Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 6/2018 van 18 januari 2018 Rolnummers 6727, 6732 en 6735 In zake : de beroepen tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van artikel 56ter, § 5, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de recht(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 6/2018 van 18 januari 2018 Rolnummers 6727, 6732 en 6735 In zake : de beroepen tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van artikel 56ter, § 5, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de recht(...) Uittreksel uit arrest nr. 6/2018 van 18 januari 2018 Rolnummers 6727, 6732 en 6735 In zake : de beroepen tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van artikel 56ter, § 5, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de recht(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 6/2018 van 18 januari 2018 Uittreksel uit arrest nr. 6/2018 van 18 januari 2018
Rolnummers 6727, 6732 en 6735 Rolnummers 6727, 6732 en 6735
In zake : de beroepen tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van In zake : de beroepen tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van
artikel 56ter, § 5, van de wet betreffende de verplichte verzekering artikel 56ter, § 5, van de wet betreffende de verplichte verzekering
voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli
1994, zoals vervangen bij artikel 50 van de wet van 19 december 2008 1994, zoals vervangen bij artikel 50 van de wet van 19 december 2008
houdende diverse bepalingen inzake gezondheidszorg, ingesteld door de houdende diverse bepalingen inzake gezondheidszorg, ingesteld door de
vzw « Ziekenhuisvereniging van Brussel en van Schaarbeek - vzw « Ziekenhuisvereniging van Brussel en van Schaarbeek -
Universitair Verplegingscentrum Brugmann » en anderen, de cvba « Universitair Verplegingscentrum Brugmann » en anderen, de cvba «
Centre Hospitalier Bois de l'Abbaye » en de vzw « Centre Hospitalier Centre Hospitalier Bois de l'Abbaye » en de vzw « Centre Hospitalier
Régional de la Haute Senne » en door de cvba « Centre Hospitalier Régional de la Haute Senne » en door de cvba « Centre Hospitalier
Universitaire et Psychiatrique de Mons-Borinage » en de vereniging van Universitaire et Psychiatrique de Mons-Borinage » en de vereniging van
openbare besturen « CHR Sambre et Meuse ». openbare besturen « CHR Sambre et Meuse ».
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de
rechters L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Moerman, F. Daoût en T. Giet, rechters L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Moerman, F. Daoût en T. Giet,
bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van
voorzitter J. Spreutels, voorzitter J. Spreutels,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de beroepen en rechtspleging I. Onderwerp van de beroepen en rechtspleging
a. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 15 a. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 15
september 2017 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen september 2017 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen
op 19 september 2017, is, ingevolge het arrest van het Hof nr. 15/2017 op 19 september 2017, is, ingevolge het arrest van het Hof nr. 15/2017
van 9 februari 2017 (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 29 van 9 februari 2017 (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 29
maart 2017), beroep tot gehele of gedeeltelijke vernietiging ingesteld maart 2017), beroep tot gehele of gedeeltelijke vernietiging ingesteld
van artikel 56ter, § 5, van de wet betreffende de verplichte van artikel 56ter, § 5, van de wet betreffende de verplichte
verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen,
gecoördineerd op 14 juli 1994, zoals vervangen bij artikel 50 van de gecoördineerd op 14 juli 1994, zoals vervangen bij artikel 50 van de
wet van 19 december 2008 houdende diverse bepalingen inzake wet van 19 december 2008 houdende diverse bepalingen inzake
gezondheidszorg, door de vzw « Ziekenhuisvereniging van Brussel en van gezondheidszorg, door de vzw « Ziekenhuisvereniging van Brussel en van
Schaarbeek - Universitair Verplegingscentrum Brugmann », de vzw « Schaarbeek - Universitair Verplegingscentrum Brugmann », de vzw «
Ziekenhuisvereniging van Brussel - Universitair Verplegingscentrum Ziekenhuisvereniging van Brussel - Universitair Verplegingscentrum
Sint-Pieter » en de vzw « Ziekenhuisvereniging van Anderlecht, Sint-Pieter » en de vzw « Ziekenhuisvereniging van Anderlecht,
Sint-Gillis, Etterbeek en Elsene - Iris Ziekenhuizen Zuid », Sint-Gillis, Etterbeek en Elsene - Iris Ziekenhuizen Zuid »,
bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. B. Cambier en Mr. L. Demez, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. B. Cambier en Mr. L. Demez,
advocaten bij de balie te Brussel. advocaten bij de balie te Brussel.
b. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 29 b. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 29
september 2017 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen september 2017 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen
op 2 oktober 2017, is, ingevolge hetzelfde arrest van het Hof, beroep op 2 oktober 2017, is, ingevolge hetzelfde arrest van het Hof, beroep
tot vernietiging ingesteld van voormelde wetsbepaling, door de cvba « tot vernietiging ingesteld van voormelde wetsbepaling, door de cvba «
Centre Hospitalier Bois de l'Abbaye » en de vzw « Centre Hospitalier Centre Hospitalier Bois de l'Abbaye » en de vzw « Centre Hospitalier
Régional de la Haute Senne », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. Régional de la Haute Senne », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr.
M. Vastmans en Mr. C. Dony, advocaten bij de balie te Brussel. M. Vastmans en Mr. C. Dony, advocaten bij de balie te Brussel.
c. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 28 c. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 28
september 2017 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen september 2017 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen
op 3 oktober 2017, is, ingevolge hetzelfde arrest van het Hof, beroep op 3 oktober 2017, is, ingevolge hetzelfde arrest van het Hof, beroep
tot vernietiging ingesteld van dezelfde wetsbepaling, door de cvba « tot vernietiging ingesteld van dezelfde wetsbepaling, door de cvba «
Centre Hospitalier Universitaire et Psychiatrique de Mons-Borinage » Centre Hospitalier Universitaire et Psychiatrique de Mons-Borinage »
en de vereniging van openbaar besturen « CHR Sambre et Meuse », en de vereniging van openbaar besturen « CHR Sambre et Meuse »,
bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. P. Levert, advocaat bij de bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. P. Levert, advocaat bij de
balie te Brussel. balie te Brussel.
Die zaken, ingeschreven onder de nummers 6727, 6732 en 6735 van de rol Die zaken, ingeschreven onder de nummers 6727, 6732 en 6735 van de rol
van het Hof, werden samengevoegd. van het Hof, werden samengevoegd.
Op 4 oktober 2017 hebben de rechters-verslaggevers J.-P. Moerman en A. Op 4 oktober 2017 hebben de rechters-verslaggevers J.-P. Moerman en A.
Alen, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van de bijzondere wet Alen, met toepassing van artikel 72, eerste lid, van de bijzondere wet
van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, het Hof ervan in kennis van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, het Hof ervan in kennis
gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht voor te stellen gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht voor te stellen
het onderzoek van de zaken af te doen met een arrest gewezen op het onderzoek van de zaken af te doen met een arrest gewezen op
voorafgaande rechtspleging. voorafgaande rechtspleging.
(...) (...)
II. In rechte II. In rechte
(...) (...)
B.1. De verzoekende partijen vorderen de vernietiging van artikel B.1. De verzoekende partijen vorderen de vernietiging van artikel
56ter, § 5, of minstens van artikel 56ter, § 5, 1°, b), van de wet 56ter, § 5, of minstens van artikel 56ter, § 5, 1°, b), van de wet
betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en
uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, zoals vervangen bij uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, zoals vervangen bij
artikel 50 van de wet van 19 december 2008 houdende diverse bepalingen artikel 50 van de wet van 19 december 2008 houdende diverse bepalingen
inzake gezondheidszorg, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van inzake gezondheidszorg, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van
31 december 2008. 31 december 2008.
De drie beroepen tot vernietiging worden ingesteld op grond van De drie beroepen tot vernietiging worden ingesteld op grond van
artikel 4, tweede lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het artikel 4, tweede lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het
Grondwettelijk Hof, dat bepaalt dat voor onder meer iedere natuurlijke Grondwettelijk Hof, dat bepaalt dat voor onder meer iedere natuurlijke
persoon of rechtspersoon die doet blijken van een belang, een nieuwe persoon of rechtspersoon die doet blijken van een belang, een nieuwe
termijn van zes maanden openstaat voor het instellen van een beroep termijn van zes maanden openstaat voor het instellen van een beroep
tot vernietiging tegen een wet, een decreet of een ordonnantie wanneer tot vernietiging tegen een wet, een decreet of een ordonnantie wanneer
het Hof, uitspraak doende op een prejudiciële vraag, heeft verklaard het Hof, uitspraak doende op een prejudiciële vraag, heeft verklaard
dat die wet, dat decreet of die ordonnantie met name een van de in dat die wet, dat decreet of die ordonnantie met name een van de in
artikel 1 bedoelde regels schendt. artikel 1 bedoelde regels schendt.
Bij zijn arrest nr. 15/2017 van 9 februari 2017 heeft het Hof voor Bij zijn arrest nr. 15/2017 van 9 februari 2017 heeft het Hof voor
recht gezegd : recht gezegd :
« 1. Artikel 56ter, § 5, van de wet betreffende de verplichte « 1. Artikel 56ter, § 5, van de wet betreffende de verplichte
verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen,
gecoördineerd op 14 juli 1994, zoals vervangen bij artikel 50 van de gecoördineerd op 14 juli 1994, zoals vervangen bij artikel 50 van de
wet van 19 december 2008 houdende diverse bepalingen inzake wet van 19 december 2008 houdende diverse bepalingen inzake
gezondheidszorg, zoals van toepassing op de opnames die worden gezondheidszorg, zoals van toepassing op de opnames die worden
beëindigd vóór 1 januari 2009, schendt artikel 16 van de Grondwet, in beëindigd vóór 1 januari 2009, schendt artikel 16 van de Grondwet, in
samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij
het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in zoverre het erin het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in zoverre het erin
voorziet dat de daadwerkelijk terug te betalen bedragen gelijk zijn voorziet dat de daadwerkelijk terug te betalen bedragen gelijk zijn
aan het verschil tussen de werkelijke uitgaven van de geselecteerde aan het verschil tussen de werkelijke uitgaven van de geselecteerde
ziekenhuizen en de nationale mediaanuitgave, wanneer die laatste ziekenhuizen en de nationale mediaanuitgave, wanneer die laatste
gelijk is aan nul. gelijk is aan nul.
2. Voor het overige schendt diezelfde bepaling niet de artikelen 10, 2. Voor het overige schendt diezelfde bepaling niet de artikelen 10,
11 en 16 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 11 en 16 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel
6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, met artikel 1 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, met artikel 1
van het Eerste Aanvullend Protocol bij dat Verdrag, met het beginsel van het Eerste Aanvullend Protocol bij dat Verdrag, met het beginsel
van niet-retroactiviteit van de wetten, met het beginsel van van niet-retroactiviteit van de wetten, met het beginsel van
rechtszekerheid, met het evenredigheidsbeginsel en met het beginsel rechtszekerheid, met het evenredigheidsbeginsel en met het beginsel
[...] non bis [in] idem. [...] non bis [in] idem.
[...] ». [...] ».
B.2. De drie verzoekende partijen in de zaak nr. 6727 en de twee B.2. De drie verzoekende partijen in de zaak nr. 6727 en de twee
verzoekende partijen in de zaak nr. 6732 zijn private verzoekende partijen in de zaak nr. 6732 zijn private
ziekenhuisverenigingen. De twee verzoekende partijen in de zaak nr. ziekenhuisverenigingen. De twee verzoekende partijen in de zaak nr.
6735 zijn openbare ziekenhuisverenigingen. Zij voeren aan dat het 6735 zijn openbare ziekenhuisverenigingen. Zij voeren aan dat het
systeem van de referentiebedragen, en specifieker artikel 56ter van de systeem van de referentiebedragen, en specifieker artikel 56ter van de
voormelde wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige voormelde wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige
verzorging en uitkeringen, rechtstreeks op hen betrekking heeft. verzorging en uitkeringen, rechtstreeks op hen betrekking heeft.
Financiële sancties die met toepassing van artikel 56ter, § 5, 1°, b), Financiële sancties die met toepassing van artikel 56ter, § 5, 1°, b),
van die wet zijn berekend, werden hun immers opgelegd, waarvan de van die wet zijn berekend, werden hun immers opgelegd, waarvan de
bedragen afhangen van de mediaanuitgaven, met name wanneer die gelijk bedragen afhangen van de mediaanuitgaven, met name wanneer die gelijk
zijn aan nul. zijn aan nul.
De verzoekende partijen in de zaak nr. 6735 verwijzen bovendien naar De verzoekende partijen in de zaak nr. 6735 verwijzen bovendien naar
artikel 18 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het artikel 18 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het
Grondwettelijk Hof waarbij een beroep tot intrekking van onder meer de Grondwettelijk Hof waarbij een beroep tot intrekking van onder meer de
beslissingen van de rechtscolleges die op een door het Hof vernietigde beslissingen van de rechtscolleges die op een door het Hof vernietigde
wetsbepaling zijn gegrond, wordt geregeld. wetsbepaling zijn gegrond, wordt geregeld.
Daaruit vloeit voort dat de door het RIZIV en de Ministerraad Daaruit vloeit voort dat de door het RIZIV en de Ministerraad
opgeworpen exceptie van niet-ontvankelijkheid ongegrond is. opgeworpen exceptie van niet-ontvankelijkheid ongegrond is.
B.3. Artikel 56ter van de wet betreffende de verplichte verzekering B.3. Artikel 56ter van de wet betreffende de verplichte verzekering
voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli
1994, bepaalt : 1994, bepaalt :
« [...] « [...]
§ 5. 1° De selectie van de ziekenhuizen die in aanmerking komen voor § 5. 1° De selectie van de ziekenhuizen die in aanmerking komen voor
effectieve opvordering van de terug te storten bedragen en de effectieve opvordering van de terug te storten bedragen en de
berekening van de effectieve aan het Instituut terug te storten berekening van de effectieve aan het Instituut terug te storten
bedragen door de geselectioneerde ziekenhuizen, ten laste van de aan bedragen door de geselectioneerde ziekenhuizen, ten laste van de aan
de verzekering aangerekende honoraria, gebeurt volgens de volgende de verzekering aangerekende honoraria, gebeurt volgens de volgende
berekeningsmethode, die in twee onderdelen opgedeeld wordt : berekeningsmethode, die in twee onderdelen opgedeeld wordt :
a. Selectie van de ziekenhuizen die in aanmerking komen voor a. Selectie van de ziekenhuizen die in aanmerking komen voor
effectieve opvordering van de terug te storten bedragen : effectieve opvordering van de terug te storten bedragen :
- berekening per ziekenhuis van de verschilbedragen tussen enerzijds - berekening per ziekenhuis van de verschilbedragen tussen enerzijds
de werkelijke uitgaven voor de opnames zoals bedoeld in paragraaf 1, de werkelijke uitgaven voor de opnames zoals bedoeld in paragraaf 1,
rekening houdend met de beperkingen bedoeld in paragraaf 2, en rekening houdend met de beperkingen bedoeld in paragraaf 2, en
anderzijds de referentie-uitgaven berekend volgens de modaliteiten, anderzijds de referentie-uitgaven berekend volgens de modaliteiten,
zoals opgegeven in paragrafen 2, 3 en 4; zoals opgegeven in paragrafen 2, 3 en 4;
- totalisatie per ziekenhuis van de positieve en negatieve resultaten - totalisatie per ziekenhuis van de positieve en negatieve resultaten
van deze berekeningen; enkel de ziekenhuizen voor wie het resultaat van deze berekeningen; enkel de ziekenhuizen voor wie het resultaat
van deze totalisatie positief is, komen in aanmerking voor van deze totalisatie positief is, komen in aanmerking voor
terugstorting. terugstorting.
b. Berekening van de effectieve terug te storten bedragen voor de in b. Berekening van de effectieve terug te storten bedragen voor de in
a. geselecteerde ziekenhuizen : a. geselecteerde ziekenhuizen :
- berekening per ziekenhuis van de verschilbedragen tussen enerzijds - berekening per ziekenhuis van de verschilbedragen tussen enerzijds
werkelijke uitgaven voor de opnames zoals bedoeld in paragraaf 1, werkelijke uitgaven voor de opnames zoals bedoeld in paragraaf 1,
rekening houdend met de beperkingen bedoeld in paragraaf 2, en rekening houdend met de beperkingen bedoeld in paragraaf 2, en
anderzijds de overeenkomstige nationale mediaanuitgave, per APR-DRG, anderzijds de overeenkomstige nationale mediaanuitgave, per APR-DRG,
per klasse 1 respectievelijk 2 van klinische ernst en per groep van per klasse 1 respectievelijk 2 van klinische ernst en per groep van
verstrekkingen; verstrekkingen;
- alle positieve verschilbedragen van de hierboven uitgevoerde - alle positieve verschilbedragen van de hierboven uitgevoerde
berekeningen per ziekenhuis vormen de effectieve terug te storten berekeningen per ziekenhuis vormen de effectieve terug te storten
bedragen voor de onder a. geselecteerde ziekenhuizen, mits de som van bedragen voor de onder a. geselecteerde ziekenhuizen, mits de som van
deze positieve verschilbedragen groter is dan 1000 euro. deze positieve verschilbedragen groter is dan 1000 euro.
2° De door het ziekenhuis terug te storten bedragen worden verdeeld 2° De door het ziekenhuis terug te storten bedragen worden verdeeld
tussen de ziekenhuisbeheerder en de ziekenhuisgeneesheren, conform het tussen de ziekenhuisbeheerder en de ziekenhuisgeneesheren, conform het
reglement zoals bedoeld in artikel 135, 1°, tweede lid, of in artikel reglement zoals bedoeld in artikel 135, 1°, tweede lid, of in artikel
136, eerste lid, van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 136, eerste lid, van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7
augustus 1987. augustus 1987.
[...] ». [...] ».
B.4. De verzoekende partijen leiden een enig middel tot vernietiging B.4. De verzoekende partijen leiden een enig middel tot vernietiging
af uit de schending, door de bestreden bepaling, van de artikelen 10 af uit de schending, door de bestreden bepaling, van de artikelen 10
en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met het en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met het
evenredigheidsbeginsel, met artikel 16 van de Grondwet en met artikel evenredigheidsbeginsel, met artikel 16 van de Grondwet en met artikel
1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de
rechten van de mens. rechten van de mens.
Zij doen gelden dat de bestreden bepaling erin voorziet dat de Zij doen gelden dat de bestreden bepaling erin voorziet dat de
daadwerkelijk terug te betalen bedragen gelijk zijn aan het verschil daadwerkelijk terug te betalen bedragen gelijk zijn aan het verschil
tussen de werkelijke uitgaven van de geselecteerde ziekenhuizen en de tussen de werkelijke uitgaven van de geselecteerde ziekenhuizen en de
overeenkomstige nationale mediaanuitgaven, zelfs wanneer die laatsten overeenkomstige nationale mediaanuitgaven, zelfs wanneer die laatsten
gelijk zijn aan nul, en dat de aan de ziekenhuizen opgelegde gelijk zijn aan nul, en dat de aan de ziekenhuizen opgelegde
verplichting om de totaliteit terug te betalen van de uitgaven die verplichting om de totaliteit terug te betalen van de uitgaven die
zijn veroorzaakt door verstrekkingen die zij verrichten en waarvoor de zijn veroorzaakt door verstrekkingen die zij verrichten en waarvoor de
nationale mediaanuitgave gelijk is aan nul, ertoe leidt dat hun de nationale mediaanuitgave gelijk is aan nul, ertoe leidt dat hun de
totaliteit van de uitkeringen wordt ontzegd die overeenstemt met de totaliteit van de uitkeringen wordt ontzegd die overeenstemt met de
terugbetaling van de uitgaven die ten behoeve van hun patiënten voor terugbetaling van de uitgaven die ten behoeve van hun patiënten voor
die verstrekkingen zijn gedaan. die verstrekkingen zijn gedaan.
Zij voeren aan dat de in het middel bedoelde artikelen bescherming Zij voeren aan dat de in het middel bedoelde artikelen bescherming
bieden tegen elke inmenging in het recht op het ongestoord genot van bieden tegen elke inmenging in het recht op het ongestoord genot van
de eigendom en tegen elke maatregel waarvan de gevolgen onevenredig de eigendom en tegen elke maatregel waarvan de gevolgen onevenredig
zouden zijn ten aanzien van het door de wetgever nagestreefde doel, en zouden zijn ten aanzien van het door de wetgever nagestreefde doel, en
dat het Hof in zijn arrest nr. 15/2017 heeft aanvaard dat eisen dat de dat het Hof in zijn arrest nr. 15/2017 heeft aanvaard dat eisen dat de
ziekenhuizen het verschil moeten terugbetalen tussen de werkelijke ziekenhuizen het verschil moeten terugbetalen tussen de werkelijke
uitgaven en de mediaanuitgave, wanneer die laatste op nul wordt uitgaven en de mediaanuitgave, wanneer die laatste op nul wordt
vastgesteld, niet bestaanbaar is met artikel 16 van de Grondwet, in vastgesteld, niet bestaanbaar is met artikel 16 van de Grondwet, in
samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij
het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. het Europees Verdrag voor de rechten van de mens.
B.5. Bij zijn voormelde arrest nr. 15/2017 heeft het Hof geoordeeld : B.5. Bij zijn voormelde arrest nr. 15/2017 heeft het Hof geoordeeld :
« B.3.1. Artikel 56ter is in de ZIV-Wet ingevoegd bij artikel 11 van « B.3.1. Artikel 56ter is in de ZIV-Wet ingevoegd bij artikel 11 van
de wet van 22 augustus 2002 houdende maatregelen inzake de wet van 22 augustus 2002 houdende maatregelen inzake
gezondheidszorg teneinde 'praktijkverschillen bij standaardprocedures gezondheidszorg teneinde 'praktijkverschillen bij standaardprocedures
die in het ziekenhuis worden uitgevoerd weg te werken' (Parl. St., die in het ziekenhuis worden uitgevoerd weg te werken' (Parl. St.,
Kamer, 2001-2002, DOC 50-1905/001, p. 8). Kamer, 2001-2002, DOC 50-1905/001, p. 8).
Krachtens artikel 60 van de wet van 22 augustus 2002 moesten de Krachtens artikel 60 van de wet van 22 augustus 2002 moesten de
referentiebedragen voor de eerste maal worden berekend voor het jaar referentiebedragen voor de eerste maal worden berekend voor het jaar
2003 op basis van de gegevens met betrekking tot de opnames die 2003 op basis van de gegevens met betrekking tot de opnames die
eindigden na 1 oktober 2002 en vóór 31 december 2003. eindigden na 1 oktober 2002 en vóór 31 december 2003.
B.3.2. Het systeem van de referentiebedragen waarin artikel 56ter B.3.2. Het systeem van de referentiebedragen waarin artikel 56ter
voorziet, is vervolgens grondig gewijzigd bij de wet van 27 december voorziet, is vervolgens grondig gewijzigd bij de wet van 27 december
2005, die met name een berekeningswijze voor het terug te vorderen 2005, die met name een berekeningswijze voor het terug te vorderen
bedrag in twee fasen heeft vastgelegd (een selectie van de betrokken bedrag in twee fasen heeft vastgelegd (een selectie van de betrokken
ziekenhuizen, en vervolgens een berekening van het bedrag dat die ziekenhuizen, en vervolgens een berekening van het bedrag dat die
ziekenhuizen werkelijk moeten terugstorten), waarbij de Koning evenwel ziekenhuizen werkelijk moeten terugstorten), waarbij de Koning evenwel
de termijnen en voorwaarden inzake de berekening van de bedragen in de termijnen en voorwaarden inzake de berekening van de bedragen in
kwestie moest vaststellen, alsook de wijze waarop het ziekenhuis die kwestie moest vaststellen, alsook de wijze waarop het ziekenhuis die
terugstort aan de verzekering voor geneeskundige verzorging. Tijdens terugstort aan de verzekering voor geneeskundige verzorging. Tijdens
de parlementaire voorbereiding van die wet is aldus vastgesteld dat de parlementaire voorbereiding van die wet is aldus vastgesteld dat
'de referentiebedragen [...] nog niet [zijn] toegepast. Dat zal voor 'de referentiebedragen [...] nog niet [zijn] toegepast. Dat zal voor
het eerst in 2006 gebeuren, op grond van de opnamen die vóór 1 januari het eerst in 2006 gebeuren, op grond van de opnamen die vóór 1 januari
2004 eindigen' (Parl. St., Kamer, 2005-2006, DOC 51-2098/028, p. 17). 2004 eindigen' (Parl. St., Kamer, 2005-2006, DOC 51-2098/028, p. 17).
B.3.3. Bij ontstentenis van toepassingsbesluiten is het in 2002 B.3.3. Bij ontstentenis van toepassingsbesluiten is het in 2002
ingevoerde systeem van de referentiebedragen echter nooit concreet ingevoerde systeem van de referentiebedragen echter nooit concreet
toegepast (Parl. St., Kamer, 2008-2009, DOC 52-1491/006, p. 9) vóór de toegepast (Parl. St., Kamer, 2008-2009, DOC 52-1491/006, p. 9) vóór de
invoeging van het nieuwe artikel 56ter, dat in de onderhavige invoeging van het nieuwe artikel 56ter, dat in de onderhavige
prejudiciële vragen in het geding is, bij artikel 50 van de wet van 19 prejudiciële vragen in het geding is, bij artikel 50 van de wet van 19
december 2008 houdende diverse bepalingen inzake gezondheidszorg. december 2008 houdende diverse bepalingen inzake gezondheidszorg.
B.4.1. Bij zijn arrest nr. 60/2010 van 27 mei 2010 heeft het Hof het B.4.1. Bij zijn arrest nr. 60/2010 van 27 mei 2010 heeft het Hof het
beroep tot vernietiging onontvankelijk verklaard dat is ingesteld beroep tot vernietiging onontvankelijk verklaard dat is ingesteld
tegen artikel 50 van de wet van 19 december 2008, daar de verzoekende tegen artikel 50 van de wet van 19 december 2008, daar de verzoekende
partijen, die, enerzijds, drie verenigingen waren die de belangen van partijen, die, enerzijds, drie verenigingen waren die de belangen van
de artsen verdedigden en, anderzijds, ziekenhuisartsen waren, niet de artsen verdedigden en, anderzijds, ziekenhuisartsen waren, niet
deden blijken van het vereiste belang. Het Hof heeft geoordeeld dat deden blijken van het vereiste belang. Het Hof heeft geoordeeld dat
het systeem van de referentiebedragen alleen rechtstreeks bestemd was het systeem van de referentiebedragen alleen rechtstreeks bestemd was
voor de ziekenhuisinstellingen en niet voor de artsen die werkzaam voor de ziekenhuisinstellingen en niet voor de artsen die werkzaam
zijn in een ziekenhuismilieu, en dat de situatie van de verzoekende zijn in een ziekenhuismilieu, en dat de situatie van de verzoekende
partijen, ten aanzien van hun beroepspraktijk, niet werd aangetast partijen, ten aanzien van hun beroepspraktijk, niet werd aangetast
door de bestreden bepaling. door de bestreden bepaling.
B.4.2. Bij zijn arrest nr. 33/2014 van 27 februari 2014, gewezen op B.4.2. Bij zijn arrest nr. 33/2014 van 27 februari 2014, gewezen op
prejudiciële vraag, heeft het Hof geoordeeld dat artikel 56ter van de prejudiciële vraag, heeft het Hof geoordeeld dat artikel 56ter van de
ZIV-Wet, vóór de vervanging ervan bij artikel 50 van de voormelde wet ZIV-Wet, vóór de vervanging ervan bij artikel 50 van de voormelde wet
van 19 december 2008, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet van 19 december 2008, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet
schond. schond.
B.5.1. Het systeem van de referentiebedragen, opgenomen in artikel B.5.1. Het systeem van de referentiebedragen, opgenomen in artikel
56ter van de ZIV-Wet, strekt ertoe de zorgverleners verantwoordelijk 56ter van de ZIV-Wet, strekt ertoe de zorgverleners verantwoordelijk
te maken, teneinde de socialezekerheidsuitgaven te beperken. Om dat te maken, teneinde de socialezekerheidsuitgaven te beperken. Om dat
doel te bereiken, beoogt het 'de wegwerking [...] van de doel te bereiken, beoogt het 'de wegwerking [...] van de
ongerechtvaardigde praktijkverschillen voor gestandaardiseerde ongerechtvaardigde praktijkverschillen voor gestandaardiseerde
medische en chirurgische prestaties in de ziekenhuissector' (Parl. medische en chirurgische prestaties in de ziekenhuissector' (Parl.
St., Kamer, 2008-2009, DOC 52-1491/006, pp. 8-9) door een methode in St., Kamer, 2008-2009, DOC 52-1491/006, pp. 8-9) door een methode in
te voeren waarmee de uitgaven van de ziekenhuizen voor de te voeren waarmee de uitgaven van de ziekenhuizen voor de
tenlasteneming van een bepaald aantal vaak voorkomende pathologieën tenlasteneming van een bepaald aantal vaak voorkomende pathologieën
kunnen worden vergeleken. kunnen worden vergeleken.
B.5.2. Artikel 50 van de wet van 19 december 2008, dat artikel 56ter B.5.2. Artikel 50 van de wet van 19 december 2008, dat artikel 56ter
van de ZIV-Wet vervangt, strekt ertoe te beantwoorden aan de van de ZIV-Wet vervangt, strekt ertoe te beantwoorden aan de
verbintenis van de Regering 'om gelijke verstrekkingen op gelijke verbintenis van de Regering 'om gelijke verstrekkingen op gelijke
wijze te vergoeden en daartoe, het bestaande systeem van wijze te vergoeden en daartoe, het bestaande systeem van
referentiebedragen te herzien' (Parl. St., Kamer, 2008-2009, DOC referentiebedragen te herzien' (Parl. St., Kamer, 2008-2009, DOC
52-1491/001 en DOC 52-1492/001, p. 34); 'de oorspronkelijke 52-1491/001 en DOC 52-1492/001, p. 34); 'de oorspronkelijke
doelstelling wordt herhaald en behouden, maar de doelstelling wordt herhaald en behouden, maar de
toepassingsmechanismen moeten worden herzien met het oog op een toepassingsmechanismen moeten worden herzien met het oog op een
grotere doeltreffendheid en het beperken of vermijden van bepaalde grotere doeltreffendheid en het beperken of vermijden van bepaalde
kunstgrepen die bij de initiële of gecorrigeerde methode zijn kunstgrepen die bij de initiële of gecorrigeerde methode zijn
aangewend' (ibid.). aangewend' (ibid.).
B.5.3. In een eerste fase wordt het gemiddelde van de uitgaven van B.5.3. In een eerste fase wordt het gemiddelde van de uitgaven van
alle ziekenhuizen, per groep van verstrekkingen, per pathologie en per alle ziekenhuizen, per groep van verstrekkingen, per pathologie en per
graad van ernst, vastgesteld voor elk jaar. Die gemiddelden, graad van ernst, vastgesteld voor elk jaar. Die gemiddelden,
vermeerderd met 10 pct., vormen de referentiebedragen. De ziekenhuizen vermeerderd met 10 pct., vormen de referentiebedragen. De ziekenhuizen
waarvan de getotaliseerde uitgaven de referentiebedragen voor alle waarvan de getotaliseerde uitgaven de referentiebedragen voor alle
beoogde pathologieën overschrijden, worden geselecteerd als komende in beoogde pathologieën overschrijden, worden geselecteerd als komende in
aanmerking voor een terugbetaling. In een tweede fase zijn de aanmerking voor een terugbetaling. In een tweede fase zijn de
geselecteerde ziekenhuizen ertoe gehouden aan het RIZIV de bedragen geselecteerde ziekenhuizen ertoe gehouden aan het RIZIV de bedragen
terug te betalen die dat laatste heeft uitgekeerd voor de in die terug te betalen die dat laatste heeft uitgekeerd voor de in die
instellingen gehospitaliseerde patiënten, per groep van pathologieën, instellingen gehospitaliseerde patiënten, per groep van pathologieën,
met gelijke graad van ernst en per groep van verstrekking, boven de met gelijke graad van ernst en per groep van verstrekking, boven de
bedragen die zijn uitgekeerd voor de patiënten die zijn bedragen die zijn uitgekeerd voor de patiënten die zijn
gehospitaliseerd in de instelling waarvan de uitgaven overeenstemmen gehospitaliseerd in de instelling waarvan de uitgaven overeenstemmen
met de mediaan van de uitgaven van alle ziekenhuizen. met de mediaan van de uitgaven van alle ziekenhuizen.
[...] [...]
B.17.1. In de vierde prejudiciële vraag wordt het Hof verzocht de B.17.1. In de vierde prejudiciële vraag wordt het Hof verzocht de
bestaanbaarheid na te gaan van paragraaf 5 van de in het geding zijnde bestaanbaarheid na te gaan van paragraaf 5 van de in het geding zijnde
bepaling met artikel 16 van de Grondwet, in samenhang gelezen met bepaling met artikel 16 van de Grondwet, in samenhang gelezen met
artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag
voor de rechten van de mens, alsook met de artikelen 10 en 11 van de voor de rechten van de mens, alsook met de artikelen 10 en 11 van de
Grondwet. De vraag heeft betrekking op de methode voor de berekening Grondwet. De vraag heeft betrekking op de methode voor de berekening
van de door de geselecteerde ziekenhuizen terug te betalen bedragen, van de door de geselecteerde ziekenhuizen terug te betalen bedragen,
die zou leiden tot een kennelijke onevenredigheid tussen de die zou leiden tot een kennelijke onevenredigheid tussen de
overschrijdingen die worden vastgesteld ten opzichte van het nationale overschrijdingen die worden vastgesteld ten opzichte van het nationale
gemiddelde in het stadium van de selectie van de ziekenhuizen, en de gemiddelde in het stadium van de selectie van de ziekenhuizen, en de
bedragen die werkelijk moeten worden terugbetaald. bedragen die werkelijk moeten worden terugbetaald.
B.17.2. Artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees B.17.2. Artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees
Verdrag voor de rechten van de mens heeft een draagwijdte die analoog Verdrag voor de rechten van de mens heeft een draagwijdte die analoog
is met die van artikel 16 van de Grondwet, waardoor de erin vervatte is met die van artikel 16 van de Grondwet, waardoor de erin vervatte
waarborgen een onlosmakelijk geheel vormen met die welke zijn waarborgen een onlosmakelijk geheel vormen met die welke zijn
ingeschreven in die grondwetsbepaling, zodat het Hof, bij zijn ingeschreven in die grondwetsbepaling, zodat het Hof, bij zijn
toetsing van de bestreden bepalingen, rekening houdt met die toetsing van de bestreden bepalingen, rekening houdt met die
verdragsbepaling. verdragsbepaling.
B.17.3. Artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol biedt niet alleen B.17.3. Artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol biedt niet alleen
bescherming tegen een onteigening of een eigendomsberoving (eerste bescherming tegen een onteigening of een eigendomsberoving (eerste
alinea, tweede zin), maar ook tegen elke verstoring van het genot van alinea, tweede zin), maar ook tegen elke verstoring van het genot van
de eigendom (eerste alinea, eerste zin) en elke regeling van het de eigendom (eerste alinea, eerste zin) en elke regeling van het
gebruik van de eigendom (tweede alinea). De in het geding zijnde gebruik van de eigendom (tweede alinea). De in het geding zijnde
bepaling, die tot doel en gevolg heeft de geselecteerde ziekenhuizen bepaling, die tot doel en gevolg heeft de geselecteerde ziekenhuizen
een deel van de uitkeringen te ontzeggen dat overeenstemt met de een deel van de uitkeringen te ontzeggen dat overeenstemt met de
terugbetaling van de uitgaven ten behoeve van hun patiënten, vormt een terugbetaling van de uitgaven ten behoeve van hun patiënten, vormt een
inmenging in hun recht op het genot van eigendom. inmenging in hun recht op het genot van eigendom.
Artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol vermeldt dat de Artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol vermeldt dat de
bescherming van het eigendomsrecht 'op geen enkele wijze het recht bescherming van het eigendomsrecht 'op geen enkele wijze het recht
[aantast] dat een Staat heeft om die wetten toe te passen welke hij [aantast] dat een Staat heeft om die wetten toe te passen welke hij
noodzakelijk oordeelt om toezicht uit te oefenen op het gebruik van noodzakelijk oordeelt om toezicht uit te oefenen op het gebruik van
eigendom in overeenstemming met het algemeen belang of om de betaling eigendom in overeenstemming met het algemeen belang of om de betaling
van belastingen of andere heffingen en boeten te verzekeren'. van belastingen of andere heffingen en boeten te verzekeren'.
B.18. Zoals is uiteengezet in B.5, heeft de in het geding zijnde B.18. Zoals is uiteengezet in B.5, heeft de in het geding zijnde
bepaling tot doel bij te dragen tot de beperking van de uitgaven van bepaling tot doel bij te dragen tot de beperking van de uitgaven van
de sociale zekerheid door de zorgverleners wier praktijken overdreven de sociale zekerheid door de zorgverleners wier praktijken overdreven
uitgaven met zich meebrengen ten opzichte van het nationale uitgaven met zich meebrengen ten opzichte van het nationale
gemiddelde, verantwoordelijk te maken. Een dergelijke doelstelling is gemiddelde, verantwoordelijk te maken. Een dergelijke doelstelling is
legitiem. Het Hof moet evenwel nagaan of de nadere regels voor de legitiem. Het Hof moet evenwel nagaan of de nadere regels voor de
berekening van de terug te betalen bedragen geen onevenredige gevolgen berekening van de terug te betalen bedragen geen onevenredige gevolgen
hebben voor de geselecteerde ziekenhuizen. hebben voor de geselecteerde ziekenhuizen.
B.19.1. De gebruikte berekeningswijze omvat twee fasen : de eerste B.19.1. De gebruikte berekeningswijze omvat twee fasen : de eerste
fase bestaat erin, op basis van de referentiebedragen verhoogd met een fase bestaat erin, op basis van de referentiebedragen verhoogd met een
marge van 10 pct., na te gaan of een ziekenhuis in totaal meer heeft marge van 10 pct., na te gaan of een ziekenhuis in totaal meer heeft
uitgegeven dan de voorgestane referentie-uitgaven; de tweede fase uitgegeven dan de voorgestane referentie-uitgaven; de tweede fase
bestaat erin het bedrag te bepalen dat daadwerkelijk moet worden bestaat erin het bedrag te bepalen dat daadwerkelijk moet worden
terugbetaald en daarvoor wordt geen rekening gehouden met de terugbetaald en daarvoor wordt geen rekening gehouden met de
gemiddelde referentie-uitgaven, vermeerderd met 10 pct., maar met de gemiddelde referentie-uitgaven, vermeerderd met 10 pct., maar met de
mediaanuitgaven. mediaanuitgaven.
B.19.2. In beginsel kunnen noch het criterium van het gemiddelde noch B.19.2. In beginsel kunnen noch het criterium van het gemiddelde noch
dat van de mediaan worden beschouwd als onevenredig met het doel dat dat van de mediaan worden beschouwd als onevenredig met het doel dat
de wetgever met de in het geding zijnde maatregel nastreeft. Het gaat de wetgever met de in het geding zijnde maatregel nastreeft. Het gaat
om twee methodes die het mogelijk maken het verschil te meten tussen om twee methodes die het mogelijk maken het verschil te meten tussen
de uitgaven van een gegeven ziekenhuis voor de behandeling van een de uitgaven van een gegeven ziekenhuis voor de behandeling van een
bepaalde pathologie en de uitgaven die redelijkerwijs noodzakelijk bepaalde pathologie en de uitgaven die redelijkerwijs noodzakelijk
kunnen worden geacht om dezelfde pathologie te behandelen, volgens de kunnen worden geacht om dezelfde pathologie te behandelen, volgens de
praktijk die in de andere ziekenhuizen van het land wordt waargenomen. praktijk die in de andere ziekenhuizen van het land wordt waargenomen.
B.19.3. De toepassing van het criterium van de mediaan voor de B.19.3. De toepassing van het criterium van de mediaan voor de
berekening van het bedrag dat daadwerkelijk moet worden terugbetaald, berekening van het bedrag dat daadwerkelijk moet worden terugbetaald,
leidt evenwel tot een onevenredig resultaat in het bijzondere geval leidt evenwel tot een onevenredig resultaat in het bijzondere geval
waarin een mediaan op nul wordt vastgesteld. Die hypothese kan zich waarin een mediaan op nul wordt vastgesteld. Die hypothese kan zich
met name voordoen wanneer een groep van verstrekkingen slechts door met name voordoen wanneer een groep van verstrekkingen slechts door
een minderheid van ziekenhuizen voor een bepaalde pathologie wordt een minderheid van ziekenhuizen voor een bepaalde pathologie wordt
verricht, bijvoorbeeld omdat alleen die minderheid van ziekenhuizen verricht, bijvoorbeeld omdat alleen die minderheid van ziekenhuizen
over de gepaste dienst beschikt, zodat het ziekenhuis dat zich in de over de gepaste dienst beschikt, zodat het ziekenhuis dat zich in de
mediaan bevindt, voor die groep van verstrekkingen geen uitgaven mediaan bevindt, voor die groep van verstrekkingen geen uitgaven
vertoont. In dat geval worden de ziekenhuizen die deze verstrekkingen vertoont. In dat geval worden de ziekenhuizen die deze verstrekkingen
verrichten, ertoe gebracht de totaliteit van de gedane uitgaven terug verrichten, ertoe gebracht de totaliteit van de gedane uitgaven terug
te betalen, hetgeen op termijn zou kunnen leiden tot het schrappen van te betalen, hetgeen op termijn zou kunnen leiden tot het schrappen van
de desbetreffende diensten of verstrekkingen. de desbetreffende diensten of verstrekkingen.
B.19.4. De wetgever was zich overigens bewust van dat onevenredige B.19.4. De wetgever was zich overigens bewust van dat onevenredige
effect, aangezien hij in paragraaf 11 van de in het geding zijnde effect, aangezien hij in paragraaf 11 van de in het geding zijnde
bepaling erin heeft voorzien dat, vanaf 2009, de medianen gelijk aan bepaling erin heeft voorzien dat, vanaf 2009, de medianen gelijk aan
nul zouden worden vervangen door de gemiddelden. In de memorie van nul zouden worden vervangen door de gemiddelden. In de memorie van
toelichting wordt hieromtrent gepreciseerd : toelichting wordt hieromtrent gepreciseerd :
'De tweede correctie die door de Multipartite-structuur is gevraagd, 'De tweede correctie die door de Multipartite-structuur is gevraagd,
bepaalt dat voor de berekening van de boete (terugvordering), indien bepaalt dat voor de berekening van de boete (terugvordering), indien
de mediaanwaarde gelijk is aan nul, men de bedragen [terugvordert] die de mediaanwaarde gelijk is aan nul, men de bedragen [terugvordert] die
het gemiddelde overschrijden. Dit zorgt voor een geringere impact van het gemiddelde overschrijden. Dit zorgt voor een geringere impact van
de terugvordering voor die beperkte gevallen. In het andere geval had de terugvordering voor die beperkte gevallen. In het andere geval had
men alle uitgaven moeten terugvorderen (want onder de nulmediaan) of, men alle uitgaven moeten terugvorderen (want onder de nulmediaan) of,
volgens anderen, helemaal niets terugvorderen; aangezien men deze volgens anderen, helemaal niets terugvorderen; aangezien men deze
voorstellen nogal overdreven vindt, wordt er voorgesteld om het voorstellen nogal overdreven vindt, wordt er voorgesteld om het
gemiddelde te nemen' (Parl. St., Kamer, 2008-2009, DOC 52-1491/001 en gemiddelde te nemen' (Parl. St., Kamer, 2008-2009, DOC 52-1491/001 en
DOC 52-1492/001, pp. 42-43). DOC 52-1492/001, pp. 42-43).
B.20. Voor de opnames die worden beëindigd vóór 1 januari 2009 is de B.20. Voor de opnames die worden beëindigd vóór 1 januari 2009 is de
in het geding zijnde bepaling niet bestaanbaar met artikel 16 van de in het geding zijnde bepaling niet bestaanbaar met artikel 16 van de
Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste Aanvullend Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste Aanvullend
Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in
zoverre zij erin voorziet dat de daadwerkelijk terug te betalen zoverre zij erin voorziet dat de daadwerkelijk terug te betalen
bedragen gelijk zijn aan het verschil tussen de werkelijke uitgaven bedragen gelijk zijn aan het verschil tussen de werkelijke uitgaven
van de geselecteerde ziekenhuizen en de nationale mediaanuitgave, van de geselecteerde ziekenhuizen en de nationale mediaanuitgave,
wanneer die laatste gelijk is aan nul. wanneer die laatste gelijk is aan nul.
De prejudiciële vraag dient in die mate bevestigend te worden De prejudiciële vraag dient in die mate bevestigend te worden
beantwoord ». beantwoord ».
B.6.1. Artikel 56ter, § 5, 1°, b), van de wet betreffende de B.6.1. Artikel 56ter, § 5, 1°, b), van de wet betreffende de
verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen,
gecoördineerd op 14 juli 1994, zoals vervangen bij artikel 50 van de gecoördineerd op 14 juli 1994, zoals vervangen bij artikel 50 van de
wet van 19 december 2008 houdende diverse bepalingen inzake wet van 19 december 2008 houdende diverse bepalingen inzake
gezondheidszorg, schendt artikel 16 van de Grondwet, in samenhang gezondheidszorg, schendt artikel 16 van de Grondwet, in samenhang
gelezen met artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het gelezen met artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het
Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in zoverre het erin Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in zoverre het erin
voorziet, voor de opnames die worden beëindigd vóór 1 januari 2009, voorziet, voor de opnames die worden beëindigd vóór 1 januari 2009,
dat de daadwerkelijk terug te betalen bedragen gelijk zijn aan het dat de daadwerkelijk terug te betalen bedragen gelijk zijn aan het
verschil tussen de werkelijke uitgaven van de geselecteerde verschil tussen de werkelijke uitgaven van de geselecteerde
ziekenhuizen en de nationale mediaanuitgave, wanneer die laatste ziekenhuizen en de nationale mediaanuitgave, wanneer die laatste
gelijk is aan nul. gelijk is aan nul.
B.6.2. In die mate is het enige middel gegrond. B.6.2. In die mate is het enige middel gegrond.
B.7. Artikel 56ter, § 5, 1°, b), van de wet betreffende de verplichte B.7. Artikel 56ter, § 5, 1°, b), van de wet betreffende de verplichte
verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen,
gecoördineerd op 14 juli 1994, zoals vervangen bij artikel 50 van de gecoördineerd op 14 juli 1994, zoals vervangen bij artikel 50 van de
wet van 19 december 2008 houdende diverse bepalingen inzake wet van 19 december 2008 houdende diverse bepalingen inzake
gezondheidszorg, dient te worden vernietigd in zoverre het erin gezondheidszorg, dient te worden vernietigd in zoverre het erin
voorziet dat de daadwerkelijk terug te betalen bedragen voor de voorziet dat de daadwerkelijk terug te betalen bedragen voor de
opnames die worden beëindigd vóór 1 januari 2009, gelijk zijn aan het opnames die worden beëindigd vóór 1 januari 2009, gelijk zijn aan het
verschil tussen de werkelijke uitgaven van de geselecteerde verschil tussen de werkelijke uitgaven van de geselecteerde
ziekenhuizen en de nationale mediaanuitgave, wanneer die laatste ziekenhuizen en de nationale mediaanuitgave, wanneer die laatste
gelijk is aan nul. gelijk is aan nul.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
vernietigt artikel 56ter, § 5, 1°, b), van de wet betreffende de vernietigt artikel 56ter, § 5, 1°, b), van de wet betreffende de
verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen,
gecoördineerd op 14 juli 1994, zoals vervangen bij artikel 50 van de gecoördineerd op 14 juli 1994, zoals vervangen bij artikel 50 van de
wet van 19 december 2008 houdende diverse bepalingen inzake wet van 19 december 2008 houdende diverse bepalingen inzake
gezondheidszorg, in zoverre het erin voorziet dat de daadwerkelijk gezondheidszorg, in zoverre het erin voorziet dat de daadwerkelijk
terug te betalen bedragen voor de opnames die worden beëindigd vóór 1 terug te betalen bedragen voor de opnames die worden beëindigd vóór 1
januari 2009, gelijk zijn aan het verschil tussen de werkelijke januari 2009, gelijk zijn aan het verschil tussen de werkelijke
uitgaven van de geselecteerde ziekenhuizen en de nationale uitgaven van de geselecteerde ziekenhuizen en de nationale
mediaanuitgave, wanneer die laatste gelijk is aan nul. mediaanuitgave, wanneer die laatste gelijk is aan nul.
Aldus gewezen in het Frans, het Nederlands en het Duits, Aldus gewezen in het Frans, het Nederlands en het Duits,
overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op
het Grondwettelijk Hof, op 18 januari 2018. het Grondwettelijk Hof, op 18 januari 2018.
De griffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux P.-Y. Dutilleux
De voorzitter, De voorzitter,
J. Spreutels J. Spreutels
^