Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 89/2018 van 5 juli 2018 Rolnummer 6656 In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 2, § 1, en 3 van de wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars, gesteld do Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de rechters (...)"
Uittreksel uit arrest nr. 89/2018 van 5 juli 2018 Rolnummer 6656 In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 2, § 1, en 3 van de wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars, gesteld do Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de rechters (...) Uittreksel uit arrest nr. 89/2018 van 5 juli 2018 Rolnummer 6656 In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 2, § 1, en 3 van de wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars, gesteld do Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de rechters (...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 89/2018 van 5 juli 2018 Uittreksel uit arrest nr. 89/2018 van 5 juli 2018
Rolnummer 6656 Rolnummer 6656
In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 2, § 1, en 3 van de In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 2, § 1, en 3 van de
wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor
betaalde sportbeoefenaars, gesteld door het Arbeidshof te Gent, betaalde sportbeoefenaars, gesteld door het Arbeidshof te Gent,
afdeling Brugge. afdeling Brugge.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de
rechters J.-P. Snappe, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul en R. rechters J.-P. Snappe, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul en R.
Leysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder Leysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder
voorzitterschap van voorzitter A. Alen, voorzitterschap van voorzitter A. Alen,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging
Bij arrest van 28 april 2017 in zake de Rijksdienst voor Sociale Bij arrest van 28 april 2017 in zake de Rijksdienst voor Sociale
Zekerheid tegen de vzw « Koninklijke Racing Waregem », waarvan de Zekerheid tegen de vzw « Koninklijke Racing Waregem », waarvan de
expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 5 mei 2017, heeft expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 5 mei 2017, heeft
het Arbeidshof te Gent, afdeling Brugge, de volgende prejudiciële het Arbeidshof te Gent, afdeling Brugge, de volgende prejudiciële
vraag gesteld : vraag gesteld :
« Schenden de artikelen 2, § 1, en 3 van de wet van 24 februari 1978 « Schenden de artikelen 2, § 1, en 3 van de wet van 24 februari 1978
betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars al betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars al
dan niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat de dan niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat de
omschrijving van ' loon ' in artikel 2, § 1 van de wet van 24 februari omschrijving van ' loon ' in artikel 2, § 1 van de wet van 24 februari
1978 als loon in de zin van de Loonbeschermingswet, tot gevolg heeft 1978 als loon in de zin van de Loonbeschermingswet, tot gevolg heeft
dat een persoon die er zich toe verbindt zich voor te bereiden op of dat een persoon die er zich toe verbindt zich voor te bereiden op of
deel te nemen aan een sportcompetitie of -exhibitie onder het gezag deel te nemen aan een sportcompetitie of -exhibitie onder het gezag
van een ander, d.w.z. een sportbeoefenaar, als een ' betaald ' van een ander, d.w.z. een sportbeoefenaar, als een ' betaald '
sportbeoefenaar wordt aangezien, wanneer zijn loon in de zin van de sportbeoefenaar wordt aangezien, wanneer zijn loon in de zin van de
Loonbeschermingswet de grens in artikel 2, § 1 van de wet van 24 Loonbeschermingswet de grens in artikel 2, § 1 van de wet van 24
februari 1978 bereikt, ook al is het verschuldigde loon in de zin van februari 1978 bereikt, ook al is het verschuldigde loon in de zin van
het arbeidsovereenkomstenrecht (inzonderheid in de het arbeidsovereenkomstenrecht (inzonderheid in de
Arbeidsovereenkomstenwet), d.w.z. de tegenprestatie van de verrichte Arbeidsovereenkomstenwet), d.w.z. de tegenprestatie van de verrichte
arbeid, lager dan deze grens, en ook al is er in het geheel geen loon arbeid, lager dan deze grens, en ook al is er in het geheel geen loon
in deze zin verschuldigd, in welk geval de betrokkene bovendien op in deze zin verschuldigd, in welk geval de betrokkene bovendien op
onweerlegbare wijze geacht wordt verbonden te zijn door een onweerlegbare wijze geacht wordt verbonden te zijn door een
arbeidsovereenkomst, terwijl de persoon die er zich toe verbindt zich arbeidsovereenkomst, terwijl de persoon die er zich toe verbindt zich
voor te bereiden op of deel te nemen aan een sportcompetitie of voor te bereiden op of deel te nemen aan een sportcompetitie of
-exhibitie onder het gezag van een ander, doch wiens loon in de zin -exhibitie onder het gezag van een ander, doch wiens loon in de zin
van de Loonbeschermingswet de voormelde grens niet bereikt, enkel door van de Loonbeschermingswet de voormelde grens niet bereikt, enkel door
een arbeidsovereenkomst verbonden is wanneer bewezen wordt hij een arbeidsovereenkomst verbonden is wanneer bewezen wordt hij
ingevolge de overeenkomst aanspraak kan maken op ' loon ' in de zin ingevolge de overeenkomst aanspraak kan maken op ' loon ' in de zin
van het arbeidsovereenkomstenrecht ? ». van het arbeidsovereenkomstenrecht ? ».
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
B.1. Het Hof wordt ondervraagd over de artikelen 2, § 1, en 3 van de B.1. Het Hof wordt ondervraagd over de artikelen 2, § 1, en 3 van de
wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor
betaalde sportbeoefenaars, die bepalen : betaalde sportbeoefenaars, die bepalen :
«

Art. 2.§ 1. Onder betaalde sportbeoefenaars worden verstaan de

«

Art. 2.§ 1. Onder betaalde sportbeoefenaars worden verstaan de

personen die de verplichting aangaan zich voor te bereiden op of deel personen die de verplichting aangaan zich voor te bereiden op of deel
te nemen aan een sportcompetitie of -exhibitie onder het gezag van een te nemen aan een sportcompetitie of -exhibitie onder het gezag van een
ander persoon tegen loon dat een bepaald bedrag overschrijdt. ander persoon tegen loon dat een bepaald bedrag overschrijdt.
Het in het eerste lid bepaalde bedrag van het loon, zoals bedoeld in Het in het eerste lid bepaalde bedrag van het loon, zoals bedoeld in
de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon van
de werknemers, wordt jaarlijks door de Koning vastgesteld na advies de werknemers, wordt jaarlijks door de Koning vastgesteld na advies
van het Nationaal Paritair Comité voor de Sport ». van het Nationaal Paritair Comité voor de Sport ».
«

Art. 3.Niettegenstaande elke uitdrukkelijke bepaling van de

«

Art. 3.Niettegenstaande elke uitdrukkelijke bepaling van de

overeenkomst, wordt de tussen een werkgever en een betaalde overeenkomst, wordt de tussen een werkgever en een betaalde
sportbeoefenaar gesloten overeenkomst, welke titel daaraan ook wordt sportbeoefenaar gesloten overeenkomst, welke titel daaraan ook wordt
toegekend, aangezien als een arbeidsovereenkomst voor bedienden en toegekend, aangezien als een arbeidsovereenkomst voor bedienden en
geregeld door de bepalingen van de desbetreffende wetgeving en door de geregeld door de bepalingen van de desbetreffende wetgeving en door de
bepalingen van deze wet ». bepalingen van deze wet ».
B.2. Het verwijzende rechtscollege ondervraagt het Hof over de B.2. Het verwijzende rechtscollege ondervraagt het Hof over de
bestaanbaarheid van die bepalingen met de artikelen 10 en 11 van de bestaanbaarheid van die bepalingen met de artikelen 10 en 11 van de
Grondwet, doordat zij verwijzen naar het begrip « loon » zoals bedoeld Grondwet, doordat zij verwijzen naar het begrip « loon » zoals bedoeld
in de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon in de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon
der werknemers (hierna : Loonbeschermingswet). der werknemers (hierna : Loonbeschermingswet).
Het verwijzende rechtscollege viseert het verschil in behandeling dat Het verwijzende rechtscollege viseert het verschil in behandeling dat
daardoor zou worden ingesteld tussen de sportbeoefenaars, naargelang daardoor zou worden ingesteld tussen de sportbeoefenaars, naargelang
hun « loon » in de zin van de Loonbeschermingswet hoger of lager is hun « loon » in de zin van de Loonbeschermingswet hoger of lager is
dan de loongrens die krachtens het in het geding zijnde artikel 2, § dan de loongrens die krachtens het in het geding zijnde artikel 2, §
1, is vastgesteld. De personen die zich in de eerstgenoemde situatie 1, is vastgesteld. De personen die zich in de eerstgenoemde situatie
bevinden, worden als « betaalde sportbeoefenaars » beschouwd en bevinden, worden als « betaalde sportbeoefenaars » beschouwd en
dienvolgens op onweerlegbare wijze geacht te zijn verbonden door een dienvolgens op onweerlegbare wijze geacht te zijn verbonden door een
arbeidsovereenkomst, ook al is het verschuldigde « loon » in de zin arbeidsovereenkomst, ook al is het verschuldigde « loon » in de zin
van het arbeidsovereenkomstenrecht - zijnde loon als tegenprestatie van het arbeidsovereenkomstenrecht - zijnde loon als tegenprestatie
van de verrichte arbeid - lager dan die grens of zelfs onbestaande. De van de verrichte arbeid - lager dan die grens of zelfs onbestaande. De
personen die zich in de laatstgenoemde situatie bevinden, worden personen die zich in de laatstgenoemde situatie bevinden, worden
slechts geacht te zijn verbonden door een arbeidsovereenkomst wanneer slechts geacht te zijn verbonden door een arbeidsovereenkomst wanneer
bewezen wordt dat zij ingevolge hun arbeidsovereenkomst aanspraak bewezen wordt dat zij ingevolge hun arbeidsovereenkomst aanspraak
kunnen maken op loon als tegenprestatie van de verrichte arbeid. kunnen maken op loon als tegenprestatie van de verrichte arbeid.
B.3.1. De Ministerraad voert aan dat de prejudiciële vraag geen B.3.1. De Ministerraad voert aan dat de prejudiciële vraag geen
antwoord behoeft, omdat zij kennelijk niet nuttig zou zijn voor de antwoord behoeft, omdat zij kennelijk niet nuttig zou zijn voor de
oplossing van het geschil ten gronde. Dit zou slechts het geval zijn oplossing van het geschil ten gronde. Dit zou slechts het geval zijn
indien het verwijzende rechtscollege zou hebben vastgesteld dat de indien het verwijzende rechtscollege zou hebben vastgesteld dat de
betwiste beslissing sportbeoefenaars viseert wier « loon » in de zin betwiste beslissing sportbeoefenaars viseert wier « loon » in de zin
van het arbeidsovereenkomstenrecht lager is dan de loongrens van het arbeidsovereenkomstenrecht lager is dan de loongrens
vastgesteld krachtens het in het geding zijnde artikel 2, § 1, van de vastgesteld krachtens het in het geding zijnde artikel 2, § 1, van de
wet van 24 februari 1978. wet van 24 februari 1978.
B.3.2. Het staat in de regel aan het rechtscollege dat een B.3.2. Het staat in de regel aan het rechtscollege dat een
prejudiciële vraag aan het Hof stelt, om te oordelen of het antwoord prejudiciële vraag aan het Hof stelt, om te oordelen of het antwoord
op die vraag nuttig is voor het oplossen van het geschil dat het moet op die vraag nuttig is voor het oplossen van het geschil dat het moet
beslechten. Alleen indien dat klaarblijkelijk niet het geval is, kan beslechten. Alleen indien dat klaarblijkelijk niet het geval is, kan
het Hof beslissen dat de vraag geen antwoord behoeft. het Hof beslissen dat de vraag geen antwoord behoeft.
B.3.3. Het geschil voor het verwijzende rechtscollege betreft een B.3.3. Het geschil voor het verwijzende rechtscollege betreft een
beslissing van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid tot regularisatie beslissing van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid tot regularisatie
van de socialezekerheidsbijdragen die verschuldigd zijn, enerzijds, van de socialezekerheidsbijdragen die verschuldigd zijn, enerzijds,
voor sportbeoefenaars wier « loon » zoals bedoeld in de voor sportbeoefenaars wier « loon » zoals bedoeld in de
Loonbeschermingswet de krachtens het in het geding zijnde artikel 2, § Loonbeschermingswet de krachtens het in het geding zijnde artikel 2, §
1, van de wet van 24 februari 1978 vastgestelde loongrens zou 1, van de wet van 24 februari 1978 vastgestelde loongrens zou
overschrijden en die bijgevolg krachtens het in het geding zijnde overschrijden en die bijgevolg krachtens het in het geding zijnde
artikel 3 van dezelfde wet worden geacht te zijn verbonden door een artikel 3 van dezelfde wet worden geacht te zijn verbonden door een
arbeidsovereenkomst en, anderzijds, voor sportbeoefenaars wier « loon arbeidsovereenkomst en, anderzijds, voor sportbeoefenaars wier « loon
» zoals bedoeld in de Loonbeschermingswet die loongrens niet zou » zoals bedoeld in de Loonbeschermingswet die loongrens niet zou
overschrijden doch voor wie het bestaan van een arbeidsovereenkomst overschrijden doch voor wie het bestaan van een arbeidsovereenkomst
werd vastgesteld wegens het voorhanden zijn van de drie constitutieve werd vastgesteld wegens het voorhanden zijn van de drie constitutieve
elementen loon, prestaties en gezag. elementen loon, prestaties en gezag.
Het verwijzende rechtscollege heeft het in die omstandigheid nuttig Het verwijzende rechtscollege heeft het in die omstandigheid nuttig
geacht het Hof te ondervragen over de bestaanbaarheid van de in het geacht het Hof te ondervragen over de bestaanbaarheid van de in het
geding zijnde bepalingen met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, geding zijnde bepalingen met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet,
doordat zij - om te bepalen of de voormelde loongrens al dan niet doordat zij - om te bepalen of de voormelde loongrens al dan niet
overschreden is - het begrip « loon » uit de Loonbeschermingswet overschreden is - het begrip « loon » uit de Loonbeschermingswet
hanteren en niet het striktere begrip « loon » uit het hanteren en niet het striktere begrip « loon » uit het
arbeidsovereenkomstenrecht. Het blijkt niet dat die vraag kennelijk arbeidsovereenkomstenrecht. Het blijkt niet dat die vraag kennelijk
niet nuttig is voor het beslechten van het voor het verwijzende niet nuttig is voor het beslechten van het voor het verwijzende
rechtscollege hangende geschil. rechtscollege hangende geschil.
B.4. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie sluit niet uit B.4. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie sluit niet uit
dat een verschil in behandeling tussen bepaalde categorieën van dat een verschil in behandeling tussen bepaalde categorieën van
personen wordt ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief personen wordt ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief
criterium berust en het redelijk verantwoord is. criterium berust en het redelijk verantwoord is.
Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld
rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel rekening houdend met het doel en de gevolgen van de betwiste maatregel
en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het beginsel van en met de aard van de ter zake geldende beginselen; het beginsel van
gelijkheid en niet-discriminatie is geschonden wanneer vaststaat dat gelijkheid en niet-discriminatie is geschonden wanneer vaststaat dat
geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende geen redelijk verband van evenredigheid bestaat tussen de aangewende
middelen en het beoogde doel. middelen en het beoogde doel.
B.5.1. De wet van 24 februari 1978 strekt ertoe een sociaal statuut B.5.1. De wet van 24 februari 1978 strekt ertoe een sociaal statuut
toe te kennen aan de betaalde sportbeoefenaars. In de parlementaire toe te kennen aan de betaalde sportbeoefenaars. In de parlementaire
voorbereiding van die wet werd daaromtrent uiteengezet : voorbereiding van die wet werd daaromtrent uiteengezet :
« Een stijgend aantal sportbeoefenaars voorzien - geheel of « Een stijgend aantal sportbeoefenaars voorzien - geheel of
gedeeltelijk - door de sport in hun levensonderhoud. gedeeltelijk - door de sport in hun levensonderhoud.
[...] [...]
Het is noodzakelijk dat deze sportbeoefenaars van een behoorlijk Het is noodzakelijk dat deze sportbeoefenaars van een behoorlijk
sociaal statuut zouden worden voorzien, niet alleen omdat het gaat sociaal statuut zouden worden voorzien, niet alleen omdat het gaat
over een korte en risicovolle loopbaan, maar ook daar ze door hun over een korte en risicovolle loopbaan, maar ook daar ze door hun
topprestaties en hun voorbeeld voor de massa een onmiskenbare topprestaties en hun voorbeeld voor de massa een onmiskenbare
aantrekkingspool uitmaken tot het beoefenen van de sport en aldus mede aantrekkingspool uitmaken tot het beoefenen van de sport en aldus mede
de opgang van dit belangrijke stuk van de volksgezondheid bepalen. de opgang van dit belangrijke stuk van de volksgezondheid bepalen.
Al te veel wordt vastgesteld dat deze personen over een fragmentaire Al te veel wordt vastgesteld dat deze personen over een fragmentaire
zekerheid en een vaak illusoire vrijheid beschikken. zekerheid en een vaak illusoire vrijheid beschikken.
Deze professionele sportbeoefenaars zijn immers werknemers in de Deze professionele sportbeoefenaars zijn immers werknemers in de
sociaalrechtelijke betekenis van het woord. sociaalrechtelijke betekenis van het woord.
[...] [...]
Uitgaande van deze vaststaande gegevens dient klaar en duidelijk Uitgaande van deze vaststaande gegevens dient klaar en duidelijk
gesteld, om elke betwisting uit te sluiten, dat deze kategorie van gesteld, om elke betwisting uit te sluiten, dat deze kategorie van
betaalde sportbeoefenaars werknemers zijn in de zin van de sociale betaalde sportbeoefenaars werknemers zijn in de zin van de sociale
wetgeving. Dit betekent dat de sociaalrechtelijke wetgeving, zowel het wetgeving. Dit betekent dat de sociaalrechtelijke wetgeving, zowel het
arbeidsrecht als de sociale verzekeringen op deze dienstverhuringen arbeidsrecht als de sociale verzekeringen op deze dienstverhuringen
toepasselijk dient gemaakt. Dit zal voor de betrokkenen een hoog toepasselijk dient gemaakt. Dit zal voor de betrokkenen een hoog
verwachte bescherming tot gevolg hebben die zij reeds te lang moesten verwachte bescherming tot gevolg hebben die zij reeds te lang moesten
ontberen » (Parl. St., Senaat, B.Z. 1968, nr. 108, pp. 1 en 3). ontberen » (Parl. St., Senaat, B.Z. 1968, nr. 108, pp. 1 en 3).
B.5.2. De wet van 24 februari 1978 vindt toepassing op de betaalde B.5.2. De wet van 24 februari 1978 vindt toepassing op de betaalde
sportbeoefenaars en hun werkgevers (artikel 1). De betaalde sportbeoefenaars en hun werkgevers (artikel 1). De betaalde
sportbeoefenaars worden gedefinieerd als « de personen die de sportbeoefenaars worden gedefinieerd als « de personen die de
verplichting aangaan zich voor te bereiden op of deel te nemen aan een verplichting aangaan zich voor te bereiden op of deel te nemen aan een
sportcompetitie of -exhibitie onder het gezag van een ander persoon sportcompetitie of -exhibitie onder het gezag van een ander persoon
tegen loon dat een bepaald bedrag overschrijdt » (artikel 2, § 1, tegen loon dat een bepaald bedrag overschrijdt » (artikel 2, § 1,
eerste lid). De Koning bepaalt jaarlijks, na advies van het Nationaal eerste lid). De Koning bepaalt jaarlijks, na advies van het Nationaal
Paritair Comité voor de Sport, dit « bedrag van het loon, zoals Paritair Comité voor de Sport, dit « bedrag van het loon, zoals
bedoeld in de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het bedoeld in de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het
loon van de werknemers » (artikel 2, § 1, tweede lid). loon van de werknemers » (artikel 2, § 1, tweede lid).
Krachtens artikel 2 van de Loonbeschermingswet, waarnaar in de Krachtens artikel 2 van de Loonbeschermingswet, waarnaar in de
voormelde bepaling wordt verwezen, wordt onder loon verstaan : voormelde bepaling wordt verwezen, wordt onder loon verstaan :
« 1° het loon in geld waarop de werknemer ingevolge zijn « 1° het loon in geld waarop de werknemer ingevolge zijn
dienstbetrekking recht heeft ten laste van de werkgever; dienstbetrekking recht heeft ten laste van de werkgever;
2° de fooien of het bedieningsgeld waarop de werknemer recht heeft 2° de fooien of het bedieningsgeld waarop de werknemer recht heeft
ingevolge zijn dienstbetrekking of krachtens het gebruik; ingevolge zijn dienstbetrekking of krachtens het gebruik;
3° de in geld waardeerbare voordelen waarop de werknemer ingevolge 3° de in geld waardeerbare voordelen waarop de werknemer ingevolge
zijn dienstbetrekking recht heeft ten laste van de werkgever ». zijn dienstbetrekking recht heeft ten laste van de werkgever ».
Die definitie van het begrip « loon » is ruimer dan de definitie die Die definitie van het begrip « loon » is ruimer dan de definitie die
in het arbeidsrecht bestaat, zijnde de tegenprestatie van arbeid die in het arbeidsrecht bestaat, zijnde de tegenprestatie van arbeid die
ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst wordt verricht. De ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst wordt verricht. De
voormelde bepaling breidt die definitie uit tot, enerzijds, de fooien voormelde bepaling breidt die definitie uit tot, enerzijds, de fooien
of het bedieningsgeld en, anderzijds, de in geld waardeerbare of het bedieningsgeld en, anderzijds, de in geld waardeerbare
voordelen, waarop ingevolge de dienstbetrekking ten laste van de voordelen, waarop ingevolge de dienstbetrekking ten laste van de
werkgever aanspraak bestaat, hoewel zij niet worden toegekend als werkgever aanspraak bestaat, hoewel zij niet worden toegekend als
tegenprestatie voor verrichte arbeid (Cass., 11 september 1995, Arr. tegenprestatie voor verrichte arbeid (Cass., 11 september 1995, Arr.
Cass. 1995, nr. 375). Cass. 1995, nr. 375).
B.5.3. Inzake die loongrens en de keuze voor het begrip « loon » uit B.5.3. Inzake die loongrens en de keuze voor het begrip « loon » uit
de Loonbeschermingswet werd in de parlementaire voorbereiding vermeld de Loonbeschermingswet werd in de parlementaire voorbereiding vermeld
: :
« Aan het begrip loon dat in het eerste lid van artikel 2 vermeld « Aan het begrip loon dat in het eerste lid van artikel 2 vermeld
wordt, dient een nauwkeurige omschrijving te worden gegeven. Het wordt, dient een nauwkeurige omschrijving te worden gegeven. Het
sociaal recht kent inderdaad meerdere bepalingen van het begrip loon sociaal recht kent inderdaad meerdere bepalingen van het begrip loon
naar gelang van de betrokken wetgeving. Het is zeker niet wenselijk naar gelang van de betrokken wetgeving. Het is zeker niet wenselijk
nogmaals een eigen begripsbepaling in te voeren. Daarom wordt nogmaals een eigen begripsbepaling in te voeren. Daarom wordt
voorgesteld de definitie te aanvaarden zoals die opgenomen is in voorgesteld de definitie te aanvaarden zoals die opgenomen is in
artikel 2 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van artikel 2 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van
het loon van de werknemers. het loon van de werknemers.
Verder zij opgemerkt dat sommige sportbeoefenaars weliswaar een Verder zij opgemerkt dat sommige sportbeoefenaars weliswaar een
bepaald bedrag als ' loon ' ontvangen doch dat dit bedrag in feite zo bepaald bedrag als ' loon ' ontvangen doch dat dit bedrag in feite zo
laag is dat er geen sprake kan zijn van een ' betaalde ' laag is dat er geen sprake kan zijn van een ' betaalde '
sportbeoefenaar. Om dit bezwaar te ondervangen wordt voorgesteld dat sportbeoefenaar. Om dit bezwaar te ondervangen wordt voorgesteld dat
de Koning jaarlijks het minimumbedrag vaststelt dat moet beschouwd de Koning jaarlijks het minimumbedrag vaststelt dat moet beschouwd
worden als een drempel, die bij overschrijding de toepassing van worden als een drempel, die bij overschrijding de toepassing van
onderhavig wetsvoorstel verplicht stelt. De Koning zal daartoe het onderhavig wetsvoorstel verplicht stelt. De Koning zal daartoe het
Nationaal Paritair Comité voor de Sport raadplegen en Hij kan genoemd Nationaal Paritair Comité voor de Sport raadplegen en Hij kan genoemd
bedrag per jaar, per maand, per week of volgens een ander criterium bedrag per jaar, per maand, per week of volgens een ander criterium
vastleggen » (Parl. St., Kamer, 1974-1975, nr. 400/2, p. 2). vastleggen » (Parl. St., Kamer, 1974-1975, nr. 400/2, p. 2).
B.5.4. Krachtens artikel 3 van de wet van 24 februari 1978 wordt, B.5.4. Krachtens artikel 3 van de wet van 24 februari 1978 wordt,
niettegenstaande elke uitdrukkelijke bepaling van de overeenkomst, de niettegenstaande elke uitdrukkelijke bepaling van de overeenkomst, de
tussen een werkgever en een betaalde sportbeoefenaar gesloten tussen een werkgever en een betaalde sportbeoefenaar gesloten
overeenkomst, welke titel daaraan ook wordt toegekend, aangezien als overeenkomst, welke titel daaraan ook wordt toegekend, aangezien als
een arbeidsovereenkomst voor bedienden en geregeld door de bepalingen een arbeidsovereenkomst voor bedienden en geregeld door de bepalingen
van de desbetreffende wetgeving en door de bepalingen van die wet. van de desbetreffende wetgeving en door de bepalingen van die wet.
B.5.5. Uit de voormelde bepalingen volgt dat de overeenkomst tussen B.5.5. Uit de voormelde bepalingen volgt dat de overeenkomst tussen
een werkgever en een sportbeoefenaar wiens « loon » zoals bedoeld in een werkgever en een sportbeoefenaar wiens « loon » zoals bedoeld in
de Loonbeschermingswet het door de Koning vastgestelde bedrag de Loonbeschermingswet het door de Koning vastgestelde bedrag
overschrijdt, wordt vermoed een arbeidsovereenkomst voor bedienden te overschrijdt, wordt vermoed een arbeidsovereenkomst voor bedienden te
zijn. Die arbeidsovereenkomst wordt geregeld door de desbetreffende zijn. Die arbeidsovereenkomst wordt geregeld door de desbetreffende
wetgeving alsmede, als lex specialis, door de bepalingen van de wet wetgeving alsmede, als lex specialis, door de bepalingen van de wet
van 24 februari 1978. van 24 februari 1978.
Voor de sportbeoefenaars wier « loon » zoals bedoeld in de Voor de sportbeoefenaars wier « loon » zoals bedoeld in de
Loonbeschermingswet lager is dan het voormelde bedrag, dient het Loonbeschermingswet lager is dan het voormelde bedrag, dient het
bestaan van een arbeidsovereenkomst te worden bewezen opdat de bestaan van een arbeidsovereenkomst te worden bewezen opdat de
desbetreffende wetgeving van toepassing is. Het bestaan van een desbetreffende wetgeving van toepassing is. Het bestaan van een
arbeidsovereenkomst vereist het akkoord van de partijen over de arbeidsovereenkomst vereist het akkoord van de partijen over de
wezenlijke bestanddelen ervan. Het loon als tegenprestatie van de in wezenlijke bestanddelen ervan. Het loon als tegenprestatie van de in
het kader van de arbeidsovereenkomst verrichte arbeid, is een het kader van de arbeidsovereenkomst verrichte arbeid, is een
dergelijk element (Cass., 22 november 2004, Arr. Cass., 2004, nr. dergelijk element (Cass., 22 november 2004, Arr. Cass., 2004, nr.
561). 561).
B.6.1. Het in het geding zijnde verschil in behandeling berust op het B.6.1. Het in het geding zijnde verschil in behandeling berust op het
bedrag van het « loon » zoals bedoeld in de Loonbeschermingswet, dat bedrag van het « loon » zoals bedoeld in de Loonbeschermingswet, dat
jaarlijks door de Koning wordt vastgesteld na advies van het Nationaal jaarlijks door de Koning wordt vastgesteld na advies van het Nationaal
Paritair Comité voor de Sport. Een dergelijk criterium is objectief. Paritair Comité voor de Sport. Een dergelijk criterium is objectief.
B.6.2. Het is tevens pertinent in het licht van de in B.5.1 vermelde B.6.2. Het is tevens pertinent in het licht van de in B.5.1 vermelde
doelstelling om de betaalde sportbeoefenaars, zijnde de doelstelling om de betaalde sportbeoefenaars, zijnde de
sportbeoefenaars die door de sport in hun levensonderhoud voorzien, sportbeoefenaars die door de sport in hun levensonderhoud voorzien,
een sociaal statuut en bijgevolg sociaalrechtelijke bescherming toe te een sociaal statuut en bijgevolg sociaalrechtelijke bescherming toe te
kennen. kennen.
Doordat de in het geding zijnde bepalingen verwijzen naar het Doordat de in het geding zijnde bepalingen verwijzen naar het
loonbegrip uit de Loonbeschermingswet, wordt niet enkel rekening loonbegrip uit de Loonbeschermingswet, wordt niet enkel rekening
gehouden met het loon als tegenprestatie voor arbeid, doch ook met de gehouden met het loon als tegenprestatie voor arbeid, doch ook met de
fooien of het bedieningsgeld en de in geld waardeerbare voordelen fooien of het bedieningsgeld en de in geld waardeerbare voordelen
waarop de sportbeoefenaar ingevolge zijn dienstbetrekking recht heeft waarop de sportbeoefenaar ingevolge zijn dienstbetrekking recht heeft
en waarmee hij eveneens in zijn levensonderhoud kan voorzien. Dat en waarmee hij eveneens in zijn levensonderhoud kan voorzien. Dat
loonbegrip, dat ruimer is dan het loonbegrip uit het loonbegrip, dat ruimer is dan het loonbegrip uit het
arbeidsovereenkomstenrecht, laat toe rekening te houden met het feit arbeidsovereenkomstenrecht, laat toe rekening te houden met het feit
dat het loon van een sportbeoefenaar veelal uit variabele vergoedingen dat het loon van een sportbeoefenaar veelal uit variabele vergoedingen
en premies bestaat. Aldus werd tijdens de parlementaire voorbereiding en premies bestaat. Aldus werd tijdens de parlementaire voorbereiding
opgemerkt : opgemerkt :
« Het loon van een betaalde sportbeoefenaar bestaat in veel gevallen « Het loon van een betaalde sportbeoefenaar bestaat in veel gevallen
uit verschillende variabele delen. Zo wordt de beoefenaar opgesteld of uit verschillende variabele delen. Zo wordt de beoefenaar opgesteld of
niet, de ploeg wint of verliest, enz. Al die toestanden beïnvloeden niet, de ploeg wint of verliest, enz. Al die toestanden beïnvloeden
het loon » (Parl. St., Senaat, 1975-1976, nr. 695/2, p. 16). het loon » (Parl. St., Senaat, 1975-1976, nr. 695/2, p. 16).
« Een ander lid vestigt de aandacht op het feit dat het gebruikelijk « Een ander lid vestigt de aandacht op het feit dat het gebruikelijk
is sportbeoefenaars aan te werven tegen een laag maandloon dat dan is sportbeoefenaars aan te werven tegen een laag maandloon dat dan
aangevuld wordt met premies die in functie van de geleverde prestaties aangevuld wordt met premies die in functie van de geleverde prestaties
worden vastgesteld. worden vastgesteld.
De Minister verklaart dat onder loon verstaan wordt, alles wat de De Minister verklaart dat onder loon verstaan wordt, alles wat de
werknemers ingevolge arbeidsovereenkomsten toekomt, dus ook de premies werknemers ingevolge arbeidsovereenkomsten toekomt, dus ook de premies
» (ibid., pp. 8-9). » (ibid., pp. 8-9).
Door het gebruik van het ruimere loonbegrip uit de Loonbeschermingswet Door het gebruik van het ruimere loonbegrip uit de Loonbeschermingswet
wordt het toepassingsgebied van de wet van 24 februari 1978 wordt het toepassingsgebied van de wet van 24 februari 1978
uitgebreid, hetgeen strookt met de nagestreefde doelstelling van uitgebreid, hetgeen strookt met de nagestreefde doelstelling van
sociale bescherming van professionele sportbeoefenaars. sociale bescherming van professionele sportbeoefenaars.
B.6.3. Het gebruik van dat loonbegrip in de wet van 24 februari 1978 B.6.3. Het gebruik van dat loonbegrip in de wet van 24 februari 1978
heeft bovendien geen onevenredige gevolgen. heeft bovendien geen onevenredige gevolgen.
Het komt de Koning toe om, rekening houdend met het loonbegrip dat in Het komt de Koning toe om, rekening houdend met het loonbegrip dat in
de in het geding zijnde bepalingen wordt gehanteerd en na het advies de in het geding zijnde bepalingen wordt gehanteerd en na het advies
van het Nationaal Paritair Comité voor de Sport, de loongrens aldus van het Nationaal Paritair Comité voor de Sport, de loongrens aldus
vast te stellen dat de sportbeoefenaars wier loon die grens vast te stellen dat de sportbeoefenaars wier loon die grens
overschrijdt, redelijkerwijze kunnen worden geacht door de sport in overschrijdt, redelijkerwijze kunnen worden geacht door de sport in
hun levensonderhoud te voorzien. hun levensonderhoud te voorzien.
Zoals blijkt uit het geschil voor de bodemrechter, zijn de Zoals blijkt uit het geschil voor de bodemrechter, zijn de
sportbeoefenaars wier « loon » zoals bedoeld in de Loonbeschermingswet sportbeoefenaars wier « loon » zoals bedoeld in de Loonbeschermingswet
lager is dan de vastgestelde loongrens, daarom niet verstoken van lager is dan de vastgestelde loongrens, daarom niet verstoken van
sociaalrechtelijke bescherming. In die zin werd tijdens de sociaalrechtelijke bescherming. In die zin werd tijdens de
parlementaire voorbereiding opgemerkt : parlementaire voorbereiding opgemerkt :
« Immers, wanneer de Koning het bedrag zal hebben bepaald vanaf « Immers, wanneer de Koning het bedrag zal hebben bepaald vanaf
hetwelk het ' wettelijk statuut ' van toepassing zal zijn, zullen de hetwelk het ' wettelijk statuut ' van toepassing zal zijn, zullen de
sportbeoefenaars die een lagere beloning dan dat bedrag ontvangen, sportbeoefenaars die een lagere beloning dan dat bedrag ontvangen,
niet vallen onder de arbeidsovereenkomst van de beloonde niet vallen onder de arbeidsovereenkomst van de beloonde
sportbeoefenaar zonder dat zij daarom [...] het statuut van onbeloonde sportbeoefenaar zonder dat zij daarom [...] het statuut van onbeloonde
sportbeoefenaar krijgen. sportbeoefenaar krijgen.
Naar gelang van de voorwaarden welke die sportbeoefenaars vervullen, Naar gelang van de voorwaarden welke die sportbeoefenaars vervullen,
worden zij onderworpen aan het gewone arbeidscontract of aan een ander worden zij onderworpen aan het gewone arbeidscontract of aan een ander
statuut, b.v. aansluiting met alle gevolgen vandien voor de toepassing statuut, b.v. aansluiting met alle gevolgen vandien voor de toepassing
van de sociale wetgeving van de werknemers of van het sociaal statuut van de sociale wetgeving van de werknemers of van het sociaal statuut
van de zelfstandigen » (Parl. St., Kamer, 1974-1975, nr. 400/6, p. 5). van de zelfstandigen » (Parl. St., Kamer, 1974-1975, nr. 400/6, p. 5).
De sportbeoefenaars wier « loon » in de zin van de Loonbeschermingswet De sportbeoefenaars wier « loon » in de zin van de Loonbeschermingswet
lager is dan de vastgestelde loongrens, worden bijgevolg alsnog geacht lager is dan de vastgestelde loongrens, worden bijgevolg alsnog geacht
door een arbeidsovereenkomst te zijn verbonden en onder het door een arbeidsovereenkomst te zijn verbonden en onder het
toepassingsgebied van de desbetreffende wetgeving te ressorteren toepassingsgebied van de desbetreffende wetgeving te ressorteren
indien wordt aangetoond dat de constitutieve elementen van een indien wordt aangetoond dat de constitutieve elementen van een
arbeidsovereenkomst voorhanden zijn, waaronder loon als tegenprestatie arbeidsovereenkomst voorhanden zijn, waaronder loon als tegenprestatie
voor arbeid. Uit het enkele feit dat er in dat geval geen wettelijk voor arbeid. Uit het enkele feit dat er in dat geval geen wettelijk
vermoeden van het bestaan van een arbeidsovereenkomst voorhanden is, vermoeden van het bestaan van een arbeidsovereenkomst voorhanden is,
vloeit geen schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet voort. vloeit geen schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet voort.
B.7. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. B.7. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
De artikelen 2, § 1, en 3 van de wet van 24 februari 1978 betreffende De artikelen 2, § 1, en 3 van de wet van 24 februari 1978 betreffende
de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars schenden de de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars schenden de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet.
Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof,
op 5 juli 2018. op 5 juli 2018.
De griffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux P.-Y. Dutilleux
De voorzitter, De voorzitter,
A. Alen A. Alen
^