Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 28/2019 van 14 februari 2019 Rolnummer 6817 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 194 van het Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli 2005, gesteld door het Hof van Beroep te Brussel. Het Grondwettelijk samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. Lavrysen, J.-P. Snappe, P. N(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 28/2019 van 14 februari 2019 Rolnummer 6817 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 194 van het Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli 2005, gesteld door het Hof van Beroep te Brussel. Het Grondwettelijk samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. Lavrysen, J.-P. Snappe, P. N(...) Uittreksel uit arrest nr. 28/2019 van 14 februari 2019 Rolnummer 6817 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 194 van het Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli 2005, gesteld door het Hof van Beroep te Brussel. Het Grondwettelijk samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. Lavrysen, J.-P. Snappe, P. N(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 28/2019 van 14 februari 2019 Uittreksel uit arrest nr. 28/2019 van 14 februari 2019
Rolnummer 6817 Rolnummer 6817
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 194 van het In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 194 van het
Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli 2005, gesteld door het Hof van Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli 2005, gesteld door het Hof van
Beroep te Brussel. Beroep te Brussel.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L. samengesteld uit de voorzitters A. Alen en F. Daoût, en de rechters L.
Lavrysen, J.-P. Snappe, P. Nihoul, T. Giet en J. Moerman, bijgestaan Lavrysen, J.-P. Snappe, P. Nihoul, T. Giet en J. Moerman, bijgestaan
door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter
A. Alen, A. Alen,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging
Bij arrest van 5 december 2017 in zake de gemeente Oud-Heverlee, Bij arrest van 5 december 2017 in zake de gemeente Oud-Heverlee,
vertegenwoordigd door René Decoster, tegen Domien Michiels, met als vertegenwoordigd door René Decoster, tegen Domien Michiels, met als
tussenkomende partij de gemeente Oud-Heverlee, vertegenwoordigd door tussenkomende partij de gemeente Oud-Heverlee, vertegenwoordigd door
haar college van burgemeester en schepenen, waarvan de expeditie ter haar college van burgemeester en schepenen, waarvan de expeditie ter
griffie van het Hof is ingekomen op 18 januari 2018, heeft het Hof van griffie van het Hof is ingekomen op 18 januari 2018, heeft het Hof van
Beroep te Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld : Beroep te Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld :
« Schendt artikel 194 van het gemeentedecreet van 15 juli 2005 de « Schendt artikel 194 van het gemeentedecreet van 15 juli 2005 de
artikelen 41 en 162, eerste lid [lees : tweede lid], 1° en 2°, van de artikelen 41 en 162, eerste lid [lees : tweede lid], 1° en 2°, van de
Grondwet en de artikelen 3, 9 en 11 van het Europees Handvest inzake Grondwet en de artikelen 3, 9 en 11 van het Europees Handvest inzake
lokale autonomie, gedaan te Straatsburg op 15 oktober 1985, gelezen in lokale autonomie, gedaan te Straatsburg op 15 oktober 1985, gelezen in
samenhang met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in de mate dat samenhang met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in de mate dat
het voormelde artikel 194 het mogelijk maakt dat inwoners in de plaats het voormelde artikel 194 het mogelijk maakt dat inwoners in de plaats
van het schepencollege namens de gemeente in rechte vorderen, in de van het schepencollege namens de gemeente in rechte vorderen, in de
hypothese dat de betekening van een bevel tot betaling ressorteert hypothese dat de betekening van een bevel tot betaling ressorteert
onder het begrip in rechte vorderen, terwijl artikel 41 en artikel onder het begrip in rechte vorderen, terwijl artikel 41 en artikel
162, eerste lid, 1° en 2°, van de Grondwet, [die] het beginsel van de 162, eerste lid, 1° en 2°, van de Grondwet, [die] het beginsel van de
gemeentelijke autonomie vooropstellen, vereisen dat uitsluitend gemeentelijke autonomie vooropstellen, vereisen dat uitsluitend
gemeentelijke belangen, al dan niet met een rechtstreekse invloed op gemeentelijke belangen, al dan niet met een rechtstreekse invloed op
de gemeentelijke financiën, door de gemeenteraad, waarvan de de gemeentelijke financiën, door de gemeenteraad, waarvan de
rechtstreekse verkiezing is verzekerd, moeten worden geregeld en rechtstreekse verkiezing is verzekerd, moeten worden geregeld en
waarbij, in het licht van het Europees Handvest inzake lokale waarbij, in het licht van het Europees Handvest inzake lokale
autonomie, het recht om rechtsmiddelen aan te wenden rechtstreeks is autonomie, het recht om rechtsmiddelen aan te wenden rechtstreeks is
verbonden aan het vereiste van de zelfstandige uitoefening van de verbonden aan het vereiste van de zelfstandige uitoefening van de
gemeentelijke bevoegdheden door de gemeenteraad of, in voorkomend gemeentelijke bevoegdheden door de gemeenteraad of, in voorkomend
geval, door het schepencollege als uitvoerend orgaan dat aan de raad geval, door het schepencollege als uitvoerend orgaan dat aan de raad
verantwoording verschuldigd is, terwijl de inwoners die [in rechte verantwoording verschuldigd is, terwijl de inwoners die [in rechte
treden] met toepassing van het substitutierecht bepaald in art. 194 treden] met toepassing van het substitutierecht bepaald in art. 194
van het gemeentedecreet van 15 juli 2005 geen enkele verantwoording van het gemeentedecreet van 15 juli 2005 geen enkele verantwoording
aan de gemeenteraad zijn verschuldigd ? ». aan de gemeenteraad zijn verschuldigd ? ».
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
B.1. Artikel 194 van het Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli 2005 B.1. Artikel 194 van het Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli 2005
(hierna : het Gemeentedecreet) bepaalt : (hierna : het Gemeentedecreet) bepaalt :
« Als het college van burgemeester en schepenen of de gemeenteraad « Als het college van burgemeester en schepenen of de gemeenteraad
nalaten in rechte op te treden, kunnen een of meer inwoners in rechte nalaten in rechte op te treden, kunnen een of meer inwoners in rechte
optreden namens de gemeente, mits zij onder zekerheidstelling optreden namens de gemeente, mits zij onder zekerheidstelling
aanbieden om persoonlijk de kosten van het geding te dragen en in te aanbieden om persoonlijk de kosten van het geding te dragen en in te
staan voor de veroordeling tot schadevergoeding of boete wegens staan voor de veroordeling tot schadevergoeding of boete wegens
tergend en roekeloos geding of hoger beroep die kan worden tergend en roekeloos geding of hoger beroep die kan worden
uitgesproken. uitgesproken.
Dit recht staat ook open voor de rechtspersonen waarvan de Dit recht staat ook open voor de rechtspersonen waarvan de
maatschappelijke zetel in de gemeente is gevestigd. maatschappelijke zetel in de gemeente is gevestigd.
De gemeente kan over het geding geen dading aangaan of er afstand van De gemeente kan over het geding geen dading aangaan of er afstand van
doen zonder instemming van degene die het geding in haar naam heeft doen zonder instemming van degene die het geding in haar naam heeft
gevoerd. gevoerd.
Op straffe van onontvankelijkheid kunnen personen vermeld in het Op straffe van onontvankelijkheid kunnen personen vermeld in het
eerste en tweede lid slechts namens de gemeente in rechte optreden eerste en tweede lid slechts namens de gemeente in rechte optreden
indien zij de gedinginleidende akte aan het college van burgemeester indien zij de gedinginleidende akte aan het college van burgemeester
en schepenen hebben betekend en, daaraan voorafgaand, het college van en schepenen hebben betekend en, daaraan voorafgaand, het college van
burgemeester en schepenen wegens het niet-optreden in gebreke hebben burgemeester en schepenen wegens het niet-optreden in gebreke hebben
gesteld en na een termijn van tien dagen na de betekening van deze gesteld en na een termijn van tien dagen na de betekening van deze
ingebrekestelling geen optreden in rechte vanwege het gemeentebestuur ingebrekestelling geen optreden in rechte vanwege het gemeentebestuur
heeft plaatsgevonden. In geval van hoogdringendheid is geen heeft plaatsgevonden. In geval van hoogdringendheid is geen
voorafgaande ingebrekestelling vereist ». voorafgaande ingebrekestelling vereist ».
B.2. Uit de verwijzingsbeslissing blijkt dat het verwijzende B.2. Uit de verwijzingsbeslissing blijkt dat het verwijzende
rechtscollege die bepaling interpreteert in die zin dat een inwoner rechtscollege die bepaling interpreteert in die zin dat een inwoner
van een gemeente niet alleen namens die gemeente een geschil aanhangig van een gemeente niet alleen namens die gemeente een geschil aanhangig
kan maken bij een rechterlijke instantie, maar eveneens de kan maken bij een rechterlijke instantie, maar eveneens de
rechterlijke uitspraak die het gevolg is van zulk een procedure, rechterlijke uitspraak die het gevolg is van zulk een procedure,
namens de gemeente kan laten uitvoeren wanneer die uitspraak niet namens de gemeente kan laten uitvoeren wanneer die uitspraak niet
wordt nageleefd, onder meer door middel van het betekenen van een wordt nageleefd, onder meer door middel van het betekenen van een
bevel tot betaling van de dwangsommen waartoe de rechterlijke bevel tot betaling van de dwangsommen waartoe de rechterlijke
instantie heeft beslist. instantie heeft beslist.
B.3. Het Hof wordt gevraagd of die bepaling, in de voormelde B.3. Het Hof wordt gevraagd of die bepaling, in de voormelde
interpretatie, bestaanbaar is met de artikelen 41 en 162, tweede lid, interpretatie, bestaanbaar is met de artikelen 41 en 162, tweede lid,
1° en 2°, van de Grondwet en de artikelen 3, 9 en 11 van het Europees 1° en 2°, van de Grondwet en de artikelen 3, 9 en 11 van het Europees
Handvest inzake lokale autonomie, in samenhang gelezen met de Handvest inzake lokale autonomie, in samenhang gelezen met de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat een inwoner die namens de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat een inwoner die namens de
gemeente optreedt, in tegenstelling tot het college van burgemeester gemeente optreedt, in tegenstelling tot het college van burgemeester
en schepenen, geen verantwoording verschuldigd is aan de gemeenteraad, en schepenen, geen verantwoording verschuldigd is aan de gemeenteraad,
en doordat aldus afbreuk zou worden gedaan aan het door de voormelde en doordat aldus afbreuk zou worden gedaan aan het door de voormelde
grondwets- en internationale bepalingen gewaarborgde beginsel van de grondwets- en internationale bepalingen gewaarborgde beginsel van de
lokale autonomie. lokale autonomie.
B.4.1. De tussenkomende partijen voeren aan dat de prejudiciële vraag B.4.1. De tussenkomende partijen voeren aan dat de prejudiciële vraag
niet ontvankelijk is, omdat het Hof niet bevoegd zou zijn om een niet ontvankelijk is, omdat het Hof niet bevoegd zou zijn om een
wetskrachtige bepaling rechtstreeks te toetsen aan de artikelen 41 en wetskrachtige bepaling rechtstreeks te toetsen aan de artikelen 41 en
162 van de Grondwet en aan de artikelen 3, 9 en 11 van het Europees 162 van de Grondwet en aan de artikelen 3, 9 en 11 van het Europees
Handvest inzake lokale autonomie. Handvest inzake lokale autonomie.
B.4.2. In de prejudiciële vraag worden de voormelde grondwets- en B.4.2. In de prejudiciële vraag worden de voormelde grondwets- en
internationale bepalingen aangevoerd « in samenhang [gelezen] met de internationale bepalingen aangevoerd « in samenhang [gelezen] met de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet ». artikelen 10 en 11 van de Grondwet ».
De artikelen 10 en 11 van de Grondwet hebben een algemene draagwijdte. De artikelen 10 en 11 van de Grondwet hebben een algemene draagwijdte.
Zij verbieden elke discriminatie, ongeacht de oorsprong ervan : de Zij verbieden elke discriminatie, ongeacht de oorsprong ervan : de
grondwettelijke regels van de gelijkheid en van de niet-discriminatie grondwettelijke regels van de gelijkheid en van de niet-discriminatie
zijn toepasselijk ten aanzien van alle rechten en alle vrijheden, met zijn toepasselijk ten aanzien van alle rechten en alle vrijheden, met
inbegrip van die welke voortvloeien uit internationale verdragen die inbegrip van die welke voortvloeien uit internationale verdragen die
België binden. België binden.
Het Hof wordt aldus niet gevraagd om de in het geding zijnde bepaling Het Hof wordt aldus niet gevraagd om de in het geding zijnde bepaling
rechtstreeks te toetsen aan de artikelen 41 en 162 van de Grondwet en rechtstreeks te toetsen aan de artikelen 41 en 162 van de Grondwet en
aan de artikelen 3, 9 en 11 van het Europees Handvest inzake lokale aan de artikelen 3, 9 en 11 van het Europees Handvest inzake lokale
autonomie, maar wel om na te gaan of het verschil in behandeling dat autonomie, maar wel om na te gaan of het verschil in behandeling dat
door de in het geding zijnde bepaling in het leven wordt geroepen, door de in het geding zijnde bepaling in het leven wordt geroepen,
naar gelang namens de gemeente in rechte wordt opgetreden door een of naar gelang namens de gemeente in rechte wordt opgetreden door een of
meerdere inwoners, dan wel door het college van burgemeester en meerdere inwoners, dan wel door het college van burgemeester en
schepenen, bestaanbaar is met het beginsel van gelijkheid en schepenen, bestaanbaar is met het beginsel van gelijkheid en
niet-discriminatie, in samenhang gelezen met het beginsel van de niet-discriminatie, in samenhang gelezen met het beginsel van de
lokale autonomie. lokale autonomie.
B.4.3. De exceptie van de tussenkomende partijen wordt verworpen. B.4.3. De exceptie van de tussenkomende partijen wordt verworpen.
B.5.1. In de materies die tot de gemeentelijke bevoegdheden behoren, B.5.1. In de materies die tot de gemeentelijke bevoegdheden behoren,
komt het in beginsel aan de gemeentelijke overheden toe om onwettige komt het in beginsel aan de gemeentelijke overheden toe om onwettige
handelingen te doen ophouden of te voorkomen en om daartoe desnoods in handelingen te doen ophouden of te voorkomen en om daartoe desnoods in
rechte op te treden. Krachtens artikel 193 van het Gemeentedecreet rechte op te treden. Krachtens artikel 193 van het Gemeentedecreet
vertegenwoordigt het college van burgemeester en schepenen de gemeente vertegenwoordigt het college van burgemeester en schepenen de gemeente
in gerechtelijke en buitengerechtelijke gevallen en beslist het om op in gerechtelijke en buitengerechtelijke gevallen en beslist het om op
te treden in rechte namens de gemeente. De gemeenteraad kan evenwel te treden in rechte namens de gemeente. De gemeenteraad kan evenwel
beslissen om deze bevoegdheden in de plaats van het college uit te beslissen om deze bevoegdheden in de plaats van het college uit te
oefenen. oefenen.
B.5.2. Artikel 194 van het Gemeentedecreet beoogt de inwoners van een B.5.2. Artikel 194 van het Gemeentedecreet beoogt de inwoners van een
gemeente in de mogelijkheid te stellen om namens de gemeente in rechte gemeente in de mogelijkheid te stellen om namens de gemeente in rechte
op te treden indien het college van burgemeester en schepenen dat ten op te treden indien het college van burgemeester en schepenen dat ten
onrechte nalaat. onrechte nalaat.
Dat artikel gaat terug op artikel 271, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet Dat artikel gaat terug op artikel 271, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet
en op artikel 150 van de Gemeentewet van 30 maart 1836. en op artikel 150 van de Gemeentewet van 30 maart 1836.
Volgens de parlementaire voorbereiding van artikel 150 van de Volgens de parlementaire voorbereiding van artikel 150 van de
Gemeentewet van 30 maart 1836 beoogde die bepaling het geval waarbij Gemeentewet van 30 maart 1836 beoogde die bepaling het geval waarbij
de gemeente weigert op te treden en inbreuken laat geschieden ten de gemeente weigert op te treden en inbreuken laat geschieden ten
koste van bepaalde inwoners (Pasin., 1836, p. 388). Aldus worden de koste van bepaalde inwoners (Pasin., 1836, p. 388). Aldus worden de
belangen van de gemeente beschermd tegen het stilzitten van haar eigen belangen van de gemeente beschermd tegen het stilzitten van haar eigen
bestuur. bestuur.
B.6.1. Een inwoner van een gemeente die op grond van artikel 194 van B.6.1. Een inwoner van een gemeente die op grond van artikel 194 van
het Gemeentedecreet in rechte optreedt, treedt niet op uit eigen naam, het Gemeentedecreet in rechte optreedt, treedt niet op uit eigen naam,
maar enkel uit naam en als vertegenwoordiger van de gemeente. De maar enkel uit naam en als vertegenwoordiger van de gemeente. De
vordering dient te steunen op een recht van de gemeente en heeft tot vordering dient te steunen op een recht van de gemeente en heeft tot
doel een collectief belang te verdedigen. Bijgevolg vermag een inwoner doel een collectief belang te verdedigen. Bijgevolg vermag een inwoner
van een gemeente slechts namens haar in rechte op te treden voor zover van een gemeente slechts namens haar in rechte op te treden voor zover
de gemeente in kwestie zelf een ontvankelijke vordering kan instellen. de gemeente in kwestie zelf een ontvankelijke vordering kan instellen.
Het komt daarbij aan de rechter bij wie de zaak aanhangig is gemaakt, Het komt daarbij aan de rechter bij wie de zaak aanhangig is gemaakt,
toe om de vordering of het beroep onontvankelijk te verklaren indien toe om de vordering of het beroep onontvankelijk te verklaren indien
de inwoners die namens de gemeente in rechte optreden, geen de inwoners die namens de gemeente in rechte optreden, geen
collectief, maar een louter persoonlijk belang zouden nastreven. collectief, maar een louter persoonlijk belang zouden nastreven.
Bovendien zal de rechter de vordering of het beroep ongegrond Bovendien zal de rechter de vordering of het beroep ongegrond
verklaren indien geen onwettigheid werd begaan. verklaren indien geen onwettigheid werd begaan.
B.6.2. Krachtens artikel 194, eerste lid, van het Gemeentedecreet B.6.2. Krachtens artikel 194, eerste lid, van het Gemeentedecreet
kunnen een of meer inwoners slechts namens de gemeente in rechte kunnen een of meer inwoners slechts namens de gemeente in rechte
optreden wanneer zij onder zekerheidstelling aanbieden om persoonlijk optreden wanneer zij onder zekerheidstelling aanbieden om persoonlijk
de kosten van het geding te dragen en in te staan voor de veroordeling de kosten van het geding te dragen en in te staan voor de veroordeling
tot schadevergoeding of boete wegens tergend en roekeloos geding of tot schadevergoeding of boete wegens tergend en roekeloos geding of
hoger beroep die kan worden uitgesproken. Bovendien kunnen de inwoners hoger beroep die kan worden uitgesproken. Bovendien kunnen de inwoners
van de gemeente, krachtens artikel 194, laatste lid, van het van de gemeente, krachtens artikel 194, laatste lid, van het
Gemeentedecreet, slechts namens de gemeente in rechte optreden nadat Gemeentedecreet, slechts namens de gemeente in rechte optreden nadat
zij het college van burgemeester en schepenen wegens het niet-optreden zij het college van burgemeester en schepenen wegens het niet-optreden
in gebreke hebben gesteld en nadat een termijn van tien dagen na de in gebreke hebben gesteld en nadat een termijn van tien dagen na de
betekening van deze ingebrekestelling is verstreken en er geen betekening van deze ingebrekestelling is verstreken en er geen
optreden in rechte vanwege het gemeentebestuur heeft plaatsgevonden. optreden in rechte vanwege het gemeentebestuur heeft plaatsgevonden.
Op straffe van onontvankelijkheid dienen zij eveneens de Op straffe van onontvankelijkheid dienen zij eveneens de
gedinginleidende akte aan het college van burgemeester en schepenen te gedinginleidende akte aan het college van burgemeester en schepenen te
betekenen. betekenen.
B.6.3. De omstandigheid dat de handeling waartegen de gemeente in B.6.3. De omstandigheid dat de handeling waartegen de gemeente in
rechte optreedt, in overeenstemming is met een beslissing, een rechte optreedt, in overeenstemming is met een beslissing, een
vergunning of een advies van de gemeente of er zelfs een uitvoering vergunning of een advies van de gemeente of er zelfs een uitvoering
van is, verhindert niet dat zij er in rechte tegen optreedt. Artikel van is, verhindert niet dat zij er in rechte tegen optreedt. Artikel
159 van de Grondwet belet een administratieve overheid immers niet de 159 van de Grondwet belet een administratieve overheid immers niet de
onwettigheid aan te voeren van een besluit dat zij zelf heeft genomen. onwettigheid aan te voeren van een besluit dat zij zelf heeft genomen.
Een inwoner kan dus de vorderingen waarover de gemeente beschikt, Een inwoner kan dus de vorderingen waarover de gemeente beschikt,
namens de gemeente instellen, zelfs indien de betwiste handeling in namens de gemeente instellen, zelfs indien de betwiste handeling in
overeenstemming is met de beslissingen van de gemeente. overeenstemming is met de beslissingen van de gemeente.
B.6.4. Wanneer een of meer inwoners namens de gemeente in rechte B.6.4. Wanneer een of meer inwoners namens de gemeente in rechte
optreden, verliest het orgaan dat in de regel bevoegd is om de optreden, verliest het orgaan dat in de regel bevoegd is om de
gemeente in rechte te vertegenwoordigen, zijnde het college van gemeente in rechte te vertegenwoordigen, zijnde het college van
burgemeester en schepenen, de vrije beschikking over de rechten die burgemeester en schepenen, de vrije beschikking over de rechten die
het voorwerp van de vordering uitmaken (Cass., 23 september 2010, het voorwerp van de vordering uitmaken (Cass., 23 september 2010,
C.08.0396.F). Krachtens het derde lid van artikel 194 van het C.08.0396.F). Krachtens het derde lid van artikel 194 van het
Gemeentedecreet kan de gemeente over het geding immers geen dading Gemeentedecreet kan de gemeente over het geding immers geen dading
aangaan of er afstand van doen zonder instemming van degene die het aangaan of er afstand van doen zonder instemming van degene die het
geding namens haar heeft gevoerd. geding namens haar heeft gevoerd.
Het college van burgemeester en schepenen behoudt wel de mogelijkheid Het college van burgemeester en schepenen behoudt wel de mogelijkheid
om deel te nemen aan de procedure teneinde de vordering van de om deel te nemen aan de procedure teneinde de vordering van de
inwoners te ondersteunen, om die vordering voort te zetten of te inwoners te ondersteunen, om die vordering voort te zetten of te
hervatten indien die inwoners in gebreke blijven om de belangen van de hervatten indien die inwoners in gebreke blijven om de belangen van de
gemeente adequaat te verdedigen, dan wel om haar eigen visie ter zake gemeente adequaat te verdedigen, dan wel om haar eigen visie ter zake
uiteen te zetten en de vordering van de inwoners in voorkomend geval uiteen te zetten en de vordering van de inwoners in voorkomend geval
te betwisten. te betwisten.
B.7.1. Krachtens artikel 32 van het Gemeentedecreet hebben de B.7.1. Krachtens artikel 32 van het Gemeentedecreet hebben de
gemeenteraadsleden het recht om aan het college van burgemeester en gemeenteraadsleden het recht om aan het college van burgemeester en
schepenen mondelinge en schriftelijke vragen te stellen. schepenen mondelinge en schriftelijke vragen te stellen.
Wanneer het college van burgemeester en schepenen met toepassing van Wanneer het college van burgemeester en schepenen met toepassing van
artikel 193 van het Gemeentedecreet beslist om namens de gemeente in artikel 193 van het Gemeentedecreet beslist om namens de gemeente in
rechte op te treden of om een rechterlijke uitspraak te laten rechte op te treden of om een rechterlijke uitspraak te laten
uitvoeren, kunnen de gemeenteraadsleden daarover aldus mondelinge en uitvoeren, kunnen de gemeenteraadsleden daarover aldus mondelinge en
schriftelijke vragen stellen aan het college, dat in beginsel ertoe is schriftelijke vragen stellen aan het college, dat in beginsel ertoe is
gehouden die vragen te beantwoorden. gehouden die vragen te beantwoorden.
Wanneer een inwoner van een gemeente met toepassing van artikel 194 Wanneer een inwoner van een gemeente met toepassing van artikel 194
van het Gemeentedecreet beslist om namens de gemeente in rechte op te van het Gemeentedecreet beslist om namens de gemeente in rechte op te
treden of een rechterlijke uitspraak te laten uitvoeren, is die treden of een rechterlijke uitspraak te laten uitvoeren, is die
inwoner, in tegenstelling tot het college van burgemeester en inwoner, in tegenstelling tot het college van burgemeester en
schepenen, niet ertoe gehouden te antwoorden op vragen van de schepenen, niet ertoe gehouden te antwoorden op vragen van de
gemeenteraadsleden. gemeenteraadsleden.
B.7.2. De in het geding zijnde bepaling roept aldus een verschil in B.7.2. De in het geding zijnde bepaling roept aldus een verschil in
behandeling in het leven, naargelang de vordering namens de gemeente behandeling in het leven, naargelang de vordering namens de gemeente
wordt ingesteld door het college van burgemeester en schepenen, dan wordt ingesteld door het college van burgemeester en schepenen, dan
wel door een of meerdere inwoners van de gemeente. wel door een of meerdere inwoners van de gemeente.
B.8. Gelet op het feit dat zowel het college van burgemeester en B.8. Gelet op het feit dat zowel het college van burgemeester en
schepenen als de inwoner van een gemeente in rechte optreden namens de schepenen als de inwoner van een gemeente in rechte optreden namens de
gemeente ter verdediging van een collectief belang, bevinden beide gemeente ter verdediging van een collectief belang, bevinden beide
categorieën zich, in tegenstelling tot wat de appellante voor het categorieën zich, in tegenstelling tot wat de appellante voor het
verwijzende rechtscollege aanvoert, in een voldoende vergelijkbare verwijzende rechtscollege aanvoert, in een voldoende vergelijkbare
situatie. situatie.
B.9.1. Artikel 41, eerste lid, eerste zin, van de Grondwet bepaalt : B.9.1. Artikel 41, eerste lid, eerste zin, van de Grondwet bepaalt :
« De uitsluitend gemeentelijke of provinciale belangen worden door de « De uitsluitend gemeentelijke of provinciale belangen worden door de
gemeenteraden of de provincieraden geregeld volgens de beginselen bij gemeenteraden of de provincieraden geregeld volgens de beginselen bij
de Grondwet vastgesteld ». de Grondwet vastgesteld ».
Artikel 162, eerste lid en tweede lid, 1° en 2°, van de Grondwet Artikel 162, eerste lid en tweede lid, 1° en 2°, van de Grondwet
bepaalt : bepaalt :
« De provinciale en gemeentelijke instellingen worden bij de wet « De provinciale en gemeentelijke instellingen worden bij de wet
geregeld. geregeld.
De wet verzekert de toepassing van de volgende beginselen : De wet verzekert de toepassing van de volgende beginselen :
1° de rechtstreekse verkiezing van de leden van de provincieraden en 1° de rechtstreekse verkiezing van de leden van de provincieraden en
de gemeenteraden; de gemeenteraden;
2° de bevoegdheid van de provincieraden en van de gemeenteraden voor 2° de bevoegdheid van de provincieraden en van de gemeenteraden voor
alles wat van provinciaal en van gemeentelijk belang is, behoudens alles wat van provinciaal en van gemeentelijk belang is, behoudens
goedkeuring van hun handelingen in de gevallen en op de wijze bij de goedkeuring van hun handelingen in de gevallen en op de wijze bij de
wet bepaald ». wet bepaald ».
B.9.2. De artikelen 3, 9 en 11 van het Europees Handvest inzake lokale B.9.2. De artikelen 3, 9 en 11 van het Europees Handvest inzake lokale
autonomie bepalen : autonomie bepalen :
«

Art. 3.Het begrip lokale autonomie.

«

Art. 3.Het begrip lokale autonomie.

1. Lokale autonomie houdt in het recht en het vermogen van lokale 1. Lokale autonomie houdt in het recht en het vermogen van lokale
autoriteiten, binnen de grenzen van de wet, een belangrijk deel van de autoriteiten, binnen de grenzen van de wet, een belangrijk deel van de
openbare aangelegenheden krachtens hun eigen verantwoordelijkheid en openbare aangelegenheden krachtens hun eigen verantwoordelijkheid en
in het belang van de plaatselijke bevolking te regelen en te beheren. in het belang van de plaatselijke bevolking te regelen en te beheren.
2. Dit recht wordt uitgeoefend door raden of vergaderingen waarvan de 2. Dit recht wordt uitgeoefend door raden of vergaderingen waarvan de
leden zijn gekozen door middel van vrije, geheime, op gelijkheid leden zijn gekozen door middel van vrije, geheime, op gelijkheid
berustende, rechtstreekse en algemene verkiezingen, en die over berustende, rechtstreekse en algemene verkiezingen, en die over
uitvoerende organen kunnen beschikken die aan hen verantwoording zijn uitvoerende organen kunnen beschikken die aan hen verantwoording zijn
verschuldigd. Deze bepaling staat op geen enkele wijze in de weg aan verschuldigd. Deze bepaling staat op geen enkele wijze in de weg aan
het houden van vergaderingen van burgers, aan een referendum, dan wel het houden van vergaderingen van burgers, aan een referendum, dan wel
aan enige andere vorm van rechtstreekse deelname van de burgers waar aan enige andere vorm van rechtstreekse deelname van de burgers waar
dit is toegestaan bij wet ». dit is toegestaan bij wet ».
«

Art. 9.Financiële middelen van lokale overheden.

«

Art. 9.Financiële middelen van lokale overheden.

1. De lokale autoriteiten hebben binnen het kader van het nationale 1. De lokale autoriteiten hebben binnen het kader van het nationale
economische beleid, recht op voldoende eigen financiële middelen, economische beleid, recht op voldoende eigen financiële middelen,
waarover zij vrijelijk kunnen beschikken bij de uitoefening van hun waarover zij vrijelijk kunnen beschikken bij de uitoefening van hun
bevoegdheden. bevoegdheden.
2. De financiële middelen van de lokale autoriteiten dienen evenredig 2. De financiële middelen van de lokale autoriteiten dienen evenredig
te zijn aan de bevoegdheden zoals die zijn vastgelegd in de Grondwet te zijn aan de bevoegdheden zoals die zijn vastgelegd in de Grondwet
of de wet. of de wet.
3. Ten minste een deel van de financiële middelen van de lokale 3. Ten minste een deel van de financiële middelen van de lokale
autoriteiten dient te worden verkregen uit lokale belastingen en autoriteiten dient te worden verkregen uit lokale belastingen en
heffingen waarover zij, binnen de grenzen bij de wet gesteld, de heffingen waarover zij, binnen de grenzen bij de wet gesteld, de
bevoegdheid hebben de hoogte vast te stellen. bevoegdheid hebben de hoogte vast te stellen.
4. De financieringsstelsels op basis waarvan lokale autoriteiten 4. De financieringsstelsels op basis waarvan lokale autoriteiten
middelen ter beschikking krijgen, dienen voldoende gevarieerd van aard middelen ter beschikking krijgen, dienen voldoende gevarieerd van aard
te zijn en groeicapaciteit te hebben om hen in staat te stellen te zijn en groeicapaciteit te hebben om hen in staat te stellen
gelijke tred te houden, zoveel als in de praktijk mogelijk is, met de gelijke tred te houden, zoveel als in de praktijk mogelijk is, met de
werkelijke groei van de kosten van het uitvoeren van hun taken. werkelijke groei van de kosten van het uitvoeren van hun taken.
5. De bescherming van de financieel zwakkere lokale autoriteiten 5. De bescherming van de financieel zwakkere lokale autoriteiten
vereist de instelling van procedures om financiële middelen evenredig vereist de instelling van procedures om financiële middelen evenredig
te verdelen of van gelijkwaardige maatregelen, die bedoeld zijn de te verdelen of van gelijkwaardige maatregelen, die bedoeld zijn de
gevolgen te corrigeren van een ongelijke verdeling van potentiële gevolgen te corrigeren van een ongelijke verdeling van potentiële
financieringsbronnen en van de financiële lasten die deze moeten financieringsbronnen en van de financiële lasten die deze moeten
dragen. Dergelijke procedures of maatregelen mogen de vrijheid van dragen. Dergelijke procedures of maatregelen mogen de vrijheid van
keuze, die de lokale autoriteiten hebben binnen het kader van hun keuze, die de lokale autoriteiten hebben binnen het kader van hun
eigen verantwoordelijkheid, niet beperken. eigen verantwoordelijkheid, niet beperken.
6. De lokale autoriteiten worden op gepaste wijze geraadpleegd over de 6. De lokale autoriteiten worden op gepaste wijze geraadpleegd over de
manier waarop de herverdeelde middelen aan hen zullen worden manier waarop de herverdeelde middelen aan hen zullen worden
toegewezen. toegewezen.
7. Voorzover mogelijk, dienen subsidies aan lokale autoriteiten niet 7. Voorzover mogelijk, dienen subsidies aan lokale autoriteiten niet
bestemd te worden ter financiering van specifieke projecten. De bestemd te worden ter financiering van specifieke projecten. De
toewijzing van subsidies dient de fundamentele vrijheid van de lokale toewijzing van subsidies dient de fundamentele vrijheid van de lokale
autoriteiten een eigen beleid te voeren binnen de grenzen van hun autoriteiten een eigen beleid te voeren binnen de grenzen van hun
eigen competentie niet te belemmeren. eigen competentie niet te belemmeren.
8. Ten einde te kunnen lenen voor kapitaalsinvesteringen dienen de 8. Ten einde te kunnen lenen voor kapitaalsinvesteringen dienen de
lokale autoriteiten, binnen de grenzen bij de wet gesteld, toegang tot lokale autoriteiten, binnen de grenzen bij de wet gesteld, toegang tot
de nationale kapitaalmarkt te hebben ». de nationale kapitaalmarkt te hebben ».
«

Art. 11.Wettelijke bescherming van lokale autonomie.

«

Art. 11.Wettelijke bescherming van lokale autonomie.

De lokale autoriteiten hebben het recht rechtsmiddelen aan te wenden De lokale autoriteiten hebben het recht rechtsmiddelen aan te wenden
teneinde de zelfstandige uitoefening van hun bevoegdheden te teneinde de zelfstandige uitoefening van hun bevoegdheden te
verzekeren alsmede de eerbiediging van die beginselen van lokale verzekeren alsmede de eerbiediging van die beginselen van lokale
autonomie die zijn vastgelegd in de grondwet of de interne wetgeving autonomie die zijn vastgelegd in de grondwet of de interne wetgeving
». ».
B.10.1. De artikelen 41, eerste lid, eerste zin, en 162, tweede lid, B.10.1. De artikelen 41, eerste lid, eerste zin, en 162, tweede lid,
1° en 2°, van de Grondwet waarborgen de bevoegdheid van de gemeenten 1° en 2°, van de Grondwet waarborgen de bevoegdheid van de gemeenten
voor alles wat tot het gemeentelijk belang behoort, evenals de voor alles wat tot het gemeentelijk belang behoort, evenals de
rechtstreekse verkiezing van de gemeenteraden. Zij verankeren het rechtstreekse verkiezing van de gemeenteraden. Zij verankeren het
beginsel van de lokale autonomie, dat veronderstelt dat de lokale beginsel van de lokale autonomie, dat veronderstelt dat de lokale
overheden zich elke aangelegenheid kunnen toe-eigenen waarvan zij overheden zich elke aangelegenheid kunnen toe-eigenen waarvan zij
menen dat ze tot hun belang behoort en ze kunnen regelen zoals zij dat menen dat ze tot hun belang behoort en ze kunnen regelen zoals zij dat
opportuun achten. opportuun achten.
B.10.2. Het in de voormelde grondwetsbepalingen verankerde beginsel B.10.2. Het in de voormelde grondwetsbepalingen verankerde beginsel
van de lokale autonomie doet echter geen afbreuk aan de verplichting van de lokale autonomie doet echter geen afbreuk aan de verplichting
van de gemeenten om, wanneer zij optreden op grond van het van de gemeenten om, wanneer zij optreden op grond van het
gemeentelijk belang, de hiërarchie der normen in acht te nemen. gemeentelijk belang, de hiërarchie der normen in acht te nemen.
Daaruit vloeit voort dat wanneer de federale overheid, een gemeenschap Daaruit vloeit voort dat wanneer de federale overheid, een gemeenschap
of een gewest een aangelegenheid regelen die onder hun bevoegdheid of een gewest een aangelegenheid regelen die onder hun bevoegdheid
valt, de gemeenten aan die reglementering zijn onderworpen bij de valt, de gemeenten aan die reglementering zijn onderworpen bij de
uitoefening van hun bevoegdheid in diezelfde aangelegenheid. Een uitoefening van hun bevoegdheid in diezelfde aangelegenheid. Een
beperking van het beginsel van de lokale autonomie die voortvloeit uit beperking van het beginsel van de lokale autonomie die voortvloeit uit
een reglementering van de federale Staat, een gemeenschap of een een reglementering van de federale Staat, een gemeenschap of een
gewest, zou enkel onbestaanbaar zijn met de artikelen 10 en 11 van de gewest, zou enkel onbestaanbaar zijn met de artikelen 10 en 11 van de
Grondwet, in samenhang gelezen met de artikelen 41, eerste lid, en Grondwet, in samenhang gelezen met de artikelen 41, eerste lid, en
162, tweede lid, 1° en 2, ervan, wanneer ze kennelijk onevenredig is. 162, tweede lid, 1° en 2, ervan, wanneer ze kennelijk onevenredig is.
Zulks zou bijvoorbeeld het geval zijn indien ze ertoe zou leiden dat Zulks zou bijvoorbeeld het geval zijn indien ze ertoe zou leiden dat
aan de gemeenten het geheel of de essentie van hun bevoegdheden wordt aan de gemeenten het geheel of de essentie van hun bevoegdheden wordt
ontzegd, of indien de beperking van de bevoegdheid niet zou kunnen ontzegd, of indien de beperking van de bevoegdheid niet zou kunnen
worden verantwoord door het feit dat die beter zou worden uitgeoefend worden verantwoord door het feit dat die beter zou worden uitgeoefend
op een ander bevoegdheidsniveau. op een ander bevoegdheidsniveau.
B.11. De in het geding zijnde bepaling, in de interpretatie van het B.11. De in het geding zijnde bepaling, in de interpretatie van het
verwijzende rechtscollege, verleent de inwoners van een gemeente de verwijzende rechtscollege, verleent de inwoners van een gemeente de
bevoegdheid om, onder bepaalde voorwaarden, namens de gemeente in bevoegdheid om, onder bepaalde voorwaarden, namens de gemeente in
rechte op te treden en om de verkregen rechterlijke beslissing namens rechte op te treden en om de verkregen rechterlijke beslissing namens
de gemeente te laten uitvoeren. Die bepaling, die werd aangenomen op de gemeente te laten uitvoeren. Die bepaling, die werd aangenomen op
grond van de aan het Vlaamse Gewest toekomende bevoegdheid om de grond van de aan het Vlaamse Gewest toekomende bevoegdheid om de
samenstelling, de organisatie, de bevoegdheid en de werking van de samenstelling, de organisatie, de bevoegdheid en de werking van de
provinciale en gemeentelijke instellingen en van de bovengemeentelijke provinciale en gemeentelijke instellingen en van de bovengemeentelijke
besturen te regelen (artikel 6, § 1, VIII, 1°, eerste lid, van de besturen te regelen (artikel 6, § 1, VIII, 1°, eerste lid, van de
bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen), bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen),
beperkt de bevoegdheden van de gemeentelijke organen en aldus ook het beperkt de bevoegdheden van de gemeentelijke organen en aldus ook het
beginsel van de lokale autonomie. beginsel van de lokale autonomie.
Gelet op het feit dat de inwoners van een gemeente slechts in rechte Gelet op het feit dat de inwoners van een gemeente slechts in rechte
kunnen optreden namens de gemeente wanneer het college van kunnen optreden namens de gemeente wanneer het college van
burgemeester en schepenen nalaat om dat te doen, en ermee rekening burgemeester en schepenen nalaat om dat te doen, en ermee rekening
houdend dat het recht op uitvoering van definitief geworden houdend dat het recht op uitvoering van definitief geworden
rechterlijke beslissingen een essentieel deelaspect vormt van het rechterlijke beslissingen een essentieel deelaspect vormt van het
beginsel van de rechtsstaat (EHRM, 7 mei 2002, Burdov t. Rusland, § beginsel van de rechtsstaat (EHRM, 7 mei 2002, Burdov t. Rusland, §
34; 17 juni 2003, Ruianu t. Roemenië, § 65), is de voormelde beperking 34; 17 juni 2003, Ruianu t. Roemenië, § 65), is de voormelde beperking
van het beginsel van de lokale autonomie evenwel niet kennelijk van het beginsel van de lokale autonomie evenwel niet kennelijk
onevenredig. Het verschil in behandeling dat erin bestaat dat de onevenredig. Het verschil in behandeling dat erin bestaat dat de
inwoners van een gemeente, in tegenstelling tot het college van inwoners van een gemeente, in tegenstelling tot het college van
burgemeester en schepenen, niet door de gemeenteraad ter burgemeester en schepenen, niet door de gemeenteraad ter
verantwoording kunnen worden geroepen, is om dezelfde redenen redelijk verantwoording kunnen worden geroepen, is om dezelfde redenen redelijk
verantwoord. verantwoord.
B.12. De toetsing aan de artikelen 3, 9 en 11 van het Europees B.12. De toetsing aan de artikelen 3, 9 en 11 van het Europees
Handvest inzake lokale autonomie, in samenhang gelezen met de Handvest inzake lokale autonomie, in samenhang gelezen met de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, leidt niet tot een ander besluit. artikelen 10 en 11 van de Grondwet, leidt niet tot een ander besluit.
Artikel 3, lid 1, van dat Handvest definieert de lokale autonomie Artikel 3, lid 1, van dat Handvest definieert de lokale autonomie
immers niet als een absoluut recht van de lokale autoriteiten om alle immers niet als een absoluut recht van de lokale autoriteiten om alle
openbare aangelegenheden in het belang van de plaatselijke bevolking openbare aangelegenheden in het belang van de plaatselijke bevolking
te regelen, maar wel als een recht om « binnen de grenzen van de wet, te regelen, maar wel als een recht om « binnen de grenzen van de wet,
een belangrijk deel van de openbare aangelegenheden » te regelen. een belangrijk deel van de openbare aangelegenheden » te regelen.
Artikel 3, lid 2, van dat Handvest bepaalt bovendien dat het beginsel Artikel 3, lid 2, van dat Handvest bepaalt bovendien dat het beginsel
van de lokale autonomie « op geen enkele wijze in de weg [staat] aan van de lokale autonomie « op geen enkele wijze in de weg [staat] aan
het houden van vergaderingen van burgers, aan een referendum, dan wel het houden van vergaderingen van burgers, aan een referendum, dan wel
aan enige andere vorm van rechtstreekse deelname van de burgers waar aan enige andere vorm van rechtstreekse deelname van de burgers waar
dit is toegestaan bij wet ». dit is toegestaan bij wet ».
Rekening houdend met het feit dat een inwoner van een gemeente slechts Rekening houdend met het feit dat een inwoner van een gemeente slechts
in naam van de gemeente in rechte kan optreden wanneer het college van in naam van de gemeente in rechte kan optreden wanneer het college van
burgemeester en schepenen nalaat dat te doen en nadat de inwoner onder burgemeester en schepenen nalaat dat te doen en nadat de inwoner onder
zekerheidstelling heeft aangeboden om persoonlijk de kosten van het zekerheidstelling heeft aangeboden om persoonlijk de kosten van het
geding te dragen en in te staan voor de veroordeling tot geding te dragen en in te staan voor de veroordeling tot
schadevergoeding of boete wegens tergend en roekeloos geding of hoger schadevergoeding of boete wegens tergend en roekeloos geding of hoger
beroep die kan worden uitgesproken, beperkt de in het geding zijnde beroep die kan worden uitgesproken, beperkt de in het geding zijnde
bepaling evenmin de door de artikelen 9 en 11 van het Europees bepaling evenmin de door de artikelen 9 en 11 van het Europees
Handvest inzake lokale autonomie gewaarborgde rechten betreffende het Handvest inzake lokale autonomie gewaarborgde rechten betreffende het
lokale financiële beheer en het aanwenden door de lokale autoriteiten lokale financiële beheer en het aanwenden door de lokale autoriteiten
van rechtsmiddelen. van rechtsmiddelen.
B.13. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. B.13. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
Artikel 194 van het Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli 2005 schendt Artikel 194 van het Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli 2005 schendt
niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang
gelezen met de artikelen 41 en 162, tweede lid, 1° en 2°, van de gelezen met de artikelen 41 en 162, tweede lid, 1° en 2°, van de
Grondwet en met de artikelen 3, 9 en 11 van het Europees Handvest Grondwet en met de artikelen 3, 9 en 11 van het Europees Handvest
inzake lokale autonomie. inzake lokale autonomie.
Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof,
op 14 februari 2019. op 14 februari 2019.
De griffier, De voorzitter, De griffier, De voorzitter,
F. Meersschaut A. Alen F. Meersschaut A. Alen
^