Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 32/2019 van 28 februari 2019 Rolnummer 6658 In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 2, 3 en 4 van het decreet van het Waalse Gewest van 20 oktober 2016 « houdende wijziging van het decreet van 10 juli Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters L. L(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 32/2019 van 28 februari 2019 Rolnummer 6658 In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 2, 3 en 4 van het decreet van het Waalse Gewest van 20 oktober 2016 « houdende wijziging van het decreet van 10 juli Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters L. L(...) Uittreksel uit arrest nr. 32/2019 van 28 februari 2019 Rolnummer 6658 In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 2, 3 en 4 van het decreet van het Waalse Gewest van 20 oktober 2016 « houdende wijziging van het decreet van 10 juli Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters L. L(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 32/2019 van 28 februari 2019 Uittreksel uit arrest nr. 32/2019 van 28 februari 2019
Rolnummer 6658 Rolnummer 6658
In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 2, 3 en 4 van In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 2, 3 en 4 van
het decreet van het Waalse Gewest van 20 oktober 2016 « houdende het decreet van het Waalse Gewest van 20 oktober 2016 « houdende
wijziging van het decreet van 10 juli 2013 tot invoering van een kader wijziging van het decreet van 10 juli 2013 tot invoering van een kader
om te komen tot een pesticidengebruik dat verenigbaar is met duurzame om te komen tot een pesticidengebruik dat verenigbaar is met duurzame
ontwikkeling en tot wijziging van Boek I van het Milieuwetboek, Boek ontwikkeling en tot wijziging van Boek I van het Milieuwetboek, Boek
II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, de wet van 28 II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, de wet van 28
december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen en het decreet december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen en het decreet
van 12 juli 2001 betreffende de beroepsopleiding in de landbouw », van 12 juli 2001 betreffende de beroepsopleiding in de landbouw »,
ingesteld door de vzw « Belgische vereniging van de industrie van ingesteld door de vzw « Belgische vereniging van de industrie van
plantenbeschermingsmiddelen ». plantenbeschermingsmiddelen ».
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters L. samengesteld uit de voorzitters F. Daoût en A. Alen, en de rechters L.
Lavrysen, J.-P. Snappe, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Lavrysen, J.-P. Snappe, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T.
Giet, R. Leysen en M. Pâques, bijgestaan door de griffier F. Giet, R. Leysen en M. Pâques, bijgestaan door de griffier F.
Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter F. Daoût, Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter F. Daoût,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 9 mei 2017 Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 9 mei 2017
ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 10 mei ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 10 mei
2017, heeft de vzw « Belgische vereniging van de industrie van 2017, heeft de vzw « Belgische vereniging van de industrie van
plantenbeschermingsmiddelen », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. plantenbeschermingsmiddelen », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr.
B. Deltour, advocaat bij de balie te Brussel, beroep tot vernietiging B. Deltour, advocaat bij de balie te Brussel, beroep tot vernietiging
ingesteld van de artikelen 2, 3 en 4 van het decreet van het Waalse ingesteld van de artikelen 2, 3 en 4 van het decreet van het Waalse
Gewest van 20 oktober 2016 « houdende wijziging van het decreet van 10 Gewest van 20 oktober 2016 « houdende wijziging van het decreet van 10
juli 2013 tot invoering van een kader om te komen tot een juli 2013 tot invoering van een kader om te komen tot een
pesticidengebruik dat verenigbaar is met duurzame ontwikkeling en tot pesticidengebruik dat verenigbaar is met duurzame ontwikkeling en tot
wijziging van Boek I van het Milieuwetboek, Boek II van het wijziging van Boek I van het Milieuwetboek, Boek II van het
Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, de wet van 28 december Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, de wet van 28 december
1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen en het decreet van 12 juli 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen en het decreet van 12 juli
2001 betreffende de beroepsopleiding in de landbouw » (bekendgemaakt 2001 betreffende de beroepsopleiding in de landbouw » (bekendgemaakt
in het Belgisch Staatsblad van 10 november 2016, tweede editie). in het Belgisch Staatsblad van 10 november 2016, tweede editie).
(...) (...)
II. In rechte II. In rechte
(...) (...)
Ten aanzien van de bestreden bepalingen Ten aanzien van de bestreden bepalingen
B.1. De verzoekende partij vordert de vernietiging van de artikelen 2 B.1. De verzoekende partij vordert de vernietiging van de artikelen 2
tot 4 van het decreet van het Waalse Gewest van 20 oktober 2016 « tot 4 van het decreet van het Waalse Gewest van 20 oktober 2016 «
houdende wijziging van het decreet van 10 juli 2013 tot invoering van houdende wijziging van het decreet van 10 juli 2013 tot invoering van
een kader om te komen tot een pesticidengebruik dat verenigbaar is met een kader om te komen tot een pesticidengebruik dat verenigbaar is met
duurzame ontwikkeling en tot wijziging van Boek I van het duurzame ontwikkeling en tot wijziging van Boek I van het
Milieuwetboek, Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek Milieuwetboek, Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek
inhoudt, de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare inhoudt, de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare
waterlopen en het decreet van 12 juli 2001 betreffende de waterlopen en het decreet van 12 juli 2001 betreffende de
beroepsopleiding in de landbouw » (hierna : het decreet van 20 oktober beroepsopleiding in de landbouw » (hierna : het decreet van 20 oktober
2016). 2016).
De bestreden bepalingen voeren een artikel 4/1 en een artikel 4/2 in De bestreden bepalingen voeren een artikel 4/1 en een artikel 4/2 in
het voormelde decreet van 10 juli 2013 in en wijzigen artikel 9 van het voormelde decreet van 10 juli 2013 in en wijzigen artikel 9 van
datzelfde decreet. datzelfde decreet.
B.2. Artikel 3 van het decreet van 10 juli 2013, dat titel II met als B.2. Artikel 3 van het decreet van 10 juli 2013, dat titel II met als
opschrift « Toepassingsvoorwaarden voor de pesticiden in de openbare opschrift « Toepassingsvoorwaarden voor de pesticiden in de openbare
ruimten » vormt, bepaalt : ruimten » vormt, bepaalt :
« § 1. De toepassing van gewasbeschermingsmiddelen in de openbare « § 1. De toepassing van gewasbeschermingsmiddelen in de openbare
ruimten is vanaf 1 juni 2014 verboden. ruimten is vanaf 1 juni 2014 verboden.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 kan de Regering de voorwaarden § 2. In afwijking van paragraaf 1 kan de Regering de voorwaarden
bepalen waarin de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen tot 31 mei bepalen waarin de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen tot 31 mei
2019 wordt toegelaten. 2019 wordt toegelaten.
Die voorwaarden bestaan met name in : Die voorwaarden bestaan met name in :
1° de verplichting om een plan op te maken en uit te voeren dat 1° de verplichting om een plan op te maken en uit te voeren dat
betrekking heeft op de beperking van de toepassing van de betrekking heeft op de beperking van de toepassing van de
gewasbeschermingsmiddelen in de openbare ruimten; gewasbeschermingsmiddelen in de openbare ruimten;
2° kwalificaties van het personeel belast met de aankoop, de opslag en 2° kwalificaties van het personeel belast met de aankoop, de opslag en
de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen; de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen;
3° beperkingen van de vergunningen betreffende met name de gebruikte 3° beperkingen van de vergunningen betreffende met name de gebruikte
gewasbeschermingsmiddelen tot de aard en de kenmerken van de ruimten gewasbeschermingsmiddelen tot de aard en de kenmerken van de ruimten
waarop die producten toegepast moeten worden; waarop die producten toegepast moeten worden;
4° voorwaarden m.b.t. de soorten gebruikte gewasbeschermingsmiddelen. 4° voorwaarden m.b.t. de soorten gebruikte gewasbeschermingsmiddelen.
De Regering kan ook de voorwaarden bepalen waarin de toepassing van De Regering kan ook de voorwaarden bepalen waarin de toepassing van
pesticiden toegelaten of verboden is wegens redenen van openbare pesticiden toegelaten of verboden is wegens redenen van openbare
gezondheid, hygiëne, veiligheid van de personen, natuurbehoud en gezondheid, hygiëne, veiligheid van de personen, natuurbehoud en
behoud van het plantenerfgoed met inachtneming van het principe van de behoud van het plantenerfgoed met inachtneming van het principe van de
gewasbescherming. gewasbescherming.
De Regering bepaalt wat onder ' openbare ruimten ' moet worden De Regering bepaalt wat onder ' openbare ruimten ' moet worden
verstaan ». verstaan ».
Artikel 4 van hetzelfde decreet, dat titel III met als opschrift « Artikel 4 van hetzelfde decreet, dat titel III met als opschrift «
Toepassingsvoorwaarden voor de pesticiden in de door het publiek of Toepassingsvoorwaarden voor de pesticiden in de door het publiek of
kwetsbare groepen bezochte ruimten » vormt, bepaalt : kwetsbare groepen bezochte ruimten » vormt, bepaalt :
« De Regering kan de toepassing van pesticiden in de door het publiek « De Regering kan de toepassing van pesticiden in de door het publiek
of kwetsbare groepen bezochte ruimten reglementeren en, indien nodig, of kwetsbare groepen bezochte ruimten reglementeren en, indien nodig,
verbieden. verbieden.
Ze kan ook de voorzorgsmaatregelen m.b.t. de toepassing van pesticiden Ze kan ook de voorzorgsmaatregelen m.b.t. de toepassing van pesticiden
in de nabijheid van die plaatsen bepalen. in de nabijheid van die plaatsen bepalen.
Ze kan de toegang tot het gedeelte van de door het publiek bezochte Ze kan de toegang tot het gedeelte van de door het publiek bezochte
ruimten dat het voorwerp uitmaakt van een behandeling door een ruimten dat het voorwerp uitmaakt van een behandeling door een
gewasbeschermingsmiddel reglementeren of verbieden en de aanplakkings- gewasbeschermingsmiddel reglementeren of verbieden en de aanplakkings-
en bebakeningsvoorwaarden van de behandelde gebieden bepalen. en bebakeningsvoorwaarden van de behandelde gebieden bepalen.
De Regering bepaalt wat onder ' door het publiek bezochte ruimten ' De Regering bepaalt wat onder ' door het publiek bezochte ruimten '
moet worden verstaan ». moet worden verstaan ».
B.3.1. Artikel 2 van het decreet van 20 oktober 2016 voert in het B.3.1. Artikel 2 van het decreet van 20 oktober 2016 voert in het
decreet van 10 juli 2013, onder een nieuwe titel III/1 met als decreet van 10 juli 2013, onder een nieuwe titel III/1 met als
opschrift « Toepassingsvoorwaarden voor bepaalde pesticiden op iedere opschrift « Toepassingsvoorwaarden voor bepaalde pesticiden op iedere
plaats », een nieuw artikel 4/1 in, dat bepaalt : plaats », een nieuw artikel 4/1 in, dat bepaalt :
« § 1. De Regering kan de toepassing van pesticiden op iedere plaats « § 1. De Regering kan de toepassing van pesticiden op iedere plaats
reglementeren en, indien nodig, tijdelijk of voor een onbepaalde duur reglementeren en, indien nodig, tijdelijk of voor een onbepaalde duur
verbieden, als deze pesticiden werkzame stoffen bevatten die een verbieden, als deze pesticiden werkzame stoffen bevatten die een
risico vormen voor de bescherming van het leefmilieu, voor de risico vormen voor de bescherming van het leefmilieu, voor de
menselijke gezondheid of voor het natuurbehoud. menselijke gezondheid of voor het natuurbehoud.
Naar gelang van de omstandigheden, bepaalt de Regering of het verbod Naar gelang van de omstandigheden, bepaalt de Regering of het verbod
of de reglementering bedoeld in het eerste lid toepasselijk is op het of de reglementering bedoeld in het eerste lid toepasselijk is op het
geheel of een gedeelte van het gebied van het Waalse Gewest. geheel of een gedeelte van het gebied van het Waalse Gewest.
Als enkel een gedeelte van het gebied van het Waalse Gewest betrokken Als enkel een gedeelte van het gebied van het Waalse Gewest betrokken
is overeenkomstig het tweede lid, kan de Regering de is overeenkomstig het tweede lid, kan de Regering de
voorzorgsmaatregelen m.b.t. de toepassing van pesticiden in de voorzorgsmaatregelen m.b.t. de toepassing van pesticiden in de
nabijheid van bedoeld gebied bepalen. nabijheid van bedoeld gebied bepalen.
In voorkomend geval, kan de Regering de toegang tot het gedeelte van In voorkomend geval, kan de Regering de toegang tot het gedeelte van
de door het publiek bezochte plaatsen, dat het voorwerp uitmaakt van de door het publiek bezochte plaatsen, dat het voorwerp uitmaakt van
een behandeling door pesticiden, reglementeren of verbieden, en de een behandeling door pesticiden, reglementeren of verbieden, en de
aanplakkings- en bebakeningsvoorwaarden van de behandelde gebieden aanplakkings- en bebakeningsvoorwaarden van de behandelde gebieden
bepalen. bepalen.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, kan de Regering, bij gebrek aan § 2. In afwijking van paragraaf 1, kan de Regering, bij gebrek aan
alternatieven, in uitzonderingen voorzien voor professionele alternatieven, in uitzonderingen voorzien voor professionele
gebruikers, voor zover ze ervoor zorgt dat ze in kennis worden gesteld gebruikers, voor zover ze ervoor zorgt dat ze in kennis worden gesteld
van het risico van bedoelde werkzame stoffen voor de bescherming van van het risico van bedoelde werkzame stoffen voor de bescherming van
het leefmilieu, voor de menselijke gezondheid of voor het het leefmilieu, voor de menselijke gezondheid of voor het
natuurbehoud. natuurbehoud.
De Regering bepaalt wat onder ' professionele gebruikers ' moet worden De Regering bepaalt wat onder ' professionele gebruikers ' moet worden
verstaan ». verstaan ».
B.3.2. Volgens de parlementaire voorbereiding heeft die nieuwe B.3.2. Volgens de parlementaire voorbereiding heeft die nieuwe
bepaling : bepaling :
« [...] tot doel de Regering ertoe te machtigen maatregelen te nemen « [...] tot doel de Regering ertoe te machtigen maatregelen te nemen
die de toepassing beperken of verbieden van sommige pesticiden die die de toepassing beperken of verbieden van sommige pesticiden die
werkzame stoffen bevatten die een risico vormen voor de bescherming werkzame stoffen bevatten die een risico vormen voor de bescherming
van het leefmilieu, voor de menselijke gezondheid of voor het van het leefmilieu, voor de menselijke gezondheid of voor het
natuurbehoud. natuurbehoud.
De bepaling beoogt de werkzame stoffen die een risico vormen voor de De bepaling beoogt de werkzame stoffen die een risico vormen voor de
bescherming van het leefmilieu, voor de menselijke gezondheid of voor bescherming van het leefmilieu, voor de menselijke gezondheid of voor
het natuurbehoud. Het door de werkzame stof veroorzaakte risico moet het natuurbehoud. Het door de werkzame stof veroorzaakte risico moet
worden aangetoond door de Regering in het kader van de motivering van worden aangetoond door de Regering in het kader van de motivering van
de aangenomen beperking of het aangenomen verbod. Die motivering zal de aangenomen beperking of het aangenomen verbod. Die motivering zal
kunnen verwijzen naar het voorzorgsbeginsel bedoeld in artikel 23 van kunnen verwijzen naar het voorzorgsbeginsel bedoeld in artikel 23 van
de Grondwet. In dat opzicht dient te worden herinnerd aan het beginsel de Grondwet. In dat opzicht dient te worden herinnerd aan het beginsel
15 van de Verklaring van Rio van 1992, waarin dat voorzorgsbeginsel in 15 van de Verklaring van Rio van 1992, waarin dat voorzorgsbeginsel in
de volgende bewoordingen wordt gedefinieerd : ' Daar waar ernstige of de volgende bewoordingen wordt gedefinieerd : ' Daar waar ernstige of
onomkeerbare schade dreigt, mag het ontbreken van volledige onomkeerbare schade dreigt, mag het ontbreken van volledige
wetenschappelijke zekerheid niet als voorwendsel worden gebruikt voor wetenschappelijke zekerheid niet als voorwendsel worden gebruikt voor
het uitstellen van effectieve maatregelen om schade aan het milieu te het uitstellen van effectieve maatregelen om schade aan het milieu te
voorkomen '. voorkomen '.
Die beperkingen of verbodsbepalingen zullen betrekking kunnen hebben Die beperkingen of verbodsbepalingen zullen betrekking kunnen hebben
op een of meer pesticiden, en zullen kunnen worden genomen voor op een of meer pesticiden, en zullen kunnen worden genomen voor
bepaalde of onbepaalde duur. Zij zullen eveneens betrekking kunnen bepaalde of onbepaalde duur. Zij zullen eveneens betrekking kunnen
hebben op het volledige of een deel van het Waalse grondgebied. hebben op het volledige of een deel van het Waalse grondgebied.
Hierdoor zullen zij betrekking kunnen hebben op het gebruik, door de Hierdoor zullen zij betrekking kunnen hebben op het gebruik, door de
particulieren, van stoffen op hun privégronden. particulieren, van stoffen op hun privégronden.
De bepaling strekt eveneens ertoe de Regering toe te laten maatregelen De bepaling strekt eveneens ertoe de Regering toe te laten maatregelen
te nemen tot bescherming van bepaalde plaatsen en van de directe te nemen tot bescherming van bepaalde plaatsen en van de directe
omgeving daarvan wanneer de reglementering of het verbod beperkt is omgeving daarvan wanneer de reglementering of het verbod beperkt is
tot een deel van het grondgebied. In het bijzonder worden de tot een deel van het grondgebied. In het bijzonder worden de
bufferzones beoogd, reeds ingesteld bij het besluit van de Waalse bufferzones beoogd, reeds ingesteld bij het besluit van de Waalse
Regering van 11 juli 2013 betreffende een pesticidengebruik dat Regering van 11 juli 2013 betreffende een pesticidengebruik dat
verenigbaar is met de duurzame ontwikkeling en tot wijziging van het verenigbaar is met de duurzame ontwikkeling en tot wijziging van het
Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, en het Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, en het
besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 5 oktober 1978 betreffende besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 5 oktober 1978 betreffende
het opmaken van een verslag over de toestand van het Waalse het opmaken van een verslag over de toestand van het Waalse
leefmilieu. leefmilieu.
Paragraaf 2 maakt het de Regering mogelijk de uitzonderingen op de Paragraaf 2 maakt het de Regering mogelijk de uitzonderingen op de
reglementeringen en/of op de verbodsmaatregelen voor de professionele reglementeringen en/of op de verbodsmaatregelen voor de professionele
gebruikers te definiëren. Die uitzonderingen kunnen evenwel alleen gebruikers te definiëren. Die uitzonderingen kunnen evenwel alleen
worden toegekend voor zover hiervoor geen alternatief bestaat en op worden toegekend voor zover hiervoor geen alternatief bestaat en op
voorwaarde dat die professionele gebruikers beschikken over de voorwaarde dat die professionele gebruikers beschikken over de
vereiste informatie in verband met het zorgwekkende karakter van de vereiste informatie in verband met het zorgwekkende karakter van de
beoogde pesticiden. In dat kader zal de Regering, wanneer zij een beoogde pesticiden. In dat kader zal de Regering, wanneer zij een
reglementering zal aannemen waarbij een afwijking wordt toegekend aan reglementering zal aannemen waarbij een afwijking wordt toegekend aan
de professionele gebruikers, begeleidende maatregelen moeten nemen om de professionele gebruikers, begeleidende maatregelen moeten nemen om
zich ervan te vergewissen dat die gebruikers worden ingelicht over het zich ervan te vergewissen dat die gebruikers worden ingelicht over het
risico dat de beoogde werkzame stoffen inhouden voor de bescherming risico dat de beoogde werkzame stoffen inhouden voor de bescherming
van het leefmilieu, voor de menselijke gezondheid of voor het van het leefmilieu, voor de menselijke gezondheid of voor het
natuurbehoud. Die maatregelen van informatieverstrekking moeten worden natuurbehoud. Die maatregelen van informatieverstrekking moeten worden
aangenomen door de Regering in het kader van haar machtiging. Die aangenomen door de Regering in het kader van haar machtiging. Die
bepaling is precies bedoeld om in het decreet de voorwaarden te bepaling is precies bedoeld om in het decreet de voorwaarden te
bepalen waaronder de Regering, wanneer zij gebruikmaakt van de bepalen waaronder de Regering, wanneer zij gebruikmaakt van de
reglementaire bevoegdheid met toepassing van het ontworpen artikel reglementaire bevoegdheid met toepassing van het ontworpen artikel
4/1, § 1, de professionele gebruikers kan ontslaan van de verplichting 4/1, § 1, de professionele gebruikers kan ontslaan van de verplichting
om de regels in acht te nemen die bij die gelegenheid zijn aangenomen om de regels in acht te nemen die bij die gelegenheid zijn aangenomen
» (Parl. St., Waals Parlement, 2015-2016, nr. 556/1, pp. 6-7). » (Parl. St., Waals Parlement, 2015-2016, nr. 556/1, pp. 6-7).
B.4. Artikel 3 van het decreet van 20 oktober 2016 voert in het B.4. Artikel 3 van het decreet van 20 oktober 2016 voert in het
decreet van 10 juli 2013 een nieuw artikel 4/2 in, dat bepaalt : decreet van 10 juli 2013 een nieuw artikel 4/2 in, dat bepaalt :
« De Regering kan verplichtingen vastleggen ten laste van het « De Regering kan verplichtingen vastleggen ten laste van het
personeel belast met het verkoop van de pesticiden bedoeld in artikel personeel belast met het verkoop van de pesticiden bedoeld in artikel
4/1 voor wat betreft de te verstrekken informatie inzake de te nemen 4/1 voor wat betreft de te verstrekken informatie inzake de te nemen
voorzorgsmaatregelen m.b.t. de toepassing ervan en inzake het risico voorzorgsmaatregelen m.b.t. de toepassing ervan en inzake het risico
van bedoelde werkzame stoffen voor de bescherming van het leefmilieu, van bedoelde werkzame stoffen voor de bescherming van het leefmilieu,
voor de menselijke gezondheid of voor het natuurbehoud. voor de menselijke gezondheid of voor het natuurbehoud.
De Regering neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de De Regering neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de
verstrekte informatie krachtens het eerste lid wel degelijk wordt verstrekte informatie krachtens het eerste lid wel degelijk wordt
meegedeeld aan de gebruikers ». meegedeeld aan de gebruikers ».
B.5. Artikel 4 van het decreet van 20 oktober 2016 vervangt in artikel B.5. Artikel 4 van het decreet van 20 oktober 2016 vervangt in artikel
9, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2013 de woorden « de 9, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2013 de woorden « de
artikelen 3, 4 en 6 » door de woorden « de artikelen 3, 4, 4/1, 4/2 en artikelen 3, 4 en 6 » door de woorden « de artikelen 3, 4, 4/1, 4/2 en
6 », zodat artikel 9 van het decreet van 10 juli 2013 bepaalt : 6 », zodat artikel 9 van het decreet van 10 juli 2013 bepaalt :
« Er wordt een overtreding van derde categorie in de zin van deel VIII « Er wordt een overtreding van derde categorie in de zin van deel VIII
van het decretaal gedeelte van Boek I van het Milieuwetboek begaan van het decretaal gedeelte van Boek I van het Milieuwetboek begaan
door degene die pesticiden in overtreding met de artikelen 3, 4, 4/1, door degene die pesticiden in overtreding met de artikelen 3, 4, 4/1,
4/2 en 6 van dit decreet, alsook met hun uitvoeringsbesluiten toepast, 4/2 en 6 van dit decreet, alsook met hun uitvoeringsbesluiten toepast,
gebruikt of hanteert. gebruikt of hanteert.
Er wordt een overtreding van derde categorie in de zin van deel VIII Er wordt een overtreding van derde categorie in de zin van deel VIII
van hetzelfde Wetboek begaan door de overtreder van de algemene van hetzelfde Wetboek begaan door de overtreder van de algemene
beginselen inzake geïntegreerde gewasbescherming zoals bepaald door de beginselen inzake geïntegreerde gewasbescherming zoals bepaald door de
Regering overeenkomstig artikel 5, § 1 ». Regering overeenkomstig artikel 5, § 1 ».
B.6.1. De bestreden bepalingen breiden het toepassingsgebied van het B.6.1. De bestreden bepalingen breiden het toepassingsgebied van het
decreet van 10 juli 2013 uit. Zij maken het de Waalse Regering decreet van 10 juli 2013 uit. Zij maken het de Waalse Regering
mogelijk om « op iedere plaats » en « op het geheel of een gedeelte mogelijk om « op iedere plaats » en « op het geheel of een gedeelte
van het gebied van het Waalse Gewest » het gebruik van pesticiden te van het gebied van het Waalse Gewest » het gebruik van pesticiden te
reglementeren of te verbieden wanneer die pesticiden werkzame stoffen reglementeren of te verbieden wanneer die pesticiden werkzame stoffen
bevatten die een risico vormen voor de bescherming van het leefmilieu, bevatten die een risico vormen voor de bescherming van het leefmilieu,
voor de menselijke gezondheid of voor het natuurbehoud (nieuw artikel voor de menselijke gezondheid of voor het natuurbehoud (nieuw artikel
4/1, § 1, van het decreet van 10 juli 2013) en, bij gebrek aan 4/1, § 1, van het decreet van 10 juli 2013) en, bij gebrek aan
alternatieven, te voorzien in uitzonderingen op die beperkingen of alternatieven, te voorzien in uitzonderingen op die beperkingen of
verbodsmaatregelen voor de professionele gebruikers (nieuw artikel verbodsmaatregelen voor de professionele gebruikers (nieuw artikel
4/1, § 2, van hetzelfde decreet). Daarnaast laten zij de Regering toe 4/1, § 2, van hetzelfde decreet). Daarnaast laten zij de Regering toe
verplichtingen vast te stellen ten aanzien van het personeel dat verplichtingen vast te stellen ten aanzien van het personeel dat
belast is met de verkoop van de pesticiden wat betreft de aan de belast is met de verkoop van de pesticiden wat betreft de aan de
gebruikers te verstrekken informatie (nieuw artikel 4/2 van hetzelfde gebruikers te verstrekken informatie (nieuw artikel 4/2 van hetzelfde
decreet). decreet).
B.6.2. Op grond van die machtigingen heeft de Waalse Regering het B.6.2. Op grond van die machtigingen heeft de Waalse Regering het
gebruik verboden van de gewasbeschermingsmiddelen op basis van de gebruik verboden van de gewasbeschermingsmiddelen op basis van de
werkzame stof glyfosaat op het volledige grondgebied van het Waalse werkzame stof glyfosaat op het volledige grondgebied van het Waalse
Gewest, gedurende een periode van achttien maanden, behalve voor de Gewest, gedurende een periode van achttien maanden, behalve voor de
professionele gebruikers die houder zijn van een fytolicentie P1, P2 professionele gebruikers die houder zijn van een fytolicentie P1, P2
of P3, die die producten mogen gebruiken onder de voorwaarden bepaald of P3, die die producten mogen gebruiken onder de voorwaarden bepaald
in artikel 2, § 1, tweede en derde lid, van het besluit van de Waalse in artikel 2, § 1, tweede en derde lid, van het besluit van de Waalse
Regering van 30 maart 2017 houdende een verbod op het gebruik van Regering van 30 maart 2017 houdende een verbod op het gebruik van
glyfosaat in gewasbeschermingsmiddelen. glyfosaat in gewasbeschermingsmiddelen.
B.6.3. Bij het besluit van de Waalse Regering van 22 maart 2018 B.6.3. Bij het besluit van de Waalse Regering van 22 maart 2018
houdende een verbod op het gebruik van neonicotinoïden in pesticiden houdende een verbod op het gebruik van neonicotinoïden in pesticiden
heeft de Waalse Regering eveneens het gebruik verboden van pesticiden heeft de Waalse Regering eveneens het gebruik verboden van pesticiden
die neonicotinoïden bevatten, behalve voor de professionele gebruikers die neonicotinoïden bevatten, behalve voor de professionele gebruikers
die houder zijn van een fytolicentie P1, P2 of P3, die de pesticiden die houder zijn van een fytolicentie P1, P2 of P3, die de pesticiden
die neonicotinoïden bevatten, mogen gebruiken onder de voorwaarden die neonicotinoïden bevatten, mogen gebruiken onder de voorwaarden
bepaald in artikel 2, tweede lid en volgende, van dat besluit. bepaald in artikel 2, tweede lid en volgende, van dat besluit.
B.7. Luidens artikel 1 ervan, voorziet het decreet van 10 juli 2013 in B.7. Luidens artikel 1 ervan, voorziet het decreet van 10 juli 2013 in
de gedeeltelijke omzetting van de richtlijn 2009/128/EG van het de gedeeltelijke omzetting van de richtlijn 2009/128/EG van het
Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 « tot vaststelling Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 « tot vaststelling
van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een
duurzaam gebruik van pesticiden ». Die richtlijn heeft blijkens duurzaam gebruik van pesticiden ». Die richtlijn heeft blijkens
artikel 1 ervan als doel « de totstandbrenging van een duurzaam artikel 1 ervan als doel « de totstandbrenging van een duurzaam
gebruik van pesticiden door vermindering van de risico's en de gebruik van pesticiden door vermindering van de risico's en de
effecten van pesticidengebruik op de menselijke gezondheid en het effecten van pesticidengebruik op de menselijke gezondheid en het
milieu en door bevordering van het gebruik van geïntegreerde milieu en door bevordering van het gebruik van geïntegreerde
plaagbestrijding en alternatieve benaderingswijzen of technieken, plaagbestrijding en alternatieve benaderingswijzen of technieken,
zoals niet-chemische alternatieven voor pesticiden ». zoals niet-chemische alternatieven voor pesticiden ».
Artikel 12 van die richtlijn vereist van de lidstaten dat « met Artikel 12 van die richtlijn vereist van de lidstaten dat « met
inachtneming van de eisen inzake hygiëne, volksgezondheid en inachtneming van de eisen inzake hygiëne, volksgezondheid en
biodiversiteit, of van de resultaten van desbetreffende biodiversiteit, of van de resultaten van desbetreffende
risicobeoordelingen, het gebruik van pesticiden in bepaalde specifieke risicobeoordelingen, het gebruik van pesticiden in bepaalde specifieke
gebieden wordt geminimaliseerd of verboden ». De in die bepaling gebieden wordt geminimaliseerd of verboden ». De in die bepaling
bedoelde specifieke gebieden zijn : bedoelde specifieke gebieden zijn :
« a) gebieden die door het brede publiek of door kwetsbare groepen, « a) gebieden die door het brede publiek of door kwetsbare groepen,
zoals omschreven in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1107/2009, zoals omschreven in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1107/2009,
worden gebruikt, zoals parken, openbare tuinen, sport- en worden gebruikt, zoals parken, openbare tuinen, sport- en
recreatieterreinen, schoolterreinen en speelplaatsen, en gebieden in recreatieterreinen, schoolterreinen en speelplaatsen, en gebieden in
de nabijheid van zorginstellingen; de nabijheid van zorginstellingen;
b) beschermde gebieden als omschreven in Richtlijn 2000/60/EG en b) beschermde gebieden als omschreven in Richtlijn 2000/60/EG en
andere gebieden die ten behoeve van de uitvoering van de noodzakelijke andere gebieden die ten behoeve van de uitvoering van de noodzakelijke
natuurbehoudsmaatregelen zijn aangewezen overeenkomstig de bepalingen natuurbehoudsmaatregelen zijn aangewezen overeenkomstig de bepalingen
van Richtlijn 79/409/EEG en Richtlijn 92/43/EEG; van Richtlijn 79/409/EEG en Richtlijn 92/43/EEG;
c) recentelijk behandelde gebieden die door werknemers in de landbouw c) recentelijk behandelde gebieden die door werknemers in de landbouw
worden gebruikt of voor hen toegankelijk zijn ». worden gebruikt of voor hen toegankelijk zijn ».
Artikel 2, lid 3, van die richtlijn voorziet erin dat de bepalingen Artikel 2, lid 3, van die richtlijn voorziet erin dat de bepalingen
ervan « voor de lidstaten geen beletsel [vormen] om het ervan « voor de lidstaten geen beletsel [vormen] om het
voorzorgsbeginsel toe te passen bij het beperken of [het] verbieden voorzorgsbeginsel toe te passen bij het beperken of [het] verbieden
van het gebruik van pesticiden onder bepaalde omstandigheden of in van het gebruik van pesticiden onder bepaalde omstandigheden of in
bepaalde gebieden ». bepaalde gebieden ».
Ten aanzien van de ontvankelijkheid Ten aanzien van de ontvankelijkheid
B.8.1. De Waalse Regering betwist het belang van de verzoekende B.8.1. De Waalse Regering betwist het belang van de verzoekende
partij, omdat de aangevoerde schendingen niet zouden voortvloeien uit partij, omdat de aangevoerde schendingen niet zouden voortvloeien uit
de bestreden bepalingen, maar uitsluitend uit de wijze waarop de de bestreden bepalingen, maar uitsluitend uit de wijze waarop de
Waalse Regering zou gebruikmaken van de daarbij verleende Waalse Regering zou gebruikmaken van de daarbij verleende
machtigingen. machtigingen.
B.8.2. Aangezien de exceptie van niet-ontvankelijkheid verband houdt B.8.2. Aangezien de exceptie van niet-ontvankelijkheid verband houdt
met de draagwijdte van de bestreden bepalingen, valt het onderzoek met de draagwijdte van de bestreden bepalingen, valt het onderzoek
ervan samen met dat van de grond van de zaak. ervan samen met dat van de grond van de zaak.
B.9. Het Hof beperkt zijn onderzoek tot de bestreden bepalingen B.9. Het Hof beperkt zijn onderzoek tot de bestreden bepalingen
waartegen daadwerkelijk grieven zijn gericht. waartegen daadwerkelijk grieven zijn gericht.
Geen enkele grief heeft betrekking op de artikelen 3 en 4 van het Geen enkele grief heeft betrekking op de artikelen 3 en 4 van het
decreet van 20 oktober 2016. decreet van 20 oktober 2016.
Het Hof onderzoekt het beroep uitsluitend in zoverre het artikel 2 van Het Hof onderzoekt het beroep uitsluitend in zoverre het artikel 2 van
dat bestreden decreet beoogt. dat bestreden decreet beoogt.
B.10. Het Hof is niet bevoegd om te oordelen over een beroep dat is B.10. Het Hof is niet bevoegd om te oordelen over een beroep dat is
gericht tegen een besluit van de Waalse Regering, dat geen gericht tegen een besluit van de Waalse Regering, dat geen
wetskrachtige norm is. Het staat aan de bevoegde rechter om na te gaan wetskrachtige norm is. Het staat aan de bevoegde rechter om na te gaan
of het voormelde besluit van de Waalse Regering van 30 maart 2017 of het voormelde besluit van de Waalse Regering van 30 maart 2017
bestaanbaar is met de hogere rechtsnormen. bestaanbaar is met de hogere rechtsnormen.
Het beroep is derhalve niet ontvankelijk, in zoverre het betrekking Het beroep is derhalve niet ontvankelijk, in zoverre het betrekking
heeft op het besluit van de Waalse Regering van 30 maart 2017. heeft op het besluit van de Waalse Regering van 30 maart 2017.
B.11.1. Om te voldoen aan de vereisten van artikel 6 van de bijzondere B.11.1. Om te voldoen aan de vereisten van artikel 6 van de bijzondere
wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, moeten de middelen wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, moeten de middelen
van het verzoekschrift te kennen geven welke van de regels waarvan het van het verzoekschrift te kennen geven welke van de regels waarvan het
Hof de naleving waarborgt, zouden geschonden zijn, alsook welke de Hof de naleving waarborgt, zouden geschonden zijn, alsook welke de
bepalingen zijn die deze regels zouden schenden, en uiteenzetten in bepalingen zijn die deze regels zouden schenden, en uiteenzetten in
welk opzicht die regels door de bedoelde bepalingen zouden zijn welk opzicht die regels door de bedoelde bepalingen zouden zijn
geschonden. geschonden.
B.11.2. De verzoekende partij zet, in het kader van het enige middel, B.11.2. De verzoekende partij zet, in het kader van het enige middel,
niet uiteen op welke manier de bestreden bepalingen de artikelen 7bis, niet uiteen op welke manier de bestreden bepalingen de artikelen 7bis,
23 en 35 van de Grondwet, artikel 6, § 1, V, tweede lid, 1°, van de 23 en 35 van de Grondwet, artikel 6, § 1, V, tweede lid, 1°, van de
bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, de
verordening (EG) nr. 1107/2009, de richtlijn 2009/128/EG, of het verordening (EG) nr. 1107/2009, de richtlijn 2009/128/EG, of het
redelijkheidsbeginsel zouden schenden. redelijkheidsbeginsel zouden schenden.
In de mate waarin het middel is afgeleid uit een schending van die In de mate waarin het middel is afgeleid uit een schending van die
bepalingen, is het niet ontvankelijk. bepalingen, is het niet ontvankelijk.
B.12. Wetskrachtige normen, behoudens wanneer zij bepalingen bevatten B.12. Wetskrachtige normen, behoudens wanneer zij bepalingen bevatten
die de bevoegdheid tussen de Staat, de gemeenschappen en de gewesten die de bevoegdheid tussen de Staat, de gemeenschappen en de gewesten
verdelen, behoren niet tot de normen waaraan het Hof een andere verdelen, behoren niet tot de normen waaraan het Hof een andere
wetskrachtige norm vermag te toetsen. In beginsel staat immers niets wetskrachtige norm vermag te toetsen. In beginsel staat immers niets
eraan in de weg dat een bepaling van wetgevende aard afwijkt van een eraan in de weg dat een bepaling van wetgevende aard afwijkt van een
andere bepaling van dezelfde aard. andere bepaling van dezelfde aard.
Koninklijke besluiten behoren, onder hetzelfde voorbehoud, evenmin tot Koninklijke besluiten behoren, onder hetzelfde voorbehoud, evenmin tot
de normen waaraan het Hof een wetskrachtige norm vermag te toetsen. de normen waaraan het Hof een wetskrachtige norm vermag te toetsen.
In de mate waarin het middel is afgeleid uit de schending van de wet In de mate waarin het middel is afgeleid uit de schending van de wet
van 21 december 1998 « betreffende de productnormen ter bevordering van 21 december 1998 « betreffende de productnormen ter bevordering
van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van
het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers », van het het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers », van het
koninklijk besluit van 28 februari 1994 « betreffende het bewaren, het koninklijk besluit van 28 februari 1994 « betreffende het bewaren, het
op de markt brengen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen voor op de markt brengen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen voor
landbouwkundig gebruik » en van het koninklijk besluit van 19 maart landbouwkundig gebruik » en van het koninklijk besluit van 19 maart
2013 « ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van 2013 « ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van
gewasbeschermingsmiddelen en toevoegingsstoffen », is het niet gewasbeschermingsmiddelen en toevoegingsstoffen », is het niet
ontvankelijk. ontvankelijk.
B.13. In zoverre de verzoekende partij in haar memorie van antwoord B.13. In zoverre de verzoekende partij in haar memorie van antwoord
aanvoert dat de machtigingen waarin de bestreden bepalingen voorzien, aanvoert dat de machtigingen waarin de bestreden bepalingen voorzien,
de artikelen 69 tot 71 van de verordening (EG) nr. 1107/2009 schenden, de artikelen 69 tot 71 van de verordening (EG) nr. 1107/2009 schenden,
voert zij een nieuw middel aan dat bijgevolg niet ontvankelijk is. voert zij een nieuw middel aan dat bijgevolg niet ontvankelijk is.
Ten gronde Ten gronde
B.14.1. Het enige middel is afgeleid uit de schending, door de B.14.1. Het enige middel is afgeleid uit de schending, door de
bestreden bepalingen, van de artikelen 10, 11, 39, 134 en 143, § 1, bestreden bepalingen, van de artikelen 10, 11, 39, 134 en 143, § 1,
van de Grondwet, en van artikel 6, § 1, II, tweede lid, 1°, en VI, van de Grondwet, en van artikel 6, § 1, II, tweede lid, 1°, en VI,
derde lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming derde lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming
der instellingen, al dan niet in samenhang gelezen met het der instellingen, al dan niet in samenhang gelezen met het
evenredigheidsbeginsel. evenredigheidsbeginsel.
De verzoekende partij voert in essentie aan dat de bestreden De verzoekende partij voert in essentie aan dat de bestreden
bepalingen afbreuk doen aan de federale bevoegdheid inzake het bepalingen afbreuk doen aan de federale bevoegdheid inzake het
vaststellen van productnormen of dat zij minstens de uitoefening van vaststellen van productnormen of dat zij minstens de uitoefening van
die federale bevoegdheid onmogelijk of overdreven moeilijk maken. die federale bevoegdheid onmogelijk of overdreven moeilijk maken.
Aldus zouden zij tevens het beginsel van de economische en de Aldus zouden zij tevens het beginsel van de economische en de
monetaire unie schenden. monetaire unie schenden.
B.14.2. Het onderzoek van de overeenstemming van een wetskrachtige B.14.2. Het onderzoek van de overeenstemming van een wetskrachtige
bepaling met de bevoegdheidverdelende regels moet in de regel dat van bepaling met de bevoegdheidverdelende regels moet in de regel dat van
de bestaanbaarheid ervan met de bepalingen van titel II en met de de bestaanbaarheid ervan met de bepalingen van titel II en met de
artikelen 170, 172 en 191 van de Grondwet voorafgaan. artikelen 170, 172 en 191 van de Grondwet voorafgaan.
B.15.1. Artikel 39 van de Grondwet bepaalt : B.15.1. Artikel 39 van de Grondwet bepaalt :
« De wet draagt aan de gewestelijke organen welke zij opricht en welke « De wet draagt aan de gewestelijke organen welke zij opricht en welke
samengesteld zijn uit verkozen mandatarissen de bevoegdheid op om de samengesteld zijn uit verkozen mandatarissen de bevoegdheid op om de
aangelegenheden te regelen welke zij aanduidt met uitsluiting van die aangelegenheden te regelen welke zij aanduidt met uitsluiting van die
bedoeld in de artikelen 30 en 127 tot 129 en dit binnen het gebied en bedoeld in de artikelen 30 en 127 tot 129 en dit binnen het gebied en
op de wijze die zij bepaalt. Deze wet moet worden aangenomen met de op de wijze die zij bepaalt. Deze wet moet worden aangenomen met de
meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid ». meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid ».
Artikel 134 van de Grondwet bepaalt : Artikel 134 van de Grondwet bepaalt :
« De wetten ter uitvoering van artikel 39 bepalen de rechtskracht van « De wetten ter uitvoering van artikel 39 bepalen de rechtskracht van
de regelen die de organen, welke zij oprichten, uitvaardigen in de de regelen die de organen, welke zij oprichten, uitvaardigen in de
aangelegenheden, welke zij aanduiden. aangelegenheden, welke zij aanduiden.
Zij kunnen aan deze organen de bevoegdheid toekennen om decreten met Zij kunnen aan deze organen de bevoegdheid toekennen om decreten met
kracht van wet uit te vaardigen op het gebied en op de wijze die zij kracht van wet uit te vaardigen op het gebied en op de wijze die zij
bepalen ». bepalen ».
B.15.2. Artikel 6, § 1, II, eerste lid, 1°, en tweede lid, 1°, en VI, B.15.2. Artikel 6, § 1, II, eerste lid, 1°, en tweede lid, 1°, en VI,
derde lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming derde lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming
der instellingen bepaalt : der instellingen bepaalt :
« De aangelegenheden bedoeld in artikel 39 van de Grondwet zijn : « De aangelegenheden bedoeld in artikel 39 van de Grondwet zijn :
[...] [...]
II. Wat het leefmilieu en het waterbeleid betreft : II. Wat het leefmilieu en het waterbeleid betreft :
1° De bescherming van het leefmilieu, onder meer die van de bodem, de 1° De bescherming van het leefmilieu, onder meer die van de bodem, de
ondergrond, het water en de lucht tegen verontreiniging en aantasting, ondergrond, het water en de lucht tegen verontreiniging en aantasting,
alsmede de strijd tegen de geluidshinder; alsmede de strijd tegen de geluidshinder;
[...] [...]
De federale overheid is echter bevoegd voor : De federale overheid is echter bevoegd voor :
1° Het vaststellen van de productnormen; 1° Het vaststellen van de productnormen;
[...] [...]
VI. Wat de economie betreft : VI. Wat de economie betreft :
[...] [...]
In economische aangelegenheden oefenen de Gewesten hun bevoegdheden In economische aangelegenheden oefenen de Gewesten hun bevoegdheden
uit met inachtneming van de beginselen van het vrije verkeer van uit met inachtneming van de beginselen van het vrije verkeer van
personen, goederen, diensten en kapitalen en van de vrijheid van personen, goederen, diensten en kapitalen en van de vrijheid van
handel en nijverheid, alsook met inachtneming van het algemeen handel en nijverheid, alsook met inachtneming van het algemeen
normatief kader van de economische unie en de monetaire eenheid, zoals normatief kader van de economische unie en de monetaire eenheid, zoals
vastgesteld door of krachtens de wet, en door of krachtens de vastgesteld door of krachtens de wet, en door of krachtens de
internationale verdragen ». internationale verdragen ».
B.16. Voor zover zij er niet anders over hebben beschikt, hebben de B.16. Voor zover zij er niet anders over hebben beschikt, hebben de
Grondwetgever en de bijzondere wetgever aan de gemeenschappen en de Grondwetgever en de bijzondere wetgever aan de gemeenschappen en de
gewesten de volledige bevoegdheid toegekend tot het uitvaardigen van gewesten de volledige bevoegdheid toegekend tot het uitvaardigen van
regels die eigen zijn aan de hun toegewezen aangelegenheden. regels die eigen zijn aan de hun toegewezen aangelegenheden.
Op grond van het voormelde artikel 6, § 1, II, zijn de gewesten Op grond van het voormelde artikel 6, § 1, II, zijn de gewesten
bevoegd voor de voorkoming en bestrijding van de verschillende vormen bevoegd voor de voorkoming en bestrijding van de verschillende vormen
van milieuverontreiniging. De gewestwetgever vindt in het eerste lid, van milieuverontreiniging. De gewestwetgever vindt in het eerste lid,
1°, van die bepaling de algemene bevoegdheid die hem in staat stelt 1°, van die bepaling de algemene bevoegdheid die hem in staat stelt
hetgeen betrekking heeft op de bescherming van het leefmilieu te hetgeen betrekking heeft op de bescherming van het leefmilieu te
regelen, onder meer die bescherming van de bodem, de ondergrond, het regelen, onder meer die bescherming van de bodem, de ondergrond, het
water en de lucht tegen verontreiniging en aantasting van het water en de lucht tegen verontreiniging en aantasting van het
leefmilieu. leefmilieu.
Die bevoegdheid omvat de bevoegdheid om maatregelen te nemen ter Die bevoegdheid omvat de bevoegdheid om maatregelen te nemen ter
voorkoming en beperking van de risico's verbonden aan pesticiden, met voorkoming en beperking van de risico's verbonden aan pesticiden, met
inbegrip van de beperking van de blootstelling van de mens aan het inbegrip van de beperking van de blootstelling van de mens aan het
risico van dergelijke pesticiden die zich doorheen het leefmilieu risico van dergelijke pesticiden die zich doorheen het leefmilieu
verspreiden. verspreiden.
B.17.1. Door de bijzondere wet van 16 juli 1993 ter vervollediging van B.17.1. Door de bijzondere wet van 16 juli 1993 ter vervollediging van
de federale staatsstructuur kreeg artikel 6, § 1, II, eerste lid, 1°, de federale staatsstructuur kreeg artikel 6, § 1, II, eerste lid, 1°,
van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der
instellingen, met ingang van 30 juli 1993, zijn huidige redactie. instellingen, met ingang van 30 juli 1993, zijn huidige redactie.
Daardoor verviel de bevoegdheid van de federale wetgever om nog normen Daardoor verviel de bevoegdheid van de federale wetgever om nog normen
ter bescherming van het leefmilieu vast te stellen. Die bevoegdheid ter bescherming van het leefmilieu vast te stellen. Die bevoegdheid
komt voortaan toe aan de gewesten. komt voortaan toe aan de gewesten.
Op grond van artikel 6, § 1, II, tweede lid, 1°, van de bijzondere wet Op grond van artikel 6, § 1, II, tweede lid, 1°, van de bijzondere wet
van 8 augustus 1980 blijft de federale overheid evenwel bevoegd om van 8 augustus 1980 blijft de federale overheid evenwel bevoegd om
dienaangaande productnormen vast te stellen, mits de gewestregeringen dienaangaande productnormen vast te stellen, mits de gewestregeringen
bij de vaststelling van die normen worden betrokken (artikel 6, § 4, bij de vaststelling van die normen worden betrokken (artikel 6, § 4,
1°, van diezelfde bijzondere wet). 1°, van diezelfde bijzondere wet).
Productnormen zijn regels die op dwingende wijze bepalen aan welke Productnormen zijn regels die op dwingende wijze bepalen aan welke
eisen een product moet voldoen bij het op de markt brengen, onder meer eisen een product moet voldoen bij het op de markt brengen, onder meer
ter bescherming van het milieu. Zij bepalen met name welk niveau van ter bescherming van het milieu. Zij bepalen met name welk niveau van
verontreiniging of hinder niet mag worden overschreden in de verontreiniging of hinder niet mag worden overschreden in de
samenstelling of bij de emissies van een product, en kunnen samenstelling of bij de emissies van een product, en kunnen
specificaties bevatten over de eigenschappen, de beproevingsmethoden, specificaties bevatten over de eigenschappen, de beproevingsmethoden,
het verpakken, het merken en het etiketteren van producten. het verpakken, het merken en het etiketteren van producten.
B.17.2. In de parlementaire voorbereiding (Parl. St., Senaat, B.17.2. In de parlementaire voorbereiding (Parl. St., Senaat,
1992-1993, nr. 558/1, p. 20; Parl. St., Kamer, 1992-1993, nr. 1063/7, 1992-1993, nr. 558/1, p. 20; Parl. St., Kamer, 1992-1993, nr. 1063/7,
pp. 37, 38, 39, 42, 43 en 44) is bij herhaling erop gewezen dat als « pp. 37, 38, 39, 42, 43 en 44) is bij herhaling erop gewezen dat als «
productnormen » waarvan het vaststellen aan de federale overheid wordt productnormen » waarvan het vaststellen aan de federale overheid wordt
voorbehouden, alleen moeten worden beschouwd voorschriften waaraan voorbehouden, alleen moeten worden beschouwd voorschriften waaraan
producten vanuit milieuoogpunt moeten beantwoorden « bij het op de producten vanuit milieuoogpunt moeten beantwoorden « bij het op de
markt brengen ». Het voorbehouden van de bevoegdheid inzake markt brengen ». Het voorbehouden van de bevoegdheid inzake
productnormen aan de federale overheid is immers precies verantwoord productnormen aan de federale overheid is immers precies verantwoord
door de noodzaak om de Belgische economische en monetaire unie te door de noodzaak om de Belgische economische en monetaire unie te
vrijwaren (Parl. St., Senaat, 1992-1993, nr. 558/1, p. 20; Parl. St., vrijwaren (Parl. St., Senaat, 1992-1993, nr. 558/1, p. 20; Parl. St.,
Kamer, 1992-1993, nr. 1063/7, p. 37) en om obstakels voor het vrije Kamer, 1992-1993, nr. 1063/7, p. 37) en om obstakels voor het vrije
verkeer van goederen tussen de gewesten uit de weg te ruimen (Parl. verkeer van goederen tussen de gewesten uit de weg te ruimen (Parl.
St., Senaat, 1992-1993, nr. 558/5, p. 67). St., Senaat, 1992-1993, nr. 558/5, p. 67).
B.18. De bestreden bepalingen bepalen niet de eisen waaraan de door de B.18. De bestreden bepalingen bepalen niet de eisen waaraan de door de
Waalse Regering aangeduide pesticiden moeten voldoen bij het op de Waalse Regering aangeduide pesticiden moeten voldoen bij het op de
markt brengen. Zij beogen slechts een regeling van het gebruik van markt brengen. Zij beogen slechts een regeling van het gebruik van
pesticiden. Aldus houden de bestreden bepalingen geen productnorm in pesticiden. Aldus houden de bestreden bepalingen geen productnorm in
en vallen zij onder de bevoegdheid van de decreetgever inzake de en vallen zij onder de bevoegdheid van de decreetgever inzake de
bescherming van het leefmilieu. bescherming van het leefmilieu.
B.19.1. Niettemin dient de decreetgever bij het uitoefenen van zijn B.19.1. Niettemin dient de decreetgever bij het uitoefenen van zijn
bevoegdheden de federale loyauteit in acht te nemen. bevoegdheden de federale loyauteit in acht te nemen.
B.19.2. Artikel 143, § 1, van de Grondwet bepaalt : B.19.2. Artikel 143, § 1, van de Grondwet bepaalt :
« Met het oog op het vermijden van de belangenconflicten nemen de « Met het oog op het vermijden van de belangenconflicten nemen de
federale Staat, de gemeenschappen, de gewesten en de federale Staat, de gemeenschappen, de gewesten en de
Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, in de uitoefening van hun Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, in de uitoefening van hun
respectieve bevoegdheden, de federale loyauteit in acht ». respectieve bevoegdheden, de federale loyauteit in acht ».
De inachtneming van de federale loyauteit veronderstelt dat, wanneer De inachtneming van de federale loyauteit veronderstelt dat, wanneer
zij hun bevoegdheden uitoefenen, de federale overheid en de zij hun bevoegdheden uitoefenen, de federale overheid en de
deelentiteiten het evenwicht van de federale constructie in haar deelentiteiten het evenwicht van de federale constructie in haar
geheel niet verstoren. De federale loyauteit betreft meer dan de geheel niet verstoren. De federale loyauteit betreft meer dan de
loutere uitoefening van bevoegdheden : zij geeft aan in welke geest loutere uitoefening van bevoegdheden : zij geeft aan in welke geest
dat moet geschieden. dat moet geschieden.
Het beginsel van de federale loyauteit verplicht elke wetgever erover Het beginsel van de federale loyauteit verplicht elke wetgever erover
te waken dat de uitoefening van zijn eigen bevoegdheid de uitoefening, te waken dat de uitoefening van zijn eigen bevoegdheid de uitoefening,
door de andere wetgevers, van hun bevoegdheden niet onmogelijk of door de andere wetgevers, van hun bevoegdheden niet onmogelijk of
overdreven moeilijk maakt. overdreven moeilijk maakt.
B.20.1. Op zich houdt artikel 4/1 van het decreet van 10 juli 2013, B.20.1. Op zich houdt artikel 4/1 van het decreet van 10 juli 2013,
ingevoegd bij artikel 2 van het decreet van 20 oktober 2016, geen ingevoegd bij artikel 2 van het decreet van 20 oktober 2016, geen
enkel verbod op het gebruik van pesticiden in. Zoals is vermeld in enkel verbod op het gebruik van pesticiden in. Zoals is vermeld in
B.6.1, beperkt de bestreden bepaling zich ertoe de Waalse Regering B.6.1, beperkt de bestreden bepaling zich ertoe de Waalse Regering
ertoe te machtigen, enerzijds, het gebruik van sommige pesticiden « op ertoe te machtigen, enerzijds, het gebruik van sommige pesticiden « op
iedere plaats » en « op het geheel of een gedeelte van het gebied van iedere plaats » en « op het geheel of een gedeelte van het gebied van
het Waalse Gewest » te reglementeren of te verbieden wegens de het Waalse Gewest » te reglementeren of te verbieden wegens de
risico's verbonden aan de werkzame stoffen die zij bevatten en, risico's verbonden aan de werkzame stoffen die zij bevatten en,
anderzijds, bij gebrek aan alternatieven, te voorzien in anderzijds, bij gebrek aan alternatieven, te voorzien in
uitzonderingen op die beperkingen of verbodsmaatregelen voor de uitzonderingen op die beperkingen of verbodsmaatregelen voor de
professionele gebruikers. professionele gebruikers.
B.20.2. In verband met de aan de Waalse Regering toegekende machtiging B.20.2. In verband met de aan de Waalse Regering toegekende machtiging
heeft de minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening, Mobiliteit, heeft de minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening, Mobiliteit,
Vervoer en Dierenwelzijn erop gewezen : Vervoer en Dierenwelzijn erop gewezen :
« In de commissie waren sommige parlementsleden van mening dat die « In de commissie waren sommige parlementsleden van mening dat die
machtiging die bij dat decreet aan de Regering wordt verleend, te ruim machtiging die bij dat decreet aan de Regering wordt verleend, te ruim
was. Niettemin is het niet redelijkerwijs mogelijk om, op het niveau was. Niettemin is het niet redelijkerwijs mogelijk om, op het niveau
van een decreet, te voorzien in alle in acht te nemen regels, in de van een decreet, te voorzien in alle in acht te nemen regels, in de
eventuele verbodsmaatregelen en in mogelijke afwijkingen, stof per eventuele verbodsmaatregelen en in mogelijke afwijkingen, stof per
stof. U vraagt mij [...] te komen met een decreet waarin de stof wordt stof. U vraagt mij [...] te komen met een decreet waarin de stof wordt
geïdentificeerd, alsook het geval waarin die verboden is, en dat de geïdentificeerd, alsook het geval waarin die verboden is, en dat de
beperkte dosering, de beperkte perimeters en het gebruik of beperkte dosering, de beperkte perimeters en het gebruik of
gebruiksverbod worden vastgesteld. In een decreet zou dit onleesbaar gebruiksverbod worden vastgesteld. In een decreet zou dit onleesbaar
zijn. Een machtiging is noodzakelijk om een en ander te doen via een zijn. Een machtiging is noodzakelijk om een en ander te doen via een
besluit, stof per stof. besluit, stof per stof.
Een dergelijke uitvoering moet formeel gebeuren op het niveau van een Een dergelijke uitvoering moet formeel gebeuren op het niveau van een
uitvoeringsbesluit. uitvoeringsbesluit.
In die context strekt de machtiging ertoe dat de Regering bevoegd zou In die context strekt de machtiging ertoe dat de Regering bevoegd zou
zijn om voor elke stof op basis van de ontwikkeling van de kennis de zijn om voor elke stof op basis van de ontwikkeling van de kennis de
vereiste maatregelen te nemen. vereiste maatregelen te nemen.
Die machtiging is vergelijkbaar met die welke reeds in de andere Die machtiging is vergelijkbaar met die welke reeds in de andere
gewesten is verleend en is niet betwist door de Raad van State » gewesten is verleend en is niet betwist door de Raad van State »
(C.R.I., Waals Parlement, 2016-2017, nr. 5, pp. 32-33). (C.R.I., Waals Parlement, 2016-2017, nr. 5, pp. 32-33).
B.20.3. Een algemeen gebruiksverbod voor bepaalde pesticiden op het B.20.3. Een algemeen gebruiksverbod voor bepaalde pesticiden op het
ganse grondgebied van het Waalse Gewest zou voor de betrokken ganse grondgebied van het Waalse Gewest zou voor de betrokken
pesticiden een marktuitsluitend effect sorteren, hetgeen de pesticiden een marktuitsluitend effect sorteren, hetgeen de
uitoefening van de bevoegdheid inzake productnormen door de federale uitoefening van de bevoegdheid inzake productnormen door de federale
wetgever, in de praktijk, onmogelijk zou maken. wetgever, in de praktijk, onmogelijk zou maken.
B.21. Om verenigbaar te zijn met het beginsel van de federale B.21. Om verenigbaar te zijn met het beginsel van de federale
loyauteit kan artikel 4/1 van het decreet van 10 juli 2013, ingevoegd loyauteit kan artikel 4/1 van het decreet van 10 juli 2013, ingevoegd
bij artikel 2 van het decreet van 20 oktober 2016, niet in die zin bij artikel 2 van het decreet van 20 oktober 2016, niet in die zin
worden geïnterpreteerd dat de Waalse Regering ertoe gemachtigd zou worden geïnterpreteerd dat de Waalse Regering ertoe gemachtigd zou
zijn om een algemeen gebruiksverbod voor bepaalde pesticiden op het zijn om een algemeen gebruiksverbod voor bepaalde pesticiden op het
ganse grondgebied van het Waalse Gewest uit te vaardigen, wat voor de ganse grondgebied van het Waalse Gewest uit te vaardigen, wat voor de
betrokken pesticiden een marktuitsluitend effect zou sorteren. betrokken pesticiden een marktuitsluitend effect zou sorteren.
B.22. Onder voorbehoud van de in B.21 vermelde interpretatie is het B.22. Onder voorbehoud van de in B.21 vermelde interpretatie is het
middel niet gegrond. middel niet gegrond.
B.23. Ten aanzien van de vermeende schending van de artikelen 10 en 11 B.23. Ten aanzien van de vermeende schending van de artikelen 10 en 11
van de Grondwet voert de verzoekende partij aan dat de marktdeelnemers van de Grondwet voert de verzoekende partij aan dat de marktdeelnemers
die hun activiteiten in het Waalse Gewest uitoefenen, anders worden die hun activiteiten in het Waalse Gewest uitoefenen, anders worden
behandeld dan de marktdeelnemers die hun activiteiten elders in België behandeld dan de marktdeelnemers die hun activiteiten elders in België
en in de Europese Unie uitoefenen, daar in het Waalse Gewest het en in de Europese Unie uitoefenen, daar in het Waalse Gewest het
privégebruik en het in de handel brengen van sommige pesticiden kunnen privégebruik en het in de handel brengen van sommige pesticiden kunnen
worden verboden. Dat verschil in behandeling, dat ertoe zou strekken worden verboden. Dat verschil in behandeling, dat ertoe zou strekken
de op federaal en op Europees niveau verleende erkenningen tot het op de op federaal en op Europees niveau verleende erkenningen tot het op
de markt brengen van die producten in het geding te brengen, zou niet de markt brengen van die producten in het geding te brengen, zou niet
redelijk verantwoord zijn. redelijk verantwoord zijn.
B.24. In tegenstelling tot wat de verzoekende partij beweert, houdt B.24. In tegenstelling tot wat de verzoekende partij beweert, houdt
artikel 4/1 van het decreet van 10 juli 2013, ingevoegd bij artikel 2 artikel 4/1 van het decreet van 10 juli 2013, ingevoegd bij artikel 2
van het decreet van 20 oktober 2016, geen verbod in tot het in de van het decreet van 20 oktober 2016, geen verbod in tot het in de
handel brengen van pesticiden. Die bepaling houdt op zich evenmin een handel brengen van pesticiden. Die bepaling houdt op zich evenmin een
algemeen verbod op het gebruik ervan in. Uit de parlementaire algemeen verbod op het gebruik ervan in. Uit de parlementaire
voorbereiding van het bestreden decreet blijkt overigens dat de voorbereiding van het bestreden decreet blijkt overigens dat de
decreetgever de erkenningen tot het op de markt brengen van pesticiden decreetgever de erkenningen tot het op de markt brengen van pesticiden
niet in het geding heeft willen brengen, maar alleen heeft getracht niet in het geding heeft willen brengen, maar alleen heeft getracht
het gebruik van pesticiden te reglementeren nadat zij op de markt zijn het gebruik van pesticiden te reglementeren nadat zij op de markt zijn
gebracht (Parl. St., Waals Parlement, 2015-2016, nr. 556/1, pp. 4-5). gebracht (Parl. St., Waals Parlement, 2015-2016, nr. 556/1, pp. 4-5).
B.25. Een verschil in behandeling in aangelegenheden waarin de B.25. Een verschil in behandeling in aangelegenheden waarin de
gemeenschappen en de gewesten over eigen bevoegdheden beschikken, is gemeenschappen en de gewesten over eigen bevoegdheden beschikken, is
het mogelijke gevolg van een onderscheiden beleid, dat is toegelaten het mogelijke gevolg van een onderscheiden beleid, dat is toegelaten
door de autonomie die hun door of krachtens de Grondwet is toegekend. door de autonomie die hun door of krachtens de Grondwet is toegekend.
Een zodanig verschil kan op zich niet geacht worden strijdig te zijn Een zodanig verschil kan op zich niet geacht worden strijdig te zijn
met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Die autonomie zou geen met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Die autonomie zou geen
betekenis hebben, mocht een verschil in behandeling tussen adressaten betekenis hebben, mocht een verschil in behandeling tussen adressaten
van regels die in eenzelfde aangelegenheid in de verschillende van regels die in eenzelfde aangelegenheid in de verschillende
gemeenschappen en gewesten toepasselijk zijn, als zodanig geacht gemeenschappen en gewesten toepasselijk zijn, als zodanig geacht
worden strijdig te zijn met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. worden strijdig te zijn met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.
In zoverre een verschil in behandeling inzake de regelementering van In zoverre een verschil in behandeling inzake de regelementering van
het gebruik van pesticiden wordt aangeklaagd tussen de marktdeelnemers het gebruik van pesticiden wordt aangeklaagd tussen de marktdeelnemers
die hun activiteiten in het Waalse Gewest uitoefenen en de die hun activiteiten in het Waalse Gewest uitoefenen en de
marktdeelnemers die hun activiteiten in het Vlaamse Gewest of in het marktdeelnemers die hun activiteiten in het Vlaamse Gewest of in het
het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest uitoefenen, is het enige middel het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest uitoefenen, is het enige middel
niet gegrond. niet gegrond.
B.26. De artikelen 10 en 11 van de Grondwet strekken overigens B.26. De artikelen 10 en 11 van de Grondwet strekken overigens
uitsluitend ertoe te verzekeren dat normen die in de Belgische uitsluitend ertoe te verzekeren dat normen die in de Belgische
rechtsorde van toepassing zijn het beginsel van gelijkheid en rechtsorde van toepassing zijn het beginsel van gelijkheid en
niet-discriminatie in acht nemen. Vergelijkingen met rechtsnormen van niet-discriminatie in acht nemen. Vergelijkingen met rechtsnormen van
en situaties in een niet-Belgische rechtsorde zijn daarbij niet en situaties in een niet-Belgische rechtsorde zijn daarbij niet
dienstig. Voorts zet de verzoekende partij niet uiteen in welke zin de dienstig. Voorts zet de verzoekende partij niet uiteen in welke zin de
regels inzake het gebruik van pesticiden die van toepassing zijn in regels inzake het gebruik van pesticiden die van toepassing zijn in
het Waalse Gewest, zouden verschillen van de regels die van toepassing het Waalse Gewest, zouden verschillen van de regels die van toepassing
zijn in de andere lidstaten van de Europese Unie. zijn in de andere lidstaten van de Europese Unie.
B.27. In zoverre het is afgeleid uit de schending van de artikelen 10 B.27. In zoverre het is afgeleid uit de schending van de artikelen 10
en 11 van de Grondwet, is het enige middel niet gegrond. en 11 van de Grondwet, is het enige middel niet gegrond.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
onder voorbehoud van de in B.21 vermelde interpretatie, verwerpt het onder voorbehoud van de in B.21 vermelde interpretatie, verwerpt het
beroep. beroep.
Aldus gewezen in het Frans, het Nederlands en het Duits, Aldus gewezen in het Frans, het Nederlands en het Duits,
overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op
het Grondwettelijk Hof, op 28 februari 2019. het Grondwettelijk Hof, op 28 februari 2019.
De griffier, De griffier,
F. Meersschaut F. Meersschaut
De voorzitter, De voorzitter,
F. Daoût F. Daoût
^