← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 154/2015 van 29 oktober 2015 Rolnummer : 6088 In zake :
de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 2, 3° en 4°, en 4 van het decreet van het Vlaamse Gewest
van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veilighei Het
Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de rechters (...)"
Uittreksel uit arrest nr. 154/2015 van 29 oktober 2015 Rolnummer : 6088 In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 2, 3° en 4°, en 4 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veilighei Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de rechters (...) | Uittreksel uit arrest nr. 154/2015 van 29 oktober 2015 Rolnummer : 6088 In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 2, 3° en 4°, en 4 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veilighei Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de rechters (...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 154/2015 van 29 oktober 2015 | Uittreksel uit arrest nr. 154/2015 van 29 oktober 2015 |
Rolnummer : 6088 | Rolnummer : 6088 |
In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 2, 3° en 4°, | In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 2, 3° en 4°, |
en 4 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 4 februari 1997 | en 4 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 4 februari 1997 |
houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en | houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en |
studentenkamers, vóór de opheffing ervan bij artikel 34 van het | studentenkamers, vóór de opheffing ervan bij artikel 34 van het |
decreet van 29 maart 2013, gesteld door de Raad van State. | decreet van 29 maart 2013, gesteld door de Raad van State. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de | samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de |
rechters E. De Groot, L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. | rechters E. De Groot, L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. |
Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet en R. | Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet en R. |
Leysen, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder | Leysen, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder |
voorzitterschap van voorzitter A. Alen, | voorzitterschap van voorzitter A. Alen, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Bij arrest nr. 229.028 van 4 november 2014 in zake Jeannine Wyns tegen | Bij arrest nr. 229.028 van 4 november 2014 in zake Jeannine Wyns tegen |
het Vlaamse Gewest, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is | het Vlaamse Gewest, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is |
ingekomen op 17 november 2014, heeft de Raad van State de volgende | ingekomen op 17 november 2014, heeft de Raad van State de volgende |
prejudiciële vraag gesteld : | prejudiciële vraag gesteld : |
« Schenden de artikelen 2, 3°, 2, 4°, en 4 van het voormalige decreet | « Schenden de artikelen 2, 3°, 2, 4°, en 4 van het voormalige decreet |
van 4 februari 1997 ' houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen | van 4 februari 1997 ' houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen |
voor kamers en studentenkamers ' de artikelen 10 en 11 van de Grondwet | voor kamers en studentenkamers ' de artikelen 10 en 11 van de Grondwet |
in die mate dat een leef- en opvanghuis voor (ex-)psychiatrische | in die mate dat een leef- en opvanghuis voor (ex-)psychiatrische |
patiënten als dat van Jeannine Wyns onder genoemd decreet ressorteert, | patiënten als dat van Jeannine Wyns onder genoemd decreet ressorteert, |
met de gevolgen zoals opgesomd in artikel 4 van het decreet van dien, | met de gevolgen zoals opgesomd in artikel 4 van het decreet van dien, |
terwijl instellingen zoals erkende welzijns- en | terwijl instellingen zoals erkende welzijns- en |
gezondheidsorganisaties niet aan de beperkingen van dit decreet zijn | gezondheidsorganisaties niet aan de beperkingen van dit decreet zijn |
onderworpen omdat het niet op hen van toepassing is ? ». | onderworpen omdat het niet op hen van toepassing is ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op de artikelen 2, 3° en | B.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op de artikelen 2, 3° en |
4°, en 4 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 4 februari 1997 | 4°, en 4 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 4 februari 1997 |
houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en | houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en |
studentenkamers, die in de versie van toepassing in het bodemgeschil, | studentenkamers, die in de versie van toepassing in het bodemgeschil, |
vóór de opheffing ervan bij artikel 34 van het decreet van 29 maart | vóór de opheffing ervan bij artikel 34 van het decreet van 29 maart |
2013 houdende wijziging van diverse decreten wat de | 2013 houdende wijziging van diverse decreten wat de |
woonkwaliteitsbewaking betreft, bepaalden : | woonkwaliteitsbewaking betreft, bepaalden : |
« Art. 2.In dit decreet wordt verstaan onder : |
« Art. 2.In dit decreet wordt verstaan onder : |
[...] | [...] |
3° kamer : woning waarin één of meer van de volgende voorzieningen | 3° kamer : woning waarin één of meer van de volgende voorzieningen |
ontbreken : | ontbreken : |
- WC; | - WC; |
- bad of douche; | - bad of douche; |
- kookgelegenheid, | - kookgelegenheid, |
en waarvan de bewoners voor deze voorzieningen afhankelijk zijn van de | en waarvan de bewoners voor deze voorzieningen afhankelijk zijn van de |
gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de | gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de |
woning deel uitmaakt; | woning deel uitmaakt; |
4° kamerwoning : elk gebouw dat bestaat uit één of meer te huur | 4° kamerwoning : elk gebouw dat bestaat uit één of meer te huur |
gestelde of verhuurde kamers en gemeenschappelijke ruimtes; | gestelde of verhuurde kamers en gemeenschappelijke ruimtes; |
[...] | [...] |
Art. 4.Een kamer of studentenkamer die te huur wordt gesteld of |
Art. 4.Een kamer of studentenkamer die te huur wordt gesteld of |
verhuurd, moet voldoen aan de volgende elementaire kwaliteits- en | verhuurd, moet voldoen aan de volgende elementaire kwaliteits- en |
veiligheidsnormen, die door de Vlaamse regering nader worden | veiligheidsnormen, die door de Vlaamse regering nader worden |
vastgelegd : | vastgelegd : |
1° de kamer of studentenkamer heeft een minimale hoogte tussen vloer | 1° de kamer of studentenkamer heeft een minimale hoogte tussen vloer |
en plafond van twee meter twintig centimeter. Het plafond mag zich in | en plafond van twee meter twintig centimeter. Het plafond mag zich in |
geen geval bevinden op minder dan één meter boven het maaiveld; | geen geval bevinden op minder dan één meter boven het maaiveld; |
2° de kamer of studentenkamer beschikt over voldoende verlichtings- en | 2° de kamer of studentenkamer beschikt over voldoende verlichtings- en |
verluchtingsmogelijkheden. De kamer of studentenkamer moet | verluchtingsmogelijkheden. De kamer of studentenkamer moet |
rechtstreeks licht en buitenlucht ontvangen door ten minste één te | rechtstreeks licht en buitenlucht ontvangen door ten minste één te |
openen verticaal venster of ten minste één te openen dakvenster. De | openen verticaal venster of ten minste één te openen dakvenster. De |
onderkant van het raam mag zich op ten hoogste één meter twintig boven | onderkant van het raam mag zich op ten hoogste één meter twintig boven |
de vloer bevinden. De oppervlakte van alle vensters mag niet minder | de vloer bevinden. De oppervlakte van alle vensters mag niet minder |
bedragen dan 1 m2; | bedragen dan 1 m2; |
3° de kamer of studentenkamer beschikt over een wastafel met stromend | 3° de kamer of studentenkamer beschikt over een wastafel met stromend |
water, afvoerinrichting of reukafsnijder en beschikt over voldoende en | water, afvoerinrichting of reukafsnijder en beschikt over voldoende en |
veilige elektriciteitsinstallaties voor de verlichting van de kamer en | veilige elektriciteitsinstallaties voor de verlichting van de kamer en |
het veilig gebruik van elektrische toestellen; | het veilig gebruik van elektrische toestellen; |
4° de kamer of studentenkamer beschikt over voldoende en veilige | 4° de kamer of studentenkamer beschikt over voldoende en veilige |
verwarming of de nodige toe- en afvoerkanalen. Als verwarmingsbronnen | verwarming of de nodige toe- en afvoerkanalen. Als verwarmingsbronnen |
komen enkel in aanmerking : centrale verwarming, elektrische | komen enkel in aanmerking : centrale verwarming, elektrische |
toestellen en luchtdichte gastoestellen met schoorsteen- of | toestellen en luchtdichte gastoestellen met schoorsteen- of |
gevelafvoer; | gevelafvoer; |
5° de kamer of studentenkamer is zodanig gelegen en ingericht dat het | 5° de kamer of studentenkamer is zodanig gelegen en ingericht dat het |
respect voor de individuele levenssfeer wordt gewaarborgd. De kamer of | respect voor de individuele levenssfeer wordt gewaarborgd. De kamer of |
studentenkamer moet rechtstreeks toegankelijk zijn en niet via een | studentenkamer moet rechtstreeks toegankelijk zijn en niet via een |
andere kamer of studentenkamer; | andere kamer of studentenkamer; |
6° een kamerwoning, studenten- of studentengemeenschapshuis beschikt, | 6° een kamerwoning, studenten- of studentengemeenschapshuis beschikt, |
per groep of deel van een groep van zes bewoners of studenten over een | per groep of deel van een groep van zes bewoners of studenten over een |
w.c. met waterspoeling en reukafsnijder; | w.c. met waterspoeling en reukafsnijder; |
7° iedere kamerwoning, ieder studenten- of studentengemeenschapshuis | 7° iedere kamerwoning, ieder studenten- of studentengemeenschapshuis |
moet beschikken over een ruimte voor het onderhoudsmateriaal. | moet beschikken over een ruimte voor het onderhoudsmateriaal. |
De kamer of studentenkamer alsmede de kamerwoning, het studentenhuis | De kamer of studentenkamer alsmede de kamerwoning, het studentenhuis |
of het studentengemeenschapshuis moeten voldoen aan alle vereisten | of het studentengemeenschapshuis moeten voldoen aan alle vereisten |
inzake brandveiligheid, stabiliteit en bouwfysica ». | inzake brandveiligheid, stabiliteit en bouwfysica ». |
B.2. Het Hof wordt ondervraagd over de bestaanbaarheid van de vroegere | B.2. Het Hof wordt ondervraagd over de bestaanbaarheid van de vroegere |
artikelen 2, 3° en 4°, en 4 van het in het geding zijnde decreet met | artikelen 2, 3° en 4°, en 4 van het in het geding zijnde decreet met |
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in de interpretatie dat een | de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in de interpretatie dat een |
niet-erkend leef- en opvanghuis voor (ex-)psychiatrische patiënten, | niet-erkend leef- en opvanghuis voor (ex-)psychiatrische patiënten, |
zoals dat van de verzoekende partij voor de verwijzende rechter, onder | zoals dat van de verzoekende partij voor de verwijzende rechter, onder |
het toepassingsgebied van dat decreet ressorteert en dus onderworpen | het toepassingsgebied van dat decreet ressorteert en dus onderworpen |
is aan de daarin vastgestelde kwaliteits- en veiligheidsnormen, dit in | is aan de daarin vastgestelde kwaliteits- en veiligheidsnormen, dit in |
tegenstelling tot de erkende welzijns- en gezondheidsvoorzieningen. | tegenstelling tot de erkende welzijns- en gezondheidsvoorzieningen. |
B.3. Uit de verwijzingsbeslissing blijkt dat het voor de verwijzende | B.3. Uit de verwijzingsbeslissing blijkt dat het voor de verwijzende |
rechter hangende geschil betrekking heeft op een woongelegenheid die | rechter hangende geschil betrekking heeft op een woongelegenheid die |
niet erkend is als welzijns- of gezondheidsvoorziening en waarvan de | niet erkend is als welzijns- of gezondheidsvoorziening en waarvan de |
controle van de woonkwaliteit niet onder de opdracht van het | controle van de woonkwaliteit niet onder de opdracht van het |
agentschap Inspectie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van het | agentschap Inspectie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van het |
beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin valt, doch wel onder | beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin valt, doch wel onder |
de opdracht van het agentschap Inspectie RWO van het beleidsdomein | de opdracht van het agentschap Inspectie RWO van het beleidsdomein |
Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed. | Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed. |
Het Hof beperkt zijn onderzoek tot die situatie. | Het Hof beperkt zijn onderzoek tot die situatie. |
B.4.1. De Vlaamse Regering is van oordeel dat de verwijzende rechter | B.4.1. De Vlaamse Regering is van oordeel dat de verwijzende rechter |
ten onrechte is ingegaan op het verzoek om een prejudiciële vraag te | ten onrechte is ingegaan op het verzoek om een prejudiciële vraag te |
stellen. | stellen. |
B.4.2. Het komt in de regel aan de verwijzende rechter toe te bepalen | B.4.2. Het komt in de regel aan de verwijzende rechter toe te bepalen |
welke rechtsregel van toepassing is op een zaak die voor hem aanhangig | welke rechtsregel van toepassing is op een zaak die voor hem aanhangig |
is en te beslissen of aangaande die norm een vraag aan het Hof dient | is en te beslissen of aangaande die norm een vraag aan het Hof dient |
te worden gesteld. | te worden gesteld. |
B.5.1. Uit de verwijzingsbeslissing blijkt dat de verwijzende rechter | B.5.1. Uit de verwijzingsbeslissing blijkt dat de verwijzende rechter |
de in het geding zijnde bepalingen in die zin interpreteert dat de | de in het geding zijnde bepalingen in die zin interpreteert dat de |
erkende welzijns- en gezondheidsvoorzieningen niet onder het | erkende welzijns- en gezondheidsvoorzieningen niet onder het |
toepassingsgebied van het in het geding zijnde decreet ressorteerden | toepassingsgebied van het in het geding zijnde decreet ressorteerden |
en dus niet onderworpen waren aan de daarin vastgestelde kwaliteits- | en dus niet onderworpen waren aan de daarin vastgestelde kwaliteits- |
en veiligheidsnormen. | en veiligheidsnormen. |
De Vlaamse Regering betwist die interpretatie. Volgens haar waren de | De Vlaamse Regering betwist die interpretatie. Volgens haar waren de |
kwaliteits- en veiligheidsnormen zoals vastgesteld in het in het | kwaliteits- en veiligheidsnormen zoals vastgesteld in het in het |
geding zijnde decreet van toepassing op alle vormen van huisvesting in | geding zijnde decreet van toepassing op alle vormen van huisvesting in |
Vlaanderen, zodat zowel de erkende als de niet-erkende | Vlaanderen, zodat zowel de erkende als de niet-erkende |
zorgvoorzieningen daaraan dienden te voldoen. Bijgevolg zou er geen | zorgvoorzieningen daaraan dienden te voldoen. Bijgevolg zou er geen |
sprake kunnen zijn van een discriminatie tussen het leef- en | sprake kunnen zijn van een discriminatie tussen het leef- en |
opvanghuis van de verzoekende partij voor de verwijzende rechter en de | opvanghuis van de verzoekende partij voor de verwijzende rechter en de |
erkende zorgvoorzieningen. | erkende zorgvoorzieningen. |
B.5.2. Het komt in de regel aan de verwijzende rechter toe om de | B.5.2. Het komt in de regel aan de verwijzende rechter toe om de |
bepalingen die hij toepast te interpreteren, onder voorbehoud van een | bepalingen die hij toepast te interpreteren, onder voorbehoud van een |
kennelijk verkeerde lezing van de in het geding zijnde bepalingen. | kennelijk verkeerde lezing van de in het geding zijnde bepalingen. |
B.5.3. Naar luid van het oorspronkelijke artikel 3, tweede streepje, | B.5.3. Naar luid van het oorspronkelijke artikel 3, tweede streepje, |
van het in het geding zijnde decreet, was dat decreet niet van | van het in het geding zijnde decreet, was dat decreet niet van |
toepassing op « de gebouwen waarvoor bij wet, decreet of besluit | toepassing op « de gebouwen waarvoor bij wet, decreet of besluit |
specifieke veiligheids- en/of kwaliteitsnormen werden vastgelegd ». | specifieke veiligheids- en/of kwaliteitsnormen werden vastgelegd ». |
Ofschoon die bepaling werd opgeheven bij artikel 3 van het decreet van | Ofschoon die bepaling werd opgeheven bij artikel 3 van het decreet van |
14 juli 1998 « houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 | 14 juli 1998 « houdende wijziging van het decreet van 4 februari 1997 |
houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en | houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en |
studentenkamers », is die uitzondering blijven bestaan. Dit blijkt uit | studentenkamers », is die uitzondering blijven bestaan. Dit blijkt uit |
de parlementaire voorbereiding van voormelde bepaling, die de | de parlementaire voorbereiding van voormelde bepaling, die de |
opheffing als volgt verantwoordt : | opheffing als volgt verantwoordt : |
« Bovendien kan verwezen worden naar het advies van de Raad van State | « Bovendien kan verwezen worden naar het advies van de Raad van State |
bij het ontwerp van ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke | bij het ontwerp van ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke |
Gewest betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor gemeubelde | Gewest betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor gemeubelde |
woningen, waarin werd gesteld dat het overbodig is om de gebouwen | woningen, waarin werd gesteld dat het overbodig is om de gebouwen |
waarvoor de wetgever speciale voorwaarden in verband met veiligheid en | waarvoor de wetgever speciale voorwaarden in verband met veiligheid en |
kwaliteit heeft uitgevaardigd, uit te sluiten. Volgens de Raad van | kwaliteit heeft uitgevaardigd, uit te sluiten. Volgens de Raad van |
State vallen gebouwen waarvoor specifieke reglementeringen gelden, | State vallen gebouwen waarvoor specifieke reglementeringen gelden, |
automatisch buiten het toepassingsgebied » (Parl. St., Vlaams | automatisch buiten het toepassingsgebied » (Parl. St., Vlaams |
Parlement, 1997-1998, nr. 1073/1, p. 4). | Parlement, 1997-1998, nr. 1073/1, p. 4). |
B.5.4. Gelet op hetgeen voorafgaat, blijkt de prejudiciële vraag niet | B.5.4. Gelet op hetgeen voorafgaat, blijkt de prejudiciële vraag niet |
uit te gaan van een kennelijk verkeerde lezing van de in het geding | uit te gaan van een kennelijk verkeerde lezing van de in het geding |
zijnde bepalingen. | zijnde bepalingen. |
B.6.1. Het in de prejudiciële vraag beoogde verschil in behandeling | B.6.1. Het in de prejudiciële vraag beoogde verschil in behandeling |
berust op het criterium van de erkenning van de welzijns- en | berust op het criterium van de erkenning van de welzijns- en |
gezondheidsvoorzieningen door de Vlaamse Regering, dat objectief en | gezondheidsvoorzieningen door de Vlaamse Regering, dat objectief en |
pertinent is. De erkende welzijns- en gezondheidsvoorzieningen zijn | pertinent is. De erkende welzijns- en gezondheidsvoorzieningen zijn |
immers onderworpen aan een specifieke regelgeving, die het gevolg is | immers onderworpen aan een specifieke regelgeving, die het gevolg is |
van het feit dat die voorzieningen ressorteren onder de bevoegdheid | van het feit dat die voorzieningen ressorteren onder de bevoegdheid |
van de Vlaamse Gemeenschap inzake gezondheidsbeleid en bijstand aan | van de Vlaamse Gemeenschap inzake gezondheidsbeleid en bijstand aan |
personen (artikel 5, § 1, I en II, van de bijzondere wet van 8 | personen (artikel 5, § 1, I en II, van de bijzondere wet van 8 |
augustus 1980 tot hervorming der instellingen). De doelmatige | augustus 1980 tot hervorming der instellingen). De doelmatige |
uitoefening van die bevoegdheid veronderstelt de uitvaardiging van | uitoefening van die bevoegdheid veronderstelt de uitvaardiging van |
regels met betrekking tot de ermee samenhangende verblijfsvormen, | regels met betrekking tot de ermee samenhangende verblijfsvormen, |
zodat het Vlaamse Gewest niet bevoegd is om op grond van zijn | zodat het Vlaamse Gewest niet bevoegd is om op grond van zijn |
bevoegdheid inzake huisvesting regels vast te stellen voor die | bevoegdheid inzake huisvesting regels vast te stellen voor die |
verblijfsvormen. Het verschil in behandeling tussen een niet-erkend | verblijfsvormen. Het verschil in behandeling tussen een niet-erkend |
leef- en opvanghuis en erkende welzijns- en gezondheidsvoorzieningen | leef- en opvanghuis en erkende welzijns- en gezondheidsvoorzieningen |
volgt derhalve uit de onderscheiden bevoegdheden van het Vlaamse | volgt derhalve uit de onderscheiden bevoegdheden van het Vlaamse |
Gewest en de Vlaamse Gemeenschap ter zake. | Gewest en de Vlaamse Gemeenschap ter zake. |
B.6.2. Een zodanig verschil kan op zich niet worden geacht strijdig te | B.6.2. Een zodanig verschil kan op zich niet worden geacht strijdig te |
zijn met het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie. | zijn met het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie. |
Onverminderd de mogelijke toepassing van het evenredigheidsbeginsel | Onverminderd de mogelijke toepassing van het evenredigheidsbeginsel |
bij de bevoegdheidsuitoefening zou de wederzijdse autonomie die aan de | bij de bevoegdheidsuitoefening zou de wederzijdse autonomie die aan de |
gemeenschappen en de gewesten is toegekend, geen betekenis hebben | gemeenschappen en de gewesten is toegekend, geen betekenis hebben |
indien een verschil in behandeling tussen adressaten van, enerzijds, | indien een verschil in behandeling tussen adressaten van, enerzijds, |
regels uitgaande van de gemeenschappen en, anderzijds, regels | regels uitgaande van de gemeenschappen en, anderzijds, regels |
uitgaande van de gewesten, als zodanig strijdig zou worden geacht met | uitgaande van de gewesten, als zodanig strijdig zou worden geacht met |
het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie. | het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie. |
B.7. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. | B.7. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
De artikelen 2, 3° en 4°, en 4 van het decreet van het Vlaamse Gewest | De artikelen 2, 3° en 4°, en 4 van het decreet van het Vlaamse Gewest |
van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor | van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor |
kamers en studentenkamers, vóór de opheffing ervan bij het decreet van | kamers en studentenkamers, vóór de opheffing ervan bij het decreet van |
29 maart 2013 houdende wijziging van diverse decreten wat de | 29 maart 2013 houdende wijziging van diverse decreten wat de |
woonkwaliteitsbewaking betreft, schenden de artikelen 10 en 11 van de | woonkwaliteitsbewaking betreft, schenden de artikelen 10 en 11 van de |
Grondwet niet. | Grondwet niet. |
Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel | Aldus gewezen in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig artikel |
65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, | 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, |
op 29 oktober 2015. | op 29 oktober 2015. |
De griffier, | De griffier, |
F. Meersschaut | F. Meersschaut |
De voorzitter, | De voorzitter, |
A. Alen | A. Alen |