← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 58/2014 van 3 april 2014 Rolnummers : 5640, 5641 en 5642 In
zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 13bis van de Nieuwe Gemeentewet, ingevoegd bij artikel
10/1 van de wet van 9 augustus 1988 « tot wijziging Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels,
de rechters E. (...)"
Uittreksel uit arrest nr. 58/2014 van 3 april 2014 Rolnummers : 5640, 5641 en 5642 In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 13bis van de Nieuwe Gemeentewet, ingevoegd bij artikel 10/1 van de wet van 9 augustus 1988 « tot wijziging Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, de rechters E. (...) | Uittreksel uit arrest nr. 58/2014 van 3 april 2014 Rolnummers : 5640, 5641 en 5642 In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 13bis van de Nieuwe Gemeentewet, ingevoegd bij artikel 10/1 van de wet van 9 augustus 1988 « tot wijziging Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, de rechters E. (...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 58/2014 van 3 april 2014 | Uittreksel uit arrest nr. 58/2014 van 3 april 2014 |
Rolnummers : 5640, 5641 en 5642 | Rolnummers : 5640, 5641 en 5642 |
In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 13bis van de | In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 13bis van de |
Nieuwe Gemeentewet, ingevoegd bij artikel 10/1 van de wet van 9 | Nieuwe Gemeentewet, ingevoegd bij artikel 10/1 van de wet van 9 |
augustus 1988 « tot wijziging van de gemeentewet, de gemeentekieswet, | augustus 1988 « tot wijziging van de gemeentewet, de gemeentekieswet, |
de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk | de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk |
welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot regeling van de | welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot regeling van de |
provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van de gelijktijdige | provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van de gelijktijdige |
parlements- en provincieraadsverkiezingen », zelf ingevoegd bij | parlements- en provincieraadsverkiezingen », zelf ingevoegd bij |
artikel 4 van de bijzondere wet van 19 juli 2012 « houdende wijziging | artikel 4 van de bijzondere wet van 19 juli 2012 « houdende wijziging |
van de wet van 9 augustus 1988 tot wijziging van de gemeentewet, de | van de wet van 9 augustus 1988 tot wijziging van de gemeentewet, de |
gemeentekieswet, de organieke wet betreffende de openbare centra voor | gemeentekieswet, de organieke wet betreffende de openbare centra voor |
maatschappelijk welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot | maatschappelijk welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot |
regeling van de provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van | regeling van de provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van |
de gelijktijdige parlements- en provincieraadsverkiezingen (de | de gelijktijdige parlements- en provincieraadsverkiezingen (de |
zogenaamde ' pacificatiewet ') en van de bijzondere wet van 8 augustus | zogenaamde ' pacificatiewet ') en van de bijzondere wet van 8 augustus |
1980 tot hervorming der instellingen, wat de benoeming van de | 1980 tot hervorming der instellingen, wat de benoeming van de |
burgemeesters van de randgemeenten betreft » en betreffende artikel 7 | burgemeesters van de randgemeenten betreft » en betreffende artikel 7 |
van de voormelde bijzondere wet van 19 juli 2012, gesteld door de Raad | van de voormelde bijzondere wet van 19 juli 2012, gesteld door de Raad |
van State. | van State. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, de rechters | samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, de rechters |
E. De Groot, L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. | E. De Groot, L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. |
Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût en T. Giet, en, overeenkomstig | Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût en T. Giet, en, overeenkomstig |
artikel 60bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | artikel 60bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het |
Grondwettelijk Hof, emeritus voorzitter M. Bossuyt, bijgestaan door de | Grondwettelijk Hof, emeritus voorzitter M. Bossuyt, bijgestaan door de |
griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van emeritus voorzitter | griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van emeritus voorzitter |
M. Bossuyt, | M. Bossuyt, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging |
Bij arresten nrs. 223.593, 223.594 en 223.592 van 24 mei 2013 in zake | Bij arresten nrs. 223.593, 223.594 en 223.592 van 24 mei 2013 in zake |
respectievelijk Damien Thiery, François van Hoobrouck d'Aspre en | respectievelijk Damien Thiery, François van Hoobrouck d'Aspre en |
Véronique Caprasse tegen het Vlaamse Gewest, waarvan de expedities ter | Véronique Caprasse tegen het Vlaamse Gewest, waarvan de expedities ter |
griffie van het Hof zijn ingekomen op 28 mei 2013, heeft de Raad van | griffie van het Hof zijn ingekomen op 28 mei 2013, heeft de Raad van |
State de volgende prejudiciële vraag gesteld : | State de volgende prejudiciële vraag gesteld : |
« Worden de beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie en de | « Worden de beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie en de |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet geschonden, al dan niet samen | artikelen 10 en 11 van de Grondwet geschonden, al dan niet samen |
gelezen met artikel 4 van de Grondwet, door artikel 13bis van de | gelezen met artikel 4 van de Grondwet, door artikel 13bis van de |
nieuwe gemeentewet, zoals ingevoegd bij artikel 10/1 van de wet van 9 | nieuwe gemeentewet, zoals ingevoegd bij artikel 10/1 van de wet van 9 |
augustus 1988 ' tot wijziging van de gemeentewet, de nieuwe | augustus 1988 ' tot wijziging van de gemeentewet, de nieuwe |
gemeentewet, de gemeentekieswet, de organieke wet betreffende de | gemeentewet, de gemeentekieswet, de organieke wet betreffende de |
openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de provinciewet, het | openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de provinciewet, het |
Kieswetboek, de wet tot regeling van de provincieraadsverkiezingen en | Kieswetboek, de wet tot regeling van de provincieraadsverkiezingen en |
de wet tot regeling van de gelijktijdige parlements- en | de wet tot regeling van de gelijktijdige parlements- en |
provincieraadsverkiezingen ', ingevoegd bij artikel 4 van de | provincieraadsverkiezingen ', ingevoegd bij artikel 4 van de |
bijzondere wet van 19 juli 2012 ' houdende wijziging van de wet van 9 | bijzondere wet van 19 juli 2012 ' houdende wijziging van de wet van 9 |
augustus 1988 tot wijziging van de gemeentewet, de gemeentekieswet, de | augustus 1988 tot wijziging van de gemeentewet, de gemeentekieswet, de |
organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk | organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk |
welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot regeling van de | welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot regeling van de |
provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van de gelijktijdige | provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van de gelijktijdige |
parlements- en provincieraadsverkiezingen (de zogenaamde " | parlements- en provincieraadsverkiezingen (de zogenaamde " |
pacificatiewet ") en van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot | pacificatiewet ") en van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot |
hervorming der instellingen, wat de benoeming van de burgemeesters van | hervorming der instellingen, wat de benoeming van de burgemeesters van |
de randgemeenten betreft ', in zoverre daarbij de benoeming, door de | de randgemeenten betreft ', in zoverre daarbij de benoeming, door de |
Vlaamse regering, van de burgemeesters van de randgemeenten en de | Vlaamse regering, van de burgemeesters van de randgemeenten en de |
bescherming die de Vlaamse regering aan de inwoners van de | bescherming die de Vlaamse regering aan de inwoners van de |
randgemeenten kan bieden, alsmede de betwisting van die benoeming, | randgemeenten kan bieden, alsmede de betwisting van die benoeming, |
anders worden geregeld dan de benoeming, door de betrokken | anders worden geregeld dan de benoeming, door de betrokken |
gewestregering, van de burgemeesters van de andere gemeenten in het | gewestregering, van de burgemeesters van de andere gemeenten in het |
algemeen, van de andere gemeenten met een bijzondere taalregeling in | algemeen, van de andere gemeenten met een bijzondere taalregeling in |
het bijzonder en van de taalgrensgemeenten meer in het bijzonder, | het bijzonder en van de taalgrensgemeenten meer in het bijzonder, |
minstens in zoverre het arrest van de algemene vergadering van de | minstens in zoverre het arrest van de algemene vergadering van de |
afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarbij de | afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarbij de |
weigering tot benoeming wordt tenietgedaan, daarbij leidt tot de | weigering tot benoeming wordt tenietgedaan, daarbij leidt tot de |
definitieve benoeming van de aangewezen burgemeester en tot zijn | definitieve benoeming van de aangewezen burgemeester en tot zijn |
vervanging als schepen, indien hij als schepen werd verkozen, en dit | vervanging als schepen, indien hij als schepen werd verkozen, en dit |
eveneens het geval is indien de weigering tot benoeming wordt | eveneens het geval is indien de weigering tot benoeming wordt |
tenietgedaan wegens een externe illegaliteit in het algemeen of een | tenietgedaan wegens een externe illegaliteit in het algemeen of een |
vormgebrek in het bijzonder ? ». | vormgebrek in het bijzonder ? ». |
Bij de voormelde arresten nrs. 223.593 en 223.594 werd bovendien de | Bij de voormelde arresten nrs. 223.593 en 223.594 werd bovendien de |
volgende tweede prejudiciële vraag gesteld : | volgende tweede prejudiciële vraag gesteld : |
« Worden de artikelen 4, 10 en 11 van de Grondwet geschonden door | « Worden de artikelen 4, 10 en 11 van de Grondwet geschonden door |
artikel 7 van de bijzondere wet van 19 juli 2012 ' houdende wijziging | artikel 7 van de bijzondere wet van 19 juli 2012 ' houdende wijziging |
van de wet van 9 augustus 1988 tot wijziging van de gemeentewet, de | van de wet van 9 augustus 1988 tot wijziging van de gemeentewet, de |
gemeentekieswet, de organieke wet betreffende de openbare centra voor | gemeentekieswet, de organieke wet betreffende de openbare centra voor |
maatschappelijk welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot | maatschappelijk welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot |
regeling van de provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van | regeling van de provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van |
de gelijktijdige parlements- en provincieraadsverkiezingen (de | de gelijktijdige parlements- en provincieraadsverkiezingen (de |
zogenaamde " pacificatiewet ") en van de bijzondere wet van 8 augustus | zogenaamde " pacificatiewet ") en van de bijzondere wet van 8 augustus |
1980 tot hervorming der instellingen, wat de benoeming van de | 1980 tot hervorming der instellingen, wat de benoeming van de |
burgemeesters van de randgemeenten betreft ', in zoverre die bepaling | burgemeesters van de randgemeenten betreft ', in zoverre die bepaling |
moet worden geïnterpreteerd in die zin dat bij de niet-benoeming van | moet worden geïnterpreteerd in die zin dat bij de niet-benoeming van |
een burgemeester in één van de randgemeenten géén rekening mag | een burgemeester in één van de randgemeenten géén rekening mag |
gehouden worden met het gedrag van de kandidaat in de periode | gehouden worden met het gedrag van de kandidaat in de periode |
voorafgaand aan de inwerkingtreding van die bijzondere wet, ook al is | voorafgaand aan de inwerkingtreding van die bijzondere wet, ook al is |
dat gedrag nog steeds actueel en relevant wanneer er expliciet in | dat gedrag nog steeds actueel en relevant wanneer er expliciet in |
volhard wordt, terwijl voor de benoeming van burgemeesters buiten de | volhard wordt, terwijl voor de benoeming van burgemeesters buiten de |
randgemeenten wel degelijk rekening mag worden gehouden met hun gedrag | randgemeenten wel degelijk rekening mag worden gehouden met hun gedrag |
voorafgaand aan datzelfde ogenblik ? ». | voorafgaand aan datzelfde ogenblik ? ». |
Die zaken, ingeschreven onder de nummers 5640, 5641 en 5642 van de rol | Die zaken, ingeschreven onder de nummers 5640, 5641 en 5642 van de rol |
van het Hof, werden samengevoegd. | van het Hof, werden samengevoegd. |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
Ten aanzien van de in het geding zijnde bepalingen | Ten aanzien van de in het geding zijnde bepalingen |
B.1.1. De bijzondere wet van 19 juli 2012 « houdende wijziging van de | B.1.1. De bijzondere wet van 19 juli 2012 « houdende wijziging van de |
wet van 9 augustus 1988 tot wijziging van de gemeentewet, de | wet van 9 augustus 1988 tot wijziging van de gemeentewet, de |
gemeentekieswet, de organieke wet betreffende de openbare centra voor | gemeentekieswet, de organieke wet betreffende de openbare centra voor |
maatschappelijk welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot | maatschappelijk welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot |
regeling van de provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van | regeling van de provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van |
de gelijktijdige parlements- en provincieraadsverkiezingen (de | de gelijktijdige parlements- en provincieraadsverkiezingen (de |
zogenaamde ' pacificatiewet ') en van de bijzondere wet van 8 augustus | zogenaamde ' pacificatiewet ') en van de bijzondere wet van 8 augustus |
1980 tot hervorming der instellingen, wat de benoeming van de | 1980 tot hervorming der instellingen, wat de benoeming van de |
burgemeesters van de randgemeenten betreft » heeft een nieuwe | burgemeesters van de randgemeenten betreft » heeft een nieuwe |
procedure ingesteld voor de benoeming van de burgemeesters van de | procedure ingesteld voor de benoeming van de burgemeesters van de |
randgemeenten, waarbij de betwisting van de weigering van een | randgemeenten, waarbij de betwisting van de weigering van een |
benoeming door de algemene vergadering van de afdeling | benoeming door de algemene vergadering van de afdeling |
bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt beslecht. | bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt beslecht. |
Artikel 4 van die bijzondere wet heeft de nieuwe procedure | Artikel 4 van die bijzondere wet heeft de nieuwe procedure |
ingeschreven in de pacificatiewet, die ze op haar beurt invoegt in de | ingeschreven in de pacificatiewet, die ze op haar beurt invoegt in de |
Nieuwe Gemeentewet. | Nieuwe Gemeentewet. |
Het aldus in de Nieuwe Gemeentewet ingevoegde artikel 13bis bepaalt : | Het aldus in de Nieuwe Gemeentewet ingevoegde artikel 13bis bepaalt : |
« § 1. In de randgemeenten bedoeld in artikel 7 van de wetten op het | « § 1. In de randgemeenten bedoeld in artikel 7 van de wetten op het |
gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, | gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, |
wordt de voordrachtsakte van de burgemeester bevestigd door een | wordt de voordrachtsakte van de burgemeester bevestigd door een |
stemming van de gemeenteraad en aan de Vlaamse Regering bezorgd. Vanaf | stemming van de gemeenteraad en aan de Vlaamse Regering bezorgd. Vanaf |
die stemming is de kandidaat-burgemeester aangewezen-burgemeester, | die stemming is de kandidaat-burgemeester aangewezen-burgemeester, |
draagt hij de titel van ' aangewezen-burgemeester ' en oefent hij alle | draagt hij de titel van ' aangewezen-burgemeester ' en oefent hij alle |
functies uit die aan de burgemeester worden toevertrouwd. Hij wordt | functies uit die aan de burgemeester worden toevertrouwd. Hij wordt |
evenwel niet als schepen vervangen, indien hij als schepen werd | evenwel niet als schepen vervangen, indien hij als schepen werd |
verkozen. | verkozen. |
§ 2. Zodra de Vlaamse Regering deze voordrachtsakte die werd bevestigd | § 2. Zodra de Vlaamse Regering deze voordrachtsakte die werd bevestigd |
door een stemming van de gemeenteraad ontvangt, beschikt zij over een | door een stemming van de gemeenteraad ontvangt, beschikt zij over een |
termijn van zestig dagen om over te gaan tot de benoeming van de | termijn van zestig dagen om over te gaan tot de benoeming van de |
aangewezen-burgemeester of tot de mededeling van een beslissing tot | aangewezen-burgemeester of tot de mededeling van een beslissing tot |
weigering van de benoeming overeenkomstig § 4. | weigering van de benoeming overeenkomstig § 4. |
§ 3. Indien de Vlaamse Regering de aangewezen-burgemeester benoemt of | § 3. Indien de Vlaamse Regering de aangewezen-burgemeester benoemt of |
indien zij geen beslissing meedeelt binnen de haar toegewezen termijn, | indien zij geen beslissing meedeelt binnen de haar toegewezen termijn, |
is de aangewezen-burgemeester definitief benoemd en wordt hij als | is de aangewezen-burgemeester definitief benoemd en wordt hij als |
schepen vervangen overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 15, § | schepen vervangen overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 15, § |
2, indien hij als schepen werd verkozen. | 2, indien hij als schepen werd verkozen. |
§ 4. Indien de Vlaamse Regering de definitieve benoeming van de | § 4. Indien de Vlaamse Regering de definitieve benoeming van de |
betrokkene weigert, deelt zij deze beslissing tot weigering mee aan de | betrokkene weigert, deelt zij deze beslissing tot weigering mee aan de |
aangewezen-burgemeester, aan de gouverneur en de adjunct-gouverneur | aangewezen-burgemeester, aan de gouverneur en de adjunct-gouverneur |
van de provincie Vlaams-Brabant, aan de gemeentesecretaris van de | van de provincie Vlaams-Brabant, aan de gemeentesecretaris van de |
betrokken gemeente en aan de algemene vergadering van de afdeling | betrokken gemeente en aan de algemene vergadering van de afdeling |
bestuursrechtspraak van de Raad van State. De mededeling aan de | bestuursrechtspraak van de Raad van State. De mededeling aan de |
aangewezen-burgemeester vermeldt eveneens waar het administratief | aangewezen-burgemeester vermeldt eveneens waar het administratief |
dossier kan worden geraadpleegd. | dossier kan worden geraadpleegd. |
§ 5. De aangewezen-burgemeester beschikt over een termijn van dertig | § 5. De aangewezen-burgemeester beschikt over een termijn van dertig |
dagen vanaf de ontvangst van de mededeling bedoeld in § 4 om een | dagen vanaf de ontvangst van de mededeling bedoeld in § 4 om een |
memorie in te dienen bij de algemene vergadering van de afdeling | memorie in te dienen bij de algemene vergadering van de afdeling |
bestuursrechtspraak van de Raad van State. | bestuursrechtspraak van de Raad van State. |
De algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak spreekt | De algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak spreekt |
zich uit binnen de negentig dagen na de indiening van deze memorie. | zich uit binnen de negentig dagen na de indiening van deze memorie. |
De inschrijving op de algemene rol van de Raad van State vindt plaats | De inschrijving op de algemene rol van de Raad van State vindt plaats |
op het ogenblik dat de memorie wordt ingediend. | op het ogenblik dat de memorie wordt ingediend. |
De memorie wordt gedagtekend en bevat : | De memorie wordt gedagtekend en bevat : |
1° het opschrift ' memorie met betrekking tot een beslissing over de | 1° het opschrift ' memorie met betrekking tot een beslissing over de |
definitieve benoeming van een burgemeester van een randgemeente '; | definitieve benoeming van een burgemeester van een randgemeente '; |
2° de naam en de woonplaats van de aangewezen-burgemeester en de | 2° de naam en de woonplaats van de aangewezen-burgemeester en de |
gekozen woonplaats; | gekozen woonplaats; |
3° een uiteenzetting van de feiten en de middelen. | 3° een uiteenzetting van de feiten en de middelen. |
De memorie wordt niet op de rol ingeschreven indien : | De memorie wordt niet op de rol ingeschreven indien : |
1° ze niet is ondertekend of niet vergezeld gaat van vier door de | 1° ze niet is ondertekend of niet vergezeld gaat van vier door de |
ondertekenaar voor eensluidend verklaarde afschriften; | ondertekenaar voor eensluidend verklaarde afschriften; |
2° er geen inventaris is bijgevoegd van de stukken, die alle | 2° er geen inventaris is bijgevoegd van de stukken, die alle |
overeenkomstig die inventaris genummerd moeten zijn. | overeenkomstig die inventaris genummerd moeten zijn. |
In geval van toepassing van het vijfde lid, richt de hoofdgriffier aan | In geval van toepassing van het vijfde lid, richt de hoofdgriffier aan |
de aangewezen-burgemeester een brief waarin meegedeeld wordt waarom de | de aangewezen-burgemeester een brief waarin meegedeeld wordt waarom de |
memorie niet is ingeschreven op de rol en waarbij de | memorie niet is ingeschreven op de rol en waarbij de |
aangewezen-burgemeester verzocht wordt binnen vijftien dagen zijn | aangewezen-burgemeester verzocht wordt binnen vijftien dagen zijn |
memorie te regulariseren. | memorie te regulariseren. |
De aangewezen-burgemeester die zijn memorie regulariseert binnen de | De aangewezen-burgemeester die zijn memorie regulariseert binnen de |
vijftien dagen na de ontvangst van het verzoek bedoeld in het zesde | vijftien dagen na de ontvangst van het verzoek bedoeld in het zesde |
lid, wordt geacht het te hebben ingediend op de datum van de eerste | lid, wordt geacht het te hebben ingediend op de datum van de eerste |
verzending ervan. | verzending ervan. |
Een memorie die niet, onvolledig of laattijdig is geregulariseerd, | Een memorie die niet, onvolledig of laattijdig is geregulariseerd, |
wordt geacht niet te zijn ingediend. | wordt geacht niet te zijn ingediend. |
Op hetzelfde ogenblik waarop hij zijn memorie indient, stuurt de | Op hetzelfde ogenblik waarop hij zijn memorie indient, stuurt de |
aangewezen-burgemeester een kopie daarvan ter informatie aan de | aangewezen-burgemeester een kopie daarvan ter informatie aan de |
Vlaamse Regering. Deze verzending stelt de termijnen niet in werking | Vlaamse Regering. Deze verzending stelt de termijnen niet in werking |
die de Vlaamse Regering in acht moet nemen. | die de Vlaamse Regering in acht moet nemen. |
De hoofdgriffier zendt onverwijld een afschrift van de memorie aan de | De hoofdgriffier zendt onverwijld een afschrift van de memorie aan de |
Vlaamse Regering, aan de auditeur-generaal en aan de | Vlaamse Regering, aan de auditeur-generaal en aan de |
adjunct-auditeur-generaal over. | adjunct-auditeur-generaal over. |
De Vlaamse Regering zendt hem binnen vijftien dagen na de kennisgeving | De Vlaamse Regering zendt hem binnen vijftien dagen na de kennisgeving |
van de memorie door de hoofdgriffier het volledige administratief | van de memorie door de hoofdgriffier het volledige administratief |
dossier over, waarbij zij een nota met opmerkingen kan voegen. | dossier over, waarbij zij een nota met opmerkingen kan voegen. |
Eén van de exemplaren van de nota wordt door de hoofdgriffier gezonden | Eén van de exemplaren van de nota wordt door de hoofdgriffier gezonden |
aan de aangewezen-burgemeester en aan de leden van het auditoraat | aan de aangewezen-burgemeester en aan de leden van het auditoraat |
bedoeld in artikel 93, § 5, van de wetten op de Raad van State, | bedoeld in artikel 93, § 5, van de wetten op de Raad van State, |
gecoördineerd op 12 januari 1973. | gecoördineerd op 12 januari 1973. |
Een te laat ingediende nota met opmerkingen wordt uit de debatten | Een te laat ingediende nota met opmerkingen wordt uit de debatten |
geweerd. | geweerd. |
De leden van het auditoraat maken binnen vijftien dagen na ontvangst | De leden van het auditoraat maken binnen vijftien dagen na ontvangst |
van het dossier een verslag op overeenkomstig artikel 93, § 5, van de | van het dossier een verslag op overeenkomstig artikel 93, § 5, van de |
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. In | wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. In |
voorkomend geval verzoeken zij de partijen nadere uitleg te | voorkomend geval verzoeken zij de partijen nadere uitleg te |
verstrekken over de punten die zij aangeven. | verstrekken over de punten die zij aangeven. |
De eerste voorzitter of de voorzitter bepaalt na kennisneming van het | De eerste voorzitter of de voorzitter bepaalt na kennisneming van het |
verslag, bij beschikking de dag van de terechtzitting waarop de zaak | verslag, bij beschikking de dag van de terechtzitting waarop de zaak |
wordt behandeld door de algemene vergadering van de afdeling | wordt behandeld door de algemene vergadering van de afdeling |
bestuursrechtspraak van de Raad van State. | bestuursrechtspraak van de Raad van State. |
De hoofdgriffier geeft onverwijld kennis van de beschikking waarbij de | De hoofdgriffier geeft onverwijld kennis van de beschikking waarbij de |
rechtsdag wordt bepaald aan : | rechtsdag wordt bepaald aan : |
1° de leden van het auditoraat bedoeld in artikel 93, § 5, van de | 1° de leden van het auditoraat bedoeld in artikel 93, § 5, van de |
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; | wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; |
2° de Vlaamse Regering; | 2° de Vlaamse Regering; |
3° de aangewezen-burgemeester. | 3° de aangewezen-burgemeester. |
Het verslag wordt bij de oproeping gevoegd. De partijen en hun | Het verslag wordt bij de oproeping gevoegd. De partijen en hun |
advocaat kunnen gedurende de in de beschikking van de eerste | advocaat kunnen gedurende de in de beschikking van de eerste |
voorzitter of de voorzitter bepaalde tijd ter griffie inzage nemen van | voorzitter of de voorzitter bepaalde tijd ter griffie inzage nemen van |
het dossier. | het dossier. |
De artikelen 93, § 5, eerste lid, 95, §§ 2 tot 4, en 97, derde lid, | De artikelen 93, § 5, eerste lid, 95, §§ 2 tot 4, en 97, derde lid, |
van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, | van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, |
zijn van toepassing op de procedure die wordt ingesteld door dit | zijn van toepassing op de procedure die wordt ingesteld door dit |
artikel. De artikelen 21, zesde lid, 21bis en 30, § 3, van dezelfde | artikel. De artikelen 21, zesde lid, 21bis en 30, § 3, van dezelfde |
gecoördineerde wetten zijn niet van toepassing. | gecoördineerde wetten zijn niet van toepassing. |
§ 6. Indien de aangewezen-burgemeester geen memorie indient binnen de | § 6. Indien de aangewezen-burgemeester geen memorie indient binnen de |
termijn van dertig dagen bedoeld in § 5, eerste lid, of indien de | termijn van dertig dagen bedoeld in § 5, eerste lid, of indien de |
algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad | algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad |
van State de beslissing tot weigering bevestigt, wordt deze | van State de beslissing tot weigering bevestigt, wordt deze |
definitief. De gemeenteraad beschikt over dertig dagen vanaf de datum | definitief. De gemeenteraad beschikt over dertig dagen vanaf de datum |
waarop de beslissing tot weigering definitief is geworden om door een | waarop de beslissing tot weigering definitief is geworden om door een |
stemming een nieuwe voordrachtsakte te bevestigen. | stemming een nieuwe voordrachtsakte te bevestigen. |
§ 7. Indien de algemene vergadering van de afdeling | § 7. Indien de algemene vergadering van de afdeling |
bestuursrechtspraak van de Raad van State de beslissing van weigering | bestuursrechtspraak van de Raad van State de beslissing van weigering |
tot benoeming tenietdoet, leidt haar arrest tot de definitieve | tot benoeming tenietdoet, leidt haar arrest tot de definitieve |
benoeming van de aangewezen-burgemeester en tot zijn vervanging als | benoeming van de aangewezen-burgemeester en tot zijn vervanging als |
schepen overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 15, § 2, indien | schepen overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 15, § 2, indien |
hij als schepen werd verkozen. | hij als schepen werd verkozen. |
§ 8. Voor alles wat niet geregeld is bij dit artikel zijn de wetten op | § 8. Voor alles wat niet geregeld is bij dit artikel zijn de wetten op |
de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 en het besluit van | de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 en het besluit van |
de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor | de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor |
de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van toepassing | de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van toepassing |
». | ». |
De bijzondere wet van 19 juli 2012 is op 14 oktober 2012 in werking | De bijzondere wet van 19 juli 2012 is op 14 oktober 2012 in werking |
getreden. | getreden. |
B.1.2. Artikel 7 van die bijzondere wet bepaalt : | B.1.2. Artikel 7 van die bijzondere wet bepaalt : |
« Het louter bestaan van een beslissing tot weigering van de benoeming | « Het louter bestaan van een beslissing tot weigering van de benoeming |
voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet kan niet worden | voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet kan niet worden |
ingeroepen om de weigering van de benoeming van een | ingeroepen om de weigering van de benoeming van een |
aangewezen-burgemeester te verantwoorden overeenkomstig de procedure | aangewezen-burgemeester te verantwoorden overeenkomstig de procedure |
bedoeld in artikel 4 ». | bedoeld in artikel 4 ». |
Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de prejudiciële vragen | Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de prejudiciële vragen |
B.2.1. De verzoekende partijen voor het verwijzende rechtscollege in | B.2.1. De verzoekende partijen voor het verwijzende rechtscollege in |
de zaken nrs. 5640 en 5641 betwisten de ontvankelijkheid van de eerste | de zaken nrs. 5640 en 5641 betwisten de ontvankelijkheid van de eerste |
prejudiciële vraag omdat een weigering tot benoeming niet zou kunnen | prejudiciële vraag omdat een weigering tot benoeming niet zou kunnen |
worden uitgesproken « wegens een externe illegaliteit in het algemeen | worden uitgesproken « wegens een externe illegaliteit in het algemeen |
of een vormgebrek in het bijzonder ». Zij betwisten ook de | of een vormgebrek in het bijzonder ». Zij betwisten ook de |
ontvankelijkheid van de tweede prejudiciële vraag omdat zij op een | ontvankelijkheid van de tweede prejudiciële vraag omdat zij op een |
foutief uitgangspunt zou steunen. | foutief uitgangspunt zou steunen. |
B.2.2. Aangezien de excepties van niet-ontvankelijkheid afhankelijk | B.2.2. Aangezien de excepties van niet-ontvankelijkheid afhankelijk |
zijn van de draagwijdte van de in het geding zijnde bepalingen, valt | zijn van de draagwijdte van de in het geding zijnde bepalingen, valt |
het onderzoek ervan samen met dat van de grond van de zaak. | het onderzoek ervan samen met dat van de grond van de zaak. |
Ten aanzien van de eerste prejudiciële vraag | Ten aanzien van de eerste prejudiciële vraag |
B.3. De eerste prejudiciële vraag strekt ertoe van het Hof te vernemen | B.3. De eerste prejudiciële vraag strekt ertoe van het Hof te vernemen |
of het in B.1.1 geciteerde artikel 13bis van de Nieuwe Gemeentewet | of het in B.1.1 geciteerde artikel 13bis van de Nieuwe Gemeentewet |
bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11, al dan niet in samenhang | bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11, al dan niet in samenhang |
gelezen met artikel 4, van de Grondwet in zoverre het een verschil in | gelezen met artikel 4, van de Grondwet in zoverre het een verschil in |
behandeling doet ontstaan, wat de procedure van benoeming tot | behandeling doet ontstaan, wat de procedure van benoeming tot |
burgemeester betreft, tussen de kandidaten in de randgemeenten en de | burgemeester betreft, tussen de kandidaten in de randgemeenten en de |
kandidaten in de overige gemeenten van het Nederlandse taalgebied, | kandidaten in de overige gemeenten van het Nederlandse taalgebied, |
doordat het voor de eerste categorie in een afwijkende procedure | doordat het voor de eerste categorie in een afwijkende procedure |
voorziet volgens welke een arrest van de algemene vergadering van de | voorziet volgens welke een arrest van de algemene vergadering van de |
afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de beslissing | afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de beslissing |
van weigering tot benoeming van burgemeester in de randgemeente | van weigering tot benoeming van burgemeester in de randgemeente |
tenietdoet tot de definitieve benoeming van de burgemeester leidt, ook | tenietdoet tot de definitieve benoeming van de burgemeester leidt, ook |
« indien de weigering tot benoeming wordt tenietgedaan wegens een | « indien de weigering tot benoeming wordt tenietgedaan wegens een |
externe illegaliteit in het algemeen of een vormgebrek in het | externe illegaliteit in het algemeen of een vormgebrek in het |
bijzonder ». | bijzonder ». |
B.4.1. Volgens de Ministerraad en de verzoekende partijen voor het | B.4.1. Volgens de Ministerraad en de verzoekende partijen voor het |
verwijzende rechtscollege zijn de aangevoerde categorieën van personen | verwijzende rechtscollege zijn de aangevoerde categorieën van personen |
niet vergelijkbaar omdat de randgemeenten aan een bijzondere | niet vergelijkbaar omdat de randgemeenten aan een bijzondere |
taalregeling zijn onderworpen die afwijkt van de regeling in de | taalregeling zijn onderworpen die afwijkt van de regeling in de |
overige gemeenten van het Nederlandse taalgebied. | overige gemeenten van het Nederlandse taalgebied. |
B.4.2. Verschil en niet-vergelijkbaarheid mogen evenwel niet worden | B.4.2. Verschil en niet-vergelijkbaarheid mogen evenwel niet worden |
verward. De specifieke taalregeling waaraan de gemeenten zijn | verward. De specifieke taalregeling waaraan de gemeenten zijn |
onderworpen, kan weliswaar een element zijn in de beoordeling van een | onderworpen, kan weliswaar een element zijn in de beoordeling van een |
verschil in behandeling, maar zij kan niet volstaan om tot de | verschil in behandeling, maar zij kan niet volstaan om tot de |
niet-vergelijkbaarheid te besluiten, anders zou de toetsing aan het | niet-vergelijkbaarheid te besluiten, anders zou de toetsing aan het |
beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie van elke inhoud worden | beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie van elke inhoud worden |
ontdaan. | ontdaan. |
B.5. Volgens de Ministerraad zou, gelet op artikel 160 van de | B.5. Volgens de Ministerraad zou, gelet op artikel 160 van de |
Grondwet, de in het geding zijnde bepaling in overeenstemming zijn met | Grondwet, de in het geding zijnde bepaling in overeenstemming zijn met |
de Grondwet en zou het niet aan het Hof toekomen om die beoordeling | de Grondwet en zou het niet aan het Hof toekomen om die beoordeling |
door de Grondwetgever tegen te spreken. | door de Grondwetgever tegen te spreken. |
B.6.1. Artikel 160 van de Grondwet bepaalt : | B.6.1. Artikel 160 van de Grondwet bepaalt : |
« Er bestaat voor geheel België een Raad van State, waarvan de | « Er bestaat voor geheel België een Raad van State, waarvan de |
samenstelling, de bevoegdheid en de werking door de wet worden | samenstelling, de bevoegdheid en de werking door de wet worden |
bepaald. De wet kan evenwel aan de Koning de macht toekennen de | bepaald. De wet kan evenwel aan de Koning de macht toekennen de |
rechtspleging te regelen overeenkomstig de beginselen die zij | rechtspleging te regelen overeenkomstig de beginselen die zij |
vaststelt. | vaststelt. |
De Raad van State doet bij wege van arrest uitspraak als | De Raad van State doet bij wege van arrest uitspraak als |
administratief rechtscollege en geeft advies in de door de wet | administratief rechtscollege en geeft advies in de door de wet |
bepaalde gevallen. | bepaalde gevallen. |
Aan de bepalingen betreffende de algemene vergadering van de afdeling | Aan de bepalingen betreffende de algemene vergadering van de afdeling |
bestuursrechtspraak van de Raad van State die op dezelfde dag als dit | bestuursrechtspraak van de Raad van State die op dezelfde dag als dit |
lid in werking treden, kan geen verandering worden aangebracht dan bij | lid in werking treden, kan geen verandering worden aangebracht dan bij |
een wet aangenomen met de in artikel 4, laatste lid, bepaalde | een wet aangenomen met de in artikel 4, laatste lid, bepaalde |
meerderheid ». | meerderheid ». |
B.6.2. Het laatste lid van de voormelde grondwetsbepaling werd | B.6.2. Het laatste lid van de voormelde grondwetsbepaling werd |
toegevoegd bij de « herziening van artikel 160 van de Grondwet » van | toegevoegd bij de « herziening van artikel 160 van de Grondwet » van |
19 juli 2012. Het is op 14 oktober 2012 in werking getreden. | 19 juli 2012. Het is op 14 oktober 2012 in werking getreden. |
Uit de parlementaire voorbereiding van die herziening blijkt dat de | Uit de parlementaire voorbereiding van die herziening blijkt dat de |
Grondwetgever niet enkel beoogde voor te schrijven dat de wijziging | Grondwetgever niet enkel beoogde voor te schrijven dat de wijziging |
van de bepalingen betreffende de algemene vergadering van de afdeling | van de bepalingen betreffende de algemene vergadering van de afdeling |
bestuursrechtspraak van de Raad van State in de toekomst bij | bestuursrechtspraak van de Raad van State in de toekomst bij |
bijzonderemeerderheidswet dient te geschieden, maar dat hij zich | bijzonderemeerderheidswet dient te geschieden, maar dat hij zich |
tevens de keuzes die voortvloeien uit die bepalingen, eigen heeft | tevens de keuzes die voortvloeien uit die bepalingen, eigen heeft |
gemaakt. In de toelichting bij het voormelde voorstel werd hieromtrent | gemaakt. In de toelichting bij het voormelde voorstel werd hieromtrent |
het volgende vermeld : | het volgende vermeld : |
« Dit voorstel tot herziening van de Grondwet strekt ertoe om erin te | « Dit voorstel tot herziening van de Grondwet strekt ertoe om erin te |
voorzien dat de bepalingen betreffende de algemene vergadering van de | voorzien dat de bepalingen betreffende de algemene vergadering van de |
afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die op de zelfde | afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die op de zelfde |
dag als de voorgestelde grondwetsbepaling in werking treden, in de | dag als de voorgestelde grondwetsbepaling in werking treden, in de |
toekomst slechts gewijzigd zullen kunnen worden bij een wet die is | toekomst slechts gewijzigd zullen kunnen worden bij een wet die is |
aangenomen met de bijzondere meerderheid bepaald in artikel 4, laatste | aangenomen met de bijzondere meerderheid bepaald in artikel 4, laatste |
lid. | lid. |
Deze bepalingen maken het voorwerp uit van een wetsvoorstel dat | Deze bepalingen maken het voorwerp uit van een wetsvoorstel dat |
tegelijk met de voorgestelde grondwettelijke bepaling zal worden | tegelijk met de voorgestelde grondwettelijke bepaling zal worden |
bekrachtigd en afgekondigd (stuk Senaat, nr. 5-1563/1, 2011/2012). | bekrachtigd en afgekondigd (stuk Senaat, nr. 5-1563/1, 2011/2012). |
Het onderhavig voorstel tot herziening van de Grondwet moet dus worden | Het onderhavig voorstel tot herziening van de Grondwet moet dus worden |
samengelezen met dit wetsvoorstel. Deze twee voorstellen gaan namelijk | samengelezen met dit wetsvoorstel. Deze twee voorstellen gaan namelijk |
uit van eenzelfde intentie. De wet die uit dit voorstel zal | uit van eenzelfde intentie. De wet die uit dit voorstel zal |
voortvloeien, wordt op die manier geconsolideerd door de voorgestelde | voortvloeien, wordt op die manier geconsolideerd door de voorgestelde |
nieuwe grondwetsbepaling. Zij zal in de toekomst slechts gewijzigd | nieuwe grondwetsbepaling. Zij zal in de toekomst slechts gewijzigd |
kunnen worden bij een wet die is aangenomen met een bijzondere | kunnen worden bij een wet die is aangenomen met een bijzondere |
meerderheid. | meerderheid. |
Door te verwijzen naar de wet die de nieuwe bevoegdheden en | Door te verwijzen naar de wet die de nieuwe bevoegdheden en |
beraadslagingswijzen van de algemene vergadering van de afdeling | beraadslagingswijzen van de algemene vergadering van de afdeling |
bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaalt voor de geschillen | bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaalt voor de geschillen |
betreffende de randgemeenten en door erin te voorzien dat de | betreffende de randgemeenten en door erin te voorzien dat de |
bepalingen terzake in de toekomst alleen nog gewijzigd zullen kunnen | bepalingen terzake in de toekomst alleen nog gewijzigd zullen kunnen |
worden bij een wet die is aangenomen met een bijzondere meerderheid, | worden bij een wet die is aangenomen met een bijzondere meerderheid, |
heeft de voorgestelde grondwetstekst tot gevolg dat de grondwetgever | heeft de voorgestelde grondwetstekst tot gevolg dat de grondwetgever |
zich akkoord verklaart met de door de wetgever gemaakte keuzes en dat | zich akkoord verklaart met de door de wetgever gemaakte keuzes en dat |
de andere grondwettelijke beginselen deze keuzes niet in de weg staan | de andere grondwettelijke beginselen deze keuzes niet in de weg staan |
(verg. Arbitragehof, arrest nr. 2004/201, overw. B.7.2 tot en met | (verg. Arbitragehof, arrest nr. 2004/201, overw. B.7.2 tot en met |
B.8.3). | B.8.3). |
De vaststelling dat deze hervorming raakt aan de kern van de grote | De vaststelling dat deze hervorming raakt aan de kern van de grote |
evenwichten die bijdragen aan de communautaire vrede rechtvaardigt - | evenwichten die bijdragen aan de communautaire vrede rechtvaardigt - |
naar analogie met wat voorzien is in de andere bepalingen van de | naar analogie met wat voorzien is in de andere bepalingen van de |
Grondwet die betrekking hebben op die grote evenwichten (zie | Grondwet die betrekking hebben op die grote evenwichten (zie |
bijvoorbeeld artikel 129, § 2) - dat de bepalingen betreffende de | bijvoorbeeld artikel 129, § 2) - dat de bepalingen betreffende de |
algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad | algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad |
van State die op de zelfde dag als de voorgestelde grondwetsbepaling | van State die op de zelfde dag als de voorgestelde grondwetsbepaling |
in werking treden, in de toekomst slechts kunnen worden gewijzigd bij | in werking treden, in de toekomst slechts kunnen worden gewijzigd bij |
de bijzondere meerderheid bedoeld in artikel 4, laatste lid, van de | de bijzondere meerderheid bedoeld in artikel 4, laatste lid, van de |
Grondwet » (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1564/1, pp. 1-2). | Grondwet » (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1564/1, pp. 1-2). |
B.6.3. Er dient overigens te worden vastgesteld dat het verslag over | B.6.3. Er dient overigens te worden vastgesteld dat het verslag over |
het voorstel tot herziening van artikel 160 van de Grondwet een | het voorstel tot herziening van artikel 160 van de Grondwet een |
gemeenschappelijk verslag was dat eveneens betrekking had op het | gemeenschappelijk verslag was dat eveneens betrekking had op het |
wetsvoorstel « tot wijziging van de wetten op de Raad van State, | wetsvoorstel « tot wijziging van de wetten op de Raad van State, |
gecoördineerd op 12 januari 1973 », op het voorstel van bijzondere wet | gecoördineerd op 12 januari 1973 », op het voorstel van bijzondere wet |
« houdende wijziging van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 | « houdende wijziging van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 |
augustus 1980 tot hervorming der instellingen en van artikel 5bis van | augustus 1980 tot hervorming der instellingen en van artikel 5bis van |
de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse | de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse |
Instellingen » en op het wetsvoorstel dat de in het geding zijnde wet | Instellingen » en op het wetsvoorstel dat de in het geding zijnde wet |
is geworden. | is geworden. |
In dat verslag werd uitgelegd dat die voorstellen « thematisch met | In dat verslag werd uitgelegd dat die voorstellen « thematisch met |
elkaar [zijn] verbonden doordat ze allemaal de randgemeenten behelzen, | elkaar [zijn] verbonden doordat ze allemaal de randgemeenten behelzen, |
inzonderheid de administratieve geschillen met betrekking tot die | inzonderheid de administratieve geschillen met betrekking tot die |
gemeenten, de benoeming van hun burgemeesters en het optreden van de | gemeenten, de benoeming van hun burgemeesters en het optreden van de |
Raad van State dienaangaande » (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. | Raad van State dienaangaande » (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. |
5-1563/4, p. 3). | 5-1563/4, p. 3). |
De « onderlinge samenhang » van die wetsvoorstellen en van het | De « onderlinge samenhang » van die wetsvoorstellen en van het |
voorstel tot herziening van artikel 160 van de Grondwet (ibid.) werd | voorstel tot herziening van artikel 160 van de Grondwet (ibid.) werd |
onderstreept : | onderstreept : |
« Grondwet en wet moeten in hetzelfde perspectief worden gelezen. Om | « Grondwet en wet moeten in hetzelfde perspectief worden gelezen. Om |
die reden zullen ook de grondwettelijke en wettelijke regels op | die reden zullen ook de grondwettelijke en wettelijke regels op |
dezelfde dag in werking treden » (ibid., p. 6). | dezelfde dag in werking treden » (ibid., p. 6). |
In dat verslag wordt voorts uiteengezet dat de wetsvoorstellen, | In dat verslag wordt voorts uiteengezet dat de wetsvoorstellen, |
waaronder de wijziging van de pacificatiewet, en de herziening van | waaronder de wijziging van de pacificatiewet, en de herziening van |
artikel 160 van de Grondwet « inderdaad [uitgaan] van eenzelfde | artikel 160 van de Grondwet « inderdaad [uitgaan] van eenzelfde |
intentie » (ibid., p. 10). | intentie » (ibid., p. 10). |
De afdeling wetgeving van de Raad van State heeft eveneens, in haar | De afdeling wetgeving van de Raad van State heeft eveneens, in haar |
advies over de in het geding zijnde bepaling, de « zeer nauwe band » | advies over de in het geding zijnde bepaling, de « zeer nauwe band » |
bevestigd die bestaat tussen het wetsvoorstel tot invoering van een | bevestigd die bestaat tussen het wetsvoorstel tot invoering van een |
nieuwe procedure voor de benoeming van de burgemeesters van de | nieuwe procedure voor de benoeming van de burgemeesters van de |
randgemeenten, en het voorstel tot herziening van artikel 160 van de | randgemeenten, en het voorstel tot herziening van artikel 160 van de |
Grondwet (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1565/2, p. 5). | Grondwet (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1565/2, p. 5). |
B.6.4. De herziening van artikel 160 van de Grondwet van 19 juli 2012, | B.6.4. De herziening van artikel 160 van de Grondwet van 19 juli 2012, |
in werking getreden op 14 oktober 2012, moet dus in samenhang worden | in werking getreden op 14 oktober 2012, moet dus in samenhang worden |
gelezen met de wet van 19 juli 2012 « tot wijziging van de wetten op | gelezen met de wet van 19 juli 2012 « tot wijziging van de wetten op |
de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, wat de | de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, wat de |
behandeling van geschillen betreft door de algemene vergadering van de | behandeling van geschillen betreft door de algemene vergadering van de |
afdeling bestuursrechtspraak, op vraag van personen gevestigd in de | afdeling bestuursrechtspraak, op vraag van personen gevestigd in de |
randgemeenten », met de bijzondere wet van 19 juli 2012 « houdende | randgemeenten », met de bijzondere wet van 19 juli 2012 « houdende |
wijziging van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 | wijziging van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 |
tot hervorming der instellingen en van artikel 5bis van de bijzondere | tot hervorming der instellingen en van artikel 5bis van de bijzondere |
wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen » | wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen » |
en met de in het geding zijnde bepaling, eveneens in werking getreden | en met de in het geding zijnde bepaling, eveneens in werking getreden |
op 14 oktober 2012. | op 14 oktober 2012. |
B.6.5. De in het geding zijnde bepaling geeft concreet vorm aan een | B.6.5. De in het geding zijnde bepaling geeft concreet vorm aan een |
van de punten van het Institutioneel Akkoord « voor de zesde | van de punten van het Institutioneel Akkoord « voor de zesde |
Staatshervorming » van 11 oktober 2011 (Parl. St., Senaat, 2011-2012, | Staatshervorming » van 11 oktober 2011 (Parl. St., Senaat, 2011-2012, |
nr. 5-1563/4, p. 7); punt 2.4 van dat akkoord detailleert overigens de | nr. 5-1563/4, p. 7); punt 2.4 van dat akkoord detailleert overigens de |
procedure die wordt gevolgd voor de algemene vergadering van de | procedure die wordt gevolgd voor de algemene vergadering van de |
afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarbij er | afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarbij er |
uitdrukkelijk in is voorzien dat, wanneer de algemene vergadering de | uitdrukkelijk in is voorzien dat, wanneer de algemene vergadering de |
weigering tot benoeming tenietdoet, de burgemeester definitief wordt | weigering tot benoeming tenietdoet, de burgemeester definitief wordt |
benoemd, zodat het arrest dus geldt als een benoeming. | benoemd, zodat het arrest dus geldt als een benoeming. |
Die nieuwe procedure strekt ertoe een einde te maken aan de herhaalde | Die nieuwe procedure strekt ertoe een einde te maken aan de herhaalde |
betwistingen in de loop van de laatste jaren met betrekking tot de | betwistingen in de loop van de laatste jaren met betrekking tot de |
weigeringen tot benoeming van burgemeesters van de randgemeenten, door | weigeringen tot benoeming van burgemeesters van de randgemeenten, door |
die betwistingen toe te vertrouwen aan een op taalvlak paritair | die betwistingen toe te vertrouwen aan een op taalvlak paritair |
samengesteld rechtscollege. | samengesteld rechtscollege. |
B.6.6. In de parlementaire voorbereiding met betrekking tot de | B.6.6. In de parlementaire voorbereiding met betrekking tot de |
herziening van artikel 160 van de Grondwet wordt aangegeven dat « deze | herziening van artikel 160 van de Grondwet wordt aangegeven dat « deze |
hervorming raakt aan de kern van de grote evenwichten die bijdragen | hervorming raakt aan de kern van de grote evenwichten die bijdragen |
aan de communautaire vrede » (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. | aan de communautaire vrede » (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. |
5-1564/1, p. 2). | 5-1564/1, p. 2). |
In dezelfde lijn werd tijdens de totstandkoming van de in het geding | In dezelfde lijn werd tijdens de totstandkoming van de in het geding |
zijnde bepaling benadrukt dat de nieuwe procedure voortvloeit « uit | zijnde bepaling benadrukt dat de nieuwe procedure voortvloeit « uit |
het zoeken naar een noodzakelijk evenwicht tussen de belangen van de | het zoeken naar een noodzakelijk evenwicht tussen de belangen van de |
verschillende gemeenschappen en gewesten binnen de Belgische Staat en | verschillende gemeenschappen en gewesten binnen de Belgische Staat en |
[...] tot doel [heeft] nieuwe communautaire conflicten te vermijden » | [...] tot doel [heeft] nieuwe communautaire conflicten te vermijden » |
(Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1565/1, p. 1). | (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1565/1, p. 1). |
De bijzondere wetgever beoogde daarbij de nieuwe procedure | De bijzondere wetgever beoogde daarbij de nieuwe procedure |
uitdrukkelijk tot de zes randgemeenten te beperken : | uitdrukkelijk tot de zes randgemeenten te beperken : |
« De bijzondere situatie van die randgemeenten, de plaats die ze | « De bijzondere situatie van die randgemeenten, de plaats die ze |
innemen in het federale evenwicht en de zorg om de communautaire vrede | innemen in het federale evenwicht en de zorg om de communautaire vrede |
te behouden of te verzekeren, wettigen die specifieke regeling » | te behouden of te verzekeren, wettigen die specifieke regeling » |
(Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1563/4, p. 7). | (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1563/4, p. 7). |
Zoals in B.1.1 is uiteengezet, werd de nieuwe procedure ingevoegd in | Zoals in B.1.1 is uiteengezet, werd de nieuwe procedure ingevoegd in |
de pacificatiewet van 9 augustus 1988. Die wet heeft als algemeen doel | de pacificatiewet van 9 augustus 1988. Die wet heeft als algemeen doel |
de pacificatie tussen de gemeenschappen te verzekeren. Dat doel wordt | de pacificatie tussen de gemeenschappen te verzekeren. Dat doel wordt |
nagestreefd door het uitvaardigen van bepalingen op het vlak van het | nagestreefd door het uitvaardigen van bepalingen op het vlak van het |
gemeentebestuur en de verkiezingen die van dien aard zijn dat zij het | gemeentebestuur en de verkiezingen die van dien aard zijn dat zij het |
bestuur van de gemeenten met een speciaal taalstatuut | bestuur van de gemeenten met een speciaal taalstatuut |
vergemakkelijken, tegenstellingen tussen de gemeenschappen vermijden, | vergemakkelijken, tegenstellingen tussen de gemeenschappen vermijden, |
een harmonieuze deelneming van de taalmeerderheden en -minderheden aan | een harmonieuze deelneming van de taalmeerderheden en -minderheden aan |
het beheer van de gemeente toelaten en aan bepaalde bekommernissen van | het beheer van de gemeente toelaten en aan bepaalde bekommernissen van |
taalminderheden tegemoetkomen (zie arrest nr. 18/90 van 23 mei 1990, | taalminderheden tegemoetkomen (zie arrest nr. 18/90 van 23 mei 1990, |
B.9.1-B.9.2, en arrest nr. 35/2003 van 25 maart 2003, B.13.3). | B.9.1-B.9.2, en arrest nr. 35/2003 van 25 maart 2003, B.13.3). |
De wijziging van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus | De wijziging van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus |
1980 tot hervorming der instellingen en van artikel 5bis van de | 1980 tot hervorming der instellingen en van artikel 5bis van de |
bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse | bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse |
Instellingen, door een « bijwerking » op 14 oktober 2012 van de « | Instellingen, door een « bijwerking » op 14 oktober 2012 van de « |
standstill »-clausule in die bepalingen (Parl. St., Senaat, 2011-2012, | standstill »-clausule in die bepalingen (Parl. St., Senaat, 2011-2012, |
nr. 5-1563/4, p. 10), bevestigt overigens dat de specifieke procedure | nr. 5-1563/4, p. 10), bevestigt overigens dat de specifieke procedure |
voor de benoeming van de burgemeesters van de zes randgemeenten - met | voor de benoeming van de burgemeesters van de zes randgemeenten - met |
inbegrip van de bevoegdheid van de algemene vergadering van de | inbegrip van de bevoegdheid van de algemene vergadering van de |
afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voor de | afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voor de |
betwistingen met betrekking tot een weigering tot benoeming - is | betwistingen met betrekking tot een weigering tot benoeming - is |
opgevat als een « waarborg » ten behoeve van de Franstaligen in de | opgevat als een « waarborg » ten behoeve van de Franstaligen in de |
randgemeenten. In de parlementaire voorbereiding met betrekking tot de | randgemeenten. In de parlementaire voorbereiding met betrekking tot de |
in het geding zijnde bepaling wordt ook uitgelegd dat de nieuwe | in het geding zijnde bepaling wordt ook uitgelegd dat de nieuwe |
benoemingsprocedure « een garantie uitmaakt in de zin van artikel | benoemingsprocedure « een garantie uitmaakt in de zin van artikel |
16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der | 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der |
instellingen » (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1565/1, p. 2; zie | instellingen » (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1565/1, p. 2; zie |
ook Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1563/4, p. 30). | ook Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1563/4, p. 30). |
B.7.1. Het Hof is niet bevoegd om zich uit te spreken over een | B.7.1. Het Hof is niet bevoegd om zich uit te spreken over een |
verschil in behandeling of een beperking van een grondrecht | verschil in behandeling of een beperking van een grondrecht |
voortvloeiende uit een door de Grondwetgever zelf gemaakte keuze. | voortvloeiende uit een door de Grondwetgever zelf gemaakte keuze. |
Hoewel die keuze in beginsel uit de tekst van de Grondwet dient te | Hoewel die keuze in beginsel uit de tekst van de Grondwet dient te |
blijken, kan de parlementaire voorbereiding ervan te dezen volstaan om | blijken, kan de parlementaire voorbereiding ervan te dezen volstaan om |
duidelijkheid te hebben over die keuze, nu uit de voormelde | duidelijkheid te hebben over die keuze, nu uit de voormelde |
toelichting onomstotelijk en zonder dat hieromtrent tegenspraak | toelichting onomstotelijk en zonder dat hieromtrent tegenspraak |
bestond, blijkt dat de Grondwetgever niet alleen kennis had van de | bestond, blijkt dat de Grondwetgever niet alleen kennis had van de |
bepalingen betreffende de algemene vergadering van de afdeling | bepalingen betreffende de algemene vergadering van de afdeling |
bestuursrechtspraak van de Raad van State, in werking getreden op | bestuursrechtspraak van de Raad van State, in werking getreden op |
dezelfde dag als de herziening van artikel 160 van de Grondwet, maar | dezelfde dag als de herziening van artikel 160 van de Grondwet, maar |
zich tevens de keuzes die eruit voortvloeien eigen heeft gemaakt. | zich tevens de keuzes die eruit voortvloeien eigen heeft gemaakt. |
B.7.2. Die vaststelling houdt evenwel niet in dat de in het geding | B.7.2. Die vaststelling houdt evenwel niet in dat de in het geding |
zijnde bepaling in haar geheel aan de toetsingsbevoegdheid van het Hof | zijnde bepaling in haar geheel aan de toetsingsbevoegdheid van het Hof |
ontsnapt. Uit de in het laatste lid van artikel 160 van de Grondwet | ontsnapt. Uit de in het laatste lid van artikel 160 van de Grondwet |
vervatte verwijzing blijkt immers dat de Grondwetgever zich enkel | vervatte verwijzing blijkt immers dat de Grondwetgever zich enkel |
akkoord verklaart met de door de wetgever gemaakte keuzes ten aanzien | akkoord verklaart met de door de wetgever gemaakte keuzes ten aanzien |
van « de bepalingen betreffende de algemene vergadering van de | van « de bepalingen betreffende de algemene vergadering van de |
afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State »; die bepalingen | afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State »; die bepalingen |
beogen, zoals in de in B.6.2 aangehaalde parlementaire voorbereiding | beogen, zoals in de in B.6.2 aangehaalde parlementaire voorbereiding |
is uiteengezet, zowel de nieuwe bevoegdheden als de | is uiteengezet, zowel de nieuwe bevoegdheden als de |
beraadslagingswijzen van de algemene vergadering van de afdeling | beraadslagingswijzen van de algemene vergadering van de afdeling |
bestuursrechtspraak van de Raad van State. | bestuursrechtspraak van de Raad van State. |
In zoverre de bevoegdheid van het Hof erdoor wordt beperkt, dient de | In zoverre de bevoegdheid van het Hof erdoor wordt beperkt, dient de |
keuze van de Grondwetgever beperkend te worden geïnterpreteerd. Het | keuze van de Grondwetgever beperkend te worden geïnterpreteerd. Het |
Hof dient derhalve na te gaan of de prejudiciële vraag bepalingen | Hof dient derhalve na te gaan of de prejudiciële vraag bepalingen |
beoogt waarvan de Grondwetgever zich de keuzes eigen heeft gemaakt. | beoogt waarvan de Grondwetgever zich de keuzes eigen heeft gemaakt. |
B.8. De door de in het geding zijnde bepaling ingevoerde procedure | B.8. De door de in het geding zijnde bepaling ingevoerde procedure |
heeft betrekking op de benoeming van de burgemeesters in de zes | heeft betrekking op de benoeming van de burgemeesters in de zes |
randgemeenten. | randgemeenten. |
Zoals in de andere gemeenten van het Nederlandse taalgebied, wordt een | Zoals in de andere gemeenten van het Nederlandse taalgebied, wordt een |
kandidaat voor benoeming tot burgemeester voorgedragen door de | kandidaat voor benoeming tot burgemeester voorgedragen door de |
gemeenteraadsleden. Overeenkomstig de nieuwe procedure wordt die | gemeenteraadsleden. Overeenkomstig de nieuwe procedure wordt die |
voordrachtsakte in de randgemeenten bevestigd door een stemming van de | voordrachtsakte in de randgemeenten bevestigd door een stemming van de |
gemeenteraad. Vanaf die stemming draagt de kandidaat-burgemeester de | gemeenteraad. Vanaf die stemming draagt de kandidaat-burgemeester de |
titel van « aangewezen-burgemeester » en oefent hij alle functies uit | titel van « aangewezen-burgemeester » en oefent hij alle functies uit |
die aan de burgemeester worden toevertrouwd (artikel 13bis, § 1, van | die aan de burgemeester worden toevertrouwd (artikel 13bis, § 1, van |
de Nieuwe Gemeentewet). | de Nieuwe Gemeentewet). |
De Vlaamse Regering beschikt over een termijn van zestig dagen, zodra | De Vlaamse Regering beschikt over een termijn van zestig dagen, zodra |
zij de door de gemeenteraad bevestigde voordrachtsakte ontvangt, om de | zij de door de gemeenteraad bevestigde voordrachtsakte ontvangt, om de |
aangewezen-burgemeester al dan niet te benoemen (artikel 13bis, § 2). | aangewezen-burgemeester al dan niet te benoemen (artikel 13bis, § 2). |
Indien de Vlaamse Regering overgaat tot de benoeming of indien zij | Indien de Vlaamse Regering overgaat tot de benoeming of indien zij |
geen beslissing meedeelt binnen de voormelde termijn, is de | geen beslissing meedeelt binnen de voormelde termijn, is de |
aangewezen-burgemeester definitief benoemd (artikel 13bis, § 3). | aangewezen-burgemeester definitief benoemd (artikel 13bis, § 3). |
Indien de Vlaamse Regering daarentegen de benoeming weigert, deelt zij | Indien de Vlaamse Regering daarentegen de benoeming weigert, deelt zij |
de beslissing tot weigering mee aan de aangewezen-burgemeester, aan de | de beslissing tot weigering mee aan de aangewezen-burgemeester, aan de |
gouverneur en de adjunct-gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, | gouverneur en de adjunct-gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, |
aan de gemeentesecretaris van de betrokken gemeente en aan de algemene | aan de gemeentesecretaris van de betrokken gemeente en aan de algemene |
vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State | vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State |
(artikel 13bis, § 4). | (artikel 13bis, § 4). |
Vervolgens beschikt de aangewezen-burgemeester over een termijn van | Vervolgens beschikt de aangewezen-burgemeester over een termijn van |
dertig dagen om een memorie in te dienen bij de algemene vergadering | dertig dagen om een memorie in te dienen bij de algemene vergadering |
van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De | van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De |
inschrijving op de algemene rol van de Raad van State vindt plaats op | inschrijving op de algemene rol van de Raad van State vindt plaats op |
het ogenblik dat de memorie wordt ingediend. De algemene vergadering | het ogenblik dat de memorie wordt ingediend. De algemene vergadering |
dient binnen negentig dagen na het indienen van die memorie uitspraak | dient binnen negentig dagen na het indienen van die memorie uitspraak |
te doen, nadat de partijen hun standpunt hebben uiteengezet. Twee | te doen, nadat de partijen hun standpunt hebben uiteengezet. Twee |
auditeurs die tot een verschillende taalrol behoren, stellen samen een | auditeurs die tot een verschillende taalrol behoren, stellen samen een |
verslag op en geven elk hun advies tijdens de openbare zitting op het | verslag op en geven elk hun advies tijdens de openbare zitting op het |
einde van de debatten. De algemene vergadering wordt afwisselend | einde van de debatten. De algemene vergadering wordt afwisselend |
voorgezeten door de eerste voorzitter en door de voorzitter, naar | voorgezeten door de eerste voorzitter en door de voorzitter, naar |
gelang van de inschrijving op de rol. In geval van staking van stemmen | gelang van de inschrijving op de rol. In geval van staking van stemmen |
is de stem van de voorzitter van de algemene vergadering beslissend | is de stem van de voorzitter van de algemene vergadering beslissend |
(artikel 13bis, § 5). | (artikel 13bis, § 5). |
Indien de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van | Indien de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van |
de Raad van State de beslissing tot weigering van de benoeming | de Raad van State de beslissing tot weigering van de benoeming |
bevestigt, alsook indien de aangewezen-burgemeester nalaat om tijdig | bevestigt, alsook indien de aangewezen-burgemeester nalaat om tijdig |
een memorie in te dienen, wordt de weigering om te benoemen | een memorie in te dienen, wordt de weigering om te benoemen |
definitief. De gemeenteraad beschikt dan over een termijn van dertig | definitief. De gemeenteraad beschikt dan over een termijn van dertig |
dagen om door een stemming een nieuwe voordrachtsakte te bevestigen | dagen om door een stemming een nieuwe voordrachtsakte te bevestigen |
(artikel 13bis, § 6). Indien de algemene vergadering van de afdeling | (artikel 13bis, § 6). Indien de algemene vergadering van de afdeling |
bestuursrechtspraak van de Raad van State de beslissing tot weigering | bestuursrechtspraak van de Raad van State de beslissing tot weigering |
van de benoeming tenietdoet, leidt haar arrest tot de definitieve | van de benoeming tenietdoet, leidt haar arrest tot de definitieve |
benoeming van de aangewezen-burgemeester (artikel 13bis, § 7). | benoeming van de aangewezen-burgemeester (artikel 13bis, § 7). |
B.9. Artikel 4 van de Grondwet bepaalt : | B.9. Artikel 4 van de Grondwet bepaalt : |
« België omvat vier taalgebieden : het Nederlandse taalgebied, het | « België omvat vier taalgebieden : het Nederlandse taalgebied, het |
Franse taalgebied, het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en het | Franse taalgebied, het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en het |
Duitse taalgebied. | Duitse taalgebied. |
Elke gemeente van het Rijk maakt deel uit van een van deze | Elke gemeente van het Rijk maakt deel uit van een van deze |
taalgebieden. | taalgebieden. |
De grenzen van de vier taalgebieden kunnen niet worden gewijzigd of | De grenzen van de vier taalgebieden kunnen niet worden gewijzigd of |
gecorrigeerd dan bij een wet, aangenomen met de meerderheid van de | gecorrigeerd dan bij een wet, aangenomen met de meerderheid van de |
stemmen in elke taalgroep van elke Kamer, op voorwaarde dat de | stemmen in elke taalgroep van elke Kamer, op voorwaarde dat de |
meerderheid van de leden van elke taalgroep aanwezig is en voor zover | meerderheid van de leden van elke taalgroep aanwezig is en voor zover |
het totaal van de ja-stemmen in beide taalgroepen twee derden van de | het totaal van de ja-stemmen in beide taalgroepen twee derden van de |
uitgebrachte stemmen bereikt ». | uitgebrachte stemmen bereikt ». |
B.10.1. De eerste prejudiciële vraag heeft betrekking op de in het | B.10.1. De eerste prejudiciële vraag heeft betrekking op de in het |
geding zijnde bepaling in zoverre zij ertoe strekt dat een arrest van | geding zijnde bepaling in zoverre zij ertoe strekt dat een arrest van |
de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de | de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de |
Raad van State waarbij een beslissing van weigering tot benoeming | Raad van State waarbij een beslissing van weigering tot benoeming |
wordt tenietgedaan, tot de definitieve benoeming van de burgemeester | wordt tenietgedaan, tot de definitieve benoeming van de burgemeester |
in de randgemeente leidt (artikel 13bis, § 7, van de Nieuwe | in de randgemeente leidt (artikel 13bis, § 7, van de Nieuwe |
Gemeentewet). | Gemeentewet). |
B.10.2. Het gevolg dat is verleend aan het arrest waarbij de algemene | B.10.2. Het gevolg dat is verleend aan het arrest waarbij de algemene |
vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State | vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State |
een beslissing van weigering tot benoeming van een burgemeester van | een beslissing van weigering tot benoeming van een burgemeester van |
een randgemeente tenietdoet, valt klaarblijkelijk onder « de | een randgemeente tenietdoet, valt klaarblijkelijk onder « de |
bepalingen betreffende de algemene vergadering van de afdeling | bepalingen betreffende de algemene vergadering van de afdeling |
bestuursrechtspraak van de Raad van State » bedoeld in artikel 160, | bestuursrechtspraak van de Raad van State » bedoeld in artikel 160, |
laatste lid, van de Grondwet. | laatste lid, van de Grondwet. |
De wordingsgeschiedenis van de in het geding zijnde bepaling toont | De wordingsgeschiedenis van de in het geding zijnde bepaling toont |
voldoende aan dat het feit dat het arrest van de algemene vergadering | voldoende aan dat het feit dat het arrest van de algemene vergadering |
leidt tot een definitieve benoeming, een element vormt dat inherent is | leidt tot een definitieve benoeming, een element vormt dat inherent is |
aan de nieuwe bevoegdheid die aan de algemene vergadering van de | aan de nieuwe bevoegdheid die aan de algemene vergadering van de |
afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is toevertrouwd | afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is toevertrouwd |
vanuit de zorg om de herhaalde betwistingen over weigeringen tot | vanuit de zorg om de herhaalde betwistingen over weigeringen tot |
benoeming van burgemeesters in de randgemeenten effectief te | benoeming van burgemeesters in de randgemeenten effectief te |
beëindigen. | beëindigen. |
Gelet op het feit dat de Grondwetgever uitdrukkelijk van mening is | Gelet op het feit dat de Grondwetgever uitdrukkelijk van mening is |
geweest dat de andere grondwettelijke beginselen zich niet ertegen | geweest dat de andere grondwettelijke beginselen zich niet ertegen |
verzetten dat de algemene vergadering van de afdeling | verzetten dat de algemene vergadering van de afdeling |
bestuursrechtspraak van de Raad van State ertoe gemachtigd is | bestuursrechtspraak van de Raad van State ertoe gemachtigd is |
uitspraak te doen over een weigering van een benoeming tot | uitspraak te doen over een weigering van een benoeming tot |
burgemeester in de randgemeenten, kan het verlenen van die bevoegdheid | burgemeester in de randgemeenten, kan het verlenen van die bevoegdheid |
en van de gevolgen ervan niet met de aangevoerde grondwetsbepalingen | en van de gevolgen ervan niet met de aangevoerde grondwetsbepalingen |
strijdig worden geacht. | strijdig worden geacht. |
Aangezien de in het geding zijnde bepaling op dat punt op een keuze | Aangezien de in het geding zijnde bepaling op dat punt op een keuze |
van de Grondwetgever berust, staat het niet aan het Hof om die | van de Grondwetgever berust, staat het niet aan het Hof om die |
bepaling aan de Grondwet te toetsen. | bepaling aan de Grondwet te toetsen. |
B.11. De eerste prejudiciële vraag behoeft geen antwoord. | B.11. De eerste prejudiciële vraag behoeft geen antwoord. |
Ten aanzien van de tweede prejudiciële vraag | Ten aanzien van de tweede prejudiciële vraag |
B.12. De tweede prejudiciële vraag in de zaken nrs. 5640 en 5641 | B.12. De tweede prejudiciële vraag in de zaken nrs. 5640 en 5641 |
strekt ertoe van het Hof te vernemen of het in B.1.2 geciteerde | strekt ertoe van het Hof te vernemen of het in B.1.2 geciteerde |
artikel 7 van de bijzondere wet van 19 juli 2012 bestaanbaar is met de | artikel 7 van de bijzondere wet van 19 juli 2012 bestaanbaar is met de |
artikelen 4, 10 en 11 van de Grondwet, « in zoverre die bepaling moet | artikelen 4, 10 en 11 van de Grondwet, « in zoverre die bepaling moet |
worden geïnterpreteerd in die zin dat bij de niet-benoeming van een | worden geïnterpreteerd in die zin dat bij de niet-benoeming van een |
burgemeester in één van de randgemeenten géén rekening mag gehouden | burgemeester in één van de randgemeenten géén rekening mag gehouden |
worden met het gedrag van de kandidaat in de periode voorafgaand aan | worden met het gedrag van de kandidaat in de periode voorafgaand aan |
de inwerkingtreding van die bijzondere wet, ook al is dat gedrag nog | de inwerkingtreding van die bijzondere wet, ook al is dat gedrag nog |
steeds actueel en relevant wanneer er expliciet in volhard wordt, | steeds actueel en relevant wanneer er expliciet in volhard wordt, |
terwijl voor de benoeming van burgemeesters buiten de randgemeenten | terwijl voor de benoeming van burgemeesters buiten de randgemeenten |
wel degelijk rekening mag worden gehouden met hun gedrag voorafgaand | wel degelijk rekening mag worden gehouden met hun gedrag voorafgaand |
aan datzelfde ogenblik ». | aan datzelfde ogenblik ». |
B.13.1. Het in het geding zijnde artikel 7 betreft een | B.13.1. Het in het geding zijnde artikel 7 betreft een |
overgangsbepaling, op grond waarvan het louter bestaan van een | overgangsbepaling, op grond waarvan het louter bestaan van een |
beslissing tot weigering van de benoeming voorafgaand aan de | beslissing tot weigering van de benoeming voorafgaand aan de |
inwerkingtreding van de bijzondere wet, niet kan worden aangevoerd om | inwerkingtreding van de bijzondere wet, niet kan worden aangevoerd om |
de weigering van de benoeming van een aangewezen-burgemeester te | de weigering van de benoeming van een aangewezen-burgemeester te |
verantwoorden overeenkomstig de in B.8 beschreven procedure. | verantwoorden overeenkomstig de in B.8 beschreven procedure. |
De parlementaire voorbereiding met betrekking tot die bepaling | De parlementaire voorbereiding met betrekking tot die bepaling |
vermeldt : | vermeldt : |
« Overeenkomstig de materiële en de formele motiveringsplicht moet een | « Overeenkomstig de materiële en de formele motiveringsplicht moet een |
weigering tot benoeming op een deugdelijke manier worden gemotiveerd. | weigering tot benoeming op een deugdelijke manier worden gemotiveerd. |
Dit betekent inzonderheid dat het louter bestaan van een | Dit betekent inzonderheid dat het louter bestaan van een |
benoemingsweigering voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit | benoemingsweigering voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit |
voorstel van bijzondere wet niet kan worden ingeroepen. Dit principe | voorstel van bijzondere wet niet kan worden ingeroepen. Dit principe |
maakt het voorwerp uit van een overgangsbepaling. Deze | maakt het voorwerp uit van een overgangsbepaling. Deze |
overgangsbepaling heeft enkel betrekking op de benoemingsweigeringen | overgangsbepaling heeft enkel betrekking op de benoemingsweigeringen |
voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bijzondere wet » (Parl. | voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bijzondere wet » (Parl. |
St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1565/1, p. 3; zie ook Parl. St., Senaat, | St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1565/1, p. 3; zie ook Parl. St., Senaat, |
2011-2012, nr. 5-1563/4, p. 9). | 2011-2012, nr. 5-1563/4, p. 9). |
B.13.2. De bepaling, die de beoordelingsvrijheid van de benoemende | B.13.2. De bepaling, die de beoordelingsvrijheid van de benoemende |
overheid beperkt, regelt niet « de nieuwe bevoegdheden en | overheid beperkt, regelt niet « de nieuwe bevoegdheden en |
beraadslagingswijzen van de algemene vergadering van de afdeling | beraadslagingswijzen van de algemene vergadering van de afdeling |
bestuursrechtspraak van de Raad van State » en berust dus niet op een | bestuursrechtspraak van de Raad van State » en berust dus niet op een |
keuze van de Grondwetgever. Het staat derhalve aan het Hof om die | keuze van de Grondwetgever. Het staat derhalve aan het Hof om die |
bepaling aan de Grondwet te toetsen. | bepaling aan de Grondwet te toetsen. |
B.14. Het komt in de regel aan de verwijzende rechter toe om de | B.14. Het komt in de regel aan de verwijzende rechter toe om de |
bepalingen die hij toepast te interpreteren, onder voorbehoud van een | bepalingen die hij toepast te interpreteren, onder voorbehoud van een |
kennelijk verkeerde lezing van de in het geding zijnde bepaling. | kennelijk verkeerde lezing van de in het geding zijnde bepaling. |
Uit de voormelde parlementaire voorbereiding blijkt dat de in het | Uit de voormelde parlementaire voorbereiding blijkt dat de in het |
geding zijnde overgangsbepaling « enkel betrekking [heeft] op de | geding zijnde overgangsbepaling « enkel betrekking [heeft] op de |
benoemingsweigeringen voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze | benoemingsweigeringen voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze |
bijzondere wet » (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1565/1, p. 3), | bijzondere wet » (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1565/1, p. 3), |
zodat « het louter bestaan van een beslissing tot weigering » niet kan | zodat « het louter bestaan van een beslissing tot weigering » niet kan |
volstaan om op zich alleen de weigering van de benoeming van een | volstaan om op zich alleen de weigering van de benoeming van een |
aangewezen-burgemeester te verantwoorden. | aangewezen-burgemeester te verantwoorden. |
In zoverre de prejudiciële vraag uit de in het geding zijnde bepaling | In zoverre de prejudiciële vraag uit de in het geding zijnde bepaling |
afleidt dat bij de weigering van een benoeming geen rekening mag | afleidt dat bij de weigering van een benoeming geen rekening mag |
worden gehouden met het gedrag van de kandidaat in de periode | worden gehouden met het gedrag van de kandidaat in de periode |
voorafgaand aan de inwerkingtreding van de bijzondere wet, ook al is | voorafgaand aan de inwerkingtreding van de bijzondere wet, ook al is |
het gedrag van de kandidaat waarop die weigering is gebaseerd nog | het gedrag van de kandidaat waarop die weigering is gebaseerd nog |
steeds actueel en relevant wanneer er expliciet in volhard wordt, | steeds actueel en relevant wanneer er expliciet in volhard wordt, |
baseert zij zich, zoals de Ministerraad overigens nadrukkelijk | baseert zij zich, zoals de Ministerraad overigens nadrukkelijk |
bevestigt, daarentegen op een verkeerde lezing van die bepaling. | bevestigt, daarentegen op een verkeerde lezing van die bepaling. |
B.15. De tweede prejudiciële vraag behoeft geen antwoord. | B.15. De tweede prejudiciële vraag behoeft geen antwoord. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
De prejudiciële vragen behoeven geen antwoord. | De prejudiciële vragen behoeven geen antwoord. |
Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig | Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het |
Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 3 april 2014. | Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 3 april 2014. |
De griffier, | De griffier, |
F. Meersschaut | F. Meersschaut |
De voorzitter, | De voorzitter, |
M. Bossuyt | M. Bossuyt |