Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 81/2016 van 2 juni 2016 Rolnummer : 6035 In zake : de prejudiciële vragen over de artikelen 2, c) tot e), 35, § 2, 49 en 57 van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, vóór d Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de recht(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 81/2016 van 2 juni 2016 Rolnummer : 6035 In zake : de prejudiciële vragen over de artikelen 2, c) tot e), 35, § 2, 49 en 57 van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, vóór d Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de recht(...) Uittreksel uit arrest nr. 81/2016 van 2 juni 2016 Rolnummer : 6035 In zake : de prejudiciële vragen over de artikelen 2, c) tot e), 35, § 2, 49 en 57 van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, vóór d Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de recht(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 81/2016 van 2 juni 2016 Uittreksel uit arrest nr. 81/2016 van 2 juni 2016
Rolnummer : 6035 Rolnummer : 6035
In zake : de prejudiciële vragen over de artikelen 2, c) tot e), 35, § In zake : de prejudiciële vragen over de artikelen 2, c) tot e), 35, §
2, 49 en 57 van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit 2, 49 en 57 van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit
van de ondernemingen, vóór de wijziging ervan bij de wet van 27 mei van de ondernemingen, vóór de wijziging ervan bij de wet van 27 mei
2013, gesteld door het Arbeidshof te Luik, afdeling Namen. 2013, gesteld door het Arbeidshof te Luik, afdeling Namen.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de
rechters L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. rechters L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E.
Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet en R. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet en R.
Leysen, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder Leysen, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder
voorzitterschap van voorzitter J. Spreutels, voorzitterschap van voorzitter J. Spreutels,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging
Bij arrest van 9 september 2014 in zake de nv « Agrimat » tegen Bij arrest van 9 september 2014 in zake de nv « Agrimat » tegen
Jean-Claude Clementz, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is Jean-Claude Clementz, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is
ingekomen op 16 september 2014, heeft het Arbeidshof te Luik, afdeling ingekomen op 16 september 2014, heeft het Arbeidshof te Luik, afdeling
Namen, de volgende prejudiciële vragen gesteld : Namen, de volgende prejudiciële vragen gesteld :
« 1. Schenden de artikelen 2, c) tot e), 35, § 2, 49 en 57 van de wet « 1. Schenden de artikelen 2, c) tot e), 35, § 2, 49 en 57 van de wet
van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen,
in de versie ervan die op het onderhavige geval van toepassing is, in de versie ervan die op het onderhavige geval van toepassing is,
namelijk vóór de aanneming van de wijziging ingevoerd bij de wet van namelijk vóór de aanneming van de wijziging ingevoerd bij de wet van
27 mei 2013 die een artikel 49/1, vierde lid, invoert, de artikelen 10 27 mei 2013 die een artikel 49/1, vierde lid, invoert, de artikelen 10
en 11 van de Grondwet en voeren zij een discriminatie in doordat de en 11 van de Grondwet en voeren zij een discriminatie in doordat de
schuldvordering in de opschorting van een werknemer die wordt schuldvordering in de opschorting van een werknemer die wordt
ontslagen vóór het vonnis dat de procedure van gerechtelijke ontslagen vóór het vonnis dat de procedure van gerechtelijke
reorganisatie opent, kan worden verminderd of onderworpen aan reorganisatie opent, kan worden verminderd of onderworpen aan
betalingstermijnen zoals eender welke andere schuldvordering in de betalingstermijnen zoals eender welke andere schuldvordering in de
opschorting, terwijl de schuldvorderingen ontstaan uit opschorting, terwijl de schuldvorderingen ontstaan uit
arbeidsprestaties vóór de opening van de procedure een onderscheiden arbeidsprestaties vóór de opening van de procedure een onderscheiden
en specifieke behandeling zouden moeten ondergaan, namelijk niet en specifieke behandeling zouden moeten ondergaan, namelijk niet
worden onderworpen aan een vermindering, noch aan betalingstermijnen, worden onderworpen aan een vermindering, noch aan betalingstermijnen,
zoals de schuldvorderingen ontstaan uit arbeidsprestaties in de loop zoals de schuldvorderingen ontstaan uit arbeidsprestaties in de loop
van de procedure, zoals daarin wordt voorzien in de nieuwe versie van van de procedure, zoals daarin wordt voorzien in de nieuwe versie van
de wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen gewijzigd bij de wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen gewijzigd bij
de wet van 27 mei 2013 ? de wet van 27 mei 2013 ?
Dient de vraag bevestigend te worden beantwoord in zoverre het bij de Dient de vraag bevestigend te worden beantwoord in zoverre het bij de
wet van 27 mei 2013 ingevoerde artikel 49/1 niet terugwerkt tot de wet van 27 mei 2013 ingevoerde artikel 49/1 niet terugwerkt tot de
procedures die nog niet zijn afgesloten ? procedures die nog niet zijn afgesloten ?
2. Schendt artikel 49 van de wet van 31 januari 2009 betreffende de 2. Schendt artikel 49 van de wet van 31 januari 2009 betreffende de
continuïteit van de ondernemingen, in de versie vóór de wijziging continuïteit van de ondernemingen, in de versie vóór de wijziging
ervan bij de wet van 27 mei 2013 tot wijziging van verschillende ervan bij de wet van 27 mei 2013 tot wijziging van verschillende
wetgevingen inzake de continuïteit van de ondernemingen, in samenhang wetgevingen inzake de continuïteit van de ondernemingen, in samenhang
gelezen met de artikelen 2, c) tot e), en 57 van dezelfde wet, de gelezen met de artikelen 2, c) tot e), en 57 van dezelfde wet, de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het, met name door artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het, met name door
zonder beperking betalingstermijnen en schuldverminderingen in zonder beperking betalingstermijnen en schuldverminderingen in
kapitaal en interesten toe te staan, alle gewone schuldeisers in de kapitaal en interesten toe te staan, alle gewone schuldeisers in de
opschorting identiek behandelt, terwijl de houders van opschorting identiek behandelt, terwijl de houders van
schuldvorderingen ontstaan uit arbeidsprestaties vóór de opening van schuldvorderingen ontstaan uit arbeidsprestaties vóór de opening van
de procedure zich bevinden in een situatie die verschilt van die van de procedure zich bevinden in een situatie die verschilt van die van
de andere schuldeisers, hetgeen eveneens een verschillende behandeling de andere schuldeisers, hetgeen eveneens een verschillende behandeling
vereist ? Die verschillende situatie vloeit voort uit de overwegingen vereist ? Die verschillende situatie vloeit voort uit de overwegingen
met betrekking tot de bescherming van het loon die met name de met betrekking tot de bescherming van het loon die met name de
aanneming hebben verantwoord van het Verdrag van de Internationale aanneming hebben verantwoord van het Verdrag van de Internationale
Arbeidsorganisatie nr. 95 van 1 juli 1949 betreffende de bescherming Arbeidsorganisatie nr. 95 van 1 juli 1949 betreffende de bescherming
van het loon, die van de wet van 12 april 1965 betreffende de van het loon, die van de wet van 12 april 1965 betreffende de
bescherming van het loon der werknemers en van de bepalingen van bescherming van het loon der werknemers en van de bepalingen van
strafrechtelijke aard die daarin zijn opgenomen, en die van artikel strafrechtelijke aard die daarin zijn opgenomen, en die van artikel
23, derde lid, 1°, van de Grondwet, dat het recht op een billijke 23, derde lid, 1°, van de Grondwet, dat het recht op een billijke
beloning waarborgt. beloning waarborgt.
3. Schenden de artikelen 49 en 57 van de wet van 31 januari 2009 3. Schenden de artikelen 49 en 57 van de wet van 31 januari 2009
betreffende de continuïteit van de ondernemingen, in de versie vóór de betreffende de continuïteit van de ondernemingen, in de versie vóór de
wijziging ervan bij de wet van 27 mei 2013 tot wijziging van wijziging ervan bij de wet van 27 mei 2013 tot wijziging van
verschillende wetgevingen inzake de continuïteit van de ondernemingen, verschillende wetgevingen inzake de continuïteit van de ondernemingen,
in samenhang gelezen met artikel 2, c) tot e), van dezelfde wet, in in samenhang gelezen met artikel 2, c) tot e), van dezelfde wet, in
zoverre zij het mogelijk maken dat aan een werknemer die houder is van zoverre zij het mogelijk maken dat aan een werknemer die houder is van
een schuldvordering die is ontstaan uit arbeidsprestaties vóór de een schuldvordering die is ontstaan uit arbeidsprestaties vóór de
opening van de procedure van gerechtelijke reorganisatie, een opening van de procedure van gerechtelijke reorganisatie, een
vermindering van zijn schuldvordering of een spreiding van zijn vermindering van zijn schuldvordering of een spreiding van zijn
uitbetaling wordt opgelegd, artikel 23 van de Grondwet, met inbegrip uitbetaling wordt opgelegd, artikel 23 van de Grondwet, met inbegrip
van het daarin vervatte standstill-effect, dat het recht op een van het daarin vervatte standstill-effect, dat het recht op een
billijke beloning waarborgt ? billijke beloning waarborgt ?
4. Moet het antwoord op die vragen verschillend zijn naargelang de 4. Moet het antwoord op die vragen verschillend zijn naargelang de
niet-betaling van de in het geding zijnde schuldvordering niet-betaling van de in het geding zijnde schuldvordering
strafrechtelijk wordt bestraft ? ». strafrechtelijk wordt bestraft ? ».
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
Ten aanzien van de in het geding zijnde bepalingen Ten aanzien van de in het geding zijnde bepalingen
B.1. De verwijzende rechter ondervraagt het Hof over de B.1. De verwijzende rechter ondervraagt het Hof over de
bestaanbaarheid met de artikelen 10, 11 en 23 van de Grondwet, van de bestaanbaarheid met de artikelen 10, 11 en 23 van de Grondwet, van de
artikelen 2, c) tot e), 35, § 2, 49 en 57 van de wet van 31 januari artikelen 2, c) tot e), 35, § 2, 49 en 57 van de wet van 31 januari
2009 « betreffende de continuïteit van de ondernemingen » (hierna 2009 « betreffende de continuïteit van de ondernemingen » (hierna
WCO). WCO).
Uit de motivering van de verwijzingsbeslissing blijkt dat het probleem Uit de motivering van de verwijzingsbeslissing blijkt dat het probleem
waarover het Hof wordt ondervraagd uitsluitend betrekking heeft op de waarover het Hof wordt ondervraagd uitsluitend betrekking heeft op de
artikelen 2, c) tot e), 49 en 57 van die wet, zodat het Hof zijn artikelen 2, c) tot e), 49 en 57 van die wet, zodat het Hof zijn
onderzoek daartoe beperkt. onderzoek daartoe beperkt.
In de voor de verwijzende rechter toepasselijke versie ervan bepaalden In de voor de verwijzende rechter toepasselijke versie ervan bepaalden
die artikelen : die artikelen :
«

Art. 2.Voor de toepassing van deze wet verstaat men onder :

«

Art. 2.Voor de toepassing van deze wet verstaat men onder :

[...] [...]
c) ' schuldvorderingen in de opschorting ' : de schuldvorderingen c) ' schuldvorderingen in de opschorting ' : de schuldvorderingen
ontstaan voor het vonnis dat de procedure van gerechtelijke ontstaan voor het vonnis dat de procedure van gerechtelijke
reorganisatie opent of die uit het verzoekschrift of beslissingen reorganisatie opent of die uit het verzoekschrift of beslissingen
genomen in het kader van de procedure volgen; genomen in het kader van de procedure volgen;
d) ' buitengewone schuldvorderingen in de opschorting ' : de d) ' buitengewone schuldvorderingen in de opschorting ' : de
schuldvorderingen in de opschorting die gewaarborgd zijn door een schuldvorderingen in de opschorting die gewaarborgd zijn door een
bijzonder voorrecht of een hypotheek en de schuldvorderingen van de bijzonder voorrecht of een hypotheek en de schuldvorderingen van de
schuldeisers-eigenaars; schuldeisers-eigenaars;
e) ' gewone schuldvorderingen in de opschorting ' : de e) ' gewone schuldvorderingen in de opschorting ' : de
schuldvorderingen in de opschorting andere dan de buitengewone schuldvorderingen in de opschorting andere dan de buitengewone
schuldvorderingen in de opschorting; ». schuldvorderingen in de opschorting; ».
«

Art. 49.Het plan vermeldt de voorgestelde betalingstermijnen en de

«

Art. 49.Het plan vermeldt de voorgestelde betalingstermijnen en de

verminderingen op de schuldvorderingen in de opschorting, in kapitaal verminderingen op de schuldvorderingen in de opschorting, in kapitaal
en intresten. Het kan in de omzetting van schuldvorderingen in en intresten. Het kan in de omzetting van schuldvorderingen in
aandelen voorzien, alsook in een gedifferentieerde regeling voor aandelen voorzien, alsook in een gedifferentieerde regeling voor
bepaalde categorieën van schuldvorderingen, onder meer op grond van de bepaalde categorieën van schuldvorderingen, onder meer op grond van de
omvang of van de aard ervan. Het plan kan eveneens in een maatregel omvang of van de aard ervan. Het plan kan eveneens in een maatregel
voorzien voor de verzaking aan de interesten of de herschikking van de voorzien voor de verzaking aan de interesten of de herschikking van de
betaling ervan, alsook in de prioritaire aanrekening van de bedragen betaling ervan, alsook in de prioritaire aanrekening van de bedragen
die zijn gerealiseerd op de hoofdsom van de schuldvordering. die zijn gerealiseerd op de hoofdsom van de schuldvordering.
Het plan kan ook de gevolgen evalueren die de goedkeuring van het plan Het plan kan ook de gevolgen evalueren die de goedkeuring van het plan
zou meebrengen voor de betrokken schuldeisers. zou meebrengen voor de betrokken schuldeisers.
Het kan ook bepalen dat geen schuldvergelijking mogelijk zal zijn Het kan ook bepalen dat geen schuldvergelijking mogelijk zal zijn
tussen de schuldvorderingen in de opschorting en de schulden van de tussen de schuldvorderingen in de opschorting en de schulden van de
schuldeiser-titularis die zijn ontstaan na de homologatie. Een schuldeiser-titularis die zijn ontstaan na de homologatie. Een
dergelijk voorstel kan niet gedaan worden met betrekking tot dergelijk voorstel kan niet gedaan worden met betrekking tot
samenhangende vorderingen. samenhangende vorderingen.
Wanneer de continuïteit van de onderneming een vermindering van de Wanneer de continuïteit van de onderneming een vermindering van de
loonmassa vereist, wordt in een sociaal luik van het reorganisatieplan loonmassa vereist, wordt in een sociaal luik van het reorganisatieplan
voorzien, voor zover over een dergelijk plan niet eerder was voorzien, voor zover over een dergelijk plan niet eerder was
onderhandeld. In voorkomend geval kan het in ontslagen voorzien. onderhandeld. In voorkomend geval kan het in ontslagen voorzien.
Bij de uitwerking van dit plan worden de vertegenwoordigers van het Bij de uitwerking van dit plan worden de vertegenwoordigers van het
personeel in de ondernemingsraad, of, indien er geen is, in het comité personeel in de ondernemingsraad, of, indien er geen is, in het comité
voor preventie en bescherming op het werk, of, indien er geen is, de voor preventie en bescherming op het werk, of, indien er geen is, de
vakbondsafvaardiging of, indien er geen is, een werknemersafvaardiging vakbondsafvaardiging of, indien er geen is, een werknemersafvaardiging
gehoord ». gehoord ».
«

Art. 57.De homologatie van het reorganisatieplan maakt het bindend

«

Art. 57.De homologatie van het reorganisatieplan maakt het bindend

voor alle schuldeisers in de opschorting. voor alle schuldeisers in de opschorting.
De betwiste, maar na de homologatie gerechtelijk erkende De betwiste, maar na de homologatie gerechtelijk erkende
schuldvorderingen in de opschorting, worden betaald op de wijze die is schuldvorderingen in de opschorting, worden betaald op de wijze die is
bepaald voor de schuldvorderingen van dezelfde aard. In geen geval kan bepaald voor de schuldvorderingen van dezelfde aard. In geen geval kan
de uitvoering van het reorganisatieplan geheel of gedeeltelijk de uitvoering van het reorganisatieplan geheel of gedeeltelijk
opgeschort worden door de met betrekking tot deze betwistingen genomen opgeschort worden door de met betrekking tot deze betwistingen genomen
beslissingen. beslissingen.
De schuldvorderingen in de opschorting die niet opgenomen zijn in de De schuldvorderingen in de opschorting die niet opgenomen zijn in de
in artikel 17, § 2, 7°, bedoelde lijst, in voorkomend geval gewijzigd in artikel 17, § 2, 7°, bedoelde lijst, in voorkomend geval gewijzigd
met toepassing van artikel 46, en die geen aanleiding hebben gegeven met toepassing van artikel 46, en die geen aanleiding hebben gegeven
tot betwisting, worden betaald na de volledige uitvoering van het tot betwisting, worden betaald na de volledige uitvoering van het
plan, op de wijze die is bepaald voor de schuldvorderingen van plan, op de wijze die is bepaald voor de schuldvorderingen van
dezelfde aard. Indien de schuldeiser niet behoorlijk werd ingelicht dezelfde aard. Indien de schuldeiser niet behoorlijk werd ingelicht
tijdens de opschorting, wordt hij betaald op de wijze en in de mate tijdens de opschorting, wordt hij betaald op de wijze en in de mate
die het gehomologeerd plan bepaalt voor gelijkaardige die het gehomologeerd plan bepaalt voor gelijkaardige
schuldvorderingen. schuldvorderingen.
Tenzij het plan uitdrukkelijk anders bepaalt, bevrijdt de volledige Tenzij het plan uitdrukkelijk anders bepaalt, bevrijdt de volledige
uitvoering ervan de schuldenaar geheel en definitief, voor alle uitvoering ervan de schuldenaar geheel en definitief, voor alle
schuldvorderingen die erin voorkomen. schuldvorderingen die erin voorkomen.
Onverminderd de artikelen 2043bis tot 2043octies van het Burgerlijk Onverminderd de artikelen 2043bis tot 2043octies van het Burgerlijk
Wetboek komt het plan de medeschuldenaars en de personen die een Wetboek komt het plan de medeschuldenaars en de personen die een
persoonlijke zekerheid hebben gesteld niet ten goede ». persoonlijke zekerheid hebben gesteld niet ten goede ».
B.2.1. De wet van 27 mei 2013 « tot wijziging van verschillende B.2.1. De wet van 27 mei 2013 « tot wijziging van verschillende
wetgevingen inzake de continuïteit van de ondernemingen », wetgevingen inzake de continuïteit van de ondernemingen »,
bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 22 juli 2013, heeft het bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 22 juli 2013, heeft het
in het geding zijnde artikel 2, c), gewijzigd : in het geding zijnde artikel 2, c), gewijzigd :
artikel 2 van die wet voegt in artikel 2, c), van de WCO het woord « artikel 2 van die wet voegt in artikel 2, c), van de WCO het woord «
gerechtelijke » in tussen de woorden « verzoekschrift of » en de gerechtelijke » in tussen de woorden « verzoekschrift of » en de
woorden « beslissingen genomen ». woorden « beslissingen genomen ».
B.2.2. Dezelfde wet van 27 mei 2013 heeft in de WCO een artikel 49/1, B.2.2. Dezelfde wet van 27 mei 2013 heeft in de WCO een artikel 49/1,
vierde lid, ingevoegd, dat luidt : vierde lid, ingevoegd, dat luidt :
« Het plan kan geen vermindering of kwijtschelding bevatten van « Het plan kan geen vermindering of kwijtschelding bevatten van
schuldvorderingen die zijn ontstaan uit vóór de opening van de schuldvorderingen die zijn ontstaan uit vóór de opening van de
procedure verrichte arbeidsprestaties ». procedure verrichte arbeidsprestaties ».
B.2.3. Krachtens artikel 62 van die wet treden die wijzigingen in B.2.3. Krachtens artikel 62 van die wet treden die wijzigingen in
werking tien dagen na de bekendmaking van de wet van 27 mei 2013 in werking tien dagen na de bekendmaking van de wet van 27 mei 2013 in
het Belgisch Staatsblad. het Belgisch Staatsblad.
Die wijzigingen hebben dus geen gevolgen voor het geschil dat Die wijzigingen hebben dus geen gevolgen voor het geschil dat
aanleiding heeft gegeven tot de prejudiciële vragen, zodat het Hof de aanleiding heeft gegeven tot de prejudiciële vragen, zodat het Hof de
in het geding zijnde bepalingen, alsook de tekst van de WCO onderzoekt in het geding zijnde bepalingen, alsook de tekst van de WCO onderzoekt
in de versie die van toepassing is op het voor de verwijzende rechter in de versie die van toepassing is op het voor de verwijzende rechter
hangende geschil. hangende geschil.
B.3. De voormelde wet van 31 januari 2009, in de versie ervan die van B.3. De voormelde wet van 31 januari 2009, in de versie ervan die van
toepassing is op het geschil voor de verwijzende rechter, voorziet in toepassing is op het geschil voor de verwijzende rechter, voorziet in
een zogeheten procedure « van gerechtelijke reorganisatie » die strekt een zogeheten procedure « van gerechtelijke reorganisatie » die strekt
tot het behoud, onder het toezicht van de rechter, van de continuïteit tot het behoud, onder het toezicht van de rechter, van de continuïteit
van het geheel of een gedeelte van de onderneming in moeilijkheden of van het geheel of een gedeelte van de onderneming in moeilijkheden of
van haar activiteiten (artikel 16, eerste lid, van de WCO); die van haar activiteiten (artikel 16, eerste lid, van de WCO); die
procedure maakt het mogelijk aan de schuldenaar een opschorting toe te procedure maakt het mogelijk aan de schuldenaar een opschorting toe te
kennen (waarvan de duur door de rechter wordt vastgesteld krachtens kennen (waarvan de duur door de rechter wordt vastgesteld krachtens
artikel 24, § 2, van de WCO) teneinde hetzij een gerechtelijke artikel 24, § 2, van de WCO) teneinde hetzij een gerechtelijke
reorganisatie tot stand te brengen door een minnelijk akkoord tussen reorganisatie tot stand te brengen door een minnelijk akkoord tussen
schuldeisers en schuldenaar, beoogd in artikel 43, of door een schuldeisers en schuldenaar, beoogd in artikel 43, of door een
collectief akkoord van de schuldeisers, beoogd in de artikelen 44 en collectief akkoord van de schuldeisers, beoogd in de artikelen 44 en
volgende, hetzij de overdracht toe te staan aan derden van het geheel volgende, hetzij de overdracht toe te staan aan derden van het geheel
of een gedeelte van de onderneming of haar activiteiten, beoogd in de of een gedeelte van de onderneming of haar activiteiten, beoogd in de
artikelen 59 en volgende (artikel 16, tweede lid, van de WCO). artikelen 59 en volgende (artikel 16, tweede lid, van de WCO).
Naast het verbod om de middelen van tenuitvoerlegging voort te zetten, Naast het verbod om de middelen van tenuitvoerlegging voort te zetten,
bepaalt de wet van 31 januari 2009 dat geen enkel ander beslag dan een bepaalt de wet van 31 januari 2009 dat geen enkel ander beslag dan een
bewarend beslag kan worden gelegd door de schuldeisers in de bewarend beslag kan worden gelegd door de schuldeisers in de
opschorting tijdens de opschorting (artikel 31 van de WCO). Zij brengt opschorting tijdens de opschorting (artikel 31 van de WCO). Zij brengt
evenwel niet de rechten van de pandhoudende schuldeiser in het geding evenwel niet de rechten van de pandhoudende schuldeiser in het geding
wanneer het gaat om specifiek verpande schuldvorderingen (artikel 32 wanneer het gaat om specifiek verpande schuldvorderingen (artikel 32
van de WCO), staat de vrijwillige betaling van schuldvorderingen in de van de WCO), staat de vrijwillige betaling van schuldvorderingen in de
opschorting door de schuldenaar niet in de weg, noch de rechtstreekse opschorting door de schuldenaar niet in de weg, noch de rechtstreekse
vordering (artikel 33 van de WCO), noch de schuldvergelijking van de vordering (artikel 33 van de WCO), noch de schuldvergelijking van de
verknochte schuldvorderingen (artikel 34 van de WCO), noch de verknochte schuldvorderingen (artikel 34 van de WCO), noch de
mogelijkheid om de schuldenaar failliet te verklaren of de mogelijkheid om de schuldenaar failliet te verklaren of de
gerechtelijke ontbinding van de vennootschap die schuldenaar is te gerechtelijke ontbinding van de vennootschap die schuldenaar is te
veroorzaken (artikel 30 van de WCO) en maakt in beginsel geen einde veroorzaken (artikel 30 van de WCO) en maakt in beginsel geen einde
aan de lopende overeenkomsten (artikel 35, § 1, van de WCO). aan de lopende overeenkomsten (artikel 35, § 1, van de WCO).
Ten aanzien van de eerste en de tweede prejudiciële vraag Ten aanzien van de eerste en de tweede prejudiciële vraag
B.4. Uit de feiten van het bodemgeschil en de motieven van de B.4. Uit de feiten van het bodemgeschil en de motieven van de
verwijzingsbeslissing blijkt dat het voor de verwijzende rechter verwijzingsbeslissing blijkt dat het voor de verwijzende rechter
gebrachte geschil betrekking heeft op een werknemer die is ontslagen gebrachte geschil betrekking heeft op een werknemer die is ontslagen
enkele dagen vóór de indiening van het verzoekschrift tot enkele dagen vóór de indiening van het verzoekschrift tot
gerechtelijke reorganisatie, ten gevolge van een herstructurering van gerechtelijke reorganisatie, ten gevolge van een herstructurering van
het personeel om economische redenen. Die ontslagen werknemer eist het personeel om economische redenen. Die ontslagen werknemer eist
voor het verwijzende rechtscollege de betaling van een voor het verwijzende rechtscollege de betaling van een
opzeggingsvergoeding die, met toepassing van artikel 39, § 1, van de opzeggingsvergoeding die, met toepassing van artikel 39, § 1, van de
wet van 3 juli 1978 « betreffende de arbeidsovereenkomsten » (hierna : wet van 3 juli 1978 « betreffende de arbeidsovereenkomsten » (hierna :
de wet van 3 juli 1978), verschuldigd is wegens de beslissing van de de wet van 3 juli 1978), verschuldigd is wegens de beslissing van de
werkgever om, zonder inachtneming van een opzeggingstermijn, een werkgever om, zonder inachtneming van een opzeggingstermijn, een
arbeidsovereenkomst te beëindigen. arbeidsovereenkomst te beëindigen.
B.5. Vóór de wijziging ervan bij de artikelen 14 en 27, 1°, van de wet B.5. Vóór de wijziging ervan bij de artikelen 14 en 27, 1°, van de wet
van 26 december 2013 « betreffende de invoering van een van 26 december 2013 « betreffende de invoering van een
eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de
opzeggingstermijnen en de carenzdag en begeleidende maatregelen », opzeggingstermijnen en de carenzdag en begeleidende maatregelen »,
bepaalde artikel 39, § 1, van de wet van 3 juli 1978 : bepaalde artikel 39, § 1, van de wet van 3 juli 1978 :
« Is de overeenkomst voor onbepaalde tijd gesloten, dan is de partij « Is de overeenkomst voor onbepaalde tijd gesloten, dan is de partij
die de overeenkomst beëindigt zonder dringende reden of zonder die de overeenkomst beëindigt zonder dringende reden of zonder
inachtneming van de opzeggingstermijn vastgesteld in de artikelen 59, inachtneming van de opzeggingstermijn vastgesteld in de artikelen 59,
82, 83, 84 en 115, gehouden de andere partij een vergoeding te betalen 82, 83, 84 en 115, gehouden de andere partij een vergoeding te betalen
die gelijk is aan het lopend loon dat overeenstemt hetzij met de duur die gelijk is aan het lopend loon dat overeenstemt hetzij met de duur
van de opzeggingstermijn, hetzij met het resterende gedeelte van die van de opzeggingstermijn, hetzij met het resterende gedeelte van die
termijn. De vergoeding is nochtans steeds gelijk aan het lopend loon termijn. De vergoeding is nochtans steeds gelijk aan het lopend loon
dat overeenstemt met de duur van de opzeggingstermijn, wanneer de dat overeenstemt met de duur van de opzeggingstermijn, wanneer de
opzegging uitgaat van de werkgever en met miskenning van het bepaalde opzegging uitgaat van de werkgever en met miskenning van het bepaalde
in artikel 38, § 3, van deze wet of in artikel 40 van de arbeidswet in artikel 38, § 3, van deze wet of in artikel 40 van de arbeidswet
van 16 maart 1971. van 16 maart 1971.
De opzeggingsvergoeding behelst niet alleen het lopende loon, maar ook De opzeggingsvergoeding behelst niet alleen het lopende loon, maar ook
de voordelen verworven krachtens de overeenkomst ». de voordelen verworven krachtens de overeenkomst ».
B.6. Met de eerste en de tweede prejudiciële vraag wenst de B.6. Met de eerste en de tweede prejudiciële vraag wenst de
verwijzende rechter te vernemen of de in het geding zijnde bepalingen verwijzende rechter te vernemen of de in het geding zijnde bepalingen
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schenden, doordat de de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schenden, doordat de
schuldvordering in de opschorting van een werknemer die wordt schuldvordering in de opschorting van een werknemer die wordt
ontslagen vóór het vonnis dat de procedure van gerechtelijke ontslagen vóór het vonnis dat de procedure van gerechtelijke
reorganisatie opent, op dezelfde wijze als de andere schuldvorderingen reorganisatie opent, op dezelfde wijze als de andere schuldvorderingen
in de opschorting en zonder enige beperking kan worden verminderd of in de opschorting en zonder enige beperking kan worden verminderd of
onderworpen aan betalingstermijnen, terwijl de houders van onderworpen aan betalingstermijnen, terwijl de houders van
schuldvorderingen ontstaan uit arbeidsprestaties vóór de opening van schuldvorderingen ontstaan uit arbeidsprestaties vóór de opening van
de procedure zich bevinden in een situatie die verschilt van die van de procedure zich bevinden in een situatie die verschilt van die van
de andere schuldeisers, hetgeen eveneens een verschillende behandeling de andere schuldeisers, hetgeen eveneens een verschillende behandeling
vereist. vereist.
B.7. In de eerste prejudiciële vraag voegt de verwijzende rechter B.7. In de eerste prejudiciële vraag voegt de verwijzende rechter
daaraan toe dat de schuldvorderingen uit arbeidsprestaties ontstaan in daaraan toe dat de schuldvorderingen uit arbeidsprestaties ontstaan in
de loop van de procedure en, sinds de invoeging van artikel 49/1 in de de loop van de procedure en, sinds de invoeging van artikel 49/1 in de
wet van 31 januari 2009 door de wet van 27 mei 2013, de wet van 31 januari 2009 door de wet van 27 mei 2013, de
schuldvorderingen die zijn ontstaan uit vóór de opening van de schuldvorderingen die zijn ontstaan uit vóór de opening van de
procedure verrichte arbeidsprestaties, niet kunnen worden onderworpen procedure verrichte arbeidsprestaties, niet kunnen worden onderworpen
aan verminderingen of betalingstermijnen. aan verminderingen of betalingstermijnen.
De verwijzende rechter maakt eveneens een vergelijking tussen de De verwijzende rechter maakt eveneens een vergelijking tussen de
eerste categorie van werknemers en de werknemers die de toepassing eerste categorie van werknemers en de werknemers die de toepassing
genieten, sinds de inwerkingtreding ervan, van artikel 49/1, vierde genieten, sinds de inwerkingtreding ervan, van artikel 49/1, vierde
lid, van de WCO, ingevoegd bij de wet van 27 mei 2013, wegens de lid, van de WCO, ingevoegd bij de wet van 27 mei 2013, wegens de
ontstentenis van een retroactieve werking van die bepaling voor de ontstentenis van een retroactieve werking van die bepaling voor de
procedures die nog niet zijn afgesloten. procedures die nog niet zijn afgesloten.
Het feit dat artikel 49/1, vierde lid, van de WCO, vanaf de Het feit dat artikel 49/1, vierde lid, van de WCO, vanaf de
inwerkingtreding van de wet van 27 mei 2013, voorziet in een inwerkingtreding van de wet van 27 mei 2013, voorziet in een
bijzondere bescherming ten aanzien van sommige schuldvorderingen in de bijzondere bescherming ten aanzien van sommige schuldvorderingen in de
opschorting, in de context van een algemene aanpassing van de WCO, opschorting, in de context van een algemene aanpassing van de WCO,
maakt het niet mogelijk te besluiten dat de in het geding zijnde maakt het niet mogelijk te besluiten dat de in het geding zijnde
bepalingen, in de versie ervan die van toepassing is voor de bepalingen, in de versie ervan die van toepassing is voor de
verwijzende rechter, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schenden. verwijzende rechter, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schenden.
Bovendien blijkt uit de stukken van de procedure dat de homologatie Bovendien blijkt uit de stukken van de procedure dat de homologatie
door de rechtbank van koophandel het voorwerp heeft uitgemaakt van een door de rechtbank van koophandel het voorwerp heeft uitgemaakt van een
definitief vonnis van de rechtbank van koophandel vóór de definitief vonnis van de rechtbank van koophandel vóór de
inwerkingtreding van de wet van 27 mei 2013. inwerkingtreding van de wet van 27 mei 2013.
B.8. Het Hof werd reeds over de bestaanbaarheid met de Grondwet van de B.8. Het Hof werd reeds over de bestaanbaarheid met de Grondwet van de
in het geding zijnde artikelen 2, c) tot e), 49 en 57 van de WCO, vóór in het geding zijnde artikelen 2, c) tot e), 49 en 57 van de WCO, vóór
de wijziging ervan bij de wet van 27 mei 2013, ondervraagd. de wijziging ervan bij de wet van 27 mei 2013, ondervraagd.
Het Hof heeft bij zijn arrest nr. 162/2013 van 21 november 2013 Het Hof heeft bij zijn arrest nr. 162/2013 van 21 november 2013
geoordeeld dat het verschil in behandeling in het reorganisatieplan geoordeeld dat het verschil in behandeling in het reorganisatieplan
tussen een werknemer die is ontslagen vóór de indiening, door zijn tussen een werknemer die is ontslagen vóór de indiening, door zijn
werkgever, van een verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie en werkgever, van een verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie en
een werknemer die tijdens de periode van de opschorting is ontslagen, een werknemer die tijdens de periode van de opschorting is ontslagen,
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet schendt. de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet schendt.
Bij zijn arrest nr. 8/2012 van 18 januari 2012 heeft het Hof Bij zijn arrest nr. 8/2012 van 18 januari 2012 heeft het Hof
geoordeeld dat wanneer het reorganisatieplan voorziet in een geoordeeld dat wanneer het reorganisatieplan voorziet in een
gedifferentieerde regeling voor bepaalde categorieën van gedifferentieerde regeling voor bepaalde categorieën van
schuldvorderingen, de rechtbank van koophandel dient na te gaan of schuldvorderingen, de rechtbank van koophandel dient na te gaan of
voor die gedifferentieerde regeling een redelijke verantwoording voor die gedifferentieerde regeling een redelijke verantwoording
bestaat. Indien dat niet het geval is, dient zij de homologatie van bestaat. Indien dat niet het geval is, dient zij de homologatie van
het reorganisatieplan in beginsel te weigeren wegens de strijdigheid het reorganisatieplan in beginsel te weigeren wegens de strijdigheid
ervan met de openbare orde. ervan met de openbare orde.
B.9.1. Artikel 49 van de WCO, vóór de wijziging ervan bij de wet van B.9.1. Artikel 49 van de WCO, vóór de wijziging ervan bij de wet van
27 mei 2013, laat veel vrijheid aan de schuldenaar om binnen zijn 27 mei 2013, laat veel vrijheid aan de schuldenaar om binnen zijn
reorganisatieplan het statuut en de concrete verhaalbaarheid van alle reorganisatieplan het statuut en de concrete verhaalbaarheid van alle
schuldvorderingen in de opschorting te bepalen. schuldvorderingen in de opschorting te bepalen.
B.9.2. Krachtens hetzelfde artikel, vóór de wijziging ervan bij de wet B.9.2. Krachtens hetzelfde artikel, vóór de wijziging ervan bij de wet
van 27 mei 2013, vermeldt het reorganisatieplan de voorgestelde van 27 mei 2013, vermeldt het reorganisatieplan de voorgestelde
betalingstermijnen en de verminderingen op de schuldvorderingen in de betalingstermijnen en de verminderingen op de schuldvorderingen in de
opschorting, in kapitaal en intresten. Het kan onder meer in de opschorting, in kapitaal en intresten. Het kan onder meer in de
omzetting van schuldvorderingen in aandelen voorzien, alsook in een omzetting van schuldvorderingen in aandelen voorzien, alsook in een
gedifferentieerde regeling voor bepaalde categorieën van gedifferentieerde regeling voor bepaalde categorieën van
schuldvorderingen, onder meer op grond van de omvang of van de aard schuldvorderingen, onder meer op grond van de omvang of van de aard
ervan. ervan.
B.9.3. Het reorganisatieplan wordt bindend voor alle schuldeisers in B.9.3. Het reorganisatieplan wordt bindend voor alle schuldeisers in
de opschorting, wanneer het wordt gehomologeerd door de rechtbank van de opschorting, wanneer het wordt gehomologeerd door de rechtbank van
koophandel, die die homologatie, krachtens artikel 55, tweede lid, van koophandel, die die homologatie, krachtens artikel 55, tweede lid, van
de WCO, vóór de wijziging ervan bij de wet van 27 mei 2013, slechts de WCO, vóór de wijziging ervan bij de wet van 27 mei 2013, slechts
kan weigeren « in geval van niet naleving van de pleegvormen door deze kan weigeren « in geval van niet naleving van de pleegvormen door deze
wet opgelegd of wegens schending van de openbare orde ». wet opgelegd of wegens schending van de openbare orde ».
Het homologatievonnis is in wezen een vaststelling door de rechtbank Het homologatievonnis is in wezen een vaststelling door de rechtbank
dat het reeds door de schuldeisers goedgekeurde plan geen enkele dat het reeds door de schuldeisers goedgekeurde plan geen enkele
schending met zich meebrengt van de openbare orde en de door de WCO schending met zich meebrengt van de openbare orde en de door de WCO
opgelegde pleegvormen naleeft. opgelegde pleegvormen naleeft.
B.10. De schuldvordering met betrekking tot een opzeggingsvergoeding B.10. De schuldvordering met betrekking tot een opzeggingsvergoeding
van een werknemer, die is ontstaan vóór de indiening van een van een werknemer, die is ontstaan vóór de indiening van een
verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie, is een gewone verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie, is een gewone
schuldvordering in de opschorting. schuldvordering in de opschorting.
B.11. De mogelijkheid, in het plan van gerechtelijke reorganisatie, om B.11. De mogelijkheid, in het plan van gerechtelijke reorganisatie, om
een gewone schuldvordering in de opschorting te verminderen of die te een gewone schuldvordering in de opschorting te verminderen of die te
onderwerpen aan in de tijd gespreide betalingsmodaliteiten, houdt onderwerpen aan in de tijd gespreide betalingsmodaliteiten, houdt
verband met de inhoud van het reorganisatieplan. verband met de inhoud van het reorganisatieplan.
De gewone schuldvorderingen in de opschorting met betrekking tot een De gewone schuldvorderingen in de opschorting met betrekking tot een
opzeggingsvergoeding kunnen dus, met toepassing van artikel 49 van de opzeggingsvergoeding kunnen dus, met toepassing van artikel 49 van de
WCO, het voorwerp uitmaken van een bijzondere regeling in het plan van WCO, het voorwerp uitmaken van een bijzondere regeling in het plan van
gerechtelijke reorganisatie. gerechtelijke reorganisatie.
B.12. De wetgever beoogde met de aanneming van het voormelde artikel B.12. De wetgever beoogde met de aanneming van het voormelde artikel
49, dat kan raken aan de legitieme verwachtingen van schuldeisers, « 49, dat kan raken aan de legitieme verwachtingen van schuldeisers, «
de duurzame ontwikkeling en het gezond maken van de ondernemingen de duurzame ontwikkeling en het gezond maken van de ondernemingen
[voort te zetten] » (Parl. St., Kamer, 2007-2008, DOC 52-160/002, p. [voort te zetten] » (Parl. St., Kamer, 2007-2008, DOC 52-160/002, p.
39). 39).
De wetgever heeft met die procedure de draagwijdte willen verruimen De wetgever heeft met die procedure de draagwijdte willen verruimen
van de regelgeving op het gerechtelijk akkoord, die zij vervangt van de regelgeving op het gerechtelijk akkoord, die zij vervangt
(ibid., DOC 52-0160/002, pp. 39 en 82). Hij heeft getracht het doel (ibid., DOC 52-0160/002, pp. 39 en 82). Hij heeft getracht het doel
van behoud van de continuïteit van de onderneming te verzoenen met dat van behoud van de continuïteit van de onderneming te verzoenen met dat
van vrijwaring van de rechten van de schuldeisers : « [De materie met van vrijwaring van de rechten van de schuldeisers : « [De materie met
betrekking tot de gevolgen van de gerechtelijke reorganisatie] is een betrekking tot de gevolgen van de gerechtelijke reorganisatie] is een
van de moeilijkste die er bestaat omdat een insolventiewetgeving van de moeilijkste die er bestaat omdat een insolventiewetgeving
rekening moet houden met zeer uiteenlopende belangen : de belangen van rekening moet houden met zeer uiteenlopende belangen : de belangen van
de schuldeisers die wensen betaald te worden op zo kort mogelijke tijd de schuldeisers die wensen betaald te worden op zo kort mogelijke tijd
en de nood om de reorganisatie een kans te geven (met inbegrip van een en de nood om de reorganisatie een kans te geven (met inbegrip van een
reorganisatie door overdracht van de onderneming). De regel is dat de reorganisatie door overdracht van de onderneming). De regel is dat de
continuïteit en van de onderneming en van de contracten behouden continuïteit en van de onderneming en van de contracten behouden
blijft, maar het is vanzelfsprekend dat in een periode van acute blijft, maar het is vanzelfsprekend dat in een periode van acute
betaalmoeilijkheden de handhaving van de rechten bedreigd wordt » betaalmoeilijkheden de handhaving van de rechten bedreigd wordt »
(ibid., DOC 52-0160/005, p. 10). (ibid., DOC 52-0160/005, p. 10).
B.13. De rechtbank van koophandel dient overeenkomstig artikel 55 van B.13. De rechtbank van koophandel dient overeenkomstig artikel 55 van
de WCO, vóór de wijziging ervan bij de wet van 27 mei 2013, de de WCO, vóór de wijziging ervan bij de wet van 27 mei 2013, de
homologatie van een reorganisatieplan evenwel te weigeren wegens homologatie van een reorganisatieplan evenwel te weigeren wegens
schending van de openbare orde. schending van de openbare orde.
B.14.1. De prejudiciële vragen hebben betrekking op de behandeling in B.14.1. De prejudiciële vragen hebben betrekking op de behandeling in
het reorganisatieplan, van een schuldvordering die haar grondslag het reorganisatieplan, van een schuldvordering die haar grondslag
vindt in een opzeggingsvergoeding van een werknemer die werd ontslagen vindt in een opzeggingsvergoeding van een werknemer die werd ontslagen
vóór de opening van de procedure van gerechtelijke reorganisatie. vóór de opening van de procedure van gerechtelijke reorganisatie.
B.14.2. Bij de beëindiging van een arbeidsrelatie van onbepaalde duur B.14.2. Bij de beëindiging van een arbeidsrelatie van onbepaalde duur
op initiatief van de werkgever heeft de werknemer, op grond van de in op initiatief van de werkgever heeft de werknemer, op grond van de in
B.5 vermelde regeling in de arbeidsovereenkomstenwet, recht op een B.5 vermelde regeling in de arbeidsovereenkomstenwet, recht op een
redelijke opzeggingstermijn, dan wel op een plaatsvervangende redelijke opzeggingstermijn, dan wel op een plaatsvervangende
vergoeding in functie van onder meer de duur van de reeds verrichte vergoeding in functie van onder meer de duur van de reeds verrichte
arbeidsprestaties. Aldus is de werkgever in geval van de beëindiging arbeidsprestaties. Aldus is de werkgever in geval van de beëindiging
ofwel het loon op de vervaldagen tijdens de opzeggingstermijn, ofwel ofwel het loon op de vervaldagen tijdens de opzeggingstermijn, ofwel
een onmiddellijke opzeggingsvergoeding, die overeenstemt met het loon een onmiddellijke opzeggingsvergoeding, die overeenstemt met het loon
dat een werknemer zou bekomen tijdens de in acht te nemen dat een werknemer zou bekomen tijdens de in acht te nemen
opzeggingstermijn, verschuldigd. opzeggingstermijn, verschuldigd.
B.14.3. De wetgever heeft het niet wenselijk geacht de werkgever die B.14.3. De wetgever heeft het niet wenselijk geacht de werkgever die
een werknemer ontslaat altijd ertoe te verplichten hem tijdens de hele een werknemer ontslaat altijd ertoe te verplichten hem tijdens de hele
duur van de opzegging verder tewerk te stellen. De eventuele duur van de opzegging verder tewerk te stellen. De eventuele
moeilijkheden verbonden aan een dergelijke situatie konden worden moeilijkheden verbonden aan een dergelijke situatie konden worden
vermeden met naleving van de belangen van de werknemer, door de vermeden met naleving van de belangen van de werknemer, door de
betaling van een forfaitaire opzeggingsvergoeding die overeenstemt met betaling van een forfaitaire opzeggingsvergoeding die overeenstemt met
het loon dat de werknemer gedurende de opzeggingsperiode zou hebben het loon dat de werknemer gedurende de opzeggingsperiode zou hebben
verkregen. verkregen.
B.14.4. Het recht op een opzeggingsvergoeding strekt ertoe, behoudens B.14.4. Het recht op een opzeggingsvergoeding strekt ertoe, behoudens
in bijzondere ontslagomstandigheden, de sociale en financiële gevolgen in bijzondere ontslagomstandigheden, de sociale en financiële gevolgen
van het einde van de arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur voor een van het einde van de arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur voor een
werknemer die zijn vaste dienstbetrekking verliest, te beperken door werknemer die zijn vaste dienstbetrekking verliest, te beperken door
een inkomen te waarborgen gedurende een zekere tijd, waarbij die een inkomen te waarborgen gedurende een zekere tijd, waarbij die
termijn hem in staat moet stellen opnieuw een betrekking te vinden. termijn hem in staat moet stellen opnieuw een betrekking te vinden.
Aldus beoogde de wetgever, overigens in overeenstemming met artikel Aldus beoogde de wetgever, overigens in overeenstemming met artikel
23, derde lid, 1°, van de Grondwet, de werknemer de nodige financiële 23, derde lid, 1°, van de Grondwet, de werknemer de nodige financiële
middelen te verzekeren om zijn bestaanszekerheid te waarborgen (Parl. middelen te verzekeren om zijn bestaanszekerheid te waarborgen (Parl.
St., Senaat, B.Z., 1991-1992, nr. 100-2/3°, p. 17). St., Senaat, B.Z., 1991-1992, nr. 100-2/3°, p. 17).
B.15.1. Zoals is vermeld in B.11, kunnen de schuldvorderingen in de B.15.1. Zoals is vermeld in B.11, kunnen de schuldvorderingen in de
opschorting die hun grondslag vinden in een arbeidsovereenkomst, opschorting die hun grondslag vinden in een arbeidsovereenkomst,
waaronder die gekoppeld aan een opzeggingsvergoeding, wegens de aard waaronder die gekoppeld aan een opzeggingsvergoeding, wegens de aard
ervan, het voorwerp uitmaken van een bijzondere regeling in het plan ervan, het voorwerp uitmaken van een bijzondere regeling in het plan
van gerechtelijke reorganisatie. van gerechtelijke reorganisatie.
B.15.2. Wanneer de opzeggingsvergoeding van de werknemer die is B.15.2. Wanneer de opzeggingsvergoeding van de werknemer die is
ontslagen vóór het vonnis tot opening van de procedure van ontslagen vóór het vonnis tot opening van de procedure van
gerechtelijke reorganisatie een gewone schuldvordering in de gerechtelijke reorganisatie een gewone schuldvordering in de
opschorting is, betekent die kwalificatie dus niet dat de belangen van opschorting is, betekent die kwalificatie dus niet dat de belangen van
de werknemers niet in aanmerking worden genomen in de modaliteiten van de werknemers niet in aanmerking worden genomen in de modaliteiten van
het plan van gerechtelijke reorganisatie, in het licht van het door de het plan van gerechtelijke reorganisatie, in het licht van het door de
in het geding zijnde wet nagestreefde doel van continuïteit. in het geding zijnde wet nagestreefde doel van continuïteit.
B.16.1. De mogelijkheid die artikel 49, eerste lid, van de wet van 31 B.16.1. De mogelijkheid die artikel 49, eerste lid, van de wet van 31
januari 2009 biedt om in het reorganisatieplan in een januari 2009 biedt om in het reorganisatieplan in een
gedifferentieerde regeling voor bepaalde categorieën van gedifferentieerde regeling voor bepaalde categorieën van
schuldvorderingen te voorzien, kan niet zo worden begrepen dat zij schuldvorderingen te voorzien, kan niet zo worden begrepen dat zij
verschillen in behandeling zou toelaten die niet redelijk verantwoord verschillen in behandeling zou toelaten die niet redelijk verantwoord
zijn. Omgekeerd verbiedt het beginsel van gelijkheid en zijn. Omgekeerd verbiedt het beginsel van gelijkheid en
niet-discriminatie om categorieën van personen die zich in wezenlijke niet-discriminatie om categorieën van personen die zich in wezenlijke
verschillende situaties bevinden, zonder redelijke verantwoording verschillende situaties bevinden, zonder redelijke verantwoording
identiek te behandelen. identiek te behandelen.
B.16.2. In het licht van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, en B.16.2. In het licht van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, en
rekening houdend met hetgeen vermeld is in B.14.4, dient artikel 49, rekening houdend met hetgeen vermeld is in B.14.4, dient artikel 49,
eerste lid, van de wet van 31 januari 2009, zoals het van toepassing eerste lid, van de wet van 31 januari 2009, zoals het van toepassing
was vóór de invoeging van artikel 49/1 in diezelfde wet, zo te worden was vóór de invoeging van artikel 49/1 in diezelfde wet, zo te worden
geïnterpreteerd dat de schuldenaar, bij het opstellen van het geïnterpreteerd dat de schuldenaar, bij het opstellen van het
reorganisatieplan, dient rekening te houden met de bijzondere aard van reorganisatieplan, dient rekening te houden met de bijzondere aard van
de schuldvordering die betrekking heeft op een opzeggingsvergoeding de schuldvordering die betrekking heeft op een opzeggingsvergoeding
die is ontstaan vóór de opening van de procedure van gerechtelijke die is ontstaan vóór de opening van de procedure van gerechtelijke
reorganisatie en dat het niet toelaat die schuldvordering zodanig te reorganisatie en dat het niet toelaat die schuldvordering zodanig te
verminderen, dat de bestaanszekerheid van de werknemer in het gedrang verminderen, dat de bestaanszekerheid van de werknemer in het gedrang
komt. komt.
B.16.3. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie is van B.16.3. Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie is van
openbare orde. Aldus dient de rechtbank van koophandel de homologatie openbare orde. Aldus dient de rechtbank van koophandel de homologatie
van het reorganisatieplan te weigeren indien de bescherming van de van het reorganisatieplan te weigeren indien de bescherming van de
werknemer niet is gewaarborgd overeenkomstig de interpretatie vermeld werknemer niet is gewaarborgd overeenkomstig de interpretatie vermeld
in B.16.2. in B.16.2.
B.17. Onder voorbehoud van de in B.16 vermelde interpretatie dienen de B.17. Onder voorbehoud van de in B.16 vermelde interpretatie dienen de
eerste en de tweede prejudiciële vraag ontkennend te worden eerste en de tweede prejudiciële vraag ontkennend te worden
beantwoord. beantwoord.
Ten aanzien van de derde prejudiciële vraag Ten aanzien van de derde prejudiciële vraag
B.18. Met de derde prejudiciële vraag wordt het Hof verzocht de B.18. Met de derde prejudiciële vraag wordt het Hof verzocht de
bestaanbaarheid, in het licht van artikel 23 van de Grondwet, met bestaanbaarheid, in het licht van artikel 23 van de Grondwet, met
inbegrip van het daarin vervatte standstill-effect, dat het recht op inbegrip van het daarin vervatte standstill-effect, dat het recht op
een billijke beloning waarborgt, te onderzoeken van de artikelen 49 en een billijke beloning waarborgt, te onderzoeken van de artikelen 49 en
57 van de wet van 31 januari 2009, in samenhang gelezen met artikel 2, 57 van de wet van 31 januari 2009, in samenhang gelezen met artikel 2,
c) tot e), van dezelfde wet, in zoverre zij het mogelijk maken dat aan c) tot e), van dezelfde wet, in zoverre zij het mogelijk maken dat aan
een werknemer die houder is van een schuldvordering die is ontstaan een werknemer die houder is van een schuldvordering die is ontstaan
uit arbeidsprestaties vóór de opening van de procedure van uit arbeidsprestaties vóór de opening van de procedure van
gerechtelijke reorganisatie, een vermindering van zijn schuldvordering gerechtelijke reorganisatie, een vermindering van zijn schuldvordering
of een spreiding van zijn uitbetaling wordt opgelegd. of een spreiding van zijn uitbetaling wordt opgelegd.
B.19. Gelet op het antwoord dat is gegeven op de eerste twee B.19. Gelet op het antwoord dat is gegeven op de eerste twee
prejudiciële vragen en de in B.16 vermelde interpretatie, behoeft de prejudiciële vragen en de in B.16 vermelde interpretatie, behoeft de
derde prejudiciële vraag geen antwoord. derde prejudiciële vraag geen antwoord.
Ten aanzien van de vierde prejudiciële vraag Ten aanzien van de vierde prejudiciële vraag
B.20. In de vierde prejudiciële vraag wordt het Hof verzocht te zeggen B.20. In de vierde prejudiciële vraag wordt het Hof verzocht te zeggen
of het antwoord op de eerste drie prejudiciële vragen verschillend zou of het antwoord op de eerste drie prejudiciële vragen verschillend zou
zijn indien de niet-betaling van een opzeggingsvergoeding een zijn indien de niet-betaling van een opzeggingsvergoeding een
strafrechtelijk misdrijf is. strafrechtelijk misdrijf is.
B.21. Het al dan niet strafbaar zijn van de niet-betaling van een B.21. Het al dan niet strafbaar zijn van de niet-betaling van een
opzeggingsvergoeding wijzigt niets aan de antwoorden op de eerste, de opzeggingsvergoeding wijzigt niets aan de antwoorden op de eerste, de
tweede en de derde prejudiciële vraag. tweede en de derde prejudiciële vraag.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
- Onder voorbehoud van de interpretatie vermeld in B.16, schenden de - Onder voorbehoud van de interpretatie vermeld in B.16, schenden de
artikelen 2, c) tot e), 49 en 57 van de wet van 31 januari 2009 artikelen 2, c) tot e), 49 en 57 van de wet van 31 januari 2009
betreffende de continuïteit van de ondernemingen, vóór de wijziging betreffende de continuïteit van de ondernemingen, vóór de wijziging
ervan bij de wet van 27 mei 2013 tot wijziging van verschillende ervan bij de wet van 27 mei 2013 tot wijziging van verschillende
wetgevingen inzake de continuïteit van ondernemingen en vóór de wetgevingen inzake de continuïteit van ondernemingen en vóór de
invoeging door die wet van artikel 49/1 in de wet van 31 januari 2009, invoeging door die wet van artikel 49/1 in de wet van 31 januari 2009,
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet.
- De derde prejudiciële vraag behoeft geen antwoord. - De derde prejudiciële vraag behoeft geen antwoord.
Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof,
op 2 juni 2016. op 2 juni 2016.
De griffier, De griffier,
F. Meersschaut F. Meersschaut
De voorzitter, De voorzitter,
J. Spreutels J. Spreutels
^