akte aan het college van burgemeester en schepenen te |
betekenen. | betekenen. |
B.6.3. De omstandigheid dat de handeling waartegen de gemeente in | B.6.3. De omstandigheid dat de handeling waartegen de gemeente in |
rechte optreedt, in overeenstemming is met een beslissing, een | rechte optreedt, in overeenstemming is met een beslissing, een |
vergunning of een advies van de gemeente of er zelfs een uitvoering | vergunning of een advies van de gemeente of er zelfs een uitvoering |
van is, verhindert niet dat zij er in rechte tegen optreedt. Artikel | van is, verhindert niet dat zij er in rechte tegen optreedt. Artikel |
159 van de Grondwet belet een administratieve overheid immers niet de | 159 van de Grondwet belet een administratieve overheid immers niet de |
onwettigheid aan te voeren van een besluit dat zij zelf heeft genomen. | onwettigheid aan te voeren van een besluit dat zij zelf heeft genomen. |
Een inwoner kan dus de vorderingen waarover de gemeente beschikt, | Een inwoner kan dus de vorderingen waarover de gemeente beschikt, |
namens de gemeente instellen, zelfs indien de betwiste handeling in | namens de gemeente instellen, zelfs indien de betwiste handeling in |
overeenstemming is met de beslissingen van de gemeente. | overeenstemming is met de beslissingen van de gemeente. |
B.6.4. Wanneer een of meer inwoners namens de gemeente in rechte | B.6.4. Wanneer een of meer inwoners namens de gemeente in rechte |
optreden, verliest het orgaan dat in de regel bevoegd is om de | optreden, verliest het orgaan dat in de regel bevoegd is om de |
gemeente in rechte te vertegenwoordigen, zijnde het college van | gemeente in rechte te vertegenwoordigen, zijnde het college van |
burgemeester en schepenen, de vrije beschikking over de rechten die | burgemeester en schepenen, de vrije beschikking over de rechten die |
het voorwerp van de vordering uitmaken (Cass., 23 september 2010, | het voorwerp van de vordering uitmaken (Cass., 23 september 2010, |
C.08.0396.F). Krachtens het derde lid van artikel 194 van het | C.08.0396.F). Krachtens het derde lid van artikel 194 van het |
Gemeentedecreet kan de gemeente over het geding immers geen dading | Gemeentedecreet kan de gemeente over het geding immers geen dading |
aangaan of er afstand van doen zonder instemming van degene die het | aangaan of er afstand van doen zonder instemming van degene die het |
geding namens haar heeft gevoerd. | geding namens haar heeft gevoerd. |
Het college van burgemeester en schepenen behoudt wel de mogelijkheid | Het college van burgemeester en schepenen behoudt wel de mogelijkheid |
om deel te nemen aan de procedure teneinde de vordering van de | om deel te nemen aan de procedure teneinde de vordering van de |
inwoners te ondersteunen, om die vordering voort te zetten of te | inwoners te ondersteunen, om die vordering voort te zetten of te |
hervatten indien die inwoners in gebreke blijven om de belangen van de | hervatten indien die inwoners in gebreke blijven om de belangen van de |
gemeente adequaat te verdedigen, dan wel om haar eigen visie ter zake | gemeente adequaat te verdedigen, dan wel om haar eigen visie ter zake |
uiteen te zetten en de vordering van de inwoners in voorkomend geval | uiteen te zetten en de vordering van de inwoners in voorkomend geval |
te betwisten. | te betwisten. |
B.7.1. Krachtens artikel 32 van het Gemeentedecreet hebben de | B.7.1. Krachtens artikel 32 van het Gemeentedecreet hebben de |
gemeenteraadsleden het recht om aan het college van burgemeester en | gemeenteraadsleden het recht om aan het college van burgemeester en |
schepenen mondelinge en schriftelijke vragen te stellen. | schepenen mondelinge en schriftelijke vragen te stellen. |
Wanneer het college van burgemeester en schepenen met toepassing van | Wanneer het college van burgemeester en schepenen met toepassing van |
artikel 193 van het Gemeentedecreet beslist om namens de gemeente in | artikel 193 van het Gemeentedecreet beslist om namens de gemeente in |
rechte op te treden of om een rechterlijke uitspraak te laten | rechte op te treden of om een rechterlijke uitspraak te laten |
uitvoeren, kunnen de gemeenteraadsleden daarover aldus mondelinge en | uitvoeren, kunnen de gemeenteraadsleden daarover aldus mondelinge en |
schriftelijke vragen stellen aan het college, dat in beginsel ertoe is | schriftelijke vragen stellen aan het college, dat in beginsel ertoe is |
gehouden die vragen te beantwoorden. | gehouden die vragen te beantwoorden. |
Wanneer een inwoner van een gemeente met toepassing van artikel 194 | Wanneer een inwoner van een gemeente met toepassing van artikel 194 |
van het Gemeentedecreet beslist om namens de gemeente in rechte op te | van het Gemeentedecreet beslist om namens de gemeente in rechte op te |
treden of een rechterlijke uitspraak te laten uitvoeren, is die | treden of een rechterlijke uitspraak te laten uitvoeren, is die |
inwoner, in tegenstelling tot het college van burgemeester en | inwoner, in tegenstelling tot het college van burgemeester en |
schepenen, niet ertoe gehouden te antwoorden op vragen van de | schepenen, niet ertoe gehouden te antwoorden op vragen van de |
gemeenteraadsleden. | gemeenteraadsleden. |
B.7.2. De in het geding zijnde bepaling roept aldus een verschil in | B.7.2. De in het geding zijnde bepaling roept aldus een verschil in |
behandeling in het leven, naargelang de vordering namens de gemeente | behandeling in het leven, naargelang de vordering namens de gemeente |
wordt ingesteld door het college van burgemeester en schepenen, dan | wordt ingesteld door het college van burgemeester en schepenen, dan |
wel door een of meerdere inwoners van de gemeente. | wel door een of meerdere inwoners van de gemeente. |
B.8. Gelet op het feit dat zowel het college van burgemeester en | B.8. Gelet op het feit dat zowel het college van burgemeester en |
schepenen als de inwoner van een gemeente in rechte optreden namens de | schepenen als de inwoner van een gemeente in rechte optreden namens de |
gemeente ter verdediging van een collectief belang, bevinden beide | gemeente ter verdediging van een collectief belang, bevinden beide |
categorieën zich, in tegenstelling tot wat de appellante voor het | categorieën zich, in tegenstelling tot wat de appellante voor het |
verwijzende rechtscollege aanvoert, in een voldoende vergelijkbare | verwijzende rechtscollege aanvoert, in een voldoende vergelijkbare |
situatie. | situatie. |
B.9.1. Artikel 41, eerste lid, eerste zin, van de Grondwet bepaalt : | B.9.1. Artikel 41, eerste lid, eerste zin, van de Grondwet bepaalt : |
« De uitsluitend gemeentelijke of provinciale belangen worden door de | « De uitsluitend gemeentelijke of provinciale belangen worden door de |
gemeenteraden of de provincieraden geregeld volgens de beginselen bij | gemeenteraden of de provincieraden geregeld volgens de beginselen bij |
de Grondwet vastgesteld ». | de Grondwet vastgesteld ». |
Artikel 162, eerste lid en tweede lid, 1° en 2°, van de Grondwet | Artikel 162, eerste lid en tweede lid, 1° en 2°, van de Grondwet |
bepaalt : | bepaalt : |
« De provinciale en gemeentelijke instellingen worden bij de wet | « De provinciale en gemeentelijke instellingen worden bij de wet |
geregeld. | geregeld. |
De wet verzekert de toepassing van de volgende beginselen : | De wet verzekert de toepassing van de volgende beginselen : |
1° de rechtstreekse verkiezing van de leden van de provincieraden en | 1° de rechtstreekse verkiezing van de leden van de provincieraden en |
de gemeenteraden; | de gemeenteraden; |
2° de bevoegdheid van de provincieraden en van de gemeenteraden voor | 2° de bevoegdheid van de provincieraden en van de gemeenteraden voor |
alles wat van provinciaal en van gemeentelijk belang is, behoudens | alles wat van provinciaal en van gemeentelijk belang is, behoudens |
goedkeuring van hun handelingen in de gevallen en op de wijze bij de | goedkeuring van hun handelingen in de gevallen en op de wijze bij de |
wet bepaald ». | wet bepaald ». |
B.9.2. De artikelen 3, 9 en 11 van het Europees Handvest inzake lokale | B.9.2. De artikelen 3, 9 en 11 van het Europees Handvest inzake lokale |
autonomie bepalen : | autonomie bepalen : |
« Art. 3.Het begrip lokale autonomie. |
« Art. 3.Het begrip lokale autonomie. |
1. Lokale autonomie houdt in het recht en het vermogen van lokale | 1. Lokale autonomie houdt in het recht en het vermogen van lokale |
autoriteiten, binnen de grenzen van de wet, een belangrijk deel van de | autoriteiten, binnen de grenzen van de wet, een belangrijk deel van de |
openbare aangelegenheden krachtens hun eigen verantwoordelijkheid en | openbare aangelegenheden krachtens hun eigen verantwoordelijkheid en |
in het belang van de plaatselijke bevolking te regelen en te beheren. | in het belang van de plaatselijke bevolking te regelen en te beheren. |
2. Dit recht wordt uitgeoefend door raden of vergaderingen waarvan de | 2. Dit recht wordt uitgeoefend door raden of vergaderingen waarvan de |
leden zijn gekozen door middel van vrije, geheime, op gelijkheid | leden zijn gekozen door middel van vrije, geheime, op gelijkheid |
berustende, rechtstreekse en algemene verkiezingen, en die over | berustende, rechtstreekse en algemene verkiezingen, en die over |
uitvoerende organen kunnen beschikken die aan hen verantwoording zijn | uitvoerende organen kunnen beschikken die aan hen verantwoording zijn |
verschuldigd. Deze bepaling staat op geen enkele wijze in de weg aan | verschuldigd. Deze bepaling staat op geen enkele wijze in de weg aan |
het houden van vergaderingen van burgers, aan een referendum, dan wel | het houden van vergaderingen van burgers, aan een referendum, dan wel |
aan enige andere vorm van rechtstreekse deelname van de burgers waar | aan enige andere vorm van rechtstreekse deelname van de burgers waar |
dit is toegestaan bij wet ». | dit is toegestaan bij wet ». |
« Art. 9.Financiële middelen van lokale overheden. |
« Art. 9.Financiële middelen van lokale overheden. |
1. De lokale autoriteiten hebben binnen het kader van het nationale | 1. De lokale autoriteiten hebben binnen het kader van het nationale |
economische beleid, recht op voldoende eigen financiële middelen, | economische beleid, recht op voldoende eigen financiële middelen, |
waarover zij vrijelijk kunnen beschikken bij de uitoefening van hun | waarover zij vrijelijk kunnen beschikken bij de uitoefening van hun |
bevoegdheden. | bevoegdheden. |
2. De financiële middelen van de lokale autoriteiten dienen evenredig | 2. De financiële middelen van de lokale autoriteiten dienen evenredig |
te zijn aan de bevoegdheden zoals die zijn vastgelegd in de Grondwet | te zijn aan de bevoegdheden zoals die zijn vastgelegd in de Grondwet |
of de wet. | of de wet. |
3. Ten minste een deel van de financiële middelen van de lokale | 3. Ten minste een deel van de financiële middelen van de lokale |
autoriteiten dient te worden verkregen uit lokale belastingen en | autoriteiten dient te worden verkregen uit lokale belastingen en |
heffingen waarover zij, binnen de grenzen bij de wet gesteld, de | heffingen waarover zij, binnen de grenzen bij de wet gesteld, de |
bevoegdheid hebben de hoogte vast te stellen. | bevoegdheid hebben de hoogte vast te stellen. |
4. De financieringsstelsels op basis waarvan lokale autoriteiten | 4. De financieringsstelsels op basis waarvan lokale autoriteiten |
middelen ter beschikking krijgen, dienen voldoende gevarieerd van aard | middelen ter beschikking krijgen, dienen voldoende gevarieerd van aard |
te zijn en groeicapaciteit te hebben om hen in staat te stellen | te zijn en groeicapaciteit te hebben om hen in staat te stellen |
gelijke tred te houden, zoveel als in de praktijk mogelijk is, met de | gelijke tred te houden, zoveel als in de praktijk mogelijk is, met de |
werkelijke groei van de kosten van het uitvoeren van hun taken. | werkelijke groei van de kosten van het uitvoeren van hun taken. |
5. De bescherming van de financieel zwakkere lokale autoriteiten | 5. De bescherming van de financieel zwakkere lokale autoriteiten |
vereist de instelling van procedures om financiële middelen evenredig | vereist de instelling van procedures om financiële middelen evenredig |
te verdelen of van gelijkwaardige maatregelen, die bedoeld zijn de | te verdelen of van gelijkwaardige maatregelen, die bedoeld zijn de |
gevolgen te corrigeren van een ongelijke verdeling van potentiële | gevolgen te corrigeren van een ongelijke verdeling van potentiële |
financieringsbronnen en van de financiële lasten die deze moeten | financieringsbronnen en van de financiële lasten die deze moeten |
dragen. Dergelijke procedures of maatregelen mogen de vrijheid van | dragen. Dergelijke procedures of maatregelen mogen de vrijheid van |
keuze, die de lokale autoriteiten hebben binnen het kader van hun | keuze, die de lokale autoriteiten hebben binnen het kader van hun |
eigen verantwoordelijkheid, niet beperken. | eigen verantwoordelijkheid, niet beperken. |
6. De lokale autoriteiten worden op gepaste wijze geraadpleegd over de | 6. De lokale autoriteiten worden op gepaste wijze geraadpleegd over de |
manier waarop de herverdeelde middelen aan hen zullen worden | manier waarop de herverdeelde middelen aan hen zullen worden |
toegewezen. | toegewezen. |
7. Voorzover mogelijk, dienen subsidies aan lokale autoriteiten niet | 7. Voorzover mogelijk, dienen subsidies aan lokale autoriteiten niet |
bestemd te worden ter financiering van specifieke projecten. De | bestemd te worden ter financiering van specifieke projecten. De |
toewijzing van subsidies dient de fundamentele vrijheid van de lokale | toewijzing van subsidies dient de fundamentele vrijheid van de lokale |
autoriteiten een eigen beleid te voeren binnen de grenzen van hun | autoriteiten een eigen beleid te voeren binnen de grenzen van hun |
eigen competentie niet te belemmeren. | eigen competentie niet te belemmeren. |
8. Ten einde te kunnen lenen voor kapitaalsinvesteringen dienen de | 8. Ten einde te kunnen lenen voor kapitaalsinvesteringen dienen de |
lokale autoriteiten, binnen de grenzen bij de wet gesteld, toegang tot | lokale autoriteiten, binnen de grenzen bij de wet gesteld, toegang tot |
de nationale kapitaalmarkt te hebben ». | de nationale kapitaalmarkt te hebben ». |
« Art. 11.Wettelijke bescherming van lokale autonomie. |
« Art. 11.Wettelijke bescherming van lokale autonomie. |
De lokale autoriteiten hebben het recht rechtsmiddelen aan te wenden | De lokale autoriteiten hebben het recht rechtsmiddelen aan te wenden |
teneinde de zelfstandige uitoefening van hun bevoegdheden te | teneinde de zelfstandige uitoefening van hun bevoegdheden te |
verzekeren alsmede de eerbiediging van die beginselen van lokale | verzekeren alsmede de eerbiediging van die beginselen van lokale |
autonomie die zijn vastgelegd in de grondwet of de interne wetgeving | autonomie die zijn vastgelegd in de grondwet of de interne wetgeving |
». | ». |
B.10.1. De artikelen 41, eerste lid, eerste zin, en 162, tweede lid, | B.10.1. De artikelen 41, eerste lid, eerste zin, en 162, tweede lid, |
1° en 2°, van de Grondwet waarborgen de bevoegdheid van de gemeenten | 1° en 2°, van de Grondwet waarborgen de bevoegdheid van de gemeenten |
voor alles wat tot het gemeentelijk belang behoort, evenals de | voor alles wat tot het gemeentelijk belang behoort, evenals de |
rechtstreekse verkiezing van de gemeenteraden. Zij verankeren het | rechtstreekse verkiezing van de gemeenteraden. Zij verankeren het |
beginsel van de lokale autonomie, dat veronderstelt dat de lokale | beginsel van de lokale autonomie, dat veronderstelt dat de lokale |
overheden zich elke aangelegenheid kunnen toe-eigenen waarvan zij | overheden zich elke aangelegenheid kunnen toe-eigenen waarvan zij |
menen dat ze tot hun belang behoort en ze kunnen regelen zoals zij dat | menen dat ze tot hun belang behoort en ze kunnen regelen zoals zij dat |
opportuun achten. | opportuun achten. |
B.10.2. Het in de voormelde grondwetsbepalingen verankerde beginsel | B.10.2. Het in de voormelde grondwetsbepalingen verankerde beginsel |
van de lokale autonomie doet echter geen afbreuk aan de verplichting | van de lokale autonomie doet echter geen afbreuk aan de verplichting |
van de gemeenten om, wanneer zij optreden op grond van het | van de gemeenten om, wanneer zij optreden op grond van het |
gemeentelijk belang, de hiërarchie der normen in acht te nemen. | gemeentelijk belang, de hiërarchie der normen in acht te nemen. |
Daaruit vloeit voort dat wanneer de federale overheid, een gemeenschap | Daaruit vloeit voort dat wanneer de federale overheid, een gemeenschap |
of een gewest een aangelegenheid regelen die onder hun bevoegdheid | of een gewest een aangelegenheid regelen die onder hun bevoegdheid |
valt, de gemeenten aan die reglementering zijn onderworpen bij de | valt, de gemeenten aan die reglementering zijn onderworpen bij de |
uitoefening van hun bevoegdheid in diezelfde aangelegenheid. Een | uitoefening van hun bevoegdheid in diezelfde aangelegenheid. Een |
beperking van het beginsel van de lokale autonomie die voortvloeit uit | beperking van het beginsel van de lokale autonomie die voortvloeit uit |
een reglementering van de federale Staat, een gemeenschap of een | een reglementering van de federale Staat, een gemeenschap of een |
gewest, zou enkel onbestaanbaar zijn met de artikelen 10 en 11 van de | gewest, zou enkel onbestaanbaar zijn met de artikelen 10 en 11 van de |
Grondwet, in samenhang gelezen met de artikelen 41, eerste lid, en | Grondwet, in samenhang gelezen met de artikelen 41, eerste lid, en |
162, tweede lid, 1° en 2, ervan, wanneer ze kennelijk onevenredig is. | 162, tweede lid, 1° en 2, ervan, wanneer ze kennelijk onevenredig is. |
Zulks zou bijvoorbeeld het geval zijn indien ze ertoe zou leiden dat | Zulks zou bijvoorbeeld het geval zijn indien ze ertoe zou leiden dat |
aan de gemeenten het geheel of de essentie van hun bevoegdheden wordt | aan de gemeenten het geheel of de essentie van hun bevoegdheden wordt |
ontzegd, of indien de beperking van de bevoegdheid niet zou kunnen | ontzegd, of indien de beperking van de bevoegdheid niet zou kunnen |
worden verantwoord door het feit dat die beter zou worden uitgeoefend | worden verantwoord door het feit dat die beter zou worden uitgeoefend |
op een ander bevoegdheidsniveau. | op een ander bevoegdheidsniveau. |
B.11. De in het geding zijnde bepaling, in de interpretatie van het | B.11. De in het geding zijnde bepaling, in de interpretatie van het |
verwijzende rechtscollege, verleent de inwoners van een gemeente de | verwijzende rechtscollege, verleent de inwoners van een gemeente de |
bevoegdheid om, onder bepaalde voorwaarden, namens de gemeente in | bevoegdheid om, onder bepaalde voorwaarden, namens de gemeente in |
rechte op te treden en om de verkregen rechterlijke beslissing namens | rechte op te treden en om de verkregen rechterlijke beslissing namens |
de gemeente te laten uitvoeren. Die bepaling, die werd aangenomen op | de gemeente te laten uitvoeren. Die bepaling, die werd aangenomen op |
grond van de aan het Vlaamse Gewest toekomende bevoegdheid om de | grond van de aan het Vlaamse Gewest toekomende bevoegdheid om de |
samenstelling, de organisatie, de bevoegdheid en de werking van de | samenstelling, de organisatie, de bevoegdheid en de werking van de |
provinciale en gemeentelijke instellingen en van de bovengemeentelijke | provinciale en gemeentelijke instellingen en van de bovengemeentelijke |
besturen te regelen (artikel 6, § 1, VIII, 1°, eerste lid, van de | besturen te regelen (artikel 6, § 1, VIII, 1°, eerste lid, van de |
bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen), | bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen), |
beperkt de bevoegdheden van de gemeentelijke organen en aldus ook het | beperkt de bevoegdheden van de gemeentelijke organen en aldus ook het |
beginsel van de lokale autonomie. | beginsel van de lokale autonomie. |
Gelet op het feit dat de inwoners van een gemeente slechts in rechte | Gelet op het feit dat de inwoners van een gemeente slechts in rechte |
kunnen optreden namens de gemeente wanneer het college van | kunnen optreden namens de gemeente wanneer het college van |
burgemeester en schepenen nalaat om dat te doen, en ermee rekening | burgemeester en schepenen nalaat om dat te doen, en ermee rekening |
houdend dat het recht op uitvoering van definitief geworden | houdend dat het recht op uitvoering van definitief geworden |
rechterlijke beslissingen een essentieel deelaspect vormt van het | rechterlijke beslissingen een essentieel deelaspect vormt van het |
beginsel van de rechtsstaat (EHRM, 7 mei 2002, Burdov t. Rusland, § | beginsel van de rechtsstaat (EHRM, 7 mei 2002, Burdov t. Rusland, § |
34; 17 juni 2003, Ruianu t. Roemenië, § 65), is de voormelde beperking | 34; 17 juni 2003, Ruianu t. Roemenië, § 65), is de voormelde beperking |
van het beginsel van de lokale autonomie evenwel niet kennelijk | van het beginsel van de lokale autonomie evenwel niet kennelijk |
onevenredig. Het verschil in behandeling dat erin bestaat dat de | onevenredig. Het verschil in behandeling dat erin bestaat dat de |
inwoners van een gemeente, in tegenstelling tot het college van | inwoners van een gemeente, in tegenstelling tot het college van |
burgemeester en schepenen, niet door de gemeenteraad ter | burgemeester en schepenen, niet door de gemeenteraad ter |
verantwoording kunnen worden geroepen, is om dezelfde redenen redelijk | verantwoording kunnen worden geroepen, is om dezelfde redenen redelijk |
verantwoord. | verantwoord. |
B.12. De toetsing aan de artikelen 3, 9 en 11 van het Europees | B.12. De toetsing aan de artikelen 3, 9 en 11 van het Europees |
Handvest inzake lokale autonomie, in samenhang gelezen met de | Handvest inzake lokale autonomie, in samenhang gelezen met de |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, leidt niet tot een ander besluit. | artikelen 10 en 11 van de Grondwet, leidt niet tot een ander besluit. |
Artikel 3, lid 1, van dat Handvest definieert de lokale autonomie | Artikel 3, lid 1, van dat Handvest definieert de lokale autonomie |
immers niet als een absoluut recht van de lokale autoriteiten om alle | immers niet als een absoluut recht van de lokale autoriteiten om alle |
openbare aangelegenheden in het belang van de plaatselijke bevolking | openbare aangelegenheden in het belang van de plaatselijke bevolking |
te regelen, maar wel als een recht om « binnen de grenzen van de wet, | te regelen, maar wel als een recht om « binnen de grenzen van de wet, |
een belangrijk deel van de openbare aangelegenheden » te regelen. | een belangrijk deel van de openbare aangelegenheden » te regelen. |
Artikel 3, lid 2, van dat Handvest bepaalt bovendien dat het beginsel | Artikel 3, lid 2, van dat Handvest bepaalt bovendien dat het beginsel |
van de lokale autonomie « op geen enkele wijze in de weg [staat] aan | van de lokale autonomie « op geen enkele wijze in de weg [staat] aan |
het houden van vergaderingen van burgers, aan een referendum, dan wel | het houden van vergaderingen van burgers, aan een referendum, dan wel |
aan enige andere vorm van rechtstreekse deelname van de burgers waar | aan enige andere vorm van rechtstreekse deelname van de burgers waar |
dit is toegestaan bij wet ». | dit is toegestaan bij wet ». |
Rekening houdend met het feit dat een inwoner van een gemeente slechts | Rekening houdend met het feit dat een inwoner van een gemeente slechts |
in naam van de gemeente in rechte kan optreden wanneer het college van | in naam van de gemeente in rechte kan optreden wanneer het college van |
burgemeester en schepenen nalaat dat te doen en nadat de inwoner onder | burgemeester en schepenen nalaat dat te doen en nadat de inwoner onder |
zekerheidstelling heeft aangeboden om persoonlijk de kosten van het | zekerheidstelling heeft aangeboden om persoonlijk de kosten van het |
geding te dragen en in te staan voor de veroordeling tot | geding te dragen en in te staan voor de veroordeling tot |
schadevergoeding of boete wegens tergend en roekeloos geding of hoger | schadevergoeding of boete wegens tergend en roekeloos geding of hoger |
beroep die kan worden uitgesproken, beperkt de in het geding zijnde | beroep die kan worden uitgesproken, beperkt de in het geding zijnde |
bepaling evenmin de door de artikelen 9 en 11 van het Europees | bepaling evenmin de door de artikelen 9 en 11 van het Europees |
Handvest inzake lokale autonomie gewaarborgde rechten betreffende het | Handvest inzake lokale autonomie gewaarborgde rechten betreffende het |
lokale financiële beheer en het aanwenden door de lokale autoriteiten | lokale financiële beheer en het aanwenden door de lokale autoriteiten |
van rechtsmiddelen. | van rechtsmiddelen. |
B.13. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. | B.13. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
Artikel 194 van het Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli 2005 schendt | Artikel 194 van het Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli 2005 schendt |
niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang | niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang |
gelezen met de artikelen 41 en 162, tweede lid, 1° en 2°, van de | gelezen met de artikelen 41 en 162, tweede lid, 1° en 2°, van de |
Grondwet en met de artikelen 3, 9 en 11 van het Europees Handvest | Grondwet en met de artikelen 3, 9 en 11 van het Europees Handvest |
inzake lokale autonomie. | inzake lokale autonomie. |
Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel | Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel |
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, | 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, |
op 14 februari 2019. | op 14 februari 2019. |
De griffier, De voorzitter, | De griffier, De voorzitter, |
F. Meersschaut A. Alen | F. Meersschaut A. Alen |