Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 7/2019 van 23 januari 2019 Rolnummer 6747 In zake : de prejudiciële vragen betreffende de artikelen 444 en 445 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg Luxemburg, Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters L. L(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 7/2019 van 23 januari 2019 Rolnummer 6747 In zake : de prejudiciële vragen betreffende de artikelen 444 en 445 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg Luxemburg, Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters L. L(...) Uittreksel uit arrest nr. 7/2019 van 23 januari 2019 Rolnummer 6747 In zake : de prejudiciële vragen betreffende de artikelen 444 en 445 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg Luxemburg, Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters L. L(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 7/2019 van 23 januari 2019 Uittreksel uit arrest nr. 7/2019 van 23 januari 2019
Rolnummer 6747 Rolnummer 6747
In zake : de prejudiciële vragen betreffende de artikelen 444 en 445 In zake : de prejudiciële vragen betreffende de artikelen 444 en 445
van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gesteld door de van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gesteld door de
Rechtbank van eerste aanleg Luxemburg, afdeling Marche-en-Famenne. Rechtbank van eerste aanleg Luxemburg, afdeling Marche-en-Famenne.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters L. samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters L.
Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey,
P. Nihoul, T. Giet, R. Leysen, J. Moerman en M. Pâques, bijgestaan P. Nihoul, T. Giet, R. Leysen, J. Moerman en M. Pâques, bijgestaan
door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter
F. Daoût, F. Daoût,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging
Bij vonnis van 4 oktober 2017 in zake de bvba « Pierret Industries » Bij vonnis van 4 oktober 2017 in zake de bvba « Pierret Industries »
tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof
is ingekomen op 19 oktober 2017, heeft de Rechtbank van eerste aanleg is ingekomen op 19 oktober 2017, heeft de Rechtbank van eerste aanleg
Luxemburg, afdeling Marche-en-Famenne, de volgende prejudiciële vragen Luxemburg, afdeling Marche-en-Famenne, de volgende prejudiciële vragen
gesteld : gesteld :
« 1. Schendt artikel 444 van het WIB 1992 de artikelen 10, 11 en 172 « 1. Schendt artikel 444 van het WIB 1992 de artikelen 10, 11 en 172
van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste
Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de
mens, in zoverre het toelaat meer of minder aanzienlijke verhogingen mens, in zoverre het toelaat meer of minder aanzienlijke verhogingen
te eisen van twee belastingplichtigen die dezelfde overtreding hebben te eisen van twee belastingplichtigen die dezelfde overtreding hebben
begaan, en dat naar gelang van het bedrag van de door hen aangegeven begaan, en dat naar gelang van het bedrag van de door hen aangegeven
inkomsten, wat leidt tot een aanzienlijker te betalen bedrag en dus inkomsten, wat leidt tot een aanzienlijker te betalen bedrag en dus
tot een zwaardere sanctie voor de belastingplichtige die meer tot een zwaardere sanctie voor de belastingplichtige die meer
inkomsten aangeeft terwijl de begane overtreding identiek is ? inkomsten aangeeft terwijl de begane overtreding identiek is ?
2. Schendt artikel 444 van het WIB 1992 de artikelen 10, 11 en 172 van 2. Schendt artikel 444 van het WIB 1992 de artikelen 10, 11 en 172 van
de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste
Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de
mens, in zoverre het toelaat eenzelfde sanctie toe te passen op een mens, in zoverre het toelaat eenzelfde sanctie toe te passen op een
belastingplichtige die zijn fiscale verplichtingen heeft vervuld in de belastingplichtige die zijn fiscale verplichtingen heeft vervuld in de
vorm van voorafbetalingen en op een belastingplichtige die de vorm van voorafbetalingen en op een belastingplichtige die de
belasting niet heeft betaald; paradoxaal genoeg zal immers de belasting niet heeft betaald; paradoxaal genoeg zal immers de
belastingplichtige die zijn gehele (aanzienlijke) belasting heeft belastingplichtige die zijn gehele (aanzienlijke) belasting heeft
betaald door middel van voorafbetalingen, zwaarder worden bestraft dan betaald door middel van voorafbetalingen, zwaarder worden bestraft dan
de belastingplichtige die geen voorafbetalingen heeft gedaan (in de belastingplichtige die geen voorafbetalingen heeft gedaan (in
verhouding tot een minder aanzienlijke belasting) ? verhouding tot een minder aanzienlijke belasting) ?
3. Schenden de artikelen 444 en 445 van het WIB 1992 de artikelen 10, 3. Schenden de artikelen 444 en 445 van het WIB 1992 de artikelen 10,
11 en 172 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 1 van het 11 en 172 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 1 van het
Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten
van de mens, in zoverre zij de belastingadministratie toestaan om het van de mens, in zoverre zij de belastingadministratie toestaan om het
laattijdig indienen van een aangifte zonder de bedoeling de belasting laattijdig indienen van een aangifte zonder de bedoeling de belasting
te ontduiken te bestraffen, hetzij met een boete waarvan het vaste te ontduiken te bestraffen, hetzij met een boete waarvan het vaste
bedrag schommelt tussen 50 euro en 1 250 euro, hetzij met een bedrag schommelt tussen 50 euro en 1 250 euro, hetzij met een
verhoging van 10 pct. tot 50 pct. van de niet-aangegeven inkomsten, verhoging van 10 pct. tot 50 pct. van de niet-aangegeven inkomsten,
bepaald vóór enige verrekening van de voorheffingen, de bepaald vóór enige verrekening van de voorheffingen, de
belastingkredieten, het forfaitair gedeelte van de buitenlandse belastingkredieten, het forfaitair gedeelte van de buitenlandse
belasting en de voorafbetalingen, zonder enig maximumbedrag ? ». belasting en de voorafbetalingen, zonder enig maximumbedrag ? ».
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
Ten aanzien van de in het geding zijnde bepalingen en de context van Ten aanzien van de in het geding zijnde bepalingen en de context van
de prejudiciële vragen de prejudiciële vragen
B.1.1. Artikel 444 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 B.1.1. Artikel 444 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
(hierna : WIB 1992), zoals het van toepassing was op het ogenblik van (hierna : WIB 1992), zoals het van toepassing was op het ogenblik van
de aan de verwijzende rechter voorgelegde feiten, bepaalt : de aan de verwijzende rechter voorgelegde feiten, bepaalt :
« Bij niet-aangifte of in geval van onvolledige of onjuiste aangifte, « Bij niet-aangifte of in geval van onvolledige of onjuiste aangifte,
worden de op het niet aangegeven inkomstengedeelte verschuldigde worden de op het niet aangegeven inkomstengedeelte verschuldigde
belastingen, bepaald voor enige verrekering van de voorheffingen, de belastingen, bepaald voor enige verrekering van de voorheffingen, de
belastingkredieten, het forfaitair gedeelte van de buitenlandse belastingkredieten, het forfaitair gedeelte van de buitenlandse
belasting en de voorafbetalingen, vermeerderd met een belasting en de voorafbetalingen, vermeerderd met een
belastingverhoging die wordt bepaald naar gelang van de aard en de belastingverhoging die wordt bepaald naar gelang van de aard en de
ernst van de overtreding, volgens een schaal waarvan de trappen door ernst van de overtreding, volgens een schaal waarvan de trappen door
de Koning worden vastgesteld en gaande van 10 pct. tot 200 pct. van de de Koning worden vastgesteld en gaande van 10 pct. tot 200 pct. van de
op het niet aangegeven inkomstengedeelte verschuldigde belastingen. op het niet aangegeven inkomstengedeelte verschuldigde belastingen.
Bij ontstentenis van kwade trouw kan worden afgezien van het minimum Bij ontstentenis van kwade trouw kan worden afgezien van het minimum
van 10 pct. belastingverhoging. van 10 pct. belastingverhoging.
Het totaal van de op het niet aangegeven inkomstengedeelte Het totaal van de op het niet aangegeven inkomstengedeelte
verschuldigde belastingen en de belastingverhogingen mag niet hoger verschuldigde belastingen en de belastingverhogingen mag niet hoger
zijn dan het bedrag van de niet aangegeven inkomsten. zijn dan het bedrag van de niet aangegeven inkomsten.
De verhoging wordt slechts toegepast wanneer de niet aangegeven De verhoging wordt slechts toegepast wanneer de niet aangegeven
inkomsten 2.500 EUR bereiken. inkomsten 2.500 EUR bereiken.
[...] ». [...] ».
B.1.2. Sinds de wijziging ervan bij artikel 6 van de wet van 30 juni B.1.2. Sinds de wijziging ervan bij artikel 6 van de wet van 30 juni
2017 houdende maatregelen in de strijd tegen de fiscale fraude (hierna 2017 houdende maatregelen in de strijd tegen de fiscale fraude (hierna
: de wet van 30 juni 2017), bepaalt artikel 444 van het WIB 1992 : : de wet van 30 juni 2017), bepaalt artikel 444 van het WIB 1992 :
« Bij niet-aangifte, bij laattijdige overlegging van de aangifte of in « Bij niet-aangifte, bij laattijdige overlegging van de aangifte of in
geval van onvolledige of onjuiste aangifte, worden de op het niet geval van onvolledige of onjuiste aangifte, worden de op het niet
aangegeven inkomstengedeelte verschuldigde belastingen, bepaald voor aangegeven inkomstengedeelte verschuldigde belastingen, bepaald voor
enige verrekening van de voorheffingen, de belastingkredieten, het enige verrekening van de voorheffingen, de belastingkredieten, het
forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting en de forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting en de
voorafbetalingen, vermeerderd met een belastingverhoging die wordt voorafbetalingen, vermeerderd met een belastingverhoging die wordt
bepaald naar gelang van de aard en de ernst van de overtreding, bepaald naar gelang van de aard en de ernst van de overtreding,
volgens een schaal waarvan de trappen door de Koning worden volgens een schaal waarvan de trappen door de Koning worden
vastgesteld en gaande van 10 pct. tot 200 pct. van de op het niet vastgesteld en gaande van 10 pct. tot 200 pct. van de op het niet
aangegeven inkomstengedeelte verschuldigde belastingen. aangegeven inkomstengedeelte verschuldigde belastingen.
Bij ontstentenis van kwade trouw kan worden afgezien van het minimum Bij ontstentenis van kwade trouw kan worden afgezien van het minimum
van 10 pct. belastingverhoging. van 10 pct. belastingverhoging.
Het totaal van de op het niet aangegeven inkomstengedeelte Het totaal van de op het niet aangegeven inkomstengedeelte
verschuldigde belastingen en de belastingverhogingen mag niet hoger verschuldigde belastingen en de belastingverhogingen mag niet hoger
zijn dan het bedrag van de niet aangegeven inkomsten. zijn dan het bedrag van de niet aangegeven inkomsten.
De verhoging wordt slechts toegepast wanneer de niet aangegeven De verhoging wordt slechts toegepast wanneer de niet aangegeven
inkomsten 2 500 EUR bereiken. inkomsten 2 500 EUR bereiken.
[...] ». [...] ».
B.1.3. De schaal van verhogingen waarin artikel 444 van het WIB 1992 B.1.3. De schaal van verhogingen waarin artikel 444 van het WIB 1992
voorziet, is door artikel 225 van het koninklijk besluit van 27 voorziet, is door artikel 225 van het koninklijk besluit van 27
augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de
inkomstenbelastingen 1992 als volgt vastgesteld : inkomstenbelastingen 1992 als volgt vastgesteld :
Aard van de overtredingen Aard van de overtredingen
Verhogingen Verhogingen
A. A.
Niet-aangifte te wijten aan omstandigheden onafhankelijk van de wil Niet-aangifte te wijten aan omstandigheden onafhankelijk van de wil
van de belastingplichtige : van de belastingplichtige :
Nihil Nihil
B. B.
Niet-aangifte zonder het opzet de belasting te ontduiken : - 1e Niet-aangifte zonder het opzet de belasting te ontduiken : - 1e
overtreding (zonder inachtneming van de in A vermelde gevallen van overtreding (zonder inachtneming van de in A vermelde gevallen van
niet-aangifte) : - 2e overtreding : - 3e overtreding : Vanaf de 4e niet-aangifte) : - 2e overtreding : - 3e overtreding : Vanaf de 4e
overtreding worden de overtredingen van deze aard bij C ingedeeld en overtreding worden de overtredingen van deze aard bij C ingedeeld en
als zodanig bestraft. als zodanig bestraft.
10 pct. 10 pct.
20 pct. 20 pct.
30 pct. 30 pct.
C. C.
Niet-aangifte met het opzet de belasting te ontduiken : - 1e Niet-aangifte met het opzet de belasting te ontduiken : - 1e
overtreding : - 2e overtreding : - 3e overtreding en volgende overtreding : - 2e overtreding : - 3e overtreding en volgende
overtredingen : overtredingen :
50 pct. 50 pct.
100 pct. 100 pct.
200 pct. 200 pct.
D. D.
Niet-aangifte gepaard gaande met ofwel onjuistheid of verwijzing door Niet-aangifte gepaard gaande met ofwel onjuistheid of verwijzing door
valsheid of gebruik van valse stukken tijdens de verificatie van de valsheid of gebruik van valse stukken tijdens de verificatie van de
belastingtoestand, ofwel met een omkoping of een poging tot omkopen belastingtoestand, ofwel met een omkoping of een poging tot omkopen
van ambtenaren : in alle gevallen : van ambtenaren : in alle gevallen :
200 pct. 200 pct.
B.1.4. Artikel 445 van het WIB 1992 bepaalt : B.1.4. Artikel 445 van het WIB 1992 bepaalt :
« § 1. De door de adviseur-generaal gemachtigde ambtenaar kan een « § 1. De door de adviseur-generaal gemachtigde ambtenaar kan een
geldboete van 50 EUR tot 1 250 EUR opleggen voor iedere overtreding geldboete van 50 EUR tot 1 250 EUR opleggen voor iedere overtreding
van de bepalingen van dit Wetboek, evenals van de ter uitvoering ervan van de bepalingen van dit Wetboek, evenals van de ter uitvoering ervan
genomen besluiten. genomen besluiten.
De Koning legt de schaal van de administratieve geldboetes vast en De Koning legt de schaal van de administratieve geldboetes vast en
regelt hun toepassingsmodaliteiten. regelt hun toepassingsmodaliteiten.
Deze geldboete wordt gevestigd en ingevorderd volgens de regelen die Deze geldboete wordt gevestigd en ingevorderd volgens de regelen die
van toepassing zijn inzake personenbelasting. van toepassing zijn inzake personenbelasting.
In afwijking van het tweede lid, wordt de geldboete, die samen met de In afwijking van het tweede lid, wordt de geldboete, die samen met de
voorheffing waarop zij betrekking heeft wordt ingekohierd, gevestigd voorheffing waarop zij betrekking heeft wordt ingekohierd, gevestigd
en ingevorderd volgens de regels die van toepassing zijn inzake en ingevorderd volgens de regels die van toepassing zijn inzake
roerende voorheffing en bedrijfsvoorheffing. roerende voorheffing en bedrijfsvoorheffing.
Geen boete wordt toegepast, wanneer : Geen boete wordt toegepast, wanneer :
- de belastingplichtige aantoont dat het bedrag van de kosten, vermeld - de belastingplichtige aantoont dat het bedrag van de kosten, vermeld
in artikel 57, of van de voordelen van alle aard als bedoeld in de in artikel 57, of van de voordelen van alle aard als bedoeld in de
artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, begrepen is in artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, begrepen is in
een door de verkrijger overeenkomstig artikel 305 ingediende aangifte een door de verkrijger overeenkomstig artikel 305 ingediende aangifte
of in een door de verkrijger in het buitenland ingediende of in een door de verkrijger in het buitenland ingediende
gelijkaardige aangifte; gelijkaardige aangifte;
- in de artikelen 219 en 233, tweede lid, bedoelde verdoken - in de artikelen 219 en 233, tweede lid, bedoelde verdoken
meerwinsten, binnen de in datzelfde artikel 219, vierde lid, bedoelde meerwinsten, binnen de in datzelfde artikel 219, vierde lid, bedoelde
voorwaarden, terug in de boekhouding worden opgenomen in een later voorwaarden, terug in de boekhouding worden opgenomen in een later
boekjaar dan het boekjaar tijdens hetwelk de meerwinst werd boekjaar dan het boekjaar tijdens hetwelk de meerwinst werd
verwezenlijkt. verwezenlijkt.
§ 2. In afwijking van § 1, eerste lid, legt de door de bevoegde § 2. In afwijking van § 1, eerste lid, legt de door de bevoegde
adviseur-generaal gemachtigde ambtenaar een geldboete op van 6 250 EUR adviseur-generaal gemachtigde ambtenaar een geldboete op van 6 250 EUR
wanneer niet voldaan is aan de in artikel 307, § 1/1, eerste lid, c, § wanneer niet voldaan is aan de in artikel 307, § 1/1, eerste lid, c, §
1/3 en § 1/4, bedoelde verplichting. 1/3 en § 1/4, bedoelde verplichting.
De voormelde geldboete wordt opgelegd per jaar en per niet gemelde De voormelde geldboete wordt opgelegd per jaar en per niet gemelde
juridische constructie. juridische constructie.
§ 3. In afwijking van § 1, eerste lid, kan de door de bevoegde § 3. In afwijking van § 1, eerste lid, kan de door de bevoegde
adviseur-generaal gemachtigde ambtenaar voor een overtreding van de adviseur-generaal gemachtigde ambtenaar voor een overtreding van de
bepalingen van de artikelen 321/1 tot 321/6, evenals van de ter bepalingen van de artikelen 321/1 tot 321/6, evenals van de ter
uitvoering ervan genomen besluiten, een boete opleggen van 1 250 EUR uitvoering ervan genomen besluiten, een boete opleggen van 1 250 EUR
tot 25 000 EUR vanaf de tweede overtreding. Voor de overtredingen toe tot 25 000 EUR vanaf de tweede overtreding. Voor de overtredingen toe
te schrijven aan kwade trouw of aan het opzet de belasting te te schrijven aan kwade trouw of aan het opzet de belasting te
ontduiken kan voor de eerste overtreding een boete van 12 500 EUR ontduiken kan voor de eerste overtreding een boete van 12 500 EUR
worden opgelegd. Vanaf de tweede overtreding kan een boete van 25 000 worden opgelegd. Vanaf de tweede overtreding kan een boete van 25 000
EUR worden opgelegd. EUR worden opgelegd.
De Koning legt de schaal van de administratieve geldboetes vast en De Koning legt de schaal van de administratieve geldboetes vast en
regelt hun toepassingsmodaliteiten ». regelt hun toepassingsmodaliteiten ».
B.2. Uit de aan de verwijzende rechter voorgelegde feiten en uit de B.2. Uit de aan de verwijzende rechter voorgelegde feiten en uit de
motivering van de verwijzingsbeslissing blijkt dat aan het Hof vragen motivering van de verwijzingsbeslissing blijkt dat aan het Hof vragen
worden gesteld over de bestaanbaarheid van artikel 444, vóór de worden gesteld over de bestaanbaarheid van artikel 444, vóór de
wijziging ervan bij artikel 6 van de voormelde wet van 30 juni 2017, wijziging ervan bij artikel 6 van de voormelde wet van 30 juni 2017,
en van artikel 445 van het WIB 1992 met de artikelen 10, 11 en 172 van en van artikel 445 van het WIB 1992 met de artikelen 10, 11 en 172 van
de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste
Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de
mens, zo geïnterpreteerd dat zij worden toegepast op een mens, zo geïnterpreteerd dat zij worden toegepast op een
belastingplichtige die zijn belastingaangifte niet tijdig heeft belastingplichtige die zijn belastingaangifte niet tijdig heeft
overgelegd maar die voorafbetalingen had gedaan, waarbij de door de overgelegd maar die voorafbetalingen had gedaan, waarbij de door de
belastingadministratie vastgestelde overtreding vanwege de betrokken belastingadministratie vastgestelde overtreding vanwege de betrokken
belastingplichtige zich reeds heeft voorgedaan in de loop van belastingplichtige zich reeds heeft voorgedaan in de loop van
verschillende eerdere aanslagjaren. verschillende eerdere aanslagjaren.
B.3.1. Artikel 444 van het WIB 1992, in de versie ervan zoals van B.3.1. Artikel 444 van het WIB 1992, in de versie ervan zoals van
toepassing in het bodemgeschil, voorzag in een belastingverhoging bij toepassing in het bodemgeschil, voorzag in een belastingverhoging bij
« niet-aangifte of in geval van onvolledige of onjuiste aangifte » van « niet-aangifte of in geval van onvolledige of onjuiste aangifte » van
de inkomsten. de inkomsten.
Met verwijzing naar rechtspraak van het Hof van Cassatie (Cass., 5 Met verwijzing naar rechtspraak van het Hof van Cassatie (Cass., 5
september 1979, Arr. Cass., 1979-1980, nr. 5), die door hem als september 1979, Arr. Cass., 1979-1980, nr. 5), die door hem als
vaststaand kon worden beschouwd (zie bijvoorbeeld Cass., 1 juli 1947, vaststaand kon worden beschouwd (zie bijvoorbeeld Cass., 1 juli 1947,
Arr. Cass., 1947, p. 242; 21 juni 1955, Arr. Cass., 1955, p. 860; 4 Arr. Cass., 1947, p. 242; 21 juni 1955, Arr. Cass., 1955, p. 860; 4
februari 1969, Arr. Cass., 1969, p. 535; 17 oktober 1977, Arr. Cass., februari 1969, Arr. Cass., 1969, p. 535; 17 oktober 1977, Arr. Cass.,
1978, p. 212; 5 september 1979, Arr. Cass., 1979-1980, nr. 5), is de 1978, p. 212; 5 september 1979, Arr. Cass., 1979-1980, nr. 5), is de
verwijzende rechter van oordeel dat de belastingverhoging eveneens kan verwijzende rechter van oordeel dat de belastingverhoging eveneens kan
worden toegepast bij laattijdige aangifte van de inkomsten, nu op het worden toegepast bij laattijdige aangifte van de inkomsten, nu op het
vlak van de gevolgen een laattijdige afgifte gelijkstaat met een vlak van de gevolgen een laattijdige afgifte gelijkstaat met een
niet-aangifte. niet-aangifte.
B.3.2. Hoewel het Hof van Cassatie een ander standpunt heeft ingenomen B.3.2. Hoewel het Hof van Cassatie een ander standpunt heeft ingenomen
in een arrest van 15 maart 2018 (Cass., 15 maart 2018, F.17.0004.N), in een arrest van 15 maart 2018 (Cass., 15 maart 2018, F.17.0004.N),
beantwoordt het Hof de gestelde prejudiciële vragen in de beantwoordt het Hof de gestelde prejudiciële vragen in de
interpretatie van de verwijzende rechter die, nu zij overeenstemt met interpretatie van de verwijzende rechter die, nu zij overeenstemt met
de vaststaande cassatierechtspraak op het ogenblik van het de vaststaande cassatierechtspraak op het ogenblik van het
verwijzingsvonnis, uiteraard niet kan worden geacht kennelijk onjuist verwijzingsvonnis, uiteraard niet kan worden geacht kennelijk onjuist
te zijn. De omstandigheid dat de wetgever die vaststaande te zijn. De omstandigheid dat de wetgever die vaststaande
cassatierechtspraak uitdrukkelijk heeft bevestigd bij de wet van 30 cassatierechtspraak uitdrukkelijk heeft bevestigd bij de wet van 30
juni 2017, zoals is vermeld in B.1.2, leidt niet tot een andere juni 2017, zoals is vermeld in B.1.2, leidt niet tot een andere
conclusie, temeer daar de wetgever enkel beoogde de tekst van de wet conclusie, temeer daar de wetgever enkel beoogde de tekst van de wet
te laten overeenstemmen met de bedoeling ervan (Parl. St., Kamer, te laten overeenstemmen met de bedoeling ervan (Parl. St., Kamer,
2016-2017, DOC 54-2400/003, p. 5). 2016-2017, DOC 54-2400/003, p. 5).
Ten aanzien van de eerste prejudiciële vraag Ten aanzien van de eerste prejudiciële vraag
B.4. Met de eerste prejudiciële vraag wordt het Hof gevraagd de B.4. Met de eerste prejudiciële vraag wordt het Hof gevraagd de
situatie van twee belastingplichtigen te vergelijken die beiden hun situatie van twee belastingplichtigen te vergelijken die beiden hun
belastingaangifte niet tijdig hebben overgelegd, maar die, met belastingaangifte niet tijdig hebben overgelegd, maar die, met
toepassing van artikel 444 van het WIB 1992, het voorwerp zouden toepassing van artikel 444 van het WIB 1992, het voorwerp zouden
uitmaken van een verschil in behandeling, doordat de hun opgelegde uitmaken van een verschil in behandeling, doordat de hun opgelegde
belastingverhoging wordt berekend volgens het bedrag van de inkomsten belastingverhoging wordt berekend volgens het bedrag van de inkomsten
die zij aangeven, zodat de sanctie, terwijl zij dezelfde overtreding die zij aangeven, zodat de sanctie, terwijl zij dezelfde overtreding
hebben begaan, zwaarder zou zijn voor de belastingplichtige die meer hebben begaan, zwaarder zou zijn voor de belastingplichtige die meer
inkomsten aangeeft dan voor de andere. De verwijzende rechter vraagt inkomsten aangeeft dan voor de andere. De verwijzende rechter vraagt
of artikel 444 van het WIB 1992 aldus bestaanbaar is met de artikelen of artikel 444 van het WIB 1992 aldus bestaanbaar is met de artikelen
10, 11 en 172 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 1 van 10, 11 en 172 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 1 van
het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de
rechten van de mens. rechten van de mens.
B.5.1. De belasting is een heffing die gezagshalve door de Staat wordt B.5.1. De belasting is een heffing die gezagshalve door de Staat wordt
opgelegd. Zij wordt op zijn begroting ingeschreven en is niet de opgelegd. Zij wordt op zijn begroting ingeschreven en is niet de
tegenprestatie voor een dienst die door de overheid wordt geleverd ten tegenprestatie voor een dienst die door de overheid wordt geleverd ten
voordele van de afzonderlijk beschouwde heffingsplichtige. voordele van de afzonderlijk beschouwde heffingsplichtige.
Wat de belastingverhoging betreft, blijkt zowel uit de tekst van Wat de belastingverhoging betreft, blijkt zowel uit de tekst van
artikel 444 van het WIB 1992 zelf, als uit de parlementaire artikel 444 van het WIB 1992 zelf, als uit de parlementaire
voorbereiding van de wetsbepalingen die aan de oorsprong ervan liggen, voorbereiding van de wetsbepalingen die aan de oorsprong ervan liggen,
dat de wetgever een administratieve sanctie heeft willen instellen om dat de wetgever een administratieve sanctie heeft willen instellen om
de fraude te voorkomen en te bestraffen die zou voortvloeien uit de de fraude te voorkomen en te bestraffen die zou voortvloeien uit de
niet-aangifte of uit het onvolledige of onjuiste karakter van de niet-aangifte of uit het onvolledige of onjuiste karakter van de
aangifte. Zij wordt geïnd volgens dezelfde regels als de belasting. aangifte. Zij wordt geïnd volgens dezelfde regels als de belasting.
B.5.2. Uit de in B.1.1 tot B.1.3 aangehaalde bepalingen vloeit voort B.5.2. Uit de in B.1.1 tot B.1.3 aangehaalde bepalingen vloeit voort
dat de belastingverhoging, enerzijds, wordt bepaald rekening houdend dat de belastingverhoging, enerzijds, wordt bepaald rekening houdend
met de aard en de ernst van de overtreding, die het percentage van de met de aard en de ernst van de overtreding, die het percentage van de
verhoging definiëren, en, anderzijds, naar gelang van de grondslag verhoging definiëren, en, anderzijds, naar gelang van de grondslag
ervan, die afhangt van de belasting die verschuldigd is op het ervan, die afhangt van de belasting die verschuldigd is op het
niet-aangegeven inkomstengedeelte. niet-aangegeven inkomstengedeelte.
Het samenvallen van de verhoging met de op het niet aangegeven Het samenvallen van de verhoging met de op het niet aangegeven
inkomstengedeelte verschuldigde belastingen is, sinds de wijziging van inkomstengedeelte verschuldigde belastingen is, sinds de wijziging van
artikel 444 van het WIB 1992 bij artikel 102 van de programmawet van artikel 444 van het WIB 1992 bij artikel 102 van de programmawet van
27 december 2012, uitdrukkelijk verantwoord door het feit dat « de 27 december 2012, uitdrukkelijk verantwoord door het feit dat « de
belastingverhogingen [worden] bepaald voor enige verrekening van de belastingverhogingen [worden] bepaald voor enige verrekening van de
voorheffingen, de belastingkredieten, het forfaitair gedeelte van de voorheffingen, de belastingkredieten, het forfaitair gedeelte van de
buitenlandse belasting en de voorafbetalingen ». buitenlandse belasting en de voorafbetalingen ».
Ten aanzien van de wijze waarop de verhogingen worden berekend, wordt Ten aanzien van de wijze waarop de verhogingen worden berekend, wordt
in de parlementaire voorbereiding van die bepaling vermeld : in de parlementaire voorbereiding van die bepaling vermeld :
« Volgens de huidige regeling kan de belastingplichtige aan die « Volgens de huidige regeling kan de belastingplichtige aan die
verhoging ontsnappen door vooraf voldoende te betalen of in geval van verhoging ontsnappen door vooraf voldoende te betalen of in geval van
een overschot aan voorheffingen. Dat achterpoortje wordt nu gesloten » een overschot aan voorheffingen. Dat achterpoortje wordt nu gesloten »
(Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2561/006, p. 5). (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2561/006, p. 5).
B.6. Gelet op de finaliteit van de belastingverhoging is het redelijk B.6. Gelet op de finaliteit van de belastingverhoging is het redelijk
verantwoord dat de verhoging wordt berekend op de grondslag van de op verantwoord dat de verhoging wordt berekend op de grondslag van de op
het niet, dan wel laattijdig aangegeven inkomstengedeelte het niet, dan wel laattijdig aangegeven inkomstengedeelte
verschuldigde belastingen. De in het geding zijnde bepaling is niet verschuldigde belastingen. De in het geding zijnde bepaling is niet
onbestaanbaar met de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet, in onbestaanbaar met de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet, in
samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij
het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, nu het tweede lid het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, nu het tweede lid
van dat artikel bepaalt dat de voorgaande bepalingen op geen enkele van dat artikel bepaalt dat de voorgaande bepalingen op geen enkele
wijze het recht zullen aantasten dat een Staat heeft om die wetten toe wijze het recht zullen aantasten dat een Staat heeft om die wetten toe
te passen welke hij noodzakelijk oordeelt om de betaling van te passen welke hij noodzakelijk oordeelt om de betaling van
belastingen of andere heffingen en boeten te verzekeren. belastingen of andere heffingen en boeten te verzekeren.
B.7. De eerste prejudiciële vraag dient ontkennend te worden B.7. De eerste prejudiciële vraag dient ontkennend te worden
beantwoord. beantwoord.
Ten aanzien van de tweede prejudiciële vraag Ten aanzien van de tweede prejudiciële vraag
B.8. Met de tweede prejudiciële vraag wordt het Hof gevraagd om de B.8. Met de tweede prejudiciële vraag wordt het Hof gevraagd om de
situatie van twee belastingplichtigen die hun inkomsten laattijdig situatie van twee belastingplichtigen die hun inkomsten laattijdig
hebben aangegeven, te vergelijken in het licht van de hebben aangegeven, te vergelijken in het licht van de
belastingverhoging waarin artikel 444 van het WIB 1992 voorziet, belastingverhoging waarin artikel 444 van het WIB 1992 voorziet,
waarbij de ene voorafbetalingen heeft gedaan en de andere niet. Het waarbij de ene voorafbetalingen heeft gedaan en de andere niet. Het
Hof wordt meer bepaald gevraagd of artikel 444 van het WIB 1992 een Hof wordt meer bepaald gevraagd of artikel 444 van het WIB 1992 een
met het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie strijdig met het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie strijdig
verschil in behandeling in het leven roept, in zoverre de eerste verschil in behandeling in het leven roept, in zoverre de eerste
belastingplichtige zwaarder zou worden bestraft dan de tweede, terwijl belastingplichtige zwaarder zou worden bestraft dan de tweede, terwijl
de eerste, volgens de bewoordingen van de prejudiciële vraag, « zijn de eerste, volgens de bewoordingen van de prejudiciële vraag, « zijn
gehele (aanzienlijke) belasting [zou hebben] betaald door middel van gehele (aanzienlijke) belasting [zou hebben] betaald door middel van
voorafbetalingen ». voorafbetalingen ».
B.9.1. Luidens artikel 305 van het WIB 1992 zijn de B.9.1. Luidens artikel 305 van het WIB 1992 zijn de
belastingplichtigen die aan de personenbelasting, de belastingplichtigen die aan de personenbelasting, de
rechtspersonenbelasting, de vennootschapsbelasting of de belasting van rechtspersonenbelasting, de vennootschapsbelasting of de belasting van
niet-inwoners zijn onderworpen, ertoe gehouden « ieder jaar aan de niet-inwoners zijn onderworpen, ertoe gehouden « ieder jaar aan de
administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen een administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen een
aangifte over te leggen in de vormen en binnen de termijnen omschreven aangifte over te leggen in de vormen en binnen de termijnen omschreven
in de artikelen 307 tot 311 ». in de artikelen 307 tot 311 ».
Die belastingplichtigen blijven aan die verplichting onderworpen, ook Die belastingplichtigen blijven aan die verplichting onderworpen, ook
al hebben zij voorafbetalingen gedaan, die met name toelaten te al hebben zij voorafbetalingen gedaan, die met name toelaten te
ontsnappen aan een belastingverhoging, maar die hen niet vrijstellen ontsnappen aan een belastingverhoging, maar die hen niet vrijstellen
van een correcte aangifte van hun inkomsten in de vormen en binnen de van een correcte aangifte van hun inkomsten in de vormen en binnen de
termijnen waarin de wet voorziet. termijnen waarin de wet voorziet.
B.9.2. Zoals is vermeld in B.5.2, is het verantwoord dat de B.9.2. Zoals is vermeld in B.5.2, is het verantwoord dat de
belastingverhoging wordt berekend op de grondslag van de op het niet, belastingverhoging wordt berekend op de grondslag van de op het niet,
dan wel laattijdig aangegeven inkomstengedeelte verschuldigde dan wel laattijdig aangegeven inkomstengedeelte verschuldigde
belastingen. belastingen.
Hetzelfde artikel 444 van het WIB 1992, zoals het is gewijzigd bij de Hetzelfde artikel 444 van het WIB 1992, zoals het is gewijzigd bij de
programmawet van 27 december 2012 met ingang van het aanslagjaar 2013, programmawet van 27 december 2012 met ingang van het aanslagjaar 2013,
voorziet uitdrukkelijk erin dat voor het bepalen van de voorziet uitdrukkelijk erin dat voor het bepalen van de
belastingverhoging, de op het niet-aangegeven inkomstengedeelte belastingverhoging, de op het niet-aangegeven inkomstengedeelte
verschuldigde belastingen worden berekend « voor enige verrekening van verschuldigde belastingen worden berekend « voor enige verrekening van
[...] de voorafbetalingen », hetgeen in het aan de verwijzende rechter [...] de voorafbetalingen », hetgeen in het aan de verwijzende rechter
voorgelegde geschil is toegepast door de belastingadministratie. voorgelegde geschil is toegepast door de belastingadministratie.
Aldus vermocht de belastingadministratie op grond van artikel 444 van Aldus vermocht de belastingadministratie op grond van artikel 444 van
het WIB 1992 de verhoging toe te passen waarin is voorzien wanneer de het WIB 1992 de verhoging toe te passen waarin is voorzien wanneer de
aangifte niet tijdig is overgelegd, en dit op alle aangifte niet tijdig is overgelegd, en dit op alle
belastingplichtigen, ongeacht of zij al dan niet voorafbetalingen belastingplichtigen, ongeacht of zij al dan niet voorafbetalingen
hadden gedaan. hadden gedaan.
B.9.3. Zowel voor de belastingplichtigen die voorafbetalingen hebben B.9.3. Zowel voor de belastingplichtigen die voorafbetalingen hebben
gedaan, als voor diegenen die dat niet hebben gedaan, is het, om een gedaan, als voor diegenen die dat niet hebben gedaan, is het, om een
correcte aanslag te vestigen, met inachtneming van de artikelen 10, 11 correcte aanslag te vestigen, met inachtneming van de artikelen 10, 11
en 172 van de Grondwet, van wezenlijk belang dat een aangifte van en 172 van de Grondwet, van wezenlijk belang dat een aangifte van
inkomsten wordt ingediend door al die belastingplichtigen en dat, in inkomsten wordt ingediend door al die belastingplichtigen en dat, in
voorkomend geval, de niet-aangifte wordt bestraft. Anders dan de voorkomend geval, de niet-aangifte wordt bestraft. Anders dan de
prejudiciële vraag aangeeft, wordt in geval van verzuim een tijdige prejudiciële vraag aangeeft, wordt in geval van verzuim een tijdige
aangifte over te leggen de belastingplichtige die zijn gehele, in aangifte over te leggen de belastingplichtige die zijn gehele, in
voorkomend geval, aanzienlijke belasting heeft betaald door middel van voorkomend geval, aanzienlijke belasting heeft betaald door middel van
voorafbetalingen, voor dat verzuim niet zwaarder bestraft dan de voorafbetalingen, voor dat verzuim niet zwaarder bestraft dan de
belastingplichtige die geen voorafbetalingen heeft gedaan, in belastingplichtige die geen voorafbetalingen heeft gedaan, in
voorkomend geval in verhouding tot een minder aanzienlijke belasting. voorkomend geval in verhouding tot een minder aanzienlijke belasting.
Artikel 444 van het WIB 1992 bepaalt in dit verband uitdrukkelijk dat Artikel 444 van het WIB 1992 bepaalt in dit verband uitdrukkelijk dat
de belastingverhoging die wordt toegepast volgens een schaal waarvan de belastingverhoging die wordt toegepast volgens een schaal waarvan
de trappen door de Koning worden vastgesteld, gaande van 10 tot 200 % de trappen door de Koning worden vastgesteld, gaande van 10 tot 200 %
van de op het niet-aangegeven inkomstengedeelte verschuldigde van de op het niet-aangegeven inkomstengedeelte verschuldigde
belastingen, wordt bepaald naar gelang van de aard en de ernst van de belastingen, wordt bepaald naar gelang van de aard en de ernst van de
overtreding. De brede marge tussen het minimum- en het maximumtarief, overtreding. De brede marge tussen het minimum- en het maximumtarief,
de minimumdrempel van de niet-aangegeven inkomsten ten belope van de minimumdrempel van de niet-aangegeven inkomsten ten belope van
2.500 euro, en de omstandigheid dat bij ontstentenis van kwade trouw 2.500 euro, en de omstandigheid dat bij ontstentenis van kwade trouw
kan worden afgezien van het minimum van 10 %, laat eerst de Koning en kan worden afgezien van het minimum van 10 %, laat eerst de Koning en
vervolgens de belastingadministratie toe het evenredigheidsbeginsel in vervolgens de belastingadministratie toe het evenredigheidsbeginsel in
acht te nemen. acht te nemen.
B.9.4. De gelijke behandeling van de in de tweede prejudiciële vraag B.9.4. De gelijke behandeling van de in de tweede prejudiciële vraag
vermelde categorieën van belastingplichtigen is niet zonder redelijke vermelde categorieën van belastingplichtigen is niet zonder redelijke
verantwoording. Bijgevolg is de in het geding zijnde bepaling in dat verantwoording. Bijgevolg is de in het geding zijnde bepaling in dat
opzicht niet onbestaanbaar met de artikelen 10, 11 en 172 van de opzicht niet onbestaanbaar met de artikelen 10, 11 en 172 van de
Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste Aanvullend Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste Aanvullend
Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens.
B.10. De tweede prejudiciële vraag dient ontkennend te worden B.10. De tweede prejudiciële vraag dient ontkennend te worden
beantwoord. beantwoord.
Ten aanzien van de derde prejudiciële vraag Ten aanzien van de derde prejudiciële vraag
B.11. De derde prejudiciële vraag heeft betrekking op het verschil in B.11. De derde prejudiciële vraag heeft betrekking op het verschil in
behandeling dat zou voortvloeien uit de artikelen 444 en 445 van het behandeling dat zou voortvloeien uit de artikelen 444 en 445 van het
WIB 1992 « in zoverre zij de belastingadministratie toestaan om het WIB 1992 « in zoverre zij de belastingadministratie toestaan om het
laattijdig indienen van een aangifte zonder de bedoeling de belasting laattijdig indienen van een aangifte zonder de bedoeling de belasting
te ontduiken te bestraffen, hetzij met een boete waarvan het vaste te ontduiken te bestraffen, hetzij met een boete waarvan het vaste
bedrag schommelt tussen 50 euro en 1 250 euro, hetzij met een bedrag schommelt tussen 50 euro en 1 250 euro, hetzij met een
verhoging van 10 pct. tot 50 pct. van de niet-aangegeven inkomsten, verhoging van 10 pct. tot 50 pct. van de niet-aangegeven inkomsten,
bepaald vóór enige verrekening van de voorheffingen, de bepaald vóór enige verrekening van de voorheffingen, de
belastingkredieten, het forfaitair gedeelte van de buitenlandse belastingkredieten, het forfaitair gedeelte van de buitenlandse
belasting en de voorafbetalingen, zonder enig maximumbedrag ». belasting en de voorafbetalingen, zonder enig maximumbedrag ».
B.12.1. Zoals is vermeld in B.9.2, vermocht de belastingadministratie B.12.1. Zoals is vermeld in B.9.2, vermocht de belastingadministratie
met toepassing van artikel 444 van het WIB 1992, ook vóór de wijziging met toepassing van artikel 444 van het WIB 1992, ook vóór de wijziging
van die bepaling bij de wet van 30 juni 2017, de niet-tijdige van die bepaling bij de wet van 30 juni 2017, de niet-tijdige
overlegging van de aangifte van de inkomsten van een overlegging van de aangifte van de inkomsten van een
belastingplichtige die voorafbetalingen heeft gedaan, te bestraffen belastingplichtige die voorafbetalingen heeft gedaan, te bestraffen
door een belastingverhoging berekend op de grondslag van de op het door een belastingverhoging berekend op de grondslag van de op het
laattijdig aangegeven inkomstengedeelte verschuldigde belastingen, laattijdig aangegeven inkomstengedeelte verschuldigde belastingen,
zonder de eventueel door de belastingplichtige gedane voorafbetalingen zonder de eventueel door de belastingplichtige gedane voorafbetalingen
van die grondslag af te trekken. van die grondslag af te trekken.
Het is juist dat de niet-tijdige overlegging van de aangifte voor de Het is juist dat de niet-tijdige overlegging van de aangifte voor de
fiscus een extra risico inhoudt dat de correcte belasting niet wordt fiscus een extra risico inhoudt dat de correcte belasting niet wordt
geïnd, alsook met zich meebrengt dat financiële en menselijke middelen geïnd, alsook met zich meebrengt dat financiële en menselijke middelen
moeten worden ingezet om de vereiste controles met het oog op een moeten worden ingezet om de vereiste controles met het oog op een
correcte inning uit te voeren. correcte inning uit te voeren.
B.12.2. Artikel 445 van het WIB 1992 is ook ingevoerd om de B.12.2. Artikel 445 van het WIB 1992 is ook ingevoerd om de
belastingplichtige aan te moedigen zijn aangifte in te dienen onder de belastingplichtige aan te moedigen zijn aangifte in te dienen onder de
opgelegde wettelijke voorwaarden en binnen de opgelegde wettelijke opgelegde wettelijke voorwaarden en binnen de opgelegde wettelijke
termijnen. termijnen.
De parlementaire voorbereiding die aan de basis van dat artikel ligt, De parlementaire voorbereiding die aan de basis van dat artikel ligt,
vermeldt : vermeldt :
« Inzake administratieve sancties, kent de wetgeving betreffende de « Inzake administratieve sancties, kent de wetgeving betreffende de
inkomstenbelastingen slechts belastingverhogingen; in tegenstelling inkomstenbelastingen slechts belastingverhogingen; in tegenstelling
met de meeste andere belastingwetten kent zij geen administratieve met de meeste andere belastingwetten kent zij geen administratieve
boeten. boeten.
Nochtans moet de administratie in staat zijn de [veelvuldige] Nochtans moet de administratie in staat zijn de [veelvuldige]
verplichtingen te doen naleven die de fiscale wetten aan de verplichtingen te doen naleven die de fiscale wetten aan de
belastingplichtigen en aan derden opleggen. Zij moet kunnen reageren belastingplichtigen en aan derden opleggen. Zij moet kunnen reageren
tegen het lijdelijk verzet, de nalatigheid, de slechte wil van haar tegen het lijdelijk verzet, de nalatigheid, de slechte wil van haar
schuldenaars. De materiële overtreding moet gestraft kunnen worden. schuldenaars. De materiële overtreding moet gestraft kunnen worden.
Daarom, en in acht genomen de meer dan honderdjarige ondervinding Daarom, en in acht genomen de meer dan honderdjarige ondervinding
opgedaan door de administratie der registratie en domeinen, waar het opgedaan door de administratie der registratie en domeinen, waar het
stelsel der administratieve boeten uitstekende resultaten heeft stelsel der administratieve boeten uitstekende resultaten heeft
opgeleverd, stelt de Regering voor dit stelsel tot de directe opgeleverd, stelt de Regering voor dit stelsel tot de directe
belastingen uit te breiden » (Parl. St., Kamer, 1961-1962, nr. 264/1, belastingen uit te breiden » (Parl. St., Kamer, 1961-1962, nr. 264/1,
p. 114). p. 114).
Die vaste geldboete kan dus met name het loutere feit bestraffen dat Die vaste geldboete kan dus met name het loutere feit bestraffen dat
de aangifte niet binnen de wettelijke termijn is ingediend, zonder de aangifte niet binnen de wettelijke termijn is ingediend, zonder
daarbij rekening te houden met de omvang van de niet-aangegeven daarbij rekening te houden met de omvang van de niet-aangegeven
inkomsten. inkomsten.
B.12.3. Zoals het Hof heeft geoordeeld bij zijn arrest nr. 61/2014 van B.12.3. Zoals het Hof heeft geoordeeld bij zijn arrest nr. 61/2014 van
3 april 2014, hebben de fiscale geldboete waarin artikel 445 van het 3 april 2014, hebben de fiscale geldboete waarin artikel 445 van het
WIB 1992 voorziet en de belastingverhoging waarin artikel 444 van het WIB 1992 voorziet en de belastingverhoging waarin artikel 444 van het
WIB 1992 voorziet een overheersend repressief karakter en zijn zij WIB 1992 voorziet een overheersend repressief karakter en zijn zij
derhalve sancties van strafrechtelijke aard in de zin van artikel 4 derhalve sancties van strafrechtelijke aard in de zin van artikel 4
van het Zevende Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van van het Zevende Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van
de mens en van artikel 50 van het Handvest van de grondrechten van de de mens en van artikel 50 van het Handvest van de grondrechten van de
Europese Unie. De ene of de andere sanctie dient bijgevolg te worden Europese Unie. De ene of de andere sanctie dient bijgevolg te worden
toegepast naar gelang van de ernst van de feiten die aan de toegepast naar gelang van de ernst van de feiten die aan de
belastingplichtige worden toegerekend, met inachtneming van het belastingplichtige worden toegerekend, met inachtneming van het
evenredigheidsbeginsel dat in strafzaken van toepassing is. evenredigheidsbeginsel dat in strafzaken van toepassing is.
B.12.4. Voor het overige behoort het tot de bevoegdheid van de B.12.4. Voor het overige behoort het tot de bevoegdheid van de
administratie te kiezen welke van beide sancties dient te worden administratie te kiezen welke van beide sancties dient te worden
toegepast op de overtreding die zij heeft vastgesteld, onder toegepast op de overtreding die zij heeft vastgesteld, onder
voorbehoud van de controle die kan worden uitgevoerd door de ter zake voorbehoud van de controle die kan worden uitgevoerd door de ter zake
bevoegde rechtscolleges, met name in het licht van het bevoegde rechtscolleges, met name in het licht van het
evenredigheidsbeginsel. evenredigheidsbeginsel.
B.13. Onder voorbehoud van hetgeen is vermeld in B.12.3 en B.12.4 B.13. Onder voorbehoud van hetgeen is vermeld in B.12.3 en B.12.4
dient de derde prejudiciële vraag ontkennend te worden beantwoord. dient de derde prejudiciële vraag ontkennend te worden beantwoord.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
Onder voorbehoud van hetgeen is vermeld in B.12.3 en B.12.4, schenden Onder voorbehoud van hetgeen is vermeld in B.12.3 en B.12.4, schenden
de artikelen 444 en 445 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen de artikelen 444 en 445 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen
1992, zoals zij van toepassing zijn op het aan de verwijzende rechter 1992, zoals zij van toepassing zijn op het aan de verwijzende rechter
voorgelegde geschil, niet de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet, voorgelegde geschil, niet de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet,
al dan niet in samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste al dan niet in samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste
Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de
mens. mens.
Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof,
op 23 januari 2019. op 23 januari 2019.
De griffier, De voorzitter, De griffier, De voorzitter,
P.-Y. Dutilleux F. Daoût P.-Y. Dutilleux F. Daoût
^