Uittreksel uit arrest nr. 79/2015 van 28 mei 2015 Rolnummers : 5918 en 5921 In zake : de beroepen tot vernietiging : - van de artikelen 2, 43 en 44, 1° en 2°, van de wet van 1 december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissemen - van de artikelen 44, 45, 115 en 158 van dezelfde wet en van artikel 8 van de wet van 21 maart 201(...) | Uittreksel uit arrest nr. 79/2015 van 28 mei 2015 Rolnummers : 5918 en 5921 In zake : de beroepen tot vernietiging : - van de artikelen 2, 43 en 44, 1° en 2°, van de wet van 1 december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissemen - van de artikelen 44, 45, 115 en 158 van dezelfde wet en van artikel 8 van de wet van 21 maart 201(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 79/2015 van 28 mei 2015 | Uittreksel uit arrest nr. 79/2015 van 28 mei 2015 |
Rolnummers : 5918 en 5921 | Rolnummers : 5918 en 5921 |
In zake : de beroepen tot vernietiging : | In zake : de beroepen tot vernietiging : |
- van de artikelen 2, 43 en 44, 1° en 2°, van de wet van 1 december | - van de artikelen 2, 43 en 44, 1° en 2°, van de wet van 1 december |
2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en tot | 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en tot |
wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere | wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere |
mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde, ingesteld door de | mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde, ingesteld door de |
vzw Nationale federatie van de griffiers bij de Hoven en Rechtbanken | vzw Nationale federatie van de griffiers bij de Hoven en Rechtbanken |
en anderen; | en anderen; |
- van de artikelen 44, 45, 115 en 158 van dezelfde wet en van artikel | - van de artikelen 44, 45, 115 en 158 van dezelfde wet en van artikel |
8 van de wet van 21 maart 2014 houdende wijziging van de wet van 1 | 8 van de wet van 21 maart 2014 houdende wijziging van de wet van 1 |
december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en | december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en |
tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere | tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere |
mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde, ingesteld door de | mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde, ingesteld door de |
vzw « Federatie van de Hoofdgriffiers van de Vredegerechten en | vzw « Federatie van de Hoofdgriffiers van de Vredegerechten en |
Politierechtbanken - Provincie Antwerpen » en anderen. | Politierechtbanken - Provincie Antwerpen » en anderen. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de | samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de |
rechters J.-P. Snappe, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet en R. | rechters J.-P. Snappe, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet en R. |
Leysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder | Leysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder |
voorzitterschap van voorzitter A. Alen, | voorzitterschap van voorzitter A. Alen, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de beroepen en rechtspleging | I. Onderwerp van de beroepen en rechtspleging |
a. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 4 juni | a. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 4 juni |
2014 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 6 juni | 2014 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 6 juni |
2014, is beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 2, 43 en | 2014, is beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 2, 43 en |
44, 1° en 2°, van de wet van 1 december 2013 tot hervorming van de | 44, 1° en 2°, van de wet van 1 december 2013 tot hervorming van de |
gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het Gerechtelijk | gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het Gerechtelijk |
Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de | Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de |
rechterlijke orde (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 10 | rechterlijke orde (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 10 |
december 2013, tweede editie), door de vzw « Nationale federatie van | december 2013, tweede editie), door de vzw « Nationale federatie van |
de griffiers bij de Hoven en Rechtbanken », Serge Dobbelaere, Geert | de griffiers bij de Hoven en Rechtbanken », Serge Dobbelaere, Geert |
Van Nuffel en Franky Hulpia, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. | Van Nuffel en Franky Hulpia, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. |
D. Matthys, advocaat bij de balie te Gent. | D. Matthys, advocaat bij de balie te Gent. |
b. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 10 juni | b. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 10 juni |
2014 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 11 | 2014 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 11 |
juni 2014, is beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 44, | juni 2014, is beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 44, |
45, 115 en 158 van de voormelde wet van 1 december 2013 en van artikel | 45, 115 en 158 van de voormelde wet van 1 december 2013 en van artikel |
8 van de wet van 21 maart 2014 houdende wijziging van de wet van 1 | 8 van de wet van 21 maart 2014 houdende wijziging van de wet van 1 |
december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en | december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en |
tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere | tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere |
mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde (bekendgemaakt in het | mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde (bekendgemaakt in het |
Belgisch Staatsblad van 24 maart 2014, tweede editie), door de vzw « | Belgisch Staatsblad van 24 maart 2014, tweede editie), door de vzw « |
Federatie van de Hoofdgriffiers van de Vredegerechten en | Federatie van de Hoofdgriffiers van de Vredegerechten en |
Politierechtbanken - Provincie Antwerpen », Mathilda Heylen, Willy | Politierechtbanken - Provincie Antwerpen », Mathilda Heylen, Willy |
Ooms, Dirk Poortmans, Johan Van Gasse, Herman Van Gils, Carlos Van | Ooms, Dirk Poortmans, Johan Van Gasse, Herman Van Gils, Carlos Van |
Hoeylandt, Sonja Verbeken en Lucas Winkelmans, bijgestaan en | Hoeylandt, Sonja Verbeken en Lucas Winkelmans, bijgestaan en |
vertegenwoordigd door Mr. J. Deridder, advocaat bij de balie te | vertegenwoordigd door Mr. J. Deridder, advocaat bij de balie te |
Antwerpen. | Antwerpen. |
Die zaken, ingeschreven onder de nummers 5918 en 5921 van de rol van | Die zaken, ingeschreven onder de nummers 5918 en 5921 van de rol van |
het Hof, werden samengevoegd. | het Hof, werden samengevoegd. |
(...) | (...) |
II. In rechte | II. In rechte |
(...) | (...) |
B.1.1. De verzoekende partijen in de zaak nr. 5918 vorderen de | B.1.1. De verzoekende partijen in de zaak nr. 5918 vorderen de |
vernietiging van de artikelen 2, 43 en 44, 1° en 2°, van de wet van 1 | vernietiging van de artikelen 2, 43 en 44, 1° en 2°, van de wet van 1 |
december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en | december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en |
tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere | tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere |
mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde (hierna : de wet van | mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde (hierna : de wet van |
1 december 2013). De verzoekende partijen in de zaak nr. 5921 vorderen | 1 december 2013). De verzoekende partijen in de zaak nr. 5921 vorderen |
de vernietiging van de artikelen 44, 45, 115 en 158 van de wet van 1 | de vernietiging van de artikelen 44, 45, 115 en 158 van de wet van 1 |
december 2013 en van artikel 8 van de wet van 21 maart 2014 houdende | december 2013 en van artikel 8 van de wet van 21 maart 2014 houdende |
wijziging van de wet van 1 december 2013 tot hervorming van de | wijziging van de wet van 1 december 2013 tot hervorming van de |
gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het Gerechtelijk | gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het Gerechtelijk |
Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de | Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de |
rechterlijke orde (hierna : de wet van 21 maart 2014). | rechterlijke orde (hierna : de wet van 21 maart 2014). |
B.1.2. De bestreden artikelen van de wet van 1 december 2013 bepalen : | B.1.2. De bestreden artikelen van de wet van 1 december 2013 bepalen : |
« Art. 2.In artikel 58bis van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij |
« Art. 2.In artikel 58bis van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij |
de wet van 22 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 | de wet van 22 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 |
juli 2012, worden volgende wijzigingen aangebracht : | juli 2012, worden volgende wijzigingen aangebracht : |
a) in de bepaling onder 1° worden de woorden ' toegevoegd vrederechter | a) in de bepaling onder 1° worden de woorden ' toegevoegd vrederechter |
', ' toegevoegd rechter in de politierechtbank ', ' en toegevoegd | ', ' toegevoegd rechter in de politierechtbank ', ' en toegevoegd |
rechter ', ' toegevoegd substituut-procureur des Konings ', ' en | rechter ', ' toegevoegd substituut-procureur des Konings ', ' en |
toegevoegd substituut-arbeidsauditeur ' opgeheven; | toegevoegd substituut-arbeidsauditeur ' opgeheven; |
b) in de bepaling onder 2° worden de woorden ' voorzitter van de | b) in de bepaling onder 2° worden de woorden ' voorzitter van de |
vrederechters en rechters in de politierechtbank, ' ingevoegd tussen | vrederechters en rechters in de politierechtbank, ' ingevoegd tussen |
de woorden ' van koophandel, ' en de woorden ' procureur des Konings | de woorden ' van koophandel, ' en de woorden ' procureur des Konings |
'; | '; |
c) in de bepaling onder 3° worden de woorden ' afdelingsvoorzitter of | c) in de bepaling onder 3° worden de woorden ' afdelingsvoorzitter of |
' ingevoegd tussen de woorden ' mandaten van ' en het woord ' | ' ingevoegd tussen de woorden ' mandaten van ' en het woord ' |
ondervoorzitter ' en worden de woorden ' ondervoorzitter van de | ondervoorzitter ' en worden de woorden ' ondervoorzitter van de |
vrederechters en rechters in de politierechtbank, afdelingsprocureur, | vrederechters en rechters in de politierechtbank, afdelingsprocureur, |
afdelingsauditeur, ' ingevoegd tussen de woorden ' rechtbank van | afdelingsauditeur, ' ingevoegd tussen de woorden ' rechtbank van |
koophandel ' en de woorden ' eerste substituut-procureur des Konings ' | koophandel ' en de woorden ' eerste substituut-procureur des Konings ' |
». | ». |
« Art. 43.Artikel 159 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van |
« Art. 43.Artikel 159 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van |
25 april 2007, wordt aangevuld met drie leden, luidende : | 25 april 2007, wordt aangevuld met drie leden, luidende : |
' Onverminderd de artikelen 164 en 173 wordt het gerechtspersoneel van | ' Onverminderd de artikelen 164 en 173 wordt het gerechtspersoneel van |
niveau A en B benoemd in een arrondissement. Het gerechtspersoneel van | niveau A en B benoemd in een arrondissement. Het gerechtspersoneel van |
niveau C en D wordt benoemd in het arrondissement, dan wel in een of | niveau C en D wordt benoemd in het arrondissement, dan wel in een of |
twee afdelingen indien de rechtbank uit meerdere afdelingen bestaat. | twee afdelingen indien de rechtbank uit meerdere afdelingen bestaat. |
In de vredegerechten wordt het gerechtspersoneel van niveau C en D | In de vredegerechten wordt het gerechtspersoneel van niveau C en D |
benoemd in een kanton. Door de benoeming in het arrondissement is het | benoemd in een kanton. Door de benoeming in het arrondissement is het |
gerechtspersoneel van niveau A en B in de vredegerechten van | gerechtspersoneel van niveau A en B in de vredegerechten van |
rechtswege benoemd in alle kantons. | rechtswege benoemd in alle kantons. |
De hoofdgriffier van de rechtbank van koophandel en de | De hoofdgriffier van de rechtbank van koophandel en de |
arbeidsrechtbank kan een personeelslid van niveau A en B met zijn | arbeidsrechtbank kan een personeelslid van niveau A en B met zijn |
instemming aanwijzen in een ander arrondissement. | instemming aanwijzen in een ander arrondissement. |
De hoofdgriffier kan een personeelslid van niveau C of D met zijn | De hoofdgriffier kan een personeelslid van niveau C of D met zijn |
instemming aanwijzen in een andere afdeling. De hoofdgriffier van de | instemming aanwijzen in een andere afdeling. De hoofdgriffier van de |
vredegerechten en de politierechtbank van het arrondissement kan een | vredegerechten en de politierechtbank van het arrondissement kan een |
personeelslid van niveau C of D, met zijn instemming, aanwijzen in een | personeelslid van niveau C of D, met zijn instemming, aanwijzen in een |
ander kanton van het arrondissement of in een afdeling van de | ander kanton van het arrondissement of in een afdeling van de |
politierechtbank. ' ». | politierechtbank. ' ». |
« Art. 44.In artikel 164 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet |
« Art. 44.In artikel 164 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet |
van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : | van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : |
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : | 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : |
' Er is een hoofdgriffier in elk hof of elke rechtbank en, met | ' Er is een hoofdgriffier in elk hof of elke rechtbank en, met |
uitzondering in Brussel en Eupen in elk arrondissement voor de | uitzondering in Brussel en Eupen in elk arrondissement voor de |
politierechtbank en vredegerechten. '; | politierechtbank en vredegerechten. '; |
2° in het tweede lid worden de woorden ' de oudst benoemde | 2° in het tweede lid worden de woorden ' de oudst benoemde |
politierechter of de vrederechter ' opgeheven; | politierechter of de vrederechter ' opgeheven; |
3° het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidende : | 3° het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidende : |
' In het arrondissement Brussel is er een hoofdgriffier, in elk | ' In het arrondissement Brussel is er een hoofdgriffier, in elk |
vredegerecht en in elke politierechtbank. | vredegerecht en in elke politierechtbank. |
In het arrondissement Eupen oefent de hoofdgriffier van de rechtbank | In het arrondissement Eupen oefent de hoofdgriffier van de rechtbank |
van eerste aanleg de bevoegdheden uit van hoofdgriffier bij de | van eerste aanleg de bevoegdheden uit van hoofdgriffier bij de |
arbeidsrechtbank, de rechtbank van koophandel, de politierechtbank en | arbeidsrechtbank, de rechtbank van koophandel, de politierechtbank en |
de vredegerechten. ' ». | de vredegerechten. ' ». |
« Art. 45.Artikel 167 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van |
« Art. 45.Artikel 167 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van |
25 april 2007, wordt aangevuld met de volgende zin : | 25 april 2007, wordt aangevuld met de volgende zin : |
' De hoofdgriffier kan een of meer griffiers-hoofden van dienst | ' De hoofdgriffier kan een of meer griffiers-hoofden van dienst |
aanwijzen als afdelingsgriffier om hem bij te staan bij de leiding van | aanwijzen als afdelingsgriffier om hem bij te staan bij de leiding van |
een afdeling, onverminderd de taken en bijstand bedoeld in artikel | een afdeling, onverminderd de taken en bijstand bedoeld in artikel |
168. ' ». | 168. ' ». |
« Art. 115.In dezelfde wet wordt een artikel 2 ingevoegd, luidende : |
« Art. 115.In dezelfde wet wordt een artikel 2 ingevoegd, luidende : |
' Art. 2.De kaders van de mandaten van voorzitters en |
' Art. 2.De kaders van de mandaten van voorzitters en |
ondervoorzitters van de vrederechters en rechters in de | ondervoorzitters van de vrederechters en rechters in de |
politierechtbank, alsmede het kader van de hoofdgriffiers van de | politierechtbank, alsmede het kader van de hoofdgriffiers van de |
vredegerechten en de politierechtbanken, wordt als volgt bepaald : | vredegerechten en de politierechtbanken, wordt als volgt bepaald : |
Voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank | Voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank |
Ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de | Ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de |
politierechtbank | politierechtbank |
Hoofdgriffier van de vredegerechten en de politierechtbanken | Hoofdgriffier van de vredegerechten en de politierechtbanken |
Griffiers hoofden van dienst | Griffiers hoofden van dienst |
Arrondissement | Arrondissement |
1 | 1 |
1 | 1 |
1 | 1 |
3 | 3 |
Antwerpen | Antwerpen |
1 | 1 |
1 | 1 |
1 | 1 |
2 | 2 |
Limburg | Limburg |
1 | 1 |
1 | 1 |
1 | 1 |
1 | 1 |
Leuven | Leuven |
1 | 1 |
1 | 1 |
1 | 1 |
1 | 1 |
Waals Brabant | Waals Brabant |
1 | 1 |
1 | 1 |
1 | 1 |
3 | 3 |
Oost-Vlaanderen | Oost-Vlaanderen |
1 | 1 |
1 | 1 |
1 | 1 |
2 | 2 |
West-Vlaanderen | West-Vlaanderen |
1 | 1 |
1 | 1 |
1 | 1 |
2 | 2 |
Luik | Luik |
1 | 1 |
1 | 1 |
1 | 1 |
1 | 1 |
Luxemburg | Luxemburg |
1 | 1 |
1 | 1 |
1 | 1 |
1 | 1 |
Namen | Namen |
1 | 1 |
1 | 1 |
1 | 1 |
3 | 3 |
Henegouwen | Henegouwen |
' ». | ' ». |
« Art. 158.Wanneer ingevolge de bepalingen van deze wet, door |
« Art. 158.Wanneer ingevolge de bepalingen van deze wet, door |
samenvoeging van de arrondissementen, meerdere hoofdgriffiers aanwezig | samenvoeging van de arrondissementen, meerdere hoofdgriffiers aanwezig |
zijn in een uitgebreide rechtbank of in vredegerechten, wordt een | zijn in een uitgebreide rechtbank of in vredegerechten, wordt een |
nieuwe hoofdgriffier benoemd in die rechtbank of in het arrondissement | nieuwe hoofdgriffier benoemd in die rechtbank of in het arrondissement |
wat betreft de vredegerechten en de politierechtbank via de | wat betreft de vredegerechten en de politierechtbank via de |
vergelijkende selectie bedoeld in artikel 262, § 2, van het | vergelijkende selectie bedoeld in artikel 262, § 2, van het |
Gerechtelijk Wetboek. De hoofdgriffiers die in functie zijn op het | Gerechtelijk Wetboek. De hoofdgriffiers die in functie zijn op het |
ogenblik van de inwerkingtreding van deze bepaling, kunnen deelnemen | ogenblik van de inwerkingtreding van deze bepaling, kunnen deelnemen |
aan deze selectie. | aan deze selectie. |
De overige hoofdgriffiers behouden hun loon en dragen de eretitel van | De overige hoofdgriffiers behouden hun loon en dragen de eretitel van |
hun vroegere functie. De nieuwe hoofdgriffier wijst hen aan als | hun vroegere functie. De nieuwe hoofdgriffier wijst hen aan als |
afdelingsgriffier om hem bij te staan bij de leiding van de afdelingen | afdelingsgriffier om hem bij te staan bij de leiding van de afdelingen |
of vredegerechten ». | of vredegerechten ». |
B.1.3. Het bestreden artikel 8 van de wet van 21 maart 2014 bepaalt : | B.1.3. Het bestreden artikel 8 van de wet van 21 maart 2014 bepaalt : |
« In artikel 158 van dezelfde wet, wordt het eerste lid vervangen door | « In artikel 158 van dezelfde wet, wordt het eerste lid vervangen door |
wat volgt : | wat volgt : |
' Een nieuwe hoofdgriffier wordt benoemd in elke nieuwe rechtbank, bij | ' Een nieuwe hoofdgriffier wordt benoemd in elke nieuwe rechtbank, bij |
de rechtbank van eerste aanleg te Eupen, alsook in het arrondissement | de rechtbank van eerste aanleg te Eupen, alsook in het arrondissement |
wat betreft de vredegerechten en de politierechtbank. In afwijking van | wat betreft de vredegerechten en de politierechtbank. In afwijking van |
artikel 274 van het Gerechtelijk Wetboek wordt in de vacante | artikel 274 van het Gerechtelijk Wetboek wordt in de vacante |
betrekking voorzien door een beroep te doen op het gerechtspersoneel | betrekking voorzien door een beroep te doen op het gerechtspersoneel |
dat voldoet aan de reglementaire voorwaarden voor de vakklasse A3 in | dat voldoet aan de reglementaire voorwaarden voor de vakklasse A3 in |
het niveau A en dat er aanspraak op kan maken door bevordering, of op | het niveau A en dat er aanspraak op kan maken door bevordering, of op |
het gerechtspersoneel dat reeds benoemd is in de vakklasse A3 met de | het gerechtspersoneel dat reeds benoemd is in de vakklasse A3 met de |
titel van hoofdgriffier. ' ». | titel van hoofdgriffier. ' ». |
B.2. De wet van 1 december 2013 heeft tot doel de rechterlijke | B.2. De wet van 1 december 2013 heeft tot doel de rechterlijke |
organisatie te hertekenen om een beter bestuur en een grotere | organisatie te hertekenen om een beter bestuur en een grotere |
efficiëntie te bekomen, de achterstand weg te werken, sneller recht te | efficiëntie te bekomen, de achterstand weg te werken, sneller recht te |
spreken en kwaliteitsvolle rechtspraak en betere dienstverlening te | spreken en kwaliteitsvolle rechtspraak en betere dienstverlening te |
verzekeren (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2858/001, pp. 6-7). Om | verzekeren (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2858/001, pp. 6-7). Om |
die doelstellingen te bereiken, voert de wet in de eerste plaats een | die doelstellingen te bereiken, voert de wet in de eerste plaats een |
schaalvergroting door en worden twaalf arrondissementen gecreëerd door | schaalvergroting door en worden twaalf arrondissementen gecreëerd door |
middel van een fusie van de voorheen bestaande 27 arrondissementen. De | middel van een fusie van de voorheen bestaande 27 arrondissementen. De |
nieuwe arrondissementen vallen samen met de provincies, met | nieuwe arrondissementen vallen samen met de provincies, met |
uitzondering van een afzonderlijk arrondissement voor Brussel en voor | uitzondering van een afzonderlijk arrondissement voor Brussel en voor |
Eupen. Die schaalvergroting moet volgens de wetgever de kans bieden om | Eupen. Die schaalvergroting moet volgens de wetgever de kans bieden om |
middelen en beleidsbevoegdheden over te hevelen vanuit het centrale | middelen en beleidsbevoegdheden over te hevelen vanuit het centrale |
niveau en moet mee een einde maken aan de versnippering van mensen en | niveau en moet mee een einde maken aan de versnippering van mensen en |
middelen (ibid., p. 7). In de tweede plaats worden de bestaande | middelen (ibid., p. 7). In de tweede plaats worden de bestaande |
mogelijkheden van horizontale mobiliteit van magistraten en | mogelijkheden van horizontale mobiliteit van magistraten en |
gerechtspersoneel verder uitgebouwd. De schaalvergroting en de uitbouw | gerechtspersoneel verder uitgebouwd. De schaalvergroting en de uitbouw |
van horizontale mobiliteit zouden moeten toelaten dat magistraten en | van horizontale mobiliteit zouden moeten toelaten dat magistraten en |
gerechtspersoneel beter kunnen worden ingezet naar gelang van de | gerechtspersoneel beter kunnen worden ingezet naar gelang van de |
werklast en van hun specialisatie (ibid., pp. 7-8). | werklast en van hun specialisatie (ibid., pp. 7-8). |
De vredegerechten blijven georganiseerd per kanton. Het beheer ervan | De vredegerechten blijven georganiseerd per kanton. Het beheer ervan |
gebeurt evenwel, behalve voor Brussel en voor Eupen, op het niveau van | gebeurt evenwel, behalve voor Brussel en voor Eupen, op het niveau van |
het arrondissement. Aangezien de hoofdgriffier voortaan een grotere | het arrondissement. Aangezien de hoofdgriffier voortaan een grotere |
rol in dat beheer heeft door ondersteuning te geven aan de korpschefs | rol in dat beheer heeft door ondersteuning te geven aan de korpschefs |
voor het personeelsbeleid, het financieel beleid en de informatica, | voor het personeelsbeleid, het financieel beleid en de informatica, |
heeft de wetgever het niet langer aangewezen geacht om, behalve voor | heeft de wetgever het niet langer aangewezen geacht om, behalve voor |
Brussel en voor Eupen, een hoofdgriffier per vredegerecht te behouden | Brussel en voor Eupen, een hoofdgriffier per vredegerecht te behouden |
(Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2855/001, p. 15). | (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2855/001, p. 15). |
B.3. Volgens de verzoekende partijen in de zaak nr. 5918 zou in de | B.3. Volgens de verzoekende partijen in de zaak nr. 5918 zou in de |
artikelen 2 en 44, 2°, van de wet van 1 december 2013 een niet | artikelen 2 en 44, 2°, van de wet van 1 december 2013 een niet |
redelijk verantwoord verschil in behandeling worden bevestigd tussen, | redelijk verantwoord verschil in behandeling worden bevestigd tussen, |
enerzijds, magistraten van de zetel en van het openbaar ministerie en, | enerzijds, magistraten van de zetel en van het openbaar ministerie en, |
anderzijds, griffiers en hoofdgriffiers, terwijl zij allen orgaan van | anderzijds, griffiers en hoofdgriffiers, terwijl zij allen orgaan van |
de rechterlijke macht en lid van de rechterlijke orde zouden zijn. Zo | de rechterlijke macht en lid van de rechterlijke orde zouden zijn. Zo |
zou de hoofdgriffier nog steeds onder het gezag van een ander orgaan | zou de hoofdgriffier nog steeds onder het gezag van een ander orgaan |
van de rechterlijke macht staan, namelijk onder het gezag van een « | van de rechterlijke macht staan, namelijk onder het gezag van een « |
magistraat-korpschef », terwijl dit voor magistraten niet het geval | magistraat-korpschef », terwijl dit voor magistraten niet het geval |
is. In de bestreden bepalingen zou tevens een niet redelijk | is. In de bestreden bepalingen zou tevens een niet redelijk |
verantwoorde gelijke behandeling worden bevestigd van, enerzijds, de | verantwoorde gelijke behandeling worden bevestigd van, enerzijds, de |
leden van het gerechtspersoneel en, anderzijds, de griffiers en de | leden van het gerechtspersoneel en, anderzijds, de griffiers en de |
hoofdgriffiers, terwijl uitsluitend die laatsten orgaan van de | hoofdgriffiers, terwijl uitsluitend die laatsten orgaan van de |
rechterlijke macht en lid van de rechterlijke orde zouden zijn. | rechterlijke macht en lid van de rechterlijke orde zouden zijn. |
B.4. Het bestreden artikel 2 van de wet van 1 december 2013 wijzigt | B.4. Het bestreden artikel 2 van de wet van 1 december 2013 wijzigt |
artikel 58bis, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek, dat de mandaten | artikel 58bis, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek, dat de mandaten |
opsomt waarvan de titularissen als korpschef in de magistratuur | opsomt waarvan de titularissen als korpschef in de magistratuur |
optreden. Ingevolge de hertekening van de territoriale structuur van | optreden. Ingevolge de hertekening van de territoriale structuur van |
de rechtbanken voegt de bestreden bepaling hier de titularis van het | de rechtbanken voegt de bestreden bepaling hier de titularis van het |
mandaat van « voorzitter van de vrederechters en rechters in de | mandaat van « voorzitter van de vrederechters en rechters in de |
politierechtbank » aan toe. | politierechtbank » aan toe. |
Daarmee samenhangend heft het bestreden artikel 44, 2°, van de wet van | Daarmee samenhangend heft het bestreden artikel 44, 2°, van de wet van |
1 december 2013 de woorden « de oudst benoemde politierechter of de | 1 december 2013 de woorden « de oudst benoemde politierechter of de |
vrederechter » op in artikel 164, tweede lid, van het Gerechtelijk | vrederechter » op in artikel 164, tweede lid, van het Gerechtelijk |
Wetboek, aangezien de bestreden wet de nieuwe functie « voorzitter van | Wetboek, aangezien de bestreden wet de nieuwe functie « voorzitter van |
de vrederechters en rechters in de politierechtbank » invoert en deze | de vrederechters en rechters in de politierechtbank » invoert en deze |
als een functie van korpschef beschouwt. | als een functie van korpschef beschouwt. |
B.5.1. De Ministerraad is van oordeel dat het beroep in de zaak nr. | B.5.1. De Ministerraad is van oordeel dat het beroep in de zaak nr. |
5918 onontvankelijk is wegens laattijdigheid en gebrek aan belang, in | 5918 onontvankelijk is wegens laattijdigheid en gebrek aan belang, in |
zoverre het gericht is tegen het bestreden artikel 2 van de wet van 1 | zoverre het gericht is tegen het bestreden artikel 2 van de wet van 1 |
december 2013, aangezien de functie van korpschef reeds werd ingevoerd | december 2013, aangezien de functie van korpschef reeds werd ingevoerd |
door vroegere wetgeving, en de bestreden bepalingen geen betrekking | door vroegere wetgeving, en de bestreden bepalingen geen betrekking |
hebben op de rechtssituatie van de griffiers. | hebben op de rechtssituatie van de griffiers. |
B.5.2. Een beroep dat gericht is tegen een verschil in behandeling dat | B.5.2. Een beroep dat gericht is tegen een verschil in behandeling dat |
niet uit de bestreden wet voortvloeit, maar reeds is vervat in een | niet uit de bestreden wet voortvloeit, maar reeds is vervat in een |
vroegere wet, is niet ontvankelijk. | vroegere wet, is niet ontvankelijk. |
Wanneer de wetgever in een nieuwe wetgeving echter een oude bepaling | Wanneer de wetgever in een nieuwe wetgeving echter een oude bepaling |
overneemt en zich op die wijze de inhoud ervan toe-eigent, kan tegen | overneemt en zich op die wijze de inhoud ervan toe-eigent, kan tegen |
de overgenomen bepaling een beroep worden ingesteld binnen zes maanden | de overgenomen bepaling een beroep worden ingesteld binnen zes maanden |
na de bekendmaking ervan. | na de bekendmaking ervan. |
Bijgevolg moet worden nagegaan of het middel tegen nieuwe bepalingen | Bijgevolg moet worden nagegaan of het middel tegen nieuwe bepalingen |
gericht is dan wel of het niet-gewijzigde bepalingen betreft en of de | gericht is dan wel of het niet-gewijzigde bepalingen betreft en of de |
bestreden bepalingen de verzoekende partijen ongunstig raken. | bestreden bepalingen de verzoekende partijen ongunstig raken. |
B.5.3. Het mandaat van korpschef, zoals bedoeld in artikel 58bis, 2°, | B.5.3. Het mandaat van korpschef, zoals bedoeld in artikel 58bis, 2°, |
van het Gerechtelijk Wetboek, werd ingevoerd bij artikel 2 van de wet | van het Gerechtelijk Wetboek, werd ingevoerd bij artikel 2 van de wet |
van 22 december 1998 tot wijziging van sommige bepalingen van deel II | van 22 december 1998 tot wijziging van sommige bepalingen van deel II |
van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de | van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de |
Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering | Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering |
van een evaluatiesysteem. Die bepaling werd sindsdien meermaals | van een evaluatiesysteem. Die bepaling werd sindsdien meermaals |
gewijzigd. | gewijzigd. |
Het bestreden artikel 2 van de wet van 1 december 2013 beperkt zich | Het bestreden artikel 2 van de wet van 1 december 2013 beperkt zich |
ertoe om, ingevolge de gewijzigde territoriale bevoegdheid van de | ertoe om, ingevolge de gewijzigde territoriale bevoegdheid van de |
rechtbanken, aan de titularissen van het mandaat van korpschef de | rechtbanken, aan de titularissen van het mandaat van korpschef de |
voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank toe | voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank toe |
te voegen. Aldus is die bepaling vreemd aan de rechtspositie van de | te voegen. Aldus is die bepaling vreemd aan de rechtspositie van de |
griffiers, zoals geregeld in de artikelen 163 en volgende van het | griffiers, zoals geregeld in de artikelen 163 en volgende van het |
Gerechtelijk Wetboek. | Gerechtelijk Wetboek. |
B.5.4. Het aangeklaagde verschil in behandeling vloeit evenmin voort | B.5.4. Het aangeklaagde verschil in behandeling vloeit evenmin voort |
uit het bestreden artikel 44, 2°, van de wet van 1 december 2013 dat, | uit het bestreden artikel 44, 2°, van de wet van 1 december 2013 dat, |
in samenhang met het vermelde artikel 2, een aanpassing beoogt van de | in samenhang met het vermelde artikel 2, een aanpassing beoogt van de |
regeling inzake de korpschefs van de rechterlijke macht, doch voor het | regeling inzake de korpschefs van de rechterlijke macht, doch voor het |
overige de regeling met betrekking tot de griffiers, zoals vervat in | overige de regeling met betrekking tot de griffiers, zoals vervat in |
artikel 164 van het Gerechtelijk Wetboek, ongewijzigd laat. | artikel 164 van het Gerechtelijk Wetboek, ongewijzigd laat. |
B.5.5. De kritiek van de verzoekende partijen in de zaak nr. 5918 | B.5.5. De kritiek van de verzoekende partijen in de zaak nr. 5918 |
tegen het feit dat de wetgever een duaal model zou hebben ingevoerd | tegen het feit dat de wetgever een duaal model zou hebben ingevoerd |
binnen de rechterlijke organisatie, waardoor de griffier wordt | binnen de rechterlijke organisatie, waardoor de griffier wordt |
behandeld als lid van het gerechtspersoneel en niet als een volwaardig | behandeld als lid van het gerechtspersoneel en niet als een volwaardig |
derde orgaan van de rechterlijke organisatie, naast de rechters en het | derde orgaan van de rechterlijke organisatie, naast de rechters en het |
openbaar ministerie, is gericht tegen de wet van 25 april 2007 tot | openbaar ministerie, is gericht tegen de wet van 25 april 2007 tot |
wijziging van het Gerechtelijk Wetboek inzonderheid met betrekking tot | wijziging van het Gerechtelijk Wetboek inzonderheid met betrekking tot |
bepalingen inzake het gerechtspersoneel van het niveau A, de griffiers | bepalingen inzake het gerechtspersoneel van het niveau A, de griffiers |
en de secretarissen en inzake de rechterlijke organisatie (hierna : de | en de secretarissen en inzake de rechterlijke organisatie (hierna : de |
wet van 25 april 2007) en niet tegen de bestreden bepalingen. Bij zijn | wet van 25 april 2007) en niet tegen de bestreden bepalingen. Bij zijn |
arrest nr. 150/2008 van 30 oktober 2008 heeft het Hof het beroep tot | arrest nr. 150/2008 van 30 oktober 2008 heeft het Hof het beroep tot |
vernietiging van hoofdstuk II van de voormelde wet van 25 april 2007 | vernietiging van hoofdstuk II van de voormelde wet van 25 april 2007 |
overigens verworpen. | overigens verworpen. |
B.6. Bijgevolg is het beroep in de zaak nr. 5918 niet ontvankelijk, in | B.6. Bijgevolg is het beroep in de zaak nr. 5918 niet ontvankelijk, in |
zoverre het gericht is tegen de artikelen 2 en 44, 2°, van de wet van | zoverre het gericht is tegen de artikelen 2 en 44, 2°, van de wet van |
1 december 2013. | 1 december 2013. |
B.7. Ten aanzien van de artikelen 43 en 44, 1°, van de wet van 1 | B.7. Ten aanzien van de artikelen 43 en 44, 1°, van de wet van 1 |
december 2013 voeren de verzoekende partijen in de zaak nr. 5918 aan | december 2013 voeren de verzoekende partijen in de zaak nr. 5918 aan |
dat zij een niet redelijk verantwoord verschil in behandeling invoeren | dat zij een niet redelijk verantwoord verschil in behandeling invoeren |
tussen de griffies die verbonden zijn aan de hoven en rechtbanken op | tussen de griffies die verbonden zijn aan de hoven en rechtbanken op |
arrondissementeel niveau en de griffies die verbonden zijn aan de | arrondissementeel niveau en de griffies die verbonden zijn aan de |
vredegerechten, uitgezonderd voor Brussel en Eupen. Zo zou het niet | vredegerechten, uitgezonderd voor Brussel en Eupen. Zo zou het niet |
mogelijk zijn om een hoofdgriffier of een griffier te benoemen bij een | mogelijk zijn om een hoofdgriffier of een griffier te benoemen bij een |
vredegerecht, aangezien die dienen te worden benoemd bij een griffie | vredegerecht, aangezien die dienen te worden benoemd bij een griffie |
op arrondissementeel niveau en er voor wat de vredegerechten betreft | op arrondissementeel niveau en er voor wat de vredegerechten betreft |
op arrondissementeel niveau geen griffie bestaat, terwijl dit voor de | op arrondissementeel niveau geen griffie bestaat, terwijl dit voor de |
andere griffies bij de hoven en rechtbanken wel het geval is. Aldus | andere griffies bij de hoven en rechtbanken wel het geval is. Aldus |
zouden de bestreden bepalingen strijdig zijn met de artikelen 10 en 11 | zouden de bestreden bepalingen strijdig zijn met de artikelen 10 en 11 |
van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 151 van de Grondwet | van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 151 van de Grondwet |
en met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. | en met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. |
B.8.1. Volgens de Ministerraad zou artikel 6 van het Europees Verdrag | B.8.1. Volgens de Ministerraad zou artikel 6 van het Europees Verdrag |
voor de rechten van de mens geen waarborgen ten aanzien van de | voor de rechten van de mens geen waarborgen ten aanzien van de |
onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de griffier inhouden. De | onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de griffier inhouden. De |
griffier zou op geen enkele wijze aan de eigenlijke rechtspraak | griffier zou op geen enkele wijze aan de eigenlijke rechtspraak |
deelnemen. Bijgevolg zou dat artikel 6 te dezen niet van toepassing | deelnemen. Bijgevolg zou dat artikel 6 te dezen niet van toepassing |
zijn en zou die bepaling niet in samenhang kunnen worden gelezen met | zijn en zou die bepaling niet in samenhang kunnen worden gelezen met |
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Hetzelfde zou gelden voor | de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Hetzelfde zou gelden voor |
artikel 151, § 1, van de Grondwet. | artikel 151, § 1, van de Grondwet. |
B.8.2. Artikel 151, § 1, eerste lid, van de Grondwet bepaalt : | B.8.2. Artikel 151, § 1, eerste lid, van de Grondwet bepaalt : |
« De rechters zijn onafhankelijk in de uitoefening van hun | « De rechters zijn onafhankelijk in de uitoefening van hun |
rechtsprekende bevoegdheden. Het openbaar ministerie is onafhankelijk | rechtsprekende bevoegdheden. Het openbaar ministerie is onafhankelijk |
in de individuele opsporing en vervolging onverminderd het recht van | in de individuele opsporing en vervolging onverminderd het recht van |
de bevoegde minister om de vervolging te bevelen en om de bindende | de bevoegde minister om de vervolging te bevelen en om de bindende |
richtlijnen van het strafrechtelijk beleid, inclusief die van het | richtlijnen van het strafrechtelijk beleid, inclusief die van het |
opsporings- en vervolgingsbeleid, vast te leggen ». | opsporings- en vervolgingsbeleid, vast te leggen ». |
Die grondwetsbepaling waarborgt uitsluitend de onafhankelijkheid van | Die grondwetsbepaling waarborgt uitsluitend de onafhankelijkheid van |
de magistraten van de zetel en van het openbaar ministerie. Artikel | de magistraten van de zetel en van het openbaar ministerie. Artikel |
151, § 1, is niet van toepassing op de griffiers. | 151, § 1, is niet van toepassing op de griffiers. |
B.8.3. Artikel 6.1 van het Europees Verdrag van de rechten van de mens | B.8.3. Artikel 6.1 van het Europees Verdrag van de rechten van de mens |
bepaalt : | bepaalt : |
« Bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen | « Bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen |
of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde | of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde |
strafvervolging heeft eenieder recht op een eerlijke en openbare | strafvervolging heeft eenieder recht op een eerlijke en openbare |
behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een | behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een |
onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie welke bij de wet | onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie welke bij de wet |
is ingesteld. [...] ». | is ingesteld. [...] ». |
Uit die verdragsbepaling kan niet worden afgeleid dat de daarin | Uit die verdragsbepaling kan niet worden afgeleid dat de daarin |
vermelde waarborgen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid van het | vermelde waarborgen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid van het |
gerecht ook betrekking zouden hebben op de onafhankelijkheid en de | gerecht ook betrekking zouden hebben op de onafhankelijkheid en de |
onpartijdigheid van de griffier. Weliswaar is de griffier met | onpartijdigheid van de griffier. Weliswaar is de griffier met |
belangrijke taken in het kader van een behoorlijke rechtsbedeling | belangrijke taken in het kader van een behoorlijke rechtsbedeling |
belast, doch neemt hij - in tegenstelling tot de magistraten van de | belast, doch neemt hij - in tegenstelling tot de magistraten van de |
zetel en van het openbaar ministerie - niet deel aan de eigenlijke | zetel en van het openbaar ministerie - niet deel aan de eigenlijke |
rechtsprekende functie of het daadwerkelijk op gang brengen van een | rechtsprekende functie of het daadwerkelijk op gang brengen van een |
vervolging. | vervolging. |
B.8.4. Bijgevolg kan de schending, door de bestreden bepalingen, van | B.8.4. Bijgevolg kan de schending, door de bestreden bepalingen, van |
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met | de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met |
artikel 151, § 1 ervan en met artikel 6 van het Europees Verdrag voor | artikel 151, § 1 ervan en met artikel 6 van het Europees Verdrag voor |
de rechten van de mens, niet dienstig worden aangevoerd. | de rechten van de mens, niet dienstig worden aangevoerd. |
Het Hof beperkt zijn onderzoek van het middel tot de aangevoerde | Het Hof beperkt zijn onderzoek van het middel tot de aangevoerde |
schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. | schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. |
B.9.1. De vredegerechten blijven in de gerechtelijke hervorming | B.9.1. De vredegerechten blijven in de gerechtelijke hervorming |
georganiseerd per kanton. De wet van 1 december 2013 zet de eerste | georganiseerd per kanton. De wet van 1 december 2013 zet de eerste |
stappen naar hun eigen beheer door de inrichting van een eigen | stappen naar hun eigen beheer door de inrichting van een eigen |
directiecomité voor de vredegerechten en de politierechtbank op het | directiecomité voor de vredegerechten en de politierechtbank op het |
niveau van het arrondissement. In dat directiecomité hebben de | niveau van het arrondissement. In dat directiecomité hebben de |
voorzitter, een ondervoorzitter, die steeds een andere hoedanigheid | voorzitter, een ondervoorzitter, die steeds een andere hoedanigheid |
heeft als de voorzitter, en de hoofdgriffier zitting (Parl. St., | heeft als de voorzitter, en de hoofdgriffier zitting (Parl. St., |
Kamer, 2012-2013, DOC 53-2858/001, p. 15). | Kamer, 2012-2013, DOC 53-2858/001, p. 15). |
B.9.2. Volgens de wetgever is het niet langer verantwoord om een | B.9.2. Volgens de wetgever is het niet langer verantwoord om een |
hoofdgriffier per vredegerecht te houden, aangezien in het beheer op | hoofdgriffier per vredegerecht te houden, aangezien in het beheer op |
arrondissementeel niveau is voorzien, en de hoofdgriffier voortaan een | arrondissementeel niveau is voorzien, en de hoofdgriffier voortaan een |
grotere rol daarin heeft door ondersteuning te geven aan de korpschefs | grotere rol daarin heeft door ondersteuning te geven aan de korpschefs |
voor het personeelsbeleid, het financieel beleid en de informatica. Zo | voor het personeelsbeleid, het financieel beleid en de informatica. Zo |
kunnen de griffiers in de vredegerechten zich focussen op de | kunnen de griffiers in de vredegerechten zich focussen op de |
jurisdictionele taken. Elke vrederechter behoudt een griffier voor die | jurisdictionele taken. Elke vrederechter behoudt een griffier voor die |
taken (ibid.). | taken (ibid.). |
De hoofdgriffier van de vredegerechten en de politierechtbanken kan | De hoofdgriffier van de vredegerechten en de politierechtbanken kan |
zich in de leiding over de griffie, die mogelijk gespreid is over | zich in de leiding over de griffie, die mogelijk gespreid is over |
meerdere afdelingen, laten bijstaan door een griffier-hoofd van dienst | meerdere afdelingen, laten bijstaan door een griffier-hoofd van dienst |
die hij daartoe aanwijst (ibid., p. 36). Het aantal griffiers-hoofden | die hij daartoe aanwijst (ibid., p. 36). Het aantal griffiers-hoofden |
van dienst per gerechtelijk arrondissement wordt bepaald in artikel | van dienst per gerechtelijk arrondissement wordt bepaald in artikel |
115 van de wet van 1 december 2013. | 115 van de wet van 1 december 2013. |
B.10.1. De verzoekende partijen in de zaak nr. 5918 menen ten onrechte | B.10.1. De verzoekende partijen in de zaak nr. 5918 menen ten onrechte |
dat, daar er op arrondissementeel niveau voor de vredegerechten geen | dat, daar er op arrondissementeel niveau voor de vredegerechten geen |
griffie bestaat, niet zou kunnen worden voorzien in ambten van | griffie bestaat, niet zou kunnen worden voorzien in ambten van |
hoofdgriffier van de vredegerechten en de politierechtbanken. Het ambt | hoofdgriffier van de vredegerechten en de politierechtbanken. Het ambt |
van hoofdgriffier van de vredegerechten en de politierechtbanken vindt | van hoofdgriffier van de vredegerechten en de politierechtbanken vindt |
zijn wettelijke basis immers in artikel 44, 1°, van de wet van 1 | zijn wettelijke basis immers in artikel 44, 1°, van de wet van 1 |
december 2013, dat artikel 164 van het Gerechtelijk Wetboek wijzigt. | december 2013, dat artikel 164 van het Gerechtelijk Wetboek wijzigt. |
B.10.2. Daarenboven kunnen griffiers nog steeds worden benoemd bij de | B.10.2. Daarenboven kunnen griffiers nog steeds worden benoemd bij de |
griffies die verbonden zijn aan de vredegerechten. Artikel 117 van de | griffies die verbonden zijn aan de vredegerechten. Artikel 117 van de |
wet van 1 december 2013, dat artikel 1 van de wet van 20 juli 1971 tot | wet van 1 december 2013, dat artikel 1 van de wet van 20 juli 1971 tot |
vaststelling van de personeelsformatie van de vredegerechten vervangt, | vaststelling van de personeelsformatie van de vredegerechten vervangt, |
legt het aantal griffiers per arrondissement vast. Artikel 115 van de | legt het aantal griffiers per arrondissement vast. Artikel 115 van de |
wet van 1 december 2013, dat artikel 2 van de wet van 16 juli 1970 tot | wet van 1 december 2013, dat artikel 2 van de wet van 16 juli 1970 tot |
vaststelling van de personeelsformatie van de politierechtbanken | vaststelling van de personeelsformatie van de politierechtbanken |
vervangt, bepaalt het aantal hoofdgriffiers van de vredegerechten en | vervangt, bepaalt het aantal hoofdgriffiers van de vredegerechten en |
de politierechtbanken en griffiers-hoofden van dienst per gerechtelijk | de politierechtbanken en griffiers-hoofden van dienst per gerechtelijk |
arrondissement. | arrondissement. |
B.10.3. Het bestreden artikel 43 van de wet van 1 december 2013, dat | B.10.3. Het bestreden artikel 43 van de wet van 1 december 2013, dat |
artikel 159 van het Gerechtelijk Wetboek aanvult, verduidelijkt dat | artikel 159 van het Gerechtelijk Wetboek aanvult, verduidelijkt dat |
door de benoeming in het arrondissement het gerechtspersoneel van | door de benoeming in het arrondissement het gerechtspersoneel van |
niveau A, namelijk de hoofdgriffier of de griffier-hoofd van dienst, | niveau A, namelijk de hoofdgriffier of de griffier-hoofd van dienst, |
en dat van niveau B, namelijk de griffier, in de vredegerechten van | en dat van niveau B, namelijk de griffier, in de vredegerechten van |
rechtswege benoemd is in alle kantons. Die bepaling vormt een | rechtswege benoemd is in alle kantons. Die bepaling vormt een |
onderdeel van de uitbouw van de horizontale mobiliteit van het | onderdeel van de uitbouw van de horizontale mobiliteit van het |
personeel. Hierdoor kunnen de griffiers van de vredegerechten in alle | personeel. Hierdoor kunnen de griffiers van de vredegerechten in alle |
kantons van het arrondissement werkzaam zijn (Parl. St., Kamer, | kantons van het arrondissement werkzaam zijn (Parl. St., Kamer, |
2012-2013, DOC 53-2858/003, p. 45; Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC | 2012-2013, DOC 53-2858/003, p. 45; Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC |
53-2858/007, pp. 99-100). | 53-2858/007, pp. 99-100). |
B.11. Het middel is niet gegrond, in zoverre het gericht is tegen de | B.11. Het middel is niet gegrond, in zoverre het gericht is tegen de |
artikelen 43 en 44, 1°, van de wet van 1 december 2013. | artikelen 43 en 44, 1°, van de wet van 1 december 2013. |
B.12.1. De verzoekende partijen in de zaak nr. 5921 voeren aan dat de | B.12.1. De verzoekende partijen in de zaak nr. 5921 voeren aan dat de |
artikelen 44, 45, 115 en 158 van de wet van 1 december 2013 en artikel | artikelen 44, 45, 115 en 158 van de wet van 1 december 2013 en artikel |
8 van de wet van 21 maart 2014 een niet redelijk verantwoord verschil | 8 van de wet van 21 maart 2014 een niet redelijk verantwoord verschil |
in behandeling invoeren tussen de hoofdgriffiers van de vredegerechten | in behandeling invoeren tussen de hoofdgriffiers van de vredegerechten |
die in functie waren op het ogenblik van de inwerkingtreding van de | die in functie waren op het ogenblik van de inwerkingtreding van de |
vermelde bepalingen, al naargelang zij zijn benoemd binnen het | vermelde bepalingen, al naargelang zij zijn benoemd binnen het |
gerechtelijk arrondissement Brussel of Eupen, dan wel binnen een ander | gerechtelijk arrondissement Brussel of Eupen, dan wel binnen een ander |
gerechtelijk arrondissement. Aldus zouden de bestreden bepalingen | gerechtelijk arrondissement. Aldus zouden de bestreden bepalingen |
strijdig zijn met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. | strijdig zijn met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. |
B.12.2. De verzoekende partijen verwijten de bestreden bepalingen dat | B.12.2. De verzoekende partijen verwijten de bestreden bepalingen dat |
de personen die de functie van hoofdgriffier uitoefenden vóór de | de personen die de functie van hoofdgriffier uitoefenden vóór de |
totstandkoming van de bestreden bepalingen in Brussel en in Eupen | totstandkoming van de bestreden bepalingen in Brussel en in Eupen |
kunnen blijven functioneren als autonome hoofdgriffier onder het gezag | kunnen blijven functioneren als autonome hoofdgriffier onder het gezag |
van een magistraat-korpschef, terwijl zij in de andere | van een magistraat-korpschef, terwijl zij in de andere |
arrondissementen onder het gezag en toezicht komen van de nieuwe | arrondissementen onder het gezag en toezicht komen van de nieuwe |
hoofdgriffier, waardoor zij in aanzienlijke mate hun autonomie en | hoofdgriffier, waardoor zij in aanzienlijke mate hun autonomie en |
verantwoordelijkheid zouden verliezen. Ze bekritiseren ook het feit | verantwoordelijkheid zouden verliezen. Ze bekritiseren ook het feit |
dat zij, anders dan in Brussel en in Eupen, in concurrentie moeten | dat zij, anders dan in Brussel en in Eupen, in concurrentie moeten |
treden met hun collega's indien zij zich kandidaat willen stellen voor | treden met hun collega's indien zij zich kandidaat willen stellen voor |
de functie van hoofdgriffier voor de politierechtbank en | de functie van hoofdgriffier voor de politierechtbank en |
vredegerechten. Ten slotte voeren zij aan dat het niet zeker zou zijn | vredegerechten. Ten slotte voeren zij aan dat het niet zeker zou zijn |
dat alle personen die de functie van hoofdgriffier uitoefenden bij de | dat alle personen die de functie van hoofdgriffier uitoefenden bij de |
inwerkingtreding van de bestreden bepalingen, ook kunnen worden | inwerkingtreding van de bestreden bepalingen, ook kunnen worden |
aangesteld als afdelingsgriffier. | aangesteld als afdelingsgriffier. |
B.13. Volgens artikel 164 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals | B.13. Volgens artikel 164 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals |
gewijzigd bij het bestreden artikel 44, is er voortaan één | gewijzigd bij het bestreden artikel 44, is er voortaan één |
hoofdgriffier in elk hof of elke rechtbank en, met uitzondering in | hoofdgriffier in elk hof of elke rechtbank en, met uitzondering in |
Brussel en in Eupen, in elk arrondissement voor de politierechtbank en | Brussel en in Eupen, in elk arrondissement voor de politierechtbank en |
de vredegerechten. In het arrondissement Brussel is er een | de vredegerechten. In het arrondissement Brussel is er een |
hoofdgriffier in elk vredegerecht en in elke politierechtbank. In het | hoofdgriffier in elk vredegerecht en in elke politierechtbank. In het |
arrondissement Eupen oefent de hoofdgriffier van de rechtbank van | arrondissement Eupen oefent de hoofdgriffier van de rechtbank van |
eerste aanleg de bevoegdheden uit van hoofdgriffier bij de | eerste aanleg de bevoegdheden uit van hoofdgriffier bij de |
arbeidsrechtbank, de rechtbank van koophandel, de politierechtbank en | arbeidsrechtbank, de rechtbank van koophandel, de politierechtbank en |
de vredegerechten. | de vredegerechten. |
B.14.1. Uit de totstandkoming van de bestreden bepalingen blijkt dat | B.14.1. Uit de totstandkoming van de bestreden bepalingen blijkt dat |
de wetgever een aangepaste regeling voor het gerechtelijk | de wetgever een aangepaste regeling voor het gerechtelijk |
arrondissement Eupen noodzakelijk heeft geacht vanwege de | arrondissement Eupen noodzakelijk heeft geacht vanwege de |
kleinschaligheid ervan. De beperkte omvang van dat arrondissement en | kleinschaligheid ervan. De beperkte omvang van dat arrondissement en |
de wens van de Duitstalige Gemeenschap om een eigen structuur te | de wens van de Duitstalige Gemeenschap om een eigen structuur te |
hebben, hebben de wetgever ertoe gebracht om Eupen één korpschef te | hebben, hebben de wetgever ertoe gebracht om Eupen één korpschef te |
geven voor alle rechtbanken, namelijk de voorzitter van de rechtbank | geven voor alle rechtbanken, namelijk de voorzitter van de rechtbank |
van eerste aanleg, en één overkoepelende hoofdgriffier voor alle | van eerste aanleg, en één overkoepelende hoofdgriffier voor alle |
griffies (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2858/001, pp. 24 en 36; | griffies (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2858/001, pp. 24 en 36; |
Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2858/007, p. 7). | Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2858/007, p. 7). |
B.14.2. In tegenstelling tot wat de verzoekende partijen beweren, is | B.14.2. In tegenstelling tot wat de verzoekende partijen beweren, is |
er geen hoofdgriffier per vredegerecht in het arrondissement Eupen. De | er geen hoofdgriffier per vredegerecht in het arrondissement Eupen. De |
hoofdgriffier van de rechtbank van eerste aanleg van dat | hoofdgriffier van de rechtbank van eerste aanleg van dat |
arrondissement oefent immers de bevoegdheden uit van hoofdgriffier | arrondissement oefent immers de bevoegdheden uit van hoofdgriffier |
bij, onder meer, de vredegerechten van dat arrondissement. Bijgevolg | bij, onder meer, de vredegerechten van dat arrondissement. Bijgevolg |
bestaat het aangeklaagde verschil in behandeling niet, in zoverre de | bestaat het aangeklaagde verschil in behandeling niet, in zoverre de |
vergelijking met dat arrondissement wordt gemaakt. | vergelijking met dat arrondissement wordt gemaakt. |
B.15.1. Volgens de parlementaire voorbereiding van de bestreden wet | B.15.1. Volgens de parlementaire voorbereiding van de bestreden wet |
moet de verantwoording voor de afwijkende hoofdstructuur van de | moet de verantwoording voor de afwijkende hoofdstructuur van de |
vredegerechten van het gerechtelijk arrondissement Brussel worden | vredegerechten van het gerechtelijk arrondissement Brussel worden |
gevonden in de hervorming van het gerechtelijk arrondissement | gevonden in de hervorming van het gerechtelijk arrondissement |
Brussel-Halle-Vilvoorde en dus in de wet van 19 juli 2012 (Parl. St., | Brussel-Halle-Vilvoorde en dus in de wet van 19 juli 2012 (Parl. St., |
Kamer, 2012-2013, DOC 53-2858/001, p. 24, en DOC 53-2858/007, p. 58). | Kamer, 2012-2013, DOC 53-2858/001, p. 24, en DOC 53-2858/007, p. 58). |
Die wet heeft de rechtbank van eerste aanleg, de rechtbank van | Die wet heeft de rechtbank van eerste aanleg, de rechtbank van |
koophandel, de arbeidsrechtbank en de arrondissementsrechtbank van het | koophandel, de arbeidsrechtbank en de arrondissementsrechtbank van het |
gerechtelijk arrondissement Brussel ontdubbeld op basis van de taal, | gerechtelijk arrondissement Brussel ontdubbeld op basis van de taal, |
zodat er voor elk van die rechtscolleges een Nederlandstalige en een | zodat er voor elk van die rechtscolleges een Nederlandstalige en een |
Franstalige rechtbank is die bevoegd zijn voor het ganse grondgebied | Franstalige rechtbank is die bevoegd zijn voor het ganse grondgebied |
van het gerechtelijk arrondissement Brussel. Wat de politierechtbank | van het gerechtelijk arrondissement Brussel. Wat de politierechtbank |
betreft, is enkel de politierechtbank in het administratief | betreft, is enkel de politierechtbank in het administratief |
arrondissement Brussel-Hoofdstad ontdubbeld. De vredegerechten van het | arrondissement Brussel-Hoofdstad ontdubbeld. De vredegerechten van het |
gerechtelijk arrondissement Brussel alsook de politierechtbanken in | gerechtelijk arrondissement Brussel alsook de politierechtbanken in |
het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde zijn niet | het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde zijn niet |
ontdubbeld. | ontdubbeld. |
B.15.2. De memorie van toelichting bij het wetsontwerp dat de wet van | B.15.2. De memorie van toelichting bij het wetsontwerp dat de wet van |
1 december 2013 is geworden, vermeldt over de specifieke situatie van | 1 december 2013 is geworden, vermeldt over de specifieke situatie van |
het gerechtelijk arrondissement Brussel : | het gerechtelijk arrondissement Brussel : |
« In tegenstelling tot de rechtbanken zijn de vrederechters in Brussel | « In tegenstelling tot de rechtbanken zijn de vrederechters in Brussel |
niet ontdubbeld in Nederlandstalige en Franstalige vrederechters. | niet ontdubbeld in Nederlandstalige en Franstalige vrederechters. |
Indien men zou kiezen voor een Nederlandstalige en een Franstalige | Indien men zou kiezen voor een Nederlandstalige en een Franstalige |
voorzitter van de vrederechters en politierechters zou die leiden tot | voorzitter van de vrederechters en politierechters zou die leiden tot |
twee korpschefs die beide gelijk bevoegd zijn voor het besturen van de | twee korpschefs die beide gelijk bevoegd zijn voor het besturen van de |
tweetalige vredegerechten en daarnaast voor de eentalige | tweetalige vredegerechten en daarnaast voor de eentalige |
politierechtbanken. | politierechtbanken. |
Daarom wordt in Brussel gekozen om de regeling van de wet van de | Daarom wordt in Brussel gekozen om de regeling van de wet van de |
hervorming van het gerechtelijk arrondissement Brussel te behouden » | hervorming van het gerechtelijk arrondissement Brussel te behouden » |
(Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2858/001, p. 24). | (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2858/001, p. 24). |
B.15.3. Wegens het gebrek aan een gehele ontdubbeling, krijgen de | B.15.3. Wegens het gebrek aan een gehele ontdubbeling, krijgen de |
vrederechters in het gerechtelijk arrondissement Brussel niet hun | vrederechters in het gerechtelijk arrondissement Brussel niet hun |
eigen korpschef maar behouden de voorzitters van de twee rechtbanken | eigen korpschef maar behouden de voorzitters van de twee rechtbanken |
van eerste aanleg hun huidige bevoegdheid over de vrederechters en de | van eerste aanleg hun huidige bevoegdheid over de vrederechters en de |
rechters in de politierechtbank (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC | rechters in de politierechtbank (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC |
53-2858/007, p. 7). | 53-2858/007, p. 7). |
Daarmee samenhangend heeft de wetgever ervoor gekozen om in het | Daarmee samenhangend heeft de wetgever ervoor gekozen om in het |
gerechtelijk arrondissement Brussel de hoofdgriffiers in de | gerechtelijk arrondissement Brussel de hoofdgriffiers in de |
politierechtbanken en vredegerechten te behouden, omdat er geen | politierechtbanken en vredegerechten te behouden, omdat er geen |
overkoepelend beheer met een voorzitter van de vrederechters en | overkoepelend beheer met een voorzitter van de vrederechters en |
rechters in de politierechtbanken is (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC | rechters in de politierechtbanken is (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC |
53-2858/001, p. 36). | 53-2858/001, p. 36). |
B.15.4. Het doel bestaande in het communautaire evenwicht dat in het | B.15.4. Het doel bestaande in het communautaire evenwicht dat in het |
kader van de wet van 19 juli 2012 betreffende de hervorming van het | kader van de wet van 19 juli 2012 betreffende de hervorming van het |
gerechtelijk arrondissement Brussel is nagestreefd, kan verantwoorden | gerechtelijk arrondissement Brussel is nagestreefd, kan verantwoorden |
dat inzake de organisatie van de griffies een onderscheid wordt | dat inzake de organisatie van de griffies een onderscheid wordt |
gemaakt tussen het gerechtelijk arrondissement Brussel en de overige | gemaakt tussen het gerechtelijk arrondissement Brussel en de overige |
gerechtelijke arrondissementen. Het Hof dient evenwel nog te | gerechtelijke arrondissementen. Het Hof dient evenwel nog te |
onderzoeken of de bestreden maatregelen geen onevenredige gevolgen | onderzoeken of de bestreden maatregelen geen onevenredige gevolgen |
hebben. | hebben. |
B.16.1. De wijziging van een wet impliceert noodzakelijkerwijze dat de | B.16.1. De wijziging van een wet impliceert noodzakelijkerwijze dat de |
situatie van diegenen die waren onderworpen aan de vroegere wet, | situatie van diegenen die waren onderworpen aan de vroegere wet, |
verschillend is van de situatie van diegenen die zijn onderworpen aan | verschillend is van de situatie van diegenen die zijn onderworpen aan |
de nieuwe wet. Een dergelijk verschil in behandeling is op zich niet | de nieuwe wet. Een dergelijk verschil in behandeling is op zich niet |
strijdig met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. | strijdig met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. |
B.16.2. Indien de wetgever een beleidswijziging noodzakelijk acht, | B.16.2. Indien de wetgever een beleidswijziging noodzakelijk acht, |
vermag hij te oordelen dat die onmiddellijk ingaat en is hij in | vermag hij te oordelen dat die onmiddellijk ingaat en is hij in |
beginsel niet ertoe gehouden in een overgangsregeling te voorzien. De | beginsel niet ertoe gehouden in een overgangsregeling te voorzien. De |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet zijn slechts geschonden indien de | artikelen 10 en 11 van de Grondwet zijn slechts geschonden indien de |
ontstentenis van een overgangsmaatregel tot een verschil in | ontstentenis van een overgangsmaatregel tot een verschil in |
behandeling leidt waarvoor geen redelijke verantwoording bestaat of | behandeling leidt waarvoor geen redelijke verantwoording bestaat of |
indien aan het vertrouwensbeginsel op buitensporige wijze afbreuk | indien aan het vertrouwensbeginsel op buitensporige wijze afbreuk |
wordt gedaan. | wordt gedaan. |
B.16.3. Hoewel de vredegerechten georganiseerd blijven per kanton, | B.16.3. Hoewel de vredegerechten georganiseerd blijven per kanton, |
beoogt de bestreden wet het beheer ervan te centraliseren op het | beoogt de bestreden wet het beheer ervan te centraliseren op het |
niveau van de nieuwe gerechtelijke arrondissementen. In de lijn van de | niveau van de nieuwe gerechtelijke arrondissementen. In de lijn van de |
hervorming die werd doorgevoerd door de wet van 25 april 2007 vervult | hervorming die werd doorgevoerd door de wet van 25 april 2007 vervult |
de hoofdgriffier in dat kader een managementfunctie, gericht op het | de hoofdgriffier in dat kader een managementfunctie, gericht op het |
geven van ondersteuning aan de korpschef voor het personeelsbeleid, | geven van ondersteuning aan de korpschef voor het personeelsbeleid, |
het financieel beleid en de informatica (Parl. St., Kamer, 2012-2013, | het financieel beleid en de informatica (Parl. St., Kamer, 2012-2013, |
DOC 53-2858/001, p. 15). Onverminderd de taken en de bijstand bedoeld | DOC 53-2858/001, p. 15). Onverminderd de taken en de bijstand bedoeld |
in artikel 168 van het Gerechtelijk Wetboek is hij belast met de | in artikel 168 van het Gerechtelijk Wetboek is hij belast met de |
leiding van de griffie en staat daarbij onder toezicht van een | leiding van de griffie en staat daarbij onder toezicht van een |
korpschef met wie hij regelmatig overleg dient te plegen. Hij verdeelt | korpschef met wie hij regelmatig overleg dient te plegen. Hij verdeelt |
de taken onder de leden en het personeel van de griffie en wijst de | de taken onder de leden en het personeel van de griffie en wijst de |
griffiers aan die de magistraten bijstaan (artikel 164 van het | griffiers aan die de magistraten bijstaan (artikel 164 van het |
Gerechtelijk Wetboek). Doordat het beheer voortaan op | Gerechtelijk Wetboek). Doordat het beheer voortaan op |
arrondissementeel niveau wordt gevoerd, voorziet de bestreden wet nog | arrondissementeel niveau wordt gevoerd, voorziet de bestreden wet nog |
in slechts één hoofdgriffier in elk arrondissement voor de | in slechts één hoofdgriffier in elk arrondissement voor de |
politierechtbank en vredegerechten. | politierechtbank en vredegerechten. |
B.16.4. Artikel 158, tweede lid, van de wet van 1 december 2013 | B.16.4. Artikel 158, tweede lid, van de wet van 1 december 2013 |
bepaalt dat de hoofdgriffiers die in functie waren op de datum van | bepaalt dat de hoofdgriffiers die in functie waren op de datum van |
haar inwerkingtreding, hun loon behouden en de eretitel van hun | haar inwerkingtreding, hun loon behouden en de eretitel van hun |
vroegere functie blijven voeren. Bovendien wijst de nieuwe | vroegere functie blijven voeren. Bovendien wijst de nieuwe |
hoofdgriffier hen aan als afdelingsgriffier om hem bij te staan bij de | hoofdgriffier hen aan als afdelingsgriffier om hem bij te staan bij de |
leiding van de afdelingen of vredegerechten (Parl. St., Kamer, | leiding van de afdelingen of vredegerechten (Parl. St., Kamer, |
2012-2013, DOC 53-2858/001, pp. 59 en 156). Aldus blijven de | 2012-2013, DOC 53-2858/001, pp. 59 en 156). Aldus blijven de |
hoofdgriffiers die in functie waren op het ogenblik van de | hoofdgriffiers die in functie waren op het ogenblik van de |
inwerkingtreding van de wet van 1 december 2013 werkzaam als | inwerkingtreding van de wet van 1 december 2013 werkzaam als |
afdelingsgriffier en behouden zij hun verworven rechten. Hoewel de | afdelingsgriffier en behouden zij hun verworven rechten. Hoewel de |
beheerstaken voortaan in hoofdzaak worden waargenomen door de | beheerstaken voortaan in hoofdzaak worden waargenomen door de |
hoofdgriffier op arrondissementeel niveau, blijven de griffiers bij de | hoofdgriffier op arrondissementeel niveau, blijven de griffiers bij de |
vredegerechten alle taken uitoefenen die hun door artikel 168 van het | vredegerechten alle taken uitoefenen die hun door artikel 168 van het |
Gerechtelijk Wetboek worden toevertrouwd. Ten slotte kunnen alle | Gerechtelijk Wetboek worden toevertrouwd. Ten slotte kunnen alle |
personen die de functie van hoofdgriffier uitoefenden bij de | personen die de functie van hoofdgriffier uitoefenden bij de |
inwerkingtreding van de bestreden wet, zich kandidaat stellen voor de | inwerkingtreding van de bestreden wet, zich kandidaat stellen voor de |
nieuwe functie van hoofdgriffier via de vergelijkende selectie bedoeld | nieuwe functie van hoofdgriffier via de vergelijkende selectie bedoeld |
in artikel 262, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek, indien zij aan de | in artikel 262, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek, indien zij aan de |
vereisten daartoe voldoen. | vereisten daartoe voldoen. |
B.16.5. Rekening houdend met het voorgaande zijn de gevolgen van de | B.16.5. Rekening houdend met het voorgaande zijn de gevolgen van de |
bestreden maatregelen niet onevenredig met de door de wetgever | bestreden maatregelen niet onevenredig met de door de wetgever |
nagestreefde doelstellingen. | nagestreefde doelstellingen. |
B.17. Het enige middel in de zaak nr. 5921 is niet gegrond. | B.17. Het enige middel in de zaak nr. 5921 is niet gegrond. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
verwerpt de beroepen. | verwerpt de beroepen. |
Aldus gewezen in het Nederlands, het Frans en het Duits, | Aldus gewezen in het Nederlands, het Frans en het Duits, |
overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op | overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op |
het Grondwettelijk Hof, op 28 mei 2015. | het Grondwettelijk Hof, op 28 mei 2015. |
De griffier, | De griffier, |
P.-Y. Dutilleux | P.-Y. Dutilleux |
De voorzitter, | De voorzitter, |
A. Alen | A. Alen |