Uittreksel uit arrest nr. 28/2014 van 13 februari 2014 Rolnummer : 5614 In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 1 tot 12 van de wet van 25 augustus 1885 die de wetgeving betreffende de koopvernietigende gebreken herziet, zoals gewij Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en A. Alen, de rechters E. (...) | Uittreksel uit arrest nr. 28/2014 van 13 februari 2014 Rolnummer : 5614 In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 1 tot 12 van de wet van 25 augustus 1885 die de wetgeving betreffende de koopvernietigende gebreken herziet, zoals gewij Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en A. Alen, de rechters E. (...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 28/2014 van 13 februari 2014 | Uittreksel uit arrest nr. 28/2014 van 13 februari 2014 |
Rolnummer : 5614 | Rolnummer : 5614 |
In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 1 tot 12 van de wet | In zake : de prejudiciële vraag over de artikelen 1 tot 12 van de wet |
van 25 augustus 1885 die de wetgeving betreffende de koopvernietigende | van 25 augustus 1885 die de wetgeving betreffende de koopvernietigende |
gebreken herziet, zoals gewijzigd bij de wetten van 3 juli 1894 en 10 | gebreken herziet, zoals gewijzigd bij de wetten van 3 juli 1894 en 10 |
oktober 1967, en artikel 1 van het koninklijk besluit van 24 december | oktober 1967, en artikel 1 van het koninklijk besluit van 24 december |
1987 betreffende de koopvernietigende gebreken bij de verkoop of | 1987 betreffende de koopvernietigende gebreken bij de verkoop of |
ruiling van huisdieren, gesteld door de Vrederechter van het kanton | ruiling van huisdieren, gesteld door de Vrederechter van het kanton |
Thuin. | Thuin. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en A. Alen, de rechters | samengesteld uit de voorzitters J. Spreutels en A. Alen, de rechters |
E. De Groot, J.-P. Snappe, T. Merckx-Van Goey en F. Daoût, en, | E. De Groot, J.-P. Snappe, T. Merckx-Van Goey en F. Daoût, en, |
overeenkomstig artikel 60bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989 | overeenkomstig artikel 60bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989 |
op het Grondwettelijk Hof, emeritus voorzitter M. Bossuyt, bijgestaan | op het Grondwettelijk Hof, emeritus voorzitter M. Bossuyt, bijgestaan |
door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter | door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter |
J. Spreutels, | J. Spreutels, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Bij vonnis van 11 maart 2013 in zake Adelaïde Tramasure tegen de nv « | Bij vonnis van 11 maart 2013 in zake Adelaïde Tramasure tegen de nv « |
Société des Quatre Chemins », waarvan de expeditie ter griffie van het | Société des Quatre Chemins », waarvan de expeditie ter griffie van het |
Hof is ingekomen op 18 maart 2013, heeft de Vrederechter van het | Hof is ingekomen op 18 maart 2013, heeft de Vrederechter van het |
kanton Thuin de volgende prejudiciële vraag gesteld : | kanton Thuin de volgende prejudiciële vraag gesteld : |
« Zijn de artikelen 1 tot 12 van de wet van 25 augustus 1885 en het | « Zijn de artikelen 1 tot 12 van de wet van 25 augustus 1885 en het |
koninklijk uitvoeringsbesluit ervan van [24] december [1987] in | koninklijk uitvoeringsbesluit ervan van [24] december [1987] in |
overeenstemming met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre | overeenstemming met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in zoverre |
zij een regeling invoeren die afwijkt van het gemeen recht van artikel | zij een regeling invoeren die afwijkt van het gemeen recht van artikel |
1641 van het Burgerlijk Wetboek, | 1641 van het Burgerlijk Wetboek, |
- doordat, inzake de verkoop van een huisdier van de paardensoort dat | - doordat, inzake de verkoop van een huisdier van de paardensoort dat |
niet bestemd is voor een snelle slachting voor consumptiedoeleinden | niet bestemd is voor een snelle slachting voor consumptiedoeleinden |
maar voor elk ander gebruik zoals een sportieve loopbaan, die | maar voor elk ander gebruik zoals een sportieve loopbaan, die |
bepalingen het instellen van de vordering tot koopvernietiging van de | bepalingen het instellen van de vordering tot koopvernietiging van de |
koper beperken door de enkele gebreken die een dergelijke vordering | koper beperken door de enkele gebreken die een dergelijke vordering |
kunnen verantwoorden te beperken tot twee ziekten en door, op straffe | kunnen verantwoorden te beperken tot twee ziekten en door, op straffe |
van absoluut verval, een termijn van negen dagen op te leggen vanaf de | van absoluut verval, een termijn van negen dagen op te leggen vanaf de |
dag na de levering van het dier om de vordering tot koopvernietiging | dag na de levering van het dier om de vordering tot koopvernietiging |
in te stellen, | in te stellen, |
- terwijl inzake de verkoop van een huisdier van een andere soort dan | - terwijl inzake de verkoop van een huisdier van een andere soort dan |
die welke worden beoogd in de wet van 25 augustus 1885 en dat niet | die welke worden beoogd in de wet van 25 augustus 1885 en dat niet |
bestemd is voor een snelle slachting voor consumptiedoeleinden maar | bestemd is voor een snelle slachting voor consumptiedoeleinden maar |
voor een sportieve loopbaan, zoals de honden die worden gefokt voor de | voor een sportieve loopbaan, zoals de honden die worden gefokt voor de |
windhondenrennen of de duiven die deelnemen aan wedstrijden in de | windhondenrennen of de duiven die deelnemen aan wedstrijden in de |
duivensport, de vordering tot koopvernietiging van de koper wordt | duivensport, de vordering tot koopvernietiging van de koper wordt |
onderworpen aan de voorwaarden van de regeling van het gemeen recht | onderworpen aan de voorwaarden van de regeling van het gemeen recht |
van artikel 1641 van het Burgerlijk Wetboek, zowel voor wat betreft de | van artikel 1641 van het Burgerlijk Wetboek, zowel voor wat betreft de |
definitie van de toelaatbare koopvernietigende gebreken als wat | definitie van de toelaatbare koopvernietigende gebreken als wat |
betreft de termijn om die vordering in te stellen ? ». | betreft de termijn om die vordering in te stellen ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1.1. De wet van 25 augustus 1885 die de wetgeving betreffende de | B.1.1. De wet van 25 augustus 1885 die de wetgeving betreffende de |
koopvernietigende gebreken herziet, bepaalt : | koopvernietigende gebreken herziet, bepaalt : |
« Art. 1.Bij de verkopingen of ruilingen van paarden, ezels, |
« Art. 1.Bij de verkopingen of ruilingen van paarden, ezels, |
muilezels en andere huisdieren die tot het schapen- runder- of | muilezels en andere huisdieren die tot het schapen- runder- of |
varkensras behoren, worden de ziekten of gebreken die door de regering | varkensras behoren, worden de ziekten of gebreken die door de regering |
vastgesteld worden, met de beperkingen en de voorwaarden die zij | vastgesteld worden, met de beperkingen en de voorwaarden die zij |
aangewezen acht, voor koopvernietigende gebreken gehouden en zullen | aangewezen acht, voor koopvernietigende gebreken gehouden en zullen |
zij alleen aanleiding geven tot de vordering voorzien bij artikel 1641 | zij alleen aanleiding geven tot de vordering voorzien bij artikel 1641 |
van het Burgerlijk Wetboek. | van het Burgerlijk Wetboek. |
Art. 2.De regering zal eveneens de termijn bepalen binnen dewelke de |
Art. 2.De regering zal eveneens de termijn bepalen binnen dewelke de |
vordering moet worden ingesteld op straf van verval. | vordering moet worden ingesteld op straf van verval. |
Deze termijn mag de dertig dagen niet overschrijden, de dag | Deze termijn mag de dertig dagen niet overschrijden, de dag |
vastgesteld voor de levering niet inbegrepen. | vastgesteld voor de levering niet inbegrepen. |
De termijn om voor de rechtsmacht te verschijnen voor dewelke de | De termijn om voor de rechtsmacht te verschijnen voor dewelke de |
vordering in eerste aanleg ingeleid wordt, zal tenminste één dag zijn | vordering in eerste aanleg ingeleid wordt, zal tenminste één dag zijn |
indien de partij haar woonplaats heeft binnen de vijf myriameter vanaf | indien de partij haar woonplaats heeft binnen de vijf myriameter vanaf |
de plaats van verschijning. Indien haar woonplaats verder ligt, wordt | de plaats van verschijning. Indien haar woonplaats verder ligt, wordt |
deze termijn met één dag per vijf myriameter verlengd. | deze termijn met één dag per vijf myriameter verlengd. |
Art. 3.Indien de levering van het dier buiten de woonplaats van de |
Art. 3.Indien de levering van het dier buiten de woonplaats van de |
verkoper is geschied, zal de termijn om de vordering in te stellen | verkoper is geschied, zal de termijn om de vordering in te stellen |
verlengd worden met één dag voor elke vijf myriameter afstand tussen | verlengd worden met één dag voor elke vijf myriameter afstand tussen |
de woonplaats van de verkoper en deze van de koper. | de woonplaats van de verkoper en deze van de koper. |
Indien de koper het dier heeft voortverkocht en zelf gedagvaard wordt | Indien de koper het dier heeft voortverkocht en zelf gedagvaard wordt |
tot ontbinding van de verkoop, kan hij zijn eigen verkoper in | tot ontbinding van de verkoop, kan hij zijn eigen verkoper in |
vrijwaring oproepen, zo tenminste de termijn gedurende dewelke hij bij | vrijwaring oproepen, zo tenminste de termijn gedurende dewelke hij bij |
hoofdvordering had kunnen optreden nog niet verstreken is. | hoofdvordering had kunnen optreden nog niet verstreken is. |
Deze termijn om in vrijwaring op te roepen zal, in dit geval, en | Deze termijn om in vrijwaring op te roepen zal, in dit geval, en |
ongeacht de plaats waar het dier zich bevindt, verlengd worden met één | ongeacht de plaats waar het dier zich bevindt, verlengd worden met één |
dag voor elke vijf myriameter afstand tussen de woonplaats van de | dag voor elke vijf myriameter afstand tussen de woonplaats van de |
oorspronkelijke koper en deze van de oorspronkelijke verkoper. | oorspronkelijke koper en deze van de oorspronkelijke verkoper. |
Art. 4.Binnen de termijn die overeenkomstig artikel 2 zal bepaald |
Art. 4.Binnen de termijn die overeenkomstig artikel 2 zal bepaald |
worden om de vordering in te leiden, zal de koper, op straf van | worden om de vordering in te leiden, zal de koper, op straf van |
verval, ertoe gehouden zijn de aanstelling uit te lokken van | verval, ertoe gehouden zijn de aanstelling uit te lokken van |
deskundigen met tot opdracht het bestaan van het koopvernietigend | deskundigen met tot opdracht het bestaan van het koopvernietigend |
gebrek te doen vaststellen en daarvan proces-verbaal op te maken. | gebrek te doen vaststellen en daarvan proces-verbaal op te maken. |
Dit verzoek zal hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, hetzij in de | Dit verzoek zal hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, hetzij in de |
vorm van een telegram, gedaan worden aan de vrederechter van de plaats | vorm van een telegram, gedaan worden aan de vrederechter van de plaats |
waar het dier zich bevindt; in elk geval zal het, op straf van | waar het dier zich bevindt; in elk geval zal het, op straf van |
nietigheid, het gebrek aanduiden waardoor het dier zogezegd aangetast | nietigheid, het gebrek aanduiden waardoor het dier zogezegd aangetast |
is. | is. |
De vrederechter zal er de datum van vaststellen in zijn beschikking; | De vrederechter zal er de datum van vaststellen in zijn beschikking; |
hij zal het gebrek, waarop de eis gesteund is, vermelden en | hij zal het gebrek, waarop de eis gesteund is, vermelden en |
onmiddellijk, naargelang van de eis van het geval, een of drie | onmiddellijk, naargelang van de eis van het geval, een of drie |
deskundigen aanstellen die hun taak binnen de kortste tijd zullen | deskundigen aanstellen die hun taak binnen de kortste tijd zullen |
moeten aanvangen, na de eed voor deze magistraat te hebben afgelegd en | moeten aanvangen, na de eed voor deze magistraat te hebben afgelegd en |
zonder verdere procedureformaliteiten; hij zal per verzekerd telegram | zonder verdere procedureformaliteiten; hij zal per verzekerd telegram |
de verkoper op de hoogte brengen van de dag, het uur en de plaats van | de verkoper op de hoogte brengen van de dag, het uur en de plaats van |
het deskundig onderzoek. | het deskundig onderzoek. |
Het proces-verbaal van het deskundig onderzoek zal gemotiveerd zijn en | Het proces-verbaal van het deskundig onderzoek zal gemotiveerd zijn en |
de minuut ervan overgemaakt worden aan de partij. | de minuut ervan overgemaakt worden aan de partij. |
Indien het deskundig onderzoek slechts aangevat of beëindigd wordt na | Indien het deskundig onderzoek slechts aangevat of beëindigd wordt na |
het verstrijken van de termijnen, bepaald overeenkomstig artikel 2, | het verstrijken van de termijnen, bepaald overeenkomstig artikel 2, |
zal het aangegeven worden of het geconstateerd gebrek gedurende deze | zal het aangegeven worden of het geconstateerd gebrek gedurende deze |
termijnen heeft bestaan. | termijnen heeft bestaan. |
Nochtans, wanneer het dier, binnen de termijn bepaald voor het | Nochtans, wanneer het dier, binnen de termijn bepaald voor het |
instellen van de vordering, op bevel van de bevoegde overheid zal | instellen van de vordering, op bevel van de bevoegde overheid zal |
afgemaakt worden wegens een van de ziekten die tot koopvernietiging | afgemaakt worden wegens een van de ziekten die tot koopvernietiging |
aanleiding geven, zal het proces-verbaal dat in dit geval opgemaakt | aanleiding geven, zal het proces-verbaal dat in dit geval opgemaakt |
wordt, en dat op dezelfde manier met redenen zal omkleed zijn, het | wordt, en dat op dezelfde manier met redenen zal omkleed zijn, het |
proces-verbaal van het deskundig onderzoek vervangen. | proces-verbaal van het deskundig onderzoek vervangen. |
Art. 5.Wanneer het dier buiten het land is gebracht, moet de koper, |
Art. 5.Wanneer het dier buiten het land is gebracht, moet de koper, |
op straffe van verval, het terug in het land doen terugkomen en het | op straffe van verval, het terug in het land doen terugkomen en het |
brengen, hetzij naar de woonplaats van de koper of naar de hoofdplaats | brengen, hetzij naar de woonplaats van de koper of naar de hoofdplaats |
van het kanton waar die woonplaats gevestigd is, hetzij naar de plaats | van het kanton waar die woonplaats gevestigd is, hetzij naar de plaats |
waar het contract is gesloten, hetzij naar de plaats waar de levering | waar het contract is gesloten, hetzij naar de plaats waar de levering |
is gedaan. | is gedaan. |
De termijn voor het instellen van de rechtsvordering wordt in dat | De termijn voor het instellen van de rechtsvordering wordt in dat |
geval verlengd met één dag per vijftien myriameter afstand tussen de | geval verlengd met één dag per vijftien myriameter afstand tussen de |
plaats waar het dier zich bevindt en de plaats waarnaar het moet | plaats waar het dier zich bevindt en de plaats waarnaar het moet |
worden teruggebracht. | worden teruggebracht. |
Het verzoek tot benoeming van deskundigen moet, op straffe van verval, | Het verzoek tot benoeming van deskundigen moet, op straffe van verval, |
worden ingediend bij de vrederechter van de plaats waarnaar het dier | worden ingediend bij de vrederechter van de plaats waarnaar het dier |
zal worden gebracht, en zulks binnen de termijn bepaald overeenkomstig | zal worden gebracht, en zulks binnen de termijn bepaald overeenkomstig |
artikel 2, met een verlenging van twee dagen zonder meer. | artikel 2, met een verlenging van twee dagen zonder meer. |
De vordering tot koopvernietiging moet insgelijks in dat geval altijd | De vordering tot koopvernietiging moet insgelijks in dat geval altijd |
worden ingesteld vóór de bevoegde rechter van diezelfde plaats. | worden ingesteld vóór de bevoegde rechter van diezelfde plaats. |
De koper moet bewijzen naar welke plaats buiten het land het dier is | De koper moet bewijzen naar welke plaats buiten het land het dier is |
gebracht. | gebracht. |
Wanneer het echter gaat om een koopvernietigend gebrek dat | Wanneer het echter gaat om een koopvernietigend gebrek dat |
besmettelijk is, mag de koper in geen geval het dier in het land doen | besmettelijk is, mag de koper in geen geval het dier in het land doen |
terugkomen of een vordering tot koopvernietiging instellen. | terugkomen of een vordering tot koopvernietiging instellen. |
Evenmin kan de koper zodanige vordering instellen wanneer het dier | Evenmin kan de koper zodanige vordering instellen wanneer het dier |
buiten het land is gestorven. | buiten het land is gestorven. |
Art. 6.De vreemde eiser is gehouden, op verzoek van de verweerder, de |
Art. 6.De vreemde eiser is gehouden, op verzoek van de verweerder, de |
borg te stellen, waarvan melding wordt gemaakt in artikel 16 van het | borg te stellen, waarvan melding wordt gemaakt in artikel 16 van het |
Burgerlijk Wetboek en in de artikelen 851 en 852 van het Gerechtelijk | Burgerlijk Wetboek en in de artikelen 851 en 852 van het Gerechtelijk |
Wetboek, op straffe van in zijn vordering niet te worden toegelaten. | Wetboek, op straffe van in zijn vordering niet te worden toegelaten. |
De borgsom wordt reeds op de eerste zitting in geld vastgesteld door | De borgsom wordt reeds op de eerste zitting in geld vastgesteld door |
de rechter vóór wie de rechtsvordering aanhangig is. | de rechter vóór wie de rechtsvordering aanhangig is. |
De door de rechter bepaalde som wordt aan de griffier ter hand | De door de rechter bepaalde som wordt aan de griffier ter hand |
gesteld. | gesteld. |
Het vonnis is uitvoerbaar zonder dat het vooraf moet worden betekend; | Het vonnis is uitvoerbaar zonder dat het vooraf moet worden betekend; |
het is niet vatbaar voor hoger beroep. | het is niet vatbaar voor hoger beroep. |
Art. 7.De vorderingen tot koopvernietiging zullen als dringende zaken |
Art. 7.De vorderingen tot koopvernietiging zullen als dringende zaken |
behandeld en gevonnist worden. | behandeld en gevonnist worden. |
Art. 8.Indien het dier binnen de termijn, bepaald overeenkomstig |
Art. 8.Indien het dier binnen de termijn, bepaald overeenkomstig |
artikel 2, verloren gaat, zal de verkoper tot geen vrijwaring gehouden | artikel 2, verloren gaat, zal de verkoper tot geen vrijwaring gehouden |
zijn tenzij de koper het bewijs levert dat het verlies van het dier te | zijn tenzij de koper het bewijs levert dat het verlies van het dier te |
wijten is aan een van de koopvernietigende gebreken, voorzien bij | wijten is aan een van de koopvernietigende gebreken, voorzien bij |
toepassing van deze wet. | toepassing van deze wet. |
Art. 9.De koopvernietigende gebreken die binnen de voorziene |
Art. 9.De koopvernietigende gebreken die binnen de voorziene |
termijnen geconstateerd worden volgens de voorgeschreven pleegvormen, | termijnen geconstateerd worden volgens de voorgeschreven pleegvormen, |
zullen, tot bewijs van het tegendeel, vermoed worden als hebbende | zullen, tot bewijs van het tegendeel, vermoed worden als hebbende |
bestaan op het ogenblik van de overeenkomst. | bestaan op het ogenblik van de overeenkomst. |
Art. 10.De verkoper of de ruiler zal niet gehouden zijn tot |
Art. 10.De verkoper of de ruiler zal niet gehouden zijn tot |
vrijwaring wegens koopvernietigende gebreken van besmettelijke aard, | vrijwaring wegens koopvernietigende gebreken van besmettelijke aard, |
indien hij bewijst dat het dier sedert de levering in aanraking is | indien hij bewijst dat het dier sedert de levering in aanraking is |
geweest met dieren, aangetast door dezelfde besmettelijke ziekte als | geweest met dieren, aangetast door dezelfde besmettelijke ziekte als |
degene die tot de koopvernietigende vordering aanleiding gegeven | degene die tot de koopvernietigende vordering aanleiding gegeven |
heeft. | heeft. |
Art. 11.Het verval voorzien bij de artikels 2, 4 en 5, is volkomen en |
Art. 11.Het verval voorzien bij de artikels 2, 4 en 5, is volkomen en |
zal van ambtswege worden toegepast, behalve wanneer de verkoper of de | zal van ambtswege worden toegepast, behalve wanneer de verkoper of de |
ruiler eerst te goeder trouw voor een onbevoegde rechter zou zijn | ruiler eerst te goeder trouw voor een onbevoegde rechter zou zijn |
gedagvaard geworden. | gedagvaard geworden. |
Art. 12.De vordering tot prijsvermindering, toegelaten bij artikel |
Art. 12.De vordering tot prijsvermindering, toegelaten bij artikel |
1644 van het Burgerlijk Wetboek, zal niet mogen uitgeoefend worden | 1644 van het Burgerlijk Wetboek, zal niet mogen uitgeoefend worden |
ingeval van koop en ruil van dieren die onder deze wet vallen. | ingeval van koop en ruil van dieren die onder deze wet vallen. |
Art. 13.De rechtsvordering tot vernietiging van verkoop of ruiling |
Art. 13.De rechtsvordering tot vernietiging van verkoop of ruiling |
van huisdieren, bestemd om afgemaakt te worden voor het verbruik, is | van huisdieren, bestemd om afgemaakt te worden voor het verbruik, is |
slechts ontvankelijk uit hoofde der gebreken die ze tot de voeding | slechts ontvankelijk uit hoofde der gebreken die ze tot de voeding |
onverbruikbaar maken, op voorwaarde dat die rechtsvordering | onverbruikbaar maken, op voorwaarde dat die rechtsvordering |
ingespannen worde binnen de vijf dagen der levering van het verkocht | ingespannen worde binnen de vijf dagen der levering van het verkocht |
dier, dat dit dier niet op eenen afstand van meer dan 5 myriameters | dier, dat dit dier niet op eenen afstand van meer dan 5 myriameters |
van de verkoopplaats vervoerd zij en dat het volkomen voor het | van de verkoopplaats vervoerd zij en dat het volkomen voor het |
verbruik ongeschikt worde verklaard ». | verbruik ongeschikt worde verklaard ». |
B.1.2. Zoals het van toepassing is op het voor de verwijzende rechter | B.1.2. Zoals het van toepassing is op het voor de verwijzende rechter |
hangende geschil, bepaalde het koninklijk besluit van 24 december 1987 | hangende geschil, bepaalde het koninklijk besluit van 24 december 1987 |
betreffende de koopvernietigende gebreken bij de verkoop of ruiling | betreffende de koopvernietigende gebreken bij de verkoop of ruiling |
van huisdieren, vóór de wijziging ervan bij de koninklijke besluiten | van huisdieren, vóór de wijziging ervan bij de koninklijke besluiten |
van 11 januari 2009 en van 1 februari 2012 : | van 11 januari 2009 en van 1 februari 2012 : |
« Artikel 1.Enkel volgende ziekten of gebreken worden als |
« Artikel 1.Enkel volgende ziekten of gebreken worden als |
koopvernietigende gebreken beschouwd : | koopvernietigende gebreken beschouwd : |
1° Bij paard, ezel, muilezel of muildier : | 1° Bij paard, ezel, muilezel of muildier : |
- malleus; | - malleus; |
- chronische intermitterende kreupelheid. | - chronische intermitterende kreupelheid. |
[...] | [...] |
Art. 6.De termijn voor het instellen van een rechtsvordering wegens |
Art. 6.De termijn voor het instellen van een rechtsvordering wegens |
een koopvernietigend gebrek is, de voor de levering vastgestelde dag | een koopvernietigend gebrek is, de voor de levering vastgestelde dag |
niet gerekend, dertig dagen in geval van besmettelijke | niet gerekend, dertig dagen in geval van besmettelijke |
pleuropneumonie, runderbrucellose of enzoötische runderleucose, | pleuropneumonie, runderbrucellose of enzoötische runderleucose, |
vijftien dagen in geval van rundertuberculose of witte-vaarzenziekte | vijftien dagen in geval van rundertuberculose of witte-vaarzenziekte |
en negen dagen in de andere gevallen ». | en negen dagen in de andere gevallen ». |
B.2.1. De verwijzende rechter vraagt aan het Hof of de artikelen 1 tot | B.2.1. De verwijzende rechter vraagt aan het Hof of de artikelen 1 tot |
12 van de wet van 25 augustus 1885 en het uitvoeringsbesluit ervan van | 12 van de wet van 25 augustus 1885 en het uitvoeringsbesluit ervan van |
24 december 1987 bestaanbaar zijn met de artikelen 10 en 11 van de | 24 december 1987 bestaanbaar zijn met de artikelen 10 en 11 van de |
Grondwet in zoverre zij een regeling invoeren die afwijkt van het | Grondwet in zoverre zij een regeling invoeren die afwijkt van het |
gemeen recht van artikel 1641 van het Burgerlijk Wetboek. | gemeen recht van artikel 1641 van het Burgerlijk Wetboek. |
De verwijzende rechter merkt op dat, inzake de verkoop van een | De verwijzende rechter merkt op dat, inzake de verkoop van een |
huisdier van het paardenras dat niet bestemd is voor een snelle | huisdier van het paardenras dat niet bestemd is voor een snelle |
slachting voor consumptiedoeleinden, maar voor elk ander gebruik, | slachting voor consumptiedoeleinden, maar voor elk ander gebruik, |
zoals een sportieve loopbaan, die bepalingen de uitoefening van de | zoals een sportieve loopbaan, die bepalingen de uitoefening van de |
vordering tot koopvernietiging van de koper beperken door de enige | vordering tot koopvernietiging van de koper beperken door de enige |
gebreken die een dergelijke vordering kunnen verantwoorden, te | gebreken die een dergelijke vordering kunnen verantwoorden, te |
verminderen tot twee ziekten en door, op straffe van volkomen verval, | verminderen tot twee ziekten en door, op straffe van volkomen verval, |
een termijn van negen dagen op te leggen te rekenen vanaf de dag na de | een termijn van negen dagen op te leggen te rekenen vanaf de dag na de |
levering van het dier om de vordering tot koopvernietiging in te | levering van het dier om de vordering tot koopvernietiging in te |
stellen, terwijl, inzake de verkoop van een huisdier van een ander ras | stellen, terwijl, inzake de verkoop van een huisdier van een ander ras |
dan die welke worden beoogd bij de wet van 25 augustus 1885 en dat | dan die welke worden beoogd bij de wet van 25 augustus 1885 en dat |
niet bestemd is voor een snelle slachting voor consumptiedoeleinden | niet bestemd is voor een snelle slachting voor consumptiedoeleinden |
maar voor een sportieve loopbaan, zoals de honden die worden gefokt | maar voor een sportieve loopbaan, zoals de honden die worden gefokt |
voor de windhondenrennen of de duiven die deelnemen aan wedstrijden in | voor de windhondenrennen of de duiven die deelnemen aan wedstrijden in |
de duivensport, de vordering tot koopvernietiging van de koper is | de duivensport, de vordering tot koopvernietiging van de koper is |
onderworpen aan de voorwaarden van de gemeenrechtelijke regeling van | onderworpen aan de voorwaarden van de gemeenrechtelijke regeling van |
artikel 1641 van het Burgerlijk Wetboek, zowel ten aanzien van de | artikel 1641 van het Burgerlijk Wetboek, zowel ten aanzien van de |
definitie van de aanvaardbare koopvernietigende gebreken als ten | definitie van de aanvaardbare koopvernietigende gebreken als ten |
aanzien van de termijn om die vordering in te stellen. | aanzien van de termijn om die vordering in te stellen. |
B.2.2. Uit de bewoordingen van de prejudiciële vraag blijkt derhalve | B.2.2. Uit de bewoordingen van de prejudiciële vraag blijkt derhalve |
dat aan het Hof alleen een vraag wordt gesteld over de artikelen 1 en | dat aan het Hof alleen een vraag wordt gesteld over de artikelen 1 en |
2, eerste en tweede lid, van de in het geding zijnde wet. | 2, eerste en tweede lid, van de in het geding zijnde wet. |
B.2.3. Noch artikel 26, § 1, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 | B.2.3. Noch artikel 26, § 1, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 |
op het Grondwettelijk Hof noch enige andere grondwettelijke of | op het Grondwettelijk Hof noch enige andere grondwettelijke of |
wettelijke bepaling verleent het Hof de bevoegdheid om bij wijze van | wettelijke bepaling verleent het Hof de bevoegdheid om bij wijze van |
prejudiciële beslissing uitspraak te doen over de vraag of de | prejudiciële beslissing uitspraak te doen over de vraag of de |
bepalingen van een uitvoeringsbesluit bestaanbaar zijn met de | bepalingen van een uitvoeringsbesluit bestaanbaar zijn met de |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Met toepassing van artikel 159 van | artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Met toepassing van artikel 159 van |
de Grondwet komt het de rechter toe de bepalingen van een | de Grondwet komt het de rechter toe de bepalingen van een |
uitvoeringsbesluit die niet in overeenstemming zouden zijn met de | uitvoeringsbesluit die niet in overeenstemming zouden zijn met de |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, buiten toepassing te laten. | artikelen 10 en 11 van de Grondwet, buiten toepassing te laten. |
Het Hof vermag zich enkel uit te spreken over het ten aanzien van de | Het Hof vermag zich enkel uit te spreken over het ten aanzien van de |
artikelen 10 en 11 van de Grondwet al dan niet verantwoorde karakter | artikelen 10 en 11 van de Grondwet al dan niet verantwoorde karakter |
van een verschil in behandeling als dat verschil aan een wetskrachtige | van een verschil in behandeling als dat verschil aan een wetskrachtige |
norm kan worden toegeschreven. In dat verband moet worden opgemerkt | norm kan worden toegeschreven. In dat verband moet worden opgemerkt |
dat, wanneer een wetgever een machtiging verleent, aangenomen dient te | dat, wanneer een wetgever een machtiging verleent, aangenomen dient te |
worden, behoudens aanwijzingen in tegenovergestelde zin, dat hij de | worden, behoudens aanwijzingen in tegenovergestelde zin, dat hij de |
gemachtigde enkel de bevoegdheid verleent om die machtiging aan te | gemachtigde enkel de bevoegdheid verleent om die machtiging aan te |
wenden in overeenstemming met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. | wenden in overeenstemming met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. |
Wanneer een wettelijke regeling verwijst naar de nadere uitwerking | Wanneer een wettelijke regeling verwijst naar de nadere uitwerking |
ervan in een uitvoeringsbesluit, dient te worden bepaald aan welk van | ervan in een uitvoeringsbesluit, dient te worden bepaald aan welk van |
beide normen het in het geding zijnde grondwettigheidsbezwaar kan | beide normen het in het geding zijnde grondwettigheidsbezwaar kan |
worden toegeschreven. | worden toegeschreven. |
B.2.4. Het in het geding zijnde verschil in behandeling vloeit | B.2.4. Het in het geding zijnde verschil in behandeling vloeit |
rechtstreeks voort uit de artikelen 1 en 2 van de wet van 25 augustus | rechtstreeks voort uit de artikelen 1 en 2 van de wet van 25 augustus |
1885, aangezien die bepalingen slechts betrekking hebben op bepaalde | 1885, aangezien die bepalingen slechts betrekking hebben op bepaalde |
huisdierenrassen, aangezien zij toelaten een onderscheid te maken naar | huisdierenrassen, aangezien zij toelaten een onderscheid te maken naar |
gelang van de ziekte waaraan die huisdieren lijden en aangezien zij, | gelang van de ziekte waaraan die huisdieren lijden en aangezien zij, |
in afwijking van artikel 1641 van het Burgerlijk Wetboek, een termijn | in afwijking van artikel 1641 van het Burgerlijk Wetboek, een termijn |
van maximum 30 dagen opleggen waarbinnen, op straffe van verval, de | van maximum 30 dagen opleggen waarbinnen, op straffe van verval, de |
vordering dient te worden ingesteld. | vordering dient te worden ingesteld. |
B.3. Om de prejudiciële vraag te beantwoorden, dient het Hof de | B.3. Om de prejudiciële vraag te beantwoorden, dient het Hof de |
bestaanbaarheid na te gaan, met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, | bestaanbaarheid na te gaan, met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, |
van artikel 1 van de in het geding zijnde wet, in zoverre het bij de | van artikel 1 van de in het geding zijnde wet, in zoverre het bij de |
verkoop van paarden alleen de door de Regering aangewezen ziekten of | verkoop van paarden alleen de door de Regering aangewezen ziekten of |
gebreken, met de beperkingen en voorwaarden die zij gepast zal achten, | gebreken, met de beperkingen en voorwaarden die zij gepast zal achten, |
beschouwt als koopvernietigende gebreken die als enige de vordering | beschouwt als koopvernietigende gebreken die als enige de vordering |
doen ontstaan die voortvloeit uit artikel 1641 van het Burgerlijk | doen ontstaan die voortvloeit uit artikel 1641 van het Burgerlijk |
Wetboek, en van artikel 2 van die wet, in zoverre het aan de Regering | Wetboek, en van artikel 2 van die wet, in zoverre het aan de Regering |
de zorg toevertrouwt de termijn te bepalen waarin de vordering op | de zorg toevertrouwt de termijn te bepalen waarin de vordering op |
straffe van verval zal worden ingesteld (eerste lid), waarbij die | straffe van verval zal worden ingesteld (eerste lid), waarbij die |
termijn niet meer mag bedragen dan dertig dagen, de dag van de | termijn niet meer mag bedragen dan dertig dagen, de dag van de |
levering niet inbegrepen (tweede lid). | levering niet inbegrepen (tweede lid). |
B.4. De artikelen 1641 tot 1649 van het Burgerlijk Wetboek, die | B.4. De artikelen 1641 tot 1649 van het Burgerlijk Wetboek, die |
paragraaf II (« Vrijwaring voor gebreken van de verkochte zaak ») van | paragraaf II (« Vrijwaring voor gebreken van de verkochte zaak ») van |
afdeling III (« Vrijwaring ») van hoofdstuk IV (« Verplichtingen van | afdeling III (« Vrijwaring ») van hoofdstuk IV (« Verplichtingen van |
de verkoper ») van titel VI (« Koop ») van boek III (« Op welke wijze | de verkoper ») van titel VI (« Koop ») van boek III (« Op welke wijze |
eigendom verkregen wordt ») van dat Wetboek vormen, bepalen : | eigendom verkregen wordt ») van dat Wetboek vormen, bepalen : |
« Art. 1641.De verkoper is gehouden tot vrijwaring voor de verborgen |
« Art. 1641.De verkoper is gehouden tot vrijwaring voor de verborgen |
gebreken van de verkochte zaak, die deze ongeschikt maken tot het | gebreken van de verkochte zaak, die deze ongeschikt maken tot het |
gebruik waartoe men ze bestemt, of die dit gebruik zodanig verminderen | gebruik waartoe men ze bestemt, of die dit gebruik zodanig verminderen |
dat de koper, indien hij de gebreken gekend had, de zaak niet of | dat de koper, indien hij de gebreken gekend had, de zaak niet of |
slechts voor een mindere prijs zou hebben gekocht. | slechts voor een mindere prijs zou hebben gekocht. |
Art. 1642.De verkoper moet niet instaan voor de gebreken die |
Art. 1642.De verkoper moet niet instaan voor de gebreken die |
zichtbaar zijn en die de koper zelf heeft kunnen waarnemen. | zichtbaar zijn en die de koper zelf heeft kunnen waarnemen. |
Art. 1643.Hij moet instaan voor de verborgen gebreken, zelfs wanneer |
Art. 1643.Hij moet instaan voor de verborgen gebreken, zelfs wanneer |
hij die niet gekend heeft, tenzij hij in dat geval bedongen heeft dat | hij die niet gekend heeft, tenzij hij in dat geval bedongen heeft dat |
hij tot geen vrijwaring zal zijn gehouden. | hij tot geen vrijwaring zal zijn gehouden. |
Art. 1644.In het geval van de artikelen 1641 en 1643, heeft de koper |
Art. 1644.In het geval van de artikelen 1641 en 1643, heeft de koper |
de keus om ofwel de zaak terug te geven en zich de prijs te doen | de keus om ofwel de zaak terug te geven en zich de prijs te doen |
terugbetalen, ofwel de zaak te behouden en zich een gedeelte van de | terugbetalen, ofwel de zaak te behouden en zich een gedeelte van de |
prijs te doen terugbetalen, welk gedeelte door deskundigen zal worden | prijs te doen terugbetalen, welk gedeelte door deskundigen zal worden |
bepaald. | bepaald. |
Art. 1645.Indien de verkoper de gebreken van de zaak gekend heeft, is |
Art. 1645.Indien de verkoper de gebreken van de zaak gekend heeft, is |
hij niet alleen gehouden tot teruggave van de prijs die hij ervoor | hij niet alleen gehouden tot teruggave van de prijs die hij ervoor |
ontvangen heeft, maar bovendien tot vergoeding van alle schade aan de | ontvangen heeft, maar bovendien tot vergoeding van alle schade aan de |
koper. | koper. |
Art. 1646.Indien de verkoper de gebreken van de zaak niet gekend |
Art. 1646.Indien de verkoper de gebreken van de zaak niet gekend |
heeft, is hij slechts gehouden tot teruggave van de prijs, en tot | heeft, is hij slechts gehouden tot teruggave van de prijs, en tot |
vergoeding aan de koper van de door de koop veroorzaakte kosten. | vergoeding aan de koper van de door de koop veroorzaakte kosten. |
Art. 1647.Indien de zaak welke gebreken had, is teniet gegaan ten |
Art. 1647.Indien de zaak welke gebreken had, is teniet gegaan ten |
gevolge van haar slechte hoedanigheid, is het verlies voor rekening | gevolge van haar slechte hoedanigheid, is het verlies voor rekening |
van de verkoper, die jegens de koper gehouden is tot teruggave van de | van de verkoper, die jegens de koper gehouden is tot teruggave van de |
prijs, en tot de overige schadevergoedingen in de twee vorige | prijs, en tot de overige schadevergoedingen in de twee vorige |
artikelen bepaald. | artikelen bepaald. |
Maar het verlies door toeval veroorzaakt is voor rekening van de | Maar het verlies door toeval veroorzaakt is voor rekening van de |
koper. | koper. |
Art. 1648.De rechtsvordering op grond van koopvernietigende gebreken |
Art. 1648.De rechtsvordering op grond van koopvernietigende gebreken |
moet door de koper worden ingesteld binnen een korte tijd, al naar de | moet door de koper worden ingesteld binnen een korte tijd, al naar de |
aard van de koopvernietigende gebreken en de gebruiken van de plaats | aard van de koopvernietigende gebreken en de gebruiken van de plaats |
waar de koop gesloten is. | waar de koop gesloten is. |
Art. 1649.Deze vordering kan niet worden ingesteld wat betreft |
Art. 1649.Deze vordering kan niet worden ingesteld wat betreft |
verkopingen die op rechterlijk gezag geschieden ». | verkopingen die op rechterlijk gezag geschieden ». |
B.5.1. Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 28 januari | B.5.1. Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 28 januari |
1850 betreffende de koopvernietigende gebreken en van de wet van 25 | 1850 betreffende de koopvernietigende gebreken en van de wet van 25 |
augustus 1885 die de wetgeving betreffende de koopvernietigende | augustus 1885 die de wetgeving betreffende de koopvernietigende |
gebreken herziet, blijkt dat de wetgever heeft willen afwijken van de | gebreken herziet, blijkt dat de wetgever heeft willen afwijken van de |
artikelen 1641 tot 1649 van het Burgerlijk Wetboek, voor de handel in | artikelen 1641 tot 1649 van het Burgerlijk Wetboek, voor de handel in |
sommige huisdieren, teneinde de rechtszekerheid te versterken. | sommige huisdieren, teneinde de rechtszekerheid te versterken. |
Die parlementaire voorbereiding vermeldt het volgende : | Die parlementaire voorbereiding vermeldt het volgende : |
« Door de oorzaken van de koopvernietiging noch de termijnen van de | « Door de oorzaken van de koopvernietiging noch de termijnen van de |
vordering te bepalen en zich te beperken tot een verwijzing naar | vordering te bepalen en zich te beperken tot een verwijzing naar |
gebruiken die kunnen variëren naar gelang van de plaatsen en waarvan | gebruiken die kunnen variëren naar gelang van de plaatsen en waarvan |
het bestaan soms moeilijk vast te stellen is, doen die onvolledige | het bestaan soms moeilijk vast te stellen is, doen die onvolledige |
bepalingen van het Wetboek, om weinig belangrijke belangen, kostbare | bepalingen van het Wetboek, om weinig belangrijke belangen, kostbare |
betwistingen ontstaan; zij bezorgen de rechters vaak ernstige | betwistingen ontstaan; zij bezorgen de rechters vaak ernstige |
problemen. | problemen. |
Wegens het gebrek aan eenvormigheid in de termijnen van de waarborg en | Wegens het gebrek aan eenvormigheid in de termijnen van de waarborg en |
in de specificatie van de gebreken die de ontbinding van de | in de specificatie van de gebreken die de ontbinding van de |
overeenkomst met zich meebrengen, kan een koper op een bepaalde plaats | overeenkomst met zich meebrengen, kan een koper op een bepaalde plaats |
een koop laten vernietigen, koop die hij elders, onder identieke | een koop laten vernietigen, koop die hij elders, onder identieke |
voorwaarden, zou moeten naleven, en kan de verkoper op zijn beurt het | voorwaarden, zou moeten naleven, en kan de verkoper op zijn beurt het |
dier waarvan hij zich op een andere markt niet zou kunnen ontdoen, op | dier waarvan hij zich op een andere markt niet zou kunnen ontdoen, op |
een dergelijke markt onbevreesd aanbieden zonder gevaar voor de | een dergelijke markt onbevreesd aanbieden zonder gevaar voor de |
opzegging van de verkoop » (Parl. St., Kamer, 1848-1849, nr. 198, p. | opzegging van de verkoop » (Parl. St., Kamer, 1848-1849, nr. 198, p. |
1). | 1). |
« De moeilijkheden voorkomen door vaste, in het hele land verplichte | « De moeilijkheden voorkomen door vaste, in het hele land verplichte |
en publiekelijk bekende regels aan te nemen, eerlijk gemaakte | en publiekelijk bekende regels aan te nemen, eerlijk gemaakte |
overeenkomsten stabiel maken en hindernissen vermijden die de | overeenkomsten stabiel maken en hindernissen vermijden die de |
ontwikkeling van de landbouw en de handel in de weg kunnen staan, | ontwikkeling van de landbouw en de handel in de weg kunnen staan, |
vormen een werk waarmee de wetgever, in het algemeen belang, zonder | vormen een werk waarmee de wetgever, in het algemeen belang, zonder |
aarzeling moet instemmen » (Parl. St., Senaat, 1849-1850, nr. 15, p. | aarzeling moet instemmen » (Parl. St., Senaat, 1849-1850, nr. 15, p. |
1). | 1). |
« Een aantal betrokkenen, de handelaars en de dierenartsen vooral, | « Een aantal betrokkenen, de handelaars en de dierenartsen vooral, |
pleiten voor het Engelse systeem, met andere woorden de afschaffing | pleiten voor het Engelse systeem, met andere woorden de afschaffing |
van elke wet betreffende de koopvernietigende gebreken. De Regering | van elke wet betreffende de koopvernietigende gebreken. De Regering |
heeft wijselijk gehandeld door die zienswijze af te wijzen en een | heeft wijselijk gehandeld door die zienswijze af te wijzen en een |
wetgeving ter zake te handhaven. Zonder wet vallen de transacties | wetgeving ter zake te handhaven. Zonder wet vallen de transacties |
inzake de verkoop van dieren onder het gemeen recht en in dat geval | inzake de verkoop van dieren onder het gemeen recht en in dat geval |
hebben de bijzondere overeenkomsten kracht van wet. Die regeling laat | hebben de bijzondere overeenkomsten kracht van wet. Die regeling laat |
de kwekers op het platteland volledig over aan de willekeur van de | de kwekers op het platteland volledig over aan de willekeur van de |
handelaars, die hun vaak voorwaarden opleggen waarvan zij de | handelaars, die hun vaak voorwaarden opleggen waarvan zij de |
draagwijdte niet kunnen begrijpen. | draagwijdte niet kunnen begrijpen. |
Een ander nadeel van die regeling is dat in alle transacties een derde | Een ander nadeel van die regeling is dat in alle transacties een derde |
optreedt, ofwel een dierenarts, ofwel een koopman; zowel voor de | optreedt, ofwel een dierenarts, ofwel een koopman; zowel voor de |
verkoper als voor de koper leidt de aanwezigheid van een derde echter | verkoper als voor de koper leidt de aanwezigheid van een derde echter |
steeds tot het verlies van het grootste deel van de winst. | steeds tot het verlies van het grootste deel van de winst. |
Zodra het beginsel van de wet werd behouden, moest een dubbele | Zodra het beginsel van de wet werd behouden, moest een dubbele |
hindernis worden vermeden. Enerzijds moesten de rechten van de | hindernis worden vermeden. Enerzijds moesten de rechten van de |
verkoper worden gevrijwaard en moest hij worden beschermd tegen de | verkoper worden gevrijwaard en moest hij worden beschermd tegen de |
manoeuvres van een oneerlijke koper. Anderzijds moesten de koper alle | manoeuvres van een oneerlijke koper. Anderzijds moesten de koper alle |
nodige middelen worden geboden om zich te verdedigen tegen de | nodige middelen worden geboden om zich te verdedigen tegen de |
misbruiken van een weinig scrupuleuze verkoper. | misbruiken van een weinig scrupuleuze verkoper. |
De koper opofferen voor de verkoper, kwam erop neer de buitenlandse | De koper opofferen voor de verkoper, kwam erop neer de buitenlandse |
kopers van onze markten te weren en een van de voornaamste bronnen van | kopers van onze markten te weren en een van de voornaamste bronnen van |
de inkomsten van de landbouw droog te leggen. | de inkomsten van de landbouw droog te leggen. |
De maatregelen die de Regering in het huidige wetsontwerp voorstelt, | De maatregelen die de Regering in het huidige wetsontwerp voorstelt, |
leveren dat dubbele resultaat op. [...] | leveren dat dubbele resultaat op. [...] |
Door sommige termijnen voor het instellen van de vordering tot | Door sommige termijnen voor het instellen van de vordering tot |
koopvernietiging in te korten, kan de verkoper niet meer aansprakelijk | koopvernietiging in te korten, kan de verkoper niet meer aansprakelijk |
worden gesteld voor gebreken die zich voordoen na de verkoop. | worden gesteld voor gebreken die zich voordoen na de verkoop. |
Anderzijds zijn de nieuwe termijnen wel nog toereikend om het de koper | Anderzijds zijn de nieuwe termijnen wel nog toereikend om het de koper |
mogelijk te maken de gebreken vast te stellen die op het ogenblik van | mogelijk te maken de gebreken vast te stellen die op het ogenblik van |
de verkoop werkelijk bestaan » (Parl. St., Senaat, 1884-1885, nr. 99, | de verkoop werkelijk bestaan » (Parl. St., Senaat, 1884-1885, nr. 99, |
pp. 1 en 2). | pp. 1 en 2). |
B.5.2. De wetgever heeft aldus, met het oog op het verzekeren van de | B.5.2. De wetgever heeft aldus, met het oog op het verzekeren van de |
veiligheid van de handel in huisdieren, een juridische regeling | veiligheid van de handel in huisdieren, een juridische regeling |
ingevoerd die afwijkt van de artikelen 1641 tot 1649 van het | ingevoerd die afwijkt van de artikelen 1641 tot 1649 van het |
Burgerlijk Wetboek. Die juridische regeling beperkt de | Burgerlijk Wetboek. Die juridische regeling beperkt de |
koopvernietigende gebreken die de vordering openen die voortvloeit uit | koopvernietigende gebreken die de vordering openen die voortvloeit uit |
artikel 1641 van het Burgerlijk Wetboek tot de ziekten en gebreken die | artikel 1641 van het Burgerlijk Wetboek tot de ziekten en gebreken die |
zijn bepaald bij koninklijk besluit, en voorziet in termijnen om de | zijn bepaald bij koninklijk besluit, en voorziet in termijnen om de |
vordering in te stellen die eveneens bij koninklijk besluit worden | vordering in te stellen die eveneens bij koninklijk besluit worden |
vastgesteld naar gelang van de ziekte of het gebrek en die zeer kort | vastgesteld naar gelang van de ziekte of het gebrek en die zeer kort |
zijn vermits zij niet meer mogen bedragen dan dertig dagen. Wanneer is | zijn vermits zij niet meer mogen bedragen dan dertig dagen. Wanneer is |
voldaan aan de bij de afwijkende wet bepaalde voorwaarden, wordt de | voldaan aan de bij de afwijkende wet bepaalde voorwaarden, wordt de |
bewijslast vergemakkelijkt voor de koper, aangezien, overeenkomstig | bewijslast vergemakkelijkt voor de koper, aangezien, overeenkomstig |
artikel 9 van de wet van 25 augustus 1885, de koopvernietigende | artikel 9 van de wet van 25 augustus 1885, de koopvernietigende |
gebreken die binnen de gespecificeerde termijnen en volgens de | gebreken die binnen de gespecificeerde termijnen en volgens de |
voorgeschreven vormen zijn vastgesteld, zullen worden geacht te hebben | voorgeschreven vormen zijn vastgesteld, zullen worden geacht te hebben |
bestaan op het ogenblik van de overeenkomst, behoudens tegenbewijs. De | bestaan op het ogenblik van de overeenkomst, behoudens tegenbewijs. De |
niet-naleving van de termijn om de vordering in te stellen, leidt | niet-naleving van de termijn om de vordering in te stellen, leidt |
daarentegen tot een « volkomen » verval dat « van ambtswege [zal] | daarentegen tot een « volkomen » verval dat « van ambtswege [zal] |
worden toegepast » (artikel 11). Gelet op de korte termijnen kan de | worden toegepast » (artikel 11). Gelet op de korte termijnen kan de |
vordering tot prijsvermindering, toegestaan bij artikel 1644 van het | vordering tot prijsvermindering, toegestaan bij artikel 1644 van het |
Burgerlijk Wetboek, overigens niet worden uitgeoefend (artikel 12). | Burgerlijk Wetboek, overigens niet worden uitgeoefend (artikel 12). |
B.5.3. Die regeling behandelt de kopers en verkopers van paarden | B.5.3. Die regeling behandelt de kopers en verkopers van paarden |
anders dan de andere kopers en verkopers. | anders dan de andere kopers en verkopers. |
B.6.1. Hoewel de afwijkende regeling inzake koopvernietigende gebreken | B.6.1. Hoewel de afwijkende regeling inzake koopvernietigende gebreken |
die van toepassing is op de verkoop van paarden zowel de | die van toepassing is op de verkoop van paarden zowel de |
rechtszekerheid als de bescherming van de kopers en verkopers voor de | rechtszekerheid als de bescherming van de kopers en verkopers voor de |
bij koninklijk besluit bepaalde ziekten en gebreken bevordert, tast | bij koninklijk besluit bepaalde ziekten en gebreken bevordert, tast |
zij in aanzienlijke mate de rechten van de kopers aan voor de andere | zij in aanzienlijke mate de rechten van de kopers aan voor de andere |
ziekten en gebreken, vermits zij hun elke vordering tot | ziekten en gebreken, vermits zij hun elke vordering tot |
koopvernietiging op grond van die ziekte of dat gebrek ontneemt en | koopvernietiging op grond van die ziekte of dat gebrek ontneemt en |
geen rekening houdt met het gebruik waartoe het dier is bestemd. | geen rekening houdt met het gebruik waartoe het dier is bestemd. |
B.6.2. Geen enkele wetsbepaling verbiedt de partijen evenwel de | B.6.2. Geen enkele wetsbepaling verbiedt de partijen evenwel de |
verplichtingen van de verkoper ten aanzien van de waarborg bij de | verplichtingen van de verkoper ten aanzien van de waarborg bij de |
verkoop van huisdieren te regelen zoals zij dat willen, waarbij de | verkoop van huisdieren te regelen zoals zij dat willen, waarbij de |
afwijkende regeling enkel bedoeld is om de privébelangen te vrijwaren. | afwijkende regeling enkel bedoeld is om de privébelangen te vrijwaren. |
B.6.3. Hoewel de bij de wet van 25 augustus 1885 bepaalde regeling | B.6.3. Hoewel de bij de wet van 25 augustus 1885 bepaalde regeling |
afwijkt van de artikelen 1641 tot 1649 van het Burgerlijk Wetboek - | afwijkt van de artikelen 1641 tot 1649 van het Burgerlijk Wetboek - |
behalve wanneer de partijen bij overeenkomst andere regelingen hebben | behalve wanneer de partijen bij overeenkomst andere regelingen hebben |
getroffen -, wijkt zij overigens niet af van de andere bepalingen van | getroffen -, wijkt zij overigens niet af van de andere bepalingen van |
het Burgerlijk Wetboek inzake de verkoop. De koper kan derhalve, op | het Burgerlijk Wetboek inzake de verkoop. De koper kan derhalve, op |
grond van artikel 1110 van het Burgerlijk Wetboek, een vordering tot | grond van artikel 1110 van het Burgerlijk Wetboek, een vordering tot |
nietigheid instellen wegens dwaling met betrekking tot een wezenlijke | nietigheid instellen wegens dwaling met betrekking tot een wezenlijke |
kwaliteit van het verkochte voorwerp, of een vordering tot ontbinding | kwaliteit van het verkochte voorwerp, of een vordering tot ontbinding |
op grond van de artikelen 1184 en 1604 van het Burgerlijk Wetboek. De | op grond van de artikelen 1184 en 1604 van het Burgerlijk Wetboek. De |
artikelen 1649bis tot 1649octies van het Burgerlijk Wetboek, die de | artikelen 1649bis tot 1649octies van het Burgerlijk Wetboek, die de |
richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei | richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei |
1999 betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties | 1999 betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties |
voor consumptiegoederen ten uitvoer leggen, bieden overigens eveneens | voor consumptiegoederen ten uitvoer leggen, bieden overigens eveneens |
een bescherming aan de consument die voorrang moet krijgen op de bij | een bescherming aan de consument die voorrang moet krijgen op de bij |
de in het geding zijnde wet bepaalde afwijkende regeling. | de in het geding zijnde wet bepaalde afwijkende regeling. |
B.6.4. Bijgevolg beperkt de in het geding zijnde afwijkende regeling | B.6.4. Bijgevolg beperkt de in het geding zijnde afwijkende regeling |
de rechten van de kopers niet op onevenredige wijze. | de rechten van de kopers niet op onevenredige wijze. |
B.7. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. | B.7. De prejudiciële vraag dient ontkennend te worden beantwoord. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
De artikelen 1 en 2, eerste en tweede lid, van de wet van 25 augustus | De artikelen 1 en 2, eerste en tweede lid, van de wet van 25 augustus |
1885 die de wetgeving betreffende de koopvernietigende gebreken | 1885 die de wetgeving betreffende de koopvernietigende gebreken |
herziet, schenden de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. | herziet, schenden de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. |
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig | Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het |
Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 13 februari | Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 13 februari |
2014. | 2014. |
De griffier, | De griffier, |
F. Meersschaut | F. Meersschaut |
De voorzitter, | De voorzitter, |
J. Spreutels | J. Spreutels |