Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 47/2015 van 30 april 2015 Rolnummer : 5831 In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van het decreet van het Vlaamse Gewest van 29 maart 2013 houdende wijziging van diverse decreten wat de woonkwaliteitsbew Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de rechters (...)"
Uittreksel uit arrest nr. 47/2015 van 30 april 2015 Rolnummer : 5831 In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van het decreet van het Vlaamse Gewest van 29 maart 2013 houdende wijziging van diverse decreten wat de woonkwaliteitsbew Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de rechters (...) Uittreksel uit arrest nr. 47/2015 van 30 april 2015 Rolnummer : 5831 In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van het decreet van het Vlaamse Gewest van 29 maart 2013 houdende wijziging van diverse decreten wat de woonkwaliteitsbew Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de rechters (...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 47/2015 van 30 april 2015 Uittreksel uit arrest nr. 47/2015 van 30 april 2015
Rolnummer : 5831 Rolnummer : 5831
In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van het decreet In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van het decreet
van het Vlaamse Gewest van 29 maart 2013 houdende wijziging van van het Vlaamse Gewest van 29 maart 2013 houdende wijziging van
diverse decreten wat de woonkwaliteitsbewaking betreft (wijziging van diverse decreten wat de woonkwaliteitsbewaking betreft (wijziging van
verschillende bepalingen van het decreet van het Vlaamse Gewest van 15 verschillende bepalingen van het decreet van het Vlaamse Gewest van 15
juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode), ingesteld door de nv « Group juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode), ingesteld door de nv « Group
Globiss ». Globiss ».
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de
rechters E. De Groot, L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. rechters E. De Groot, L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E.
Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet en R. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet en R.
Leysen, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder Leysen, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder
voorzitterschap van voorzitter A. Alen, voorzitterschap van voorzitter A. Alen,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 31 januari Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 31 januari
2014 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 3 2014 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 3
februari 2014, heeft de nv « Group Globiss », bijgestaan en februari 2014, heeft de nv « Group Globiss », bijgestaan en
vertegenwoordigd door Mr. K. De Puydt, advocaat bij de balie te vertegenwoordigd door Mr. K. De Puydt, advocaat bij de balie te
Brussel, beroep tot gedeeltelijke vernietiging ingesteld van het Brussel, beroep tot gedeeltelijke vernietiging ingesteld van het
decreet van het Vlaamse Gewest van 29 maart 2013 houdende wijziging decreet van het Vlaamse Gewest van 29 maart 2013 houdende wijziging
van diverse decreten wat de woonkwaliteitsbewaking betreft (wijziging van diverse decreten wat de woonkwaliteitsbewaking betreft (wijziging
van verschillende bepalingen van het decreet van het Vlaamse Gewest van verschillende bepalingen van het decreet van het Vlaamse Gewest
van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode), bekendgemaakt in het van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode), bekendgemaakt in het
Belgisch Staatsblad van 1 augustus 2013. Belgisch Staatsblad van 1 augustus 2013.
(...) (...)
II. In rechte II. In rechte
(...) (...)
Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het beroep Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het beroep
B.1.1 De Vlaamse Regering voert aan dat niet blijkt dat door het B.1.1 De Vlaamse Regering voert aan dat niet blijkt dat door het
daartoe bevoegde orgaan van de nv « Group Globiss », en in een daartoe bevoegde orgaan van de nv « Group Globiss », en in een
regelmatige samenstelling, is beslist tot het instellen van het regelmatige samenstelling, is beslist tot het instellen van het
beroep. beroep.
B.1.2. Artikel 7, derde lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 B.1.2. Artikel 7, derde lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989
op het Grondwettelijk Hof voorziet erin dat het bewijs van de op het Grondwettelijk Hof voorziet erin dat het bewijs van de
beslissing van het bevoegde orgaan van de rechtspersoon om in rechte beslissing van het bevoegde orgaan van de rechtspersoon om in rechte
te treden « op het eerste verzoek » moet worden voorgelegd. Die te treden « op het eerste verzoek » moet worden voorgelegd. Die
formulering laat het Hof toe, zoals het heeft geoordeeld bij zijn formulering laat het Hof toe, zoals het heeft geoordeeld bij zijn
arrest nr. 120/2014 van 17 september 2014, om af te zien van een arrest nr. 120/2014 van 17 september 2014, om af te zien van een
dergelijk verzoek, met name wanneer de rechtspersoon door een advocaat dergelijk verzoek, met name wanneer de rechtspersoon door een advocaat
wordt vertegenwoordigd, zoals te dezen. wordt vertegenwoordigd, zoals te dezen.
Die interpretatie belet niet dat een partij gerechtigd is op te werpen Die interpretatie belet niet dat een partij gerechtigd is op te werpen
dat de beslissing om in rechte op te treden niet is genomen door de dat de beslissing om in rechte op te treden niet is genomen door de
bevoegde organen van de rechtspersoon, maar zij moet haar opwerping bevoegde organen van de rechtspersoon, maar zij moet haar opwerping
aannemelijk maken, wat kan met alle middelen van recht. aannemelijk maken, wat kan met alle middelen van recht.
Wat betreft de beroepen ingesteld door een naamloze vennootschap, moet Wat betreft de beroepen ingesteld door een naamloze vennootschap, moet
het voormelde artikel 7 in samenhang worden gelezen met artikel 522 het voormelde artikel 7 in samenhang worden gelezen met artikel 522
van het Wetboek van vennootschappen, op grond waarvan het door het van het Wetboek van vennootschappen, op grond waarvan het door het
vertegenwoordigingsbevoegde orgaan aan een raadsman verleende mandaat vertegenwoordigingsbevoegde orgaan aan een raadsman verleende mandaat
moet worden geacht de vennootschap te verbinden zoals een beslissing moet worden geacht de vennootschap te verbinden zoals een beslissing
van het procesbevoegde orgaan. van het procesbevoegde orgaan.
B.1.3. De verzoekende partij legt een uittreksel voor uit de notulen B.1.3. De verzoekende partij legt een uittreksel voor uit de notulen
van haar raad van bestuur, waaruit blijkt dat die op 30 januari 2014 van haar raad van bestuur, waaruit blijkt dat die op 30 januari 2014
een raadsman heeft aangesteld. een raadsman heeft aangesteld.
B.1.4. In weerwil van wat de Vlaamse Regering aanvoert, volstaat dat B.1.4. In weerwil van wat de Vlaamse Regering aanvoert, volstaat dat
uittreksel als bewijs dat de vordering op rechtsgeldige wijze is uittreksel als bewijs dat de vordering op rechtsgeldige wijze is
ingesteld. ingesteld.
B.1.5. De exceptie wordt verworpen. B.1.5. De exceptie wordt verworpen.
Ten aanzien van het onderwerp van het beroep Ten aanzien van het onderwerp van het beroep
B.2.1. De verzoekende partij vordert de vernietiging van de artikelen B.2.1. De verzoekende partij vordert de vernietiging van de artikelen
6 tot 27 en de artikelen 34 en 35 van het decreet van het Vlaamse 6 tot 27 en de artikelen 34 en 35 van het decreet van het Vlaamse
Gewest van 29 maart 2013 houdende wijziging van diverse decreten wat Gewest van 29 maart 2013 houdende wijziging van diverse decreten wat
de woonkwaliteitsbewaking betreft (hierna : decreet van 29 maart de woonkwaliteitsbewaking betreft (hierna : decreet van 29 maart
2013). 2013).
B.2.2. Zoals de Vlaamse Regering opmerkt, hebben de aangevoerde B.2.2. Zoals de Vlaamse Regering opmerkt, hebben de aangevoerde
grieven in werkelijkheid enkel betrekking op artikel 5, § § 1 en 2, grieven in werkelijkheid enkel betrekking op artikel 5, § § 1 en 2,
van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, zoals van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, zoals
vervangen bij artikel 7 van het bestreden decreet van 29 maart 2013. vervangen bij artikel 7 van het bestreden decreet van 29 maart 2013.
B.3. Het voormelde artikel 5 bepaalt : B.3. Het voormelde artikel 5 bepaalt :
« § 1. Elke woning moet op de volgende vlakken voldoen aan de « § 1. Elke woning moet op de volgende vlakken voldoen aan de
elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, die elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, die
door de Vlaamse Regering nader bepaald worden : door de Vlaamse Regering nader bepaald worden :
1° de oppervlakte van de woongedeelten, rekening houdend met het type 1° de oppervlakte van de woongedeelten, rekening houdend met het type
van woning en de functie van het woongedeelte; van woning en de functie van het woongedeelte;
2° de sanitaire voorzieningen, vooral de aanwezigheid van een goed 2° de sanitaire voorzieningen, vooral de aanwezigheid van een goed
functionerend toilet in of aansluitend bij de woning en een functionerend toilet in of aansluitend bij de woning en een
wasgelegenheid met stromend water, beide aangesloten op een wasgelegenheid met stromend water, beide aangesloten op een
afvoerkanaal zonder geurhinder; afvoerkanaal zonder geurhinder;
3° de winddichtheid, de thermische isolatie en de 3° de winddichtheid, de thermische isolatie en de
verwarmingsmogelijkheden, vooral de aanwezigheid van voldoende veilige verwarmingsmogelijkheden, vooral de aanwezigheid van voldoende veilige
verwarmingsmiddelen om de woongedeelten met een woonfunctie tot een verwarmingsmiddelen om de woongedeelten met een woonfunctie tot een
normale temperatuur te kunnen verwarmen en, indien nodig, te kunnen normale temperatuur te kunnen verwarmen en, indien nodig, te kunnen
koelen tegen redelijke energiekosten of de mogelijkheid om die koelen tegen redelijke energiekosten of de mogelijkheid om die
middelen op een veilige manier aan te sluiten; middelen op een veilige manier aan te sluiten;
4° de ventilatie-, verluchtings- en verlichtingsmogelijkheden, waarbij 4° de ventilatie-, verluchtings- en verlichtingsmogelijkheden, waarbij
de verlichtingsmogelijkheid van de woongedeelten wordt vastgesteld in de verlichtingsmogelijkheid van de woongedeelten wordt vastgesteld in
relatie tot de functie, de ligging en de vloeroppervlakte ervan, en de relatie tot de functie, de ligging en de vloeroppervlakte ervan, en de
ventilatie- en verluchtingsmogelijkheid in relatie tot de functie en ventilatie- en verluchtingsmogelijkheid in relatie tot de functie en
de ligging van het woongedeelte en tot de aanwezigheid van kook-, de ligging van het woongedeelte en tot de aanwezigheid van kook-,
verwarmings- of warmwaterinstallaties die verbrandingsgassen verwarmings- of warmwaterinstallaties die verbrandingsgassen
produceren; produceren;
5° de aanwezigheid van voldoende en veilige elektrische installaties 5° de aanwezigheid van voldoende en veilige elektrische installaties
voor de verlichting van de woning en voor het veilige gebruik van voor de verlichting van de woning en voor het veilige gebruik van
elektrische apparaten; elektrische apparaten;
6° de gasinstallaties, waarbij zowel de toestellen als de plaatsing en 6° de gasinstallaties, waarbij zowel de toestellen als de plaatsing en
de aansluiting ervan de nodige veiligheidsgaranties bieden; de aansluiting ervan de nodige veiligheidsgaranties bieden;
7° de stabiliteit en de bouwfysica met betrekking tot de fundering, de 7° de stabiliteit en de bouwfysica met betrekking tot de fundering, de
daken, de buiten- en binnenmuren, de draagvloeren en het timmerwerk; daken, de buiten- en binnenmuren, de draagvloeren en het timmerwerk;
8° de toegankelijkheid en het respect voor de persoonlijke 8° de toegankelijkheid en het respect voor de persoonlijke
levenssfeer; levenssfeer;
9° de minimale energetische prestaties; 9° de minimale energetische prestaties;
10° de aanwezigheid van drinkbaar water. 10° de aanwezigheid van drinkbaar water.
Elke woning moet voldoen aan de vereisten van brandveiligheid, met Elke woning moet voldoen aan de vereisten van brandveiligheid, met
inbegrip van de specifieke en aanvullende veiligheidsnormen die de inbegrip van de specifieke en aanvullende veiligheidsnormen die de
Vlaamse Regering vaststelt. Vlaamse Regering vaststelt.
De omvang van de woning moet minstens beantwoorden aan de De omvang van de woning moet minstens beantwoorden aan de
woningbezetting. De Vlaamse Regering stelt de normen voor de vereiste woningbezetting. De Vlaamse Regering stelt de normen voor de vereiste
minimale omvang van de woning vast in relatie tot de minimale omvang van de woning vast in relatie tot de
gezinssamenstelling. gezinssamenstelling.
§ 2. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 stelt de Vlaamse § 2. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 stelt de Vlaamse
Regering aanvullende vereisten en normen vast voor kamers. De Regering aanvullende vereisten en normen vast voor kamers. De
bepalingen van deze titel zijn van toepassing op de kamers. bepalingen van deze titel zijn van toepassing op de kamers.
[...] ». [...] ».
B.4. In de memorie van toelichting bij het ontwerp van het decreet van B.4. In de memorie van toelichting bij het ontwerp van het decreet van
29 maart 2013 is uiteengezet : 29 maart 2013 is uiteengezet :
« Het Vlaamse woonkwaliteitsinstrumentarium zit momenteel verankerd in « Het Vlaamse woonkwaliteitsinstrumentarium zit momenteel verankerd in
twee decreten : de Vlaamse Wooncode (decreet van 15 juli 1997 houdende twee decreten : de Vlaamse Wooncode (decreet van 15 juli 1997 houdende
de Vlaamse Wooncode) en het Kamerdecreet (decreet van 4 februari 1997 de Vlaamse Wooncode) en het Kamerdecreet (decreet van 4 februari 1997
houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en
studentenkamers). De Vlaamse Wooncode bevat de minimale veiligheids-, studentenkamers). De Vlaamse Wooncode bevat de minimale veiligheids-,
gezondheids- en woningkwaliteitsvereisten voor woningen, terwijl het gezondheids- en woningkwaliteitsvereisten voor woningen, terwijl het
Kamerdecreet specifieke vereisten oplegt m.b.t. kamers. Dit maakt de Kamerdecreet specifieke vereisten oplegt m.b.t. kamers. Dit maakt de
regelgeving inzake woningkwaliteit onvoldoende transparant voor regelgeving inzake woningkwaliteit onvoldoende transparant voor
gemeenten, verhuurders en bewoners en beperkt de coherentie van het gemeenten, verhuurders en bewoners en beperkt de coherentie van het
instrumentarium. instrumentarium.
In de beleidsnota Wonen 2009-2014 (cf. punt 6.3.2, p. 47) wordt het In de beleidsnota Wonen 2009-2014 (cf. punt 6.3.2, p. 47) wordt het
belang van een transparante en duidelijke regelgeving onderstreept en belang van een transparante en duidelijke regelgeving onderstreept en
het streven naar ' wetmatige coherentie ' vooropgesteld. Om de het streven naar ' wetmatige coherentie ' vooropgesteld. Om de
woonkwaliteitsbewaking in Vlaanderen te optimaliseren, wordt dan ook woonkwaliteitsbewaking in Vlaanderen te optimaliseren, wordt dan ook
voorgesteld om het Kamerdecreet te integreren in de Vlaamse Wooncode. voorgesteld om het Kamerdecreet te integreren in de Vlaamse Wooncode.
Daartoe wordt titel III (' Kwaliteitsbewaking ') van de Vlaamse Daartoe wordt titel III (' Kwaliteitsbewaking ') van de Vlaamse
Wooncode grotendeels herwerkt. Wooncode grotendeels herwerkt.
De integratieoefening vereist eerst en vooral een duidelijke keuze De integratieoefening vereist eerst en vooral een duidelijke keuze
over de manier waarop de decretale normen geconcretiseerd worden. Voor over de manier waarop de decretale normen geconcretiseerd worden. Voor
kamers zijn de minimumnormen momenteel immers in het decreet zelf kamers zijn de minimumnormen momenteel immers in het decreet zelf
geconcretiseerd, terwijl de Vlaamse Wooncode ter zake enkel de geconcretiseerd, terwijl de Vlaamse Wooncode ter zake enkel de
hoofdlijnen uitzet en de concrete invulling aan de Vlaamse Regering hoofdlijnen uitzet en de concrete invulling aan de Vlaamse Regering
overlaat. In het ontwerp wordt voorgesteld om de aanpak uit de Vlaamse overlaat. In het ontwerp wordt voorgesteld om de aanpak uit de Vlaamse
Wooncode te behouden. Het volstaat dat de decreetgever het kader, en Wooncode te behouden. Het volstaat dat de decreetgever het kader, en
dus de grote lijnen, uitzet. De Vlaamse Regering verzorgt vervolgens dus de grote lijnen, uitzet. De Vlaamse Regering verzorgt vervolgens
de concrete invulling, uiteraard binnen de grenzen die decretaal de concrete invulling, uiteraard binnen de grenzen die decretaal
worden aangegeven en rekening houdende met de veranderende worden aangegeven en rekening houdende met de veranderende
maatschappelijke context maar ook met het behoud van het bestaande maatschappelijke context maar ook met het behoud van het bestaande
beschermingsniveau voor de specifieke doelgroepen. beschermingsniveau voor de specifieke doelgroepen.
Vervolgens wordt de verhouding van - en de relatie tussen - de Vervolgens wordt de verhouding van - en de relatie tussen - de
kernbegrippen ' woning ' en ' kamer ' scherp gesteld. De definitie van kernbegrippen ' woning ' en ' kamer ' scherp gesteld. De definitie van
het begrip ' woning ' in artikel 2, § 1, 31°, van de Vlaamse Wooncode het begrip ' woning ' in artikel 2, § 1, 31°, van de Vlaamse Wooncode
luidt als volgt : ' elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk luidt als volgt : ' elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk
bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande '. Een bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande '. Een
kamer is conform het Kamerdecreet een ' woning waarin één of meer kamer is conform het Kamerdecreet een ' woning waarin één of meer
voorzieningen (wc, bad of douche, kookgelegenheid) ontbreken en voorzieningen (wc, bad of douche, kookgelegenheid) ontbreken en
waarvan de bewoners voor deze voorzieningen afhankelijk zijn van de waarvan de bewoners voor deze voorzieningen afhankelijk zijn van de
gemeenschappelijke ruimte in of aansluitend bij het gebouw waarvan de gemeenschappelijke ruimte in of aansluitend bij het gebouw waarvan de
woning deel uitmaakt '. Een kamer is met andere woorden een woning deel uitmaakt '. Een kamer is met andere woorden een
niet-zelfstandige woning. Het is bijgevolg duidelijk dat het begrip ' niet-zelfstandige woning. Het is bijgevolg duidelijk dat het begrip '
woning ' zowel zelfstandige als niet-zelfstandige woningen omvat. In woning ' zowel zelfstandige als niet-zelfstandige woningen omvat. In
het ontwerp worden kamers dan ook beschouwd als een bijzonder type het ontwerp worden kamers dan ook beschouwd als een bijzonder type
woning, waarvoor de Vlaamse Regering specifieke vereisten en normen woning, waarvoor de Vlaamse Regering specifieke vereisten en normen
vaststelt. vaststelt.
Het Kamerdecreet bevat nu al vele bepalingen die parallel lopen met Het Kamerdecreet bevat nu al vele bepalingen die parallel lopen met
bepalingen van de Vlaamse Wooncode of die ernaar verwijzen. De meeste bepalingen van de Vlaamse Wooncode of die ernaar verwijzen. De meeste
van die bepalingen kunnen dus integraal weggelaten worden. [...] van die bepalingen kunnen dus integraal weggelaten worden. [...]
[...] [...]
[...] De integratie laat toe om verder te gaan en duidelijke keuzes te [...] De integratie laat toe om verder te gaan en duidelijke keuzes te
maken die de samenhang en de transparantie van het instrumentarium maken die de samenhang en de transparantie van het instrumentarium
bevorderen. Een belangrijk knelpunt dat dankzij deze integratie bevorderen. Een belangrijk knelpunt dat dankzij deze integratie
aangepakt wordt, is de patstelling die momenteel ontstaat als aangepakt wordt, is de patstelling die momenteel ontstaat als
zelfstandige woningen omgevormd worden tot kamers, of omgekeerd. Door zelfstandige woningen omgevormd worden tot kamers, of omgekeerd. Door
de onderscheiden decretale basis moet een administratieve of de onderscheiden decretale basis moet een administratieve of
strafrechtelijke procedure thans stopgezet worden als de ' strafrechtelijke procedure thans stopgezet worden als de '
kwalificatie ' van een gebouw wijzigt, dat wil zeggen als ongeschikte kwalificatie ' van een gebouw wijzigt, dat wil zeggen als ongeschikte
of onbewoonbare zelfstandige woningen omgevormd worden tot ongeschikte of onbewoonbare zelfstandige woningen omgevormd worden tot ongeschikte
of onbewoonbare kamers, of omgekeerd. En aangezien voor beide of onbewoonbare kamers, of omgekeerd. En aangezien voor beide
procedures het feitelijk gebruik doorslaggevend is bij de beoordeling procedures het feitelijk gebruik doorslaggevend is bij de beoordeling
van die kwalificatie (en dus niet de vergunde toestand), wordt dit van die kwalificatie (en dus niet de vergunde toestand), wordt dit
achterpoortje door eigenaars steeds meer gebruikt om de gevolgen van achterpoortje door eigenaars steeds meer gebruikt om de gevolgen van
procedures te ontlopen zonder de woningkwaliteit echt te verbeteren » procedures te ontlopen zonder de woningkwaliteit echt te verbeteren »
(Parl. St., Vlaams Parlement, 2012-2013, stuk 1861, nr. 1, pp. 3-4). (Parl. St., Vlaams Parlement, 2012-2013, stuk 1861, nr. 1, pp. 3-4).
B.5. Wat meer bepaald de bestreden bepaling betreft, is in de B.5. Wat meer bepaald de bestreden bepaling betreft, is in de
parlementaire voorbereiding nader toegelicht : parlementaire voorbereiding nader toegelicht :
« De minimumnormen van artikel 5, § 1, en de regeling van de wijze « De minimumnormen van artikel 5, § 1, en de regeling van de wijze
waarop ze worden vastgesteld (huidige § 2 en ontworpen § 4) blijven waarop ze worden vastgesteld (huidige § 2 en ontworpen § 4) blijven
grotendeels ongewijzigd, met beperkte verduidelijkingen van de grotendeels ongewijzigd, met beperkte verduidelijkingen van de
gehanteerde terminologie. Naar aanleiding van het advies van de gehanteerde terminologie. Naar aanleiding van het advies van de
Vlaamse Woonraad wordt de in het Kamerdecreet vermelde minimumvereiste Vlaamse Woonraad wordt de in het Kamerdecreet vermelde minimumvereiste
over het respect voor de persoonlijke levenssfeer in de norm over het respect voor de persoonlijke levenssfeer in de norm
geïntegreerd. geïntegreerd.
[...] [...]
Ten slotte wordt een vereiste over de aanwezigheid van drinkbaar water Ten slotte wordt een vereiste over de aanwezigheid van drinkbaar water
toegevoegd. Die lijkt evident, maar moet op termijn ook de rechtsgrond toegevoegd. Die lijkt evident, maar moet op termijn ook de rechtsgrond
bieden om in het uitvoeringsbesluit ook bepalingen over de kwaliteit bieden om in het uitvoeringsbesluit ook bepalingen over de kwaliteit
van het drinkwater (bijvoorbeeld wat de loodproblematiek betreft) op van het drinkwater (bijvoorbeeld wat de loodproblematiek betreft) op
te nemen. te nemen.
De Raad van State formuleerde in zijn advies van 23 oktober 2012 een De Raad van State formuleerde in zijn advies van 23 oktober 2012 een
bedenking bij de ontworpen paragraaf 1, eerste lid, van de Vlaamse bedenking bij de ontworpen paragraaf 1, eerste lid, van de Vlaamse
Wooncode. Hij oordeelt dat het decreet ' minstens moet aangeven welke Wooncode. Hij oordeelt dat het decreet ' minstens moet aangeven welke
de "elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten" de "elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten"
zijn die steeds moeten worden nageleefd '. Hij stelt voor om voor zijn die steeds moeten worden nageleefd '. Hij stelt voor om voor
iedere vereiste na te gaan of de basisnormen die van toepassing zijn iedere vereiste na te gaan of de basisnormen die van toepassing zijn
op alle woningen in het aan te nemen decreet voldoende duidelijk op alle woningen in het aan te nemen decreet voldoende duidelijk
worden vastgesteld. worden vastgesteld.
De Vlaamse Wooncode bevat inderdaad enkel de essentiële bestanddelen De Vlaamse Wooncode bevat inderdaad enkel de essentiële bestanddelen
voor de veiligheids-, gezondheids- en woningkwaliteitsnormering. voor de veiligheids-, gezondheids- en woningkwaliteitsnormering.
Omwille van het technisch karakter van de concrete normen en de Omwille van het technisch karakter van de concrete normen en de
veranderlijkheid volgens de stand van de techniek, werd aan de Vlaamse veranderlijkheid volgens de stand van de techniek, werd aan de Vlaamse
regering de bevoegdheid gegeven de specifieke normen uit te werken. regering de bevoegdheid gegeven de specifieke normen uit te werken.
In het voorontwerp houdende de Vlaamse Wooncode werd artikel 5, § 1, In het voorontwerp houdende de Vlaamse Wooncode werd artikel 5, § 1,
als volgt geformuleerd : als volgt geformuleerd :
' § 1. Elke woning moet op de volgende vlakken voldoen aan de ' § 1. Elke woning moet op de volgende vlakken voldoen aan de
elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, die elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, die
door de Vlaamse regering nader worden bepaald : door de Vlaamse regering nader worden bepaald :
1° de oppervlakte van de woongedeelten; 1° de oppervlakte van de woongedeelten;
2° de sanitaire voorzieningen; 2° de sanitaire voorzieningen;
3° de verwarmingsmogelijkheden; 3° de verwarmingsmogelijkheden;
4° de verlichtings- en verluchtingsmogelijkheden; 4° de verlichtings- en verluchtingsmogelijkheden;
5° de elektrische installaties; 5° de elektrische installaties;
6° de gasinstallaties; 6° de gasinstallaties;
7° de stabiliteit en de bouwfysica. 7° de stabiliteit en de bouwfysica.
De woning moet voldoen aan alle vereisten van brandveiligheid, met De woning moet voldoen aan alle vereisten van brandveiligheid, met
inbegrip van de specifieke en aanvullende veiligheidsnormen die door inbegrip van de specifieke en aanvullende veiligheidsnormen die door
de Vlaamse regering worden vastgesteld. de Vlaamse regering worden vastgesteld.
De woningbezetting moet beantwoorden aan de omvang van de woning. De De woningbezetting moet beantwoorden aan de omvang van de woning. De
Vlaamse regering stelt de normen inzake de vereiste omvang van de Vlaamse regering stelt de normen inzake de vereiste omvang van de
woning vast in relatie tot de gezinssamenstelling. '. woning vast in relatie tot de gezinssamenstelling. '.
Na advies van de Raad van State werden de categorieën verder Na advies van de Raad van State werden de categorieën verder
uitgewerkt en gepreciseerd, waardoor een duidelijkere instructie werd uitgewerkt en gepreciseerd, waardoor een duidelijkere instructie werd
gegeven aan de Vlaamse Regering bij de uitwerking van deze normen. De gegeven aan de Vlaamse Regering bij de uitwerking van deze normen. De
tekst luidde voortaan : tekst luidde voortaan :
' § 1. Elke woning moet op de volgende vlakken voldoen aan de ' § 1. Elke woning moet op de volgende vlakken voldoen aan de
elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, die elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, die
door de Vlaamse regering nader worden bepaald : door de Vlaamse regering nader worden bepaald :
1° de oppervlakte van de woongedeelten, rekening houdend met het type 1° de oppervlakte van de woongedeelten, rekening houdend met het type
van woning en de functie van het woongedeelte; van woning en de functie van het woongedeelte;
2° de sanitaire voorzieningen, inzonderheid de aanwezigheid van een 2° de sanitaire voorzieningen, inzonderheid de aanwezigheid van een
goed functionerend toilet in of aansluitend bij de woning en een goed functionerend toilet in of aansluitend bij de woning en een
wasgelegenheid met stromend water, aangesloten op een afvoerkanaal wasgelegenheid met stromend water, aangesloten op een afvoerkanaal
zonder geurhinder te veroorzaken in de woning; zonder geurhinder te veroorzaken in de woning;
3° de verwarmingsmogelijkheden, inzonderheid de aanwezigheid van 3° de verwarmingsmogelijkheden, inzonderheid de aanwezigheid van
voldoende veilige verwarmingsmiddelen om de woongedeelten met een voldoende veilige verwarmingsmiddelen om de woongedeelten met een
woonfunctie tot een normale temperatuur te kunnen verwarmen of de woonfunctie tot een normale temperatuur te kunnen verwarmen of de
mogelijkheid deze op een veilige manier aan te sluiten; mogelijkheid deze op een veilige manier aan te sluiten;
4° de verlichtings- en verluchtingsmogelijkheden, waarbij de 4° de verlichtings- en verluchtingsmogelijkheden, waarbij de
verlichtingsmogelijkheid van een woongedeelte wordt vastgesteld in verlichtingsmogelijkheid van een woongedeelte wordt vastgesteld in
relatie tot de functie, de ligging en de vloeroppervlakte van het relatie tot de functie, de ligging en de vloeroppervlakte van het
woongedeelte, en de verluchtingsmogelijkheid in relatie tot de functie woongedeelte, en de verluchtingsmogelijkheid in relatie tot de functie
en de ligging van het woongedeelte en de aanwezigheid van kook-, en de ligging van het woongedeelte en de aanwezigheid van kook-,
verwarmings- of warmwaterinstallaties die verbrandingsgassen verwarmings- of warmwaterinstallaties die verbrandingsgassen
produceren; produceren;
5° de aanwezigheid van voldoende en veilige elektrische installaties 5° de aanwezigheid van voldoende en veilige elektrische installaties
voor de verlichting van de woning en het veilig gebruik van voor de verlichting van de woning en het veilig gebruik van
elektrische apparaten; elektrische apparaten;
6° de gasinstallaties, waarbij zowel de toestellen als de plaatsing en 6° de gasinstallaties, waarbij zowel de toestellen als de plaatsing en
aansluiting ervan de nodige veiligheidsgaranties bieden; aansluiting ervan de nodige veiligheidsgaranties bieden;
7° de stabiliteit en de bouwfysica met betrekking tot de fundering, de 7° de stabiliteit en de bouwfysica met betrekking tot de fundering, de
daken, de buiten- en binnenmuren, de draagvloeren en het timmerwerk. daken, de buiten- en binnenmuren, de draagvloeren en het timmerwerk.
De woning moet voldoen aan alle vereisten van brandveiligheid, met De woning moet voldoen aan alle vereisten van brandveiligheid, met
inbegrip van de specifieke en aanvullende veiligheidsnormen die door inbegrip van de specifieke en aanvullende veiligheidsnormen die door
de Vlaamse regering worden vastgesteld. de Vlaamse regering worden vastgesteld.
De omvang van de woning moet ten minste beantwoorden aan de De omvang van de woning moet ten minste beantwoorden aan de
woningbezetting. De Vlaamse regering stelt de normen inzake de woningbezetting. De Vlaamse regering stelt de normen inzake de
vereiste minimale omvang van de woning vast in relatie tot de vereiste minimale omvang van de woning vast in relatie tot de
gezinssamenstelling. '. gezinssamenstelling. '.
In deze formulering werd de tekst aangenomen. De tekst bleef In deze formulering werd de tekst aangenomen. De tekst bleef
vervolgens ongewijzigd tot aan het decreet van 29 april 2011. De vervolgens ongewijzigd tot aan het decreet van 29 april 2011. De
bepalingen inzake verwarming en ventilatie (3° en 4°) werden gewijzigd bepalingen inzake verwarming en ventilatie (3° en 4°) werden gewijzigd
en er werd een nieuw item toegevoegd (9°) : minimale energetische en er werd een nieuw item toegevoegd (9°) : minimale energetische
prestaties waaraan een woning dient te voldoen. Bij het ontwerp van prestaties waaraan een woning dient te voldoen. Bij het ontwerp van
decreet dat leidde tot het decreet van 29 april 2011 werd geen decreet dat leidde tot het decreet van 29 april 2011 werd geen
opmerking gemaakt door de Raad van State dat de ontworpen bepalingen opmerking gemaakt door de Raad van State dat de ontworpen bepalingen
niet specifiek genoeg geformuleerd zouden zijn. niet specifiek genoeg geformuleerd zouden zijn.
De Vlaamse Wooncode bevat overigens ook op andere plaatsen delegaties De Vlaamse Wooncode bevat overigens ook op andere plaatsen delegaties
aan de Vlaamse regering. Zo oordeelde het Grondwettelijk Hof dat aan de Vlaamse regering. Zo oordeelde het Grondwettelijk Hof dat
artikel 23 van de Grondwet ' (niet) verbiedt dat aan een regering artikel 23 van de Grondwet ' (niet) verbiedt dat aan een regering
machtigingen worden verleend, voor zover die machtigingen betrekking machtigingen worden verleend, voor zover die machtigingen betrekking
hebben op de tenuitvoerlegging van maatregelen waarvan het onderwerp hebben op de tenuitvoerlegging van maatregelen waarvan het onderwerp
door de bevoegde wetgever is aangegeven. ' » (ibid., pp. 5-7). door de bevoegde wetgever is aangegeven. ' » (ibid., pp. 5-7).
Ten aanzien van het eerste middel Ten aanzien van het eerste middel
Wat het eerste onderdeel betreft Wat het eerste onderdeel betreft
B.6. Een eerste onderdeel van het eerste middel is afgeleid uit de B.6. Een eerste onderdeel van het eerste middel is afgeleid uit de
schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en het schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en het
wettigheidsbeginsel vervat in artikel 23 van de Grondwet, doordat de wettigheidsbeginsel vervat in artikel 23 van de Grondwet, doordat de
decreetgever met de bestreden bepaling een te ruime delegatie heeft decreetgever met de bestreden bepaling een te ruime delegatie heeft
gegeven aan de uitvoerende macht voor het omschrijven van het recht op gegeven aan de uitvoerende macht voor het omschrijven van het recht op
een kwaliteitsvolle, gezonde en veilige woning dat bij artikel 23 van een kwaliteitsvolle, gezonde en veilige woning dat bij artikel 23 van
de Grondwet is gewaarborgd. de Grondwet is gewaarborgd.
B.7. Artikel 23, derde lid, 3°, van de Grondwet legt de bevoegde B.7. Artikel 23, derde lid, 3°, van de Grondwet legt de bevoegde
wetgevers de verplichting op om het recht op een behoorlijke wetgevers de verplichting op om het recht op een behoorlijke
huisvesting te waarborgen en stelt hen in staat de voorwaarden te huisvesting te waarborgen en stelt hen in staat de voorwaarden te
bepalen voor de uitoefening van dat recht. Dat artikel verbiedt niet bepalen voor de uitoefening van dat recht. Dat artikel verbiedt niet
dat aan een regering machtigingen worden verleend, voor zover die dat aan een regering machtigingen worden verleend, voor zover die
machtigingen betrekking hebben op maatregelen waarvan het « onderwerp machtigingen betrekking hebben op maatregelen waarvan het « onderwerp
» duidelijk is aangegeven door de bevoegde wetgever. » duidelijk is aangegeven door de bevoegde wetgever.
B.8. Door te bepalen dat de kwaliteitsbewaking van woningen in het B.8. Door te bepalen dat de kwaliteitsbewaking van woningen in het
Vlaamse Gewest betrekking moet hebben op de « elementaire Vlaamse Gewest betrekking moet hebben op de « elementaire
veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten » heeft de veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten » heeft de
decreetgever met het nieuwe artikel 5 van de Vlaamse Wooncode decreetgever met het nieuwe artikel 5 van de Vlaamse Wooncode
voldoende het onderwerp aangegeven van de maatregelen die inzake het voldoende het onderwerp aangegeven van de maatregelen die inzake het
recht op een behoorlijke huisvesting ten uitvoer dienen te worden recht op een behoorlijke huisvesting ten uitvoer dienen te worden
gelegd. gelegd.
Hij heeft daarin ook bepaald dat elke woning moet voldoen aan de Hij heeft daarin ook bepaald dat elke woning moet voldoen aan de
vereisten van brandveiligheid, met inbegrip van de specifieke en vereisten van brandveiligheid, met inbegrip van de specifieke en
aanvullende veiligheidsnormen die de Vlaamse Regering vaststelt, en aanvullende veiligheidsnormen die de Vlaamse Regering vaststelt, en
dat de omvang van de woning minstens moet beantwoorden aan de dat de omvang van de woning minstens moet beantwoorden aan de
woningbezetting, waarbij de Vlaamse Regering de normen dient vast te woningbezetting, waarbij de Vlaamse Regering de normen dient vast te
stellen voor de vereiste minimale omvang van de woning in relatie tot stellen voor de vereiste minimale omvang van de woning in relatie tot
de gezinssamenstelling. de gezinssamenstelling.
Voor het overige kan worden aangenomen dat inzake veiligheids-, Voor het overige kan worden aangenomen dat inzake veiligheids-,
gezondheids- en kwaliteitsvereisten van woningen en kamers vaak gezondheids- en kwaliteitsvereisten van woningen en kamers vaak
technische normen gelden die voortdurend evolueren met de nieuwe technische normen gelden die voortdurend evolueren met de nieuwe
technieken en bouwmaterialen, en dat het derhalve niet aangewezen was technieken en bouwmaterialen, en dat het derhalve niet aangewezen was
in het decreet zelf dergelijke normen te specifiëren. in het decreet zelf dergelijke normen te specifiëren.
B.9. Het eerste onderdeel van het eerste middel, waarin voor het B.9. Het eerste onderdeel van het eerste middel, waarin voor het
overige niet wordt uiteenzet in welk opzicht er een schending zou zijn overige niet wordt uiteenzet in welk opzicht er een schending zou zijn
van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, is niet gegrond. van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, is niet gegrond.
Wat het tweede onderdeel betreft Wat het tweede onderdeel betreft
B.10. In het tweede onderdeel van het eerste middel voert de B.10. In het tweede onderdeel van het eerste middel voert de
verzoekende partij de schending aan van het wettigheidsbeginsel vervat verzoekende partij de schending aan van het wettigheidsbeginsel vervat
in de artikelen 12 en 14 van de Grondwet, al dan niet in samenhang in de artikelen 12 en 14 van de Grondwet, al dan niet in samenhang
gelezen met artikel 7.1 van het Europees Verdrag voor de rechten van gelezen met artikel 7.1 van het Europees Verdrag voor de rechten van
de mens en met artikel 15 van het Internationaal Verdrag inzake de mens en met artikel 15 van het Internationaal Verdrag inzake
burgerrechten en politieke rechten, doordat het bestreden artikel zich burgerrechten en politieke rechten, doordat het bestreden artikel zich
ertoe beperkt de categorieën van voorwaarden voor de verhuur van ertoe beperkt de categorieën van voorwaarden voor de verhuur van
woningen te bepalen en de invulling van die categorieën aan de woningen te bepalen en de invulling van die categorieën aan de
uitvoerende macht overlaat, terwijl het verhuren van kamers die niet uitvoerende macht overlaat, terwijl het verhuren van kamers die niet
voldoen aan de in artikel 5, § 1, van de Vlaamse Wooncode bepaalde voldoen aan de in artikel 5, § 1, van de Vlaamse Wooncode bepaalde
vereisten bij artikel 20 van diezelfde Code strafbaar is gesteld. vereisten bij artikel 20 van diezelfde Code strafbaar is gesteld.
B.11. Artikel 20, § 1, van de Vlaamse Wooncode, zoals gewijzigd bij B.11. Artikel 20, § 1, van de Vlaamse Wooncode, zoals gewijzigd bij
het bestreden decreet, bepaalt : het bestreden decreet, bepaalt :
« Als een woning of een specifieke woonvorm als vermeld in artikel 5, « Als een woning of een specifieke woonvorm als vermeld in artikel 5,
§ 3, eerste lid, niet voldoet aan de vereisten en normen, vastgesteld § 3, eerste lid, niet voldoet aan de vereisten en normen, vastgesteld
met toepassing van artikel 5, rechtstreeks of via tussenpersoon wordt met toepassing van artikel 5, rechtstreeks of via tussenpersoon wordt
verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op verhuurd, te huur gesteld of ter beschikking gesteld met het oog op
bewoning, wordt de verhuurder, de eventuele onderverhuurder of diegene bewoning, wordt de verhuurder, de eventuele onderverhuurder of diegene
die de woning ter beschikking stelt, gestraft met een gevangenisstraf die de woning ter beschikking stelt, gestraft met een gevangenisstraf
van zes maanden tot drie jaar en een geldboete van 500 tot 25.000 euro van zes maanden tot drie jaar en een geldboete van 500 tot 25.000 euro
of met een van die straffen alleen. of met een van die straffen alleen.
Wanneer een roerend of een onroerend goed dat niet hoofdzakelijk voor Wanneer een roerend of een onroerend goed dat niet hoofdzakelijk voor
wonen bestemd is, rechtstreeks of via een tussenpersoon wordt verhuurd wonen bestemd is, rechtstreeks of via een tussenpersoon wordt verhuurd
of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning terwijl dit goed of ter beschikking gesteld met het oog op bewoning terwijl dit goed
gebreken vertoont die een veiligheids- of gezondheidsrisico inhouden gebreken vertoont die een veiligheids- of gezondheidsrisico inhouden
of terwijl in dit goed de basisnutsvoorzieningen zoals elektriciteit, of terwijl in dit goed de basisnutsvoorzieningen zoals elektriciteit,
sanitair, kookgelegenheid en verwarmingsmogelijkheid ontbreken of niet sanitair, kookgelegenheid en verwarmingsmogelijkheid ontbreken of niet
behoorlijk functioneren, wordt de verhuurder, de eventuele behoorlijk functioneren, wordt de verhuurder, de eventuele
onderverhuurder of diegene die dat roerend of onroerend goed ter onderverhuurder of diegene die dat roerend of onroerend goed ter
beschikking stelt, gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden beschikking stelt, gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden
tot drie jaar en een geldboete van 500 tot 25.000 euro of met een van tot drie jaar en een geldboete van 500 tot 25.000 euro of met een van
die straffen alleen. die straffen alleen.
Het misdrijf, bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt gestraft met Het misdrijf, bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt gestraft met
een geldboete van 1.000 tot 100.000 euro en met een gevangenisstraf een geldboete van 1.000 tot 100.000 euro en met een gevangenisstraf
van één jaar tot vijf jaar of met een van die straffen alleen in van één jaar tot vijf jaar of met een van die straffen alleen in
volgende gevallen : volgende gevallen :
1° als van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt, 1° als van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt,
2° als het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende 2° als het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende
bedrijvigheid van een vereniging betreft, ongeacht of de schuldige de bedrijvigheid van een vereniging betreft, ongeacht of de schuldige de
hoedanigheid van leidend persoon heeft ». hoedanigheid van leidend persoon heeft ».
B.12. De verzoekende partij voert geen grieven aan tegen artikel 20, § B.12. De verzoekende partij voert geen grieven aan tegen artikel 20, §
1, van de Vlaamse Wooncode, maar klaagt aan dat de strafbaarstelling, 1, van de Vlaamse Wooncode, maar klaagt aan dat de strafbaarstelling,
doordat zij verwijst naar artikel 5 van die Code, zoals vervangen bij doordat zij verwijst naar artikel 5 van die Code, zoals vervangen bij
het bestreden artikel 7 van het decreet van 29 maart 2013, op het bestreden artikel 7 van het decreet van 29 maart 2013, op
essentiële punten aan de uitvoerende macht wordt overgelaten. essentiële punten aan de uitvoerende macht wordt overgelaten.
B.13. Door aan de wetgevende macht de bevoegdheid te verlenen, B.13. Door aan de wetgevende macht de bevoegdheid te verlenen,
enerzijds, om te bepalen in welke gevallen en in welke vorm enerzijds, om te bepalen in welke gevallen en in welke vorm
strafvervolging mogelijk is en, anderzijds, om een wet aan te nemen op strafvervolging mogelijk is en, anderzijds, om een wet aan te nemen op
grond waarvan een straf kan worden bepaald en toegepast, waarborgen de grond waarvan een straf kan worden bepaald en toegepast, waarborgen de
artikelen 12, tweede lid, en 14 van de Grondwet aan elke burger dat artikelen 12, tweede lid, en 14 van de Grondwet aan elke burger dat
geen enkele gedraging strafbaar zal worden gesteld en geen enkele geen enkele gedraging strafbaar zal worden gesteld en geen enkele
straf zal worden opgelegd dan op grond van regels aangenomen door een straf zal worden opgelegd dan op grond van regels aangenomen door een
democratisch verkozen beraadslagende vergadering. democratisch verkozen beraadslagende vergadering.
B.14. Het wettigheidsbeginsel in strafzaken gaat niet zover dat het de B.14. Het wettigheidsbeginsel in strafzaken gaat niet zover dat het de
decreetgever ertoe verplicht elk aspect van de strafbaarstelling zelf decreetgever ertoe verplicht elk aspect van de strafbaarstelling zelf
te regelen. Een delegatie aan de uitvoerende macht is niet in strijd te regelen. Een delegatie aan de uitvoerende macht is niet in strijd
met dat beginsel voor zover de machtiging voldoende nauwkeurig is met dat beginsel voor zover de machtiging voldoende nauwkeurig is
omschreven en betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van maatregelen omschreven en betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van maatregelen
waarvan de essentiële elementen voorafgaandelijk door de decreetgever waarvan de essentiële elementen voorafgaandelijk door de decreetgever
zijn vastgesteld. zijn vastgesteld.
B.15. In artikel 20, § 1, van de Vlaamse Wooncode wordt duidelijk B.15. In artikel 20, § 1, van de Vlaamse Wooncode wordt duidelijk
bepaald welke straffen worden gesteld op de gedragingen die de bepaald welke straffen worden gesteld op de gedragingen die de
decreetgever strafbaar heeft willen stellen en die verband houden met decreetgever strafbaar heeft willen stellen en die verband houden met
de doelstelling om het verhuren, het te huur stellen, of ter de doelstelling om het verhuren, het te huur stellen, of ter
beschikking stellen met het oog op bewoning, te verbieden van woningen beschikking stellen met het oog op bewoning, te verbieden van woningen
die niet voldoen aan de met toepassing van artikel 5 vastgestelde die niet voldoen aan de met toepassing van artikel 5 vastgestelde
kwaliteitsvereisten. kwaliteitsvereisten.
Weliswaar verwijst het voormelde artikel 20 naar artikel 5 van de Weliswaar verwijst het voormelde artikel 20 naar artikel 5 van de
Vlaamse Wooncode, dat een reeks delegaties aan de Vlaamse Regering Vlaamse Wooncode, dat een reeks delegaties aan de Vlaamse Regering
bevat, maar die hebben betrekking op de tenuitvoerlegging van bevat, maar die hebben betrekking op de tenuitvoerlegging van
maatregelen waarvan de essentiële elementen voorafgaandelijk door de maatregelen waarvan de essentiële elementen voorafgaandelijk door de
decreetgever zijn vastgesteld. decreetgever zijn vastgesteld.
Die essentiële elementen betreffen de « elementaire veiligheids-, Die essentiële elementen betreffen de « elementaire veiligheids-,
gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten » voor woningen, met het oog gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten » voor woningen, met het oog
op een behoorlijke huisvesting van een ieder. In artikel 5, § 1, 1° op een behoorlijke huisvesting van een ieder. In artikel 5, § 1, 1°
tot 10°, van de Vlaamse Wooncode, vervangen bij het bestreden artikel tot 10°, van de Vlaamse Wooncode, vervangen bij het bestreden artikel
7, is omschreven op welke tien vlakken, en bovendien in welk opzicht, 7, is omschreven op welke tien vlakken, en bovendien in welk opzicht,
die woonkwaliteitsvereisten door de Vlaamse Regering nader dienen te die woonkwaliteitsvereisten door de Vlaamse Regering nader dienen te
worden bepaald. worden bepaald.
Met het oog op een meer rationele aanpak en een grotere coherentie Met het oog op een meer rationele aanpak en een grotere coherentie
tussen de regeling van de Vlaamse Wooncode met betrekking tot woningen tussen de regeling van de Vlaamse Wooncode met betrekking tot woningen
en die van het vroegere decreet van 4 februari 1997 houdende de en die van het vroegere decreet van 4 februari 1997 houdende de
kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers heeft kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers heeft
de decreetgever de laatstgenoemde regeling geïntegreerd in de Vlaamse de decreetgever de laatstgenoemde regeling geïntegreerd in de Vlaamse
Wooncode en heeft hij bepaald dat de bepalingen in titel III (« Wooncode en heeft hij bepaald dat de bepalingen in titel III («
Kwaliteitsbewaking ») eveneens van toepassing zijn op kamers, waarbij Kwaliteitsbewaking ») eveneens van toepassing zijn op kamers, waarbij
de Vlaamse Regering de aanvullende vereisten en normen voor kamers de Vlaamse Regering de aanvullende vereisten en normen voor kamers
dient vast te stellen, zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van dient vast te stellen, zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van
artikel 5, § 1, van de Vlaamse Wooncode zoals die gelden voor artikel 5, § 1, van de Vlaamse Wooncode zoals die gelden voor
woningen. woningen.
Hoewel in artikel 8, § 1, van het decreet van 4 februari 1997 houdende Hoewel in artikel 8, § 1, van het decreet van 4 februari 1997 houdende
de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers, de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers,
gewijzigd bij het decreet van 29 april 2011, was bepaald dat gewijzigd bij het decreet van 29 april 2011, was bepaald dat
studentenkamers - in beginsel en behoudens overgangsmaatregelen - een studentenkamers - in beginsel en behoudens overgangsmaatregelen - een
minimale oppervlakte dienden te hebben, volgt uit het minimale oppervlakte dienden te hebben, volgt uit het
wettigheidsbeginsel in strafzaken niet dat de decreetgever zelf de wettigheidsbeginsel in strafzaken niet dat de decreetgever zelf de
minimale oppervlakte van woningen in het algemeen of van kamers in het minimale oppervlakte van woningen in het algemeen of van kamers in het
bijzonder diende te bepalen opdat de verhuur van kleinere kamers bijzonder diende te bepalen opdat de verhuur van kleinere kamers
strafbaar zou kunnen zijn. Hij vermocht het bepalen van de minimale strafbaar zou kunnen zijn. Hij vermocht het bepalen van de minimale
oppervlakte van woningen aan de uitvoerende macht toe te vertrouwen, oppervlakte van woningen aan de uitvoerende macht toe te vertrouwen,
waarbij hij heeft gepreciseerd dat die daarbij rekening dient te waarbij hij heeft gepreciseerd dat die daarbij rekening dient te
houden met « het type van woning en de functie van het woongedeelte » houden met « het type van woning en de functie van het woongedeelte »
(artikel 5, § 1, 1°, van de Vlaamse Wooncode), waarmee hij op dit punt (artikel 5, § 1, 1°, van de Vlaamse Wooncode), waarmee hij op dit punt
de essentiële elementen voorafgaandelijk heeft vastgesteld. de essentiële elementen voorafgaandelijk heeft vastgesteld.
B.16. Het tweede onderdeel van het eerste middel is niet gegrond. B.16. Het tweede onderdeel van het eerste middel is niet gegrond.
Wat het derde onderdeel betreft Wat het derde onderdeel betreft
B.17. In het derde onderdeel van het eerste middel voert de B.17. In het derde onderdeel van het eerste middel voert de
verzoekende partij de schending aan van de artikelen 10 en 11 van de verzoekende partij de schending aan van de artikelen 10 en 11 van de
Grondwet, in zoverre de bestreden bepalingen, en meer bepaald artikel Grondwet, in zoverre de bestreden bepalingen, en meer bepaald artikel
7 van het decreet van 29 maart 2013, de Vlaamse Wooncode wijzigen en, 7 van het decreet van 29 maart 2013, de Vlaamse Wooncode wijzigen en,
voor studentenkamers met een oppervlakte van minder dan 12 m2, een voor studentenkamers met een oppervlakte van minder dan 12 m2, een
verschil in behandeling invoeren tussen kamers waarvoor geen verschil in behandeling invoeren tussen kamers waarvoor geen
conformiteitsattest werd aangevraagd en kamers waarvoor een conformiteitsattest werd aangevraagd en kamers waarvoor een
conformiteitsattest werd verkregen vóór 1 september 2001, waarvan de conformiteitsattest werd verkregen vóór 1 september 2001, waarvan de
geldigheidsduur echter na tien jaar verstreek. geldigheidsduur echter na tien jaar verstreek.
B.18.1. In de uiteenzetting van dat onderdeel refereert de verzoekende B.18.1. In de uiteenzetting van dat onderdeel refereert de verzoekende
partij aan artikel 8, § 1, van het decreet van 4 februari 1997 partij aan artikel 8, § 1, van het decreet van 4 februari 1997
houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en
studentenkamers, gewijzigd bij decreet van 29 april 2011, dat bepaalde studentenkamers, gewijzigd bij decreet van 29 april 2011, dat bepaalde
: :
« Een studentenkamer heeft een oppervlakte van minimaal 12 m2. « Een studentenkamer heeft een oppervlakte van minimaal 12 m2.
In afwijking van het eerste lid geldt er een minimale oppervlakte van In afwijking van het eerste lid geldt er een minimale oppervlakte van
8 m2 voor een studentenkamer die voldoet aan de volgende voorwaarden : 8 m2 voor een studentenkamer die voldoet aan de volgende voorwaarden :
1° ze werd gebouwd of gerealiseerd voor 1 september 1998; 1° ze werd gebouwd of gerealiseerd voor 1 september 1998;
2° er werd een eerste conformiteitsattest aangevraagd voor 1 september 2° er werd een eerste conformiteitsattest aangevraagd voor 1 september
2001; 2001;
3° het conformiteitsattest dat werd toegekend is in de loop van de 3° het conformiteitsattest dat werd toegekend is in de loop van de
geldigheidsduur, vermeld in artikel 13, niet vervallen of ingetrokken geldigheidsduur, vermeld in artikel 13, niet vervallen of ingetrokken
met toepassing van artikel 14 of 15 omwille van een ander criterium met toepassing van artikel 14 of 15 omwille van een ander criterium
dan de oppervlakte ». dan de oppervlakte ».
Het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en Het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en
veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers is opgeheven bij veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers is opgeheven bij
artikel 34 van het decreet van 29 maart 2013. artikel 34 van het decreet van 29 maart 2013.
B.18.2. De verzoekende partij zet voorts uiteen dat het besluit van de B.18.2. De verzoekende partij zet voorts uiteen dat het besluit van de
Vlaamse Regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en Vlaamse Regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en
veiligheidsnormen voor woningen volgende overgangsregeling bevat : veiligheidsnormen voor woningen volgende overgangsregeling bevat :
« Art. 2. « Art. 2.
[...] [...]
§ 3. Een kamer heeft een oppervlakte van minimaal 12 m2. § 3. Een kamer heeft een oppervlakte van minimaal 12 m2.
In afwijking van het eerste lid geldt er een minimale oppervlakte van In afwijking van het eerste lid geldt er een minimale oppervlakte van
8 m2 voor een kamer die verhuurd wordt of te huur of ter beschikking 8 m2 voor een kamer die verhuurd wordt of te huur of ter beschikking
gesteld wordt met het oog op de huisvesting van een of meer studenten gesteld wordt met het oog op de huisvesting van een of meer studenten
en die voldoet aan de volgende voorwaarden : en die voldoet aan de volgende voorwaarden :
1° ze is gebouwd of gerealiseerd voor 1 september 1998; 1° ze is gebouwd of gerealiseerd voor 1 september 1998;
2° er werd op basis van een aanvraag van voor 1 september 2001 een 2° er werd op basis van een aanvraag van voor 1 september 2001 een
eerste conformiteitsattest afgegeven dat zonder onderbreking verlengd eerste conformiteitsattest afgegeven dat zonder onderbreking verlengd
werd en nooit ingetrokken of vervallen is vanwege een ander criterium werd en nooit ingetrokken of vervallen is vanwege een ander criterium
dan de oppervlakte. dan de oppervlakte.
Voor de toepassing van de voorwaarde, vermeld in het tweede lid, 2°, Voor de toepassing van de voorwaarde, vermeld in het tweede lid, 2°,
wordt een eerste conformiteitsattest waarvan de normale wordt een eerste conformiteitsattest waarvan de normale
geldigheidsduur verstreken is onder de volgende voorwaarden beschouwd geldigheidsduur verstreken is onder de volgende voorwaarden beschouwd
als zonder onderbreking verlengd : als zonder onderbreking verlengd :
1° als er een nieuw conformiteitsattest afgegeven is dat aangevraagd 1° als er een nieuw conformiteitsattest afgegeven is dat aangevraagd
is voor het verstrijken van een termijn van zes maanden na de is voor het verstrijken van een termijn van zes maanden na de
inwerkingtreding van dit besluit; inwerkingtreding van dit besluit;
2° zolang er na het nieuwe conformiteitsattest, vermeld in punt 1°, 2° zolang er na het nieuwe conformiteitsattest, vermeld in punt 1°,
conformiteitsattesten afgegeven worden die telkens minimaal drie conformiteitsattesten afgegeven worden die telkens minimaal drie
maanden voor het verstrijken van de geldigheidsduur, vastgesteld met maanden voor het verstrijken van de geldigheidsduur, vastgesteld met
toepassing van artikel 10, eerste lid, 5°, of tweede lid, van de toepassing van artikel 10, eerste lid, 5°, of tweede lid, van de
Vlaamse Wooncode, aangevraagd worden ». Vlaamse Wooncode, aangevraagd worden ».
B.18.3. De verzoekende partij voert aan dat voor studentenkamers met B.18.3. De verzoekende partij voert aan dat voor studentenkamers met
een oppervlakte van minder dan 12 m2, een verschil in behandeling is een oppervlakte van minder dan 12 m2, een verschil in behandeling is
ingevoerd tussen kamers waarvoor geen conformiteitsattest werd ingevoerd tussen kamers waarvoor geen conformiteitsattest werd
aangevraagd en kamers waarvoor een conformiteitsattest werd verkregen aangevraagd en kamers waarvoor een conformiteitsattest werd verkregen
vóór 1 september 2001, waarvan de geldigheidsduur echter na tien jaar vóór 1 september 2001, waarvan de geldigheidsduur echter na tien jaar
verstreek. Hoewel die beide situaties volgens de verzoekende partij verstreek. Hoewel die beide situaties volgens de verzoekende partij
onwettig zouden zijn, zou de ene kunnen worden geregulariseerd en de onwettig zouden zijn, zou de ene kunnen worden geregulariseerd en de
andere niet. andere niet.
B.19. De bestreden bepalingen bevatten niet het verschil in B.19. De bestreden bepalingen bevatten niet het verschil in
behandeling waarover de verzoekende partij zich beklaagt. behandeling waarover de verzoekende partij zich beklaagt.
B.20. Het derde onderdeel van het eerste middel is niet gegrond. B.20. Het derde onderdeel van het eerste middel is niet gegrond.
Ten aanzien van het tweede middel Ten aanzien van het tweede middel
B.21. In haar tweede middel voert de verzoekende partij de schending B.21. In haar tweede middel voert de verzoekende partij de schending
aan van het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel. aan van het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel.
De verzoekende partij verwijst in dat verband naar wat zij heeft De verzoekende partij verwijst in dat verband naar wat zij heeft
uiteengezet naar aanleiding van het derde onderdeel van het eerste uiteengezet naar aanleiding van het derde onderdeel van het eerste
middel. middel.
B.22. Het Hof vermag niet rechtstreeks te toetsen aan het B.22. Het Hof vermag niet rechtstreeks te toetsen aan het
rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel. rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel.
B.23. Het tweede middel is niet gegrond. B.23. Het tweede middel is niet gegrond.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
verwerpt het beroep. verwerpt het beroep.
Aldus gewezen in het Nederlands, het Frans en het Duits, Aldus gewezen in het Nederlands, het Frans en het Duits,
overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op
het Grondwettelijk Hof, op 30 april 2015. het Grondwettelijk Hof, op 30 april 2015.
De griffier, De griffier,
F. Meersschaut F. Meersschaut
De voorzitter, De voorzitter,
A. Alen A. Alen
^