← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 91/2013 van 13 juni 2013 Rolnummer : 5446 In zake : de prejudiciële
vraag over artikel 55, derde lid, van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 5 juni
1997 betreffende de milieuvergunningen, ges Het Grondwettelijk Hof, samengesteld
uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechter(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 91/2013 van 13 juni 2013 Rolnummer : 5446 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 55, derde lid, van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen, ges Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechter(...) | Uittreksel uit arrest nr. 91/2013 van 13 juni 2013 Rolnummer : 5446 In zake : de prejudiciële vraag over artikel 55, derde lid, van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen, ges Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechter(...) |
---|---|
GRONDWETTELIJK HOF | GRONDWETTELIJK HOF |
Uittreksel uit arrest nr. 91/2013 van 13 juni 2013 | Uittreksel uit arrest nr. 91/2013 van 13 juni 2013 |
Rolnummer : 5446 | Rolnummer : 5446 |
In zake : de prejudiciële vraag over artikel 55, derde lid, van de | In zake : de prejudiciële vraag over artikel 55, derde lid, van de |
ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 5 juni 1997 | ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 5 juni 1997 |
betreffende de milieuvergunningen, gesteld door de Raad van State. | betreffende de milieuvergunningen, gesteld door de Raad van State. |
Het Grondwettelijk Hof, | Het Grondwettelijk Hof, |
samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de | samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de |
rechters E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. | rechters E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. |
Moerman, E. Derycke, J. Spreutels, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul en F. | Moerman, E. Derycke, J. Spreutels, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul en F. |
Daoût, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder | Daoût, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder |
voorzitterschap van voorzitter R. Henneuse, | voorzitterschap van voorzitter R. Henneuse, |
wijst na beraad het volgende arrest : | wijst na beraad het volgende arrest : |
I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging | I. Onderwerp van de prejudiciële vraag en rechtspleging |
Bij arrest nr. 219.910 van 21 juni 2012 in zake Alain Martin tegen het | Bij arrest nr. 219.910 van 21 juni 2012 in zake Alain Martin tegen het |
Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en anderen, waarvan de expeditie ter | Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en anderen, waarvan de expeditie ter |
griffie van het Hof is ingekomen op 2 juli 2012, heeft de Raad van | griffie van het Hof is ingekomen op 2 juli 2012, heeft de Raad van |
State de volgende prejudiciële vraag gesteld : | State de volgende prejudiciële vraag gesteld : |
« Schendt artikel 55, derde lid, van de ordonnantie van 5 juni 1997 | « Schendt artikel 55, derde lid, van de ordonnantie van 5 juni 1997 |
betreffende de milieuvergunningen de regels die door of krachtens de | betreffende de milieuvergunningen de regels die door of krachtens de |
Grondwet zijn vastgesteld voor het bepalen van de onderscheiden | Grondwet zijn vastgesteld voor het bepalen van de onderscheiden |
bevoegdheid van de Staat, de gemeenschappen en de gewesten, in zoverre | bevoegdheid van de Staat, de gemeenschappen en de gewesten, in zoverre |
het voorziet in een vrijstelling van de toepassing van de wet van 29 | het voorziet in een vrijstelling van de toepassing van de wet van 29 |
juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de | juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de |
bestuurshandelingen - meer bepaald van de artikelen 2 en 3 ervan -, of | bestuurshandelingen - meer bepaald van de artikelen 2 en 3 ervan -, of |
van die wet afwijkt ? ». | van die wet afwijkt ? ». |
(...) | (...) |
III. In rechte | III. In rechte |
(...) | (...) |
B.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op artikel 55, derde lid, | B.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op artikel 55, derde lid, |
van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen. | van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen. |
In de versie ervan die van toepassing is op de beslissing die het | In de versie ervan die van toepassing is op de beslissing die het |
voorwerp uitmaakt van het beroep dat voor het verwijzende | voorwerp uitmaakt van het beroep dat voor het verwijzende |
rechtscollege hangende is, bepaalt artikel 55 van de voormelde | rechtscollege hangende is, bepaalt artikel 55 van de voormelde |
ordonnantie : | ordonnantie : |
« In acht te nemen elementen bij het nemen van de beslissing | « In acht te nemen elementen bij het nemen van de beslissing |
Naast de in de aanvraag of in het beroep vermelde gegevens en | Naast de in de aanvraag of in het beroep vermelde gegevens en |
onverminderd alle andere inlichtingen die nuttig kunnen zijn, moet bij | onverminderd alle andere inlichtingen die nuttig kunnen zijn, moet bij |
het nemen van iedere beslissing met de volgende elementen rekening | het nemen van iedere beslissing met de volgende elementen rekening |
worden gehouden : | worden gehouden : |
1° de beste beschikbare technieken om de behoeften aan primaire | 1° de beste beschikbare technieken om de behoeften aan primaire |
energie tot een minimum te beperken en de CO2-uitstoot te verminderen, | energie tot een minimum te beperken en de CO2-uitstoot te verminderen, |
om de gevaren, hinder of ongemakken van de inrichting te voorkomen, te | om de gevaren, hinder of ongemakken van de inrichting te voorkomen, te |
verminderen of te verhelpen, alsook de concrete gebruiksmogelijkheden | verminderen of te verhelpen, alsook de concrete gebruiksmogelijkheden |
van deze technieken; | van deze technieken; |
2° de wisselwerking tussen de gevaren, hinder en ongemakken van de | 2° de wisselwerking tussen de gevaren, hinder en ongemakken van de |
geplande inrichting en die van bestaande inrichtingen; | geplande inrichting en die van bestaande inrichtingen; |
3° de waarschijnlijkheid, de mogelijkheid en de gevolgen van zware | 3° de waarschijnlijkheid, de mogelijkheid en de gevolgen van zware |
ongevallen in de geplande inrichting en de wisselwerking ervan met die | ongevallen in de geplande inrichting en de wisselwerking ervan met die |
van de bestaande inrichtingen (domino-effect); | van de bestaande inrichtingen (domino-effect); |
4° de dwingende bepalingen die van toepassing zijn, met inbegrip van | 4° de dwingende bepalingen die van toepassing zijn, met inbegrip van |
de programma's ter vermindering van de vervuiling en met name de | de programma's ter vermindering van de vervuiling en met name de |
voorschriften en doelstellingen van het gewestplan en het gewestplan | voorschriften en doelstellingen van het gewestplan en het gewestplan |
betreffende de preventie en het beheer van afvalstoffen die bindend | betreffende de preventie en het beheer van afvalstoffen die bindend |
zijn voor de uitreikende overheid anderzijds; | zijn voor de uitreikende overheid anderzijds; |
5° de adviezen die binnen de termijn worden uitgebracht door de | 5° de adviezen die binnen de termijn worden uitgebracht door de |
geraadpleegde personen en diensten. Indien er een effectenstudie werd | geraadpleegde personen en diensten. Indien er een effectenstudie werd |
uitgevoerd, zal met de gegevens en de besluiten ervan speciaal | uitgevoerd, zal met de gegevens en de besluiten ervan speciaal |
rekening worden gehouden. | rekening worden gehouden. |
Bij het nemen van elke beslissing, moeten de belangen die in artikel 2 | Bij het nemen van elke beslissing, moeten de belangen die in artikel 2 |
worden genoemd, en de belangen van de aanvrager of de uitbater | worden genoemd, en de belangen van de aanvrager of de uitbater |
onderling worden afgewogen. | onderling worden afgewogen. |
Deze gegevens moeten naar behoren vermeld staan in de motivering van | Deze gegevens moeten naar behoren vermeld staan in de motivering van |
de beslissing, ofwel in het dossier zijn opgenomen. | de beslissing, ofwel in het dossier zijn opgenomen. |
[...] ». | [...] ». |
B.2. Uit de rechtspraak van de Raad van State blijkt dat die ervan | B.2. Uit de rechtspraak van de Raad van State blijkt dat die ervan |
uitgaat dat het derde lid van die bepaling van toepassing is op alle | uitgaat dat het derde lid van die bepaling van toepassing is op alle |
elementen die zijn vermeld in de punten 1° tot 5° van het eerste lid | elementen die zijn vermeld in de punten 1° tot 5° van het eerste lid |
ervan en dat het afwijkt van de verplichting tot uitdrukkelijke | ervan en dat het afwijkt van de verplichting tot uitdrukkelijke |
motivering die is ingesteld bij de wet van 29 juli 1991 betreffende de | motivering die is ingesteld bij de wet van 29 juli 1991 betreffende de |
uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. Hij besluit | uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. Hij besluit |
daaruit dat de motivering van de afweging tussen de milieubelangen en | daaruit dat de motivering van de afweging tussen de milieubelangen en |
de belangen van de aanvrager van de milieuvergunning niet noodzakelijk | de belangen van de aanvrager van de milieuvergunning niet noodzakelijk |
moet worden opgenomen in de uitdrukkelijke motivering van de handeling | moet worden opgenomen in de uitdrukkelijke motivering van de handeling |
maar eveneens slechts in het dossier kan worden vermeld (RvSt, 8 | maar eveneens slechts in het dossier kan worden vermeld (RvSt, 8 |
februari 2011, nr. 211.127; 21 juni 2012, nr. 219.910). | februari 2011, nr. 211.127; 21 juni 2012, nr. 219.910). |
B.3. Het Hof wordt verzocht de overeenstemming te onderzoeken van het | B.3. Het Hof wordt verzocht de overeenstemming te onderzoeken van het |
derde lid van artikel 55 van de ordonnantie van 5 juni 1997 | derde lid van artikel 55 van de ordonnantie van 5 juni 1997 |
betreffende de milieuvergunningen met de regels inzake de | betreffende de milieuvergunningen met de regels inzake de |
bevoegdheidsverdeling tussen de Staat, de gemeenschappen en de | bevoegdheidsverdeling tussen de Staat, de gemeenschappen en de |
gewesten, in zoverre het, aldus geïnterpreteerd, de overheden die | gewesten, in zoverre het, aldus geïnterpreteerd, de overheden die |
uitspraak doen over de milieuvergunningsaanvragen in het Brusselse | uitspraak doen over de milieuvergunningsaanvragen in het Brusselse |
Hoofdstedelijke Gewest vrijstelt van de toepassing van de wet van 29 | Hoofdstedelijke Gewest vrijstelt van de toepassing van de wet van 29 |
juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de | juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de |
bestuurshandelingen, meer in het bijzonder van de artikelen 2 en 3 | bestuurshandelingen, meer in het bijzonder van de artikelen 2 en 3 |
ervan, of in zoverre het, aldus geïnterpreteerd, afwijkt van de | ervan, of in zoverre het, aldus geïnterpreteerd, afwijkt van de |
voormelde wet van 29 juli 1991. | voormelde wet van 29 juli 1991. |
B.4.1. De artikelen 1 tot 3 van de wet van 29 juli 1991 bepalen : | B.4.1. De artikelen 1 tot 3 van de wet van 29 juli 1991 bepalen : |
« Artikel 1.Voor de toepassing van deze wet moeten worden verstaan |
« Artikel 1.Voor de toepassing van deze wet moeten worden verstaan |
onder : | onder : |
- Bestuurshandeling : De eenzijdige rechtshandeling met individuele | - Bestuurshandeling : De eenzijdige rechtshandeling met individuele |
strekking die uitgaat van een bestuur en die beoogt rechtsgevolgen te | strekking die uitgaat van een bestuur en die beoogt rechtsgevolgen te |
hebben voor één of meer bestuurden of voor een ander bestuur; | hebben voor één of meer bestuurden of voor een ander bestuur; |
- Bestuur : De administratieve overheden als bedoeld in artikel 14 van | - Bestuur : De administratieve overheden als bedoeld in artikel 14 van |
de gecoördineerde wetten op de Raad van State; | de gecoördineerde wetten op de Raad van State; |
- Bestuurde : Elke natuurlijke of rechtspersoon in zijn betrekkingen | - Bestuurde : Elke natuurlijke of rechtspersoon in zijn betrekkingen |
met het bestuur. | met het bestuur. |
Art. 2.De bestuurshandelingen van de besturen bedoeld in artikel 1 |
Art. 2.De bestuurshandelingen van de besturen bedoeld in artikel 1 |
moeten uitdrukkelijk worden gemotiveerd. | moeten uitdrukkelijk worden gemotiveerd. |
Art. 3.De opgelegde motivering moet in de akte de juridische en |
Art. 3.De opgelegde motivering moet in de akte de juridische en |
feitelijke overwegingen vermelden die aan de beslissing ten grondslag | feitelijke overwegingen vermelden die aan de beslissing ten grondslag |
liggen. Zij moet afdoende zijn ». | liggen. Zij moet afdoende zijn ». |
B.4.2. Die bepalingen veralgemenen de verplichting de | B.4.2. Die bepalingen veralgemenen de verplichting de |
bestuurshandelingen met individuele draagwijdte uitdrukkelijk te | bestuurshandelingen met individuele draagwijdte uitdrukkelijk te |
motiveren. De uitdrukkelijke motivering van de betrokken handelingen | motiveren. De uitdrukkelijke motivering van de betrokken handelingen |
is voortaan een recht van de bestuurde, aan wie aldus een bijkomende | is voortaan een recht van de bestuurde, aan wie aldus een bijkomende |
waarborg wordt geboden tegen bestuurshandelingen met individuele | waarborg wordt geboden tegen bestuurshandelingen met individuele |
strekking die willekeurig zouden zijn. | strekking die willekeurig zouden zijn. |
B.5.1. Krachtens zijn residuaire bevoegdheid heeft de federale | B.5.1. Krachtens zijn residuaire bevoegdheid heeft de federale |
wetgever de verplichting van uitdrukkelijke motivering van de | wetgever de verplichting van uitdrukkelijke motivering van de |
bestuurshandelingen geregeld teneinde de bescherming van de bestuurde | bestuurshandelingen geregeld teneinde de bescherming van de bestuurde |
te verzekeren ten aanzien van handelingen die van alle administratieve | te verzekeren ten aanzien van handelingen die van alle administratieve |
overheden uitgaan. De gewest- en gemeenschapswetgevers kunnen de bij | overheden uitgaan. De gewest- en gemeenschapswetgevers kunnen de bij |
de wet van 29 juli 1991 geboden bescherming aanvullen of preciseren | de wet van 29 juli 1991 geboden bescherming aanvullen of preciseren |
met betrekking tot de handelingen waarvoor de gewesten en de | met betrekking tot de handelingen waarvoor de gewesten en de |
gemeenschappen bevoegd zijn. | gemeenschappen bevoegd zijn. |
B.5.2. Daarentegen zou een gemeenschaps- of gewestwetgever, zonder de | B.5.2. Daarentegen zou een gemeenschaps- of gewestwetgever, zonder de |
federale bevoegdheid ter zake te schenden, niet vermogen de | federale bevoegdheid ter zake te schenden, niet vermogen de |
bescherming die door de federale wetgeving aan de bestuurden wordt | bescherming die door de federale wetgeving aan de bestuurden wordt |
geboden te verminderen door de overheden die optreden in de | geboden te verminderen door de overheden die optreden in de |
aangelegenheden waarvoor hij bevoegd is, vrij te stellen van de | aangelegenheden waarvoor hij bevoegd is, vrij te stellen van de |
toepassing van die wet of door die overheden toe te staan daarvan af | toepassing van die wet of door die overheden toe te staan daarvan af |
te wijken. | te wijken. |
B.6. De in het geding zijnde bepaling, geïnterpreteerd zoals | B.6. De in het geding zijnde bepaling, geïnterpreteerd zoals |
aangegeven in B.2, doet afbreuk aan het recht van de adressaat van de | aangegeven in B.2, doet afbreuk aan het recht van de adressaat van de |
handeling, maar eveneens van elke belanghebbende derde, om | handeling, maar eveneens van elke belanghebbende derde, om |
onmiddellijk kennis te nemen van de motieven die de beslissing | onmiddellijk kennis te nemen van de motieven die de beslissing |
verantwoorden door de vermelding ervan in de handeling zelf. Bijgevolg | verantwoorden door de vermelding ervan in de handeling zelf. Bijgevolg |
doet zij eveneens afbreuk aan de federale bevoegdheid inzake | doet zij eveneens afbreuk aan de federale bevoegdheid inzake |
bescherming van de rechten van de bestuurden. | bescherming van de rechten van de bestuurden. |
B.7.1. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, het Milieucollege van | B.7.1. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, het Milieucollege van |
het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en het Brussels Instituut voor | het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en het Brussels Instituut voor |
Milieubeheer doen gelden dat de aantasting van de federale bevoegdheid | Milieubeheer doen gelden dat de aantasting van de federale bevoegdheid |
zou kunnen worden verantwoord door het beroep, in overeenstemming met | zou kunnen worden verantwoord door het beroep, in overeenstemming met |
de artikelen 10 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot | de artikelen 10 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot |
hervorming der instellingen en 4 van de bijzondere wet van 12 januari | hervorming der instellingen en 4 van de bijzondere wet van 12 januari |
1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, op de impliciete | 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, op de impliciete |
bevoegdheden door de ordonnantiegever wanneer hij de afgifte van de | bevoegdheden door de ordonnantiegever wanneer hij de afgifte van de |
milieuvergunningen reglementeert. | milieuvergunningen reglementeert. |
B.7.2. Opdat artikel 10 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 van | B.7.2. Opdat artikel 10 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 van |
toepassing kan zijn, is vereist dat de aangenomen reglementering | toepassing kan zijn, is vereist dat de aangenomen reglementering |
noodzakelijk is voor de uitoefening van de bevoegdheden van het | noodzakelijk is voor de uitoefening van de bevoegdheden van het |
gewest, dat de aangelegenheid zich leent tot een gedifferentieerde | gewest, dat de aangelegenheid zich leent tot een gedifferentieerde |
regeling en dat de weerslag van de in het geding zijnde bepalingen op | regeling en dat de weerslag van de in het geding zijnde bepalingen op |
de aangelegenheid slechts marginaal is. | de aangelegenheid slechts marginaal is. |
B.8.1. De afbreuk die te dezen wordt gedaan aan de federale | B.8.1. De afbreuk die te dezen wordt gedaan aan de federale |
bevoegdheid inzake bescherming van de rechten van de bestuurden lijkt | bevoegdheid inzake bescherming van de rechten van de bestuurden lijkt |
niet noodzakelijk voor de uitoefening van de gewestbevoegdheid met | niet noodzakelijk voor de uitoefening van de gewestbevoegdheid met |
betrekking tot de reglementering van de milieuvergunningen. Hoewel de | betrekking tot de reglementering van de milieuvergunningen. Hoewel de |
techniciteit van die aangelegenheid en het grote aantal elementen | techniciteit van die aangelegenheid en het grote aantal elementen |
waarmee rekening dient te worden gehouden bij de beslissing met | waarmee rekening dient te worden gehouden bij de beslissing met |
betrekking tot een vergunningsaanvraag verantwoorden dat de | betrekking tot een vergunningsaanvraag verantwoorden dat de |
ordonnantiegever een lijst heeft opgesteld van de elementen die door | ordonnantiegever een lijst heeft opgesteld van de elementen die door |
de overheid in aanmerking dienen te worden genomen, is het immers | de overheid in aanmerking dienen te worden genomen, is het immers |
daarom nog niet noodzakelijk om, voor het uitreiken of het weigeren | daarom nog niet noodzakelijk om, voor het uitreiken of het weigeren |
van een milieuvergunning, de steller van de handeling ervan vrij te | van een milieuvergunning, de steller van de handeling ervan vrij te |
stellen in die handeling de motieven aan te geven die de basis vormen | stellen in die handeling de motieven aan te geven die de basis vormen |
van de beslissing die is genomen ingevolge het onderzoek van die | van de beslissing die is genomen ingevolge het onderzoek van die |
elementen. | elementen. |
B.8.2. Bovendien is de afbreuk die wordt gedaan aan de federale | B.8.2. Bovendien is de afbreuk die wordt gedaan aan de federale |
bevoegdheid met betrekking tot de bescherming van de rechten van de | bevoegdheid met betrekking tot de bescherming van de rechten van de |
bestuurden niet marginaal, aangezien zij erop neerkomt alle aanvragers | bestuurden niet marginaal, aangezien zij erop neerkomt alle aanvragers |
van milieuvergunningen alsook alle bij die laatste belang hebbende | van milieuvergunningen alsook alle bij die laatste belang hebbende |
derden die onder het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest ressorteren, uit | derden die onder het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest ressorteren, uit |
te sluiten van het recht om in de handeling zelf kennis te kunnen | te sluiten van het recht om in de handeling zelf kennis te kunnen |
nemen van de motieven van een administratieve beslissing. | nemen van de motieven van een administratieve beslissing. |
B.9. Zonder dat het noodzakelijk is bovendien te onderzoeken of de | B.9. Zonder dat het noodzakelijk is bovendien te onderzoeken of de |
aangelegenheid zich kan lenen tot een gedifferentieerde regeling, | aangelegenheid zich kan lenen tot een gedifferentieerde regeling, |
vloeit uit het voorgaande voort dat te dezen niet is voldaan aan de | vloeit uit het voorgaande voort dat te dezen niet is voldaan aan de |
voorwaarden voor de toepassing van artikel 10 van de bijzondere wet | voorwaarden voor de toepassing van artikel 10 van de bijzondere wet |
van 8 augustus 1980. | van 8 augustus 1980. |
B.10. Artikel 55, derde lid, van de ordonnantie van 5 juni 1997 | B.10. Artikel 55, derde lid, van de ordonnantie van 5 juni 1997 |
betreffende de milieuvergunningen is bijgevolg niet in overeenstemming | betreffende de milieuvergunningen is bijgevolg niet in overeenstemming |
met de regels die door of krachtens de Grondwet zijn vastgesteld voor | met de regels die door of krachtens de Grondwet zijn vastgesteld voor |
het bepalen van de onderscheiden bevoegdheid van de Staat, de | het bepalen van de onderscheiden bevoegdheid van de Staat, de |
gemeenschappen en de gewesten. | gemeenschappen en de gewesten. |
Om die redenen, | Om die redenen, |
het Hof | het Hof |
zegt voor recht : | zegt voor recht : |
Artikel 55, derde lid, van de ordonnantie van het Brusselse | Artikel 55, derde lid, van de ordonnantie van het Brusselse |
Hoofdstedelijke Gewest van 5 juni 1997 betreffende de | Hoofdstedelijke Gewest van 5 juni 1997 betreffende de |
milieuvergunningen schendt de regels die door of krachtens de Grondwet | milieuvergunningen schendt de regels die door of krachtens de Grondwet |
zijn vastgesteld voor het bepalen van de onderscheiden bevoegdheid van | zijn vastgesteld voor het bepalen van de onderscheiden bevoegdheid van |
de Staat, de gemeenschappen en de gewesten. | de Staat, de gemeenschappen en de gewesten. |
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig | Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig |
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het | artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het |
Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 13 juni 2013. | Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 13 juni 2013. |
De griffier, | De griffier, |
F. Meersschaut | F. Meersschaut |
De voorzitter, | De voorzitter, |
R. Henneuse | R. Henneuse |