Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 61/2014 van 3 april 2014 Rolnummer : 5626 In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 2, 3, 4, 14 en 15 van de wet van 20 september 2012 tot instelling van het « una via »-principe in de vervolging van ove Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en A. Alen, en de rechters (...)"
Uittreksel uit arrest nr. 61/2014 van 3 april 2014 Rolnummer : 5626 In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 2, 3, 4, 14 en 15 van de wet van 20 september 2012 tot instelling van het « una via »-principe in de vervolging van ove Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en A. Alen, en de rechters (...) Uittreksel uit arrest nr. 61/2014 van 3 april 2014 Rolnummer : 5626 In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 2, 3, 4, 14 en 15 van de wet van 20 september 2012 tot instelling van het « una via »-principe in de vervolging van ove Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en A. Alen, en de rechters (...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 61/2014 van 3 april 2014 Uittreksel uit arrest nr. 61/2014 van 3 april 2014
Rolnummer : 5626 Rolnummer : 5626
In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 2, 3, 4, 14 en In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 2, 3, 4, 14 en
15 van de wet van 20 september 2012 tot instelling van het « una via 15 van de wet van 20 september 2012 tot instelling van het « una via
»-principe in de vervolging van overtredingen van de fiscale wetgeving »-principe in de vervolging van overtredingen van de fiscale wetgeving
en tot verhoging van de fiscale penale boetes, ingesteld door de vzw « en tot verhoging van de fiscale penale boetes, ingesteld door de vzw «
Liga van belastingplichtigen ». Liga van belastingplichtigen ».
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en A. Alen, en de samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en A. Alen, en de
rechters E. De Groot, L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. rechters E. De Groot, L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E.
Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet en R. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet en R.
Leysen, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder Leysen, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder
voorzitterschap van voorzitter J. Spreutels, voorzitterschap van voorzitter J. Spreutels,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging
Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 18 april 2013 Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 18 april 2013
ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 22 april ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 22 april
2013, heeft de vzw « Liga van belastingplichtigen », met 2013, heeft de vzw « Liga van belastingplichtigen », met
maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Lensstraat 13, beroep tot maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Lensstraat 13, beroep tot
vernietiging ingesteld van de artikelen 2, 3, 4, 14 en 15 van de wet vernietiging ingesteld van de artikelen 2, 3, 4, 14 en 15 van de wet
van 20 september 2012 tot instelling van het « una via »-principe in van 20 september 2012 tot instelling van het « una via »-principe in
de vervolging van overtredingen van de fiscale wetgeving en tot de vervolging van overtredingen van de fiscale wetgeving en tot
verhoging van de fiscale penale boetes (bekendgemaakt in het Belgisch verhoging van de fiscale penale boetes (bekendgemaakt in het Belgisch
Staatsblad van 22 oktober 2012). Staatsblad van 22 oktober 2012).
(...) (...)
II. In rechte II. In rechte
(...) (...)
B.1. De verzoekende partij vordert de vernietiging, enerzijds, van B.1. De verzoekende partij vordert de vernietiging, enerzijds, van
artikel 2 en, anderzijds, van de artikelen 3, 4, 14 en 15 van de wet artikel 2 en, anderzijds, van de artikelen 3, 4, 14 en 15 van de wet
van 20 september 2012 « tot instelling van het ' una via '-principe in van 20 september 2012 « tot instelling van het ' una via '-principe in
de vervolging van overtredingen van de fiscale wetgeving tot verhoging de vervolging van overtredingen van de fiscale wetgeving tot verhoging
van de fiscale penale boetes ». van de fiscale penale boetes ».
Ten aanzien van artikel 2 van de bestreden wet Ten aanzien van artikel 2 van de bestreden wet
B.2.1. Artikel 2 van de bestreden wet bepaalt : B.2.1. Artikel 2 van de bestreden wet bepaalt :
« Artikel 29 van het Wetboek van strafvordering, laatstelijk gewijzigd « Artikel 29 van het Wetboek van strafvordering, laatstelijk gewijzigd
bij de wet van 23 maart 1999, wordt aangevuld met een derde lid, bij de wet van 23 maart 1999, wordt aangevuld met een derde lid,
luidende : luidende :
' De in het tweede lid bedoelde gewestelijke directeur of de ambtenaar ' De in het tweede lid bedoelde gewestelijke directeur of de ambtenaar
die hij aanwijst, kan in het kader van de strijd tegen de fiscale die hij aanwijst, kan in het kader van de strijd tegen de fiscale
fraude over concrete dossiers overleg plegen met de procureur des fraude over concrete dossiers overleg plegen met de procureur des
Konings. De procureur des Konings kan de strafrechtelijk strafbare Konings. De procureur des Konings kan de strafrechtelijk strafbare
feiten waarvan hij kennis heeft genomen tijdens het overleg, feiten waarvan hij kennis heeft genomen tijdens het overleg,
vervolgen. Het overleg kan ook plaatsvinden op initiatief van de vervolgen. Het overleg kan ook plaatsvinden op initiatief van de
procureur des Konings. De bevoegde politionele overheden kunnen procureur des Konings. De bevoegde politionele overheden kunnen
deelnemen aan het overleg. ' ». deelnemen aan het overleg. ' ».
B.2.2. Die bepaling vindt haar oorsprong in een wetsvoorstel, dat is B.2.2. Die bepaling vindt haar oorsprong in een wetsvoorstel, dat is
geamendeerd tijdens de parlementaire voorbereiding. Dat voorstel werd geamendeerd tijdens de parlementaire voorbereiding. Dat voorstel werd
als volgt verantwoord : als volgt verantwoord :
« De strijd tegen de fiscale fraude vereist een wederkerig overleg « De strijd tegen de fiscale fraude vereist een wederkerig overleg
tussen de gewestelijke directeur en de magistraten van het openbaar tussen de gewestelijke directeur en de magistraten van het openbaar
ministerie die de vervolging uitoefenen, en hun respectieve ministerie die de vervolging uitoefenen, en hun respectieve
medewerkers. De voornoemde fiscale fraude manifesteert zich in medewerkers. De voornoemde fiscale fraude manifesteert zich in
concrete dossiers zodat, om de efficiëntie en de effectiviteit van dit concrete dossiers zodat, om de efficiëntie en de effectiviteit van dit
overleg in functie van de fraudebestrijding te garanderen, dit overleg overleg in functie van de fraudebestrijding te garanderen, dit overleg
dient te kunnen gebeuren op basis van concrete dossiers. Met dit dient te kunnen gebeuren op basis van concrete dossiers. Met dit
artikel wordt dit wederzijds overleg mogelijk gemaakt. artikel wordt dit wederzijds overleg mogelijk gemaakt.
Dit overleg dient om de procureur des Konings vanuit zijn Dit overleg dient om de procureur des Konings vanuit zijn
grondwettelijke bevoegdheid in staat te stellen een oordeel te vormen grondwettelijke bevoegdheid in staat te stellen een oordeel te vormen
over de noodzaak om een opsporingsonderzoek op te starten of een over de noodzaak om een opsporingsonderzoek op te starten of een
gerechtelijk onderzoek te vorderen en of dat de feiten kunnen leiden gerechtelijk onderzoek te vorderen en of dat de feiten kunnen leiden
tot individuele vervolgingen in het fiscale fraudedossier. Na dit tot individuele vervolgingen in het fiscale fraudedossier. Na dit
overleg zal volgens het ' una via '-principe bepaald worden of het overleg zal volgens het ' una via '-principe bepaald worden of het
fraudedossier de administratieve weg, dan wel de strafrechtelijke weg fraudedossier de administratieve weg, dan wel de strafrechtelijke weg
zal volgen. zal volgen.
Bij het volgen van de administratieve weg zullen de fiscale Bij het volgen van de administratieve weg zullen de fiscale
administraties de fraude in een fiscaal dossier zelf aanpakken en administraties de fraude in een fiscaal dossier zelf aanpakken en
beboeten. Bij het volgen van de strafrechtelijke weg zal het openbaar beboeten. Bij het volgen van de strafrechtelijke weg zal het openbaar
ministerie de fiscale fraude strafrechtelijk onderzoeken en vervolgen. ministerie de fiscale fraude strafrechtelijk onderzoeken en vervolgen.
Op dat moment zullen de fiscale administraties zich beperken tot het Op dat moment zullen de fiscale administraties zich beperken tot het
vaststellen van de fiscale schuld, zonder administratieve sancties toe vaststellen van de fiscale schuld, zonder administratieve sancties toe
te passen. te passen.
Het noodzakelijke overleg kan echter niet als een element van de Het noodzakelijke overleg kan echter niet als een element van de
procedure beschouwd worden, noch de beoordelingsbevoegdheid van het procedure beschouwd worden, noch de beoordelingsbevoegdheid van het
openbaar ministerie beperken. openbaar ministerie beperken.
Het overleg dient dus beschouwd te worden als een werkoverleg dat Het overleg dient dus beschouwd te worden als een werkoverleg dat
plaatsvindt voorafgaand aan de effectieve aanpak van de fiscale plaatsvindt voorafgaand aan de effectieve aanpak van de fiscale
overtreding en dus niet als een akte van rechtspleging » (Parl. St., overtreding en dus niet als een akte van rechtspleging » (Parl. St.,
Kamer, 2011-2012, DOC 53-1973/001, p. 9). Kamer, 2011-2012, DOC 53-1973/001, p. 9).
B.2.3. Voorts werd in dat verband onderstreept : B.2.3. Voorts werd in dat verband onderstreept :
« In haar advies Nr. 47 426/2 van 9 december 2009 heeft de Raad van « In haar advies Nr. 47 426/2 van 9 december 2009 heeft de Raad van
State nogmaals herhaald dat de inmenging in de organisatie van State nogmaals herhaald dat de inmenging in de organisatie van
diensten van algemeen bestuur alleen in overeenstemming is met de diensten van algemeen bestuur alleen in overeenstemming is met de
grondwettelijke verdeling van de bevoegdheden tussen de wetgevende en grondwettelijke verdeling van de bevoegdheden tussen de wetgevende en
de uitvoerende macht, indien ze door uitzonderlijke omstandigheden is de uitvoerende macht, indien ze door uitzonderlijke omstandigheden is
verantwoord of indien ze bepalingen betreft die krachtens de Grondwet verantwoord of indien ze bepalingen betreft die krachtens de Grondwet
alleen door de wetgever kunnen worden vastgesteld. alleen door de wetgever kunnen worden vastgesteld.
Verder wordt in dat advies herinnerd aan de respectieve bevoegdheden Verder wordt in dat advies herinnerd aan de respectieve bevoegdheden
van de uitvoerende en de rechterlijke macht. [...] van de uitvoerende en de rechterlijke macht. [...]
[...] [...]
Het Grondwettelijk Hof heeft in haar arrest nr. 52/97 van 14 juli 1997 Het Grondwettelijk Hof heeft in haar arrest nr. 52/97 van 14 juli 1997
onderstreept dat de richtlijnen inzake strafrechtelijk beleid ' onderstreept dat de richtlijnen inzake strafrechtelijk beleid '
algemene criteria en modaliteiten (kunnen) bevatten om het opsporings- algemene criteria en modaliteiten (kunnen) bevatten om het opsporings-
en vervolgingsbeleid uit te oefenen '. Zij mogen evenwel niet ' leiden en vervolgingsbeleid uit te oefenen '. Zij mogen evenwel niet ' leiden
tot het buiten werking stellen van een wet of impliceren dat de tot het buiten werking stellen van een wet of impliceren dat de
minister van Justitie een individueel negatief injunctierecht zou minister van Justitie een individueel negatief injunctierecht zou
uitoefenen '. uitoefenen '.
De organisatie van het ' una via '-principe waarbij de keuze gemaakt De organisatie van het ' una via '-principe waarbij de keuze gemaakt
wordt of een fiscaal fraudedossier al dan niet via de administratieve wordt of een fiscaal fraudedossier al dan niet via de administratieve
weg aangepakt moet worden, ofwel via de strafrechtelijke weg dient weg aangepakt moet worden, ofwel via de strafrechtelijke weg dient
vervolgd te worden, zal dus steeds de voormelde grondwettelijke vervolgd te worden, zal dus steeds de voormelde grondwettelijke
toetsing moeten kunnen doorstaan. Hierbij zal elk vooraf opgelegd toetsing moeten kunnen doorstaan. Hierbij zal elk vooraf opgelegd
criterium de beoordelingsbevoegdheid van het openbaar ministerie, criterium de beoordelingsbevoegdheid van het openbaar ministerie,
bijvoorbeeld met betrekking tot het moreel bestanddeel van het bijvoorbeeld met betrekking tot het moreel bestanddeel van het
strafbare feit, van het bedrag van de ontdoken belasting of van de strafbare feit, van het bedrag van de ontdoken belasting of van de
omstandigheid van recidive, beperken en dus botsen met artikel 151 van omstandigheid van recidive, beperken en dus botsen met artikel 151 van
de Grondwet. de Grondwet.
Om alleen een administratieve bestraffing toe te passen, kan volgens Om alleen een administratieve bestraffing toe te passen, kan volgens
de Raad van State in beginsel niet aanvaard worden dat de keuze in de de Raad van State in beginsel niet aanvaard worden dat de keuze in de
eerste plaats toekomt aan de administratie, met als gevolg dat indien eerste plaats toekomt aan de administratie, met als gevolg dat indien
de administratie besluit een administratieve sanctie op te leggen, het de administratie besluit een administratieve sanctie op te leggen, het
openbaar ministerie geen vervolging meer kan instellen. openbaar ministerie geen vervolging meer kan instellen.
Bovendien moet rekening gehouden worden met het feit dat bij het Bovendien moet rekening gehouden worden met het feit dat bij het
toekennen van een beoordelingsbevoegdheid inzake strafrechtelijke toekennen van een beoordelingsbevoegdheid inzake strafrechtelijke
vervolging aan een overlegorgaan waarvan ambtenaren deel uitmaken, vervolging aan een overlegorgaan waarvan ambtenaren deel uitmaken,
deze ambtenaren - in tegenstelling tot de magistraten van het openbaar deze ambtenaren - in tegenstelling tot de magistraten van het openbaar
ministerie - niet als onafhankelijk van het hiërarchisch gezag van de ministerie - niet als onafhankelijk van het hiërarchisch gezag van de
minister, en dus van de uitvoerende macht, kunnen worden beschouwd minister, en dus van de uitvoerende macht, kunnen worden beschouwd
(Advies RvS 11 461/1). (Advies RvS 11 461/1).
[...] [...]
Het toepassen van het ' una via '-principe heeft tot doel om de strijd Het toepassen van het ' una via '-principe heeft tot doel om de strijd
tegen de fiscale fraude op een efficiënte manier te organiseren opdat tegen de fiscale fraude op een efficiënte manier te organiseren opdat
een dubbel gebruik van overheidsmiddelen vermeden wordt. Het is dan een dubbel gebruik van overheidsmiddelen vermeden wordt. Het is dan
ook noodzakelijk dat de ambtenaar met een graad van directeur of met ook noodzakelijk dat de ambtenaar met een graad van directeur of met
een hogere graad die deelneemt aan het overleg zich kan laten bijstaan een hogere graad die deelneemt aan het overleg zich kan laten bijstaan
door de ambtenaren die het individueel dossier behandelen of een door de ambtenaren die het individueel dossier behandelen of een
expertise hebben in het fraudefenomeen dat besproken wordt. expertise hebben in het fraudefenomeen dat besproken wordt.
Dit overleg tussen de gerechtelijke, politionele en fiscale overheden Dit overleg tussen de gerechtelijke, politionele en fiscale overheden
zal mogelijk worden met respect voor de algemene rechtsprincipes en zal mogelijk worden met respect voor de algemene rechtsprincipes en
uitgaande van het subsidiariteitsprincipe en het principe ' non bis in uitgaande van het subsidiariteitsprincipe en het principe ' non bis in
idem '. idem '.
Het subsidiariteitsprincipe betekent dat de opsporing inclusief het Het subsidiariteitsprincipe betekent dat de opsporing inclusief het
vaststellen van fiscale fraude en de fiscale schuld alsook van de vaststellen van fiscale fraude en de fiscale schuld alsook van de
invordering, de taak blijft van de fiscale administraties met al hun invordering, de taak blijft van de fiscale administraties met al hun
wettelijke middelen waarover deze beschikken. Indien deze wettelijke wettelijke middelen waarover deze beschikken. Indien deze wettelijke
middelen weliswaar niet voldoende zijn om de fiscale fraude aan te middelen weliswaar niet voldoende zijn om de fiscale fraude aan te
pakken en te beboeten, is het noodzakelijk dat de onderzoeksmiddelen pakken en te beboeten, is het noodzakelijk dat de onderzoeksmiddelen
van de rechterlijke macht kunnen aangewend worden binnen de wettelijke van de rechterlijke macht kunnen aangewend worden binnen de wettelijke
grenzen. grenzen.
Tevens vormen alle overtredingen van de fiscale wetten begaan met Tevens vormen alle overtredingen van de fiscale wetten begaan met
bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, een bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, een
strafrechtelijke inbreuk waardoor het opsporen en het vervolgen van strafrechtelijke inbreuk waardoor het opsporen en het vervolgen van
deze inbreuken ook behoren tot de respectievelijke bevoegdheid van de deze inbreuken ook behoren tot de respectievelijke bevoegdheid van de
politie en het openbaar ministerie. Op die manier kan de situatie politie en het openbaar ministerie. Op die manier kan de situatie
ontstaan dat eenzelfde fiscale overtreding aangepakt wordt met ontstaan dat eenzelfde fiscale overtreding aangepakt wordt met
toepassing van de fiscale procedure en ook strafrechtelijk vervolgd toepassing van de fiscale procedure en ook strafrechtelijk vervolgd
wordt. Dit is een overlapping die niet alleen inefficiënt is met wordt. Dit is een overlapping die niet alleen inefficiënt is met
betrekking tot de inzet van verschillende beperkte overheidsmiddelen betrekking tot de inzet van verschillende beperkte overheidsmiddelen
voor eenzelfde fraudedossier, maar die ook strijdig kan zijn met het ' voor eenzelfde fraudedossier, maar die ook strijdig kan zijn met het '
non bis in idem ' principe, met name wanneer zowel de fiscale non bis in idem ' principe, met name wanneer zowel de fiscale
administraties een administratieve boete zouden opleggen en het administraties een administratieve boete zouden opleggen en het
gerecht ook nog strafrechtelijke sancties zou uitspreken. Het dwingend gerecht ook nog strafrechtelijke sancties zou uitspreken. Het dwingend
karakter van dit principe is op 10 februari 2009 verduidelijkt in het karakter van dit principe is op 10 februari 2009 verduidelijkt in het
arrest ZOLOTUKHIN van de Grote Kamer van het Europees Hof voor de arrest ZOLOTUKHIN van de Grote Kamer van het Europees Hof voor de
Rechten van de Mens. Hierbij is de ingestelde strafrechtelijke Rechten van de Mens. Hierbij is de ingestelde strafrechtelijke
vervolging die in hoofdzaak betrekking had op eenzelfde inbreuk vervolging die in hoofdzaak betrekking had op eenzelfde inbreuk
waarvoor hij al administratiefrechtelijk was veroordeeld, beschouwd waarvoor hij al administratiefrechtelijk was veroordeeld, beschouwd
als een overtreding van artikel 4 van protocol nr. 7 bij het Europees als een overtreding van artikel 4 van protocol nr. 7 bij het Europees
Verdrag voor de Rechten van de Mens (EHRM). Verdrag voor de Rechten van de Mens (EHRM).
De fiscale administraties beschikken over de knowhow, de middelen en De fiscale administraties beschikken over de knowhow, de middelen en
de ambtenaren om op basis van de vastgestelde feiten de ontdoken de ambtenaren om op basis van de vastgestelde feiten de ontdoken
belasting op een snelle en efficiënte manier vast te stellen alsook in belasting op een snelle en efficiënte manier vast te stellen alsook in
te kohieren. Tevens zijn de onderzoeksmiddelen van de rechterlijke te kohieren. Tevens zijn de onderzoeksmiddelen van de rechterlijke
macht uitgebreider dan deze van de fiscale administraties, zodat macht uitgebreider dan deze van de fiscale administraties, zodat
binnen het voorziene overleg een verdeling van de fiscale binnen het voorziene overleg een verdeling van de fiscale
fraudedossiers gemaakt kan worden in : fraudedossiers gemaakt kan worden in :
- enerzijds die dossiers van eerder eenvoudige fiscale fraude waarbij - enerzijds die dossiers van eerder eenvoudige fiscale fraude waarbij
de wettelijke middelen van de fiscale administratie voldoende blijken de wettelijke middelen van de fiscale administratie voldoende blijken
om de fraude aan te pakken; om de fraude aan te pakken;
- en anderzijds die dossiers van fiscale fraude waarvoor de - en anderzijds die dossiers van fiscale fraude waarvoor de
gerechtelijke onderzoeksmiddelen noodzakelijk blijken. gerechtelijke onderzoeksmiddelen noodzakelijk blijken.
Zoals in de Grondwet en het Gerechtelijk Wetboek bepaald, stelt de Zoals in de Grondwet en het Gerechtelijk Wetboek bepaald, stelt de
minister van Justitie de richtlijnen van het strafrechtelijk beleid minister van Justitie de richtlijnen van het strafrechtelijk beleid
vast, inclusief die van het opsporings- en vervolgingsbeleid, nadat vast, inclusief die van het opsporings- en vervolgingsbeleid, nadat
hij het advies van het college van procureurs-generaal heeft hij het advies van het college van procureurs-generaal heeft
ingewonnen. Het is dus binnen het strafrechtelijk beleid van de ingewonnen. Het is dus binnen het strafrechtelijk beleid van de
minister van Justitie en het college van procureurs-generaal dat een minister van Justitie en het college van procureurs-generaal dat een
dossier van fiscale fraude of een dossier waarbij de dossier van fiscale fraude of een dossier waarbij de
belastingplichtige volledige medewerking verleent aan de vestiging en belastingplichtige volledige medewerking verleent aan de vestiging en
de betaling van de ontdoken belasting, afgehandeld zal worden door de de betaling van de ontdoken belasting, afgehandeld zal worden door de
fiscale administratie met de bijhorende administratieve sancties. fiscale administratie met de bijhorende administratieve sancties.
Een dossier van ernstigere of echt georganiseerde fraude zal Een dossier van ernstigere of echt georganiseerde fraude zal
daarentegen strafrechtelijk vervolgd worden met strafrechtelijke daarentegen strafrechtelijk vervolgd worden met strafrechtelijke
sancties. In het geval dat rechtstreeks wordt gekozen voor de sancties. In het geval dat rechtstreeks wordt gekozen voor de
strafrechtelijke weg, zullen de fiscale administraties zich beperken strafrechtelijke weg, zullen de fiscale administraties zich beperken
tot de vaststelling van de ontdoken belastingen zonder een tot de vaststelling van de ontdoken belastingen zonder een
administratieve sanctie op te leggen » (Parl. St., Kamer, 2011-2012, administratieve sanctie op te leggen » (Parl. St., Kamer, 2011-2012,
DOC 53-1973/001, pp. 4-7). DOC 53-1973/001, pp. 4-7).
B.2.4. Tijdens de bespreking van het wetsvoorstel in de Senaat werd B.2.4. Tijdens de bespreking van het wetsvoorstel in de Senaat werd
voorts benadrukt : voorts benadrukt :
« Het is dan ook de bedoeling dat het bij artikel 2 van het « Het is dan ook de bedoeling dat het bij artikel 2 van het
wetsontwerp in artikel 29, derde lid, van het Wetboek van wetsontwerp in artikel 29, derde lid, van het Wetboek van
strafvordering ingevoerde overleg zo vroeg mogelijk in de procedure strafvordering ingevoerde overleg zo vroeg mogelijk in de procedure
plaatsvindt, zodat tussen de gewestelijke directeur en de magistraten plaatsvindt, zodat tussen de gewestelijke directeur en de magistraten
van het openbaar ministerie die de vervolging uitoefenen, kan worden van het openbaar ministerie die de vervolging uitoefenen, kan worden
afgesproken of er al dan niet administratieve boetes moeten worden afgesproken of er al dan niet administratieve boetes moeten worden
opgelegd. [...] opgelegd. [...]
[...] [...]
[...] Juist door het overleg zal het opleggen van de administratieve [...] Juist door het overleg zal het opleggen van de administratieve
boete, die een latere strafrechtelijke vervolging in het gedrang zou boete, die een latere strafrechtelijke vervolging in het gedrang zou
kunnen brengen, kunnen worden vermeden. Het goed werkend overleg moet kunnen brengen, kunnen worden vermeden. Het goed werkend overleg moet
juist voor gevolg hebben dat de gerechtelijke instanties over juist voor gevolg hebben dat de gerechtelijke instanties over
voldoende capaciteit en tijd beschikken om zich te verdiepen in de voldoende capaciteit en tijd beschikken om zich te verdiepen in de
ernstige fiscale fraudedossiers, die dan later voor de strafrechter ernstige fiscale fraudedossiers, die dan later voor de strafrechter
worden beslecht. worden beslecht.
[...] [...]
[...] De bedoeling van het ontworpen artikel 29, derde lid, Wetboek [...] De bedoeling van het ontworpen artikel 29, derde lid, Wetboek
van strafvordering, is dan ook dat het overleg plaatsvindt voordat er van strafvordering, is dan ook dat het overleg plaatsvindt voordat er
een strafrechtelijke vervolging is gestart. Men moet uiteraard uitgaan een strafrechtelijke vervolging is gestart. Men moet uiteraard uitgaan
van de grondwettelijke onafhankelijkheid en autonomie van de procureur van de grondwettelijke onafhankelijkheid en autonomie van de procureur
des Konings. Van zodra echter het Openbaar ministerie een des Konings. Van zodra echter het Openbaar ministerie een
onderzoeksrechter zal hebben gevorderd, kan er moeilijk nog een onderzoeksrechter zal hebben gevorderd, kan er moeilijk nog een
overleg worden georganiseerd. Dan zijn de artikelen 460 tot 463 WIB 92 overleg worden georganiseerd. Dan zijn de artikelen 460 tot 463 WIB 92
van toepassing. [...] [De] bedoeling van het ' una via '-wetsontwerp van toepassing. [...] [De] bedoeling van het ' una via '-wetsontwerp
is om bij het in het ontworpen artikel 29, derde lid, Sv., voorziene is om bij het in het ontworpen artikel 29, derde lid, Sv., voorziene
overleg een dossier een bepaalde richting te geven : ofwel overleg een dossier een bepaalde richting te geven : ofwel
administratief fiscaal, ofwel gerechtelijk. Eens een onderzoeksrechter administratief fiscaal, ofwel gerechtelijk. Eens een onderzoeksrechter
is gevorderd, kan het juridisch niet meer dat men nog de is gevorderd, kan het juridisch niet meer dat men nog de
administratief-fiscale weg zou volgen. Dit is onmogelijk in het administratief-fiscale weg zou volgen. Dit is onmogelijk in het
huidige strafrechtssysteem. huidige strafrechtssysteem.
[...] [...]
[Als] er bij het parket, via anonieme brief of welk feit ook, een [Als] er bij het parket, via anonieme brief of welk feit ook, een
begin is van fiscaal dossier waarvoor het parket van oordeel is dat begin is van fiscaal dossier waarvoor het parket van oordeel is dat
een opsporingsonderzoek moet worden verdergezet en het parket de een opsporingsonderzoek moet worden verdergezet en het parket de
bevoegdheden gebruikt van de politiediensten om verder te gaan met dit bevoegdheden gebruikt van de politiediensten om verder te gaan met dit
onderzoek - daar waar het van in den beginne duidelijk is dat het onderzoek - daar waar het van in den beginne duidelijk is dat het
inbreuken betreft die beter administratief zouden worden beboet - inbreuken betreft die beter administratief zouden worden beboet -
[moet] een dergelijk dossier [...] kunnen behandeld worden op het [moet] een dergelijk dossier [...] kunnen behandeld worden op het
bedoelde overleg. Dat is dan inderdaad een dossier waarvoor een bedoelde overleg. Dat is dan inderdaad een dossier waarvoor een
opsporingsonderzoek werd aangevat, maar waarvoor, na het bedoelde opsporingsonderzoek werd aangevat, maar waarvoor, na het bedoelde
overleg, de administratieve weg kan worden gevolgd. overleg, de administratieve weg kan worden gevolgd.
[...] [...]
[...] Eens er een keuze is gemaakt, is deze definitief. Het is niet de [...] Eens er een keuze is gemaakt, is deze definitief. Het is niet de
bedoeling van het nieuwe systeem om herhaaldelijke overlegmomenten te bedoeling van het nieuwe systeem om herhaaldelijke overlegmomenten te
organiseren om eenzelfde dossier te bespreken. Het overleg heeft tot organiseren om eenzelfde dossier te bespreken. Het overleg heeft tot
doel om te bepalen welke weg een bepaald dossier moet volgen : hetzij doel om te bepalen welke weg een bepaald dossier moet volgen : hetzij
administratief-fiscaal, hetzij gerechtelijk » (Parl. St., Senaat, administratief-fiscaal, hetzij gerechtelijk » (Parl. St., Senaat,
2011-2012, nr. 5-1592/3, pp. 41-46). 2011-2012, nr. 5-1592/3, pp. 41-46).
B.3.1. De verzoekende partij leidt een eerste middel af uit de B.3.1. De verzoekende partij leidt een eerste middel af uit de
schending van de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet. Die partij schending van de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet. Die partij
verwijt de wetgever een discriminerend verschil in behandeling te verwijt de wetgever een discriminerend verschil in behandeling te
hebben ingevoerd door geen voldoende nauwkeurig criterium van hebben ingevoerd door geen voldoende nauwkeurig criterium van
onderscheid vast te stellen dat het mogelijk maakt de hypothesen te onderscheid vast te stellen dat het mogelijk maakt de hypothesen te
bepalen waarin de belastingplichtigen op wie een vermoeden van fiscale bepalen waarin de belastingplichtigen op wie een vermoeden van fiscale
fraude rust, ofwel strafrechtelijk zullen worden vervolgd, ofwel fraude rust, ofwel strafrechtelijk zullen worden vervolgd, ofwel
administratief zullen worden gesanctioneerd. administratief zullen worden gesanctioneerd.
B.3.2. Uit de parlementaire voorbereiding van de bestreden bepaling, B.3.2. Uit de parlementaire voorbereiding van de bestreden bepaling,
aangehaald in B.2.2, blijkt dat de wetgever met opzet geen dwingend aangehaald in B.2.2, blijkt dat de wetgever met opzet geen dwingend
criterium van onderscheid heeft vastgesteld dat het mogelijk maakt om, criterium van onderscheid heeft vastgesteld dat het mogelijk maakt om,
op algemene en abstracte wijze, de soorten fiscale misdrijven te op algemene en abstracte wijze, de soorten fiscale misdrijven te
bepalen die ofwel door het openbaar ministerie worden vervolgd, ofwel bepalen die ofwel door het openbaar ministerie worden vervolgd, ofwel
door de belastingadministratie worden gesanctioneerd. door de belastingadministratie worden gesanctioneerd.
Toch kunnen alleen de fiscale misdrijven die worden gepleegd met Toch kunnen alleen de fiscale misdrijven die worden gepleegd met
bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, het voorwerp bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, het voorwerp
uitmaken van zowel strafrechtelijke vervolgingen als een uitmaken van zowel strafrechtelijke vervolgingen als een
administratieve sanctie, zodat alleen de belastingplichtigen die administratieve sanctie, zodat alleen de belastingplichtigen die
verdacht worden van fiscale fraude, kunnen worden geconfronteerd met verdacht worden van fiscale fraude, kunnen worden geconfronteerd met
een onzekerheid ten aanzien van de repressieve weg (strafrechtelijk of een onzekerheid ten aanzien van de repressieve weg (strafrechtelijk of
administratief) die te hunnen aanzien zal worden gevolgd. Omgekeerd administratief) die te hunnen aanzien zal worden gevolgd. Omgekeerd
wordt het fiscaal misdrijf dat zonder bedrieglijk opzet of zonder het wordt het fiscaal misdrijf dat zonder bedrieglijk opzet of zonder het
oogmerk om te schaden wordt gepleegd, niet strafrechtelijk bestraft en oogmerk om te schaden wordt gepleegd, niet strafrechtelijk bestraft en
kan de daarvan verdachte persoon derhalve alleen administratief worden kan de daarvan verdachte persoon derhalve alleen administratief worden
gesanctioneerd. gesanctioneerd.
B.3.3. De wetgever kan niet worden verweten geen algemene en abstracte B.3.3. De wetgever kan niet worden verweten geen algemene en abstracte
verdeling te hebben ingevoerd van de soorten fiscale fraude die tot de verdeling te hebben ingevoerd van de soorten fiscale fraude die tot de
bevoegdheid van hetzij de belastingadministratie, hetzij het openbaar bevoegdheid van hetzij de belastingadministratie, hetzij het openbaar
ministerie behoort. ministerie behoort.
B.3.4. De bestreden bepaling schendt de artikelen 10 en 11 van de B.3.4. De bestreden bepaling schendt de artikelen 10 en 11 van de
Grondwet niet, aangezien voor alle belastingplichtigen die worden Grondwet niet, aangezien voor alle belastingplichtigen die worden
verdacht van fiscale fraude, op dezelfde wijze een keuze moet worden verdacht van fiscale fraude, op dezelfde wijze een keuze moet worden
gemaakt met betrekking tot de te volgen repressieve weg. gemaakt met betrekking tot de te volgen repressieve weg.
B.4. Het eerste middel is niet gegrond. B.4. Het eerste middel is niet gegrond.
B.5. De verzoekende partij bekritiseert voorts, in een tweede middel, B.5. De verzoekende partij bekritiseert voorts, in een tweede middel,
het verschil in behandeling dat door de bestreden bepaling wordt het verschil in behandeling dat door de bestreden bepaling wordt
ingevoerd, in zoverre die laatste aan de belastingadministratie een ingevoerd, in zoverre die laatste aan de belastingadministratie een
belangrijke rol zou toekennen bij het bepalen van de dossiers van belangrijke rol zou toekennen bij het bepalen van de dossiers van
fiscale fraude die strafrechtelijk zullen worden vervolgd. Geen enkele fiscale fraude die strafrechtelijk zullen worden vervolgd. Geen enkele
andere klager zou een dergelijke rol spelen in het verloop van de andere klager zou een dergelijke rol spelen in het verloop van de
inleidende fase van de strafvervolgingen en geen enkele persoon die inleidende fase van de strafvervolgingen en geen enkele persoon die
ervan wordt verdacht een ander dan fiscaal misdrijf te hebben ervan wordt verdacht een ander dan fiscaal misdrijf te hebben
gepleegd, zou worden geconfronteerd met een dergelijk overleg tussen gepleegd, zou worden geconfronteerd met een dergelijk overleg tussen
het openbaar ministerie en de klager, mogelijke toekomstige het openbaar ministerie en de klager, mogelijke toekomstige
burgerlijke partij. burgerlijke partij.
B.6.1. Het invoeren van een procedure dankzij welke het openbaar B.6.1. Het invoeren van een procedure dankzij welke het openbaar
ministerie en de belastingadministratie overleg plegen over de ministerie en de belastingadministratie overleg plegen over de
repressieve weg (strafrechtelijke of administratieve) die het meest repressieve weg (strafrechtelijke of administratieve) die het meest
geschikt is in een bijzonder dossier van fiscale fraude, past binnen geschikt is in een bijzonder dossier van fiscale fraude, past binnen
de beoordelingsruimte die artikel 151, § 1, van de Grondwet aan de de beoordelingsruimte die artikel 151, § 1, van de Grondwet aan de
wetgever laat, temeer daar dat overleg, ongeacht de afloop ervan, de wetgever laat, temeer daar dat overleg, ongeacht de afloop ervan, de
procureur des Konings niet zou kunnen beletten om de feiten waarover procureur des Konings niet zou kunnen beletten om de feiten waarover
dat overleg is gevoerd, strafrechtelijk te vervolgen. dat overleg is gevoerd, strafrechtelijk te vervolgen.
Omgekeerd is de procureur des Konings evenmin ertoe gehouden een Omgekeerd is de procureur des Konings evenmin ertoe gehouden een
opsporingsonderzoek te openen ten aanzien van de feiten die de opsporingsonderzoek te openen ten aanzien van de feiten die de
belastingadministratie hem ter kennis heeft gebracht tijdens het bij belastingadministratie hem ter kennis heeft gebracht tijdens het bij
de bestreden bepaling geregelde overleg. Hij beschikt overigens over de bestreden bepaling geregelde overleg. Hij beschikt overigens over
de mogelijkheid vervolgens het noodzakelijk onderzoek te voeren de mogelijkheid vervolgens het noodzakelijk onderzoek te voeren
teneinde, in voorkomend geval, de informatie te bevestigen die de teneinde, in voorkomend geval, de informatie te bevestigen die de
belastingadministratie hem heeft meegedeeld en is dus niet afhankelijk belastingadministratie hem heeft meegedeeld en is dus niet afhankelijk
van die informatie. van die informatie.
B.6.2. Hieruit vloeit voort dat de bestreden bepaling het openbaar B.6.2. Hieruit vloeit voort dat de bestreden bepaling het openbaar
ministerie niet het recht ontneemt om al dan niet vervolgingen in te ministerie niet het recht ontneemt om al dan niet vervolgingen in te
stellen. stellen.
B.6.3. De fiscale misdrijven tasten bovendien de hele gemeenschap aan B.6.3. De fiscale misdrijven tasten bovendien de hele gemeenschap aan
door de overheid de middelen te ontnemen die nodig zijn voor haar door de overheid de middelen te ontnemen die nodig zijn voor haar
goede werking. goede werking.
B.7. Wegens de essentiële verschillen die bestaan tussen de B.7. Wegens de essentiële verschillen die bestaan tussen de
gemeenrechtelijke klager en de belastingadministratie is het bestreden gemeenrechtelijke klager en de belastingadministratie is het bestreden
verschil in behandeling niet zonder redelijke verantwoording. verschil in behandeling niet zonder redelijke verantwoording.
B.8. Het tweede middel is niet gegrond. B.8. Het tweede middel is niet gegrond.
Ten aanzien van de artikelen 3, 4, 14 en 15 van de bestreden wet Ten aanzien van de artikelen 3, 4, 14 en 15 van de bestreden wet
B.9.1. De artikelen 3, 4 en 14 van de bestreden wet bepalen : B.9.1. De artikelen 3, 4 en 14 van de bestreden wet bepalen :
«

Art. 3.Artikel 444 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen

«

Art. 3.Artikel 444 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen

1992, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, wordt 1992, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, wordt
aangevuld met een vijfde lid, luidende : aangevuld met een vijfde lid, luidende :
' Zonder afbreuk te doen aan de geldigheid van de bestuurs- of ' Zonder afbreuk te doen aan de geldigheid van de bestuurs- of
gerechtelijke handelingen verricht met het oog op de vestiging of de gerechtelijke handelingen verricht met het oog op de vestiging of de
invordering van de belastingsschuld, worden de opeisbaarheid van de invordering van de belastingsschuld, worden de opeisbaarheid van de
belastingverhoging en het verloop van de verjaring van de vordering belastingverhoging en het verloop van de verjaring van de vordering
tot voldoening geschorst wanneer het openbaar ministerie de tot voldoening geschorst wanneer het openbaar ministerie de
strafvordering overeenkomstig artikel 460 uitoefent. De strafvordering overeenkomstig artikel 460 uitoefent. De
aanhangigmaking bij de correctionele rechtbank maakt de aanhangigmaking bij de correctionele rechtbank maakt de
belastingverhoging definitief niet opeisbaar. Daarentegen maakt de belastingverhoging definitief niet opeisbaar. Daarentegen maakt de
beschikking van buitenvervolgingstelling een einde aan de schorsing beschikking van buitenvervolgingstelling een einde aan de schorsing
van de opeisbaarheid en de schorsing van de verjaring. ' van de opeisbaarheid en de schorsing van de verjaring. '

Art. 4.Artikel 445 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij

Art. 4.Artikel 445 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij

de wet van 28 december 2011, wordt aangevuld met een nieuw lid, de wet van 28 december 2011, wordt aangevuld met een nieuw lid,
luidende : luidende :
' Zonder afbreuk te doen aan de geldigheid van de bestuurs- of ' Zonder afbreuk te doen aan de geldigheid van de bestuurs- of
gerechtelijke handelingen verricht met het oog op de vestiging of de gerechtelijke handelingen verricht met het oog op de vestiging of de
invordering van de belastingsschuld, worden de opeisbaarheid van de invordering van de belastingsschuld, worden de opeisbaarheid van de
fiscale geldboeten en het verloop van de verjaring van de vordering fiscale geldboeten en het verloop van de verjaring van de vordering
tot voldoening geschorst wanneer het openbaar ministerie de tot voldoening geschorst wanneer het openbaar ministerie de
strafvordering overeenkomstig artikel 460 uitoefent. De strafvordering overeenkomstig artikel 460 uitoefent. De
aanhangigmaking bij de correctionele rechtbank maakt de fiscale aanhangigmaking bij de correctionele rechtbank maakt de fiscale
geldboeten definitief niet opeisbaar. Daarentegen maakt de beschikking geldboeten definitief niet opeisbaar. Daarentegen maakt de beschikking
van buitenvervolgingstelling een einde aan de schorsing van de van buitenvervolgingstelling een einde aan de schorsing van de
opeisbaarheid en de schorsing van de verjaring. ' ». opeisbaarheid en de schorsing van de verjaring. ' ».
«

Art. 14.Artikel 72 van het Wetboek van de belasting over de

«

Art. 14.Artikel 72 van het Wetboek van de belasting over de

toegevoegde waarde, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 juli 1993, toegevoegde waarde, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 juli 1993,
wordt aangevuld met een tweede lid, luidende : wordt aangevuld met een tweede lid, luidende :
' Zonder afbreuk te doen aan de geldigheid van de bestuurs- of ' Zonder afbreuk te doen aan de geldigheid van de bestuurs- of
gerechtelijke handelingen verricht met het oog op de vestiging of de gerechtelijke handelingen verricht met het oog op de vestiging of de
invordering van de belastingsschuld, worden de opeisbaarheid van de invordering van de belastingsschuld, worden de opeisbaarheid van de
fiscale geldboeten en het verloop van de verjaring van de vordering fiscale geldboeten en het verloop van de verjaring van de vordering
tot voldoening geschorst wanneer het openbaar ministerie de in artikel tot voldoening geschorst wanneer het openbaar ministerie de in artikel
74 bedoelde strafvordering uitoefent. De aanhangigmaking bij de 74 bedoelde strafvordering uitoefent. De aanhangigmaking bij de
correctionele rechtbank maakt de fiscale geldboeten definitief niet correctionele rechtbank maakt de fiscale geldboeten definitief niet
opeisbaar. Daarentegen maakt de beschikking van opeisbaar. Daarentegen maakt de beschikking van
buitenvervolgingstelling een einde aan de schorsing van de buitenvervolgingstelling een einde aan de schorsing van de
opeisbaarheid en de schorsing van de verjaring. ' ». opeisbaarheid en de schorsing van de verjaring. ' ».
B.9.2. Die bepalingen vloeien voort uit amendementen op het B.9.2. Die bepalingen vloeien voort uit amendementen op het
oorspronkelijke wetsvoorstel die als volgt zijn verantwoord : oorspronkelijke wetsvoorstel die als volgt zijn verantwoord :
« Dit amendement verduidelijkt vanaf welk tijdstip de « Dit amendement verduidelijkt vanaf welk tijdstip de
belastingverhoging niet meer opeisbaar wordt, namelijk het tijdstip belastingverhoging niet meer opeisbaar wordt, namelijk het tijdstip
waarop de zaak aanhangig wordt gemaakt bij de strafrechter. De waarop de zaak aanhangig wordt gemaakt bij de strafrechter. De
beslissing van het openbaar ministerie om te seponeren zal evenmin beslissing van het openbaar ministerie om te seponeren zal evenmin
invloed hebben op de opeisbaarheid van de belastingverhoging. invloed hebben op de opeisbaarheid van de belastingverhoging.
Bovendien voorziet dit amendement uitdrukkelijk in de opheffing van de Bovendien voorziet dit amendement uitdrukkelijk in de opheffing van de
schorsing van de opeisbaarheid van de belastingverhoging. Zo kan de schorsing van de opeisbaarheid van de belastingverhoging. Zo kan de
administratie de betaling van een belastingverhoging vorderen (en administratie de betaling van een belastingverhoging vorderen (en
eventueel ook gedwongen uitvoeringsmaatregelen nemen) lastens een eventueel ook gedwongen uitvoeringsmaatregelen nemen) lastens een
persoon tegen wie het openbaar ministerie een strafvordering heeft persoon tegen wie het openbaar ministerie een strafvordering heeft
ingesteld, maar die van rechtsvervolging wordt ontslagen. ingesteld, maar die van rechtsvervolging wordt ontslagen.
Het amendement voorziet daarenboven in een schorsing van de verjaring Het amendement voorziet daarenboven in een schorsing van de verjaring
van de vordering tot voldoening van een belastingverhoging waarvan de van de vordering tot voldoening van een belastingverhoging waarvan de
opeisbaarheid door de aanhangigmaking van de strafvordering werd opeisbaarheid door de aanhangigmaking van de strafvordering werd
geschorst en verduidelijkt dat de beschikking van geschorst en verduidelijkt dat de beschikking van
buitenvervolgingstelling een einde maakt aan de schorsing van de buitenvervolgingstelling een einde maakt aan de schorsing van de
verjaring. Deze maatregel verhindert dat de belastingverhoging verjaring. Deze maatregel verhindert dat de belastingverhoging
verjaart wegens de duur van het gerechtelijk onderzoek » (Parl. St., verjaart wegens de duur van het gerechtelijk onderzoek » (Parl. St.,
Kamer, 2011-2012, DOC 53-1973/004, p. 2. Zie ook ibid., pp. 3 en 5). Kamer, 2011-2012, DOC 53-1973/004, p. 2. Zie ook ibid., pp. 3 en 5).
B.9.3. Tijdens de bespreking in de commissie heeft een B.9.3. Tijdens de bespreking in de commissie heeft een
vertegenwoordiger van de minister van Financiën voorts gepreciseerd : vertegenwoordiger van de minister van Financiën voorts gepreciseerd :
« De concrete procedureregels, met respect voor de autonomie van het « De concrete procedureregels, met respect voor de autonomie van het
openbaar ministerie, zullen geregeld worden via omzendbrieven van de openbaar ministerie, zullen geregeld worden via omzendbrieven van de
ministers van Financiën en Justitie. Zo zal geregeld moeten worden dat ministers van Financiën en Justitie. Zo zal geregeld moeten worden dat
de fiscus in kennis wordt gesteld van de naam van natuurlijke persoon de fiscus in kennis wordt gesteld van de naam van natuurlijke persoon
of rechtspersoon, de strafrechtelijk strafbare feiten die het voorwerp of rechtspersoon, de strafrechtelijk strafbare feiten die het voorwerp
uitmaken van de strafvordering of van de aanhangigmaking bij de uitmaken van de strafvordering of van de aanhangigmaking bij de
correctionele rechtbank » (Parl. St., Kamer, 2011-2012, DOC correctionele rechtbank » (Parl. St., Kamer, 2011-2012, DOC
53-1973/005, p. 8). 53-1973/005, p. 8).
B.10. Artikel 15 van de bestreden wet bepaalt : B.10. Artikel 15 van de bestreden wet bepaalt :
«

Art. 15.In artikel 74 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet

«

Art. 15.In artikel 74 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet

van 4 augustus 1986 en gewijzigd bij de wetten van 28 december 1992 en van 4 augustus 1986 en gewijzigd bij de wetten van 28 december 1992 en
15 maart 1999, worden de §§ 2 en 3 vervangen als volgt : 15 maart 1999, worden de §§ 2 en 3 vervangen als volgt :
' § 2. Het openbaar ministerie kan geen vervolging instellen indien ' § 2. Het openbaar ministerie kan geen vervolging instellen indien
het kennis heeft gekregen van de feiten ten gevolge van een klacht of het kennis heeft gekregen van de feiten ten gevolge van een klacht of
een aangifte van een ambtenaar die niet de machtiging had waarvan een aangifte van een ambtenaar die niet de machtiging had waarvan
sprake is in artikel 29, tweede lid, van het Wetboek van sprake is in artikel 29, tweede lid, van het Wetboek van
strafvordering. strafvordering.
Het openbaar ministerie kan echter de strafrechtelijk strafbare feiten Het openbaar ministerie kan echter de strafrechtelijk strafbare feiten
vervolgen waarvan het tijdens het in artikel 29, derde lid, van het vervolgen waarvan het tijdens het in artikel 29, derde lid, van het
Wetboek van strafvordering bedoelde overleg kennis heeft genomen. Wetboek van strafvordering bedoelde overleg kennis heeft genomen.
§ 3. Onverminderd het in artikel 29, derde lid, van het Wetboek van § 3. Onverminderd het in artikel 29, derde lid, van het Wetboek van
strafvordering bedoelde overleg, kan de procureur des Konings, indien strafvordering bedoelde overleg, kan de procureur des Konings, indien
hij een vervolging instelt wegens feiten die strafrechtelijk strafbaar hij een vervolging instelt wegens feiten die strafrechtelijk strafbaar
zijn ingevolge de bepalingen van dit Wetboek of van de ter uitvoering zijn ingevolge de bepalingen van dit Wetboek of van de ter uitvoering
ervan genomen besluiten, het advies vragen van de bevoegde ervan genomen besluiten, het advies vragen van de bevoegde
gewestelijke directeur. De procureur des Konings voegt het gewestelijke directeur. De procureur des Konings voegt het
feitenmateriaal waarover hij beschikt bij zijn verzoek om advies. De feitenmateriaal waarover hij beschikt bij zijn verzoek om advies. De
gewestelijke directeur antwoordt op dit verzoek binnen vier maanden na gewestelijke directeur antwoordt op dit verzoek binnen vier maanden na
de ontvangst ervan. de ontvangst ervan.
In geen geval schorst het verzoek om advies de strafvordering. ' ». In geen geval schorst het verzoek om advies de strafvordering. ' ».
B.11.1. De verzoekende partij leidt een eerste middel af uit de B.11.1. De verzoekende partij leidt een eerste middel af uit de
schending, door de bestreden bepalingen, van de artikelen 10, 11 en schending, door de bestreden bepalingen, van de artikelen 10, 11 en
172 van de Grondwet, in zoverre zij, enerzijds, niet op relevante 172 van de Grondwet, in zoverre zij, enerzijds, niet op relevante
wijze het doel zouden nastreven dat erin bestaat de parallelle wijze het doel zouden nastreven dat erin bestaat de parallelle
uitvoering van de fiscale en strafrechtelijke onderzoeken te voorkomen uitvoering van de fiscale en strafrechtelijke onderzoeken te voorkomen
en in zoverre zij, anderzijds, een verschil in behandeling onder de en in zoverre zij, anderzijds, een verschil in behandeling onder de
belastingplichtigen zouden invoeren, waarbij alleen sommigen onder hen belastingplichtigen zouden invoeren, waarbij alleen sommigen onder hen
worden geconfronteerd met een dubbel onderzoek, strafrechtelijk en worden geconfronteerd met een dubbel onderzoek, strafrechtelijk en
fiscaal. fiscaal.
B.11.2. Het Hof merkt in de eerste plaats op dat het doel dat de B.11.2. Het Hof merkt in de eerste plaats op dat het doel dat de
verzoekende partij ter ondersteuning van haar middel aanvoert, in verzoekende partij ter ondersteuning van haar middel aanvoert, in
tegenstelling tot hetgeen zij beweert, niet wordt nagestreefd door de tegenstelling tot hetgeen zij beweert, niet wordt nagestreefd door de
artikelen 3, 4, 14 en 15 van de bestreden wet, maar wel door artikel 2 artikelen 3, 4, 14 en 15 van de bestreden wet, maar wel door artikel 2
ervan. ervan.
Zoals de Ministerraad opmerkt, beogen de artikelen 3, 4 en 14 van de Zoals de Ministerraad opmerkt, beogen de artikelen 3, 4 en 14 van de
bestreden wet immers de situatie waarin strafvervolgingen plaatshebben bestreden wet immers de situatie waarin strafvervolgingen plaatshebben
na het opleggen van een administratieve sanctie, namelijk precies de na het opleggen van een administratieve sanctie, namelijk precies de
hypothese waarin een cumulatie van de fiscale en strafrechtelijke hypothese waarin een cumulatie van de fiscale en strafrechtelijke
onderzoeken mogelijk was, ongeacht of het in artikel 2 van de onderzoeken mogelijk was, ongeacht of het in artikel 2 van de
bestreden wet beoogde overleg niet heeft plaatsgehad dan wel, indien bestreden wet beoogde overleg niet heeft plaatsgehad dan wel, indien
dat overleg heeft plaatsgehad, het niet mogelijk heeft gemaakt de dat overleg heeft plaatsgehad, het niet mogelijk heeft gemaakt de
repressieve weg te bepalen die diende te worden gevolgd. repressieve weg te bepalen die diende te worden gevolgd.
Artikel 15 van de bestreden wet staat evenzeer los van het doel Artikel 15 van de bestreden wet staat evenzeer los van het doel
waarvan de verzoekende partij gewag maakt, aangezien dat artikel het waarvan de verzoekende partij gewag maakt, aangezien dat artikel het
het openbaar ministerie uitsluitend mogelijk wil maken om de het openbaar ministerie uitsluitend mogelijk wil maken om de
feitelijke elementen te gebruiken die hem ter kennis zijn gebracht feitelijke elementen te gebruiken die hem ter kennis zijn gebracht
tijdens het overleg met de belastingadministratie en om, tijdens de tijdens het overleg met de belastingadministratie en om, tijdens de
strafvervolgingen die het instelt, het advies van de bevoegde strafvervolgingen die het instelt, het advies van de bevoegde
gewestelijke directeur in te winnen. gewestelijke directeur in te winnen.
B.11.3. Bovendien, hoewel het juist is dat de wetgever, met het B.11.3. Bovendien, hoewel het juist is dat de wetgever, met het
aannemen van de in artikel 2 van de bestreden wet beoogde aannemen van de in artikel 2 van de bestreden wet beoogde
overlegprocedure, een cumulatie van de administratieve en overlegprocedure, een cumulatie van de administratieve en
strafrechtelijke onderzoeken trachtte te voorkomen, moest een strafrechtelijke onderzoeken trachtte te voorkomen, moest een
dergelijk doel, zoals in B.2.3 is uiteengezet, worden verzoend met dergelijk doel, zoals in B.2.3 is uiteengezet, worden verzoend met
andere vereisten waarmee de wetgever eveneens rekening heeft gehouden, andere vereisten waarmee de wetgever eveneens rekening heeft gehouden,
zoals het subsidiariteitsbeginsel - krachtens hetwelk het in de regel zoals het subsidiariteitsbeginsel - krachtens hetwelk het in de regel
aan de belastingadministratie staat om de onderzoeken aan te vatten, aan de belastingadministratie staat om de onderzoeken aan te vatten,
zelfs ten aanzien van feiten die als fiscale fraude kunnen worden zelfs ten aanzien van feiten die als fiscale fraude kunnen worden
gekwalificeerd - en de wil om het openbaar ministerie de mogelijkheid gekwalificeerd - en de wil om het openbaar ministerie de mogelijkheid
te waarborgen zich uit te spreken over de opportuniteit om in een te waarborgen zich uit te spreken over de opportuniteit om in een
bepaald dossier van fiscale fraude strafrechtelijk te vervolgen. bepaald dossier van fiscale fraude strafrechtelijk te vervolgen.
B.11.4. Ten slotte voeren de bestreden bepalingen geen enkel verschil B.11.4. Ten slotte voeren de bestreden bepalingen geen enkel verschil
in behandeling in onder de belastingplichtigen die worden verdacht van in behandeling in onder de belastingplichtigen die worden verdacht van
fiscale fraude en die allen zijn blootgesteld aan het risico om, in fiscale fraude en die allen zijn blootgesteld aan het risico om, in
voorkomend geval, het voorwerp uit te maken van onderzoeksmaatregelen, voorkomend geval, het voorwerp uit te maken van onderzoeksmaatregelen,
zowel vanwege de fiscus als vanwege het openbaar ministerie. zowel vanwege de fiscus als vanwege het openbaar ministerie.
B.12. Het eerste middel is niet gegrond. B.12. Het eerste middel is niet gegrond.
B.13.1. Het tweede en derde middel gericht tegen de artikelen 3, 4, 14 B.13.1. Het tweede en derde middel gericht tegen de artikelen 3, 4, 14
en 15 van de bestreden wet verwijten die bepalingen de artikelen 10, en 15 van de bestreden wet verwijten die bepalingen de artikelen 10,
11, 170 en 172 van de Grondwet te schenden, in zoverre zij, enerzijds, 11, 170 en 172 van de Grondwet te schenden, in zoverre zij, enerzijds,
discriminaties zouden invoeren bij de toepassing van het beginsel non discriminaties zouden invoeren bij de toepassing van het beginsel non
bis in idem en in zoverre zij, anderzijds, dat beginsel zouden bis in idem en in zoverre zij, anderzijds, dat beginsel zouden
schenden. schenden.
B.13.2. Artikel 15 van de bestreden wet regelt niet de cumulatie van B.13.2. Artikel 15 van de bestreden wet regelt niet de cumulatie van
de vervolgingen of van de strafrechtelijke en administratieve de vervolgingen of van de strafrechtelijke en administratieve
sancties. Dat artikel staat derhalve los van de in die middelen sancties. Dat artikel staat derhalve los van de in die middelen
geformuleerde kritiek. geformuleerde kritiek.
In zoverre zij betrekking hebben op artikel 15 van de bestreden wet In zoverre zij betrekking hebben op artikel 15 van de bestreden wet
zijn het tweede en het derde middel van de verzoekende partij derhalve zijn het tweede en het derde middel van de verzoekende partij derhalve
niet ontvankelijk. niet ontvankelijk.
B.14. Een verschil in behandeling dat sommige personen het voordeel B.14. Een verschil in behandeling dat sommige personen het voordeel
van het beginsel non bis in idem ontzegt, kan niet worden verantwoord van het beginsel non bis in idem ontzegt, kan niet worden verantwoord
wegens de aard zelf van het in het geding zijnde beginsel. Niets zou wegens de aard zelf van het in het geding zijnde beginsel. Niets zou
immers kunnen verantwoorden dat een categorie van personen de immers kunnen verantwoorden dat een categorie van personen de
toepassing van het beginsel non bis in idem wordt geweigerd, terwijl toepassing van het beginsel non bis in idem wordt geweigerd, terwijl
de voorwaarden voor die toepassing zijn vervuld. de voorwaarden voor die toepassing zijn vervuld.
B.15.1. Krachtens het algemeen rechtsbeginsel non bis in idem, dat ook B.15.1. Krachtens het algemeen rechtsbeginsel non bis in idem, dat ook
is gewaarborgd door artikel 14, lid 7, van het Internationaal Verdrag is gewaarborgd door artikel 14, lid 7, van het Internationaal Verdrag
inzake burgerrechten en politieke rechten, mag niemand voor een tweede inzake burgerrechten en politieke rechten, mag niemand voor een tweede
keer worden berecht of gestraft voor een strafbaar feit waarvoor hij keer worden berecht of gestraft voor een strafbaar feit waarvoor hij
reeds « overeenkomstig de wet en het procesrecht van elk land » bij reeds « overeenkomstig de wet en het procesrecht van elk land » bij
einduitspraak is veroordeeld of waarvan hij is vrijgesproken. Dat einduitspraak is veroordeeld of waarvan hij is vrijgesproken. Dat
beginsel is eveneens opgenomen in artikel 4 van het ten opzichte van beginsel is eveneens opgenomen in artikel 4 van het ten opzichte van
België op 1 juli 2012 in werking getreden Zevende Aanvullend Protocol België op 1 juli 2012 in werking getreden Zevende Aanvullend Protocol
bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en, wat het bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en, wat het
toepassingsgebied ervan betreft, in artikel 50 van het Handvest van de toepassingsgebied ervan betreft, in artikel 50 van het Handvest van de
grondrechten van de Europese Unie. grondrechten van de Europese Unie.
Volgens de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Volgens de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de
Mens verbiedt het beginsel non bis in idem « een persoon te vervolgen Mens verbiedt het beginsel non bis in idem « een persoon te vervolgen
of te berechten voor een tweede ' misdrijf ' voor zover identieke of te berechten voor een tweede ' misdrijf ' voor zover identieke
feiten of feiten die in hoofdzaak dezelfde zijn, eraan ten grondslag feiten of feiten die in hoofdzaak dezelfde zijn, eraan ten grondslag
liggen » (EHRM, grote kamer, 10 februari 2009, Zolotoukhine t. liggen » (EHRM, grote kamer, 10 februari 2009, Zolotoukhine t.
Rusland, § 82). Rusland, § 82).
B.15.2. Zoals het Europees Hof voor de Rechten van de Mens opmerkt, B.15.2. Zoals het Europees Hof voor de Rechten van de Mens opmerkt,
omvat artikel 4 van het Zevende Aanvullend Protocol bij het Europees omvat artikel 4 van het Zevende Aanvullend Protocol bij het Europees
Verdrag voor de rechten van de mens een waarborg die « geldt wanneer Verdrag voor de rechten van de mens een waarborg die « geldt wanneer
nieuwe vervolgingen worden ingesteld en de vroegere beslissing tot nieuwe vervolgingen worden ingesteld en de vroegere beslissing tot
vrijspraak of veroordeling reeds in kracht van gewijsde is gegaan » vrijspraak of veroordeling reeds in kracht van gewijsde is gegaan »
(EHRM, grote kamer, 10 februari 2009, voormeld, § 83; 20 november (EHRM, grote kamer, 10 februari 2009, voormeld, § 83; 20 november
2012, Pacifico t. Italië, § 73). 2012, Pacifico t. Italië, § 73).
B.16.1. De fiscale geldboete waarin artikel 445 van het Wetboek van de B.16.1. De fiscale geldboete waarin artikel 445 van het Wetboek van de
inkomstenbelastingen 1992 (hierna : WIB 1192) en artikel 70 van het inkomstenbelastingen 1992 (hierna : WIB 1192) en artikel 70 van het
Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna : Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna :
BTW-Wetboek) voorzien en de belastingverhoging bepaald in artikel 444 BTW-Wetboek) voorzien en de belastingverhoging bepaald in artikel 444
van het WIB 1992 hebben een overheersend repressief karakter en vormen van het WIB 1992 hebben een overheersend repressief karakter en vormen
bijgevolg sancties van strafrechtelijke aard in de zin van artikel 4 bijgevolg sancties van strafrechtelijke aard in de zin van artikel 4
van het Zevende Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de van het Zevende Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de
rechten van de mens en van artikel 50 van het Handvest van de rechten van de mens en van artikel 50 van het Handvest van de
grondrechten van de Europese Unie. grondrechten van de Europese Unie.
B.16.2. De fiscale geldboete waarin artikel 445 van het WIB 1992 en B.16.2. De fiscale geldboete waarin artikel 445 van het WIB 1992 en
artikel 70 van het BTW-Wetboek voorzien en de strafsanctie waarin artikel 70 van het BTW-Wetboek voorzien en de strafsanctie waarin
artikel 449 van het WIB 1992 en artikel 73 van het BTW-Wetboek artikel 449 van het WIB 1992 en artikel 73 van het BTW-Wetboek
voorzien, bestraffen feiten die in wezen identiek zijn, hoewel de voorzien, bestraffen feiten die in wezen identiek zijn, hoewel de
artikelen 449 van het WIB 1992 en 73 van het BTW-Wetboek, voor de artikelen 449 van het WIB 1992 en 73 van het BTW-Wetboek, voor de
toepassing van de strafrechtelijke sanctie waarin zij voorzien, toepassing van de strafrechtelijke sanctie waarin zij voorzien,
vereisen dat bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden wordt vereisen dat bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden wordt
vastgesteld (zie, in dat verband, EHRM, 16 juni 2009, Ruotsalainen t. vastgesteld (zie, in dat verband, EHRM, 16 juni 2009, Ruotsalainen t.
Finland, § 56). Hetzelfde geldt voor de belastingverhoging bepaald in Finland, § 56). Hetzelfde geldt voor de belastingverhoging bepaald in
artikel 444 van het WIB 1992 en de strafsanctie bepaald in artikel 449 artikel 444 van het WIB 1992 en de strafsanctie bepaald in artikel 449
van het WIB 1992, die beide een niet-aangifte of een onvolledige of van het WIB 1992, die beide een niet-aangifte of een onvolledige of
onjuiste aangifte vanwege de belastingplichtige kunnen bestraffen. onjuiste aangifte vanwege de belastingplichtige kunnen bestraffen.
B.17.1. Hieruit volgt dat de administratieve geldboete of de B.17.1. Hieruit volgt dat de administratieve geldboete of de
belastingverhoging die op definitieve wijze worden opgelegd aan de belastingverhoging die op definitieve wijze worden opgelegd aan de
belastingplichtige, zich verzetten tegen het instellen van nieuwe belastingplichtige, zich verzetten tegen het instellen van nieuwe
strafvervolgingen tegen die persoon voor feiten die, zoals de strafvervolgingen tegen die persoon voor feiten die, zoals de
strafbaarstellingen vervat in de artikelen 449 van het WIB 1992 en 73 strafbaarstellingen vervat in de artikelen 449 van het WIB 1992 en 73
van het BTW-Wetboek, in wezen dezelfde zijn als die waarvoor hij reeds van het BTW-Wetboek, in wezen dezelfde zijn als die waarvoor hij reeds
is veroordeeld. is veroordeeld.
Een administratieve sanctie krijgt een definitief karakter na afloop Een administratieve sanctie krijgt een definitief karakter na afloop
van de termijn waarin is voorzien om de gewone beroepen tegen die van de termijn waarin is voorzien om de gewone beroepen tegen die
beslissing in te stellen of na de uitoefening van die beroepen (EHRM, beslissing in te stellen of na de uitoefening van die beroepen (EHRM,
grote kamer, 10 februari 2009, Zolotoukhine t. Rusland, §§ 107-108). grote kamer, 10 februari 2009, Zolotoukhine t. Rusland, §§ 107-108).
Aldus heeft het Hof van Cassatie geoordeeld : Aldus heeft het Hof van Cassatie geoordeeld :
« De vereiste dat de eerste berechting of bestraffing op het ogenblik « De vereiste dat de eerste berechting of bestraffing op het ogenblik
van de tweede berechting of bestraffing moet afgesloten zijn met een van de tweede berechting of bestraffing moet afgesloten zijn met een
uitspraak die overeenkomstig de wet en het procesrecht van het land uitspraak die overeenkomstig de wet en het procesrecht van het land
definitief is, houdt wat betreft door de belastingsautoriteiten inzake definitief is, houdt wat betreft door de belastingsautoriteiten inzake
personenbelasting opgelegde sancties in dat die sancties niet meer met personenbelasting opgelegde sancties in dat die sancties niet meer met
een bezwaar bij de belastingautoriteiten kunnen worden betwist en niet een bezwaar bij de belastingautoriteiten kunnen worden betwist en niet
meer met een gewoon rechtsmiddel voor de rechter kunnen worden meer met een gewoon rechtsmiddel voor de rechter kunnen worden
aangevochten » (Cass., 3 januari 2012, P.11.0894.N, punt 14). aangevochten » (Cass., 3 januari 2012, P.11.0894.N, punt 14).
B.17.2. Vanaf dat ogenblik kan de belastingplichtige bijgevolg niet B.17.2. Vanaf dat ogenblik kan de belastingplichtige bijgevolg niet
meer strafrechtelijk worden vervolgd voor feiten die in wezen dezelfde meer strafrechtelijk worden vervolgd voor feiten die in wezen dezelfde
zijn als die waarvoor hij administratief is veroordeeld, waarbij de zijn als die waarvoor hij administratief is veroordeeld, waarbij de
strafvervolgingen kunnen ingaan vanaf de fase van het strafvervolgingen kunnen ingaan vanaf de fase van het
opsporingsonderzoek. opsporingsonderzoek.
Het opleggen, bij een definitieve beslissing, van een geldboete of van Het opleggen, bij een definitieve beslissing, van een geldboete of van
een belastingverhoging die, zoals te dezen, een strafrechtelijk een belastingverhoging die, zoals te dezen, een strafrechtelijk
karakter vertonen, moet immers noodzakelijk, wegens het beginsel non karakter vertonen, moet immers noodzakelijk, wegens het beginsel non
bis in idem, leiden tot de uitdoving van de daaruit voortvloeiende bis in idem, leiden tot de uitdoving van de daaruit voortvloeiende
vervolgingen tegen dezelfde persoon voor feiten die in wezen identiek vervolgingen tegen dezelfde persoon voor feiten die in wezen identiek
zijn. zijn.
Uit dat beginsel vloeit voort dat een opsporingsonderzoek niet kan Uit dat beginsel vloeit voort dat een opsporingsonderzoek niet kan
worden geopend. Indien een dergelijk opsporingsonderzoek reeds aan de worden geopend. Indien een dergelijk opsporingsonderzoek reeds aan de
gang was, zou het aan het openbaar ministerie staan dat te seponeren. gang was, zou het aan het openbaar ministerie staan dat te seponeren.
Het openbaar ministerie kan geen zaak meer aanhangig maken bij een Het openbaar ministerie kan geen zaak meer aanhangig maken bij een
onderzoeksrechter. Indien een gerechtelijk onderzoek reeds aan de gang onderzoeksrechter. Indien een gerechtelijk onderzoek reeds aan de gang
was, zou het aan het onderzoeksgerecht staan daaraan een einde te was, zou het aan het onderzoeksgerecht staan daaraan een einde te
maken bij een beschikking tot buitenvervolgingstelling. Een saisine maken bij een beschikking tot buitenvervolgingstelling. Een saisine
van de vonnisgerechten is niet meer mogelijk en indien bij die van de vonnisgerechten is niet meer mogelijk en indien bij die
rechtscolleges reeds een zaak aanhangig was gemaakt, zouden zij alleen rechtscolleges reeds een zaak aanhangig was gemaakt, zouden zij alleen
de niet-ontvankelijkheid of de uitdoving van de strafvordering kunnen de niet-ontvankelijkheid of de uitdoving van de strafvordering kunnen
vaststellen. vaststellen.
Indien, nadat de administratieve sanctie een definitief karakter heeft Indien, nadat de administratieve sanctie een definitief karakter heeft
gekregen, nieuwe feiten zouden opduiken die aangeven dat de omvang van gekregen, nieuwe feiten zouden opduiken die aangeven dat de omvang van
de fraude groter is dan de aanvankelijk ontdekte fraude, zou het de fraude groter is dan de aanvankelijk ontdekte fraude, zou het
beginsel non bis in idem zich niet ertegen verzetten dat beginsel non bis in idem zich niet ertegen verzetten dat
strafvervolgingen worden ingesteld tegen de betrokken strafvervolgingen worden ingesteld tegen de betrokken
belastingplichtige, voor zover het niet zou gaan om feiten die in belastingplichtige, voor zover het niet zou gaan om feiten die in
wezen identiek zijn aan die waarvoor hij het voorwerp heeft uitgemaakt wezen identiek zijn aan die waarvoor hij het voorwerp heeft uitgemaakt
van de administratieve sanctie. van de administratieve sanctie.
B.18.1. De artikelen 3, 4 en 14 van de bestreden wet bepalen dat de B.18.1. De artikelen 3, 4 en 14 van de bestreden wet bepalen dat de
opeisbaarheid van de fiscale geldboete of van de belastingverhoging opeisbaarheid van de fiscale geldboete of van de belastingverhoging
uitgesproken tegen een belastingplichtige wordt geschorst vanaf het uitgesproken tegen een belastingplichtige wordt geschorst vanaf het
ogenblik dat het openbaar ministerie, tegen diezelfde ogenblik dat het openbaar ministerie, tegen diezelfde
belastingplichtige, de strafvordering instelt overeenkomstig artikel belastingplichtige, de strafvordering instelt overeenkomstig artikel
460 van het WIB 1992 of artikel 74 van het BTW-Wetboek. 460 van het WIB 1992 of artikel 74 van het BTW-Wetboek.
Wanneer de onderzoeksgerechten, waarvoor de zaak aanhangig is gemaakt Wanneer de onderzoeksgerechten, waarvoor de zaak aanhangig is gemaakt
door het openbaar ministerie, een beschikking tot door het openbaar ministerie, een beschikking tot
buitenvervolgingstelling aannemen, wordt een einde gemaakt aan de buitenvervolgingstelling aannemen, wordt een einde gemaakt aan de
schorsing van de opeisbaarheid van de geldboeten en schorsing van de opeisbaarheid van de geldboeten en
belastingverhogingen die tegen de belastingplichtige zijn belastingverhogingen die tegen de belastingplichtige zijn
uitgesproken. Omgekeerd, wanneer de belastingplichtige wordt verwezen uitgesproken. Omgekeerd, wanneer de belastingplichtige wordt verwezen
naar de correctionele rechtbank door het openbaar ministerie of wegens naar de correctionele rechtbank door het openbaar ministerie of wegens
de verwijzingsbeschikking van de raadkamer, worden de fiscale de verwijzingsbeschikking van de raadkamer, worden de fiscale
geldboeten en de belastingverhogingen definitief niet-opeisbaar. geldboeten en de belastingverhogingen definitief niet-opeisbaar.
B.18.2. Hieruit volgt dat de zelfs definitieve uitspraak van een B.18.2. Hieruit volgt dat de zelfs definitieve uitspraak van een
fiscale geldboete of van een belastingverhoging, tegen een fiscale geldboete of van een belastingverhoging, tegen een
belastingplichtige, niet ertoe leidt te beletten dat die persoon het belastingplichtige, niet ertoe leidt te beletten dat die persoon het
voorwerp uitmaakt van daaruit voortvloeiende strafvervolgingen, of voorwerp uitmaakt van daaruit voortvloeiende strafvervolgingen, of
zelfs dat hij wordt verwezen naar een vonnisgerecht, zelfs wanneer de zelfs dat hij wordt verwezen naar een vonnisgerecht, zelfs wanneer de
hem verweten feiten in wezen identiek zijn aan die waarvoor hij hem verweten feiten in wezen identiek zijn aan die waarvoor hij
administratief is veroordeeld. administratief is veroordeeld.
B.18.3. De wetgever heeft het beginsel non bis in idem dus geschonden B.18.3. De wetgever heeft het beginsel non bis in idem dus geschonden
door het het openbaar ministerie mogelijk te maken strafvervolgingen door het het openbaar ministerie mogelijk te maken strafvervolgingen
in te stellen (door een opsporingsonderzoek te openen of niet te in te stellen (door een opsporingsonderzoek te openen of niet te
sluiten of door de strafvordering op gang te brengen) tegen een sluiten of door de strafvordering op gang te brengen) tegen een
persoon die reeds voor in wezen identieke feiten het voorwerp heeft persoon die reeds voor in wezen identieke feiten het voorwerp heeft
uitgemaakt van een administratieve sanctie met een strafrechtelijk uitgemaakt van een administratieve sanctie met een strafrechtelijk
karakter die definitief is geworden, alsook door toe te staan dat die karakter die definitief is geworden, alsook door toe te staan dat die
persoon, wegens in wezen identieke feiten wordt verwezen naar een persoon, wegens in wezen identieke feiten wordt verwezen naar een
strafgerecht, of, indien voor dat rechtscollege reeds een zaak strafgerecht, of, indien voor dat rechtscollege reeds een zaak
aanhangig is gemaakt, door dat laatste toe te staan het onderzoek van aanhangig is gemaakt, door dat laatste toe te staan het onderzoek van
de zaak voort te zetten. de zaak voort te zetten.
B.18.4. Hieruit volgt dat de artikelen 3, 4 en 14 van de bestreden wet B.18.4. Hieruit volgt dat de artikelen 3, 4 en 14 van de bestreden wet
in strijd zijn met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. in strijd zijn met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.
B.19. Daar het derde middel niet kan leiden tot een ruimere B.19. Daar het derde middel niet kan leiden tot een ruimere
vernietiging, dient het niet te worden onderzocht. vernietiging, dient het niet te worden onderzocht.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
- vernietigt de artikelen 3, 4 en 14 van de wet van 20 september 2012 - vernietigt de artikelen 3, 4 en 14 van de wet van 20 september 2012
« tot instelling van het ' una via '-principe in de vervolging van « tot instelling van het ' una via '-principe in de vervolging van
overtredingen van de fiscale wetgeving tot verhoging van de fiscale overtredingen van de fiscale wetgeving tot verhoging van de fiscale
penale boetes »; penale boetes »;
- verwerpt het beroep voor het overige. - verwerpt het beroep voor het overige.
Aldus uitgesproken in het Frans, het Nederlands en het Duits, Aldus uitgesproken in het Frans, het Nederlands en het Duits,
overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op
het Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 3 april het Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 3 april
2014. 2014.
De griffier, De griffier,
F. Meersschaut F. Meersschaut
De voorzitter, De voorzitter,
J. Spreutels J. Spreutels
^