Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 138/2016 van 20 oktober 2016 Rolnummer 6336 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1211, § 2, zesde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Gent. Het Grondwettelijk samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de rechters A. Alen, T. Merckx-Van (...)"
Uittreksel uit arrest nr. 138/2016 van 20 oktober 2016 Rolnummer 6336 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1211, § 2, zesde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Gent. Het Grondwettelijk samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de rechters A. Alen, T. Merckx-Van (...) Uittreksel uit arrest nr. 138/2016 van 20 oktober 2016 Rolnummer 6336 In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1211, § 2, zesde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te Gent. Het Grondwettelijk samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de rechters A. Alen, T. Merckx-Van (...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 138/2016 van 20 oktober 2016 Uittreksel uit arrest nr. 138/2016 van 20 oktober 2016
Rolnummer 6336 Rolnummer 6336
In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1211, § 2, zesde In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 1211, § 2, zesde
lid, van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te lid, van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Hof van Beroep te
Gent. Gent.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de
rechters A. Alen, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût en T. Giet, rechters A. Alen, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût en T. Giet,
bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van
voorzitter E. De Groot, voorzitter E. De Groot,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging
Bij arrest van 7 januari 2016 in zake Emil Brasfalean tegen Tina Van Bij arrest van 7 januari 2016 in zake Emil Brasfalean tegen Tina Van
Raemdonck en anderen, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is Raemdonck en anderen, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is
ingekomen op 18 januari 2016, heeft het Hof van Beroep te Gent de ingekomen op 18 januari 2016, heeft het Hof van Beroep te Gent de
volgende prejudiciële vraag gesteld : volgende prejudiciële vraag gesteld :
« Schendt artikel 1211, § 2, zesde lid Ger.W. (zoals gewijzigd door « Schendt artikel 1211, § 2, zesde lid Ger.W. (zoals gewijzigd door
artikel 5 van de wet van 13 augustus 2011 houdende hervorming van de artikel 5 van de wet van 13 augustus 2011 houdende hervorming van de
procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling) de artikelen 10 en procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling) de artikelen 10 en
11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 6.1 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 6.1
EVRM, voor zover deze wetsbepaling inzake gerechtelijke EVRM, voor zover deze wetsbepaling inzake gerechtelijke
vereffening-verdeling elk rechtsmiddel uitsluit tegen een rechterlijke vereffening-verdeling elk rechtsmiddel uitsluit tegen een rechterlijke
beslissing aangaande de vervanging van een notaris-vereffenaar terwijl beslissing aangaande de vervanging van een notaris-vereffenaar terwijl
rechtsmiddelen niet zijn uitgesloten tegen een rechterlijke beslissing rechtsmiddelen niet zijn uitgesloten tegen een rechterlijke beslissing
tot aanwijzing van een notaris-vereffenaar met toepassing van artikel tot aanwijzing van een notaris-vereffenaar met toepassing van artikel
1210, § 1 Ger.W. ? ». 1210, § 1 Ger.W. ? ».
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
B.1.1. Het Hof wordt ondervraagd over de bestaanbaarheid met de B.1.1. Het Hof wordt ondervraagd over de bestaanbaarheid met de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen
met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens,
van artikel 1211, § 2, laatste lid, van het Gerechtelijk Wetboek in van artikel 1211, § 2, laatste lid, van het Gerechtelijk Wetboek in
zoverre het bepaalt dat, in het kader van een gerechtelijke verdeling, zoverre het bepaalt dat, in het kader van een gerechtelijke verdeling,
tegen de beslissing betreffende de vervanging van de tegen de beslissing betreffende de vervanging van de
notaris-vereffenaar, geen enkel rechtsmiddel kan worden aangewend, notaris-vereffenaar, geen enkel rechtsmiddel kan worden aangewend,
terwijl tegen de beslissing betreffende de aanstelling van de terwijl tegen de beslissing betreffende de aanstelling van de
notaris-vereffenaar op grond van artikel 1210 van het Gerechtelijk notaris-vereffenaar op grond van artikel 1210 van het Gerechtelijk
Wetboek, wel rechtsmiddelen kunnen worden aangewend. Wetboek, wel rechtsmiddelen kunnen worden aangewend.
Uit de verwijzingsbeslissing blijkt dat het verzoek tot vervanging is Uit de verwijzingsbeslissing blijkt dat het verzoek tot vervanging is
uitgegaan van de partijen bij de gerechtelijke verdeling. Het Hof uitgegaan van de partijen bij de gerechtelijke verdeling. Het Hof
beperkt zijn onderzoek daartoe. beperkt zijn onderzoek daartoe.
B.1.2. De artikelen 1210 en 1211 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals B.1.2. De artikelen 1210 en 1211 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals
vervangen bij artikel 5 van de wet van 13 augustus 2011 houdende vervangen bij artikel 5 van de wet van 13 augustus 2011 houdende
hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling, hervorming van de procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling,
bepalen : bepalen :
«

Art. 1210.§ 1. Indien de rechtbank de verdeling beveelt, verwijst

«

Art. 1210.§ 1. Indien de rechtbank de verdeling beveelt, verwijst

zij de partijen naar de notaris-vereffenaar over wie de partijen het zij de partijen naar de notaris-vereffenaar over wie de partijen het
eens zijn, of, op een met redenen omkleed verzoek van de partijen, eens zijn, of, op een met redenen omkleed verzoek van de partijen,
naar twee notarissen-vereffenaars waarvan zij gezamenlijk de naar twee notarissen-vereffenaars waarvan zij gezamenlijk de
aanstelling vragen. aanstelling vragen.
Indien de partijen niet tot een akkoord komen of indien de rechtbank Indien de partijen niet tot een akkoord komen of indien de rechtbank
oordeelt dat de aanstelling van twee notarissen-vereffenaars niet oordeelt dat de aanstelling van twee notarissen-vereffenaars niet
gerechtvaardigd is, verwijst zij de partijen naar een andere gerechtvaardigd is, verwijst zij de partijen naar een andere
notaris-vereffenaar die zij aanwijst. notaris-vereffenaar die zij aanwijst.
§ 2. Indien de rechtbank twee notarissen-vereffenaars aanwijst, § 2. Indien de rechtbank twee notarissen-vereffenaars aanwijst,
handelen deze gezamenlijk, overeenkomstig de bepalingen van deze handelen deze gezamenlijk, overeenkomstig de bepalingen van deze
afdeling. afdeling.
In afwijking van de artikelen 5 en 6, 1°, van de wet van 16 maart 1803 In afwijking van de artikelen 5 en 6, 1°, van de wet van 16 maart 1803
op het notarisambt treden beide notarissen-vereffenaars gezamenlijk op op het notarisambt treden beide notarissen-vereffenaars gezamenlijk op
in de ambtsgebieden van elk van hen. in de ambtsgebieden van elk van hen.
§ 3. Indien twee notarissen-vereffenaars werden aangewezen, is de § 3. Indien twee notarissen-vereffenaars werden aangewezen, is de
notaris-vereffenaar wiens naam het eerst wordt vermeld in de notaris-vereffenaar wiens naam het eerst wordt vermeld in de
beslissing, belast met de bewaring van de minuten, onverminderd de beslissing, belast met de bewaring van de minuten, onverminderd de
toepassing van § 4. toepassing van § 4.
§ 4. Indien de notaris-vereffenaar in het kader van de bevolen § 4. Indien de notaris-vereffenaar in het kader van de bevolen
verdeling dient op te treden buiten zijn ambtsgebied, wijst hij voor verdeling dient op te treden buiten zijn ambtsgebied, wijst hij voor
deze verrichtingen een territoriaal bevoegde notaris aan. deze verrichtingen een territoriaal bevoegde notaris aan.
§ 5. Onverminderd de bepalingen van het eerste boek van het vierde § 5. Onverminderd de bepalingen van het eerste boek van het vierde
deel en tenzij de rechtbank anders beslist, staan de partijen in deel en tenzij de rechtbank anders beslist, staan de partijen in
gelijke mate in voor de provisionering van de notaris-vereffenaar. gelijke mate in voor de provisionering van de notaris-vereffenaar.

Art. 1211.§ 1. In geval van weigering, verhindering van de

Art. 1211.§ 1. In geval van weigering, verhindering van de

notaris-vereffenaar of indien er omstandigheden zijn die notaris-vereffenaar of indien er omstandigheden zijn die
gerechtvaardigde twijfel doen ontstaan over zijn onpartijdigheid of gerechtvaardigde twijfel doen ontstaan over zijn onpartijdigheid of
onafhankelijkheid, voorziet de rechtbank in zijn vervanging. onafhankelijkheid, voorziet de rechtbank in zijn vervanging.
De notaris-vereffenaar van wie de partijen gezamenlijk de aanstelling De notaris-vereffenaar van wie de partijen gezamenlijk de aanstelling
hebben gevraagd, kan slechts worden vervangen, op verzoek van één van hebben gevraagd, kan slechts worden vervangen, op verzoek van één van
de partijen, om redenen ontstaan of vastgesteld na zijn aanstelling. de partijen, om redenen ontstaan of vastgesteld na zijn aanstelling.
Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 1220, § 2 en § 3, kan, Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 1220, § 2 en § 3, kan,
na de opening van de werkzaamheden, geen vervanging meer worden na de opening van de werkzaamheden, geen vervanging meer worden
gevraagd door één van de partijen, tenzij de partij die om de gevraagd door één van de partijen, tenzij de partij die om de
vervanging verzoekt slechts nadien in kennis is gesteld van de vervanging verzoekt slechts nadien in kennis is gesteld van de
ingeroepen reden. ingeroepen reden.
In geval van hoger beroep tegen de beslissing bedoeld in de artikelen In geval van hoger beroep tegen de beslissing bedoeld in de artikelen
1209, § 1, en 1210, wordt het verzoek tot vervanging ingediend bij de 1209, § 1, en 1210, wordt het verzoek tot vervanging ingediend bij de
rechter in hoger beroep. De vervanging kan bijgevolg later niet worden rechter in hoger beroep. De vervanging kan bijgevolg later niet worden
gevraagd op grond van de middelen ingeroepen voor de rechter in hoger gevraagd op grond van de middelen ingeroepen voor de rechter in hoger
beroep. beroep.
§ 2. De partij of de notaris-vereffenaar die middelen van vervanging § 2. De partij of de notaris-vereffenaar die middelen van vervanging
aanvoert, draagt deze voor bij gewoon schriftelijk verzoek neergelegd aanvoert, draagt deze voor bij gewoon schriftelijk verzoek neergelegd
bij of gericht aan de rechtbank die de notaris-vereffenaar heeft bij of gericht aan de rechtbank die de notaris-vereffenaar heeft
aangesteld. aangesteld.
De griffie geeft kennis van dit verzoek, bij gerechtsbrief, aan de De griffie geeft kennis van dit verzoek, bij gerechtsbrief, aan de
partijen en aan de notaris-vereffenaar. partijen en aan de notaris-vereffenaar.
Binnen vijftien dagen na deze kennisgeving zendt de Binnen vijftien dagen na deze kennisgeving zendt de
notaris-vereffenaar, in voorkomend geval, zijn opmerkingen aan de notaris-vereffenaar, in voorkomend geval, zijn opmerkingen aan de
rechtbank en de partijen. rechtbank en de partijen.
Na verloop van deze termijn roept de griffie de partijen en de Na verloop van deze termijn roept de griffie de partijen en de
notaris-vereffenaar bij gerechtsbrief op voor een zitting in notaris-vereffenaar bij gerechtsbrief op voor een zitting in
raadkamer. raadkamer.
Indien de rechtbank het verzoek inwilligt, stelt zij ambtshalve, in de Indien de rechtbank het verzoek inwilligt, stelt zij ambtshalve, in de
plaats van de vervangen notaris-vereffenaar, een nieuwe plaats van de vervangen notaris-vereffenaar, een nieuwe
notaris-vereffenaar aan die zij aanwijst of over wie de partijen het notaris-vereffenaar aan die zij aanwijst of over wie de partijen het
eens zijn. eens zijn.
Tegen de beslissing betreffende de vervanging kan geen enkel Tegen de beslissing betreffende de vervanging kan geen enkel
rechtsmiddel worden aangewend ». rechtsmiddel worden aangewend ».
B.2.1. In zijn memorie betwist de appellant voor het verwijzende B.2.1. In zijn memorie betwist de appellant voor het verwijzende
rechtscollege dat de in het geding zijnde bepaling van toepassing is rechtscollege dat de in het geding zijnde bepaling van toepassing is
op het bodemgeschil. Hij is van oordeel dat het geschil krachtens de op het bodemgeschil. Hij is van oordeel dat het geschil krachtens de
overgangsbepaling van artikel 9 van de wet van 13 augustus 2011 overgangsbepaling van artikel 9 van de wet van 13 augustus 2011
houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke houdende hervorming van de procedure van gerechtelijke
vereffening-verdeling ressorteert onder de bepalingen zoals die golden vereffening-verdeling ressorteert onder de bepalingen zoals die golden
vóór de inwerkingtreding van die wet. vóór de inwerkingtreding van die wet.
B.2.2. Het staat in beginsel aan het verwijzende rechtscollege om de B.2.2. Het staat in beginsel aan het verwijzende rechtscollege om de
normen vast te stellen die toepasselijk zijn op het geschil dat erbij normen vast te stellen die toepasselijk zijn op het geschil dat erbij
aanhangig is gemaakt. aanhangig is gemaakt.
Wanneer aan het Hof evenwel bepalingen worden voorgelegd die kennelijk Wanneer aan het Hof evenwel bepalingen worden voorgelegd die kennelijk
niet op het bodemgeschil kunnen worden toegepast, staat het niet aan niet op het bodemgeschil kunnen worden toegepast, staat het niet aan
het Hof de grondwettigheid van zulke bepalingen te onderzoeken. het Hof de grondwettigheid van zulke bepalingen te onderzoeken.
B.3.1. Bij artikel 5 van de wet van 13 augustus 2011 werd de regeling B.3.1. Bij artikel 5 van de wet van 13 augustus 2011 werd de regeling
inzake de gerechtelijke verdeling, zoals neergelegd in de artikelen inzake de gerechtelijke verdeling, zoals neergelegd in de artikelen
1207 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen. De in het 1207 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen. De in het
geding zijnde bepaling maakt deel uit van die algehele hervorming van geding zijnde bepaling maakt deel uit van die algehele hervorming van
de procedure. de procedure.
Krachtens artikel 10 van de wet van 13 augustus 2011 is die wet in Krachtens artikel 10 van de wet van 13 augustus 2011 is die wet in
werking getreden op 1 april 2012, zijnde de eerste dag van de zevende werking getreden op 1 april 2012, zijnde de eerste dag van de zevende
maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Vermits het een procedurewet betreft, is die wet in beginsel van Vermits het een procedurewet betreft, is die wet in beginsel van
onmiddellijke toepassing op de hangende procedures. onmiddellijke toepassing op de hangende procedures.
Artikel 9 van de wet van 13 augustus 2011 bevat evenwel een Artikel 9 van de wet van 13 augustus 2011 bevat evenwel een
overgangsbepaling, die luidt : overgangsbepaling, die luidt :
« Op de zaken waarin de vordering tot verdeling hangende is en die op « Op de zaken waarin de vordering tot verdeling hangende is en die op
het ogenblik van inwerkingtreding van deze wet in beraad zijn genomen, het ogenblik van inwerkingtreding van deze wet in beraad zijn genomen,
blijven de bepalingen van toepassing zoals die golden voor de blijven de bepalingen van toepassing zoals die golden voor de
inwerkingtreding van deze wet ». inwerkingtreding van deze wet ».
B.3.2. Uit de verwijzingsbeslissing blijkt dat het verwijzende B.3.2. Uit de verwijzingsbeslissing blijkt dat het verwijzende
rechtscollege van oordeel is dat de voormelde overgangsbepaling enkel rechtscollege van oordeel is dat de voormelde overgangsbepaling enkel
betrekking heeft op de vordering tot verdeling, zoals bedoeld in betrekking heeft op de vordering tot verdeling, zoals bedoeld in
artikel 1207 van het Gerechtelijk Wetboek. De nieuwe procedure is artikel 1207 van het Gerechtelijk Wetboek. De nieuwe procedure is
volgens het verwijzende rechtscollege wel onmiddellijk van toepassing volgens het verwijzende rechtscollege wel onmiddellijk van toepassing
op de vordering tot vervanging van de notaris-vereffenaar die na de op de vordering tot vervanging van de notaris-vereffenaar die na de
inwerkingtreding van de wet van 13 augustus 2011 wordt ingesteld in inwerkingtreding van de wet van 13 augustus 2011 wordt ingesteld in
het kader van een gerechtelijke verdeling die vóór die datum werden het kader van een gerechtelijke verdeling die vóór die datum werden
bevolen, zoals dat het geval is in het bodemgeschil. bevolen, zoals dat het geval is in het bodemgeschil.
B.3.3. Noch uit de bewoordingen van artikel 9 van wet van 13 augustus B.3.3. Noch uit de bewoordingen van artikel 9 van wet van 13 augustus
2011, noch uit de parlementaire voorbereiding daarvan blijkt dat de 2011, noch uit de parlementaire voorbereiding daarvan blijkt dat de
lezing die het verwijzende rechtscollege aan de daarin vervatte lezing die het verwijzende rechtscollege aan de daarin vervatte
overgangsbepaling geeft, kennelijk onjuist is. overgangsbepaling geeft, kennelijk onjuist is.
Vermits aldus niet kan worden besloten dat de in het geding zijnde Vermits aldus niet kan worden besloten dat de in het geding zijnde
norm kennelijk niet van toepassing is op het bodemgeschil, beantwoordt norm kennelijk niet van toepassing is op het bodemgeschil, beantwoordt
het Hof de voorgelegde prejudiciële vraag in de gegeven interpretatie. het Hof de voorgelegde prejudiciële vraag in de gegeven interpretatie.
B.4.1. Zoals in B.3.1 is vermeld, werd de regeling inzake de B.4.1. Zoals in B.3.1 is vermeld, werd de regeling inzake de
gerechtelijke verdeling, zoals neergelegd in de artikelen 1207 en gerechtelijke verdeling, zoals neergelegd in de artikelen 1207 en
volgende van het Gerechtelijk Wetboek, bij artikel 5 van de wet van 13 volgende van het Gerechtelijk Wetboek, bij artikel 5 van de wet van 13
augustus 2011 vervangen. De algehele hervorming van de procedure was augustus 2011 vervangen. De algehele hervorming van de procedure was
ingegeven door de bekommernis van de wetgever om deze meer efficiënt ingegeven door de bekommernis van de wetgever om deze meer efficiënt
en transparant te maken en om rekening te houden met de rechtspraak en transparant te maken en om rekening te houden met de rechtspraak
van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat heeft geoordeeld van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat heeft geoordeeld
dat de procedure voor een notaris inzake vereffening en verdeling de dat de procedure voor een notaris inzake vereffening en verdeling de
rechten vervat in artikel 6.1 van het Europees Verdrag voor de rechten rechten vervat in artikel 6.1 van het Europees Verdrag voor de rechten
van de mens moet waarborgen en zo moet worden geregeld dat zij binnen van de mens moet waarborgen en zo moet worden geregeld dat zij binnen
een redelijke termijn kan worden afgewikkeld (EHRM, 28 november 2000, een redelijke termijn kan worden afgewikkeld (EHRM, 28 november 2000,
Siegel t. Frankrijk, §§ 38 en 44; 23 september 2003, Dumas t. Siegel t. Frankrijk, §§ 38 en 44; 23 september 2003, Dumas t.
Frankrijk, §§ 36 en 41). Frankrijk, §§ 36 en 41).
B.4.2. De hervorming had aldus tot doel « de procedure [te] B.4.2. De hervorming had aldus tot doel « de procedure [te]
versnellen, met inbegrip van de notariële fase ervan, door onder meer versnellen, met inbegrip van de notariële fase ervan, door onder meer
oplossingen voor te stellen die toelaten blokkeringsituaties te oplossingen voor te stellen die toelaten blokkeringsituaties te
vermijden, door nutteloze tussenkomsten van de rechtbank tijdens de vermijden, door nutteloze tussenkomsten van de rechtbank tijdens de
notariële fase van de procedure te vermijden en door bindende notariële fase van de procedure te vermijden en door bindende
termijnen voor de partijen en de notaris-vereffenaar op te leggen » termijnen voor de partijen en de notaris-vereffenaar op te leggen »
(Parl. St., Senaat, 2010-2011, nr. 5-405/1, pp. 2-3). De wetgever (Parl. St., Senaat, 2010-2011, nr. 5-405/1, pp. 2-3). De wetgever
stelde dat « in het licht van een efficiëntere rechtsgang en het stelde dat « in het licht van een efficiëntere rechtsgang en het
verder bestrijden van de gerechtelijke achterstand, [...] de rol van verder bestrijden van de gerechtelijke achterstand, [...] de rol van
de rechter bijzondere aandacht [verdient]. Nutteloze processuele de rechter bijzondere aandacht [verdient]. Nutteloze processuele
ontwikkelingen en overbodige, want hoofdzakelijk formele, rechterlijke ontwikkelingen en overbodige, want hoofdzakelijk formele, rechterlijke
tussenkomsten moeten daarom worden vermeden. De strijd tegen de tussenkomsten moeten daarom worden vermeden. De strijd tegen de
gerechtelijke achterstand vertaalt zich ook op dat vlak » (Parl. St., gerechtelijke achterstand vertaalt zich ook op dat vlak » (Parl. St.,
Senaat, 2010-2011, nr. 5-405/1, p. 2). Senaat, 2010-2011, nr. 5-405/1, p. 2).
B.4.3. In de procedure van gerechtelijke verdeling heeft de B.4.3. In de procedure van gerechtelijke verdeling heeft de
notaris-vereffenaar een centrale rol, die de wetgever heeft willen notaris-vereffenaar een centrale rol, die de wetgever heeft willen
versterken « door nog meer de nadruk te leggen op zijn taak als versterken « door nog meer de nadruk te leggen op zijn taak als
medewerker van het gerecht, op de noodzaak van onpartijdigheid, door medewerker van het gerecht, op de noodzaak van onpartijdigheid, door
hem nieuwe voorrechten toe te kennen en door hem de middelen te geven hem nieuwe voorrechten toe te kennen en door hem de middelen te geven
om met spoed de verrichtingen af te wikkelen, zelfs bij stilzitten van om met spoed de verrichtingen af te wikkelen, zelfs bij stilzitten van
de partijen » (Parl. St., Senaat, 2010-2011, nr. 5-405/1, p. 3). de partijen » (Parl. St., Senaat, 2010-2011, nr. 5-405/1, p. 3).
B.5. Artikel 1210, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de B.5. Artikel 1210, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de
rechtbank, indien zij de verdeling beveelt, één notaris-vereffenaar rechtbank, indien zij de verdeling beveelt, één notaris-vereffenaar
of, op gemotiveerd verzoek van de partijen, twee of, op gemotiveerd verzoek van de partijen, twee
notarissen-vereffenaars aanstelt over wie de partijen het eens zijn. notarissen-vereffenaars aanstelt over wie de partijen het eens zijn.
Bij het ontbreken van een akkoord tussen de partijen of indien de Bij het ontbreken van een akkoord tussen de partijen of indien de
rechtbank oordeelt dat de aanstelling van twee notarissen-vereffenaars rechtbank oordeelt dat de aanstelling van twee notarissen-vereffenaars
niet gerechtvaardigd is, wijst de rechtbank zelf een andere niet gerechtvaardigd is, wijst de rechtbank zelf een andere
notaris-vereffenaar aan. notaris-vereffenaar aan.
De beslissing waarbij de rechtbank de gerechtelijke verdeling beveelt De beslissing waarbij de rechtbank de gerechtelijke verdeling beveelt
en een notaris-vereffenaar aanstelt, is een eindvonnis, waartegen op en een notaris-vereffenaar aanstelt, is een eindvonnis, waartegen op
grond van de artikelen 616 en 1050 van het Gerechtelijk Wetboek hoger grond van de artikelen 616 en 1050 van het Gerechtelijk Wetboek hoger
beroep kan worden ingesteld. Overeenkomstig artikel 1224/2 van het beroep kan worden ingesteld. Overeenkomstig artikel 1224/2 van het
Gerechtelijk Wetboek heeft dat beroep geen devolutieve werking. Als Gerechtelijk Wetboek heeft dat beroep geen devolutieve werking. Als
het beroep is beslecht, wordt de zaak naar de eerste rechter verwezen. het beroep is beslecht, wordt de zaak naar de eerste rechter verwezen.
B.6.1. Krachtens artikel 1211, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek kan B.6.1. Krachtens artikel 1211, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek kan
een partij of de aangestelde notaris-vereffenaar een verzoek tot een partij of de aangestelde notaris-vereffenaar een verzoek tot
vervanging indienen bij de rechtbank die de notaris-vereffenaar heeft vervanging indienen bij de rechtbank die de notaris-vereffenaar heeft
aangesteld, in geval van weigering of verhindering van de aangesteld, in geval van weigering of verhindering van de
notaris-vereffenaar of indien er omstandigheden zijn die notaris-vereffenaar of indien er omstandigheden zijn die
gerechtvaardigde twijfel doen ontstaan over zijn onpartijdigheid of gerechtvaardigde twijfel doen ontstaan over zijn onpartijdigheid of
onafhankelijkheid (eerste lid). onafhankelijkheid (eerste lid).
Om ontijdige verzoeken te vermijden, kan de notaris-vereffenaar van Om ontijdige verzoeken te vermijden, kan de notaris-vereffenaar van
wie de partijen gezamenlijk de aanstelling hebben gevraagd, slechts wie de partijen gezamenlijk de aanstelling hebben gevraagd, slechts
worden vervangen op verzoek van één van de partijen om redenen worden vervangen op verzoek van één van de partijen om redenen
ontstaan of vastgesteld na zijn aanstelling (tweede lid) (Parl. St., ontstaan of vastgesteld na zijn aanstelling (tweede lid) (Parl. St.,
Senaat, 2010-2011, nr. 5-405/1, p. 25). Senaat, 2010-2011, nr. 5-405/1, p. 25).
Bovendien kan, onder voorbehoud van de toepassing van artikel 1220, §§ Bovendien kan, onder voorbehoud van de toepassing van artikel 1220, §§
2 en 3, na de opening der werkzaamheden geen vervanging meer worden 2 en 3, na de opening der werkzaamheden geen vervanging meer worden
gevraagd, tenzij de verzoekende partij pas nadien kennis heeft genomen gevraagd, tenzij de verzoekende partij pas nadien kennis heeft genomen
van haar reden (derde lid). Indien de rechtbank het verzoek inwilligt, van haar reden (derde lid). Indien de rechtbank het verzoek inwilligt,
stelt zij ambtshalve een nieuwe notaris-vereffenaar aan die zij stelt zij ambtshalve een nieuwe notaris-vereffenaar aan die zij
aanwijst of over wie de partijen het eens zijn (vierde lid). aanwijst of over wie de partijen het eens zijn (vierde lid).
B.6.2. Artikel 1211, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek regelt de B.6.2. Artikel 1211, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek regelt de
procedure tot vervanging van de notaris-vereffenaar. Tijdens de procedure tot vervanging van de notaris-vereffenaar. Tijdens de
parlementaire voorbereiding werd benadrukt dat de procedure bewust parlementaire voorbereiding werd benadrukt dat de procedure bewust
volgens korte termijnen verloopt, om elke vertraging in de afwikkeling volgens korte termijnen verloopt, om elke vertraging in de afwikkeling
ervan te vermijden (Parl. St., Senaat, 2010-2011, nr. 5-405/1, pp. 14 ervan te vermijden (Parl. St., Senaat, 2010-2011, nr. 5-405/1, pp. 14
en 25). Tegen de beslissing waarbij de rechtbank de vordering tot en 25). Tegen de beslissing waarbij de rechtbank de vordering tot
vervanging inwilligt of afwijst, kan krachtens artikel 1211, § 2, vervanging inwilligt of afwijst, kan krachtens artikel 1211, § 2,
laatste lid, geen enkel rechtsmiddel worden aangewend. laatste lid, geen enkel rechtsmiddel worden aangewend.
B.7.1. Volgens de Ministerraad bevinden de door de prejudiciële vraag B.7.1. Volgens de Ministerraad bevinden de door de prejudiciële vraag
beoogde categorieën van personen zich in situaties die niet beoogde categorieën van personen zich in situaties die niet
vergelijkbaar zijn. vergelijkbaar zijn.
B.7.2. Vermits in beide gevallen de partijen kunnen worden B.7.2. Vermits in beide gevallen de partijen kunnen worden
geconfronteerd met een vonnis inzake de keuze van de geconfronteerd met een vonnis inzake de keuze van de
notaris-vereffenaar waarmee zij niet akkoord gaan, zijn beide notaris-vereffenaar waarmee zij niet akkoord gaan, zijn beide
categorieën van personen vergelijkbaar. categorieën van personen vergelijkbaar.
B.8.1. Artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens B.8.1. Artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens
waarborgt niet het recht op een dubbele aanleg. Behalve in strafzaken waarborgt niet het recht op een dubbele aanleg. Behalve in strafzaken
bestaat er bovendien geen algemeen beginsel dat een dergelijke bestaat er bovendien geen algemeen beginsel dat een dergelijke
waarborg inhoudt. waarborg inhoudt.
B.8.2. Wanneer de wetgever evenwel ten aanzien van bepaalde B.8.2. Wanneer de wetgever evenwel ten aanzien van bepaalde
rechterlijke beslissingen voorziet in de mogelijkheid om hoger beroep rechterlijke beslissingen voorziet in de mogelijkheid om hoger beroep
in te stellen, mag hij die mogelijkheid niet zonder redelijke in te stellen, mag hij die mogelijkheid niet zonder redelijke
verantwoording ontzeggen aan rechtzoekenden die zich in een verantwoording ontzeggen aan rechtzoekenden die zich in een
vergelijkbare situatie bevinden. vergelijkbare situatie bevinden.
B.9.1. Zoals is vermeld in B.4, beoogde de wetgever met de wet van 13 B.9.1. Zoals is vermeld in B.4, beoogde de wetgever met de wet van 13
augustus 2011 te voorzien in een efficiënte en meer transparante augustus 2011 te voorzien in een efficiënte en meer transparante
gerechtelijke verdelingsprocedure die overeenkomstig artikel 6.1 van gerechtelijke verdelingsprocedure die overeenkomstig artikel 6.1 van
het Europees Verdrag voor de rechten van de mens binnen een redelijke het Europees Verdrag voor de rechten van de mens binnen een redelijke
termijn kan worden beëindigd. Die doelstelling is legitiem. termijn kan worden beëindigd. Die doelstelling is legitiem.
B.9.2. Het verschil in behandeling tussen de partijen die betrokken B.9.2. Het verschil in behandeling tussen de partijen die betrokken
zijn bij de initiële aanstelling van de notaris-vereffenaar en zijn bij de initiële aanstelling van de notaris-vereffenaar en
diegenen die betrokken zijn bij zijn vervanging, berust op een diegenen die betrokken zijn bij zijn vervanging, berust op een
objectief criterium, zijnde de stand van de procedure waarin die objectief criterium, zijnde de stand van de procedure waarin die
beslissing wordt genomen : in het eerste geval gaat de beslissing beslissing wordt genomen : in het eerste geval gaat de beslissing
omtrent de keuze van de notaris-vereffenaar vooraf aan de procedure omtrent de keuze van de notaris-vereffenaar vooraf aan de procedure
van vereffening en verdeling, terwijl het in het tweede geval gaat om van vereffening en verdeling, terwijl het in het tweede geval gaat om
een incident tijdens de afwikkeling van de procedure. De maatregel om een incident tijdens de afwikkeling van de procedure. De maatregel om
niet te voorzien in de mogelijkheid van hoger beroep tegen een niet te voorzien in de mogelijkheid van hoger beroep tegen een
beslissing inzake een verzoek tot vervanging is ook pertinent in het beslissing inzake een verzoek tot vervanging is ook pertinent in het
licht van de door de wetgever nagestreefde doelstelling om de licht van de door de wetgever nagestreefde doelstelling om de
verdelingsprocedure niet nodeloos te vertragen en om de redelijke verdelingsprocedure niet nodeloos te vertragen en om de redelijke
termijnvereiste te eerbiedigen. termijnvereiste te eerbiedigen.
B.10.1. De bij de gerechtelijke verdeling betrokken partijen hebben B.10.1. De bij de gerechtelijke verdeling betrokken partijen hebben
inspraak bij de aanstelling van de notaris-vereffenaar op grond van inspraak bij de aanstelling van de notaris-vereffenaar op grond van
artikel 1210 van het Gerechtelijk Wetboek, doordat de keuze in de artikel 1210 van het Gerechtelijk Wetboek, doordat de keuze in de
eerste plaats aan hen toekomt. Wanneer de rechtbank een notaris eerste plaats aan hen toekomt. Wanneer de rechtbank een notaris
aanwijst met wiens keuze ze niet akkoord gaan, kunnen ze tegen die aanwijst met wiens keuze ze niet akkoord gaan, kunnen ze tegen die
beslissing hoger beroep aantekenen. beslissing hoger beroep aantekenen.
B.10.2. Indien er in de loop van de verdelingsprocedure redenen B.10.2. Indien er in de loop van de verdelingsprocedure redenen
blijken te zijn die gerechtvaardigde twijfels doen ontstaan over de blijken te zijn die gerechtvaardigde twijfels doen ontstaan over de
onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de notaris-vereffenaar, onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de notaris-vereffenaar,
kunnen zij alsnog aan de rechter diens vervanging vragen onder de kunnen zij alsnog aan de rechter diens vervanging vragen onder de
voorwaarden bepaald in artikel 1211, § 1, van hetzelfde Wetboek. voorwaarden bepaald in artikel 1211, § 1, van hetzelfde Wetboek.
B.10.3. Wanneer de vervanging wordt geweigerd, heeft elke partij B.10.3. Wanneer de vervanging wordt geweigerd, heeft elke partij
steeds de mogelijkheid om voor de rechter een nieuw verzoek tot steeds de mogelijkheid om voor de rechter een nieuw verzoek tot
vervanging van de notaris-vereffenaar in te stellen op grond van vervanging van de notaris-vereffenaar in te stellen op grond van
andere feiten en andere middelen die de vervanging kunnen andere feiten en andere middelen die de vervanging kunnen
rechtvaardigen. Indien de rechtbank het verzoek tot vervanging rechtvaardigen. Indien de rechtbank het verzoek tot vervanging
inwilligt, kan elke partij die het met die beslissing niet eens is een inwilligt, kan elke partij die het met die beslissing niet eens is een
verzoek tot vervanging van de nieuwe notaris-vereffenaar instellen, verzoek tot vervanging van de nieuwe notaris-vereffenaar instellen,
zulks in de gevallen en onder de voorwaarden vermeld in artikel 1211, zulks in de gevallen en onder de voorwaarden vermeld in artikel 1211,
§ 1, van het Gerechtelijk Wetboek. § 1, van het Gerechtelijk Wetboek.
Ook kan elke partij krachtens artikel 1220, §§ 2 en 3, van het Ook kan elke partij krachtens artikel 1220, §§ 2 en 3, van het
Gerechtelijk Wetboek zich tot de rechtbank wenden indien de Gerechtelijk Wetboek zich tot de rechtbank wenden indien de
notaris-vereffenaar niet binnen de overeengekomen of wettelijk notaris-vereffenaar niet binnen de overeengekomen of wettelijk
bepaalde termijn handelt, waarbij de rechtbank kan beslissen tot zijn bepaalde termijn handelt, waarbij de rechtbank kan beslissen tot zijn
vervanging behoudens verzet van alle partijen. vervanging behoudens verzet van alle partijen.
B.10.4. Ten slotte kan elke partij bezwaren uiten tegen de concrete B.10.4. Ten slotte kan elke partij bezwaren uiten tegen de concrete
uitwerking van de gerechtelijke verdeling door de notaris-vereffenaar. uitwerking van de gerechtelijke verdeling door de notaris-vereffenaar.
Bij het einde van de werkzaamheden maakt de notaris-vereffenaar een Bij het einde van de werkzaamheden maakt de notaris-vereffenaar een
staat van vereffening houdende het ontwerp van verdeling op. Wanneer staat van vereffening houdende het ontwerp van verdeling op. Wanneer
minstens een van de partijen hiertegen bezwaren heeft dient de minstens een van de partijen hiertegen bezwaren heeft dient de
notaris-vereffenaar een proces-verbaal van geschillen of moeilijkheden notaris-vereffenaar een proces-verbaal van geschillen of moeilijkheden
op te maken, dat hij samen met zijn schriftelijk advies dient over te op te maken, dat hij samen met zijn schriftelijk advies dient over te
zenden aan de rechtbank, die een beslissing moet nemen nadat ze de zenden aan de rechtbank, die een beslissing moet nemen nadat ze de
partijen heeft gehoord. De rechtbank kan de staat van vereffening partijen heeft gehoord. De rechtbank kan de staat van vereffening
terugzenden aan de notaris-vereffenaar om een aanvullende staat van terugzenden aan de notaris-vereffenaar om een aanvullende staat van
vereffening op te maken overeenkomstig de door de rechtbank gegeven vereffening op te maken overeenkomstig de door de rechtbank gegeven
richtlijnen (artikel 1223 van het Gerechtelijk Wetboek). Als er richtlijnen (artikel 1223 van het Gerechtelijk Wetboek). Als er
andermaal bezwaren zijn, die enkel betrekking kunnen hebben op de andermaal bezwaren zijn, die enkel betrekking kunnen hebben op de
aanpassing van de staat van vereffening houdende het ontwerp van aanpassing van de staat van vereffening houdende het ontwerp van
verdeling, op geschillen of moeilijkheden die verband houden met die verdeling, op geschillen of moeilijkheden die verband houden met die
aanpassing of op nieuwe stukken of nieuwe feiten van overwegend aanpassing of op nieuwe stukken of nieuwe feiten van overwegend
belang, verloopt de procedure op dezelfde wijze als voor de belang, verloopt de procedure op dezelfde wijze als voor de
behandeling van de bezwaren op de oorspronkelijke staat van behandeling van de bezwaren op de oorspronkelijke staat van
vereffening. Tegen de beslissing van de rechtbank staat hoger beroep vereffening. Tegen de beslissing van de rechtbank staat hoger beroep
open. open.
B.11. Rekening houdend met het verloop van de procedure van B.11. Rekening houdend met het verloop van de procedure van
gerechtelijke verdeling in haar geheel houdt de onmogelijkheid om gerechtelijke verdeling in haar geheel houdt de onmogelijkheid om
hoger beroep in te stellen tegen de beslissing van de rechter hoger beroep in te stellen tegen de beslissing van de rechter
betreffende het verzoek tot vervanging van de notaris-vereffenaar geen betreffende het verzoek tot vervanging van de notaris-vereffenaar geen
onevenredige beperking in van de rechten van de partijen die betrokken onevenredige beperking in van de rechten van de partijen die betrokken
zijn bij de gerechtelijke verdeling. zijn bij de gerechtelijke verdeling.
B.12. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. B.12. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
Artikel 1211, § 2, zesde lid, van het Gerechtelijk Wetboek schendt Artikel 1211, § 2, zesde lid, van het Gerechtelijk Wetboek schendt
niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang niet de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang
gelezen met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de gelezen met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de
mens. mens.
Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof,
op 20 oktober 2016. op 20 oktober 2016.
De griffier, De griffier,
F. Meersschaut F. Meersschaut
De voorzitter, De voorzitter,
E. De Groot E. De Groot
^