Etaamb.openjustice.be
Meertalige weergave van Arrest van --
← Terug naar "Uittreksel uit arrest nr. 114/2012 van 4 oktober 2012 Rolnummers 5220 en 5221 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 4 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap, gesteld door het Arb Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechter(...)"
Uittreksel uit arrest nr. 114/2012 van 4 oktober 2012 Rolnummers 5220 en 5221 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 4 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap, gesteld door het Arb Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechter(...) Uittreksel uit arrest nr. 114/2012 van 4 oktober 2012 Rolnummers 5220 en 5221 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 4 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap, gesteld door het Arb Het Grondwettelijk Hof, samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de rechter(...)
GRONDWETTELIJK HOF GRONDWETTELIJK HOF
Uittreksel uit arrest nr. 114/2012 van 4 oktober 2012 Uittreksel uit arrest nr. 114/2012 van 4 oktober 2012
Rolnummers 5220 en 5221 Rolnummers 5220 en 5221
In zake : de prejudiciële vragen over artikel 4 van de wet van 27 In zake : de prejudiciële vragen over artikel 4 van de wet van 27
februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een
handicap, gesteld door het Arbeidshof te Brussel. handicap, gesteld door het Arbeidshof te Brussel.
Het Grondwettelijk Hof, Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de samengesteld uit de voorzitters R. Henneuse en M. Bossuyt, en de
rechters A. Alen, J.-P. Snappe, J. Spreutels, T. Merckx-Van Goey en F. rechters A. Alen, J.-P. Snappe, J. Spreutels, T. Merckx-Van Goey en F.
Daoût, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder Daoût, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder
voorzitterschap van voorzitter R. Henneuse, voorzitterschap van voorzitter R. Henneuse,
wijst na beraad het volgende arrest : wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging
a. Bij arrest van 3 oktober 2011 in zake de Belgische Staat, FOD a. Bij arrest van 3 oktober 2011 in zake de Belgische Staat, FOD
Sociale Zekerheid, tegen Fitnete Muca, waarvan de expeditie ter Sociale Zekerheid, tegen Fitnete Muca, waarvan de expeditie ter
griffie van het Hof is ingekomen op 7 oktober 2011, heeft het griffie van het Hof is ingekomen op 7 oktober 2011, heeft het
Arbeidshof te Brussel de volgende prejudiciële vragen gesteld : Arbeidshof te Brussel de volgende prejudiciële vragen gesteld :
« 1. Schendt artikel 4 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de « 1. Schendt artikel 4 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de
tegemoetkomingen aan personen met een handicap de artikelen 10, 11 en tegemoetkomingen aan personen met een handicap de artikelen 10, 11 en
191 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 14 van het 191 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 14 van het
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele
vrijheden en met artikel 1 van het Eerste Protocol bij dat Verdrag, vrijheden en met artikel 1 van het Eerste Protocol bij dat Verdrag,
doordat het de buitenlandse persoon met een handicap die tot onbeperkt doordat het de buitenlandse persoon met een handicap die tot onbeperkt
verblijf in België is gemachtigd maar onder geen enkele categorie van verblijf in België is gemachtigd maar onder geen enkele categorie van
personen valt die tot het voordeel van de wet zijn toegelaten, enkel personen valt die tot het voordeel van de wet zijn toegelaten, enkel
vanwege diens nationaliteit uitsluit van het voordeel van de vanwege diens nationaliteit uitsluit van het voordeel van de
tegemoetkomingen aan personen met een handicap, tegemoetkomingen aan personen met een handicap,
terwijl, enerzijds, om reden van zijn administratief statuut die terwijl, enerzijds, om reden van zijn administratief statuut die
persoon op regelmatige wijze in België is gevestigd voor een persoon op regelmatige wijze in België is gevestigd voor een
significante en onbeperkte duur en, anderzijds, zijn behoeften inzake significante en onbeperkte duur en, anderzijds, zijn behoeften inzake
bijstand, zelfredzaamheid en integratie vergelijkbaar zijn met die van bijstand, zelfredzaamheid en integratie vergelijkbaar zijn met die van
de begunstigde personen ? de begunstigde personen ?
2. Schendt artikel 4 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de 2. Schendt artikel 4 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de
tegemoetkomingen aan personen met een handicap artikel 23 van de tegemoetkomingen aan personen met een handicap artikel 23 van de
Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 10, 11 en Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 10, 11 en
191 van de Grondwet en met artikel 28 van het Verdrag van 13 december 191 van de Grondwet en met artikel 28 van het Verdrag van 13 december
2006 inzake de rechten van personen met een handicap, 2006 inzake de rechten van personen met een handicap,
doordat het de buitenlandse persoon met een handicap die tot onbeperkt doordat het de buitenlandse persoon met een handicap die tot onbeperkt
verblijf in België is gemachtigd maar onder geen enkele categorie van verblijf in België is gemachtigd maar onder geen enkele categorie van
personen valt die tot het voordeel van de wet zijn toegelaten, enkel personen valt die tot het voordeel van de wet zijn toegelaten, enkel
vanwege diens nationaliteit uitsluit van het voordeel van de vanwege diens nationaliteit uitsluit van het voordeel van de
tegemoetkomingen aan personen met een handicap, tegemoetkomingen aan personen met een handicap,
terwijl, enerzijds, om reden van zijn administratief statuut die terwijl, enerzijds, om reden van zijn administratief statuut die
persoon op regelmatige wijze in België is gevestigd voor een persoon op regelmatige wijze in België is gevestigd voor een
significante en onbeperkte duur en, anderzijds, zijn behoeften inzake significante en onbeperkte duur en, anderzijds, zijn behoeften inzake
bijstand, zelfredzaamheid en integratie vergelijkbaar zijn met die van bijstand, zelfredzaamheid en integratie vergelijkbaar zijn met die van
de begunstigde personen ? de begunstigde personen ?
3. Schendt artikel 4 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de 3. Schendt artikel 4 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de
tegemoetkomingen aan personen met een handicap de in de eerste twee tegemoetkomingen aan personen met een handicap de in de eerste twee
vragen bedoelde bepalingen, vragen bedoelde bepalingen,
doordat het de buitenlandse persoon met een handicap die tot onbeperkt doordat het de buitenlandse persoon met een handicap die tot onbeperkt
verblijf is gemachtigd maar onder geen enkele categorie van personen verblijf is gemachtigd maar onder geen enkele categorie van personen
valt die tot het voordeel van de wet zijn toegelaten, die sinds valt die tot het voordeel van de wet zijn toegelaten, die sinds
verscheidene jaren in België leeft en die zich om medische redenen in verscheidene jaren in België leeft en die zich om medische redenen in
de absolute onmogelijkheid bevindt om België te verlaten, enkel de absolute onmogelijkheid bevindt om België te verlaten, enkel
vanwege diens nationaliteit uitsluit van het voordeel van de vanwege diens nationaliteit uitsluit van het voordeel van de
tegemoetkomingen aan personen met een handicap, tegemoetkomingen aan personen met een handicap,
terwijl, enerzijds, die persoon banden met België heeft en zijn terwijl, enerzijds, die persoon banden met België heeft en zijn
terugkeer naar zijn land van oorsprong een reëel risico voor zijn terugkeer naar zijn land van oorsprong een reëel risico voor zijn
leven of zijn fysieke integriteit of een reëel risico van onmenselijke leven of zijn fysieke integriteit of een reëel risico van onmenselijke
en vernederende behandeling zou inhouden en, anderzijds, zijn en vernederende behandeling zou inhouden en, anderzijds, zijn
behoeften inzake bijstand, zelfredzaamheid en integratie vergelijkbaar behoeften inzake bijstand, zelfredzaamheid en integratie vergelijkbaar
zijn met die van de begunstigde personen ? ». zijn met die van de begunstigde personen ? ».
b. Bij arrest van 3 oktober 2011 in zake de Belgische Staat, FOD b. Bij arrest van 3 oktober 2011 in zake de Belgische Staat, FOD
Sociale Zekerheid, tegen Xhévaire Canodemaj, waarvan de expeditie ter Sociale Zekerheid, tegen Xhévaire Canodemaj, waarvan de expeditie ter
griffie van het Hof is ingekomen op 7 oktober 2011, heeft het griffie van het Hof is ingekomen op 7 oktober 2011, heeft het
Arbeidshof te Brussel de volgende prejudiciële vragen gesteld : Arbeidshof te Brussel de volgende prejudiciële vragen gesteld :
« 1. Schendt artikel 4 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de « 1. Schendt artikel 4 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de
tegemoetkomingen aan personen met een handicap de artikelen 10, 11, tegemoetkomingen aan personen met een handicap de artikelen 10, 11,
191 en 16 van de Grondwet, afzonderlijk gelezen of in samenhang met 191 en 16 van de Grondwet, afzonderlijk gelezen of in samenhang met
elkaar en/of met artikel 14 van het Verdrag tot bescherming van de elkaar en/of met artikel 14 van het Verdrag tot bescherming van de
rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en met artikel 1 van rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en met artikel 1 van
het Eerste Protocol bij dat Verdrag, het Eerste Protocol bij dat Verdrag,
doordat het de buitenlandse personen met een handicap die tot doordat het de buitenlandse personen met een handicap die tot
onbeperkt verblijf in België zijn gemachtigd maar onder geen enkele onbeperkt verblijf in België zijn gemachtigd maar onder geen enkele
categorie van personen vallen die tot het voordeel van de wet zijn categorie van personen vallen die tot het voordeel van de wet zijn
toegelaten, enkel vanwege hun nationaliteit uitsluit van het voordeel toegelaten, enkel vanwege hun nationaliteit uitsluit van het voordeel
van de tegemoetkomingen aan personen met een handicap, van de tegemoetkomingen aan personen met een handicap,
terwijl, enerzijds, om reden van hun administratief statuut die terwijl, enerzijds, om reden van hun administratief statuut die
personen op regelmatige wijze in België zijn gevestigd voor een personen op regelmatige wijze in België zijn gevestigd voor een
significante en onbeperkte duur en, anderzijds, hun behoeften inzake significante en onbeperkte duur en, anderzijds, hun behoeften inzake
bijstand, zelfredzaamheid en integratie vergelijkbaar zijn met die van bijstand, zelfredzaamheid en integratie vergelijkbaar zijn met die van
de begunstigde personen ? de begunstigde personen ?
2. Schendt artikel 4 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de 2. Schendt artikel 4 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de
tegemoetkomingen aan personen met een handicap de artikelen 10, 11, tegemoetkomingen aan personen met een handicap de artikelen 10, 11,
191 en 23 van de Grondwet, afzonderlijk gelezen of in samenhang met 191 en 23 van de Grondwet, afzonderlijk gelezen of in samenhang met
elkaar en/of met artikel 28 van het Verdrag van 13 december 2006 elkaar en/of met artikel 28 van het Verdrag van 13 december 2006
inzake de rechten van personen met een handicap, inzake de rechten van personen met een handicap,
doordat het de buitenlandse personen met een handicap die tot doordat het de buitenlandse personen met een handicap die tot
onbeperkt verblijf in België zijn gemachtigd maar onder geen enkele onbeperkt verblijf in België zijn gemachtigd maar onder geen enkele
categorie van personen vallen die tot het voordeel van de wet zijn categorie van personen vallen die tot het voordeel van de wet zijn
toegelaten, enkel vanwege hun nationaliteit uitsluit van het voordeel toegelaten, enkel vanwege hun nationaliteit uitsluit van het voordeel
van de tegemoetkomingen aan personen met een handicap, van de tegemoetkomingen aan personen met een handicap,
terwijl, enerzijds, om reden van hun administratief statuut die terwijl, enerzijds, om reden van hun administratief statuut die
personen op regelmatige wijze in België zijn gevestigd voor een personen op regelmatige wijze in België zijn gevestigd voor een
significante en onbeperkte duur en, anderzijds, hun behoeften inzake significante en onbeperkte duur en, anderzijds, hun behoeften inzake
bijstand, zelfredzaamheid en integratie vergelijkbaar zijn met die van bijstand, zelfredzaamheid en integratie vergelijkbaar zijn met die van
de begunstigde personen ? de begunstigde personen ?
3. Schendt artikel 4 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de 3. Schendt artikel 4 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de
tegemoetkomingen aan personen met een handicap de in de eerste twee tegemoetkomingen aan personen met een handicap de in de eerste twee
vragen bedoelde bepalingen, vragen bedoelde bepalingen,
doordat het de buitenlandse personen met een handicap die tot doordat het de buitenlandse personen met een handicap die tot
onbeperkt verblijf zijn gemachtigd maar onder geen enkele categorie onbeperkt verblijf zijn gemachtigd maar onder geen enkele categorie
van personen vallen die tot het voordeel van de wet zijn toegelaten, van personen vallen die tot het voordeel van de wet zijn toegelaten,
die sinds verscheidene jaren in België leven, die een van de die sinds verscheidene jaren in België leven, die een van de
landstalen spreken en die zich om medische redenen in de absolute landstalen spreken en die zich om medische redenen in de absolute
onmogelijkheid bevinden om België te verlaten, enkel vanwege hun onmogelijkheid bevinden om België te verlaten, enkel vanwege hun
nationaliteit uitsluit van het voordeel van de tegemoetkomingen aan nationaliteit uitsluit van het voordeel van de tegemoetkomingen aan
personen met een handicap, personen met een handicap,
terwijl, enerzijds, die personen sterke en duurzame banden met België terwijl, enerzijds, die personen sterke en duurzame banden met België
hebben en hun terugkeer naar hun land van oorsprong een reëel risico hebben en hun terugkeer naar hun land van oorsprong een reëel risico
voor hun leven of hun fysieke integriteit of een reëel risico van voor hun leven of hun fysieke integriteit of een reëel risico van
onmenselijke en vernederende behandeling zou inhouden en, anderzijds, onmenselijke en vernederende behandeling zou inhouden en, anderzijds,
hun behoeften inzake bijstand, zelfredzaamheid en integratie hun behoeften inzake bijstand, zelfredzaamheid en integratie
vergelijkbaar zijn met die van de begunstigde personen ? ». vergelijkbaar zijn met die van de begunstigde personen ? ».
Die zaken, ingeschreven onder de nummers 5220 en 5221 van de rol van Die zaken, ingeschreven onder de nummers 5220 en 5221 van de rol van
het Hof, werden samengevoegd. het Hof, werden samengevoegd.
(...) (...)
III. In rechte III. In rechte
(...) (...)
B.1.1. Aan het Hof worden door het Arbeidshof te Brussel drie B.1.1. Aan het Hof worden door het Arbeidshof te Brussel drie
prejudiciële vragen gesteld met betrekking tot artikel 4 van de wet prejudiciële vragen gesteld met betrekking tot artikel 4 van de wet
van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met
een handicap, dat bepaalt : een handicap, dat bepaalt :
« § 1. De tegemoetkomingen bedoeld in artikel 1 kunnen enkel toegekend « § 1. De tegemoetkomingen bedoeld in artikel 1 kunnen enkel toegekend
worden aan een persoon die zijn werkelijke verblijfplaats in België worden aan een persoon die zijn werkelijke verblijfplaats in België
heeft en die : heeft en die :
1° Belg is; 1° Belg is;
2° onderdaan is van een lidstaat van de Europese Unie; 2° onderdaan is van een lidstaat van de Europese Unie;
3° Marokkaan, Algerijn of Tunesiër is en die voldoet aan de 3° Marokkaan, Algerijn of Tunesiër is en die voldoet aan de
voorwaarden van de Verordening (EEG) nr. 1408 van 14 juni 1971 van de voorwaarden van de Verordening (EEG) nr. 1408 van 14 juni 1971 van de
Raad van de Europese gemeenschappen betreffende de toepassing van de Raad van de Europese gemeenschappen betreffende de toepassing van de
sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede
op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen; op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen;
4° staatloos is en die onder de toepassing valt van het Verdrag 4° staatloos is en die onder de toepassing valt van het Verdrag
betreffende de status van staatlozen, ondertekend in New York op 28 betreffende de status van staatlozen, ondertekend in New York op 28
september 1954 en goedgekeurd door de wet van 12 mei 1960; september 1954 en goedgekeurd door de wet van 12 mei 1960;
5° vluchteling is zoals bedoeld in artikel 49 van de wet van 15 5° vluchteling is zoals bedoeld in artikel 49 van de wet van 15
december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het
verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
6° niet tot de in 1° tot 5° bepaalde categorieën behoort, maar die tot 6° niet tot de in 1° tot 5° bepaalde categorieën behoort, maar die tot
21 jaar de verhoging van de kinderbijslag genoten heeft, bedoeld in 21 jaar de verhoging van de kinderbijslag genoten heeft, bedoeld in
artikel 47, § 1, van de samengeordende wetten betreffende de artikel 47, § 1, van de samengeordende wetten betreffende de
kinderbijslag voor loonarbeiders of in artikel 20, § 2, van het kinderbijslag voor loonarbeiders of in artikel 20, § 2, van het
koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende regeling van de koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende regeling van de
gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen. gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen.
§ 2. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de § 2. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de
Ministerraad [de]toepassing van deze wet, onder de door Hem gestelde Ministerraad [de]toepassing van deze wet, onder de door Hem gestelde
voorwaarden, uitbreiden tot andere categorieën van personen dan deze voorwaarden, uitbreiden tot andere categorieën van personen dan deze
beoogd in § 1 die hun werkelijke verblijfplaats in België hebben. beoogd in § 1 die hun werkelijke verblijfplaats in België hebben.
§ 3. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de § 3. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de
Ministerraad, wat voor de toepassing van deze wet onder werkelijke Ministerraad, wat voor de toepassing van deze wet onder werkelijke
verblijfplaats moet worden verstaan. verblijfplaats moet worden verstaan.
§ 4. Indien een persoon aan wie een tegemoetkoming bedoeld in artikel § 4. Indien een persoon aan wie een tegemoetkoming bedoeld in artikel
1 werd toegekend niet meer voldoet aan de voorwaarden bedoeld in § 1 1 werd toegekend niet meer voldoet aan de voorwaarden bedoeld in § 1
of § 2, dan wordt zijn recht op deze tegemoetkoming afgeschaft. of § 2, dan wordt zijn recht op deze tegemoetkoming afgeschaft.
Wanneer hij opnieuw voldoet aan deze voorwaarden, dan kan hij een Wanneer hij opnieuw voldoet aan deze voorwaarden, dan kan hij een
nieuwe aanvraag indienen. nieuwe aanvraag indienen.
§ 5. De Koning kan de wijze bepalen waarop wordt toegezien op de § 5. De Koning kan de wijze bepalen waarop wordt toegezien op de
naleving van dit artikel ». naleving van dit artikel ».
B.1.2. Bij koninklijk besluit van 9 februari 2009 houdende wijziging B.1.2. Bij koninklijk besluit van 9 februari 2009 houdende wijziging
van het koninklijk besluit van 17 juli 2006 tot uitvoering van artikel van het koninklijk besluit van 17 juli 2006 tot uitvoering van artikel
4, § 2, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de 4, § 2, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de
tegemoetkomingen aan personen met een handicap, heeft de Koning de tegemoetkomingen aan personen met een handicap, heeft de Koning de
toepassing van de wet, vanaf 12 december 2007, uitgebreid tot de toepassing van de wet, vanaf 12 december 2007, uitgebreid tot de
vreemdelingen die in het bevolkingsregister zijn ingeschreven. Artikel vreemdelingen die in het bevolkingsregister zijn ingeschreven. Artikel
1 van het koninklijk besluit van 17 juli 2006 bepaalt thans : 1 van het koninklijk besluit van 17 juli 2006 bepaalt thans :
« De tegemoetkomingen bedoeld in artikel 1 van de wet van 27 februari « De tegemoetkomingen bedoeld in artikel 1 van de wet van 27 februari
1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap
kunnen eveneens worden toegekend aan de personen die : kunnen eveneens worden toegekend aan de personen die :
1° onderdaan zijn van IJsland, Liechtenstein, Noorwegen of 1° onderdaan zijn van IJsland, Liechtenstein, Noorwegen of
Zwitserland, voldoen aan de voorwaarden van Verordening (EEG) nr. Zwitserland, voldoen aan de voorwaarden van Verordening (EEG) nr.
1408/71 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1971 1408/71 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1971
betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op
werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich
binnen de Gemeenschap verplaatsen, en in België hun werkelijke binnen de Gemeenschap verplaatsen, en in België hun werkelijke
verblijfplaats hebben, of verblijfplaats hebben, of
2° de echtgenoot, de wettelijk samenwonende, of een ander gezinslid 2° de echtgenoot, de wettelijk samenwonende, of een ander gezinslid
zijn in de zin van de vernoemde Verordening nr. 1408/71 van 14 juni zijn in de zin van de vernoemde Verordening nr. 1408/71 van 14 juni
1971 van een persoon zoals bedoeld in artikel 4, § 1, 1° tot 5° van de 1971 van een persoon zoals bedoeld in artikel 4, § 1, 1° tot 5° van de
voornoemde wet van 27 februari 1987 of van een onderdaan van een Staat voornoemde wet van 27 februari 1987 of van een onderdaan van een Staat
bedoeld in artikel 1, 1° van dit besluit, zelf geen onderdaan zijnde bedoeld in artikel 1, 1° van dit besluit, zelf geen onderdaan zijnde
van deze Staten, en die in België hun werkelijke verblijfplaats van deze Staten, en die in België hun werkelijke verblijfplaats
hebben; hebben;
3° ingeschreven zijn als vreemdeling in het bevolkingsregister. 3° ingeschreven zijn als vreemdeling in het bevolkingsregister.
Men verstaat onder gezinslid van de onderdaan de minderjarige kinderen Men verstaat onder gezinslid van de onderdaan de minderjarige kinderen
evenals de meerderjarige kinderen, de vader, de moeder, de schoonvader evenals de meerderjarige kinderen, de vader, de moeder, de schoonvader
en de schoonmoeder die ten laste zijn van de onderdaan. De persoon die en de schoonmoeder die ten laste zijn van de onderdaan. De persoon die
onder hetzelfde dak woont als de onderdaan en die wordt beschouwd als onder hetzelfde dak woont als de onderdaan en die wordt beschouwd als
persoon ten laste van de onderdaan in de zin van de wet betreffende de persoon ten laste van de onderdaan in de zin van de wet betreffende de
verplichte verzekering voor gezondheidszorgen en uitkeringen verplichte verzekering voor gezondheidszorgen en uitkeringen
gecoördineerd op 14 juli 1994 wordt beschouwd als zijnde ten laste van gecoördineerd op 14 juli 1994 wordt beschouwd als zijnde ten laste van
de onderdaan ». de onderdaan ».
B.2.1. Met de eerste vraag wordt het Hof ondervraagd over de B.2.1. Met de eerste vraag wordt het Hof ondervraagd over de
bestaanbaarheid van de in het geding zijnde bepaling met de artikelen bestaanbaarheid van de in het geding zijnde bepaling met de artikelen
10, 11 en 191 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 14 van 10, 11 en 191 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 14 van
het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, alsook met artikel 1 het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, alsook met artikel 1
van het Eerste Aanvullend Protocol bij dat Verdrag, terwijl de tweede van het Eerste Aanvullend Protocol bij dat Verdrag, terwijl de tweede
vraag de bestaanbaarheid beoogt van de in het geding zijnde bepaling vraag de bestaanbaarheid beoogt van de in het geding zijnde bepaling
met artikel 23 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met met artikel 23 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met
de artikelen 10, 11 en 191 van de Grondwet en met artikel 28 van het de artikelen 10, 11 en 191 van de Grondwet en met artikel 28 van het
Verdrag van 13 december 2006 inzake de rechten van personen met een Verdrag van 13 december 2006 inzake de rechten van personen met een
handicap. handicap.
In de eerste twee vragen wordt aangegeven dat de in het geding zijnde In de eerste twee vragen wordt aangegeven dat de in het geding zijnde
bepaling tot gevolg zou hebben de buitenlandse persoon met een bepaling tot gevolg zou hebben de buitenlandse persoon met een
handicap die tot onbeperkt verblijf in België is gemachtigd maar onder handicap die tot onbeperkt verblijf in België is gemachtigd maar onder
geen enkele categorie van personen valt die tot het voordeel van de geen enkele categorie van personen valt die tot het voordeel van de
wet zijn toegelaten, enkel vanwege diens nationaliteit uit te sluiten wet zijn toegelaten, enkel vanwege diens nationaliteit uit te sluiten
van het voordeel van de tegemoetkomingen aan personen met een van het voordeel van de tegemoetkomingen aan personen met een
handicap, terwijl het gaat om een persoon die, om reden van zijn handicap, terwijl het gaat om een persoon die, om reden van zijn
administratief statuut, op regelmatige wijze in België verblijft voor administratief statuut, op regelmatige wijze in België verblijft voor
een significante en onbeperkte duur en terwijl zijn behoeften inzake een significante en onbeperkte duur en terwijl zijn behoeften inzake
bijstand, zelfredzaamheid en integratie vergelijkbaar zijn met die van bijstand, zelfredzaamheid en integratie vergelijkbaar zijn met die van
de begunstigde personen. de begunstigde personen.
B.2.2. De derde vraag heeft betrekking op de bestaanbaarheid van de in B.2.2. De derde vraag heeft betrekking op de bestaanbaarheid van de in
het geding zijnde bepaling met alle voornoemde grondwets- en het geding zijnde bepaling met alle voornoemde grondwets- en
verdragsbepalingen in zoverre zij de buitenlandse persoon met een verdragsbepalingen in zoverre zij de buitenlandse persoon met een
handicap die tot onbeperkt verblijf is gemachtigd maar onder geen handicap die tot onbeperkt verblijf is gemachtigd maar onder geen
enkele categorie van personen valt die tot het voordeel van de wet enkele categorie van personen valt die tot het voordeel van de wet
zijn toegelaten en die sinds verscheidene jaren in België leeft en zijn toegelaten en die sinds verscheidene jaren in België leeft en
zich in de absolute onmogelijkheid bevindt om het grondgebied te zich in de absolute onmogelijkheid bevindt om het grondgebied te
verlaten, enkel vanwege diens nationaliteit uitsluit van het voordeel verlaten, enkel vanwege diens nationaliteit uitsluit van het voordeel
van de tegemoetkoming aan personen met een handicap, terwijl een van de tegemoetkoming aan personen met een handicap, terwijl een
terugkeer naar zijn land van herkomst een reëel risico voor zijn leven terugkeer naar zijn land van herkomst een reëel risico voor zijn leven
of zijn fysieke integriteit of een reëel risico van onmenselijke en of zijn fysieke integriteit of een reëel risico van onmenselijke en
vernederende behandeling kan inhouden. vernederende behandeling kan inhouden.
B.3. In de zaak die heeft geleid tot het arrest nr. 3/2012 van 11 B.3. In de zaak die heeft geleid tot het arrest nr. 3/2012 van 11
januari 2012, werd aan het Hof een vraag gesteld over het onderscheid januari 2012, werd aan het Hof een vraag gesteld over het onderscheid
dat in de in het geding zijnde bepaling wordt gemaakt tussen een dat in de in het geding zijnde bepaling wordt gemaakt tussen een
vreemdeling die krachtens een machtiging om zich in het Koninkrijk te vreemdeling die krachtens een machtiging om zich in het Koninkrijk te
vestigen in het bevolkingsregister is ingeschreven en een vreemdeling vestigen in het bevolkingsregister is ingeschreven en een vreemdeling
die krachtens een machtiging om in het Koninkrijk onbeperkt te die krachtens een machtiging om in het Koninkrijk onbeperkt te
verblijven in het vreemdelingenregister is ingeschreven. verblijven in het vreemdelingenregister is ingeschreven.
Het Hof heeft voor recht gezegd dat de in het geding zijnde bepaling, Het Hof heeft voor recht gezegd dat de in het geding zijnde bepaling,
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met
artikel 191 ervan, met artikel 14 van het Europees Verdrag voor de artikel 191 ervan, met artikel 14 van het Europees Verdrag voor de
rechten van de mens en met artikel 1 van het Eerste Aanvullend rechten van de mens en met artikel 1 van het Eerste Aanvullend
Protocol bij dat Verdrag, niet schendt om de volgende redenen : Protocol bij dat Verdrag, niet schendt om de volgende redenen :
« B.3.1. Artikel 4, § 1, van de wet van 27 februari 1987 somt de « B.3.1. Artikel 4, § 1, van de wet van 27 februari 1987 somt de
categorieën van personen op aan wie een tegemoetkoming voor categorieën van personen op aan wie een tegemoetkoming voor
gehandicapten kan worden toegekend, waartoe ook verschillende gehandicapten kan worden toegekend, waartoe ook verschillende
categorieën van vreemdelingen behoren. Artikel 4, § 2, machtigt de categorieën van vreemdelingen behoren. Artikel 4, § 2, machtigt de
Koning ertoe om, onder bepaalde voorwaarden, het toepassingsgebied van Koning ertoe om, onder bepaalde voorwaarden, het toepassingsgebied van
de wet uit te breiden tot andere categorieën van personen. Het de wet uit te breiden tot andere categorieën van personen. Het
toepassingsgebied van de wet wordt aldus bepaald door, enerzijds, toepassingsgebied van de wet wordt aldus bepaald door, enerzijds,
artikel 4, § 1, en door, anderzijds, artikel 4, § 2, van de wet van 27 artikel 4, § 1, en door, anderzijds, artikel 4, § 2, van de wet van 27
februari 1987, in samenhang gelezen met de koninklijke besluiten februari 1987, in samenhang gelezen met de koninklijke besluiten
uitgevaardigd op grond van die wetsbepaling. uitgevaardigd op grond van die wetsbepaling.
B.3.2. Bij zijn arrest nr. 153/2007 van 12 december 2007 heeft het Hof B.3.2. Bij zijn arrest nr. 153/2007 van 12 december 2007 heeft het Hof
geoordeeld dat artikel 4 van de wet van 27 februari 1987 een geoordeeld dat artikel 4 van de wet van 27 februari 1987 een
discriminatie inhoudt, in zoverre het de vreemdeling die ingevolge een discriminatie inhoudt, in zoverre het de vreemdeling die ingevolge een
machtiging om zich in het Koninkrijk te vestigen in het machtiging om zich in het Koninkrijk te vestigen in het
bevolkingsregister is ingeschreven, uitsluit van het voordeel van de bevolkingsregister is ingeschreven, uitsluit van het voordeel van de
tegemoetkomingen aan personen met een handicap. Die discriminatie werd tegemoetkomingen aan personen met een handicap. Die discriminatie werd
ongedaan gemaakt door het koninklijk besluit van 17 juli 2006, zoals ongedaan gemaakt door het koninklijk besluit van 17 juli 2006, zoals
gewijzigd bij koninklijk besluit van 9 februari 2009, op grond van de gewijzigd bij koninklijk besluit van 9 februari 2009, op grond van de
machtiging daartoe aan de Koning verleend. machtiging daartoe aan de Koning verleend.
Die vaststelling neemt niet weg dat het personele toepassingsgebied Die vaststelling neemt niet weg dat het personele toepassingsgebied
betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap in betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap in
hoofdorde wordt bepaald in artikel 4, § 1, van de wet van 27 februari hoofdorde wordt bepaald in artikel 4, § 1, van de wet van 27 februari
1987, dat de verschillende categorieën van vreemdelingen vermeldt die 1987, dat de verschillende categorieën van vreemdelingen vermeldt die
aanspraak kunnen maken op de bedoelde tegemoetkoming. De verwijzende aanspraak kunnen maken op de bedoelde tegemoetkoming. De verwijzende
rechter kon derhalve terecht van oordeel zijn dat het in B.2.2 rechter kon derhalve terecht van oordeel zijn dat het in B.2.2
vermelde verschil in behandeling kan worden toegeschreven aan de in vermelde verschil in behandeling kan worden toegeschreven aan de in
het geding zijnde wetsbepaling, doordat zij onder de categorieën van het geding zijnde wetsbepaling, doordat zij onder de categorieën van
vreemdelingen die in artikel 4, § 1, worden opgesomd, niet de vreemdelingen die in artikel 4, § 1, worden opgesomd, niet de
vreemdelingen vermeldt die zijn ingeschreven in het vreemdelingen vermeldt die zijn ingeschreven in het
vreemdelingenregister. Het Hof is derhalve bevoegd om de prejudiciële vreemdelingenregister. Het Hof is derhalve bevoegd om de prejudiciële
vraag te beantwoorden. vraag te beantwoorden.
B.4. De vaststelling door het Hof, in het voormelde arrest nr. B.4. De vaststelling door het Hof, in het voormelde arrest nr.
153/2007, dat artikel 4 van de wet van 27 februari 1987 een 153/2007, dat artikel 4 van de wet van 27 februari 1987 een
discriminatie inhield, in zoverre het de vreemdeling die in het discriminatie inhield, in zoverre het de vreemdeling die in het
bevolkingsregister is ingeschreven, uitsloot van het voordeel van de bevolkingsregister is ingeschreven, uitsloot van het voordeel van de
tegemoetkomingen aan personen met een handicap, werd gemotiveerd als tegemoetkomingen aan personen met een handicap, werd gemotiveerd als
volgt : volgt :
« B.7.1. Het voordeel van de in het geding zijnde tegemoetkomingen, « B.7.1. Het voordeel van de in het geding zijnde tegemoetkomingen,
dat oorspronkelijk bij artikel 4 van de wet van 27 februari 1987 was dat oorspronkelijk bij artikel 4 van de wet van 27 februari 1987 was
beperkt tot de Belgen, de vluchtelingen, de staatlozen en de personen beperkt tot de Belgen, de vluchtelingen, de staatlozen en de personen
van onbepaalde nationaliteit, is bij de wet van 20 juli 1991 van onbepaalde nationaliteit, is bij de wet van 20 juli 1991
uitgebreid tot twee bijkomende categorieën van vreemdelingen, namelijk uitgebreid tot twee bijkomende categorieën van vreemdelingen, namelijk
de « personen die vallen onder de toepassing van de verordening (EEG) de « personen die vallen onder de toepassing van de verordening (EEG)
nr. 1408/71 van 14 juni 1971 » en de personen « die tot 21 jaar nr. 1408/71 van 14 juni 1971 » en de personen « die tot 21 jaar
genoten hebben van de verhoging van de kinderbijslag voorzien in genoten hebben van de verhoging van de kinderbijslag voorzien in
artikel 47, § 1, van de samengeordende wetten betreffende de artikel 47, § 1, van de samengeordende wetten betreffende de
kinderbijslag voor loonarbeiders ». Bij de wet van 22 februari 1998 kinderbijslag voor loonarbeiders ». Bij de wet van 22 februari 1998
heeft de wetgever vervolgens het voordeel van de in het geding zijnde heeft de wetgever vervolgens het voordeel van de in het geding zijnde
tegemoetkomingen uitgebreid tot de personen die een soortgelijke tegemoetkomingen uitgebreid tot de personen die een soortgelijke
verhoging hebben genoten waarin de regeling van de gezinsbijslag ten verhoging hebben genoten waarin de regeling van de gezinsbijslag ten
voordele van de zelfstandigen voorziet. De programmawet (I) van 24 voordele van de zelfstandigen voorziet. De programmawet (I) van 24
december 2002 heeft het mogelijk gemaakt in het toepassingsgebied van december 2002 heeft het mogelijk gemaakt in het toepassingsgebied van
de wet alle Europese onderdanen op te nemen, alsook de Marokkanen, de wet alle Europese onderdanen op te nemen, alsook de Marokkanen,
Algerijnen of Tunesiërs die voldoen aan de voormelde verordening (EEG) Algerijnen of Tunesiërs die voldoen aan de voormelde verordening (EEG)
nr. 1408/71. nr. 1408/71.
B.7.2. De geleidelijke uitbreiding van het personele toepassingsgebied B.7.2. De geleidelijke uitbreiding van het personele toepassingsgebied
van het stelsel van de tegemoetkomingen aan personen met een handicap van het stelsel van de tegemoetkomingen aan personen met een handicap
werd vanuit een drievoudig perspectief doorgevoerd : voldoen aan de werd vanuit een drievoudig perspectief doorgevoerd : voldoen aan de
vereisten die voortvloeien uit de internationale verbintenissen van vereisten die voortvloeien uit de internationale verbintenissen van
België; gelijke tred houden met het stelsel van het bestaansminimum en België; gelijke tred houden met het stelsel van het bestaansminimum en
met dat van het gewaarborgd inkomen voor bejaarden; vermijden dat de met dat van het gewaarborgd inkomen voor bejaarden; vermijden dat de
handicap van kinderen van vreemdelingen, die wegens hun handicap handicap van kinderen van vreemdelingen, die wegens hun handicap
verhoogde kinderbijslag hebben genoten, niet langer door de overheid verhoogde kinderbijslag hebben genoten, niet langer door de overheid
in aanmerking wordt genomen. in aanmerking wordt genomen.
B.8. Met zijn arrest Koua Poirrez t. Frankrijk van 30 september 2003 B.8. Met zijn arrest Koua Poirrez t. Frankrijk van 30 september 2003
heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zich uitgesproken heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zich uitgesproken
over de weigering van de Franse overheid om een tegemoetkoming voor over de weigering van de Franse overheid om een tegemoetkoming voor
gehandicapten toe te kennen omdat de aanvrager niet de Franse gehandicapten toe te kennen omdat de aanvrager niet de Franse
nationaliteit had, terwijl hij voldeed aan de andere wettelijke nationaliteit had, terwijl hij voldeed aan de andere wettelijke
voorwaarden om daarop recht te hebben. Het heeft geoordeeld dat dat voorwaarden om daarop recht te hebben. Het heeft geoordeeld dat dat
verschil in behandeling tussen een vreemdeling en de Franse onderdanen verschil in behandeling tussen een vreemdeling en de Franse onderdanen
of de onderdanen van landen die een wederkerigheidsovereenkomst hebben of de onderdanen van landen die een wederkerigheidsovereenkomst hebben
gesloten, op geen enkele objectieve en redelijke verantwoording gesloten, op geen enkele objectieve en redelijke verantwoording
berustte ( § 49). Het heeft eraan herinnerd dat alleen « zeer sterke berustte ( § 49). Het heeft eraan herinnerd dat alleen « zeer sterke
overwegingen » het ertoe kunnen brengen een uitsluitend op de overwegingen » het ertoe kunnen brengen een uitsluitend op de
nationaliteit berustend verschil in behandeling bestaanbaar te achten nationaliteit berustend verschil in behandeling bestaanbaar te achten
met het Europees Verdrag voor de rechten van de mens ( § 46). met het Europees Verdrag voor de rechten van de mens ( § 46).
B.9. Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zou het feit B.9. Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zou het feit
dat het land van herkomst van de verzoeker, Ivoorkust, geen dat het land van herkomst van de verzoeker, Ivoorkust, geen
wederkerigheidsovereenkomst met Frankrijk heeft gesloten, « terwijl de wederkerigheidsovereenkomst met Frankrijk heeft gesloten, « terwijl de
verzoeker een invaliditeitskaart had verkregen, hij in Frankrijk verzoeker een invaliditeitskaart had verkregen, hij in Frankrijk
verbleef, de adoptiezoon was van een Franse burger die in Frankrijk verbleef, de adoptiezoon was van een Franse burger die in Frankrijk
verbleef en werkte en, ten slotte, voorafgaandelijk het verbleef en werkte en, ten slotte, voorafgaandelijk het
bestaansminimum had genoten, op zich de weigering van de in het geding bestaansminimum had genoten, op zich de weigering van de in het geding
zijnde tegemoetkoming niet kunnen verantwoorden » ( § 39). zijnde tegemoetkoming niet kunnen verantwoorden » ( § 39).
B.10. Met zijn arrest nr. 92/2004 heeft het Grondwettelijk Hof, toen B.10. Met zijn arrest nr. 92/2004 heeft het Grondwettelijk Hof, toen
het Arbitragehof, geoordeeld dat het verschil in behandeling dat in het Arbitragehof, geoordeeld dat het verschil in behandeling dat in
het nadeel van de vreemdelingen is ingevoerd bij artikel 4 van de wet het nadeel van de vreemdelingen is ingevoerd bij artikel 4 van de wet
van 27 februari 1987, bepaling die in de onderhavige zaak in het van 27 februari 1987, bepaling die in de onderhavige zaak in het
geding is, niet kennelijk onverantwoord was en niet in strijd was met geding is, niet kennelijk onverantwoord was en niet in strijd was met
de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang
gelezen met artikel 191 ervan, met artikel 14 van het Europees Verdrag gelezen met artikel 191 ervan, met artikel 14 van het Europees Verdrag
voor de rechten van de mens en met artikel 1 van het Eerste Aanvullend voor de rechten van de mens en met artikel 1 van het Eerste Aanvullend
Protocol bij dat Verdrag. Het heeft gepreciseerd dat de aan hem Protocol bij dat Verdrag. Het heeft gepreciseerd dat de aan hem
voorgelegde zaak een belangrijk verschil vertoonde met de zaak Koua voorgelegde zaak een belangrijk verschil vertoonde met de zaak Koua
Poirrez, daar de vreemdeling aan wie tegemoetkomingen worden Poirrez, daar de vreemdeling aan wie tegemoetkomingen worden
geweigerd, in België in voorkomend geval aanspraak kan maken op geweigerd, in België in voorkomend geval aanspraak kan maken op
maatschappelijke dienstverlening waarbij met zijn handicap rekening maatschappelijke dienstverlening waarbij met zijn handicap rekening
wordt gehouden. Het betrof in dat geval een vreemdeling die ertoe wordt gehouden. Het betrof in dat geval een vreemdeling die ertoe
gemachtigd was op het grondgebied van het Koninkrijk te verblijven - gemachtigd was op het grondgebied van het Koninkrijk te verblijven -
en niet er zich te vestigen - en die bijgevolg ingeschreven was in het en niet er zich te vestigen - en die bijgevolg ingeschreven was in het
vreemdelingenregister - en niet in het bevolkingsregister. vreemdelingenregister - en niet in het bevolkingsregister.
B.11. De eiseres voor de verwijzende rechter bevindt zich in een B.11. De eiseres voor de verwijzende rechter bevindt zich in een
andere situatie dan die van de persoon die in de zaak nr. 92/2004 in andere situatie dan die van de persoon die in de zaak nr. 92/2004 in
het geding was. het geding was.
Uit het verwijzingsvonnis blijkt immers dat de eiseres, die van Uit het verwijzingsvonnis blijkt immers dat de eiseres, die van
Amerikaanse nationaliteit is, al 40 jaar in België leeft, dat zij na Amerikaanse nationaliteit is, al 40 jaar in België leeft, dat zij na
een eerste huwelijk de Belgische nationaliteit van 29 januari 1977 tot een eerste huwelijk de Belgische nationaliteit van 29 januari 1977 tot
23 juli 1983 heeft bezeten, dat haar twee kinderen, onder wie een 23 juli 1983 heeft bezeten, dat haar twee kinderen, onder wie een
minderjarig kind dat met haar samenleeft, Belg zijn, dat zij in 2005 minderjarig kind dat met haar samenleeft, Belg zijn, dat zij in 2005
voor haar twee kinderen kinderbijslag heeft ontvangen en dat zij ertoe voor haar twee kinderen kinderbijslag heeft ontvangen en dat zij ertoe
gemachtigd is geweest zich in België te vestigen, zodat zij in het gemachtigd is geweest zich in België te vestigen, zodat zij in het
bevolkingsregister en niet in het vreemdelingenregister is bevolkingsregister en niet in het vreemdelingenregister is
ingeschreven. ingeschreven.
B.12. De eiseres voor de verwijzende rechter heeft met België even B.12. De eiseres voor de verwijzende rechter heeft met België even
sterke banden als die van de verzoeker Koua Poirrez met Frankrijk. sterke banden als die van de verzoeker Koua Poirrez met Frankrijk.
Er dient derhalve te worden nagegaan of er « zeer sterke overwegingen Er dient derhalve te worden nagegaan of er « zeer sterke overwegingen
» bestaan die verantwoorden dat het voordeel van de tegemoetkomingen » bestaan die verantwoorden dat het voordeel van de tegemoetkomingen
aan personen met een handicap wordt geweigerd aan de categorie van aan personen met een handicap wordt geweigerd aan de categorie van
vreemdelingen die, zoals de eiseres voor de verwijzende rechter, ertoe vreemdelingen die, zoals de eiseres voor de verwijzende rechter, ertoe
gemachtigd zijn geweest zich in België te vestigen. gemachtigd zijn geweest zich in België te vestigen.
B.13. In de zaak die aanleiding heeft gegeven tot het arrest nr. B.13. In de zaak die aanleiding heeft gegeven tot het arrest nr.
75/2003 heeft het Hof geoordeeld dat het niet discriminerend was het 75/2003 heeft het Hof geoordeeld dat het niet discriminerend was het
bestaansminimum, dat het voorwerp uitmaakte van de wet van 7 augustus bestaansminimum, dat het voorwerp uitmaakte van de wet van 7 augustus
1974, voor te behouden aan de personen die de Belgische nationaliteit 1974, voor te behouden aan de personen die de Belgische nationaliteit
bezitten. Ten aanzien van de vreemdelingen die ertoe zijn gemachtigd bezitten. Ten aanzien van de vreemdelingen die ertoe zijn gemachtigd
zich in het Rijk te vestigen, heeft het vastgesteld dat de wetgever zich in het Rijk te vestigen, heeft het vastgesteld dat de wetgever
aan het bekritiseerde verschil in behandeling een einde had gemaakt aan het bekritiseerde verschil in behandeling een einde had gemaakt
met de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke met de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke
integratie, die op grond van artikel 3, 3°, ervan, zowel op de Belgen integratie, die op grond van artikel 3, 3°, ervan, zowel op de Belgen
als op de in het bevolkingsregister ingeschreven vreemdelingen van als op de in het bevolkingsregister ingeschreven vreemdelingen van
toepassing is. Het heeft geoordeeld dat het « niet blijkt dat de toepassing is. Het heeft geoordeeld dat het « niet blijkt dat de
wetgever die gelijke behandeling heeft verwezenlijkt binnen een wetgever die gelijke behandeling heeft verwezenlijkt binnen een
kennelijk onredelijke termijn » (B.11). kennelijk onredelijke termijn » (B.11).
B.14.1. In de zaak die heeft geleid tot het arrest nr. 5/2004 was bij B.14.1. In de zaak die heeft geleid tot het arrest nr. 5/2004 was bij
het Hof een beroep tot vernietiging ingesteld tegen met name dat het Hof een beroep tot vernietiging ingesteld tegen met name dat
artikel 3, 3°, van de wet van 26 mei 2002, in zoverre het derde artikel 3, 3°, van de wet van 26 mei 2002, in zoverre het derde
streepje ervan het recht op maatschappelijke integratie beperkt tot de streepje ervan het recht op maatschappelijke integratie beperkt tot de
persoon die « als vreemdeling is ingeschreven in het persoon die « als vreemdeling is ingeschreven in het
bevolkingsregister ». bevolkingsregister ».
B.14.2. Het heeft in de eerste plaats de intentie van de wetgever B.14.2. Het heeft in de eerste plaats de intentie van de wetgever
onderzocht : onderzocht :
« B.6.2. In de memorie van toelichting wordt in dat verband erop « B.6.2. In de memorie van toelichting wordt in dat verband erop
gewezen dat de wet « een gelijke behandeling tussen de Belgen en de gewezen dat de wet « een gelijke behandeling tussen de Belgen en de
vreemdelingen ingeschreven in het bevolkingsregister » nastreeft. Er vreemdelingen ingeschreven in het bevolkingsregister » nastreeft. Er
wordt gepreciseerd dat het « voornamelijk [gaat om] de vreemdelingen wordt gepreciseerd dat het « voornamelijk [gaat om] de vreemdelingen
die in de jaren 60 werden aangezocht om hier te werken en die die in de jaren 60 werden aangezocht om hier te werken en die
ondertussen in België gevestigd zijn » en dat « het potentieel van ondertussen in België gevestigd zijn » en dat « het potentieel van
deze groep vreemdelingen moet worden aangeboord », teneinde « een waar deze groep vreemdelingen moet worden aangeboord », teneinde « een waar
kansenbeleid [te ontwikkelen dat] het mogelijk [moet] maken de kansenbeleid [te ontwikkelen dat] het mogelijk [moet] maken de
integratiedrempels te overwinnen » (Parl. St., Kamer, 2001-2002, DOC integratiedrempels te overwinnen » (Parl. St., Kamer, 2001-2002, DOC
50-1603/001, p. 9) ». 50-1603/001, p. 9) ».
B.14.3. Vervolgens heeft het Hof de bepalingen van de wet van 15 B.14.3. Vervolgens heeft het Hof de bepalingen van de wet van 15
december 1980 betreffende de vreemdelingen onderzocht die een december 1980 betreffende de vreemdelingen onderzocht die een
onderscheid invoeren tussen de vreemdelingen die ertoe zijn gemachtigd onderscheid invoeren tussen de vreemdelingen die ertoe zijn gemachtigd
zich in het Koninkrijk te vestigen en diegenen die ertoe zijn zich in het Koninkrijk te vestigen en diegenen die ertoe zijn
gemachtigd er voor een beperkte of onbeperkte tijd te verblijven gemachtigd er voor een beperkte of onbeperkte tijd te verblijven
(B.6.3, eerste en tweede alinea). (B.6.3, eerste en tweede alinea).
B.14.4. Het Hof heeft ten slotte, in de derde alinea van B.6.3 van B.14.4. Het Hof heeft ten slotte, in de derde alinea van B.6.3 van
zijn arrest, het bekritiseerde verschil in behandeling in de volgende zijn arrest, het bekritiseerde verschil in behandeling in de volgende
bewoordingen verantwoord : bewoordingen verantwoord :
« Het criterium « gemachtigd te zijn tot vestiging in het Rijk », « Het criterium « gemachtigd te zijn tot vestiging in het Rijk »,
hetgeen blijkt uit de inschrijving in het bevolkingsregister, is hetgeen blijkt uit de inschrijving in het bevolkingsregister, is
relevant ten opzichte van het doel om de maatschappelijke integratie relevant ten opzichte van het doel om de maatschappelijke integratie
van de in België verblijvende personen te bevorderen. Het is immers van de in België verblijvende personen te bevorderen. Het is immers
niet onredelijk dat de wetgever de bijzondere inspanningen en middelen niet onredelijk dat de wetgever de bijzondere inspanningen en middelen
die hij wil aanwenden om die doelstelling te verwezenlijken, die hij wil aanwenden om die doelstelling te verwezenlijken,
voorbehoudt aan personen die, wegens hun administratief statuut, voorbehoudt aan personen die, wegens hun administratief statuut,
verondersteld zijn definitief of op zijn minst voor een betekenisvolle verondersteld zijn definitief of op zijn minst voor een betekenisvolle
duur in België gevestigd te zijn. Het betreft trouwens vreemdelingen duur in België gevestigd te zijn. Het betreft trouwens vreemdelingen
wier verblijfstoestand in hoge mate gelijk is aan die van Belgen die wier verblijfstoestand in hoge mate gelijk is aan die van Belgen die
hun werkelijke verblijfplaats in België hebben ». hun werkelijke verblijfplaats in België hebben ».
B.14.5. Het sloot aldus aan bij de wil van de wetgever die in de B.14.5. Het sloot aldus aan bij de wil van de wetgever die in de
parlementaire voorbereiding als volgt werd uitgedrukt : parlementaire voorbereiding als volgt werd uitgedrukt :
« Nieuw is de categorie van de vreemdelingen die ingeschreven is in « Nieuw is de categorie van de vreemdelingen die ingeschreven is in
het bevolkingsregister. Aangezien er geen feitelijke, noch juridische het bevolkingsregister. Aangezien er geen feitelijke, noch juridische
argumenten zijn die een andere behandeling dan de Belgen argumenten zijn die een andere behandeling dan de Belgen
rechtvaardigen, worden ook zij toegelaten tot het recht op rechtvaardigen, worden ook zij toegelaten tot het recht op
maatschappelijke integratie » (Parl. St., Kamer, 2001-2002, DOC maatschappelijke integratie » (Parl. St., Kamer, 2001-2002, DOC
50-1603/001, p. 12). 50-1603/001, p. 12).
B.15. Uit hetgeen voorafgaat, vloeit voort dat, hoewel kan worden B.15. Uit hetgeen voorafgaat, vloeit voort dat, hoewel kan worden
aangenomen dat een vreemdeling die ertoe is gemachtigd in België te aangenomen dat een vreemdeling die ertoe is gemachtigd in België te
verblijven, ofwel voor korte duur (hoofdstuk 2 van de verblijven, ofwel voor korte duur (hoofdstuk 2 van de
vreemdelingenwet), ofwel voor een duur van meer dan drie maanden, en vreemdelingenwet), ofwel voor een duur van meer dan drie maanden, en
die bijgevolg is ingeschreven in het vreemdelingenregister (artikel 12 die bijgevolg is ingeschreven in het vreemdelingenregister (artikel 12
van dezelfde wet), geen voldoende sterke band met België vertoont om van dezelfde wet), geen voldoende sterke band met België vertoont om
de tegemoetkomingen te genieten waarin de wet van 27 februari 1987 de tegemoetkomingen te genieten waarin de wet van 27 februari 1987
voorziet, er geen « zeer sterke overwegingen » bestaan die het voorziet, er geen « zeer sterke overwegingen » bestaan die het
mogelijk maken - en bijgevolg is het niet redelijkerwijze verantwoord mogelijk maken - en bijgevolg is het niet redelijkerwijze verantwoord
- de vreemdeling die ertoe is gemachtigd zich in België te vestigen en - de vreemdeling die ertoe is gemachtigd zich in België te vestigen en
bijgevolg in het bevolkingsregister is ingeschreven, en wegens zijn bijgevolg in het bevolkingsregister is ingeschreven, en wegens zijn
administratief statuut wordt geacht op definitieve wijze of op zijn administratief statuut wordt geacht op definitieve wijze of op zijn
minst voor een betekenisvolle duur in België te zijn gevestigd, van minst voor een betekenisvolle duur in België te zijn gevestigd, van
het voordeel van die tegemoetkomingen uit te sluiten ». het voordeel van die tegemoetkomingen uit te sluiten ».
B.5. Uit de motivering van het hierboven geciteerde arrest nr. B.5. Uit de motivering van het hierboven geciteerde arrest nr.
153/2007 blijkt dat artikel 4 van de wet van 27 februari 1987, in 153/2007 blijkt dat artikel 4 van de wet van 27 februari 1987, in
samenhang gelezen met het koninklijk besluit van 17 juli 2006, geen samenhang gelezen met het koninklijk besluit van 17 juli 2006, geen
discriminatie inhoudt, in zoverre het toepassingsgebied van de wet discriminatie inhoudt, in zoverre het toepassingsgebied van de wet
niet werd uitgebreid tot de vreemdelingen die, ingevolge een toelating niet werd uitgebreid tot de vreemdelingen die, ingevolge een toelating
of een machtiging om in het Koninkrijk te verblijven voor een duur van of een machtiging om in het Koninkrijk te verblijven voor een duur van
meer dan drie maanden, in het vreemdelingenregister zijn ingeschreven, meer dan drie maanden, in het vreemdelingenregister zijn ingeschreven,
aangezien het administratief statuut van die personen aantoont dat zij aangezien het administratief statuut van die personen aantoont dat zij
een band met België hebben die de wetgever als minder sterk kon een band met België hebben die de wetgever als minder sterk kon
beschouwen dan die welke de personen die in het bevolkingsregister beschouwen dan die welke de personen die in het bevolkingsregister
zijn ingeschreven, vertonen. De gevolgen van dat onderscheid zijn niet zijn ingeschreven, vertonen. De gevolgen van dat onderscheid zijn niet
onevenredig, nu de vreemdeling aan wie de tegemoetkoming voor onevenredig, nu de vreemdeling aan wie de tegemoetkoming voor
gehandicapten wordt geweigerd, in voorkomend geval aanspraak kan maken gehandicapten wordt geweigerd, in voorkomend geval aanspraak kan maken
op maatschappelijke dienstverlening waarbij met zijn handicap rekening op maatschappelijke dienstverlening waarbij met zijn handicap rekening
wordt gehouden ». wordt gehouden ».
B.4. Rekening houdend met het feit dat de eerste vraag die te dezen B.4. Rekening houdend met het feit dat de eerste vraag die te dezen
aan het Hof wordt gesteld, dezelfde draagwijdte heeft als die waarop aan het Hof wordt gesteld, dezelfde draagwijdte heeft als die waarop
het Hof heeft geantwoord in het voormelde arrest, dient zij om het Hof heeft geantwoord in het voormelde arrest, dient zij om
identieke redenen ontkennend te worden beantwoord. identieke redenen ontkennend te worden beantwoord.
B.5. De redenen die hebben geleid tot het arrest nr. 3/2012 B.5. De redenen die hebben geleid tot het arrest nr. 3/2012
verantwoorden eveneens dat ontkennend wordt geantwoord op de tweede en verantwoorden eveneens dat ontkennend wordt geantwoord op de tweede en
de derde prejudiciële vraag. Er wordt immers geen afbreuk gedaan aan de derde prejudiciële vraag. Er wordt immers geen afbreuk gedaan aan
het recht op menselijke waardigheid van de categorie van vreemdelingen het recht op menselijke waardigheid van de categorie van vreemdelingen
die in de genoemde vragen worden beoogd, aangezien de betrokken die in de genoemde vragen worden beoogd, aangezien de betrokken
vreemdelingen aanspraak kunnen maken op het voordeel van vreemdelingen aanspraak kunnen maken op het voordeel van
maatschappelijke dienstverlening waarbij met hun handicap rekening maatschappelijke dienstverlening waarbij met hun handicap rekening
wordt gehouden. wordt gehouden.
B.6. De prejudiciële vragen dienen ontkennend te worden beantwoord. B.6. De prejudiciële vragen dienen ontkennend te worden beantwoord.
Om die redenen, Om die redenen,
het Hof het Hof
zegt voor recht : zegt voor recht :
- Artikel 4 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de - Artikel 4 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de
tegemoetkomingen aan personen met een handicap schendt niet de tegemoetkomingen aan personen met een handicap schendt niet de
artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel
191 ervan, met artikel 14 van het Europees Verdrag voor de rechten van 191 ervan, met artikel 14 van het Europees Verdrag voor de rechten van
de mens en met artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij dat de mens en met artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij dat
Verdrag. Verdrag.
- Dezelfde bepaling schendt niet artikel 23 van de Grondwet, al dan - Dezelfde bepaling schendt niet artikel 23 van de Grondwet, al dan
niet in samenhang gelezen met de artikelen 10, 11 en 191 van de niet in samenhang gelezen met de artikelen 10, 11 en 191 van de
Grondwet en met artikel 28 van het Verdrag van 13 december 2006 inzake Grondwet en met artikel 28 van het Verdrag van 13 december 2006 inzake
de rechten van personen met een handicap. de rechten van personen met een handicap.
Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig Aldus uitgesproken in het Frans en het Nederlands, overeenkomstig
artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het
Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 4 oktober 2012. Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 4 oktober 2012.
De griffier, De griffier,
P.-Y. Dutilleux P.-Y. Dutilleux
De voorzitter, De voorzitter,
R. Henneuse R. Henneuse
^