Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 79/2015 van 28 mei 2015 Rolnummers : 5918 en 5921 In zake : de beroepen tot vernietiging : - van de artikelen 2, 43 en 44, 1° en 2°, van de wet van 1 december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissemen - van de artikelen 44, 45, 115 en 158 van dezelfde wet en van artikel 8 van de wet van 21 maart 201(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 79/2015 van 28 mei 2015 Rolnummers : 5918 en 5921 In zake : de beroepen tot vernietiging : - van de artikelen 2, 43 en 44, 1° en 2°, van de wet van 1 december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissemen - van de artikelen 44, 45, 115 en 158 van dezelfde wet en van artikel 8 van de wet van 21 maart 201(...) Uittreksel uit arrest nr. 79/2015 van 28 mei 2015 Rolnummers : 5918 en 5921 In zake : de beroepen tot vernietiging : - van de artikelen 2, 43 en 44, 1° en 2°, van de wet van 1 december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissemen - van de artikelen 44, 45, 115 en 158 van dezelfde wet en van artikel 8 van de wet van 21 maart 201(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 79/2015 van 28 mei 2015 Uittreksel uit arrest nr. 79/2015 van 28 mei 2015
Rolnummers : 5918 en 5921 Rolnummers : 5918 en 5921
In zake : de beroepen tot vernietiging : In zake : de beroepen tot vernietiging :
- van de artikelen 2, 43 en 44, 1° en 2°, van de wet van 1 december - van de artikelen 2, 43 en 44, 1° en 2°, van de wet van 1 december
2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en tot 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en tot
wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere
mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde, ingesteld door de mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde, ingesteld door de
vzw Nationale federatie van de griffiers bij de Hoven en Rechtbanken vzw Nationale federatie van de griffiers bij de Hoven en Rechtbanken
en anderen; en anderen;
- van de artikelen 44, 45, 115 en 158 van dezelfde wet en van artikel - van de artikelen 44, 45, 115 en 158 van dezelfde wet en van artikel
8 van de wet van 21 maart 2014 houdende wijziging van de wet van 1 8 van de wet van 21 maart 2014 houdende wijziging van de wet van 1
december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en
tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere
mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde, ingesteld door de mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde, ingesteld door de
vzw « Federatie van de Hoofdgriffiers van de Vredegerechten en vzw « Federatie van de Hoofdgriffiers van de Vredegerechten en
Politierechtbanken - Provincie Antwerpen » en anderen. Politierechtbanken - Provincie Antwerpen » en anderen.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de
rechters J.-P. Snappe, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet en R. rechters J.-P. Snappe, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, T. Giet en R.
Leysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder Leysen, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder
voorzitterschap van voorzitter A. Alen, voorzitterschap van voorzitter A. Alen,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de beroepen en rechtspleging I. Onderwerp van de beroepen en rechtspleging
a. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 4 juni a. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 4 juni
2014 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 6 juni 2014 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 6 juni
2014, is beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 2, 43 en 2014, is beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 2, 43 en
44, 1° en 2°, van de wet van 1 december 2013 tot hervorming van de 44, 1° en 2°, van de wet van 1 december 2013 tot hervorming van de
gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het Gerechtelijk gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het Gerechtelijk
Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de
rechterlijke orde (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 10 rechterlijke orde (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 10
december 2013, tweede editie), door de vzw « Nationale federatie van december 2013, tweede editie), door de vzw « Nationale federatie van
de griffiers bij de Hoven en Rechtbanken », Serge Dobbelaere, Geert de griffiers bij de Hoven en Rechtbanken », Serge Dobbelaere, Geert
Van Nuffel en Franky Hulpia, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. Van Nuffel en Franky Hulpia, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr.
D. Matthys, advocaat bij de balie te Gent. D. Matthys, advocaat bij de balie te Gent.
b. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 10 juni b. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 10 juni
2014 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 11 2014 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 11
juni 2014, is beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 44, juni 2014, is beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 44,
45, 115 en 158 van de voormelde wet van 1 december 2013 en van artikel 45, 115 en 158 van de voormelde wet van 1 december 2013 en van artikel
8 van de wet van 21 maart 2014 houdende wijziging van de wet van 1 8 van de wet van 21 maart 2014 houdende wijziging van de wet van 1
december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en
tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere
mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde (bekendgemaakt in het mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde (bekendgemaakt in het
Belgisch Staatsblad van 24 maart 2014, tweede editie), door de vzw « Belgisch Staatsblad van 24 maart 2014, tweede editie), door de vzw «
Federatie van de Hoofdgriffiers van de Vredegerechten en Federatie van de Hoofdgriffiers van de Vredegerechten en
Politierechtbanken - Provincie Antwerpen », Mathilda Heylen, Willy Politierechtbanken - Provincie Antwerpen », Mathilda Heylen, Willy
Ooms, Dirk Poortmans, Johan Van Gasse, Herman Van Gils, Carlos Van Ooms, Dirk Poortmans, Johan Van Gasse, Herman Van Gils, Carlos Van
Hoeylandt, Sonja Verbeken en Lucas Winkelmans, bijgestaan en Hoeylandt, Sonja Verbeken en Lucas Winkelmans, bijgestaan en
vertegenwoordigd door Mr. J. Deridder, advocaat bij de balie te vertegenwoordigd door Mr. J. Deridder, advocaat bij de balie te
Antwerpen. Antwerpen.
Die zaken, ingeschreven onder de nummers 5918 en 5921 van de rol van Die zaken, ingeschreven onder de nummers 5918 en 5921 van de rol van
het Hof, werden samengevoegd. het Hof, werden samengevoegd.
(...) (...)
II. In rechte II. In rechte
(...) (...)
B.1.1. De verzoekende partijen in de zaak nr. 5918 vorderen de B.1.1. De verzoekende partijen in de zaak nr. 5918 vorderen de
vernietiging van de artikelen 2, 43 en 44, 1° en 2°, van de wet van 1 vernietiging van de artikelen 2, 43 en 44, 1° en 2°, van de wet van 1
december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en
tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere
mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde (hierna : de wet van mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde (hierna : de wet van
1 december 2013). De verzoekende partijen in de zaak nr. 5921 vorderen 1 december 2013). De verzoekende partijen in de zaak nr. 5921 vorderen
de vernietiging van de artikelen 44, 45, 115 en 158 van de wet van 1 de vernietiging van de artikelen 44, 45, 115 en 158 van de wet van 1
december 2013 en van artikel 8 van de wet van 21 maart 2014 houdende december 2013 en van artikel 8 van de wet van 21 maart 2014 houdende
wijziging van de wet van 1 december 2013 tot hervorming van de wijziging van de wet van 1 december 2013 tot hervorming van de
gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het Gerechtelijk gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het Gerechtelijk
Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de
rechterlijke orde (hierna : de wet van 21 maart 2014). rechterlijke orde (hierna : de wet van 21 maart 2014).
B.1.2. De bestreden artikelen van de wet van 1 december 2013 bepalen : B.1.2. De bestreden artikelen van de wet van 1 december 2013 bepalen :
«

Art. 2.In artikel 58bis van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij

«

Art. 2.In artikel 58bis van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij

de wet van 22 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 de wet van 22 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19
juli 2012, worden volgende wijzigingen aangebracht : juli 2012, worden volgende wijzigingen aangebracht :
a) in de bepaling onder 1° worden de woorden ' toegevoegd vrederechter a) in de bepaling onder 1° worden de woorden ' toegevoegd vrederechter
', ' toegevoegd rechter in de politierechtbank ', ' en toegevoegd ', ' toegevoegd rechter in de politierechtbank ', ' en toegevoegd
rechter ', ' toegevoegd substituut-procureur des Konings ', ' en rechter ', ' toegevoegd substituut-procureur des Konings ', ' en
toegevoegd substituut-arbeidsauditeur ' opgeheven; toegevoegd substituut-arbeidsauditeur ' opgeheven;
b) in de bepaling onder 2° worden de woorden ' voorzitter van de b) in de bepaling onder 2° worden de woorden ' voorzitter van de
vrederechters en rechters in de politierechtbank, ' ingevoegd tussen vrederechters en rechters in de politierechtbank, ' ingevoegd tussen
de woorden ' van koophandel, ' en de woorden ' procureur des Konings de woorden ' van koophandel, ' en de woorden ' procureur des Konings
'; ';
c) in de bepaling onder 3° worden de woorden ' afdelingsvoorzitter of c) in de bepaling onder 3° worden de woorden ' afdelingsvoorzitter of
' ingevoegd tussen de woorden ' mandaten van ' en het woord ' ' ingevoegd tussen de woorden ' mandaten van ' en het woord '
ondervoorzitter ' en worden de woorden ' ondervoorzitter van de ondervoorzitter ' en worden de woorden ' ondervoorzitter van de
vrederechters en rechters in de politierechtbank, afdelingsprocureur, vrederechters en rechters in de politierechtbank, afdelingsprocureur,
afdelingsauditeur, ' ingevoegd tussen de woorden ' rechtbank van afdelingsauditeur, ' ingevoegd tussen de woorden ' rechtbank van
koophandel ' en de woorden ' eerste substituut-procureur des Konings ' koophandel ' en de woorden ' eerste substituut-procureur des Konings '
». ».
«

Art. 43.Artikel 159 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van

«

Art. 43.Artikel 159 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van

25 april 2007, wordt aangevuld met drie leden, luidende : 25 april 2007, wordt aangevuld met drie leden, luidende :
' Onverminderd de artikelen 164 en 173 wordt het gerechtspersoneel van ' Onverminderd de artikelen 164 en 173 wordt het gerechtspersoneel van
niveau A en B benoemd in een arrondissement. Het gerechtspersoneel van niveau A en B benoemd in een arrondissement. Het gerechtspersoneel van
niveau C en D wordt benoemd in het arrondissement, dan wel in een of niveau C en D wordt benoemd in het arrondissement, dan wel in een of
twee afdelingen indien de rechtbank uit meerdere afdelingen bestaat. twee afdelingen indien de rechtbank uit meerdere afdelingen bestaat.
In de vredegerechten wordt het gerechtspersoneel van niveau C en D In de vredegerechten wordt het gerechtspersoneel van niveau C en D
benoemd in een kanton. Door de benoeming in het arrondissement is het benoemd in een kanton. Door de benoeming in het arrondissement is het
gerechtspersoneel van niveau A en B in de vredegerechten van gerechtspersoneel van niveau A en B in de vredegerechten van
rechtswege benoemd in alle kantons. rechtswege benoemd in alle kantons.
De hoofdgriffier van de rechtbank van koophandel en de De hoofdgriffier van de rechtbank van koophandel en de
arbeidsrechtbank kan een personeelslid van niveau A en B met zijn arbeidsrechtbank kan een personeelslid van niveau A en B met zijn
instemming aanwijzen in een ander arrondissement. instemming aanwijzen in een ander arrondissement.
De hoofdgriffier kan een personeelslid van niveau C of D met zijn De hoofdgriffier kan een personeelslid van niveau C of D met zijn
instemming aanwijzen in een andere afdeling. De hoofdgriffier van de instemming aanwijzen in een andere afdeling. De hoofdgriffier van de
vredegerechten en de politierechtbank van het arrondissement kan een vredegerechten en de politierechtbank van het arrondissement kan een
personeelslid van niveau C of D, met zijn instemming, aanwijzen in een personeelslid van niveau C of D, met zijn instemming, aanwijzen in een
ander kanton van het arrondissement of in een afdeling van de ander kanton van het arrondissement of in een afdeling van de
politierechtbank. ' ». politierechtbank. ' ».
«

Art. 44.In artikel 164 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet

«

Art. 44.In artikel 164 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet

van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
' Er is een hoofdgriffier in elk hof of elke rechtbank en, met ' Er is een hoofdgriffier in elk hof of elke rechtbank en, met
uitzondering in Brussel en Eupen in elk arrondissement voor de uitzondering in Brussel en Eupen in elk arrondissement voor de
politierechtbank en vredegerechten. '; politierechtbank en vredegerechten. ';
2° in het tweede lid worden de woorden ' de oudst benoemde 2° in het tweede lid worden de woorden ' de oudst benoemde
politierechter of de vrederechter ' opgeheven; politierechter of de vrederechter ' opgeheven;
3° het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidende : 3° het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidende :
' In het arrondissement Brussel is er een hoofdgriffier, in elk ' In het arrondissement Brussel is er een hoofdgriffier, in elk
vredegerecht en in elke politierechtbank. vredegerecht en in elke politierechtbank.
In het arrondissement Eupen oefent de hoofdgriffier van de rechtbank In het arrondissement Eupen oefent de hoofdgriffier van de rechtbank
van eerste aanleg de bevoegdheden uit van hoofdgriffier bij de van eerste aanleg de bevoegdheden uit van hoofdgriffier bij de
arbeidsrechtbank, de rechtbank van koophandel, de politierechtbank en arbeidsrechtbank, de rechtbank van koophandel, de politierechtbank en
de vredegerechten. ' ». de vredegerechten. ' ».
«

Art. 45.Artikel 167 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van

«

Art. 45.Artikel 167 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van

25 april 2007, wordt aangevuld met de volgende zin : 25 april 2007, wordt aangevuld met de volgende zin :
' De hoofdgriffier kan een of meer griffiers-hoofden van dienst ' De hoofdgriffier kan een of meer griffiers-hoofden van dienst
aanwijzen als afdelingsgriffier om hem bij te staan bij de leiding van aanwijzen als afdelingsgriffier om hem bij te staan bij de leiding van
een afdeling, onverminderd de taken en bijstand bedoeld in artikel een afdeling, onverminderd de taken en bijstand bedoeld in artikel
168. ' ». 168. ' ».
«

Art. 115.In dezelfde wet wordt een artikel 2 ingevoegd, luidende :

«

Art. 115.In dezelfde wet wordt een artikel 2 ingevoegd, luidende :

'

Art. 2.De kaders van de mandaten van voorzitters en

'

Art. 2.De kaders van de mandaten van voorzitters en

ondervoorzitters van de vrederechters en rechters in de ondervoorzitters van de vrederechters en rechters in de
politierechtbank, alsmede het kader van de hoofdgriffiers van de politierechtbank, alsmede het kader van de hoofdgriffiers van de
vredegerechten en de politierechtbanken, wordt als volgt bepaald : vredegerechten en de politierechtbanken, wordt als volgt bepaald :
Voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank Voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank
Ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de Ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de
politierechtbank politierechtbank
Hoofdgriffier van de vredegerechten en de politierechtbanken Hoofdgriffier van de vredegerechten en de politierechtbanken
Griffiers hoofden van dienst Griffiers hoofden van dienst
Arrondissement Arrondissement
1 1
1 1
1 1
3 3
Antwerpen Antwerpen
1 1
1 1
1 1
2 2
Limburg Limburg
1 1
1 1
1 1
1 1
Leuven Leuven
1 1
1 1
1 1
1 1
Waals Brabant Waals Brabant
1 1
1 1
1 1
3 3
Oost-Vlaanderen Oost-Vlaanderen
1 1
1 1
1 1
2 2
West-Vlaanderen West-Vlaanderen
1 1
1 1
1 1
2 2
Luik Luik
1 1
1 1
1 1
1 1
Luxemburg Luxemburg
1 1
1 1
1 1
1 1
Namen Namen
1 1
1 1
1 1
3 3
Henegouwen Henegouwen
' ». ' ».
«

Art. 158.Wanneer ingevolge de bepalingen van deze wet, door

«

Art. 158.Wanneer ingevolge de bepalingen van deze wet, door

samenvoeging van de arrondissementen, meerdere hoofdgriffiers aanwezig samenvoeging van de arrondissementen, meerdere hoofdgriffiers aanwezig
zijn in een uitgebreide rechtbank of in vredegerechten, wordt een zijn in een uitgebreide rechtbank of in vredegerechten, wordt een
nieuwe hoofdgriffier benoemd in die rechtbank of in het arrondissement nieuwe hoofdgriffier benoemd in die rechtbank of in het arrondissement
wat betreft de vredegerechten en de politierechtbank via de wat betreft de vredegerechten en de politierechtbank via de
vergelijkende selectie bedoeld in artikel 262, § 2, van het vergelijkende selectie bedoeld in artikel 262, § 2, van het
Gerechtelijk Wetboek. De hoofdgriffiers die in functie zijn op het Gerechtelijk Wetboek. De hoofdgriffiers die in functie zijn op het
ogenblik van de inwerkingtreding van deze bepaling, kunnen deelnemen ogenblik van de inwerkingtreding van deze bepaling, kunnen deelnemen
aan deze selectie. aan deze selectie.
De overige hoofdgriffiers behouden hun loon en dragen de eretitel van De overige hoofdgriffiers behouden hun loon en dragen de eretitel van
hun vroegere functie. De nieuwe hoofdgriffier wijst hen aan als hun vroegere functie. De nieuwe hoofdgriffier wijst hen aan als
afdelingsgriffier om hem bij te staan bij de leiding van de afdelingen afdelingsgriffier om hem bij te staan bij de leiding van de afdelingen
of vredegerechten ». of vredegerechten ».
B.1.3. Het bestreden artikel 8 van de wet van 21 maart 2014 bepaalt : B.1.3. Het bestreden artikel 8 van de wet van 21 maart 2014 bepaalt :
« In artikel 158 van dezelfde wet, wordt het eerste lid vervangen door « In artikel 158 van dezelfde wet, wordt het eerste lid vervangen door
wat volgt : wat volgt :
' Een nieuwe hoofdgriffier wordt benoemd in elke nieuwe rechtbank, bij ' Een nieuwe hoofdgriffier wordt benoemd in elke nieuwe rechtbank, bij
de rechtbank van eerste aanleg te Eupen, alsook in het arrondissement de rechtbank van eerste aanleg te Eupen, alsook in het arrondissement
wat betreft de vredegerechten en de politierechtbank. In afwijking van wat betreft de vredegerechten en de politierechtbank. In afwijking van
artikel 274 van het Gerechtelijk Wetboek wordt in de vacante artikel 274 van het Gerechtelijk Wetboek wordt in de vacante
betrekking voorzien door een beroep te doen op het gerechtspersoneel betrekking voorzien door een beroep te doen op het gerechtspersoneel
dat voldoet aan de reglementaire voorwaarden voor de vakklasse A3 in dat voldoet aan de reglementaire voorwaarden voor de vakklasse A3 in
het niveau A en dat er aanspraak op kan maken door bevordering, of op het niveau A en dat er aanspraak op kan maken door bevordering, of op
het gerechtspersoneel dat reeds benoemd is in de vakklasse A3 met de het gerechtspersoneel dat reeds benoemd is in de vakklasse A3 met de
titel van hoofdgriffier. ' ». titel van hoofdgriffier. ' ».
B.2. De wet van 1 december 2013 heeft tot doel de rechterlijke B.2. De wet van 1 december 2013 heeft tot doel de rechterlijke
organisatie te hertekenen om een beter bestuur en een grotere organisatie te hertekenen om een beter bestuur en een grotere
efficiëntie te bekomen, de achterstand weg te werken, sneller recht te efficiëntie te bekomen, de achterstand weg te werken, sneller recht te
spreken en kwaliteitsvolle rechtspraak en betere dienstverlening te spreken en kwaliteitsvolle rechtspraak en betere dienstverlening te
verzekeren (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2858/001, pp. 6-7). Om verzekeren (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2858/001, pp. 6-7). Om
die doelstellingen te bereiken, voert de wet in de eerste plaats een die doelstellingen te bereiken, voert de wet in de eerste plaats een
schaalvergroting door en worden twaalf arrondissementen gecreëerd door schaalvergroting door en worden twaalf arrondissementen gecreëerd door
middel van een fusie van de voorheen bestaande 27 arrondissementen. De middel van een fusie van de voorheen bestaande 27 arrondissementen. De
nieuwe arrondissementen vallen samen met de provincies, met nieuwe arrondissementen vallen samen met de provincies, met
uitzondering van een afzonderlijk arrondissement voor Brussel en voor uitzondering van een afzonderlijk arrondissement voor Brussel en voor
Eupen. Die schaalvergroting moet volgens de wetgever de kans bieden om Eupen. Die schaalvergroting moet volgens de wetgever de kans bieden om
middelen en beleidsbevoegdheden over te hevelen vanuit het centrale middelen en beleidsbevoegdheden over te hevelen vanuit het centrale
niveau en moet mee een einde maken aan de versnippering van mensen en niveau en moet mee een einde maken aan de versnippering van mensen en
middelen (ibid., p. 7). In de tweede plaats worden de bestaande middelen (ibid., p. 7). In de tweede plaats worden de bestaande
mogelijkheden van horizontale mobiliteit van magistraten en mogelijkheden van horizontale mobiliteit van magistraten en
gerechtspersoneel verder uitgebouwd. De schaalvergroting en de uitbouw gerechtspersoneel verder uitgebouwd. De schaalvergroting en de uitbouw
van horizontale mobiliteit zouden moeten toelaten dat magistraten en van horizontale mobiliteit zouden moeten toelaten dat magistraten en
gerechtspersoneel beter kunnen worden ingezet naar gelang van de gerechtspersoneel beter kunnen worden ingezet naar gelang van de
werklast en van hun specialisatie (ibid., pp. 7-8). werklast en van hun specialisatie (ibid., pp. 7-8).
De vredegerechten blijven georganiseerd per kanton. Het beheer ervan De vredegerechten blijven georganiseerd per kanton. Het beheer ervan
gebeurt evenwel, behalve voor Brussel en voor Eupen, op het niveau van gebeurt evenwel, behalve voor Brussel en voor Eupen, op het niveau van
het arrondissement. Aangezien de hoofdgriffier voortaan een grotere het arrondissement. Aangezien de hoofdgriffier voortaan een grotere
rol in dat beheer heeft door ondersteuning te geven aan de korpschefs rol in dat beheer heeft door ondersteuning te geven aan de korpschefs
voor het personeelsbeleid, het financieel beleid en de informatica, voor het personeelsbeleid, het financieel beleid en de informatica,
heeft de wetgever het niet langer aangewezen geacht om, behalve voor heeft de wetgever het niet langer aangewezen geacht om, behalve voor
Brussel en voor Eupen, een hoofdgriffier per vredegerecht te behouden Brussel en voor Eupen, een hoofdgriffier per vredegerecht te behouden
(Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2855/001, p. 15). (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2855/001, p. 15).
B.3. Volgens de verzoekende partijen in de zaak nr. 5918 zou in de B.3. Volgens de verzoekende partijen in de zaak nr. 5918 zou in de
artikelen 2 en 44, 2°, van de wet van 1 december 2013 een niet artikelen 2 en 44, 2°, van de wet van 1 december 2013 een niet
redelijk verantwoord verschil in behandeling worden bevestigd tussen, redelijk verantwoord verschil in behandeling worden bevestigd tussen,
enerzijds, magistraten van de zetel en van het openbaar ministerie en, enerzijds, magistraten van de zetel en van het openbaar ministerie en,
anderzijds, griffiers en hoofdgriffiers, terwijl zij allen orgaan van anderzijds, griffiers en hoofdgriffiers, terwijl zij allen orgaan van
de rechterlijke macht en lid van de rechterlijke orde zouden zijn. Zo de rechterlijke macht en lid van de rechterlijke orde zouden zijn. Zo
zou de hoofdgriffier nog steeds onder het gezag van een ander orgaan zou de hoofdgriffier nog steeds onder het gezag van een ander orgaan
van de rechterlijke macht staan, namelijk onder het gezag van een « van de rechterlijke macht staan, namelijk onder het gezag van een «
magistraat-korpschef », terwijl dit voor magistraten niet het geval magistraat-korpschef », terwijl dit voor magistraten niet het geval
is. In de bestreden bepalingen zou tevens een niet redelijk is. In de bestreden bepalingen zou tevens een niet redelijk
verantwoorde gelijke behandeling worden bevestigd van, enerzijds, de verantwoorde gelijke behandeling worden bevestigd van, enerzijds, de
leden van het gerechtspersoneel en, anderzijds, de griffiers en de leden van het gerechtspersoneel en, anderzijds, de griffiers en de
hoofdgriffiers, terwijl uitsluitend die laatsten orgaan van de hoofdgriffiers, terwijl uitsluitend die laatsten orgaan van de
rechterlijke macht en lid van de rechterlijke orde zouden zijn. rechterlijke macht en lid van de rechterlijke orde zouden zijn.
B.4. Het bestreden artikel 2 van de wet van 1 december 2013 wijzigt B.4. Het bestreden artikel 2 van de wet van 1 december 2013 wijzigt
artikel 58bis, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek, dat de mandaten artikel 58bis, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek, dat de mandaten
opsomt waarvan de titularissen als korpschef in de magistratuur opsomt waarvan de titularissen als korpschef in de magistratuur
optreden. Ingevolge de hertekening van de territoriale structuur van optreden. Ingevolge de hertekening van de territoriale structuur van
de rechtbanken voegt de bestreden bepaling hier de titularis van het de rechtbanken voegt de bestreden bepaling hier de titularis van het
mandaat van « voorzitter van de vrederechters en rechters in de mandaat van « voorzitter van de vrederechters en rechters in de
politierechtbank » aan toe. politierechtbank » aan toe.
Daarmee samenhangend heft het bestreden artikel 44, 2°, van de wet van Daarmee samenhangend heft het bestreden artikel 44, 2°, van de wet van
1 december 2013 de woorden « de oudst benoemde politierechter of de 1 december 2013 de woorden « de oudst benoemde politierechter of de
vrederechter » op in artikel 164, tweede lid, van het Gerechtelijk vrederechter » op in artikel 164, tweede lid, van het Gerechtelijk
Wetboek, aangezien de bestreden wet de nieuwe functie « voorzitter van Wetboek, aangezien de bestreden wet de nieuwe functie « voorzitter van
de vrederechters en rechters in de politierechtbank » invoert en deze de vrederechters en rechters in de politierechtbank » invoert en deze
als een functie van korpschef beschouwt. als een functie van korpschef beschouwt.
B.5.1. De Ministerraad is van oordeel dat het beroep in de zaak nr. B.5.1. De Ministerraad is van oordeel dat het beroep in de zaak nr.
5918 onontvankelijk is wegens laattijdigheid en gebrek aan belang, in 5918 onontvankelijk is wegens laattijdigheid en gebrek aan belang, in
zoverre het gericht is tegen het bestreden artikel 2 van de wet van 1 zoverre het gericht is tegen het bestreden artikel 2 van de wet van 1
december 2013, aangezien de functie van korpschef reeds werd ingevoerd december 2013, aangezien de functie van korpschef reeds werd ingevoerd
door vroegere wetgeving, en de bestreden bepalingen geen betrekking door vroegere wetgeving, en de bestreden bepalingen geen betrekking
hebben op de rechtssituatie van de griffiers. hebben op de rechtssituatie van de griffiers.
B.5.2. Een beroep dat gericht is tegen een verschil in behandeling dat B.5.2. Een beroep dat gericht is tegen een verschil in behandeling dat
niet uit de bestreden wet voortvloeit, maar reeds is vervat in een niet uit de bestreden wet voortvloeit, maar reeds is vervat in een
vroegere wet, is niet ontvankelijk. vroegere wet, is niet ontvankelijk.
Wanneer de wetgever in een nieuwe wetgeving echter een oude bepaling Wanneer de wetgever in een nieuwe wetgeving echter een oude bepaling
overneemt en zich op die wijze de inhoud ervan toe-eigent, kan tegen overneemt en zich op die wijze de inhoud ervan toe-eigent, kan tegen
de overgenomen bepaling een beroep worden ingesteld binnen zes maanden de overgenomen bepaling een beroep worden ingesteld binnen zes maanden
na de bekendmaking ervan. na de bekendmaking ervan.
Bijgevolg moet worden nagegaan of het middel tegen nieuwe bepalingen Bijgevolg moet worden nagegaan of het middel tegen nieuwe bepalingen
gericht is dan wel of het niet-gewijzigde bepalingen betreft en of de gericht is dan wel of het niet-gewijzigde bepalingen betreft en of de
bestreden bepalingen de verzoekende partijen ongunstig raken. bestreden bepalingen de verzoekende partijen ongunstig raken.
B.5.3. Het mandaat van korpschef, zoals bedoeld in artikel 58bis, 2°, B.5.3. Het mandaat van korpschef, zoals bedoeld in artikel 58bis, 2°,
van het Gerechtelijk Wetboek, werd ingevoerd bij artikel 2 van de wet van het Gerechtelijk Wetboek, werd ingevoerd bij artikel 2 van de wet
van 22 december 1998 tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van 22 december 1998 tot wijziging van sommige bepalingen van deel II
van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de
Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering
van een evaluatiesysteem. Die bepaling werd sindsdien meermaals van een evaluatiesysteem. Die bepaling werd sindsdien meermaals
gewijzigd. gewijzigd.
Het bestreden artikel 2 van de wet van 1 december 2013 beperkt zich Het bestreden artikel 2 van de wet van 1 december 2013 beperkt zich
ertoe om, ingevolge de gewijzigde territoriale bevoegdheid van de ertoe om, ingevolge de gewijzigde territoriale bevoegdheid van de
rechtbanken, aan de titularissen van het mandaat van korpschef de rechtbanken, aan de titularissen van het mandaat van korpschef de
voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank toe voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank toe
te voegen. Aldus is die bepaling vreemd aan de rechtspositie van de te voegen. Aldus is die bepaling vreemd aan de rechtspositie van de
griffiers, zoals geregeld in de artikelen 163 en volgende van het griffiers, zoals geregeld in de artikelen 163 en volgende van het
Gerechtelijk Wetboek. Gerechtelijk Wetboek.
B.5.4. Het aangeklaagde verschil in behandeling vloeit evenmin voort B.5.4. Het aangeklaagde verschil in behandeling vloeit evenmin voort
uit het bestreden artikel 44, 2°, van de wet van 1 december 2013 dat, uit het bestreden artikel 44, 2°, van de wet van 1 december 2013 dat,
in samenhang met het vermelde artikel 2, een aanpassing beoogt van de in samenhang met het vermelde artikel 2, een aanpassing beoogt van de
regeling inzake de korpschefs van de rechterlijke macht, doch voor het regeling inzake de korpschefs van de rechterlijke macht, doch voor het
overige de regeling met betrekking tot de griffiers, zoals vervat in overige de regeling met betrekking tot de griffiers, zoals vervat in
artikel 164 van het Gerechtelijk Wetboek, ongewijzigd laat. artikel 164 van het Gerechtelijk Wetboek, ongewijzigd laat.
B.5.5. De kritiek van de verzoekende partijen in de zaak nr. 5918 B.5.5. De kritiek van de verzoekende partijen in de zaak nr. 5918
tegen het feit dat de wetgever een duaal model zou hebben ingevoerd tegen het feit dat de wetgever een duaal model zou hebben ingevoerd
binnen de rechterlijke organisatie, waardoor de griffier wordt binnen de rechterlijke organisatie, waardoor de griffier wordt
behandeld als lid van het gerechtspersoneel en niet als een volwaardig behandeld als lid van het gerechtspersoneel en niet als een volwaardig
derde orgaan van de rechterlijke organisatie, naast de rechters en het derde orgaan van de rechterlijke organisatie, naast de rechters en het
openbaar ministerie, is gericht tegen de wet van 25 april 2007 tot openbaar ministerie, is gericht tegen de wet van 25 april 2007 tot
wijziging van het Gerechtelijk Wetboek inzonderheid met betrekking tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek inzonderheid met betrekking tot
bepalingen inzake het gerechtspersoneel van het niveau A, de griffiers bepalingen inzake het gerechtspersoneel van het niveau A, de griffiers
en de secretarissen en inzake de rechterlijke organisatie (hierna : de en de secretarissen en inzake de rechterlijke organisatie (hierna : de
wet van 25 april 2007) en niet tegen de bestreden bepalingen. Bij zijn wet van 25 april 2007) en niet tegen de bestreden bepalingen. Bij zijn
arrest nr. 150/2008 van 30 oktober 2008 heeft het Hof het beroep tot arrest nr. 150/2008 van 30 oktober 2008 heeft het Hof het beroep tot
vernietiging van hoofdstuk II van de voormelde wet van 25 april 2007 vernietiging van hoofdstuk II van de voormelde wet van 25 april 2007
overigens verworpen. overigens verworpen.
B.6. Bijgevolg is het beroep in de zaak nr. 5918 niet ontvankelijk, in B.6. Bijgevolg is het beroep in de zaak nr. 5918 niet ontvankelijk, in
zoverre het gericht is tegen de artikelen 2 en 44, 2°, van de wet van zoverre het gericht is tegen de artikelen 2 en 44, 2°, van de wet van
1 december 2013. 1 december 2013.
B.7. Ten aanzien van de artikelen 43 en 44, 1°, van de wet van 1 B.7. Ten aanzien van de artikelen 43 en 44, 1°, van de wet van 1
december 2013 voeren de verzoekende partijen in de zaak nr. 5918 aan december 2013 voeren de verzoekende partijen in de zaak nr. 5918 aan
dat zij een niet redelijk verantwoord verschil in behandeling invoeren dat zij een niet redelijk verantwoord verschil in behandeling invoeren
tussen de griffies die verbonden zijn aan de hoven en rechtbanken op tussen de griffies die verbonden zijn aan de hoven en rechtbanken op
arrondissementeel niveau en de griffies die verbonden zijn aan de arrondissementeel niveau en de griffies die verbonden zijn aan de
vredegerechten, uitgezonderd voor Brussel en Eupen. Zo zou het niet vredegerechten, uitgezonderd voor Brussel en Eupen. Zo zou het niet
mogelijk zijn om een hoofdgriffier of een griffier te benoemen bij een mogelijk zijn om een hoofdgriffier of een griffier te benoemen bij een
vredegerecht, aangezien die dienen te worden benoemd bij een griffie vredegerecht, aangezien die dienen te worden benoemd bij een griffie
op arrondissementeel niveau en er voor wat de vredegerechten betreft op arrondissementeel niveau en er voor wat de vredegerechten betreft
op arrondissementeel niveau geen griffie bestaat, terwijl dit voor de op arrondissementeel niveau geen griffie bestaat, terwijl dit voor de
andere griffies bij de hoven en rechtbanken wel het geval is. Aldus andere griffies bij de hoven en rechtbanken wel het geval is. Aldus
zouden de bestreden bepalingen strijdig zijn met de artikelen 10 en 11 zouden de bestreden bepalingen strijdig zijn met de artikelen 10 en 11
van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 151 van de Grondwet van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 151 van de Grondwet
en met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. en met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens.
B.8.1. Volgens de Ministerraad zou artikel 6 van het Europees Verdrag B.8.1. Volgens de Ministerraad zou artikel 6 van het Europees Verdrag
voor de rechten van de mens geen waarborgen ten aanzien van de voor de rechten van de mens geen waarborgen ten aanzien van de
onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de griffier inhouden. De onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de griffier inhouden. De
griffier zou op geen enkele wijze aan de eigenlijke rechtspraak griffier zou op geen enkele wijze aan de eigenlijke rechtspraak
deelnemen. Bijgevolg zou dat artikel 6 te dezen niet van toepassing deelnemen. Bijgevolg zou dat artikel 6 te dezen niet van toepassing
zijn en zou die bepaling niet in samenhang kunnen worden gelezen met zijn en zou die bepaling niet in samenhang kunnen worden gelezen met
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Hetzelfde zou gelden voor de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Hetzelfde zou gelden voor
artikel 151, § 1, van de Grondwet. artikel 151, § 1, van de Grondwet.
B.8.2. Artikel 151, § 1, eerste lid, van de Grondwet bepaalt : B.8.2. Artikel 151, § 1, eerste lid, van de Grondwet bepaalt :
« De rechters zijn onafhankelijk in de uitoefening van hun « De rechters zijn onafhankelijk in de uitoefening van hun
rechtsprekende bevoegdheden. Het openbaar ministerie is onafhankelijk rechtsprekende bevoegdheden. Het openbaar ministerie is onafhankelijk
in de individuele opsporing en vervolging onverminderd het recht van in de individuele opsporing en vervolging onverminderd het recht van
de bevoegde minister om de vervolging te bevelen en om de bindende de bevoegde minister om de vervolging te bevelen en om de bindende
richtlijnen van het strafrechtelijk beleid, inclusief die van het richtlijnen van het strafrechtelijk beleid, inclusief die van het
opsporings- en vervolgingsbeleid, vast te leggen ». opsporings- en vervolgingsbeleid, vast te leggen ».
Die grondwetsbepaling waarborgt uitsluitend de onafhankelijkheid van Die grondwetsbepaling waarborgt uitsluitend de onafhankelijkheid van
de magistraten van de zetel en van het openbaar ministerie. Artikel de magistraten van de zetel en van het openbaar ministerie. Artikel
151, § 1, is niet van toepassing op de griffiers. 151, § 1, is niet van toepassing op de griffiers.
B.8.3. Artikel 6.1 van het Europees Verdrag van de rechten van de mens B.8.3. Artikel 6.1 van het Europees Verdrag van de rechten van de mens
bepaalt : bepaalt :
« Bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen « Bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen
of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde
strafvervolging heeft eenieder recht op een eerlijke en openbare strafvervolging heeft eenieder recht op een eerlijke en openbare
behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een
onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie welke bij de wet onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie welke bij de wet
is ingesteld. [...] ». is ingesteld. [...] ».
Uit die verdragsbepaling kan niet worden afgeleid dat de daarin Uit die verdragsbepaling kan niet worden afgeleid dat de daarin
vermelde waarborgen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid van het vermelde waarborgen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid van het
gerecht ook betrekking zouden hebben op de onafhankelijkheid en de gerecht ook betrekking zouden hebben op de onafhankelijkheid en de
onpartijdigheid van de griffier. Weliswaar is de griffier met onpartijdigheid van de griffier. Weliswaar is de griffier met
belangrijke taken in het kader van een behoorlijke rechtsbedeling belangrijke taken in het kader van een behoorlijke rechtsbedeling
belast, doch neemt hij - in tegenstelling tot de magistraten van de belast, doch neemt hij - in tegenstelling tot de magistraten van de
zetel en van het openbaar ministerie - niet deel aan de eigenlijke zetel en van het openbaar ministerie - niet deel aan de eigenlijke
rechtsprekende functie of het daadwerkelijk op gang brengen van een rechtsprekende functie of het daadwerkelijk op gang brengen van een
vervolging. vervolging.
B.8.4. Bijgevolg kan de schending, door de bestreden bepalingen, van B.8.4. Bijgevolg kan de schending, door de bestreden bepalingen, van
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met
artikel 151, § 1 ervan en met artikel 6 van het Europees Verdrag voor artikel 151, § 1 ervan en met artikel 6 van het Europees Verdrag voor
de rechten van de mens, niet dienstig worden aangevoerd. de rechten van de mens, niet dienstig worden aangevoerd.
Het Hof beperkt zijn onderzoek van het middel tot de aangevoerde Het Hof beperkt zijn onderzoek van het middel tot de aangevoerde
schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.
B.9.1. De vredegerechten blijven in de gerechtelijke hervorming B.9.1. De vredegerechten blijven in de gerechtelijke hervorming
georganiseerd per kanton. De wet van 1 december 2013 zet de eerste georganiseerd per kanton. De wet van 1 december 2013 zet de eerste
stappen naar hun eigen beheer door de inrichting van een eigen stappen naar hun eigen beheer door de inrichting van een eigen
directiecomité voor de vredegerechten en de politierechtbank op het directiecomité voor de vredegerechten en de politierechtbank op het
niveau van het arrondissement. In dat directiecomité hebben de niveau van het arrondissement. In dat directiecomité hebben de
voorzitter, een ondervoorzitter, die steeds een andere hoedanigheid voorzitter, een ondervoorzitter, die steeds een andere hoedanigheid
heeft als de voorzitter, en de hoofdgriffier zitting (Parl. St., heeft als de voorzitter, en de hoofdgriffier zitting (Parl. St.,
Kamer, 2012-2013, DOC 53-2858/001, p. 15). Kamer, 2012-2013, DOC 53-2858/001, p. 15).
B.9.2. Volgens de wetgever is het niet langer verantwoord om een B.9.2. Volgens de wetgever is het niet langer verantwoord om een
hoofdgriffier per vredegerecht te houden, aangezien in het beheer op hoofdgriffier per vredegerecht te houden, aangezien in het beheer op
arrondissementeel niveau is voorzien, en de hoofdgriffier voortaan een arrondissementeel niveau is voorzien, en de hoofdgriffier voortaan een
grotere rol daarin heeft door ondersteuning te geven aan de korpschefs grotere rol daarin heeft door ondersteuning te geven aan de korpschefs
voor het personeelsbeleid, het financieel beleid en de informatica. Zo voor het personeelsbeleid, het financieel beleid en de informatica. Zo
kunnen de griffiers in de vredegerechten zich focussen op de kunnen de griffiers in de vredegerechten zich focussen op de
jurisdictionele taken. Elke vrederechter behoudt een griffier voor die jurisdictionele taken. Elke vrederechter behoudt een griffier voor die
taken (ibid.). taken (ibid.).
De hoofdgriffier van de vredegerechten en de politierechtbanken kan De hoofdgriffier van de vredegerechten en de politierechtbanken kan
zich in de leiding over de griffie, die mogelijk gespreid is over zich in de leiding over de griffie, die mogelijk gespreid is over
meerdere afdelingen, laten bijstaan door een griffier-hoofd van dienst meerdere afdelingen, laten bijstaan door een griffier-hoofd van dienst
die hij daartoe aanwijst (ibid., p. 36). Het aantal griffiers-hoofden die hij daartoe aanwijst (ibid., p. 36). Het aantal griffiers-hoofden
van dienst per gerechtelijk arrondissement wordt bepaald in artikel van dienst per gerechtelijk arrondissement wordt bepaald in artikel
115 van de wet van 1 december 2013. 115 van de wet van 1 december 2013.
B.10.1. De verzoekende partijen in de zaak nr. 5918 menen ten onrechte B.10.1. De verzoekende partijen in de zaak nr. 5918 menen ten onrechte
dat, daar er op arrondissementeel niveau voor de vredegerechten geen dat, daar er op arrondissementeel niveau voor de vredegerechten geen
griffie bestaat, niet zou kunnen worden voorzien in ambten van griffie bestaat, niet zou kunnen worden voorzien in ambten van
hoofdgriffier van de vredegerechten en de politierechtbanken. Het ambt hoofdgriffier van de vredegerechten en de politierechtbanken. Het ambt
van hoofdgriffier van de vredegerechten en de politierechtbanken vindt van hoofdgriffier van de vredegerechten en de politierechtbanken vindt
zijn wettelijke basis immers in artikel 44, 1°, van de wet van 1 zijn wettelijke basis immers in artikel 44, 1°, van de wet van 1
december 2013, dat artikel 164 van het Gerechtelijk Wetboek wijzigt. december 2013, dat artikel 164 van het Gerechtelijk Wetboek wijzigt.
B.10.2. Daarenboven kunnen griffiers nog steeds worden benoemd bij de B.10.2. Daarenboven kunnen griffiers nog steeds worden benoemd bij de
griffies die verbonden zijn aan de vredegerechten. Artikel 117 van de griffies die verbonden zijn aan de vredegerechten. Artikel 117 van de
wet van 1 december 2013, dat artikel 1 van de wet van 20 juli 1971 tot wet van 1 december 2013, dat artikel 1 van de wet van 20 juli 1971 tot
vaststelling van de personeelsformatie van de vredegerechten vervangt, vaststelling van de personeelsformatie van de vredegerechten vervangt,
legt het aantal griffiers per arrondissement vast. Artikel 115 van de legt het aantal griffiers per arrondissement vast. Artikel 115 van de
wet van 1 december 2013, dat artikel 2 van de wet van 16 juli 1970 tot wet van 1 december 2013, dat artikel 2 van de wet van 16 juli 1970 tot
vaststelling van de personeelsformatie van de politierechtbanken vaststelling van de personeelsformatie van de politierechtbanken
vervangt, bepaalt het aantal hoofdgriffiers van de vredegerechten en vervangt, bepaalt het aantal hoofdgriffiers van de vredegerechten en
de politierechtbanken en griffiers-hoofden van dienst per gerechtelijk de politierechtbanken en griffiers-hoofden van dienst per gerechtelijk
arrondissement. arrondissement.
B.10.3. Het bestreden artikel 43 van de wet van 1 december 2013, dat B.10.3. Het bestreden artikel 43 van de wet van 1 december 2013, dat
artikel 159 van het Gerechtelijk Wetboek aanvult, verduidelijkt dat artikel 159 van het Gerechtelijk Wetboek aanvult, verduidelijkt dat
door de benoeming in het arrondissement het gerechtspersoneel van door de benoeming in het arrondissement het gerechtspersoneel van
niveau A, namelijk de hoofdgriffier of de griffier-hoofd van dienst, niveau A, namelijk de hoofdgriffier of de griffier-hoofd van dienst,
en dat van niveau B, namelijk de griffier, in de vredegerechten van en dat van niveau B, namelijk de griffier, in de vredegerechten van
rechtswege benoemd is in alle kantons. Die bepaling vormt een rechtswege benoemd is in alle kantons. Die bepaling vormt een
onderdeel van de uitbouw van de horizontale mobiliteit van het onderdeel van de uitbouw van de horizontale mobiliteit van het
personeel. Hierdoor kunnen de griffiers van de vredegerechten in alle personeel. Hierdoor kunnen de griffiers van de vredegerechten in alle
kantons van het arrondissement werkzaam zijn (Parl. St., Kamer, kantons van het arrondissement werkzaam zijn (Parl. St., Kamer,
2012-2013, DOC 53-2858/003, p. 45; Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 2012-2013, DOC 53-2858/003, p. 45; Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC
53-2858/007, pp. 99-100). 53-2858/007, pp. 99-100).
B.11. Het middel is niet gegrond, in zoverre het gericht is tegen de B.11. Het middel is niet gegrond, in zoverre het gericht is tegen de
artikelen 43 en 44, 1°, van de wet van 1 december 2013. artikelen 43 en 44, 1°, van de wet van 1 december 2013.
B.12.1. De verzoekende partijen in de zaak nr. 5921 voeren aan dat de B.12.1. De verzoekende partijen in de zaak nr. 5921 voeren aan dat de
artikelen 44, 45, 115 en 158 van de wet van 1 december 2013 en artikel artikelen 44, 45, 115 en 158 van de wet van 1 december 2013 en artikel
8 van de wet van 21 maart 2014 een niet redelijk verantwoord verschil 8 van de wet van 21 maart 2014 een niet redelijk verantwoord verschil
in behandeling invoeren tussen de hoofdgriffiers van de vredegerechten in behandeling invoeren tussen de hoofdgriffiers van de vredegerechten
die in functie waren op het ogenblik van de inwerkingtreding van de die in functie waren op het ogenblik van de inwerkingtreding van de
vermelde bepalingen, al naargelang zij zijn benoemd binnen het vermelde bepalingen, al naargelang zij zijn benoemd binnen het
gerechtelijk arrondissement Brussel of Eupen, dan wel binnen een ander gerechtelijk arrondissement Brussel of Eupen, dan wel binnen een ander
gerechtelijk arrondissement. Aldus zouden de bestreden bepalingen gerechtelijk arrondissement. Aldus zouden de bestreden bepalingen
strijdig zijn met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. strijdig zijn met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.
B.12.2. De verzoekende partijen verwijten de bestreden bepalingen dat B.12.2. De verzoekende partijen verwijten de bestreden bepalingen dat
de personen die de functie van hoofdgriffier uitoefenden vóór de de personen die de functie van hoofdgriffier uitoefenden vóór de
totstandkoming van de bestreden bepalingen in Brussel en in Eupen totstandkoming van de bestreden bepalingen in Brussel en in Eupen
kunnen blijven functioneren als autonome hoofdgriffier onder het gezag kunnen blijven functioneren als autonome hoofdgriffier onder het gezag
van een magistraat-korpschef, terwijl zij in de andere van een magistraat-korpschef, terwijl zij in de andere
arrondissementen onder het gezag en toezicht komen van de nieuwe arrondissementen onder het gezag en toezicht komen van de nieuwe
hoofdgriffier, waardoor zij in aanzienlijke mate hun autonomie en hoofdgriffier, waardoor zij in aanzienlijke mate hun autonomie en
verantwoordelijkheid zouden verliezen. Ze bekritiseren ook het feit verantwoordelijkheid zouden verliezen. Ze bekritiseren ook het feit
dat zij, anders dan in Brussel en in Eupen, in concurrentie moeten dat zij, anders dan in Brussel en in Eupen, in concurrentie moeten
treden met hun collega's indien zij zich kandidaat willen stellen voor treden met hun collega's indien zij zich kandidaat willen stellen voor
de functie van hoofdgriffier voor de politierechtbank en de functie van hoofdgriffier voor de politierechtbank en
vredegerechten. Ten slotte voeren zij aan dat het niet zeker zou zijn vredegerechten. Ten slotte voeren zij aan dat het niet zeker zou zijn
dat alle personen die de functie van hoofdgriffier uitoefenden bij de dat alle personen die de functie van hoofdgriffier uitoefenden bij de
inwerkingtreding van de bestreden bepalingen, ook kunnen worden inwerkingtreding van de bestreden bepalingen, ook kunnen worden
aangesteld als afdelingsgriffier. aangesteld als afdelingsgriffier.
B.13. Volgens artikel 164 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals B.13. Volgens artikel 164 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals
gewijzigd bij het bestreden artikel 44, is er voortaan één gewijzigd bij het bestreden artikel 44, is er voortaan één
hoofdgriffier in elk hof of elke rechtbank en, met uitzondering in hoofdgriffier in elk hof of elke rechtbank en, met uitzondering in
Brussel en in Eupen, in elk arrondissement voor de politierechtbank en Brussel en in Eupen, in elk arrondissement voor de politierechtbank en
de vredegerechten. In het arrondissement Brussel is er een de vredegerechten. In het arrondissement Brussel is er een
hoofdgriffier in elk vredegerecht en in elke politierechtbank. In het hoofdgriffier in elk vredegerecht en in elke politierechtbank. In het
arrondissement Eupen oefent de hoofdgriffier van de rechtbank van arrondissement Eupen oefent de hoofdgriffier van de rechtbank van
eerste aanleg de bevoegdheden uit van hoofdgriffier bij de eerste aanleg de bevoegdheden uit van hoofdgriffier bij de
arbeidsrechtbank, de rechtbank van koophandel, de politierechtbank en arbeidsrechtbank, de rechtbank van koophandel, de politierechtbank en
de vredegerechten. de vredegerechten.
B.14.1. Uit de totstandkoming van de bestreden bepalingen blijkt dat B.14.1. Uit de totstandkoming van de bestreden bepalingen blijkt dat
de wetgever een aangepaste regeling voor het gerechtelijk de wetgever een aangepaste regeling voor het gerechtelijk
arrondissement Eupen noodzakelijk heeft geacht vanwege de arrondissement Eupen noodzakelijk heeft geacht vanwege de
kleinschaligheid ervan. De beperkte omvang van dat arrondissement en kleinschaligheid ervan. De beperkte omvang van dat arrondissement en
de wens van de Duitstalige Gemeenschap om een eigen structuur te de wens van de Duitstalige Gemeenschap om een eigen structuur te
hebben, hebben de wetgever ertoe gebracht om Eupen één korpschef te hebben, hebben de wetgever ertoe gebracht om Eupen één korpschef te
geven voor alle rechtbanken, namelijk de voorzitter van de rechtbank geven voor alle rechtbanken, namelijk de voorzitter van de rechtbank
van eerste aanleg, en één overkoepelende hoofdgriffier voor alle van eerste aanleg, en één overkoepelende hoofdgriffier voor alle
griffies (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2858/001, pp. 24 en 36; griffies (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2858/001, pp. 24 en 36;
Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2858/007, p. 7). Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2858/007, p. 7).
B.14.2. In tegenstelling tot wat de verzoekende partijen beweren, is B.14.2. In tegenstelling tot wat de verzoekende partijen beweren, is
er geen hoofdgriffier per vredegerecht in het arrondissement Eupen. De er geen hoofdgriffier per vredegerecht in het arrondissement Eupen. De
hoofdgriffier van de rechtbank van eerste aanleg van dat hoofdgriffier van de rechtbank van eerste aanleg van dat
arrondissement oefent immers de bevoegdheden uit van hoofdgriffier arrondissement oefent immers de bevoegdheden uit van hoofdgriffier
bij, onder meer, de vredegerechten van dat arrondissement. Bijgevolg bij, onder meer, de vredegerechten van dat arrondissement. Bijgevolg
bestaat het aangeklaagde verschil in behandeling niet, in zoverre de bestaat het aangeklaagde verschil in behandeling niet, in zoverre de
vergelijking met dat arrondissement wordt gemaakt. vergelijking met dat arrondissement wordt gemaakt.
B.15.1. Volgens de parlementaire voorbereiding van de bestreden wet B.15.1. Volgens de parlementaire voorbereiding van de bestreden wet
moet de verantwoording voor de afwijkende hoofdstructuur van de moet de verantwoording voor de afwijkende hoofdstructuur van de
vredegerechten van het gerechtelijk arrondissement Brussel worden vredegerechten van het gerechtelijk arrondissement Brussel worden
gevonden in de hervorming van het gerechtelijk arrondissement gevonden in de hervorming van het gerechtelijk arrondissement
Brussel-Halle-Vilvoorde en dus in de wet van 19 juli 2012 (Parl. St., Brussel-Halle-Vilvoorde en dus in de wet van 19 juli 2012 (Parl. St.,
Kamer, 2012-2013, DOC 53-2858/001, p. 24, en DOC 53-2858/007, p. 58). Kamer, 2012-2013, DOC 53-2858/001, p. 24, en DOC 53-2858/007, p. 58).
Die wet heeft de rechtbank van eerste aanleg, de rechtbank van Die wet heeft de rechtbank van eerste aanleg, de rechtbank van
koophandel, de arbeidsrechtbank en de arrondissementsrechtbank van het koophandel, de arbeidsrechtbank en de arrondissementsrechtbank van het
gerechtelijk arrondissement Brussel ontdubbeld op basis van de taal, gerechtelijk arrondissement Brussel ontdubbeld op basis van de taal,
zodat er voor elk van die rechtscolleges een Nederlandstalige en een zodat er voor elk van die rechtscolleges een Nederlandstalige en een
Franstalige rechtbank is die bevoegd zijn voor het ganse grondgebied Franstalige rechtbank is die bevoegd zijn voor het ganse grondgebied
van het gerechtelijk arrondissement Brussel. Wat de politierechtbank van het gerechtelijk arrondissement Brussel. Wat de politierechtbank
betreft, is enkel de politierechtbank in het administratief betreft, is enkel de politierechtbank in het administratief
arrondissement Brussel-Hoofdstad ontdubbeld. De vredegerechten van het arrondissement Brussel-Hoofdstad ontdubbeld. De vredegerechten van het
gerechtelijk arrondissement Brussel alsook de politierechtbanken in gerechtelijk arrondissement Brussel alsook de politierechtbanken in
het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde zijn niet het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde zijn niet
ontdubbeld. ontdubbeld.
B.15.2. De memorie van toelichting bij het wetsontwerp dat de wet van B.15.2. De memorie van toelichting bij het wetsontwerp dat de wet van
1 december 2013 is geworden, vermeldt over de specifieke situatie van 1 december 2013 is geworden, vermeldt over de specifieke situatie van
het gerechtelijk arrondissement Brussel : het gerechtelijk arrondissement Brussel :
« In tegenstelling tot de rechtbanken zijn de vrederechters in Brussel « In tegenstelling tot de rechtbanken zijn de vrederechters in Brussel
niet ontdubbeld in Nederlandstalige en Franstalige vrederechters. niet ontdubbeld in Nederlandstalige en Franstalige vrederechters.
Indien men zou kiezen voor een Nederlandstalige en een Franstalige Indien men zou kiezen voor een Nederlandstalige en een Franstalige
voorzitter van de vrederechters en politierechters zou die leiden tot voorzitter van de vrederechters en politierechters zou die leiden tot
twee korpschefs die beide gelijk bevoegd zijn voor het besturen van de twee korpschefs die beide gelijk bevoegd zijn voor het besturen van de
tweetalige vredegerechten en daarnaast voor de eentalige tweetalige vredegerechten en daarnaast voor de eentalige
politierechtbanken. politierechtbanken.
Daarom wordt in Brussel gekozen om de regeling van de wet van de Daarom wordt in Brussel gekozen om de regeling van de wet van de
hervorming van het gerechtelijk arrondissement Brussel te behouden » hervorming van het gerechtelijk arrondissement Brussel te behouden »
(Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2858/001, p. 24). (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC 53-2858/001, p. 24).
B.15.3. Wegens het gebrek aan een gehele ontdubbeling, krijgen de B.15.3. Wegens het gebrek aan een gehele ontdubbeling, krijgen de
vrederechters in het gerechtelijk arrondissement Brussel niet hun vrederechters in het gerechtelijk arrondissement Brussel niet hun
eigen korpschef maar behouden de voorzitters van de twee rechtbanken eigen korpschef maar behouden de voorzitters van de twee rechtbanken
van eerste aanleg hun huidige bevoegdheid over de vrederechters en de van eerste aanleg hun huidige bevoegdheid over de vrederechters en de
rechters in de politierechtbank (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC rechters in de politierechtbank (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC
53-2858/007, p. 7). 53-2858/007, p. 7).
Daarmee samenhangend heeft de wetgever ervoor gekozen om in het Daarmee samenhangend heeft de wetgever ervoor gekozen om in het
gerechtelijk arrondissement Brussel de hoofdgriffiers in de gerechtelijk arrondissement Brussel de hoofdgriffiers in de
politierechtbanken en vredegerechten te behouden, omdat er geen politierechtbanken en vredegerechten te behouden, omdat er geen
overkoepelend beheer met een voorzitter van de vrederechters en overkoepelend beheer met een voorzitter van de vrederechters en
rechters in de politierechtbanken is (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC rechters in de politierechtbanken is (Parl. St., Kamer, 2012-2013, DOC
53-2858/001, p. 36). 53-2858/001, p. 36).
B.15.4. Het doel bestaande in het communautaire evenwicht dat in het B.15.4. Het doel bestaande in het communautaire evenwicht dat in het
kader van de wet van 19 juli 2012 betreffende de hervorming van het kader van de wet van 19 juli 2012 betreffende de hervorming van het
gerechtelijk arrondissement Brussel is nagestreefd, kan verantwoorden gerechtelijk arrondissement Brussel is nagestreefd, kan verantwoorden
dat inzake de organisatie van de griffies een onderscheid wordt dat inzake de organisatie van de griffies een onderscheid wordt
gemaakt tussen het gerechtelijk arrondissement Brussel en de overige gemaakt tussen het gerechtelijk arrondissement Brussel en de overige
gerechtelijke arrondissementen. Het Hof dient evenwel nog te gerechtelijke arrondissementen. Het Hof dient evenwel nog te
onderzoeken of de bestreden maatregelen geen onevenredige gevolgen onderzoeken of de bestreden maatregelen geen onevenredige gevolgen
hebben. hebben.
B.16.1. De wijziging van een wet impliceert noodzakelijkerwijze dat de B.16.1. De wijziging van een wet impliceert noodzakelijkerwijze dat de
situatie van diegenen die waren onderworpen aan de vroegere wet, situatie van diegenen die waren onderworpen aan de vroegere wet,
verschillend is van de situatie van diegenen die zijn onderworpen aan verschillend is van de situatie van diegenen die zijn onderworpen aan
de nieuwe wet. Een dergelijk verschil in behandeling is op zich niet de nieuwe wet. Een dergelijk verschil in behandeling is op zich niet
strijdig met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. strijdig met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.
B.16.2. Indien de wetgever een beleidswijziging noodzakelijk acht, B.16.2. Indien de wetgever een beleidswijziging noodzakelijk acht,
vermag hij te oordelen dat die onmiddellijk ingaat en is hij in vermag hij te oordelen dat die onmiddellijk ingaat en is hij in
beginsel niet ertoe gehouden in een overgangsregeling te voorzien. De beginsel niet ertoe gehouden in een overgangsregeling te voorzien. De
artikelen 10 en 11 van de Grondwet zijn slechts geschonden indien de artikelen 10 en 11 van de Grondwet zijn slechts geschonden indien de
ontstentenis van een overgangsmaatregel tot een verschil in ontstentenis van een overgangsmaatregel tot een verschil in
behandeling leidt waarvoor geen redelijke verantwoording bestaat of behandeling leidt waarvoor geen redelijke verantwoording bestaat of
indien aan het vertrouwensbeginsel op buitensporige wijze afbreuk indien aan het vertrouwensbeginsel op buitensporige wijze afbreuk
wordt gedaan. wordt gedaan.
B.16.3. Hoewel de vredegerechten georganiseerd blijven per kanton, B.16.3. Hoewel de vredegerechten georganiseerd blijven per kanton,
beoogt de bestreden wet het beheer ervan te centraliseren op het beoogt de bestreden wet het beheer ervan te centraliseren op het
niveau van de nieuwe gerechtelijke arrondissementen. In de lijn van de niveau van de nieuwe gerechtelijke arrondissementen. In de lijn van de
hervorming die werd doorgevoerd door de wet van 25 april 2007 vervult hervorming die werd doorgevoerd door de wet van 25 april 2007 vervult
de hoofdgriffier in dat kader een managementfunctie, gericht op het de hoofdgriffier in dat kader een managementfunctie, gericht op het
geven van ondersteuning aan de korpschef voor het personeelsbeleid, geven van ondersteuning aan de korpschef voor het personeelsbeleid,
het financieel beleid en de informatica (Parl. St., Kamer, 2012-2013, het financieel beleid en de informatica (Parl. St., Kamer, 2012-2013,
DOC 53-2858/001, p. 15). Onverminderd de taken en de bijstand bedoeld DOC 53-2858/001, p. 15). Onverminderd de taken en de bijstand bedoeld
in artikel 168 van het Gerechtelijk Wetboek is hij belast met de in artikel 168 van het Gerechtelijk Wetboek is hij belast met de
leiding van de griffie en staat daarbij onder toezicht van een leiding van de griffie en staat daarbij onder toezicht van een
korpschef met wie hij regelmatig overleg dient te plegen. Hij verdeelt korpschef met wie hij regelmatig overleg dient te plegen. Hij verdeelt
de taken onder de leden en het personeel van de griffie en wijst de de taken onder de leden en het personeel van de griffie en wijst de
griffiers aan die de magistraten bijstaan (artikel 164 van het griffiers aan die de magistraten bijstaan (artikel 164 van het
Gerechtelijk Wetboek). Doordat het beheer voortaan op Gerechtelijk Wetboek). Doordat het beheer voortaan op
arrondissementeel niveau wordt gevoerd, voorziet de bestreden wet nog arrondissementeel niveau wordt gevoerd, voorziet de bestreden wet nog
in slechts één hoofdgriffier in elk arrondissement voor de in slechts één hoofdgriffier in elk arrondissement voor de
politierechtbank en vredegerechten. politierechtbank en vredegerechten.
B.16.4. Artikel 158, tweede lid, van de wet van 1 december 2013 B.16.4. Artikel 158, tweede lid, van de wet van 1 december 2013
bepaalt dat de hoofdgriffiers die in functie waren op de datum van bepaalt dat de hoofdgriffiers die in functie waren op de datum van
haar inwerkingtreding, hun loon behouden en de eretitel van hun haar inwerkingtreding, hun loon behouden en de eretitel van hun
vroegere functie blijven voeren. Bovendien wijst de nieuwe vroegere functie blijven voeren. Bovendien wijst de nieuwe
hoofdgriffier hen aan als afdelingsgriffier om hem bij te staan bij de hoofdgriffier hen aan als afdelingsgriffier om hem bij te staan bij de
leiding van de afdelingen of vredegerechten (Parl. St., Kamer, leiding van de afdelingen of vredegerechten (Parl. St., Kamer,
2012-2013, DOC 53-2858/001, pp. 59 en 156). Aldus blijven de 2012-2013, DOC 53-2858/001, pp. 59 en 156). Aldus blijven de
hoofdgriffiers die in functie waren op het ogenblik van de hoofdgriffiers die in functie waren op het ogenblik van de
inwerkingtreding van de wet van 1 december 2013 werkzaam als inwerkingtreding van de wet van 1 december 2013 werkzaam als
afdelingsgriffier en behouden zij hun verworven rechten. Hoewel de afdelingsgriffier en behouden zij hun verworven rechten. Hoewel de
beheerstaken voortaan in hoofdzaak worden waargenomen door de beheerstaken voortaan in hoofdzaak worden waargenomen door de
hoofdgriffier op arrondissementeel niveau, blijven de griffiers bij de hoofdgriffier op arrondissementeel niveau, blijven de griffiers bij de
vredegerechten alle taken uitoefenen die hun door artikel 168 van het vredegerechten alle taken uitoefenen die hun door artikel 168 van het
Gerechtelijk Wetboek worden toevertrouwd. Ten slotte kunnen alle Gerechtelijk Wetboek worden toevertrouwd. Ten slotte kunnen alle
personen die de functie van hoofdgriffier uitoefenden bij de personen die de functie van hoofdgriffier uitoefenden bij de
inwerkingtreding van de bestreden wet, zich kandidaat stellen voor de inwerkingtreding van de bestreden wet, zich kandidaat stellen voor de
nieuwe functie van hoofdgriffier via de vergelijkende selectie bedoeld nieuwe functie van hoofdgriffier via de vergelijkende selectie bedoeld
in artikel 262, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek, indien zij aan de in artikel 262, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek, indien zij aan de
vereisten daartoe voldoen. vereisten daartoe voldoen.
B.16.5. Rekening houdend met het voorgaande zijn de gevolgen van de B.16.5. Rekening houdend met het voorgaande zijn de gevolgen van de
bestreden maatregelen niet onevenredig met de door de wetgever bestreden maatregelen niet onevenredig met de door de wetgever
nagestreefde doelstellingen. nagestreefde doelstellingen.
B.17. Het enige middel in de zaak nr. 5921 is niet gegrond. B.17. Het enige middel in de zaak nr. 5921 is niet gegrond.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
verwerpt de beroepen. verwerpt de beroepen.
Aldus gewezen in het Nederlands, het Frans en het Duits, Aldus gewezen in het Nederlands, het Frans en het Duits,
overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op
het Grondwettelijk Hof, op 28 mei 2015. het Grondwettelijk Hof, op 28 mei 2015.
De griffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux P.-Y. Dutilleux
De voorzitter, De voorzitter,
A. Alen A. Alen
^
Etaamb.be maakt gebruik van cookies
Etaamb.be gebruikt cookies om uw taalvoorkeur te onthouden en om beter te begrijpen hoe etaamb.be gebruikt wordt.
DoorgaanMeer details
x