Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 74/2016 van 25 mei 2016 Rolnummer : 6168 In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 1, 3°, van artikel 3 en 47 van artikel 4 (« Opheffings- en wijzigingsbepalingen ») van de wet van 1(...) Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de recht(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 74/2016 van 25 mei 2016 Rolnummer : 6168 In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 1, 3°, van artikel 3 en 47 van artikel 4 (« Opheffings- en wijzigingsbepalingen ») van de wet van 1(...) Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de recht(...) Uittreksel uit arrest nr. 74/2016 van 25 mei 2016 Rolnummer : 6168 In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 1, 3°, van artikel 3 en 47 van artikel 4 (« Opheffings- en wijzigingsbepalingen ») van de wet van 1(...) Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de recht(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 74/2016 van 25 mei 2016 Uittreksel uit arrest nr. 74/2016 van 25 mei 2016
Rolnummer : 6168 Rolnummer : 6168
In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 1, 3°, van artikel 3 In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 1, 3°, van artikel 3
(« Overgangsbepalingen ») en 47 van artikel 4 (« Opheffings- en (« Overgangsbepalingen ») en 47 van artikel 4 (« Opheffings- en
wijzigingsbepalingen ») van de wet van 14 juli 1976 betreffende de wijzigingsbepalingen ») van de wet van 14 juli 1976 betreffende de
wederzijdse rechten en verplichtingen van echtgenoten en de wederzijdse rechten en verplichtingen van echtgenoten en de
huwelijksvermogensstelsels, gesteld door de Rechtbank van eerste huwelijksvermogensstelsels, gesteld door de Rechtbank van eerste
aanleg Henegouwen, afdeling Doornik. aanleg Henegouwen, afdeling Doornik.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en E. De Groot, en de
rechters L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. rechters L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E.
Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet en R. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet en R.
Leysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder Leysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder
voorzitterschap van voorzitter J. Spreutels, voorzitterschap van voorzitter J. Spreutels,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging
Bij vonnis van 26 februari 2015 in zake D.O. tegen A.R., waarvan de Bij vonnis van 26 februari 2015 in zake D.O. tegen A.R., waarvan de
expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 9 maart 2015, heeft expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 9 maart 2015, heeft
de Rechtbank van eerste aanleg Henegouwen, afdeling Doornik, de de Rechtbank van eerste aanleg Henegouwen, afdeling Doornik, de
volgende prejudiciële vraag gesteld : volgende prejudiciële vraag gesteld :
« Schenden de artikelen 1, 3°, van artikel 3 (' Overgangsbepalingen ') « Schenden de artikelen 1, 3°, van artikel 3 (' Overgangsbepalingen ')
en 47 van artikel 4 (' Opheffings- en wijzigingsbepalingen ') van de en 47 van artikel 4 (' Opheffings- en wijzigingsbepalingen ') van de
wet van 14 juli 1976 betreffende de wederzijdse rechten en wet van 14 juli 1976 betreffende de wederzijdse rechten en
verplichtingen van echtgenoten en de huwelijksvermogensstelsels de verplichtingen van echtgenoten en de huwelijksvermogensstelsels de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre zij impliceren dat het artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre zij impliceren dat het
vroegere artikel 1471 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is op vroegere artikel 1471 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is op
de erin bedoelde categorieën van echtgenoten, in het bijzonder de de erin bedoelde categorieën van echtgenoten, in het bijzonder de
echtgenoten die, vóór de inwerkingtreding van de voormelde wet, het echtgenoten die, vóór de inwerkingtreding van de voormelde wet, het
bij huwelijkscontract vastgelegde stelsel van scheiding van goederen bij huwelijkscontract vastgelegde stelsel van scheiding van goederen
met gemeenschap van aanwinsten hadden aangenomen, met als gevolg dat, met gemeenschap van aanwinsten hadden aangenomen, met als gevolg dat,
voor de verdeling van de gemeenschap, de uit de echt gescheiden vrouw voor de verdeling van de gemeenschap, de uit de echt gescheiden vrouw
een voorkeur geniet om haar vooruitnemingen te doen vóór die van de een voorkeur geniet om haar vooruitnemingen te doen vóór die van de
man, terwijl de uit de echt gescheiden man hetzelfde voorrecht niet man, terwijl de uit de echt gescheiden man hetzelfde voorrecht niet
geniet ? ». geniet ? ».
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
B.1.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op artikel 1, 3°, van B.1.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op artikel 1, 3°, van
artikel 3 (« Overgangsbepalingen ») en op artikel 47 van artikel 4 (« artikel 3 (« Overgangsbepalingen ») en op artikel 47 van artikel 4 («
Opheffings- en wijzigingsbepalingen ») van de wet van 14 juli 1976 Opheffings- en wijzigingsbepalingen ») van de wet van 14 juli 1976
betreffende de wederzijdse rechten en verplichtingen van echtgenoten betreffende de wederzijdse rechten en verplichtingen van echtgenoten
en de huwelijksvermogensstelsels. en de huwelijksvermogensstelsels.
B.1.2. Artikel 1 van het voormelde artikel 3 bepaalt : B.1.2. Artikel 1 van het voormelde artikel 3 bepaalt :
« Overeenkomstig de volgende regels zijn de bepalingen van deze wet « Overeenkomstig de volgende regels zijn de bepalingen van deze wet
van toepassing op de echtgenoten die vóór de inwerkingtreding van deze van toepassing op de echtgenoten die vóór de inwerkingtreding van deze
wet zijn gehuwd zonder huwelijksvoorwaarden te hebben gemaakt of na wet zijn gehuwd zonder huwelijksvoorwaarden te hebben gemaakt of na
een stelsel van gemeenschap te hebben aangenomen dan wel het stelsel een stelsel van gemeenschap te hebben aangenomen dan wel het stelsel
van scheiding van goederen of het dotaal stelsel te hebben gekozen, van scheiding van goederen of het dotaal stelsel te hebben gekozen,
waarin een gemeenschap van aanwinsten is bedongen als omschreven in de waarin een gemeenschap van aanwinsten is bedongen als omschreven in de
artikelen 1498 en 1499 van het Burgerlijk Wetboek : artikelen 1498 en 1499 van het Burgerlijk Wetboek :
1° Gedurende een termijn van een jaar te rekenen van de 1° Gedurende een termijn van een jaar te rekenen van de
inwerkingtreding van deze wet kunnen de echtgenoten ten overstaan van inwerkingtreding van deze wet kunnen de echtgenoten ten overstaan van
een notaris verklaren dat zij hun wettelijk of bedongen een notaris verklaren dat zij hun wettelijk of bedongen
huwelijksvermogensstelsel ongewijzigd wensen te handhaven. huwelijksvermogensstelsel ongewijzigd wensen te handhaven.
2° Indien een dergelijke verklaring niet wordt afgelegd, zullen de 2° Indien een dergelijke verklaring niet wordt afgelegd, zullen de
echtgenoten die geen huwelijksvoorwaarden hebben gemaakt of het echtgenoten die geen huwelijksvoorwaarden hebben gemaakt of het
stelsel van wettelijke gemeenschap hebben aangenomen, bij het stelsel van wettelijke gemeenschap hebben aangenomen, bij het
verstrijken van die termijn onderworpen zijn aan de bepalingen van de verstrijken van die termijn onderworpen zijn aan de bepalingen van de
artikelen 1398 tot 1450 betreffende het wettelijk stelsel, artikelen 1398 tot 1450 betreffende het wettelijk stelsel,
onverminderd hetgeen zij bij huwelijkscontract hebben bedongen onverminderd hetgeen zij bij huwelijkscontract hebben bedongen
betreffende de voordelen aan beide echtgenoten of aan een van hen. betreffende de voordelen aan beide echtgenoten of aan een van hen.
Evenwel kunnen zij, zonder het verstrijken van die termijn af te Evenwel kunnen zij, zonder het verstrijken van die termijn af te
wachten, ten overstaan van een notaris verklaren dat zij zich wachten, ten overstaan van een notaris verklaren dat zij zich
onmiddellijk wensen te onderwerpen aan de bepalingen betreffende het onmiddellijk wensen te onderwerpen aan de bepalingen betreffende het
wettelijk stelsel. wettelijk stelsel.
3° Indien de verklaring bedoeld in 1° niet wordt afgelegd, zullen de 3° Indien de verklaring bedoeld in 1° niet wordt afgelegd, zullen de
echtgenoten die de gemeenschap beperkt tot de aanwinsten of de echtgenoten die de gemeenschap beperkt tot de aanwinsten of de
algemene gemeenschap hebben aangenomen, bij het verstrijken van die algemene gemeenschap hebben aangenomen, bij het verstrijken van die
termijn onderworpen zijn aan de bepalingen van de artikelen 1415 tot termijn onderworpen zijn aan de bepalingen van de artikelen 1415 tot
1426 voor alles wat betrekking heeft op het bestuur van de gemeenschap 1426 voor alles wat betrekking heeft op het bestuur van de gemeenschap
en van de eigen goederen, alsook aan de bepalingen van de artikelen en van de eigen goederen, alsook aan de bepalingen van de artikelen
1408 tot 1414 betreffende de gemeenschappelijke schulden en de rechten 1408 tot 1414 betreffende de gemeenschappelijke schulden en de rechten
van de schuldeisers. van de schuldeisers.
Hetzelfde geldt voor de echtgenoten die de scheiding van goederen of Hetzelfde geldt voor de echtgenoten die de scheiding van goederen of
het dotaal stelsel hebben gekozen onder beding van een gemeenschap van het dotaal stelsel hebben gekozen onder beding van een gemeenschap van
aanwinsten als omschreven in de artikelen 1498 en 1499 van het aanwinsten als omschreven in de artikelen 1498 en 1499 van het
Burgerlijk Wetboek, doch uitsluitend wat die gemeenschap betreft. Burgerlijk Wetboek, doch uitsluitend wat die gemeenschap betreft.
[...] ». [...] ».
Artikel 47 van het voormelde artikel 4 bepaalt : Artikel 47 van het voormelde artikel 4 bepaalt :
« § 1. De artikelen 226bis tot 226septies, 300, 307, 776, eerste lid, « § 1. De artikelen 226bis tot 226septies, 300, 307, 776, eerste lid,
818, 905, 940, eerste lid, 1399 tot 1535, 1540 tot 1581, 2255 en 2256 818, 905, 940, eerste lid, 1399 tot 1535, 1540 tot 1581, 2255 en 2256
van het Burgerlijk Wetboek, de artikelen 64 tot 72 van de Hypotheekwet van het Burgerlijk Wetboek, de artikelen 64 tot 72 van de Hypotheekwet
van 16 december 1851, artikel 1562 van het Gerechtelijk Wetboek, de van 16 december 1851, artikel 1562 van het Gerechtelijk Wetboek, de
artikelen 553 tot 560 van het Wetboek van koophandel en artikel 6 van artikelen 553 tot 560 van het Wetboek van koophandel en artikel 6 van
het Wetboek der successierechten blijven, bij wijze van het Wetboek der successierechten blijven, bij wijze van
overgangsmaatregel, tot aan de vereffening van hun overgangsmaatregel, tot aan de vereffening van hun
huwelijksvermogensstelsel, van kracht voor echtgenoten die, gehuwd huwelijksvermogensstelsel, van kracht voor echtgenoten die, gehuwd
vóór de inwerkingtreding van deze wet, een ander stelsel dan de vóór de inwerkingtreding van deze wet, een ander stelsel dan de
gemeenschap hebben aangenomen dan wel krachtens de wet of een gemeenschap hebben aangenomen dan wel krachtens de wet of een
overeenkomst onder de regels van het gemeenschapsstelsel vallen, en overeenkomst onder de regels van het gemeenschapsstelsel vallen, en
overeengekomen zijn het bestaande stelsel ongewijzigd te handhaven. overeengekomen zijn het bestaande stelsel ongewijzigd te handhaven.
§ 2. Bij wijze van overgangsmaatregel blijven eveneens van kracht, § 2. Bij wijze van overgangsmaatregel blijven eveneens van kracht,
zoals zij vóór de bekendmaking van deze wet luidden, de artikelen 124, zoals zij vóór de bekendmaking van deze wet luidden, de artikelen 124,
295, derde lid, 942, 1304, tweede lid, 1990 en 2254 van het Burgerlijk 295, derde lid, 942, 1304, tweede lid, 1990 en 2254 van het Burgerlijk
Wetboek, de artikelen 47 en 90bis van de Hypotheekwet van 16 december Wetboek, de artikelen 47 en 90bis van de Hypotheekwet van 16 december
1851 en de artikelen 567, eerste lid, 853, 1148, 1167, 1180, 1185, 1851 en de artikelen 567, eerste lid, 853, 1148, 1167, 1180, 1185,
1283 en 1319 van het Gerechtelijk Wetboek. 1283 en 1319 van het Gerechtelijk Wetboek.
§ 3. Indien echtgenoten, gehuwd na een gemeenschap van goederen te § 3. Indien echtgenoten, gehuwd na een gemeenschap van goederen te
hebben aangenomen, krachtens de overgangsmaatregelen van deze wet, aan hebben aangenomen, krachtens de overgangsmaatregelen van deze wet, aan
de bepalingen van deze wet alleen onderworpen zijn wat betreft het de bepalingen van deze wet alleen onderworpen zijn wat betreft het
bestuur van de gemeenschap en van hun eigen goederen, de vaststelling bestuur van de gemeenschap en van hun eigen goederen, de vaststelling
van de gemeenschappelijke schulden en de rechten van de schuldeisers, van de gemeenschappelijke schulden en de rechten van de schuldeisers,
blijven de artikelen opgesomd in de §§ 1 en 2 op hen toepasselijk in blijven de artikelen opgesomd in de §§ 1 en 2 op hen toepasselijk in
zoverre zij noodzakelijk zijn voor de werking en de vereffening van zoverre zij noodzakelijk zijn voor de werking en de vereffening van
hun huwelijksvermogensstelsel ». hun huwelijksvermogensstelsel ».
B.2. Aan het Hof wordt gevraagd of die bepalingen bestaanbaar zijn met B.2. Aan het Hof wordt gevraagd of die bepalingen bestaanbaar zijn met
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre zij impliceren dat de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre zij impliceren dat
het vroegere artikel 1471 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is het vroegere artikel 1471 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is
op de echtgenoten die, vóór de inwerkingtreding van de wet van 14 juli op de echtgenoten die, vóór de inwerkingtreding van de wet van 14 juli
1976, het bij huwelijkscontract vastgelegde stelsel van scheiding van 1976, het bij huwelijkscontract vastgelegde stelsel van scheiding van
goederen met gemeenschap van aanwinsten hadden aangenomen, « met als goederen met gemeenschap van aanwinsten hadden aangenomen, « met als
gevolg dat, voor de verdeling van de gemeenschap, de uit de echt gevolg dat, voor de verdeling van de gemeenschap, de uit de echt
gescheiden vrouw een voorkeur geniet om haar vooruitnemingen te doen gescheiden vrouw een voorkeur geniet om haar vooruitnemingen te doen
vóór die van de man, terwijl de uit de echt gescheiden man hetzelfde vóór die van de man, terwijl de uit de echt gescheiden man hetzelfde
voorrecht niet geniet ». voorrecht niet geniet ».
B.3. Het vroegere artikel 1471 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde : B.3. Het vroegere artikel 1471 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde :
« De vooruitnemingen van de vrouw worden gedaan voor die van de man. « De vooruitnemingen van de vrouw worden gedaan voor die van de man.
Zij worden, wat de goederen betreft die niet meer in natura aanwezig Zij worden, wat de goederen betreft die niet meer in natura aanwezig
zijn, gedaan eerst uit het gereed geld, vervolgens uit de roerende zijn, gedaan eerst uit het gereed geld, vervolgens uit de roerende
goederen en ten slotte uit de onroerende goederen van de gemeenschap; goederen en ten slotte uit de onroerende goederen van de gemeenschap;
in dit laatste geval behoort de keus van de onroerende goederen aan de in dit laatste geval behoort de keus van de onroerende goederen aan de
vrouw en aan haar erfgenamen ». vrouw en aan haar erfgenamen ».
B.4.1. De wet van 14 juli 1976 heeft in hoofdzaak beoogd de juridische B.4.1. De wet van 14 juli 1976 heeft in hoofdzaak beoogd de juridische
ontvoogding van de gehuwde vrouw, tot stand gebracht door de wet van ontvoogding van de gehuwde vrouw, tot stand gebracht door de wet van
30 april 1958 betreffende de wederzijdse rechten en plichten van de 30 april 1958 betreffende de wederzijdse rechten en plichten van de
echtgenoten, te concretiseren in de wetgeving betreffende de echtgenoten, te concretiseren in de wetgeving betreffende de
huwelijksvermogensstelsels : huwelijksvermogensstelsels :
« Vanaf het ogenblik dat aan de gehuwde vrouw volle rechtsbekwaamheid « Vanaf het ogenblik dat aan de gehuwde vrouw volle rechtsbekwaamheid
wordt toegekend, [...] moet deze onafhankelijkheid haar normale wordt toegekend, [...] moet deze onafhankelijkheid haar normale
tegenhanger vinden op het gebied van de huwelijksvermogensstelsels. De tegenhanger vinden op het gebied van de huwelijksvermogensstelsels. De
ene hervorming gaat niet zonder de andere. Het bekrachtigen van de ene hervorming gaat niet zonder de andere. Het bekrachtigen van de
handelingsbekwaamheid van de gehuwde vrouw zonder daarbij de handelingsbekwaamheid van de gehuwde vrouw zonder daarbij de
huwelijksvermogensstelsels te wijzigen of aan te passen, zou er op huwelijksvermogensstelsels te wijzigen of aan te passen, zou er op
neerkomen een theoretisch werk te leveren dat praktisch denkbeeldig neerkomen een theoretisch werk te leveren dat praktisch denkbeeldig
blijft » (Parl. St., Senaat, 1964-1965, nr. 138, p. 1; Parl. St., blijft » (Parl. St., Senaat, 1964-1965, nr. 138, p. 1; Parl. St.,
Senaat, 1976-1977, nr. 683/2, p. 1). Senaat, 1976-1977, nr. 683/2, p. 1).
De wetgever heeft de aanpassing van de wetgeving betreffende de De wetgever heeft de aanpassing van de wetgeving betreffende de
huwelijksvermogensstelsels aan de rechtsbekwaamheid van de gehuwde huwelijksvermogensstelsels aan de rechtsbekwaamheid van de gehuwde
vrouw willen verzoenen met de eerbied voor de wilsautonomie van de vrouw willen verzoenen met de eerbied voor de wilsautonomie van de
partijen. partijen.
B.4.2. De overgangsbepalingen zijn als volgt toegelicht : B.4.2. De overgangsbepalingen zijn als volgt toegelicht :
« Het [Regeringsontwerp] maakt een belangrijk onderscheid al naar de « Het [Regeringsontwerp] maakt een belangrijk onderscheid al naar de
echtgenoten gebonden zijn door enige huwelijksovereenkomst of geen echtgenoten gebonden zijn door enige huwelijksovereenkomst of geen
huwelijkscontract voor een notaris hebben afgesloten en dus van huwelijkscontract voor een notaris hebben afgesloten en dus van
rechtswege aan het stelsel van de wettelijke gemeenschap onderworpen rechtswege aan het stelsel van de wettelijke gemeenschap onderworpen
zijn. zijn.
Uitgaande van de opvatting dat een huwelijkscontract een overeenkomst Uitgaande van de opvatting dat een huwelijkscontract een overeenkomst
tussen echtgenoten is die tussen de overeenkomstsluitende partijen als tussen echtgenoten is die tussen de overeenkomstsluitende partijen als
wet geldt, wijzigt het de inhoud ervan slechts in die zin dat het in wet geldt, wijzigt het de inhoud ervan slechts in die zin dat het in
het stelsel dat zij hebben gekozen, de nieuwe beheersregels van de het stelsel dat zij hebben gekozen, de nieuwe beheersregels van de
gemeenschap of van de eigen goederen invoegt. Zij kunnen echter een gemeenschap of van de eigen goederen invoegt. Zij kunnen echter een
ander stelsel kiezen onder gehoudenheid de regels van de artikelen 8 ander stelsel kiezen onder gehoudenheid de regels van de artikelen 8
tot 10 (vernummerd van 1394 tot 1396) na te leven. tot 10 (vernummerd van 1394 tot 1396) na te leven.
Echtgenoten die zonder huwelijkscontract getrouwd zijn, kunnen volgens Echtgenoten die zonder huwelijkscontract getrouwd zijn, kunnen volgens
het ontwerp echter of het stelsel van gemeenschap handhaven of een het ontwerp echter of het stelsel van gemeenschap handhaven of een
ander stelsel kiezen; dit moet geschieden bij notariële akte binnen ander stelsel kiezen; dit moet geschieden bij notariële akte binnen
zesendertig maanden na de inwerkingtreding van de wet; als zij een zesendertig maanden na de inwerkingtreding van de wet; als zij een
ander stelsel kiezen, kunnen zij het vorige stelsel vereffenen, maar ander stelsel kiezen, kunnen zij het vorige stelsel vereffenen, maar
zij zijn niet verplicht dit te doen. Zolang de echtgenoten geen ander zij zijn niet verplicht dit te doen. Zolang de echtgenoten geen ander
stelsel hebben aangenomen of indien zij verklaren de wettelijke stelsel hebben aangenomen of indien zij verklaren de wettelijke
gemeenschap te handhaven, worden hun beheersbevoegdheden vanaf de gemeenschap te handhaven, worden hun beheersbevoegdheden vanaf de
inwerkingtreding van de wet geregeld door de bepalingen van deze wet » inwerkingtreding van de wet geregeld door de bepalingen van deze wet »
(Parl. St., Senaat, B.Z. 1974, nr. 683/2, p. 92) ». (Parl. St., Senaat, B.Z. 1974, nr. 683/2, p. 92) ».
B.5. De toepassing van het vroegere artikel 1471 van het Burgerlijk B.5. De toepassing van het vroegere artikel 1471 van het Burgerlijk
Wetboek op de echtgenoten die vóór 28 september 1976 zijn gehuwd onder Wetboek op de echtgenoten die vóór 28 september 1976 zijn gehuwd onder
het bij huwelijkscontract vastgelegde stelsel van scheiding van het bij huwelijkscontract vastgelegde stelsel van scheiding van
goederen met een gemeenschap van aanwinsten, is pertinent ten opzichte goederen met een gemeenschap van aanwinsten, is pertinent ten opzichte
van het door de wet van 14 juli 1976 in het algemeen en de van het door de wet van 14 juli 1976 in het algemeen en de
overgangsbepalingen met betrekking tot de vereffening en de verdeling overgangsbepalingen met betrekking tot de vereffening en de verdeling
in het bijzonder nagestreefde doel. in het bijzonder nagestreefde doel.
B.6. De bevestiging van de handelingsbekwaamheid van de gehuwde vrouw B.6. De bevestiging van de handelingsbekwaamheid van de gehuwde vrouw
was immers slechts noodzakelijk ten aanzien van het bestuur van de was immers slechts noodzakelijk ten aanzien van het bestuur van de
gemeenschap en van de eigen goederen (artikelen 1415 tot 1426 van het gemeenschap en van de eigen goederen (artikelen 1415 tot 1426 van het
Burgerlijk Wetboek), alsmede de daarmee onlosmakelijk verbonden Burgerlijk Wetboek), alsmede de daarmee onlosmakelijk verbonden
problematiek van de regeling van de gemeenschappelijke schulden en de problematiek van de regeling van de gemeenschappelijke schulden en de
rechten van de schuldeisers (artikelen 1408 tot 1414 van het rechten van de schuldeisers (artikelen 1408 tot 1414 van het
Burgerlijk Wetboek), en vereiste derhalve niet noodzakelijk de Burgerlijk Wetboek), en vereiste derhalve niet noodzakelijk de
toepassing van de regels die de vereffening en de verdeling van het toepassing van de regels die de vereffening en de verdeling van het
huwelijksvermogensstelsel beheersen. De wetgever vermocht derhalve huwelijksvermogensstelsel beheersen. De wetgever vermocht derhalve
ervan uit te gaan dat die problematiek, op basis van het beginsel van ervan uit te gaan dat die problematiek, op basis van het beginsel van
de voorzienbaarheid voor de betrokken echtgenoten en rekening houdend de voorzienbaarheid voor de betrokken echtgenoten en rekening houdend
met de diversiteit aan modaliteiten die een bij huwelijkscontract met de diversiteit aan modaliteiten die een bij huwelijkscontract
vastgelegd huwelijksvermogensstelsel kan karakteriseren, geregeld zou vastgelegd huwelijksvermogensstelsel kan karakteriseren, geregeld zou
blijven door de bepalingen die van toepassing waren bij de aanneming blijven door de bepalingen die van toepassing waren bij de aanneming
van dat stelsel. van dat stelsel.
De bepaling van artikel 47, § 3, van artikel 4 van de wet van 14 juli De bepaling van artikel 47, § 3, van artikel 4 van de wet van 14 juli
1976, dat de opheffings- en wijzigingsbepalingen bevat en de in de 1976, dat de opheffings- en wijzigingsbepalingen bevat en de in de
paragrafen 1 en 2 vermelde artikelen toepasselijk verklaart in zoverre paragrafen 1 en 2 vermelde artikelen toepasselijk verklaart in zoverre
zij noodzakelijk zijn voor de vereffening van het zij noodzakelijk zijn voor de vereffening van het
huwelijksvermogensstelsel, is slechts de bevestiging van de huwelijksvermogensstelsel, is slechts de bevestiging van de
uitsluiting van de toepassing van de nieuwe bepalingen betreffende de uitsluiting van de toepassing van de nieuwe bepalingen betreffende de
vereffening en de verdeling ten aanzien van die categorie van vereffening en de verdeling ten aanzien van die categorie van
echtgenoten die vóór de inwerkingtreding van die wet een bedongen echtgenoten die vóór de inwerkingtreding van die wet een bedongen
huwelijksvermogensstelsel hebben aangenomen. huwelijksvermogensstelsel hebben aangenomen.
Overigens verhinderde niets die categorie van echtgenoten hun bij Overigens verhinderde niets die categorie van echtgenoten hun bij
huwelijkscontract vastgelegde stelsel te wijzigen om die maatregelen huwelijkscontract vastgelegde stelsel te wijzigen om die maatregelen
te bedingen waarin de wetgever voor hen niet heeft voorzien. te bedingen waarin de wetgever voor hen niet heeft voorzien.
De wetgever heeft het imperatieve karakter van de aanpassing van de De wetgever heeft het imperatieve karakter van de aanpassing van de
wetgeving betreffende de huwelijksvermogensstelsels aan de wetgeving betreffende de huwelijksvermogensstelsels aan de
rechtsbekwaamheid van de gehuwde vrouw willen verzoenen met de eerbied rechtsbekwaamheid van de gehuwde vrouw willen verzoenen met de eerbied
voor de wilsautonomie van de partijen. voor de wilsautonomie van de partijen.
Er is niet op onevenredige wijze afbreuk gedaan aan het recht van de Er is niet op onevenredige wijze afbreuk gedaan aan het recht van de
echtgenoot, daar, zoals uit de elementen van het dossier blijkt, het echtgenoot, daar, zoals uit de elementen van het dossier blijkt, het
vroegere artikel 1471 van het Burgerlijk Wetboek, zoals het te dezen vroegere artikel 1471 van het Burgerlijk Wetboek, zoals het te dezen
wordt toegepast door de verwijzende rechter, hoogstens een regel van wordt toegepast door de verwijzende rechter, hoogstens een regel van
voorrang vormt voor de toekenning van een goed bij de vereffening van voorrang vormt voor de toekenning van een goed bij de vereffening van
de gemeenschap van aanwinsten. de gemeenschap van aanwinsten.
B.7. De in het geding zijnde bepalingen zijn derhalve niet zonder B.7. De in het geding zijnde bepalingen zijn derhalve niet zonder
redelijke verantwoording en de prejudiciële vraag dient ontkennend te redelijke verantwoording en de prejudiciële vraag dient ontkennend te
worden beantwoord. worden beantwoord.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
Artikel 1, 3°, van artikel 3 (« Overgangsbepalingen ») en artikel 47 Artikel 1, 3°, van artikel 3 (« Overgangsbepalingen ») en artikel 47
van artikel 4 (« Opheffings- en wijzigingsbepalingen ») van de wet van van artikel 4 (« Opheffings- en wijzigingsbepalingen ») van de wet van
14 juli 1976 betreffende de wederzijdse rechten en verplichtingen van 14 juli 1976 betreffende de wederzijdse rechten en verplichtingen van
echtgenoten en de huwelijksvermogensstelsels schenden niet de echtgenoten en de huwelijksvermogensstelsels schenden niet de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet. artikelen 10 en 11 van de Grondwet.
Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel Aldus gewezen in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig artikel
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof,
op 25 mei 2016. op 25 mei 2016.
De griffier, De voorzitter, De griffier, De voorzitter,
P.-Y. Dutilleux J. Spreutels P.-Y. Dutilleux J. Spreutels
^