Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 58/2014 van 3 april 2014 Rolnummers : 5640, 5641 en 5642 In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 13bis van de Nieuwe Gemeentewet, ingevoegd bij artikel 10/1 van de wet van 9 augustus 1988 « tot wijziging Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, de rechters E. (...)"
Uittreksel uit arrest nr. 58/2014 van 3 april 2014 Rolnummers : 5640, 5641 en 5642 In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 13bis van de Nieuwe Gemeentewet, ingevoegd bij artikel 10/1 van de wet van 9 augustus 1988 « tot wijziging Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, de rechters E. (...) Uittreksel uit arrest nr. 58/2014 van 3 april 2014 Rolnummers : 5640, 5641 en 5642 In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 13bis van de Nieuwe Gemeentewet, ingevoegd bij artikel 10/1 van de wet van 9 augustus 1988 « tot wijziging Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, de rechters E. (...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 58/2014 van 3 april 2014 Uittreksel uit arrest nr. 58/2014 van 3 april 2014
Rolnummers : 5640, 5641 en 5642 Rolnummers : 5640, 5641 en 5642
In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 13bis van de In zake : de prejudiciële vragen betreffende artikel 13bis van de
Nieuwe Gemeentewet, ingevoegd bij artikel 10/1 van de wet van 9 Nieuwe Gemeentewet, ingevoegd bij artikel 10/1 van de wet van 9
augustus 1988 « tot wijziging van de gemeentewet, de gemeentekieswet, augustus 1988 « tot wijziging van de gemeentewet, de gemeentekieswet,
de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk
welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot regeling van de welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot regeling van de
provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van de gelijktijdige provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van de gelijktijdige
parlements- en provincieraadsverkiezingen », zelf ingevoegd bij parlements- en provincieraadsverkiezingen », zelf ingevoegd bij
artikel 4 van de bijzondere wet van 19 juli 2012 « houdende wijziging artikel 4 van de bijzondere wet van 19 juli 2012 « houdende wijziging
van de wet van 9 augustus 1988 tot wijziging van de gemeentewet, de van de wet van 9 augustus 1988 tot wijziging van de gemeentewet, de
gemeentekieswet, de organieke wet betreffende de openbare centra voor gemeentekieswet, de organieke wet betreffende de openbare centra voor
maatschappelijk welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot maatschappelijk welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot
regeling van de provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van regeling van de provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van
de gelijktijdige parlements- en provincieraadsverkiezingen (de de gelijktijdige parlements- en provincieraadsverkiezingen (de
zogenaamde ' pacificatiewet ') en van de bijzondere wet van 8 augustus zogenaamde ' pacificatiewet ') en van de bijzondere wet van 8 augustus
1980 tot hervorming der instellingen, wat de benoeming van de 1980 tot hervorming der instellingen, wat de benoeming van de
burgemeesters van de randgemeenten betreft » en betreffende artikel 7 burgemeesters van de randgemeenten betreft » en betreffende artikel 7
van de voormelde bijzondere wet van 19 juli 2012, gesteld door de Raad van de voormelde bijzondere wet van 19 juli 2012, gesteld door de Raad
van State. van State.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, de rechters samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, de rechters
E. De Groot, L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. E. De Groot, L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T.
Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût en T. Giet, en, overeenkomstig Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût en T. Giet, en, overeenkomstig
artikel 60bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het artikel 60bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het
Grondwettelijk Hof, emeritus voorzitter M. Bossuyt, bijgestaan door de Grondwettelijk Hof, emeritus voorzitter M. Bossuyt, bijgestaan door de
griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van emeritus voorzitter griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van emeritus voorzitter
M. Bossuyt, M. Bossuyt,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging
Bij arresten nrs. 223.593, 223.594 en 223.592 van 24 mei 2013 in zake Bij arresten nrs. 223.593, 223.594 en 223.592 van 24 mei 2013 in zake
respectievelijk Damien Thiery, François van Hoobrouck d'Aspre en respectievelijk Damien Thiery, François van Hoobrouck d'Aspre en
Véronique Caprasse tegen het Vlaamse Gewest, waarvan de expedities ter Véronique Caprasse tegen het Vlaamse Gewest, waarvan de expedities ter
griffie van het Hof zijn ingekomen op 28 mei 2013, heeft de Raad van griffie van het Hof zijn ingekomen op 28 mei 2013, heeft de Raad van
State de volgende prejudiciële vraag gesteld : State de volgende prejudiciële vraag gesteld :
« Worden de beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie en de « Worden de beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie en de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet geschonden, al dan niet samen artikelen 10 en 11 van de Grondwet geschonden, al dan niet samen
gelezen met artikel 4 van de Grondwet, door artikel 13bis van de gelezen met artikel 4 van de Grondwet, door artikel 13bis van de
nieuwe gemeentewet, zoals ingevoegd bij artikel 10/1 van de wet van 9 nieuwe gemeentewet, zoals ingevoegd bij artikel 10/1 van de wet van 9
augustus 1988 ' tot wijziging van de gemeentewet, de nieuwe augustus 1988 ' tot wijziging van de gemeentewet, de nieuwe
gemeentewet, de gemeentekieswet, de organieke wet betreffende de gemeentewet, de gemeentekieswet, de organieke wet betreffende de
openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de provinciewet, het openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de provinciewet, het
Kieswetboek, de wet tot regeling van de provincieraadsverkiezingen en Kieswetboek, de wet tot regeling van de provincieraadsverkiezingen en
de wet tot regeling van de gelijktijdige parlements- en de wet tot regeling van de gelijktijdige parlements- en
provincieraadsverkiezingen ', ingevoegd bij artikel 4 van de provincieraadsverkiezingen ', ingevoegd bij artikel 4 van de
bijzondere wet van 19 juli 2012 ' houdende wijziging van de wet van 9 bijzondere wet van 19 juli 2012 ' houdende wijziging van de wet van 9
augustus 1988 tot wijziging van de gemeentewet, de gemeentekieswet, de augustus 1988 tot wijziging van de gemeentewet, de gemeentekieswet, de
organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk
welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot regeling van de welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot regeling van de
provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van de gelijktijdige provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van de gelijktijdige
parlements- en provincieraadsverkiezingen (de zogenaamde " parlements- en provincieraadsverkiezingen (de zogenaamde "
pacificatiewet ") en van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot pacificatiewet ") en van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot
hervorming der instellingen, wat de benoeming van de burgemeesters van hervorming der instellingen, wat de benoeming van de burgemeesters van
de randgemeenten betreft ', in zoverre daarbij de benoeming, door de de randgemeenten betreft ', in zoverre daarbij de benoeming, door de
Vlaamse regering, van de burgemeesters van de randgemeenten en de Vlaamse regering, van de burgemeesters van de randgemeenten en de
bescherming die de Vlaamse regering aan de inwoners van de bescherming die de Vlaamse regering aan de inwoners van de
randgemeenten kan bieden, alsmede de betwisting van die benoeming, randgemeenten kan bieden, alsmede de betwisting van die benoeming,
anders worden geregeld dan de benoeming, door de betrokken anders worden geregeld dan de benoeming, door de betrokken
gewestregering, van de burgemeesters van de andere gemeenten in het gewestregering, van de burgemeesters van de andere gemeenten in het
algemeen, van de andere gemeenten met een bijzondere taalregeling in algemeen, van de andere gemeenten met een bijzondere taalregeling in
het bijzonder en van de taalgrensgemeenten meer in het bijzonder, het bijzonder en van de taalgrensgemeenten meer in het bijzonder,
minstens in zoverre het arrest van de algemene vergadering van de minstens in zoverre het arrest van de algemene vergadering van de
afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarbij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarbij de
weigering tot benoeming wordt tenietgedaan, daarbij leidt tot de weigering tot benoeming wordt tenietgedaan, daarbij leidt tot de
definitieve benoeming van de aangewezen burgemeester en tot zijn definitieve benoeming van de aangewezen burgemeester en tot zijn
vervanging als schepen, indien hij als schepen werd verkozen, en dit vervanging als schepen, indien hij als schepen werd verkozen, en dit
eveneens het geval is indien de weigering tot benoeming wordt eveneens het geval is indien de weigering tot benoeming wordt
tenietgedaan wegens een externe illegaliteit in het algemeen of een tenietgedaan wegens een externe illegaliteit in het algemeen of een
vormgebrek in het bijzonder ? ». vormgebrek in het bijzonder ? ».
Bij de voormelde arresten nrs. 223.593 en 223.594 werd bovendien de Bij de voormelde arresten nrs. 223.593 en 223.594 werd bovendien de
volgende tweede prejudiciële vraag gesteld : volgende tweede prejudiciële vraag gesteld :
« Worden de artikelen 4, 10 en 11 van de Grondwet geschonden door « Worden de artikelen 4, 10 en 11 van de Grondwet geschonden door
artikel 7 van de bijzondere wet van 19 juli 2012 ' houdende wijziging artikel 7 van de bijzondere wet van 19 juli 2012 ' houdende wijziging
van de wet van 9 augustus 1988 tot wijziging van de gemeentewet, de van de wet van 9 augustus 1988 tot wijziging van de gemeentewet, de
gemeentekieswet, de organieke wet betreffende de openbare centra voor gemeentekieswet, de organieke wet betreffende de openbare centra voor
maatschappelijk welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot maatschappelijk welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot
regeling van de provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van regeling van de provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van
de gelijktijdige parlements- en provincieraadsverkiezingen (de de gelijktijdige parlements- en provincieraadsverkiezingen (de
zogenaamde " pacificatiewet ") en van de bijzondere wet van 8 augustus zogenaamde " pacificatiewet ") en van de bijzondere wet van 8 augustus
1980 tot hervorming der instellingen, wat de benoeming van de 1980 tot hervorming der instellingen, wat de benoeming van de
burgemeesters van de randgemeenten betreft ', in zoverre die bepaling burgemeesters van de randgemeenten betreft ', in zoverre die bepaling
moet worden geïnterpreteerd in die zin dat bij de niet-benoeming van moet worden geïnterpreteerd in die zin dat bij de niet-benoeming van
een burgemeester in één van de randgemeenten géén rekening mag een burgemeester in één van de randgemeenten géén rekening mag
gehouden worden met het gedrag van de kandidaat in de periode gehouden worden met het gedrag van de kandidaat in de periode
voorafgaand aan de inwerkingtreding van die bijzondere wet, ook al is voorafgaand aan de inwerkingtreding van die bijzondere wet, ook al is
dat gedrag nog steeds actueel en relevant wanneer er expliciet in dat gedrag nog steeds actueel en relevant wanneer er expliciet in
volhard wordt, terwijl voor de benoeming van burgemeesters buiten de volhard wordt, terwijl voor de benoeming van burgemeesters buiten de
randgemeenten wel degelijk rekening mag worden gehouden met hun gedrag randgemeenten wel degelijk rekening mag worden gehouden met hun gedrag
voorafgaand aan datzelfde ogenblik ? ». voorafgaand aan datzelfde ogenblik ? ».
Die zaken, ingeschreven onder de nummers 5640, 5641 en 5642 van de rol Die zaken, ingeschreven onder de nummers 5640, 5641 en 5642 van de rol
van het Hof, werden samengevoegd. van het Hof, werden samengevoegd.
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
Ten aanzien van de in het geding zijnde bepalingen Ten aanzien van de in het geding zijnde bepalingen
B.1.1. De bijzondere wet van 19 juli 2012 « houdende wijziging van de B.1.1. De bijzondere wet van 19 juli 2012 « houdende wijziging van de
wet van 9 augustus 1988 tot wijziging van de gemeentewet, de wet van 9 augustus 1988 tot wijziging van de gemeentewet, de
gemeentekieswet, de organieke wet betreffende de openbare centra voor gemeentekieswet, de organieke wet betreffende de openbare centra voor
maatschappelijk welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot maatschappelijk welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot
regeling van de provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van regeling van de provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van
de gelijktijdige parlements- en provincieraadsverkiezingen (de de gelijktijdige parlements- en provincieraadsverkiezingen (de
zogenaamde ' pacificatiewet ') en van de bijzondere wet van 8 augustus zogenaamde ' pacificatiewet ') en van de bijzondere wet van 8 augustus
1980 tot hervorming der instellingen, wat de benoeming van de 1980 tot hervorming der instellingen, wat de benoeming van de
burgemeesters van de randgemeenten betreft » heeft een nieuwe burgemeesters van de randgemeenten betreft » heeft een nieuwe
procedure ingesteld voor de benoeming van de burgemeesters van de procedure ingesteld voor de benoeming van de burgemeesters van de
randgemeenten, waarbij de betwisting van de weigering van een randgemeenten, waarbij de betwisting van de weigering van een
benoeming door de algemene vergadering van de afdeling benoeming door de algemene vergadering van de afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt beslecht. bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt beslecht.
Artikel 4 van die bijzondere wet heeft de nieuwe procedure Artikel 4 van die bijzondere wet heeft de nieuwe procedure
ingeschreven in de pacificatiewet, die ze op haar beurt invoegt in de ingeschreven in de pacificatiewet, die ze op haar beurt invoegt in de
Nieuwe Gemeentewet. Nieuwe Gemeentewet.
Het aldus in de Nieuwe Gemeentewet ingevoegde artikel 13bis bepaalt : Het aldus in de Nieuwe Gemeentewet ingevoegde artikel 13bis bepaalt :
« § 1. In de randgemeenten bedoeld in artikel 7 van de wetten op het « § 1. In de randgemeenten bedoeld in artikel 7 van de wetten op het
gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966,
wordt de voordrachtsakte van de burgemeester bevestigd door een wordt de voordrachtsakte van de burgemeester bevestigd door een
stemming van de gemeenteraad en aan de Vlaamse Regering bezorgd. Vanaf stemming van de gemeenteraad en aan de Vlaamse Regering bezorgd. Vanaf
die stemming is de kandidaat-burgemeester aangewezen-burgemeester, die stemming is de kandidaat-burgemeester aangewezen-burgemeester,
draagt hij de titel van ' aangewezen-burgemeester ' en oefent hij alle draagt hij de titel van ' aangewezen-burgemeester ' en oefent hij alle
functies uit die aan de burgemeester worden toevertrouwd. Hij wordt functies uit die aan de burgemeester worden toevertrouwd. Hij wordt
evenwel niet als schepen vervangen, indien hij als schepen werd evenwel niet als schepen vervangen, indien hij als schepen werd
verkozen. verkozen.
§ 2. Zodra de Vlaamse Regering deze voordrachtsakte die werd bevestigd § 2. Zodra de Vlaamse Regering deze voordrachtsakte die werd bevestigd
door een stemming van de gemeenteraad ontvangt, beschikt zij over een door een stemming van de gemeenteraad ontvangt, beschikt zij over een
termijn van zestig dagen om over te gaan tot de benoeming van de termijn van zestig dagen om over te gaan tot de benoeming van de
aangewezen-burgemeester of tot de mededeling van een beslissing tot aangewezen-burgemeester of tot de mededeling van een beslissing tot
weigering van de benoeming overeenkomstig § 4. weigering van de benoeming overeenkomstig § 4.
§ 3. Indien de Vlaamse Regering de aangewezen-burgemeester benoemt of § 3. Indien de Vlaamse Regering de aangewezen-burgemeester benoemt of
indien zij geen beslissing meedeelt binnen de haar toegewezen termijn, indien zij geen beslissing meedeelt binnen de haar toegewezen termijn,
is de aangewezen-burgemeester definitief benoemd en wordt hij als is de aangewezen-burgemeester definitief benoemd en wordt hij als
schepen vervangen overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 15, § schepen vervangen overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 15, §
2, indien hij als schepen werd verkozen. 2, indien hij als schepen werd verkozen.
§ 4. Indien de Vlaamse Regering de definitieve benoeming van de § 4. Indien de Vlaamse Regering de definitieve benoeming van de
betrokkene weigert, deelt zij deze beslissing tot weigering mee aan de betrokkene weigert, deelt zij deze beslissing tot weigering mee aan de
aangewezen-burgemeester, aan de gouverneur en de adjunct-gouverneur aangewezen-burgemeester, aan de gouverneur en de adjunct-gouverneur
van de provincie Vlaams-Brabant, aan de gemeentesecretaris van de van de provincie Vlaams-Brabant, aan de gemeentesecretaris van de
betrokken gemeente en aan de algemene vergadering van de afdeling betrokken gemeente en aan de algemene vergadering van de afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State. De mededeling aan de bestuursrechtspraak van de Raad van State. De mededeling aan de
aangewezen-burgemeester vermeldt eveneens waar het administratief aangewezen-burgemeester vermeldt eveneens waar het administratief
dossier kan worden geraadpleegd. dossier kan worden geraadpleegd.
§ 5. De aangewezen-burgemeester beschikt over een termijn van dertig § 5. De aangewezen-burgemeester beschikt over een termijn van dertig
dagen vanaf de ontvangst van de mededeling bedoeld in § 4 om een dagen vanaf de ontvangst van de mededeling bedoeld in § 4 om een
memorie in te dienen bij de algemene vergadering van de afdeling memorie in te dienen bij de algemene vergadering van de afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State. bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak spreekt De algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak spreekt
zich uit binnen de negentig dagen na de indiening van deze memorie. zich uit binnen de negentig dagen na de indiening van deze memorie.
De inschrijving op de algemene rol van de Raad van State vindt plaats De inschrijving op de algemene rol van de Raad van State vindt plaats
op het ogenblik dat de memorie wordt ingediend. op het ogenblik dat de memorie wordt ingediend.
De memorie wordt gedagtekend en bevat : De memorie wordt gedagtekend en bevat :
1° het opschrift ' memorie met betrekking tot een beslissing over de 1° het opschrift ' memorie met betrekking tot een beslissing over de
definitieve benoeming van een burgemeester van een randgemeente '; definitieve benoeming van een burgemeester van een randgemeente ';
2° de naam en de woonplaats van de aangewezen-burgemeester en de 2° de naam en de woonplaats van de aangewezen-burgemeester en de
gekozen woonplaats; gekozen woonplaats;
3° een uiteenzetting van de feiten en de middelen. 3° een uiteenzetting van de feiten en de middelen.
De memorie wordt niet op de rol ingeschreven indien : De memorie wordt niet op de rol ingeschreven indien :
1° ze niet is ondertekend of niet vergezeld gaat van vier door de 1° ze niet is ondertekend of niet vergezeld gaat van vier door de
ondertekenaar voor eensluidend verklaarde afschriften; ondertekenaar voor eensluidend verklaarde afschriften;
2° er geen inventaris is bijgevoegd van de stukken, die alle 2° er geen inventaris is bijgevoegd van de stukken, die alle
overeenkomstig die inventaris genummerd moeten zijn. overeenkomstig die inventaris genummerd moeten zijn.
In geval van toepassing van het vijfde lid, richt de hoofdgriffier aan In geval van toepassing van het vijfde lid, richt de hoofdgriffier aan
de aangewezen-burgemeester een brief waarin meegedeeld wordt waarom de de aangewezen-burgemeester een brief waarin meegedeeld wordt waarom de
memorie niet is ingeschreven op de rol en waarbij de memorie niet is ingeschreven op de rol en waarbij de
aangewezen-burgemeester verzocht wordt binnen vijftien dagen zijn aangewezen-burgemeester verzocht wordt binnen vijftien dagen zijn
memorie te regulariseren. memorie te regulariseren.
De aangewezen-burgemeester die zijn memorie regulariseert binnen de De aangewezen-burgemeester die zijn memorie regulariseert binnen de
vijftien dagen na de ontvangst van het verzoek bedoeld in het zesde vijftien dagen na de ontvangst van het verzoek bedoeld in het zesde
lid, wordt geacht het te hebben ingediend op de datum van de eerste lid, wordt geacht het te hebben ingediend op de datum van de eerste
verzending ervan. verzending ervan.
Een memorie die niet, onvolledig of laattijdig is geregulariseerd, Een memorie die niet, onvolledig of laattijdig is geregulariseerd,
wordt geacht niet te zijn ingediend. wordt geacht niet te zijn ingediend.
Op hetzelfde ogenblik waarop hij zijn memorie indient, stuurt de Op hetzelfde ogenblik waarop hij zijn memorie indient, stuurt de
aangewezen-burgemeester een kopie daarvan ter informatie aan de aangewezen-burgemeester een kopie daarvan ter informatie aan de
Vlaamse Regering. Deze verzending stelt de termijnen niet in werking Vlaamse Regering. Deze verzending stelt de termijnen niet in werking
die de Vlaamse Regering in acht moet nemen. die de Vlaamse Regering in acht moet nemen.
De hoofdgriffier zendt onverwijld een afschrift van de memorie aan de De hoofdgriffier zendt onverwijld een afschrift van de memorie aan de
Vlaamse Regering, aan de auditeur-generaal en aan de Vlaamse Regering, aan de auditeur-generaal en aan de
adjunct-auditeur-generaal over. adjunct-auditeur-generaal over.
De Vlaamse Regering zendt hem binnen vijftien dagen na de kennisgeving De Vlaamse Regering zendt hem binnen vijftien dagen na de kennisgeving
van de memorie door de hoofdgriffier het volledige administratief van de memorie door de hoofdgriffier het volledige administratief
dossier over, waarbij zij een nota met opmerkingen kan voegen. dossier over, waarbij zij een nota met opmerkingen kan voegen.
Eén van de exemplaren van de nota wordt door de hoofdgriffier gezonden Eén van de exemplaren van de nota wordt door de hoofdgriffier gezonden
aan de aangewezen-burgemeester en aan de leden van het auditoraat aan de aangewezen-burgemeester en aan de leden van het auditoraat
bedoeld in artikel 93, § 5, van de wetten op de Raad van State, bedoeld in artikel 93, § 5, van de wetten op de Raad van State,
gecoördineerd op 12 januari 1973. gecoördineerd op 12 januari 1973.
Een te laat ingediende nota met opmerkingen wordt uit de debatten Een te laat ingediende nota met opmerkingen wordt uit de debatten
geweerd. geweerd.
De leden van het auditoraat maken binnen vijftien dagen na ontvangst De leden van het auditoraat maken binnen vijftien dagen na ontvangst
van het dossier een verslag op overeenkomstig artikel 93, § 5, van de van het dossier een verslag op overeenkomstig artikel 93, § 5, van de
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. In wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. In
voorkomend geval verzoeken zij de partijen nadere uitleg te voorkomend geval verzoeken zij de partijen nadere uitleg te
verstrekken over de punten die zij aangeven. verstrekken over de punten die zij aangeven.
De eerste voorzitter of de voorzitter bepaalt na kennisneming van het De eerste voorzitter of de voorzitter bepaalt na kennisneming van het
verslag, bij beschikking de dag van de terechtzitting waarop de zaak verslag, bij beschikking de dag van de terechtzitting waarop de zaak
wordt behandeld door de algemene vergadering van de afdeling wordt behandeld door de algemene vergadering van de afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State. bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De hoofdgriffier geeft onverwijld kennis van de beschikking waarbij de De hoofdgriffier geeft onverwijld kennis van de beschikking waarbij de
rechtsdag wordt bepaald aan : rechtsdag wordt bepaald aan :
1° de leden van het auditoraat bedoeld in artikel 93, § 5, van de 1° de leden van het auditoraat bedoeld in artikel 93, § 5, van de
wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
2° de Vlaamse Regering; 2° de Vlaamse Regering;
3° de aangewezen-burgemeester. 3° de aangewezen-burgemeester.
Het verslag wordt bij de oproeping gevoegd. De partijen en hun Het verslag wordt bij de oproeping gevoegd. De partijen en hun
advocaat kunnen gedurende de in de beschikking van de eerste advocaat kunnen gedurende de in de beschikking van de eerste
voorzitter of de voorzitter bepaalde tijd ter griffie inzage nemen van voorzitter of de voorzitter bepaalde tijd ter griffie inzage nemen van
het dossier. het dossier.
De artikelen 93, § 5, eerste lid, 95, §§ 2 tot 4, en 97, derde lid, De artikelen 93, § 5, eerste lid, 95, §§ 2 tot 4, en 97, derde lid,
van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973,
zijn van toepassing op de procedure die wordt ingesteld door dit zijn van toepassing op de procedure die wordt ingesteld door dit
artikel. De artikelen 21, zesde lid, 21bis en 30, § 3, van dezelfde artikel. De artikelen 21, zesde lid, 21bis en 30, § 3, van dezelfde
gecoördineerde wetten zijn niet van toepassing. gecoördineerde wetten zijn niet van toepassing.
§ 6. Indien de aangewezen-burgemeester geen memorie indient binnen de § 6. Indien de aangewezen-burgemeester geen memorie indient binnen de
termijn van dertig dagen bedoeld in § 5, eerste lid, of indien de termijn van dertig dagen bedoeld in § 5, eerste lid, of indien de
algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad
van State de beslissing tot weigering bevestigt, wordt deze van State de beslissing tot weigering bevestigt, wordt deze
definitief. De gemeenteraad beschikt over dertig dagen vanaf de datum definitief. De gemeenteraad beschikt over dertig dagen vanaf de datum
waarop de beslissing tot weigering definitief is geworden om door een waarop de beslissing tot weigering definitief is geworden om door een
stemming een nieuwe voordrachtsakte te bevestigen. stemming een nieuwe voordrachtsakte te bevestigen.
§ 7. Indien de algemene vergadering van de afdeling § 7. Indien de algemene vergadering van de afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State de beslissing van weigering bestuursrechtspraak van de Raad van State de beslissing van weigering
tot benoeming tenietdoet, leidt haar arrest tot de definitieve tot benoeming tenietdoet, leidt haar arrest tot de definitieve
benoeming van de aangewezen-burgemeester en tot zijn vervanging als benoeming van de aangewezen-burgemeester en tot zijn vervanging als
schepen overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 15, § 2, indien schepen overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 15, § 2, indien
hij als schepen werd verkozen. hij als schepen werd verkozen.
§ 8. Voor alles wat niet geregeld is bij dit artikel zijn de wetten op § 8. Voor alles wat niet geregeld is bij dit artikel zijn de wetten op
de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 en het besluit van de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 en het besluit van
de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor
de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van toepassing de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van toepassing
». ».
De bijzondere wet van 19 juli 2012 is op 14 oktober 2012 in werking De bijzondere wet van 19 juli 2012 is op 14 oktober 2012 in werking
getreden. getreden.
B.1.2. Artikel 7 van die bijzondere wet bepaalt : B.1.2. Artikel 7 van die bijzondere wet bepaalt :
« Het louter bestaan van een beslissing tot weigering van de benoeming « Het louter bestaan van een beslissing tot weigering van de benoeming
voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet kan niet worden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet kan niet worden
ingeroepen om de weigering van de benoeming van een ingeroepen om de weigering van de benoeming van een
aangewezen-burgemeester te verantwoorden overeenkomstig de procedure aangewezen-burgemeester te verantwoorden overeenkomstig de procedure
bedoeld in artikel 4 ». bedoeld in artikel 4 ».
Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de prejudiciële vragen Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de prejudiciële vragen
B.2.1. De verzoekende partijen voor het verwijzende rechtscollege in B.2.1. De verzoekende partijen voor het verwijzende rechtscollege in
de zaken nrs. 5640 en 5641 betwisten de ontvankelijkheid van de eerste de zaken nrs. 5640 en 5641 betwisten de ontvankelijkheid van de eerste
prejudiciële vraag omdat een weigering tot benoeming niet zou kunnen prejudiciële vraag omdat een weigering tot benoeming niet zou kunnen
worden uitgesproken « wegens een externe illegaliteit in het algemeen worden uitgesproken « wegens een externe illegaliteit in het algemeen
of een vormgebrek in het bijzonder ». Zij betwisten ook de of een vormgebrek in het bijzonder ». Zij betwisten ook de
ontvankelijkheid van de tweede prejudiciële vraag omdat zij op een ontvankelijkheid van de tweede prejudiciële vraag omdat zij op een
foutief uitgangspunt zou steunen. foutief uitgangspunt zou steunen.
B.2.2. Aangezien de excepties van niet-ontvankelijkheid afhankelijk B.2.2. Aangezien de excepties van niet-ontvankelijkheid afhankelijk
zijn van de draagwijdte van de in het geding zijnde bepalingen, valt zijn van de draagwijdte van de in het geding zijnde bepalingen, valt
het onderzoek ervan samen met dat van de grond van de zaak. het onderzoek ervan samen met dat van de grond van de zaak.
Ten aanzien van de eerste prejudiciële vraag Ten aanzien van de eerste prejudiciële vraag
B.3. De eerste prejudiciële vraag strekt ertoe van het Hof te vernemen B.3. De eerste prejudiciële vraag strekt ertoe van het Hof te vernemen
of het in B.1.1 geciteerde artikel 13bis van de Nieuwe Gemeentewet of het in B.1.1 geciteerde artikel 13bis van de Nieuwe Gemeentewet
bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11, al dan niet in samenhang bestaanbaar is met de artikelen 10 en 11, al dan niet in samenhang
gelezen met artikel 4, van de Grondwet in zoverre het een verschil in gelezen met artikel 4, van de Grondwet in zoverre het een verschil in
behandeling doet ontstaan, wat de procedure van benoeming tot behandeling doet ontstaan, wat de procedure van benoeming tot
burgemeester betreft, tussen de kandidaten in de randgemeenten en de burgemeester betreft, tussen de kandidaten in de randgemeenten en de
kandidaten in de overige gemeenten van het Nederlandse taalgebied, kandidaten in de overige gemeenten van het Nederlandse taalgebied,
doordat het voor de eerste categorie in een afwijkende procedure doordat het voor de eerste categorie in een afwijkende procedure
voorziet volgens welke een arrest van de algemene vergadering van de voorziet volgens welke een arrest van de algemene vergadering van de
afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de beslissing afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de beslissing
van weigering tot benoeming van burgemeester in de randgemeente van weigering tot benoeming van burgemeester in de randgemeente
tenietdoet tot de definitieve benoeming van de burgemeester leidt, ook tenietdoet tot de definitieve benoeming van de burgemeester leidt, ook
« indien de weigering tot benoeming wordt tenietgedaan wegens een « indien de weigering tot benoeming wordt tenietgedaan wegens een
externe illegaliteit in het algemeen of een vormgebrek in het externe illegaliteit in het algemeen of een vormgebrek in het
bijzonder ». bijzonder ».
B.4.1. Volgens de Ministerraad en de verzoekende partijen voor het B.4.1. Volgens de Ministerraad en de verzoekende partijen voor het
verwijzende rechtscollege zijn de aangevoerde categorieën van personen verwijzende rechtscollege zijn de aangevoerde categorieën van personen
niet vergelijkbaar omdat de randgemeenten aan een bijzondere niet vergelijkbaar omdat de randgemeenten aan een bijzondere
taalregeling zijn onderworpen die afwijkt van de regeling in de taalregeling zijn onderworpen die afwijkt van de regeling in de
overige gemeenten van het Nederlandse taalgebied. overige gemeenten van het Nederlandse taalgebied.
B.4.2. Verschil en niet-vergelijkbaarheid mogen evenwel niet worden B.4.2. Verschil en niet-vergelijkbaarheid mogen evenwel niet worden
verward. De specifieke taalregeling waaraan de gemeenten zijn verward. De specifieke taalregeling waaraan de gemeenten zijn
onderworpen, kan weliswaar een element zijn in de beoordeling van een onderworpen, kan weliswaar een element zijn in de beoordeling van een
verschil in behandeling, maar zij kan niet volstaan om tot de verschil in behandeling, maar zij kan niet volstaan om tot de
niet-vergelijkbaarheid te besluiten, anders zou de toetsing aan het niet-vergelijkbaarheid te besluiten, anders zou de toetsing aan het
beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie van elke inhoud worden beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie van elke inhoud worden
ontdaan. ontdaan.
B.5. Volgens de Ministerraad zou, gelet op artikel 160 van de B.5. Volgens de Ministerraad zou, gelet op artikel 160 van de
Grondwet, de in het geding zijnde bepaling in overeenstemming zijn met Grondwet, de in het geding zijnde bepaling in overeenstemming zijn met
de Grondwet en zou het niet aan het Hof toekomen om die beoordeling de Grondwet en zou het niet aan het Hof toekomen om die beoordeling
door de Grondwetgever tegen te spreken. door de Grondwetgever tegen te spreken.
B.6.1. Artikel 160 van de Grondwet bepaalt : B.6.1. Artikel 160 van de Grondwet bepaalt :
« Er bestaat voor geheel België een Raad van State, waarvan de « Er bestaat voor geheel België een Raad van State, waarvan de
samenstelling, de bevoegdheid en de werking door de wet worden samenstelling, de bevoegdheid en de werking door de wet worden
bepaald. De wet kan evenwel aan de Koning de macht toekennen de bepaald. De wet kan evenwel aan de Koning de macht toekennen de
rechtspleging te regelen overeenkomstig de beginselen die zij rechtspleging te regelen overeenkomstig de beginselen die zij
vaststelt. vaststelt.
De Raad van State doet bij wege van arrest uitspraak als De Raad van State doet bij wege van arrest uitspraak als
administratief rechtscollege en geeft advies in de door de wet administratief rechtscollege en geeft advies in de door de wet
bepaalde gevallen. bepaalde gevallen.
Aan de bepalingen betreffende de algemene vergadering van de afdeling Aan de bepalingen betreffende de algemene vergadering van de afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State die op dezelfde dag als dit bestuursrechtspraak van de Raad van State die op dezelfde dag als dit
lid in werking treden, kan geen verandering worden aangebracht dan bij lid in werking treden, kan geen verandering worden aangebracht dan bij
een wet aangenomen met de in artikel 4, laatste lid, bepaalde een wet aangenomen met de in artikel 4, laatste lid, bepaalde
meerderheid ». meerderheid ».
B.6.2. Het laatste lid van de voormelde grondwetsbepaling werd B.6.2. Het laatste lid van de voormelde grondwetsbepaling werd
toegevoegd bij de « herziening van artikel 160 van de Grondwet » van toegevoegd bij de « herziening van artikel 160 van de Grondwet » van
19 juli 2012. Het is op 14 oktober 2012 in werking getreden. 19 juli 2012. Het is op 14 oktober 2012 in werking getreden.
Uit de parlementaire voorbereiding van die herziening blijkt dat de Uit de parlementaire voorbereiding van die herziening blijkt dat de
Grondwetgever niet enkel beoogde voor te schrijven dat de wijziging Grondwetgever niet enkel beoogde voor te schrijven dat de wijziging
van de bepalingen betreffende de algemene vergadering van de afdeling van de bepalingen betreffende de algemene vergadering van de afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State in de toekomst bij bestuursrechtspraak van de Raad van State in de toekomst bij
bijzonderemeerderheidswet dient te geschieden, maar dat hij zich bijzonderemeerderheidswet dient te geschieden, maar dat hij zich
tevens de keuzes die voortvloeien uit die bepalingen, eigen heeft tevens de keuzes die voortvloeien uit die bepalingen, eigen heeft
gemaakt. In de toelichting bij het voormelde voorstel werd hieromtrent gemaakt. In de toelichting bij het voormelde voorstel werd hieromtrent
het volgende vermeld : het volgende vermeld :
« Dit voorstel tot herziening van de Grondwet strekt ertoe om erin te « Dit voorstel tot herziening van de Grondwet strekt ertoe om erin te
voorzien dat de bepalingen betreffende de algemene vergadering van de voorzien dat de bepalingen betreffende de algemene vergadering van de
afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die op de zelfde afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die op de zelfde
dag als de voorgestelde grondwetsbepaling in werking treden, in de dag als de voorgestelde grondwetsbepaling in werking treden, in de
toekomst slechts gewijzigd zullen kunnen worden bij een wet die is toekomst slechts gewijzigd zullen kunnen worden bij een wet die is
aangenomen met de bijzondere meerderheid bepaald in artikel 4, laatste aangenomen met de bijzondere meerderheid bepaald in artikel 4, laatste
lid. lid.
Deze bepalingen maken het voorwerp uit van een wetsvoorstel dat Deze bepalingen maken het voorwerp uit van een wetsvoorstel dat
tegelijk met de voorgestelde grondwettelijke bepaling zal worden tegelijk met de voorgestelde grondwettelijke bepaling zal worden
bekrachtigd en afgekondigd (stuk Senaat, nr. 5-1563/1, 2011/2012). bekrachtigd en afgekondigd (stuk Senaat, nr. 5-1563/1, 2011/2012).
Het onderhavig voorstel tot herziening van de Grondwet moet dus worden Het onderhavig voorstel tot herziening van de Grondwet moet dus worden
samengelezen met dit wetsvoorstel. Deze twee voorstellen gaan namelijk samengelezen met dit wetsvoorstel. Deze twee voorstellen gaan namelijk
uit van eenzelfde intentie. De wet die uit dit voorstel zal uit van eenzelfde intentie. De wet die uit dit voorstel zal
voortvloeien, wordt op die manier geconsolideerd door de voorgestelde voortvloeien, wordt op die manier geconsolideerd door de voorgestelde
nieuwe grondwetsbepaling. Zij zal in de toekomst slechts gewijzigd nieuwe grondwetsbepaling. Zij zal in de toekomst slechts gewijzigd
kunnen worden bij een wet die is aangenomen met een bijzondere kunnen worden bij een wet die is aangenomen met een bijzondere
meerderheid. meerderheid.
Door te verwijzen naar de wet die de nieuwe bevoegdheden en Door te verwijzen naar de wet die de nieuwe bevoegdheden en
beraadslagingswijzen van de algemene vergadering van de afdeling beraadslagingswijzen van de algemene vergadering van de afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaalt voor de geschillen bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaalt voor de geschillen
betreffende de randgemeenten en door erin te voorzien dat de betreffende de randgemeenten en door erin te voorzien dat de
bepalingen terzake in de toekomst alleen nog gewijzigd zullen kunnen bepalingen terzake in de toekomst alleen nog gewijzigd zullen kunnen
worden bij een wet die is aangenomen met een bijzondere meerderheid, worden bij een wet die is aangenomen met een bijzondere meerderheid,
heeft de voorgestelde grondwetstekst tot gevolg dat de grondwetgever heeft de voorgestelde grondwetstekst tot gevolg dat de grondwetgever
zich akkoord verklaart met de door de wetgever gemaakte keuzes en dat zich akkoord verklaart met de door de wetgever gemaakte keuzes en dat
de andere grondwettelijke beginselen deze keuzes niet in de weg staan de andere grondwettelijke beginselen deze keuzes niet in de weg staan
(verg. Arbitragehof, arrest nr. 2004/201, overw. B.7.2 tot en met (verg. Arbitragehof, arrest nr. 2004/201, overw. B.7.2 tot en met
B.8.3). B.8.3).
De vaststelling dat deze hervorming raakt aan de kern van de grote De vaststelling dat deze hervorming raakt aan de kern van de grote
evenwichten die bijdragen aan de communautaire vrede rechtvaardigt - evenwichten die bijdragen aan de communautaire vrede rechtvaardigt -
naar analogie met wat voorzien is in de andere bepalingen van de naar analogie met wat voorzien is in de andere bepalingen van de
Grondwet die betrekking hebben op die grote evenwichten (zie Grondwet die betrekking hebben op die grote evenwichten (zie
bijvoorbeeld artikel 129, § 2) - dat de bepalingen betreffende de bijvoorbeeld artikel 129, § 2) - dat de bepalingen betreffende de
algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad
van State die op de zelfde dag als de voorgestelde grondwetsbepaling van State die op de zelfde dag als de voorgestelde grondwetsbepaling
in werking treden, in de toekomst slechts kunnen worden gewijzigd bij in werking treden, in de toekomst slechts kunnen worden gewijzigd bij
de bijzondere meerderheid bedoeld in artikel 4, laatste lid, van de de bijzondere meerderheid bedoeld in artikel 4, laatste lid, van de
Grondwet » (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1564/1, pp. 1-2). Grondwet » (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1564/1, pp. 1-2).
B.6.3. Er dient overigens te worden vastgesteld dat het verslag over B.6.3. Er dient overigens te worden vastgesteld dat het verslag over
het voorstel tot herziening van artikel 160 van de Grondwet een het voorstel tot herziening van artikel 160 van de Grondwet een
gemeenschappelijk verslag was dat eveneens betrekking had op het gemeenschappelijk verslag was dat eveneens betrekking had op het
wetsvoorstel « tot wijziging van de wetten op de Raad van State, wetsvoorstel « tot wijziging van de wetten op de Raad van State,
gecoördineerd op 12 januari 1973 », op het voorstel van bijzondere wet gecoördineerd op 12 januari 1973 », op het voorstel van bijzondere wet
« houdende wijziging van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 « houdende wijziging van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8
augustus 1980 tot hervorming der instellingen en van artikel 5bis van augustus 1980 tot hervorming der instellingen en van artikel 5bis van
de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse
Instellingen » en op het wetsvoorstel dat de in het geding zijnde wet Instellingen » en op het wetsvoorstel dat de in het geding zijnde wet
is geworden. is geworden.
In dat verslag werd uitgelegd dat die voorstellen « thematisch met In dat verslag werd uitgelegd dat die voorstellen « thematisch met
elkaar [zijn] verbonden doordat ze allemaal de randgemeenten behelzen, elkaar [zijn] verbonden doordat ze allemaal de randgemeenten behelzen,
inzonderheid de administratieve geschillen met betrekking tot die inzonderheid de administratieve geschillen met betrekking tot die
gemeenten, de benoeming van hun burgemeesters en het optreden van de gemeenten, de benoeming van hun burgemeesters en het optreden van de
Raad van State dienaangaande » (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. Raad van State dienaangaande » (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr.
5-1563/4, p. 3). 5-1563/4, p. 3).
De « onderlinge samenhang » van die wetsvoorstellen en van het De « onderlinge samenhang » van die wetsvoorstellen en van het
voorstel tot herziening van artikel 160 van de Grondwet (ibid.) werd voorstel tot herziening van artikel 160 van de Grondwet (ibid.) werd
onderstreept : onderstreept :
« Grondwet en wet moeten in hetzelfde perspectief worden gelezen. Om « Grondwet en wet moeten in hetzelfde perspectief worden gelezen. Om
die reden zullen ook de grondwettelijke en wettelijke regels op die reden zullen ook de grondwettelijke en wettelijke regels op
dezelfde dag in werking treden » (ibid., p. 6). dezelfde dag in werking treden » (ibid., p. 6).
In dat verslag wordt voorts uiteengezet dat de wetsvoorstellen, In dat verslag wordt voorts uiteengezet dat de wetsvoorstellen,
waaronder de wijziging van de pacificatiewet, en de herziening van waaronder de wijziging van de pacificatiewet, en de herziening van
artikel 160 van de Grondwet « inderdaad [uitgaan] van eenzelfde artikel 160 van de Grondwet « inderdaad [uitgaan] van eenzelfde
intentie » (ibid., p. 10). intentie » (ibid., p. 10).
De afdeling wetgeving van de Raad van State heeft eveneens, in haar De afdeling wetgeving van de Raad van State heeft eveneens, in haar
advies over de in het geding zijnde bepaling, de « zeer nauwe band » advies over de in het geding zijnde bepaling, de « zeer nauwe band »
bevestigd die bestaat tussen het wetsvoorstel tot invoering van een bevestigd die bestaat tussen het wetsvoorstel tot invoering van een
nieuwe procedure voor de benoeming van de burgemeesters van de nieuwe procedure voor de benoeming van de burgemeesters van de
randgemeenten, en het voorstel tot herziening van artikel 160 van de randgemeenten, en het voorstel tot herziening van artikel 160 van de
Grondwet (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1565/2, p. 5). Grondwet (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1565/2, p. 5).
B.6.4. De herziening van artikel 160 van de Grondwet van 19 juli 2012, B.6.4. De herziening van artikel 160 van de Grondwet van 19 juli 2012,
in werking getreden op 14 oktober 2012, moet dus in samenhang worden in werking getreden op 14 oktober 2012, moet dus in samenhang worden
gelezen met de wet van 19 juli 2012 « tot wijziging van de wetten op gelezen met de wet van 19 juli 2012 « tot wijziging van de wetten op
de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, wat de de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, wat de
behandeling van geschillen betreft door de algemene vergadering van de behandeling van geschillen betreft door de algemene vergadering van de
afdeling bestuursrechtspraak, op vraag van personen gevestigd in de afdeling bestuursrechtspraak, op vraag van personen gevestigd in de
randgemeenten », met de bijzondere wet van 19 juli 2012 « houdende randgemeenten », met de bijzondere wet van 19 juli 2012 « houdende
wijziging van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 wijziging van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980
tot hervorming der instellingen en van artikel 5bis van de bijzondere tot hervorming der instellingen en van artikel 5bis van de bijzondere
wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen » wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen »
en met de in het geding zijnde bepaling, eveneens in werking getreden en met de in het geding zijnde bepaling, eveneens in werking getreden
op 14 oktober 2012. op 14 oktober 2012.
B.6.5. De in het geding zijnde bepaling geeft concreet vorm aan een B.6.5. De in het geding zijnde bepaling geeft concreet vorm aan een
van de punten van het Institutioneel Akkoord « voor de zesde van de punten van het Institutioneel Akkoord « voor de zesde
Staatshervorming » van 11 oktober 2011 (Parl. St., Senaat, 2011-2012, Staatshervorming » van 11 oktober 2011 (Parl. St., Senaat, 2011-2012,
nr. 5-1563/4, p. 7); punt 2.4 van dat akkoord detailleert overigens de nr. 5-1563/4, p. 7); punt 2.4 van dat akkoord detailleert overigens de
procedure die wordt gevolgd voor de algemene vergadering van de procedure die wordt gevolgd voor de algemene vergadering van de
afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarbij er afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarbij er
uitdrukkelijk in is voorzien dat, wanneer de algemene vergadering de uitdrukkelijk in is voorzien dat, wanneer de algemene vergadering de
weigering tot benoeming tenietdoet, de burgemeester definitief wordt weigering tot benoeming tenietdoet, de burgemeester definitief wordt
benoemd, zodat het arrest dus geldt als een benoeming. benoemd, zodat het arrest dus geldt als een benoeming.
Die nieuwe procedure strekt ertoe een einde te maken aan de herhaalde Die nieuwe procedure strekt ertoe een einde te maken aan de herhaalde
betwistingen in de loop van de laatste jaren met betrekking tot de betwistingen in de loop van de laatste jaren met betrekking tot de
weigeringen tot benoeming van burgemeesters van de randgemeenten, door weigeringen tot benoeming van burgemeesters van de randgemeenten, door
die betwistingen toe te vertrouwen aan een op taalvlak paritair die betwistingen toe te vertrouwen aan een op taalvlak paritair
samengesteld rechtscollege. samengesteld rechtscollege.
B.6.6. In de parlementaire voorbereiding met betrekking tot de B.6.6. In de parlementaire voorbereiding met betrekking tot de
herziening van artikel 160 van de Grondwet wordt aangegeven dat « deze herziening van artikel 160 van de Grondwet wordt aangegeven dat « deze
hervorming raakt aan de kern van de grote evenwichten die bijdragen hervorming raakt aan de kern van de grote evenwichten die bijdragen
aan de communautaire vrede » (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. aan de communautaire vrede » (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr.
5-1564/1, p. 2). 5-1564/1, p. 2).
In dezelfde lijn werd tijdens de totstandkoming van de in het geding In dezelfde lijn werd tijdens de totstandkoming van de in het geding
zijnde bepaling benadrukt dat de nieuwe procedure voortvloeit « uit zijnde bepaling benadrukt dat de nieuwe procedure voortvloeit « uit
het zoeken naar een noodzakelijk evenwicht tussen de belangen van de het zoeken naar een noodzakelijk evenwicht tussen de belangen van de
verschillende gemeenschappen en gewesten binnen de Belgische Staat en verschillende gemeenschappen en gewesten binnen de Belgische Staat en
[...] tot doel [heeft] nieuwe communautaire conflicten te vermijden » [...] tot doel [heeft] nieuwe communautaire conflicten te vermijden »
(Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1565/1, p. 1). (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1565/1, p. 1).
De bijzondere wetgever beoogde daarbij de nieuwe procedure De bijzondere wetgever beoogde daarbij de nieuwe procedure
uitdrukkelijk tot de zes randgemeenten te beperken : uitdrukkelijk tot de zes randgemeenten te beperken :
« De bijzondere situatie van die randgemeenten, de plaats die ze « De bijzondere situatie van die randgemeenten, de plaats die ze
innemen in het federale evenwicht en de zorg om de communautaire vrede innemen in het federale evenwicht en de zorg om de communautaire vrede
te behouden of te verzekeren, wettigen die specifieke regeling » te behouden of te verzekeren, wettigen die specifieke regeling »
(Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1563/4, p. 7). (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1563/4, p. 7).
Zoals in B.1.1 is uiteengezet, werd de nieuwe procedure ingevoegd in Zoals in B.1.1 is uiteengezet, werd de nieuwe procedure ingevoegd in
de pacificatiewet van 9 augustus 1988. Die wet heeft als algemeen doel de pacificatiewet van 9 augustus 1988. Die wet heeft als algemeen doel
de pacificatie tussen de gemeenschappen te verzekeren. Dat doel wordt de pacificatie tussen de gemeenschappen te verzekeren. Dat doel wordt
nagestreefd door het uitvaardigen van bepalingen op het vlak van het nagestreefd door het uitvaardigen van bepalingen op het vlak van het
gemeentebestuur en de verkiezingen die van dien aard zijn dat zij het gemeentebestuur en de verkiezingen die van dien aard zijn dat zij het
bestuur van de gemeenten met een speciaal taalstatuut bestuur van de gemeenten met een speciaal taalstatuut
vergemakkelijken, tegenstellingen tussen de gemeenschappen vermijden, vergemakkelijken, tegenstellingen tussen de gemeenschappen vermijden,
een harmonieuze deelneming van de taalmeerderheden en -minderheden aan een harmonieuze deelneming van de taalmeerderheden en -minderheden aan
het beheer van de gemeente toelaten en aan bepaalde bekommernissen van het beheer van de gemeente toelaten en aan bepaalde bekommernissen van
taalminderheden tegemoetkomen (zie arrest nr. 18/90 van 23 mei 1990, taalminderheden tegemoetkomen (zie arrest nr. 18/90 van 23 mei 1990,
B.9.1-B.9.2, en arrest nr. 35/2003 van 25 maart 2003, B.13.3). B.9.1-B.9.2, en arrest nr. 35/2003 van 25 maart 2003, B.13.3).
De wijziging van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus De wijziging van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus
1980 tot hervorming der instellingen en van artikel 5bis van de 1980 tot hervorming der instellingen en van artikel 5bis van de
bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse
Instellingen, door een « bijwerking » op 14 oktober 2012 van de « Instellingen, door een « bijwerking » op 14 oktober 2012 van de «
standstill »-clausule in die bepalingen (Parl. St., Senaat, 2011-2012, standstill »-clausule in die bepalingen (Parl. St., Senaat, 2011-2012,
nr. 5-1563/4, p. 10), bevestigt overigens dat de specifieke procedure nr. 5-1563/4, p. 10), bevestigt overigens dat de specifieke procedure
voor de benoeming van de burgemeesters van de zes randgemeenten - met voor de benoeming van de burgemeesters van de zes randgemeenten - met
inbegrip van de bevoegdheid van de algemene vergadering van de inbegrip van de bevoegdheid van de algemene vergadering van de
afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voor de
betwistingen met betrekking tot een weigering tot benoeming - is betwistingen met betrekking tot een weigering tot benoeming - is
opgevat als een « waarborg » ten behoeve van de Franstaligen in de opgevat als een « waarborg » ten behoeve van de Franstaligen in de
randgemeenten. In de parlementaire voorbereiding met betrekking tot de randgemeenten. In de parlementaire voorbereiding met betrekking tot de
in het geding zijnde bepaling wordt ook uitgelegd dat de nieuwe in het geding zijnde bepaling wordt ook uitgelegd dat de nieuwe
benoemingsprocedure « een garantie uitmaakt in de zin van artikel benoemingsprocedure « een garantie uitmaakt in de zin van artikel
16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der
instellingen » (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1565/1, p. 2; zie instellingen » (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1565/1, p. 2; zie
ook Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1563/4, p. 30). ook Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1563/4, p. 30).
B.7.1. Het Hof is niet bevoegd om zich uit te spreken over een B.7.1. Het Hof is niet bevoegd om zich uit te spreken over een
verschil in behandeling of een beperking van een grondrecht verschil in behandeling of een beperking van een grondrecht
voortvloeiende uit een door de Grondwetgever zelf gemaakte keuze. voortvloeiende uit een door de Grondwetgever zelf gemaakte keuze.
Hoewel die keuze in beginsel uit de tekst van de Grondwet dient te Hoewel die keuze in beginsel uit de tekst van de Grondwet dient te
blijken, kan de parlementaire voorbereiding ervan te dezen volstaan om blijken, kan de parlementaire voorbereiding ervan te dezen volstaan om
duidelijkheid te hebben over die keuze, nu uit de voormelde duidelijkheid te hebben over die keuze, nu uit de voormelde
toelichting onomstotelijk en zonder dat hieromtrent tegenspraak toelichting onomstotelijk en zonder dat hieromtrent tegenspraak
bestond, blijkt dat de Grondwetgever niet alleen kennis had van de bestond, blijkt dat de Grondwetgever niet alleen kennis had van de
bepalingen betreffende de algemene vergadering van de afdeling bepalingen betreffende de algemene vergadering van de afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State, in werking getreden op bestuursrechtspraak van de Raad van State, in werking getreden op
dezelfde dag als de herziening van artikel 160 van de Grondwet, maar dezelfde dag als de herziening van artikel 160 van de Grondwet, maar
zich tevens de keuzes die eruit voortvloeien eigen heeft gemaakt. zich tevens de keuzes die eruit voortvloeien eigen heeft gemaakt.
B.7.2. Die vaststelling houdt evenwel niet in dat de in het geding B.7.2. Die vaststelling houdt evenwel niet in dat de in het geding
zijnde bepaling in haar geheel aan de toetsingsbevoegdheid van het Hof zijnde bepaling in haar geheel aan de toetsingsbevoegdheid van het Hof
ontsnapt. Uit de in het laatste lid van artikel 160 van de Grondwet ontsnapt. Uit de in het laatste lid van artikel 160 van de Grondwet
vervatte verwijzing blijkt immers dat de Grondwetgever zich enkel vervatte verwijzing blijkt immers dat de Grondwetgever zich enkel
akkoord verklaart met de door de wetgever gemaakte keuzes ten aanzien akkoord verklaart met de door de wetgever gemaakte keuzes ten aanzien
van « de bepalingen betreffende de algemene vergadering van de van « de bepalingen betreffende de algemene vergadering van de
afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State »; die bepalingen afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State »; die bepalingen
beogen, zoals in de in B.6.2 aangehaalde parlementaire voorbereiding beogen, zoals in de in B.6.2 aangehaalde parlementaire voorbereiding
is uiteengezet, zowel de nieuwe bevoegdheden als de is uiteengezet, zowel de nieuwe bevoegdheden als de
beraadslagingswijzen van de algemene vergadering van de afdeling beraadslagingswijzen van de algemene vergadering van de afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State. bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In zoverre de bevoegdheid van het Hof erdoor wordt beperkt, dient de In zoverre de bevoegdheid van het Hof erdoor wordt beperkt, dient de
keuze van de Grondwetgever beperkend te worden geïnterpreteerd. Het keuze van de Grondwetgever beperkend te worden geïnterpreteerd. Het
Hof dient derhalve na te gaan of de prejudiciële vraag bepalingen Hof dient derhalve na te gaan of de prejudiciële vraag bepalingen
beoogt waarvan de Grondwetgever zich de keuzes eigen heeft gemaakt. beoogt waarvan de Grondwetgever zich de keuzes eigen heeft gemaakt.
B.8. De door de in het geding zijnde bepaling ingevoerde procedure B.8. De door de in het geding zijnde bepaling ingevoerde procedure
heeft betrekking op de benoeming van de burgemeesters in de zes heeft betrekking op de benoeming van de burgemeesters in de zes
randgemeenten. randgemeenten.
Zoals in de andere gemeenten van het Nederlandse taalgebied, wordt een Zoals in de andere gemeenten van het Nederlandse taalgebied, wordt een
kandidaat voor benoeming tot burgemeester voorgedragen door de kandidaat voor benoeming tot burgemeester voorgedragen door de
gemeenteraadsleden. Overeenkomstig de nieuwe procedure wordt die gemeenteraadsleden. Overeenkomstig de nieuwe procedure wordt die
voordrachtsakte in de randgemeenten bevestigd door een stemming van de voordrachtsakte in de randgemeenten bevestigd door een stemming van de
gemeenteraad. Vanaf die stemming draagt de kandidaat-burgemeester de gemeenteraad. Vanaf die stemming draagt de kandidaat-burgemeester de
titel van « aangewezen-burgemeester » en oefent hij alle functies uit titel van « aangewezen-burgemeester » en oefent hij alle functies uit
die aan de burgemeester worden toevertrouwd (artikel 13bis, § 1, van die aan de burgemeester worden toevertrouwd (artikel 13bis, § 1, van
de Nieuwe Gemeentewet). de Nieuwe Gemeentewet).
De Vlaamse Regering beschikt over een termijn van zestig dagen, zodra De Vlaamse Regering beschikt over een termijn van zestig dagen, zodra
zij de door de gemeenteraad bevestigde voordrachtsakte ontvangt, om de zij de door de gemeenteraad bevestigde voordrachtsakte ontvangt, om de
aangewezen-burgemeester al dan niet te benoemen (artikel 13bis, § 2). aangewezen-burgemeester al dan niet te benoemen (artikel 13bis, § 2).
Indien de Vlaamse Regering overgaat tot de benoeming of indien zij Indien de Vlaamse Regering overgaat tot de benoeming of indien zij
geen beslissing meedeelt binnen de voormelde termijn, is de geen beslissing meedeelt binnen de voormelde termijn, is de
aangewezen-burgemeester definitief benoemd (artikel 13bis, § 3). aangewezen-burgemeester definitief benoemd (artikel 13bis, § 3).
Indien de Vlaamse Regering daarentegen de benoeming weigert, deelt zij Indien de Vlaamse Regering daarentegen de benoeming weigert, deelt zij
de beslissing tot weigering mee aan de aangewezen-burgemeester, aan de de beslissing tot weigering mee aan de aangewezen-burgemeester, aan de
gouverneur en de adjunct-gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, gouverneur en de adjunct-gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant,
aan de gemeentesecretaris van de betrokken gemeente en aan de algemene aan de gemeentesecretaris van de betrokken gemeente en aan de algemene
vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
(artikel 13bis, § 4). (artikel 13bis, § 4).
Vervolgens beschikt de aangewezen-burgemeester over een termijn van Vervolgens beschikt de aangewezen-burgemeester over een termijn van
dertig dagen om een memorie in te dienen bij de algemene vergadering dertig dagen om een memorie in te dienen bij de algemene vergadering
van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De
inschrijving op de algemene rol van de Raad van State vindt plaats op inschrijving op de algemene rol van de Raad van State vindt plaats op
het ogenblik dat de memorie wordt ingediend. De algemene vergadering het ogenblik dat de memorie wordt ingediend. De algemene vergadering
dient binnen negentig dagen na het indienen van die memorie uitspraak dient binnen negentig dagen na het indienen van die memorie uitspraak
te doen, nadat de partijen hun standpunt hebben uiteengezet. Twee te doen, nadat de partijen hun standpunt hebben uiteengezet. Twee
auditeurs die tot een verschillende taalrol behoren, stellen samen een auditeurs die tot een verschillende taalrol behoren, stellen samen een
verslag op en geven elk hun advies tijdens de openbare zitting op het verslag op en geven elk hun advies tijdens de openbare zitting op het
einde van de debatten. De algemene vergadering wordt afwisselend einde van de debatten. De algemene vergadering wordt afwisselend
voorgezeten door de eerste voorzitter en door de voorzitter, naar voorgezeten door de eerste voorzitter en door de voorzitter, naar
gelang van de inschrijving op de rol. In geval van staking van stemmen gelang van de inschrijving op de rol. In geval van staking van stemmen
is de stem van de voorzitter van de algemene vergadering beslissend is de stem van de voorzitter van de algemene vergadering beslissend
(artikel 13bis, § 5). (artikel 13bis, § 5).
Indien de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van Indien de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van
de Raad van State de beslissing tot weigering van de benoeming de Raad van State de beslissing tot weigering van de benoeming
bevestigt, alsook indien de aangewezen-burgemeester nalaat om tijdig bevestigt, alsook indien de aangewezen-burgemeester nalaat om tijdig
een memorie in te dienen, wordt de weigering om te benoemen een memorie in te dienen, wordt de weigering om te benoemen
definitief. De gemeenteraad beschikt dan over een termijn van dertig definitief. De gemeenteraad beschikt dan over een termijn van dertig
dagen om door een stemming een nieuwe voordrachtsakte te bevestigen dagen om door een stemming een nieuwe voordrachtsakte te bevestigen
(artikel 13bis, § 6). Indien de algemene vergadering van de afdeling (artikel 13bis, § 6). Indien de algemene vergadering van de afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State de beslissing tot weigering bestuursrechtspraak van de Raad van State de beslissing tot weigering
van de benoeming tenietdoet, leidt haar arrest tot de definitieve van de benoeming tenietdoet, leidt haar arrest tot de definitieve
benoeming van de aangewezen-burgemeester (artikel 13bis, § 7). benoeming van de aangewezen-burgemeester (artikel 13bis, § 7).
B.9. Artikel 4 van de Grondwet bepaalt : B.9. Artikel 4 van de Grondwet bepaalt :
« België omvat vier taalgebieden : het Nederlandse taalgebied, het « België omvat vier taalgebieden : het Nederlandse taalgebied, het
Franse taalgebied, het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en het Franse taalgebied, het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en het
Duitse taalgebied. Duitse taalgebied.
Elke gemeente van het Rijk maakt deel uit van een van deze Elke gemeente van het Rijk maakt deel uit van een van deze
taalgebieden. taalgebieden.
De grenzen van de vier taalgebieden kunnen niet worden gewijzigd of De grenzen van de vier taalgebieden kunnen niet worden gewijzigd of
gecorrigeerd dan bij een wet, aangenomen met de meerderheid van de gecorrigeerd dan bij een wet, aangenomen met de meerderheid van de
stemmen in elke taalgroep van elke Kamer, op voorwaarde dat de stemmen in elke taalgroep van elke Kamer, op voorwaarde dat de
meerderheid van de leden van elke taalgroep aanwezig is en voor zover meerderheid van de leden van elke taalgroep aanwezig is en voor zover
het totaal van de ja-stemmen in beide taalgroepen twee derden van de het totaal van de ja-stemmen in beide taalgroepen twee derden van de
uitgebrachte stemmen bereikt ». uitgebrachte stemmen bereikt ».
B.10.1. De eerste prejudiciële vraag heeft betrekking op de in het B.10.1. De eerste prejudiciële vraag heeft betrekking op de in het
geding zijnde bepaling in zoverre zij ertoe strekt dat een arrest van geding zijnde bepaling in zoverre zij ertoe strekt dat een arrest van
de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de
Raad van State waarbij een beslissing van weigering tot benoeming Raad van State waarbij een beslissing van weigering tot benoeming
wordt tenietgedaan, tot de definitieve benoeming van de burgemeester wordt tenietgedaan, tot de definitieve benoeming van de burgemeester
in de randgemeente leidt (artikel 13bis, § 7, van de Nieuwe in de randgemeente leidt (artikel 13bis, § 7, van de Nieuwe
Gemeentewet). Gemeentewet).
B.10.2. Het gevolg dat is verleend aan het arrest waarbij de algemene B.10.2. Het gevolg dat is verleend aan het arrest waarbij de algemene
vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
een beslissing van weigering tot benoeming van een burgemeester van een beslissing van weigering tot benoeming van een burgemeester van
een randgemeente tenietdoet, valt klaarblijkelijk onder « de een randgemeente tenietdoet, valt klaarblijkelijk onder « de
bepalingen betreffende de algemene vergadering van de afdeling bepalingen betreffende de algemene vergadering van de afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State » bedoeld in artikel 160, bestuursrechtspraak van de Raad van State » bedoeld in artikel 160,
laatste lid, van de Grondwet. laatste lid, van de Grondwet.
De wordingsgeschiedenis van de in het geding zijnde bepaling toont De wordingsgeschiedenis van de in het geding zijnde bepaling toont
voldoende aan dat het feit dat het arrest van de algemene vergadering voldoende aan dat het feit dat het arrest van de algemene vergadering
leidt tot een definitieve benoeming, een element vormt dat inherent is leidt tot een definitieve benoeming, een element vormt dat inherent is
aan de nieuwe bevoegdheid die aan de algemene vergadering van de aan de nieuwe bevoegdheid die aan de algemene vergadering van de
afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is toevertrouwd afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is toevertrouwd
vanuit de zorg om de herhaalde betwistingen over weigeringen tot vanuit de zorg om de herhaalde betwistingen over weigeringen tot
benoeming van burgemeesters in de randgemeenten effectief te benoeming van burgemeesters in de randgemeenten effectief te
beëindigen. beëindigen.
Gelet op het feit dat de Grondwetgever uitdrukkelijk van mening is Gelet op het feit dat de Grondwetgever uitdrukkelijk van mening is
geweest dat de andere grondwettelijke beginselen zich niet ertegen geweest dat de andere grondwettelijke beginselen zich niet ertegen
verzetten dat de algemene vergadering van de afdeling verzetten dat de algemene vergadering van de afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State ertoe gemachtigd is bestuursrechtspraak van de Raad van State ertoe gemachtigd is
uitspraak te doen over een weigering van een benoeming tot uitspraak te doen over een weigering van een benoeming tot
burgemeester in de randgemeenten, kan het verlenen van die bevoegdheid burgemeester in de randgemeenten, kan het verlenen van die bevoegdheid
en van de gevolgen ervan niet met de aangevoerde grondwetsbepalingen en van de gevolgen ervan niet met de aangevoerde grondwetsbepalingen
strijdig worden geacht. strijdig worden geacht.
Aangezien de in het geding zijnde bepaling op dat punt op een keuze Aangezien de in het geding zijnde bepaling op dat punt op een keuze
van de Grondwetgever berust, staat het niet aan het Hof om die van de Grondwetgever berust, staat het niet aan het Hof om die
bepaling aan de Grondwet te toetsen. bepaling aan de Grondwet te toetsen.
B.11. De eerste prejudiciële vraag behoeft geen antwoord. B.11. De eerste prejudiciële vraag behoeft geen antwoord.
Ten aanzien van de tweede prejudiciële vraag Ten aanzien van de tweede prejudiciële vraag
B.12. De tweede prejudiciële vraag in de zaken nrs. 5640 en 5641 B.12. De tweede prejudiciële vraag in de zaken nrs. 5640 en 5641
strekt ertoe van het Hof te vernemen of het in B.1.2 geciteerde strekt ertoe van het Hof te vernemen of het in B.1.2 geciteerde
artikel 7 van de bijzondere wet van 19 juli 2012 bestaanbaar is met de artikel 7 van de bijzondere wet van 19 juli 2012 bestaanbaar is met de
artikelen 4, 10 en 11 van de Grondwet, « in zoverre die bepaling moet artikelen 4, 10 en 11 van de Grondwet, « in zoverre die bepaling moet
worden geïnterpreteerd in die zin dat bij de niet-benoeming van een worden geïnterpreteerd in die zin dat bij de niet-benoeming van een
burgemeester in één van de randgemeenten géén rekening mag gehouden burgemeester in één van de randgemeenten géén rekening mag gehouden
worden met het gedrag van de kandidaat in de periode voorafgaand aan worden met het gedrag van de kandidaat in de periode voorafgaand aan
de inwerkingtreding van die bijzondere wet, ook al is dat gedrag nog de inwerkingtreding van die bijzondere wet, ook al is dat gedrag nog
steeds actueel en relevant wanneer er expliciet in volhard wordt, steeds actueel en relevant wanneer er expliciet in volhard wordt,
terwijl voor de benoeming van burgemeesters buiten de randgemeenten terwijl voor de benoeming van burgemeesters buiten de randgemeenten
wel degelijk rekening mag worden gehouden met hun gedrag voorafgaand wel degelijk rekening mag worden gehouden met hun gedrag voorafgaand
aan datzelfde ogenblik ». aan datzelfde ogenblik ».
B.13.1. Het in het geding zijnde artikel 7 betreft een B.13.1. Het in het geding zijnde artikel 7 betreft een
overgangsbepaling, op grond waarvan het louter bestaan van een overgangsbepaling, op grond waarvan het louter bestaan van een
beslissing tot weigering van de benoeming voorafgaand aan de beslissing tot weigering van de benoeming voorafgaand aan de
inwerkingtreding van de bijzondere wet, niet kan worden aangevoerd om inwerkingtreding van de bijzondere wet, niet kan worden aangevoerd om
de weigering van de benoeming van een aangewezen-burgemeester te de weigering van de benoeming van een aangewezen-burgemeester te
verantwoorden overeenkomstig de in B.8 beschreven procedure. verantwoorden overeenkomstig de in B.8 beschreven procedure.
De parlementaire voorbereiding met betrekking tot die bepaling De parlementaire voorbereiding met betrekking tot die bepaling
vermeldt : vermeldt :
« Overeenkomstig de materiële en de formele motiveringsplicht moet een « Overeenkomstig de materiële en de formele motiveringsplicht moet een
weigering tot benoeming op een deugdelijke manier worden gemotiveerd. weigering tot benoeming op een deugdelijke manier worden gemotiveerd.
Dit betekent inzonderheid dat het louter bestaan van een Dit betekent inzonderheid dat het louter bestaan van een
benoemingsweigering voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit benoemingsweigering voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit
voorstel van bijzondere wet niet kan worden ingeroepen. Dit principe voorstel van bijzondere wet niet kan worden ingeroepen. Dit principe
maakt het voorwerp uit van een overgangsbepaling. Deze maakt het voorwerp uit van een overgangsbepaling. Deze
overgangsbepaling heeft enkel betrekking op de benoemingsweigeringen overgangsbepaling heeft enkel betrekking op de benoemingsweigeringen
voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bijzondere wet » (Parl. voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bijzondere wet » (Parl.
St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1565/1, p. 3; zie ook Parl. St., Senaat, St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1565/1, p. 3; zie ook Parl. St., Senaat,
2011-2012, nr. 5-1563/4, p. 9). 2011-2012, nr. 5-1563/4, p. 9).
B.13.2. De bepaling, die de beoordelingsvrijheid van de benoemende B.13.2. De bepaling, die de beoordelingsvrijheid van de benoemende
overheid beperkt, regelt niet « de nieuwe bevoegdheden en overheid beperkt, regelt niet « de nieuwe bevoegdheden en
beraadslagingswijzen van de algemene vergadering van de afdeling beraadslagingswijzen van de algemene vergadering van de afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State » en berust dus niet op een bestuursrechtspraak van de Raad van State » en berust dus niet op een
keuze van de Grondwetgever. Het staat derhalve aan het Hof om die keuze van de Grondwetgever. Het staat derhalve aan het Hof om die
bepaling aan de Grondwet te toetsen. bepaling aan de Grondwet te toetsen.
B.14. Het komt in de regel aan de verwijzende rechter toe om de B.14. Het komt in de regel aan de verwijzende rechter toe om de
bepalingen die hij toepast te interpreteren, onder voorbehoud van een bepalingen die hij toepast te interpreteren, onder voorbehoud van een
kennelijk verkeerde lezing van de in het geding zijnde bepaling. kennelijk verkeerde lezing van de in het geding zijnde bepaling.
Uit de voormelde parlementaire voorbereiding blijkt dat de in het Uit de voormelde parlementaire voorbereiding blijkt dat de in het
geding zijnde overgangsbepaling « enkel betrekking [heeft] op de geding zijnde overgangsbepaling « enkel betrekking [heeft] op de
benoemingsweigeringen voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze benoemingsweigeringen voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze
bijzondere wet » (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1565/1, p. 3), bijzondere wet » (Parl. St., Senaat, 2011-2012, nr. 5-1565/1, p. 3),
zodat « het louter bestaan van een beslissing tot weigering » niet kan zodat « het louter bestaan van een beslissing tot weigering » niet kan
volstaan om op zich alleen de weigering van de benoeming van een volstaan om op zich alleen de weigering van de benoeming van een
aangewezen-burgemeester te verantwoorden. aangewezen-burgemeester te verantwoorden.
In zoverre de prejudiciële vraag uit de in het geding zijnde bepaling In zoverre de prejudiciële vraag uit de in het geding zijnde bepaling
afleidt dat bij de weigering van een benoeming geen rekening mag afleidt dat bij de weigering van een benoeming geen rekening mag
worden gehouden met het gedrag van de kandidaat in de periode worden gehouden met het gedrag van de kandidaat in de periode
voorafgaand aan de inwerkingtreding van de bijzondere wet, ook al is voorafgaand aan de inwerkingtreding van de bijzondere wet, ook al is
het gedrag van de kandidaat waarop die weigering is gebaseerd nog het gedrag van de kandidaat waarop die weigering is gebaseerd nog
steeds actueel en relevant wanneer er expliciet in volhard wordt, steeds actueel en relevant wanneer er expliciet in volhard wordt,
baseert zij zich, zoals de Ministerraad overigens nadrukkelijk baseert zij zich, zoals de Ministerraad overigens nadrukkelijk
bevestigt, daarentegen op een verkeerde lezing van die bepaling. bevestigt, daarentegen op een verkeerde lezing van die bepaling.
B.15. De tweede prejudiciële vraag behoeft geen antwoord. B.15. De tweede prejudiciële vraag behoeft geen antwoord.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
De prejudiciële vragen behoeven geen antwoord. De prejudiciële vragen behoeven geen antwoord.
Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig Aldus uitgesproken in het Nederlands en het Frans, overeenkomstig
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het
Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 3 april 2014. Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 3 april 2014.
De griffier, De griffier,
F. Meersschaut F. Meersschaut
De voorzitter, De voorzitter,
M. Bossuyt M. Bossuyt
^