Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 131/2015 van 1 oktober 2015 Rolnummer : 5798 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 20 van de programmawet van 28 juni 2013, ingesteld door Roger Hallemans en anderen. Het Grondwettelijk Hof, samenge wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoe(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 131/2015 van 1 oktober 2015 Rolnummer : 5798 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 20 van de programmawet van 28 juni 2013, ingesteld door Roger Hallemans en anderen. Het Grondwettelijk Hof, samenge wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoe(...) Uittreksel uit arrest nr. 131/2015 van 1 oktober 2015 Rolnummer : 5798 In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 20 van de programmawet van 28 juni 2013, ingesteld door Roger Hallemans en anderen. Het Grondwettelijk Hof, samenge wijst na beraad het volgende arrest : I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging Bij verzoe(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 131/2015 van 1 oktober 2015 Uittreksel uit arrest nr. 131/2015 van 1 oktober 2015
Rolnummer : 5798 Rolnummer : 5798
In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 20 van de In zake : het beroep tot vernietiging van artikel 20 van de
programmawet van 28 juni 2013, ingesteld door Roger Hallemans en programmawet van 28 juni 2013, ingesteld door Roger Hallemans en
anderen. anderen.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en A. Alen, en de samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en A. Alen, en de
rechters E. De Groot, L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, T. rechters E. De Groot, L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, T.
Merkcx-Van Goey, F. Daoût, T. Giet en R. Leysen, bijgestaan door de Merkcx-Van Goey, F. Daoût, T. Giet en R. Leysen, bijgestaan door de
griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter J. griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter J.
Spreutels, Spreutels,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 30 december Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 30 december
2013 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 2 2013 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 2
januari 2014, is beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 20 van januari 2014, is beroep tot vernietiging ingesteld van artikel 20 van
de programmawet van 28 juni 2013 (bekendgemaakt in het Belgisch de programmawet van 28 juni 2013 (bekendgemaakt in het Belgisch
Staatsblad van 1 juli 2013, tweede editie) door Roger Hallemans, de Staatsblad van 1 juli 2013, tweede editie) door Roger Hallemans, de
vzw « Medische Raad van het Universitair Verplegingscentrum Brugmann vzw « Medische Raad van het Universitair Verplegingscentrum Brugmann
», de vzw « Medische Raad van het Universitair Kinderziekenhuis », de vzw « Medische Raad van het Universitair Kinderziekenhuis
Koningin Fabiola », de vzw « Vereniging van de Ziekenhuisgeneesheren Koningin Fabiola », de vzw « Vereniging van de Ziekenhuisgeneesheren
van IRIS Ziekenhuizen Zuid », de publiekrechtelijke vereniging « van IRIS Ziekenhuizen Zuid », de publiekrechtelijke vereniging «
Ziekenhuisvereniging van Anderlecht, Sint-Gillis, Etterbeek en Elsene Ziekenhuisvereniging van Anderlecht, Sint-Gillis, Etterbeek en Elsene
- Iris Ziekenhuizen Zuid », de publiekrechtelijke vereniging « - Iris Ziekenhuizen Zuid », de publiekrechtelijke vereniging «
Ziekenhuisvereniging van Brussel - Universitair Kinderziekenhuis Ziekenhuisvereniging van Brussel - Universitair Kinderziekenhuis
Koningin Fabiola », de publiekrechtelijke vereniging « Koningin Fabiola », de publiekrechtelijke vereniging «
Ziekenhuisvereniging van Brussel - Universitair Verplegingscentrum Ziekenhuisvereniging van Brussel - Universitair Verplegingscentrum
Sint-Pieter », de publiekrechtelijke vereniging « Sint-Pieter », de publiekrechtelijke vereniging «
Ziekenhuisvereninging van Brussel en Schaarbeek - Universitair Ziekenhuisvereninging van Brussel en Schaarbeek - Universitair
Verplegingscentrum Brugmann » en de publiekrechtelijke vereniging « Verplegingscentrum Brugmann » en de publiekrechtelijke vereniging «
Ziekenhuisvereniging van Brussel - Universitair Verplegingscentrum Ziekenhuisvereniging van Brussel - Universitair Verplegingscentrum
Jules Bordet », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. C. Molitor en Jules Bordet », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. C. Molitor en
Mr. J. Bourtembourg, advocaten bij de balie te Brussel. Mr. J. Bourtembourg, advocaten bij de balie te Brussel.
(...) (...)
II. In rechte II. In rechte
(...) (...)
Ten aanzien van de bestreden bepaling Ten aanzien van de bestreden bepaling
B.1.1. Het bestreden artikel 20 van de programmawet van 28 juni 2013 B.1.1. Het bestreden artikel 20 van de programmawet van 28 juni 2013
voegt een artikel 57sexies in in de organieke wet van 8 juli 1976 voegt een artikel 57sexies in in de organieke wet van 8 juli 1976
betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, dat luidt betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, dat luidt
als volgt : als volgt :
« In afwijking van de bepalingen van deze wet is de maatschappelijke « In afwijking van de bepalingen van deze wet is de maatschappelijke
dienstverlening door het centrum niet verschuldigd aan de vreemdeling dienstverlening door het centrum niet verschuldigd aan de vreemdeling
die gemachtigd werd tot een verblijf op basis van artikel 9bis van de die gemachtigd werd tot een verblijf op basis van artikel 9bis van de
wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied,
het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen,
omwille van een arbeidskaart B of een beroepskaart ». omwille van een arbeidskaart B of een beroepskaart ».
B.1.2. Artikel 9bis, § 1, eerste lid, van de voormelde wet van 15 B.1.2. Artikel 9bis, § 1, eerste lid, van de voormelde wet van 15
december 1980 bepaalt : december 1980 bepaalt :
« In buitengewone omstandigheden en op voorwaarde dat de vreemdeling « In buitengewone omstandigheden en op voorwaarde dat de vreemdeling
over een identiteitsdocument beschikt, kan de machtiging tot verblijf over een identiteitsdocument beschikt, kan de machtiging tot verblijf
worden aangevraagd bij de burgemeester van de plaats waar hij worden aangevraagd bij de burgemeester van de plaats waar hij
verblijft. Deze maakt ze over aan de minister of aan diens verblijft. Deze maakt ze over aan de minister of aan diens
gemachtigde. Indien de minister of diens gemachtigde de machtiging tot gemachtigde. Indien de minister of diens gemachtigde de machtiging tot
verblijf toekent, zal de machtiging tot verblijf in België worden verblijf toekent, zal de machtiging tot verblijf in België worden
afgegeven ». afgegeven ».
B.1.3. Artikel 1 van de organieke wet van 8 juli 1976 bepaalt : B.1.3. Artikel 1 van de organieke wet van 8 juli 1976 bepaalt :
« Elke persoon heeft recht op maatschappelijke dienstverlening. Deze « Elke persoon heeft recht op maatschappelijke dienstverlening. Deze
heeft tot doel eenieder in de mogelijkheid te stellen een leven te heeft tot doel eenieder in de mogelijkheid te stellen een leven te
leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid. leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid.
Er worden openbare centra voor maatschappelijk welzijn opgericht die, Er worden openbare centra voor maatschappelijk welzijn opgericht die,
onder de door deze wet bepaalde voorwaarden, tot opdracht hebben deze onder de door deze wet bepaalde voorwaarden, tot opdracht hebben deze
dienstverlening te verzekeren ». dienstverlening te verzekeren ».
B.1.4. Artikel 57, § 2, van dezelfde wet beperkt het recht op B.1.4. Artikel 57, § 2, van dezelfde wet beperkt het recht op
maatschappelijke dienstverlening tot dringende medische hulp wanneer maatschappelijke dienstverlening tot dringende medische hulp wanneer
het gaat om vreemdelingen die illegaal in het Rijk verblijven. het gaat om vreemdelingen die illegaal in het Rijk verblijven.
Overigens bepaalt artikel 57quinquies, dat in die wet werd ingevoegd Overigens bepaalt artikel 57quinquies, dat in die wet werd ingevoegd
bij artikel 12 van de wet van 19 januari 2012 tot wijziging van de bij artikel 12 van de wet van 19 januari 2012 tot wijziging van de
wetgeving met betrekking tot de opvang van asielzoekers : wetgeving met betrekking tot de opvang van asielzoekers :
« In afwijking van de bepalingen van deze wet is de maatschappelijke « In afwijking van de bepalingen van deze wet is de maatschappelijke
dienstverlening door het centrum niet verschuldigd aan onderdanen van dienstverlening door het centrum niet verschuldigd aan onderdanen van
lidstaten van de Europese Unie en hun familieleden gedurende de eerste lidstaten van de Europese Unie en hun familieleden gedurende de eerste
drie maanden van het verblijf of, in voorkomend geval de langere drie maanden van het verblijf of, in voorkomend geval de langere
periode zoals bedoeld in artikel 40, § 4, eerste lid, 1°, van de wet periode zoals bedoeld in artikel 40, § 4, eerste lid, 1°, van de wet
van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het
verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, noch is verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, noch is
het verplicht om vóór de verwerving van het duurzame verblijfsrecht het verplicht om vóór de verwerving van het duurzame verblijfsrecht
steun voor levensonderhoud toe te kennen ». steun voor levensonderhoud toe te kennen ».
Bij zijn arrest nr. 95/2014 van 30 juni 2014 heeft het Hof die Bij zijn arrest nr. 95/2014 van 30 juni 2014 heeft het Hof die
bepaling vernietigd in zoverre zij van toepassing was op de bepaling vernietigd in zoverre zij van toepassing was op de
niet-Belgische burgers van de Europese Unie die de status van niet-Belgische burgers van de Europese Unie die de status van
werknemer (al dan niet in loondienst) hebben of behouden, alsook op werknemer (al dan niet in loondienst) hebben of behouden, alsook op
hun familieleden die legaal op het grondgebied verblijven. Bij hun familieleden die legaal op het grondgebied verblijven. Bij
hetzelfde arrest heeft het Hof dezelfde bepaling vernietigd in zoverre hetzelfde arrest heeft het Hof dezelfde bepaling vernietigd in zoverre
zij de openbare centra voor maatschappelijk welzijn toeliet dringende zij de openbare centra voor maatschappelijk welzijn toeliet dringende
medische hulp te weigeren aan onderdanen van de lidstaten van de medische hulp te weigeren aan onderdanen van de lidstaten van de
Europese Unie en aan hun familieleden gedurende de eerste drie maanden Europese Unie en aan hun familieleden gedurende de eerste drie maanden
van hun verblijf. van hun verblijf.
B.1.5. Tot de inwerkingtreding van de bestreden bepaling was geen B.1.5. Tot de inwerkingtreding van de bestreden bepaling was geen
enkele categorie van vreemdelingen door de organieke wet van 8 juli enkele categorie van vreemdelingen door de organieke wet van 8 juli
1976 uitgesloten van toekenning van dringende medische hulp. 1976 uitgesloten van toekenning van dringende medische hulp.
B.1.6. De bestreden bepaling sluit vreemdelingen die een wettelijk B.1.6. De bestreden bepaling sluit vreemdelingen die een wettelijk
verblijfsrecht in België hebben, uit van het recht op maatschappelijke verblijfsrecht in België hebben, uit van het recht op maatschappelijke
dienstverlening wanneer dat verblijfsrecht hun op grond van het dienstverlening wanneer dat verblijfsrecht hun op grond van het
voormelde artikel 9bis van de wet van 15 december 1980 is toegekend en voormelde artikel 9bis van de wet van 15 december 1980 is toegekend en
wanneer die toekenning gemotiveerd was door de omstandigheid dat zij wanneer die toekenning gemotiveerd was door de omstandigheid dat zij
houder waren van hetzij een arbeidskaart B die hen toestaat een baan houder waren van hetzij een arbeidskaart B die hen toestaat een baan
uit te oefenen, hetzij een beroepskaart die hen toestaat een uit te oefenen, hetzij een beroepskaart die hen toestaat een
zelfstandig beroep uit te oefenen. zelfstandig beroep uit te oefenen.
Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het beroep Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het beroep
B.2.1. Het verzoekschrift is ingesteld door een doctor in de B.2.1. Het verzoekschrift is ingesteld door een doctor in de
geneeskunde, door de vzw « Medische Raad van het Universitair geneeskunde, door de vzw « Medische Raad van het Universitair
Verplegingscentrum Brugmann », door de vzw « Medische Raad van het Verplegingscentrum Brugmann », door de vzw « Medische Raad van het
Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola », door de vzw « Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola », door de vzw «
Vereniging van de Ziekenhuisgeneesheren van de IRIS Ziekenhuizen Zuid Vereniging van de Ziekenhuisgeneesheren van de IRIS Ziekenhuizen Zuid
», en door vijf publiekrechtelijke ziekenhuisverenigingen. », en door vijf publiekrechtelijke ziekenhuisverenigingen.
B.2.2. De Grondwet en de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het B.2.2. De Grondwet en de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het
Grondwettelijk Hof vereisen dat elke natuurlijke persoon of Grondwettelijk Hof vereisen dat elke natuurlijke persoon of
rechtspersoon die een beroep tot vernietiging instelt, doet blijken rechtspersoon die een beroep tot vernietiging instelt, doet blijken
van een belang. Van het vereiste belang doen slechts blijken de van een belang. Van het vereiste belang doen slechts blijken de
personen wier situatie door de bestreden norm rechtstreeks en personen wier situatie door de bestreden norm rechtstreeks en
ongunstig zou kunnen worden geraakt. ongunstig zou kunnen worden geraakt.
De eerste verzoeker oefent de functie uit van arts, onder het sociaal De eerste verzoeker oefent de functie uit van arts, onder het sociaal
statuut van zelfstandige, binnen de ziekenhuisvereniging « IRIS statuut van zelfstandige, binnen de ziekenhuisvereniging « IRIS
Ziekenhuizen Zuid ». Volgens hem beschikt hij over een rechtstreeks en Ziekenhuizen Zuid ». Volgens hem beschikt hij over een rechtstreeks en
persoonlijk belang om in rechte op te treden, in zoverre de bestreden persoonlijk belang om in rechte op te treden, in zoverre de bestreden
bepaling betrekking heeft op de dringende medische hulp die de bepaling betrekking heeft op de dringende medische hulp die de
openbare centra voor maatschappelijk welzijn verlenen aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn verlenen aan de
vreemdelingen die gemachtigd werden tot een verblijf op grond van het vreemdelingen die gemachtigd werden tot een verblijf op grond van het
voormelde artikel 9bis van de wet van 15 december 1980, wegens een voormelde artikel 9bis van de wet van 15 december 1980, wegens een
arbeidskaart B of een beroepskaart, en in zoverre hij, bij de arbeidskaart B of een beroepskaart, en in zoverre hij, bij de
uitoefening van de geneeskunst, mogelijk zorg moet verstrekken die uitoefening van de geneeskunst, mogelijk zorg moet verstrekken die
onder de dringende medische hulp valt. Hij verantwoordt zijn belang om onder de dringende medische hulp valt. Hij verantwoordt zijn belang om
in rechte op te treden eveneens door het feit dat hij, voor de in rechte op te treden eveneens door het feit dat hij, voor de
uitoefening van dergelijke prestaties, het risico liep geen uitoefening van dergelijke prestaties, het risico liep geen
bezoldiging meer te ontvangen. bezoldiging meer te ontvangen.
B.2.3. In zoverre zij gevolgen zou kunnen hebben voor de bezoldiging B.2.3. In zoverre zij gevolgen zou kunnen hebben voor de bezoldiging
van de artsen die zorg moeten verstrekken in het kader van een van de artsen die zorg moeten verstrekken in het kader van een
dringende medische hulp in een ziekenhuismilieu, kan de bestreden dringende medische hulp in een ziekenhuismilieu, kan de bestreden
bepaling hun financiële situatie of beroepsactiviteit rechtstreeks en bepaling hun financiële situatie of beroepsactiviteit rechtstreeks en
ongunstig aantasten. De eerste verzoekende partij heeft er dus belang ongunstig aantasten. De eerste verzoekende partij heeft er dus belang
bij de vernietiging van die bepaling te vorderen. bij de vernietiging van die bepaling te vorderen.
B.2.4. Aangezien de eerste verzoekende partij doet blijken van een B.2.4. Aangezien de eerste verzoekende partij doet blijken van een
belang om in rechte op te treden en haar beroep ontvankelijk is, dient belang om in rechte op te treden en haar beroep ontvankelijk is, dient
het Hof niet na te gaan of dat ook geldt voor de andere verzoekende het Hof niet na te gaan of dat ook geldt voor de andere verzoekende
partijen. partijen.
Ten aanzien van het enige middel Ten aanzien van het enige middel
B.3. Het enige middel is afgeleid uit de schending van de artikelen 10 B.3. Het enige middel is afgeleid uit de schending van de artikelen 10
en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met de artikelen 422bis en en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met de artikelen 422bis en
422ter van het Strafwetboek en met de Code van geneeskundige 422ter van het Strafwetboek en met de Code van geneeskundige
plichtenleer van 19 november 1975. plichtenleer van 19 november 1975.
De verzoekende partijen verwijten de bestreden bepaling dat zij tot De verzoekende partijen verwijten de bestreden bepaling dat zij tot
gevolg heeft dat de kosten van de zorgverstrekkingen in het kader van gevolg heeft dat de kosten van de zorgverstrekkingen in het kader van
dringende medische hulp door Belgische artsen en ziekenhuizen, aan dringende medische hulp door Belgische artsen en ziekenhuizen, aan
vreemdelingen die legaal in België verblijven op grond van artikel vreemdelingen die legaal in België verblijven op grond van artikel
9bis van de wet van 15 december 1980, wegens een arbeidskaart B of een 9bis van de wet van 15 december 1980, wegens een arbeidskaart B of een
beroepskaart, niet langer door de openbare centra voor maatschappelijk beroepskaart, niet langer door de openbare centra voor maatschappelijk
welzijn kunnen worden ten laste genomen. Die bepaling behandelt aldus welzijn kunnen worden ten laste genomen. Die bepaling behandelt aldus
op verschillende wijze, enerzijds, de artsen en ziekenhuizen die zorg op verschillende wijze, enerzijds, de artsen en ziekenhuizen die zorg
verstrekken aan illegaal in België verblijvende vreemdelingen en, verstrekken aan illegaal in België verblijvende vreemdelingen en,
anderzijds, de artsen en ziekenhuizen die zorg verstrekken aan de door anderzijds, de artsen en ziekenhuizen die zorg verstrekken aan de door
de bepaling beoogde vreemdelingen, aangezien de eerste categorie een, de bepaling beoogde vreemdelingen, aangezien de eerste categorie een,
op zijn minst gedeeltelijke, betaling van de kosten gemaakt in het op zijn minst gedeeltelijke, betaling van de kosten gemaakt in het
kader van de dringende medische hulp kan verkrijgen door tussenkomst kader van de dringende medische hulp kan verkrijgen door tussenkomst
van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, terwijl dat voor van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, terwijl dat voor
de tweede categorie niet het geval is. de tweede categorie niet het geval is.
Het verschil in behandeling tussen de in het middel beoogde Het verschil in behandeling tussen de in het middel beoogde
categorieën vloeit voort uit het verschil in behandeling dat de categorieën vloeit voort uit het verschil in behandeling dat de
bestreden bepaling invoert, wat dringende medische hulp betreft, bestreden bepaling invoert, wat dringende medische hulp betreft,
tussen vreemdelingen die illegaal in België verblijven en tussen vreemdelingen die illegaal in België verblijven en
vreemdelingen op wie die bepaling betrekking heeft. Het Hof dient vreemdelingen op wie die bepaling betrekking heeft. Het Hof dient
bijgevolg de bestaanbaarheid van dat laatste verschil in behandeling bijgevolg de bestaanbaarheid van dat laatste verschil in behandeling
met het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie te onderzoeken. met het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie te onderzoeken.
B.4.1. Het is op basis van de inhoud van het verzoekschrift dat het B.4.1. Het is op basis van de inhoud van het verzoekschrift dat het
Hof de draagwijdte van het beroep bepaalt. Uit de uiteenzetting van Hof de draagwijdte van het beroep bepaalt. Uit de uiteenzetting van
het enige middel blijkt dat het beroep tot vernietiging alleen het enige middel blijkt dat het beroep tot vernietiging alleen
betrekking heeft op artikel 20 van de programmawet van 28 juni 2013 in betrekking heeft op artikel 20 van de programmawet van 28 juni 2013 in
zoverre artikel 57sexies dat het in de wet van 8 juli 1976 invoegt zoverre artikel 57sexies dat het in de wet van 8 juli 1976 invoegt
bepaalt dat dringende medische hulp door het openbaar centrum voor bepaalt dat dringende medische hulp door het openbaar centrum voor
maatschappelijk welzijn niet verschuldigd is aan de vreemdeling die maatschappelijk welzijn niet verschuldigd is aan de vreemdeling die
gemachtigd werd tot een verblijf op grond van het voormelde artikel gemachtigd werd tot een verblijf op grond van het voormelde artikel
9bis van de wet van 15 december 1980, wegens een arbeidskaart B of een 9bis van de wet van 15 december 1980, wegens een arbeidskaart B of een
beroepskaart. Het Hof beperkt zijn onderzoek tot dat gedeelte van de beroepskaart. Het Hof beperkt zijn onderzoek tot dat gedeelte van de
bestreden bepaling en spreekt zich niet uit over de grondwettigheid bestreden bepaling en spreekt zich niet uit over de grondwettigheid
van het voormelde artikel 57sexies in zoverre het de betrokken van het voormelde artikel 57sexies in zoverre het de betrokken
vreemdelingen andere maatschappelijke dienstverlening dan dringende vreemdelingen andere maatschappelijke dienstverlening dan dringende
medische hulp ontneemt. medische hulp ontneemt.
B.4.2. In zoverre de verzoekende partijen de schending aanvoeren van B.4.2. In zoverre de verzoekende partijen de schending aanvoeren van
de artikelen 422bis en 422ter van het Strafwetboek en van de Code van de artikelen 422bis en 422ter van het Strafwetboek en van de Code van
geneeskundige plichtenleer van 19 november 1975, dient te worden geneeskundige plichtenleer van 19 november 1975, dient te worden
vastgesteld dat het Hof niet bevoegd is om wetskrachtige normen aan vastgesteld dat het Hof niet bevoegd is om wetskrachtige normen aan
die bepalingen te toetsen, zij het in samenhang gelezen met de die bepalingen te toetsen, zij het in samenhang gelezen met de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet. artikelen 10 en 11 van de Grondwet.
B.5.1. Artikel 57, § 2, van de organieke wet van 8 juli 1976 bepaalt : B.5.1. Artikel 57, § 2, van de organieke wet van 8 juli 1976 bepaalt :
« In afwijking van de andere bepalingen van deze wet, is de taak van « In afwijking van de andere bepalingen van deze wet, is de taak van
het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn beperkt tot : het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn beperkt tot :
1° het verlenen van dringende medische hulp, wanneer het gaat om een 1° het verlenen van dringende medische hulp, wanneer het gaat om een
vreemdeling die illegaal in het Rijk verblijft; vreemdeling die illegaal in het Rijk verblijft;
[...] ». [...] ».
B.5.2. Artikel 57, § 2, derde lid, van de organieke wet van 8 juli B.5.2. Artikel 57, § 2, derde lid, van de organieke wet van 8 juli
1976 machtigt de Koning ertoe te bepalen wat onder dringende medische 1976 machtigt de Koning ertoe te bepalen wat onder dringende medische
hulp moet worden begrepen. hulp moet worden begrepen.
Artikel 1 van het koninklijk besluit van 12 december 1996 « Artikel 1 van het koninklijk besluit van 12 december 1996 «
betreffende de dringende medische hulp die door de openbare centra betreffende de dringende medische hulp die door de openbare centra
voor maatschappelijk welzijn wordt verstrekt aan de vreemdelingen die voor maatschappelijk welzijn wordt verstrekt aan de vreemdelingen die
onwettig in het Rijk verblijven » definieert die als : onwettig in het Rijk verblijven » definieert die als :
« hulp die een uitsluitend medisch karakter vertoont en waarvan de « hulp die een uitsluitend medisch karakter vertoont en waarvan de
dringendheid met een medisch getuigschrift wordt aangetoond. Deze hulp dringendheid met een medisch getuigschrift wordt aangetoond. Deze hulp
kan geen financiële steunverlening, huisvesting of andere kan geen financiële steunverlening, huisvesting of andere
maatschappelijke dienstverlening in natura zijn. maatschappelijke dienstverlening in natura zijn.
Dringende medische hulp kan zowel ambulant worden verstrekt als in een Dringende medische hulp kan zowel ambulant worden verstrekt als in een
verplegingsinstelling, zoals bedoeld in artikel 1, 3°, van de wet van verplegingsinstelling, zoals bedoeld in artikel 1, 3°, van de wet van
2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend
door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Dringende medische hulp kan zorgverstrekking omvatten van zowel Dringende medische hulp kan zorgverstrekking omvatten van zowel
preventieve als curatieve aard ». preventieve als curatieve aard ».
B.6. De memorie van toelichting bij de bestreden bepaling vermeldt : B.6. De memorie van toelichting bij de bestreden bepaling vermeldt :
« De machtiging tot een verblijf op basis van artikel 9bis, enkel « De machtiging tot een verblijf op basis van artikel 9bis, enkel
wanneer die aan de betrokkenen afgeleverd werd omwille van het bestaan wanneer die aan de betrokkenen afgeleverd werd omwille van het bestaan
van een arbeidskaart B of een beroepskaart, geeft geen recht op van een arbeidskaart B of een beroepskaart, geeft geen recht op
maatschappelijke dienstverlening. Gelet op het feit dat het de maatschappelijke dienstverlening. Gelet op het feit dat het de
uitoefening van een professionele activiteit is die de machtiging tot uitoefening van een professionele activiteit is die de machtiging tot
verblijf van de betrokkenen rechtvaardigt, is het niet logisch dat de verblijf van de betrokkenen rechtvaardigt, is het niet logisch dat de
betrokkenen een aanspraak kunnen maken op het recht op betrokkenen een aanspraak kunnen maken op het recht op
maatschappelijke dienstverlening op basis van die machtiging tot maatschappelijke dienstverlening op basis van die machtiging tot
verblijf » (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2853/001, p. 18). verblijf » (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2853/001, p. 18).
Tijdens de parlementaire voorbereiding werd opgemerkt dat « tijdens Tijdens de parlementaire voorbereiding werd opgemerkt dat « tijdens
het verblijf voor beperkte duur [...] er bijgevolg geen toegang [zal] het verblijf voor beperkte duur [...] er bijgevolg geen toegang [zal]
zijn tot het OCMW » (ibid., DOC 53-2853/011, p. 4). zijn tot het OCMW » (ibid., DOC 53-2853/011, p. 4).
Volgens de bevoegde staatssecretaris : Volgens de bevoegde staatssecretaris :
« [spitst] de regeling zich [toe] op de mensen die een tijdelijk « [spitst] de regeling zich [toe] op de mensen die een tijdelijk
verblijf krijgen dat verbonden is aan de beroepskaart B. Het gaat in verblijf krijgen dat verbonden is aan de beroepskaart B. Het gaat in
geen geval om personen die een onbeperkt verblijf hebben. geen geval om personen die een onbeperkt verblijf hebben.
Daarnaast wordt er sowieso meer en meer ingezet op de kruising van Daarnaast wordt er sowieso meer en meer ingezet op de kruising van
databanken, zowel bij DVZ als bij de POD Maatschappelijke Integratie. databanken, zowel bij DVZ als bij de POD Maatschappelijke Integratie.
Bij die laatste heeft de staatssecretaris negen extra gegevensstromen Bij die laatste heeft de staatssecretaris negen extra gegevensstromen
laten ontwikkelen, precies om de koppeling van gegevens mogelijk te laten ontwikkelen, precies om de koppeling van gegevens mogelijk te
maken. Tevens valt op te merken dat het niet enkel gaat om het maken. Tevens valt op te merken dat het niet enkel gaat om het
realiseren van een koppeling. Het komt er tevens op aan om de diensten realiseren van een koppeling. Het komt er tevens op aan om de diensten
voldoende te bestaffen om de noodzakelijke conclusies te trekken en in voldoende te bestaffen om de noodzakelijke conclusies te trekken en in
te staan voor het vervolgtraject, en dus voor de eventuele wijziging te staan voor het vervolgtraject, en dus voor de eventuele wijziging
van het verblijfsrecht. Er moeten dus niet enkel middelen worden van het verblijfsrecht. Er moeten dus niet enkel middelen worden
voorzien voor de nieuwe gegevensstromen, maar ook voor het personeel voorzien voor de nieuwe gegevensstromen, maar ook voor het personeel
dat de gegevens moet interpreteren en er de nodige gevolgen aan moet dat de gegevens moet interpreteren en er de nodige gevolgen aan moet
verbinden. verbinden.
[...] [...]
[...] een extrapolatie van de gegevens van 2012 voor 2013 [levert] een [...] een extrapolatie van de gegevens van 2012 voor 2013 [levert] een
bedrag [op] van 600 000 euro voor artikel 20 van het ontwerp, en 1,2 bedrag [op] van 600 000 euro voor artikel 20 van het ontwerp, en 1,2
miljoen euro voor wat betreft artikel 21 » (ibid., pp. 7-9). miljoen euro voor wat betreft artikel 21 » (ibid., pp. 7-9).
Tijdens de bespreking in de Senaatscommissie bevestigde de Tijdens de bespreking in de Senaatscommissie bevestigde de
staatssecretaris de positieve budgettaire impact van de maatregel : staatssecretaris de positieve budgettaire impact van de maatregel :
« Gegeven de budgettaire context, diende de staatssecretaris van de « Gegeven de budgettaire context, diende de staatssecretaris van de
regering 5 miljoen euro te vinden voor de toegang tot het OCMW. Dit is regering 5 miljoen euro te vinden voor de toegang tot het OCMW. Dit is
een zeer moeilijke opdracht omdat de OCMW's het laatste vangnet vormen een zeer moeilijke opdracht omdat de OCMW's het laatste vangnet vormen
» (Parl. St., Senaat, 2012-2013, nr. 5-2169/4, p. 3). » (Parl. St., Senaat, 2012-2013, nr. 5-2169/4, p. 3).
Wat de door de maatregel beoogde vreemdelingen betreft, preciseerde Wat de door de maatregel beoogde vreemdelingen betreft, preciseerde
zij het volgende : zij het volgende :
« Er mag [...] van worden uitgegaan dat zij arbeidsgeschikt zijn « Er mag [...] van worden uitgegaan dat zij arbeidsgeschikt zijn
gedurende hun verblijf van beperkte duur. gedurende hun verblijf van beperkte duur.
Om die reden zullen de betrokkenen dan ook geen toegang hebben tot het Om die reden zullen de betrokkenen dan ook geen toegang hebben tot het
OCMW gedurende het verblijf voor beperkte duur. Uiteraard zullen er OCMW gedurende het verblijf voor beperkte duur. Uiteraard zullen er
afwijkingen mogelijk zijn. Wanneer iemand die werkt ziek wordt zal hij afwijkingen mogelijk zijn. Wanneer iemand die werkt ziek wordt zal hij
ons grondgebied niet onmiddellijk moeten verlaten » (ibid.). ons grondgebied niet onmiddellijk moeten verlaten » (ibid.).
In antwoord op een parlementaire vraag, antwoordde de staatssecretaris In antwoord op een parlementaire vraag, antwoordde de staatssecretaris
overigens dat « de maatregel [moest] gekaderd worden in de algemene overigens dat « de maatregel [moest] gekaderd worden in de algemene
strijd tegen de sociale fraude » : strijd tegen de sociale fraude » :
« Personen die in het kader van hun aanvraag tot machtiging tot « Personen die in het kader van hun aanvraag tot machtiging tot
verblijf op basis van artikel 9bis van de Vreemdelingenwet bewijzen verblijf op basis van artikel 9bis van de Vreemdelingenwet bewijzen
voorleggen van een tewerkstelling in het kader van een arbeidscontract voorleggen van een tewerkstelling in het kader van een arbeidscontract
of op zelfstandige basis kunnen als gevolg van de invoering van of op zelfstandige basis kunnen als gevolg van de invoering van
voornoemd artikel niet langer de dag nadat zij gemachtigd werden tot voornoemd artikel niet langer de dag nadat zij gemachtigd werden tot
een verblijf komen aankloppen bij het Openbaar Centrum voor een verblijf komen aankloppen bij het Openbaar Centrum voor
maatschappelijk welzijn (OCMW) met de vraag tot financiële steun. maatschappelijk welzijn (OCMW) met de vraag tot financiële steun.
[...] [...]
De laatste jaren werden er reeds voor verschillende andere groepen van De laatste jaren werden er reeds voor verschillende andere groepen van
vreemdelingen mechanismen ingevoerd om na te gaan of de redenen die de vreemdelingen mechanismen ingevoerd om na te gaan of de redenen die de
betrokkenen inroepen om toegang te krijgen tot ons grondgebied wel met betrokkenen inroepen om toegang te krijgen tot ons grondgebied wel met
de werkelijkheid stroken. Door de invoering van artikel 57sexies wordt de werkelijkheid stroken. Door de invoering van artikel 57sexies wordt
er ook een dergelijke maatregel voorzien voor die personen die werden er ook een dergelijke maatregel voorzien voor die personen die werden
gemachtigd tot een verblijf op basis van artikel 9bis van de gemachtigd tot een verblijf op basis van artikel 9bis van de
Vreemdelingenwet omwille van een arbeidskaart B of een beroepskaart » Vreemdelingenwet omwille van een arbeidskaart B of een beroepskaart »
(Senaat, 2012-2013, schriftelijke vraag nr. 5-9739 van 24 juli 2013). (Senaat, 2012-2013, schriftelijke vraag nr. 5-9739 van 24 juli 2013).
B.7. Uit wat voorafgaat volgt dat alleen de vreemdelingen die B.7. Uit wat voorafgaat volgt dat alleen de vreemdelingen die
gemachtigd zijn tot een beperkt verblijf op grond van artikel 9bis van gemachtigd zijn tot een beperkt verblijf op grond van artikel 9bis van
de wet van 15 december 1980, wegens de toekenning van een arbeidskaart de wet van 15 december 1980, wegens de toekenning van een arbeidskaart
B of het bezit van een beroepskaart, het recht op maatschappelijke B of het bezit van een beroepskaart, het recht op maatschappelijke
dienstverlening en, bijgevolg, het recht op dringende medische hulp dienstverlening en, bijgevolg, het recht op dringende medische hulp
worden ontnomen. In zoverre zij die vreemdelingen het recht op worden ontnomen. In zoverre zij die vreemdelingen het recht op
dringende medische hulp ontneemt, creëert de bestreden bepaling een dringende medische hulp ontneemt, creëert de bestreden bepaling een
verschil in behandeling tussen die vreemdelingen en de andere verschil in behandeling tussen die vreemdelingen en de andere
vreemdelingen die die hulp wel genieten op grond van artikel 57 van de vreemdelingen die die hulp wel genieten op grond van artikel 57 van de
organieke wet van 8 juli 1976, zelfs indien zij illegaal in het land organieke wet van 8 juli 1976, zelfs indien zij illegaal in het land
verblijven. verblijven.
B.8.1. De afgifte van een arbeidskaart B of een beroepskaart is aan B.8.1. De afgifte van een arbeidskaart B of een beroepskaart is aan
verscheidene strikte voorwaarden onderworpen. verscheidene strikte voorwaarden onderworpen.
Overeenkomstig de artikelen 4 en volgende van de wet van 30 april 1999 Overeenkomstig de artikelen 4 en volgende van de wet van 30 april 1999
betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, dient de betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, dient de
vreemdeling in de regel reeds over een arbeidskaart B te beschikken vreemdeling in de regel reeds over een arbeidskaart B te beschikken
alvorens hij een machtiging tot verblijf kan verkrijgen. Een alvorens hij een machtiging tot verblijf kan verkrijgen. Een
beroepskaart kan worden aangevraagd door een vreemdeling die reeds beroepskaart kan worden aangevraagd door een vreemdeling die reeds
wettig op het grondgebied verblijft, doch dient, wanneer dat niet het wettig op het grondgebied verblijft, doch dient, wanneer dat niet het
geval is, te worden aangevraagd vanuit het land van herkomst of het geval is, te worden aangevraagd vanuit het land van herkomst of het
land waar men wettig verblijft. land waar men wettig verblijft.
Indien een vreemdeling - zoals in het geval beoogd door de bestreden Indien een vreemdeling - zoals in het geval beoogd door de bestreden
bepaling -, een machtiging tot verblijf krijgt op basis van artikel bepaling -, een machtiging tot verblijf krijgt op basis van artikel
9bis van de wet van 15 december 1980 wegens een arbeidskaart B of een 9bis van de wet van 15 december 1980 wegens een arbeidskaart B of een
beroepskaart, en de aanvraag voor de arbeidskaart of de beroepskaart beroepskaart, en de aanvraag voor de arbeidskaart of de beroepskaart
derhalve gebeurt nadat hij reeds het land is binnengekomen en nog niet derhalve gebeurt nadat hij reeds het land is binnengekomen en nog niet
over een verblijfsrecht beschikt, wordt hem dus een uitzondering op over een verblijfsrecht beschikt, wordt hem dus een uitzondering op
die voorwaarden, die in beginsel voor alle vreemdelingen gelden, die voorwaarden, die in beginsel voor alle vreemdelingen gelden,
toegestaan. Het verkrijgen van dat verblijfsrecht is afhankelijk van toegestaan. Het verkrijgen van dat verblijfsrecht is afhankelijk van
het bestaan van buitengewone omstandigheden die restrictief worden het bestaan van buitengewone omstandigheden die restrictief worden
beoordeeld door de Dienst Vreemdelingenzaken. beoordeeld door de Dienst Vreemdelingenzaken.
B.8.2. Een arbeidskaart B wordt toegestaan aan een vreemdeling voor B.8.2. Een arbeidskaart B wordt toegestaan aan een vreemdeling voor
maximum twaalf maanden - termijn die kan worden hernieuwd - en is maximum twaalf maanden - termijn die kan worden hernieuwd - en is
beperkt tot tewerkstelling bij één werkgever (artikel 3 van het beperkt tot tewerkstelling bij één werkgever (artikel 3 van het
koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet
van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse
werknemers). Voorts bepaalt artikel 34, 6°, van datzelfde koninklijk werknemers). Voorts bepaalt artikel 34, 6°, van datzelfde koninklijk
besluit, dat de arbeidsvergunning en de arbeidskaart worden geweigerd besluit, dat de arbeidsvergunning en de arbeidskaart worden geweigerd
wanneer « zij worden aangevraagd voor een betrekking wanneer aan deze wanneer « zij worden aangevraagd voor een betrekking wanneer aan deze
tewerkstelling geen inkomsten verbonden zijn die de werknemer in staat tewerkstelling geen inkomsten verbonden zijn die de werknemer in staat
stellen in zijn behoeften of in die van zijn gezin te voorzien ». stellen in zijn behoeften of in die van zijn gezin te voorzien ».
Een aanvraag tot het verkrijgen van een beroepskaart met het oog op Een aanvraag tot het verkrijgen van een beroepskaart met het oog op
het uitoefenen van een activiteit als zelfstandige dient te worden het uitoefenen van een activiteit als zelfstandige dient te worden
gerechtvaardigd door de overlegging van een document waaruit blijkt gerechtvaardigd door de overlegging van een document waaruit blijkt
dat aan de gestelde voorwaarden is voldaan (artikel 6, § 2, van het dat aan de gestelde voorwaarden is voldaan (artikel 6, § 2, van het
koninklijk besluit van 2 augustus 1985 houdende uitvoering van de wet koninklijk besluit van 2 augustus 1985 houdende uitvoering van de wet
van 19 februari 1965 betreffende de uitoefening van de zelfstandige van 19 februari 1965 betreffende de uitoefening van de zelfstandige
beroepsactiviteiten der vreemdelingen). Bij het beoordelen van de beroepsactiviteiten der vreemdelingen). Bij het beoordelen van de
aanvraag houdt de bevoegde overheid onder meer rekening met het aanvraag houdt de bevoegde overheid onder meer rekening met het
economisch nut van de voorgestelde activiteit, zoals het beantwoorden economisch nut van de voorgestelde activiteit, zoals het beantwoorden
aan een economische behoefte, het scheppen van werkgelegenheid, de aan een economische behoefte, het scheppen van werkgelegenheid, de
nuttige investeringen, de economische weerslag op de ondernemingen in nuttige investeringen, de economische weerslag op de ondernemingen in
België, de mogelijkheden tot export en het vernieuwende of België, de mogelijkheden tot export en het vernieuwende of
gespecialiseerde karakter van de activiteit. Het niet-naleven van de gespecialiseerde karakter van de activiteit. Het niet-naleven van de
voorwaarden die aan de aflevering van de beroepskaart zijn verbonden, voorwaarden die aan de aflevering van de beroepskaart zijn verbonden,
kan worden gesanctioneerd door de Raad voor Economisch Onderzoek kan worden gesanctioneerd door de Raad voor Economisch Onderzoek
inzake Vreemdelingen en wordt tevens beteugeld met strafsancties inzake Vreemdelingen en wordt tevens beteugeld met strafsancties
(artikelen 7-14 van de wet van 19 februari 1965). (artikelen 7-14 van de wet van 19 februari 1965).
B.8.3. Uit de vermelde voorwaarden blijkt dat de toekenning van een B.8.3. Uit de vermelde voorwaarden blijkt dat de toekenning van een
machtiging tot verblijf wegens het bezit van een arbeidskaart B of van machtiging tot verblijf wegens het bezit van een arbeidskaart B of van
een beroepskaart tijdelijk is, zeer strikt is geregeld en een beroepskaart tijdelijk is, zeer strikt is geregeld en
onlosmakelijk is verbonden met de uitoefening van een onlosmakelijk is verbonden met de uitoefening van een
beroepsactiviteit, waarbij erop wordt toegezien dat de betrokkenen beroepsactiviteit, waarbij erop wordt toegezien dat de betrokkenen
over voldoende middelen beschikken zodat ze in hun eigen over voldoende middelen beschikken zodat ze in hun eigen
levensonderhoud kunnen voorzien voor de beperkte duur van hun verblijf levensonderhoud kunnen voorzien voor de beperkte duur van hun verblijf
in België. Er mag dus redelijkerwijs worden aangenomen dat de grote in België. Er mag dus redelijkerwijs worden aangenomen dat de grote
meerderheid van de vreemdelingen die een tijdelijk verblijfsrecht meerderheid van de vreemdelingen die een tijdelijk verblijfsrecht
hebben verkregen wegens een arbeidskaart of een beroepskaart over hebben verkregen wegens een arbeidskaart of een beroepskaart over
voldoende inkomsten beschikken om zich te behoeden voor armoede, zodat voldoende inkomsten beschikken om zich te behoeden voor armoede, zodat
zij doorgaans niet beantwoorden aan de voorwaarden die het recht op zij doorgaans niet beantwoorden aan de voorwaarden die het recht op
maatschappelijke dienstverlening openen. maatschappelijke dienstverlening openen.
B.9. Uit de in B.6 geciteerde parlementaire documenten blijkt dat de B.9. Uit de in B.6 geciteerde parlementaire documenten blijkt dat de
bestreden bepaling werd verantwoord, enerzijds, door de specifieke bestreden bepaling werd verantwoord, enerzijds, door de specifieke
motivering van de toekenning van een verblijfsvergunning aan de motivering van de toekenning van een verblijfsvergunning aan de
betrokken vreemdelingen en, anderzijds, door de noodzaak om sociale betrokken vreemdelingen en, anderzijds, door de noodzaak om sociale
fraude en fraude inzake toegang tot het verblijfsrecht te bestrijden. fraude en fraude inzake toegang tot het verblijfsrecht te bestrijden.
Bovendien blijkt uit de verklaringen van de bevoegde staatssecretaris Bovendien blijkt uit de verklaringen van de bevoegde staatssecretaris
dat de wetgever ook een budgettaire doelstelling nastreefde. dat de wetgever ook een budgettaire doelstelling nastreefde.
B.10.1. Dringende medische hulp is een essentieel element van het B.10.1. Dringende medische hulp is een essentieel element van het
recht op maatschappelijke dienstverlening. Het gaat om een grondrecht recht op maatschappelijke dienstverlening. Het gaat om een grondrecht
zonder hetwelk het recht op menselijke waardigheid niet kan worden zonder hetwelk het recht op menselijke waardigheid niet kan worden
gewaarborgd. Om die reden wordt het krachtens artikel 57, § 2, van de gewaarborgd. Om die reden wordt het krachtens artikel 57, § 2, van de
organieke wet van 8 juli 1976 toegekend aan de vreemdelingen die organieke wet van 8 juli 1976 toegekend aan de vreemdelingen die
illegaal in België verblijven en die in principe geen recht hebben op illegaal in België verblijven en die in principe geen recht hebben op
maatschappelijke dienstverlening, krachtens artikel 57, § 1, van maatschappelijke dienstverlening, krachtens artikel 57, § 1, van
diezelfde organieke wet. diezelfde organieke wet.
B.10.2. Zoals het Hof erop heeft gewezen in zijn arrest nr. 50/2009 B.10.2. Zoals het Hof erop heeft gewezen in zijn arrest nr. 50/2009
van 11 maart 2009, gaat het openbaar centrum voor maatschappelijk van 11 maart 2009, gaat het openbaar centrum voor maatschappelijk
welzijn na, bij een aanvraag om dringende medische hulp van een welzijn na, bij een aanvraag om dringende medische hulp van een
vreemdeling die illegaal in het Rijk verblijft, of de aanvrager zonder vreemdeling die illegaal in het Rijk verblijft, of de aanvrager zonder
die steun in staat is een menswaardig leven te leiden. Indien dat het die steun in staat is een menswaardig leven te leiden. Indien dat het
geval is, is het centrum niet verplicht op te treden. geval is, is het centrum niet verplicht op te treden.
B.10.3. Opdat het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn B.10.3. Opdat het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn
dringende medische hulp dient te verlenen, is, overeenkomstig artikel dringende medische hulp dient te verlenen, is, overeenkomstig artikel
1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 12 december 1996 « 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 12 december 1996 «
betreffende de dringende medische hulp die door de openbare centra betreffende de dringende medische hulp die door de openbare centra
voor maatschappelijk welzijn wordt verstrekt aan de vreemdelingen die voor maatschappelijk welzijn wordt verstrekt aan de vreemdelingen die
onwettig in het Rijk verblijven », een medisch getuigschrift vereist onwettig in het Rijk verblijven », een medisch getuigschrift vereist
dat de dringendheid ervan aantoont. dat de dringendheid ervan aantoont.
Bij betwisting komt het aan de rechter toe om te oordelen of er sprake Bij betwisting komt het aan de rechter toe om te oordelen of er sprake
is van dringende medische hulp en de kosten kunnen niet ten laste van is van dringende medische hulp en de kosten kunnen niet ten laste van
het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn worden gelegd, het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn worden gelegd,
indien de dringendheid van de medische zorg niet afdoende wordt indien de dringendheid van de medische zorg niet afdoende wordt
aangetoond. aangetoond.
Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dient voorts middels Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dient voorts middels
een sociaal onderzoek na te gaan of de behoefte aan dienstverlening een sociaal onderzoek na te gaan of de behoefte aan dienstverlening
bestaat en welke de omvang ervan is (artikel 60, § 1, van de organieke bestaat en welke de omvang ervan is (artikel 60, § 1, van de organieke
wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor
maatschappelijk welzijn). De dringende medische hulp zal niet maatschappelijk welzijn). De dringende medische hulp zal niet
verschuldigd zijn wanneer uit dat onderzoek zou blijken dat de verschuldigd zijn wanneer uit dat onderzoek zou blijken dat de
betrokkene onder de Belgische ziekteverzekering of onder die van zijn betrokkene onder de Belgische ziekteverzekering of onder die van zijn
land van herkomst valt of dat hij over een verzekering zou beschikken land van herkomst valt of dat hij over een verzekering zou beschikken
die de ziektekosten in het land volledig dekt. Hetzelfde geldt wanneer die de ziektekosten in het land volledig dekt. Hetzelfde geldt wanneer
de betrokkene over andere bestaansmiddelen beschikt. de betrokkene over andere bestaansmiddelen beschikt.
B.11. Het is niet uitgesloten dat vreemdelingen die gemachtigd zijn B.11. Het is niet uitgesloten dat vreemdelingen die gemachtigd zijn
tot een beperkt verblijf op grond van het voormelde artikel 9bis van tot een beperkt verblijf op grond van het voormelde artikel 9bis van
de wet van 15 december 1980, wegens een arbeidskaart B of een de wet van 15 december 1980, wegens een arbeidskaart B of een
beroepskaart, te maken krijgen met een situatie die dringende medische beroepskaart, te maken krijgen met een situatie die dringende medische
hulp vereist. hulp vereist.
B.12. Luidens artikel 57, § 2, van de organieke wet van 8 juli 1976 is B.12. Luidens artikel 57, § 2, van de organieke wet van 8 juli 1976 is
de taak van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn ten de taak van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn ten
aanzien van illegale vreemdelingen beperkt tot het verlenen van aanzien van illegale vreemdelingen beperkt tot het verlenen van
dringende medische hulp. Ten gevolge van de bestreden bepaling blijven dringende medische hulp. Ten gevolge van de bestreden bepaling blijven
vreemdelingen die gemachtigd zijn tot een beperkt verblijf op grond vreemdelingen die gemachtigd zijn tot een beperkt verblijf op grond
van artikel 9bis van de wet van 15 december 1980, wegens een van artikel 9bis van de wet van 15 december 1980, wegens een
arbeidskaart B of een beroepskaart, gedurende de periode van de arbeidskaart B of een beroepskaart, gedurende de periode van de
voorlopige machtiging tot verblijf daarentegen verstoken van die voorlopige machtiging tot verblijf daarentegen verstoken van die
dringende medische hulp. dringende medische hulp.
Het Hof dient na te gaan of het verschil in behandeling dat hieruit Het Hof dient na te gaan of het verschil in behandeling dat hieruit
voortvloeit, redelijk is verantwoord. voortvloeit, redelijk is verantwoord.
B.13. Aangezien dringende medische hulp enkel wordt toegekend aan B.13. Aangezien dringende medische hulp enkel wordt toegekend aan
personen die niet over andere inkomsten en verzekeringen beschikken en personen die niet over andere inkomsten en verzekeringen beschikken en
ten aanzien van wie het dringende karakter van de noodzakelijke ten aanzien van wie het dringende karakter van de noodzakelijke
medische zorg is aangetoond - zoals gepreciseerd in B.10.3 -, kan het medische zorg is aangetoond - zoals gepreciseerd in B.10.3 -, kan het
ontnemen van die hulp, door een algemene maatregel en a priori met ontnemen van die hulp, door een algemene maatregel en a priori met
betrekking tot een abstract gedefinieerde categorie van vreemdelingen, betrekking tot een abstract gedefinieerde categorie van vreemdelingen,
niet worden verantwoord door de bekommernis om sociale misbruiken te niet worden verantwoord door de bekommernis om sociale misbruiken te
beperken. beperken.
Door die hulp te ontnemen, kunnen overigens geen misbruiken inzake de Door die hulp te ontnemen, kunnen overigens geen misbruiken inzake de
toegang tot het grondgebied worden tegengegaan, nu de bestreden toegang tot het grondgebied worden tegengegaan, nu de bestreden
bepaling betrekking heeft op vreemdelingen die gemachtigd zijn om bepaling betrekking heeft op vreemdelingen die gemachtigd zijn om
tijdelijk in België te verblijven en die aan controles zullen worden tijdelijk in België te verblijven en die aan controles zullen worden
onderworpen indien zij een verlenging van hun verblijf willen onderworpen indien zij een verlenging van hun verblijf willen
verkrijgen. Fraude inzake het verkrijgen van een verblijfsrecht kan op verkrijgen. Fraude inzake het verkrijgen van een verblijfsrecht kan op
een doeltreffende wijze worden voorkomen door de intrekking van de een doeltreffende wijze worden voorkomen door de intrekking van de
machtiging tot verblijf van de vreemdeling die niet of niet langer zou machtiging tot verblijf van de vreemdeling die niet of niet langer zou
beantwoorden aan de voorwaarden die ervoor gelden. beantwoorden aan de voorwaarden die ervoor gelden.
In dat verband bepaalt artikel 13, § 3, van de wet van 15 december In dat verband bepaalt artikel 13, § 3, van de wet van 15 december
1980 : 1980 :
« De minister of zijn gemachtigde kan in één van de volgende gevallen « De minister of zijn gemachtigde kan in één van de volgende gevallen
een bevel om het grondgebied te verlaten afgeven aan de vreemdeling een bevel om het grondgebied te verlaten afgeven aan de vreemdeling
die gemachtigd werd om voor een beperkte tijd in het Rijk te die gemachtigd werd om voor een beperkte tijd in het Rijk te
verblijven ingevolge deze wet of ingevolge de bijzondere verblijven ingevolge deze wet of ingevolge de bijzondere
omstandigheden eigen aan de betrokkene of ingevolge de aard of de duur omstandigheden eigen aan de betrokkene of ingevolge de aard of de duur
van zijn activiteiten in België : van zijn activiteiten in België :
1° indien hij langer dan deze beperkte tijd in het Rijk verblijft; 1° indien hij langer dan deze beperkte tijd in het Rijk verblijft;
2° indien hij niet meer voldoet aan de aan zijn verblijf gestelde 2° indien hij niet meer voldoet aan de aan zijn verblijf gestelde
voorwaarden; voorwaarden;
3° indien hij valse of misleidende informatie of valse of vervalste 3° indien hij valse of misleidende informatie of valse of vervalste
documenten heeft gebruikt, of fraude heeft gepleegd of andere documenten heeft gebruikt, of fraude heeft gepleegd of andere
onwettige middelen heeft gebruikt die van doorslaggevend belang zijn onwettige middelen heeft gebruikt die van doorslaggevend belang zijn
geweest voor het bekomen van de machtiging tot verblijf ». geweest voor het bekomen van de machtiging tot verblijf ».
Het is bijgevolg mogelijk een einde te maken aan het tijdelijk Het is bijgevolg mogelijk een einde te maken aan het tijdelijk
verblijf van een vreemdeling die ten onrechte de uitoefening van een verblijf van een vreemdeling die ten onrechte de uitoefening van een
beroepsactiviteit zou hebben aangevoerd om zijn machtiging te beroepsactiviteit zou hebben aangevoerd om zijn machtiging te
verkrijgen om op het grondgebied te verblijven of die niet meer aan de verkrijgen om op het grondgebied te verblijven of die niet meer aan de
aan zijn verblijf gestelde voorwaarden zou voldoen. aan zijn verblijf gestelde voorwaarden zou voldoen.
Ten slotte kan de budgettaire doelstelling die tijdens de Ten slotte kan de budgettaire doelstelling die tijdens de
parlementaire voorbereiding van de bestreden wet werd aangevoerd de parlementaire voorbereiding van de bestreden wet werd aangevoerd de
wetgever niet ontslaan van zijn verplichting om voor iedereen het wetgever niet ontslaan van zijn verplichting om voor iedereen het
recht op een menswaardig leven te waarborgen wanneer een vreemdeling recht op een menswaardig leven te waarborgen wanneer een vreemdeling
dringende medische hulp nodig heeft. dringende medische hulp nodig heeft.
B.14. Gelet op het voorgaande is het in het geding zijnde verschil in B.14. Gelet op het voorgaande is het in het geding zijnde verschil in
behandeling niet redelijk verantwoord. behandeling niet redelijk verantwoord.
B.15. In zoverre zij de openbare centra voor maatschappelijk welzijn B.15. In zoverre zij de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
toestaat dringende medische hulp te weigeren aan de vreemdelingen die toestaat dringende medische hulp te weigeren aan de vreemdelingen die
gemachtigd zijn tot een beperkt verblijf op grond van artikel 9bis van gemachtigd zijn tot een beperkt verblijf op grond van artikel 9bis van
de wet van 15 december 1980 « betreffende de toegang tot het de wet van 15 december 1980 « betreffende de toegang tot het
grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van
vreemdelingen », wegens een arbeidskaart B of een beroepskaart, vreemdelingen », wegens een arbeidskaart B of een beroepskaart,
schendt de bestreden bepaling de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. schendt de bestreden bepaling de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.
B.16. In die mate is het enige middel gegrond. B.16. In die mate is het enige middel gegrond.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
vernietigt artikel 20 van de programmawet van 28 juni 2013 waarbij een vernietigt artikel 20 van de programmawet van 28 juni 2013 waarbij een
artikel 57sexies wordt ingevoegd in de organieke wet van 8 juli 1976 artikel 57sexies wordt ingevoegd in de organieke wet van 8 juli 1976
betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, in betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, in
zoverre het de openbare centra voor maatschappelijk welzijn toestaat zoverre het de openbare centra voor maatschappelijk welzijn toestaat
dringende medische hulp te weigeren aan de vreemdelingen die dringende medische hulp te weigeren aan de vreemdelingen die
gemachtigd zijn tot een beperkt verblijf op grond van artikel 9bis van gemachtigd zijn tot een beperkt verblijf op grond van artikel 9bis van
de wet van 15 december 1980 « betreffende de toegang tot het de wet van 15 december 1980 « betreffende de toegang tot het
grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van
vreemdelingen », wegens een arbeidskaart B of een beroepskaart. vreemdelingen », wegens een arbeidskaart B of een beroepskaart.
Aldus gewezen in het Frans, het Nederlands en het Duits, Aldus gewezen in het Frans, het Nederlands en het Duits,
overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op
het Grondwettelijk Hof, op 1 oktober 2015. het Grondwettelijk Hof, op 1 oktober 2015.
De griffier, De griffier,
F. Meersschaut F. Meersschaut
De voorzitter, De voorzitter,
J. Spreutels J. Spreutels
^